Terug naar het Europarl-portaal

Choisissez la langue de votre document :

 Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Volledig verslag van de vergaderingen
Woensdag 11 februari 2004 - Straatsburg Uitgave PB

9. Europees Agentschap voor maritieme veiligheid
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Aan de orde is het verslag (A5-0021/2004) van de heer Mastorakis, namens de Commissie regionaal beleid, vervoer en toerisme, over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1406/2002 tot oprichting van een Europees Agentschap voor maritieme veiligheid [COM(2003) 440 - C5-0393/2003 - 2003/0159(COD)].

 
  
MPphoto
 
 

  De Palacio, vice-voorzitter van de Commissie. - (ES) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, hoewel het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid nog niet lang geleden opgericht is, heeft de Commissie voorgesteld zijn taken uit te breiden op drie heel specifieke en voor de actualiteit belangrijke gebieden: de strijd tegen verontreiniging door schepen, de opleiding van bemanning en de maritieme veiligheid.

De recente zeerampen hebben duidelijk aangetoond hoe belangrijk het is dat er op Europees niveau nieuwe maatregelen worden aangenomen, niet alleen voor het voorkomen van verontreiniging, maar ook voor de verstrekking en het beheer van middelen om eventuele vervuiling te bestrijden.

Het Agentschap zal met zijn activiteiten voor bestrijding van verontreiniging de bepalingen aanvullen die van kracht zijn binnen de lidstaten en de communautaire acties die al in gang gezet zijn voor de burgerbescherming een meerwaarde kunnen verlenen. Het zal de interventiestelsels van de lidstaten aanvullen maar onder geen beding vervangen. Dat is ook geenszins de bedoeling. Het Agentschap zal gespecialiseerde en polyvalente schepen kunnen bevrachten en naast het distribueren van adequate middelen, technische en wetenschappelijke steun kunnen leveren aan de lidstaten en de Commissie.

Wat betreft het minimale opleidingsniveau van zeevarenden zorgt ons voorstel eenvoudigweg voor gelijkschakeling met de al bestaande bepaling in de verordening tot oprichting van het Agentschap. Daarbij is uit hoofde van Richtlijn 2001/25/EG een belangrijke rol weggelegd voor de Gemeenschap. Daarom dringen wij erop aan dat actief wordt bijgedragen aan de nieuwe procedures voor erkenning van in derde landen aan zeevarenden toegekende kwalificaties.

Ook op het gebied van de burgerbescherming beogen wij met ons voorstel rekening te houden met de nieuwe communautaire bevoegdheden voor de verbetering van de veiligheid van schepen en de havenfaciliteiten. De verordening waarmee deze nieuwe bevoegdheden worden ingevoerd zal binnenkort van kracht worden dankzij het tijdens de eerste lezing bereikte akkoord van Parlement en Raad. Volgens dit akkoord zal de Commissie de efficiëntie van de door de lidstaten ingevoerde controleprocedures moeten controleren. Dat het Agentschap een rol speelt bij deze controles is volkomen terecht. Het Parlement heeft een amendement voorgesteld op de tekst van de verordening betreffende het Agentschap, waarin het kader van deze bijdrage wordt gespecificeerd en in feite geheel tot de controles binnen de particuliere sector wordt beperkt. Hoewel deze benadering beperkter is dan hetgeen wij wilden, zou de Commissie hier toch mee kunnen instemmen.

Tot slot zou ik, mijnheer de Voorzitter, geachte afgevaardigden, willen opmerken dat de standpunten van de Raad en het Parlement op dit punt nauwelijks van elkaar afwijken. Ik zou daarom graag van de gelegenheid gebruik maken om de heer Mastorakis te complimenteren met het werk dat hij heeft verricht. Ik ben van mening dat de amendementen constructief zijn en we hiermee snel tot een overeenkomst kunnen komen met het Parlement, en aldus de het Agentschap zijn nieuwe bevoegdheden kunnen geven. In het bijzonder geldt dit voor het beheer van de middelen tot bestrijding van zeeverontreiniging. Mede dankzij de wijziging van de middelentoewijzing in de begroting van het lopende jaar en toekomstige jaren, beschikken we op Europees niveau over een aantal schepen ter bestrijding van zeevervuiling. Zo kunnen we tenminste optreden tegen iets dat we helaas niet kunnen voorkomen, namelijk nieuwe rampen. Dat risico kunnen we onmogelijk helemaal uitsluiten, maar wij kunnen wel proberen de gevolgen van een ramp, als die zich voordoet, te beperken.

 
  
MPphoto
 
 

  Mastorakis (PSE), rapporteur. - (EL) Mijnheer de Voorzitter, de Commissie heeft voorgesteld de bevoegdheden van het Agentschap uit te breiden, opdat dit Agentschap kan helpen bij de toepassing van de huidige communautaire wetgeving op het gebied van opzettelijke en niet-opzettelijke zeeverontreiniging en de bescherming van de burgerbevolking.

Wij hebben een vrij uitgebreid debat gehad over deze uitbreiding, niet alleen in onze commissie maar ook met ambtenaren van de Commissie. Uiteindelijk konden wij bijna unaniem overeenstemming bereiken over iets dat een gulden middenweg is en ook voor de Raad aanvaardbaar is. Met deze wijziging wordt vooral voorgesteld het Agentschap een ondersteunende functie te geven en niet te tornen aan de bevoegdheden van de lidstaten. Ook zal dit Agentschap de Commissie steun moeten geven in haar werkzaamheden. Ik wil u niet verhelen dat er een intensief debat is gevoerd over deze overdracht van bevoegdheden. Het gaat immers niet alleen om safety maar ook om security. Tot slot hebben wij besloten dat te doen wat haalbaar is, waarbij het feit dat in de taal van de rapporteur safety en security met hetzelfde woord worden vertaald, misschien goed uitkwam.

