De Voorzitter. - Aan de orde is het vragenuur (B5-0007/2004).
Wij behandelen een reeks vragen aan de Raad.
De Voorzitter. - Vraag nr. 1 van mevrouw Izquierdo Rojo (H-0845/03):
Betreft: Het verdwijnen van bepaalde teelten en de maatschappelijke structuur in Andalusië, als gevolg van de nieuwe voorstellen voor GMO's voor olijfolie, katoen en tabak
De door de Europese Commissie gepresenteerde voorstellen voor de Middellandse-Zeeproductie van olijfolie, katoen en tabak komen in hun huidige vorm neer op een dramatische reductie van bepaalde teelten en aantasting van de daarmee samenhangende maatschappelijke en economische structuur in de minst ontwikkelde doelstelling-1-gebieden. Dit probleem wordt nog versterkt door het feit dat er in de betrokken streken geen economische alternatieven voor deze teelten zijn die evenveel werkgelegenheid bieden en welvaart opleveren. Bovendien doet de Commissie geen enkel serieus voorstel voor de herstructurering van de werkgelegenheid in de landbouw die hiermee wordt vernietigd, en wil zij GMO's wijzigen die tot dusver goed hebben gefunctioneerd.
In de loop van het structuurbeleid van de EU zijn grote bedragen geïnvesteerd in de totstandbrenging van de sociaal-economische structuur op het platteland, en nu wordt een goed deel van deze moeizame investeringen teniet gedaan.
Is het Ierse voorzitterschap voornemens de goedkeuring van dit soort voorstellen afhankelijk te maken van de presentatie van programma's en projecten met realistische alternatieven die het behoud van de werkgelegenheid en de bestaande maatschappelijke structuur garanderen?
Roche, Raad. - (EN) In november 2003 begon de Raad met de behandeling van de wetgevingsvoorstellen die de Commissie op 18 november 2003 had ingediend. Met deze voorstellen werd onder meer beoogd de steunregelingen voor katoen, olijfolie en tafelolijven, tabak en hop op te nemen in de verordening betreffende de algemene hervorming van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB), die de Raad in september 2003 heeft goedgekeurd. Over deze beide voorstellen voor een verordening werd voor het eerst gedebatteerd tijdens de Raad Landbouw en Visserij op 17 december 2003. Op die bijeenkomst uitten de delegaties van de producerende lidstaten hun twijfels over de gevolgen die de voorgestelde maatregelen voor de betrokken sectoren zouden hebben, in de wetenschap dat daaronder voor het merendeel gewassen vielen die werden verbouwd in doelstelling-1-gebieden waar zich omschakelingsproblemen voordeden.
Deze gesprekken zijn nog aan de gang en we moeten niet vooruitlopen op de uitkomsten van de besprekingen die nog in de Raad moeten worden gevoerd. Niettemin zal de Raad bijzondere aandacht besteden aan de effecten van de hervorming op de regio's waarin de landbouw zeer sterk afhankelijk is van gewassen waarop de hervorming van toepassing is. De Raad en de Commissie hebben nota genomen van het advies van het Europees Parlement in het kader van de bemiddelingsprocedure en zullen trachten tot een evenwichtige oplossing te komen, waarbij rekening wordt gehouden met alle belangen die op het spel staan.
Izquierdo Rojo (PSE). - (ES) Ik wil de Raad graag bedanken voor dit antwoord, hoewel ik het een beetje zuinig vind.
Ik wilde graag nog vragen of de Raad bereid is om deze maatregelen - die nog moeten goedgekeurd in de GMO’s - als voorlopig te beschouwen, zolang wij geen gegevens hebben over hun gevolgen voor de werkgelegenheid in de landbouw.
Uit uw antwoord leidt ik af dat inderdaad het risico bestaat dat er negatieve gevolgen zullen zijn voor de werkgelegenheid in de landbouw, hetgeen de Raad niet wenselijk acht. Mijn vraag luidt dan ook of het mogelijk is dat de Raad genoemde maatregelen als “voorlopig” beschouwt zolang de gevolgen nog niet bekend zijn.
Roche, Raad. - (EN) Ik begrijp waar de afgevaardigde naar toe wil. Ik ben er niet zeker van dat de term "voorlopig" hier van toepassing is. Het voorzitterschap is zich ervan bewust dat deze voorstellen een uitwerking kunnen hebben op de maatschappelijke structuur, met name in regio's als Andalusië. Daar maken wij ons grote zorgen over. Het voorzitterschap beseft dat de producerende lidstaten bezorgd zijn om boeren die ontkoppelde of deels ontkoppelde betalingen ontvangen. Als er voor deze boeren qua ondernemingen geen alternatieven beschikbaar zijn, is het mogelijk dat zij volledig uit het productieproces stappen, waardoor de plattelandsstructuur in het gebied wordt aangetast. Volgens mij is dat het punt waar de afgevaardigde op doelt.
De Commissie heeft hier bij de formulering van haar voorstellen rekening mee gehouden. Zij stelt voor een percentage van de producentensteun te reserveren voor een nationale aanpak van zulke problemen. De voorstellen bevatten dus een onzekere factor. De Raad zal deze onderdelen van de Commissievoorstellen nauwkeurig bestuderen en proberen een compromis te vinden dat voor de producerende lidstaten aanvaardbaar is. Zoals ik reeds heb gezegd, is het Ierse voorzitterschap zich terdege bewust van dit soort mogelijk negatieve gevolgen voor de regio. Wij doen ons uiterste best om ervoor te zorgen dat deze nadelige effecten tot een minimum worden beperkt.
De Voorzitter. - Vraag nr. 2 van mevrouw Banotti (H-0847/03):
Betreft: Sociale integratie en derde sector
Een groot deel van de financiële middelen voor de ontwikkeling van de derde sector en de bevordering van de sociale integratie in Ierland en andere lidstaten is afkomstig van de Europese Unie. Welke prioriteit kent het Ierse voorzitterschap vanuit dit perspectief toe aan de aanpak van sociale uitsluiting en armoede en hoe wil de Raad de sociale integratie in de achterstandsgebieden van de Unie stimuleren?
Roche, Raad. - (EN) Dit is een zeer interessante en alomvattende vraag, zoals ik van Mary Banotti had verwacht. Ongetwijfeld weet mevrouw Banotti dat de Europese Raad van Lissabon in maart 2000 de lidstaten en de Commissie heeft verzocht stappen te zetten om de armoede definitief uit te roeien; de agenda van Lissabon was niet geheel gericht op het bedrijfsleven. Tevens werd afgesproken dat de lidstaten hun beleid voor de bestrijding van armoede en sociale uitsluiting onderling zouden afstemmen aan de hand van de open coördinatiemethode, waarbij gemeenschappelijke doelstellingen, nationale actieplannen en gezamenlijk overeengekomen indicatoren worden gecombineerd om ambitieuzere en effectievere beleidsstrategieën voor sociale integratie te bevorderen, alsmede een communautair actieprogramma dat loopt van 2002 tot 2006 en bedoeld is om de lidstaten aan te moedigen samen te werken en ervaringen en beste praktijken met elkaar te delen. Dat was een nogal langdradige zin, maar het voorstel is op bepaalde punten toegespitst en van goede kwaliteit.
Na de tweede ronde van indiening van nationale actieprogramma's voor sociale integratie voor 2003-2005 heeft de Commissie in december 2003 haar tweede verslag over sociale integratie vastgesteld. In dit verslag worden de belangrijkste tendensen en uitdagingen in de gehele Unie besproken. Een ander interessant feit is dat daarin melding wordt gemaakt van goede praktijken en innovatieve benaderingen van gemeenschappelijk belang. Dit gaat de basis vormen voor het gezamenlijke verslag van de Raad en de Commissie over sociale integratie, dat tijdens de Europese Raad dit voorjaar in maart zal worden gepresenteerd.
Een belangrijk kenmerk van het verslag is dat daarin meer dan voorheen aandacht wordt geschonken aan regionale en lokale verschillen in de niveaus van armoede en sociale uitsluiting en aan het gegeven dat de onderliggende oorzaken van deze problemen per regio anders kunnen zijn. Vermoedelijk waren vooral deze feiten voor mevrouw Banotti de aanleiding om haar vraag te formuleren.
In het bijzonder bestaat er een contrast tussen regio's in verval met negatieve migratie, hoge werkgelegenheid en toenemende afhankelijkheid, en dichtgeslibde groeiregio's waar vooral huisvestingsproblemen spelen. Er zijn regionale en andere verschillen die aan het totaalbeeld bijdragen.
In het onderzoek worden tevens de vergrijzing, de slechte dienstverlening en de grotere afhankelijkheid in marginale plattelandsgebieden belicht. Daarnaast wordt specifiek de nadruk gelegd op de bijzondere concentratie van armoede en meervoudige achterstelling in met name stadsgemeenschappen, bijvoorbeeld onder migranten.
Ik bedoel te zeggen dat er wat armoede betreft regionale verschillen bestaan en daar zijn we ons allemaal van bewust. Tegen deze achtergrond wordt in het verslag beklemtoond hoe belangrijk het voor de lidstaten is om op lokaal en regionaal niveau geïntegreerde en gecoördineerde strategieën te ontwikkelen. Dit is vooral belangrijk in gemeenschappen die op meerdere fronten een achterstand hebben opgelopen. Via zulke strategieën dient het beleid aan de plaatselijke situatie te worden aangepast en moet het eenvoudiger worden alle actoren, inclusief de derde sector, te mobiliseren en bij deze problematiek te betrekken. Verder moeten er voor de armen en burgers die met sociale uitsluiting te maken hebben, meer toegankelijke en kwalitatief hoogstaande diensten komen.
Het Ierse voorzitterschap zal erop toezien dat tijdens de voorbereiding en het vervolg op de Europese Raad dit voorjaar alle doelen van de Unie met betrekking tot sociale integratie aan de orde komen. Zo zal in maart 2004 de Raad Werkgelegenheid en Sociaal Beleid, Gezondheid en Consumenten voor het eerst een belangrijk document aan de Europese Raad overleggen waarin hij zijn visie op dit vraagstuk geeft. Hij zal ook verslag uitbrengen over de doelstellingen van Lissabon aangaande sociale bescherming en werkgelegenheidsbeleid, waaronder armoedebestrijding en de bevordering van sociale integratie in de lidstaten.
Ten slotte zal het Ierse voorzitterschap enkele initiatieven ontplooien om de lidstaten te helpen bij de opzet van beleidsvormen en programma’s die tot doel hebben de armoede te bestrijden en de sociale integratie te bevorderen. Tijdens het Ierse voorzitterschap zullen drie specifieke conferenties worden georganiseerd. De eerste wordt gehouden op 1 en 2 april in Bundoran in County Donegal, een bijzonder geschikte locatie gezien de regionale ligging. Daar zal worden gesproken over de vraag hoe mobiliteit en sociale integratie kunnen samengaan, en over de rol van het sociale en economische beleid.
