Terug naar het Europarl-portaal

Choisissez la langue de votre document :

 Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Debatten
Woensdag 17 januari 2001 - Straatsburg Uitgave PB

7. Vragenuur (Raad)
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Aan de orde is het vragenuur voor vragen aan de Raad (B5-0001/2001).

Vraag nr. 1 van Maj Britt Theorin (H-0952/00):

Betreft: Topbijeenkomst EU/China

De Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) meldt in een nieuw verslag dat de Chinese vrouwenhandelsmafia zeer goed is georganiseerd en dat vrouwen op markten in heel China worden verhandeld. Ook zijn de winsten relatief groot (vaak meer dan 30.000 euro) en het IOM geeft uiting aan zijn verontrusting over een dramatische toename van de Chinese vrouwenhandel, zowel die in het binnenland als die tussen China en voornamelijk Westeuropa.

Op de topontmoeting tussen de EU en China op 23 oktober 2000 spraken de Europese Raad en de Commissie over de kwestie van de verantwoordelijkheid voor de repatriëring van illegale Chinese immigranten. Stelde de Raad ook het probleem van de toegenomen handel in Chinese vrouwen en meisjes aan de orde?

 
  
MPphoto
 
 

  Danielsson, Raad.(SV) De Raad heeft het als zeer positief ervaren een dialoog met China aan te kunnen gaan over migratievraagstukken, in het bijzonder als het gaat om illegale immigratie en terugzending van Chinese burgers die illegaal verblijven op het grondgebied van de lidstaten. Voorafgaand aan de topontmoeting met China heeft in Brussel een ontmoeting plaatsgevonden tussen de woordvoerder van de fungerend voorzitter van de Unie, de Commissie en een Chinese delegatie om een mogelijk samenwerkingsgebied voor de toekomst te bepalen en vast te stellen. In het bijzonder werd gesproken over de uitwisseling van gegevens tussen overheden en organisaties die zich bezighouden met kwesties als mensenhandel en illegale immigratie. Er zijn meer van dergelijke ontmoetingen gepland; de volgende vindt binnen enkele weken plaats in Peking. De voorbereidingen voor deze ontmoeting zijn momenteel in handen van deskundigen.

Zoals mevrouw Theorin ongetwijfeld weet, heeft de Europese Raad in Santa Maria da Feira zijn bezorgdheid geuit over de tragische gebeurtenissen in Dover vorig jaar en de criminele handelingen veroordeeld van mensen die van een dergelijke mensensmokkel profiteren. De Europese Raad heeft de Unie opgedragen de samenwerking te intensiveren om deze grensoverschrijdende misdaad te bestrijden. Het Franse voorzitterschap heeft gehoor gegeven aan de oproep van de Europese Raad en verschillende initiatieven voorgesteld als onderdeel van de strijd tegen de criminele netwerken die achter de mensensmokkel en -handel zitten.

Ook al is het specifieke probleem dat mevrouw Theorin noemt niet aan de orde gekomen tijdens de top van China en de Europese Unie op 23 oktober vorig jaar, toch is de Raad zich terdege bewust van het probleem van de handel in vrouwen en meisjes. Deze handel vindt niet alleen plaats in China, maar ook tussen China en bepaalde landen die niet erg ver van de Unie verwijderd zijn. Als voorzittend land heeft Zweden in het kader van de ASEM-samenwerking, waaraan ook China deelneemt, in het najaar van 2000 de kwestie van de handel in vrouwen en kinderen aan de orde gesteld. Die eerste stap heeft geleid tot een vergadering eind november vorig jaar, waaraan is deelgenomen door deskundigen op dit terrein uit Azië en Europa. De aanbevelingen van die ontmoeting zullen in mei van dit jaar gepresenteerd worden op de ASEM-bijeenkomst van ministers van Buitenlandse Zaken in Peking.

 
  
MPphoto
 
 

  Theorin (PSE).(SV) Ik zou het Zweeds voorzitterschap willen zeggen dat het me genoegen doet dat de Raad de kwestie serieus en gedegen behandelt, want het is een zeer, zeer ernstig probleem. Tienduizenden vrouwen en meisjes worden jaarlijks in China gekocht en verkocht, waarvan velen aan het Westen. De meest geliefde gebieden zijn de arme provincies. In een recent verslag heeft het IOM geconstateerd dat de overheden in het Westen zich voor grote moeilijkheden gesteld zien als ze iets aan de handel in Chinese vrouwen proberen te doen en dat deze handel drastisch toe zal nemen als er geen krachtige maatregelen getroffen worden.

Ook de vrouwenhandel in China zelf is zeer omvangrijk. Een direct gevolg van het éénkindbeleid en de voorliefde van Chinese gezinnen voor jongens is dat er vandaag de dag 70 miljoen ongetrouwde mannen in China zijn. De internationale coalitie tegen de vrouwenhandel maakt melding van bureaus die honderden vrouwen tegelijk kopen om die vervolgens te verdelen onder de alleenstaande mannen van de dorpen, omdat ongetrouwd zijn door die mannen als een schande ervaren wordt. Het is heel goed dat deze raad is opgezet na het Dover-schandaal. Ik vraag me af of de deskundige organisaties, zoals het IOM en de internationale coalitie tegen vrouwenhandel, ook deel zullen uitmaken van deze raad. In hoeverre is de Raad bereid in zijn contacten met China de vrouwenhandel in dat land aan de orde te stellen?

 
  
MPphoto
 
 

  Danielsson.(SV) Er is alle reden om aan te nemen dat de onlangs ingestelde werkgroepen in het kader van de werkzaamheden van de Unie snel contact zullen leggen met andere internationale organisaties die zich met deze kwesties bezighouden. Het IOM is waarschijnlijk de organisatie die op dit gebied de meeste kennis in huis heeft. Ik ga ervan uit dat dergelijke contacten zeer snel tot stand zullen komen.

Verder wil ik benadrukken dat de strijd tegen de vrouwenhandel meer in het algemeen als een uiterst belangrijke kwestie in het werkprogramma van het Zweedse voorzitterschap beschouwd wordt. We willen ons graag op meerdere fronten tegelijk tegen deze afschuwelijke praktijken inzetten, dus niet alleen in China, maar wereldwijd.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Daar de vraagsteller afwezig is, vervalt vraag nr. 2.

Vraag nr. 3 van David Robert Bowe (H-0956/00):

Betreft: Faciliteiten voor EU-burgers in Mekka

Overeenkomstig artikel 20 van het EG-Verdrag kan iedere EU–burger in derde landen aanspraak maken op bescherming door het consulaat van een andere lidstaat indien zijn eigen land ter plekke niet vertegenwoordigd is; welke faciliteiten biedt de EU EU–burgers in Mekka gedurende de hadj?

 
  
MPphoto
 
 

  Danielsson, Raad. – (SV) Ik wil de geachte afgevaardigde erop attent maken dat er twee besluiten zijn goedgekeurd overeenkomstig artikel 20 van het EG-Verdrag. Het eerste betreft bijstand aan burgers van de Europese Unie door diplomatieke en consulaire vertegenwoordigingen. Het tweede besluit betreft maatregelen ter uitvoering van bovengenoemd besluit. Met het oog op dit besluit wordt aangegeven onder welke omstandigheden de diplomatieke vertegenwoordigingen van de lidstaten de burgers van de Unie kunnen bijstaan. Groot-Brittannië stelt consulaire diensten in Mekka ter beschikking tijdens de pelgrimstocht, de hadj. In Jeddah bevinden zich meerdere consulaten die onderdanen van de Europese Unie kunnen bijstaan tijdens de pelgrimstocht.

