Terug naar het Europarl-portaal

Choisissez la langue de votre document :

 Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Volledig verslag van de vergaderingen
Woensdag 11 februari 2004 - Straatsburg Uitgave PB

1. Vooruitgang bij de totstandbrenging van de ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid (RVVR)(2003)
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Aan de orde is het jaarlijks debat 2003 over de vooruitgang bij de instelling van een ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid, op grond van de mondelinge vragen aan de Raad (B5-0005/2004) en de Commissie (B5-0006/2004 van de Commissie vrijheden en rechten van de burger, justitie en binnenlandse zaken.

Ik wijs u erop dat de stemming over de ontwerpresoluties ter afsluiting van dit debat zal plaatsvinden tijdens vergaderperiode van maart II.

 
  
MPphoto
 
 

  Ribeiro e Castro (UEN). - (PT) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, de in Amsterdam overeengekomen termijn van vijf jaar zal spoedig verstrijken en dan zullen de nieuwe bepalingen van het Verdrag van Nice van kracht worden. We gaan bovendien uitbreiden en dat betekent dat ook de ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid groter wordt. Het is dus tijd dat we een balans opmaken van deze zittingsperiode, van deze eerste periode van vijf jaar. Dit is ook het doel van dit jaarlijks debat en van de eind maart aan te nemen resolutie. Dat is dus de eerste boodschap van het Europees Parlement: wij willen dat een dergelijke evaluatie wordt gemaakt, niet alleen door onszelf maar ook door de Commissie en de Raad. Wij geven hier het startsein en te zijner tijd zullen wij onze eigen evaluatie openbaar maken. We weten dat ook de Commissie aan een evaluatie werkt en wij wachten daar met spanning op. De Raad krijgt van ons de dringende aanbeveling zelf een evaluatie te maken.

Wij geloven dat de Raad moet beginnen met de voorbereiding van een soort Tampere II. Dit idee werd tijdens de vergadering van eergisteren door onze commissievoorzitter, de heer Hernández Mollar, geopperd, en ik bied hem mijn verontschuldigingen aan als ik zijn idee nu al noem, want hij zal er straks ongetwijfeld zelf over wil spreken. Met Tampere II bedoelen we een Europese Top over justitie en binnenlandse zaken. Tijdens die Top zou voornoemde evaluatie op een degelijke, transparante wijze en zonder enige terughoudendheid moet worden gemaakt. Er zou dan ook een nieuw en realistisch programma voor de middellange termijn moeten worden opgesteld. Dat zou reeds in de tweede helft van dit jaar, onder Nederlands voorzitterschap, moeten gebeuren, of anders uiterlijk onder Luxemburgs voorzitterschap, gedurende de eerste zes maanden van 2005.

We moeten een dergelijke tripartiete balans opmaken voordat we onze strategie en ons beleid verder uitstippelen. Het moet een dynamische balans zijn, een balans waarin de huidige situatie wordt geëvalueerd en tegelijk een blik wordt geworpen op de toekomst. Ik wil zelf om te beginnen een positief oordeel uitspreken over veel van hetgeen gedurende de afgelopen vijf jaar is bereikt. We mogen niet vergeten dat de ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid binnen de ontwikkeling van de Europese Unie een nieuw concept en een nieuwe opdracht is. We moeten dus waardering uitspreken voor de vorderingen op dit gebied. De begrijpelijke ontevredenheid van velen onder ons wordt soms echter verkeerd uitgelegd door de burgers. We zeggen alsmaar dat meer moet worden gedaan en de burgers zien dat als een bewijs van mislukking. Zo wekken we de indruk dat er een crisis is alhoewel daar in werkelijkheid geen sprake van is.

We moeten goed beseffen dat de publieke opinie nu juist één van onze belangrijkste bondgenoten is. Om de burgers bij de ontwikkelingen te betrekken moeten we ervoor zorgen dat ze goed ingelicht zijn en vertrouwen hebben. We mogen ze dus niet uitsluitend bestoken met onze frustraties of utopische ideeën. Daarom is het mijns inziens belangrijk dat we in de toekomst een beter beleid voeren voor de informatie over deze ontwikkelingen. Als we de Raad vragen een Tampere II te organiseren is dat overigens ook omdat we de Raad van Tampere van 1999 een succes vonden. Ik wil u daarom bedanken, mijnheer Vitorino. Ik weet hoeveel wij u voor dit succes verschuldigd zijn. Er moet echter nog veel worden gedaan. De in Tampere gevolgde methode was echter heel goed. Dat was een mijlpaal op wetgevingsgebied. Zonder Tampere zouden we er slechter aan toe zijn en nog verder achter zijn.

Ik zal met betrekking tot de resolutie die we nu voorbereiden niet in details treden, en evenmin terugkomen op de in de mondelinge vraag aangeroerde problematiek. Dat zullen mijn collega’s van de andere fracties wel doen. Ik geloof echter dat er een algemeen oordeel kan worden uitgesproken, gaande van “heel positief”, wat de vorderingen op het gebied van de civielrechtelijke samenwerking betreft, tot “bijna totale stagnatie” op het gebied van de politiële samenwerking, met “goed” of “slecht” of eenvoudigweg “aanvaardbaar” daartussen, wat de vorderingen en vertragingen op het gebied van asiel, immigratie en strafrechtelijke samenwerking betreft.

De politiële en justitiële samenwerking wordt steeds intensiever. We zien dat men zich steeds meer zorgen begint te maken over de grondrechten. We zien ook dat er steeds sterker wordt aangedrongen op integratie op het gebied van immigratie. De gebeurtenissen en debatten van de afgelopen vijf jaar geven ons één duidelijke boodschap, een boodschap die wij willen doorsturen naar de Raad en de nationale regeringen: de regeringen en de nationale autoriteiten moeten op de nog onder de intergouvernementele methode vallen gebieden efficiënter en doeltreffender samenwerken; als de intensivering van die samenwerking geen gelijke tred houdt met de ontwikkelingen, zal de publieke opinie omwille van de individuele vrijheid of de veiligheid erop aandringen dat het beleid op deze gebieden geleidelijk aan, en misschien wel geheel, onder communautaire bevoegdheid wordt gebracht. De regeringen moeten hun bevoegdheden dus gebruiken om de ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid op basis van het subsidiariteitsbeginsel verder uit te werken en te verfijnen. Als ze die bevoegdheden gebruiken om de ontwikkeling van deze ruimte te belemmeren en te dwarsbomen, volgen ze een verkeerde koers. Wie alles voor zich zelf wil, zal uiteindelijk alles kwijt raken. De publieke opinie is op maar weinig gebieden zo gevoelig en tegelijk zo sterk.

We kunnen ook niet langer weigeren begrotingsmiddelen ter beschikking te stellen. De heer Prodi heeft er terecht op gewezen dat elk beleid van de Unie daarvan de negatieve gevolgen zal ondervinden, om te beginnen de ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid. Als één na laatste punt wil ik graag iets zeggen over de dialoog met de nationale regeringen, een punt waarop vorig jaar de toenmalige rapporteur, barones Ludford, heeft gewezen. De ervaringen van de afgelopen vijf jaar hebben uitgewezen dat ook wij onze werkwijzen moeten verfijnen. Ik heb daarom voorgesteld dat de Commissie vrijheden en rechten van de burger in de komende zittingsperiode dezelfde methode gaat volgen als de Commissie constitutionele zaken. Die methode blijkt namelijk heel goed te functioneren: we zouden vertegenwoordigers van de nationale parlementen, leden van de overeenkomstige parlementaire commissies moeten uitnodigen om aan onze debatten deel te nemen en met ons samen te werken. Ik geloof dat we daartoe drie gelegenheden moeten aangrijpen: allereerst bij aanvang van elk semester; dan wanneer we ons voorbereiden op het jaarlijks debat, en tot slot bij elke wetgeving van strategische belang voor de ontwikkeling van de ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid, of indien wij in een impasse zijn geraakt en het trans-Europese debat weer op gang moeten helpen. Tot slot heb ik nog een algemene, proactieve aanbeveling: laten wij ervoor zorgen dat al hetgeen wij hebben gepland ook wordt uitgevoerd. We hopen eind 2004 weer geheel bij te zijn op al de gebieden waarop we achter zijn. Tegen de tijd dat Tampere II gehouden wordt, zouden de doelstellingen van Tampere I gerealiseerd moeten zijn. Wellicht is dat nu reeds praktisch onmogelijk, maar waar het vooral om gaat is dat we duidelijk maken welke kant we op willen.

 
  
MPphoto
 
 

  McDowell, Raad. - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik dank u dat u mij de gelegenheid biedt iets te zeggen over het werk van de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken in 2003. Ik wil in het bijzonder de heer Ribeiro e Castro bedanken voor zijn mondelinge vraag, en zal mijn opmerkingen daarop baseren.

Ik wil als eerste hulde brengen aan het Griekse en het Italiaanse voorzitterschap voor de inspanningen die zij hebben ondernomen om de agenda voor justitie en binnenlandse zaken in 2003 op de voorgrond te plaatsen. Er is aanzienlijke vooruitgang geboekt bij een hele reeks JBZ-kwesties, inclusief wetgevingsmaatregelen en operationele samenwerking voor de naleving van de conclusies van de Europese Raad van Tampere en het mandaat van de daaropvolgende Europese Raden. De mate van voortgang kan worden afgemeten aan het feit dat de Raad in de betreffende periode negen verordeningen, vijf richtlijnen, drie kaderbesluiten, twee verdragen, verschillende overeenkomsten met derde landen, meer dan twintig besluiten en meer dan dertig resoluties en conclusies tot stand heeft gebracht.

Hoewel het accent in dit debat ligt op de voortgang in het jaar 2003 hebt u uw vragen in het kader van de belangrijke gebeurtenissen van dit jaar geplaatst en ik zal hier rekening mee houden in mijn antwoord.

Het Ierse voorzitterschap is zich ten volle bewust van het feit dat dit een zeer belangrijk jaar is voor de Unie en de totstandkoming van een ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid. De belangrijkste doelstellingen van ons voorzitterschap zijn het boeken van voortgang bij de voorwaarden van Amsterdam en het voortzetten van de inspanningen met betrekking tot het uitgebreide programma van Tampere. We zullen ook de operationele samenwerking blijven steunen, met name op het vlak van politie- en douanezaken.

Wat asiel en immigratie betreft zou ik enkele resultaten van het afgelopen jaar willen vermelden. Op asielgebied is de Dublin II-verordening aangenomen waarin de criteria en instrumenten zijn vastgesteld die nodig zijn om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek. Ook is de richtlijn inzake minimumnormen voor de opvang van asielzoekers aangenomen. Dit waren grote prestaties.

Er is ook voortgang geboekt bij twee andere belangrijke asielvoorstellen: de richtlijn inzake procedures en de richtlijn inzake kwalificaties. Ondanks de grote inspanningen van het Italiaans en Grieks voorzitterschap kon geen overeenstemming worden bereikt over deze voorstellen. Deze zijn telkens weer doorgeschoven van het ene voorzitterschap naar het andere en nu is het aan het Ierse voorzitterschap om te trachten een oplossing te vinden voor de onafgedane zaken, in overeenstemming met de in de conclusies van Tampere en het Verdrag van Amsterdam neergelegde voorwaarden. We zullen alles in het werk stellen om binnen het in het Verdrag van Amsterdam gespecificeerde tijdschema overeenstemming te bereiken over deze teksten.

In 2003 zijn ook de eerste juridische instrumenten voor legale immigratie aangenomen: de richtlijn inzake het recht op gezinshereniging en de richtlijn inzake de status van langdurig ingezeten onderdanen van derde landen. De Raad is eveneens voornemens verder te werken aan de richtlijnen betreffende de voorwaarden voor toegang en verblijf van onderdanen van derde landen ten behoeve van studie, beroepsopleiding of vrijwilligerswerk en onderzoek.

Wat de illegale immigratie betreft heeft de Raad overeenstemming bereikt over de richtlijn inzake hulpverlening in geval van uitzetting per vliegtuig en het besluit over de organisatie van gemeenschappelijke vluchten. Op operationeel niveau worden er verschillende gezamenlijke projecten uitgevoerd aan de land-, zee- en luchtgrenzen, waaronder de instelling van een ad-hoccentrum voor de opleiding van grenswachten. De Raad heeft ook een programma aangenomen met maatregelen voor de bestrijding van illegale immigratie via de zeegrenzen.

De versterking van de grenscontrole ter bestrijding van illegale immigratie zal in 2004 een prioriteit van de Raad blijven. De Raad is voornemens de behandeling van de ontwerpverordening tot oprichting van het Europees agentschap voor het beheer en de operationele samenwerking aan de buitengrenzen voort te zetten, overeenkomstig de tijdens de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken in november aangenomen conclusies. Ik hoop dat hierover tijdens het Ierse voorzitterschap overeenstemming kan worden bereikt.

Ik zou ook willen vermelden dat de Commissie de onderhandelingen met Hongkong over een overnameovereenkomst heeft afgesloten en de overeenkomst met Macao is ondertekend. Over de overnameovereenkomsten met Marokko, Rusland en Oekraïne zijn de onderhandelingen nog gaande.

Op de Europese Raad van Tampere werd wederzijdse erkenning uitgeroepen tot hoeksteen van de justitiële samenwerking bij burgerlijke en handelszaken en werd er een programma met maatregelen hiervoor vastgesteld. Sindsdien is er gestage vooruitgang geboekt bij de justitiële samenwerking op burgerrechtelijk gebied. Het jaar 2003 was geen uitzondering. Tot de belangrijkste maatregelen van het afgelopen jaar behoren de richtlijn inzake rechtsbijstand en de verordening inzake ouderlijke verantwoordelijkheid. De Raad heeft ook een algemene aanpak afgesproken voor de ontwerpverordening tot invoering van een Europese executoriale titel voor niet-betwiste schuldvorderingen. Ik hoop dat de Raad en het Europees Parlement doeltreffend zullen samenwerken en aanneming van dit voorstel in de komende maanden mogelijk zullen maken.

In de Raad zullen de besprekingen worden voortgezet over de voorgestelde Rome II-verordeningen inzake de op niet-contractuele verplichtingen van toepassing zijnde wet. Ook die verordeningen vallen onder de medebeslissingsprocedure. Ik heb eveneens vernomen dat de Commissie voornemens is om in de komende weken een voorstel te presenteren voor een verordening tot invoering van een Europese executoriale titel voor niet-betwiste schuldvorderingen.

In uw vraag hebt u ook verwezen naar het werk van de Conferentie van Den Haag over Internationaal Privaatrecht. In de afgelopen jaren heeft de Gemeenschap, aan de hand van de door de Raad vastgestelde onderhandelingsmandaten, actief kunnen deelnemen aan het werk van de Conferentie, voor zover daarin onder communautaire bevoegdheid vallende zaken worden besproken. In april 2003 hebben de lidstaten uitgaande van een Raadsbesluit het Verdrag van Den Haag van 1996 tot bescherming van kinderen ondertekend, zowel namens henzelf als in het belang van de Gemeenschap. De toegenomen betrokkenheid van de Gemeenschap bij de Conferentie van Den Haag blijkt ook uit het feit dat de Raad de Commissie heeft gemachtigd onderhandelingen met de Conferentie in gang te zetten over de mogelijke toetreding van de Gemeenschap tot dit orgaan.

Ook op het gebied van de justitiële samenwerking in strafrechtelijke zaken heeft de Raad vorig jaar vooruitgang kunnen boeken, zowel bij de maatregelen tot bevordering van de samenwerking als bij de maatregelen voor wederzijdse erkenning. Tot de aangenomen maatregelen behoren het kaderbesluit tot bestrijding van seksuele uitbuiting van kinderen en kinderpornografie, het kaderbesluit tot bestrijding van corruptie in de particuliere sector en het kaderbesluit inzake de bescherming van het milieu door middel van het strafrecht. De Raad JBZ heeft ook overeenstemming bereikt over het kaderbesluit inzake drugs. Tevens werd vorig jaar besloten tot ondertekening van de overeenkomsten tussen de EU en de VS inzake uitlevering en wederzijdse justitiële ondersteuning bij strafrechtelijke zaken.

Wat mensenhandel vanuit derde landen betreft, vormt de verklaring van Brussel over preventie en bestrijding van mensenhandel, waarachter de Raad zich afgelopen mei heeft geschaard, de basis voor een compleet vijfjarig werkprogramma. Het Ierse voorzitterschap zal de initiatieven van de Commissie tot bestrijding van mensenhandel blijven steunen, rekening houdend met de inhoud van genoemde verklaring en het werk van de in 2003 opgerichte deskundigengroep voor mensenhandel.

Het Europees arrestatiebevel wordt nu door acht lidstaten ten uitvoer gelegd. De overige lidstaten zijn bezig met de voorbereiding van de nodige wetgeving. De toetredingslanden zullen het kaderbesluit over het Europese arrestatiebevel vanaf de datum van toetreding moeten toepassen.

Wat processuele waarborgen betreft, zal de Commissie, naar ik heb begrepen, haar wetgevingsvoorstellen in de loop van deze vergaderperiode bekendmaken.

Met betrekking tot de gegevensbescherming in de derde pijler, wil ik erop wijzen dat in diverse instrumenten al bepalingen zijn opgenomen voor de bescherming van persoonsgegevens. Ik noem bijvoorbeeld het Schengen-verdrag, het Europol-verdrag en het Eurojust-verdrag.

Er is ook vooruitgang geboekt op het vlak van de politiële samenwerking. Alle lidstaten delen het standpunt dat Europol een leidende rol kan spelen bij de ondersteuning van de wethandhavingsinstanties in de Europese Unie die belast zijn met de strijd tegen de internationale georganiseerde misdaad en het terrorisme. Europol is bij uitstek geschikt voor de bevordering van de effectiviteit van en de samenwerking tussen de Europese wetshandhavingsinstanties.

