Terug naar het Europarl-portaal

Choisissez la langue de votre document :

 Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Debatten
Woensdag 3 juli 2002 - Straatsburg Uitgave PB

2. Werkprogramma van het Deens voorzitterschap
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Aan de orde is de verklaring van de fungerend voorzitter van de Raad over het werkprogramma van het Deens voorzitterschap.

Ter inleiding wilde ik namens het Parlement en de fractievoorzitters het Deens voorzitterschap dankzeggen voor de uitnodiging om voorafgaand aan de officiële start in Kopenhagen met het komende voorzitterschap een uitgebreide bespreking te voeren over de prioriteiten die het heeft gesteld. De fungerend voorzitter van de Raad, minister-president Rasmussen, zal bij wijze van uitzondering deelnemen aan ons belangrijkste debat, in november aanstaande, over de uitbreiding, ook al brengt hij geen verslag uit van het werk van de Europese Raad. Naar verwachting zal voor het einde van het voorzitterschap, tijdens de Top van Kopenhagen, een intensieve dialoog met de fractieleiders van het Parlement kunnen plaatshebben.

Dat zijn allemaal vernieuwende aspecten waaruit blijkt dat samenwerking tussen de instellingen wordt gestimuleerd. Ik zou namens het Parlement de fungerend voorzitter van de Raad officieel onze waardering willen overbrengen voor de omvang en intensiteit van deze inspanningen en vernieuwing.

 
  
MPphoto
 
 

  Fogh Rasmussen, Raad. - (DA) Mijnheer de Voorzitter, geachte afgevaardigden, geachte leden van de Commissie, dames en heren, ik beschouw het als een grote eer dat ik dit Parlement vandaag voor het eerst mag toespreken. Als voorzitter van de Europese Raad heb ik het grote genoegen de prioriteiten van het Deens voorzitterschap toe te lichten. Ik kijk uit naar het debat dat zal volgen over de taken die ons wachten.

Het Europees Parlement is een belangrijke en stuwende kracht in de ontwikkeling van de Europese samenwerking, en ik ben ervan overtuigd dat dit de komende maanden niet anders zal zijn, nu wij voor een aantal belangrijke beslissingen staan wat de toekomst van de EU betreft. Het Deens voorzitterschap wenst daarom een nauwe samenwerking met het Europees Parlement.

Het Deens voorzitterschap wenst de samenwerking tussen de EU-instellingen te versterken, en ik weet dat het Europees Parlement achter deze wens staat. Wij zullen de contacten en de samenwerking tussen de instellingen proberen te bevorderen. Wij zijn van plan om voor elke bijeenkomst van de Europese Raad in Brussel en Kopenhagen topbijeenkomsten tussen het Parlement, de Commissie en het voorzitterschap te organiseren.

Wij moeten belangrijke beslissingen nemen met betrekking tot de gemeenschappelijke besluitvorming. Het voorzitterschap zal dit efficiënt en soepel aanpakken en verwacht een vruchtbare samenwerking. Wij moeten een nieuwe begroting aannemen. Ook op dit vlak zal het voorzitterschap constructieve en resultaatgerichte onderhandelingen voeren.

Denemarken hecht veel belang aan de werkzaamheden van het Europees Parlement, en het voorzitterschap zal goed vertegenwoordigd zijn bij alle plenaire vergaderingen. In dit verband zal onze minister voor Europese Zaken, de heer Bertil Haarder, voormalig lid van dit Parlement, een belangrijke rol spelen.

(Applaus)

Maar ook een aantal andere Deense ministers zal in de komende maanden aan de plenaire vergaderingen deelnemen. Ik zal in het Europees Parlement in Brussel persoonlijk verslag uitbrengen over de Europese Raad, en ik zal aan het eind van het voorzitterschap, na de Top van Kopenhagen, een verslag opmaken. Bovendien zal ik deelnemen aan het grote debat over de uitbreiding, dat op 19 november zal plaatsvinden.

Het motto van ons voorzitterschap is "Eén Europa". Dit onderstreept het belang dat wij aan de uitbreiding en aan een ruimere samenwerking op ons continent hechten. Het werkprogramma bevat een uitvoerige uiteenzetting van onze doelstellingen en plannen op de afzonderlijke gebieden. Vandaag zal ik mij tot de hoofdthema's beperken.

De hoofdthema’s van ons programma zijn de volgende:

Ten eerste: de uitbreiding van de EU. Van Kopenhagen tot Kopenhagen - op de Top van Kopenhagen in december moet de knoop worden doorgehakt met betrekking tot de uitbreiding.

Ten tweede: Vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid – wij moeten een hardere strijd voeren tegen het terrorisme, de criminaliteit en illegale immigratie.

Ten derde: Duurzame ontwikkeling – op economisch vlak, op sociaal vlak en op het gebied van milieu. Wij willen ervoor ijveren dat economische groei hand in hand gaat met bescherming van het milieu en verbetering van de werkgelegenheid.

Ten vierde: Voedselveiligheid. Wij zullen ons inzetten voor veiliger voedsel, een herziening van het landbouwbeleid en een vernieuwing van het gemeenschappelijk visserijbeleid.

Ten vijfde: De rol van de EU in de wereld. Wij moeten een krachtiger gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid voeren, de sterke banden tussen Europa en de VS aanhalen en een wereldwijde overeenkomst tussen de rijke en arme landen tot stand brengen.

De Europese Raad heeft in Sevilla een aantal beslissingen genomen betreffende het kader voor de werkzaamheden van de Raad met het oog op de uitbreiding. Ik begroet deze besluiten. Wij zullen proberen ze onder het Deens voorzitterschap reeds zoveel mogelijk uit te voeren. Dit betreft vooral het besluit om meer openheid te brengen in de werkzaamheden van de Raad. Over het algemeen koesteren wij de ambitie zo open mogelijk te zijn over alle aspecten van het Deens voorzitterschap.

(Applaus)

De uitbreiding van de EU is de belangrijkste taak van het Deens voorzitterschap. Ik kom later in mijn betoog nog uitgebreid op dit thema terug. Ik zal eerst de andere thema's van het Deens voorzitterschap toelichten.

Naast de uitbreiding wil het Deens voorzitterschap de uitgebreide EU-agenda die voor ons ligt graag aanpakken. Wij willen ons op vier gebieden concentreren.

Ten eerste willen wij streven naar meer vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid.

Voor het Deens voorzitterschap behoren de bestrijding van de grensoverschrijdende criminaliteit en de tenuitvoerlegging van het EU-actieplan voor de bestrijding van terrorisme tot de belangrijkste prioriteiten. Wij willen in dit verband een sterke internationale samenwerking, in het bijzonder met de VS, bevorderen.

Het Deens voorzitterschap zal de conclusies van de Europese Raad in Sevilla over asiel, immigratie en grenscontrole concretiseren. Er is een aantal vooruitstrevende, concrete en evenwichtige beslissingen genomen, die een goede basis vormen voor de werkzaamheden van het Deens voorzitterschap.

Ten tweede zal het Deens voorzitterschap werk maken van de duurzame ontwikkeling. Dit geldt zowel op economisch en sociaal gebied als op het gebied van milieu.

Wij beschouwen de verwezenlijking van de interne markt en de ontwikkeling van de economische samenwerking tussen de lidstaten van de Unie als prioriteiten. Een sterke en competitieve Europese economie is de voorwaarde voor groei, welvaart, meer werkgelegenheid en duurzame ontwikkeling. Wij moeten de concurrentie op mondiaal niveau aankunnen, vooral met de VS.

Daarnaast zal het Deens voorzitterschap aandacht besteden aan ons voedsel. Wij willen veilige levensmiddelen. Voedselveiligheid – van de boer tot het bord – is een zeer belangrijke taak voor de EU. Het Deens voorzitterschap zal concrete vooruitgang op dit vlak proberen te bewerkstelligen.

Ook de onderhandelingen over de hervorming van het gemeenschappelijk landbouwbeleid zullen onder het Deens voorzitterschap van start gaan. Dit thema heeft voor ons grote prioriteit en we zullen proberen zover mogelijk te komen, maar ik onderstreep dat deze onderhandelingen onafhankelijk van de onderhandelingen over de uitbreiding moeten plaatsvinden. Wij zullen niet aanvaarden dat er nieuwe voorwaarden aan de uitbreiding worden gesteld.

(Applaus)

Tot slot is ook een nieuw gemeenschappelijk visserijbeleid voor de lidstaten van de Unie een van de prioriteiten van het Deens voorzitterschap. Dit is een omvangrijke en moeilijke taak. Het voorstel van de Commissie vormt een goed, degelijk uitgangspunt voor de verdere werkzaamheden.

De rol van de EU in de wereld is het laatste aandachtspunt van het Deens voorzitterschap.

De EU heeft een bijzondere verantwoordelijkheid voor vrede en stabiliteit in de wereld. Beide zaken zijn steeds meer met elkaar verbonden. Dit geldt vooral voor de strijd tegen het internationaal terrorisme en voor de strijd tegen de armoede in de wereld.

Ook de ontwikkeling van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid (GVDB) zal het komende halfjaar worden voortgezet. Wegens het Deens voorbehoud betreffende samenwerking op het gebied van defensie zullen de taken die verband houden met de militaire aspecten door Griekenland worden overgenomen, maar ik onderstreep dat wij zullen meewerken om een vlotte en efficiënte samenwerking tussen beide voorzitterschappen te garanderen.

Het Deens voorzitterschap zal gekenmerkt worden door een aantal belangrijke internationale topbijeenkomsten.

De EU wil en zal een centrale rol spelen op de Wereldtop over duurzame ontwikkeling in Johannesburg. Wij zullen ons houden aan het kader dat in Sevilla is vastgesteld. Het Deens voorzitterschap zal alles in het werk stellen om een goed resultaat te boeken. De doelstelling is een progressieve wereldwijde overeenkomst, die zowel voor de rijke als voor de arme landen bindend is en waarbij de rijke landen de arme landen betere ontwikkelingsmogelijkheden bieden via vrijhandel en meer ontwikkelingssteun. De ontwikkelingslanden moeten zich van hun kant houden aan de regels van behoorlijk bestuur, met name democratie, respect voor de mensenrechten en open en vrije toegang tot informatie.

Op de ASEM-top in Kopenhagen in september zullen de betrekkingen tussen Azië en Europa verder worden uitgebouwd.

Wij zullen ook stappen ondernemen om de betrekkingen met Rusland en de nieuwe buurlanden van de EU in het Oosten - Oekraïne, Wit-Rusland en Moldavië - te versterken. Een nieuw beleid ten opzichte van deze landen is een noodzaak.

Voor de specifieke situatie van Kaliningrad moet een oplossing worden gevonden, gebaseerd op het acquis van Schengen. Het moet mogelijk zijn om op die basis een goede verstandhouding met Rusland tot stand te brengen. In november zal een topbijeenkomst tussen Rusland en de EU plaatsvinden, en wij gaan ervan uit dat wij met betrekking tot dit dossier vooruitgang zullen kunnen boeken.

Ik kom nu terug op de belangrijkste uitdaging voor het Deens voorzitterschap in dit halfjaar, namelijk de afronding van de onderhandelingen over de uitbreiding van de EU met tien nieuwe landen. In 1993 werden in Kopenhagen de voorwaarden voor toetreding tot de EU vastgesteld en nu kan het weer in Kopenhagen zijn dat de onderhandelingen over de uitbreiding worden afgerond. Van Kopenhagen tot Kopenhagen.

Onze doelstelling is de onderhandelingen af te ronden met alle kandidaat-landen die tegen het eind van dit jaar klaar zijn voor toetreding. De landen zullen dan in 2004 tot de EU kunnen toetreden, met andere woorden vóór de volgende Europese verkiezingen.

Tevens willen wij vooruitgang boeken in de onderhandelingen met de kandidaat-landen die pas op een later tijdstip klaar zullen zijn voor toetreding, en ook wensen wij de betrekkingen met de nieuwe en oude buurlanden van de EU te versterken.

In de onderhandelingen over de uitbreiding van de EU zullen wij de volgende drie principes volgen:

Ten eerste moeten wij blijven eisen dat de kandidaat-landen slechts tot de EU kunnen toetreden als aan duidelijke criteria is voldaan. Ik hoop dat dit voor de tien landen zal lukken en ik zal over deze principiële eis geen compromis sluiten.

Ten tweede kan het niet zo zijn dat het ene land op het andere moet wachten. De landen zijn niet even groot, maar ze hebben allemaal dezelfde rechten en plichten. Indien slechts enkele van de tien kandidaat-landen in december klaar zijn voor toetreding, moeten wij in Kopenhagen de onderhandelingen afronden met de landen die ver genoeg zijn. Geen enkel land dat klaar is voor toetreding mag gedwongen worden te wachten op een ander land dat nog niet zover is.

(Applaus)

Ten derde is december 2002 de beslissende en bindende termijn. Uit ervaring weten wij dat de EU alle grote taken het beste één voor één kan afhandelen. Het komend halfjaar wordt aan de uitbreiding gewijd. Daarna komen er nieuwe taken op ons af. In 2003 moeten wij de onderhandelingen in de Conventie over de toekomst van de Europese Unie afsluiten. In 2004 vinden de Intergouvernementele Conferentie en Europese verkiezingen plaats. In 2005 en 2006 dient het kader voor de volgende begrotingsperiode te worden vastgesteld.

Ik zeg niet dat het nu of nooit is, maar als we nu de kans niet benutten, lopen we het gevaar dat de uitbreiding aanzienlijk vertraagd wordt. Het is onze morele en historische plicht een goed en positief resultaat te bewerkstelligen.

(Applaus)

De weg is echter bezaaid met hindernissen, en die moeten wij uit de weg ruimen.

Ten eerste is er het probleem van de financiering. Dit geldt in de eerste plaats voor de onderhandelingen over landbouw, structuurfondsen en begroting. Naar mijn mening heeft de Commissie een evenwichtig en goed voorstel gedaan.

Verschillende lidstaten hebben bezwaar tegen het kostenplaatje van het voorstel. De kandidaat-landen daarentegen vinden de voorgestelde middelen ontoereikend. Naar mijn mening heeft de Commissie in haar voorstel het juiste evenwicht gevonden.

Op de Top van Sevilla hebben wij een ambitieus tijdschema aangenomen. Uiterlijk begin november moet de EU de kandidaat-landen een gemeenschappelijk standpunt kunnen meedelen betreffende de kwestie van directe inkomenssteun aan de landbouwers. Het Deens voorzitterschap zal zich aan dit ambitieuze tijdschema houden.

Het tweede cruciale probleem is de kwestie-Cyprus. De toetredingsonderhandelingen met Cyprus vorderen goed; Cyprus behoort tot de landen die het grootste aantal hoofdstukken hebben afgesloten, namelijk 28 van de 31. Als kandidaat-land heeft Cyprus het recht tot de Unie toe te treden als het land er klaar voor is. De opsplitsing van het eiland vormt echter nog steeds een probleem. De Europese Raad in Helsinki heeft bepaald dat de oplossing van dit probleem een voordeel, maar geen voorwaarde vooraf voor het lidmaatschap van de EU zal zijn. Toch is benadrukt dat bij het nemen van de definitieve beslissing rekening zal worden gehouden met alle relevante factoren. Het Deens voorzitterschap zal op deze basis verder werken en ik dring er bij de betrokken partijen van beide kanten op aan hun beste beentje voor te zetten om zo snel mogelijk een oplossing te vinden.

Ten derde is het Iers referendum over het Verdrag van Nice een onbekend element. De goedkeuring van dit Verdrag is een vereiste voor de verwezenlijking van de uitbreiding binnen het tijdschema. De onderhandelingen verlopen volgens de bepalingen in het Verdrag van Nice. Als de Ieren nogmaals tegen stemmen, komt het gehele proces in gevaar. Daarom begroet ik de verklaring betreffende de neutraliteit van Ierland die op de Top van Sevilla naar buiten is gebracht. Het is een duidelijke en positieve boodschap van Europa aan het Ierse volk.

Ik maak er geen geheim van dat wij voor grote uitdagingen staan. Niemand mag echter twijfelen aan de vastberadenheid, het engagement en de sterke wil van het Deens voorzitterschap.

De uitgangssituatie is goed. Ze is het resultaat van de onvermoeibare inzet van de kandidaat-landen en de Commissie gedurende de voorbije tien jaar. Het Deens voorzitterschap bouwt echter ook voort op de resultaten van de vorige voorzitterschappen. Met name het Spaans voorzitterschap heeft enorm veel vooruitgang geboekt.

Tien jaar onderhandelen en tien jaar hard werken hebben hun vruchten afgeworpen. Tien jaar zijn verwachtingen gekoesterd, en die moeten wij nu waarmaken. Wij moeten de beloftes die wij elkaar hebben gedaan nu ook nakomen. Wij moeten vasthouden aan de termijnen die we voor onszelf hebben vastgesteld. Wij moeten de historische kans die ons geboden wordt benutten.

Meer dan veertig jaren van communistische heerschappij in Midden- en Oost-Europa hebben geleid tot een kunstmatige opsplitsing van Europa. Nu hebben wij de gelegenheid dit donkere hoofdstuk in de Europese geschiedenis af te sluiten.

De tijd dat we toasten uitbrachten, is voorbij. Nu moet de daad bij het woord worden gevoegd. Nu moeten de beloftes worden waargemaakt.

(Applaus)

"Eén Europa" is het motto van het Deens voorzitterschap. Eén Europa voor onze bevolking. Eén Europa als kader voor de toekomstige samenwerking die ons allen ten goede zal komen. Eén Europa met vrijheid, vrede en welvaart.

Het Deens voorzitterschap zal zijn uiterste best doen om deze taak en de andere taken die ons zijn toevertrouwd te volbrengen. Wij kunnen dit echter niet alleen; wij hebben hierbij onze partners nodig.

Na de Tweede Wereldoorlog hebben grote Europeanen zoals Schuman, Monet en Spinelli een toekomstbeeld geschetst van een Europa zonder oorlog, een door samenwerking verenigd Europa. Deze droom is voor ons in West-Europa reeds werkelijkheid geworden. De uitbreiding van de EU biedt de mogelijkheid de vrijheid, vrede, stabiliteit en welstand die wij reeds kennen uit te breiden naar het Oosten. Wij moeten deze taak volbrengen in de geest van de grondleggers van de Europese samenwerking. Wij mogen ons niet in details verliezen. Wij moeten de moed en de wil tonen om de historische visie en de taak die ons wacht tot een goed einde te brengen.

Ik doe een oproep tot iedereen de uitbreiding van de EU in dit historisch perspectief te zien. Ik vraag u deze historische kans om het gedeelde Europa te herenigen met beide handen aan te grijpen.

Ik doe een beroep op het Europees Parlement intensief met ons samen te werken, teneinde de belangrijkste politieke opdracht van onze generatie te kunnen volbrengen: de nieuwe democratieën in Midden- en Oost-Europa opnemen in de Europese Unie.

Dank u, mijnheer de Voorzitter.

 
  
MPphoto
 
 

  Prodi, voorzitter van de Commissie. - (IT) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de premier, geachte afgevaardigden, dit is de laatste vergaderperiode voor het zomerreces. Wij hebben de Europese Raad van Sevilla net achter de rug en zijn nu begonnen met het uiterst belangrijk semester van het Deens voorzitterschap. Daarom is volgens mij het moment gekomen om na te gaan hoe de zaken ervoor staan.