 
  
MPphoto
 
 

  Bowe (PSE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik dank de Zweedse vertegenwoordiger voor zijn antwoord, maar ik vind dat antwoord toch onbevredigend. Hij zegt terecht dat de Britse regering bepaalde soorten consulaire diensten verleent aan Britse moslims in Mekka tijdens de hadj. Deze consulaire diensten zijn echter niet beschikbaar voor moslims uit andere lidstaten van de Europese Unie, hoewel de voorwaarden van de Saoedische autoriteiten voor hen dezelfde zijn als die voor de Britse moslims. Alle burgers van de Europese Unie behoren toch een gelijke vertegenwoordiging en behandeling te krijgen, en in dat licht lijkt het wat vreemd dat er in de zojuist beschreven omstandigheden sprake is van ongelijke vertegenwoordiging en behandeling van burgers van de Europese Unie. Kan de Zweedse minister ons de verzekering geven dat hij deze zaak ter hand zal nemen en de omstandigheden zal onderzoeken waaronder dit soort ongelijke behandeling plaatsvindt, zodat alle mensen dezelfde behandeling krijgen van de consulaire diensten van de afzonderlijke lidstaten, ongeacht hun religie of nationaliteit?

 
  
MPphoto
 
 

  Danielsson.(SV) Ik kan de geachte afgevaardigde niet alleen garanderen dat de kwestie behandeld wordt, ik kan hem ook geruststellen: zijn bezorgdheid is enigszins ongegrond. Het besluit waar ik eerder naar verwees schrijft voor dat een onderdaan van een van de lidstaten van de Unie die consulaire steun zoekt door de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van een andere lidstaat behandeld dient te worden alsof hij onderdaan is van de lidstaat die deze ambassade of dit consulaat vertegenwoordigt. Zo hoeft er geen discriminerende situatie te ontstaan, zoals de geachte afgevaardigde vreest; iedere burger van de Unie zal overal hetzelfde behandeld worden. Ik ben ervan overtuigd dat de vertegenwoordiging van het Verenigd Koninkrijk zich in dat geval solidair opstelt en alle burgers van de Unie gelijk behandelt. Dat is althans wat wordt aangegeven in het aangenomen besluit.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. -

Vraag nr. 4 van Paul Rübig (H-0957/00):

Betreft: EG-etikettering -Toezicht op de markten

Is het momenteel op Europees niveau mogelijk een in voldoende mate doelmatig toezicht op de markten te waarborgen in verband met de naleving van de bepalingen inzake EG-etikettering?

 
  
MPphoto
 
 

  Danielsson, Raad. – (SV) Er is de Raad veel aan gelegen om doelmatig toezicht op de markt te houden, zodat we er zeker van kunnen zijn dat voldaan wordt aan de fundamentele eisen in de richtlijn voor EG-etikettering, die op basis van de zogeheten nieuwe methode zijn opgesteld. Deze methode houdt een nieuwe wijze van harmonisatie in van de technische eisen die zijn vastgelegd in de richtlijn betreffende goederen.

Het toezicht op de toepassing van deze EG-etikettering van producten is een gezamenlijke taak van de Commissie en de lidstaten. Het is in de eerste plaats de verantwoordelijkheid van de lidstaten om er via goedkeuring of op andere wijze op toe te zien dat deze organen aan de eisen van bekwaamheid voldoen en doelmatig functioneren. De Commissie is een centrale rol toebedeeld om de eenheid en een hoge standaard van de toezichthoudende organen te waarborgen. De toezichthoudende organen worden op nationaal niveau ingesteld, en de lidstaten melden de Commissie welke nationale organen met de controle belast zijn.

De Commissie stelt op haar beurt programma’s vast om te waarborgen dat de lidstaten het markttoezicht op homogene wijze organiseren. Met het oog op het toezicht op de nieuwe methode worden organen ingesteld en gepresenteerd door de lidstaten, zoals in het geval van de samenwerkingsgroepen voor iedere richtlijn.

 
  
MPphoto
 
 

  Rübig (PPE-DE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, de EG-etikettering vormt een belangrijke basis voor de consumentenbescherming. Het betreft echter een puur kwantitatieve maatregel. Er hoeft alleen maar aangetoond te worden dat de bestaande Europese wet- en regelgeving in acht wordt genomen. Voor de consument is dat absoluut te weinig. De consumenten hebben ook grote behoefte aan kwalitatieve test- en certificeringsprocedures, omdat ze daarmee kunnen vaststellen of een product aan de gemiddelde normen en dus aan hun verwachtingen voldoet.

Daarom is een onafhankelijke certificering, met name op het gebied van de veiligheid, van groot belang. Het treinongeluk in Eschede heeft duidelijk gemaakt dat er grote ongelukken kunnen gebeuren als de verantwoordelijkheid voor de controle uitsluitend aan de spoorwegen voorbehouden is en er geen onafhankelijke certificering is uitgevoerd. Vindt u dat we in de toekomst meer aandacht moeten besteden aan die onafhankelijke certificering in de Europese Unie?

 
  
MPphoto
 
 

  Danielsson.(SV) Zoals ik eerder al heb gezegd in mijn inleidende antwoord aan de geachte afgevaardigde is het in eerste instantie aan de Commissie om te waarborgen dat er eenheid bestaat in de beoordeling van de zogeheten conformiteit. Daarom zou ik voor willen stellen dat de geachte afgevaardigde zich eerst tot de Commissie wendt indien hij nadere informatie over deze kwestie wenst.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. -

Vraag nr. 5 van Alexandros Alavanos (H-0965/00):

Betreft: Hongerstaking van politieke gevangenen in Turkije

Tientallen politieke gevangenen in Turkije, die nu al bijna twee weken een hongerstaking voeren tot de dood erop volgt in protest tegen de onmenselijke omstandigheden in de Turkse gevangenissen, dreigt de dood. Terwijl de Raad van Europa verklaart dat martelingen nog steeds gangbare praktijk zijn op Turkse politiebureaus en Amnesty International de martelingen, de straffeloosheid en in het algemeen de schending van de mensenrechten in Turkije veroordeelt en van de Europese Unie verlangt dat zij eist dat onmiddellijk een einde wordt gemaakt aan de martelingen, en niet pas in 2002-2003, zoals bepaald in het kader van de toetreding van Turkije tot de Europese Unie. Zal de Raad bij de Turkse regering stappen ondernemen om haar maatregelen te doen treffen om de toestand in de Turkse gevangenissen te verbeteren, zodat de gevangenen hun hongerstaking opgeven? Zal zij de eis van Amnesty International overnemen dat in het kader van de toetreding van Turkije tot de Europese Unie onmiddellijk een einde moet komen aan de martelingen?

 
  
MPphoto
 
 

  Danielsson, Raad. – (SV) De Turkse regering weet naar alle waarschijnlijkheid heel goed dat de Unie er vast van overtuigd is dat de situatie in de Turkse gevangenissen verbeterd moet worden, en dat de martelpraktijken moeten worden afgeschaft. De Raad is ingenomen met het feit dat Turkije met de hervorming van het gevangeniswezen is begonnen en juicht toe dat het land bereid is samen te werken met het Europese Comité ter voorkoming van marteling. Marteling is een van grootste problemen in Turkije. De Raad heeft de kwestie ook opgenomen als prioriteit in het concept voor partnerschap voor de toetreding van Turkije, namelijk in de zin: ‘de rechtsregels versterken en alle maatregelen treffen die nodig zijn om de bestrijding van marteling te bevorderen alsmede erop toezien dat het Europese Comité tegen marteling geëerbiedigd wordt’. Dat houdt onder meer in dat de Raad van Turkije verwacht dat het land voor het einde van dit jaar nog een flinke stap voorwaarts zal zetten op dit gebied.

