De Voorzitter. - Aan de orde is het gecombineerd debat over de volgende verslagen:
- A5-0293/2001 van mevrouw Oomen-Ruijten, namens de delegatie van het Parlement in het Bemiddelingscomité, over de door het bemiddelingscomité goedgekeurde gemeenschappelijke ontwerptekst van de Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake de beperking van de emissies van bepaalde verontreinigende stoffen in de lucht door grote stookinstallaties;
- A5-0293/2001 van mevrouw Myller, namens de delegatie van het Parlement in het Bemiddelingscomité, over de door het bemiddelingscomité goedgekeurde gemeenschappelijke ontwerptekst van de richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake nationale emissieplafonds voor bepaalde luchtverontreinigende stoffen.
Oomen-Ruijten (PPE-DE), rapporteur. - Voorzitter, het is bijna drie jaar geleden dat de Commissie een voorstel indiende voor een richtlijn waarmee de regels inzake de uitstoot van verontreinigende stoffen door grote stookinstallaties werd aangepast. Na die drie jaar komen wij dan deze week uiteindelijk tot een afronding van dit, naar mijn gevoel, heel belangrijke dossier. Niemand zal het mij kwalijk nemen als ik zeg dat wij een moeizaam traject zijn gegaan, een traject waarbij ook her en der pijn is geleden.
Er was heel wat tegenstand, niet alleen van de zijde van een aantal lidstaten maar ook bij sommige collega's. Er zijn zeer intensieve waarschuwingen en protesten geweest van belanghebbenden, ook in de elektriciteitssector van sommige lidstaten. Toch konden wij de oorspronkelijke verordening zoals die was ingediend en die naar mijn gevoel en dat van een aantal collega's veel te week was, zonder enig probleem aanpassen. Immers, de technische mogelijkheden zijn in ruime mate voorhanden en in een groot aantal lidstaten van de Europese Unie zijn die regels die wij bij de eerste lezing hebben ingepast allang voorgeschreven en dus normaal beleid.
Het oorspronkelijke Commissievoorstel om de richtlijn uit 1998 te wijzigen, was naar het gevoel van de meerderheid van dit Huis geen groot succes. De normering was te zwak en bovendien werden bestaande installaties buiten het bereik van de richtlijn gehouden. Wij hebben hier als Europees Parlement gezamenlijk echt inhoud gegeven aan wat dat milieubeleid nu eigenlijk betekent, en ik wil hier nog eens van harte al die collega's bedanken die daaraan hebben meegedaan. Wij hebben laten zien wat het betekent wanneer wij echt iets willen doen aan die smerige luchtverontreiniging, die ook voor mensen nadelig is. Wij hebben als Parlement in eerste lezing de uitstootnormen veel scherper aangezet en wij hebben ook de bestaande stookinstallaties onder de reikwijdte van de richtlijn gebracht.
Toen kwam het gemeenschappelijk standpunt van de Raad. Het kwam overigens met de allergrootste moeite tot stand. De regelgeving werd iets aangescherpt, maar er werd wel gehoor gegeven aan de wens van het Europees Parlement om ook de bestaande installaties onder de richtlijn te laten vallen. Helaas, elk land bedong weer eigen uitzonderingen, en als het aan de Raad van ministers had gelegen, was men dus in eeuwigheid - tot sint-juttemis, zouden wij zeggen - doorgegaan met het gebruiken van oude, niet aan de stand van de techniek aangepaste, vervuilende installaties.
Aan het gemeenschappelijk standpunt ontbrak, naar ons gevoel, elke visie. Het was een samenraapsel geworden met voor elk wat wils. Als ik dat vergelijk met de voorschriften die op dit moment in Japan en de Verenigde Staten gelden, dan zouden wij, die het allemaal zo keurig willen doen, met de emissie-eisen van de Raad bij de gesprekken over Kyoto een bijzonder slecht figuur hebben geslagen.
Er werd wel geroepen dat het niet nodig is om eisen te stellen aan de stookinstallaties omdat wij toch het mooie verslag van mevrouw Myller over emissieplafonds zouden krijgen, en dat je je er dus als Europese overheid pas mee hoeft te bemoeien zodra die emissieplafonds er zijn, want daarmee wordt het allemaal geregeld, daarmee vult iedere lidstaat het dwingend in. Maar dat liep uiteindelijk ook anders.