De tweede, de conferentie over gezinnen, verandering en sociaal beleid in Europa, wordt gehouden op 13 en 14 mei in Dublin. Er wordt gesproken over het gezin als de basis voor sociale integratie en sociale cohesie.
De derde conferentie vindt plaats op 28 en 29 mei in Brussel en is een vervolg op een eerdere conferentie. Het zal een bijzondere bijeenkomst worden met mensen uit EU-landen die uit ervaring weten wat armoede betekent. Het doel hiervan is nieuwe manieren te ontwikkelen om ervoor te zorgen dat mensen die in aanraking zijn geweest met armoede, op alle niveaus meedoen en dat daartoe structurele netwerken worden opgezet.
Hoe goed de beleidsmakers ook zijn, beleid kan alleen efficiënt en effectief op de behoeften van arme gezinnen en gemeenschappen worden afgestemd wanneer daarin wordt geluisterd naar de mensen die deze problematiek aan den lijve hebben ondervonden. Ik weet zeker dat de afgevaardigde dat met me eens is.
Banotti (PPE-DE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik had nauwelijks durven denken dat ik zo'n lang en uitvoerig antwoord zou krijgen op een vraag van drie regels. De vraag bleek voor de minister een echte strikvraag te zijn: natuurlijk ben ik geïnteresseerd in wat er overal in Europa gebeurt, maar ik ben met name geïnteresseerd in wat er in mijn eigen kiesdistrict gebeurt. Daar maakt men zich grote zorgen over het feit dat de Ierse regering zich niet houdt aan eerdere beloften aan diverse groepen die hard hebben gewerkt om programma's en projecten binnen dit hoofdstuk op te stellen.
Ik doel in het bijzonder op Dun Laoghaire Rathdown. Vaak wordt dit als een welvarende streek aangemerkt, maar uiteraard heeft het ook te kampen met grote achterstanden. Lokale organisaties hebben zich aanzienlijke inspanningen getroost om de problemen aan te pakken. Ik ben heel blij van de minister te horen dat de Ierse regering en het Ierse voorzitterschap zich vol ijver voor deze zaak inzetten. Minister, wat gaat u dichter bij huis doen om ervoor zorgen dat veel van deze uitstekende projecten het hoofd boven water kunnen houden?
Roche, Raad. - (EN) Ik weet zeker dat de geachte afgevaardigde niet wil dat ik uitweid over het uitstekende beleid dat de Ierse regering onlangs heeft geïntroduceerd, met name op het gebied van de sociale integratie. Waarschijnlijk wil zij dat ik dit punt behandel in het kader van mijn werk voor de Raad.
In mijn antwoord heb ik erop gewezen dat er zelfs in welvarende gebieden - en de afgevaardigde noemde heel terecht een streek die doorgaans als zeer welvarend wordt beschouwd - armoede en gebrek heerst.
In Ierland zijn we in velerlei opzicht slachtoffer van ons eigen succes, vooral wanneer mensen statistieken aanhalen om beweringen als die zojuist werden gedaan kracht bij te zetten. Ik besef dat uit sommige onderzoeken, waarnaar de geachte afgevaardigde heeft verwezen, bijvoorbeeld kan worden afgeleid dat in Ierland een kleiner aandeel van het BBP wordt besteed aan sociale bescherming dan in de rest van de EU. Cijfers die vaak gehanteerd worden, zijn 14 procent of 14,7 procent, vergeleken met een EU-gemiddelde van 27,5 procent. Op basis hiervan worden sommige vergelijkingen gemaakt. Statistisch gezien klopt dat echter niet als je uitvoerig de statistische gegevens bestudeert op grond waarvan de vergelijkingen worden gemaakt. Zo ligt het BBP van Ierland 15 procent hoger dan zijn bruto nationaal inkomen. Dat is in een lidstaat zeer ongebruikelijk. Het vloeit grotendeels voort uit de aard van onze economische ontwikkeling, zoals de geachte afgevaardigde ongetwijfeld weet, en met name uit de repatriëring van kapitaalfondsen. Een meer realistische indicator is de sociale bescherming, die meer dan 70 procent van het BBP bedraagt.
Het is niet de bedoeling dat we in een grote statistische discussie verwikkeld raken. We kunnen en moeten duidelijk maken dat armoede en haarden van armoede in elke maatschappij voorkomen, hoe welvarend deze ook is. Daarom moeten programma’s voor armoedebestrijding een meer gerichte strategie bevatten en gebaseerd zijn op persoonlijke verhalen van mensen. Als Iers voorzitterschap proberen we volgens deze principes te werken.
Armoede is heel erg relatief. Elke objectieve waarnemer zou zeggen dat de meeste lidstaten, waaronder mijn eigen land, het tot nu toe uitermate goed hebben gedaan. We moeten evenwel altijd kijken naar het specifieke soort armoede dat in de aanvullende vraag werd genoemd. Daar ging mijn oorspronkelijke antwoord over. Het is onvermijdelijk dat er in individuele gevallen armoede voorkomt. De realiteit is echter dat de situatie in ons beider moederland veel beter is dan soms uit de prognoses blijkt.
De Voorzitter. - Vraag nr. 3 van de heer Sacrédeus (H-0849/03):
Betreft: Verdwenen journalist Dawit Isaac in Eritrea
In september 2001 verbood de regering van Eritrea onafhankelijke kranten. Tien journalisten, waaronder Dawit Isaac, werden in hechtenis genomen. Dawit Isaac heeft zowel de Eritrese als de Zweedse nationaliteit en behoort tot de oprichters van Setis, de eerste particuliere krant van Eritrea.
De regering van Eritrea weigert te zeggen waar Dawit Isaac en de andere journalisten zich bevinden. Volgens de Eritrese regering wordt hij in verband met de nationale veiligheid vastgehouden. Dawit Isaac mocht tot nu toe geen ontmoeting hebben met vertegenwoordigers van de Zweedse autoriteiten en er bestaat steeds meer ongerustheid over de vraag of hij nog in leven is.
In welk opzicht is de Raad bereid tot het uitoefenen van druk op de Eritrese regering om duidelijkheid te krijgen over het lot van Dawit Isaac en om ervoor te zorgen dat zijn familie en de Zweedse autoriteiten in de gelegenheid worden gesteld hem te ontmoeten?
Roche, Raad. - (EN) Ik ben van deze zaak op de hoogte. De Raad maakt zich nog steeds grote zorgen over de algemene mensenrechtensituatie in Eritrea, en niet slechts over dit specifieke geval. De betrekkingen van de Europese Unie met de Eritrese regering zijn de afgelopen twee jaar, na de moeilijke situatie eind september 2001, verbeterd en de dialoog over de binnenlandse situatie en het vredesproces is hervat. Dat is een zeer positieve ontwikkeling.
In lokale bijeenkomsten hebben de leiders van EU-missies namens de Unie herhaaldelijk hun zorg uitgesproken over de gevangenneming van een aantal mensen, waaronder veel journalisten, en over het muilkorven van de onafhankelijke pers. Meerdere malen is gevraagd of de arrestanten vrij te laten of een aanklacht tegen hen in te dienen. In oktober 2003 heeft de Raad blijk gegeven van voldoening over de stappen die de Eritrese regering heeft gezet om de communicatie met de Unie te herstellen en een betekenisvolle politieke dialoog met de EU te ontwikkelen. De EU heeft de regering ook opgeroepen deze dialoog op gang te brengen, die gebaseerd is op democratie, de rechtsstaat en andere wezenlijke onderdelen van de Overeenkomst van Cotonou. In dit kader zal de Raad individuele gevallen, zoals de genoemde zaak, onder de aandacht van de Eritrese regering blijven brengen.
Ik herhaal: het vraagstuk van de gedetineerden is formeel binnen de context van de politieke dialoog aan de orde gesteld. Het Italiaanse voorzitterschap heeft zaken als die van de heer Dawit Isaac, die een dubbele nationaliteit heeft, rechtstreeks met de Eritrese autoriteiten besproken. Het Ierse voorzitterschap zal al het mogelijke doen om de Zweedse autoriteiten te ondersteunen, die vele pogingen hebben ondernomen om informatie over - en wat belangrijker is, toegang tot - de heer Isaac te krijgen.
Sacrédeus (PPE-DE). - (SV) Mijnheer de Voorzitter, ook ik wil het Ierse voorzitterschap bedanken voor zijn antwoord, en Ierland hartelijk welkom heten als nieuw voorzitterschap van de Europese Unie.
De EU kan juist op het gebied van de mensenrechten aanzienlijk meer doen dan de afzonderlijke lidstaten, dan bijvoorbeeld de regeringen van Ierland of Zweden. Daarom ben ik verheugd over uw betrokkenheid bij de mensenrechten in Eritrea.
Uit het antwoord van het Ierse voorzitterschap maak ik op dat er geen nieuwe taken bij zijn gekomen. Ik wil u dringend verzoeken om, voordat het voorzitterschap in het begin van de zomer ten einde loopt, alle mogelijke moeite te doen om meer te weten te komen over de Zweeds-Etritrese journalist Dawit Isaacs. Er zijn gegronde redenen voor onze groeiende ongerustheid over zijn lot en voor onze angst dat hij misschien niet meer in leven is. Ik verzoek u dringend om alles te doen wat in uw vermogen ligt om Dawit Isaacs levend naar Zweden te laten terugkeren.
Roche,Raad. - (EN) Ik begrijp uw zorgen heel goed. Het is al enige tijd geleden dat we iets van de heer Isaac hebben vernomen. Ik kan alleen maar herhalen wat ik reeds gezegd heb: de Raad bekrachtigt de inzet van de Europese Unie voor de mensenrechten en de naleving daarvan. De afgevaardigde heeft gelijk: mensenrechten worden niet geografisch bepaald. Zij zijn universeel en iedere staat waarmee de Unie contact heeft, moet weten dat wij groot belang aan dit uitgangspunt hechten, vooral als het gaat om een persoon met een dubbele nationaliteit, die burger is van een EU-lidstaat.
Ik ben het beslist eens met de opmerkingen van de afgevaardigde en heb daar waardering voor.