De prioriteitsterreinen voor Europol waarover de Raad het eens is geworden, zijn: drugs, eurovervalsing, terrorisme, mensenhandel, illegale immigratie en financiële misdaad. Bovendien werken de politieautoriteiten van de lidstaten dagelijks nauw samen in de strijd tegen ernstige grensoverschrijdende misdrijven. Er zijn veel operationele successen geboekt in de afgelopen jaren, bijvoorbeeld op het vlak van drugs, terrorisme, mensenhandel en kinderpornografie. Europol is al regelmatig betrokken geweest bij de ondersteuning van operaties in het kader van het Europol-verdrag.

Afgelopen november heeft de Raad JBZ een protocol ondertekend tot wijziging van het Europol-verdrag. Daarin waren ook verschillende bepalingen opgenomen voor de werking van Europol. Verder heeft de Raad diverse instrumenten aangenomen voor de werking van Europol. Daaronder vallen ook enkele samenwerkingsakkoorden tussen Europol en andere landen.

Tot de andere maatregelen die in de loop van het jaar zijn aangenomen, behoren een besluit over het gezamenlijk gebruik van verbindingsofficieren door de wetshandhavingsinstanties van de lidstaten en een besluit tot wijziging van het Schengen-verdrag om grensoverschrijdend toezicht te houden op personen die worden verdacht van betrokkenheid bij een misdrijf.

De task force van hoge politieambtenaren en Cepol - de Europese politieacademie - blijven ook een belangrijke rol spelen bij de ontwikkeling van de politiesamenwerking op EU-niveau.

Ik wil kort iets zeggen over de laatste stappen die gezet moeten worden voor de uitbreiding. In het toetredingsverdrag - dat nu door alle betrokken partijen is geratificeerd - staat algemeen dat de wetten met betrekking tot de totstandkoming van de ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid met ingang van 1 mei 2004 moeten worden toegepast door de nieuwe lidstaten. Voor het Schengen-acquis echter geldt een procedure in twee stappen. De toetredingslanden zullen in een later stadium gaan deelnemen aan Schengenmaatregelen voor de opheffing van interne grenscontroles, met inbegrip van deelname aan het Schengeninformatiesysteem.

Het toetredingsverdrag bevat ook een vrijwaringsclausule. Uit hoofde hiervan kunnen tot 2007 gepaste maatregelen genomen worden indien er ernstige tekortkomingen zijn geconstateerd, of indien het risico tot ernstige tekortkomingen bestaat, bij de omzetting, tenuitvoerlegging of toepassing van de wetgevingsmaatregelen op bepaalde terreinen van justitie en binnenlandse zaken.

Ik sluit mijn opmerkingen af met een kort antwoord op uw vraag over hoe de Europese Unie en alles wat daarmee verband houdt beter toegankelijk kan worden gemaakt voor haar burgers. De Raad begrijpt hoe belangrijk transparantie in EU-aangelegenheden is. Hier dient te worden vermeld dat de in 2001 aangenomen verordening inzake toegang van het publiek tot EU-documenten bevorderlijk is voor de transparantie en tevens voorziet in een grotere betrokkenheid van de EU-burger bij het besluitvormingsproces. Er is in hoge mate sprake van volledige toegang tot wetgevingsdocumenten en gedeeltelijke toegang tot andere documenten over de huidige onderhandelingen. Momenteel is 55 procent van de ongeveer 450.000 documenten in het documentregister van de Raad rechtstreeks toegankelijk voor het publiek op internet, in alle talen van de EU. De conclusies van iedere vergadering van de Raad JBZ zijn beschikbaar voor het publiek, inclusief de teksten van alle aangenomen maatregelen.

Ik hoop dat ik met mijn opmerkingen een goed overzicht heb gegeven van de resultaten op het terrein van justitie en binnenlandse zaken over de periode 2003. Ik wil u nogmaals bedanken voor deze gelegenheid en ik verheug mij op de voortzetting van de samenwerking tussen het Europees Parlement en de Raad in dit historische jaar.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  Vitorino, Commissie. - (PT) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de fungerend voorzitter van de Raad, geachte afgevaardigden, dit jaarlijks debat is anders dan alle andere. We voeren dit namelijk op een historisch moment. Binnenkort zullen tien nieuwe lidstaten tot de Unie worden toegelaten. We zijn bovendien bezig met de onderhandelingen over een nieuw constitutioneel verdrag en naderen het einde van de zittingsperiode van het Europees Parlement. Tot slot zal de in het Verdrag van Amsterdam vastgelegde termijn voor de fundering van een ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid spoedig verstrijken. Ik wil de heer Ribeiro e Castro daarom graag bedanken, niet alleen voor de nauwgezetheid waarmee hij dit debat heeft voorbereid, maar ook voor de keuze van de onderwerpen die bijzondere aandacht moeten krijgen. Het gaat vandaag om meer dan alleen maar een balansopmaken van het afgelopen jaar. We willen de zaken ruimer bekijken en nagaan wat er tijdens de zittingsperiode van het Parlement tot stand is gebracht. De Commissie zal - en dat staat los van hetgeen ik hier ga zeggen - een bijdrage leveren aan deze evaluatie met een mededeling, die in juni van dit jaar aan de Raad en het Parlement zal worden voorgelegd. In die mededeling zullen we een zo volledig mogelijke opsomming geven van wat er met betrekking tot het programma van Tampere en het Verdrag van Amsterdam wel en niet bereikt is. We zullen bovendien een aantal suggesties doen over mogelijke grondslagen voor een Tampere II-programma op het gebied van justitie en binnenlandse zaken.

Ik zal proberen uw vragen te beantwoorden in de volgorde waarin ze gesteld zijn. De Commissie heeft met betrekking tot immigratie en asiel steeds geprobeerd een parallelle aanpak te volgen bij de vier in het Verdrag van Amsterdam uitgezette hoofdlijnen van dit beleid, te weten: het beheer van de legale immigrantenstroom, de bevordering van de integratie van burgers uit derde landen in de Europese maatschappijen, de doeltreffende bestrijding van illegale immigratie en de opstelling van een gemeenschappelijk asielbeleid. In het kader van dat beleid streven we naar een verbetering van het partnerschap met derde landen, opdat wij in staat zijn de migratiestromen beter te beheren.

Wat de illegale immigratie betreft heeft de Commissie alle voorstellen gedaan die nodig zijn voor een adequaat juridisch kader. De Raad heeft het voorstel voor de richtlijn inzake gezinshereniging en het voorstel voor de juridische status van langdurig in de Unie verblijvende onderdanen uit derde landen reeds aangenomen. Ik hoop dat het nog voor het einde van deze zittingsperiode mogelijk zal zijn het voorstel met betrekking tot de slachtoffers van mensenhandel die met de autoriteiten meewerken - en daarom een verblijfsvergunning ontvangen - aan te nemen. Datzelfde geldt voor de voorstellen met betrekking tot toelating in de Europese Unie van studenten en onderzoekers uit derde landen.

Als ik over één ding teleurgesteld ben, dan is dat over de moeilijkheden die we ondervinden om samen met de lidstaten een gemeenschappelijk platform te vinden voor het beheer van legale immigrantenstromen, voor de toelating met het oog op tewerkstelling. Er is op dat punt binnen de Raad een impasse ontstaan. Duidelijk is dat het voorstel van de Commissie niet kan rekenen op steun van de lidstaten. De Commissie zal op dit onderwerp terugkomen in het verslag dat zij in de loop van dit halfjaar zal presenteren over het onderzoek dat men ons gevraagd heeft uit te voeren naar het verband tussen legale en illegale of clandestiene immigratie.

Wat integratie betreft zijn de na Thessaloniki ondernomen stappen positief geweest. We zijn nu bezig met de tenuitvoerlegging van projecten voor de voorbereiding van een veel ruimere strategie, die als basis moet dienen voor een specifiek Europees programma op het gebied van de integratie van immigranten in de Europese samenlevingen.

Wat illegale immigratie betreft kan ik u mededelen dat de Commissie drie actieplannen heeft voorgesteld. Deze zijn door de Raad goedgekeurd en worden op dit moment geïmplementeerd. Het eerste actieplan is bedoeld voor de bestrijding van de illegale immigratie; het tweede plan heeft betrekking op het gemeenschappelijk beheer van de buitengrenzen, en het derde plan bevat een communautair beleid voor de terugkeer of het terugsturen van illegale immigranten. Ik ben verder vol goede hoop dat er spoedig overeenstemming zal worden bereikt over het agentschap voor de operationele controle en coördinatie van de buitengrenzen. De Commissie zal bovendien een nieuw voorstel doen voor een juridisch instrument: de herziening van het gemeenschappelijk Schengen-handboek met goede praktijken op het gebied van het toezicht op de buitengrenzen.

De met veiligheid verband houdende kwesties hebben sinds de gebeurtenissen van 11 september 2001 extra belang gekregen. De Commissie heeft reeds voorstellen ingediend voor de verbetering van de betrouwbaarheid van een aantal essentiële documenten - visa, verblijfsvergunningen - door de invoering van biometrische gegevens. We zullen over een maand voorstellen doen voor de opneming van zulke gegevens in de paspoorten van de burgers van de Europese Unie. Vermelding verdient ook dat de ontwikkeling van het visuminformatiesysteem - het zogenaamde VIS-systeem - voorspoedig verloopt.

Het terugkeerbeleid komt er in wezen op neer dat volgens het voorstel van de Commissie op korte termijn een tweeledige actie ondernomen moet worden. Om te beginnen moet er financiële steun worden gegeven, en daar moeten wij nog over discussiëren. Daarnaast zal er een initiatief worden genomen voor de vaststelling van minimumnormen bij uitwijzingsprocedures. Zoals de fungerend voorzitter van de Raad reeds heeft gezegd is er op het gebied van asiel al een aantal belangrijke juridische instrumenten goedgekeurd: tijdelijke bescherming, minimumnormen voor opvang, de Dublin II-Verordening en de praktische toepassing van het Eurodac-systeem. Verder noem ik het Europees Vluchtelingenfonds. Dat sluit nu zijn eerste bestaansfase af: in de eerste vier jaar van het bestaan van dit fonds is 146 miljoen euro uitgegeven. De Commissie werkt nauw samen met het Hoge Commissariaat van de Verenigde Naties om nieuwe ideeën te formuleren voor het asielbeleid. Hierbij gaat het er vooral om de binnenkomst van vluchtelingen in Europa op een beter georganiseerde en geordende wijze te laten verlopen. Het zou mogelijk moeten worden buiten het grondgebied van de Europese Unie een asielverzoek in te dienen. We proberen verder de bescherming in de crisisregio’s zelf te verbeteren. Het asielbeleid vertoont op twee fundamentele punten echter nog een lacune. Ik bedoel hiermee de richtlijn inzake asielprocedures en de richtlijn inzake de status van vluchteling en de toenadering van de regels op het gebied van subsidiaire bescherming. Gelukkig stelt de heer McDowell alles in het werk om ervoor te zorgen dat deze twee instrumenten nog tijdens het Iers voorzitterschap - en dus binnen de in het Verdrag van Amsterdam gestelde termijn - worden goedgekeurd. Dan kunnen we deze zittingsperiode afsluiten met de goedkeuring van alle instrumenten die we voor de eerste fase van het Europees gemeenschappelijk asiel- en immigratiebeleid nodig hebben.

De Commissie zal in de lente van 2004 een verslag indienen over de huidige onderhandelingen over overnameovereenkomsten. We zijn vooral heel tevreden over het akkoord dat kon worden gesloten tussen de Raad en het Parlement over het financieel programma voor de 2004-2008. Er is voor die periode 250 miljoen euro opzij gezet om partnerschappen met derde landen te ontwikkelen voor het gezamenlijk beheer van de migratiestromen.

Ik ben het op het vlak van de civielrechtelijke samenwerking geheel eens met hetgeen de heer McDowell zojuist gezegd heeft. De balans is op dit punt volgens de Commissie heel positief. Er is intussen wel iets vreemds aan de hand. Als we het hebben over burgerlijk recht, dan hebben we het over met overeenkomsten samenhangende problemen, over uit de wet of gewoonte voortvloeiende verbintenissen, over familierecht of de toewijzing van de ouderlijke macht. Wat de Raad en het Parlement op dit gebied besluiten heeft verstrekkende gevolgen voor het dagelijks leven van de burgers. Dit alles krijgt echter maar weinig aandacht in de media. Het is immers veel interessanter om over misdaad te spreken dan over hetgeen elke dag gebeurt, en het is nu juist op dit gebied dat er binnen de context van het Verdrag van Amsterdam en het programma van Tampere de meeste vorderingen zijn gemaakt. Ik hoop dat we er nog voor het einde van deze zittingsperiode in zullen slagen een oplossing te vinden voor de problemen rond de richtlijn inzake de schadeloosstelling van slachtoffers van misdaden.

Wat de betrekkingen met het buitenland betreft, heeft de Commissie de Raad toestemming gevraagd om namens de Gemeenschap formeel te verzoeken om toetreding tot de Conferentie over het Internationaal Privaatrecht. Aldus kan worden gegarandeerd dat de communautisering van de samenwerking op civielrechtelijk gebied aansluit bij hetgeen in de overeenkomsten van de Conferentie van Den Haag is vastgelegd.

Last but not least de samenwerking op strafrechtelijk gebied. Ik geloof dat de balans over deze zittingsperiode op dit gebied positief is, positief in de zin dat de kaderbesluiten over alle soorten in het Verdrag genoemde Europese delicten praktisch gezien zijn aangenomen. Er is maar één uitzondering: de delicten racisme en vreemdelingenhaat. Daarover blijven in de Raad problemen bestaan. Ik wil er opnieuw op wijzen dat de Commissie trouw is gebleven aan het idee dat het principe van wederzijdse erkenning van gerechtelijke beslissingen de basis is voor de samenwerking op strafrechtelijk gebied. Het belangrijkste voorbeeld daarvan is het Europees arrestatiebevel. Net als de heer McDowell hoop ook ik dat dit instrument aan het einde van het eerste kwartaal van dit jaar in alle vijftien lidstaten in werking zal zijn getreden, en dat het vanaf 1 mei in de kandidaat-landen van kracht zal zijn.

De Commissie zal binnenkort het kaderbesluit over processuele waarborgen voorleggen. Even belangrijk is volgens ons het initiatief dat we in juni van dit jaar zullen nemen: een kaderbesluit over de minimumnormen voor de bescherming van gegevens, één en ander binnen de context van de derde pijler. Het is van belang dat de samenwerking op strafrechtelijk gebied en de versterking van de mechanismen voor politiële en justitiële samenwerking bij de misdaadbestrijding vergezeld gaan van regels om te garanderen dat er bij strafprocessen in alle lidstaten minimumnormen gelden op procedureel gebied. Binnen dezelfde context moeten er ook garanties gelden voor de bescherming van de privacy en persoonlijke gegevens.

Met betrekking tot de politiesamenwerking ben ik het met u eens, mijnheer Castro, dat deze samenwerking niet zozeer van wetgevende als wel van operationele aard is. Wat dat wetgevingsaspect betreft, geloof ik dat de Conventie over de toekomst van de Unie gelijk heeft als ze stelt dat de “overeenkomsten” op dit gebied niet operationeel zijn. De wijzigingen van de Europol-overeenkomst moeten door de meeste lidstaten nog geratificeerd worden. De in mei 2000 ondertekende overeenkomst betreffende wederzijdse gerechtelijke bijstand is nog steeds niet door alle lidstaten van de Europese Unie geratificeerd en derhalve nog niet in werking getreden. De operationele samenwerking is evenwel verbeterd en het is voor het goed functioneren van Europol van fundamenteel belang dat de politie in de lidstaten vertrouwen hebben in dit orgaan. Heel belangrijk is ook dat er steeds informatie wordt uitgewisseld over de verschillende vormen van grensoverschrijdende misdaad.

Ik ben het verder geheel met u eens, mijnheer Castro, dat het noodzakelijk is de burgers in te lichten over hetgeen tot stand is gebracht. De Commissie heeft informatiecampagnes opgezet over het Handvest van de grondrechten en een aantal wetgevingsinstrumenten die we hebben goedgekeurd en die rechtstreekse gevolgen hebben voor het leven van de burgers. Om eerlijk te zijn geloof ik echter dat vooral bij de Europese verkiezingen zal blijken of de Unie op de afgevaardigden - en u mag trots zijn op hetgeen op het gebied van justitie en binnenlandse zaken is bereikt - kan vertrouwen. De afgevaardigden zijn immers degenen die het best weten hoe ze met de informatie aan de burgers moeten omgaan. Zij laten zo zien dat de Europese democratie functioneert. Zij tonen immers aan dat de Europese instellingen de kwesties die de burgers ter harte gaan serieus nemen, en dat geldt om te beginnen voor de rechtmatige vertegenwoordigers van de burgers: de afgevaardigden van het Europees Parlement.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  Pirker (PPE-DE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, mijnheer de fungerend voorzitter van de Raad, alleen al bij het lezen van het voortgangsverslag van het afgelopen jaar is men verrast over de vorderingen die we op veiligheidsgebied gemaakt hebben. Commissaris, mijnheer de fungerend voorzitter van de Raad, u kunt er samen met het Europees Parlement trots op zijn dat er op dit vlak zo veel gebeurd is. Ik wil op een paar punten ingaan die voor mij belangrijk zijn. Ten eerste is het Eurodac-systeem sinds januari vorig jaar operationeel. Dit betekent dus dat Dublin nu echt functioneert. Daardoor kunnen we bepalen welk land daadwerkelijk voor de afhandeling van een asielverzoek verantwoordelijk is en hebben we een instrument in handen om misbruik van het asielrecht te stoppen en te voorkomen.

Om illegale migratiestromen te voorkomen zijn we samenwerkingsrelaties aangegaan met landen van herkomst en doorreis. We hebben een allesomvattend pakket van maatregelen ter bestrijding van illegale immigratie opgesteld. Daarin is men name sprake van de voorbereiding van een nieuw geïntegreerd beheer van de buitengrenzen, waarbij voor alle huidige en toekomstige buitengrenzen van de Europese Unie hoge normen worden vastgesteld. We hebben ook de noodzakelijke voorbereidingen getroffen om gemeenschappelijke terugkeeracties te kunnen uitvoeren.