Als wij tegemoet zouden komen aan de verwachtingen van de voorstanders van de liberalisering van de energiemarkt, met andere woorden, als wij geen eisen zouden stellen of uitzonderingen zouden toestaan om met oude, vervuilende centrales elektriciteit op te wekken, dan zou ons inziens het marktmechanisme verstoord worden en zouden degenen die het milieu verwaarlozen met een voorsprong worden beloond omdat zij met hun oude centrales lagere energieprijzen zouden kunnen gaan hanteren.
Daar de Raad de amendementen van het Parlement niet wenste te aanvaarden, moest tot bemiddeling worden overgegaan, waarbij een gecombineerde behandeling plaatsvond met het verslag van Riitta Myller. Ik dank haar ook. Zij was een uitstekend collega in die onderhandelingen.
Tijdens de trialoog met het Zweeds voorzitterschap en de Commissie in mei en juni van dit jaar is er overigens meteen aanzienlijke vooruitgang geboekt waar het ging om de emissiereductie van SO2, de zwaveldioxide, en ook over een aantal belangrijke technische onderwerpen. Voor de NOx, de stikstofoxiden, kwamen die aanscherpingen maar zeer moeizaam tot stand. Bij de trialoog werd voorlopig overeenstemming bereikt over de verplichting van de Commissie om de continumetingen - dank Hans Blokland - uit te breiden tot de emissies van zware metalen.
Ook kwam de Raad het Parlement tegemoet om bepaalde uitzonderingen te schrappen, met name voor bepaalde installaties die met vaste brandstoffen en bruinkool van eigen bodem worden gestookt. Helaas kwamen wij in de eerste bijeenkomst nog niet echt tot overeenstemming over het wat mij betreft belangrijkste punt, de NOx.
Na de eerste lezing hadden wij een grote stap voorwaarts gemaakt toen de Raad ermee instemde om ook oude installaties onder de richtlijn te laten vallen. Dat was van belang omdat die oude installaties vaak het minst efficiënt zijn qua energie en ook onevenredig veel broeikasgassen uitstoten. Met het in de bemiddeling bereikte compromis slaagde het Europees Parlement er met name in de voorgestelde grenswaarden voor SO2 en NOx te verscherpen. De Raad stemde, eigenlijk meteen, in met een aanzienlijke reductie van de SO2, in het bijzonder voor de middelgrote en grote stookinstallaties, want daar levert het ook het meeste op.
Met betrekking tot de NOx-emissies hebben wij als Parlement vastgehouden aan de reductie van de NOx-grenswaarde voor grote stookinstallaties tussen de 650 mg per kubieke meter en de 200 mg voor die installaties die vaste brandstoffen stoken. Deze grenswaarden zijn echter pas vanaf 2016 van toepassing op nieuwe en bestaande installaties. Dat is eigenlijk te laat. Zoals ik al zei, hebben een aantal lidstaten deze normen een jaar of drie geleden al ingevoerd. Wij hebben er niet nee op gezegd omdat dat een belangrijke stap voorwaarts was, en ook omdat dit een belangrijke voorwaarde is waarop straks ook de kandidaat-lidstaten kunnen worden vastgepind.
Wij hebben bovendien ook de uitzondering die de Raad wilde hebben voor piekinstallaties naar beneden kunnen brengen, zodat de vervuilende emissie ook wat dat betreft in toom gehouden kan worden.
Ik ben dus al met al van mening dat in de bemiddeling een bevredigend akkoord is bereikt, dat wij veel verder zijn gegaan dan mogelijk werd geacht in de tweede lezing. Ik dank het Zweeds voorzitterschap. Ik dank al mijn collega's, in het bijzonder mevrouw Myller. Ik dank de Commissie voor de constructieve ondersteuning. Ik beveel dan ook namens de delegatie aan om dit voorstel aan te nemen.