Wij zijn ervan overtuigd dat als het om een beschermingsmechanisme gaat, een snelle invoering daarvan belangrijker is dan een volledig uitrusting. Voor ons is nu het allerbelangrijkste dat wij snel kunnen optreden als zich een geval voordoet als dat van de Prestige. Dat ongeluk was voor dit Parlement aanleiding om een voorlopige onderzoekscommissie in te stellen. Wij wilden niet alleen te weten te komen wat er was gebeurd maar vooral ook voorstellen krijgen voor de toekomst. Er is trouwens voorzien in een evaluatie van de gewijzigde verordening opdat eventueel de herzieningsprocedure op gang kan worden gebracht. Bij deze gelegenheid wil ik nogmaals erop aandringen dat een eind wordt gemaakt aan de onaanvaardbare behandeling van de kapitein van de Prestige, Apostolos Mangouras, die als misdadiger wordt behandeld. Dergelijke gedragingen zijn onmenselijk en onaanvaardbaar en zullen talentvolle jongeren ertoe aanzetten de beroepen in de zeevaart te mijden, met alle gevaren van dien voor de koopvaardij in de wereld en onze zeeën.

Tot slot wil ik mijn dank betuigen aan alle afgevaardigden en medewerkers die hebben deelgenomen aan dit debat. Ik moet nog wel aantekenen dat onze commissie niet kon instemmen met de door de Begrotingscommissie voorgestelde amendementen omdat volgens ons dergelijke amendementen om inhoudelijke en formele redenen niet opgenomen kunnen worden in een dergelijke verordening.

 
  
MPphoto
 
 

  Hatzidakis (PPE-DE). - (EL) Mijnheer de Voorzitter, het feit dat het verslag van de heer Mastorakis werd goedgekeurd met 45 stemmen voor en 1 stem tegen toont zonder meer aan dat heel het Parlement instemt met de inhoud van dit verslag.

Wij hebben van meet af aan duidelijk gemaakt dat wij konden instemmen met het voorstel van de Commissie tot uitbreiding van de bevoegdheden van het Agentschap voor maritieme veiligheid. Dit was noodzakelijk, zoals mijns inziens ook duidelijk blijkt uit de schipbreuk van de Prestige. Daarom hebben wij van meet af aan steun gegeven aan het verslag van de heer Mastorakis. Veelbetekenend was mijns inziens ook de houding die onze partij en meer algemeen het Europees Parlement hebben aangenomen ten aanzien van het verslag-Sterckx. Daarin werden voor het eerst bepaalde ideeën geopperd, ideeën die nu hun beslag hebben gevonden in Commissievoorstellen.

Ik ben blij dat ik vanavond hier in de plenaire vergadering namens de Europese Volkspartij nogmaals steun kan betuigen aan het verslag van de heer Mastorakis. De rapporteur heeft geprobeerd tot overeenstemming te komen met de Raad, opdat wij nog in eerste lezing en dus zonder vertraging dit probleem konden afhandelen. Dit overleg met de Raad liep echter niet altijd van een leien dakje aangezien tot convergentie moest worden gekomen met bepaalde lidstaten die problemen hadden met het subsidiariteitsbeginsel. Uiteindelijk konden deze problemen worden opgelost en daarom wil ik nogmaals de rapporteur gelukwensen met zijn verslag.

Afgezien hiervan wil ik, niet als vertegenwoordiger van de Europese Volkspartij maar als Grieks afgevaardigde, zeggen dat ik het roerend eens ben met hetgeen de rapporteur zei over de Griekse kapitein. Ook ik hoop dat de Spaanse autoriteiten alles in het werk zullen stellen om een billijke behandeling mogelijk te maken.

 
  
MPphoto
 
 

  Poignant (PSE). - (FR) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw de commissaris, er zijn maar zelden vergaderingen waarin het niet gaat om de maritieme veiligheid. Deze vergadering is geen uitzondering op deze regel. Er is echter wel consensus bereikt. We zijn het namelijk, volgens mij, grotendeels eens met het verslag van onze collega.

Ik wil enkele opmerkingen maken over twee of drie punten. Allereerst de toevluchtsplaatsen. Ik denk, mevrouw de commissaris, dat als de werkzaamheden zijn afgerond, het goed is een Europees overzicht te maken van de toevluchtsplaatsen, toevluchtshavens en toevluchtsprocedures, zodat deze in volledige transparantie bekend zijn bij onze medeburgers.

Verder kort iets over het Agentschap zelf. Dat is gevestigd in Lissabon. Ik wens het veel succes in de haven van Lissabon, maar laten we niet vergeten dat het moet zorgen voor regionale technische agentschappen en, mevrouw de commissaris, we mogen niet talmen. We moeten zorgen dat het Agentschap op het operationele vlak, dus wat zijn uitrusting aangaat, zo snel mogelijk gereed is. Regionale technische agentschappen zijn, naar ik meen, gepland op de Atlantische Oceaan, de Middellandse Zee, de Baltische Zee en de Adriatische Zee.

Ten slotte heb ik gisteren in het verslag van de Commissie over de vooruitzichten voor de periode 2007-2012 gelezen dat u een Europees Agentschap voor de grensbewaking voorstelt, met een Europees korps van grenswachten. Ik denk dat we daarbij ook aan de zeegrenzen moeten denken. Wat u gezegd hebt over de landsgrenzen verdient ook in dat perspectief te worden meegenomen, niet door het op een identieke wijze toe te passen maar veeleer door het naar het maritieme vlak te transponeren.

Ter afsluiting denk ik, mevrouw de commissaris, dat de werkzaamheden nog verre van afgerond zijn. Er is één terrein waarop wij met name moeten doorzetten, namelijk goedkope vlaggen. Als ik me niet vergis kun je namelijk in Panama een schip laten registreren voor 1500 dollar, via een advocaat die als stroman dient voor een anonieme, steenrijke eigenaar. Zolang men dit kan doen zonder dat iemand daar wat van zegt, blijft er gevaar dreigen voor de zeelieden en voor het milieu.