Als een groot succes beschouw ik ook het feit dat we een politiek besluit hebben genomen over biometrische gegevens in visa en verblijfstitels, omdat we daardoor kunnen garanderen dat de mensen die de grens passeren, worden voorzien van fraudebestendige documenten. Verder acht ik de samenwerkingsovereenkomsten van belang die Europol met de nieuwe lidstaten en andere landen zoals Roemenië en Rusland heeft gesloten. Daardoor kan de internationale misdaad en met name ook corruptie ter plaatse succesvol worden aangepakt.

Een laatste belangrijk succes dat ik wil noemen ligt op het terrein van de bestrijding van de illegale drugshandel: voor het eerst komen er minimumstraffen. Ik ga verder niet nader in op de maatregelen die we genomen hebben in de strijd tegen synthetische drugs of de vooruitgang die we hebben geboekt op het gebied van het civiel recht en het strafrecht. Alles bij elkaar ligt er nu een indrukwekkend pakket maatregelen dat door Parlement, Raad en Commissie gezamenlijk tot stand is gebracht.

Ik wil echter ook enkele kritische kanttekeningen plaatsen en een paar verzoeken tot u richten. Mijn eerste opmerking betreft het volgende: ik vind het absoluut noodzakelijk dat - zoals het huidig Raadsvoorzitterschap van plan is - de richtlijn betreffende de voorwaarden om als asielzoeker te worden erkend en de richtlijn inzake een gemeenschappelijke asielprocedure worden omgezet. Als wij echt een gemeenschappelijk asielbeleid willen, moeten wij ervoor zorgen dat deze richtlijnen nog begin dit jaar, nog voor april, worden omgezet. Lukt dat niet, dan vrees ik dat het erg moeilijk zal worden om tot een echt gemeenschappelijk asielbeleid te komen. Dat zou dus betekenen dat we vluchtelingen niet snel kunnen helpen en niet over de noodzakelijke instrumenten beschikken om misbruik voortvarend aan te pakken. U hebt als fungerend voorzitter van de Raad onze volledige steun bij de beraadslagingen hierover.

Mijn tweede opmerking betreft de bestrijding van corruptie. Om de stabiliteit van de nieuwe lidstaten te garanderen moet die strijd beslist worden geïntensiveerd. Het is zowel in het belang van de nieuwe lidstaten als in het belang van de hele Europese Unie dat we de nieuwe lidstaten helpen om de Schengen-normen aan de nieuwe buitengrenzen zo snel mogelijk om te zetten. Daarvoor zullen investeringen nodig zijn. Daarbij hebt u onze steun.

Dan nog een opmerking over de agentschappen. Ik vind dat we niet telkens weer nieuwe agentschappen moeten bedenken. We moeten ervoor zorgen dat de vele agentschappen die we al hebben, goed functioneren. We moeten ook niet de raden van bestuur tot in het oneindige willen uitbreiden, van 15 naar 25, waar dan ook nog deskundigen bij komen. Als zo’n bestuur niet functioneert, is de volgende stap wellicht dat we een dagelijks bestuur instellen. Dan willen we er misschien ook nog een coördinerend bestuur bij om ervoor te zorgen dat die twee andere bestuursorganen hun werk kunnen doen. Zover mag het niet komen.

Een laatste punt: ik hoop dat in het algemeen de procedures verbeterd worden. Anders bestaat het gevaar dat we middelen verspillen. Wij moeten in de toekomst zien te voorkomen dat de Commissie documenten stuurt naar het Parlement en intussen, terwijl het Parlement daaraan werkt, nieuwe documenten en nieuwe overeenkomsten voorbereidt waarover het Parlement niet wordt ingelicht. Het Parlement werkt dan op basis van de oude stukken verder en moet uiteindelijk weer van voren af aan beginnen. Ik vraag u dit samenspel te verbeteren zodat alle procedures efficiënter worden.

Dit debat sluit een succesvol jaar en een succesvolle zittingsperiode af en behoort dus een kritische evaluatie te zijn. Dit moet ons ertoe aanzetten om op basis van de bereikte resultaten met nog meer succes verder te werken aan de veiligheid van de burgers van de Unie. Het Europees Parlement zal u - daarvan kunt u verzekerd zijn - zo actief mogelijk steunen, ook als het om verhoging van de begroting gaat. Die verhoging is namelijk absoluut nodig om de resultaten die we op veiligheidsgebied willen behalen, ook werkelijk te kunnen realiseren.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  Paciotti (PSE). - (IT) Mijnheer de Voorzitter, inderdaad hebben wij de vorderingen kunnen maken waarvan de rapporteur en de vertegenwoordigers van de Raad en de Commissie - die ik bij deze feliciteer - zojuist gewag hebben gemaakt, maar ook deze volstaan niet. Het lijdt geen twijfel dat het uitblijven van een akkoord over de ontwerpgrondwet de grootste hinderpaal is die de ontwikkeling van de ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid nog in de weg staat. Met een Grondwet zou namelijk het Handvest van de grondrechten wettelijk bindend geworden zijn voor alle sectoren van optreden van de Unie, en zou de communautaire methode zijn uitgebreid tot justitiële samenwerking in strafzaken en politiële samenwerking, waarmee een groot deel van de nog bestaande problemen zou zijn opgelost. Laten wij hopen dat het niet meer dan een klein uitstel is.

Nu moeten wij een oplossing zien te vinden voor een aantal paradoxale situaties en tegenstrijdigheden die een rem zetten op de tenuitvoerlegging van het programma van Tampere. Het gaat hierbij met name om immigratie en politiële en justitiële samenwerking in strafzaken. Dezelfde regeringen die in Tampere hun goedkeuring hebben gehecht aan een redelijk initiatievenplan weigeren nu de voorstellen die de Commissie onder meer op aandringen van het Parlement doet, aan te nemen. Soms worden zij door toevallige noodsituaties gedwongen die voorstellen aan te nemen, maar dan komt er van de tenuitvoerlegging in de landen vaak niets terecht. Dat is bijvoorbeeld het geval met het arrestatiebevel en het besluit inzake vreemdelingenhaat en racisme. Daarom moeten wij altijd voor ogen houden dat de afschaffing van de grenzen het vrij verkeer op de interne markt bevordert maar ook de misdadigers in de kaart speelt, als de bevoegdheden voor preventie en repressie van delicten binnen de nationale grenzen worden gehouden.

Daarom is het hoog tijd dat een geactualiseerd beleidsprogramma wordt uitgewerkt voor een harmonieuze opbouw van de Europese rechtsruimte. Dit programma mag zich niet beperken tot gedeeltelijke oplossingen voor specifieke noodsituaties, en daarom zitten wij met spanning te wachten op de door de Commissie beloofde mededeling.

Wat met name immigratie betreft is het van essentieel belang dat, zoals het Parlement herhaaldelijk heeft gevraagd, er een gemeenschappelijk beleid wordt opgezet voor binnenkomst, verblijf en integratie van burgers uit derde landen, een beleid dat zich niet beperkt tot bestrijding van illegale immigratie. Er doen zich echter met name grote vertragingen en tegenstellingen voor bij de bevordering en bescherming van de fundamentele mensenrechten. Dit geldt niet alleen voor de Raad maar ook voor de lidstaten. Er worden namelijk maatregelen getroffen die de grondrechten niet eerbiedigen, waardoor het Parlement gedwongen wordt deze aan te vechten voor het Hof van Justitie. Het laatste voorbeeld is dat van de gezinshereniging. Er worden anderzijds echter geen minimumnormen vastgesteld voor processuele waarborgen en de lidstaten weigeren nauwer samen te werken omdat zij elkaar wantrouwen als het om de eerbiediging van deze waarborgen gaat.

Dan is er tot slot nog het heel delicate vraagstuk van de bescherming van persoonlijke gegevens. Heel ernstig was het gedrag van een groot aantal lidstaten, die hebben toegestaan dat persoonlijke gegevens van Europese burgers worden doorgegeven aan Amerikaanse veiligheidsagentschappen, ofschoon die geen enkele garantie bieden voor de eerbiediging van het grondrecht op de persoonlijke levenssfeer van onze burgers. Wij moeten hierbij trouwens aantekenen dat het passief en medeplichtig optreden van de Commissie zeer betreurenswaardig is. Het is inderdaad hoog tijd dat efficiënte initiatieven worden ontplooid om de rechten van onze burgers te beschermen.

 
  
MPphoto
 
 

  Ludford (ELDR). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, hoewel dit een jaarlijkse inventarisatie is, komen we ook in de buurt van de vijfjaarlijkse beoordeling van de resultaten van het Tampere-programma en dienen wij te denken aan Tampere II. Gezegd moet worden dat de Commissie haar werk heeft gedaan, maar de staat van dienst van de Raad is niet bepaald indrukwekkend. Zowel de prestaties als de methode kunnen beter.

Als we in de eerste plaats kijken naar asiel en immigratie, zien we dat nog niet alle stukjes van de puzzel voor een gemeenschappelijk beleid op hun plaats liggen. Wat Europeanen nodig hebben is het gevoel dat we werkelijk samenwerken en willen komen tot goed gereguleerde maar eerlijke systemen met gedeelde verantwoordelijkheid. Kan er echter van solidariteit sprake zijn als dertien lidstaten, de een na de ander, op zo’n schandalige manier aangegeven beperkingen te zullen opleggen aan het vrij verkeer vanuit de nieuwe oostelijke lidstaten?

De lidstaten hebben zich wel heel ijverig ingezet voor de versterking van de grenscontroles en het uitzetten van illegale immigranten, en willen er vooral zeker zijn dat immigranten legaal verblijven en integreren. De Raad heeft knarsetandend een richtlijn inzake langdurig verblijvende immigranten en een richtlijn inzake gezinshereniging aangenomen. Er is echter geen haast gemaakt met de uitvoering van het kaderbesluit tot bestrijding van smokkel van 2002 en met het oppakken van de criminele bendes. Recentelijk zijn er in het Verenigd Koninkrijk nog 19 Chinese immigranten op tragisch wijze om het leven gekomen. Het lijkt erop dat zij het slachtoffer zijn geworden van mensensmokkel, maar er is nog steeds geen wet gekomen.

Wij staan in Europa voor grote uitdagingen in de aanpak van vooroordelen en discriminatie en de bevordering van gelijkheid. De uitdaging om de Roma te laten integreren neemt een hoge plaats in op onze agenda.

Het doet mij bijzonder veel deugd dat voorzitter Prodi volgende week een seminar over antisemitisme houdt, maar waarom is het de Raad niet gelukt om het eens te worden over het kaderbesluit op grond waarvan racistische pesterijen en racistisch geweld als strafbare misdrijven moeten worden behandeld?

Wat wij nodig hebben is een beter begrip van de betekenis van integratie, gesteld tegenover assimilatie. Gisteren heeft het Franse parlement met grote meerderheid gestemd voor een verbod op de hijab en andere openlijke religieuze symbolen. In Groot-Brittanië, waar zelfs politievrouwen de hijab mogen dragen, zien wij dit met voor ons typische verbijstering aan.

Op het vlak van terrorismebestrijding en wetshandhaving zijn er veel nuttige activiteiten geweest, maar er was geen evenwichtige mate van aandacht voor burgerlijke vrijheden, democratische controleerbaarheid en transparantie. Ik ben zeer verheugd dat de Europese politieacademie in Engeland gesitueerd zal worden, maar ik ben minder blij dat de Britse regering, nu er twaalf Britse onderdanen in Guantanamo Bay verblijven - de helft van de Europeanen daar -, heeft verzuimd het voortouw te nemen bij de vorming van een gemeenschappelijk standpunt en de totstandkoming van een gemeenschappelijk optreden van de Europese Unie om de VS over te halen het internationale recht te eerbiedigen en de rechten van de in Guantanamo Bay aanwezige gevangen te respecteren. In de overeenkomst inzake wederzijdse justitiële bijstand, die in weerwil van onze bezwaren met de VS is ondertekend, wordt het belang van de rechtsorde onderstreept, zonder dat het enige vruchten heeft afgeworpen.

Wij nemen momenteel te veel maatregelen aan die een inbreuk vormen op de individuele privacy, door bijvoorbeeld de VS toegang te geven tot gevoelige informatie over vliegtuigpassagiers en door visa en paspoorten te voorzien van biometrische gegevens. Wij doen tegelijkertijd namelijk geen inspanningen om in de derde pijler een instrument voor gegevensbescherming te creëren. Dit getuigt van een buitengewoon nonchalante houding ten opzichte van de individuele rechten.

In de toekomst zullen we ons sterker moeten inspannen om de eerbiediging van de rechtssystemen op een kwalitatief hoger niveau te tillen. Daarvoor is een proces van wederzijds toezicht en onderlinge evaluaties nodig. Daarbij zullen een aantal interessante vragen aan bod komen over waar het juiste evenwicht ligt tussen Europees gemeenschappelijk optreden en ingrijpen in nationale systemen. Wij zullen ons echter veel meer moeten inspannen, want de kwaliteit van onze inspanningen voor vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid laat nog te wensen over.

 
  
MPphoto
 
 

  Kaufmann (GUE/NGL). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de fungerend voorzitter van de Raad, mijnheer de commissaris, dames en heren, als we kijken naar de zogenaamde vooruitgang bij de verwezenlijking van de ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid, dan is het resultaat ontmoedigend. Ik spreek van zogenaamde vooruitgang, omdat het er in de eerste plaats om te doen is Europa meer en meer van de rest van de wereld af te schermen. Naar aanleiding van de uitreiking van de Sacharov-prijs heeft de secretaris-generaal van de VN, Kofi Annan, zich onlangs hier in het Parlement glashelder uitgelaten over dit beleid, of liever gezegd, over de dwaalweg waarop het Europese beleid zich bevindt. De secretaris-generaal richtte zich niet met beleefdheidsfrases tot ons, maar las de Europeanen en hun immigratiebeleid letterlijk de levieten. Ik wil u zijn woorden graag in herinnering brengen. Hij zei, ik citeer: “Immigranten hebben Europa nodig, maar Europa heeft ook immigranten nodig.” Kofi Annan voegde eraan toe dat de opname en integratie van immigranten niet alleen een morele en juridische plicht is, maar ook “een deel van de oplossing van de Europese economische problemen”. Hij oefende scherpe kritiek uit op de politiek van afscherming van de EU: een restrictief asiel- en immigratiebeleid drijft veel mensen in handen van criminele smokkelbendes of drijft mensen zelfs de dood in. Ze stikken in vrachtwagens of sterven in de bagageruimte van vliegtuigen. Kofi Annan zei: “Deze stille crisis van de mensenrechten doet onze wereld beschaamd staan.”

Voor die stille crisis van de mensenrechten zijn mensen verantwoordelijk. Het feit dat jaarlijks honderden mensen aan de grenzen van de Europese Unie de dood vinden, heeft geen anonieme oorzaak. Waar spreken de Raad en de Commissie echter over in hun voorstellen? Over gemeenschappelijke lijsten met veilige landen van herkomst, over samenwerking bij uitzetting, over agentschappen voor grensbewaking om de controle van de lands- en zeegrenzen te intensiveren, over het sluiten van overnameovereenkomsten, enzovoort. Wanneer al deze voorstellen eenmaal in werking zijn getreden, kan iemand eigenlijk alleen nog maar per parachute de Europese Unie binnenkomen, als hij nog een kans wil maken op de indiening van een asielaanvraag. Tegelijkertijd dragen de Europese Unie en haar lidstaten er echter actief aan bij dat in de landen van de zogenoemde derde wereld vluchtelingen worden “geproduceerd”, omdat ze onvoldoende aan armoedebestrijding doen of wapens naar crisisgebieden exporteren.

In plaats van deze ontwikkelingen tegen te gaan, worden nu miljoenen euro’s uitgegeven aan proefprojecten voor het uitzetten van mensen uit Europa. Als Duitse afgevaardigde weet ik ook dat de regering van mijn land tot nu toe ieder voorstel voor een ook maar enigszins vooruitstrevend Europees asiel- en immigratiebeleid in de Raad heeft geblokkeerd. Alle Duitse speciale regelingen om asielzoekers af te schrikken en te treiteren, moeten overeind blijven. Laat ik als voorbeeld slechts de Residenzpflicht voor vluchtelingen noemen, die in Europa uniek is. Alleen in Duitsland worden vluchtelingen bestraft als ze “hun district verlaten”.

Zolang er aan de fundamentele uitgangspunten van dit beleid niets verandert, zullen immigranten en vluchtelingen aan onze grenzen massaal blijven sterven. Er zullen weliswaar af en toe krokodillentranen worden geplengd over het tragische lot van enkelen, maar veranderen zal er niets. Laten we de moed hebben om de mensen eindelijk eens te zeggen waar het op staat: Europa heeft immigratie nodig. Zonder immigratie zullen er in 2050 in de uitgebreide Unie in plaats van 450 miljoen nog maar 400 miljoen mensen wonen. Alleen in Duitsland al zal de bevolking zonder tegenmaatregelen met een kwart verminderen. De talloze mensenrechtenorganisaties van het maatschappelijk middenveld hebben gelijk wanneer ze ‘nee’ zeggen tegen de politiek van afscherming die de Europese Unie voert. Er liggen voorstellen op tafel voor een Europees asiel- en immigratiebeleid dat aan de hoogste mensenrechtenstandaarden voldoet. Ze hoeven alleen maar aangenomen te worden en dan zouden we hier echt over vooruitgang kunnen discussiëren. Europa moet een asielwetgeving hebben op basis van het Verdrag van Genève, waarin ook sprake is van erkenning van geslachtsspecifieke en niet-statelijke vervolging en van desertie en dienstweigering als vluchtgrond. Er moet vrije toegang zijn tot een Europees asielrecht en een Europese asielprocedure. Noodzakelijk is een regelgevingskader om legale immigratie in de EU mogelijk te maken. We hebben de juridische ruimte nodig om mensen zonder papieren te kunnen legaliseren en niet in de laatste plaats moet er een recht van vrij verkeer zijn voor alle mensen die in de Europese Unie wonen.