Wat de normen in de Turkse gevangenissen betreft heeft de Europese Unie herhaaldelijk geëist dat het gevangeniswezen in Turkije in overeenstemming is met de internationale normen. In het kader van het genoemde concept voor partnerschap met het oog op toetreding heeft de Raad in zijn prioriteiten op middellange termijn daarom de eis opgenomen dat de omstandigheden in de gevangenissen in Turkije aangepast worden aan de regels van de VN als het gaat om de minimumnormen voor de behandeling van gevangenen.

Wat betreft de mensenlevens die de ongeregeldheden in de Turkse gevangenissen de laatste tijd helaas hebben gekost en het verslag dat melding maakt van martelingen en mishandeling bij gevangenentransporten: de Unie heeft de kwestie aan de orde gesteld in haar bilaterale contacten met de Turkse overheden. Vanzelfsprekend kan de Unie marteling en mishandeling van gevangenen niet tolereren. De Turkse overheden hebben in hun contacten met de Unie alle beschuldigingen van marteling en mishandeling van de hand gewezen. De Raad blijft de situatie uiteraard nauwlettend volgen.

 
  
MPphoto
 
 

  Alavanos (GUE/NGL).(EL) Mijnheer de voorzitter, ook ik ben een van degenen die het Zweeds voorzitterschap met hoop tegemoet zien wat de mensenrechten betreft. Dit is immers het voorzitterschap van een land dat zijn gevoeligheid voor de mensenrechten tastbaar heeft aangetoond. Daarom ben ik ook enigszins teleurgesteld over dit “ja, maar”-antwoord van de fungerend voorzitter: “Wij houden de ontwikkelingen in de gaten; er hebben zich inderdaad nare dingen voorgedaan; natuurlijk heeft Turkije ons verzekerd dat er geen vuiltje aan de lucht is…”

Ik wilde de fungerend voorzitter het volgende vragen. U weet dat zich een tragedie heeft voorgedaan met officieel 60 en nog wat doden, met mishandelingen en mensen die in de gevangenis zitten omdat zij hun moedertaal spraken; u weet dat ongeveer 200 gevangenen nog steeds in hongerstaking zijn. Bent u als Zweeds voorzitterschap van plan een officieel initiatief te nemen, uitleg te vragen en bij de Turkse regering aan te dringen op bepaalde garanties? Zal het Zweeds voorzitterschap zich tot slot eindelijk inzetten voor de vrijlating van het parlementslid Leyla Zana, die de Sacharovprijs van het Parlement heeft gekregen?

 
  
MPphoto
 
 

  Danielsson.(SV) Ik wil u er graag aan herinneren dat in het akkoord over het partnerschap met Turkije dat momenteel door de Raad voorbereid wordt de buitengewone voorwaarde is opgenomen dat Turkije voortdurend in de gaten gehouden wordt als het gaat om martelingen, de toestand in de gevangenissen en de mensenrechten in het algemeen. De Raad is uiteraard voornemens alle middelen die binnen het kader van dit akkoord beschikbaar zijn in te zetten om erop toe te zien dat de ontwikkeling in Turkije een kant op gaat die verenigbaar is met de gemeenschappelijke normen die we er in de Unie op na houden.

 
  
MPphoto
 
 

  Sjöstedt (GUE/NGL).(SV) Een groot deel van de gevangenen in de Turkse gevangenissen moet als politiek gevangene beschouwd worden. In Turkije worden er nog steeds mensen op politieke gronden veroordeeld. Ik was zelf op 21 december vorig jaar aanwezig bij een rechtszaak in Djarbakir in het zuidoosten van Turkije, waarbij een Syrische geestelijke tot drie jaar cel is veroordeeld, enkel omdat hij over de volkenmoord tegen de Armeniërs en de Assyriërs in 1915 had gesproken. Dat was zijn enige “misdaad”, en daarvoor moest hij veroordeeld worden.

Is de Raad van plan te eisen dat er wijzigingen in de Turkse strafwetgeving worden aangebracht en is hij voornemens concrete gevallen zoals dit aan de orde te stellen, waarbij het gaat om het gevangen nemen van mensen op politieke gronden?

 
  
MPphoto
 
 

  Danielsson.(SV) Eigenlijk kan ik de vraag van de heer Sjöstedt op dezelfde manier beantwoorden als de vorige vraag. Nu de Unie heeft verklaard dat Turkije een kandidaat-land voor het lidmaatschap is - hetgeen ze tijdens de Top in Helsinki heeft gedaan -, zijn er geheel nieuwe mogelijkheden ontstaan om de ontwikkelingen in Turkije nauwlettend te volgen en elke afwijking van de normen die voor een kandidaat-land gelden aan de kaak te stellen. Ik beschouw het daarom als een zeer belangrijke taak, met name ook tijdens het Zweedse voorzitterschap, om erop toe te zien dat de toestand in Turkije zich zodanig ontwikkelt dat het land langzaam maar zeker dichter bij de Europese familie komt te staan, zulks in concretere zin dan tot nu toe.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. -

Vraag nr. 6 van Jonas Sjöstedt (H-0967/00):

Betreft: Openbare zittingen van de Raad

Het Zweedse voorzitterschap stelt zich op het standpunt dat openbaarheid van de werkzaamheden van de Europese Unie van enorme betekenis is.

Hoeveel geheel openbare Raadszittingen zullen tijdens het Zweedse voorzitterschap van 1 januari tot 30 juni 2001 worden gehouden?

 
  
MPphoto
 
 

  Danielsson, Raad. – (SV) Zoals zeker ook is gebleken uit het werkprogramma dat de minister-president zojuist heeft gepresenteerd, hecht het Zweedse voorzitterschap er veel waarde aan dat de werkzaamheden van de Raad openbaar zijn en toegankelijk voor Europese onderdanen, en dat de werkzaamheden op het gebied van wetgeving inzichtelijk zijn. Het Zweedse voorzitterschap zet zich er actief voor in dat zo veel mogelijk debatten openbaar zijn, binnen de hiervoor geldende formele kaders.

Het reglement van orde van de Raad staat geen geheel openbare Raadszittingen toe, en dat weet de heer Sjöstedt ook heel goed. Wel kan de Raad openbare debatten houden. De Europese Raad besloot in Helsinki, in december 1999, dat de Raad Algemene Zaken en de Raad Economische en Financiële Zaken elk half jaar openbare debatten zouden houden over het werkprogramma van de Raad. Dat besluit is nu in het reglement van orde van de Raad verwerkt. Ook andere samenstellingen van de Raad kennen openbare debatten.