Onder de activiteiten van de tweede helft van dit jaar nemen drie processen, die nauw met elkaar verband houden, een vooraanstaande plaats in. Zoals wij van de fungerend voorzitter, de Deense premier, hebben gehoord is het eerste proces de uitbreiding. Ik heb gisteren al in dit Parlement gezegd dat een oplossing is gevonden voor een groot deel van de vraagstukken die nog openstonden. De Commissie zal tijdens de Europese Raad van het najaar dan ook aangeven welke landen volgens haar klaar zijn voor toetreding. Wij moeten evenwel steun blijven geven aan de vooruitgang in de andere kandidaat-landen. Onze strategie houdt namelijk in dat vooruitgang wordt geboekt in het gehele uitbreidingsproces en dat geen nieuwe barrières worden opgetrokken binnen ons continent: hereniging is ons doel. Het ziet er momenteel naar uit dat - als er onderweg geen ongelukken gebeuren - de Commissie hoogstwaarschijnlijk zal aankondigen dat alle tien landen van de eerste groep klaar zijn voor toetreding. Daarbij blijft onze maatstaf altijd dezelfde: geen enkel land wordt beoordeeld op basis van algemene overwegingen; elk land zal op eigen merites worden beoordeeld.

Wij zullen vastberaden blijven streven naar afronding van de toetredingsonderhandelingen in Kopenhagen. Voordat wij daartoe echter in staat zijn, moeten de huidige lidstaten een intern akkoord bereiken over de begroting en de rechtstreeks betalingen aan de landbouwbedrijven, ook al houdt het een niet rechtstreeks met het ander verband. Ik wil wat dit betreft nogmaals mijn vaste overtuiging uitspreken dat het voorstel van de Commissie de enig mogelijke basis is voor een akkoord tussen de huidige vijftien en de toekomstige vijfentwintig lidstaten. Daarom wil ik een beroep doen op alle betrokken partijen en ze vragen alles in het werk te stellen om een akkoord te bereiken waarmee de deur voor de hereniging van ons continent kan wordt geopend.

Intussen zullen wij het draaiboek en de pretoetredingsstrategie voor Bulgarije en Roemenië actualiseren. Wat Turkije betreft, “bemoedigt en steunt de Europese Raad van Sevilla” - zoals in de conclusies staat - “dit land ten volle in zijn inspanningen om zich te voegen naar de prioriteiten die in zijn toetredingspartnerschap zijn bepaald”. Het periodiek verslag dat de Commissie in oktober zal publiceren over de vorderingen van Turkije en de uitvoering van de hervormingen zal een cruciale rol spelen in de besluitvorming in Kopenhagen.

De Europese Raad van Kopenhagen in december aanstaande zal dan de datum van 2004 vaststellen voor de formele opname van de nieuwe lidstaten in de Unie, en maart 2003 voor de ondertekening van het toetredingsverdrag. Natuurlijk is dit proces afhankelijk van de ratificatie van het Verdrag van Nice, waarover de Ierse kiezers zich in de herfst moeten uitspreken. Ik wil er dan ook op wijzen hoe belangrijk een positieve uitkomst voor de toekomst van Europa is. De impuls die van de uitbreiding uitgaat, houdt echter niet op met de ondertekening van het toetredingsverdrag. Integendeel, het zal slechts een begin zijn. Vanaf 2003 zal de Unie moeten aantonen dat zij in staat is zich volledig van haar taken te kwijten en aan de verwachtingen van de Europese burgers te voldoen, wier aantal dan zal zijn opgelopen tot meer dan 450 miljoen.

De laatste peilingen van de Eurobarometer liegen er niet om: 67 procent is voor de euro, 6 procent meer dan tijdens de voorgaande peiling; het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid en de uitbreiding kunnen op ruime instemming rekenen, en de meerderheid van de burgers is voor een grondwet voor de Europese Unie.

Geachte afgevaardigden, de peilingen van de Eurobarometer laten eveneens zien dat de burgers maximale efficiëntie vragen van de instellingen. Daarmee kom ik op het tweede onderwerp dat ik hier met u wil aansnijden: de institutionele hervormingen. Met de ratificatie van het Verdrag van Nice zullen de voor de uitbreiding noodzakelijke institutionele hervormingen hun beslag vinden. Afgezien daarvan moeten wij echter enkele fundamentele besluiten nemen over het politieke bestel en de institutionele architectuur van de toekomstige Europese Unie. Europa moet zijn aanwezigheid in de wereld sterker benadrukken en wel in drieërlei opzicht: met een sterker buitenlands beleid en een vastberadener rol op het internationale toneel, met een nauwere samenwerking tussen de lidstaten op het gebied van veiligheid en justitie, bestrijding van georganiseerde misdaad en illegale immigratie, en met een betere coördinatie van het economisch en financieel beleid.

Het debat dat momenteel in de Conventie wordt gevoerd over de toekomst van de Unie bestrijkt al deze thema’s. De uitbreiding staat echter voor de deur en wij kunnen niet de handen in de schoot leggen en afwachten tot er een nieuw verdrag komt. Immers, hoe moeten de bevoegdheden over de commissarissen worden verdeeld vanaf het moment dat de Unie uit 25 of zelfs meer leden zal bestaan? Op welke manier kan de Raad een coherente en efficiënte gids zijn?

Het Deens voorzitterschap heeft de taak gekregen de procedurele hervormingen van de Raad waartoe in Sevilla besloten is ten uitvoer te leggen. De Commissie belooft het voorzitterschap daarbij van meet af aan haar volledige steun. De Commissie heeft trouwens zelf iets in die richting ondernomen. Zoals ik gisteren al zei, heb ik soortgelijke ideeën naar voren gebracht over de manier waarop het werk van de Commissie als college kan worden gereorganiseerd. Ik wil nogmaals herhalen dat deze hervormingen met behoud van de huidige Verdragen zullen plaatsvinden en in alle instellingen gelijke tred moeten houden. Als wij dan met 25 lidstaten zullen zijn, zullen daaruit de logische consequenties moeten worden getrokken.

Wij moeten ons daarbij laten leiden door één gedachte: ervoor zorgen dat de juiste mensen op de juiste plaats terechtkomen en dat enkel en alleen het algemeen belang van het systeem en de efficiëntie ervan worden gediend. Ons doel is en blijft namelijk hetzelfde: een solider en democratischer bestuur van de Unie.

Het derde en laatste onderwerp dat ik vandaag wil behandelen betreft Johannesburg en de Wereldtop over duurzame ontwikkeling. Het begrip duurzaamheid duikt regelmatig in ons denken op. Wij spreken vaak over duurzaamheid en doelstellingen op de lange termijn wanneer het om ons milieubeleid of de economische en sociale beleidsvormen gaat. Ik hoop dat met de Top van Johannesburg een beslissende stap vooruit zal worden gezet. Ik weet dat u in groten getale aan die Top zult deelnemen, en dat is ook een goede zaak, want de Unie speelt een leidinggevende rol op het gebied van de handel, de ontwikkelingshulp, de humanitaire steun en de diplomatieke betrekkingen. Wij mogen echter niet op onze lauweren rusten en genoegen nemen met de resultaten uit het verleden. Wij mogen niet toestaan dat het elan van Monterrey en Doha, waar de Unie een fundamentele rol heeft gespeeld, uitdooft. Ons wacht een moeilijke taak, daar wij onze partners ervan zullen moeten overtuigen dat ze het hunne dienen bij te dragen.

Wij moeten beloven concrete steun te zullen verlenen aan de ontwikkeling van het zuidelijk deel van de wereld, overeenkomstig de door de secretaris-generaal van de VN, de heer Kofi Annan, gedefinieerde prioriteiten: water, hygiëne, gezondheid, energie, landbouw en biodiversiteit. Wij mogen verder ook de sociaal-politieke aspecten niet uit het oog verliezen: ontwikkeling van de democratie, goed bestuur, politieke dialoog en sociale en economische hervormingen. Al deze maatregelen moeten zijn afgestemd op de grote doelstellingen van armoedebestrijding, vredeshandhaving en verbetering van de levensomstandigheden van - helaas - de meerderheid van de wereldbevolking.

De inkomenskloof tussen het Noorden en het Zuiden van de wereld wordt steeds breder en dieper, met name wanneer het om Afrika gaat. Wij moeten een ommezwaai teweeg zien te brengen in deze tendens en vermijden dat nieuwe barrières en scheidingsmuren in de wereld worden opgetrokken. Daarom moet veel meer worden gedaan dan tot nu toe: wij moeten niet alleen de aangegane verplichtingen nakomen, maar tevens zorgen voor beter onderling overleg en complementariteit.

Tijdens de laatste ontmoeting van de G8 in Canada is een actieplan voor Afrika aangenomen waarmee steun kan worden geboden aan het NEPAD, het nieuwe partnerschap voor de ontwikkeling van Afrika. Wij mogen echter geen genoegen nemen met deelname aan dit initiatief, maar moeten er eveneens voor zorgen dat onze bijdrage strookt met onze rol als bevoorrechte partner van Afrika en met onze historische verantwoordelijkheden voor dit continent.

Mijnheer de premier, het Deens voorzitterschap kan rekenen op de actieve steun van de Commissie en van het onlangs opgerichte Agentschap voor de voedselveiligheid als het erom gaat de zeer hoge veiligheidsnormen met betrekking tot levensmiddelen voor de burgers van de Unie te handhaven, waar u in uw toespraak ook al gewag van maakte.

Wat deze drie grote thema’s - uitbreiding, institutionele hervormingen en duurzame ontwikkeling - betreft moet de Unie een toonbeeld van democratische efficiëntie zijn. Laten wij niet vergeten dat wij het enige voorbeeld zijn van een democratisch en supranationaal beheer van de globalisering. Anderen praten erover; wij proberen het hard te maken. Daarom verwacht de wereld van ons een belangrijke bijdrage tot duurzaamheid. Eenieder moet zijn steentje bijdragen: u, geachte afgevaardigden, u, premier Rasmussen en met u het gehele team van het voorzitterschap van de Raad, en ook wij als Commissie.

Ik ben blij, mijnheer de premier, dat wij op loyale, krachtige, actieve maar ook vriendschappelijke wijze een begin hebben kunnen maken met deze samenwerking. Daarvoor mijn hartelijke dank. Ik dank ook u, leden van het Parlement. Dit is de laatste vergaderperiode voor het reces en ik wens u allen een prettige vakantie.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  Poettering (PPE-DE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de voorzitter van de Raad, mijnheer de voorzitter van de Commissie, waarde collega’s, u hebt een fraaie rede gehouden, mijnheer Rasmussen. Als uw uitspraken het komende halfjaar gestand worden gedaan zult u een mooi voorbeeld hebben neergezet, waaruit zal blijken dat niet alleen de grote landen Europa vooruit helpen, maar ook een land als het uwe; een land dat zijn taken zeer serieus opvat. Ik wens Denemarken namens ons allen veel succes!

(Applaus)

U hebt het gehad over “van Kopenhagen naar Kopenhagen”, en over “één Europa”. Ik vind dat uw rede getuigt van enige visie, omdat u de verantwoordelijkheid wilt nemen voor het benutten van de kans Europa weer te herenigen. Op de Top van Kopenhagen in 1993 kwamen de menselijke waardigheid, de rechtsstaat, democratie, erkenning van minderheden en de markteconomische ordening aan de orde. Dat wij nu door de toetreding van onze Midden-Europese buren na tien jaar de plannen kunnen omzetten in de praktijk is een waarlijk historische taak!

Ik ben het ermee eens dat wij moeten streven naar de toetreding van tien landen: Estland, Letland, Litouwen en Polen, de Tsjechische Republiek, Slowakije, Hongarije, Slovenië en natuurlijk Cyprus en Malta. Het moet echter duidelijk zijn dat als een land niet aan alle voorwaarden voldoet, dat niet mag betekenen dat de landen die wel aan de voorwaarden voldoen, moeten wachten totdat de andere landen zover zijn. Uw woorden dat er geen nieuwe voorwaarden gesteld mogen worden, doen mij werkelijk goed. Ik verzoek u niet toe te geven aan de druk, van welk land dan ook, om van onze zijde nieuwe voorwaarden te stellen!

(Applaus)

Namens onze fractie verklaar ik ten stelligste: als de Duitse Bondskanselier met een schuin oog naar de verkiezingen een verband legt tussen het landbouwvraagstuk en de uitbreiding, wijzen wij dat fel van de hand. Ik moedig u aan hetzelfde te doen en u achter ons standpunt te scharen!

(Applaus)

Op 10 juli zal commissaris Fischler namens de Commissie ons de tussenbalans presenteren over het landbouwbeleid. Wij zullen ons hierover buigen. U hebt zelf al aangegeven dat er te zijner tijd besluiten inzake dit vraagstuk genomen kunnen worden. Overigens zou ik in herinnering willen roepen – ook om u een steuntje in de rug te geven, mijnheer de Raadsvoorzitter – dat het Parlement met grote meerderheid het verslag-Böge heeft aangenomen over de financiële gevolgen van de uitbreiding van de Europese Unie met betrekking tot het landbouwbeleid. U kunt dus rekenen op een brede meerderheid van het Parlement als u zich op de door u gekozen weg begeeft.

Ik zou nog enkele opmerkingen willen plaatsen over Turkije. Ik wil erop wijzen dat er in de conclusies van Sevilla enige woorden zijn gewijd aan de kandidaatstelling van dit land. Wij staan achter alle initiatieven die de betrekkingen tussen Turkije en de Europese Unie bevorderen. Wij achten echter de tijd nog niet rijp om al onder het Deens voorzitterschap een termijn te stellen waarop de onderhandelingen zouden moeten beginnen. Turkije zal eerst nog meer hervormingen moeten doorvoeren. Hoewel die hervormingen onze steun verdienen, zijn wij van mening dat het moment nog niet daar is om al een datum te kiezen waarop de toetredingsonderhandelingen kunnen beginnen. Ik roep de Turkse regering op haar voorbehoud te laten varen met betrekking tot de verbinding van strijdkrachten, haar takenpakket, de Europese Unie en de NAVO. Europa dient immers over de nodige daadkracht te beschikken en Turkije wordt geacht daaraan een bijdrage te leveren.

Het Deens voorzitterschap heeft uitvoerig gesproken over openheid en transparantie. Het zijn vooral de Noordse landen – Finland, Zweden, maar vooral ook Denemarken – die hier het goede voorbeeld geven. Ik zou u willen aansporen om de eerste aanzet die in Sevilla is gegeven, verder uit te bouwen. Zo staat bijvoorbeeld in de conclusies van Sevilla dat aan het begin en aan het einde van het wetgevingsproces in de Raad van ministers de zaken openbaar behandeld moeten worden. Het is aan u om het begin en het einde van de behandeling zo flexibel mogelijk te definiëren, teneinde de tussenliggende periode, waar wellicht sprake zal zijn van minder openbaarheid, zo kort mogelijk te houden. Openheid en transparantie zijn noodzakelijk. Om de bevolking te bereiken moet ook de televisie toegang krijgen tot de besprekingen.

Op basis van de conclusies van Sevilla zal er eind 2002 een interinstitutionele overeenkomst komen over better regulation, een betere wetgeving. Wij gaan ervan uit dat wij dan op politiek niveau aan het eind van dit jaar tot besluitvorming kunnen komen. Daarnaast willen wij net als bij het gemeenschappelijk buitenlands, veiligheids- en defensiebeleid een overeenkomst met betrekking tot de derde pijler, het binnenlands en justitieel beleid, teneinde ook daar meer transparantie te bewerkstelligen.

Mijnheer de Raadsvoorzitter, ik dank u hartelijk voor uw woorden. Ik hoop dat u ze in praktijk kunt brengen! Ik wens het Deens voorzitterschap veel succes! U hebt de Fractie van de Europese Volkspartij en Europese Democraten aan uw zijde. Rechts van u zit Bertel Haarder, onze gewaardeerde ex-collega, en met hem in het team ben ik vol vertrouwen dat het Deens voorzitterschap goede resultaten zal boeken. Veel succes voor het Deens voorzitterschap!

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  Barón Crespo (PSE). - (ES) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de fungerend voorzitter van de Raad, mijnheer de voorzitter van de Commissie, waarde collega’s, de voorzitter van de Raad kent het standpunt van mijn fractie aangezien hij zo vriendelijk is geweest alle voorzitters uit te nodigen in Kopenhagen. Mijns inziens heeft hij de situatie aan het eind van zijn betoog op treffende wijze uiteengezet door de uitdaging die ons te wachten staat in een historisch kader te plaatsen. Deze politieke aanpak draagt mijn goedkeuring weg. Ik hoop dat Denemarken net zoals tijdens het vorige Deense voorzitterschap een neutrale houding zal aannemen.

Wij vertrouwen erop dat ook u, met inachtneming van de wil van het Deense volk, ten volle aan het Europese eenwordingsproces zult deelnemen. Ik geloof dat iedereen daar belang bij heeft.

Laat ik het dan nu even hebben over de uitdagingen die ons te wachten staan. Onze belangrijkste taak is ongetwijfeld de uitbreiding. Ik onderstreep nogmaals dat wij de uitbreiding moeten beschouwen als een historische uitdaging om als Europeanen een verenigd Europa tot stand te brengen. Het Parlement stelt alles in het werk om ervoor te zorgen dat de uitbreiding binnen de vastgestelde termijnen kan plaatsvinden. Daarom sta ik versteld van de verklaringen van uw minister van Buitenlandse Zaken, die heeft gedreigd de stok uit de kast te halen als de kandidaat-landen zich niet behoorlijk gedragen. Ik weet uiteraard niet of de pers de woorden van de minister correct heeft weergegeven, maar ik wil hem er hoe dan ook op attenderen dat van deze landen een gigantische krachtsinspanning wordt gevraagd. Zoals dit Parlement ook al naar aanleiding van vorige uitbreidingen heeft gezegd, dwingt een dergelijke sprong tot heroverwegingen. Het gaat niet aan na vijftien dagen onderhandelen van 15 naar 25 lidstaten over te stappen zonder de begrotingskwesties aan te roeren. Daarom zit u nu met problemen in de Raad. Ik vrees dat u ook een stok nodig zult hebben om daar orde op zaken te stellen.

Er gaat geen debat voorbij zonder dat de heer Poettering een toespeling op de Duitse verkiezingscampagne maakt. Kom nou! Ik heb er niets op tegen dat er over landbouw wordt gediscussieerd, maar zegt u alstublieft aan de heer Stoiber dat hij beter niet te pas en te onpas met de Benes-decreten te koop loopt, aangezien dat pas echt gevaarlijke bommen voor Europa zijn.

(Applaus)

Mijnheer de premier, uw landgenoot Andersen heeft prachtige sprookjes geschreven. Ik hoop dan ook dat u dit sprookje niet op een nachtmerrie zult laten uitlopen. Ik wens u veel succes toe, maar er staat u een moeilijke opdracht te wachten, onder meer op het vlak van de voedselveiligheid. Ons hyperproductivistische en hyperkapitalistische landbouwbeleid is dringend aan hervorming toe. Wij hebben de politieke moed opgebracht om over deze kwestie een debat te openen. Wij pleiten voor een landbouwbeleid waarin duurzame ontwikkeling een prioritaire plaats inneemt. Het gaat niet aan te zeggen dat dit probleem besproken zal worden en over vier jaar zal worden aangepakt. U moet deze uitdaging aangaan.

