Terug naar het Europarl-portaal

Choisissez la langue de votre document :

 Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Debatten
Woensdag 15 december 1999 - Straatsburg Uitgave PB

13. Identificatie- en registratieregeling en etikettering van rundvlees en rundvleesproducten
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Aan de orde is het verslag (A5-0101/1999) van de heer Papayannakis, namens de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en consumentenbeleid, over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 820/97 van de Raad tot vaststelling van een identificatie- en registratieregeling voor runderen en inzake de etikettering van rundvlees en rundvleesproducten (COM(1999) 487 - C5-0241/1999 - 1999/0205(COD)).

Ik geef het woord aan de heer Goodwill voor een motie van orde.

 
  
MPphoto
 
 

  Goodwill (PPE-DE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil een motie van orde doen. Hoewel de vertegenwoordiger van de Raad hier vanavond niet aanwezig is, wil ik toch vragen of de Commissie of een vertegenwoordiger van het secretariaat van het Parlement op de hoogte is van de verslagen van een aantal persagentschappen die ik gezien heb. Volgens deze berichten heeft de Raad gisteren al beslist de vrijwillige regeling met 12 maand te verlengen, zodat de medebeslissingsprocedure omzeild wordt en dit debat en de stemming van morgen zinloos zijn.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Ik geef het woord aan de heer Graefe zu Baringdorf voor een motie van orde.

 
  
MPphoto
 
 

  Graefe zu Baringdorf (Verts/ALE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, ik had over hetzelfde vraagstuk het woord gevraagd. Ik ben het er absoluut niet mee eens dat het debat van vandaag en de stemming van morgen overbodig zijn geworden, integendeel! Namens de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling wil ik echter wel graag vernemen - en aangezien de Raad afwezig is, hoop ik dat commissaris Byrne mij voor het begin van het debat opheldering kan geven - hoe wij deze berichten en de voor ons liggende conclusies van de Raad moeten opvatten. Klaarblijkelijk heeft de Raad besloten niet in te stemmen met deze vereenvoudigde procedure - met dus aanneming van dit uitstel via medebeslissing - als wij de ontwerpverordening van de Commissie amenderen. In dat geval zou de Raad een ander, op de oude verordening 820 gebaseerd voorstel aannemen, waarin onder artikel 19 een toepassingsbepaling voorkomt op grond waarvan uitstel met een jaar mogelijk is. De Raad zou hebben besloten dat als de Commissie een dergelijk formeel voorstel doet, hij daarmee in zal stemmen.

Blijkbaar eet de Commissie hier van twee walletjes en daarom zou het ons ten zeerste interesseren, mijnheer Byrne, van u te vernemen of de Commissie, op het moment waarop wij midden in de medebeslissingsprocedure zitten, van plan is met een dergelijke tweesporige aanpak de medebeslissing te omzeilen. Daar loopt de mededeling aan de Raad in verband met een andere procedure immers op uit.

Ik wil graag van u vernemen of u dat gedrag van de Raad goedkeurt. Dat houdt namelijk in dat in medebeslissing alleen een vereenvoudigde procedure kan worden gevolgd als het Parlement van zijn recht op amendering van het Commissievoorstel aan de Raad afziet. Als wij namelijk wel gebruik maken van dat recht zullen wij achteraf moeten vaststellen dat wij uit de medebeslissingsprocedure zijn gewipt. Deze vraag wilden wij graag, mijnheer de commissaris, voor het debat opgehelderd zien. Het spijt mij dat ik mij door de afwezigheid van de Raad gedwongen zie mij tot u te wenden, maar wij wilden graag dat dit voor het debat en voor de stemming morgen werd opgehelderd. Ik herhaal, voor mij zijn het debat vanavond en de stemming morgen dringend noodzakelijk. Wat dat betreft ben ik het dus niet met de vorige spreker eens. Dit moet echter wel, zoals hij ook zei, worden opgehelderd.

 
  
MPphoto
 
 

  Byrne, Commissie. - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik weet niet zeker wat op dit moment van mij verlangd wordt. Als u en de geachte afgevaardigden dat wensen, kan ik het hebben over de kwesties waarvoor ik hier aanwezig ben, of wil ik zo goed mogelijk trachten te antwoorden op de vragen die de twee vorige sprekers mij gesteld hebben over de kwesties die gisteren in de Raad behandeld werden. Zoals de heer Graefe zu Baringdorf heel terecht zegt, ben ik hier niet om namens de Raad te antwoorden, maar ik wil het Parlement graag zoveel mogelijk helpen.

Ik heb hier de tekst met de conclusies die het voorzitterschap gisteren voorstelde. Vóór ik het document voorlees, wil ik er wel op wijzen dat dit eigenlijk een politieke krachtlijn is die de Raad gisteren heeft goedgekeurd. De Raad erkent dat deze kwestie vandaag in het Parlement besproken wordt. Hij stelt alle beslissingen terzake dan ook uit tot na de behandeling door het Parlement. De kwestie zal vóór het einde van het jaar in een van de Raden behandeld worden en hierbij zal rekening gehouden worden met het besluit dat het Parlement vandaag neemt. Als ik het Parlement hiermee van dienst kan zijn, wil ik dit document graag voorlezen, ook al bevat het veeleer een politieke krachtlijn dan een conclusie of een besluit van de Raad van gisteren.

Na de bespreking van het Commissievoorstel om de invoering van een regeling voor verplichte etikettering van rundvlees met één jaar uit te stellen (van 1 januari 2000 tot 31 december 2000) en om voor deze periode de regeling voor facultatieve etikettering waarin verordening (EG) nr. 820/97 voorziet te verlengen, nam de Raad met gekwalificeerde meerderheid van stemmen de volgende conclusies aan:

(1) De Raad heeft overeenstemming bereikt over de volgende gemeenschappelijke beleidslijn: het Commissievoorstel is aanvaardbaar, met als enige wijziging dat naast artikel 152, lid 4, onder b), ook artikel 37 als rechtsgrondslag wordt genoemd;

(2) Indien het door het Europees Parlement tijdens de eerste lezing in het kader van de medebeslissingsprocedure uitgebrachte advies strookt met bovengenoemde gemeenschappelijke beleidslijn, aanvaardt de Raad deze uitkomst en zal hij de voorgestelde tekst in de aldus gewijzigde vorm aannemen;

(3) In het andere geval kan de wetgevingstekst niet vóór 31 december 1999 worden aangenomen;

(4) De Raad neemt er nota van dat de Commissie voornemens is in dat geval een voorstel in te dienen waarmee hetzelfde wordt beoogd, maar dat gebaseerd is op artikel 19, lid 1, van verordening (EG) nr. 820/97;

(5) De Raad heeft zich gebogen over een daartoe door de Commissiediensten opgesteld werkdocument en vastgesteld dat een grote meerderheid zich inhoudelijk met de tekst kan verenigen;

(6) Mocht de Commissie een officieel voorstel voor een verordening van de Raad indienen dat overeenstemt met de tekst van het werkdocument dat de steun van de Raad heeft gekregen, dan zal de Raad die voorgestelde verordening vóór 31 december 1999 aannemen;

(7) De Raad zal al het mogelijke doen om zo spoedig mogelijk, in samenwerking met het Europees Parlement, een besluit over de etiketteringsregel te nemen.