 
  
MPphoto
 
 

  Boumediene-Thiery (Verts/ALE). - (FR) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ondanks alle inspanningen, zal het, zoals u al zei, niet lukken de agenda van Tampere aan te houden, vooral als het gaat om het immigratie- en asielvraagstuk. Toch kan deze problematiek, van Sangatte tot Algeciras en alles wat daartussen ligt, niet doelmatig worden opgelost als er geen echt communautair beleid komt dat de grondrechten respecteert en niet enkel repressief is.

Er liggen op dit moment talrijke voorstellen van de Commissie bij de Raad. De weinige maatregelen die al wel genomen zijn, worden stelselmatig gekritiseerd, en voor de richtlijn inzake gezinshereniging moest ons Parlement zelfs de gang naar het Gerechtshof maken.

Wat deze emigratieproblematiek betreft wil ik u slechts vragen te handelen in de geest van wat Kofi Annan in ons Parlement heeft gezegd. Niet alleen heeft ons oude continent die arbeiders gewoon nodig, maar ook komt onze geloofwaardigheid in de wereld in het geding als we afwijken van ons streven naar een open, pluraal en solidair Europa. Immigratie is een toekomstkans voor Europa, en in een tijd waarin racisme en xenofobie overal om ons heen de kop opsteken is het noodzakelijk daarop luid en duidelijk te wijzen. Wij zijn ervan overtuigd dat door een combinatie van vrij verkeer en een positief beleid van legale immigratie de verschillende vormen van smokkel - en van met name mensenhandel - een halt toegeroepen kunnen worden. Bovendien kan door een dergelijk pro-actief beleid veel belastinggeld worden bespaard, zowel bij het asielstelsel als bij de strijd tegen illegale immigratie.

De twee asielrichtlijnen - die over de status van vluchtelingen en de asielprocedures - kunnen nog niet worden aangenomen, ondanks het verleende, en inmiddels alweer overschreden, uitstel tot december. Dit moet echter, zoals wij allen weten, dringend gebeuren als wij de eerste fase van het programma van Tampere willen afsluiten. Bovendien moeten deze twee richtlijnen een meerwaarde bieden en een beter beschermingsniveau voor asielzoekers garanderen.

Wat de samenwerking tussen politie en justitie betreft wil ik stilstaan bij een enkel punt, namelijk de persoonsgegevens en dan vooral de biometrische gegevens. In de mededeling over de overeenkomst tussen de Verenigde Staten en de Unie, die op 16 december door de Commissie werd gepubliceerd en voorgelegd aan de Raad en het Parlement, is sprake van de doorgifte van gegevens. Daarin wordt geconstateerd dat om veiligheidsredenen van bepaalde voorschriften inzake gegevensbescherming afgeweken moet worden, onder het mom van de bestrijding van terrorisme en misdaad. Er zou namelijk overeengekomen zijn gegevens door te geven omtrent geboortedatum, aantal samenreizende personen, kredietkaartgegevens, raciale of etnische achtergrond, en politieke, religieuze of filosofische overtuiging. Welnu, deze bepaling vormt een ernstige aantasting van de bescherming van de privacy. Mijn vraag is dus hoe we dat kunnen rechtzetten. Overigens kan deze informatie gebruikt worden als middel om te discrimineren en daarom is deze bepaling ook een aantasting van onze fundamentele vrijheden, temeer daar we niet precies weten wie precies toegang krijgt tot deze gegevens. Het ergste valt dan ook te vrezen wat het gebruik hiervan betreft.

Wist u trouwens dat luchtvaartmaatschappijen, onder druk van de Verenigde Staten - die dreigen met een vluchtverbod - nu al persoonsgegevens aan de Amerikaanse autoriteiten doorgeven zonder toestemming van de desbetreffende personen? Dergelijke maatregelen zijn in strijd met de Europese wetgeving, terwijl de Commissie juist geacht wordt over de Verdragen te waken.

Zoals u al zei, mijnheer Vitorino, krijgen niet alleen Europeanen maar ook mensen uit derde landen met dit soort maatregelen te maken. Deze overeenkomst is echter gesloten zonder dat daar enig democratisch debat aan is voorafgegaan. Het sluiten van deze overeenkomsten betekent dus een bedreiging voor de democratie en de rechtsstaat. Wordt het niet hoog tijd dat we een echt onafhankelijk Europees toezichtorgaan in het leven roepen om misbruik van deze gegevens te voorkomen? En denkt u niet dat wij het Hof van Justitie moeten vragen om een uitspraak over de rechtmatigheid van deze overeenkomst? We moeten op onze hoede zijn want het veiligheidsbeleid gaat ten koste van de inachtneming van onze rechten en vrijheden.

Ik wil afsluiten met de vraag hoe we de inachtneming van onze grondrechten kunnen garanderen en tegelijkertijd een overeenkomst kunnen ondertekenen met een land als Amerika, dat geen enkele poging doet zijn ambitieus streven naar hegemonie te verhelen, dat een unilaterale politiek volgt en zichzelf boven de wet stelt, zelfs boven het internationaal recht, zoals bijvoorbeeld in het geval van de gevangen van Guantanamo Bay.

Hartelijk dank, mijnheer de commissaris, dat u blijk geeft van de grootst mogelijke waakzaamheid als het gaat om deze verdragen.

 
  
MPphoto
 
 

  Collins (UEN). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ten eerste wil ik de Ierse minister van Justitie en Binnenlandse Zaken welkom heten in dit Parlement. Ten tweede wil ik mijn collega en vriend, de heer Ribeiro e Castro, oprecht gelukwensen met zijn inleiding van vanmorgen.

De Europese Unie zal binnenkort een politieke entiteit vormen met 25 lidstaten en een bevolking van bijna 500 miljoen mensen. Het is daarom van het grootste belang dat alle lidstaten in de Europese Unie nauwer gaan samenwerken om de dreiging van het internationaal terrorisme en de georganiseerde misdaad het hoofd te bieden. Wat de gemeenschappelijke Europese grenzen en het vrije verkeer van personen binnen de Unie betreft, moeten we tevens inspanningen ondernemen en samenwerken om de invoer van drugs een halt toe te roepen en het kwaad van de mensensmokkel te bestrijden.

Wij kunnen drugssmokkel en degenen die zich bezighouden met de afschuwelijke misdaad van mensensmokkel alleen aanpakken indien onze Europese politieautoriteiten nauw gaan samenwerken. Deze uitdaging neemt zelfs nog toe met de uitbreiding, en Europol zal daarom een centralere rol moeten gaan spelen bij de coördinatie van de reactie van de Europese Unie op deze toenemende vormen van criminaliteit. Geen enkel land kan het internationaal terrorisme alleen verslaan. Als Europa meer middelen nodig heeft om deze nieuwe uitdaging het hoofd te bieden, moeten die middelen ook beschikbaar worden gesteld.

Recentelijk hebben wij gezien hoe een groot aantal mensen, die ten prooi waren gevallen aan internationale mensenhandelaars, op tragische wijze de dood hebben gevonden. Naar schatting komen er jaarlijks 600.000 immigranten illegaal de Europese Unie binnen. Daarom moet een alomvattend plan ter bestrijding van illegale immigratie een hoofdprioriteit blijven voor onze Unie. De financiële hulp van de EU voor het actieprogramma inzake terugkeer moet worden gehandhaafd en we moeten allen het werk van de Unie steunen. Het Agentschap voor de buitengrenzen is bezig een gecoördineerde aanpak in de praktijk te brengen voor de bestrijding van illegale immigratie door de EU-lidstaten.

Ik ben ook voorstander van de invoering van een gemeenschappelijk asielbeleid. Wij moeten eveneens de hangende kwesties rond de richtlijnen inzake voorwaarden voor asiel en procedures zien op te lossen. Wij moeten steun geven aan een beter beheer van de toelating tot de Europese Unie van personen die volgens het Verdrag van Genève internationale bescherming nodig hebben. Met betrekking tot de kwestie van legale migratie dient de nieuwe EU-wetgeving betreffende de voorwaarden voor toegang en verblijf van onderdanen van derde landen ten behoeve van studie en beroepsopleiding in de Unie te worden bevorderd.

Tot slot kunnen kwesties rond de totstandkoming van een gemeenschappelijk beleid ter bestrijding van illegale immigratie het best op het niveau van de Europese Unie worden behandeld. We leven nu in een interne markt met vrij verkeer van personen op het grondgebied van de EU en moeten samen actie ondernemen om deze zaken op doeltreffende wijze te regelen.

 
  
MPphoto
 
 

  Blokland (EDD). - Voorzitter, de Commissie laat in het scorebord over de eerste en tweede helft van 2003 zien dat ze vooruitgang geboekt heeft en ook de Europese Raad gaf in Thessaloniki in juni 2003 nieuwe impulsen aan de vooruitgang op dit beleidsterrein. Mijn complimenten aan beiden. De Raad wordt aangewezen als hoofdschuldige met betrekking tot het blijven steken van een aantal asiel- en immigratiedossiers. Lidstaten moeten volgens de Europese Commissie hun reserves laten varen voordat de vijfjarige periode uit het Verdrag van Amsterdam verstreken is. Dan moeten deze maatregelen namelijk aangenomen zijn, aldus de Commissie. Dat klopt. Anderzijds was een periode van vijf jaar voor maatregelen op dit terrein ook erg kort. Breed gesteunde wetgeving die over een langere termijn tot stand komt, is zinvoller dan snelle maatregelen die vervolgens uit politieke onwil niet worden ingevoerd. Denk hierbij aan het Europese arrestatiebevel.

Ik heb me verbaasd over de voorstellen van de Commissie met betrekking tot het toestaan van migratie naar de Europese Unie. Dit was toch zeker niet één van de verplichtingen van het Verdrag van Amsterdam. Het is een onderwerp dat nog een grondige discussie vergt. Mede vanwege dit soort perikelen ben ik geen voorstander van het volledig doorvoeren van stemmen bij gekwalificeerde meerderheid in de Raad over het Europese optreden op het gebied van justitie en binnenlandse zaken. Dat moet per onderdeel bekeken worden. Tenslotte, zag ik dat de Commissie de begroting voor justitie en binnenlandse zaken aanzienlijk wil verhogen om maatregelen te kunnen nemen op het gebied van illegale immigratie en georganiseerde misdaad. Kan Commissaris Vitorino dit concretiseren?

 
  
MPphoto
 
 

  Turco (NI). - (IT) Mijnheer de Voorzitter, ik haak in op de uitnodiging van commissaris Vitorino, die zei dat de burgers geïnformeerd moeten worden. De vraag is echter waarover. Wij hebben van het voorzitterschap van de Raad prachtige cijfers gekregen over de transparantie van de Raadswerkzaamheden, van tienduizenden documenten. Helaas ontbreekt in al die documenten één gegeven, namelijk de standpunten van de afzonderlijke lidstaten. Dat is geen gevoelig gegeven maar wel van essentieel belang voor het democratisch proces. Het is geen toeval dat - mijns inziens op lichtzinnige wijze - wordt gezegd dat het Europees arrestatiebevel al is goedgekeurd door acht lidstaten. Hoe dan wel? Een met eenparigheid van stemmen tijdens een lunch en zonder debat goedgekeurd document wacht nog op tenuitvoerlegging, maar men gaat er voetstoots van uit dat dit zal gebeuren, alsof dit deel zou uitmaken van de feitelijke procedures van deze instelling.

Er wordt nergens verwezen naar het ne bis in idem-beginsel, alhoewel gedurende een heel semester het Italiaans voorzitterschap er ons aan herinnerde dat als het om justitiële samenwerking gaat het ne bis in idem-beginsel een pijler is voor de garanties van de burgers. Daar wordt nu met geen woord over gerept. Wat dan Europol betreft, zegt het voorzitterschap dat het protocol een stap vooruit is. Juist in dit protocol wordt echter dat geweigerd wat het Parlement al jarenlang vraagt, namelijk democratische controle. Zelfs het Franse en Engelse parlement zijn momenteel tegen een dergelijk gemeenschappelijk standpunt ten aanzien van Europol.

Over dit alles willen wij nu de burgers informeren. Prima, maar waarover dan wel precies?

 
  
MPphoto
 
 

  Coelho (PPE-DE). - (PT) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, beste collega’s, de bijzondere historische omstandigheden van het moment rechtvaardigen dit debat. De heer Vitorino heeft daar terecht op gewezen. Als we ons bij dit laatste debat van deze zittingperiode ter beoordeling van de ruimte voor vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid zouden beperken tot een gewoon jaarlijks debat, zou niemand dat begrijpen. Het is dus volkomen gerechtvaardigd dat we nu een balans opmaken van deze zittingsperiode. Ik wil de heer Ribeiro e Castro graag bedanken voor zijn uitstekende uiteenzetting. Wij zijn het met de algemene lijn daarvan eens.

Er is belangrijke vooruitgang geboekt, met wetgevende maatregelen, operationele samenwerking en institutionele structuren, maar we moeten ook erkennen dat niet al de vorderingen zijn verwezenlijkt binnen de in Tampere vastgelegde termijnen. Erger is dat sommige doestellingen niet zijn behaald.

Ik wil graag wijzen op tien punten waarvoor snel concrete maatregelen moeten worden genomen. Om te beginnen moet er wetgeving worden uitgevaardigd voor gegevensbescherming binnen de context van de derde pijler. Die wetgeving moet garanties geven van hetzelfde niveau als de garanties die uit hoofde van richtlijn 95/46/EG binnen het kader van de tweede pijler gelden. Ten tweede zal er een door de Gemeenschap gefinancierd gemeenschappelijk beleid moeten worden ontwikkeld voor het geïntegreerd beheer van de buitengrenzen van de lidstaten. Ten derde moet de Raad nog twee ontwerprichtlijnen aannemen om de eerste fase van een gemeenschappelijke Europese regelgeving voor asiel af te kunnen sluiten. Ten vierde is de Raad bij een aantal voorstellen voor het vaststellen van een gemeenschappelijk immigratiebeleid in een impasse geraakt. Die voorstellen zullen alsnog moeten worden aangenomen. Ten vijfde moet ons een voorstel worden voorgelegd met betrekking tot de ontwikkeling van het visuminformatiesysteem (VIS). Ten zesde willen wij een voorstel voor een kaderbesluit over processuele waarborgen voor aangeklaagden in het kader van strafvorderingprocessen in de EU. Ten zevende maakt de communautisering van het Schengen-acquis een betere coördinatie mogelijk tussen de politiële en justitiële diensten bij de bestrijding van de georganiseerde misdaad. Het is zaak dat we nu zo snel mogelijk verder gaan met de ontwikkeling van het nieuwe SIS II. Ten achtste moet er nu gewerkt worden aan de verbetering van de politiële samenwerking, en dat kan - de heer Vitorino heeft dat zojuist al gezegd - als we een snellere en minder ingewikkelde procedure ontwikkelen dan die welke in de Europol-overeenkomst is vastgelegd. Op die procedure moet op Europees niveau juridisch en democratisch toezicht kunnen worden uitgeoefend. Ten negende moeten wij de stabilisatie- en associatieovereenkomsten met de staten in de westelijke Balkan verder ontwikkelen. Het gaat dan om de bestrijding van de georganiseerde misdaad en de drugshandel, de rechterlijke macht, immigratie en grensbeheer. Ten tiende en tot slot moet controle worden uitgeoefend op de toepassing van het communautair acquis in de nieuwe lidstaten, zeker op het gebied van justitie en binnenlandse zaken. Het Schengen-mechanisme en het daarmee samenhangende acquis moet bij het toezicht op de buitengrenzen worden toegepast.

Het verheugt mij dat het Ierse voorzitterschap in zijn werkprogramma heeft aangegeven dat de ontwikkeling van de ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid de hoogste prioriteit krijgt. Ik hoop dat we een vruchtbare interinstitutionele samenwerking kunnen ontwikkelen. Ik besef heel goed dat dit een heel omvangrijk en ambitieus programma is, maar als de Raad er niet in slaagt het tempo van de besluitvorming op te voeren, zullen we aan het einde van de nu volgende vijf jaar sterk achterop raken met de verwezenlijking van de in Tampere vastgelegde doelstellingen. Ik hoop daarom dat de maatregelen waarbij wij nu achterlopen - maatregelen waarvoor zowel doelstellingen als tijdsschema’s zijn vastgelegd - nog vóór einde 2004 zullen worden goedgekeurd.

Ter afsluiting betreur ik het ten zeerste, mijnheer de Voorzitter, dat een aantal lidstaten met een brief aan de Commissie hebben gesuggereerd in het kader van de financiële vooruitzichten voor 2007-2013 een veel lagere begroting vast te stellen. Zoals de heer Prodi heeft gezegd zal dat ertoe leiden dat de Commissie haar werk op een aantal fundamentele terreinen - waaronder ook, met name, de economische en sociale cohesie - niet kan doen, en dus ook niet op het gebied van justitie en binnenlandse zaken.

 
  
MPphoto
 
 

  Terrón i Cusí (PSE) . - (ES) Mijnheer de Voorzitter, staat u mijn in de eerste plaats toe om de heer Ribeiro te feliciteren. Hij komt namelijk op dit cruciale moment -zoals commissaris Vitorino dit noemde - met een ambitieuze en volledige ontwerpresolutie.

Ik zal me concentreren op twee punten uit dit voorstel en sluit mij daarmee aan bij hetgeen mevrouw Paciotti eerder al heeft gezegd over de mensenrechten.

