Ontwerpresolutie - B9-0062/2024Ontwerpresolutie
B9-0062/2024

ONTWERPRESOLUTIE over de voorgenomen ontbinding van de belangrijkste structuren voor corruptiebestrijding in Slowakije en de gevolgen daarvan voor de rechtsstaat

15.1.2024 - (2023/3021(RSP))

naar aanleiding van verklaringen van de Raad en de Commissie
ingediend overeenkomstig artikel 132, lid 2, van het Reglement

Vladimír Bilčík, Jeroen Lenaers, Tomas Tobé, Tomáš Zdechovský, Juan Ignacio Zoido Álvarez, Paulo Rangel, Javier Zarzalejos, Antonio López‑Istúriz White, Pilar del Castillo Vera, Isabel Benjumea Benjumea, Dolors Montserrat, Rosa Estaràs Ferragut, Gabriel Mato, Isabel Wiseler‑Lima, Frances Fitzgerald, Andrzej Halicki, Michaela Šojdrová, José Manuel Fernandes, Sandra Kalniete, Carlos Coelho, David Casa, Franc Bogovič, Karolin Braunsberger‑Reinhold, Radan Kanev, Rasa Juknevičienė, Pablo Arias Echeverría, Ana Collado Jiménez, Peter Pollák, Monika Hohlmeier, Siegfried Mureşan, Leopoldo López Gil
namens de PPE-Fractie
Domènec Ruiz Devesa, Matjaž Nemec, Juan Fernando López Aguilar, Evin Incir, Cyrus Engerer, Javier Moreno Sánchez
namens de S&D-Fractie
Sophia in ’t Veld, Moritz Körner
namens de Renew-Fractie
Sergey Lagodinsky
namens de Verts/ALE-Fractie
Konstantinos Arvanitis
namens de Fractie The Left

Procedure : 2023/3021(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus :  
B9-0062/2024
Ingediende teksten :
B9-0062/2024
Debatten :
Stemmingen :
Aangenomen teksten :

B9‑0062/2024

Resolutie van het Europees Parlement over de voorgenomen ontbinding van de belangrijkste structuren voor corruptiebestrijding in Slowakije en de gevolgen daarvan voor de rechtsstaat

(2023/3021(RSP))

Het Europees Parlement,

 gezien de artikelen 2, 4, 6, 7 en 10 van het Verdrag betreffende de Europese Unie,

 gezien artikel 325 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

 gezien de artikelen 11, 12, 41 en 47 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie,

 gezien zijn resolutie van 28 maart 2019 over de situatie van de rechtsstaat en de strijd tegen corruptie binnen de EU, met name in Malta en Slowakije[1],

 gezien zijn resolutie van 19 april 2018 over de bescherming van onderzoeksjournalisten in Europa: de zaak van de Slowaakse journalist Ján Kuciak en van Martina Kušnírová[2],

 gezien de mededeling van de Commissie van 5 juli 2023 getiteld “Verslag over de rechtsstaat 2023 – Situatie op het gebied van de rechtsstaat in de Europese Unie” (COM(2023)0800),