Ook op visserijgebied moet naar duurzame ontwikkeling worden gestreefd, met inachtneming van de mijns inziens door ieder van ons aangehangen beginselen van menselijke waardigheid en instandhouding van het sociaal netwerk en de sociale cohesie. Ik moet u er overigens op attenderen dat u een belangrijke visserijmogendheid vertegenwoordigt, aangezien uw land in de Gemeenschap de meeste vis vangt.

Voor wat de veiligheid, rechtvaardigheid en vrijheid betreft wil ik u alleen maar zeggen dat wij de strijd tegen het terrorisme en de georganiseerde misdaad steunen. Het baart ons ernstige zorgen dat uw regering een asielbeleid ten uitvoer legt dat op heftige kritiek van de commissaris voor de vluchtelingen van de Verenigde Naties stuit. Bovendien maakt u in uw programma geen gewag van Tampere. U beperkt zich tot Sevilla. Desalniettemin liggen er in het kader van de toepassing van Tampere nog vijf richtlijnen te wachten…

(Applaus)

… en in Sevilla hebt u de ministers van Binnenlandse Zaken huiswerk met termijnen moeten meegeven.

Mijnheer de Voorzitter, ik zou het nog even kort willen hebben over de verantwoordelijkheid in de wereld. U hebt terecht het probleem van de wereldwijde veiligheid aangekaart. Deze kwestie is ook voor mij een reden tot bezorgdheid. Daarom zou ik het op prijs stellen als u afstand nam van de verklaringen van uw minister van Buitenlandse Zaken, die beweert dat het voorstel om de werkzaamheden van het zogenaamde kwartet voort te zetten en een Internationale Conferentie voor het Midden-Oosten te beleggen volkomen zinloos is. Het Parlement heeft dit initiatief goedgekeurd. Het gaat om een standpunt van de Europese Unie dat in de conclusies van Sevilla is opgenomen. Wij zijn van oordeel dat unilaterale Noord-Amerikaanse acties niet volstaan om dit conflict op te lossen.

Tot slot, mijnheer de Voorzitter, nog een laatste woord over de Conventie. Dat is, zoals wij weten, een uitdaging voor volgend jaar. Ik had graag uw standpunt terzake vernomen: gaat uw voorkeur uit naar de communautaire methode of naar het zogenaamde directorium?

Ik dank u van harte en ik wens u veel succes toe.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  Watson (ELDR). - (EN) Mijnheer de fungerend voorzitter, uw voorzitterschap van de Europese Raad valt samen met de grootste uitdaging waarvoor de Unie zich tot nu toe geplaatst heeft gezien, namelijk de omvangrijkste uitbreiding van onze gemeenschap uit de geschiedenis van de Europese integratie. Als u slaagt - en daarin hebben we alle vertrouwen - worden tijdens uw voorzitterschap de laatste overblijfselen van het IJzeren Gordijn omvergetrokken. Zoals u terecht aangeeft in uw programma, heeft Europa de cirkel dan volledig doorlopen, van de Top van Kopenhagen van 1993, toen de criteria voor toetreding werden vastgesteld, tot de Top van Kopenhagen in 2002, waarop Europa herenigd wordt.

Waarom hebben de liberalen in dit Parlement alle vertrouwen in uw welslagen? Niet alleen omdat u zich zo grondig heeft voorbereid op deze taak, maar tevens omdat u het voorzitterschap van de Raad op zich neemt op een moment waarop de liberalen ook het voorzitterschap van de Europese Commissie en het Europees Parlement bekleden. Waar linkse en rechtse regeringen buigen voor kleingeestige nationale belangen en deze historische hereniging in gevaar brengen, doet de geschiedenis een beroep op de onbekrompenheid van de liberale geest. We vragen de heren Blair en Schröder ter linker zijde en Aznar, Berlusconi en Chirac ter rechter om een moment stil te staan bij de vraag welk beeld de rest van de wereld van Europa zal krijgen als zij als Romeinse soldaten onder het kruis kibbelen over een fractie van 1 procent van het BBP?

(Applaus)

Het is niet eenvoudig liberaal te zijn wanneer de sfeer bepaald wordt door hebzucht en vooroordeel, maar u kunt er gerust op zijn, mijnheer de fungerend voorzitter, dat wij als liberaal-democraten in dit Parlement onze onverminderde steun blijven verlenen aan de uitbreiding volgens de in Kopenhagen vastgestelde criteria. Het spijt me dat het Spaanse voorzitterschap uw werk niet heeft kunnen verlichten door meer vooruitgang te boeken op het gebied van landbouw en visserij, waarover vandaag is gesproken. Hoewel we een groot voorstander zijn van de hervorming van het GLB en het GVB, mag die geen voorwaarde zijn voor de uitbreiding. Laat niemand denken dat we in ons enthousiasme over de op handen zijnde uitbreiding de hervorming zullen veronachtzamen. We zullen echter evenmin meegaan in de gewoonte om de agenda van de Europese Unie te laten voorschrijven door het programma van nationale verkiezingen.

De volgende hindernis die u moet nemen is de beperkte voorbereiding van het publiek. Uit een Eurobarometer-enquête blijkt dat slechts één op de vijf burgers denkt goed op de hoogte te zijn van de uitbreiding van de EU. Ierland moet het Verdrag van Nice ratificeren, en na Kopenhagen moeten de toetredingsverdragen door de nationale parlementen en dit Parlement worden ondertekend. Als geen rekening wordt gehouden met gevoelens van onbehagen onder de bevolking ten aanzien van de kandidaat-landen en de kosten van de uitbreiding, dan kan een en ander alsnog ontsporen. Dat is echter een uitdaging waaraan grotendeels het hoofd kan worden geboden als met de gebruikelijke lovenswaardige openheid en verantwoordelijkheid van de Denen kan worden bereikt dat de Raad op het punt van openbaarheid verder gaat dan beoogd wordt met de zeer voorzichtige stappen die daartoe in Sevilla zijn gezet, en als u uw voortreffelijke minister voor Europese Zaken de vrije teugel laat om het op te nemen tegen de eurosceptici.

Ten aanzien van justitie en binnenlandse zaken is de Fractie van de Europese Liberale en Democratische Partij verheugd over uw gedetailleerde programma om de bevolking te beschermen tegen terrorisme. Wij hopen dat u als goede liberalen bij het treffen van vooruitstrevende maatregelen om de vrijheden van de burgers te beschermen dezelfde ijver aan de dag zult leggen als die welke u laat zien in uw antwoord op de dreiging van terrorisme. Op het gebied van immigratie en asiel verzoek ik u de beproefde communautaire procedures te volgen om vooruitgang te bewerkstelligen en de kortzichtige weerstand van anderen tegen een Europese grenspolitie te overwinnen.

Wat de opmerkingen van mijn vriend, de heer Barón Crespo, betreft zou ik als asielzoeker liever aankloppen bij Denemarken - want daar zou ik meer kans maken - dan in een opeengepakte menigte proberen het troosteloze Engeland van de heer Blair binnen te komen.

(Applaus)

Met betrekking tot duurzame ontwikkeling geeft u aan in te zetten op maatregelen om mensen weer aan het werk te krijgen en op een gezonde economie in plaats van op de formulering van nog meer doelstellingen. Dat klinkt de liberaal-democraten als muziek in de oren. Verder juichen wij het toe dat u verdere vooruitgang in de liberalisering van de energiemarkt vergezeld wilt laten gaan van gemeenschappelijke regelgeving op belastinggebied. U kunt in dit opzicht rekenen op onze steun om de nodige afspraken te bereiken over de vele maatregelen inzake financiële diensten die voor het eind van dit jaar een feit moeten zijn willen we het actieplan voor de financiële diensten op tijd afronden in 2004.

Mijnheer de fungerend voorzitter, gezien de omvang van deze taken ligt er een zware verantwoordelijkheid op uw schouders. Het werken aan de hereniging van Europa prijkt terecht boven aan uw agenda. We wensen u succes en bieden u onze steun aan, want dit is een taak die op de schouders rust van onze generatie - degenen die deze uitdaging moeten opnemen en op wie de hoop is gevestigd, zijn wij.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  Frahm (GUE/NGL). - (DA) Mijnheer de Voorzitter, ik heet mijn landgenoten en het Deens voorzitterschap welkom. Ik wens het Deens voorzitterschap uiteraard veel succes toe met de verwezenlijking van het omvangrijke programma en in het bijzonder met de uitbreiding. Iedereen weet dat wij de economische aspecten van de uitbreiding reeds in Amsterdam hadden moeten afhandelen, en dat we destijds ook de grote vraagstukken betreffende het landbouwbeleid en de structuurfondsen hadden moeten oplossen, maar nu is het te laat om de uitbreiding hiermee te blokkeren. Ik verzoek de Deense regering het standpunt dat tot nog toe werd ingenomen te handhaven. Dit houdt in dat de landbouwsteun volledig moet worden afgeschaft om een rechtvaardigere wereld te creëren, dat we nationale belangen opzij moeten schuiven en plaats moeten maken voor duurzaamheid en de relatie met de landbouwers in de derde wereld. Ik steun dit standpunt.

Met betrekking tot een aantal andere zaken kan ik de Deense regering echter geen succes toewensen. Zo wens ik haar geen geluk toe bij haar pogingen invloed uit te oefenen op het gemeenschappelijk asiel- en immigratiebeleid. Ik kom uit een land dat een andere kijk heeft op racisme en dergelijke zaken. In Denemarken kan men veroordeeld worden wanneer men Pia Kjærsgaard, leider van de coalitiepartij en parlementaire steun van de Deense regering, de Deense Volkspartij, een regelrechte raciste noemt, zoals zij in andere Europese landen en onlangs in de European Voice genoemd werd. In Denemarken kan men hiervoor vervolgd worden. Wij hebben een andere opvatting over racisme en soortgelijke zaken dan de VN en de EU, en de meeste Denen denken er net zo over als ze het er onder elkaar over hebben. Denemarken is een land dat ook een aparte opvatting heeft over ontwikkelingshulp. Wij hebben deze steun drastisch verminderd, omdat de Deense regering van oordeel is dat het voldoende is als we niet helemaal onder aan of in het midden van de schaal zitten in vergelijking met de andere landen. Mijn land vindt de transatlantische betrekkingen ook belangrijk. In het programma van het Deens voorzitterschap wordt in dit verband gesproken over gemeenschappelijke belangen. Verdedigt men echter gemeenschappelijke belangen wanneer men samenwerkt met een land dat het Internationaal Strafhof niet wil erkennen en dat het Protocol van Kyoto niet wil ondertekenen? Gaat het hier om gemeenschappelijke belangen of is het alleen maar omdat wij in onze gemeenschappelijke strijd tegen het terrorisme onze ogen moeten sluiten voor een aantal zaken? Voor de oorlog van de Russen in Tsjetsjenië bijvoorbeeld, of voor de manier waarop de Turken de Koerden behandelen, of voor de houding van Israël tegenover het Palestijnse volk – alleen maar omdat wij een gemeenschappelijke transatlantische alliantie tegen het terrorisme vormen?

Vele leden van het Europees Parlement zullen zich Bertel Haarder als collega en rapporteur voor de mensenrechten herinneren. Het is duidelijk dat Bertel Haarder veel beter was in zijn rol als parlementslid dan als minister voor Europese Zaken. Dit was geen goede ruil. Eerlijk gezegd hadden wij u liever nog altijd als parlementslid in ons midden gehad. Ik raad de regering aan de toespraak die Bertel Haarder destijds in het Parlement over de mensenrechten heeft gehouden eens opnieuw te lezen. U zou die moeten herlezen om inspiratie op te doen voor uw toekomstige beslissingen.

 
  
MPphoto
 
 

  Maes (Verts/ALE). - Ik kom uit een ander klein land en heb bijgevolg een iets andere toon, maar u zult begrijpen dat het Deense voorzitterschap voor ons in elk geval onder een gunstig gesternte kan starten wat een aantal aspecten betreft. U bent voor ons een voorbeeld van democratie, transparantie, en van internationale solidariteit. Althans tot hier toe en ik hoop dat dat zo mag blijven.

Voor kleine landen is Europa altijd een beetje groter dan voor grote landen, want die hebben eerst zo'n groot land te overzien vooraleer ze aan de interesses van de andere kunnen denken. Daarom is er in dit Parlement een steeds grotere hoop dat kleine landen Europa beter vooruit helpen dan de grote en de beslistheid van Denemarken die wij uit uw toespraak mogen vernemen, maakt daar geen uitzondering op.

Wat uw prioriteit voor de uitbreiding betreft verwijst u terecht naar de grote rechten van Kopenhagen die als voorwaarden dienden voor de landen voor de uitbreiding. Inzake mensenrechten, inzake democratie, inzake minderheden zijn deze voorwaarden van Kopenhagen richtinggevend geweest en niet alleen een hoop maar echt een stok achter de deur, opdat in die landen hervormingen niet louter economisch maar overeenkomstig onze gemeenschappelijke waardeschaal zouden kunnen plaatsvinden.

Vele van die toetredingslanden waarvan wij met u hopen dat ze kunnen binnenkomen zodra ze klaar zijn, zijn eigenlijk kleine landen. Verscheidene tellen niet meer inwoners dan sommige historische regio's zoals Schotland, Wales, Baskenland, Vlaanderen, Wallonië, Catalonië en zij worden eigenlijk een beetje vergeten. U ziet alleen maar lidstaten, wij vragen ons af hoe u de toekomst van de constitutionele regio's ziet. Moeten dat misschien allemaal lidstaten worden vooraleer ze voor u meetellen? Of zult u ook oog hebben voor de regio's, niet alleen de constitutionele maar ook deze in de toetredingslanden die u nodig hebt als u het probleem van de structuurfondsen serieus wil gaan oplossen?

Is het dan wel goed om zo'n scheiding te maken tussen de grote visies en de hervormingen? Ik heb begrepen dat ook Commissievoorzitter Prodi u eigenlijk ongezegd een vraag toestuurt: kunt u, als u aan de uitbreiding denkt, het wel uitstellen om na te denken over de toekomst van onze instellingen zonder die instellingen meteen in het achterhoofd te hebben en een visie te hebben op de wijze waarop ze hervormd moeten worden?

Een tweede kritische vraag is hier al gesteld, zowel door de heer Crespo als door mevrouw Frahm. Ze heeft te maken met immigratie, bestrijding van de illegale immigratie, bestrijding van de criminaliteit, asielzoekers.

Het is natuurlijk niet alleen uw schuld dat de Raad, dat de Raden ons opzadelen met een beleid dat een non-beleid is. Dit is geen evenwichtig beleid, de Commissie had veel evenwichtigere voorstellen.

Ik had u nog vragen willen stellen over hoe u Cyprus gaat binnen brengen als u geen veiligheidsgaranties geeft aan de Turkse minderheid, hoe u het probleem-Kaliningrad gaat oplossen, enzovoort. Wij zijn met andere woorden zeer benieuwd naar de vragen die ook anderen zullen stellen, maar vooral naar de antwoorden die u vandaag zult geven, en vooral naar uw daden in de toekomst. Ik wens u in elk geval namens onze fractie heel veel succes.

 
  
MPphoto
 
 

  Camre (UEN). - (DA) Mijnheer de Voorzitter, ik dank de voorzitter van de Raad, premier Fogh Rasmussen, voor zijn heldere en open toespraak. Het Deens voorzitterschap zal uiteraard geleid worden met dezelfde deskundigheid die we ook in Denemarken kennen. Dit wil echter niet zeggen dat het zeer ambitieuze programma van de Deense regering voor een snelle uitbreiding naar het Oosten ook zal lukken, want dat hangt niet alleen van de bekwaamheid van het voorzitterschap af. De belangen van de bevolking in de vijftien lidstaten zijn zeer tegenstrijdig en alleen degenen die geen oog hebben voor de belangen van de gewone burger in de Unie kunnen doen alsof ze niet bestaan om de uitbreiding er zo snel mogelijk door te drukken. Eerst en vooral is het hoogst bedenkelijk dat de landbouwhervorming op de lange baan wordt geschoven. Na de uitbreiding zal het politiek gezien waarschijnlijk onmogelijk zijn de hervorming er nog door te krijgen. Een uitbreiding naar het oosten is zowel op organisatorisch als op economisch vlak een enorme klus. De EU zal jaarlijks honderden miljarden kronen in de landen in het Oosten moet pompen. De instroom van goedkope arbeidskrachten in de EU en de verplaatsing van onze arbeidsintensieve ondernemingen naar het oosten zullen grote sociale veranderingen in de EU teweegbrengen. Ongeacht het feit dat de Europese kapitaalbezitters massa's goedkope arbeidskrachten willen binnenhalen en vele nieuwe markten willen veroveren, is het niet verstandig dat de EU geen aandacht besteedt aan de sociale problemen die op de Europeanen afkomen.

Het is niet ondenkbaar dat de grote problemen die ons te wachten staan de uitvoering van het ambitieuze plan van de Deense regering in de weg staan. Daarom heb ik kritiek op de nu-of-nooit-opvatting. Als de beslissing over toetreding van de kandidaat-landen niet in 2002 genomen kan worden, betekent dat niet het einde van de wereld. Alleen de voorzitter van de Commissie, de heer Prodi, doet alsof dat het geval zal zijn. Ik ben dan ook blij te horen dat de voorzitter van de Raad er anders over denkt. De Europese landen moeten samenwerken, eerst en vooral via vrijhandel. Wie de uitbreiding een hereniging van Europa noemt, verdraait de feiten. De realiteit is dat de Europese landen vroeger intenser hebben samengewerkt dan vandaag het geval is. Het project stort niet in elkaar enkel en alleen omdat een bepaalde termijn niet gehaald wordt. Integendeel, het kan alleen maar beter zijn dat de problemen open besproken en opgelost worden. Daarom moet het voorzitterschap een tweede plan hebben, dat uitgevoerd wordt als het eerste plan mislukt. Tot slot hoop ik dat het Deens voorzitterschap zijn steentje tot de Europese ontwikkeling zal bijdragen op de manier die we gewend zijn, namelijk door meer dan andere voorzitterschappen te luisteren naar de Europese kiezers.

 
  
MPphoto
 
 

  Bonde (EDD). - (DA) Mijnheer de Voorzitter, ik heet het Deens voorzitterschap welkom en ik verheug me op de samenwerking het komend halfjaar. Dit kan een historisch voorzitterschap worden en wel om twee redenen. Misschien is het de laatste keer dat het voorzitterschap bij toerbeurt wordt uitgeoefend – dat hoop ik echter niet – en de uitbreiding kan slagen of mislukken door vele kleingeestige belangen.

De Junibeweging stemt voor de uitbreiding, maar wij verhullen onze kritiek op de onderhandelingsmethodes van de EU niet. De kandidaat-landen wordt de verplichting opgelegd de EU-wetgeving integraal overnemen, en daarbij wordt geen rekening gehouden met hun eigen democratische tradities. In Sudetenland bedraagt de prijs van landbouwgrond slechts 10 procent van de prijs in het Duitse buurland. Indien wij de Tsjechen na een korte overgangsperiode dwingen aan de hoogste bieder te verkopen, is het niet moeilijk het resultaat en de reacties van de Tsjechische kiezers te voorspellen. De overgangsregelingen zouden soepeler moeten zijn en de verkoop van zomerhuisjes en landbouwgrond zou bijvoorbeeld pas mogen worden toegestaan als het gemiddeld inkomen in Tsjechië dat van ons benadert. De EU-landbouwregelingen kosten de consumenten en de belastingbetalers in de EU veel geld, maar ze garanderen de landbouwers geen behoorlijk inkomen. De steun van de EU aan de Deense landbouwsector alleen al zal dit jaar drie keer zoveel bedragen als het totale netto-inkomen van de landbouw. Daarom hebben de Franse, Deense, Poolse en alle andere landbouwers belang bij een hervorming van het landbouwbeleid, waarbij de landbouwer inkomenssteun ontvangt. Het is niet langer verantwoord steun te verlenen voor onverkoopbare producten en overschotten, voor de vernietiging van producten, voor het ondermijnen van de landbouwproductie in ontwikkelingslanden en voor de vernietiging van het milieu, en we kunnen de consumenten niet langer veel te veel laten betalen voor hun dagelijks voedsel.

