Ontwerpresolutie - B9-0125/2024Ontwerpresolutie
B9-0125/2024

ONTWERPRESOLUTIE over Russiagate: beschuldigingen van Russische inmenging in de democratische processen van de Europese Unie

5.2.2024 - (2024/2548(RSP))

naar aanleiding van verklaringen van de Raad en de Commissie
ingediend overeenkomstig artikel 132, lid 2, van het Reglement

Pedro Marques, Gabriele Bischoff, Andreas Schieder, Raphaël Glucksmann, Tonino Picula, Domènec Ruiz Devesa
namens de S&D-Fractie

Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B9-0124/2024

Procedure : 2024/2548(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus :  
B9-0125/2024
Ingediende teksten :
B9-0125/2024
Debatten :
Stemmingen :
Aangenomen teksten :

B9‑0125/2024

Resolutie van het Europees Parlement over Russiagate: beschuldigingen van Russische inmenging in de democratische processen van de Europese Unie

(2024/2548(RSP))

Het Europees Parlement,

 gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie, het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, met name de artikelen 7, 8, 11, 12, 39, 40, 47 en 52 daarvan, het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, met name de artikelen 8, 9, 10, 11, 13, 16 en 17 daarvan, en het protocol bij het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, met name artikel 3 daarvan,

 gezien de conclusies van de Europese Raad van 24 februari 2022 en 30-31 mei 2022,

 gezien het besluit van de Raad van 3 juni 2022 tot wijziging van Besluit (GBVB) 2014/512 betreffende beperkende maatregelen naar aanleiding van acties van Rusland die de situatie in Oekraïne destabiliseren[1],

 gezien de mededeling van de Commissie van 12 december 2023 over verdediging van de democratie,

 gezien het voorstel van de Commissie voor een richtlijn tot vaststelling van geharmoniseerde voorschriften voor de interne markt betreffende de transparantie van namens derde landen uitgevoerde belangvertegenwoordigingsactiviteiten en tot wijziging van Richtlijn (EU) 2019/1937 (COM(2023)0637),

 gezien de mededeling van de Commissie van 3 december 2020 betreffende het actieplan voor Europese democratie (COM(2020)0790),

 gezien zijn resolutie van 23 november 2016 over de strategische communicatie van de EU in reactie op negatieve EU-propaganda door derden[2],

 gezien zijn resolutie van 9 maart 2022 over buitenlandse inmenging in alle democratische processen in de Europese Unie, met inbegrip van desinformatie[3],

 gezien zijn resolutie van 1 juni 2023 over buitenlandse inmenging in alle democratische processen in de Europese Unie, met inbegrip van desinformatie[4],

 gezien zijn mondelinge vraag aan de Commissie van 31 mei 2023 over integriteit van verkiezingen en opbouw van veerkracht in de aanloop naar de Europese verkiezingen van 2024 (O-000018/2023),

 gezien zijn resolutie van 13 juli 2023 over aanbevelingen voor de hervorming van de regels van het Europees Parlement inzake transparantie, integriteit, verantwoordingsplicht en corruptiebestrijding[5],

 gezien zijn resolutie van 13 september 2023 over wijzigingen van het Reglement van het Parlement met het oog op versterking van de integriteit, de onafhankelijkheid en de verantwoordingsplicht[6],

 gezien artikel 132, lid 2, van zijn Reglement,

A. overwegende dat buitenlandse inmenging een ernstige schending vormt van de universele waarden en beginselen waarop de Unie is gegrondvest, zoals menselijke waardigheid, vrijheid, gelijkheid, solidariteit, eerbiediging van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden, democratie en de rechtsstaat;

B. overwegende dat de verspreiding van desinformatie, het hacken van elektronische apparaten van kandidaten en cyberaanvallen op verkiezingsinfrastructuur, met name vanuit Rusland, tot een ongekend niveau zijn gestegen;