Myller (PSE),rapporteur. - (FI) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw de commissaris, wat deze richtlijn betreft was het de doelstelling van het Parlement zo strikt mogelijke emissieplafonds te bereiken voor luchtverontreiniging die verzuring veroorzaakt. Verzuring, troposferische ozon en bodemeutrofiëring zijn met elkaar verbonden problemen die worden veroorzaakt door de uitstoot van zwaveldioxide, stikstofoxiden, vluchtige organische stoffen en ammoniak. Het is verstandig de problemen gezamenlijk te bekijken, omdat men dan de uitstoot kan verminderen op een manier die zo kosteneffectief mogelijk is.
De Commissie heeft op grond hiervan in haar eigen voorstel voor elke lidstaat plafonds berekend die zij uiterlijk in 2010 moeten bereiken. De Gemeenschap - de Europese Unie - heeft zich zowel in haar vijfde milieuactieprogramma als in haar verzuringsstrategie ten doel gesteld te garanderen dat de mensen tegen alle bekende luchtvervuiling worden beschermd. De Commissie stelt in haar voorstel dat zij in deze fase geen zogeheten einddoelen kan stellen voor kritieke vervuiling en niveaus, maar dat men het definitieve langetermijndoel moet bereiken via tussentijdse doelen die de Commissie dus voor 2010 heeft gesteld.
Uitgezonderd ammoniak heeft het Parlement in tweede lezing het niveau van het gestelde doel van de Commissie goedgekeurd en daar een langetermijndoel aan toegevoegd. Volgens het Parlement moeten de tussentijdse doelen uiterlijk in 2010 worden bereikt en moet het einddoel, waarbij de mensen in de hele Europese Unie tegen alle bekende vormen van vervuiling worden beschermd, uiterlijk in 2020 worden bereikt. Tot aan de bemiddeling waren de schema's duidelijk, de Raad liet duidelijk weten dat hij onmogelijk de cijfers kon wijzigen die hij in het gemeenschappelijk standpunt had aangenomen. De Raad was ook niet bereid het langetermijndoel te aanvaarden met als argument dat de eis dat de kritieke niveaus en vervuiling in geen enkele regio overschreden mogen worden ook naar de mening van de Raad en de Commissie technisch gezien onmogelijk verwezenlijkt kan worden. Wat de emissieplafonds betreft stond het gemeenschappelijk standpunt van de Raad relatief ver van de cijfers van de Commissie, maar was het toch beter dan de zogeheten cijfers van Göteborg waar de meeste lidstaten bij zwoeren.
Het goedkeuren van het gemeenschappelijk standpunt van de Raad zou een overgave hebben betekend in de strijd voor het verbeteren van de luchtkwaliteit en het beschermen van de volksgezondheid. In de bemiddelingsprocedure konden, na een hevige strijd en het op actieve wijze bewerkstelligen van compromissen door de Commissie, de belangrijkste beginselen van de richtlijn in de richting van de standpunten van het Parlement worden omgebogen. Bij de bemiddeling werden de striktere emissiegrenswaarden van de Commissie en het Parlement goedgekeurd als indicatieve cijfers en werd het gemeenschappelijk standpunt van de Raad bindend voor de lidstaten. Indicatieve cijfers houden in dat de Commissie in haar verslagen verplicht is in 2004 en 2008 de richtlijn te evalueren en daarbij rekening moet houden met de toekomstige ontwikkeling van wetenschap en techniek en de mogelijkheid op die manier nog striktere emissiegrenswaarden te bereiken. In de evaluatie moet er ook rekening mee worden gehouden in welke mate de langetermijndoelen in 2020 kunnen worden bereikt. Als resultaat van de bemiddeling kreeg de Commissie dus de instrumenten in handen om het niveau van het gestelde doel van de richtlijn strikter te maken. Ze kreeg ook de eis opgelegd het verminderen van emissies ook op de lange termijn te controleren met als doel dat de kritieke niveaus en vervuiling niet worden overschreden en dat de mensen daadwerkelijk doeltreffend tegen alle luchtverontreiniging worden beschermd. Het was een hele klus dit langetermijndoel in een artikel van de richtlijn te krijgen, maar het was misschien wel de belangrijkste zaak die bij de bemiddeling werd gerealiseerd. Het moeilijkste aspect bij de emissiebronnen die verzuring veroorzaken is het aanpakken van de uitstoot van vliegtuigen en schepen. Ook daarin hebben wij vooruitgang geboekt. Wat dat betreft worden er van de Commissie maatregelen geëist.
