Terug naar het Europarl-portaal

Choisissez la langue de votre document :

 Index 
 Volledige tekst 
Debatten
Woensdag 15 september 2004 - Straatsburg Uitgave PB

Situatie in Irak
MPphoto
 
 

  Beer (Verts/ALE).(DE) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, commissaris Patten, ik wil u heel hartelijk danken voor de duidelijke woorden waarmee u uw toespraak eindigde. U hebt duidelijk gemaakt dat het debat van vandaag niet alleen over Irak gaat, maar over een veel bredere politieke aanpak. Het is duidelijk geworden dat het Europa er primair om moet gaan, een vreedzame oplossing voor Irak te vinden – niet alleen voor Irak, maar voor de hele regio. We moeten een coherent beleid ontwikkelen voor Irak, Iran, Syrië en natuurlijk voor Israël en Palestina. In het proces om tot die moeilijke oplossing te komen, moeten we dit debat ook gebruiken voor verheldering en analyse, ook als we nog niet voor honderd procent de antwoorden weten.

Wat Irak aangaat, zijn we in de afgelopen maanden getuige geweest van een absolute ontsporing van het geweld: preventieve aanvallen van de bondgenoten, Guantánamo Bay, de Abu Ghraib-gevangenis met al die vreselijke pogingen om martelingen te rechtvaardigen, verschrikkelijke terroristische aanslagen, de executie van onschuldige gijzelaars en gijzelaars die tot op de dag van vandaag worden vastgehouden. Ik noem in dit verband ook een ander bericht dat mij vandaag schokte: een geheime dienst meldde dat Syrië chemische wapens op Soedanezen zou hebben getest. Al deze gebeurtenissen zijn niet alleen voorbeelden van ontspoord geweld, het zijn gebeurtenissen die wij vanuit onze diepste overtuiging veroordelen, die wij bestrijden. Die veroordeling hebben we ook in de Europese grondwet vastgelegd.

Wat is ons standpunt vandaag? Na de wrede aanslag van gisteren waarbij vele – minstens zestig – doden vielen, biedt een blik in de kranten ons waarschijnlijk een spiegel van de verdeeldheid en radeloosheid in de politiek. De Berner Zeitung zegt: “Weg uit Irak”, Le Figaro: “Verenigde Staten moeten de oorlog afmaken”, Der Kurier: “Irak valt onder de ogen van de bezetters uiteen” en “Bush heeft aangekondigd het geld dat voor veiligheid is uitgetrokken nu uit te geven in plaats van de watervoorziening voor de bevolking te garanderen”.

Waar ligt onze verantwoordelijkheid en welke richting kunnen we inslaan? Ik denk dat we ondanks alle meningsverschillen gemeenschappelijk moeten proberen vast te stellen, wat onze politieke verantwoordelijkheid is. We moeten geloofwaardig worden. Dat is nodig, want alleen door geloofwaardigheid zullen we de steun van de bevolking krijgen en de positie van de Verenigde Naties versterken. Daarbij hoort dat we veroordelen wat veroordeeld moet worden en dat we er alles aan doen om ervoor te zorgen dat de vrije verkiezingen zo snel mogelijk met alle democratische middelen worden voorbereid, opdat het Iraakse volk zijn soevereiniteit terugkrijgt.

 
Juridische mededeling - Privacybeleid