 
  
MPphoto
 
 

  Vermeer (ELDR). - Voorzitter, mevrouw de commissaris, collega's, het algemeen belang van het huidige Europese maritieme veiligheidsbeleid is er enorm mee gebaat wanneer wij ervoor zorgen dat het EMSA snel van start gaat. Ik vind het fijn dat collega Mastorakis zo zijn best heeft gedaan om ervoor te zorgen dat we in een korte tijd efficiënt konden werken. Ik ben niet droevig over de inperkingen rondom de veiligheid, hoewel sommigen deze misschien zouden willen toevertrouwen. Ik denk dat alles nu heel duidelijk is afgebakend. Het streven om fysieke veiligheidsmaatregelen onder de bevoegdheid van het Agentschap te brengen zou het alleen maar controversieel kunnen maken en had dus de snelle oprichting kunnen belemmeren. De toegevoegde waarde ligt voor mij dan ook in een betere coördinatie van de kennis en middelen die nu al in de verschillende lidstaten beschikbaar zijn.

Het is belangrijk dat wij morgen ‘ja’ kunnen zeggen, vooral omdat we dit dan begin maart juridisch kunnen verankeren, zodat het EMSA nog voorstellen voor de begroting in 2005 kan doen hetgeen vóór 1 april zou moeten gebeuren. Aldus ontstaat er ruimte om de bevoegdheid inzake olieopruiming van het Agentschap ook in de praktijk om te zetten. De nodige investeringen in nieuw materiaal worden mogelijk. Ik vind het heel positief dat het Agentschap ook bevoegd wordt om opleidingen uit derde landen te toetsen. Het grootste gevaar op zee is immers het menselijk falen. Daarmee wordt de onkunde dus kleiner. Het is jammer dat de opsporingsbevoegdheden bij scheepsrampen wat magertjes zijn uitgevallen. Hier is immers slechts sprake van het uitwisselen van methodologie en data. Dat is voor mij iets te weinig actief.

Ik zou nog aan mevrouw de commissaris willen vragen: als er akkoorden met derde landen zouden worden gesloten, is het dan niet verstandig om ervoor te zorgen dat Rusland één van de eerste landen is waarmee dit gebeurt, zodat we de kust van Europa veiliger maken?

 
  
MPphoto
 
 

  Ortuondo Larrea (Verts/ALE). - (ES) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw de commissaris, de ramp met de Prestige was een heel bittere ervaring, en daarom legt de Commissie ons nu een voorstel voor tot wijziging van de verordening die aan het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid ten grondslag ligt. Wij zijn het ermee eens dat de bevoegdheden van dit Agentschap worden uitgebreid, opdat het een helpende hand kan bieden: bij vervuiling - ten gevolge van een ongeluk dan wel opzettelijk - en bij de bescherming van de bevolking. Belangrijk is ook dat het Agentschap systematische inspecties kan uitvoeren op veiligheidssystemen op schepen en in havens.

Wij zijn er ook voorstander van dat het Agentschap betrokken wordt bij de procedure voor de erkenning van door derde landen afgegeven diploma’s van zeelieden. Ik zelf vind dat het Agentschap ook de bevoegdheid moet krijgen tot het homologeren van de maatregelen voor het toezicht op de nakoming van de Marpol-regels en andere bepalingen, om te verhinderen dat resten stook- en smeerolie op zee geloosd worden.

Wij vinden dus dat het Europees Agentschap de beschikking moet krijgen over al de middelen - geld, personeel en materieel - die nodig zijn om zich van de zojuist genoemde taken naar behoren te kunnen kwijten. Er moet om te beginnen een noodplan worden opgesteld voor eventuele rampen. Dat plan moet de gehele kust bestrijken, van Gibraltar tot Rusland, en - afhankelijk van de omstandigheden - specifieke maatregelen inhouden voor de Atlantische Oceaan, het Middellandse Zeebekken, de Oostzee, de Noordzee, enzovoorts. Er moet verder een plan worden opgesteld voor het verwerken van de olieresten die tijdens opruimingsacties van stook- en smeerolie zijn verzameld.

Daarnaast zal er voor het Agentschap een vloot voor snelle interventie moeten worden samengesteld. In die vloot dienen ook schepen voor gespecialiseerde bergingstaken te worden opgenomen, en die schepen moeten over de middelen beschikken om de olie in de tanks van schepen die zich in moeilijkheden bevinden over te pompen. Het Agentschap moet personeel krijgen dat voldoende gekwalificeerd is om te kunnen vaststellen of de procedures voor het toezicht goed functioneren en of de Europese havens en de schepen die in de communautaire wateren varen - alle schepen, en dus niet alleen die welke een haven aandoen - de veiligheidsbepalingen en de maatregelen voor het voorkomen van vervuiling toepassen.

Ik dank de heer Mastorakis voor zijn verslag. Wij steunen dit voorstel van de Commissie, al hadden we graag gewild dat het iets verder was gegaan.

 
  
MPphoto
 
 

  Queiró (UEN). - (PT) Mijnheer de Voorzitter, het kan geen kwaad nogmaals eraan te herinneren dat het Parlement, de Commissie en de Raad snel en doeltreffend hebben gereageerd op de tragische ongelukken met de olietankers Erika en Prestige voor de Europese kusten en relevante wetgeving hebben aangenomen. In dit kader wilde ik de oprichting van het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid noemen, dat gevestigd zal zijn in Lissabon, waar ik natuurlijk zeer verheugd over ben. Ook wil ik erop wijzen dat het Parlement een tijdelijke commissie heeft ingesteld voor de verbetering van de maritieme veiligheid en wij het verslag daarvan met belangstelling tegemoet zien. Dat wij hier vandaag opnieuw spreken over dit onderwerp, en wel met het oog op de uitbreiding van de bevoegdheden van het Agentschap, geeft duidelijk aan dat, in tegenstelling tot wat vaak gebeurt, de tijd en de aandacht van de media voor de gebeurtenissen ons vermogen tot politiek handelen en tot het begeleiden van deze materie niet doen afnemen.

