Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Debatten
Donderdag 16 december 2004 - Straatsburg Uitgave PB

12. Debatten over gevallen van schending van de mensenrechten, de democratie en de rechtsstaat (artikel 115 van het Reglement)
  

Zimbabwe

De Voorzitter. Aan de orde is het debat over zeven ontwerpresoluties over Zimbabwe.

 
  
MPphoto
 
 

  Bowis (PPE-DE).(EN) Mijnheer de Voorzitter, Zimbabwe is een land dat zich kenmerkt door tragedie en tirannie. Het is een rijk land vanwege zijn natuurlijke hulpbronnen en zijn vindingrijke bevolking, maar het is niet bestand tegen de verwoestende politieke tirannie van het regime-Mugabe.

De bevolking lijdt honger en er zijn problemen met de volksgezondheid, omdat obstructie plaatsvindt van transporten met voedselhulp en medicijnen die bestemd zijn voor gebieden waar de oppositiepartijen het voor het zeggen hebben. Er wordt nu van uitgegaan dat ongeveer negen miljoen mensen onder de armoedegrens leven, dat is 75 procent van de Zimbabwaanse bevolking. Het Wereldvoedselprogramma kan deze decembermaand echter slechts 1,6 miljoen mensen van voedsel voorzien. Dat is de eerste reden dat in deze kwestie haast geboden is.

De tweede reden is dat er op 3 maart verkiezingen in Zimbabwe plaats zouden moeten vinden. Die verkiezingen zullen gezien de huidige vooruitzichten niet in vrijheid noch op eerlijke wijze kunnen verlopen. Het is niet aan ons om voor de bevolking van Zimbabwe te beslissen wie ze moet kiezen; dat is volledig haar eigen zaak. Maar die bevolking moet wel de vrijheid hebben om te kunnen kiezen wie ze wil.

Het is aan de buurlanden in Afrika en aan de Afrikaanse Unie (AU) om ervoor te zorgen dat de internationale normen inzake democratie in heel Afrika en in heel Zimbabwe nageleefd worden. Het is de taak van de Europese Unie het monitoren van die verkiezingen te steunen door middel van technische en financiële hulp. Op deze wijze kan de EU een rol vervullen in de internationale waarnemingsmissies. Ook om deze reden is dit een urgente zaak.

De derde reden is de volstrekt ontoelaatbare schending van de vrijheid van parlementslid Roy Bennett. Deze man, zijn familie en zijn medewerkers hebben de afgelopen maanden veel te verduren gehad. De heer Bennett heeft een minister een duw gegeven, nadat die racistische opmerkingen over hem, Roy Bennett, en zijn familie had gemaakt. Vervolgens werd de heer Bennett gevangengezet, niet op basis van een rechterlijke uitspraak, maar op basis van een stemming in het parlement waarvan de uitslag bepaald werd door de politieke verdeeldheid.

Ik verzoek de AU en de EU met klem vandaag nog actie te ondernemen om de bevolking van Zimbabwe in ieder geval enige vorm van gerechtigheid te garanderen.

 
  
MPphoto
 
 

  Attard-Montalto (PSE).(EN) Mijnheer de Voorzitter, ik ben onlangs teruggekeerd van een privé-bezoek aan Zimbabwe. Merkwaardig genoeg lijkt de situatie ter plekke niet uitzichtloos. Het is echter wel zo dat, afgaande op de statistische gegevens, de situatie in delen van het land die ik niet bezocht heb waarschijnlijk ernstiger is.

In het debat over landen als Zimbabwe, waar uit angst voor repressie niet eens over mensenrechten gesproken kan worden, moeten we goed nagaan wat de juiste opstelling is om de machthebbers daadwerkelijk te kunnen beïnvloeden. We weten dat we te maken hebben met een ondemocratisch regime dat bijna al zijn macht heeft aangewend om een deel van de bevolking van haar democratische en fundamentele rechten te beroven. Aan de andere kant hebben we onlangs ook kunnen zien dat er uitzonderingen zijn. De rechterlijke macht bijvoorbeeld verkeert in een uiterst moeilijke positie, maar doet wat ze kan om enigszins onpartijdig te blijven.

Ik vraag mij weleens af of een wortel-en-stokbenadering, een beleid van overredings- en ontmoedigingsmaatregelen dus, niet meer zou opleveren dan enkel het aannemen van resoluties waarin we het regime veroordelen. We kunnen deze resolutie aannemen, maar wat voor gevolgen zal dat hebben? Voor een regime als dat van Mugabe zal dit weinig betekenen. We moeten zoeken naar andere mogelijkheden als we doeltreffend willen optreden tegen een dergelijk regime.