Dit zijn de grote lijnen die de Landbouwraad gisteren heeft goedgekeurd. Uit eerbied voor het debat dat vandaag in het Europees Parlement wordt gehouden, heeft de Raad geen beslissing genomen; de beslissing ligt morgen dan ook bij het Parlement.

 
  
MPphoto
 
 

  Papayannakis (GUE/NGL), rapporteur. - (EL) Mijnheer de Voorzitter, nu commissaris Byrne die tekst heeft voorgelezen - die ook ik hier voor mij heb liggen - heeft dit debat inderdaad niet veel zin meer. Mijnheer Byrne, het is niet waar dat de Raad geen besluit heeft genomen. De Raad heeft wel degelijk een besluit genomen, namelijk uitstel met een jaar. Dat zegt hij zelf. De Raad heeft dit besluit genomen omdat het wist dat de Commissie - u dus - hem een andere oplossing aan de hand zou doen, een oplossing die wij niet kennen. U kent die oplossing en de Raad weet dat u hem die oplossing zult voorleggen. Het zal trouwens niet eens zo'n slechte oplossing zijn en de Raad zal deze dan voor 31 december zonder medebeslissing kunnen aannemen. Ook dat is een besluit van de Raad en dus houdt u ons voor de gek.

Desalniettemin moet ik nu, waarde collega's, mijn verslag inleiden. In 1997 hebben wij verordening 820 goedgekeurd. Daarin was sprake van identificatie en registratie van runderen. Wij zaten toen midden in de gekkekoeiencrisis. Deze verordening trad in werking op 1 juli 1997 en behelsde voorschriften voor de etikettering van vlees en vleesproducten. Etikettering is nog vrijwillig tot 31 december 1999 en zou vanaf 1 januari 2000 verplicht moeten worden. Voor de duidelijkheid wil ik hierbij aantekenen dat het vrijwillige systeem van een bepaalde lidstaat niet automatisch wordt vervangen door het algemene, verplichte stelsel voor heel de Unie. Voor de overgang van het vrijwillige naar het verplichte stelsel moeten algemene uitvoeringsbepalingen worden uitgevaardigd. Dat was de taak van de Commissie en deze bepalingen hadden voor 1 januari 2000 moeten zijn aangenomen. Tot op heden is echter niets aangenomen. Dus hebben wij vanaf 1 januari 2000 een soort juridisch vacuüm, een chaotische situatie en een hoop verwarring op de markt. Hoe heeft het zover kunnen komen? De lidstaten hebben de verslagen die zij voor de Commissie moesten maken, te laat ingestuurd en de Commissie heeft haar werk niet gedaan. Nu is de Commissie op 15 november bij ons gekomen met het verhaal: "Wij hebben deze zaak niet kunnen afronden en willen graag uitstel". Maar, voegt zij er aan toe, daarvoor is wel een nieuwe rechtsgrondslag van toepassing, namelijk artikel 152 van het Verdrag. Zo hoort het trouwens ook na het Verdrag van Amsterdam.

Deze ontwikkeling brengt het Parlement in een heel moeilijk parket. Of wij aanvaarden wat de Commissie ons zegt en stemmen in met uitstel van een jaar, en dan gaan wij daarna via de medebeslissing een besluit nemen over de uitvoeringsbepalingen, of wij gaan dit voorstel amenderen en dan gaat de Raad ons zeggen dat hij deze amendementen niet overneemt. Dat heeft de Raad nu al aangekondigd. Als deze amendementen niet worden overgenomen, hebben wij dus opnieuw problemen. Goed, wat hebben wij nu in de milieucommissie gedaan? Wij hebben natuurlijk kritiek gespuid en volgens mij moeten wij de Raad en de Commissie ongenadig de waarheid zeggen. Wij gaan niet akkoord met uitstel van een jaar. Voor ons kan hoogstens met acht maanden worden uitgesteld. Dat betekent dat er amendementen moeten komen van de milieucommissie. Eerlijk gezegd, als puntje bij paaltje komt, zijn wij het niet oneens met omzeiling van de medebeslissing. Wij willen evenmin tijd verliezen en deze regeling zo snel mogelijk verplicht laten worden. Wij hebben echter gezien wat de Raad doet. De Raad gaat er bij voorbaat van uit dat dit alles onmogelijk is. De Raad zegt nu al dat hij op uitstel met een jaar afstevent en wacht gewoon het voorstel af dat de Commissie kant en klaar op zak heeft. Daarmee zijn dan de toepassingsproblemen de wereld uit.

Mijnheer de Voorzitter, wij zitten behoorlijk klem. Geen enkele van de voorgestelde procedures biedt ons enige garantie voor een versnelde verplichte toepassing van de etikettering. Ik neem aan dat de Raad binnenkort een buitengewone vergadering zal beleggen - waarschijnlijk nog voor Kerstmis - en iets zal ondernemen om een juridisch vacuüm, chaos en onduidelijkheid te voorkomen. De medebeslissing wordt echter aan de dijk gezet en misschien gaan wij daarbij zelf niet helemaal vrijuit. Daarom is er echt geen wilde fantasie nodig om te voorspellen dat wij misschien zelfs naar het Hof van Justitie zullen stappen. Het gaat hierbij immers om duidelijke overtredingen van de wetgeving.

Persoonlijk ben ik van mening dat wij geen enkele garantie hebben voor versnelling in deze zaak. Ik wil echter een lans breken voor de oplossing van de milieucommissie. Ik hoop dat wij, zij het dan met een betwistbare methode, kunnen zorgen voor een snelle toepassing van de verplichte etikettering. Vandaag nog hebben wij gezien hoe belangrijk deze is voor de oplossing van de conflicten tussen de lidstaten, en hoe belangrijk deze is voor de consumentenbescherming die ons natuurlijk het meest aan het hart ligt. Als wij echter moeten vaststellen dat zelfs met deze twijfelachtige methode een snelle oplossing niet mogelijk is, zullen wij wel naar het Hof moeten gaan, mits natuurlijk de meerderheid in dit Parlement de politieke moed en vastberadenheid heeft om daaraan mee te doen.