Laten we een blik werpen op de gebieden waarvoor de Commissie uitbreiding van de interventiebevoegdheden van het Agentschap voorstelt. Ten eerste het bestrijden van zeeverontreiniging. Wij hebben er altijd op gehamerd dat de lidstaten bij een ongeluk moeten coördineren en samenwerken. De praktijk heeft uitgewezen dat geen enkele lidstaat erin slaagt met eigen middelen het weglekken van grote hoeveelheden olie tegen te gaan. Het heeft dus duidelijk voordelen om bij dit soort gebeurtenissen op gecoördineerde wijze en gemeenschappelijk op te treden, en hierbij kan het Agentschap een belangrijke rol vervullen. Bovendien is voor ons Portugezen de nieuwe taak van het Agentschap - het tegengaan van ongelukken - de toegevoegde waarde van het voorstel, omdat wij een kuststaat zijn met een lange kustlijn waar talrijke vaarwegen samenkomen. Het is evenwel noodzakelijk de werking en het optreden van het Agentschap zo exact mogelijk te bepalen, vooral wanneer het gaat om speciale schepen die de lidstaten ter beschikking worden gesteld bij het bestrijden van verontreiniging en om het systeem voor het charteren van deze schepen.

Ten tweede de opleiding van zeevarenden. Hier hebben wij geen enkel bezwaar tegen, vooral niet als het gaat om de wijze waarop het Agentschap deelneemt aan de procedures voor het erkennen van de bevoegdheidscertificaten van zeevarenden uit derde landen.

Ten derde het optreden van het Agentschap op veiligheidsgebied. Hiermee hebben wij meer problemen, omdat het initiatiefvoorstel van de Commissie lijkt te botsen met de bevoegdheden van de lidstaten op het gebied van de interne veiligheid en de strijd tegen het terrorisme. Met de door onze collega-rapporteur voorgestelde en door de Commissie regionaal beleid, vervoer en toerisme goedgekeurde amendementen zijn wij erin geslaagd niet alleen het optreden van het Agentschap te beperken tot enkele duidelijk afgebakende terreinen, die stroken met de nieuwe gemeenschappelijke bevoegdheden uit hoofde van de richtlijn inzake veiligheid van schepen en haveninstallaties, maar ook ervoor te zorgen dat deze activiteiten een aanvulling zijn van de prerogatieven van kustlanden en deze niet aantasten. Samengevat: wij zijn het eens met de evenwichtige benadering van de rapporteur en feliciteren hem met de geweldige bijdrage die hij heeft geleverd aan het vergroten van de maritieme veiligheid en het voorkomen van zeeverontreiniging. Wij mogen nooit meer vergeten dat schade van dergelijke ongelukken geen grenzen kent.

 
  
MPphoto
 
 

  Souchet (NI). - (FR) Mijnheer de Voorzitter, als we misbruik of de verleiding daartoe willen vermijden is het van essentieel belang dat wij de taken van de communautaire agentschappen - waarvan het aantal met duizelingwekkende snelheid lijkt te moeten toenemen - heel precies omschrijven. Het ons voorgelegde voorstel tot uitbreiding van de bevoegdheden van het Agentschap voor maritieme veiligheid op met name twee gevoelige terreinen, is door ons dan ook buitengewoon aandachtig bestudeerd.

Wat de schepen voor verontreinigingsbestrijding betreft, moet ik zeggen dat wij weliswaar a priori geen enkel bezwaar hebben tegen mutualisering van de ontwikkelingskosten, maar wel duidelijk moet worden bevestigd dat de verantwoordelijkheid en het initiatief voor preventie en bestrijding van mariene verontreiniging eerst en vooral bij de kuststaten liggen en dat de Commissie zich moet beperken tot eventuele aanvullende maatregelen. Het subsidiariteitsbeginsel dient daarbij nauwgezet en verstandig te worden toegepast. Het moet hoe dan ook vermeden worden dat communautaire bemoeienis de efficiëntie in gevaar brengt van de beproefde bevelsystemen, zoals bijvoorbeeld gebeurd is bij de coördinatie van de nationale, communautaire en extracommunautaire middelen door de Franse Atlantische havenpolitie toen de Prestige was gezonken.

De uitbreiding van de bevoegdheden van het Agentschap tot het gebied van de strijd tegen het terrorisme moet binnen duidelijke grenzen blijven. Zo is het uiteraard niet de taak van het Europese Agentschap om zich te bemoeien met het inspectieprincipe en evenmin om mogelijke sancties voor te stellen. Het Agentschap moet zich beperken tot een zuiver uitvoerende rol op het gebied van scheepsinspectie en havenfaciliteiten. We zullen uitermate waakzaam moeten zijn met betrekking tot deze buitengewoon gevoelige kwestie voor de veiligheid van de lidstaten, en zien te voorkomen dat verwarring ontstaat en subcontractanten zich verantwoordelijkheden aanmatigen die hun niet toekomen.

 
  
MPphoto
 
 

  Figueiredo (GUE/NGL). - (PT) Mijnheer de Voorzitter, wij weten allen dat de Commissie naar aanleiding van de schipbreuk van de Prestige besloot een voorstel te doen tot wijziging van de verordening tot oprichting van het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid, en dat zij daarbij het gebrek aan coördinatie van de door de lidstaten ondernomen acties aan de kaak stelde. Welnu, ook al heeft deze schipbreuk en de tragedie die hierdoor in de getroffen gebieden, en met name in Galicië, ontstond voor de mens, het milieu en de economie inderdaad duidelijk gemaakt dat het noodzakelijk is doeltreffender op te treden en de acties van de lidstaten beter te coördineren, kan en mag dit er niet toe dienen de bevoegdheden van het Agentschap uit te breiden tot gebieden die duidelijk onder de verantwoordelijkheid van de lidstaten vallen. Dat zou ertoe kunnen leiden dat de kosten verdubbelen of dat de landen zich niet meer verantwoordelijk voelen. Daardoor zouden bovendien vragen kunnen rijzen omtrent de soevereiniteit, en tot bevoegdheidsconflicten kunnen leiden.

