Terug naar het Europarl-portaal

Choisissez la langue de votre document :

 Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Volledig verslag van de vergaderingen
Woensdag 17 december 2003 - Straatsburg Uitgave PB

13. Visserijovereenkomst EG/Ivoorkust
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. Aan de orde is het verslag (A5-0459/2003) van de heer Stevenson, namens de Commissie visserij, over het voorstel voor een verordening van de Raad betreffende sluiting van de Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling inzake de verlenging, voor de periode van 1 juli 2003 tot en met 30 juni 2004, van het protocol tot vaststelling van de vangstmogelijkheden en de financiële tegenprestatie, als bedoeld in de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Republiek Ivoorkust inzake de visserij voor de kust van Ivoorkust (COM(2003) 556 - C5-0458/2003 - 2003/0219(CNS)).

 
  
MPphoto
 
 

  Nielson, Commissie. - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil de geachte afgevaardigde danken voor dit verslag over de verlenging met een jaar van het protocol bij de visserijovereenkomst tussen de Gemeenschap en Ivoorkust. Ik ben blij dat u zich achter dit voorstel schaart. Om politieke en sociale redenen heeft de Commissie immers voor verlenging in plaats van vernieuwing van het protocol moeten kiezen.

Helaas konden de onderhandelingen in het najaar van 2002 en het voorjaar van 2003 vanwege de politieke situatie in het land niet worden voortgezet. Het protocol is belangrijk voor de Europese vissers. Zij vissen rond de haven van Abidjan en gebruiken deze om hun vangsten uit de hele regio, niet alleen de Ivoriaanse wateren, aan te voeren. Daar doet Ivoorkust op zijn beurt zijn voordeel mee. Het protocol biedt ook steun voor wetenschappelijk onderzoek. Daarmee moet duurzame visserij worden gewaarborgd en moeten de daarvoor benodigde institutionele capaciteiten in het land worden gecreëerd.

Naar aanleiding van het vorige protocol hebben Europese bedrijven in Ivoorkust geïnvesteerd. De haven van Abidjan telt nu drie conservenfabrieken waar tonijn voor de Europese markt wordt verwerkt. Zij zijn goed voor meer dan 30.000 lokale arbeidsplaatsen. De verlenging van het protocol met een jaar biedt mogelijkheden voor 71 tonijnschepen en voor enige demersale visserij. De doelgerichte acties blijven intact en maken 71 procent uit van de financiële bijdrage. De totale bijdrage blijft eveneens gelijk, te weten 957.500 euro.

De tonijnvisserij wordt goed gebruikt en de regering zet de doelgerichte acties in voor duurzame visserij. Daarom is de Commissie van oordeel dat deze verlenging waar voor haar geld biedt. Dat geldt zowel voor Ivoorkust als voor de EU.

Uiteraard is het spijtig dat de verlenging al op 1 juli 2003 van kracht is geworden en dat deze pas op 23 september aan het Parlement is voorgelegd. Een van de redenen voor deze vertraging is dat de brief tot verlenging pas op 16 mei 2003 is ondertekend door de Ivoriaanse minister van Visserij. De eerlijkheid gebiedt mij echter toe te voegen dat dergelijke vertragingen nooit door een van beide partijen alleen worden veroorzaakt. Ik betreur deze vertraging. Als ik een lid van het Parlement was, zou ik me er ook kritisch over uitlaten.

Gelukkig heeft u op 24 november echter een evaluatieverslag ontvangen over de toepassing van het protocol. Daarin wordt tegemoet gekomen aan een aantal van uw verzoeken voor toekomstige onderhandelingen over vernieuwing van het protocol. Het verslag is het resultaat van onderzoek naar de visbestanden en de toepassing van het protocol tot augustus 2003.

De Commissie deelt uw standpunt dat het Parlement op de hoogte moet worden gehouden van diverse aspecten van de toepassing van het protocol, zoals in de amendementen 1 en 2 wordt gesteld. Geheel volgens de geldende interinstitutionele afspraken en met name de kaderovereenkomst tussen Commissie en Parlement van 5 juli 2000 stuurt de Commissie dergelijke informatie echter al door. Voor de Commissie zijn deze twee amendementen dan ook overbodig.