De Voorzitter. - Vraag nr. 4 van de heer Collins (H-0850/03):
Betreft: Betrekkingen van de Europese Unie met Zuid-Afrika
Kan de voorzitter van de Raad een verklaring afleggen hoe de Raad de ontwikkeling van de betrekkingen van de Europese Unie met Zuid-Afrika in de loop van 2004 ziet? Denkt de Raad dat de Europese Unie en Zuid-Afrika op een constructieve manier kunnen samenwerken om in de Europese Unie en op internationaal vlak steun te vinden voor de conferentie voor vrede, veiligheid en democratie in het Afrikaans merengebied, waar de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties zich al in oktober 1994 een eerste keer voor uitgesproken heeft?
Roche, Raad. - (EN) Ik wil graag de heer Collins bedanken, die reeds lang een actieve belangstelling heeft voor alles wat met Afrika te maken heeft. Hij heeft wat dit betreft een zeer eerbiedwaardige staat van dienst opgebouwd.
De Europese Unie beschouwt Zuid-Afrika als een belangrijke partner in haar betrekkingen met Afrika, niet alleen op bilateraal vlak maar ook vanwege de rol die het land speelt in de SADC, de Afrikaanse Unie en in het algemeen bij het oplossen van conflicten in Afrika. Zuid-Afrika heeft met succes conferenties georganiseerd en voorgezeten die tot doel hadden de conflicten in de Democratische Republiek Congo en Burundi uit de wereld te helpen. Deze maand nog prees de EU Zuid-Afrika om zijn beslissende bijdrage aan de totstandkoming van de politieke overeenkomst met de Comoren.
Zuid-Afrika heeft ook veel troepen beschikbaar gesteld om de vrede te handhaven in het kader van UNAC-missies. Van alle deelnemende landen levert Zuid-Afrika nu de grootste bijdrage aan vredeshandhavingsoperaties in Afrika en dat is een buitengewone prestatie. De Europese Unie heeft publiekelijk haar waardering voor deze activiteiten uitgesproken en Zuid-Afrika geholpen de inzet van zijn troepen binnen de Afrikaanse missie in Burundi te financieren. Voor een land als Zuid-Afrika is een dergelijke operatie namelijk een behoorlijke financiële aderlating, aangezien het nog steeds te kampen heeft met grote binnenlandse problemen: armoede, werkloosheid en uiteraard de HIV/aids-pandemie.
Nadat de geplande top in Lissabon was uitgesteld, is de dialoog tussen de EU en Afrika weer op gang gekomen en Zuid-Afrika heeft daarbij een zeer nuttige en positieve rol gespeeld. Het land is tevens een belangrijke pleitbezorger van het NEPAD-initiatief.
In de komende maanden zullen er tijdens het Ierse voorzitterschap verschillende gelegenheden worden geboden om de dialoog met Zuid-Afrika te verdiepen. Na de politieke dialoog in de marge van de vierde bijeenkomst van de Samenwerkingsraad EU-Zuid-Afrika van december 2003 in Pretoria zal het voorzitterschap in het begin van zijn ambtstermijn een bijeenkomst van hoge ambtenaren in Zuid-Afrika organiseren en een vergadering van een drietal ministers (trojka), die in Dublin wordt gehouden.
Tijdens deze bijeenkomsten kan onze dialoog worden verdiept en kunnen zaken worden besproken die beide partijen ter harte gaan. Voor Zuid-Afrika is 2004 een bijzonder belangrijk jaar omdat op 27 april het tienjarig bestaan van de democratie in het land wordt gevierd. Naar verwachting zullen vertegenwoordigers van de EU-lidstaten bij deze belangwekkende gelegenheid aanwezig zijn. De Zuid-Afrikanen zijn trots op wat ze hebben bereikt en wij moeten in de feestvreugde delen.
Verder is er een conferentie over de Grote Meren gepland. Dit is een UNAU-initiatief dat in sterke mate is gebaseerd op de eigen inbreng van Afrika. Ibrahima Fall, de speciale vertegenwoordiger van de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, is belast met de organisatie van deze conferentie en bereidt deze voor samen met nationale comités uit de zeven belangrijkste landen. De speciale gezant van de EU voor het gebied van de Grote Meren heeft zijn hulp aangeboden en aan enkele van de voorbereidende vergaderingen deelgenomen. Wij blijven ons intensief bezighouden met deze belangrijke conferentie die tot doel heeft volledige vrede in dit onrustig gebied te brengen.
Ik wil de geachte afgevaardigde en u, mijnheer de Voorzitter, nogmaals verzekeren dat het Ierse voorzitterschap samen met Zuid-Afrika en andere belangrijke Afrikaanse partners hard zal werken aan een oplossing voor deze omvangrijke en wezenlijke problematiek.
Collins (UEN). - (EN) Ik ben blij met het uitvoerige antwoord van minister Roche en wil hem daarvoor bedanken. In de toekomst kunnen we daar zo nu en dan aan refereren.
Ik wil graag tegen de minister zeggen dat we rekening moeten houden met het feit dat Zuid-Afrika een buurland is van Zimbabwe. De politieke situatie in dat land baart de internationale gemeenschap grote zorgen en er wordt vaak over gesproken.
Kan het voorzitterschap uitleggen wat zijn mening is over de toekomstige relatie tussen Zuid-Afrika en Zimbabwe en tussen de EU en Zimbabwe? Wat kan de EU doen om de houding van de Zuid-Afrikaanse autoriteiten jegens Zimbabwe te veranderen? Het is belangrijk dat Zuid-Afrika zich pragmatisch opstelt tegenover de bestaande wantoestanden in Zimbabwe, waarvoor het land tot nu de ogen heeft gesloten.
Roche, Raad. - (EN) Mijnheer de Voorzitter, dat is een zeer interessante vraag. Zoals de afgevaardigde heeft gezegd, is het uiterst belangrijk dat de Europese Unie met Zuid-Afrika samenwerkt als het gaat om de gevoelige kwestie-Zimbabwe. Problemen in Afrika kunnen niet worden opgelost door mensen van buitenaf die met het vingertje wijzen. De Europese Unie erkent de leidersrol van Zuid-Afrika, niet alleen wat betreft Zimbabwe maar voor het gehele continent. Zuid-Afrika heeft een bijzonder belangrijke taak te vervullen in zijn eigen gebied in zuidelijk Afrika. Daarom gaan we met het oog op Zimbabwe op bilateraal niveau met Zuid-Afrika samenwerken, zoals we ook doen met de Zuid-Afrikaanse Ontwikkelingsgemeenschap (SADC), waaraan Zuid-Afrika leiding geeft.
Met zowel de SADC als de Afrikaanse Unie is afgesproken dat de situatie in Zimbabwe moet worden besproken als een zaak waar we ons allemaal zorgen over maken. De heer Collins heeft het reeds aangegeven: de crisis in Zimbabwe heeft een directe nadelige invloed op de buurlanden en ook op Zuid-Afrika. Dit punt is besproken tijdens de bijeenkomst van de ministeriële trojka van de EU en Afrika in november 2003. Tevens is de kwestie aan de orde geweest op de onlangs gehouden vergadering van het gemengd comité van hoge ambtenaren van de Europese Unie en de SADC. Gedurende onze politieke dialoog met Zuid-Afrika vorig jaar december is er op constructieve wijze over Zimbabwe van gedachten gewisseld en de Zuid-Afrikanen vonden het goed dat de EU humanitaire bijstand aan die gekwelde staat verleende.
Ik ben het absoluut met de heer Collins eens: de oplossing van de problemen in Zimbabwe ligt voor een deel in handen van Zuid-Afrika. Zuid-Afrika speelt daarin een grote rol en zoals de heer Collins heeft gezegd, moet de Unie op dit punt met dat land samenwerken.
Rübig (PPE-DE). - (DE) Het is bekend dat de handelsbetrekkingen ook een basis kunnen zijn voor het verbeteren van de politieke betrekkingen. Daarom wil ik vragen of men eigenlijk ook van plan is om de algemene voorwaarden voor handelsbetrekkingen tussen het Europese en het Zuid-Afrikaanse midden- en kleinbedrijf te verbeteren? Daardoor zou immers in de armere regio’s een basis voor welvaart kunnen worden gelegd en die welvaart vormt weer de basis voor de totstandkoming van vrede.
Roche, Raad. - (EN) Het antwoord is zonder meer "ja". Zakelijke relaties verbeteren vaak na vredesprocessen en niet daarvoor. Alles wat kan bijdragen aan het economische welzijn van dit gebied, is echter beslist van groot belang. Momenteel hebben we geen specifiek initiatief in gedachten om de inbreng van het MKB in dat deel van het continent te vergroten.
Een aantal punten zijn voor het Ierse voorzitterschap relevant. We hebben geen officiële agenda, maar we kijken bijvoorbeeld naar een evaluatie van de ontwikkelingen in Zuid-Afrika in het kader van de tiende verjaardag van de vrijheid, en van de ontwikkelingen in de EU, met name de uitbreiding. Ook zullen we de ontwikkelingen binnen de Afrikaanse Unie en het Nieuwe Partnerschap voor de Ontwikkeling van Afrika volgen. Een ander belangrijk initiatief is de vorming van de Afrikaanse Unie en NEPAD. De Afrikaanse staten moeten zelf de verantwoordelijkheid voor hun continent nemen, maar wij in Europa moeten hen daarin steunen. De Afrikaanse staten moeten gezamenlijk de schouders eronder zetten. Er is geen andere weg.
Initiatieven als de Afrikaanse Unie en NEPAD zijn van groot belang. Het Ierse voorzitterschap streeft er onder andere naar Afrika hoger op de agenda van de Europese Unie te krijgen. Het zou niet alleen goed zijn voor Europa zelf om meer belangstelling voor Afrika te tonen en er een actievere rol te spelen; Europa is daartoe ook moreel verplicht.
Betreft: Bevordering van goede praktijken bij de kinderbescherming in het jeugdwerk in Europa
Zoals de Raad weet, biedt het EU-programma voor de jeugd mobiliteit en niet-formeel onderwijs aan duizenden jongeren tussen de 15 en 25 jaar in 30 Europese landen. Het biedt jongeren mogelijkheden in de vorm van groepsuitwisselingen en individueel vrijwilligerswerk, en organiseert ondersteunende activiteiten.
Is de Raad voornemens, ten einde ervoor te zorgen dat de Europese Unie het voortouw neemt bij de bescherming tegen misbruik van jongeren die aan dergelijke programma's deelnemen en in het licht van de Ierse Code of Good Practice: Child Protection for the Youth Work Sector (september 2002), onverwijld stappen te nemen, opdat een beleid of strategie inzake kinderbescherming wordt opgenomen in het programma voor de jeugd? Zal de Raad de goedkeuring van een resolutie ter zake voorstellen tijdens de volgende Raad van ministers die bevoegd zijn voor jeugdzaken en zal hij de nodige actie ondernemen om ervoor te zorgen dat een taakgroep op hoog niveau voor de kinderbescherming wordt ingesteld in het kader van de herziening van het communautaire programma voor de jeugd?