 
  
MPphoto
 
 

  Kindermann (PSE), rapporteur voor advies van de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling. - (DE) Mijnheer de Voorzitter, waarde collega's, reeds in februari 1997 hebben wij ons hier in de plenaire vergadering beziggehouden met de etikettering van rundvlees. Toen hebben wij als Parlement gezegd dat er onmiddellijk een verplicht etiketteringssysteem moest komen. De Raad besloot toen echter het voorlopig bij een facultatieve etikettering te houden en pas vanaf januari 2000 een verplicht stelsel in te voeren. Nu vraagt men ons in te stemmen met een nieuw uitstel van één jaar, omdat er vertraging is opgetreden bij de omzetting van de reeds geldige verordening 820/97. Voor deze vertraging zijn enkel en alleen de lidstaten, respectievelijk de Commissie verantwoordelijk.

De Commissie zegt dat de vertraging te wijten is aan te late ontvangst van de voortgangsverslagen van de lidstaten, op grond waarvan zij de algemene bepalingen voor een verplicht systeem moet uitwerken. Ons inziens zijn de Commissie en de lidstaten niet consequent genoeg geweest in hun pogingen het verplichte etiketteringssysteem voor rundvlees tijdig toe te passen. De Commissie moet zich echter wel de vraag laten welgevallen waarom zij de lidstaten niet eerder op het matje heeft geroepen. De lidstaten waren immers verplicht ervoor te zorgen dat voor 31 december van dit jaar de voorwaarden voor een waterdicht oorsprongsbewijs van runderen waren gegeven en hun elektronische databanken volledig bedrijfsklaar waren.

Verder schermt de Commissie met het argument dat de bij indiening van haar voorstel ontstane vertraging te wijten is aan het feit dat het Hof van Justitie nog geen besluit genomen heeft in de tegen de Raad aangespannen zaak met betrekking tot de rechtsgrondslag van verordening 820/97. Dit argument gaat echter niet op. Ook indien wij reeds een arrest hadden gehad, zou het heel erg moeilijk geweest zijn een medebeslissingsprocedure in deze zaak volledig af te ronden.

Wij kunnen niet zonder meer akkoord gaan met uitstel van nog eens een jaar. Misschien worden wij dan volgend jaar om deze tijd opnieuw gedwongen in te stemmen met uitstel, omdat bepaalde lidstaten hun huiswerk nog niet af hebben. Wij geven de lidstaten nog acht maanden de tijd om hun verzuim goed te maken. Vanaf 1 september 2000 moeten wij echter definitief een verplicht etiketteringssysteem hebben voor al degenen die rundvlees op de markt brengen. Dan heeft ook de Commissie de tijd om met de uitvoeringsbepalingen voor een verplicht systeem op de proppen te komen. Gelijktijdig zullen dan het Europees Parlement en de Raad via een medebeslissingsprocedure een nieuwe versie van verordening 820/97 kunnen afspreken. Deze procedure stelt ons in staat het verplichte systeem eerder in te voeren dan de Commissie in haar voorstel plant en biedt alle betrokkenen voldoende tijd om een duurzame en bevredigende oplossing te vinden.

Tot slot wil ik nogmaals alle collega's van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en consumentenbeleid hartelijk bedanken voor het feit dat zij rekening hebben gehouden met de door de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling ingediende amendementen. Mijns inziens is het wel degelijk belangrijk dat het Europees Parlement bij dit cruciale vraagstuk voor de consumenten met één stem spreekt en een duidelijk signaal geeft. Ook dank ik alle medewerkers en het secretariaat voor hun opofferingsgezindheid en hun snelle werk.

 
  
MPphoto
 
 

  Goodwill (PPE-DE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, de laatste decennia van deze eeuw werden gekenmerkt door een reeks voedselcrises. Onze terechte bezorgdheid wordt vaak buitensporig opgeblazen omdat de media hier een vette kluif in zien en de feiten zelden boven een goed verhaal primeren. Misschien hebben wij onvoldoende journalisten met een wetenschappelijke achtergrond die bijvoorbeeld de risico's kunnen inschatten, of misschien zijn, zoals ik vermoed, sensationele koppen op de voorpagina, zodat de krant goed verkoopt, belangrijker dan het verstrekken van informatie aan de consument zodat die oordeelkundig inkopen kan doen.

Etikettering is een belangrijk middel om deze verkeerde informatie te weerleggen. Men kan natuurlijk te ver gaan en te veel technische inlichtingen geven die meer verwarring zaaien dan informatie geven. Ik hoop dat wij, wanneer wij deze en andere richtlijnen in detail bestuderen, oog hebben voor de moeder die met twee of drie lastige kinderen inkopen doet in het grote warenhuis. Zij heeft geen tijd om een gedetailleerd etiket te lezen. Zij moet in een oogopslag en op een eenvoudige en duidelijke manier de herkomst, de productiemethode en andere gegevens kunnen lezen.

Momenteel is de etikettering van voedingsproducten in het beste geval vaag en in het slechtste geval doelbewust misleidend. Zo zouden we bijvoorbeeld kunnen denken dat spek waarop vermeld wordt dat het in Groot-Brittannië verpakt is, in Groot-Brittannië en volgens onze strengste welzijnsnormen geproduceerd is, maar dat is niet zo. Shepherd's pie met de vermelding "Brits product" kan rundvlees uit Botswana, Zimbabwe of eender welk ander land ter wereld bevatten. Dat kan niet. Etiketteringsregels moeten iets aan deze problemen doen.

Dan wil ik het vervolgens hebben over de huidige onaanvaardbare situatie en de verlenging van het vrijwillige etiketteringssysteem voor rundvlees. Hoe zou de Europese Unie reageren als een onderneming in plaats van een land een wetgeving die andere ondernemingen wel naleven, aan haar laars zou lappen? Uiteraard zouden alle wettelijke middelen aangewend worden. Twaalf van de vijftien lidstaten hebben geen vrijwillig etiketteringssysteem voor rundvlees ingevoerd en kunnen in januari dan ook geen verplichte regeling invoeren. De Commissie legt de schuld bij de lidstaten omdat zij de Commissie niet hebben meegedeeld dat zij niets ondernamen, zodat de geëigende democratische procedures op gang gebracht konden worden. De Commissie had evenwel op de hoogte moeten zijn van de situatie en ik ben er zeker van dat de Commissie na enkele telefoontjes volledig op de hoogte geweest zou zijn. Hoewel zowel de landbouw- als de milieucommissie van dit Parlement verzocht werden deze verlenging te bespreken, heeft de Raad beslist geen rekening te houden met dit Parlement en de rechtsgrond voor dit besluit te wijzigen, ook al waren de ingediende amendementen zinvol en redelijk en hadden ze aanvaard kunnen worden in het kader van de medebeslissingsprocedure. Dit is een belediging voor de leden van het Europees Parlement.