Het eerste punt betreft de samenwerking op strafrechtelijk gebied, en daarbij richt ik mij vooral tot de Raad. Mijnheer de voorzitter, ik denk dat het besluit over het arrestatiebevel - een emblematisch besluit dat niet alleen betrekking heeft op terrorismebestrijding maar ook op misdaadbestrijding en op radicale wijze het principe van wederzijdse erkenning omarmt - nu al van kracht zou moeten zijn in alle lidstaten en wij al veel soepeler dan nu zouden moeten omgaan met de bijkomende maatregelen, zoals bijvoorbeeld de uitwisseling van bewijsmateriaal. Anders zullen wij onze burgers er niet van kunnen overtuigen dat de veiligheid kan worden verbeterd op de manier zoals wij Europeanen willen, namelijk via meer samenwerking en niet via meer repressie.

Tegelijkertijd denk ik dat het, nu wij over de uitbreiding spreken, van belang is dat het kaderbesluit inzake processuele waarborgen wordt aangenomen. Dat is mijns inziens de keerzijde van de medaille bij de justitiële en politiële samenwerking en bij de wederzijdse erkenning op het gebied van de strafrechtelijke samenwerking. Wij mogen hier dan ook niet langer dralen.

Met betrekking tot het immigratie- en asielbeleid sprak de commissaris over de vier speerpunten van Tampere. Ik ben ervan overtuigd dat deze nog steeds geldig zijn en dat de voorstellen van de Commissie wat deze punten betreft ook in de goede richting gaan. Het komt mij evenwel voor dat wij ons vijf jaar later, nu het mandaat van Tampere bijna is afgelopen, in een enigszins verwarrende situatie bevinden.

In het vocabulaire van de Raad is “beheer van de stromen”, dat wil zeggen de legale komst naar en het legale verblijf in de Europese Unie om te werken, synoniem geworden aan de strijd tegen illegale immigratie. Het begrip “beheer van legale stromen” is verdwenen. Op dit moment is de Raad niet eens in staat om een discussie te voeren over de komst naar en het verblijf in Europa met het oog op tewerkstelling, en dat is de gordiaanse knoop die in deze kwestie moet worden doorgehakt.

Als wij deze toon blijven aanslaan in de Raadsbijeenkomsten, als wij de woorden “strijd tegen” alleen blijven gebruiken naast termen als “immigratie” en “illegaal”, en als wij daarentegen niet in staat zijn om een coherent beleid uit te zetten voor het in goede banen leiden van de immigratie in de 21ste eeuw - de eeuw van de communicatie en de globalisering - en overtuigende antwoorden te formuleren, dan zal de frustratie onder onze burgers alleen maar toenemen.

Men moet de vraagstukken van legale binnenkomst en binnenkomstkanalen aanpakken. Hetzelfde geldt voor het integratiebeleid ten behoeve van degenen die hier al zijn - soms al jarenlang en wij blijven hen immigranten noemen -, en voor de betrekkingen met derde landen, die niet enkel gebaseerd moeten zijn op terugkeer maar op een algemeen pakket van maatregelen, maatregelen waarmee immigratie iets positiefs wordt voor zowel de herkomstlanden als de bestemmingslanden.

 
  
MPphoto
 
 

  Sørensen (ELDR). - (DA) Mijnheer de Voorzitter, ook ik verheug mij over de vooruitgang die wij in 2003 op cruciale terreinen hebben geboekt, zoals de controle op de buitengrenzen, asiel, immigratie en het voorkomen en bestrijden van criminaliteit.

Als liberaal politicus met een fundamenteel geloof in de elementaire vrijheden waarop onze democratieën zijn gebaseerd, ben ik ook van mening dat het jaar 2003 reden geeft tot een aantal elementaire overwegingen inzake de maatregelen die reeds zijn geïmplementeerd en vooral ook onder de gemeenschappelijke noemer veiligheid worden geplaatst.

Ik erken volledig dat de terroristische aanslagen in 2001 een reden zijn om onze staat van paraatheid te herzien en aan te passen. Naar mijn idee waren de aanslagen in 2001 vooral een aanval op de door ons gekoesterde democratische waarden en fundamentele vrijheden. Daarom is het van cruciaal belang dat de terreur ons er niet toe aanzet compromissen te sluiten als het om deze elementaire waarden gaat. Ik denk meer specifiek aan het feit dat derde landen rechtstreeks toegang gaan krijgen tot persoonlijke gegevens in centrale reserveringssystemen voor vliegtuigpassagiers, aan gewapende marshalls in vliegtuigen, aan de opname van biometrische gegevens in de reisdocumenten van burgers uit derde landen en in het paspoort van iedere EU-burger. Een aantal van deze maatregelen impliceert uiterst vergaande ingrepen in de persoonlijke levenssfeer en doet allerhande onopgeloste kwesties rijzen ten opzichte van de geldende wetgeving inzake gegevensbeveiliging en de risico’s op misbruik. Mijns inziens is het echt hoog tijd dat we nu eens gaan nadenken over de proportionaliteit van deze veiligheidsmaatregelen. Met andere woorden: voldoen deze maatregelen wel aan de elementaire criteria voor de grondvrijheden die wij juist zo koesteren in de Europese Unie? Zijn input en output wel in overeenstemming met elkaar? Ik maak me bezorgd over het feit dat de Commissie nog niet in staat is gebleken om mij, als rapporteur inzake de biometrische gegevens voor burgers uit derde landen, te informeren over de precieze cijfers voor visumaanvragers, vervalste reisdocumenten enz.

Daarom zou ik de commissaris graag de volgende vraag willen stellen: zijn de maatregelen die nu worden genomen voor meer veiligheid proportioneel, gemeten aan de ingrepen in de persoonlijke levenssfeer en de persoonlijke integriteit van de burgers in de EU?

 
  
MPphoto
 
 

  Krarup (GUE/NGL). - (DA) Mijnheer de Voorzitter, als je je in je beroepsleven met rechtskwesties hebt beziggehouden, weet je dat het thema van dit debat een regelrechte uitdaging is. De ideologische ambitie van het Verdrag, namelijk de totstandbrenging van een ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid, is immers bijna goddelijk. God zei: “Laat er licht zijn!” En er was licht!

De ideologen van de EU proberen al jaren de goddelijke schepper te imiteren. "Laat er recht zijn!" luidt het programma. Maar de resultaten laten een beklagenswaardig verschil tussen het goddelijk en het technocratisch vermogen zien. Gebleken is dat de jarenlange inspanningen van de EU-technocraten om de ideologie van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid te realiseren een opvallende gelijkenis met de toren van Babel vertonen. De tastbare, concrete resultaten bestaan uit twee elementen, namelijk ten eerste een ondergraving van goedfunctionerende nationale rechtsstelsels en ten tweede de totstandbrenging van een ondoorzichtig supranationaal rechtsstelsel met de daarbij behorende oncontroleerbare supranationale instanties. Samen veroorzaken deze twee punten een kolossale verslechtering van de rechtszekerheid, en als deze ontwikkeling doorzet zullen we over een paar jaar het project van de Unie kunnen karakteriseren met het succescriterium van de zwarte humor: operatie geslaagd, patiënt overleden.

Om de rechtvaardigheid te bevorderen heeft men controlesystemen gerealiseerd die voor de betrokkenen in feite oncontroleerbaar zijn. Dat weet iedere burger, die geprobeerd heeft met Schengen-informatiesystemen, registers van Europol en dergelijke te werken. De mate van rechtszekerheid wordt nauwkeurig weerspiegeld in de omvang van de politiemacht en in de mogelijkheden democratisch toezicht op deze macht uit te oefenen. Deze mogelijkheden worden elke dag geringer. In Fort Europa is geen plaats voor vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid.

De ideologen van de EU zien twee elementaire rechtssociologische ervaringen over het hoofd: in de eerste plaats dat levensvatbare en democratische rechtsstelsels andere zaken vereisen dan louter en alleen ideologische frasen, wetgevingsmaatregelen en technische implementatie, en in de tweede plaats dat de nagestreefde doelstellingen met de minst vergaande middelen gerealiseerd moeten worden.

Het algemene voortgangsverslag van de Commissie, dat in november 2003 het licht zag, is een ironische waarschuwing. Hierin wordt namelijk vastgesteld dat het corruptieniveau nog steeds hoog, heel hoog is, en dat dit gevolgen kan krijgen voor het vertrouwen in het openbaar bestuur en het rechtswezen. Ja, wat had je anders verwacht? En wat is de kuur hiervoor? Wel, dat de Commissie bijzonder waakzaam zal zijn. Met de Eurostat-zaak nog vers in het geheugen is dat niets anders dan de kat op het spek binden.

 
  
MPphoto
 
 

  Flautre (Verts/ALE). - Mijnheer de Voorzitter, ik had gehoopt dat de woorden die wij Kofi Annan vorige week hebben horen spreken een soort democratische doorbraak zouden opwekken bij de Commissie en vooral bij de Raad. Ik merk echter dat dat geenszins het geval is.

U heeft allebei aan Tampere gerefereerd. Mijns inziens was Tampere over het algemeen heel evenwichtig als het gaat om rechten en plichten en om rechtsposities en toezicht. Vandaag komt echter vrij duidelijk uit de opsomming van de verschillende maatregelen, acties en overeenkomsten van uw kant, mijnheer de voorzitter van de Raad, het unilaterale karakter daarvan naar voren, en dat baart mij buitengewone zorgen. Ik constateer namelijk dat sommige leden van de Raad een welhaast duivelse verbeeldingskracht aan de dag leggen. Als je hoort spreken van uitbesteding van het onderzoek naar asielaanvragen dan vraag je je toch wel af of het nog gekker kan. Waar ik me echt zorgen over maak is dat ik het gevoel krijg dat met de besluiten die vandaag genomen worden in de Raad of in meer geschikte formaties - besluiten met vijf, met vijf plus vijf, dat hangt ervan af, in elk geval met formules die zelden een toonbeeld van democratie zijn - de democratie en het Europees project onder vuur komen te liggen. Het lijkt me vrij duidelijk wat de gevolgen kunnen zijn van een dergelijke koers, en Kofi Annan heeft dat overigens ook al gezegd: straks hebben wij een Europa dat bekrompener, armer, zwakker en ouder is dan voordien. Ik denk niet dat dat voor iemand van ons een aanlokkelijk vooruitzicht is, noch voor de burgers van de Europese Unie noch voor de burgers van derde landen.

Het Europees Parlement is naar het Hof van Justitie gestapt om het besluit inzake gezinshereniging nietig te laten verklaren. Wij geven u dus duidelijk te kennen dat de Raad in democratisch opzicht over de schreef is gegaan. Ik denk niet dat u zomaar aan deze zeer sterke waarschuwing van het Europees Parlement voorbij kunt gaan. Verder geloof ik dat de Commissie, in plaats van de besluiten van de Raad waar zij niet helemaal achter staat op eigen houtje te interpreteren, er beter aan zou doen deze te interpreteren door haar NGO-gesprekspartners te raadplegen. Dit zou namelijk bij haarzelf en bij alle organisaties in het Europees maatschappelijk middenveld en bij alle leden van het Parlement die de rechten, de internationale afspraken en de democratie verdedigen, de democratische doorbraak opwekken die noodzakelijk is om ervoor te zorgen dat voortaan alle besluiten genomen worden in de geest van de parlementaire medebeslissing, zoals dat in het ontwerp voor een Grondwet wordt verlangd.

 
  
MPphoto
 
 

  Claeys, Philip (NI). - Voorzitter, de ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid roept momenteel jammer genoeg meer vragen op dan dat zij zekerheden brengt. Met de toetreding van tien nieuwe lidstaten binnen enkele weken is dat een bedenkelijke zaak. Het Fort Europa is jammer genoeg slechts een politiek fantasma van de linkerzijde. Er is de jongste jaren veel gepraat over een gemeenschappelijk immigratie- en asielbeleid, en over strafrechterlijke en politiële samenwerking maar in de praktijk is daar tot nog toe weinig concreets van terechtgekomen. Op bepaalde punten is er zelfs sprake van achteruitgang. Ik denk onder meer aan de gewaarborgde grondrechten. Terecht wordt momenteel veel aandacht besteed aan de manier waarop de toekomstige lidstaten daarmee omspringen, terwijl in België de vrije meningsuiting, de persvrijheid en de vrijheid van vereniging aan banden worden gelegd. De strijd tegen het zogenaamde racisme wordt misbruikt om de belangrijkste oppositiepartij in Vlaanderen monddood te maken en elke kritiek op het falende integratiebeleid te fnuiken. Binnen enkele weken, wanneer alle andere partijen de verkiezingscampagne zullen starten, moet het Vlaams Blok voor de rechtbank zijn bestaansrecht verdedigen tegenover een overheidsinstantie die onder de rechtstreekse bevoegdheid van de eerste minister valt. Collega's, we maken ons terecht zorgen wanneer in Rusland een presidentskandidaat verdwijnt. Binnenkort dreigt in België, het zogenaamde hart van de Europese Unie, een volledige partij te verdwijnen die een vijftigtal parlementsleden telt en die volgens de laatste peilingen 20% van de kiezers achter zich heeft. Dat gebeurt allemaal onder de auspiciën van een eerste minister die de ambitie heeft om voorzitter van de Europese Commissie te worden. U zult begrijpen dat dit soort Europa niet de goedkeuring van de meeste burgers zal wegdragen.

 
  
MPphoto
 
 

  Hernández Mollar (PPE-DE) . - (ES) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de fungerend voorzitter van de Raad, mijnheer de commissaris, aan het eind van deze vijfjarige zittingsperiode wil ik als voorzitter van de Commissie vrijheden en rechten van de burger, justitie en binnenlandse zaken proberen een evaluatie te maken van de permanente uitdaging die ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid heet. Daarbij zal ik uitgaan van het Verdrag van Amsterdam en de Top van Tampere waar belangrijke maatregelen werden genomen voor de verwezenlijking van deze ruimte. Ook zal ik mijn gedachten laten gaan over de toekomst.

Bij wijze van algemeen oordeel zou ik willen zeggen dat er geen negatieve indruk mag worden gewekt ten aanzien van hetgeen tot nu toe is bereikt, hoewel veel van de tot nu toe geboekte vooruitgang enkel te danken is aan crises zoals de 11de september, en ondanks het feit dat wij op het gebied van het asiel- en immigratiebeleid nog niet in staat zijn geweest om bevredigende oplossingen te vinden. Alle maatregelen voor de ontwikkeling van de ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid hebben rechtstreekse gevolgen voor de soevereiniteit van de lidstaten, en daarom zijn de terughoudendheid en moeilijkheden in zekere zin ook logisch.

Waarom zouden wij gezien de reeds afgelegde weg en vooral om vooruitgang mogelijk te blijven maken geen tweede Tampere-programma overwegen? Als ik de commissaris zo hoor, kan dat ook, en zo wordt er hier in dit Parlement ook over gedacht. Sterker nog, ik stel voor dit nieuwe programma te grondvesten op drie kernideeën: legitimiteit, efficiëntie en solidariteit.

In de eerste plaats de legitimiteit van het gevoerde beleid. Dit moet zich in mijn ogen enkel baseren op de bescherming en waarborging van de rechten en vrijheden van de burgers, hetgeen betekent dat de tussenkomst van het Europees Parlement van vitaal belang is. Ik vraag mij echter af of dit inderdaad de motor is geweest achter alle genomen maatregelen. Is het soms niet zo dat men alleen het nationale belang van de lidstaten heeft verdedigd, en het Parlement in veel gevallen buiten spel heeft gezet of pas op het laatste moment de teksten heeft voorgelegd waarover het zich moest uitspreken?

Mijnheer de Voorzitter, helaas gebiedt de werkelijkheid mij te zeggen dat de tweede hypothese juist is. Dat blijkt onder andere ook uit de zwakke rol die het Europees Parlement speelt in belangrijke zaken als de overeenkomst inzake justitiële samenwerking met de Verenigde Staten of het programma voor de bestrijding van terrorisme en georganiseerde misdaad, waarbij het niet-raadplegen van het Parlement een gebrek aan transparantie toont in de besluitvorming en waarbij de echte vertegenwoordigers van de Europese burgers op een tweede plan worden geschoven.

Om eerlijk te zijn moet ik echter erkennen dat er één punt is waarbij zowel het Parlement als de Commissie en de Raad grote vastberadenheid en eensgezindheid hebben getoond: de strijd tegen het terrorisme. Mijnheer de voorzitter, staat u mij toe om ook een voorstel voor dit punt te doen. Laten wij een internationale dag van de slachtoffers van het terrorisme instellen. Dat zou heel goed 11 september kunnen zijn, en dat zou een unieke manier zijn om recht te doen aan degenen die de werkelijke slachtoffers zijn van deze praktijken die helaas steeds vaker voorkomen en indruisen tegen het meest fundamentele recht van de mensheid, namelijk het recht op leven en fysieke integriteit. Mijnheer de voorzitter, ik hoop dat u rekening houdt met deze oproep.

Een ander belangrijk aandachtspunt betreft de efficiëntie van de genomen maatregelen. Het is onmiskenbaar dat de tot nu toe gevolgde besluitvormingsprocedure tot een enigszins schizofrene situatie heeft geleid. Dat blijkt bijvoorbeeld uit de initiatieven van de lidstaten die nog steeds niet zijn goedgekeurd en die elkaar overlappen, uit de blokkades in de Raad als gevolg van de unanimiteitsregel - zoals bijvoorbeeld bij de uitwerking van de regelgeving voor asielprocedures - maar vooral uit de flagrante achterstand bij de aanpassing van de nationale wetgeving aan de Europese regelgeving, zoals bijvoorbeeld het geval is bij het Europees arrestatiebevel. Daarom zijn alle wijzigingen die in de Europese ontwerpgrondwet zijn opgenomen om deze situatie te voorkomen ook zo belangrijk.