Dus stelt zich de vraag tot waar de bevoegdheden van het genoemde Agentschap kunnen en moeten worden uitgebreid - overigens verheugt het mij zeer dat het Agentschap in Portugal wordt gevestigd, en hoop ik dat dit snel zal gebeuren, en ik zou graag de commissaris hierover willen horen - en of deze bevoegdheden het subsidiariteitsbeginsel niet ter discussie stellen. De rapporteur zegt dat het werk van het Agentschap in de strijd tegen de verontreiniging juist uit technische en wetenschappelijke bijstand zal moeten bestaan, en niet in de plaats mag komen van de verantwoordelijkheden van de lidstaten, en dat, wanneer door de belanghebbende regering een verzoek in die zin wordt gedaan, een dergelijk optreden altijd onder het gezag zal staan van degene door wie de schoonmaakoperaties zullen worden geleid.

Deze opstelling lijkt mij juist, gezien het feit dat geen enkele lidstaat erin slaagt met eigen middelen grote hoeveelheden olie te vegen. Het Agentschap kan hierbij bijstand verlenen maar mag niet in de plaats treden van de lidstaten. Het kan en mag niet het Agentschap zijn dat strijdt tegen terroristische acties en dat gedecentraliseerde bevoegdheden naar zich toetrekt wat de controle op de doeltreffendheid van de veiligheidssystemen van de lidstaten op schepen en in havens betreft. De vestiging van het Agentschap kan bijdragen aan een versterking van de maritieme veiligheid via samenwerking met de nationale overheden en ondersteuning van de lidstaten. Dan zal het Agentschap een toegevoegde waarde creëren op technisch en wetenschappelijk gebied en niet fungeren als een supranationaal orgaan dat controle uitoefent op de veiligheid of zelfs op visserijactiviteiten.

 
  
MPphoto
 
 

  Jarzembowski (PPE-DE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw de vice-voorzitter, veel van wat de vorige spreekster gezegd heeft, met name haar bedenkingen ten aanzien van de bevoegdheid van het Agentschap, deel ik absoluut niet. Weet u, als we naar het verleden kijken - de Erika, de Prestige - dan is toch gebleken dat de lidstaten niet in staat zijn de problemen zelf tijdig op te lossen. We hebben het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid nodig en dat geldt ook voor de uitbreiding van de bevoegdheden van het Agentschap.

Wij hebben ons als Parlement altijd achter het Agentschap geschaard. Ik hoef u er maar aan te herinneren dat we in de herfst de plannen van de Raad om banen te schrappen bij het in de oprichtingsfase verkerende Agentschap in de eerste lezing van de begroting onmiddellijk hebben teruggedraaid.

Mevrouw de vice-voorzitter, ik vind dat het voorstel van de rapporteur om het Agentschap van voldoende - en dan ook echt voldoende - financiële middelen te voorzien ook moet worden opgevolgd. Die middelen zijn nodig om op verzoek van de kuststaten schepen, materieel en dergelijke snel te kunnen charteren en bij verontreiniging van de zee snel hulp te kunnen bieden. Daartoe moeten echt voldoende middelen beschikbaar worden gesteld.

Ik ben natuurlijk ook enigszins sceptisch. We moeten het Agentschap niet belasten met algemene beveiligingstaken. De primaire taak van het Agentschap voor maritieme veiligheid is te zorgen voor veiligheid met betrekking tot materieel, schepen en faciliteiten, niet om ons in het algemeen tegen terroristen te beveiligen. We moeten oppassen dat we geen verwachtingen wekken die het Agentschap niet waar kan maken.

Mevrouw de vice-voorzitter, omdat we met de oprichting van dit Agentschap nieuw terrein betreden - in dit geval water - hebben we erop aangedrongen dat het Agentschap snel een gedetailleerd werkprogramma presenteert. We willen dat werkprogramma met u bespreken, mevrouw de vice-voorzitter, omdat u als commissaris immers verantwoordelijk bent voor de werkzaamheden van het Agentschap. Het Agentschap staat niet op zichzelf en leidt geen eigen leven, maar de Commissie is zogezegd aansprakelijk voor de efficiëntie van het Agentschap. Ik twijfel er niet aan, mevrouw de vice-voorzitter, dat dit bij u in goede handen is. We moeten het echter zorgvuldig bespreken, want we mogen het Agentschap niet met allerlei taken opzadelen zonder daarvoor voldoende personele en financiële middelen beschikbaar te stellen. Daarmee zouden we het Agentschap in de problemen brengen. We moeten dus zorgvuldig met elkaar bespreken, welke taken het Agentschap moet verrichten, welke taken het kan verrichten en welke middelen daarvoor nodig zijn.

Ik sluit me bij een van de vorige sprekers aan, mevrouw de vice-voorzitter: ik zou vanavond al gelukkig zijn wanneer u ons zou kunnen zeggen hoe snel het Agentschap kan verhuizen. We zijn altijd blij geweest dat het Agentschap zijn werk in Brussel kon beginnen, omdat het werk noodzakelijk en urgent is. Nu de staatshoofden en regeringsleiders na lang zoeken en wroeten in alle steden van Europa eindelijk voor Lissabon hebben gekozen, moeten we niet nog twee jaar voorbij laten gaan met het huren van ruimtes en het beschikbaar stellen van een kantoor, alvorens men met het werk kan beginnen. Misschien kunt u iets zeggen over het tijdschema dat u voorziet, want we willen de verhuizing naar Lissabon snel realiseren; we willen snel een effectief Agentschap.

Tot slot wil ik nog één opmerking maken: ik ben vroeger ooit rechter geweest. Daarom vind ik dat we voorzichtig moeten zijn met uitspraken over de kapitein van de Prestige. Ook ik denk dat hij de mogelijkheid zou moeten krijgen om Spanje te verlaten zodat hij terug kan naar zijn vaderland, Griekenland, dat deel uitmaakt van de gemeenschappelijke interne markt. In een democratie, in een rechtsstaat bestaat er echter een scheiding der machten. Het zijn niet de Spaanse autoriteiten, maar het is de Spaanse rechter die hem belet het land te verlaten. We moeten als Parlement erg voorzichtig zijn en de onafhankelijkheid van de rechter respecteren.