Een van de hoogste prioriteiten van het Zweedse voorzitterschap was dan ook een lijst op te stellen van openbare debatten die een zo groot mogelijk gebied van de werkzaamheden van de Raad zouden moeten bestrijken. Daarom hebben we nu ook een lijst gepresenteerd van de openbare debatten die onder ons voorzitterschap gehouden zullen worden. Van dergelijke debatten zullen er negen gehouden worden in wat men kan beschouwen als de belangrijke en centrale samenstellingen van de Raad. Het eerste daarvan zal zijn het debat dat de Raad Economische en Financiële Zaken komende vrijdag houdt over zijn eigen werkprogramma. De andere debatten komen in de loop van het komend halfjaar aan bod, tot aan het laatste openbare debat van de Raad Cultuur in juni, waarin de bescherming van minderjarigen tegen schadelijke invloeden van door de media verspreide informatie besproken wordt. Via deze maatregelen hebben we de transparantie in de werkzaamheden van de Raad dus bevorderd. Er zijn zeker nog meer stappen te zetten, maar laten we één stap tegelijk doen, mijnheer Sjöstedt!

 
  
MPphoto
 
 

  Sjöstedt (GUE/NGL).(SV) Ik zet geen meerdere stappen tegelijk. Maar als we door blijven gaan in het tempo van de Raad duurt het nog zeker honderd jaar voor er echt openbare vergaderingen gehouden zullen worden. Negen debatten is bepaald niet indrukwekkend, als ik zo vrij mag zijn.

Ik vind het vanuit democratisch oogpunt vanzelfsprekend dat de burgers het recht hebben op transparantie in de belangrijkste wetgevende vergadering van de Europese Unie, en dat is immers vooral de Raad van ministers. Het gaat gewoon om een fundamentele eis van democratie. Als het reglement van orde van de Raad nu verhindert dat zelfs de stemmingen en alle vergaderingen van de Raad waarin min of meer wetgeving tot stand komt openbaar worden, zou dat verouderde reglement zonder meer gewijzigd moeten worden. Zou dat geen reden moeten zijn voor het Zweedse voorzitterschap, dat de kwestie van transparantie zo serieus neemt – wat naar mijn mening buitengewoon belangrijk en positief is – om een initiatief op dit punt te nemen?

 
  
MPphoto
 
 

  Danielsson.(SV) Zoals mijnheer Sjöstedt vast wel weet is het Zweedse voorzitterschap voornemens alle mogelijke moeite te doen om de kwestie van de transparantie een hogere prioriteit te geven tijdens het halfjaar van zijn voorzitterschap. We denken dat we daar al aan werken door het aantal openbare debatten te vergroten.

We kunnen een vergelijking maken met de meeste nationale parlementen. Neem bijvoorbeeld het Zweedse parlement. Het wetgevingswerk in de parlementaire commissies van het Zweedse parlement is niet openbaar maar besloten, en daar zijn voldoende redenen voor. Enerzijds is er de noodzaak om het in politiek opzicht eens te worden, anderzijds is het uiteraard ook nodig te komen tot maximale transparantie.

Ik kan u verzekeren, mijnheer Sjöstedt, dat we er alles aan zullen doen om de situatie te verbeteren, maar we kunnen geen ijzer met handen breken. We moeten stap voor stap te werk gaan.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. -

Vraag nr. 7 van Lennart Sacrédeus (H-0970/00):

Betreft: Democratie en mensenrechten in Wit-Rusland

Vanuit haar gemeenschappelijke waarden beschouwt de EU het als haar taak de democratie, de mensenrechten en het rechtsstaatbeginsel te beschermen. Aan de kandidaatlanden Letland, Litouwen en Polen grenst Wit-Rusland, waar bovengenoemde drie beginselen niet naar behoren worden geëerbiedigd. Het risico dat dit overslaat naar de omliggende landen is duidelijk aanwezig. De parlementaire trojka van de EU, de Raad van Europa en de OVSE bracht op 16 oktober jl. te Minsk een kritisch rapport uit over het gebrek aan democratie in Wit-Rusland, naar aanleiding van de verkiezingen die daar hadden plaatsgevonden. Er zijn veel verdwijningen, waaronder de voormalige minister van Binnenlandse Zaken Juri Zahrenko, de voormalig vice-kamervoorzitter Victor Gonchar en de Russische cineast Dimitri Zavadski.

Welke concrete initiatieven denkt het Zweedse voorzitterschap te nemen om bij te dragen tot een verbetering van de situatie in Wit-Rusland in de richting van democratie en welke maatregelen zullen er worden getroffen om aan het licht te brengen wat er met de verdwenen personen is gebeurd?

 
  
MPphoto
 
 

  Danielsson, Raad. – (SV) Helaas heeft de geachte afgevaardigde het geheel bij het rechte eind als hij zegt dat de democratie, de mensenrechten en het rechtsstaatbeginsel in Wit-Rusland niet op aanvaardbare wijze in acht worden genomen. De Raad is zeer goed op de hoogte van deze reeds lang bestaande situatie en volgt de ontwikkelingen op de voet. De Europese Unie heeft herhaaldelijk een beroep op de autoriteiten in Wit-Rusland gedaan om de internationale normen op dit uitermate belangrijke terrein te respecteren. Verder heeft de Unie elke gelegenheid aangegrepen om de ontwikkeling van een gezonde burgermaatschappij in Wit-Rusland te stimuleren.

Het Zweedse voorzitterschap zal de inspanningen van het vorige voorzitterschap zeer gedecideerd voortzetten om de verbetering van de democratie in Wit-Rusland te steunen. De Raad is van mening dat het volk van Wit-Rusland alleen met een dergelijke verbetering de toekomst van het land geheel in eigen handen kan nemen. Door een nieuwe president te kiezen krijgt het volk dit jaar de mogelijkheid definitief te beslissen hoe de toekomst er uit komt te zien. Binnen de van toepassing zijnde kaders zal de Raad de democratische krachten zo veel mogelijk aanmoedigen, om ervoor te zorgen dat de kiezers een echte en geloofwaardige keuze tussen kandidaten zullen krijgen. De steun van de Europese Unie aan de burgermaatschappij, de onafhankelijke organisaties en de media is een belangrijk onderdeel in de bevordering van de democratie.

Als buurland van Letland, Litouwen en Polen zal Wit-Rusland binnen afzienbare tijd aan een uitgebreide Europese Unie grenzen. Er is de Raad dan ook veel aan gelegen dat Wit-Rusland zich op lange termijn tot een partner ontwikkelt en dat de stabiliteit in de regio als geheel wordt veiliggesteld. De Raad heeft er uiteraard alle vertrouwen in dat de nieuwe democratieën in de kandidaat-landen volledig opgewassen zullen zijn tegen de uitdagingen waarvoor zij zich mogelijk gesteld zien. De drie genoemde landen hebben alle een belangrijke en actieve rol gespeeld door hun bilaterale diplomatieke banden met Wit-Rusland. Bovendien kunnen ze Wit-Rusland uitstekend tot voorbeeld dienen als het gaat om geslaagde hervormingen en een succesvolle democratie.

Net als bij deze landen houdt de Europese Unie vol dat een beleid dat erop gericht is Wit-Rusland te isoleren schadelijk kan zijn voor het doel dat ons voor ogen staat. Daarom heeft de Europese Unie ernaar gestreefd de communicatiewegen met de autoriteiten in Wit-Rusland open te houden en een stimulans voor betere betrekkingen te geven. Verder oefent de Unie nog steeds druk uit om het land ertoe te bewegen zijn verplichtingen na te komen door het OVSE-team voor bijstand en toezicht vrijheid van handelen te geven als dat volstrekt legaal probeert zijn mandaat uit te voeren. De komende weken zal de Unie haar standpunt nog eens duidelijk maken aan de autoriteiten in Minsk. De Unie grijpt die gelegenheid natuurlijk ook aan om de kwestie van de onlangs verdwenen personen aan te roeren.