Roche, Raad. - (EN) Dat is een zeer interessante vraag, die ik ook had verwacht van een van de jongere leden van dit Parlement.
De Raad begint met de behandeling van het Commissievoorstel voor het jeugdprogramma na 2006 zodra dit officieel door de Commissie is goedgekeurd en aan het Parlement en de Raad is overgelegd. Het zou niet gepast zijn indien de Raad op enigerlei wijze vooruit zou lopen op de inhoud van het voorstel, dat voor honderd procent een initiatief van de Commissie is.
Daarnaast zal het voorzitterschap verdergaan met de werkzaamheden in verband met de nieuwe generatie Europese onderwijs-, opleidings- en jeugdprogramma's. Het jeugdprogramma van het voorzitterschap bevat een ontwerpresolutie over de sociale integratie van jongeren. Daarin worden de lidstaten onder meer verzocht strategieën en voorstellen te ontwikkelen zodat nuttige maatregelen kunnen worden getroffen. De in het Witboek over de jeugd beschreven vraagstukken van sociale integratie moeten daarbij als leidraad dienen.
Ik wil ook met nadruk stellen dat de Raad beseft dat kinderen tegen alle vormen van uitbuiting moeten worden beschermd. Wat dit betreft heeft de Raad een aantal maatregelen genomen, waaronder met name - op 22 december 2003 - een kaderbesluit ter bestrijding van seksuele uitbuiting van kinderen en kinderpornografie. Op grond van het kaderbesluit zijn de lidstaten verplicht specifiek gedrag dat gerelateerd is aan seksuele uitbuiting van kinderen en kinderporno volgens hun eigen nationale wetten als een misdrijf te bestraffen.
Crowley (UEN). - (EN) Dank u wel voor uw antwoord, mijnheer de fungerend voorzitter. U hebt enkele van de zaken aangestipt die ik in mijn aanvullende vraag aan de orde wilde stellen. Nu nieuwe communicatietechnologieën als internet en mobiele telefoons beschikbaar komen, doen zich gevallen voor, zoals onlangs in Ierland, Frankrijk, Italië en Duitsland, waarin pornografische afbeeldingen van tieners op scholen via mobiele telefoons onder medescholieren werden verspreid. Kunt u tijdens uw voorzitterschap specifieke voorstellen doen, niet alleen op wetgevingsgebied, maar ook om partnerschappen op te zetten tussen technici en distributeurs en om hen in bepaalde opzichten verantwoordelijk te stellen voor de manier waarop deze netwerken functioneren?
Roche, Raad. - (EN) De heer Crowley heeft gelijk: de moderne techniek en de snelle ontwikkeling ervan stellen ons voor een uitdaging. De gevallen die de media in Ierland en in andere landen bijvoorbeeld aan de orde hebben gesteld, illustreren hoe moeilijk het is voor de lidstaten om de technologische ontwikkelingen bij te houden en misbruik ervan te voorkomen.
Kinderbescherming - met name in het kader van internet en andere technologieën die in ontwikkeling zijn - is een zaak die duidelijk onze aandacht vraagt.
Met betrekking tot pornografie en het verspreiden van pornografische afbeeldingen - of dat nu is via internet of via de nieuwe mobiele telefoonnetwerken - is het kaderbesluit van 22 december 2003 inzake de bestrijding van seksuele uitbuiting van kinderen en kinderpornografie van belang. Volgens dit kaderbesluit dient iedere lidstaat alle maatregelen te treffen die nodig zijn om alle vormen van misbruik van kinderen strafbaar te stellen.
Het kaderbesluit was gericht op uitbuiting op grond van commerciële belangen of technieken. Dat illustreert nog eens dat de heer Crowley absoluut gelijk heeft. Het kaderbesluit was duidelijk niet gericht op het soort misbruik dat naar voren werd gebracht in de perscommentaren waarop de heer Crowley wees. Het was duidelijk bedoeld om commerciële uitbuiting en commercieel misbruik van nieuwe technieken als vorm van kinderpornografie en uitbuiting te verbieden.
De voorstellen houden in dat iedere lidstaat, met betrekking tot overtredingen op het gebied van kinderpornografie, de nodige maatregelen dient te treffen om de productie, distributie, levering en verkrijging van kinderpornografie strafbaar te stellen. Dit raakt aan het specifieke punt dat de heer Crowley naar voren heeft gebracht over nieuwe technieken van mobiele telefoons met de mogelijkheid foto’s of filmpjes te versturen. Door middel van de kaderrichtlijn kan het probleem dat hij aan de orde stelt, worden aangepakt.
Door deze kaderrichtlijn wordt het de primaire verantwoordelijkheid van de afzonderlijke lidstaten om kwesties die zich op dit terrein voordoen, aan te pakken.
Rübig (PPE-DE). - (DE) Een probleem waarmee de jeugd natuurlijk in de eerste plaats wordt geconfronteerd is de werkloosheid. Werkloosheid werkt ongewenst gedrag in de hand. Christoph Leitl, voorzitter van EuroCommerce, stelde onlangs dat we bij jongeren tussen de 15 en 25 jaar werkloosheid eigenlijk helemaal niet zouden moeten accepteren. We zouden jongeren voor de keus moeten stellen: óf werken, óf leren, zodat ze in de maatschappij integreren. Denkt u dat dergelijke initiatieven ook in het kader van het programma voor de jeugd zouden kunnen plaatsvinden?
Roche, Raad. - (EN) De geachte afgevaardigde heeft gelijk want werkloosheid, met name jeugdwerkloosheid, is een bijzonder moeilijke kwestie. Het algemene proces van Lissabon is deels gericht op het aanpakken van werkloosheid op alle niveaus. Een befaamd politiek leider in mijn eigen land heeft ooit gezegd dat de vloed alle schepen meevoert, met andere woorden, het beste antwoord op armoede en op werkloosheid bestaat uit het scheppen van banen en het scheppen van een goed economische klimaat.
De werkgroep voor de bevordering van goede praktijken bij de kinderbescherming en in het jeugdwerk in Europa signaleert dat er meer samenhang tussen beleidsinitiatieven moet worden geschapen en dat de coördinatie en samenwerking bij het formuleren van sociaal beleid moet worden verbeterd om problemen die zich in deze sector voordoen, te kunnen aanpakken. Het gaat daarbij om beleid inzake huisvesting, onderwijs, opleidingen, maatschappelijke zorg, werkgelegenheid, gezondheid, misdaadpreventie en vele andere zaken.
Armoede heeft veel nare gevolgen en als jongeren met armoede worden geconfronteerd, met name in een moderne samenleving, stelt dit de beleidsmakers voor specifieke uitdagingen, zoals de geachte afgevaardigde aangaf. Ik heb nota genomen van zijn opmerkingen en suggesties.
Uit een enquête onder consumenten die gehouden werd door het Ministerie van Landbouw in Ierland, blijkt dat de meeste consumenten behoefte hebben aan duidelijke informatie over het land van herkomst van vlees.
Wat vindt de Commissie van uitbreiding van de regelingen voor de etikettering van vlees tot de voedingsmiddelensector?
Roche, Raad. - (EN) Ik weet zeker dat we de heer Fitzsimons, een kleurrijk man, allen een spoedig herstel toewensen.
De heer Hyland stelde een zeer belangrijke vraag, gezien de voedselcrises in het algemeen en met name de gezondheidsrisico’s. De Raad is zich bewust van de bezorgdheid die de heer Hyland naar voren brengt. We wachten echter nog steeds op een voorstel van de Commissie, dat als basis moet dienen voor een uitvoerig onderzoek door de Raad. De vraag loopt vooruit op iets wat nog gaat gebeuren. Ik heb begrepen dat de Commissie binnenkort een verslag aan het Europees Parlement en de Raad voorlegt over de toepassing van de huidige regels inzake de etikettering van rundvlees, waarin met name deze kwestie wordt onderzocht. De Raad heeft dan de gelegenheid de kwestie diepgaand te bespreken en zal alles in het werk stellen om de belangen van de consument zo goed mogelijk te beschermen.
Ik wil mijn goede vriend Liam Hyland nog ergens op wijzen. De hele kwestie van de etikettering van vlees en het verband tussen etikettering en consumentenbescherming houdt de heer Hyland al jaren bezig. Met zijn vraag loopt hij vooruit op iets wat de Commissie op het punt staat te doen. Hij loopt al heel lang voor op dit terrein. In zijn vraag gaf hij een terrein aan dat de aandacht van de Commissie, de Raad en het Parlement vereist.
Hyland (UEN). - (EN) Door de vriendelijke woorden van de fungerend voorzitter zou ik er nog bijna spijt van krijgen dat ik mijn ontslag als lid van het Europees Parlement heb aangekondigd.
Zoals we onlangs hebben gezien bij de uitbraak van de vogelpest in Thailand, is informatie over het land van herkomst echt van belang voor de Europese consument. Als de herkomst goed te traceren is, dient elk verkooppunt op de hoogte te zijn van de herkomst van het vlees en andere voedingsmiddelen die er worden verkocht. Ik weet dat producenten en consumenten in mijn eigen land, Ierland, zich zorgen maken omdat veel restaurants deze informatie niet kunnen verschaffen en ik weet dat de minister daar ook van op de hoogte is. Nog afgezien van de veiligheids- en kwaliteitskwesties wordt de consument hierdoor het recht ontnomen de voorkeur te geven aan binnenlandse of Europese producten boven producten afkomstig uit derde landen.
Dan nu de aanvullende vraag die ik wil stellen: onderschrijft de Raad dat consumenten op dit terrein een geldige reden tot bezorgdheid hadden? Ik weet nu dat dit inderdaad het geval is en ik ben de fungerend voorzitter dankbaar voor deze bevestiging. Welke verdere actie kan het voorzitterschap ondernemen om ervoor te zorgen dat deze kwestie in toekomstige voorstellen over etikettering aan de orde komt? Ik weet dat de Raad een zeer positieve inbreng zal hebben bij de uiteindelijke uitkomst van deze belangrijke consumentenkwestie.
Roche, Raad. - (EN) Als een van de vele tevreden ingezetenen van het kiesdistrict van Liam Hylands wil ik het Parlement alleen maar zeggen dat ook ik het betreur dat hij besloten heeft zijn lier aan de wilgen te hangen. Ik twijfel er niet aan dat hij zijn buitengewone energie en talenten elders goed zal weten te benutten. Liams terugkeer naar Ierland is een aanwinst voor Ierland maar een verlies voor dit Parlement.