Tenslotte is het heel belangrijk dat de consument weet waar het rundvlees dat hij eet, vandaan komt. In het licht van de BSE-crisis moeten we ervoor zorgen dat de consument gemakkelijk het veiligste rundvlees kan herkennen, en dat is natuurlijk Brits rundvlees.

Mag ik commissaris Byrne tevens met aandrang verzoeken om een regeling voor de schadeloosstelling van Britse rundvleesproducenten die het slachtoffer zijn van het onwettig optreden van de Franse regering? De kosten van deze regeling kunnen later op de Fransen verhaald worden, wanneer zij de rechtszaak verliezen, hetgeen overigens als een paal boven water staat. De Britse landbouwers hebben nu steun nodig en hebben niets aan de belofte dat ze later vergoed zullen worden, want dan zullen sommigen al failliet zijn en zal de hulp te laat komen.

 
  
MPphoto
 
 

  Whitehead (PSE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, wij hebben het vandaag voor de tweede maal over de ernstige crisis in de rundvleessector, over de veiligheid van rundvlees en het wettelijk verkeer ervan in de Europese Unie. Wij zijn er allen van overtuigd dat de maatregelen die de Commissie al in 1997 beloofde, nodig zijn. Deze maatregelen zijn in het bijzonder nodig in het licht van de crisis die we momenteel doormaken. De identificatie van rundvleesproducten en de zekerheid dat ze veilig zijn, zijn niet alleen de inzet van het geschil tussen Frankrijk en de Europese Unie, maar ook van de aandacht die de landbouw- en de milieucommissie de afgelopen twee jaar aan voedselveiligheid besteed hebben.

Ik wil de heer Papayannakis feliciteren met het geduld dat hij de jongste weken betoond heeft. Wij maken ons allen zorgen over het kennelijke fait accompli in de verklaring van de Raad. Dit debat vindt in een wetgevend vacuüm plaats als we geen amendementen kunnen indienen. Verordening nr. 820/97 zinkt weg in het moeras van halfnageleefde vrijwillige regelingen en wij hebben niet onmiddellijk uitzicht op de verplichte regeling die, zoals iedereen in dit Parlement wel weet, nodig is. Dat is deels te wijten aan de inertie van de lidstaten, maar ook de Commissie treft schuld. Deze feiten gaan terug tot de periode lang vóór de heer Byrne commissaris werd. Aangezien hij de boel moet opruimen, willen wij evenwel van hem vernemen hoe hij dat denkt te doen.

De amendementen van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en consumentenbeleid beogen hier iets aan te doen en willen dat de verplichte regeling met ten hoogste acht maanden wordt uitgesteld. Met een aantal van onze amendementen verduidelijken en versterken wij artikel 152 als rechtsgrond.

De Raad dringt erop aan dat artikel 37 aan de rechtsgrond wordt toegevoegd. Deze kwestie past ongetwijfeld in het kader van de volksgezondheid en consumentenbescherming. Ik wil van commissaris Byrne horen dat hij al wat artikel 152 inhoudt nadat het aan het Verdrag was toegevoegd, zal verdedigen. Dit artikel geeft ons het recht tussenbeide te komen en om in het kader van de medebeslissingsprocedure geraadpleegd en hierbij betrokken te worden. Dat recht, dat het Parlement nog maar net na Amsterdam gekregen heeft, wordt ons nu afgenomen. Dat was de cri de coeur van de heer Papayannakis tijdens de gehele duur van onze besprekingen in de milieucommissie. Het is een echte schande dat het Parlement een week voor Kerstmis bijna leeg is nu een verordening behandeld wordt waarvan niemand weet wanneer of hoe ze in werking zal treden. De Raad behandelt ons afstandelijk en neerbuigend. Mijns inziens kan dat niet, en ik denk dat de heer Byrne het met mij eens is.

 
  
MPphoto
 
 

  Busk (ELDR). - (DA) Mijnheer de Voorzitter, het is moreel verwerpelijk en totaal onaanvaardbaar dat de EU-Commissie weigert in te gaan op de gerechtvaardigde eis van de consumenten om te weten waar de voedingsmiddelen die ze eten, vandaan komen. Het Europees Parlement moet de druk verhogen en ervoor zorgen dat de etikettering van rundvlees en de registratie van vee in alle EU-landen gebeurt. De regeringen van de lidstaten hebben reeds in 1997 in de Raad besloten dit te doen. Het is helaas slechts in enkele landen gebeurd en in een aantal andere landen is van de tenuitvoerlegging van deze beslissing nog niets terechtgekomen. Men is er zelfs nog niet begonnen het etiketteringssysteem op te bouwen.

Voor de liberale fractie is het van doorslaggevend belang dat het vertrouwen van de consumenten niet geschaad wordt, dat de volksgezondheid beschermd wordt en dat de kwaliteit van de levensmiddelen hoog is. Daarom is het totaal onaanvaardbaar dat de Commissie dit belangrijk gebied niet geregeld heeft. De consumenten moeten erop kunnen vertrouwen dat het rundvlees dat zij kopen, van goede kwaliteit is en dat is alleen mogelijk als men het dier vanaf zijn geboorte kan volgen totdat het als vlees op tafel komt. Met andere woorden, zowel het land van oorsprong als het land waar het dier geslacht wordt, de slachterij en de plaats waar het vlees versneden wordt, moeten bekend zijn.

Het voorstel van de Commissie inzake uitstel voor de verplichte etikettering en registratie is onaanvaardbaar. Wij kunnen het advies van de heer Heinz Kindermann steunen en bovendien verwachten wij dat er minstens 15 miljoen voor dit doel worden uitgetrokken, want het is hoog tijd dat deze dingen geregeld worden.

 
  
MPphoto
 
 

  Graefe zu Baringdorf (Verts/ALE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer Byrne, u hebt ons hier het besluit van de Raad medegedeeld. Ik ben het met u eens dat dit eigenlijk de taak van de Raad zelf was. Ik wilde echter terugkomen op punt zeven. Daar staat dat samen met het Parlement zo snel mogelijk een besluit moet worden genomen over etikettering. Voor mij is dat cynisch, want met dit document is het Europees Parlement juist weer uit de medebeslissing gewipt. Hetzelfde hebben wij ook in 1997 meegemaakt. Toen had de Commissie ons een voorstel gedaan voor medebeslissing. Wij hebben ons toen echt ingespannen en uiteindelijk vastgesteld dat de Raad het voorstel eenparig verwierp en zonder het Parlement besloot.