Mijn laatste punt is de solidariteit, waar het op dit moment bij de meeste lidstaten misschien nog wel het sterkst aan ontbreekt. Feit is dat de regeringen zich meer zorgen maken om de publieke opinie in hun eigen land of om de nationale begroting dan om de verwezenlijking van de Europese doelstellingen. Of is dat soms niet wat er gebeurt in de Raad als er ernstige problemen aan de orde komen die te maken hebben met de berg asielaanvragen of de chaotische en onregelmatige economische immigratie, die in enkele lidstaten tragische gevolgen hebben?

Mijnheer de Voorzitter, het ergste van deze strategie is dat er geen rekening wordt gehouden met de werkelijke stand van zaken. In een ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid zonder interne grenzen, heeft het geen zin om ten overstaan van de andere lidstaten halsstarrig vast te houden aan rigoureuze nationale standpunten als het door sommige landen gevoerde beleid een directe weerslag heeft op al de andere landen.

Europa is een gemeenschappelijk project. De ruimte waar wij over debatteren is een gemeenschappelijk project. Als wij gezamenlijk vooruitgang boeken dan kunnen wij daar ongetwijfeld ook gezamenlijk de vruchten van plukken.

 
  
  

VOORZITTER: DE HEER DIMITRAKOPOULOS
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 
 

  Evans, Robert J.E. (PSE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik zal mijn opmerkingen beperken tot het terrein van de legale immigratie, een onderwerp dat reeds is aangestipt door de heer McDowell en commissaris Vitorino en waarop verschillende collega's zijn ingegaan.

Ik ben het eens met veel van hetgeen mevrouw Kaufmann eerder heeft gezegd, toen zij verwees naar de toespraak die Kofi Annan enkele dagen geleden heeft gehouden voor het Europees Parlement. De heer McDowell sprak eerder al over gezinshereniging en over de toelating van immigranten voor studie en opleiding. Dit is slechts een deel van het vraagstuk rond legale immigratie.

Commissaris Vitorino probeert de afgelopen jaren een bredere en door meer verbeelding gekenmerkte agenda ten uitvoer te leggen. Ik ben er vast van overtuigd dat wij zonder een systeem van legale emigratie naar de Europese Unie - zoiets als het "groene kaart"-systeem in de Verenigde Staten wordt - altijd te maken zullen blijven hebben met illegale immigratie en alle bijbehorende problematiek. We zullen te maken blijven hebben met het moeilijke probleem van mensensmokkelbendes en alle criminaliteit van dien, om nog maar te zwijgen van het permanente tekort aan hoog- en laag geschoold personeel in toonaangevende industrieën.

Misschien ontgaat mij iets, maar voor zover ik weet is er geen alternatief voor geplande legale immigratie. Ik ben ervan overtuigd dat deze moet plaatsvinden op een manier die zowel voor de Europese landen als de landen van herkomst positief uitpakt. Het is onaanvaardbaar om alleen geschoolde arbeiders uit minder ontwikkelde landen toe te laten, net zoals het onaanvaardbaar is voor rijke Europese landen om immigranten het onaangename, vieze werk te laten doen waar ze zelf geen zin in hebben. Daarom dring ik er bij de commissaris en de Raad op aan om haast te maken met het zeer moeilijke werk op dit zeer belangrijk terrein. Als Europese Unie van 25 of meer lidstaten hebben wij behoefte aan een goed gestructureerd programma voor geplande immigratie.

 
  
MPphoto
 
 

  Calò (ELDR). - (IT) Mijnheer de Voorzitter, in de nabije toekomst zullen vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid kritische sectoren zijn, aangezien de oude en de nieuwe lidstaten deze problemen op uiteenlopende wijze aanpakken. Er zullen hinderpalen worden opgeworpen voor een reële politiesamenwerking op Europees niveau. Om maffiabendes en misdadigersorganisaties te bestrijden moet men echter een echt systeem opzetten. De Italiaanse wet maakt in feite korte metten met internationale rogatoire procedures en lijkt op maat gesneden te zijn van bepaalde machthebbers die niet ondervraagd willen worden over voor hen netelige vraagstukken, zoals twijfelachtige bezoeken aan belastingparadijzen, illegale kapitaalexport en participatie aan gunstige off shore-ondernemingen.

Het Europees arrestatiebevel is nog niet door mijn land geratificeerd. Ondanks bijna vijftig jaar durende inspanningen is van concrete resultaten bij de vereenvoudiging van de uitleveringsprocedures nog geen sprake. Een attenter onderzoek van het probleem van de rechtspraak moet evenwel worden voorafgegaan door een opmerking over de onafhankelijkheid van de rechters. In Italië wil men momenteel terug naar de juridische en politieke cultuur van de middeleeuwen, ofschoon die cultuur in het Westen definitief ten grave werd gedragen met het besluit dat de Franse Staten-Generaal in augustus 1789 nam tot afschaffing van de unanimiteit en de voorrechten. De scheiding van de machten in de moderne staat wordt tegenwoordig aangetast met enerzijds gewone ad personam--wetten en anderzijds constitutionele wetten die men voor gewone wetten wil laten doorgaan, dat wil zeggen voor wetten die geen behoefte hebben aan gekwalificeerde meerderheid en verschillende lezingen. Bovendien worden pogingen ondernomen om de magistratuur te onderwerpen aan de uitvoerende macht. Dergelijke pogingen worden bijna dagelijks ondernomen door de Italiaanse regering, met methoden die een beschaafd land onwaardig zijn.

Waarom worden dermate zwaarwegende woorden uitgesproken in het Europees Parlement? Mijns inziens kan men democratie niet exporteren maar alleen maar uitoefenen. Hoe meer wij de democratie uitoefenen hoe sterker wij haar maken. Om mijn land te helpen bij de overwinning van deze moeilijke fase moeten alle Europese instellingen nauwlettend in de gaten houden wat momenteel in Italië gebeurt. Dat kan namelijk een slecht voorbeeld zijn, en slechte voorbeelden zijn wel degelijk exporteerbaar.

 
  
MPphoto
 
 

  Berthu (NI). - (FR) Mijnheer de Voorzitter, het debat van vandaag over vraagstukken rond vrij verkeer van personen, veiligheid en justitie heeft, zoals elk jaar, een hoog juridisch gehalte. De in voorbereiding zijnde teksten worden opgesomd en zoals gewoonlijk betreurt men dat het denkproces van de Commissie niet snel genoeg gaat. Ik zou de vraag anders willen stellen en willen terugkeren tot de feiten. Wat voor effect is er in het veld geconstateerd van de reeds genomen maatregelen? Ik denk dan natuurlijk aan harmonisatiemaatregelen in zo laxistisch mogelijke richting en aan de afschaffing van de controles aan de binnengrenzen.

Welnu, dames en heren, de effecten van die afschaffing zijn rampzalig. Kijkt u maar naar de toename van illegale immigratie en allerlei smokkelhandel, van drugssmokkel tot vrouwenhandel. De combinatie van een gebrek aan controle en illegale immigratie maakt zelfs van Europa een uitgelezen kweekvijver voor terrorisme.

Commissaris Vitorino zal mij ongetwijfeld als antwoord geven dat dat nu juist bewijst dat we de communautarisatie nog verder moeten doorvoeren. Nee dus, mijnheer de commissaris, want die communautarisatie zou de volkeren nog meer zeggenschap ontnemen en de veiligheid nog verder ondermijnen.

Daarom zien wij de datum van 1 mei 2004 met grote bezorgdheid naderbij komen. Dan zal de Commissie nog meer bevoegdheden krijgen, zal het proces van harmonisatie naar beneden een nieuwe fase ingaan en opnieuw een stap gezet worden in de oprichting van een systeem dat ver van de volkeren af staat.

Toch lijkt het erop dat bij sommige staten de laatste tijd het licht is doorgebroken, want zij verzetten zich tegen softe teksten over bijvoorbeeld de status van vluchtelingen en subsidiaire bescherming. Ik feliciteer hen met het feit dat ze zo hun burgers beschermen, en ik moedig hen aan om op deze weg door te gaan, want de besluiten van Amsterdam en Nice waren wat dat betreft ronduit onverantwoordelijk. De prioriteiten moeten volledig anders komen te liggen, de harmonisatiemaatregelen die onze bescherming verminderen moeten worden stopgezet en de veiligheid moet weer op te eerste plaats komen.

 
  
MPphoto
 
 

  Santini (PPE-DE). - (IT) Mijnheer de Voorzitter, ik heb het debat met grote belangstelling gevolgd. Kennelijk wil men, wat de ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid betreft, een balans opmaken van niet alleen dit jaar maar heel de legislatuur. Het is niet gemakkelijk een dergelijke balans op te maken omdat er verschillende balansen zijn: een politieke balans, die wordt gevormd door de wil van de lidstaten, een juridische balans, die wordt ondersteund door de met het Verdrag ter beschikking gestelde instrumenten en een sociale balans. De sociale balans onttrekt zich echter aan elke logica, daar deze wordt bepaald door de constante ontwikkelingen die zich voordoen in het kader waarbinnen deze ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid moet worden verwezenlijkt

Omdat ik niet veel spreektijd heb, zal ik mij beperken tot de politieke balans. De meeste - en helaas niet alle - lidstaten zeggen een uitbreiding en consolidering van de ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid te willen. Dit is een reactie op de steeds duidelijkere wil van de Europese burgers. Zij willen dat de deur wordt opengezet voor solidariteit, dat er meer samenwerking komt bij de opvang van nieuwe migratiestromen en de hinderpalen worden opgeheven die de erkenning van het recht op asiel, burgerschap en vrije vestiging in ongeacht welk land van de Unie nog in de weg staan.

Nu wij bezig zijn met dit bewustwordingproces wil ik wijzen op de enorme stuwkracht die uitgaat van het Handvest van de grondrechten dat in 2000 in Nice werd uitgevaardigd en nu wacht op een constitutionele waardigheid. Dit document is vergelijkbaar met goede wijn. Aanvankelijk waren weinigen daar echt van onder de indruk: men vond het te zwak en niet perfect genoeg, maar naarmate de tijd verstreek kwam de intrinsieke waarde van deze tekst steeds beter uit de verf. In het Handvest staan duidelijke aanknopingspunten voor alle besluiten en acties die wij in deze historische en moeilijke tijd moeten nemen.

Een nieuwe stap vooruit zal worden gezet met de goedkeuring in tweede lezing van de richtlijn betreffende het vrij verkeer van communautaire burgers en hun rechten en plichten, waar ik rapporteur voor ben. Dit platform moet zo spoedig mogelijk worden geconsolideerd opdat wij op efficiënte wijze in staat zijn het hoofd te bieden aan de nieuwe verplichtingen die de haast chaotische binnenkomst van een steeds groter aantal burgers uit derde landen met zich mee brengt.

Bovengenoemd verslag zal, mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, waarschijnlijk op 18 maart door de Commissie openbare vrijheden worden goedgekeurd. Bijna alle fracties hebben gevolg gegeven aan de oproep van de rapporteur om geen amendementen in te dienen op de tekst van de Raad, alhoewel daarin slechts 50 procent van de verzoeken van het Parlement is terug te vinden. Dit hebben wij ook met de Commissie afgesproken.

Wij zijn ervan overtuigd dat deze richtlijn weliswaar voor verbetering vatbaar is maar nog voor het einde van deze legislatuur van kracht moet worden. Wij zien het glas dus liever half vol dan half leeg, oftewel wij hebben liever de helft van onze verzoeken dan uitstel tot sint-juttemis. Wij hopen dat de Raad dit verantwoordelijk standpunt zal weten te waarderen, en de burgers eindelijk de met deze tekst nagestreefde hervormingen zal geven. Die zijn namelijk een belangrijke stap vooruit bij de juridische invulling van de status van Europees burger en bij het verlenen van politieke waardigheid hieraan.

 
  
MPphoto
 
 

  Karamanou (PSE). - (EL) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, het lijdt geen twijfel dat Tampere een mijlpaal is. Toen werd het startsein gegeven voor de verwezenlijking van een gemeenschappelijke ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid.

Wij naderen nu het einde van de termijn en moeten vaststellen dat het glas zowel half vol als half leeg is. Er is ongetwijfeld vooruitgang geboekt, ondanks de moeilijke omstandigheden die in de Raad bestonden ten gevolge van de verschillende cultures en de verschillende benaderingen van de lidstaten. Bij het immigratiebeleid kon aanzienlijke vooruitgang worden geboekt tijdens de Europese Raad van Thessaloniki, zoals ook u, mijnheer de commissaris, hebt erkend. De toekenning van rechten aan immigranten en hun sociale integratie lijken echter niet hoog op onze politieke agenda te staan, en dat strookt natuurlijk in geen enkel opzicht met hetgeen wij over Europa, de humanistische waarden en de eerbiediging van de mensenrechten verkondigen. De door de Raad opgestelde richtlijn betreffende gezinshereniging is prohibitief, en daarom is het mijns inziens van groot belang dat het Europees Parlement besloten heeft de inhoud hiervan voor het Hof van Justitie aan te vechten.

Wat asiel betreft wilde ik, mijnheer de commissaris, mijnheer de vertegenwoordiger van de Raad, de Raad mijn condoleances betuigen. De Raad is er namelijk niet in geslaagd de twee richtlijnen betreffende enerzijds de definitie van vluchteling en anderzijds de procedures voor toekenning en herroeping van de status van vluchteling aan te nemen. Dat waren twee richtlijnen waar het Grieks voorzitterschap veel werk voor had verricht. Het Verdrag van Genève inzake vluchtelingen wordt, zoals bekend, overal in de Unie als een vod behandeld.

Mijns inziens is geen vooruitgang geboekt bij de strijd tegen de internationale georganiseerde misdaad. Dagelijks worden duizenden vrouwen en kinderen in de Europese Unie verhandeld en seksueel uitgebuit. Mijns inziens is die mislukking onder meer ook te wijten aan het gebrek aan een daadwerkelijke, operationele samenwerking tussen de politieautoriteiten van de lidstaten bij de bestrijding van dit verschijnsel, dat onze beschaving allesbehalve tot eer strekt.

Tot slot ben ik van mening dat de pogingen van het Iers voorzitterschap om de behandeling te voltooien van het vraagstuk in verband met de totstandbrenging van een bank met persoonlijke en biometrische gegevens van immigranten, zoals vingerafdrukken en digitale gezichtsfoto’s, zullen uitmonden in ernstige inbreuken op de bescherming van persoonlijke gegevens en de controle op het beheer daarvan zullen aantasten.

Wij hopen van ganser harte, mijnheer de commissaris, dat nieuwe ideeën geopperd zullen worden en een nieuwe strategie zal worden uitgewerkt voor Tampere II.

 
  
MPphoto
 
 

  Beysen (NI). - Voorzitter, ondanks de vele maatregelen die de Europese Unie treft, gaande van de bevoegdheden van Europol tot het uitvaardigen van een Europees arrestatiebevel, stel ik vast dat op het terrein weinig of geen resultaten worden geboekt inzake de ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid. Cijfers tonen aan dat de criminaliteit in verschillende lidstaten toeneemt. Bovendien wordt de criminaliteit meer en meer gekenmerkt door toenemende agressiviteit hetgeen het gevoel van onveiligheid bij de publieke opinie sterk in de hand werkt. Het vormt helaas geen uitzondering meer dat bij overvallen onschuldige burgers gedood of zwaar gewond worden. Zeker nu de uitbreiding eraan komt, vragen verontruste burgers zich terecht af of de Europese Unie voldoende garanties kan bieden om die veiligheid van de burgers te waarborgen. Diezelfde burger ziet met lede ogen aan hoe gebrekkig de verschillende politie-instanties optreden tegenover steeds driester crimineel gedrag. Het is van het grootste belang dat de Europese Commissie maatregelen voorstelt om dit bijzonder pijnlijke euvel te verhelpen. Het is immers de eerste taak van de overheid om de veiligheid van de burger in alle omstandigheden te waarborgen. Omdat de buitengrenzen van de Unie in aanzienlijke mate zullen toenemen, is het nu zeker de vraag of de nieuwe lidstaten voldoende als buffer tegen ongewenste en illegale immigratie kunnen optreden. Het is een steeds nijpender probleem binnen de Unie waardoor tevens het noodzakelijk te voeren integratiebeleid wordt ondermijnd. Waarop wacht men trouwens om een globaal actieplan uit te voeren dat ertoe strekt alle illegalen van het grondgebied van de Europese Unie te verwijderen? Zolang de illegale immigratie geen krachtig halt wordt toegeroepen, kan men niet spreken van een echte ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid.

 
  
MPphoto
 
 

  Matikainen-Kallström (PPE-DE). - (FI) Mijnheer de Voorzitter, een van de fundamentele doelstellingen van de Unie is het garanderen van een ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid voor de burgers van de Unie. Helaas hebben wij dit doel nog lang niet bereikt. De burgers van de Unie moeten zich vrij in de Europese Unie kunnen bewegen en tegelijkertijd moet de criminaliteitsbestrijding doeltreffender worden. De grootste uitdagingen zijn het voorkomen van criminaliteit, het zorgen voor veilige buitengrenzen en een volledige uitvoering van Schengen. Het Schengen-verdrag is een belangrijke stap vooruit op het gebied van vrij verkeer.

Nu de uitbreiding eraan komt, moet er speciale aandacht worden besteed aan de beveiliging van de buitengrenzen. De nieuwe lidstaten kunnen meteen bij aanvang van hun lidmaatschap tot de eerste fase van Schengen toetreden, wat hen op het volwaardige lidmaatschap van Schengen voorbereidt. In de eerste fase worden op de grenzen tussen de nieuwe en de oude lidstaten nog steeds binnengrenscontroles verricht. Die mogen niet worden gestopt voordat de controle aan de nieuwe buitengrenzen van de Unie op het vereiste niveau ligt. Er moet haast worden gemaakt met de vernieuwing van het datasysteem van Schengen, zodat mogelijke technische gebreken in de datasystemen van de Unie niet kunnen verhinderen dat de nieuwe lidstaten tot de tweede fase overgaan.