De Deense voorzitter van de Raad is liberaal en heeft nauwe banden met de Deense landbouw. Dit biedt de historische kans de mislukte planeconomie van de EU overboord te zetten. Waarom verminderen we de prijsondersteuning niet met 20 procent per jaar, geven we de landbouwers geen obligaties in ruil voor de daling van de grondprijs en geven wij geen inkomenssteun aan de landbouwers die het moeilijk hebben? Indien wij de prijsondersteuning in de EU afschaffen, is er ook geen reden deze steun aan de nieuwe lidstaten te geven. Laten we die liever geld geven waarover ze zelf kunnen beschikken, om te vermijden dat ze verkeerde investeringen doen. Het Deens voorzitterschap moet ook de 85.000 pagina's EU-wetgeving uitdunnen. Het grootste deel mag terug naar de lidstaten, zodat alleen de grensoverschrijdende problemen, die de lidstaten zelf niet naar behoren kunnen oplossen, voor de EU overblijven. Laten we van de EU een Europa van democratieën maken, in plaats van een gemeenschap van bureaucraten en lobbyisten.

 
  
MPphoto
 
 

  Dupuis (NI). - (FR) Mijnheer de Voorzitter, ook ik wil het Deense voorzitterschap, voorzitter Rasmussen en onze voormalige collega Bertel Haarder van harte welkom heten. Ik wil deze gelegenheid te baat nemen om ze te danken voor de naam die ze het programma van het Deense voorzitterschap hebben gegeven: "Eén Europa".

Ik hoop overigens dat het Deense voorzitterschap niet vergeet dat er in Europa een kleine regio bestaat die al duizend dagen lang het slachtoffer is van genocide. Ik doel hier op Tsjetsjenië. De Europese Unie moet op korte termijn onder leiding van het Deense voorzitterschap maatregelen treffen om een trojka naar Tsjetsjenië te sturen die de balans gaat opmaken van de vernielingen in dit land en het criminele beleid dat Rusland er de afgelopen duizend dagen heeft gevoerd. Ik hoop dat het Deense voorzitterschap dit beleid kan invoeren voor aanvang van de Raad Europese Unie-Rusland, die dit najaar zal plaatsvinden.

Voorzitter Rasmussen heeft herhaaldelijk aangegeven dat Denemarken zich ook zal bezighouden met de uitbreiding. Persoonlijk denk ik dat de Europese Unie goed moet nadenken en nieuwe voorstellen voor uitbreiding moet aandragen. Europa is nog geen eenheid. De kwestie-Israël is nog altijd niet opgelost, in die zin dat er nog altijd geen sprake is van vrede, vrijheid en democratie in deze regio. Ik wil het Deense voorzitterschap derhalve vragen wat het vindt van het voorstel van vijftig afgevaardigden om Israël op de lijst van kandidaat-landen te plaatsen. Hetzelfde geldt voor Georgië, dat zich in de gedestabiliseerde Kaukasus bevindt en de toegang vormt tot Centraal-Azië. Is het Deense voorzitterschap bereid te overwegen om Georgië op de lijst van kandidaat-landen te plaatsen?

 
  
MPphoto
 
 

  Rovsing (PPE-DE). - (DA) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de voorzitter van de Raad, mijnheer de voorzitter van de Commissie, het is altijd een waar genoegen te luisteren naar premier Anders Fogh Rasmussen en zijn missionaire boodschap over de uitbreiding naar het Oosten. Als voorzitter van de Raad heeft hij een enorm zware taak op zijn schouders genomen. Iedereen moet zijn steentje bijdragen om dit project tot een goed einde te brengen en dat geldt vooral voor Frankrijk en Duitsland, die de kern vormen van de ontwikkeling van de EU en daarbij krachtig gesteund worden door Spanje. Zonder een sterk engagement en de medewerking van deze landen kan de uitbreiding zeker niet lukken. De uitbreiding zal bovendien meer geld kosten dan men aanvankelijk gedacht had. U hoeft niet te schrikken als ik u zeg dat wij allemaal wat meer zullen moeten betalen voor de opbouw van een infrastructuur, administratie, enzovoort, die de kandidaat-landen zo hard nodig hebben. De EU zou een pover figuur slaan als ze niet een stukje van haar steeds toenemende rijkdom aan deze landen wil afstaan. De voorzitter van de Raad en zijn collega's zouden er goed aan doen duidelijk te maken dat de extra financiële middelen die nodig zijn de uitbreiding niet in de weg zullen staan. Die moet lukken.

Het doel van de uitbreiding is de totstandbrenging van een ruimte van vrede, vrijheid, democratie en rijkdom. Alle kansen op succes zijn aanwezig. De uitbreiding zal ons meer mogelijkheden geven om het internationaal terrorisme en de grensoverschrijdende criminaliteit, waaronder de mensenhandel, te bestrijden. Het is belangrijk dat wij een duurzame ontwikkeling steunen, waarbij we zoveel mogelijk mensen aan werk helpen en de economie verbeteren. Dit kunnen we bereiken door het concurrentievermogen van onze maatschappij te verbeteren; door bureaucratische rompslomp en zinloze regels overbodig te maken, kunnen wij dezelfde jaarlijkse welvaartsgroei realiseren als de Amerikaanse maatschappij. Indien wij erin zouden slagen onze productiviteit in dezelfde mate te verhogen als de VS, zouden wij over veel meer economische middelen beschikken die we op een positieve manier zouden kunnen besteden. Het is daarom zeer belangrijk dat wij onze concurrentiepositie verbeteren. Over tien à vijftien jaar staan China en India aan de top van een aantal Aziatische landen die zo dynamisch zullen zijn dat wij enorm ons best zullen moeten doen om mee te kunnen en te groeien. We moeten ons daarop voorbereiden nu we de mogelijkheid hebben. We mogen ons niet in details verliezen, maar we moeten ons concentreren op de grote, toekomstgerichte lijnen.

In de concurrentiestrijd op wereldvlak zal het van doorslaggevend belang zijn dat we in staat zullen zijn veilige levensmiddelen te produceren. Wij moeten door onderzoek, ontwikkeling, industriële vernieuwing en het creëren van nieuwe waarden op dit gebied wereldleider worden. Wij moeten inzien dat wij een wereldwijde verantwoordelijkheid hebben, en samen met de Amerikanen moeten wij een oplossing zoeken voor het Midden-Oosten. De EU behoort tot de landen die het meest begrip hebben voor de complexiteit van de situatie. Wij kunnen veel doen, maar zonder de steun van de VS, Rusland en de Arabische landen zullen onze inspanningen tevergeefs zijn. Tot slot ben ik blij met de aankondiging van de voorzitter van de Raad dat bij de beraadslagingen van de Raad maximale openheid betracht zal worden. Ik interpreteer dit zo dat tv-zenders de mogelijkheid zullen krijgen de belangrijkste fragmenten van de bijeenkomsten van de Raad op televisie uit te zenden.

 
  
MPphoto
 
 

  Lund (PSE). - (DA) Mijnheer de Voorzitter, eerst en vooral dank ik de voorzitter van de Raad, de heer Fogh Rasmussen, voor het voorgestelde programma. Dit voorzitterschap zal zich duidelijk van de voorgaande Deense voorzitterschappen onderscheiden. De samenwerking is op een groot aantal gebieden versterkt, en daarbij komt nog de belangrijkste taak, door vele leden reeds genoemd: een succesvolle afronding van de toetredingsonderhandelingen met niet minder dan tien kandidaat-landen. Wij hebben in dit opzicht allemaal een zware politieke en morele verantwoordelijkheid en om te slagen moet bij alle partijen de wil aanwezig zijn om compromissen te sluiten. De kandidaat-landen hebben een fundamentele omschakeling doorgemaakt. Zij hebben grote offers gebracht, maar kunnen nu zeggen dat ze klaar zijn. De bal bevindt zich nu veeleer in het kamp van de EU zelf en ik vind dat de Commissie een zeer goed voorstel heeft gedaan voor de financiering van de uitbreiding tijdens de eerste jaren. Dit voorstel maakt een duidelijke scheiding tussen de uitbreiding en een toekomstige landbouwhervorming. Ik vind dit een goede zet. Nu moeten de vijftien staatshoofden en regeringsleiders een en ander verder invullen, en dan zal blijken of de EU dit jaar leiders heeft die de nodige kwaliteiten en kracht bezitten en een visie uitdragen die verder gaat dan een kortzichtige blik tot aan de nationale grenzen. Bekrompenheid en nieuw nationalisme mogen geen hinderpalen zijn voor de uitbreiding.

De tweede grote uitdaging is de Wereldtop in Johannesburg. Hier moet de EU strijdvaardig en moedig optreden om haar solidariteit met de ontwikkelingslanden te tonen. Daartoe dient ze een wereldwijde overeenkomst met concrete politieke verplichtingen en een precies tijdschema tot stand te brengen, zoals de voorzitter van de Raad heeft meegedeeld. Het zal nodig zijn de VS onder druk te zetten, want de Amerikanen denken blijkbaar dat problemen als honger, armoede en terrorisme met militair optreden opgelost kunnen worden. Financiële steun blijft voorbehouden aan regimes die willoos naar de pijpen van Amerika dansen. Ik hoop dat het Deens voorzitterschap de zaak offensief zal aanpakken en de weg van echte solidariteit met de derde wereld zal kiezen. Dit houdt ook verband met het asiel- en immigratiebeleid van de EU, dat immers niet alleen betrekking heeft op illegale immigratie, zoals men soms lijkt te denken. Het scherpe en negatieve debat over vreemdelingen in sommige landen moet plaats maken voor een gemeenschappelijk Europees beleid dat gestoeld is op humanistische waarden en waarin buitenlanders niet blootgesteld worden aan sociale discriminatie, waarin conventies gerespecteerd worden en waarin de toegang tot Europa voor vluchtelingen of via gezinshereniging niet voorbehouden is aan een hoog opgeleide elite. Wij moeten geen Fort Europa bouwen dat gegrondvest is op de kleinste gemene deler. Wij moeten een samenhang creëren tussen de veelgeprezen globalisering en onze vreemdelingenwetgeving. Alleen met zo'n beleid kan medewerking van het Europees Parlement verwacht worden. Tot slot hoop ik - en ik vertrouw er ook op - dat het Deens voorzitterschap de taken die het te wachten staan zal volbrengen, bij voorkeur in nauwe samenwerking met het Parlement.

 
  
MPphoto
 
 

  Maij-Weggen (PPE-DE). - Voorzitter, ik wilde de heren Rasmussen en Haarder in de eerste plaats complimenteren met het uitstekende programma dat ze hebben voorgelegd. Dat klinkt erg goed. Ik denk dat u hier in het Europees Parlement heel veel steun zult krijgen. Ik heb 2 vragen en ik hoop dat ze ook kunnen worden beantwoord.

De eerste vraag betreft de openbaarheid in de Raad. Ik heb me altijd voor die openbaarheid ingezet en u weet dat ik één van de grote steunpunten ben geweest voor de recente verordening betreffende de toegang tot documenten waardoor we in elk geval openbaarheid van bestuur hebben gekregen. Maar over die openbaarheid in de Raad, zoals die nu is geregeld, ben ik toch een beetje ontevreden. Ik heb begrepen dat de Raad openbaar is aan het begin van de vergaderingen, en aan het einde van de vergaderingen en dat het zich beperkt tot medebeslissingswetgeving.

Mijn vraag is: hoe gaat dat nu precies worden uitgevoerd? Is het niet mogelijk om de zaak helemaal open te zetten vanaf het begin tot het einde bij medebeslissing en waarom is het beperkt tot de medebeslissingsprocedure? Waarom zou ook die wetgeving die onder de nationale lidstaten valt niet in het openbaar moeten plaatsvinden?

Mijn tweede vraag gaat over de toetreding. Er zijn 4 landen die grote problemen maken met betrekking tot de toetreding omdat ze willen dat eerst de structuurfondsen en het landbouwbeleid worden hervormd. Onder andere in Nederland is een dergelijke stroming. En ik zou aan de heer Rasmussen willen vragen of hij niet eens een heel goed gesprek kan voeren met onze liberale vrienden in Nederland - want daar zit het vooral - en de leider, de heer Zalm, vragen of hij deze zaak een beetje minder hard kan spelen zodat Nederland met zijn nieuwe regering straks loyaal mee kan doen met die uitbreiding. Want ik zou me schamen als Nederland straks tot één van de blokkeerders zou behoren.

 
  
MPphoto
 
 

  Hume (PSE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wilde het Deens voorzitterschap van harte welkom heten, en het doet me deugd dat het in zijn programma aangeeft dat de Europese Unie een bijzondere taak te vervullen heeft waar het gaat om de vrede en stabiliteit in een wereld die steeds nauwer verbonden is.

Ons tijdsgewricht wordt gekenmerkt door de grootste veranderingen uit de menselijke geschiedenis. Er is een ware technologische revolutie gaande op het gebied van de telecommunicatie en het vervoer, waardoor de wereld aanzienlijk kleiner is geworden. Daarvan moeten we kunnen profiteren om aan die wereld vorm te geven. Nu we aan het begin staan van een nieuwe eeuw en een nieuw millennium, zouden we dat bovenal moeten opvatten als een gelegenheid om van de 21e eeuw de eerste te maken zonder strijd en oorlog, en de Europese Unie dient haar invloed aan te wenden om dat te bereiken. Daarin weet de Unie zich gesteund door de wetenschap dat zij in de wereldgeschiedenis als geen andere regio in staat is gebleken conflicten op te lossen.

De eerste helft van de vorige eeuw was met twee wereldoorlogen de zwartste periode uit de geschiedenis van de mensheid. Toch besloten dezelfde volken die toen tegenover elkaar stonden, de volken die nu hier in dit Parlement vertegenwoordigd zijn, samen rond de tafel te gaan zitten, voorgoed een eind te maken aan hun strijd en de Europese Unie op te richten. De grondbeginselen van de Europese Unie moeten worden uitgedragen naar alle gebieden op aarde waar momenteel strijd wordt geleverd. Uit eigen ervaring weet ik dat de drie grondbeginselen van de Europese Unie dezelfde zijn als die van het akkoord in Noord-Ierland. Eén: respect voor verschillen - elk conflict wordt in de kern veroorzaakt door verschillen. Verschillen moeten worden gerespecteerd. Twee: instellingen die deze verschillen respecteren. En drie: gezamenlijke inzet in het belang van allen en daarmee het neerhalen van de scheidsmuren van het verleden.

Het doet me deugd dat commissaris Patten en zijn directoraat hiermee bezig zijn. In de wereld van vandaag zou ik echter graag zien dat de Europese Unie een directoraat, met een eigen commissaris, binnen de Europese Commissie in het leven zou roepen dat zich volledig bezighoudt met vrede en het oplossen van conflicten. Dan kunnen we in de kleinere wereld waarin we nu leven een bijdrage leveren aan de beëindiging van de verschrikkelijke conflicten die zich her en der op aarde afspelen en daar een boodschap van vrede en duurzame stabiliteit brengen.

 
  
MPphoto
 
 

  Riis-Jørgensen (ELDR). - (DA) Mijnheer de Voorzitter, geachte voorzitter van de Raad en geachte premier, toen brak de dag aan waarnaar iedereen, maar vooral u, heeft uitgekeken en waarop u zich heeft voorbereid sinds u premier van Denemarken bent geworden. Ik ben trots op u en op Denemarken. Voor mij als liberaal is het een groot genoegen vandaag hier te staan. Nu zijn de voorzitters van de Raad, van het Europees Parlement en van de Commissie immers allemaal liberalen. Dat is een goed uitgangspunt voor de uitvoering van het werkprogramma van het voorzitterschap.

De uitbreiding is het allesoverheersende onderwerp. Sinds de val van de Berlijnse muur hebben de liberalen voor de uitbreiding geijverd. Daarmee zullen de nieuwe democratieën in Midden- en Oost-Europa de plaats in het toekomstige Europa krijgen waarop ze recht hebben. Om de uitbreiding op tijd rond te krijgen is niet alleen politieke bekwaamheid nodig, maar ook stugge arbeid. Uit persoonlijke ervaring weet ik dat de voorzitter van de Raad aan beide vereisten voldoet en zo is de cirkel rond: van Kopenhagen tot Kopenhagen. Als Deens liberaal hoop ik dat een succesvolle uitbreiding ook van Denemarken een volwaardig lid van de EU maakt. Het kan vreemd lijken dat wij ervoor ijveren nieuwe landen te laten deelnemen aan een volwaardige Europese samenwerking terwijl ons eigen land zichzelf onmondig heeft gemaakt op een aantal cruciale gebieden. Het achterblijven van Denemarken zelf zal de uitbreiding geenszins hinderen. De uitbreiding geeft de nieuwe burgers van Europa rechten. Het is onze plicht – maar we doen het met plezier – deze nieuwe burgers van de Unie dezelfde rechten te geven als die waarover de burgers in de huidige Unie beschikken. Een burger van de Unie kan zich om het even waar vestigen en kan overal werken. Onze nieuwe medeburgers moeten dit recht vanaf de eerste dag hebben.

Ik wens het voorzitterschap veel succes met het eenmakingsproject van Europa. Ik ben ervan overtuigd dat het zal lukken. De liberale fractie zal alles doen om u daarbij te helpen.

 
  
MPphoto
 
 

  Gahrton (Verts/ALE). - (SV) Mijnheer de Voorzitter, ik denk niet dat ik als inwoner van de provincie Skåne in Zweden beleefdheidsfrasen hoef te verspillen aan een Deense minister-president, maar klare taal kan gebruiken. Waarom heeft u besloten het immigratiebeleid van een xenofobe partij in te voeren op de eerste dag van uw voorzitterschap van de Europese Unie? Is dit wellicht symbolisch bedoeld? Hoe denkt u dat de rest van de wereld dit opvat?

Nu praat u, Anders Fogh Rasmussen, in mooie woorden over de uitbreiding. Maar moeten wij echt geloven dat u de grenzen wilt openstellen voor allochtonen afkomstig uit de kandidaat-landen, terwijl u de grenzen wilt sluiten voor Russen, Afrikanen, Aziaten en Latijns-Amerikanen?

In de krant Berlingske Tidende heeft Bertel Haarder gezegd dat de rechtse Deense immigratiewet een zege is voor allochtone meisjes. Nu moet men als buitenlander in Denemarken 24 jaar oud zijn om een bruid uit zijn vaderland te mogen halen. Als een in Denemarken woonachtige Zweed of Griek zijn 18-jarige verloofde uit zijn vaderland wil halen, is dat vermoedelijk geen probleem. Maar wat gebeurt er als een moslim uit het Turkse deel van Cyprus hetzelfde wil doen? Dit land is nog geen lid van de Europese Unie, maar hoe lost u dit dilemma op als het land eenmaal is toegetreden?