De geachte afgevaardigde heeft absoluut gelijk. Er zijn geldige redenen om ons zorgen te maken over voedselveiligheid, etikettering en traceerbaarheid. BSE en mond- en klauwzeer bijvoorbeeld hebben het vertrouwen van consumenten in heel Europa danig aangetast. De recente problemen rond de vogelpest waarover de heer Hyland sprak, hebben het consumentenvertrouwen zeer zeker geschaad. Het is niet alleen een belangrijke kwestie: consumenten hebben het recht meteen geïnformeerd te worden over iedere kwestie die in verband met de voedselveiligheid van belang is.
Het Iers voorzitterschap is van plan de discussie over de etikettering te bevorderen - en daar gaat de vraag van de heer Hyland in wezen over - zodra de Commissie haar verslag heeft gepresenteerd, wat hopelijk op korte termijn het geval is. We willen met name dat deze kwestie zo spoedig mogelijk bij de Raad op tafel ligt. In Ierland heeft een speciaal opgerichte groep voor voedseletikettering een uitvoerige studie naar deze kwestie uitgevoerd. Naar aanleiding van het verslag van deze groep heeft mijn collega, minister Walsh, minister van landbouw en voeding, commissaris Byrne in het najaar van 2003 een brief geschreven met het voorstel de etikettering van rundvlees uit te breiden tot de voedingsmiddelensector. Dit is precies wat de heer Hyland aan de orde stelde. Consumenten hebben absoluut het recht te weten waar hun rundvlees vandaan komt en ze hebben absoluut het recht te weten wat er in verwerkt is, want de vervalsing van voedingsmiddelen is een zeer ernstige zaak.
Mijn collega, minister Walsh, heeft de Commissie verzocht met de bezorgdheid op dit terrein rekening te houden als zij haar verslag opstelt en we hopen de mededeling van de Commissie zo snel mogelijk te mogen ontvangen.
De Voorzitter. - Vraag nr. 9 van de heer Ó Neachtain (H-0859/03):
Betreft: Raadpleging van belanghebbenden in de visserijsector
Is de Commissie niet van mening dat vissers en hun beroepsorganisaties intensiever moeten kunnen deelnemen aan en meer moeten worden betrokken bij het besluitvormingsproces in het Gemeenschappelijk Visserijbeleid. En dat het voor het vertrouwen van de vissers in het wetenschappelijk advies dat een rol speelt bij besluiten over het visserijbeheer, noodzakelijk is dat nauwere banden worden aangeknoopt tussen vissers en wetenschappers ter vergroting van de doorzichtigheid van het advies? Is de Commissie niet van mening dat de regionale adviesraden, waardoor vissers en hun vertegenwoordigers worden betrokken bij de besluitvorming, een vooruitgang betekenen?
Roche, Raad. - (EN) Dit is een vraag van de heer ó Neachtain: een degelijke West-Ierse naam.
De Raad deelt de visie van de geachte afgevaardigde dat vissers en hun beroepsorganisaties in staat moeten worden gesteld intensiever deel te nemen aan het besluitvormingsproces van het gemeenschappelijk visserijbeleid. Dat is een van de beginselen van de hervorming van het gemeenschappelijk visserijbeleid zoals die in december 2002 door de Raad is aangenomen. Nauwere banden tussen vissers en wetenschappers zou de transparantie van wetenschappelijk advies ten goede komen en dit dient dan ook te worden gestimuleerd.
De Raad is van mening dat regionale adviesraden - RAR’s - hieraan kunnen bijdragen. Zoals de voorzitter van de Raad in januari tegen de Commissie visserij zei, zullen deze regionale adviesraden een forum bieden waar alle belanghebbenden kunnen samenkomen om belangrijke kwesties te bespreken. Dit dialoogproces moet geleidelijk leiden tot groter onderling begrip en vertrouwen. Een aantal jaren geleden was ik als lid van het Iers parlement voorzitter van een parlementaire commissie die zich boog over de moeilijkheden waarmee de visserij te maken had in verband met ambtenaren in diverse regelgevende instanties in Ierland. We hebben toen onder andere aangegeven dat het soort dialoog dat de heer ó Neachtain binnen de visserijsector propageert, van centraal belang is als we willen dat beide actoren hun eigen rol begrijpen.
De Raad streeft ernaar het besluit over het oprichten van de RAR’s aan te nemen zodra hij heeft kennisgenomen van de standpunten van dit Parlement over deze kwestie. De Raad hoopt deze spoedig te ontvangen. Ik weet dat de heer ó Neachtain een belangrijke en zeer krachtige bijdrage aan dat debat zal leveren.
ó Neachtain (UEN). - (EN) Ik dank de fungerend voorzitter voor zijn uitvoerige antwoord en voor zijn principiële steun aan de regionale adviesraden. Ik ben er heilig van overtuigd dat de visserijsector de komende jaren voordeel zal hebben van deze nieuwe maatregel, die voor het eerst in het gemeenschappelijk visserijbeleid is opgenomen.
Denkt de heer Roche dat de maatregel, als die een succes wordt, een meer geïntegreerd onderdeel van het gemeenschappelijk visserijbeleid zal worden, wat er toe zal leiden dat vissers en belanghebbenden een wettelijke rol krijgen toebedeeld in de ontwikkeling van het gemeenschappelijk visserijbeleid?
Roche, Raad. - (EN) Ik dank de heer ó Neachtain. Het antwoord op zijn aanvullende vraag lag opgesloten in mijn antwoord op de oorspronkelijke vraag. Het voorzitterschap heeft vorige maand duidelijk aangegeven dat de regionale adviesraden een belangrijk forum voor belanghebbenden zijn. Er moeten problemen worden opgelost, maar ik ben het eens met het grondbeginsel dat raadpleging van belanghebbenden in de visserijsector van groot belang is.
Het Iers voorzitterschap zal zich buigen over de vraag hoe we op alle niveaus met burgers - zowel het bedrijfsleven als individuele burgers - communiceren. Het soort ontwikkeling dat de heer ó Neachtain al enige tijd propageert, sluit nauw aan bij het centrale beleidspunt van het Iers voorzitterschap, dat wil zeggen het verbeteren van de relatie tussen de Gemeenschap en de burgers van Europa, of die burgers nu betrokken zijn bij de visserij of de landbouw of bij enige andere sector.
De Voorzitter. - Aangezien de vragen 10 en 11 over een soortgelijk onderwerp gaan, worden zij tezamen behandeld.
Vraag nr. 10 van de heer Alavanos, vervangen door de heer Koulourianos (H-0861/03):
Betreft: Inspanningen voor het vinden van een oplossing van de kwestie-Cyprus
Volgens veel analisten zouden de verkiezingen in de zogenaamde 'Turkse Republiek van Noord-Cyprus' een nieuwe impuls hebben kunnen opleveren in de richting van een oplossing van de kwestie-Cyprus.
Is de Raad van mening dat, rekening houdende met de uitslag van de bedoelde verkiezingen, de kansen op het vinden van een oplossing nu groter zijn dan ervoor? Is het Turkse standpunt bevorderlijk voor het vinden van een oplossing van de kwestie-Cyprus?
Vraag nr. 11 van mevrouw Kratsa-Tsagaropoulou (H-0042/04):
Betreft: Nieuwe ontwikkelingen kwestie-Cyprus - kansen op een oplossing
Tijdens zijn recente bezoek aan de VS heeft de Turkse premier Tayip Erdogan in de Council on Foreign Relations onomwonden verklaard dat het plan-Annan geen basis voor onderhandelingen vormt, maar een referentiepunt voor het houden daarvan. Hij beklemtoonde daarnaast dat aan de onderhandelingen moet worden deelgenomen door een onafhankelijk en onbevooroordeeld land dat politiek gewicht in de schaal legt, alsook een nieuwe vertegenwoordiger van Kofi Annan.
Denkt de Raad, rekening houdend met deze uitspraken en gezien het feit dat Rauf Denktash de officiële onderhandelaar van de Turks-Cypriotische kant blijft, dat een snelle en permanente oplossing van het politieke probleem-Cyprus tot de mogelijkheden behoort?
Denkt de Raad dat Cyprus op 1 mei 2004 als ongedeeld land tot de Europese Unie zal kunnen toetreden, met toepassing van het communautair acquis op het hele grondgebied van het land?
Is de Raad van plan concrete initiatieven te ontwikkelen met het oog op het tot stand brengen van een dergelijke oplossing?
Roche, Raad. - (EN) Deze vragen komen precies op het juiste moment. De Europese Raad heeft herhaaldelijk zijn voorkeur uitgesproken voor de toetreding van Cyprus tot de Europese Unie op 1 mei 2004. De Europese Raad van december 2003 drong er bij alle partijen - met name Turkije en het Turks-Cypriotisch leiderschap - op aan de inspanningen van de secretaris-generaal van de VN, Kofi Annan, te steunen en verzocht in dit verband om een onmiddellijke hervatting van de onderhandelingen op basis van zijn voorstellen. De VN verklaarde opnieuw zich te willen schikken naar de voorwaarden van een akkoord overeenkomstig de grondbeginselen van de EU.
In de weken na de Europese Raad zijn er ontwikkelingen geweest - zelfs de afgelopen 24 uur zijn er ontwikkelingen geweest - die verband houden met de vooruitzichten op een alomvattende oplossing. In Noord-Cyprus is bijvoorbeeld na de verkiezingen van december een coalitieregering gevormd onder leiding van de heer Mehmet Ali Talat, leider van de CTP-partij, die voor een oplossing voor de kwestie-Cyprus en toetreding van een verenigd Cyprus tot de Europese Unie is. De heer Denktash - de leider van de Democratische partij - is de andere coalitiepartner.
Op 23 januari 2004 verklaarde de Nationale Veiligheidsraad van Turkije, na een intensieve overlegprocedure, dat er consensus was bereikt over deelname aan onderhandelingen uitgaande van het plan-Annan en de realiteit op het eiland.
Op 24 januari heeft minister-president Erdogan in Davos de situatie persoonlijk met secretaris-generaal Annan besproken, waarna hij in het openbaar heeft verklaard dat Turkije hervatting van de onderhandelingen op basis van het plan van Annan steunt met het oog op goedkeuring van een akkoord per referendum vóór 1 mei.
Minister-president Erdogan heeft de politieke leiders van Noord-Cyprus, waaronder Rauf Denktash, bij terugkomst uit Davos ontmoet. President Papadopoulos heeft nogmaals gezegd dat de regering van de Republiek Cyprus bereid is zonder voorafgaande voorwaarden deel te nemen aan de hervatte onderhandelingen.