Wat amendement 3 betreft: in artikel 13 van de overeenkomst is vastgelegd dat deze voor perioden van steeds drie jaar wordt vernieuwd, tenzij een van de partijen de overeenkomst schriftelijk ontbindt. Het protocol, waarin de vangstmogelijkheden en de financiële bijdrage worden uiteengezet, is echter slechts drie jaar geldig en moet na afloop van die periode worden vernieuwd. Als het amendement betrekking heeft op vernieuwing van het protocol en niet van de overeenkomst zelf, dan druist het in tegen de beginselen betreffende de aard van protocollen bij visserijovereenkomsten. Aangezien protocollen aan kaderovereenkomsten zijn gehecht, kunnen deze periodiek worden vernieuwd zonder nieuwe richtlijn voor onderhandelingen.

De visserijovereenkomst is voor Ivoorkust niet weg te denken. Het akkoord garandeert 30.000 arbeidsplaatsen bij Europese conservenfabrieken in Abidjan en de financiële bijdrage komt voornamelijk ten goede aan wetenschappelijk onderzoek, controle en toezicht. Wat amendement 4 betreft zou het dus een regelrechte ramp voor het land zijn als deze overeenkomst niet zou worden verlengd. Ook zou er dan een groot probleem zijn voor Europese vissers en de investeringen die in Ivoorkust zijn gedaan. Als de overeenkomst niet wordt verlengd, komt Ivoorkust in een isolement terecht. Een dergelijk signaal kan de Europese Unie niet geven aan een land dat op alle mogelijke manieren probeert weer vrede te creëren.

 
  
MPphoto
 
 

  Stevenson (PPE-DE), rapporteur. - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik zou de commissaris willen danken voor zijn uitgebreide uiteenzetting. Als voorzitter van de Commissie visserij valt mij het grote voorrecht ten deel hier ’s avonds laat voor een leeg Huis het woord te moeten voeren over internationale visserijovereenkomsten met landen in alle uithoeken van de wereld. Vandaag is niet de eerste keer.

Het debat van vanavond over Ivoorkust gaat echter niet over de zaken die doorgaans aan de orde zijn bij visserijovereenkomsten met derde landen. Het is aangezwengeld door de Fractie De Groenen/Vrije Europese Alliantie en de Fractie van de Europese Liberale en Democratische Partij. Zij tonen zich namelijk terecht bezorgd over de huidige burgeroorlog in het land en vinden dat Gemeenschapsgeld niet naar een conflicthaard moet gaan als daarmee alleen maar olie op het vuur wordt gegooid.

Zoals het Parlement weet, heeft het grootste rebellenleger in Ivoorkust, dat zich Forces Nouvelles noemt, onder auspiciën van Frankrijk in januari 2003 een vredesakkoord gesloten met premier Seydou Diarra. Helaas zijn de Forces Nouvelles in september uit de regering gestapt, waarmee het akkoord deels op de tocht is komen te staan. Zij beschuldigden president Laurent Gbagbo ervan de macht naar zich toe te trekken en de voorwaarden van het vredesplan niet te willen uitvoeren. Ondertussen heeft president Gbagbo gezegd voornemens te zijn gebieden in het noorden en westen van het land die in handen zijn van de rebellen te bevrijden als de Forces Nouvelles weigeren de wapens neer te leggen. Zo ziet de situatie er in Ivoorkust momenteel uit.

In deze ongunstige omstandigheden moet mijn verslag over het Commissievoorstel groen licht geven voor verlenging met een jaar van de huidige visserijovereenkomst tussen de Gemeenschap en Ivoorkust. Zoals commissaris Nielson zojuist stelde, is deze periode afgelopen juli reeds ingegaan. Het Parlement is daarbij niet eens geraadpleegd. Volgens de commissaris zouden de leden van het Parlement hiermee waarschijnlijk niet gelukkig zijn, en dat is inderdaad het geval. Het is het Parlement een doorn in het oog dat de Commissie ons keer op keer voor voldongen feiten stelt. In dit geval moet de betaling aan Ivoorkust uiterlijk op 31 december 2003 zijn verricht. Deze kwestie moet dan ook dringend worden afgehandeld. Het is betreurenswaardig dat de Commissie visserij eens te meer in deze positie is gedrukt. Ik vertrouw er echter op dat de Commissie onze inspanningen ter versnelling van de procedure erkent, zodat de gemaakte afspraken op tijd kunnen worden nagekomen.