 
  
MPphoto
 
 

  Sacrédeus (PPE-DE).(SV) Ik ben blij en vereerd dat we Lars Danielsson en het Zweedse voorzitterschap hier kunnen verwelkomen. De Zweedse taal, de taal van eer en heldendom, heeft in deze zaal waarschijnlijk nog nooit zo rijkelijk gevloeid als vandaag. Hartelijk dank voor uw reactie!

Ik wil hier enkele vervolgvragen stellen. Het gaat om het politieke verbond dat feitelijk bestaat tussen Wit-Rusland en Polen en om de mate waarin het Zweedse voorzitterschap Rusland – als deel van een politiek verbond met Wit-Rusland – onder druk zet om te onderkennen wat de gevolgen zijn voor de democratie en voor de status die Rusland in de internationale gemeenschap heeft doordat het een verbond heeft met een land dat nauwelijks een democratie te noemen is.

U heeft de presidentsverkiezingen van Wit-Rusland in 2001 genoemd. Maar 20 procent van de kandidaten voor de zogeheten parlementsverkiezingen van vorig najaar – waarbij ik zelf als waarnemer aanwezig was – werd weggewerkt. Verder wil ik onderstrepen hoe belangrijk het is dat de Europese Unie optreedt, zodat deze praktijken zich niet verspreiden. In het buurland Oekraïne nemen we immers een verontrustende ontwikkeling waar, mijnheer Danielsson. Het gevaar dat de praktijken van Wit-Rusland zich verspreiden valt niet te onderschatten, want vergeet niet dat het regime in Minsk bloed aan zijn handen heeft!

 
  
MPphoto
 
 

  Danielsson.(SV) Ik denk dat het zeer juist is dat mijnheer Sacrédeus de ontwikkeling in Wit-Rusland niet los ziet van de ontwikkeling in Rusland en in Oekraïne. In het werkprogramma voor samenwerking tussen de Europese Unie en Rusland, dat het voorzitterschap volgende week maandag in de Raad Algemene Zaken presenteert, wordt er veel gesproken over de behoefte met Rusland van gedachten te wisselen over de situatie in de buurlanden Wit-Rusland en Oekraïne.

We hopen op wat meer begrip van Russische zijde voor de verantwoordelijkheid die Rusland heeft om een positieve invloed op de ontwikkelingen in Wit-Rusland uit te oefenen. Dat moeten we dan toevoegen aan de aanhoudende inspanningen die ik eerder in mijn inleidende antwoord heb beschreven. We vinden het belangrijk dat er invloed wordt uitgeoefend op Wit-Rusland, dat immers dichter bij de rest van Europa ligt dan velen misschien denken als ze niet goed op de kaart kijken. Het is buitengewoon belangrijk dat we van de kant van de Unie alle kansen aangrijpen om een democratische ontwikkeling in Wit-Rusland tot stand te brengen.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. -

Vraag nr. 8 van María Izquierdo Rojo (H-0974/00):

Betreft: Vervolgde vrouwen zonder asiel of toevluchtsoord

In sommige landen staan vrouwen aan vreselijke vervolgingen en straffen en schendingen van de rechten van de mens bloot, die zo ver kunnen gaan dat ze het met verminkingen, en zelfs met hun leven moeten bekopen. Dikwijls is dat het gevolg van fundamentalistische wetten uit de tijd van de aartsvaders of voorouderlijke overleveringen en gebruiken. De Europese Unie zegt dat ze vrouwen in bescherming wil nemen tegen dat soort ondraaglijke vervolgingen en straffen, maar ze heeft haar verklaringen nog niet weten om te zetten in politieke maatregelen en besluiten die reden tot hoop geven.

Is de Raad daarom bereid om maatregelen goed te keuren zodat dergelijke toestanden waar de vrouwen van te lijden hebben, aanleiding kunnen geven tot het verlenen van politiek asiel of toevlucht in de Europese Unie?

 
  
MPphoto
 
 

  Danielsson, Raad. - (SV) De Raad is zich ten zeerste bewust van het soort vervolging en verminking dat de geachte afgevaardigde in haar vraag noemt. Binnen Cirea, het Centrum voor informatie, discussie en uitwisseling van gegevens op asielgebied, wordt de situatie in de verschillende landen van oorsprong van asielzoekers voortdurend in de gaten gehouden. Van de factoren waarop hier de aandacht wordt gevestigd wordt notitie genomen wanneer de lidstaten asielaanvragen behandelen van hen die aan dergelijke schendingen blootstaan. Er moet echter wel op gewezen worden dat ervaringen op basis van door Cirea uitgevoerde studies uitwijzen dat vrouwen die blootgestaan hebben aan geweld, verkrachting of verminking dat niet altijd als voornaamste reden voor hun asielaanvraag aangeven.

Zoals de geachte afgevaardigde zich ongetwijfeld zal herinneren, heeft men tijdens de bijeenkomst van de Raad in 1999 in Tampere overeenstemming bereikt over de instelling van een gemeenschappelijk Europees asielsysteem dat gebaseerd is op een volledige en absolute toepassing van het Verdrag van Genève, zodat op deze manier gegarandeerd is dat niemand wordt teruggestuurd die heeft blootgestaan aan vervolging, alsmede over het feit dat dit systeem een onderlinge aanpassing van de regels voor erkenning en reikwijdte van de vluchtelingenstatus moet behelzen. De Raad is het er ook over eens dat dit systeem gecompleteerd zou moeten worden met maatregelen voor andere vormen van bescherming die een geschikte status bieden aan hen die een dergelijke bescherming nodig hebben.

In december vorig jaar is de Raad het eens geworden over een aantal conclusies over de wijze waarop asielzoekers moeten worden ontvangen. Deze conclusies, die de basis moeten vormen voor het voorstel voor de richtlijn van de Raad dat de Commissie in de loop van het voorjaar zal indienen, omvatten onder meer voorschriften die behelzen dat de lidstaten medische zorg bieden aan asielzoekers die blootgestaan hebben aan marteling, verkrachting of andere ernstige schendingen. De Raad is nu in afwachting van het voorstel van de Commissie en als dat er eenmaal ligt wil het Zweedse voorzitterschap dat behandelen als een zaak met hoge prioriteit.

De Commissie heeft ook uitdrukking gegeven aan haar intentie om later dit jaar een voorstel in te dienen met regels inzake de erkenning en de reikwijdte van de vluchtelingenstatus en aanvullende vormen van bescherming. De vraag in hoeverre vervolging op grond van geslacht in dit verband in aanmerking moet worden genomen zal ongetwijfeld onderwerp van een diepgaande analyse worden.

 
  
MPphoto
 
 

  Izquierdo Rojo (PSE). – (ES) Ik zou de fungerend voorzitter van de Raad willen vragen of hij er voorstander van is dat vrouwen bij visum- en asielaanvragen in de Europese Unie als individu worden behandeld en dus niet afhankelijk zijn van hun man of van een voogd. Mijnheer de voorzitter van de Raad, bent u er voor dat wij vrouwen die een visum of asiel aanvragen als personen behandelen? Geeft u mij antwoord, alstublieft. Ik hoop dat uw antwoord bevestigend zal zijn.