Ik wil ook Ria Oomen-Ruijten bedanken voor de goede samenwerking tijdens de bemiddelingsprocedure. Het was echt van zeer groot belang dat de richtlijn inzake grote stookinstallaties zo goed geaccepteerd werd, omdat ze het belangrijkste instrument is waarmee de richtlijn over emissiemaxima kan worden uitgevoerd. Ik wil ook de voorzitter van de EP-delegatie, de leden, de vertegenwoordigers van de Commissie en het Zweedse voorzitterschap voor de zeer goede samenwerking bedanken.
Jackson (PPE-DE). – (EN) Mijnheer de Voorzitter, mijn complimenten aan beide rapporteurs voor het zware werk dat zij verzet hebben. Zij hebben een resultaat bereikt waar ze trots op kunnen zijn. De verslagen hebben hun een ontzaglijke hoeveelheid werk en zeer veel tijd gekost. Als Brits afgevaardigde moet ik echter zeggen dat er veel problemen zijn geweest rond deze richtlijnen, met name rond de richtlijn inzake grote stookinstallaties. Ik wil het hier vooral hebben over de zeer moeilijke omstandigheden waaronder wij gewerkt hebben. Noch de Commissie, noch de Raad is namelijk helemaal open geweest over de gevolgen van wat zij voorstelden. Evenmin gaven zij ons een nauwkeurige berekening van de invloed die de voorstellen van het Europees Parlement zouden hebben en zij hielpen ons ook niet die zelf te berekenen.
Als Britse afgevaardigden in het Europees Parlement kregen de heer Bowe en ik te maken met pressiegroepen uit het Verenigd Koninkrijk. Wat zij zeiden kwam erop neer dat de nog operationele Britse kolenmijnen allemaal zouden moeten sluiten als wij de amendementen van het Parlement zouden overnemen. Wij werden zodoende geconfronteerd met de mogelijkheid dat wij zouden stemmen voor amendementen en voor verslagen van onze eigen commissie die zeer ernstige economische gevolgen zouden hebben gehad in onze eigen lidstaat.
Toen wij de vergadering van de Raad van ministers bijwoonden, ontdekten we dat andere lidstaten, zoals Finland, precies dezelfde problemen hadden. De ministers en regeringen van die landen hadden nooit echt aan hun afgevaardigden in het Europees Parlement meegedeeld welke problemen zij verwachtten. Wij hebben ook de merkwaardige situatie meegemaakt dat tijdens de medebeslissingsbijeenkomst vier ambtenaren toespraken hielden die eigenlijk door ministers gehouden hadden moeten worden.
Wat ik met dit alles wil zeggen is het volgende. Er zijn twee dingen nodig. In de eerste plaats moeten lidstaten en de Commissie veel eerlijker zijn over de feitelijke gevolgen in de lidstaten van wat hier voorgesteld en besproken wordt. Daarover moet in ieder geval enige informatie beschikbaar zijn. In de tweede plaats moeten medebeslissingsbijeenkomsten niet meer samengesteld zijn uit vijftien afgevaardigden, één minister en veertien ambtenaren. Dat is bespottelijk. Veel opmerkingen over de verslagen van mevrouw Oomen-Ruijten en mevrouw Myller die wij te horen kregen, hadden van ministers afkomstig moeten zijn. Wij willen ministers spreken wanneer we naar medebeslissingsbijeenkomsten gaan.
Bowe (PSE). – (EN) Mijnheer de Voorzitter, als Brits afgevaardigde wil ik eerst even zeggen dat ik mij aansluit bij de woorden van mevrouw Jackson.