Is de uitbreidingsbereidheid van de rechtse partijen in Denemarken - om H.C. Andersen aan te halen - niet een beetje als "De nieuwe kleren van de keizer"? Je kunt niet zogeheten allochtonen verdrijven en tegelijkertijd het vrije verkeer in de Europese Unie uitbreiden naar alle Europese landen, waaronder een aantal islamitische.

Op deze manier creëert u een soort Fort Europa, een superimperialistische staat, waartegen het Deense volk nee heeft gezegd. Maar het was al bekend dat Deense regeringen lak hebben aan het Deense volk. Jullie zijn immers Europees kampioen in het manipuleren van referendumuitslagen! Gaat het niet een beetje te ver om ook de uitslag van het referendum in Ierland naar jullie hand zetten?

 
  
MPphoto
 
 

  Stenzel (PPE-DE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wilde het Deense voorzitterschap en de heer Bertel Haarder gelukwensen met hun aanwezigheid en met het zeer ambitieuze programma dat erop gericht is de gestelde termijnen voor de uitbreiding te halen.

Mijn eerste vraag is tweeledig. Denkt u echt die termijnen te kunnen halen, gelet op de wijd uiteenlopende standpunten over het te volgen landbouwbeleid? Zal er voldoende tijd zijn in november en december om die onderhandelingen af te ronden binnen het Europa van de vijftien?

Mijn tweede vraag betreft de zogenaamde presidentiële besluiten en de Benes-decreten. Er bestaan spanningen tussen Duitsland en Tsjechië, en ook tussen Oostenrijk en Tsjechië, over het recente, zeer bittere verleden. Het verleden zou op het heden evenwel niet van invloed moeten zijn. Ik zou u daarom willen vragen, minister-president, of u uw politieke invloed denkt aan te wenden om die spanningen te verminderen en er bij de Tsjechische regering op aan te dringen een reactie te geven op het verslag van het Europees Parlement over Tsjechië, waarin de Tsjechen wordt verzocht de betreffende decreten in ieder geval voor het moment van toetreding af te schaffen.

 
  
MPphoto
 
 

  Schulz (PSE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, allereerst een opmerking over wat mevrouw Riis-Jørgensen zojuist gezegd heeft. Ik ben verbaasd dat mijnheer Prodi opeens liberaal geworden is. Ik heb hem namelijk leren kennen als vertegenwoordiger van de Olijfboomcoalitie. Onlangs las ik dat hij aanwezig was op de besloten vergadering van de christen-democratische fractie. En nu is hij dan een liberaal. Hij is bij wijze van spreken de voorzitter van de tricolore die zich hier in het Parlement bevindt. Misschien is hij genegen hier iets over te zeggen.

Ik zou nu het woord willen richten tot de heer Poettering. Mijnheer Poettering maakt zich hier altijd sterk voor moraliserende boodschappen, die anderen – gisteren de heer Aznar, vandaag de heer Fogh Rasmussen – aan de Bondskanselier moeten overbrengen. Om welke kwestie gaat het? Het betreft een vraag die de Bondskanselier namens de Duitse regering heeft gesteld – naar mijn mening een terechte vraag – namelijk of de directe betalingen in hun huidige vorm geen belemmering zouden kunnen zijn voor de uitbreiding als de landbouw niet wordt hervormd. Overigens heerst daar consensus over. Nu komt de heer Fischler in juli met voorstellen die voorzien in een herschikking van de directe betalingen in het kader van de herziening die ten goede komt aan de ontwikkeling van het platteland. Ik vraag mij af of de heer Poettering ook dan weer opspringt en roept: dat is een obstakel voor de uitbreiding! Dat zal hij niet doen, dat kan ik u op een briefje geven, want dat is immers geen thema in de Duitse verkiezingsstrijd. Als de heer Poettering zich weer eens als zodanig uitlaat, gaat het hem er louter om stemming te maken in het kader van de verkiezingsstrijd. Dat mag hij overigens best doen; daar is niets op tegen en in de politiek is verkiezingsstrijd zelfs heel belangrijk. Het kan echter niet zo zijn, mijnheer Poettering, dat u, zoals bij het parlementair debat over Oostenrijk en Italië, gelijk Savonarola het woord neemt en zegt: allemaal inmenging in binnenlandse aangelegenheden van lidstaten, terwijl u zich daarna, als het over uw eigen land gaat, gedraagt alsof u op verkiezingstournee in Osnabrück bent.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Wellicht dat na deze interventie de heer Poettering wil signaleren dat hij het woord wenst te voeren.

 
  
MPphoto
 
 

  Krarup (GUE/NGL). - (DA) Mijnheer de Voorzitter, ik wil mij niet met deze Duitse polemiek bemoeien. Ik wens het Deens voorzitterschap veel succes. Wij hebben een opgepoetste, presentabele voorstelling voorgeschoteld gekregen zonder ook maar één enkel zelf bedacht idee. De Denen zijn immers zeer bescheiden. Wij zijn en blijven de staart van de Duitse buldog, maar de premier kan het zo goed uitleggen dat men de indruk krijgt dat het de staart is die met de hond kwispelt. Achter dit mooie beeld en deze mooie woorden gaat een werkelijkheid schuil die barst van de tegenstrijdigheden. Mijn goede vriend, Per Gahrton, noemde er één, namelijk dat de Deense regering die nu de EU voorzit, regeert met steun van een partij die gekenmerkt wordt door een aan racisme grenzende vreemdelingenhaat. De regering heeft samen met de Deense Volkspartij, zoals deze partij heet, die overigens ook in deze zaal vertegenwoordigd is, haar vreemdelingenbeleid voorgesteld. De heer Gahrton heeft de tegenstrijdigheden van dit beleid duidelijk aangetoond en ik heb dezelfde bedenkingen als hij.

Het tweede punt in al deze retoriek betreft het Europees kampioenschap ‘manipuleren van volksraadplegingen’ - de duidelijke boodschap aan de Ierse bevolking. Ik weet niet wat er zo duidelijk is aan deze boodschap. De situatie van Ierland is nog altijd dezelfde, maar het Deens voorzitterschap heeft in het verleden ook reeds bewezen dat het in staat is volksraadplegingen te manipuleren.

Het laatste en belangrijkste punt is de leuze ‘een ruimte voor vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid’. Zonder met de ogen te knipperen spreekt de premier als Deens voorzitter van de Raad over een versterkte strijd tegen het terrorisme. Bijna een jaar na 11 september wordt in een vlaag van paniek wetgeving gemaakt waarin ten eerste elke elementaire rechtszekerheid ontbreekt en ten tweede EU-initiatieven worden voorgesteld waarvoor het Verdrag geen rechtsgrondslag biedt. Ik denk bijvoorbeeld aan het Europees arrestatiebevel. Waar zijn de rechtszekerheid en de democratie gebleven?

 
  
MPphoto
 
 

  Berthu (NI). - (FR) Mijnheer de voorzitter van de Raad, de prioriteit van uw voorzitterschap ligt bij de uitbreiding. Ik wil u daarmee feliciteren en laten weten dat wij ons geheel in deze prioriteit kunnen vinden.

Ik wil u graag drie vragen stellen die met deze prioriteitstelling verband houden. Op mijn eerste, lastige vraag, die betrekking heeft op de landbouwbegroting, hoeft u overigens niet direct te antwoorden. Zoals u weet moet de landbouwbegroting flink worden verhoogd als we de regels van het GLB ongewijzigd willen toepassen op de kandidaat-landen. Niemand is hier voorstander van. Wij hebben echter niet de tijd om het GLB te hervormen en het is ook niet wenselijk om de uitbreiding uit te stellen. Het is dan ook om verschillende redenen verleidelijk om de directe steun te renationaliseren, maar een geheel bevredigende oplossing is dat niet. De armste landen beschikken immers over de minste middelen om deze renationalisatie van de steun te bekostigen. Er is echter nog een andere, aanvullende oplossing. We zouden kunnen onderzoeken of er een nieuwe vorm van communautaire preferentie kan worden ingevoerd, zodat de landbouwers een redelijk inkomen kan worden gegarandeerd en tegelijkertijd zeer hoge kwaliteitsnormen kunnen worden gesteld. Onlangs nog heeft Amerika een discutabel plan ter ondersteuning van de landbouw aangenomen. We zouden deze mogelijkheid kunnen aangrijpen om een herziening van de WTO-regels te eisen, in die zin dat ieder land of iedere regio zijn eigen landbouwmodel kan beschermen. Wat denkt u ervan om in de periode tot 2006 een debat over dit idee te voeren?

Mijn tweede vraag heeft betrekking op de illegale immigratie. De bestrijding van de illegale immigratie was een van de prioriteiten van het vorige voorzitterschap. Uw prioriteit ligt bij de uitbreiding. De kwestie-Turkije heeft op beide prioriteiten betrekking. Dit land wil graag kandidaat-lidstaat worden, maar vormt de spil van de illegale emigratie naar Europa. Wat denkt u hieraan te doen?

In de derde plaats heeft u in uw betoog aangegeven dat de uitbreiding door een hernieuwd "nee" van de Ieren in gevaar kan komen. Is dat wel zo, mijnheer de voorzitter? Is het niet mogelijk om de betreffende passages van het Verdrag van Nice op te nemen in het toetredingsverdrag en tegelijkertijd deze passages te verbeteren? Biedt het "nee" van de Ieren vanuit dit perspectief niet juist nieuwe kansen voor Europa?

 
  
MPphoto
 
 

  Berès (PSE). - (FR) Mijnheer de voorzitter, het Spaanse voorzitterschap had de bestrijding van het terrorisme als belangrijkste prioriteit gesteld. U legt de prioriteit daarentegen bij de uitbreiding. In politiek opzicht juich ik deze stellingname toe. We moeten echter niet denken dat onze burgers zich tijdens deze turbulente zes maanden zullen laten verblinden. Laten we verder de overgang naar de euro in goede banen leiden, want er dient in dit opzicht nog veel werk te worden verzet. We mogen niet vergeten dat de euro in de ogen van de meeste burgers een belangrijk acquis van de Europese Unie vormt. In de eerste plaats dient daarom het economisch beleid daadwerkelijk te worden gecoördineerd, zodat de invoering van de euro kan leiden tot groei en meer werkgelegenheid.

Mijnheer de Voorzitter, uw land heeft ervoor gekozen om niet aan de euro mee te doen. Uiteraard hopen wij voor het Deense volk dat deze situatie zal veranderen. Hoe denkt u onder deze omstandigheden de kwesties die de benodigde politieke wil en vastberadenheid vereisen, in goede banen te kunnen leiden? Welke consequenties zijn er volgens u voor het functioneren van onze instellingen en hoe denkt u uw voorzitterschap op dit gebied gestalte te kunnen geven?

 
  
MPphoto
 
 

  Laschet (PPE-DE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de Raadsvoorzitter, u hebt het gehad over uw voorzitterschap en over het conflict in het Midden-Oosten. Via de Commissie buitenlandse zaken, mensenrechten, gemeenschappelijke veiligheid en defensiebeleid hebben wij met u hierover reeds uitgebreid overleg gevoerd in Kopenhagen. Ik heb een vraag die betrekking heeft op het initiatief dat de Amerikanen de laatste dagen hebben ondernomen.

De Amerikaanse president bedient zich van een mechanisme dat de Europese Unie overal ter wereld succesvol toepast. Hij stelt concrete doelen, bijvoorbeeld een driejarenplan, hij formuleert criteria waaraan hervormingen getoetst worden en hij belooft die hervormingen te ondersteunen als die criteria worden aangehouden. Dat is in wezen het model dat wij hanteren bij de uitbreiding naar het Oosten, begonnen in Kopenhagen met de criteria van Kopenhagen. Het is het model dat wij hanteren in onze betrekkingen met de TACIS-landen, en, commissaris Nielson, het is sedert korte tijd ook het model waarvan wij ons bedienen in onze betrekkingen met de ACS-landen. Daarin hebben wij concrete beginselen vastgelegd, alsmede sancties voor het geval die beginselen niet worden aangehouden.

Ik heb dan ook de volgende vragen aan het Deens voorzitterschap. De Commissie hanteert voor het Midden-Oosten een afwijkende strategie. Hier is van beginselen geen sprake. Bovendien worden er steunbedragen beschikbaar gesteld zonder voorwaarden vooraf en zonder hervormingen ter sprake te brengen. Ziet u een mogelijkheid om onder het Deens voorzitterschap samen met de Verenigde Staten een nieuw Europees initiatief te ontplooien op basis van het concrete uitzicht op een Palestijnse staat dat president Bush drie jaar geleden heeft geboden, en zou een dergelijk initiatief op steun kunnen rekenen van uw voorzitterschap?

 
  
MPphoto
 
 

  Schmidt, Olle (ELDR). - (SV) (inleiding zonder microfoon) ... we zien liberalen in de stoelen van de Raad, een oprecht liberale minister-president en naast hem zit Bertel Haarder. Minister-president, om te beginnen wil ik zeggen dat ik u moedig vind. Is het echt mogelijk om Europa uit te breiden zonder Polen daarbij te betrekken? Ik weet dat u dat vindt en dat u dat zegt, maar ik kan mij heel moeilijk voorstellen wat het resultaat zou kunnen zijn. Ik zou graag uw commentaar willen horen met betrekking tot wat politiek en strategisch haalbaar is in dit specifieke geval.

Ook wil ik enkele woorden wijden aan het asiel- en immigratiebeleid. Ik weet dat deze kwestie gevoelig ligt en dat u de Zweden bedillerig vindt. Ik hoop dat dat nu niet het geval is, minister-president, maar dat u mij ziet als liberaal en als trouwe vriend die ook veel zinnigs te zeggen heeft. Wij hebben het soms bij het verkeerde eind en soms bij het rechte eind. Ik moet zeggen dat ik mij zorgen maak over de huidige ontwikkeling. Ik ben bang dat Europa een soort fort wordt waar niemand meer wordt toegelaten. Maar zoals bekend hebben wij miljoenen mensen nodig. Tot 2050 hebben wij ieder jaar zo'n vier miljoen nieuwe mensen nodig om de welvaart in Europa in stand te kunnen houden.

Als Europa wordt uitgebreid, is het naar mijn mening ook essentieel dat de normen en waarden in stand gehouden worden, de normen en waarden die wij Europeanen anderen ook opleggen. Ik vind het belangrijk dat ook wij aan deze eisen voldoen. Mijnheer de minister-president, ik hoop dat het immigratiebeleid dat u in Denemarken heeft gewijzigd geen voorbeeld wordt voor de rest van Europa. Ik denk eigenlijk dat wij meer tolerantie en transparantie kunnen gebruiken, dat wil zeggen meer liberalisme. De Europese burgers willen immers meer liberalisme. Wij mogen dubieuze krachten nooit bestrijden met dubieuze voorstellen.

Mijnheer de minister-president, tot besluit wil ik zeggen dat ik veel vertrouwen heb in uw werk. U voert de taak van Uffe Elleman-Jensen uit. Ik zou zeggen: til lykke, maar ik hoop ook dat u uw standpunt wijzigt wat betreft het asiel- en immigratiebeleid.

 
  
MPphoto
 
 

  Hautala (Verts/ALE). - (FI) Mijnheer de Voorzitter, collega's hebben zeer belangrijke dingen gezegd over het vreemdelingenbeleid en over het feit dat de Europese Unie geen gesloten fort mag worden. Ik wil mijn interventie gebruiken om te onderstrepen dat wij ook in de nabije omgeving van de Unie goed met onze buren moeten samenwerken.

Het Deense voorzitterschap biedt daarvoor in feite een nieuwe mogelijkheid, in het noorden van Europa. Denemarken noemt in het werkprogramma van zijn voorzitterschap het versterken van de zogeheten Noordse dimensie. Daar ben ik blij om en ik stel voor dat de Commissie en het Deense voorzitterschap samen het volgende actieprogramma van de Noordse dimensie gaan voorbereiden, omdat het huidige eind 2003 afloopt.

Ik zou graag willen weten wat de houding van de Commissie is ten opzichte van de Noordse dimensie. Staat de Commissie daar net zo serieus tegenover als het Deense voorzitterschap? Het gaat immers om samenwerking tussen de hele Europese Unie en haar noordelijke buurlanden en niet alleen om de samenwerking tussen de Noordse lidstaten en onder andere Rusland, IJsland, Noorwegen en Groenland. Dit is echt een programma in het kader waarvan wij onze gezamenlijke problemen moeten kunnen oplossen, problemen die te maken hebben met de enorme uitdagingen waarvoor wij ons gesteld zien. Zo zijn de welvaartskloof en het verschil in ontwikkeling tussen Rusland en de Europese Unie zo groot dat dat op zich al een gevaar voor de veiligheid vormt. Het gaat om kerncentrales, het vervoer van nucleair materiaal en het probleem van de arctische regio. Zijn de Commissie en Denemarken nu van plan zicn in het kader van de Noordse dimensie ook bezig te houden met de zogeheten arctische kant van deze samenwerking en wat willen zij in dat opzicht in concreto bereiken?

 
  
MPphoto
 
 

  Alavanos (GUE/NGL). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ook ik wilde de Deense minister-president dankzeggen. Hij heeft evenwel een standpunt ten aanzien van de kwestie-Cyprus verwoord dat me heeft verrast. Ik meen dat er sprake is van een kleine, delicate en, naar ik hoop, onbedoelde wijziging van de tekst van het besluit van de Europese Raad van Helsinki. Volgens dit besluit zal de beslissing over de toetreding van Cyprus worden genomen zonder dat een politieke oplossing als voorwaarde vooraf wordt beschouwd.

Hier zegt de Deense minister-president dat "de uiteindelijke beslissing zal worden genomen op basis van alle relevante factoren". Dat wijkt sterk af van het standpunt van de heer Prodi, evenals van het standpunt van de Commissie, het standpunt van de heer Verheugen, het standpunt van het Europees Parlement, het standpunt van Helsinki en het standpunt van het Spaanse voorzitterschap. Ik hoop dat er van de zijde van het Deense voorzitterschap geen andere intentie is en ik verwacht dat de Deense minister-president tijdens zijn tweede toespraak zal bevestigen dat we weliswaar een politieke oplossing zoeken en nastreven, maar dat we die niet als voorwaarde vooraf stellen voor de toetreding van Cyprus.

 
  
MPphoto
 
 

  Tannock (PPE-DE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, de uitbreiding is een nobel project en we zijn het onze Oost-Europese buren verplicht - we hebben ze in Potsdam immers niet gevrijwaard van het communistisch juk - ze weer te verwelkomen in de Europese familie van naties. Er zijn echter tal van problemen, variërend van de Ierse ratificatie van het Verdrag van Nice - hoewel er ongetwijfeld een plan-B klaarligt voor het geval dat nodig is - tot de meer dan royale rechtstreekse steun aan boeren in het kader van het GLB en het potentieel voor grootschalige immigratie, met name van de slecht geïntegreerde, nomadische Roma-gemeenschappen, die in Oost-Europa zeer talrijk zijn.

Ik ben vooral blij met de komst van de twee landen van het Britse Gemenebest, Malta en Cyprus. Daarmee zal het gebruik van het Engels in deze instelling toenemen, waar ik volledig achter sta. Cyprus baart mij echter zorgen, een kwestie waarover aan de andere kant van deze zaal ook reeds zorgen zijn geuit. Misschien moet het land toetreden als verdeeld eiland, met alle mogelijke gevolgen van dien voor de eventuele Turkse annexatie van het noorden. Mijn vraag is welke druk kan worden uitgeoefend, met name op de heer Denktash, om tot een vergelijk te komen met de heer Clerides, opdat Cyprus in 2004 als verenigd land kan toetreden tot de Unie, iets wat wij naar mijn stellige overtuiging allemaal willen in dit Parlement.