Secretaris-generaal Annan heeft de partijen vorige week uitgenodigd de onderhandelingen over een alomvattende oplossing van de kwestie-Cyprus op grond van deze voorstellen te hervatten. Hij gaf in zijn uitnodigingsbrieven aan dat de partijen die de uitnodiging aanvaarden, zich ertoe verbinden het plan met de hulp van de Verenigde Naties uiterlijk 31 maart 2004 af te ronden en op 21 april 2004 een afzonderlijk en gelijktijdig referendum over het afgeronde plan te houden. De secretaris-generaal deed een beroep op de leiders en vroeg hen te zorgen voor de politieke wil die nodig is om in de korte beschikbare tijd tot dit resultaat te komen.
Volgens het in de brief aangegeven tijdpad sluiten de partijen de onderhandelingen op 26 maart af. Als er dan nog geen volledige tekst op tafel ligt, zal secretaris-generaal Annan de nodige voorstellen doen opdat de tekst op 31 maart kan worden afgemaakt. Dat is een zeer ambitieus tijdpad.
De onderhandelingen met de Grieks-Cypriotische en Turks-Cypriotische leiders zijn gisteren, 10 februari, in New York hervat. Dit biedt de gelegenheid de historische doelstelling van de toetreding van een verenigd Cyprus tot de Europese Unie op 1 mei 2004 te verwezenlijken.
We weten allemaal dat er nog een aantal kwesties moet worden opgelost, maar de Europese Unie steunt de centrale rol van de Verenigde Naties bij de zoektocht naar een alomvattende oplossing. We staan volledig achter dit nieuwe initiatief van secretaris-generaal Annan en de Raad is bereid alle hulp te bieden die hij wenselijk acht voor het welslagen van de onderhandelingen.
De Commissie zal een integrale rol spelen in de hervatte onderhandelingen en alles in het werk stellen om een snelle oplossing overeenkomstig het acquis te bewerkstelligen. Als er een akkoord is bereikt, is de EU bereid financiële steun te bieden voor de ontwikkeling van het noordelijk deel van Cyprus.
De Raad blijft hopen dat ze op 1 mei 2004 een herenigd Cyprus in de EU zal kunnen verwelkomen. Ik moet het Parlement opbiechten dat ik een persoonlijke reden heb om te hopen dat dit op 1 mei gebeurt, in die zin dat de stad waar ik woon tijdens de welkomstdag op 1 mei als gastheer optreedt voor Cyprus. Er rest echter weinig tijd en om de onderhandelingen te doen slagen zullen alle partijen moeilijke compromissen moeten sluiten, en daarvoor is uiteraard veel politieke wil nodig.
De toetreding van een verenigd Cyprus is in het belang van de bevolking van het eiland en ook duidelijk in het belang van de bevolking van Griekenland and Turkije en de Europese Unie.
Posselt (PPE-DE). - (DE) Ik wilde alleen de volgende vraag stellen: kan de Raad uitsluiten dat in het kader van de onderhandelingen over Cyprus, die ik toejuich en steun, achter de schermen toezeggingen aan Turkije worden gedaan over het begin van de toetredingsonderhandelingen dan wel over de toetreding zelf?
Roche, Raad. - (EN) Ik begrijp de vraag, maar dit ligt nu zeer gevoelig. De geachte afgevaardigde weet dat er onderhandelingen met de Grieks-Cypriotische en Turks-Cypriotische leiders gaande zijn op het moment dat wij onder auspiciën van de secretaris-generaal besprekingen voeren in het hoofdkwartier van de Verenigde Naties in New York. We moeten in deze tijd dus allemaal uiterste zorgvuldigheid betrachten als we in het openbaar ingaan op de vooruitzichten van de onderhandelingen. Het kan niet zo zijn dat we via bijzaken, wenken of knipogen tot een resolutie proberen te komen.
Overeenkomstig de toezegging die in december 2002 aan Turkije is gedaan tijdens de Europese Raad in Kopenhagen, zal de Europese Raad in december van dit jaar op basis van het verslag en de aanbevelingen van de Commissie besluiten of Turkije heeft voldaan aan de politieke criteria van Kopenhagen. Aangezien momenteel zeer uitvoerige en gevoelige onderhandelingen plaatsvinden in New York, is dit niet het moment om over andere kwesties te gaan speculeren. De realiteit is dat het aanbod is gedaan, het ligt ter tafel, het zal worden besproken en volgend jaar december zal er een besluit worden genomen. Een en ander staat in verband met de objectieve criteria van Kopenhagen, en dat weten de leden van dit Parlement en de Turkse regering.
Sacrédeus (PPE-DE). - (SV) Het Europees Parlement heeft in het verleden verklaard dat men de Turkse aanwezigheid in Noord-Cyprus als een bezetting beschouwde. De Europese Gemeenschap is geboren als een vredesproject, en het is onze wens om de erfenis van De Gasperi, Schuman, Monnet en Adenauer goed te bewaren. Daarom stel ik de volgende vraag: is het een logisch uitvloeisel van de vredesgedachte van de EU en de erfenis van onze geestelijke vaders, dat wij Turkije een startdatum geven voor onderhandelingen over het lidmaatschap van de Europese Unie, terwijl Turkije als bezettingsmacht in Noord-Cyprus blijft? Met andere woorden, kan men een andere lidstaat van de Europese Unie bezetten en tegelijkertijd het aanbod krijgen om te spreken over lidmaatschap?
Roche, Raad. - (EN) Ik heb al aangegeven wat de objectieve basis is voor de uitspraak over het Turks lidmaatschap.
De Europese Unie is de krachtigste en meest consistente voorstander van de missie van secretaris-generaal Kofi Annan in Cyprus. We zijn ons volledig bewust van de rol die de Turkse regering kan spelen bij de totstandkoming van een resolutie.
Ik kom nog eens terug op het punt dat ik eerder naar voren bracht. De objectieve basis voor de beoordeling van een aanvraag tot lidmaatschap van de Europese Unie is de volledige naleving van de criteria van Kopenhagen. Dat is de basis. Daar valt verder niet over te onderhandelen.
De Voorzitter. - Vraag nr. 12 van de heer Ortuondo Larrea (H-0001/04):
Betreft: Eventuele schending door de Spaanse regering van artikel 6, lid 1 van het EU-Verdrag
Meer dan 100 professoren en hoogleraren Strafrecht aan openbare universiteiten in geheel Spanje hebben een manifest gepubliceerd waarin zij felle kritiek uitoefenen op de strafrechthervormingen die de regering-Aznar in 2003 heeft doorgevoerd. Zij spreken van "zeer betreurenswaardige ontwikkelingen waarvan het einde niet in zicht is".
In het manifest wordt kritiek uitgeoefend op de jongste hervorming van het wetboek van strafrecht, die tot doel heeft het hoofd van de Baskische regering te verhinderen een referendum te organiseren onder de Baskische bevolking, met de dreiging van een gevangenisstraf indien hij hiertoe toch mocht overgaan. In het manifest is te lezen dat het beleid van "verscherping van de onderdrukking" zoals dit door de Spaanse regering op strafrechtelijk gebied wordt gevoerd, kan leiden tot een uitholling van de rechtsstaat die de beschaving aan de wortels zal aantasten.
Is de Raad op de hoogte van deze feiten? In artikel 7, lid 1, van het EU-Verdrag staat dat "de Raad (...) kan constateren dat er duidelijk gevaar bestaat voor een ernstige schending van de in artikel 6, lid 1 genoemde beginselen door een lidstaat, en die lidstaat passende aanbevelingen kan doen". Is de Raad niet van oordeel dat hij de morele, politieke en wettelijke plicht heeft om een onderzoek te doen naar de in dit manifest gedane beschuldigingen en, eventueel, passende aanbevelingen te doen en maatregelen te nemen?
Roche, Raad. - (EN) De Raad verwijst de geachte afgevaardigde naar zijn antwoord op mondelinge vraag H-0806/03 over hetzelfde onderwerp tijdens het vragenuur van de vergaderperiode van januari 2004.
In dit verband benadrukt de Raad het feit dat de Europese Unie is gestoeld op de beginselen vrijheid, democratie, respect voor de mensenrechten en fundamentele vrijheden en de rechtsorde. Deze beginselen gelden in alle lidstaten.
Ortuondo Larrea (Verts/ALE). - (ES) Ik zou graag willen dat deze debatten werden gevolgd door de Ierse burgers die de tijden hebben gekend dat u - de Ieren - afhankelijk waren van de regering van Londen, en die dat nog steeds zijn.
Vrede is de stichtingsdoelstelling van de Europese Unie en als meer dan honderd universitaire docenten en hoogleraren strafrecht in heel Spanje zich genoodzaakt hebben gezien om in het openbaar de afbraak van de rechtstaat door de huidige Spaanse regering aan de kaak te stellen, dan denk ik dat wij niet de andere kant op mogen kijken, als wij de vrede en de integratie willen bevorderen. Vrede en integratie van Europa worden uiteraard slechts bereikt als de democratische beginselen worden gerespecteerd.
Bent u ervan overtuigd dat de Spaanse regering de democratische beginselen van de rechtsstaat respecteert?
Roche, Raad. - (EN) Ik heb alle begrip voor de emotie die uit de vraag blijkt, maar het punt is dat ik echt niets kan toevoegen aan het antwoord dat de geachte afgevaardigde reeds op deze vraag heeft gekregen, zowel vandaag als bij de vorige gelegenheid.
De Voorzitter. - Vraag nr. 13 van de heer Posselt (H-0003/04):
Betreft: Status van Kosovo
Heeft het Ierse voorzitterschap ideeën hoe het vraagstuk in verband met de status van Kosovo kan worden aangepakt?
Roche, Raad. - (EN) De Westelijke Balkan zal tijdens het Iers voorzitterschap natuurlijk een belangrijke prioriteit van het buitenlands beleid van de Europese Unie blijven, zoals dat tijdens de voorgaande voorzitterschappen het geval is geweest. We zullen met name proberen voort te bouwen op de voortgang die het Grieks en het Italiaans voorzitterschap vorig jaren hebben geboekt. Het institutionele kader voor het Iers voorzitterschap wordt geboden door de agenda die tijdens de Top EU-Westelijke Balkan afgelopen juni in Thessaloniki, die ik heb bijgewoond, is overeengekomen. Tijdens die Top is bevestigd dat de toekomst van de landen van de Westelijke Balkan ligt in opname in de structuren van de Europese Unie.
In Kosovo is de laatste tijd aanzienlijke voortgang geboekt op basis van resolutie 1244 van de VN-veiligheidsraad. De Raad steunt Harri Holkeri, de speciale afgezant van de VN voor Kosovo, die bezig is het standards before status-beleid te operationaliseren en vooruitgang probeert te boeken tijdens de rechtstreekse dialoog over praktische kwesties tussen Belgrado en Pristina. We kunnen ons geen betere speciale afgezant wensen dan de heer Holkeri. In Ierland zijn we hem nog steeds dankbaar voor zijn kundigheid, met name op het gebied van onderhandelingen. Dit zijn essentieel onderdelen voor verdere vooruitgang, en die vooruitgang moet uiteindelijk leiden tot de oplossing van de status-kwestie.