 
  
MPphoto
 
 

  Miguélez Ramos (PSE). - (ES) Mijnheer de Voorzitter, de ramp met de tanker Prestige voor de Galicische kust heeft duidelijk gemaakt dat het aan een aantal dingen schort. Vooral de coördinatie tussen de lidstaten bij het bestrijden van vervuiling laat te wensen over. De Commissie doet nu een voorstel tot wijziging van de niet al te lang geleden aangenomen verordening voor het instellen van de een Europees Agentschap voor maritieme veiligheid, het Agentschap dat in de nasleep van de ramp met de Erika is opgezet. Dit Agentschap zou meer moeten kunnen doen dan alleen maar ondersteuning bieden in geval van vervuiling, het zou ook moeten kunnen optreden tegen illegale handelingen.

Ik vind het voorstel op het punt van vervuiling ietwat onduidelijk. Het Agentschap zou moeten beschikken over de nodige middelen om te kunnen interveniëren wanneer een lidstaat daarom verzoekt. Die ondersteuning zou dan onder het gezag van die lidstaat moeten worden geplaatst, met gespecialiseerde schepen die, zoals gezegd, op verzoek van een lidstaat gecharterd kunnen worden om aan die lidstaat ter beschikking te worden gesteld. Het is niet duidelijk of deze schepen moeten worden aangeschaft, permanent geleasd of gecharterd wanneer dat nodig mocht blijken. Ik zou graag een duidelijk verklaring over dit onderwerp willen horen. Ik heb in Galicië, tijdens de crisis met de Prestige, na een bezoek van de directeur van het Agentschap, namelijk gelezen dat één van deze schepen een permanente basis in Fisterra zou hebben.

In de amendementen van de rapporteur wordt gesteld dat de eerste verantwoordelijkheid in geval van vervuiling bij de kuststaten ligt. Die zouden over de nodige middelen moeten beschikken, iets dat voor enkelen onder ons logisch is. Het Agentschap zou volgens het subsidiariteitsbeginsel pas in actie kunnen komen nadat daarom is gevraagd. Dat beginsel mag evenwel niet gebruikt worden als rechtvaardiging voor een passieve houding van de Gemeenschap. Het idee dat dit zaken zijn die onder de bevoegdheid van de lidstaten vallen, en niet onder die van de Unie, houdt geen steek. We hebben bij de ramp met de Prestige vastgesteld dat er een lidstaat is met een enorm uitgestrekte kustlijn die zelfs niet over de meest elementaire middelen beschikte - en nog steeds niet beschikt - om in geval van nood adequaat te kunnen reageren.

De Commissie dient er zich nu eindelijk rekenschap van te geven dat er mechanismen moeten worden ontwikkeld om een communautair antwoord op dit soort incidenten te kunnen geven. Er moet gewerkt worden aan coördinatie op Europees niveau voor het bijeenbrengen van de middelen om op noodsituaties en rampen te kunnen reageren.

We hadden aanvankelijk onze reserves bij deze nieuwe verantwoordelijkheden. We zijn evenwel net als de rapporteur van oordeel dat het Commissievoorstel gesteund moet worden, aangezien het bijdraagt tot meer veiligheid in het verkeer op zee.

 
  
MPphoto
 
 

  Dillen (NI). - Mijnheer de Voorzitter, geachte collega's, zoals dat in de nationale politiek jammer genoeg maar al te vaak het geval is, lijdt ook de Europese politiek aan het syndroom dat bij milieurampen al te vaak reactief in plaats van proactief wordt opgetreden bij het uitwerken van afdoende maatregelen. Zo was de ramp met de olietanker Erika nodig om over te gaan tot de oprichting van een Europees Agentschap voor maritieme veiligheid. Nog geen jaar nadat deze verordening werd aangenomen, werd Frankrijk geconfronteerd met de ramp met de olietanker Prestige. Daarom wordt hier nu een voorstel voorgelegd om deze verordening te wijzigen ten einde de lacunes eruit weg te nemen.

Een dergelijk Agentschap dat goed functioneert, kunnen we alleen maar toejuichen. Toch wil ik enkele bedenkingen formuleren. Eén, het is een goede zaak dat het Agentschap over voldoende financiële middelen zal beschikken om met speciale schepen de verontreiniging te bestrijden, indien een lidstaat hier om vraagt. Achter dit milieuaspect kan mijn partij zich onvoorwaardelijk scharen.

Twee, wij steunen ook het voorstel om het Agentschap een rol te geven bij de vaarbevoegdheidsbewijzen op voorwaarde dat de hoogwaardigheid van de huidige opleidingen gegarandeerd blijft.

Bij punt drie wil ik even een kanttekening plaatsen. Het moet niet dit Agentschap zijn, maar het moeten de bevoegde havenautoriteiten zelf blijven die belast zijn met de uitvoering van veiligheidsmaatregelen tegen terreurdreiging. Wat dat betreft, kan ik als Antwerpenaar zeggen dat de Antwerpse haven bijvoorbeeld op dat vlak heel wat inspanningen heeft verricht om de veiligheid van haar infrastructuur in overeenstemming te brengen met de voorschriften van de Amerikaanse douaneautoriteiten terzake. Zoals enkele maanden geleden het geval was met de zelfafhandeling moeten wij ons hier verzetten tegen de Europese drang van de Commissie om één centralistisch model voor alle havens in Europa in te voeren en blijven wij voorstander van het eeuwenoude hanzeatische model dat de welvaart, de expansie, de werkgelegenheid en de veiligheid van onze Noord-Europese havens heeft gewaarborgd.

 
  
MPphoto
 
 

  Cardoso (PPE-DE). - (PT) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw de commissaris, geachte afgevaardigden, wij zijn door de meest recente ongelukken op zee voor de Europese kusten wakker geschud. Wij beseffen dat het tijd is om te handelen, dergelijke ongelukken te voorkomen en de gevolgen daarvan doeltreffend en zonder tijdverlies te bestrijden. De meest welkome ontwikkeling is de oprichting van de structuur waarbinnen dit optreden zal worden gecoördineerd, namelijk het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid. De heldere en duidelijke doelstellingen hiervan zullen leiden tot meer doeltreffendheid en verantwoordelijkheid.