 
  
MPphoto
 
 

  Danielsson. - (SV) Natuurlijk ben ik voor een dergelijke regeling. Uiteraard moet elk individu als een individu worden behandeld. Maar daarbij moeten we niet vergeten dat we het in veel asielgevallen over gezinshereniging in verschillende varianten hebben. Dat houdt dus in dat de asielverlening aan een deel van een gezin van invloed kan zijn op het onderzoek van de aanvraag van andere leden van hetzelfde gezin. Daarmee doen we dus toch enigszins afstand van het principe van individuele behandeling, maar in de kern is het antwoord op de vraag van de afgevaardigde: ja.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. -

Vraag nr. 9 van Niall Andrews, die wordt vervangen door de heer Crowley (H-0976/00):

Betreft: Irak en de opheffing van de sancties

Kan de Raad meedelen welke prioriteit tijdens het Zweedse voorzitterschap zal worden gegeven aan de situatie in Irak en in het bijzonder of hij voornemens is duidelijke pressie uit te oefenen om de opheffing te verkrijgen van de sancties die de gezondheid en het welzijn van mannen, vrouwen en kinderen in gevaar brengen?

 
  
MPphoto
 
 

  Danielsson, Raad. - (SV) De levensomstandigheden van de Irakese bevolking vormen in combinatie met het streven duurzame veiligheid en stabiliteit in de regio te bewerkstelligen de belangrijkste kwesties voor de Raad inzake zijn beleid tegenover Irak. De Raad onderzoekt op dit ogenblik welke mogelijkheden de Unie heeft om iets te doen op het humanitaire en culturele vlak, binnen het kader van de bestaande resoluties over Irak van de VN-Veiligheidsraad. Dat betreft met name de resolutie over het programma olie voor voedsel. Maar om een dergelijk programma uit te kunnen voeren is ook de wil tot samenwerking van de Irakese regering van groot belang.

De Europese Unie zal ook in de toekomst de resoluties van de VN-Veiligheidsraad tegen Irak volledig toepassen. Resolutie 1284 uit 1999 biedt de mogelijkheid de sancties op te heffen, vooropgesteld dat de Irakese regering voor de volle honderd procent samenwerkt met de VN-inspecteurs die op de ontwapening in Irak moeten toezien. In dit verband begroet de Raad dan ook met instemming de instelling van een werkgroep binnen de VN die algemene aanbevelingen moet uitwerken ter verbetering van de VN-sancties, zodat deze beter toegespitst worden en zodat onnodig menselijk lijden kan worden voorkomen.

 
  
MPphoto
 
 

  Crowley (UEN). - Ik wil de fungerend voorzitter bedanken voor zijn antwoord en hem veel succes wensen met het Zweeds voorzitterschap.

Inhakend op wat hij zojuist heeft gezegd zou ik echter willen vragen: is het voorzitterschap van mening dat de Compensatiecommissie voor Irak, met zetel in Genève, haar werk moet voortzetten? Zoals u weet houdt deze commissie zich ook bezig met de kwestie van herstelbetalingen en de nasleep van de Golfoorlog.

Wij hebben reeds kunnen zien dat de publiciteit rond de sancties een negatief effect heeft en dat Saddam Hoessein dat aangrijpt om West-Europa, de Amerikanen en de VN ermee om de oren te slaan en zijn volk weer achter zich te krijgen. Gisteravond kwam er een verklaring dat het een overwinning van het goede op het kwaad is, waarbij Saddam Hoessein het goede vertegenwoordigt en de rest van de wereld het kwaad. Wij spelen hem in de kaart wanneer door ons toedoen mensen geen toegang hebben tot geneesmiddelen, voedsel en andere levensbehoeften.

 
  
MPphoto
 
 

  Danielsson. - (SV) Naar mijn idee is het van belang niet te vergeten wat de basisvoorwaarde is om tot opheffing van de sancties tegen Irak te kunnen overgaan: het Irakese regiem moet volledig samenwerken met de VN-inspecteurs en het ze mogelijk maken te controleren of Irak nog steeds de beschikking over massavernietigingswapens heeft. Dat is ook voor de Unie het doorslaggevende punt als het gaat om het bespreken van eventuele wijzigingen in de sancties.

Ten aanzien van de Compensatiecommissie van de VN met zetel in Genève, die al sinds de Golfoorlog werkt aan een regeling voor de door de oorlog veroorzaakte schulden, denk ik dat het verstandig is een evaluatie door de VN af te wachten van de wijze waarop deze werkzaamheden voortgezet moeten worden, voordat men van de kant van de Unie een standpunt inneemt en besluit of deze activiteiten al dan niet voortgezet moeten worden.

Ik wil graag onderstrepen dat het mijns inziens noodzakelijk is dat we ook van de zijde van de Unie in volstrekt algemene zin deelnemen aan deze principiële discussie over het sanctie-instrument en de effecten daarvan. Uit talloze voorbeelden blijkt vandaag de dag dat er goede politieke argumenten zijn om bepaalde landen sancties op te leggen, maar het kost ons moeite ervoor te zorgen dat deze sancties ook echt degenen treffen die we ermee willen treffen, namelijk de regeringen van de desbetreffende landen. Ik ben van mening dat er voor de Raad alle reden is om zowel in het geval van Irak als in zijn algemeenheid de discussie voort te zetten over de vraag hoe het sanctie-instrument moet worden toegepast.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Daar de vraagsteller afwezig is, vervalt vraag nr. 10.

 
  
MPphoto
 
 

  Van Hecke (PPE-DE). - Mevrouw Ferrer heeft mij gevraagd om haar vraag te willen overnemen en zou dat ook aan de bevoegde dienst hebben gemeld.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Mijnheer Van Hecke, in het Reglement staat dat zij haar plaatsvervanger schriftelijk had moeten bekendmaken, zoals met de heer Crowley is gebeurd. Ik moet het Reglement toepassen. Ik ben eigenlijk de slaaf van het Reglement. Het spijt mij.

Omdat de vragen 11 en 12 over een soortgelijk onderwerp gaan, worden ze tezamen behandeld.

Vraag nr. 11 van Glenys Kinnock (H-0983/00):

Betreft: Birma

Kan de Raad een evaluatie maken van de vooruitgang – of het gebrek daaraan – die is geboekt door zijn beleid van “constructieve betrokkenheid” ten aanzien van het militaire regime in Rangoon?

Vraag nr. 12 van Richard Corbett (H-1004/00):

Betreft: ASEAN en Birma

Wat is de reactie van de Raad op de ASEAN-bijeenkomst van 24 november 2000 waarop de regeringsleiders van de ASEAN-landen er naar verluidt op aandrongen dat alle tien ASEAN-lidstaten inclusief Birma bij ontmoetingen tussen de EU en de ASEAN aanwezig zijn?

Vindt de Raad niet ook dat de repressie in Birma nog is toegenomen sinds de verscherping van het gemeenschappelijk standpunt van de EU in april 2000 en dat het als vanouds onwenselijk is om op ministerieel niveau overleg te plegen met vertegenwoordigers van dit bewind?