Deze overeenkomst vormt het zesde achtereenvolgende protocol tussen de EU en Ivoorkust. De eerste visserijovereenkomst dateert uit 1990 en sindsdien hebben we hierop op vriendschappelijke basis voortgeborduurd. Zoals commissaris Nielson al zei, konden we vanwege de politieke instabiliteit in de regio geen gebruik maken van een aantal demersale vangstmogelijkheden die in 2002 waren overeengekomen. Naarmate de situatie zich stabiliseerde, kon deze vorm van visserij echter worden hervat.

De tonijnvisserij, het andere grote onderdeel van deze overeenkomst, heeft geen gevolgen ondervonden van de burgeroorlog. Er is een niveau aangehouden van 85 procent van de in de overeenkomst vastgelegde vangstmogelijkheden. Zoals commissaris Nielson stelde zijn er 71 vergunningen voor tonijnschepen. Wel is zoals altijd in dit soort partnerschapsovereenkomsten bepaald dat meer dan 70 procent van de financiële compensatie gaat naar doelgerichte acties voor duurzame visserij, behoud van de sector, wetenschappelijk onderzoek, controle en toezicht. De Commissie houdt nauwkeurig in de gaten of de middelen volgens de doelstellingen van het protocol worden ingezet. Zonder deze overeenkomst kan de continuïteit van de visserijsector niet worden gegarandeerd. Het zou kunnen leiden tot illegale, niet-aangegeven en niet-gereglementeerde visserij waarbij iedereen zijn gang kan gaan, met als gevolg dat de visgronden leeggevist worden en de hele visserijsector instort.

Tegenstanders van verlenging van de overeenkomst moeten goed beseffen wat ze met hun verzet aanrichten. Commissaris Nielson wees erop dat er in Abidjan drie grote tonijnfabrieken zijn gevestigd, die met Europese investeringen zijn opgezet. In Abidjan wordt tonijn uit heel West-Afrika aangevoerd. Als we onze steun voor deze overeenkomst opzeggen, zoals de Fractie De Groenen/Vrije Europese Alliantie en de Fractie van de Europese Liberale en Democratische Partij willen, betekent dat het einde van 5.000 directe arbeidsplaatsen en zo’n 30.000 indirecte arbeidsplaatsen. Dat zou desastreuze gevolgen hebben voor de maatschappelijke situatie in Ivoorkust en het land ernstig ontwrichten, waarmee het conflict alleen maar zou escaleren. Ik verzoek beide fracties dan ook met klem om hun standpunt te herzien en de amendementen in te trekken. Zij zouden de situatie, zo slecht als ze al is, alleen maar slechter maken.

 
  
MPphoto
 
 

  Maat (PPE-DE). Voorzitter, ik heb ook het voorrecht, evenals de voorzitter van onze Visserijcommissie, om hier vanavond laat te spreken en ik heb nog het bijzonder voorrecht dat ik mijn coördinator, de heer Varela Suanzes-Carpegna, mag vervangen als plaatsvervangend coördinator. Ik wil me aansluiten bij de woorden van de voorzitter van de Visserijcommissie, ook met betrekking tot de heel moeilijke materie die daar aan de orde is. Als je de situatie in deze kuststroken bekijkt, met veel binnenlandse onrusten en oorlogen, dan is toch de vraag in hoeverre we, als het daar wat beter gaat, het visserijbeleid ook kunnen inzetten voor de verbetering van de situatie in het land zelf. Met een goede besteding van de gelden die wij in de visserijakkoorden steken, zou Europa op dit punt ook een sterkere rol kunnen spelen.