 gezien artikel 132, lid 2, van zijn Reglement,

  1. overwegende dat Slowakije de afgelopen jaren zijn inspanningen ter bestrijding van corruptie op hoog niveau en georganiseerde misdaad heeft opgevoerd, waarbij verscheidene voormalige hoge ambtenaren beschuldigd zijn van omkoping en er tal van onherroepelijke rechterlijke uitspraken zijn gedaan; overwegende dat het Slowaakse speciaal openbaar ministerie, dat op 1 september 2004 met zijn werkzaamheden is begonnen, en de Slowaakse politie een belangrijke rol hebben gespeeld bij de behandeling van zaken in verband met corruptie en ernstige misdrijven, met inbegrip van zaken in verband met misbruik van EU-middelen;
  2. overwegende dat het lage aantal onderzochte zaken en het ontbreken van een doeltreffend mechanisme voor de bestrijding van corruptie en georganiseerde misdaad in Slowakije de voornaamste redenen waren voor de oprichting van het speciaal openbaar ministerie in Slowakije; overwegende dat er in verschillende andere lidstaten een soortgelijk gespecialiseerd instituut bestaat, waaronder de onlangs opgerichte gespecialiseerde Europese aanklager op EU-niveau, die in de Raad de steun van Slowakije heeft gekregen;
  3. overwegende dat de nieuwe regering heeft besloten het speciaal openbaar ministerie te ontbinden en de strafrechtelijke sancties voor ernstige misdrijven, waaronder corruptie en milieudelicten, te verlagen door een wijziging van het wetboek van strafrecht via een versnelde wetgevingsprocedure aan het begin van haar mandaat;
  4. overwegende dat de versnelde procedure de mogelijkheid van een zinvol openbaar debat of een correct verloop van het democratisch proces heeft weggenomen; overwegende dat meer dan 20 000 burgers herhaaldelijk de straat op zijn gegaan om te protesteren tegen het omstreden voorstel; overwegende dat meer dan 100 000 burgers hun handtekening hebben geplaatst onder twee verzoekschriften tegen de regeringsvoorstellen en de versnelde wetgevingsprocedure; overwegende dat de Slowaakse president haar diepe bezorgdheid heeft geuit over het voorstel en de versnelde wetgevingsprocedure en heeft aangegeven dat zij haar veto zal uitspreken over de wet; overwegende dat de Commissie in haar verslag over de rechtsstaat 2023 de aanbeveling aan Slowakije heeft opgenomen om een effectieve openbare raadpleging en betrokkenheid van belanghebbenden bij het wetgevingsproces te waarborgen;
  5. overwegende dat de Slowaakse regering gedurende de volledige versnelde wetgevingsprocedure heeft geweigerd rekening te houden met analyses en adviezen van deskundigen van het maatschappelijk middenveld en de Commissie, zoals de ernstige bezorgdheid die zij hebben geuit over de wijze waarop de voorgestelde wijzigingen de strijd tegen corruptie zouden ondermijnen;
  6. overwegende dat de minister van Binnenlandse Zaken tegelijkertijd substantiële personeelswijzigingen heeft doorgevoerd en aanzienlijke structurele en organisatorische veranderingen heeft aangekondigd binnen de Slowaakse politie en andere onafhankelijke democratische instellingen, onder meer met betrekking tot onderzoekers van het Slowaaks nationaal strafagentschap die zich bezighouden met ernstige strafzaken en corruptie op hoog niveau, hetgeen twijfels doet rijzen over de redenen voor deze veranderingen; overwegende dat de Slowaakse regering een aantal leden van de raad voor de rechtspraak van de Slowaakse Republiek vóór het einde van hun mandaat en zonder behoorlijke motivering heeft vervangen;
  7. overwegende dat de Slowaakse regering het parlement wetgevingsvoorstellen heeft voorgelegd die ertoe zouden leiden dat de klokkenluidersbescherming voor politieambtenaren wordt afgeschaft, de vrijheid van meningsuiting wordt ondermijnd en de rechten van alle mensen in Slowakije worden ingeperkt op basis van de invoering van een arbitraire, subjectieve beoordeling, hetgeen indruist tegen de beginselen van de klokkenluidersrichtlijn van de EU[3];