Nu heeft de Raad de verantwoordelijkheid op zich genomen. De Raad heeft echter verzuimd dat te doen waartoe hij overeenkomstig artikel 19 verplicht was, namelijk uitvoeringsbepalingen uit te vaardigen voor 1 januari 2000. Toen wees men het Parlement opnieuw op zijn plicht. Wij hebben onze plicht ook gedaan. Zonder mopperen en zonder talmen zijn wij aan de slag gegaan. Wij hebben gewoon de handen uit de mouw gestoken. Ik wil in dit verband de heer Papayannakis als rapporteur, de heer Kindermann als rapporteur voor advies van de landbouwcommissie en eveneens de administratie en de Juridische Dienst van harte bedanken voor hun werk. Allen hebben hun beste beentje voor gezet! Wij hadden een goede coördinatie tussen de landbouw- en de milieucommissie. Wij hebben onderhandeld met de Commissie en altijd open kaart gespeeld. Wij hebben gezegd: "Prima, wij doen mee", en wat is het resultaat? Men zet ons voor het blok en zegt ons: kiezen of delen. Men zegt ons dat als wij bij deze procedure betrokken willen zijn, wij over de inhoud de mond moeten houden, en dat als wij dat niet doen, onze voorstellen niet worden overgenomen.

Mijnheer Byrne, u zei zojuist dat het nu aan het Parlement is een besluit te nemen. U bedoelt echter dat alles in orde zal komen, als wij dat overnemen wat u hebt ingediend. Als wij echter amendementen opstellen, gegronde amendementen waar wij echt veel moeite voor hebben gedaan, gaat u zonder ons besluiten. De Raad bruuskeert aldus het Parlement op een wijze die voor ons absoluut niet door de beugel kan.

Dan wil ik nog een opmerking maken over de rol van de Commissie. De Commissie zei ons: "Er is geen tijd meer voor uitvoeringsbepalingen, geef ons ruimte" Wij geven ruimte en wat is dan het resultaat? Aangezien de manier waarop wij dit hebben veranderd u klaarblijkelijk niet bevalt, zet u de volgende stap: u voert het verplicht systeem in op grond van artikel 19, maar verlengt tegelijkertijd de vrijwilligheid met één jaar. Op die manier zet u het Parlement buiten spel. Ook dat is een onheuse bejegening van het Parlement en ook dat is voor ons onaanvaardbaar. Volgens ons biedt artikel 19 trouwens juridisch niet de mogelijkheid van een verschuiving. Wij bevinden ons in een op het besluit van 1997 gebaseerde procedure en wij zullen elkaar hoogstwaarschijnlijk weer terugzien in een procedure overeenkomstig het huidige besluit. U had daarentegen samen met ons, in het belang van de consumenten, een tijdschema moeten uitwerken voor een verstandige en tijdige toepassing van het verplichte etiketteringssysteem.

 
  
MPphoto
 
 

  Hyland (UEN). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil graag van de gelegenheid gebruik maken om een korte bijdrage aan dit debat te leveren. Ik wil in de eerste plaats zeggen dat een snelle en bevredigende oplossing van de controverse rond de voedselveiligheid uiterst belangrijk is voor de consumenten, onze landbouwers en de voedingsindustrie zelf.

De landbouwers hebben al miljoenen ponden verloren als gevolg van de BSE-crisis en de crisis heeft voor verwarring en verbijstering bij de consument gezorgd. Ik wil niets afdoen aan de ernst van de situatie, maar mijns inziens waren de gevolgen voor het consumentenvertrouwen veel erger dan de eigenlijke risico's voor de volksgezondheid. Wij moeten dan ook alle twijfels wegnemen over de veiligheid van alle voeding, ook van rundvlees, via een geloofwaardig en volledig transparant programma voor het opsporen van problemen. Dit kan niet langer uitgesteld worden, en het Parlement moet druk blijven uitoefenen op de Raad en de lidstaten opdat zij onze herziene voedingswetgeving volledig naleven.

Men is overeengekomen dat de aanbevelingen van het wetenschappelijk comité de grondslag zullen vormen voor alle besluiten met betrekking tot de volksgezondheid in de voedselproductie. Zoniet wordt wat nu een prioritaire kwestie in de Europese Unie is mijns inziens nodeloos gepolitiseerd, en dat zal zeker niet helpen om het vertrouwen van consumenten en landbouwers te herstellen. Ik woonde vandaag al een ander debat over deze kwestie bij en wij moeten ons de vraag stellen of het Parlement het wel eens is over het basisbeginsel dat de aanbevelingen van het wetenschappelijk comité als uitgangspunt genomen worden.

Uit het oogpunt van de consument is etikettering natuurlijk een deel van de oplossing voor dit probleem. Zoals hier al vaak gezegd is, moet het etiket duidelijk en begrijpelijk zijn. Het is evenwel niet de oplossing voor het aspect van de volksgezondheid in de voedselproductie.

Naar mijn mening kunnen onze landbouwers - en ik wil zeggen, in het bijzonder de Ierse landbouwers - moeiteloos uitstekende en uiterst veilige producten afleveren. Zij dienen in vele opzichten als zondebok in de huidige controverse en betalen ongetwijfeld een hoge prijs voor een crisis waarvoor zij zelf niet rechtstreeks verantwoordelijk zijn.

Ik verheug mij ten zeerste over de leiderscapaciteiten waarvan de nieuwe commissaris, de heer Byrne, blijk geeft, alsmede over zijn inzet voor de oprichting van een communautair agentschap voor de voedselveiligheid. Mijnheer de commissaris, ik weet dat u al het mogelijke doet om dit voorstel zo snel mogelijk te verwezenlijken en het is heel belangrijk dat u dat doet.

Mijns inziens beschikt het Europees landbouwmodel, dat gebaseerd is op gezinsbedrijven, over de nodige infrastructuur om onze consumenten kwaliteit en keuze te bieden. Wij hebben dit bijzondere concept van ons landbouwmodel al besproken in onze landbouwcommissie en het Parlement en wij zijn het hier allen over eens. We vinden het ook terug in de voorstellen van Agenda 2000.

Ik wil erop wijzen dat wij ons er in ons streven om de consument te beschermen, voor moeten hoeden deze sector, die in staat is een ruime waaier van uitstekende producten af te leveren, teveel te reguleren. Naar mijn mening is het uitstekende rund-, schapen- en varkensvlees dat de Europese landbouwers produceren van ongeëvenaarde kwaliteit. Dat moet ook klaar en duidelijk blijken in de handelsbesprekingen die nog moeten beginnen in Seattle, aangezien onze handelsconcurrenten er alle belang bij hebben onze inspanningen om voor een gezonde en concurrerende landbouw en voedselproductie te zorgen, te dwarsbomen.