Namens de EVP-Fractie betreur ik toch de amendementen van de liberale fractie op dit punt. Ik zou iets meer de sociale component daarin willen terugvinden en ik ben best te vinden voor alles wat tot verbetering van de situatie in de Afrikaanse landen kan leiden met betrekking tot visserijakkoorden. Het is echter wel essentieel dat wij alle facetten daarvan goed belichten. Maar nogmaals, ik wil me aansluiten bij de woorden van de voorzitter van de Visserijcommissie. Ik constateer ook dat daar een breed draagvlak voor is en aan de Commissie vraag ik enerzijds een sterke inzet voor de Afrikaanse landen, ook met een goede besteding van het geld van de visserijakkoorden, maar anderzijds vinden wij het essentieel dat ook de sociale componenten in aanmerking worden genomen. Ik wacht dan ook met belangstelling af hoe de reactie van de Commissie zal zijn, alsook de reactie van het Parlement.

 
  
MPphoto
 
 

  Miguélez Ramos (PSE).(ES) Mijnheer de Voorzitter, we hebben vandaag een resolutie aangenomen over de rol van de Unie bij het voorkomen van conflicten in Afrika en – meer specifiek – over de toepassing van het Akkoord van Linas-Marcoussis in Ivoorkust. In die resolutie heeft het Parlement alle partijen in dit conflict verzocht de bepalingen van dit akkoord strikt na te leven.

De Europese Unie is het aan zichzelf verplicht conflicten te voorkomen. Het beleid voor het bevorderen van handelsbetrekkingen tussen Europa en de ontwikkelingslanden is een manier om conflicten te voorkomen. Humanitaire en handelsbetrekkingen brengen volkeren dichter bij elkaar en dragen zo bij tot hun ontwikkeling en tot de ontwikkeling van de onderscheidene economische sectoren. Daarom steunt mijn fractie de visserijovereenkomsten. Dit soort overeenkomsten en handelsbetrekkingen tussen verschillende volkeren draagt immers bij tot vrede. Voor visserijovereenkomsten geldt bovendien dat ze bijdragen tot de ontwikkeling van de visserijsector in de ontwikkelingslanden.

Wij steunen daarom het verslag van de heer Stevenson en het voorstel tot eenjarige verlenging van het huidige protocol, met de door de Visserijcommissie goedgekeurde amendementen.

Ivoorkust is een land waar een burgeroorlog woedt. Wij moeten dit land helpen om tot vrede te komen en zich economisch te ontwikkelen. De socialistische fractie gelooft dat we met de verlenging van de visserijovereenkomst een positief signaal geven.

Het feit dat er in dit land een oorlog woedt is op zich geen reden om de overeenkomst op te zeggen. Het zou absurd zijn: zo dragen we alleen maar bij tot meer ellende in een land waar al genoeg geleden wordt. We zouden dan ook de invoer van de producten uit dit land - koffie, cacao, palmolie – moeten stopzetten, een einde moeten maken aan de net begonnen winning van olie, en geen diamanten, mangaan, ijzer, kobalt, bauxiet of koper meer van het land moeten kopen.

Waarom dringen zoveel mensen erop aan dat we de visserijovereenkomsten tussen de Europese Unie en de ontwikkelingslanden stopzetten, terwijl we er geen bezwaar tegen maken dat de uitvoer van – bijvoorbeeld – landbouwproducten, mineralen, olie en gas gewoon voortgezet wordt? Oorlog of niet, de onder de overeenkomst toegestane quota zijn goed benut, zeker als het gaat om tonijn, en het niveau van de vangst van demersale soorten stijgt.

Volgens de socialistische fractie is deze overeenkomst voor de haven van Abidjan heel belangrijk. Dit is de belangrijkste tonijnhaven in West-Afrika. De hier aan land gebrachte vis levert de grondstof voor de plaatselijke verwerkende industrie, en die industrie vertegenwoordigt voor Ivoorkust een onmisbare basis voor ontwikkeling.

Dit is volgens mij een goed voorbeeld van een overeenkomst die, ondanks het feit dat het betrokken land zich in een moeilijke situatie bevindt, goed functioneert - voor ons in de Europese Unie en voor het ontwikkelingsland waarmee we deze overeenkomst hebben afgesloten.