  8. overwegende dat het Europees Openbaar Ministerie (EOM) op 18 december 2023 heeft verklaard dat sommige door de Slowaakse regering voorgestelde wetswijzigingen met betrekking tot belangrijke juridische en vervolgingskaders risico’s kunnen inhouden voor de doeltreffende bescherming van de financiële belangen van de Europese Unie en voor het EU-kader ter bestrijding van corruptie, en dat hierdoor niet langer gewaarborgd zou worden dat strafbare feiten ten nadele van de EU-begroting met doeltreffende, evenredige en afschrikkende strafrechtelijke sancties worden bestraft in Slowakije; overwegende dat de ontbinding van het speciaal openbaar ministerie de samenwerking en coördinatie met het EOM, het Agentschap van de Europese Unie voor justitiële samenwerking in strafzaken en het Europees Bureau voor fraudebestrijding zou kunnen ondermijnen;
  9. overwegende dat de Slowaakse premier in zijn taalgebruik vaak verdeeldheid zaait om de Slowaakse samenleving te polariseren; overwegende dat een respectvolle uitwisseling van standpunten tussen politieke leiders en alle burgers, met inbegrip van studenten, van essentieel belang is voor een gezonde werking van de democratie;
  10. overwegende dat door publieke aanvallen die politici in Slowakije in het verleden hebben uitgevoerd tegen journalisten, het maatschappelijk middenveld en kwetsbare groepen een permissief klimaat is gecreëerd voor haatzaaiende uitlatingen, waarbij zware geweldmisdrijven zijn gepleegd, waaronder de moord op Ján Kuciak en Martina Kušnírová; overwegende dat Ján Kuciak zich had gespecialiseerd in verslaggeving over grootschalige belastingontduiking, belastingfraude, corruptie en witwaspraktijken, en onderzoek voerde naar verschillende zakenlieden die banden met hooggeplaatste politici hebben; overwegende dat de moord op Ján Kuciak en Martina Kušnírová een van de meest complexe zaken is die door en onder toezicht van het speciaal openbaar ministerie worden onderzocht; overwegende dat het risico bestaat dat het dossier wordt overgedragen aan een nieuwe aanklager als het speciaal openbaar ministerie wordt ontbonden;
  1. uit zijn diepe bezorgdheid over de ongerechtvaardigde versnelde wetgevingsprocedure waarvan de Slowaakse regering zich bedient, met name met betrekking tot de voorgestelde wijzigingen van het wetboek van strafrecht en de ontbinding van het speciaal openbaar ministerie, waardoor de integriteit van gerechtelijke procedures wordt bedreigd, de strijd van de Europese Unie tegen fraude wordt ondermijnd en de bescherming van de financiële belangen van de EU en het natuurlijke milieu in Slowakije in gevaar wordt gebracht; verzoekt de Slowaakse regering deze wijzigingen te heroverwegen in het licht van de mogelijke gevolgen ervan voor de rechtsstaat, de financiële belangen van de EU en het EU-kader voor corruptiebestrijding; verzoekt de Slowaakse regering de bindende beginselen van de klokkenluidersrichtlijn van de EU te eerbiedigen en de voorgestelde wijzigingen wat de bescherming van klokkenluiders in Slowakije betreft te heroverwegen; uit met name zijn bezorgdheid over de plannen om klokkenluiders met terugwerkende kracht van hun bescherming te beroven, hetgeen zou leiden tot een gebrek aan rechtszekerheid; merkt op dat het Slowaakse bureau voor de bescherming van klokkenluiders deze kwesties heeft gemeld bij de Commissie;
  2. herinnert eraan dat elke hervorming van het strafrecht voldoende en adequate waarborgen moet bevatten om de voortzetting en doeltreffendheid van nieuwe en lopende strafzaken te waarborgen, met name met betrekking tot corruptie op hoog niveau, en om de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht en de autonomie van vervolgingsdiensten te waarborgen, in overeenstemming met de aanbevelingen van de Commissie in opeenvolgende verslagen over de rechtsstaat; uit zijn bezorgdheid over de aanzienlijke vertragingen die kunnen ontstaan door het opnieuw toewijzen van de zaken van het speciaal openbaar ministerie, waardoor sommige zaken kunnen instorten als gevolg van de verjaringstermijn; dringt er bij de regering op aan gevolg te geven aan de reeds lang bestaande oproep om paragraaf 363 van het Slowaakse strafprocesrecht te hervormen en de mogelijkheid in te voeren om een besluit van de procureur-generaal om geen vervolging in te stellen aan te vechten, evenals andere maatregelen of waarborgen ter voorkoming van misbruik van deze bepaling;