 
  
MPphoto
 
 

  Keppelhoff-Wiechert (PPE-DE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, wij spreken hier niet over de inhoudelijke aspecten van de rundvleesetikettering, maar over het tijdschema. Wij spreken hier echter ook over de handelwijze van de Raad en het gedrag en het standpunt van de Commissie. De Commissie heeft ons twee voorstellen gedaan voor de etikettering van rundvlees. Zij heeft ten eerste voorgesteld de etikettering van rundvlees in de lidstaten vanaf 1 januari 2001 verplicht te stellen en ten tweede bij wijze van overgang tot 31 december 2000 vrijwillige etikettering toe te staan.

Wij moeten het belang van de consumenten voor ogen houden en derhalve het door de Commissie ingediende tijdschema van de hand wijzen. De heer Kindermann heeft mijns inziens een overtuigend tijdschema ingediend. Het Parlement moet instemmen met vrijwillige etikettering tot 31 augustus 2000. Het verplichte stelsel moet zo snel mogelijk worden ingevoerd. Alleen zo kunnen wij de verontruste consumenten een duidelijk signaal geven. Het is onaanvaardbaar dat nog steeds de langzaamste schakel van de keten het tijdschema bepaalt. Het is mijns inziens eveneens onaanvaardbaar dat de nieuwe Commissie zich blijft verstoppen achter de oude vertragingstactiek. De bij de omzetting opgetreden vertraging is alleen te wijten aan de Commissie en bepaalde lidstaten. Met andere woorden, als de Commissie tijdig iets had ondernomen, was deze hele manier van doen niet noodzakelijk geweest. Daar komt nog bij dat overeenkomstig verordening 820/97 het verplichte systeem wel degelijk voor 1 januari 2000 moet worden ingevoerd. De Commissie zegt dat de vertraging te wijten is aan de te late indiening door de lidstaten van de noodzakelijke verslagen over de toepassing van etiketteringsystemen. Ik vraag mij werkelijk af of de modelleerlingen onder de lidstaten weer de dupe moeten worden.

Wij mogen dit kat-en-muisspelletje van de Commissie niet langer dulden. U moet wel beseffen, mijnheer Byrne, dat wij ons dergelijke allures niet veroorloven kunnen. U moet rekening houden met het feit dat wij deze zaak echt via de medebeslissingsprocedure willen regelen. Daarbij moeten de belangen van de consumenten op de voorgrond staan. Daarom moeten wij mijns inziens morgen tijdens de stemming het door de heer Kindermann voorgestelde tijdschema steunen. Wij kunnen daarmee de verontruste consumenten werkelijk een signaal geven. Laten wij niet vergeten dat wij hier zitten als vertegenwoordigers van de burgers en dus ook door consumenten worden gekozen. Juist wij afgevaardigden moeten ons telkens weer voor de burgers verantwoorden en ik heb de indruk dat de Raad inmiddels ver van de burgers verwijderd is geraakt.

 
  
MPphoto
 
 

  Izquierdo Rojo (PSE). - (ES) Mijnheer de Voorzitter, het Europees Parlement is voor deze maatregelen, en heeft ook laten zien dat het ervoor is flexibel te werk te gaan zodat deze maatregelen doeltreffend kunnen worden toegepast. Maar het Europees Parlement is ertegen dat termijnen als excuus worden gebruikt om ervoor te zorgen dat deze maatregelen nooit zullen worden uitgevoerd.

De manier waarop de Raad om de zaak heen draait en geheimzinnig doet tegenover het Parlement, mijnheer de Voorzitter, doet steeds sterker vermoeden dat dit inderdaad de bedoeling is.

Ik deel noch de euforie van degenen die denken dat etikettering een einde zal maken aan de fraude met levensmiddelen, noch de vrees van degenen die denken dat deze maatregel neerkomt op renationalisering. Ik denk dat het gewoon een maatregel is om consumenten beter te informeren. En dat is al heel wat, mijnheer de Voorzitter, op een moment waarop het vertrouwen in de voedselveiligheid in de EU is uitgehold.

Wij concluderen daarom dat de Raad de plank faliekant heeft misgeslagen, en dat hij zich zo spoedig mogelijk moet beteren.

 
  
MPphoto
 
 

  Staes (Verts/ALE). - Voorzitter, geachte collega's, geachte heer commissaris, vorige week nog vond aan de Gentse universiteit de jaarlijkse studiedag plaats van de BAMST. BAMST staat voor Belgian Association for Meat Science and Technology. Het thema deze keer was traceerbaarheid, een middel tot kwaliteitsgarantie van vlees en vleesproducten. Professor Jan Van Hoof gaf er een duidelijk overzicht van de toestand in België op het vlak van de traceerbaarheid van vlees en het mag gezegd: uit de Belgische federatie komt eindelijk ook eens goed nieuws. Samen met Frankrijk en Finland zijn wij het enige land dat klaar is met de uitvoering van voorliggende richtlijn. Wat de Raad en de Commissie ons echter vandaag proberen voor te schotelen, tart elke verbeelding. Ik steun de opmerkingen van al diegenen die reeds in het debat zijn tussengekomen. Terecht zorgt dit gezamenlijk verzet van onze commissies landbouw en leefmilieu ervoor dat wij hier een stop willen zetten aan de voorstellen van de Commissie. Drie jaar uitstel voor een verplichte regeling is voor ons onaanvaardbaar. Ook één jaar is dat. Het weze duidelijk: wij willen de verplichte regeling per 1 september. De Raad weze gewaarschuwd. Desnoods gaan we naar het Hof van Justitie. Dit is een schending van het gemeenschapsrecht, dit is een grove belediging. Ik roep dan ook alle collega's op het verslag van rapporteur Papayannakis integraal goed te keuren. We zullen deze zaak hard spelen. We willen immers de verplichte etikettering gebruiken als één van de wapens in handen van diegenen die het vertrouwen van de consument in het vlees willen herstellen. Dat gebeurt beter vroeger dan laat.

 
  
MPphoto
 
 

  Daul (PPE-DE). - (FR) Mijnheer de Voorzitter, ik spreek hier als laatste afgevaardigde over dit vraagstuk, dus ik zal niet herhalen wat de anderen reeds gezegd hebben. We zijn vanavond maar met een klein gezelschap. Ik wil van de gelegenheid gebruik maken om mijn Engelse collega te antwoorden, zonder met hem in een polemisch debat te treden.

Ik heb hier al laten weten dat de Britse en Ierse veehouders het moeilijk hebben. We moeten ze de helpende hand toesteken. We moeten samen de rekening opmaken en bepalen wie er voor de kosten moet opdraaien. Als Frankrijk moet betalen – misschien dat de rechtbank hiertoe besluit – zullen de politici hun verantwoordelijkheden niet uit de weg mogen gaan. Maar ook zij die de regels voor de verwerking van diermeel met voeten getreden hebben en ons in deze situatie gebracht hebben, moeten betalen. Laten we hen niet vergeten!