 
  
MPphoto
 
 

  Medina Ortega (PSE). - (ES) Mijnheer de Voorzitter, de Top van Sevilla legt het Deense voorzitterschap een reeks verplichtingen op die in zeer korte tijd moeten worden nagekomen.

In punt 32 van de conclusies van het voorzitterschap wordt de Raad, de Commissie en de lidstaten verzocht om elk binnen hun eigen bevoegdheden uiterlijk eind 2002 de volgende maatregelen uit te voeren: totstandbrenging van gezamenlijke operaties aan de buitengrenzen, onmiddellijk starten van proefprojecten waaraan alle belangstellende lidstaten kunnen deelnemen en oprichting van een netwerk van immigratieverbindingsofficieren van de lidstaten.

Zullen zij er, gezien de beperkte tijd waarover zij beschikken, in slagen het Deense voorzitterschap te helpen bij de verwezenlijking van deze tijdens de Top van Sevilla duidelijk vastgestelde doelstellingen?

 
  
MPphoto
 
 

  Nicholson of Winterbourne (ELDR). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, hartelijk dank voor deze zeer welkome vernieuwing. Ik wil het Deense voorzitterschap van harte gelukwensen en natuurlijk feliciteer ik mijn collega, de heer Haarder, met zijn huidige functie. De heer Haarder was een gewaardeerd lid van de Commissie buitenlandse zaken, mensenrechten, gemeenschappelijke veiligheid en defensiebeleid en ook van deze fractie.

Ik heb echter een verzoek aan u dat u als Deens voorzitter zeker zult willen honoreren. In het Verdrag van Rome kennen wij verschillende soorten rechten toe - mensenrechten en dierenrechten - maar we kennen geen rechten toe aan kinderen, en dat terwijl we na de val van de Berlijnse muur en het einde van de koude oorlog een afgrijselijk panorama van misbruik, verwaarlozing, ellende, honger en wanhoop onder kinderen te zien hebben gekregen dat in Europa sinds de Tweede Wereldoorlog niet meer was voorgekomen. De situatie is er nu met de uitbreiding van de Europese Unie niet beter op geworden. Waarom zeg ik dat? Omdat er helaas aanwijzingen te over zijn dat met het openstellen van de grenzen, de uitbreiding van de Europese Unie en door factoren als de mondialisering, internet en de Schengen-overeenkomsten het drama van kindermisbruik alleen maar erger is geworden. Kinderen lopen tegenwoordig meer gevaar dan ooit en velen onder hen zijn het slachtoffer van kinderhandel op mondiale schaal. Handel, georganiseerde misdaad en scheiding van hun ouders - dat zijn slechts enkele van de vele vormen van kindermisbruik.

De Europese Unie kan niet alles maar verkeert wel in een unieke machtspositie. Wat ik wil vragen is dat u samenwerkt met mij en met de Children's Alliance, een groep leden van dit Parlement waarin elke politieke kleur vertegenwoordigd is, zodat we zeker zijn van unanieme steun. Ons doel is in de toetredingsovereenkomst en in het Verdrag van Rome iets heel eenvoudigs op te laten nemen, niet meer dan de verplichting tot naleving van het VN-Verdrag inzake de rechten van het kind, dat door elk van de lidstaten is ondertekend en geratificeerd. Het is het belangrijkste verdrag uit de geschiedenis en het is dan ook door meer landen geratificeerd dan enig ander verdrag. Alleen de VS verzet zich er nu tegen. De Commissie heeft gedaan wat zij moest doen. Het is opgenomen in het acquis communautaire. Nu moet het worden opgenomen in het toetredingsverdrag en in het Verdrag van Rome. Mijnheer de fungerend voorzitter, kan ik op uw medewerking rekenen?

 
  
MPphoto
 
 

  von Wogau (PPE-DE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, ik zou graag kort willen ingaan op de bijdrage van de heer Schulz. Zijn woorden hadden namelijk alles weg van een verkiezingsrede!

(Applaus)

Ik wil eigenlijk alleen vaststellen dat de opiniepeilingen hem kennelijk nogal zenuwachtig hebben gemaakt; die geven daar ook alle aanleiding toe!

Ik zou een vraag willen stellen, mijnheer de Raadsvoorzitter, die betrekking heeft op de bevoegdheden tijdens uw voorzitterschap. Op defensiegebied is het zo dat de bevoegdheid al tijdens de periode van uw voorzitterschap bij Griekenland en niet bij Denemarken berust. Nu staan wij wat de Balkan betreft aan de vooravond van een aantal cruciale beslissingen, bijvoorbeeld over de Amerikaanse deelname ter plaatse en over de vraag hoe de Europese Unie de verantwoordelijkheid moet overnemen. In dit verband rijst de vraag hoe de coördinatie tussen de civiele en de militaire tak, die in wezen onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn, optimaal gewaarborgd kan worden. Welke rol zal het voorzitterschap spelen, en welke rol staat de Commissie daarbij te wachten?

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Volgens het rooster dat mij voor vanochtend is toegewezen kan nu geen gebruik meer worden gemaakt van het “catch-the-eye”-systeem. Ik doe daarom een beroep op de ruim twintig mensen wier namen op de lijst staan om er bij hun respectieve fractievoorzitters op aan te dringen de volgende keer dat we deze procedure uitproberen meer ruimte voor dit nieuwe systeem te creëren. Het is een interessante vernieuwing.

 
  
MPphoto
 
 

  Fogh Rasmussen, Raad. - (DA) Ik dank u voor het interessante en opbouwende debat. Ik heb vele belangrijke en oordeelkundige opmerkingen gehoord, waarmee ik rekening zal houden. Ik zal proberen zoveel mogelijk vragen te beantwoorden, maar de tijd waarover ik beschik laat helaas niet toe alle vragen te beantwoorden. Ik zou graag hebben dat ook de minister voor Europese Zaken de gelegenheid krijgt enkele vragen te beantwoorden. Ik heb hier vandaag een aantal verkiezingstoespraken gehoord, maar ik ben niet van plan mij in te laten met de verkiezingscampagnes in de lidstaten.

(Applaus)

Bovendien hielden mevrouw Frahm en de heer Krarup, die in dit Parlement Denemarken vertegenwoordigen, toespraken die het nationaal politiek debat en de nationale machtsverhoudingen in Denemarken betreffen. Ik ga daar evenmin op in. De Europese Unie heeft grote taken te volbrengen en ik vind dat een debat in het Europees Parlement een uiting moet zijn van Europese visies en niet van kleingeestige nationale polemieken.

(Applaus)

Ik dank de heer Poettering voor zijn steun aan het Deens voorzitterschap. Op de vraag over openbaarheid van de heren Poettering en Watson en mevrouw Maij-Weggen kan ik antwoorden dat het Deens voorzitterschap van plan is de regels betreffende openbaarheid zo verregaand mogelijk toe te passen binnen het vastgestelde kader. Ik maak er geen geheim van dat ik graag verder was gegaan en ik zal blijven ijveren voor meer openheid in het wetgevend proces in de Europese Unie, maar voorlopig is in Sevilla een besluit genomen en het Deens voorzitterschap zal dit besluit zo goed mogelijk ten uitvoer brengen.

Daarnaast stelde de heer Poettering de vraag of de wetgeving niet beter kan. Wij vinden dit een zeer belangrijke vraag en wij verwachten veel van de interinstitutionele samenwerking voor de verbetering van de wetgeving. Dit punt krijgt van ons de hoogste prioriteit. De heer Poettering had het ook over Turkije. Uiteraard moet Turkije dezelfde behandeling krijgen als alle andere kandidaat-landen. Dit wil zeggen dat voor Turkije geen datum wordt vastgesteld voor de start van de toetredingsonderhandelingen zolang het land niet voldoet aan de politieke voorwaarden, met name de criteria van Kopenhagen. Op dit ogenblik is dat nog niet het geval.

Voorts brachten de heren Poettering en Watson het probleem van de landbouwhervorming ter sprake. Ik geef een gezamenlijk antwoord aan beide heren en dank de heer Watson tevens voor zijn steun aan het Deens voorzitterschap. Ik ben het volledig met u eens dat wij niet mogen toestaan dat een lidstaat of een politiek leider met zin voor verantwoordelijkheid de uitbreiding van de Europese Unie koppelt aan de landbouwhervorming.

(Applaus)

Het zou een historische vergissing van formaat zijn als iemand de uitbreiding van de Europese Unie zou proberen te blokkeren wegens onenigheid over een som geld, een kwestie die ondanks alles toch van ondergeschikt belang is. Ten eerste herinner ik eraan dat de uitbreiding volgens het voorstel van de Commissie binnen de bestaande begroting uitgevoerd kan worden. Er is geen extra geld nodig om de uitbreiding te kunnen verwezenlijken. Ten tweede voorziet de Commissie in haar voorstel in een bescheiden extra uitgave voor de geleidelijke invoering van directe inkomenssteun aan de landbouwers in de nieuwe lidstaten. Deze minimale extra uitgave komt overeen met 1 promille van de totale productie in de huidige lidstaten. Ik kan niet geloven dat er ergens een politieke leider is die de uitbreiding wil blokkeren voor een bedrag dat overeenkomt met 1 promille van de totale productie.

(Applaus)

Ik wil nu graag de vragen van de heer Barón Crespo beantwoorden. Ik dank hem voor de gelukwensen aan het Deens voorzitterschap. Eerst wil ik een misverstand rechtzetten. De Deense minister van Buitenlandse Zaken heeft niet gezegd dat hij een stok wil gebruiken met betrekking tot de kandidaat-landen. Integendeel, wij zijn voorstander van echte onderhandelingen met de kandidaat-landen. Als antwoord aan de heer Barón Crespo en ook aan de heer Bonde, die het over toekomstige hervormingen van het landbouwbeleid had - en hier spreek ik ook als premier van Denemarken - kan ik bevestigen dat Denemarken voorstander is van nieuwe hervormingen van het landbouwbeleid. Ik herhaal echter dat dergelijke hervormingen geen bijkomende voorwaarde mogen zijn voor de verwezenlijking van de uitbreiding van de EU.

De heer Barón Crespo en later in het debat ook de heer Laschet haalden het probleem van het Midden-Oosten aan. Het Deens voorzitterschap beraadt zich momenteel over de vraag wat de EU het beste kan doen om het vredesproces in het Midden-Oosten weer op gang te brengen. Ik denk dat wij zullen beginnen met een proces dat een hervorming van het Palestijns zelfbestuur kan bewerkstelligen. Binnenkort zijn er immers verkiezingen. Zoals wij het nu zien, is het onze bedoeling de basis te leggen voor een vredesconferentie waar de vredesonderhandelingen tussen Israël en de Palestijnen kunnen worden hervat. Ik kan u meedelen dat de Deense minister van Buitenlandse Zaken dit later op de dag met zijn Amerikaanse collega, Colin Powell, zal bespreken. De reden hiervoor is dat wij met betrekking tot dit onderwerp een nauwe coördinatie willen tussen de EU, de VS en andere partijen. Het Deens voorzitterschap is van mening dat de Europese Unie een positieve rol kan en moet spelen in de pogingen het vredesproces in het Midden-Oosten weer op gang te brengen. Mijnheer Barón Crespo, ik kan u overigens bevestigen dat het Deens voorzitterschap een groot voorstander is van de communautaire methode in de EU. Helaas beschik ik over te weinig tijd om dieper in te gaan op de werkzaamheden van de Conventie, maar wij vinden ze uitermate belangrijk.

Verschillende sprekers, waaronder mevrouw Maes, de heer Alavanos en de heer Tannock hebben op het probleem van Cyprus gewezen. Ik kan u meedelen dat het Deens voorzitterschap zich zal houden aan de besluiten die in Helsinki zijn genomen en die drie elementen bevatten. Ten eerste zou een oplossing van de kwestie-Cyprus de zaak vergemakkelijken, omdat wij dan een volledig eiland als lid van de Unie zouden kunnen opnemen. Ten tweede mag een oplossing niet als nieuwe voorwaarde voor toetreding worden gesteld. Ten derde staat in de verklaring van Helsinki dat met alle relevante factoren rekening zal worden gehouden wanneer over de toetreding beslist wordt. Dit is dus helemaal niets nieuws, mijnheer Alavanos. Dit besluit is in 1999 in Helsinki genomen. Het Deens voorzitterschap zet de lijn van dit besluit door, en over de kwestie-Cyprus heerst volledige consensus tussen de Commissie en het Deens voorzitterschap.

 
  
  

(DA) Om kort te antwoorden op een vraag van de heer Dupuis: momenteel zijn er geen plannen om Georgië als kandidaat-land aan te merken. Ik denk dat Georgië absoluut niet aan de voorwaarden voldoet. Met betrekking tot Tsjetsjenië is het zo dat de Tsjetsjeense situatie onder het Deens voorzitterschap aan bod zal komen in de dialoog tussen de EU en Rusland. Dan moet ik wat de bijdrage van de heer Camre betreft nog een misverstand rechtzetten. Hij lijkt te denken dat ik vind dat we de beslissing betreffende de uitbreiding zonder enig risico kunnen uitstellen. Hij heeft mij in dat geval volledig verkeerd begrepen, want ik ben juist van oordeel dat we in de komende herfst – dus voor het eind van dit jaar – over de uitbreiding van de EU een beslissing moeten nemen.

Mevrouw Ursula Stenzel vroeg of wij het voorgestelde tijdschema realistisch vinden. Die vraag kan ik positief beantwoorden. Het tijdschema is ambitieus, maar realistisch. Vergeet u niet dat op de Top van Sevilla duidelijk is beslist dat de EU uiterlijk begin november een gemeenschappelijk standpunt inzake directe inkomenssteun aan de landbouwers in de kandidaat-landen moet hebben ingenomen. Dat geeft ons voldoende tijd, tot de Top van Kopenhagen in december, om de laatste onderhandelingen met de kandidaat-landen af te ronden.

Ik dank het Europees Parlement voor het duidelijke en krachtige mandaat dat het Deens voorzitterschap vandaag heeft gekregen voor de uitbreiding van de EU. Ik stel vast dat het Europees Parlement, de Commissie en het Deens voorzitterschap op één lijn zitten wat het kader van ons werkprogramma betreft. Ten eerste is de uitbreiding de belangrijkste taak voor het Deens voorzitterschap, de Unie en Europa en ten tweede krijgen we een historische kans, die we niet mogen laten lopen. Als we er niet in slagen de onderhandelingen voor het eind van het jaar af te sluiten, bestaat het gevaar dat de uitbreiding op de lange baan geschoven wordt. Ik dank het Parlement voor zijn steun. Het Deens voorzitterschap zal zijn uiterste best doen om op de Top van Kopenhagen in december resultaten te kunnen laten zien, maar zoals ik eerder al zei, wij kunnen deze taak niet alleen aan. Wij hebben de steun van alle partners nodig. Niet alleen van het Parlement en de Commissie, maar ook van de lidstaten en de kandidaat-landen. Er zijn nu dertien jaar verstreken sinds de val van de Berlijnse muur. Negen jaar geleden zijn in Kopenhagen de criteria voor toetreding vastgesteld en vijf jaar geleden zijn de onderhandelingen van start gegaan. Nu kunnen wij de kandidaat-landen niet langer laten wachten. Nu moeten de beloften waargemaakt worden. Nu moeten wij onze historische verantwoordelijkheid nemen. Nu moeten wij een van de donkerste hoofdstukken uit de geschiedenis van Europa afsluiten. Ik kijk uit naar de samenwerking met het Europees Parlement voor deze grote uitdaging.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  Prodi, voorzitter van de Commissie. - (IT) Ik wil kort reageren, mijnheer de Voorzitter, en ingaan op iets dat mij werkelijk op het hart ligt. Ten eerste klopt het absoluut niet dat de steun van de Gemeenschap aan het Midden-Oosten aan geen enkele voorwaarde en controle is onderworpen. Ik wil dergelijke beweringen eens en voor altijd ontzenuwen. Die komen namelijk elders vandaan en maken van onze steun een karikatuur die nergens op slaat en die niet strookt met de werkelijke gang van zaken. De Commissie geeft net als alle andere instellingen - en zelfs in nog sterkere mate dan het Monetair Fonds - steun aan projecten voor vredesinfrastructuur in het Midden-Oosten, infrastructuur die helaas is vernietigd in de oorlog. Ook geeft de Commissie uitvoering aan de hulp aan de Palestijnse Autoriteit waartoe de Raad besloten heeft en blijft ze de noodzakelijke controles uitvoeren, ofschoon bepaalde controles zeer moeilijk zijn ten gevolge van de tragische oorlog. Ik wil het Parlement er evenwel op wijzen dat het noodzakelijk is korte metten te maken met deze ongegronde beweringen die onze instellingen enkel besmeuren.

(Applaus)

Mijn tweede korte antwoord betreft de Noordse dimensie. Deze is zeer belangrijk voor de Commissie en zal zelfs nog belangrijker worden als daarvan een instrument wordt gemaakt voor de betrekkingen met Rusland en als een oplossing moet worden gevonden voor bijzondere aspecten en problemen. Aangezien Denemarken nu het voorzitterschap bekleedt, wil ik slechts een voorbeeld noemen: het belang van een opbouwende en vriendschappelijke band met Groenland en het belang van de geografische, strategische en ook menselijke aspecten van onze betrekkingen met dit gebied.

Dan wil ik nu, mijnheer Schulz, kort ingaan op uw opmerkingen van persoonlijke aard. Ik ben meerdere malen aanwezig geweest op seminars van de liberale partij, van de Volkspartij en ook - dankzij de vriendelijke uitnodiging van mijn vriend Enrique - op seminars van de socialistische partij en de groenen. Ik ben geen driekleurige maar een veelkleurige voorzitter. Veelkleurig betekent meer dan driekleurig; een driekleurige voorzitter zou te weinig zijn, zeer zeker in dit geval.

(Applaus en gelach)

Tot slot wil ik het Parlement bedanken voor het krediet dat het Deens voorzitterschap van alle politieke krachten heeft gekregen. Deze steun is verdiend en noodzakelijk voor ons werk. Wil een onderneming van een dergelijke historische draagwijdte als de uitbreiding kans van slagen hebben, dan moet men zorgen voor eenheid. Er moet eenheid zijn opdat de verschillen tussen de politieke krachten en de politieke spelletjes in de verschillende landen kunnen worden overwonnen, opdat de noodzakelijke overeenstemming kan worden bereikt over de nog openstaande dossiers, opdat alle instellingen van de Unie aan hetzelfde eind van het touw staan. Wat dit laatste betreft zal de interinstitutionele dialoog van doorslaggevend belang zijn, niet alleen om de besluitvorming te verbeteren, maar ook om goed beslagen ten ijs te komen met de bestaande regels. Wij moeten onze instellingen namelijk in staat stellen onmiddellijk na de uitbreiding goed te werken, en daarop moeten wij ons nu voorbereiden. Tot slot is eenheid nodig omdat wij moeten aantonen dat Europa in staat is de enorme uitdagingen het hoofd te bieden. In de komende maanden zullen de politieke en economische uitdagingen namelijk nog groter zijn dan in de afgelopen maanden. De wereld zal Europa hard nodig hebben, om te beginnen in Johannesburg en zelfs nog meer daarna, naarmate de herfst vordert. Wij moeten op intern vlak een antwoord zien te geven op het beschavingsvraagstuk en zorgen voor vrijheid en veiligheid, en op extern vlak moeten wij ons inzetten voor een wereldbestuur, waarbij - zoals ik zojuist al zei - Johannesburg slechts het begin is. Er is echt behoefte aan een nieuwe orde, een orde die in eerste instantie een geestesgesteldheid is en pas dan een politieke orde.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Hartelijk dank voor uw veelkleurige bijdrage, mijnheer de fungerend voorzitter.