 
  
MPphoto
 
 

  Hall (ALDE).(EN) Mijnheer de Voorzitter, de invloed van de politieke onderdrukking in Zimbabwe reikt ver. Deze donkere wolk hangt niet alleen boven de Zimbabwaanse burgers die in het land zelf wonen, maar ook boven hen die zijn gevlucht en in Europa bescherming hebben gezocht.

In mijn kiesdistrict, in het noordoosten van Engeland, leven Zimbabwanen die vrezen dat zij zonder meer omgebracht zullen worden indien zij worden gedwongen terug te keren naar hun geboorteland. Mijn regering meent dat het veilig is om asielzoekers terug te sturen naar Zimbabwe. Ik hoop dat de regeringen van de lidstaten die dezelfde mening zijn toegedaan, kennis zullen nemen van deze resolutie die hier vanmiddag wordt ingediend en hun standpunt zullen herzien.

De situatie in Zimbabwe verslechtert alleen maar; van verbetering is geen sprake. Op 9 december werd de Non-Governmental Organisations Act van kracht. Deze wet verbiedt buitenlandse mensenrechtenorganisaties de toegang tot Zimbabwe en geeft de overheid de macht om zich in alle activiteiten van niet-gouvernementele organisaties in Zimbabwe te mengen. Ondertussen is de kwaliteit van leven voor de Zimbabwanen drastisch verslechterd. Zimbabwanen hebben op dit moment een levensverwachting van 35 jaar. Het land is in potentie zelfvoorzienend als het om voedsel gaat, maar het heeft het afgelopen seizoen maar eenderde van de totale benodigde hoeveelheid maïs geproduceerd. Het regime-Mugabe mengt zich nu ook in de distributie van internationale voedselhulp.

In het licht van de verslechterende situatie is het de hoogste tijd om de sancties die tegen het regime ingesteld zijn, aan te scherpen.

Ten slotte, zoals we hebben gehoord worden er komende maart in Zimbabwe verkiezingen gehouden. Er zijn verontrustende aanwijzingen dat dit geen vrije en eerlijke verkiezingen zullen worden. De verkiezingswetgeving die eerder deze maand werd aangenomen, voldoet niet aan de internationale normen inzake democratie. Om vrije en eerlijke verkiezingen te garanderen, is het van groot belang dat de verkiezingen op uitgebreide schaal worden gevolgd. Derhalve hoop ik dat wij in het Parlement, samen met de Raad en de Commissie, de grootst mogelijke steun zullen bieden voor verkiezingswaarnemingsmissies op alle niveaus.

 
  
MPphoto
 
 

  Markov (GUE/NGL).(DE) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw de fungerend voorzitter van de Raad, Zimbabwe heeft van oudsher gecompliceerde perioden en diepe cesuren beleefd, bijvoorbeeld het kolonialisme, de eenzijdige zogenaamde onafhankelijkheidsverklaring in 1965 van Ian Smith en het VN-embargo dat daarop volgde, de bevrijdingsoorlog van 1972 tot 1978 en de eerste democratische verkiezingen na de onafhankelijkheid, die door ZANU onder leiding van Robert Mugabe werden gewonnen.

Als Oost-Duitser sta ik er steeds weer van versteld hoe vaak leiders met de meest verheven idealen zich, zodra zij eenmaal aan de macht zijn, van hun oorspronkelijke doelstellingen en ideeën verwijderen en steeds minder rekening houden met de belangen van de bevolking naarmate zij langer aan de macht blijven.

Uiteraard kent Zimbabwe ook vandaag de dag gigantische problemen. Volgens mij kunnen wij het land alleen nog adviseren eens te kijken naar de buurlanden, om te zien wat Zuid-Afrika doet, wat Namibië doet, en hoe Angola en Mozambique proberen de meest uiteenlopende belangen op één lijn te brengen. Voorwaarde voor vrede is dat men probeert met elkaar te communiceren, met vreedzame middelen en rekening houdend met de meest uiteenlopende belangen.

Een landhervorming in Zimbabwe is noodzakelijk. Maar die kan ook in een andere vorm worden bewerkstelligd. De Europese Unie moet bij haar adviezen aan anderen niet altijd uitgaan van haar eigen prioriteiten. Dat loopt heel vaak mis. Wellicht weet iedereen nog dat de Europese Unie de drankzuchtige Russische president Jeltsin permanent heeft ondersteund.