 
  
MPphoto
 
 

  Danielsson, Raad. - (SV) De Raad deelt de bezorgdheid van de geachte afgevaardigden ten aanzien van de situatie in Birma/Myanmar, met inbegrip van de nieuwe restricties die de afgelopen maanden opgelegd zijn aan de National League for Democracy. De Raad heeft tevens kennis genomen van de relatief positieve recente ontwikkelingen die te danken zijn aan de inspanningen van de speciale gezant van de secretaris-generaal van de Verenigde Naties voor Birma, Tan Sri Razali Ismail, en van het feit dat de weg is vrijgemaakt voor een dialoog tussen Aung San Sui Kyi en de militaire junta. De Raad heeft middels verklaringen en diplomatieke stappen diverse malen uiting gegeven aan zijn bezorgdheid en die ook verwoord in het gemeenschappelijk standpunt van de Europese Unie uit 1996.

De Raad heeft bovendien herhaalde malen geëist dat de mensenrechten geëerbiedigd worden en dat er concrete maatregelen worden genomen ter bevordering van democratie en nationale verzoening. De Raad beschouwt dit beleid niet echt als een beleid van constructieve betrokkenheid, maar veeleer als een poging om veranderingen te bewerkstelligen en middels sancties en een dialoog druk uit te oefenen. Zoals de geachte afgevaardigde Richard Corbett heeft aangegeven werd het gemeenschappelijk standpunt van de Europese Unie vorig jaar april aanzienlijk aangescherpt, tegen de achtergrond van de bezorgdheid van de Raad over de verslechtering van de situatie in Birma/Myanmar.

Tegelijkertijd is de Raad het erover eens geworden een tweede trojka naar Rangoon te sturen. Het ziet ernaar uit dat deze missie later deze maand zal plaatsvinden. De Unie heeft duidelijk gemaakt, onder meer op de meest recente Top van de Raad van de Europese Unie en de ASEAN in Vientiane in december vorig jaar, dat men verwacht dat de trojka van de Europese Unie dezelfde mogelijkheden geboden zal worden om alle betrokken partijen te ontmoeten, of deze nu uit regeringskringen, de National League for Democracy of etnische minderheden afkomstig zijn.

De Top van ministers in Vientiane, waaraan door Birma/Myanmar werd deelgenomen, bood een goede gelegenheid niet alleen de banden te benadrukken die de Europese Unie en de ASEAN verenigen, maar ook rechtstreeks bij de Birmese minister van Buitenlandse Zaken de bezorgdheid van de Unie over de situatie in Birma/Myanmar over te brengen. De Raad verwelkomt ook het feit dat zowel de Europese Unie als de ASEAN zich in de gezamenlijke verklaring waarover men het in Vientiane eens is geworden bereid hebben verklaard de speciale gezant van de secretaris-generaal van de Verenigde Naties voor Birma, Tan Sri Razali Ismail, te steunen bij zijn inspanningen een positieve ontwikkeling in Birma op gang te brengen.

 
  
MPphoto
 
 

  Kinnock, Glenys (PSE).(EN) Mijnheer de Voorzitter, ook ik wil de fungerend voorzitter welkom heten. Met alle respect voor uw antwoord wil ik u nog het volgende vragen. Aung San Suu Kyi ondergaat nu sinds ongeveer 120 dagen huisarrest: hoe stelt u zich voor dat een gevangene een zinvolle dialoog met haar gevangenisbewaarder kan voeren? Dat is mijn eerste vraag. Ten tweede: zouden zij en de NLD niet een aantal fundamentele vrijheden moeten krijgen voordat wij de SPDC kunnen aanvaarden?

U zegt dat de trojka toegang krijgt tot alle gebieden en personen die zij wil bezoeken. Verbindt u voorwaarden aan dit bezoek van de trojka, zodat de autoriteiten echt gedwongen zijn om die toegang te verlenen?

Tot slot nog een sceptische opmerking. In 1994 was Aung San Suu Kyi verwikkeld in een soort onderhandelingsproces met de SLORC, zoals hun naam destijds luidde. Die verweten haar voortdurend dat zij veel te onbuigzaam was en stelden met haar niets te kunnen beginnen omdat zij maar bleef hameren op erkenning van het resultaat van de verkiezingen van 1990. Bent u niet bezorgd dat zij wellicht nog steeds een spelletje spelen met de Europese Unie en de internationale gemeenschap en dat zij weer zullen zeggen: “Kijk, deze vrouw is onmogelijk.”

 
  
MPphoto
 
 

  Danielsson. - (SV) Laat mij ter inleiding opmerken dat ik de bezorgdheid van mevrouw Kinnock over de situatie in Birma/Myanmar natuurlijk volledig deel. De Raad heeft dezelfde principiële opvatting als die welke de afgevaardigde in haar vraag tot uitdrukking brengt, namelijk dat het voor zich spreekt dat we hoge eisen aan Birma/Myanmar moeten stellen als het om de mensenrechten gaat. Ik wil erop wijzen dat de Unie op meerdere terreinen actief is in de strijd voor mensenrechten in dit land. De Unie is actief in de IAO, in de Commissie voor de rechten van de mens van de Verenigde Naties en in de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties. Een voorwaarde voor de contacten die ik heb beschreven en die we hopelijk bij het geplande bezoek van de trojka tot stand kunnen brengen is uiteraard dat we alle betrokken partijen in Birma/Myanmar geheel vrijelijk moeten kunnen ontmoeten. Dat spreekt voor zich, maar helaas moeten we op dit moment constateren dat de situatie in Birma/Myanmar ook om andere redenen steeds verontrustender wordt. In ieder geval zijn er nu grensconflicten tussen Bangladesh en Myanmar, en die zouden ook de situatie in Birma/Myanmar zelf kunnen beïnvloeden.

U kunt er dus zeker van zijn dat de Raad de ongerustheid van de afgevaardigde over de situatie volledig deelt. Er is absoluut geen sprake van dat we op voorwaarden van de Birmese regering zouden ingaan. We eisen met name volledige toegang tot alle partijen, zowel tot de NLD als tot de etnische minderheden. Deze laatsten mogen in dit verband immers evenmin vergeten worden.

 
  
MPphoto
 
 

  Corbett (PSE).(EN) Dank u wel voor uw zeer volledige antwoord. Zoals u weet zal de volgende vergadering op ministerieel niveau van de Europese Unie en de ASEAN-landen in Europa plaatsvinden. Momenteel geldt in alle lidstaten van de Europese Unie een inreisverbod voor leden van het militaire regime van Birma en hun gezinnen. Die zullen derhalve niet aan deze vergadering kunnen deelnemen.

De ASEAN-landen oefenen druk uit op de Unie om dit verbod op te heffen. Kunt u mij verzekeren dat u niet voor deze druk zult zwichten?

 
  
MPphoto
 
 

  Danielsson. - (SV) De Raad geeft niet toe aan pressie. De Raad heeft nog geen besluit genomen over Birmese deelname aan de komende top van ministers tussen de Europese Unie en de ASEAN-landen, waarnaar de geachte afgevaardigde verwijst. De Raad zal op termijn een besluit nemen op basis van het gemeenschappelijke standpunt dat de Unie ten aanzien van de relaties met Birma/Myanmar heeft aangenomen. Ik kan de geachte afgevaardigde verzekeren dat we vermoedelijk exact dezelfde mening zijn toegedaan als het gaat om de voorwaarden waaraan moet zijn voldaan voordat de Raad deelname door Birma aan deze bijeenkomst van ministers kan accepteren.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. -

Vraag nr. 13 van Pat the Cope Gallagher (H-0985/00):

Betreft: Visserij en het Zweedse voorzitterschap

Kan de Raad, onder het Zweedse voorzitterschap, aangeven hoeveel belang hij hecht aan de visserijsector, met het oog op de uiterst moeilijke situatie waarin de vissers in Ierland en andere lidstaten zich momenteel bevinden, en kan de Raad tevens aangeven wat zijn prioriteiten zullen zijn voor het volgende oriëntatieprogramma voor de vissersvloot voor de periode 2002-2006?