Alleen de mensen in deze zaal weten echt hoeveel werk de beide rapporteurs verricht hebben om tot dit uiteindelijke standpunt te komen en deze twee verslagen hier ter definitieve stemming op tafel te leggen. Wij als uw collega’s weten hoe zwaar uw werk is geweest en wij feliciteren u beiden met wat u bereikt heeft. Het heeft zeer veel tijd gekost en dit is een van de moeilijkste verslagen die ik ben tegengekomen in de twaalf jaar dat ik parlementslid ben.
Ondanks alle problemen en het feit dat er uiteindelijk zelfs bemiddeling nodig was, hebben wij dan toch eindelijk een werkbaar en praktisch voorstel. Het zal niet gemakkelijk worden. Wat sommige eisen betreft, zal het zelfs buitengewoon moeilijk worden. Er wordt in het voorstel echter voldoende evenwicht gevonden tussen milieubescherming enerzijds en de behoefte van de maatschappij aan een betrouwbare, veilige en betaalbare krachtbron anderzijds. We kunnen het ons niet veroorloven dat laatste buiten beschouwing te laten.
Om aan de eisen van dit verslag te voldoen, zullen er veranderingen moeten plaatsvinden. De energiebedrijven zullen ongetwijfeld enkele oude installaties moeten vervangen, hopelijk door modernere vormen van energieopwekking. Zwaveldioxide- en stikstofoxidenemissies, de belangrijkste veroorzakers van zure regen en ozon op leefniveau, zullen aanzienlijk worden teruggedrongen. Daardoor zullen de milieuomstandigheden voor de menselijke gezondheid verbeteren. De algehele verbetering van de doelmatigheid van stookinstallaties zou overigens een positief bijeffect kunnen hebben. Een mogelijk gevolg ervan is namelijk de vermindering van kooldioxide in vergelijking met de opgewekte energie. Dat zou een nuttig neveneffect zijn van deze wetgeving.
Het zal niet gemakkelijk zijn om al deze maatregelen ten uitvoer te leggen. Er wordt veel tijd voor uitgetrokken en onder deze omstandigheden is dat acceptabel en begrijpelijk. Namens de socialistische fractie stem ik daarom in met deze verslagen. Wij zullen ze morgen bij de stemming steunen.
Evans, Jillian (Verts/ALE). – (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik begroet beide richtlijnen met instemming. Ik sluit mij graag aan bij de complimenten van andere afgevaardigden aan de beide rapporteurs. Vooral het debat over de beperking van de emissies van bepaalde verontreinigende stoffen in de lucht door grote stookinstallaties heb ik met belangstelling gevolgd. Na transport behoren deze installaties tot de grootste producenten van luchtverontreinigende stoffen van Europa. Het is daarom uitermate belangrijk dat wij stringente wetgeving hebben om dit onder controle te houden. Het feit dat bestaande installaties in het toepassingsgebied van de richtlijn worden opgenomen is een belangrijke verbetering in vergelijking met eerdere wetgeving. Het betekent dat dezelfde spelregels gelden voor alle installaties, inclusief de ergste vervuilers. Dit geldt eveneens voor een aantal installaties in de kandidaat-lidstaten, die goedkoper stroom op kunnen wekken, omdat zij minder controlemaatregelen hebben en niet aan dezelfde normen hoeven te voldoen.
Zoals andere afgevaardigden al gezegd hebben, kunnen wij de burger geruststellen dat bestaande krachtcentrales, zoals Aberthaw in mijn eigen kiesdistrict, niet bedreigd worden. In de definitieve compromistekst zijn immers diverse uitzonderingen opgenomen en wordt rekening gehouden met lagere normen. De kolencentrale in Aberthaw heeft aanzienlijke aandacht gekregen in de pers en de media. De richtlijn waarover wij nu spreken zou een bedreiging vormen voor de concurrentiepositie en de winstgevendheid van de centrale. In feite is het tegenovergestelde waar. Op de lange termijn zullen door de richtlijn juist banen behouden blijven in de kolenindustrie en de elektriciteitsindustrie in Wales.
Dit is een zeer belangrijk debat geweest. Het heeft namelijk duidelijk gemaakt dat er geen rechtlijnige keuze is tussen schonere lucht en werkgelegenheid, zoals sommigen ons willen doen geloven. Het bestrijden van vervuiling kan hand in hand gaan met het behoud van werkgelegenheid en het in stand houden van gemeenschappen.