Mijnheer de commissaris, mijn wens is dat de politieke toezeggingen van 1997 niet ter discussie worden gesteld. Waarom komt de Raad op zijn besluiten terug? Welke belangengroepen zitten hierachter? Als ik kijk naar wat er zich in de vleessector in heel Europa heeft afgespeeld en zich elders nog altijd afspeelt, dan rijzen er bij mij enkele vragen. Heeft de Raad zich door belangengroepen laten leiden bij het terugdraaien van de maatregelen inzake de etikettering die in de sector zijn genomen ten gunste van de consument? Vormt dit de verklaring?

Kunt u ons zeggen, mijnheer de commissaris, welke voorstellen u de Raad gedaan hebt? Als ik mij niet vergis komt de Commissie bij discussies zoals die van gisteren gewoonlijk met voorstellen voor de Raad.

Hoe moet de burger deze stap terug interpreteren? Waarom verwerpt de Raad het voorstel van het Parlement? Het gaat hier zeker niet om budgettaire maatregelen. Ik denk dat de Raad geen bezwaar heeft tegen hetgeen er over de slachtplaats en de traceerbaarheidscode is gezegd. Ik denk dat de Raad hiertoe zelf zijn verantwoordelijkheden op zich zal nemen. Ik ben het met de sprekers van vandaag eens dat het Parlement van zich moet laten horen. Ik reken er overigens ook op, mijnheer de commissaris, dat u dit Parlement niet teleurstelt en nog voor de eeuwwisseling actie onderneemt en de Raad van mening doet veranderen. Dat zou een mooi eindejaarscadeau voor dit Parlement zijn.

Het tweede punt waarop ik uw aandacht voor het begin van het jaar 2000 wil richten is het volgende. We mogen volgend jaar niet, zoals dit jaar het geval was, pas in november of december met een definitieve verordening komen op basis waarvan een zo spoedig mogelijke toepassing mogelijk wordt. In zijn uitstekende verslag verwijst de heer Papayannakis hier overigens naar.

 
  
MPphoto
 
 

  Byrne, Commissie. - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil mij allereerst verontschuldigen omdat ik vanmiddag te laat was. De vlucht van vanmorgen was jammer genoeg afgelast wegens het slechte weer in Brussel en ik kon dan ook niet persoonlijk aanwezig zijn om het Parlement de stand van zaken inzake BSE te geven. Ik weet dat als gevolg hiervan de agenda van het Parlement gewijzigd is zodat dit belangrijke debat laat op de avond plaatsvindt. Ik ben op de hoogte van al het werk dat de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en consumentenbeleid en de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling inzake dit voorstel geleverd hebben. Ik wil de rapporteur, de heer Papayannakis, en de rapporteur voor advies van de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling, de heer Kindermann, feliciteren.

Het gaat hier om het voorstel van de Commissie om de bestaande vrijwillige etiketteringsregeling waarin verordening (EG) nr. 820/97 voorziet met een jaar te verlengen. Ik ben mij er terdege van bewust dat het Parlement het ten zeerste betreurt dat de voor 1 januari 2000 geplande verplichte etiketteringsregeling niet in werking zal treden op die datum. Ik stel vast dat een amendement is ingediend waarin kritiek geleverd wordt op de Commissie en een aantal lidstaten voor deze vertraging. Er zijn evenwel een aantal goede en gegronde redenen voor dit uitstel. Allereerst hebben de lidstaten niet tijdig de vereiste verslagen over de bestaande regelingen voorgelegd. Ten tweede zijn niet alle lidstaten in staat betrouwbare registratie- en identificatiesystemen voor alle dieren in te voeren. Tenslotte besloot de vorige Commissie na haar ontslag geen belangrijke nieuwe politieke initiatieven meer te nemen, en ik dacht dat het Parlement het hiermee eens was.

Deze Commissie stond bijgevolg voor een heel moeilijke opdracht. De termijn die wij hadden - 1 januari 2000 - om het eens te worden over het voorstel met de algemene regels voor een verplicht stelsel vanaf 1 januari 2000 was heel kort. Deze termijn kan met de beste wil ter wereld niet gehaald worden. Bovendien valt het voorstel onder de medebeslissingsprocedure en duurt het maanden voor de communautaire instellingen het hier volledig over eens zullen raken. Dat is het minimum dat zij nodig hebben om het over zulke belangrijke kwesties eens te worden.

De Commissie deed bijgevolg een tweede voorstel om de bestaande vrijwillige regeling in het kader van verordening (EG) nr. 820/97 te verlengen. Ook op dit voorstel is de medebeslissingsprocedure van toepassing en ook hier worden wij met de heel korte termijn van 1 januari 2000 geconfronteerd. De uitdaging bestaat erin het hier volgende week of zo volledig over eens te worden.

Gisteren besprak de Raad dit tweede voorstel van de Commissie om de bestaande regeling te verlengen. De Raad keurde een aantal krachtlijnen inzake dit voorstel goed en bracht slechts een wijziging aan: hij voegde naast artikel 152 artikel 37 aan de rechtsgrond toe. Dat is natuurlijk een belangrijke wijziging, die naar mijn mening een snelle afloop van de medebeslissingsprocedure niet ten goede zal komen. Bovendien zullen alle amendementen die het Parlement op het Commissievoorstel indient en die tegen de gisteren door de Raad goedgekeurde krachtlijnen indruisen, het onmogelijk maken om voor het einde van het jaar een akkoord te bereiken.

Dit plaatst zowel het Parlement als de Commissie in een heel lastig parket. U bent zich ongetwijfeld bewust van de gevolgen. De Commissie heeft dan ook haar verantwoordelijkheid op zich genomen en het nodige gedaan. Zoals al gezegd werd, zal de Commissie een derde voorstel indienen teneinde een juridisch vacuüm te vermijden. Dat voorstel zou gebaseerd zijn op artikel 19 van de bestaande verordening (EG) nr. 820/97 en de bestaande regeling voor vrijwillige etikettering verlengen.

Ik ben voornemens uw amendementen zorgvuldig te bestuderen en na te gaan in hoeverre wij hiermee rekening kunnen houden. Ik wil in dit verband onderstrepen dat bepaalde amendementen, die tot doel hebben de verplichte regeling sneller in te voeren, in de richting van een betere consumentenbescherming gaan, wat mij natuurlijk na aan het hart ligt. In dit verband kan ik de amendementen aanvaarden die beogen de periode waarin de bestaande regeling van kracht blijft, tot acht maanden te beperken.