 
  
MPphoto
 
 

  Danielsson, Raad. - (SV) Uit de vraag van de geachte afgevaardigde is niet heel duidelijk af te leiden of hij zich tot de Raad of tot het Zweedse voorzitterschap richt. Desondanks verheugt het mij van de gelegenheid gebruik te kunnen maken om, zoals de geachte afgevaardigde van het Parlement ook wenste, heel in het kort enige prioriteiten aan te geven voor het toekomstige beleid inzake de vissersvloot van de Gemeenschap.

Laat mij eerst opmerken dat het voorzitterschap groot belang hecht aan het gemeenschappelijk visserijbeleid en dat wij ons volledig bewust zijn van de moeilijke situatie waarin de visserij-industrie zich bevindt na de drastische beperkingen van quota e.d. waartoe tijdens de bijeenkomst van de Raad in december vorig jaar besloten is. Deze beperkingen waren echter noodzakelijk vanwege de visstand van bepaalde vissoorten, met name kabeljauw en stokvis, en hadden tevens betrekking op een aantal andere soorten.

Naar de opvattingen van de Raad is het zonneklaar dat de remedie voor deze situatie op de lange termijn gelegen is in het tot stand brengen van een permanente balans tussen de capaciteit van de vissersvloot en de beschikbare natuurlijke rijkdommen teneinde een blijvend en duurzaam gebruik van het visbestand mogelijk te maken en het voortbestaan van de visserijsector te garanderen.

Het voorzitterschap heeft daarom de intentie na afloop van het vierde meerjarenprogramma voor ontwikkeling op 31 december 2001 een algemeen debat in de Raad te organiseren over de follow-up van de meerjarenprogramma’s voor ontwikkeling. De Commissie zal op korte termijn haar voorstellen bekend maken. We zijn ons volledig bewust van het feit dat er middels de huidige programma’s geen balans is bereikt en dat deze in sommige gevallen omstreden zijn geweest.

Naast de structurele problemen die met name in de vraag genoemd worden omvatten de prioriteiten van het voorzitterschap ook de voortzetting van de werkzaamheden in het kader van het Groenboek van de Commissie over de toekomst van het gemeenschappelijk visserijbeleid en de uitwerking van een voorstel van het voorzitterschap over visserij en milieu, dat wil zeggen de integratie van milieuvraagstukken en het principe van duurzame ontwikkeling in het gemeenschappelijk visserijbeleid. Dat maakt deel uit van het proces van Cardiff en de Raad is verplicht een dergelijk document in te dienen op de Top van de Europese Raad van Göteborg.

Het voorzitterschap is niet van mening dat er erg veel ruimte is voor het nemen van steunmaatregelen ten behoeve van een afzonderlijke lidstaat. Eerder moet het gemeenschappelijk visserijbeleid worden ontwikkeld ten voordele van de visserijsector in de gehele Unie.

Het is de geachte afgevaardigde van het Parlement ongetwijfeld niet ontgaan dat de drastische beperkingen in de visserijmogelijkheden gepaard gaan met plannen voor herstel van de bedreigde soorten. In dat verband hebben wij het Europees Parlement gevraagd met ons samen te werken en in januari zijn oordeel te geven over het voorstel voor een reddingsplan voor de kabeljauw in de Ierse Zee, zodat deze maatregelen reeds per 14 februari 2001 kunnen ingaan. Wij waarderen de inzet die het Europees Parlement in dit opzicht heeft getoond, maar we zijn er nog steeds niet van overtuigd dat deze maatregelen ook echt werkelijkheid zullen worden. Ik hoop dan ook dat het Parlement op dit punt bereid is samen te werken met de Raad.

 
  
MPphoto
 
 

  Gallagher (UEN).(EN) Dank u wel voor uw antwoord en voor het feit dat u ons wat meer tijd gunt. Ik ben blij dat u zo realistisch bent en de beperking als drastisch betitelt, want dat geeft de werkelijkheid goed weer. Ik ben mij ervan bewust dat beperkingen noodzakelijk zijn om de natuurlijke hulpbronnen voor deze generatie en voor de volgende generaties veilig te stellen.

In verband met wat u zei over de ontwikkelingsprogramma’s, zou ik u willen vragen: kunt u ons geruststellen dat u alles in het werk zult stellen om ervoor te zorgen dat niet alleen de wetenschappers, maar ook de belanghebbenden en de vissers zullen worden betrokken bij de besprekingen over deze ontwikkelingsprogramma’s? Alle vissers die ik ken zijn realistisch genoeg om te beseffen dat er afgesloten gebieden moeten komen om de kweekgronden te beschermen.

Kortom, kunt u ons verzekeren dat u zult proberen om de vissers te betrekken bij de ontwikkelingsprogramma’s?

 
  
MPphoto
 
 

  Danielsson. - (SV) Ik deel geheel en al de opvatting van de geachte afgevaardigde. Bij het bespreken van belangrijke kwesties als deze is het van cruciaal belang dat alle betrokkenen op de juiste wijze aan de discussie kunnen deelnemen. Naar mijn mening is het volstrekt duidelijk dat een dergelijke discussie gebaseerd moet zijn op wetenschappelijke grondslagen, maar uiteraard moeten alle betrokkenen, inclusief de vertegenwoordigers van de visserijsector, in de gelegenheid gesteld worden hieraan deel te nemen. Ik kan u dan ook verzekeren dat het voorzitterschap alles in het werk zal stellen om een integrale discussie over deze belangrijke kwesties van de grond te krijgen met zoveel mogelijk belanghebbenden.

 
  
MPphoto
 
 

  Crowley (UEN).(EN) Ik wil de fungerend voorzitter vragen of er compensatie zal komen voor de vangstbeperkingen en wat de gevolgen zullen zijn voor de inkomsten van de vissers. Liggen er voorstellen op tafel om de vissers te compenseren?

 
  
MPphoto
 
 

  Danielsson. - (SV) De zaak die de geachte afgevaardigde aanroert, is uiteraard van groot gewicht, niet in de laatste plaats voor de betrokken vissers. Maar ik ben bang dat deze vraag aan de voorzitter van de Raad aan de verkeerde persoon is gesteld. Dit is een vraag die naar ons idee in eerste instantie gesteld moet worden aan de Commissie; die is voor dit terrein verantwoordelijk.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Dank u wel, mijnheer Danielsson, u heeft meer dan alleen uw plicht gedaan in deze eerste zitting.

Aangezien de tijd die is vastgesteld voor het vragenuur aan de Raad is verstreken, zullen de vragen nrs. 14 tot en met 22 schriftelijk worden beantwoord. (1)

De vragen nrs. 23 en 24 zullen niet worden behandeld, omdat ze onderwerpen betreffen die op de agenda staan van de huidige vergaderperiode.

Het vragenuur voor vragen aan de Raad is gesloten.

(De vergadering wordt om 19.43 uur onderbroken en om 21.00 uur hervat)

 
  
  

VOORZITTER: DE HEER ONESTA
Ondervoorzitter(2)

 
  

(1)Niet-behandelde vragen: zie bijlage “Vragenuur”.
(2) Samenstelling commissies: zie notulen.

Juridische mededeling - Privacybeleid