In december heeft de Raad het belang van structurele economische hervormingen in Kosovo onderstreept. Voor de tenuitvoerlegging van economische hervormingen is het van wezenlijk belang dat er vooruitgang wordt geboekt bij het privatiseringsproces. De Raad heeft het voorlopig bestuur opgeroepen zijn verantwoordelijkheden op constructieve wijze uit te oefenen en ervoor te zorgen dat het privatiseringsproces zo snel mogelijk wordt hervat.
Het Iers voorzitterschap streeft naar de nauwst mogelijke samenwerking tussen de Europese Unie en de internationale gemeenschap opdat de speciale afgezant, de heer Holkeri, steun wordt verleend.
In november heeft de Raad in het kader van de volledige tenuitvoerlegging van resolutie 1244 van de VN-veiligheidsraad en het standards before status-beleid herhaalt dat de Europese Unie bereid is te helpen bij de realisering van een multi-etnisch en democratisch Kosovo binnen Europa.
Wij hopen dat het verslag dat Hoge Vertegenwoordiger, Javier Solana, op verzoek van de Raad van november in nauwe samenwerking met de Commissie en ook in samenwerking met de heer Holkiri zou voorbereiden, spoedig zal worden besproken. In dat verslag zal worden onderzocht hoe de Europese Unie haar bijdrage aan de tenuitvoerlegging van resolutie 1244 verder kan verbeteren, rekening houdend met de follow-upmechanismen van het stabilisatie- en associatieproces en het belang van een doeltreffende tenuitvoerlegging van het criterium standards before status.
Posselt (PPE-DE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, ik wil de fungerend voorzitter van de Raad danken voor de uitvoerige en grondige beantwoording van mijn vraag. Ik wil daar nog een kritische kanttekening bij plaatsen en ik heb nog een vraag.
In de eerste plaats: normen vóór status - dat krijgen we doorlopend te horen. Alle grote investeerders in Kosovo vertellen mij echter dat ze daar geen duurzame investeringen zullen doen als ze zich niet enige voorstelling kunnen maken van de toekomstige status. De normen vóór status-strategie functioneert dus maar ten dele omdat er gewoon geen zekerheid over de toekomst van Kosovo bestaat. Dat vormt een probleem voor de economische opbouw.
Mijn tweede punt in dit verband is dat de Amerikanen hebben laten weten dat ze in 2005 denken te beginnen met onderhandelingen over de status van Kosovo. Moet de EU zich daarop dan niet uiterlijk dit jaar, in 2004 dus, voorbereiden, zodat ze straks niet voor voldongen feiten wordt geplaatst?
Roche, Raad. - (EN) Om te beginnen heeft de geachte afgevaardigde duidelijk gelijk: economische vooruitgang is zeer afhankelijk van de omstandigheden. In de tijd dat ik als docent verbonden was aan een van onze universiteiten in Ierland zei ik altijd dat vooruitgang een hele gevoelige bloem is die een heel specifiek eco-klimaat nodig heeft dat goed inspeelt op de eigen behoeften. Particuliere investeringen in een probleemregio worden zeker bepaald door het algehele klimaat.
De EU wil de economische ontwikkelingen in Kosovo echter heel graag steunen. In de vierde pijler van UNMIK - ik heb trouwens een hekel aan acroniemen - steunt de EU de revitalisering van de economische activiteiten in Kosovo die moeten leiden tot een moderne openmarkteconomie. Daar draait het om bij de aanvullende vraag. Het doel moet zijn het vormen van een duurzame particuliere sector waarin werkgelegenheid wordt geschapen, want dat is de enige hoop voor de regio. Het doel is een perspectief voor de lange termijn te bieden. Het wetgevende en bestuurlijke kader van Kosovo moet dichter bij de Europese normen komen te liggen. Dat eisen Europese bedrijven voordat ze er zullen investeren.
Het Europees Agentschap voor de wederopbouw blijft duurzame wederopbouw- en ontwikkelingsprogramma’s in Kosovo financieren en beheren. Uiteindelijk moet de oplossing in het land zelf worden gecreëerd door middel van de omstandigheden die de geachte afgevaardigde in gedachten heeft. Het voorzitterschap dringt er bij het voorlopig bestuur op aan een constructieve bijdrage aan dat proces te leveren.
Het document over de normen voor Kosovo - dat op 10 december 2003 is overeengekomen - en de huidige werkzaamheden rond de tenuitvoerlegging ervan kunnen een helder kader bieden waaraan het voorlopig bestuur dient te voldoen, maar ze kunnen ook een kader bieden waarbinnen het benodigde vertrouwen kan worden opgebouwd. In het herzieningsmechanisme dat op 5 november 2003 is aangekondigd, wordt voorgesteld de vooruitgang die het voorlopig bestuur bij de criteria boekt, ieder kwartaal te beoordelen.
Als aan alle criteria wordt voldaan, ontstaat het soort vertrouwen dat nodig is om tot een duurzame economische ontwikkeling te komen. Er zal pas een duurzame economische ontwikkeling ontstaan als het bedrijfsleven en particuliere investeerders van oordeel zijn dat de omstandigheden die nodig zijn om te investeren aanwezig zijn.
Ortuondo Larrea (Verts/ALE). - (ES) Ik zou het Ierse voorzitterschap en de Raad graag willen complimenteren met alle pogingen die zij in het werk stellen om het conflict in Kosovo en andere conflicten in de wereld op te lossen.
De Raad en de instellingen zijn zeer bezorgd over de gebeurtenissen in de wereld en proberen oplossingen aan te dragen om vrede te stichten en conflicten op te lossen. De Europese Unie bemiddelt ook in het conflict in Noord-Ierland en draagt zelfs met economische middelen bij aan het vredesproces.
Mijnheer de fungerend voorzitter van de Raad, denkt u dat het teveel gevraagd is om ook enige moeite te doen voor het politieke conflict in Baskenland, dat ook deel uitmaakt van de Europese Unie.
De Voorzitter. - Dit is weliswaar een goede vraag maar ze is niet relevant, aangezien zij geen verband houdt met de Kosovo-kwestie.
De Voorzitter. - Aangezien de vragen 14, 15, 16 en 17 over een soortgelijk onderwerp gaan, worden zij tezamen behandeld.
Vraag nr. 14 van de heer Martínez Martínez (H-0007/04):
Betreft: Schending van de mensenrechten van Cubaanse gevangenen in de Verenigde Staten
De gevangenisomstandigheden van vijf gevangen Cubaanse onderdanen in de Verenigde Staten van Amerika en met name de belemmeringen voor het contact met hun familieleden vormen een flagrante schending van het internationaal recht en van de mensenrechten door de Noord-Amerikaanse regering. De EU moet zich inzetten voor de bescherming van de mensenrechten overal waar zich schendingen voordoen, en wij kunnen onze verantwoordelijkheid niet ontlopen door aan te voeren dat het bij genoemde schendingen gaat om een bilaterale kwestie tussen de Verenigde Staten en Cuba.
Zal de Raad een gebaar maken door van de Noord-Amerikaanse autoriteiten te verlangen dat hun optreden strookt met de naleving van de mensenrechten en het volkerenrecht als het gaat om de situatie van de betrokken gevangenen en hun familieleden?
Vraag nr. 15 van de heer Marset Campos (H-0036/04):
Betreft: Schending van de mensenrechten van Cubaanse staatsburgers in de Verenigde Staten
De omstandigheden waaronder vijf Cubaanse staatsburgers in de Verenigde Staten gevangen worden gehouden zonder dat zij rechtstreeks contact kunnen opnemen met hun naaste familieleden vormen een flagrante schending van het volkerenrecht en van de rechten van de mens door de Amerikaanse autoriteiten.
Is de Raad niet van mening dat de Europese Unie de mensenrechten moet verdedigen zonder de verantwoordelijkheid af te schuiven door te beweren dat deze schending van de mensenrechten een bilaterale aangelegenheid van de Verenigde Staten en Cuba is? Zal de Raad stappen zetten in deze zaak? Weet het huidige Ierse Raadsvoorzitterschap dat het Italiaanse Voorzitterschap geen antwoord heeft gegeven op de vragen die zijn gesteld door talloze leden die zich zorgen maken over dit geval?
Betreft: Schending van de mensenrechten van de Cubaanse burgers door de VS
De situatie waarin vijf Cubaanse onderdanen die onrechtvaardig zijn veroordeeld en in Miami vastzitten alsmede het totaal ontbreken van contact van twee van hen met hun naaste familieleden vormt een ernstige schending van de mensenrechten door de Noord-Amerikaanse regering.
Is de Raad op de hoogte van de situatie waarin deze mensen verkeren? Overweegt de Raad zich uit te spreken opdat de bescherming van de mensenrechten niet alleen voor een paar enkelingen geldt maar ook echt universeel van toepassing is?
Vraag nr. 17 van de heer Korakas, vervangen door de heer Patakis (H-0061/04):
Betreft: Schending mensenrechten van vijf illegaal vastgehouden Cubanen door VS
De onmenselijke omstandigheden waaronder vijf Cubaanse staatsburgers in de VS worden vastgehouden, voor misdaden die zij niet hebben begaan, en het verbod op elk contact met hun familie vormen een grove schending van het internationale recht en de fundamentele mensenrechten door de Amerikaanse regering.
Is de Raad van plan stappen te ondernemen om te bewerkstelligen dat de VS de rechten van deze vijf Cubanen respecteert, en aldus haar in feite goedkeurend zwijgen te doorbreken? Is het Ierse voorzitterschap van mening dat het aandacht aan dit thema moet besteden of zal het dit dossier naast zich neerleggen net als het Italiaanse voorzitterschap, dat volhardde in haar weigering antwoord te geven op de vele vragen over dit onderwerp van parlementsleden?
Roche, Raad. - (EN) De Raad heeft niets toe te voegen aan de antwoorden die tijdens de vergaderperiode van september 2003 zijn gegeven of aan de antwoorden op vergelijkbare vragen - nummers H-0629/03 en H-0743/03 - die tijdens de vergaderperioden van november en december zijn gegeven.
De Voorzitter. - Hoewel er in principe geen ruimte is voor aanvullende vragen na het antwoord van de fungerend voorzitter van de Raad, geef ik u toch de gelegenheid daartoe.
Martínez Martínez (PSE). - (ES) Dank u, mijnheer de Voorzitter. Om eerlijk te zijn zullen wij vragen blijven stellen zolang het probleem en het lijden die de aanleiding vormen tot onze interventies, blijven voortbestaan en zolang er bureaucratische antwoorden op onze vragen blijven komen, waaruit naar mijn mening weinig respect blijkt voor de vraagsteller.