Uw amendement om vanaf 1 januari 2000 het slachthuis te vermelden, kan ik echter niet aanvaarden. Ik koester veel sympathie voor dit amendement en ik verzoek de Raad met aandrang hiermee rekening te houden in zijn gemeenschappelijk standpunt. Ik heb de Raad gisteren gewezen op het amendement dat de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en consumentenbeleid maandag had ingediend. Ik vond hier echter weinig of geen steun voor. Misschien kunnen die bepalingen beter behandeld worden in het globale voorstel over de algemene regels. Dat voorstel ligt momenteel eveneens op tafel in de Raad en het Parlement.

De Commissie kan evenmin het amendement aanvaarden waarin wordt afgezien van een echt debat tussen het Parlement, de Raad en de Commissie over het algemene voorstel op grond van artikel 152 van het Verdrag. Als dat amendement wordt aangenomen, ziet het Parlement af van zijn belangrijke verplichting om aan dit debat deel te nemen.

Ik wil eraan toevoegen dat het debat over het Commissievoorstel betreffende de algemene regels die van toepassing zijn op een verplichte regeling, nog niet is afgerond. Het belangrijkste debat moet in dit kader plaatsvinden. Het is jammer dat deze heel ingewikkelde en belangrijke kwesties op een drafje en met een bijna onhaalbare termijn besproken moeten worden.

De Commissie is van oordeel dat artikel 152 de juiste rechtsgrond is. Er bestaat heel wat betwisting over deze belangrijke kwestie en ze is aan het Hof van Justitie voorgelegd. De Commissie kan het er in dit verband niet mee eens zijn dat artikel 37 aan de rechtsgrond wordt toegevoegd.

Er valt bij de lidstaten weinig of geen enthousiasme te bespeuren om vanaf 1 januari een volledig verplichte regeling in te voeren. Wij moeten hiermee rekening houden en we mogen er niet van uitgaan dat wij beter dan de lidstaten weten welke verplichtingen dit meebrengt. De lidstaten konden kiezen voor een verplichte etiketteringsregeling voor runderen die op hun grondgebied geboren, gefokt en geslacht werden. Slechts drie lidstaten hebben dat ook gedaan.

De Commissie is voor een volledige en verplichte etikettering. Wij stellen daarom voor dat het slachthuis verplicht vermeld moet worden vanaf 1 januari 2001 en dat vanaf 1 januari 2003 ook vermeld moet worden waar het dier geboren en gefokt is. Ik kan u verzekeren dat dit concrete voorstel en de kwestie van een verplichte etikettering mij na aan het hart liggen. Ik wil mij hiervoor inzetten tijdens mijn ambtsperiode en dit zo snel mogelijk verwezenlijken.

Dan wil ik nu een antwoord trachten te geven op de vragen die sommigen van u mij gesteld hebben.

De heer Papayannakis zei dat "wij u voor de gek trachten te houden". Ik weet niet of de tolken een fout gemaakt hebben. Ik wil deze woorden liever positief dan negatief interpreteren, want ze zouden kunnen insinueren dat ik het Parlement tracht te misleiden. Mijnheer Papayannakis, zoals u wel weet, is dit een van de ergste beschuldigingen die men iemand ten laste kan leggen. Als dat uw bedoeling was, verwerp ik dat en keur ik het af. Ik ben altijd openhartig geweest tegenover het Parlement. Toen ik hier tijdens mijn hoorzitting in september voor de eerste maal aanwezig was, heb ik klaar en duidelijk gezegd dat ik van plan was open kaart te spelen met het Parlement. In de korte periode dat ik commissaris ben, ben ik al vaak in de plenaire vergadering aanwezig geweest. Ik heb tevens het woord gevoerd in een aantal commissies van dit Parlement. In heel deze periode is nooit zoiets geïnsinueerd. Ik aanvaard dat niet.

 
  
MPphoto
 
 

  Papayannakis (GUE/NGL), rapporteur. - (EL) Mijnheer de commissaris, niets op de wereld is gemakkelijker voor mij dan u om excuses vragen, maar ik geloof niet dat u helemaal hebt begrepen wat ik heb gezegd. Het is absoluut niet mijn gewoonte beledigend te worden in politieke uiteenzettingen. Ik weet niet wat u hebt gehoord via de vertaling, maar het was echt niet mijn bedoeling u te kwetsen.

Ik heb echter met mijn politieke vraag een specifiek thema aan de orde gesteld en is zou graag willen dat u daar nog eens op in ging. Heeft de Raad gisteren besloten de zaak met een jaar uit te stellen zonder onze eisen af te wachten, ja of nee? Heeft de Raad gisteren besloten het Parlement te omzeilen, ja of nee? Dat zijn geen scheldwoorden, mijnheer de commissaris! Wij stellen alleen vast wat de Raad doet. Bovendien is het zo dat u absoluut geen reden hebt om de advocaat van de Raad te spelen.

Nogmaals, het was absoluut niet mij bedoeling u in uw eer of eergevoel te kwetsen en als u die indruk hebt gekregen of als u dat meende te moeten concluderen bied ik u mijn verontschuldigingen aan. De vraag is echter nogmaals hoe wij datgene wat de Raad gisteren heeft gedaan moeten interpreteren. U hebt geen enkele reden het gedrag van de Raad te verdedigen.

 
  
MPphoto
 
 

  Byrne, Commissie. - (EN) Ik aanvaard met genoegen de uitleg en de excuses van de heer Papayannakis en de hoffelijke wijze waarop hij zijn verontschuldigingen aangeboden heeft. Laten we dit maar toeschrijven aan moeilijkheden bij het tolken.

In antwoord op zijn vraag kan ik zeggen dat hij volkomen gelijk heeft. Ik ben hier niet om namens de Raad te antwoorden en ik kan alleen maar zeggen dat ik de conclusies van de Raad van gisteren heb voorgelezen. Ik wil er wel op wijzen dat de Raad eigenlijk geen besluit heeft aangenomen. Hij heeft gezegd dat dit zijn algemene standpunt en zijn krachtlijnen waren en heeft duidelijk gemaakt dat hij moest wachten op het besluit dat het Parlement morgen inzake deze kwestie zal nemen vóór hij hierover kon stemmen en een standpunt innemen. Ik heb begrepen dat de kwestie vóór het einde van het jaar in een van de Raden behandeld en afgerond zal worden en dat hierbij rekening gehouden zal worden met wat het Parlement vandaag zegt en morgen zal beslissen en aannemen.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Dank u wel, mijnheer de commissaris.

Het debat is gesloten.

De stemming vindt morgen om 10.00 uur plaats.

 
Juridische mededeling - Privacybeleid