  3. benadrukt dat er behoefte is aan een grondig openbaar proces waarin rekening wordt gehouden met de adviezen van deskundigen en relevante instellingen, zoals de Commissie van Venetië, en dat een passende raadpleging van belanghebbenden en openbare raadplegingen op nationaal en EU-niveau omvat over elke wijziging met betrekking tot het huidige wetboek van strafrecht en de structuren die belast zijn met het onderzoeken en vervolgen van zware criminaliteit, met inbegrip van gevallen van corruptie in Slowakije;
  4. dringt aan op een adequater niveau van personele en financiële middelen voor corruptiezaken en een betere coördinatie tussen onderzoekers en aanklagers van corruptie, in overeenstemming met de aanbeveling van het EOM, zodat corruptiegerelateerde misdrijven doeltreffender worden onderzocht;
  5. verzoekt de Commissie deze ontwikkelingen nauwlettend te volgen en hierover informatie te verstrekken, en daarbij de nodige maatregelen te nemen om de rechtsstaat en de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht te waarborgen, met name met betrekking tot gevallen van corruptie op hoog niveau, en de financiële belangen van de EU te beschermen;
  6. erkent en steunt de belangrijke rol en de betrokkenheid van burgers en niet-gouvernementele organisaties (ngo’s) bij de bescherming en bevordering van de democratie en de rechtsstaat; dringt erop aan dat belanghebbenden worden betrokken bij het wetgevingsproces, met name in verband met het gebruik van versnelde procedures;
  7. brengt hulde aan Ján Kuciak, die zes jaar geleden werd vermoord, en aan zijn essentiële werk als onderzoeksjournalist; verzoekt de Slowaakse autoriteiten ervoor te zorgen dat recht geschiedt;
  8. dringt er bij alle politieke leiders op aan constructief en respectvol met burgers samen te werken door de beginselen van democratisch debat in acht te nemen en overheidsinstellingen, de rechtsstaat en de academische vrijheid te eerbiedigen; dringt er daarom bij regeringsfunctionarissen op aan zich te onthouden van verbale aanvallen op personen, journalisten en maatschappelijke organisaties; beklemtoont de plicht van overheids- en regeringsfunctionarissen om alle burgers te dienen, met name in een land dat een geschiedenis van haatmisdrijven kent en waar een journalist werd vermoord;
  9. veroordeelt de ongepaste en oneerbiedige opmerkingen van de premier, onder meer tegen een student die deel heeft uitgemaakt van een initiatief om een academische uitwisseling over de situatie op het gebied van de rechtsstaat in Slowakije te bevorderen; dringt er bij regeringsfunctionarissen op aan de legitimiteit van rechterlijke uitspraken niet in twijfel te trekken; maakt zich ernstige zorgen over de aangekondigde plannen om wetgeving aan te nemen die de ruimte voor het maatschappelijk middenveld zou ondermijnen, onder meer door het werk van ngo’s te beperken en organisaties die buitenlandse financiering ontvangen te stigmatiseren;
  10. waarschuwt voor politieke inmenging in de redactionele onafhankelijkheid en journalistieke integriteit; neemt met bezorgdheid kennis van de geplande herstructurering van Radio en Televisie Slowakije, de belangrijkste openbare omroep van het land; beklemtoont het belang van het behoud van vrije, onafhankelijke media als hoeksteen van een democratische samenleving;
  11. betreurt het besluit van de premier en verschillende regeringsfunctionarissen om de communicatie met belangrijke mediakanalen stop te zetten en erkent dat dit een aanzienlijke belemmering vormt voor het recht van het publiek om relevante overheidsinformatie te ontvangen; benadrukt dat dergelijke acties de vrijheid en transparantie van de media inperken en bijdragen tot de verspreiding van manipulatieve desinformatie in de openbare ruimte;
  12. verzoekt de Slowaakse regering het beginsel van loyale samenwerking met de EU-instellingen te eerbiedigen;
  13. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten en het Europees Openbaar Ministerie.

 

Laatst bijgewerkt op: 16 januari 2024
Juridische mededeling - Privacybeleid