Het hoofddoel is preventie en bestrijding van door scheepsongelukken veroorzaakte zeevervuiling en dat is ook hetgeen iedereen het meest verwacht. De hulpbronnen van de zee moeten worden beschermd. Het grootste deel van onze planeet bestaat immers uit zee. De zee is de levensbron van de toekomst. Het is weliswaar onvermijdelijk dat mensen de zeeën bevaren maar dan moeten zij wel verantwoordelijk worden gesteld voor de staat van de schepen, voor de personen die daarop werkzaam zijn en voor de mensen die in deze sector aan land werken. Dus is het absoluut noodzakelijk dat de vaarwegen worden gecontroleerd, dat ze veilig zijn en dat schepen worden geïnspecteerd. Dit kan men bereiken door een versterking van het reeds bestaande model, van zowel de inspecties als de frequentie van inspecties.

Hoewel het nu, in dit stadium, voor het Agentschap geen prioriteit zal zijn, moet ik toch zeggen dat de toenemende bezorgdheid over de dreiging van terroristische aanslagen op schepen en haveninstallaties reeds heeft geleid tot bijzondere internationale maatregelen en instrumenten. Aan deze bezorgdheid kan men tegemoet komen met een duidelijk en ondubbelzinnig antwoord in het reglement van het Agentschap. Dit kan een nieuwe taak zijn en bijdragen aan meer vertrouwen onder de personeelsleden van het Agentschap en onder de verantwoordelijken in alle lidstaten. Inderdaad kan niemand garanderen dat het optreden geheel doeltreffend zal zijn, maar voortdurende zorg en aandacht in combinatie met de benodigde middelen voor opsporing, strafvervolging en onderzoek zal er zeker toe leiden dat er minder wordt gespeculeerd.

Tevens benadruk ik het belang van een systematische en strikte evaluatie van de activiteiten op het gebied van preventie en bestrijding van zeeverontreiniging. Alleen door te begrijpen hoe en waarom wordt opgetreden en door de verantwoordelijkheid te nemen voor de gevolgen kan naar mijn mening worden gegarandeerd dat iedere nieuwe stap veiliger en aanvaardbaarder is dan de vorige. Er dient een systeem te zijn voor de consequente evaluatie van de verantwoordelijkheden, ongeacht wie of wat wordt geëvalueerd. Het beginsel “de vervuiler betaalt” is van cruciaal belang en zal ongetwijfeld eventuele nalatigheden compenseren, ook al kunnen en moeten die niet worden verontschuldigd.

Ik vind het van het grootste belang dat gezorgd wordt voor een goede opleiding van zeevarenden, voor een zowel technische als wetenschappelijke opleiding in maritieme veiligheid, en voor gepaste kwalificatie. De samenwerking tussen het Agentschap en de lidstaten moet niet alleen een aanvulling zijn op de activiteiten van de lidstaten maar moet ook iedere lidstaat ertoe kunnen dwingen op deze gebieden voldoende uitgerust te zijn om te kunnen ingrijpen in geval van ongelukken voor hun kust. Ik ben het ermee eens dat het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid hoog gekwalificeerde en in maritieme veiligheid ervaren personeelsleden moeten hebben, wat pas dan hebben wij kwaliteitsgaranties.

Omdat ik mij als Portugese aangetrokken voel tot de zee, geloof ik dat het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid altijd een uitdaging zal zijn om ...

 
  
MPphoto
 
 

  Casaca (PSE). - (PT) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw de commissaris, geachte collega’s, staat u mij toe te zeggen dat ik eveneens instem met dit verslag en dat ook ik mij schaar achter de felicitaties die zojuist tot onze rapporteur, de heer Mastorakis, werden gericht. Wel zou ik mevrouw de commissaris onomwonden willen zeggen: “Weest u niet bang om ambitieus te zijn.” Het staat als een paal boven water dat het gaat om een probleem op Europese schaal. Het gaat niet alleen om de Prestige en de Erika, maar om de duizenden schepen die ieder jaar onze wateren vervuilen en onaanvaardbare aanslagen plegen op het milieu, aanslagen waartegen de lidstaten niet bestand blijken te zijn. Wat nodig is, is een Europese structuur, een Europese kustwacht. Ik zie niet in waarom dit extra taken met zich mee zou brengen. Deze taken kunnen immers alleen doeltreffend op wereldschaal worden uitgevoerd.

Als er al een probleem is, dan is zeker niet het feit dat de voorstellen te stoutmoedig zijn: ze zijn te aarzelend! Mevrouw de commissaris, laat u zien dat u ambitieus bent! De Europeanen hebben die ambitie nodig. Zij hebben oplossingen nodig voor deze problemen en willen dat het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid hen vertelt wanneer er een einde komt aan dit schandaal van voortdurende zeevervuiling en er regels komen voor het zeerverkeer. Dát is wat wij nodig hebben! Met het oog op deze verantwoordelijkheid moeten het Parlement alles krijgen wat het nodig heeft en alle hulp bieden die het kan bieden. We mogen niet bezwijken voor de behoudende mentaliteit van degenen die hun leven lang nadenken over de relatieve macht van de lidstaten en die hetgeen voor de burgers echt belangrijk is, uit het oog verliezen.

 
  
MPphoto
 
 

  De Palacio, vice-voorzitter van de Commissie. - (ES) Mijnheer de Voorzitter, allereerst een woord van dank voor het voortreffelijke werk dat de heer Mastorakis en alle afgevaardigden hier hebben verricht met de behandeling van iets dat zonder twijfel een van de belangrijkste elementen was van het mandaat van het Parlement en de Commissie in de afgelopen vijf jaar. Een van de belangrijkste stappen die wij dankzij onze samenwerking gedurende deze jaren hebben kunnen zetten, is de radicale verandering van het beleid voor maritieme veiligheid op Europees niveau, en daarbij hebben wij, mijnheer Casaca, blijk gegeven van grote ambitie. Wij zijn immers praktisch met niets begonnen en hebben zeer veel bereikt.