Mijn fractie staat ook achter het compromis waarin de grenswaarden voor zwaveldioxide en stikstofoxide verscherpt worden en over het algemeen strengere normen worden voorgesteld. De fractie steunt eveneens de resultaten van de bemiddeling over het verslag van mevrouw Myller over de richtlijn inzake nationale emissieplafonds. Wij zullen ook voor dat verslag stemmen.
Blokland (EDD). - Voorzitter, ik beperk me tot de luchtverontreiniging door grote stookinstallaties. Nog steeds ben ik van mening dat het resultaat van de bemiddeling ver achterloopt bij de huidige technische mogelijkheden om vervuilende emissies terug te dringen. Bizarre uitzonderingsbepalingen zijn nu in de richtlijn blijven staan, zoals het aan grote oude stookinstallaties toestaan om 2000 uur per jaar veel te vervuilen, alsmede de uitzonderingen voor Spanje, Kreta en Rhodos.
Bestaande installaties zullen de lucht nog enorm vervuilen door zwaveldioxide en stikstofoxiden. Vooral voor de stikstofoxiden is het resultaat van de bemiddeling bedroevend, aangezien de Verenigde Staten op dit moment al veel verder gaan dan de normen die voor de Europese Unie pas over enkele jaren van kracht worden.
Bovendien zien we nu al dat veel biomassa wordt bijgestookt in kolencentrales. Hiervoor gelden veel minder strenge emissienormen dan bij afvalverbrandingsinstallaties. Ik had mogen verwachten dat als gevolg van de liberalisering van de energiemarkt gelijke milieuvoorwaarden gehanteerd zouden worden om concurrentieverstoring tegen te gaan.
Concluderend, Voorzitter, de reden waarom ik zal instemmen met deze richtlijn is niet dat hiermee de luchtvervuiling effectief bestreden wordt, maar dat deze nieuwe richtlijn minder slecht is dan de vorige.
Korhola (PPE-DE). - (FI) Mijnheer de Voorzitter, mijn collega Ria Oomen-Ruijten heeft in alle drie de fases van de behandeling van de LCP-richtlijn op verdienstelijke wijze als rapporteur opgetreden. Wij hebben nu dan ook een herziene richtlijn in handen waarvan verwacht mag worden dat ze grote invloed heeft op het verminderen van de uitstoot van grote stookinstallaties, terwijl ze ook rekening houdt met de realiteit van het leven van alledag. Ik ben dankbaar dat ik betrokken mocht zijn bij het opstellen van compromisamendementen die eerst door de rapporteur en daarna door het Parlement zijn goedgekeurd. Die amendementen zijn ook na de bemiddeling nog zichtbaar in de richtlijn en maken onder andere warmtekrachtkoppeling mogelijk die van wezenlijk belang is voor duurzame ontwikkeling. Aanvankelijk bestond het gevaar dat de richtlijn de CHP onrendabel zou hebben gemaakt. Dat zou duidelijk stappen terug hebben betekend.
Het verslag-Oomen-Ruijten is net als het verslag van collega Myller een voorbeeld van hoe men ook bij zeer moeilijke en veeleisende onderwerpen in de medebeslissingsprocedure goede resultaat kan bereiken. Deze twee richtlijnen betreffen zonder meer dergelijke onderwerpen.
Nationale emissiegrenswaarden en de emissies van grote stookinstallaties zijn zaken waarbij de lidstaten traditioneel hun belangen hebben behartigd en hebben getracht te verhinderen dat er doelen werden gesteld die de concurrentiekracht van de lidstaten en de Europese Unie in haar geheel in gevaar konden brengen. De Commissie moest daarmee al rekening houden bij het opstellen van het voorstel. Ook het Parlement heeft in al zijn volmaaktheid rekening moeten houden met de politieke realiteit. Desondanks kan men het resultaat als ambitieus beschouwen. Het is direct van belang voor de kwaliteit van de lucht in Europa. Bovendien toont het een belangrijke zaak aan: de Europese Unie is bereid ook in het praktische beleid te werken aan het bereiken van de in het Protocol van Kyoto gestelde doelen.
