Terug naar het Europarl-portaal

Choisissez la langue de votre document :

 Index 
 Volledige tekst 
Debatten
Donderdag 28 oktober 2004 - Straatsburg Uitgave PB

Iran
MPphoto
 
 

  Beer (Verts/ALE).(DE) Mijnheer de Voorzitter, geachte collega’s, wij bespreken voor het eerst in het nieuw gekozen Europees Parlement de stand van zaken op het gebied van de mensenrechten in Iran. Dat doen we vanwege onze grote bezorgdheid, die ook door de Raad in oktober werd geuit, over de verslechtering van de mensenrechtensituatie in dat land.

Het is duidelijk dat de toenemende berichtgeving over de doodstraffen die worden uitgesproken slechts het topje van de ijsberg vormt. We beschikken nauwelijks nog over mogelijkheden om echt te onderzoeken wat er allemaal gebeurt. Vier maanden na de parlementsverkiezingen in Iran moeten we vaststellen dat de kleine vrijheden die de laatste jaren zijn verworven, de vorderingen met betrekking tot de bewegingsvrijheid van vrouwen, journalisten, scholieren en studenten, doelbewust zijn teruggedraaid. Regeringsvoorstellen ter bevordering van de rechtsstaat, zoals de gelijkstelling van mannen en vrouwen, worden door het parlement stelselmatig verworpen.

Tegen deze achtergrond wil ik onderstrepen dat we geen genoegen mogen nemen met louter aankondigingen – ook wij hebben namelijk heel wat post van de Iraanse ambassadeur in Brussel ontvangen – dat verbeteringen in aantocht zijn. Het is waar dat zelfs de kleinste verbetering in de mensenrechtensituatie voor de betrokken en bedreigde personen moet worden toegejuicht. Maar ik zeg u heel eerlijk dat ik de simpele aankondiging van een wetsontwerp voor het opschorten van stenigingen niet voldoende vind.

We moeten ons hard maken voor een verbod en niet voor een opschorting van stenigingen. Berichten dat er bij het Iraanse parlement, de Madjlis, een wetsvoorstel is ingediend voor de opschorting van de doodstraf voor minderjarigen zijn mijns inziens onvoldoende. Dat betekent immers dat de doodstraf legitiem en wettig blijft en dat is niet te verenigen met het standpunt van het Europees Parlement. Daarom moeten we verklaren dat we voorstander zijn van verbeteringen maar dat deze nog mijlenver afstaan van wat wij onder democratie en de rechtsstaat verstaan.

Het Europees Parlement heeft in deze zittingsperiode voor het eerst in zijn geschiedenis een interparlementaire delegatie in het leven geroepen voor betrekkingen met de Islamitische Republiek Iran. Wij hebben deze delegatie opgericht en gesteund, ondanks of juist vanwege de verslechtering van de mensenrechtensituatie. Als Europees Parlement willen wij de schaarse instrumenten die ons ter beschikking staan benutten om hulp te bieden en contacten op te bouwen met het Iraanse parlement. De Fractie De Groenen heeft het voorzitterschap van deze delegatie op zich genomen, en ik verheug mij in weerwil van alle moeilijkheden op de samenwerking tussen ons Parlement en de Madjlis. Wij moeten trachten de dialoog te bevorderen om te bereiken dat er een duidelijke boodschap van steun uit Europa wordt overgebracht aan de Iraniërs die ijveren voor democratie in hun land.

 
Juridische mededeling - Privacybeleid