Er moet weliswaar nog meer gebeuren maar wij hebben al spectaculaire stappen gezet. Ik wil u in de eerste plaats zeggen dat er op veiligheidsgebied - ook in verband met de terrorismebestrijding - iemand moet zijn die zaken als controle en supervisie op zich neemt, die vaak ook verband houden met de veiligheid op andere terreinen. Daarom zijn wij van mening dat het beter is het Agentschap die taak te laten vervullen.

Wat betreft de toekenning van beheersbevoegdheden aan het Agentschap - en ik begrijp dat mevrouw Ramos betere omschrijvingen verlangt - klopt het dat wij hebben besloten verschillende opties open te houden. In het ene geval kunnen boten in gereedheid worden gebracht, in het ander geval kunnen ze worden bevracht en in weer een ander geval kunnen ze meteen in actie komen. Er bestaan verschillende mogelijkheden: uitbesteding, beheer en eigendom. Wij sluiten niets uit. Dat is afhankelijk van de begroting waar wij over beschikken en van de omstandigheden. Wij hopen dat dit Agentschap wel zal varen en gedurende lange tijd succesvol zal zijn. Het moet een zekere marge krijgen. Wij moeten de beste formule zoeken en dit Parlement zal ongetwijfeld veel te zeggen hebben over de vraag welke formule uiteindelijk wordt gekozen, al is dat maar via de begroting.

Met betrekking tot de kustwacht, geachte afgevaardigden, weet ik wat dit Parlement wenst, en ik zou daar zelf ook zeer verheugd over zijn. Ik denk echter dat wij allereerst voorbereidende stappen moeten zetten totdat een integratie van de nationale kustwachten en een goede coördinatie op alle terreinen tot stand zijn gebracht.

In de vierde plaats spreekt u over meer bevoegdheden. In verschillende interventies klonk de bezorgdheid door dat het Agentschap met zijn activiteiten de verantwoordelijkheden van de lidstaten overneemt. U vergist zich. Wij hebben het hier over extra, aanvullende en in geen geval vervangende activiteiten. Er worden geen bevoegdheden ontnomen aan de lidstaten, maar wel mogelijkheden gecreëerd die eerst niet bestonden, mogelijkheden waar wij met dit Agentschap op Europees niveau over kunnen beschikken, juist om te strijden voor een veilige en schonere zee.

Ten vijfde: wanneer gaat het Agentschap verhuizen? Geachte afgevaardigden, zo snel mogelijk. U moet echter weten dat wij in onderhandeling zijn met de Portugese autoriteiten over de zetel. Als het aan ons ligt verhuist het nog voor deze zomer. Het probleem is dat er voor de Portugese autoriteiten enkele moeilijkheden zijn gerezen bij de vestiging, en wij zullen wel zien of die voor het einde van het jaar zijn opgelost. Dat hangt echter niet van ons af maar van de Portugese autoriteiten. In ieder geval kan ik zeggen dat er al ongeveer veertig mensen zijn aangenomen, waaronder tijdelijk en ondersteunend personeel en vooraanstaande Europese deskundigen. Daar hebben wij sterk op aangedrongen, omdat wij van mening zijn dat zich daar alle verzamelde kennis en ervaring moet bevinden. Dan zijn wij bovendien beter in staat om samen te werken met de lidstaten waaraan - ik herhaal - geen enkele bevoegdheid wordt ontnomen. Integendeel, hun bevoegdheden worden versterkt. Voor het beheer en de beantwoording van vervuilingsproblemen zullen tien mensen worden ingezet, voor opleidingen zeven en voor veiligheid, met het oog op het terrorisme, acht mensen.

Ik wil u in antwoord op de vraag van mevrouw Miguélez Ramos graag erop wijzen dat het duidelijk is dat het noordwestelijke kustgebied van het Iberisch schiereiland een van de belangrijkste risicogebieden is wat de vervuiling door tankers betreft. Je hoeft maar te kijken waar zich de afgelopen jaren de grootste ongelukken hebben voorgedaan: aan de kust van Galicië. Andere risicogebieden zijn het Kanaal, Bretagne, enzovoorts. Het idee is dat daar permanent antivervuilingsboten gestationeerd zullen worden, als een soort operatiebasis in de zones waar de meeste risico’s bestaan, en natuurlijk zijn ze ook nodig in de Middellandse Zee.

Tot slot wil ik inderdaad nog zeggen dat het Agentschap ook voelsprieten moet hebben voor de Middellandse Zee. Dat zijn kwesties waar wij nog mee bezig zijn.

Mijnheer de Voorzitter, vandaag zal naar ik hoop hier instemming meer worden verleend. Straks gaan wij ook nog spreken over de kwestie van de verantwoordelijkheid en het FIPOL-fonds. Ik herhaal nogmaals dat wij in een van de laatste vergaderingen van deze zittingsperiode nog steeds vooruitgang blijven boeken en de laatste hand leggen aan zeer belangrijke maatregelen. Daarmee geven wij de Europese Unie het juridisch systeem en de middelen die haar in staat stellen om de strijd aan te binden tegen zeevervuiling en om de maritieme veiligheid te vergroten. Wij weten dat wij naar alle waarschijnlijkheid in de toekomst ook nog andere kwesties moeten bespreken, zoals schepen die onder goedkope vlag varen en enkele aspecten van de regelgeving op zee, waarbij ik doel op hetgeen de heer Casaca heeft gezegd. Wij hebben de weg bereid en ik hoop dat degene die mij opvolgt - want wij moeten het stokje weer doorgeven – het werk kan afmaken waar wij deze jaren vorm aan hebben gegeven.

Wat de verantwoordelijkheden van kapiteins betreft - en ik geloof dat er al antwoorden uit verschillende richtingen zijn geweest - vindt niemand van ons het leuk dat mensen de vrijheid niet krijgen die zij moeten hebben. Het is evenwel duidelijk dat de gerechtelijke besluiten van welk land van de Unie dan ook steeds gerespecteerd dienen te worden.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Hartelijk dank, mevrouw de Palacio.

Het debat is gesloten.

De stemming vindt morgen om 12.00 uur plaats.

 
Juridische mededeling - Privacybeleid