 
  
MPphoto
 
 

  Cushnahan (PPE-DE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wilde de Deense regering gelukwensen met het voorzitterschap en haar voor de komende zes maanden veel succes toewensen. Haar wacht een indrukwekkende taak en het doet mij deugd dat zij de afronding van de uitbreidingsonderhandelingen in december aanstaande als belangrijkste punt op de agenda heeft gezet.

Ik kan mij vinden in de opvattingen die de Deense minister van Buitenlandse Zaken, de heer Per Stig Møller, onlangs kenbaar heeft gemaakt toen hij aangaf dat het belangrijk is dat de EU de beloften nakomt die ze heeft gedaan aan de landen die om toetreding hebben verzocht. Daarnaast hebben we echter ook de morele verplichting ons te houden aan de beloften die reeds zijn gedaan aan de huidige lidstaten. De voorstellen waarover de commissaris voor landbouw, Franz Fischler, zich momenteel buigt in het kader van de tussentijdse evaluatie van het GLB zijn strijdig met het algemeen akkoord over de Agenda 2000 van Berlijn. De nieuwe voorstellen voor modulering en het loslaten van het systeem van subsidiëring op basis van de omvang van de veestapel ten gunste van een op oppervlakte gebaseerd systeem beloven niet veel goeds voor de boeren in de EU.

Maar liefst 20 procent van alle rechtstreekse steun aan de boeren zou zo worden teruggevorderd en besteed aan enkele maatregelen voor de ontwikkeling van plattelandsgebieden of terugvloeien naar de GLB-begroting zelf. Aangezien de graanproducenten en veehouders voor hun inkomen nu volledig afhankelijk zijn van rechtstreekse steun, betekenen de nieuwe voorstellen dat zij zullen moeten stoppen met hun activiteiten.

De inkomens van de boeren zijn al flink achteruitgegaan. Landbouw is de hoeksteen van de plattelandseconomie in Europa en de ontwikkeling van het platteland is niet meer dan een holle frase als de boeren moeten opdraaien voor de gevolgen van de uitvoering van de Commissievoorstellen die nu naar buiten zijn gekomen. Als voorbereiding op de uitbreiding inhoudt dat de boeren worden benadeeld, dan is dat niet alleen moreel en politiek te veroordelen, maar bestaat tevens het gevaar dat de boeren hun belangstelling voor het uitbreidingsproces zelf verliezen.

In plaats daarvan zou de uitbreiding betaald moeten worden uit de huidige begroting door de uitgaven te verhogen tot de bestaande drempelwaarden. Momenteel liggen de uitgaven daar maar liefst 20 procent onder, wat overeenkomt met in totaal 25 miljard euro. Als de EU die middelen gebruikt, geeft zij duidelijk aan dat haar beleid er daadwerkelijk op is gericht de uitbreiding met overtuiging en volgens schema door te zetten.

 
  
MPphoto
 
 

  Murphy (PSE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wilde mij voegen bij allen die het Deense voorzitterschap welkom hebben geheten en ik ben met name verheugd over de prioriteit die het geeft aan één Europa, want dat is heel belangrijk.

Mijn boodschap aan u, mijnheer de fungerend voorzitter, is identiek aan mijn boodschap van drie weken geleden aan het vertrekkende Spaanse voorzitterschap. De Commissie en het Parlement doen wat de uitbreiding betreft wat zij moeten doen; nu is het aan de Raad om ervoor te zorgen dat de EU haar beloften gestand doet en de uitbreiding werkelijkheid wordt. Het zal de regeringen van de Europese Unie tot in lengte van dagen kwalijk genomen worden als dit historische project door hun gekibbel over een paar miljoen euro uitstel ondervindt. Nu is het moment gekomen om onze beloften in te lossen.

(Applaus)

Het is nu niet het moment om nieuwe hindernissen op te werpen voor het uitbreidingsproces. De hervorming van het gemeenschappelijk landbouwbeleid is belangrijk, maar ze mag niet gekoppeld worden aan de uitbreiding. Nogmaals, die boodschap moet u aan de Raad overbrengen. De rust zal weerkeren naarmate de tussentijdse evaluatie meer duidelijkheid verschaft, maar wij verzoeken u met klem die boodschap duidelijk over te laten komen bij de regeringen. U kunt op onze steun rekenen voor de drie door u aan de orde gestelde kwesties. De criteria liggen er en dienen te worden nagekomen. Op dat punt heeft u onze medewerking. Geen enkel land zou langer dan nodig moeten wachten als het klaar is voor toetreding, en daarbij draait alles om december 2002.

De heer Watson heeft een nogal goedkope en onverstandige opmerking over het Verenigd Koninkrijk gemaakt. Het is echter wel zo dat zelfs in het “troosteloze” Engeland, zoals hij het noemt, iedereen - ongeacht zijn leeftijd - kan trouwen met wie hij wil. Wellicht vindt ook hij het een goed idee Deense jongeren voor te stellen naar het Verenigd Koninkrijk te komen om daar te trouwen met wie zij willen en vervolgens terug te keren, als zij dat willen.

Zoals u heeft opgemerkt, is er genoeg gesproken en is nu het moment gekomen voor daden. De komende maanden zullen er echter nog hartige woorden gesproken moeten worden en zal er nog flink onderhandeld moeten worden. Als we u hier na de Top terugzien in december, hoop ik van harte dat we u eenstemmig zullen toezingen met de woorden “fantastisch werk, Kopenhagen!” Dank u wel.

(Applaus)

 
  
  

VOORZITTER: DE HEER ONESTA
Ondervoorzitter

De Voorzitter. - Hartelijk dank. In afwachting van dat eindcouplet geef ik graag het woord aan de heer Caveri.

 
  
MPphoto
 
 

  Caveri (ELDR). - (IT) Mijnheer de Voorzitter, geachte collega’s, ik heb met waardering geluisterd naar de redevoering van de Deense premier en met name naar hetgeen hij zei over het delicate en cruciale vraagstuk van de uitbreiding. Het valt niet te ontkennen dat daarover volledige overeenstemming bestaat met de voorzitter van de Commissie. Ik moet hier ten minste twee opmerkingen aan vastknopen. Mijn eerste opmerking gaat over de pressing onder de publieke opinie in onze landen. Het Ierse referendum is ongetwijfeld zeer belangrijk, maar net zo belangrijk is dat het uitbreidingsproces goed wordt uitgelegd en goed wordt begrepen in onze landen, hetgeen ongetwijfeld een taak is waarvan elke Europese afgevaardigde hier zich zal moeten kwijten.

Mijn tweede opmerking gaat over de referenda die in de kandidaat-landen zullen worden gehouden. Ook in dat geval moet men goed in de gaten houden hoe alles in zijn werk gaat, teneinde een domino-effect te voorkomen. Dat zou namelijk een nefaste uitwerking kunnen hebben. Daarom moeten wij ons verzetten tegen de populistische tendenzen die bijna overal de kop op steken, want die kenmerken zich door een zeer negatieve houding ten aanzien van de Europese integratie.

Een ander zeer belangrijk punt betreft de werkzaamheden van de Conventie. In 2003/2004 krijgen wij te maken met een institutionele bottleneck: verkiezingen, uitbreiding, Intergouvernementele Conferentie. Ik wil het Deens voorzitterschap erop attenderen dat in de Conventie ten minste twee vraagstukken aan de orde zijn die ook voor het voorzitterschap interessant zijn: het altijd actuele vraagstuk van de rol van de taalminderheden in Europa - hetgeen een belangrijk thema is voor niet alleen de toetredingslanden maar ook de lidstaten van de Unie - en, ten tweede, het hier reeds genoemde vraagstuk van de betrekkingen - binnen de Europese Unie - met de regio’s die grondwettelijk vastgelegde, wetgevende bevoegdheden hebben. Ook dat laatste onderwerp is zeer belangrijk. Ofwel wij zullen erin slagen federalisme en subsidiariteit met elkaar te rijmen, ofwel wij zullen het onbegrip ten aanzien van de Europese mechanismen op de een of andere manier zien toenemen.

Ik wil hier ook gewag maken van de waardevolle nieuwe methode die het Deens voorzitterschap heeft ingeluid. Alle parlementaire commissies, met inbegrip van de door mij voorgezeten commissie, hebben namelijk de gelegenheid gehad via de coördinatoren contact te leggen met het voorzitterschap in Kopenhagen. Eindelijk is beloofd dat de Raad fysiek aanwezig zal zijn in alle commissies, opdat op het kritieke moment met de vertegenwoordiging van de Raad gesproken kan worden over bepaalde onderdelen van de verslagen, vóór de indiening daarvan in de plenaire vergadering. Dit is een innovatie die mijns inziens zeer belangrijk is - en ik richt mij nu tot mijn vriend, de heer Haarder - daar wij tot nu toe gebukt gingen onder een probleem in de betrekkingen met de Raad, met alle nadelige gevolgen van dien.

Wat meer specifiek het werk van mijn commissie betreft wil ik twee vraagstukken naar voren brengen, die evenwel een weerslag hebben op het hele Parlement en natuurlijk ook op de fractie waar ik lid van ben. Het eerste vraagstuk houdt verband met het zeer belangrijke debat van de komende maanden over het cohesiebeleid en het regionaal beleid. In januari krijgen wij het tweede tussentijdse verslag over de cohesie en in de loop van 2003 komt het derde en beslissende verslag op tafel. Wij kunnen derhalve zonder meer zeggen dat de discussies van de komende dagen zeer belangrijk zullen zijn.

Zeer belangrijk is eveneens de voortzetting van het werk ten aanzien van het Witboek. Ik wil hier wijzen op een urgent vraagstuk waar het Deens voorzitterschap mee zal worden geconfronteerd: de ecopunten voor Oostenrijk. Dit is een zeer delicaat politiek vraagstuk dat op de een of andere manier moet worden opgelost. Dit heeft namelijk ook een weerslag op de uitbreiding en is tekenend voor het urgente vraagstuk van het vervoer over de Alpen.

 
  
MPphoto
 
 

  Wurtz (GUE/NGL). - (FR) Mijnheer de Voorzitter, ik heb besloten mij te houden aan de nieuwe spelregels omtrent de organisatie van het debat en ik heb daarom zelf de conclusies voor mijn fractie getrokken. Ik betreur het dat niet iedereen hetzelfde besluit heeft genomen.

Ik zou graag drie opmerkingen willen maken. Mijn eerste opmerking heeft betrekking op de afronding van de onderhandelingen over de uitbreiding. Ik ben het eens met wat er aangaande het tijdschema is gezegd. Uitstel of onvoldoende tijd voor de laatste onderhandelingen zou tot politieke destabilisatie leiden: een politieke prijs die wij niet kunnen betalen. Ik ben het daarentegen niet eens met hetgeen is gezegd over de voorstellen van de Commissie inzake de landbouwbegroting en -steun. De heer Fogh Rasmussen sprak over redelijke voorstellen en de heer Prodi over "de enig mogelijke basis". Zoals u weet worden deze voorstellen in de landen van Midden-Europa echter als discriminerend beschouwd. Deze landen vinden dat de Europese Unie met deze voorstellen een negatief signaal afgeeft. Sommige andere economische aspecten van het acquis communautaire leiden volgens deze landen tot een te zware druk op hun bevolking. Kijkt u maar eens naar het politieke debat dat zich in Polen afspeelt. Ik denk niet dat er voor de juiste methode is gekozen om het doel van de uitbreiding - een stabieler en meer verenigd Europa - te realiseren.

Mijn tweede opmerking is meer algemeen van aard en kan in één zin worden samengevat: "we moeten ons hoeden voor te veel gemoedsrust". Mijnheer Prodi, u hebt een selectieve lezing gegeven over de Eurobarometer. Deze lezing beschouw ik als een goedkope poging om de gemoederen te bedaren. Als er echt sprake zou zijn van een brede consensus, waarom worden strategische beslissingen dan tot na de Franse en Duitse verkiezingen uitgesteld? Waarom bent u bang voor een Iers referendum? Iedereen weet dat het niet klikt tussen de Europese leiders en de Europese burgers. Ik ben ervan overtuigd dat dit probleem in de kern moet worden aangepakt en dat de burgers veel meer moeten worden betrokken bij de uitwerking van het Europese beleid. Er moet een beleid worden ontwikkeld dat de burgers kan motiveren, mobiliseren en tot elkaar kan brengen. Deze zeer ernstige tekortkoming dient door onze Unie te worden aangevuld.

Tot slot vond ik het debat in velerlei opzichten weliswaar zeer interessant, maar werd er in mijn ogen onvoldoende aandacht besteed aan de rol van de Unie in de wereld. Laat ik drie voorbeelden noemen. Er is in vage termen gesproken over Afrika. Op de G8 is gesproken over een actieplan voor Afrika. De Afrikanen hebben de kosten van de uitvoering van dit plan geschat op 64 miljard dollar. Er is echter geen enkele toezegging gedaan. Zelfs in de Europese Unie is de Overeenkomst van Cotonou nog niet door de vijftien lidstaten geratificeerd, waardoor het nog niet in werking kan treden. Het tempo moet nu worden opgevoerd. Het tweede voorbeeld betreft de Earth Summit in Johannesburg en de uitdagingen waarvoor onze wereld zich geplaatst ziet. Ook hier zien we dat de voorbereiding van deze Top wordt gehinderd door financiële kwesties en angst voor een mislukking. Welke initiatieven dienen er volgens u door de Unie te worden genomen? Derde voorbeeld: mijnheer de voorzitter, u sprak zojuist ook over de transatlantische relatie, maar u hebt niets gezegd over het unilateralisme en het ongelooflijke besluit van de Amerikaanse leiders om de VN het mes op de keel te zetten. Zij willen zich aan een internationale jurisdictie ontrekken en zijn bereid daarvoor de vrede op de Balkan op het spel te zetten. Wij zouden graag op al deze punten uw commentaar vernemen.

 
  
MPphoto
 
 

  Frassoni (Verts/ALE). - (IT) Mijnheer de Voorzitter, ik wil het Deens voorzitterschap van harte welkom heten.

Europa: een sterke boodschap, waarvoor ook wij ons met kracht inzetten, en aangenaam om te horen. Maar wat voor een Europa, mijnheer de fungerend voorzitter? Nu dit debat ten einde loopt - en ook ik heb waardering voor de nieuwe vorm daarvan - willen wij u drie boodschappen meegeven. Ten eerste zijn wij van mening dat in tegenstelling tot hetgeen u zei uw asiel- en immigratiebeleid geen interne aangelegenheid is. Er moet overeenstemming en samenhang bestaan tussen hetgeen u in Denemarken zegt en doet enerzijds en hetgeen u hier zegt en doet anderzijds. Er kunnen geen hemelsbrede verschillen zijn.

Wij zijn uiterst bezorgd, daar Denemarken het risico loopt zijn naam als lichtend model van opvang en integratie, die het land in het verleden had, te verliezen. Daaruit zou blijken dat rechten en vrijheden nooit echt een verworvenheid worden en dat het tij kan keren bij elke regeringswissel. De Denen pretenderen zelfs liefde te kunnen afmeten aan nationaliteit en leeftijd. Dat is iets dat vanuit Europees standpunt bekeken perplex doet staan. Wij zijn ervan overtuigd dat de manier waarop u de Raad zult leiden ook zal afhangen van de manier waarop u zich in uw eigen land opstelt ten aanzien van dergelijke vraagstukken.

Tweede vraagstuk: Cyprus. Wij hebben met enige bezorgdheid uw minister van Buitenlandse Zaken horen zeggen: “Wij hoeven niets te doen; daar zorgen de Verenigde Naties voor”. Dat klopt niet. De manier waarop de Europese Unie gedurende de laatste maanden de onderhandelingen over de uitbreiding zal voeren is van fundamenteel belang. In weerwil van de verklaringen van Helsinki en andere belangrijke Raden kunnen wij niet toestaan dat in de Europese Unie een land wordt opgenomen waar een muur of die zogeheten groene lijn bestaat. Wij moeten onze uiterste best doen om dat probleem op te lossen.

Derde vraagstuk: Johannesburg. Ofschoon dit een absolute prioriteit is voor de Europese Unie, hebt u, mijnheer de voorzitter van de Raad, in uw toespraak niet gezegd wat de prioriteit van de Unie is in Johannesburg. Volgens ons kan er maar één prioriteit zijn: zonder dralen optreden en duidelijk maken dat handel en markt niet boven milieuverplichtingen en milieuovereenkomsten mogen gaan. Dat is de boodschap die Johannesburg de wereld in moet sturen, maar die boodschap hoort men nergens. De enige uitzondering zijn misschien de enkele zinnen die de Commissie vandaag in de documenten van de Unie heeft opgenomen. Dat is de strategische lijn die wij in Johannesburg moeten volgen, en dat had ik graag vandaag van u willen horen.

 
  
MPphoto
 
 

  Camre (UEN). - (DA) Mijnheer de Voorzitter, het spijt mij dat premier Fogh Rasmussen de indruk heeft gekregen dat ik zijn engagement voor de uitbreiding probeerde te relativeren. Zoiets zou ik nooit doen. Ik wilde inspelen op de opmerking van de premier dat de uitbreiding hoe dan ook zal plaatsvinden, ook al zou het dit jaar niet lukken.

Een aantal van mijn Deense en Zweedse collega’s heeft kritiek geuit op het Deense asiel- en immigratiebeleid alsook op het ontwikkelingsbeleid. Hoewel de heer Watson een treffende vergelijking maakte tussen een asielzoeker in Denemarken en een asielzoeker in Groot-Brittannië, is er een aantal valse beweringen over het Deens beleid verspreid. Dit bleek zojuist nog uit de woorden van mevrouw Frassoni. Om die reden en omdat het beleid van de Deense regering door driekwart van de Deense bevolking wordt gesteund, verzoek ik premier Fogh Rasmussen of eventueel minister voor Europese Zaken Haarder de volgende twee feiten te bevestigen. Ten eerste, dat elke bepaling in het verslag over de mensenrechten dat Bertel Haarder als lid van het Europees Parlement heeft opgesteld in het nieuwe vreemdelingenbeleid van de regeringspartijen en de Deense Volkspartij wordt nageleefd. Ten tweede, dat het bedrag dat Denemarken in 2002 aan ontwikkelingshulp besteedt het op twee na hoogste is in de geschiedenis van Denemarken en het hoogste dat een land ooit heeft uitgegeven aan ontwikkelingshulp in vergelijking met het BBP van dat land.

 
  
MPphoto
 
 

  Bonde (EDD). - (DA) Mijnheer de Voorzitter, het is niet gebruikelijk om tegenstanders lof toe te zwaaien, maar ik vind dat Anders Fogh Rasmussen lof heeft verdiend voor zijn goede toespraak en vooral omdat hij, net zoals tijdens het bezoek van de Deense koningin, de Deense tegenstanders van de Unie niet onder vuur heeft genomen. We laten onze onenigheid beter thuis in Denemarken.

Ons gemeenschappelijk project is de EU transparanter te maken en ik verzoek het Deens voorzitterschap alle agenda’s, notulen en werkdocumenten van het wetgevingsproces op de webpagina “dk2002” te zetten. Wanneer de EU als wetgever optreedt, moet ze even transparant zijn als de nationale parlementen en wanneer de EU als administratie optreedt, moeten de burgers een betere toegang tot de documenten krijgen.