C. overwegende dat Rusland verschillende methoden voor inmenging gebruikt, waaronder pogingen om de EU-lidstaten te verzwakken en te verdelen, Europese politieke partijen – meestal extreemrechtse partijen – te beïnvloeden en de buurlanden van de EU te destabiliseren;

D. overwegende dat Rusland al meerdere jaren zowel via traditionele mediakanalen als via socialemediaplatforms desinformatiecampagnes houdt, cyberaanvallen uitvoert en elites inpalmt of onder vuur neemt, hetgeen mede de weg heeft vrijgemaakt voor zijn agressie tegen Oekraïne;

E. overwegende dat uit verschillende onderzoeken is gebleken dat regels inzake verkiezingen zijn geschonden of omzeild, met name geldende bepalingen inzake transparantie van de financiering van verkiezingscampagnes, en dat daarbij sprake is van vermeende heimelijke financiering uit derde landen, voornamelijk uit Rusland;

F. overwegende dat het Europees Parlement het enige rechtstreeks verkozen orgaan van de EU-instellingen is en een vooraanstaande rol speelt in de politieke discussies in de EU over de bestrijding van buitenlandse inmenging, informatiemanipulatie en hybride bedreigingen in onze democratieën, met inbegrip van de EU-instellingen; overwegende dat recente gebeurtenissen hebben aangetoond dat het Parlement doelwit is van diverse agressieve campagnes op het gebied van buitenlandse informatiemanipulatie en inmenging;

G. overwegende dat in recente mediabronnen is onthuld dat een lid van het Europees Parlement voor de Russische federale veiligheidsdienst (FSB) zou hebben gewerkt; overwegende dat er nog meer beweringen en vermoedens zijn geuit over andere Russische agenten in het Europees Parlement;

H. overwegende dat 2024 een cruciaal verkiezingsjaar is en dat niet alleen de voor de periode 6-9 juni geplande Europese verkiezingen in de lidstaten zullen plaatsvinden, maar ook meerdere presidents-, nationale, lokale en regionale verkiezingen;

I. overwegende dat burgers volgens de Eurobarometer-enquête van maart 2023 van mening zijn dat onjuiste en misleidende informatie die op internet circuleert, propaganda uit niet-democratische buitenlandse bronnen en heimelijke buitenlandse inmenging, onder andere door het financieren van binnenlandse actoren, tot de grootste uitdagingen voor ons democratisch bestel behoren;

J. overwegende dat Rusland nog steeds aanzienlijke invloed heeft in de Westelijke Balkan, met name in Servië en de Republika Srpska – een van de entiteiten die Bosnië en Herzegovina vormen – alwaar het in staat is zich te mengen in regionale pogingen tot verzoening, integratie en hervormingen met het oog op democratisering;

K. overwegende dat er nog steeds onthullingen worden gedaan over financiering uit het buitenland, met name uit Rusland, van politieke activiteiten en politici in de Europese Unie vóór en na 24 februari 2022, en dat de integriteit van democratische processen in de EU-lidstaten door deze financiering in gevaar is, hetgeen grondig onderzocht moet worden;

L. overwegende dat het aantal gevallen van tegen de EU en nationale instellingen gerichte buitenlandse informatiemanipulatie en inmenging is toegenomen sinds het begin van de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne;

M. overwegende dat maatschappelijke organisaties een essentiële rol vervullen als waakhond, de sleutel vormen tot de opbouw van democratische weerbaarheid van binnenuit en bescherming van de democratie, de bestrijding van schendingen van de rechtsstaat ondersteunen en tegelijkertijd actief bijdragen tot bevordering van de rechtsstaat, de democratie en de grondrechten;

1. uit zijn diepe bezorgdheid over de beschuldigingen in de pers naar aanleiding van onderzoeken van de Letse krant The Insider, waaruit blijkt dat een lid van het Europees Parlement werkzaam was voor de Russische federale veiligheidsdienst (FSB);