In dit concrete geval dienen we ervan uit te gaan dat de Ontwikkelingsgemeenschap van Zuidelijk Afrika, de SADC, wel degelijk invloed heeft, en dat het zeer wel mogelijk is dat de Afrikaanse Unie vooruitgang weet te boeken. Ik weet zeker dat als wij deze landen steunen in hun pogingen om invloed op Zimbabwe uit te oefenen, wij er wellicht ook toe bijdragen dat de verkiezingen die in maart worden gehouden misschien toch eerlijk en democratisch zullen verlopen.

 
  
MPphoto
 
 

  Belder (IND/DEM). – Voorzitter, het Mugabe-regime zet zijn strategie van politieke gelijkschakeling onverminderd voort. Zo dwongen de Zimbabwaanse autoriteiten in de vorige 18 maanden de sluiting van twee kritische kranten af. Daarnaast maakten en maken Mugabe's medestanders de oppositiepartij Movement for Democratic Change het leven zo zuur mogelijk.

Ongetwijfeld met het oog op de naderende parlementsverkiezingen van maart 2005 verhoogt het Mugabe-bewind de druk op onafhankelijke organisaties, getuige de precies een week geleden in Harare aangenome wet op non-gouvernementele organisaties. In het vervolg mogen deze geen buitenlandse financiële steun meer ontvangen. Wanneer een Zimbabwaanse burger- of mensenrechtenorganisatie ook maar één buitenlandse medewerker telt, heet zij voortaan buitenlands te zijn. Buitenlandse NGO's kunnen krachtens de nieuwe wet niet worden geregistreerd en zullen in de nabije toekomst dus worden verboden.

Het doel van deze nieuwe wetgeving is duidelijk. Talrijke Zimbabwaanse burger- en mensenrechtenorganisaties zijn immers op buitenlandse donoren aangewezen. Op doorzichtige wijze wil de Zimbabwaanse regering hun het zwijgen opleggen. Naar verluidt wensen de getroffen NGO's zich niet neer te leggen bij deze poging tot muilkorving door de staat. Dat is een buitengewoon moedige houding. Voor Raad en Commissie ligt er een mooie taak om hen daarbij met raad en daad terzijde te staan.

 
  
MPphoto
 
 

  Ribeiro e Castro (PPE-DE), namens de fractie. - (PT) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw Grybauskaitė, dames en heren, Zimbabwe behoort helaas tot die onderwerpen die regelmatig - als waren het vaste klanten – aan de orde komen op de donderdagmiddagdebatten over urgente mensenrechtenkwesties. Dat leert ons twee dingen: dat de toestand nog steeds ernstig is en dat de maatregelen die we hebben genomen niet doeltreffend zijn.

We moeten om te beginnen veroordelen dat een land en een volk door een afschuwelijk autoritair regime willens en wetens naar de afgrond worden gevoerd. Zoals hier reeds is gezegd, zijn de statistische gegevens over armoede steeds schokkender, en dat terwijl Zimbabwe een land is dat, indien naar behoren beheerd, niet alleen de eigen bevolking zou kunnen voeden, maar ook een bijdrage zou kunnen leveren aan het oplossen van honger en gebrek in de rest van Afrika en andere delen van de wereld.

Niettegenstaande waarschuwingen van de EU en andere landen voert het regime-Mugabe de politieke onderdrukking op; we zien de voor maart geplande verkiezingen dan ook met grote zorg tegemoet. Tenzij het land een snelle verandering ondergaat en althans enige vorm van debat toestaat, zullen deze verkiezingen niet vrij en eerlijk verlopen – je kunt je zelfs afvragen of het wel zin heeft waarnemers te sturen. Kijkt u maar eens naar wat Roy Bennett overkomen is en naar de vervolging waaraan Tsvangirai is blootgesteld na een bezoek aan ons Parlement. En kijkt u ook maar eens – daar wil ik uw aandacht zeker op vestigen – naar de negatieve invloed die het regime-Mugabe kan hebben in een regio waar democratische regimes het gevaar lopen wederom tot autoritaire staten te vervallen. Ik ben, om een voorbeeld te noemen, onlangs in Mozambique geweest. Er zijn daar verkiezingen gehouden, en de stemmen zijn nog niet allemaal geteld. We hebben vastgesteld dat de Mozambikanen tijdens deze verkiezingen ook vanuit het buitenland konden stemmen, maar dat oppositiepartijen – partijen die oppositie voeren tegen FRELIMO – in Zimbabwe vervolgd werden. Alles is echter nog mogelijk. De ontwikkelingen in Zimbabwe kunnen een beslissende invloed hebben op de consolidering van het democratische proces in de regio. Navolging van het voorbeeld van Zuid-Afrika zou kunnen leiden tot consolidering van de democratische dynamiek in Mozambique en Angola. De ontwikkelingen in Zimbabwe kunnen echter ook leiden tot een stap terug in de richting van autoritaire staatsvormen.