Van de Commissie worden nog dit najaar verscheidene belangrijke voorstellen met betrekking tot de strijd tegen de klimaatverandering verwacht. De twee verslagen die nu behandeld worden, beloven veel goeds. De Europese instellingen zijn in staat evenwichtig samen te werken en daarvan kunnen uitdagende resultaten worden verwacht. Met de feiten van de klimaatverandering voor ons kunnen wij ons niet minder veroorloven.
Lange (PSE). – (DE) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw de commissaris, dames en heren, ook ik wil de twee rapporteurs zeer hartelijk danken voor hun vasthoudendheid en hun engagement. Dat zal in de onderhandelingen met de Raad ook wel hard nodig geweest zijn, zeker als ik denk aan de onderhandelingen over grote stookinstallaties. Het Parlement wilde, en dat is uiteindelijk ook gelukt, dat de oude installaties ook in deze richtlijn werden betrokken. Dat is een belangrijk gebied waarop we succes kunnen boeken.
We moeten echter ook constateren dat het ons niet helemaal gelukt is. We hebben veel afwijkende regelingen, verlengingsregelingen en nietszeggende grenswaarden moeten accepteren, maar niet omdat het technisch gezien niet anders mogelijk was. We waren dan immers al lang geconfronteerd met uitspraken als: “Wat jullie willen, beste parlementsleden, is technisch gezien helemaal niet mogelijk!” In dit geval is het overduidelijk dat het moderniseren van oude installaties tot het niveau van nieuwe installaties technisch helemaal geen probleem is. Dat wordt in een aantal sectoren ook al gedaan. De weerstand heeft echter te maken met standpunten die liggen op specifieke financieel-economische gebieden in samenhang met een aantal individuele installaties. Dat is echter tamelijk kortzichtig. We moeten natuurlijk allemaal economisch denken en ook aan de kosten denken die ontstaan door verzuring en door de schadelijke stoffen die op de bevolking neerdalen. Daarom kan ik het standpunt van de Raad in deze kwestie ook helemaal niet begrijpen. Omdat de oude installaties uiteindelijk echter toch zijn opgenomen, stem ik toch voor dit compromis.
Hulthén (PSE).(SV) Mijnheer de Voorzitter, noch het tijdstip, noch de sfeer is er naar om te gaan bakkeleien - met de commissievoorzitter noch met Britse collega-parlementsleden - over wie het meest te lijden heeft onder de verzuring of de maatregelen tegen verzuring.
Ik wil mij daarentegen positiever uitdrukken en de Britse afgevaardigden bedanken voor het feit dat zij in staat zijn geweest deze richtlijn door te nemen en dat wij morgen een besluit kunnen nemen. Dit besluit betekent, om het dramatisch te zeggen, een nieuw leven voor mijn regio. De bosbouw, de visserij en de biodiversiteit krijgen de kans om zich te herstellen van de schade die decennia lang of misschien zelfs al een eeuw lang is toegebracht.
Dit is een heel goed voorbeeld van een concrete en solide Europese samenwerking. Door middel van een dergelijke samenwerking kan in mijn regio een verandering tot stand gebracht worden die wij zelf nooit teweeg hadden kunnen brengen, dat wil zeggen het afremmen van de verzuring. Ook al kunnen wij de verzuring niet volledig stoppen, wij kunnen haar in ieder geval afremmen en trachten iets te doen aan een deel van de schade die zij heeft aangericht.
Ik kijk uit naar de komende herziening, omdat ik weet dat dit niet toereikend is. De verzuring gaat door, ondanks het besluit dat morgen wordt genomen. Ik wil de afgevaardigden en de Commissie bedanken voor het werk dat wij gezamenlijk hebben verricht.