2. wijst er opnieuw op dat er telkens weer bewijzen aan het licht komen over Russische inmenging in de aanloop naar alle belangrijke nationale en Europese verkiezingen, zoals blijkt uit de eindverslagen van zijn Bijzondere Commissies buitenlandse inmenging in alle democratische processen in de Europese Unie, met inbegrip van desinformatie (INGE en INGE 2);

3. acht het dringend noodzakelijk onmiddellijk een grondig intern onderzoek uit te voeren om alle mogelijke gevallen van buitenlandse inmenging uit Rusland en wangedrag van zijn eigen leden te kunnen beoordelen;

4. verlangt dat op het hoogste niveau politieke en administratieve aandacht wordt besteed aan de op 13 juli 2023 aangenomen aanbevelingen voor de hervorming van de regels van het Europees Parlement inzake transparantie, integriteit, verantwoordingsplicht en corruptiebestrijding en de volledige tenuitvoerlegging van zijn nieuwe regels inzake transparantie en integriteit die in september 2023 zijn aangenomen, alsook aan het toezicht op alle interne gedragscodes en besluiten die door het Bureau van het Parlement zijn goedgekeurd, met name met betrekking tot de interactie met derde landen;

5. roept alle Europese instellingen ertoe op meer ambitie aan de dag te leggen met betrekking tot de tenuitvoerlegging van het ethisch orgaan van de EU;

6. is van mening dat vrije en eerlijke verkiezingen centraal staan in het democratisch proces en dringt er daarom bij de EU-instellingen en de lidstaten op aan doortastende maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat alleen de wil van de bevolking als basis dient voor een regeringsmandaat, zonder dat kwaadwillende actoren uit het buitenland zich hierin mengen, waarbij het zwaartepunt met name moet worden gelegd op de voorbereidingen voor de Europese verkiezingen van 6-9 juni 2024;

7. benadrukt dat hybride oorlogvoering en buitenlandse informatiemanipulatie en inmenging niet alleen het buitenlands beleid betreffen, maar in feite de fundamenten van onze democratieën bedreigen; dringt er bij de Europese instellingen op aan een permanente horizontale aanpak te hanteren bij een doeltreffender bestrijding van buitenlandse informatiemanipulatie en inmenging; is van mening dat electorale inmenging in één lidstaat van invloed is op de EU in haar geheel, aangezien dit gevolgen kan hebben voor de samenstelling van de EU-instellingen; is van mening dat de nationale autoriteiten deze bedreigingen niet alleen kunnen aanpakken en dat zelfregulering door de particuliere sector niet de enige oplossing kan zijn; is ingenomen met het werk dat de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) heeft verricht in zijn tweede verslag over bedreigingen door buitenlandse informatiemanipulatie en inmenging, dat op 23 januari 2024 is gepubliceerd;

8. onderstreept dat de Russische agressie tegen Oekraïne aan het licht heeft gebracht wat de omvang is van buitenlandse informatiemanipulatie en bedreigingen met betrekking tot informatie voor de EU en haar directe buurlanden, met name de landen van de Westelijke Balkan en het oostelijk partnerschap, en roept de EU en haar buurlanden er daarom toe op hun samenwerking bij de bestrijding van desinformatie te versterken;

9. stelt vast dat buitenlandse donaties aan politieke partijen en kandidaten in de overgrote meerderheid van de lidstaten geheel of gedeeltelijk zijn verboden; uit zijn bezorgdheid over de banden van Rusland met diverse politieke partijen en politici in de EU; herinnert eraan dat Russische actoren zelfs in gevallen waarin de wet beperkingen stelt aan de bronnen van politieke financiering manieren hebben gevonden om deze te omzeilen en hun bondgenoten hebben ondersteund door leningen aan te trekken van buitenlandse banken (zoals in het geval van het Front National in 2016), aankoop- en commerciële overeenkomsten aan te gaan (zie de in Der Spiegel en de Süddeutsche Zeitung van 17 mei 2019 geuite beschuldigingen van de partij FPÖ, en de beschuldigingen van de Lega per Salvini premier door Buzzfeeds en L’Espresso van 10 juli 2019), en door financiële activiteiten te faciliteren (zoals gemeld in de Britse pers over de campagne Leave.eu);