De vijf gevangenen waar deze vraag over gaat zijn tot zeer strenge straffen veroordeeld in rechtszaken waarbij volgens Amerikaanse getuigen en juristen alle juridische regels met voeten werden getreden en die volgens hen slechts één grote farce waren. Er wordt een loopje genomen met de mensenrechten, temeer daar die niet alleen worden ontzegd aan de gevangenen maar ook aan hun familieleden, die het fundamentele recht op bezoek niet kunnen uitoefenen.
Mijn vraag luidt of de Raad oog heeft voor de mensenrechtensituatie van deze Cubanen, of dat de Raad slechts oog heeft voor de mensenrechten van andere Cubanen over wie in de afgelopen maanden veel opschudding is ontstaan.
Is onze benadering van de mensenrechten op Cuba selectief en afhankelijke van wie ze schendt of wie lijdt onder de schending? Is de fungerend voorzitter van de Raad zich ervan bewust dat de geloofwaardigheid en het gezag van de Europese Unie afhankelijk zijn van onze coherentie? En hierin zijn wij zeer incoherent, hoewel het waar is dat naast de gruwelen die op Guantánamo plaatsvinden dit een relatief minder belangrijke kwestie lijkt.
Roche, Raad. - (EN) Ik zou de heer Martínez Martínez niet graag een bureaucratisch antwoord geven, want ik ken hem al vele jaren en heb veel respect voor hem. We zijn goede vrienden.
De Raad benadrukt nogmaals dat hij iedere schending van de mensenrechten betreurt. De Raad hecht veel belang aan de mensenrechten. Als de Cubaanse regering zich zorgen maakt over het welzijn van haar burgers in de Verenigde Staten, kan zij deze kwestie net als de regering van elk ander land onder de aandacht van de Amerikaanse autoriteiten brengen, zoals bepaald in het Verdrag van Wenen inzake consulaire betrekkingen.
Ik onderschrijf de antwoorden die tijdens voorgaande voorzitterschappen zijn gegeven. Het Verdrag van Wenen inzake consulaire betrekkingen biedt in feite het kader op grond waarvan kwesties van deze aard worden behandeld en op grond waarvan de Cubaanse regering namens haar burgers protest kan aantekenen.
Er is één andere kwestie waarover ik een aanvullende vraag verwacht: toegang. Ik weet dat de toegang van familie tot gevangenen een van de zaken is waarover de heer Martínez Martínez zich zorgen maakt. Het standpunt is dat ieder land het exclusieve en onvoorwaardelijke recht heeft te bepalen welke niet-ingezetenen het tot zijn grondgebied toelaat. Ik kan er niet veel meer over zeggen dan al is gezegd. Ik benadruk echter dat de Raad iedere schending van de mensenrechten betreurt. Zoals de heer Martínez Martínez wellicht weet, was ik vroeger werkzaam als mensenrechtenmedewerker van de Verenigde Naties. Ik neem alle mensenrechtenkwesties zeer serieus, ongeacht waar die zich voordoen en ongeacht welke landen erbij zijn betrokken.
Marset Campos (GUE/NGL). - (ES) Ik zou de fungerend voorzitter van de Raad graag eerst even willen bedanken voor de beschikbaarheid waar hij blijk van heeft gegeven in zijn antwoord, dat ik overigens niet bevredigend vind aangezien hij zich baseert op het Verdrag van Wenen.
De Europese Unie heeft in soortgelijke gevallen in andere delen van de wereld wel actie ondernomen. Het antwoord is daarom volgens mij niet correct aangezien de Europese Unie bij mensenrechtenproblemen tussen twee landen die onder het Verdrag van Wenen vielen wel haar bezorgdheid heeft geuit en als bemiddelaar is opgetreden om ervoor te zorgen dat de mensenrechten geëerbiedigd werden.
Daarom verzoek ik u om uw argumentatie te herzien en te completeren aangezien u anders partijdig dreigt te worden.
Roche, Raad. - (EN) Ik blijf ook nu weer bij het antwoord dat ik ten aanzien van deze kwestie al eerder heb gegeven. Ik zou het ten zeerste betreuren als men uit mijn woorden zou menen te moeten opmaken dat mensenrechtenkwesties waar ook ter wereld op vooringenomen wijze worden benaderd. Mensenrechten zijn een ernstige zaak en ik zou niet willen dat men denkt dat het Iers voorzitterschap of welk ander voorzitterschap van de Europese Unie ook mensenrechtenkwesties met vooringenomenheid benadert. We moeten consequent zijn en, zoals ik al eerder zei, het Verdrag van Wenen inzake consulaire betrekkingen biedt het kader waarbinnen iedere kwestie eerst dient te worden bekeken.
Figueiredo (GUE/NGL). - (PT) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de fungerend voorzitter van de Raad, uw antwoord stelt mij niet tevreden. Ik heb verhalen gehoord van familieleden van Cubaanse burgers die in gevangenissen in de Verenigde Staten onrechtmatig gevangen worden gehouden. Deze gevangenen kunnen geen bezoek ontvangen. Uit één van deze verhalen blijkt dat een moeder absoluut geen toestemming krijgt haar zoon te bezoeken. En dan is er het verhaal van de vrouw van één van deze gevangenen. Die heeft me verteld dat ze geen toestemming krijgt om haar man, die in een Amerikaanse gevangenis wordt vastgehouden, te bezoeken. Dat zijn - en dat is algemeen bekend - schendingen van de meest fundamentele mensenrechten. Ik vraag daarom opnieuw welke maatregelen de Raad gaat nemen om zich sterk te maken voor de rechten van deze moeder en deze echtgenote, opdat ze toegang krijgen tot deze gevangenen die op volstrekt onrechtvaardige gronden in gevangenissen in de Verenigde Staten worden vastgehouden.
Roche, Raad. - (EN) Met het gevaar mezelf te herhalen moet ik het volgende zeggen over de toegang tot gevangenen voor familieleden: de geachte afgevaardigde weet heel goed dat ons standpunt is dat ieder land het exclusieve en onvoorwaardelijke recht heeft te bepalen welke niet-ingezetenen tot zijn grondgebied worden toegelaten. Dat wordt algemeen erkend in het internationaal recht.
Het tweede punt is dat als de Cubaanse regering, die duidelijk verantwoordelijk is voor haar eigen burgers, het gevoel heeft dat er sprake is van een schending van het Verdrag van Wenen, ze de mogelijkheid heeft deze kwesties aan de orde te stellen. Daar kan het voorzitterschap verder weinig aan toevoegen.
Patakis (GUE/NGL). - (EL) Mijnheer de fungerend voorzitter, ik begrijp heel goed dat u zich in een moeilijk parket bevindt als u moet antwoorden op dit acute probleem. Wij moeten echter een antwoord krijgen van de Europese Unie. Wij eisen dat antwoord van de Raad. De Raad neemt ook initiatieven voor andere vraagstukken. Wij weten heel goed dat deze mensen op onmenselijke manier worden behandeld, en het volkenrecht en de mensenrechten worden geschonden.
Wat hebben deze mensen gedaan, mijnheer de fungerend voorzitter? Zij zijn veroordeeld als criminelen omdat zij geprobeerd hebben misdaden van door de Verenigde Staten betaalde terreurorganisaties te verijdelen, misdaden die waren gericht tegen Cuba en tot doel hadden de Cubaanse leiders, en zelfs Fidel Castro, te vermoorden.
Uit dit feit blijkt zonder meer hoe hypocriet en selectief de uitspraken van de VS en de Europese Unie over de bestrijding van het terrorisme zijn. De Europese Unie zwijgt in alle talen over de vrijlating van deze patriottistische strijders voor de democratie en schaart zich aldus geheel achter de campagne tegen Cuba, tegen het land dat een baken is voor de volkeren in dit gebied.
Ik vraag u dan ook, mijnheer de fungerend voorzitter, hoe de Europese Unie zich voelt als zij enerzijds spreekt over de bestrijding van het terrorisme en zich anderzijds in feite medeplichtig maakt aan de maatregelen die de VS neemt tegen de bestrijders van het terrorisme.
Roche, Raad. - (EN) Ik verwerp de zinspeling dat de Europese Unie en zeker dit voorzitterschap ten aanzien van mensenrechtenkwesties tweeslachtig is. Zoals ik al eerder zei, betreuren de Raad en de Europese Unie iedere schending van de mensenrechten, maar nogmaals, als de Cubaanse regering zich zorgen maakt over het welzijn van haar burgers in de Verenigde Staten, kan ze deze kwestie rechtstreeks onder de aandacht van de Amerikaanse autoriteiten brengen, zoals bepaald in het Verdrag van Wenen inzake consulaire betrekkingen.
Daar draait het om. Zo ligt de zaak. Men heeft het recht de kwestie daar aan de orde te stellen. Of de geachte afgevaardigden nu tevreden zijn met dit antwoord of niet, dit is het standpunt dat wordt gehuldigd in het internationaal recht. Dat is in het Verdrag geregeld en daar kan ik niets aan toevoegen.
Crowley (UEN). - (EN) Ik vrees dat ik het de fungerend voorzitter ten aanzien van deze vragen nog moeilijker ga maken.
Ik wil niet zozeer een aanvullende vraag stellen maar eerder een suggestie doen. Mijnheer de fungerend voorzitter, kunt u tegenover dit Parlement aangeven of u bereid bent deze kwestie ergens in de loop van uw voorzitterschap - op tactische wijze - bij uw tegenhangers uit andere lidstaten en de VS en misschien ook Cuba aan te kaarten om zo tot het door ons allen gewenste resultaat te komen?
Roche, Raad. - (EN) Het zou niet tactisch zijn de vraag van de heer Crowley bevestigend te beantwoorden. Hij kent me echter goed genoeg om te weten dat ik brutaal genoeg ben om kwesties, indien nodig, aan de orde te stellen, ook al leidt dat soms tot ongemakkelijke situaties. Ik wil geen valse hoop creëren, maar ik wijs erop dat er voor de regering van Cuba - dat primair verantwoordelijk is voor het welzijn van zijn burgers - mogelijkheden zijn, zeker in het kader van het Verdrag van Wenen, om de kwestie desgewenst aan de orde te stellen.
De Voorzitter. - Aangezien de voor het vragenuur aan de Raad gereserveerde tijd verstreken is, zullen de vragen nrs. 18 t/m 33 schriftelijk worden beantwoord(1).
Het vragenuur is gesloten.
(De vergadering wordt om 19.01 uur onderbroken en om 21.00 uur hervat)