Wallström,Commissie. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, geachte afgevaardigden, het doet mij veel genoegen dat deze twee belangrijke aanvullingen op de communautaire wetgeving inzake luchtverontreiniging het laatste stadium van de procedure hebben bereikt. Ik sluit mij aan bij uw felicitaties en dankwoorden aan de beide rapporteurs, mevrouw Oomen-Ruijten en mevrouw Myller, voor hun werk. Ik wil echter ook mijn erkentelijkheid betuigen aan de voorzitter van de Parlementsdelegatie, de heer Friedrich, die hier vanavond helaas niet aanwezig kan zijn. Mede door zijn inspanningen zijn deze onderhandelingen tot een goed einde gebracht. Ook de heer Provan wil ik graag bedanken. Op een van de mooiste avonden van deze zomer schoot hij op het laatste moment te hulp.
De voorstellen met betrekking tot nationale emissieplafonds en grote stookinstallaties zijn een belangrijke vooruitgang in de communautaire wetgeving inzake luchtverontreiniging. Zoals u weet, wordt in het voorstel betreffende nationale emissieplafonds de eis gesteld dat de lidstaten de meest schadelijke emissies terugdringen. Het gaat daarbij niet alleen om emissies met schadelijke gevolgen in hun eigen land, maar ook in hun buurlanden, zoals mevrouw Hulthén aangaf. Hierdoor zou dit voorstel bijdragen aan het opzetten van een permanent programma voor het aanpakken van grensoverschrijdende luchtvervuiling.
In het eerste stadium worden bindende emissieplafonds vastgesteld die de lidstaten tegen 2010 moeten bereiken. Er is een aantal periodieke herzieningen ingebouwd – in 2004, 2008 en 2012 – teneinde in de toekomst nog striktere emissieplafonds te bereiken. Dit herzieningssysteem is naar aanleiding van de bezorgdheid van het Parlement aanmerkelijk versterkt. De eerste herziening zal ten doel hebben tegen 2010 de achterstand te compenseren, waarbij rekening wordt gehouden met alle emissies in de gehele Gemeenschap, zoals in het oorspronkelijke Commissievoorstel uiteengezet is. Bij alle herzieningen zal onderzocht worden hoe wij onze langetermijndoelstellingen kunnen bereiken, met andere woorden, hoe wij na 2010 onder kritische milieuwaarden kunnen blijven. Het jaar 2020 geldt dan als richtdatum. In verdere evaluaties zal de Commissie met name verslag doen van de vooruitgang in het verwezenlijken van onze langetermijndoelstellingen. Met dit in het achterhoofd zal zij zich beraden op nadere maatregelen die nodig zijn om deze doelen “bij voorkeur voor 2020”, zoals de rapporteur zei, te bereiken.
Tegelijkertijd zullen op grond van het voorstel met betrekking tot grote stookinstallaties nieuwe en striktere emissieplafonds gelden in de energiesector. Deze zijn met name van toepassing op oudere krachtcentrales die een belangrijke oorzaak zijn van de verzuring en ozonverontreiniging. De door de Commissie uitgevoerde analyse van het gemeenschappelijk standpunt inzake grote stookinstallaties wijst uit dat de emissies van zowel zwaveldioxide als stikstofoxide fors zullen verminderen als gevolg van deze wetgeving.
Het compromis over het voorstel betreffende grote stookinstallaties maakt het mogelijk om op de middellange termijn flexibel om te gaan met de verschillende omstandigheden in de lidstaten. Het biedt ook aanzienlijke milieuvoordelen op de lange termijn wanneer de Gemeenschap is uitgebreid.
Het Parlement heeft veel bereikt in dit debat en het mag zeer trots zijn op zijn bijdrage. De Commissie is uitermate tevreden over het resultaat. Door deze wetgeving goed te keuren, neemt de Commissie de verplichting op zich in 2004 terug te komen om beide richtlijnen te herzien en haar voorstellen voor verdere vooruitgang te presenteren. In de mededeling van mei 2001 over schone lucht voor Europa (CAFE), hebben wij reeds uitgelegd hoe wij deze eerste herziening denken voor te bereiden. Wij zijn inmiddels al aan de slag gegaan.
Afsluitend roep ik het Parlement op het resultaat van de bemiddeling aan te nemen en samen met ons voorwaarts te gaan. Ik verheug mij op de steun van het Parlement voor CAFE.
De Voorzitter. - Het gecombineerd debat is gesloten.