Bij het voorkomen en bestrijden van criminaliteit moeten de autoriteiten van de EU-lidstaten meer met elkaar samenwerken. Samenwerking gebaseerd op verdragen is een ouderwetse en langzame weg in de huidige Europese Unie. De lidstaten ondertekenen en ratificeren verdragen in hun eigen tempo, als ze dat al doen. Het van kracht worden van een verdrag kan jaren duren vanaf het moment dat er afspraken zijn gemaakt over de inhoud ervan. In die tijd verhinderen gebreken in de samenwerking tussen autoriteiten en in de informatiestroom dat misdaden op doeltreffende wijze worden opgelost en voorkomen. De Unie moet nieuwe juridische instrumenten ontwikkelen die beter beantwoorden aan de moderne eisen in verband met de samenwerking tussen de lidstaten. De samenwerking tussen de autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor politie, douane en grenscontrole heeft niet de gewenste vooruitgang geboekt. Van de lidstaten en de Commissie worden nu initiatieven en maatregelen voor een betere coördinatie verwacht. De huidige Europese Unie biedt mogelijkheden voor intensivering van de samenwerking. Samen kunnen wij meer doen als de lidstaten bereid zijn de criminaliteit te bestrijden.

 
  
MPphoto
 
 

  Marinho (PSE). - (PT) Mijnheer de Voorzitter, we hebben een achterstand opgelopen bij het nemen van fundamentele maatregelen op het gebied van asiel en immigratie. De verantwoordelijkheid daarvoor ligt uitsluitend bij de Raad. We willen herinneren aan het voorstel voor een richtlijn inzake de toekenning van de status van vluchteling. Dat voorstel had voor het einde van 2003 aangenomen moeten zijn, en dat is helaas geen uitzondering. Er wordt nu gesproken over een algemene doelstelling voor het vastleggen van voorwaarden voor toelating tot de Unie van mensen die internationale bescherming ontberen. Intussen blijft een andere belangrijke richtlijn - de richtlijn inzake de door de lidstaten te volgen procedure voor het toekennen van de vluchtelingenstatus - in de la liggen.

De Raad Justitie en Binnenlandse Zaken van 27 en 28 november is er niet in geslaagd een politiek akkoord te bereiken over deze twee fundamentele stukken wetgeving voor de eerste fase van de harmonisatie van de gemeenschappelijke asielregeling. Besloten is de aanneming daarvan uit te stellen tot 2004. Gelukkig bepalen inertie en impasses niet overal het beeld. We mogen de Commissie en de heer Vitorino prijzen voor de ideeën die ze hebben ondergebracht in de ontwerpverordening met betrekking tot de uitwerking van een programma voor technische en financiële steun aan derde landen op het gebied van migratie en asiel. Dat instrument komt tegemoet aan de behoeften van deze landen bij het garanderen van een beter beheer van de migratiestromen.

We mogen verder niet vergeten dat de Conventie in de ontwerpgrondwet een heus gemeenschappelijk Europees asielsysteem en immigratiebeleid heeft opgenomen. Dan zouden we het huidige systeem van minimumnormen, waarbij de lidstaten een groot deel van de nationale systemen behouden, kunnen afschaffen.

We schieten met deze historische onderneming - de verwezenlijking van een ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid - helaas niet snel genoeg op. We moeten dus concluderen dat 2003 een jaar is geweest waarin we ons bewust zijn geworden van hetgeen ons te doen stond. We hebben daarom voorgesteld daarvoor de nodige middelen vrij te maken. De Commissie en het Parlement hebben zich in dit opzicht van hun taak gekweten. Datzelfde 2003 is echter ook het jaar geweest van de hypocrisie, aarzeling, impasses, nationale strategieën en ideologische vooroordelen, allemaal factoren die de besluitvaardigheid van de Raad hebben gefnuikt.

 
  
MPphoto
 
 

  Oreja Arburúa (PPE-DE) . - (ES) Mijnheer de Voorzitter, zoals hier al eerder is gezegd debatteren wij vanochtend voor de laatste maal tijdens deze zittingsperiode over de ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid. Bovendien staan wij aan de vooravond van 1 mei, de datum waarop enkele aspecten van het Verdrag worden veranderd als gevolg van het Verdrag van Nice en tien nieuwe lidstaten in de Europese Unie worden opgenomen.

Artikel 6 van het Verdrag betreffende de Europese Unie bepaalt dat de Unie is gegrondvest op de rechtstaat en de principes van vrijheid, democratie, eerbiediging van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden, die in alle lidstaten gelden. Mijns inziens moeten wij waarborgen dat niet alleen de lidstaten voldoen aan deze principes, maar dat ook de Europese Unie als geheel borg staat voor het respect van deze vrijheden en de rechtstaat.

Bovendien kunnen wij nu rekenen op de steun van de Europese burgers, die ons om steeds meer Europa vragen, die willen dat Europa niet alleen een grote markt is maar bovendien ook een veiliger, vrijer en rechtvaardiger plek is.

Ik kom uit een land waar het terrorisme een grote plaag vormt en waar enkele grondbeginselen uit artikel 6 met voeten worden getreden. De terroristische ETA-beweging belet sommigen van ons vrij te spreken, vrij te handelen en vrij politiek te bedrijven. De ETA en haar aanhangers beperken onze vrijheid en vormen een ernstige aanslag op de rechtsstaat. Vanuit de rechtsstaat kunnen wij, samen met justitie en politie, strijden tegen deze plaag van het terrorisme.

Wij kunnen nu niet meer zeggen dat het terrorisme een lokaal probleem is: het is een wereldomspannend probleem dat schadelijke gevolgen heeft voor iedereen, ook voor de Europese Unie.

De invoering van het arrestatiebevel, de opname van terroristische organisaties op door iedereen erkende Europese lijsten en de definitie van een terreurdelict zijn enkele belangrijke dingen die Europa verworven heeft bij de totstandbrenging van de ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid en bij de strijd tegen het terrorisme. Onze overwinning in deze strijd hangt immers af van onze vastberadenheid, van de eerbiediging van de rechtsstaat en de toepassing van alle door de wet toegestane mechanismen. Wij kunnen het terrorisme niet overwinnen met onderhandelingen of tweeslachtigheid. Het terrorisme vormt een aanslag op de democratie en die aanslag moeten wij overwinnen met nog meer democratie.

De ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid betekent ook een vooruitgang voor de slachtoffers. Dit Parlement heeft in de afgelopen jaren een prijs toegekend aan organisaties die opkomen voor de slachtoffers van terrorisme.

Wat betreft het verslag van de heer Ribeiro e Castro wilde ik de rapporteur in de eerste plaats complimenteren met zijn verslag. Ik wil tevens de commissaris bedanken voor alle inspanningen die hij deze jaren heeft ondernomen om deze ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid tot stand te brengen. Als ik enkele aspecten van het genoemde verslag bekijk, denk ik dat wij ons er allemaal voor moeten inzetten dat de kaderbesluiten zo snel mogelijk worden opgenomen in het rechtsbestel van de lidstaten. Daarbij mogen wij niet toestaan dat, zoals in het verslag wordt vermeld, de uiteenlopende toepassing van het recht in de lidstaten leidt tot ongelijke behandeling van Europese burgers.

Ook Europol en de Europese politiële samenwerking zijn belangrijke aspecten van de strijd tegen het terrorisme. Wij moeten ook op dit terrein de samenwerking versterken.

Tot slot wil ik nog vermelden dat wij in de nieuwe grondwet, die naar ik aanneem op korte termijn het licht zal aanschouwen, voortgang moeten boeken met de totstandkoming van deze ruimte. Zoals in het genoemde verslag staat, moeten wij de pijlerstructuur afschaffen en ervoor zorgen dat het aantal met gekwalificeerde meerderheid te nemen besluiten juist toeneemt. Verder dient het initiatiefrecht van de Commissie, met deelname van dit Parlement, te worden versterkt, evenals de rol van de nationale parlementen.

De Unie moet zonder twijfel de vrijheid van al haar burgers waarborgen en de strijd tegen het terrorisme biedt de garantie dat deze Europese Unie rechtvaardiger en vrijer wordt.

 
  
MPphoto
 
 

  Ceyhun (PSE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de fungerend voorzitter van de Raad, mijnheer de commissaris, wanneer we de balans van 2003 opmaken, is een woord van dank op zijn plaats, mijnheer de commissaris, niet alleen voor 2003, maar voor de hele vijf jaar. We zijn nu bijna aan het eind van deze zittingsperiode en we kunnen stellen dat we met u veel hebben bereikt. U bent een commissaris die niet alleen door ons werd aangespoord, maar die soms ook ons als Parlement aanspoorde. We kunnen dan ook zeggen dat we onder de gegeven omstandigheden samen eigenlijk erg veel bereikt hebben, vooral wanneer men bedenkt wat die omstandigheden zijn, hoe moeilijk het is om met vijftien landen met vijftien verschillende meningen iets tot stand te brengen.

Er zijn natuurlijk vele problemen. We kunnen nog steeds de mensensmokkel niet goed bestrijden. We zijn er niet in geslaagd de maffiabendes aan te pakken die op dit terrein actief zijn en daardoor vallen er nog steeds erg veel dodelijke slachtoffers. Er is beslist ook een betere politiële samenwerking nodig. Er zijn betere internationale maatregelen nodig om in de landen van herkomst beter met deze problematiek te kunnen omgaan. Uiteindelijk is er echter ook een gemeenschappelijk immigratiebeleid nodig zodat er geen leemtes meer zijn waarvan criminele smokkelbendes kunnen profiteren.

We hebben 11 september 2001 meegemaakt. Het terrorisme stelt ons voor enorme problemen. Juist met het oog hierop is het belangrijk dat we nadenken over de vraag hoe we in de toekomst beter en effectiever met Europol en Eurojust kunnen omgaan en welke organisatorische maatregelen daarvoor het meest noodzakelijk zijn.

We mogen echter ook niet vergeten dat op alle deze gebieden de bescherming van persoonsgegevens en de verworvenheden op het terrein van de burgerrechten er niet bij in mogen schieten. Mijnheer de commissaris, nogmaals hartelijk dank voor wat nu tot nu toe bereikt hebt.

 
  
MPphoto
 
 

  Banotti (PPE-DE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ook ik wil minister McDowell welkom heten in dit Parlement. Ik zou op een paar kleine punten willen ingaan, aangezien dit het einde van het debat is en veel punten die ik aan de orde had willen stellen reeds zijn behandeld. Ik haak in op de opmerking van de heer Evans over legale immigratie, waar ik het helemaal mee eens ben, en wil zeggen dat ik heel trots en blij dat Ierland een van de slechts twee landen in Europa is die geen barrières hebben opgeworpen tegen het verkeer van werknemers uit de nieuwe toetredingslidstaten die naar ons land komen om te werken, iets wat momenteel trouwens ook al veel gebeurt.

Als ik de commissaris en de minister zo de wetgeving hoor opnoemen die is uitgevaardigd, met name voor het immigratie- en asielbeleid, dan lijkt op de een of andere manier - hoewel ik weet dat beide heren een goed hart hebben - een zekere barmhartigheid te ontbreken in de beschrijvingen van alle aangenomen wetgeving. De bijdrage die degenen die bij ons zijn komen wonen hebben geleverd aan het leven in onze landen, moet worden erkend en geprezen. Jawel, mijnheer de minister, als ik hier aan denk, dan denk ik aan mijn eigen kapper in uw eigen kiesdistrict. De kwaliteit van de service en de vrolijke stemming die heerst in onze kleine kapsalon, waar wij dames van middelbare leeftijd ons haar laten doen, worden aanzienlijk verhoogd door de jonge Chinese studentes die er werken. Wij staan allemaal in de rij om ons haar door hen te laten wassen. Dit mag misschien onbeduidend lijken in verhouding tot de vele belangrijke zaken die hier vandaag aan de orde zijn, maar toch is het iets waar we heel blij mee moeten zijn. Het is niet uitsluitend een negatieve criminele kwestie; het gaat ook om een belangrijke bijdrage aan de kwaliteit van het leven.

Er is, met name door de commissaris, al verwezen naar een aantal civielrechtelijke zaken die het afgelopen jaar aan de orde zijn gesteld en waarvan vele een bijdrage leveren aan de levenskwaliteit van onze burgers. Het terrein waar ik bijzonder belang aan hecht is de bescherming van kinderen, en de kwestie inzake toegang tot en voogdij over kinderen in ouderlijke geschillen in het kader van de Brussel II-conventie. Ik weet dat dit ongebruikelijk is in dit Parlement, maar ik kan niet nalaten te wijzen op de problemen die ik regelmatig heb met de Bondsrepubliek Duitsland, vooral in verband met vaders die omgang willen met kinderen die legaal of illegaal zijn teruggekeerd naar Duitsland. We kennen situaties waarin het voor een ouder met voogdijschap in Duitsland bijvoorbeeld zeer eenvoudig en legaal blijkt te zijn om de naam van de kinderen te veranderen - dikwijls de naam van de vader - zonder dat de vader daarin gekend wordt. De namen worden op legale wijze gewijzigd, tot grote ontsteltenis van de vaders, die in veel gevallen ook de omgang met hun kinderen ontzegd wordt, dit op legale wijze en door toedoen van maatschappelijk hulpinstanties. Helaas is het ondanks de grote inspanningen van mijzelf en vele anderen zeer moeilijk voor deze vaders om toegang tot hun kinderen te krijgen. Hoewel de commissaris gelooft dat dit soort wetgeving in de pers zelden aan de orde komt, kan ik met zekerheid zeggen dat deze kwestie wel degelijk aandacht krijgt in de pers; het is iets waar mensen zich oprecht zorgen over maken en er is hier een element van gerechtigheid in het geding dat erkend dient te worden.

Zou u tot slot, mijnheer de commissaris, met de hand over uw hart willen strijken en zien of u iets kunt doen aan de verbetering van onze betrekkingen met de landen die niet bij de Conventie van Den Haag zijn aangesloten en waarheen nog steeds veel kinderen worden ontvoerd?

 
  
MPphoto
 
 

  Fernández Martín (PPE-DE) . - (ES) Mijnheer de Voorzitter, dit is een van de debatten die de Europeanen steeds meer aanspreken.

Tijdens de Raad van Sevilla werd duidelijk vastgesteld dat de Unie moet optreden tegen illegale immigratie aan de hand van een geïntegreerde en evenwichtige aanpak voor de bestrijding van de oorzaken van deze nieuwe vorm van uitbuiting van mensen, met name vrouwen en kinderen, die dagelijks de grens overkomen vanuit het zuidoosten en het zuiden van Europa. Sindsdien hebben de Commissie en het Parlement pogingen ondernomen om een immigratie- en asielbeleid tot stand te brengen.

In de Commissie ontwikkelingssamenwerking hebben wij erop gewezen dat het noodzakelijk is onze beleidsvormen voor ontwikkelingssamenwerking beter op elkaar af te stemmen als het gaat om landen waar migratiestromen vandaan komen, en zodoende te komen tot een efficiënter beheer van deze stromen. Uiteraard is versterking van een efficiënter grensbeleid geboden, maar daarmee alleen bereiken wij onze doelstellingen niet. Het is van belang dat er wederzijds vertrouwen ontstaat en met de herkomstlanden wordt samengewerkt, zodat wij de oorzaken van de migratiebewegingen kunnen oplossen en kunnen komen tot verbetering en toename van de instrumenten voor de bestrijding van armoede, die de werkelijke reden vormt voor emigratie uit ontwikkelingslanden.

De Unie moet proberen om het gezamenlijke beheer van de migratiestromen op een efficiënte wijze te integreren in haar betrekkingen met derde landen. Daarom dienen de samenwerkingsovereenkomsten afspraken van de partijen te bevatten dat zij hun verantwoordelijkheden zullen nemen in de strijd tegen de maffia’s die aan beide kanten van de grenzen het meest profiteren van de mensenhandel, de nieuwste en meest verfijnde vorm van slavernij.

Dit beleid is tevens gericht op het genereren van meer rijkdom in de herkomstlanden als onderdeel van de ontwikkelingssamenwerking. Deze nieuwe vorm van slavernij, de mensenhandel, bevordert de uitbuiting op de arbeidsmarkt, de corruptie en de infiltratie van mensen die de veiligheid in gevaar kunnen brengen. De overnameovereenkomsten dienen een nieuw element te vormen in de betrekkingen van de Unie met derde landen.

Tot slot wil ik erop wijzen dat in het afgelopen jaar vooral aan het licht is gekomen hoe omvangrijk de geldstromen zijn die door immigranten worden overgemaakt naar hun landen van herkomst. Deze overboekingen brengen soms echter schandalig hoge kosten met zich mee en in sommige gevallen duiden ze op woekerpraktijken. Ofschoon dit niet uw verantwoordelijkheid is, mijnheer de commissaris, wilde ik u toch vragen of de Commissie naar legale instrumenten wil zoeken om ervoor te zorgen dat deze arbeidsopbrengsten van de immigranten op een vlotte en veilige manier kunnen worden overgeschreven. Dan kunnen initiatieven op het gebied van de ontwikkelingssamenwerking worden bevorderd en het maatschappelijk middenveld en de particuliere sector in deze derde landen worden versterkt, hetgeen strookt met de besluiten van de Conferentie van Monterrey.

In het afgelopen jaar hebben wij al enkele stappen gezet. Ik wil commissaris Vitorino bedanken voor zijn waardevolle bijdragen maar helaas is er nog een lange weg te gaan.

 
  
  

VOORZITTER: DE HEER COLOM I NAVAL
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 
 

  McDowell, Raad. - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil de leden van dit Parlement oprecht bedanken voor de eer die zij mij hebben verleend door vandaag naar mij te luisteren, evenals voor de zeer complete en brede verzameling standpunten die hier naar voren zijn gebracht. Ik ben het niet met ieder standpunt eens maar ik heb wel aandachtig naar het debat geluisterd. Ik realiseer me heel goed dat ik, als ik allen die hieraan hebben bijgedragen apart zou willen vermelden, heel mijn korte antwoordtijd nodig zou hebben en dan niet meer zou toekomen aan de zeer belangrijke zaken die door zo velen aan de orde werden gesteld.