Ik waarschuw de premier dat hij de uitbreiding niet mag gebruiken om de Ierse tegenstanders van het Verdrag van Nice onder druk te zetten. Zij hebben voor zover ik weet allemaal hun steun aan de uitbreiding toegezegd en er is geen technische handgreep nodig om Verklaring nummer 20 van de Top van Nice te nemen en het in de toetredingsaktes vastgelegde aantal stemmen en plaatsen in het Europees Parlement toe te voegen. Technisch gezien is dit een koud kunstje en het Verdrag van Nice hoeft geen voorbeeld van schoonheid te zijn. Bovendien wordt het binnenkort toch gewijzigd door de Conventie en de komende Intergouvernementele Conferentie, zoals in de Deense kranten van vandaag door Giscard d’Estaing, voorzitter van de Conventie, terecht wordt opgemerkt. Ik lees een citaat voor uit de krant Berlingske Tidende:

 
  
  

De stemming negeren is geen oplossing; we moeten adequaat omgaan met de situatie. Waarschijnlijk moeten we daarvoor uit het Verdrag van Nice schrappen wat nodig is om de uitbreiding door te voeren.

 
  
  

… niet ik, maar de voorzitter van de Conventie, Giscard d’Estaing, heeft dit gezegd tegen de krant Berlingske Tidende. Ik verzoek de premier daarom ervoor te zorgen dat de uitbreiding niet in het gedrang komt doordat de huidige lidstaten op het laatste moment de mogelijkheid geboden wordt andere belangen naar voren te schuiven.

 
  
MPphoto
 
 

  Gollnisch (NI). - (FR) Ter gelegenheid van de start van het Deense voorzitterschap willen de rechts-georiënteerde leden van het Parlement zich in positieve zin uitspreken over de wijze waarop Denemarken zijn lidmaatschap van de Unie heeft kunnen combineren met het behoud van zijn nationale soevereiniteit. Denemarken heeft een roemrijke traditie. Het land is klein in oppervlakte en aantal inwoners, maar zijn handelwijze op het Europese politieke toneel is prijzenswaardig. In de eerste plaats durft Denemarken namelijk direct en stelselmatig zijn volk te raadplegen over de verplichtingen die het in naam van de burgers wil aangaan. De regeringsautoriteiten luisteren dus naar de stem van het volk. Ook al heeft Denemarken een tweede referendum moeten organiseren over het Verdrag van Maastricht, het heeft uiteindelijk voor elkaar gekregen dat het niet tegen de wil van de Denen mee hoeft te doen aan de euro.

De Deense kroon bestaat dus nog altijd en het behoeft geen betoog dat het met de Deense economie beter is gesteld dan met die van de eurozone. Denemarken doet niet mee aan het gemeenschappelijk immigratiebeleid. Het land treft op dit terrein momenteel overigens zeer heldere nationale maatregelen. Denemarken doet niet mee aan het defensiebeleid. Het land behoudt belangrijke nationale prerogatieven op het terrein van de politiële en justitiële samenwerking die afwijken van het Europese gemene recht. Het land heeft geweigerd om zijn soevereiniteit over te dragen aan de Unie op de terreinen die de kern vormen van de regale prerogatieven van een lidstaat. Hiermee heeft het land gehandeld in het legitieme belang van de Deense natie. Deze handelwijze vormt geen handicap, maar geeft het land juist een troef in handen in de toetredingsonderhandelingen met de tien nieuwe leden die graag tot de Unie willen toetreden maar geen afstand wensen te doen van de vrijheid die ze onlangs hebben verworven.

Denemarken levert het bewijs dat landen kunnen deelnemen aan de Unie zonder meer bevoegdheden aan Brussel te hoeven opofferen dan strikt noodzakelijk is. Het land levert het bewijs dat een standvastige opstelling tegen de dictaten van de antinationale ideologie loont - hoe geweldig deze ideologie ook moge lijken - juist nu er in een conventie wordt gewerkt aan een gecentraliseerde, eurocratische superstaat die het authentieke karakter van Europa geweld aan zal doen. Ik hoop dat de Europese regeringen zich door de Deense handelwijze zullen laten inspireren. De Denen verkwanselen hun vrijheid en duizend jaar oude identiteit immers niet zomaar.

 
  
MPphoto
 
 

  Brok (PPE-DE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, mijne dames en heren, als er één ding is dat ik heb opgestoken van het debat tussen de fractievoorzitters, het Raadsvoorzitterschap en de Commissie dan is het wel dat iedereen het eens is over de enige echte prioriteit in de komende jaren, te weten de uitbreiding, de uitbreiding en nog eens de uitbreiding. Verder heb ik uit het debat begrepen dat er voor het eerst qua doelstellingen en tijdschema volledige overeenstemming bestaat tussen de meerderheid van dit Huis, de Commissie en het voorzitterschap van de Raad. Dat mag wel een unicum heten. Om deze historische taak te kunnen volbrengen, zullen wij dan ook eensgezind moet optreden.

Ik ben daarom verheugd over de duidelijke boodschap dat er, zoals de resolutie van het Parlement aangeeft, geen nieuwe voorwaarden aan de uitbreiding gesteld mogen worden, en dat er gehamerd is op een hervorming van het landbouwbeleid, zonder die hervorming te beschouwen als een nieuwe voorwaarde. En als de tekortkomingen van Agenda 2000 verholpen moeten worden, mag dit niet ten koste gaan van de toetredingskandidaten; degenen die overeenstemming hebben bereikt over Agenda 2000 moeten de politieke verantwoordelijkheid op zich nemen en mogen die niet afschuiven op de kiezers of de toetredingskandidaten.

Voorts is het noodzakelijk erop te hameren dat er sprake is van een gedifferentieerd optreden. Ook nu, met tien landen die waarschijnlijk de sprong kunnen wagen, moet men beseffen dat elk afzonderlijk land wordt getoetst en dat wordt bekeken of aan de voorwaarden is voldaan. Daarom bestaat er nog bij niemand volledige zekerheid. Bepaalde zaken blijven nog over die getoetst moeten worden. Zo moet met een land als Polen nog besproken worden of de onafhankelijkheid van de centrale bank wel of niet gehandhaafd moet blijven. Dat zijn belangrijke thema’s die nog niet helemaal rond zijn en daarom mag niemand zich al helemaal zeker voelen.

Mijnheer de Voorzitter van de Raad, ik zou u willen aanmoedigen door te gaan met de oplossing van het vraagstuk omtrent Kaliningrad. Wel moet ik benadrukken dat dit vraagstuk uit historisch en pragmatisch oogpunt niet is op te lossen door middel van corridors. Ik geloof namelijk niet dat wij gezien het verleden Litouwen en Polen een corridor moeten opdringen. Bovendien is het zeker dat die oplossing gepaard gaat met flinke concessies aan de Schengen-criteria. Er moet een oplossing komen die een geloofwaardige beveiliging van de buitengrenzen behelst en waarbinnen vrijheid van verkeer gewaarborgd is. Desalniettemin lijkt me duidelijk dat zich hier een goede gelegenheid voordoet om een brug naar Rusland te bouwen.

In de herfst van dit jaar zullen er moeilijke gesprekken plaatsvinden met een land dat voor ons om strategische redenen van groot belang is, namelijk Turkije. Om die strategische redenen moeten wij al het mogelijke doen om te voorkomen dat Turkije zich van Europa afwendt. Compromissen inzake het gebruik van de NAVO-installaties voor het Europees veiligheids- en defensiebeleid en de kwestie van het Cypriotisch lidmaatschap mogen echter niet ten koste gaan van de consequente naleving van de criteria van Kopenhagen.

(Applaus)

Hieraan mogen geen concessies worden gedaan, omdat anders de geloofwaardigheid van het gehele uitbreidingsproces in de toekomst op het spel komt te staan. Ik ben mij ervan bewust – ik heb ook niet direct pasklare oplossingen voorhanden – hoe vreselijk moeilijk het is voor het voorzitterschap en de Commissie om dit probleem het hoofd te bieden. Desalniettemin geloof ik dat wij deze kans moeten benutten, dat wij ons doel zullen bereiken en dat wij bovenal duidelijk moeten maken dat de eenwording van Europa niet bedoeld is om een punt te zetten achter het verleden, maar om het verleden, dat zulke donkere perioden heeft gekend, nooit meer terug te laten keren. Met de eenwording staat ons continent voor een nieuw begin.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  Schulz (PSE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, het doet mij deugd dat ik na de heer Brok het woord mag voeren, want ik heb zijn bijdrage met plezier aangehoord. Het was de eerste bijdrage van de Fractie van de Europese Volkspartij vanmorgen die niet polemisch maar zakelijk van aard was. Ik heb diverse malen gehoord dat mijnheer Haarder zo’n beminnelijke collega is geweest. Misschien was hij privé wel zo, maar op politiek vlak was hij allesbehalve beminnelijk. Ik heb namelijk vele jaren met hem samengewerkt in de Commissie vrijheden en rechten van de burger, justitie en binnenlandse zaken. De lijn van het Deens liberalisme die de heer Haarder in deze commissie jarenlang heeft vertegenwoordigd, en die tot uiting zal komen in het asiel- en immigratiebeleid van de Europese Unie, heeft weinig van doen met beminnelijkheid, maar alles met hardheid!

Tegen u, mijnheer Fogh Rasmussen, wil ik het volgende zeggen. U kunt als voorzitter van de Raad niet verlangen dat het Europees Parlement zich niet bemoeit met de binnenlandse politiek van de lidstaten. Dat geldt met name als de fungerend voorzitter van de Raad in zijn land op een bepaald gebied dat door de Raad in Sevilla een prioritair beleidsterrein van de Europese Unie is genoemd, namelijk asiel en immigratie, een beleid voert waarvan hij zelf ook nog vindt dat het voor de Europese Unie een leidraad zou moeten zijn. Natuurlijk zullen wij ons bemoeien met de Deense binnenlandse politiek! De heer Camre heeft een redevoering gehouden die voor u het meest van belang is. De heer Camre is namelijk vertegenwoordiger van de partij van Pia Kjæersgaard, de Deense Volkspartij en de zijden draad waaraan uw regering hangt. Wat deze partij verklaart, komt dicht in de buurt van hetgeen de heer Gollnisch hier naar voren heeft gebracht. In uw plaats zou ik er nog eens goed over nadenken of het doel van het voorzitterschap moet zijn beleid te scheppen dat kan rekenen op volledige instemming van het Front National. De boodschap die u uitdraagt heeft weinig te maken met tolerantie en een fatsoenlijke immigratie maar veel met potdichte grenzen en uitgesloten minderheden. Zolang er in de Europese Unie geen goed geregelde immigratie is, zal er een bloeiende illegale immigratie blijven bestaan.

(Applaus)

De immigratie zal dus naar behoren geregeld moeten worden. Men moet dan wel eerst tot het besef komen dat immigratie een feit is, zij het dat het geen immigratie moet zijn tegen elke prijs. De Europese Unie en de lidstaten hebben het recht orde op zaken te stellen in het immigratie- en asielbeleid. Bij uitoefening van dit recht moeten wel de humanitaire beginselen worden geëerbiedigd. Premier Fogh Rasmussen, u noemde Jean Monnet in uw rede; welnu, ik heb liever dat u gebruikmaakt van de methode-Monnet. Uw regering staat zeer ver af van Monnet en van Spinelli, die u in uw rede ter sprake bracht. Spinelli was een communistische politicus in Italië, in welk land hij werd vervolgd. Of hij onder de in uw land geldende voorwaarden asiel zou hebben gekregen is nog maar zeer de vraag.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  Andersson (PSE). - (SV) Mijnheer de Voorzitter, hierbij wil ik het Deense voorzitterschap welkom heten. Ik woon zo dicht bij Denemarken dat ik het vanuit mijn raam kan zien liggen. Het ligt maar vier kilometer verderop: aan de overkant van het kortste stuk over de Sont.

Ik ben ook heel blij met de eerste prioriteit van het Deense voorzitterschap, te weten de uitbreiding. Ik denk en ik hoop dat u haar tot een goede einde zult brengen. Tijdens het Zweedse voorzitterschap hebben wij heel veel voorbereidend werk verricht. Nu is het aan u om ons naar de eindstreep te brengen en ik heb er het volste vertrouwen in dat u daarin zult slagen.

Ook heb ik mijn hoop gevestigd op de VN-Conferentie in Johannesburg, maar ik ben op dit moment enigszins pessimistisch. Het Spaanse voorzitterschap had duurzame ontwikkeling niet als prioriteit gesteld en ik hoop dat u bij milieukwesties niet te veel op de Verenigde Staten gaat leunen. De opvattingen van Europa en de Verenigde Staten liggen op dit gebied ver uiteen. Wij kunnen alleen maar hopen dat de Verenigde Staten ons tegemoetkomen, maar laten wij daar niet op rekenen.

Evenals vele anderen wil ik ook het asiel- en immigratiebeleid aankaarten door te refereren aan een verslag van Bertel Haarder. Daarin werden de lidstaten opgeroepen om voor de ontwikkeling van een gemeenschappelijk asielstelsel een stap verder te gaan dan de minimumniveaus van harmonisatie, door hoge beschermingsnormen aan te nemen als basis voor toekomstige asielstelsels.

Denemarken heeft tijdens het ministerschap van Bertel Haarder echter precies het tegenovergestelde gedaan. Denemarken is van een hoog niveau bijna naar een minimumniveau gegaan en heeft niet getracht, zoals het Europees Parlement vroeg, de beschermingsniveaus te verhogen.

Wat deze kwestie betreft ben ik teleurgesteld over de Top van Sevilla, die met name over illegale immigratie ging. Ik ben mij bewust van het probleem en ben van mening dat het opgelost moet worden, maar dat bereik je niet door een minder genereus asiel- en immigratiebeleid. Daarom ben ik ook zeer teleurgesteld in Denemarken. U heeft als voorzitter de verantwoordelijkheid om de beloftes na te komen die gedaan zijn in het Europees Parlement toen Bertel Haarder afgevaardigde en ondervoorzitter was. Het feit dat u bekritiseerd wordt door uw partijgenoten in Zweden, de Zweedse sociaal-democraten, maar gesteund wordt door het Front National zou tot nadenken moeten stemmen!

 
  
MPphoto
 
 

  Haarder, Raad. - (DA) Mijnheer de Voorzitter, ik dank mijn ex-collega’s voor de hartelijke verwelkoming die ik heb gekregen. Ik voel mij haast als de verloren zoon uit de Bijbel die terugkeert naar huis, waar een feest plaatsvindt te zijner ere.

Ik kan de leden Barón-Crespo, Pernille Frahm, Per Gahrton, Olle Schmidt, Jan Andersson, mevrouw Frassoni en de heer Schulz verzekeren dat het Deens voorzitterschap de doelstellingen van Tampere zal verwezenlijken en een ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid in Europa zal creëren. Dit heeft een belangrijke plaats in ons werkprogramma, wat in de toespraak van de premier ook duidelijk naar voren kwam.

Wij zullen ons houden aan de verklaring van Sevilla en op het gebied van asiel zelfs proberen nog verder te gaan. Het gemeenschappelijk asielbeleid moet volgens de verklaring van Sevilla in 2003 een feit zijn, maar wij zullen proberen het reeds onder het Deens voorzitterschap zoveel mogelijk uit te werken. Wij hebben een tijdschema opgesteld dat we aan de Commissie hebben voorgelegd. Ook het Parlement krijgt dit tijdschema en de heer Medina Ortega en anderen zullen kunnen lezen dat wij reeds volop werk maken van de bepalingen betreffende repatriëring, uitwijzing en grenscontroles. Reeds over drie weken komen de verantwoordelijken op het gebied van grenscontroles samen in Kopenhagen om te bekijken hoe de Sevilla-besluiten ten uitvoer kunnen worden gelegd. Ik wil de heer Gahrton erop wijzen dat de Deense regering van begin af aan heeft verklaard voorstander te zijn van een gemeenschappelijk asielbeleid dat aan alle internationale verplichtingen voldoet en zelfs meer dan dat. Ten behoeve van Pernille Frahm, de heer Camre en anderen kan ik meedelen dat ik trouw blijf aan alles wat ik in deze zaal heb gezegd en aan alles wat ik in mijn verslagen over de mensenrechten van 1998 en 1999 heb geschreven. Voor Denemarken geldt op dit gebied helaas een uitzondering. Ik zeg helaas en wend mij tot Pernille Frahm en de heer Gahrton cum suis met het verzoek ons te helpen deze Deense uitzonderingen te schrappen. Wij willen dat immers graag en misschien kunnen wij samenwerken om dit bereiken. Ik verzeker het Europees Parlement dat het Deens voorzitterschap geenszins verzwakt zal worden door de bestaande uitzonderingen. Wij zullen alles in het werk stellen om de eensgezindheid tussen de andere veertien lidstaten te bevorderen en daarna zal Denemarken proberen de gemeenschappelijke regels over te nemen. Dat kan men een positieve houding noemen.

Ik zeg barones Nicholson of Winterbourne al onze steun toe voor haar inspanningen om via gemeenschappelijke regelgeving en acties alsook via onderhandelingen met derde landen iets te doen aan het verschrikkelijke probleem van kindermishandeling, waarvoor zij zich zo fervent inzet en waarop zij het Parlement keer op keer heeft gewezen.

Ik hoop dat de heer Cushnahan niet verwacht dat ik commentaar geef op een Commissievoorstel over het landbouwbeleid dat nog niet officieel bekend is gemaakt. Ik sluit mij aan bij de woorden van de heer Murphy.

De heer Caveri is zeer begaan met het beleid inzake minderheden en ik heb met belangstelling geluisterd naar zijn betoog over het cohesiebeleid.

Ik heb alle respect voor het engagement van de heer Wurtz voor de armoede in Afrika. Ik wijs erop dat ik deze namiddag een vraag zal beantwoorden over de nieuwe houding van de VS inzake het Internationaal Strafhof. Ik zal dit thema dus voor de namiddag bewaren.

Tot slot beloof ik de heer Schulz dat ik hem bij de eerstvolgende gelegenheid zal vertellen hoe een minderheidsregering functioneert, want zoiets is hij in zijn land niet gewend. Het gaat zo dat iedereen met iedereen samenwerkt en dat is misschien moeilijk te begrijpen voor buitenstaanders.

Tot slot dank ik de heer Brok. Zoals altijd heb ik zeer aandachtig naar zijn woorden geluisterd. Ik dank hem, de Commissie buitenlandse zaken, mensenrechten, gemeenschappelijke veiligheid en defensiebeleid en het voltallige Parlement, omdat zij nu reeds een duidelijk standpunt over de uitbreiding hebben ingenomen. Dit betekent een enorme steun voor het Deens voorzitterschap, dat de uitbreiding als een prioriteit beschouwt. Na de dankwoorden aan ons adres is het tijd om het Parlement te danken, omdat het met zijn snelle en duidelijke besluiten de weg heeft gewezen.

 
  
  

VOORZITTER: DE HEER COX
Voorzitter

De Voorzitter. - Ik wil de minister-president en de minister voor Europese Zaken dankzeggen voor hun aanwezigheid en voor hun antwoorden op de gestelde vragen. Wij zien uit naar de voortzetting van dit debat in de loop van het voorzitterschap.
Het debat is gesloten.

 
Juridische mededeling - Privacybeleid