10. is ernstig bezorgd over het bewijs dat veel gevallen van Russische inmenging tot doel hadden anti-EU-, extremistische en populistische kandidaten te ondersteunen; betreurt het feit dat campagnes van buitenlandse informatiemanipulatie en inmenging vaak gericht zijn tegen bepaalde minderheden en kwetsbare groepen en stelt vast dat het in het vizier nemen van deze minderheden het eigenlijke doel dient om de aantrekkingskracht van democratische samenlevingen waarin iedereen gelijke rechten heeft te ondermijnen;

11. is vastbesloten het doorvoeren van serieuze en concrete hervormingen in het Europees Parlement ter vergroting van de integriteit en transparantie voort te zetten, corruptie en corrumperende politieke inmenging op geen enkele wijze te tolereren, en de Europese democratie te beschermen;

12. verzoekt het secretariaat van het transparantieregister van de EU entiteiten met directe dan wel indirecte betrekkingen met de Russische regering te verbieden, overeenkomstig het besluit van de Raad van 3 juni 2022 betreffende beperkende maatregelen[7];

13. verwacht dat de Commissie en de Raad het pakket voor de verdediging van de democratie daadwerkelijk uitvoeren, zodat dringende maatregelen worden genomen en de talrijke mazen in de EU-wetgeving inzake partijfinanciering worden gedicht, een verplicht regelgevingskader voor de grote platforms wordt vastgesteld en de cyberdefensie van de EU tegen mogelijke aanvallen op ons kiesstelsel wordt versterkt;

14. acht het dringend noodzakelijk de instrumenten ter bescherming van de integriteit van verkiezingen in het digitale tijdperk te verbeteren en te actualiseren, teneinde democratische processen te beschermen tegen nieuwe vormen van manipulatie door derde landen of particuliere belangen; verzoekt de Commissie zich te richten op het schadelijke potentieel van nieuwe AI-gestuurde technieken voor het verkiezingsproces en dringt erop aan dat zij haar bestaande toezeggingen inzake transparantie van politieke reclame en samenwerking tussen belanghebbenden hernieuwt;

15. verzoekt het Parlement de veiligheidscultuur binnen de instelling te versterken; dringt daarom aan op verplichte, adequate en regelmatige scholingen op het gebied van veiligheid, inmenging, ethische normen, naleving van de voorschriften en integriteit voor alle leden en medewerkers en al het personeel van het Europees Parlement, om hen ervan bewust te maken dat zij potentiële doelwitten zijn van buitenlandse overheids- en niet-overheidsactoren; beveelt een passend veiligheidsonderzoek aan voor ambtenaren van het Parlement en fractiemedewerkers, alsook een beoordeling van situaties waarin een veiligheidsonderzoek noodzakelijk is voor geaccrediteerde parlementaire medewerkers die zich bezighouden met buitenlands beleid, veiligheid en defensie of handelsbeleid; verzoekt de nationale autoriteiten om bij aanvragen van veiligheidsmachtigingen aan EP-leden en -personeel en bij elke veiligheidsscreening in verband met de EU-instellingen procedures te volgen en een gemeenschappelijke termijn in acht te nemen; verzoekt de diensten van het Parlement doeltreffende monitoring- en toezichtsystemen op te zetten om buitenlandse inmenging op te sporen, en daarbij de vrije uitoefening van het mandaat van de leden van het Europees Parlement in acht te nemen;

16. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid en de regeringen en parlementen van de lidstaten.

Laatst bijgewerkt op: 7 februari 2024
Juridische mededeling - Privacybeleid