Wat ten eerste de vraag betreft die de kern van een aantal van de bijdragen vormde, namelijk of we terug- of vooruit kijken, kan ik antwoorden dat het de nederige taak is van het Ierse voorzitterschap om de hangende vraagstukken op de agenda naar vermogen te voltooien. Het is de taak van commissaris Vitorino om op de Raad van juni een overzicht te geven over de resultaten die zijn behaald in de door het Verdrag van Amsterdam bestreken periode en om, als hij dat wil, de weg te bereiden voor een Tampere II-agenda, die in gang zal worden gezet onder Nederlandse voorzitterschap. Voor Ierland en zijn voorzitterschap is het belangrijk dat de onopgeloste punten op de agenda daadwerkelijk aan de orde worden gesteld en de inspanningen hierop worden geconcentreerd.

Er is gesproken over de langzame vorderingen bij de twee belangrijkste verplichtingen van Amsterdam: de richtlijnen met betrekking tot de asielproblematiek. Het is geen gemakkelijke taak overeenstemming te bereiken over deze twee maatregelen. Bij één ervan - de richtlijn inzake asielprocedures - moet ik vermelden dat zelfs als wij erin slagen om voor 1 mei politieke overeenstemming te bereiken, mijn opvolger terug zal moeten keren naar het nieuw gekozen Europees Parlement om de vereiste medebeslissing af te sluiten. Daarom wil ik geen onrealistische verwachtingen wekken over wat er bereikt kan worden. Er is wat deze maatregelen betreft echter al veel tijd verstreken en ik deel de frustratie van een aantal afgevaardigden over het feit dat de in Amsterdam en Tampere vastgestelde termijnen op politiek niveau niet zijn geëerbiedigd. Er is een gezegde dat luidt: "men kan een paard wel in 't water trekken, maar het niet dwingen te drinken". Dit is een van de problemen. We moeten nagaan of er wel een politieke wil is. Zijn de mensen ook werkelijk bereid om de taken uit te voeren die zij in een enthousiaste bui op een Raadsvergadering hebben goedgekeurd? Zijn zij bereid om de fundamentele politieke taken uit te voeren die nodig zijn om de door henzelf opgestelde agenda's ten uitvoer te brengen?

Mijn tweede opmerking over de ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid is dat het niet gaat om een repressieve maar een positieve agenda. Ik wil inhaken op een aantal opmerkingen waarin werd gezegd dat misdaadbestrijding een positieve strijd is, omdat men de rechten van de mensen verbeterd en verdedigd die anders mogelijk slachtoffer zouden worden van criminaliteit. Het gaat hier dus niet om ministers van Binnenlandse Zaken of Justitie die op JBZ-niveau samenspannen om nieuwe repressieve maatregelen te bedenken, maar juist om het tegenovergestelde, namelijk om de rechten van ieder mens en om het recht volop te genieten van de ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid.

Ik herhaal hier wat de heer Collins, de heer Beysen en anderen hebben gezegd over het belang van samenwerking in de praktijk. Terroristen maak je niet bang met een kaderbesluit. Terroristen zijn zelfs niet bang voor de consequenties van een aantal antiterreurbesluiten, zoals strengere straffen. Het voornaamste werk van de Europese Unie in de strijd tegen terrorisme ligt niet in de sfeer van de bureaucratie, maar in de sfeer van een pragmatische en concrete samenwerking tussen de verschillende nationale en Europese instanties. Dat is de enige manier om er zeker van te zijn dat de gesel van het terrorisme de ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid niet verwoest.

We kunnen deze zaken dus nooit simpelweg op basis van wetgeving of papieren beleid benaderen. We moeten hier ook een pragmatische, concrete en coöperatieve aanpak volgen. Hetzelfde dient te worden gezegd in verband met Europol. We moeten Europol in de eerste plaats goed laten functioneren, in plaats van eindeloos na te denken over de vraag aan wie het rekenschap moet afleggen. Wij moeten ervoor zorgen dat Europol de drijvende kracht wordt achter de samenwerking tussen de lidstaten in de strijd tegen het terrorisme.

Soms bestaat het gevaar dat we ons laten verleiden tot de politiek van het Boek Genesis: "er zij licht - en er was licht". In mijn ogen is die benadering toepasselijk op de terreinen waar een politieke agenda moet worden gevolgd en een juridisch kader moet worden geschapen voor de gebieden waarop vooruitgang nodig is. We moeten echter ook beseffen dat alleen wetgeving voor veiligheid, vrijheid en rechtvaardigheid niet genoeg is. Als we deze doelen willen bereiken zullen we daadkrachtig moeten optreden.

Mevrouw Karamanou en mevrouw Banotti noemden praktische, civielrechtelijke zaken en de toepassing daarvan op de slachtoffers van illegale mensenhandel voor seksuele doeleinden, alsmede zaken op het terrein van het familierecht. Ik ben van mening dat er op deze terreinen aanmerkelijke vooruitgang is geboekt maar nog veel werk aan de winkel is, met name voor de bescherming van de rechten van de gewone mens. Eenieder heeft het recht om te worden beschermd tegen seksuele uitbuiting of om bijvoorbeeld omgang te hebben met zijn kinderen. Op al deze terreinen dienen wij ervoor te zorgen dat de nieuwe Europese Unie die aan het ontstaan is, een gebied is waar deze rechten worden geëerbiedigd, en geen gebied waar mensen die deze rechten met voeten treden nieuwe kansen krijgen.

De heer Hernández Mollar had het over terrorisme en de herdenking van de slachtoffers van terrorisme. Ik heb persoonlijk buitengewoon veel begrip voor zijn standpunt. Soms zijn we geneigd terrorisme puur te zien als een krantenbericht, maar we moeten ons concentreren op de bescherming van de rechten van de slachtoffers en oog hebben voor de vreselijke schade die door terrorisme wordt aangericht.

Ik wil het ook hebben over de migratiekwestie. Het is juist mode om te zeggen dat de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken zich voornamelijk concentreert op de bestrijding van illegale immigratie en onvoldoende aandacht besteedt aan legale immigratie en de daarmee verband houdende zaken, zoals integratie.

Ik wil inhaken op de gevoelens die mevrouw Banotti reeds heeft verwoord. Ik geloof dat deze door velen hier worden gedeeld: migratie, of meer specifiek, immigratie naar de Europese Unie, is niet alleen onvermijdelijk maar ook wenselijk. Europa moet cultureel, economisch en maatschappelijk worden verrijkt met de mogelijkheden die immigratie ons bieden. Immigratie moet niet worden gezien als iets negatiefs, als iets dat moet worden gecontroleerd of ontmoedigd. Migratie is ongetwijfeld een verschijnsel van onze geglobaliseerde wereld. Een maatschappij die op positieve en onbevreesde manier omgaat met migratie is een maatschappij die bijgevolg intern veel rijker en rechtvaardiger is.

Om vorderingen te kunnen maken met de agenda van ons voorzitterschap moeten wij nog twee adviezen van het Parlement afwachten. Ik heb dit vorige maand in de bevoegde commissie reeds vermeld. Ik zou het Parlement derhalve nogmaals met nadruk willen verzoeken om zijn medewerking op dit vlak.

Wat het vraagstuk van de IGC betreft kan ik zeggen dat het Ierse voorzitterschap tot taak heeft na te denken, de lidstaten te raadplegen en op de bijeenkomst van de Raad in maart verslag uit te brengen. Ik ben van mening dat, ongeacht de vraag of een dergelijke vooruitgang snel of langzaam plaatsvindt, het de taak is van het Ierse voorzitterschap alles in het werk te stellen om ervoor te zorgen dat de lidstaten zich scharen achter het streven naar een nieuw grondwettelijk verdrag voor de Europese Unie.

Er is een aspect van dit verdrag waar veel leden over hebben gesproken: de noodzaak van transparantie. Ik voelde in het debat van vanmorgen een onderstroom van bezorgdheid over het gebrek aan transparantie, alsmede het gevoel dat het Parlement op het terrein van Justitie en Binnenlandse Zaken onvoldoende wordt geraadpleegd en enigszins buiten spel staat. Ik heb al gezegd op welk niveau de raadpleging plaatsvindt. Een van de moeilijkheden die rijzen als vijftien lidstaten - en binnenkort vijfentwintig lidstaten - overeenstemming moeten bereiken over bepaalde voorstellen, houdt verband met de noodzaak van een zekere armslag: wij moeten kunnen onderhandelen en de lidstaten moeten hun standpunten op papier kunnen zetten. Ik vraag het Parlement wel te beseffen dat het natuurlijk wel mogelijk is om alle werkdocumenten - waarvan een aantal de veranderende standpunten van de lidstaten weergeven - bloot te stellen aan openbaar toezicht maar dat de aard van deze documenten waarschijnlijk zal veranderen als ze onderwerp worden van een dergelijk voortdurend toezicht. De flexibiliteit en bereidheid van de lidstaten om, na een standpunt op papier te hebben gezet, concessies te doen zou wel eens aanzienlijk kunnen afnemen als iedere afzonderlijke handeling in het overlegproces zou worden blootgesteld aan een zo breed mogelijke controle. Ik vraag de leden van dit Parlement te begrijpen dat er een evenwicht moet worden gevonden tussen verantwoordingsplicht en efficiëntie in een overlegproces waarbij 25 lidstaten betrokken zijn.

Ik wil ieder afgevaardigde bedanken voor dit zeer constructieve en stimulerende debat. Ik weet dat zowel het voorzitterschap als de Commissie bereid zijn om alle bijdragen in overweging te nemen. Ik dank het Parlement voor zijn bereidheid om vandaag naar mij te luisteren.

 
  
MPphoto
 
 

  Ribeiro e Castro (UEN). - (PT) Mijnheer de Voorzitter, ik heb het woord gevraagd vóór het antwoord van de heer McDowell namens de Raad. Ik wilde hem namelijk vragen om iets preciezer te zijn over een onderwerp dat in het debat van vandaag een belangrijke rol heeft gespeeld: het idee om de volgende zittingsperiode van start te laten gaan met een Tampere II. Ik vraag de Raad dus om een balans op te maken. Uit uw antwoord, mijnheer McDowell, maak ik op dat u dat een goed idee vindt, en ook u heeft daar meteen mee ingestemd, mijnheer de commissaris. Ik ben het met het Iers voorzitterschap eens dat we dit eerste halfjaar prioriteit moeten geven aan nog steeds lopende zaken. Dat is een heel duidelijk prioriteit. Het zou echter ook goed zijn als het voorzitterschap en de Raad de volgende Raadsvoorzitter - Luxemburg - een signaal zouden geven om een Tampere II mogelijk te maken. Ik zou nu graag zo precies mogelijk willen weten wat de heer McDowell daarvan denkt.

 
  
MPphoto
 
 

  McDowell, Raad. - (EN) Mijnheer de Voorzitter, dat is ook absoluut mijn standpunt. De Tampere II-agenda moet in gang worden gezet. Ik zou graag in staat zijn mij daaraan geheel te wijden, maar helaas moet ik nog een enorme hoeveelheid werk verzetten om de lopende vraagstukken af te ronden. Ik wens het Nederlandse en het Luxemburgse voorzitterschap alle voorspoed en geluk en hoop dat zij erin zullen slagen nieuwe toekomstperspectieven te openen en een nieuwe en veeleisende agenda op te stellen met de algemene naam Tampere II.

 
  
MPphoto
 
 

  Vitorino, Commissie. - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil de rapporteur en al degenen die aan dit debat hebben deelgenomen nogmaals bedanken.

Als ik namens de Commissie spreek over asielzaken en migratie moet ik benadrukken dat al onze voorstellen volledig stroken met de doelstellingen die de regeringsleiders en staatshoofden in Tampere zijn overeengekomen. Het is buitengewoon onfair en puur demagogisch te beweren dat de Commissie op dit beleidsterrein laks is. Dat is helemaal niet zo. Wij proberen met alle beschikbare instrumenten te streven naar het juiste evenwicht tussen enerzijds pro-actieve en positieve maatregelen voor immigranten en asielzoekers en anderzijds waarborging van de grensveiligheid en een adequaat beheer van de migratiestromen. De Commissie heeft geprobeerd dit evenwicht te bereiken met een breed opgezet pakket voorstellen. Ik geef hier ten overstaan van het Parlement toe dat de Raad de ambitie van de Commissie niet altijd in gelijke mate deelt. Dit is, zoals u beter weet dan ik, de normale gang van zaken bij de opbouw van Europa: een stapsgewijze benadering en geleidelijke vooruitgang. Wie het wettelijk bindend acquis - en dat woord is zeer toepasselijk - op dit terrein vergelijkt met het acquis van vijf jaar geleden, zal moeten erkennen dat er enorme vooruitgang is geboekt. Laten wij onszelf niet te kort doen. Wij moeten pro-actief en voluntaristisch te werk gaan en proberen de burgers daar in de nabije toekomst nog meer achter te krijgen.

Bij de burgerlijke vrijheden is er voortdurend sprake van een spanningsveld tussen bescherming van de grondrechten en waarborging van de veiligheid. Dat is geen vaststaand gegeven; het is iets waarmee je dagelijks, bij elk besluit, rekening moet houden. Als we het Handvest van de Grondrechten opnemen in het grondwettelijk verdrag, als we het hebben over processuele waarborgen, en als wij bepaalde processuele waarborgen willen opnemen in de kaderbesluiten over de onderlinge toenadering van strafrechtelijke maatregelen, geloof ik oprecht dat we ons best doen de juiste balans te vinden tussen vrijheid en veiligheid. De heer Santini heeft ons eraan herinnerd dat een van de grootste verdiensten van deze wetgevende instelling - en ik hoop dat het mogelijk zal zijn om dit proces voor het eind van de zittingstermijn van dit Parlement af te ronden - zal bestaan uit de nieuwe wetgeving inzake het vrij verkeer van onze eigen burgers.

Ik wil u er tevens aan herinneren dat wij met de versterking van buitengrenscontrole en de waarborging van onze binnenlandse veiligheid handelen in naam van de vrijheid, en niet in naam van de onderdrukking. Wij zijn gedwongen de buitengrenscontrole te versterken als wij het vrij verkeer willen handhaven en de binnengrenzen afgeschaft willen houden. Als wij zeggen efficiënter te werk te willen gaan ten behoeve van de integratie van legale immigranten is dat in het belang van de vrijheid. Daarvoor moeten we ons eigen publiek kunnen garanderen dat we de situatie onder controle hebben.

Ik kan u niets anders zeggen, want dit is precies wat ik vanaf het prille begin al heb verkondigd. Ik zou u willen verzoeken de mededeling van de Commissie van november 2000 over het immigratiebeleid nogmaals te lezen en deze te vergelijken met de toespraak die VN-secretaris-generaal Kofi Annan twee weken geleden in dit Parlement heeft gehouden. Het spijt mij dat dit misschien enigszins aanmatigend overkomt, maar ik verzoek u deze vergelijking te maken, en dan praten wij verder.

Mijn derde opmerking betreft de bescherming van gegevens. Laten wij eerlijk zijn: als we biometrische gegevens willen opnemen in bepaalde reisdocumenten, moeten we heel zorgvuldig te werk gaan. Wij moeten proportionaliteit garanderen bij de keuze van de gegevens, bij het soort gegevensopslagsysteem dat we gebruiken en het soort toezicht en controle dat we de betreffende autoriteiten hierop laten uitoefenen. Ik moet u wijzen op het feit dat gegevensbescherming in de derde pijler momenteel volledig onder de bevoegdheid en verantwoordelijkheid van de lidstaten valt. Wij proberen op Europees niveau een omgeving te creëren met gelijke voorwaarden, opdat in alle 25 lidstaten bij de wetshandhaving hetzelfde beschermingspatroon geldt voor persoonlijke gegevens. Daarvoor zijn de bestaande richtlijnen, die gebaseerd zijn op de eerste pijler, niet toereikend. Ik hoop dat ik de mogelijkheid zal hebben om deze voorstellen in juni dit jaar aan u voor te leggen.

Mijn laatste opmerking betreft de begroting. De heren Ribeiro e Castro en Coelho wezen erop dat we voor de verwezenlijking van onze ambitieuze doelstellingen wel moeten beschikken over de nodige financiële instrumenten, en ik dank hen daarvoor. U zult uit de voorstellen voor de nieuwe financiële vooruitzichten voor 2007-2013, die de Commissie gisteren heeft gepresenteerd, kunnen opmaken dat er voor de ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid voldoende financiële instrumenten beschikbaar worden gesteld om onze ambitieuze doelen na te streven.

Wat betreft Tampere II, kan ik mij achter de woorden van de heer McDowell scharen. Ik hoop dat het tijdens het Nederlandse voorzitterschap mogelijk zal zijn een Europese Raad voor Tampere II te organiseren. Wat gaan wij voorstellen voor Tampere II? Ik zal drie belangrijke kwesties benadrukken. Ten eerste is het noodzakelijk fair te zijn bij de beoordeling van de tekortkomingen en de nog hangende zaken van Tampere I; met andere woorden, de erfenis van Tampere I moet meegenomen worden in Tampere II. Ten tweede zijn er in het grondwettelijk verdrag zeer duidelijke doelstellingen vervat; Tampere II dient de in dat verdrag genoemde agenda nauwlettend volgen. En last but not least, moet in Tampere II meer aandacht worden besteed aan de kwaliteit van de omzetting van de Europese wetgeving in nationale wetgeving en op het toezicht op de concrete tenuitvoerlegging van het acquis in de 25 lidstaten. Ik verheug me op het debat over dit onderwerp waartoe de heer Hernández Mollar een voorstel deed. De Commissie zal in juni 2000 haar eigen ideeën presenteren in een nieuwe mededeling.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Het debat is gesloten.

De stemming vindt tijdens de vergaderperiode van maart II plaats.

 
Juridische mededeling - Privacybeleid