 
  
MPphoto
 
 

  McKenna (Verts/ALE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, het is interessant om te zien hoe anders Parlementsleden en de Commissie nu over de kwestie spreken dan toen ik deze voor het eerst te berde bracht. De Commissie kwam naar de Commissie visserij met de boodschap dat er onmogelijk een nieuwe overeenkomst kon worden gesloten en dat deze dus met nog een jaar zou worden verlengd. Leden stelden dat de bedoeling hiervan was Europese schepen in staat te stellen ondanks het conflict te blijven vissen.

Nu wekt u de indruk dat de Ivoriaanse bevolking hierbij is gebaat. De werkelijkheid is dat wij er zelf bij zijn gebaat. We hebben het over een land waar in feite een burgeroorlog woedt. De regering kan geen controle en toezicht garanderen. In vredestijd liet zij het op dit vlak ook al afweten.

Wat er nu gebeurt, is dat Europese vissers zonder enige supervisie gewoon hun gang kunnen gaan. De Commissie heeft een andere benadering beloofd voor overeenkomsten met derde landen, maar dit voorspelt weinig goeds. De Commissie heeft immers zelf geconstateerd dat Ivoorkust grote problemen heeft met de controle van en het toezicht op zijn wateren. Monitoring wordt omschreven als een belangrijk probleem.

Tevens heeft de Commissie geconstateerd dat er geen informatie is doorgegeven over de vangsten van visserij met drijvende beug en vriestrawlers. Ook heeft de Commissie gesteld dat het met de huidige overeenkomsten met derde landen, waaronder die met Ivoorkust, niet na te gaan is of de middelen voor zogeheten doelgerichte acties zoals controle en handhaving wel op de juiste wijze worden ingezet.

Wij zijn van oordeel dat er voor deze gelden een afzonderlijk budget moet zijn. Wat de tonijnbedrijven betreft, hoeven we maar te kijken bij wie de grootste winsten terechtkomen. De argumenten staah bol van de hypocrisie. In dit land is een conflict gaande en het lijkt alsof de EU haar vissersvloten desondanks ongestoord hun gang wil laten gaan.

Het is het slechtste visserijakkoord dat ooit is gesloten. De Commissie moet zoals beloofd een andere benadering volgen voor visserijovereenkomsten, zodat het derde land erbij gebaat is en ze niet ten goede komen aan de overcapaciteit in de Europese Unie.

 
  
MPphoto
 
 

  Nielson, Commissie. - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik ben het niet eens met de stelling dat dit de slechtste visserijovereenkomst is die we hebben. Helaas zijn er veel overeenkomsten die slechter zijn dan deze. We trachten een nieuwe invulling te geven aan deze overeenkomsten. We willen deze moderner en relevanter maken en het accent meer leggen op maatschappelijke ontwikkeling. De vorige generatie overeenkomsten verdient echter absoluut een gele kaart. Hierin moet echt verandering komen. Per land wordt nu gewerkt aan herziening.

Het huidige conflict in Ivoorkust is geen goede achtergrond om deze overeenkomst stop te zetten. We moeten hiervan geen politieke kwestie maken door de overeenkomst als pressiemiddel in te zetten en de regering zo te dwingen tot vrede en verzoening. Het is erg moeilijk om het verzet op die manier onder druk te zetten.

Wat het toezicht en het beheer van maritieme middelen betreft vind ik het nogal gekunsteld om de problemen in Ivoorkust in verband te brengen met de voortzetting van deze overeenkomst. Het conflict heeft immers niet echt op zee plaatsgevonden. We proberen dingen te doen waar het land baat bij heeft en tegelijkertijd oefenen we op alle partijen druk uit om tot een compromis te komen.

Als deze activiteiten een politiek karakter krijgen, sturen we het verkeerde signaal naar de betrokkenen. Ik dring er dan ook bij het Parlement op aan om hieraan een einde te maken. Wel heeft mevrouw McKenna een aantal relevante punten aangestipt. In deze visserijovereenkomsten moet meer aandacht uitgaan naar ontwikkeling, en daaraan wordt gewerkt.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. Het debat is gesloten.

De stemming vindt morgen om 11.30 uur plaats.

(De vergadering wordt om 23.40 uur gesloten)(1)

 
  

(1) Agenda van de volgende vergadering: zie notulen.

Juridische mededeling - Privacybeleid