Ik wil er graag op wijzen dat we de druk op de buurlanden moeten opvoeren en dat we de dialoog met de Afrikaanse Unie verder moeten ontwikkelen. Daarmee zouden we de belangrijke rol onderstrepen die deze organisatie te vervullen heeft en haar een gelegenheid geven op haar eigen wijze druk uit te oefenen op het verschrikkelijke regime van Mugabe.

 
  
MPphoto
 
 

  Van den Berg (PSE), namens de fractie. – Voorzitter, de Zimbabwanen zijn een sterk volk en Zimbabwe is een sterk land. Het was na de verzelfstandiging economisch ook een kansrijk land. Het is droevig te constateren dat momenteel circa 60% van de mensen daar in een economische crisis en vaak onder de armoedegrens leeft. Dat zegt natuurlijk iets over hoe dat land is bestuurd en wat er geleidelijk aan is misgegaan. Het droevige is dat de ZANU-partij en Mugabe, vooral de directe kring rond Mugabe, degenen zijn die de daden stellen. Er zijn er veel in de ZANU-partij die zich natuurlijk zeer wel bewust zijn van het feit dat men anderen nodig heeft, dat men een andere economische ontwikkeling nodig heeft om te kunnen overleven.

Wij weten dat er vanuit de buurlanden veel informele contacten zijn en pogingen om de zaak los te trekken. Ik denk dat daar ook precies de mogelijkheden liggen voor ons als Europese Unie. Wij moeten met steun van de Afrikaanse Unie, de NEPAD, Mbeki en al die andere contacten de druk te vergroten, want het is alleen via de Afrikaanse route en onze samenhang daarmee als Europese Unie dat wij een kans maken dat er iets los komt.

De verkiezingen van maart zijn ongetwijfeld al voor een groot deel in de verkeerde handen gevallen en gestructureerd. Het zal zeer moeilijk zijn ze fair en open te laten verlopen. Waarnemen heeft dan weinig zin. Toch ligt in dat democratische proces en in de civil society de kracht. Die kracht is nog steeds groot in Zimbabwe, nog steeds geweldloos en nog steeds op vrede en democratische oplossingen gericht. Ik hoop dat we met de smart sanctions, met de route die we volgen als Europese Unie, in samenspraak met die andere landen, het uiterste zullen doen om die democratische stap daar te zetten. De andere weg, bloedvergieten, is een uitzichtloze.

Ik hoop werkelijk dat we in staat zullen zijn om met al onze diplomatieke middelen de druk zo op te voeren dat er rondom Mugabe mensen zijn die de dominostenen laten vallen. Dat moet daar gebeuren, dan heeft de democratische route een kans op succes. Ik hoop dat wij hier aan Europese zijde alle middelen die we daarvoor in handen hebben ook maximaal zullen inzetten.

 
  
MPphoto
 
 

  Meijer (GUE/NGL), namens de fractie. – Voorzitter, als erfenis van de kolonie Zuid-Rhodesië zijn de landbouwgronden in Zimbabwe grotendeels in handen van een kleine groep boeren van Europese afkomst. Mijn fractie ondersteunt het verlangen van de zwarte meerderheid van de bevolking om de grond voor een groot deel aan die zwarte meerderheid terug te geven. Dat verlangen wordt helaas ernstig misbruikt door Robert Mugabe, de man die ooit populair was als de leider van de succesvolle bevrijdingsstrijd tegen de koloniale bezetters en de racistische minderheidsregering van Ian Smith. Pas tegen de tijd dat de kiezers hun vertrouwen in hem verloren, werd de reeds lang beloofde landhervorming voor hem een prioriteit. De onteigening van grote landbouwbedrijven is voor Mugabe nu vooral een instrument om zijn oude aanhang van vrijheidsstrijders na tientallen jaren uitstel eindelijk te belonen. Nog meer is het onderdeel van een campagne om politieke tegenstanders door verdachtmaking, intimidatie en dwang uit te schakelen. Als Europa dit regime isoleert, moet dat niet gebeuren op grond van oude koloniale belangen en een oude koloniale arrogantie, maar omdat we ieder land ter wereld willen helpen bij de bevordering van mensenrechten en democratie. Daar gaat het om.

 
  
MPphoto
 
 

  Pafilis (GUE/NGL). - (EL) Elk volk heeft het recht en de verantwoordelijkheid om zijn politieke problemen zelf op te lossen. Niemand, en zeer zeker de Europese Unie, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten van Amerika niet, heeft het recht om politiek, economisch en militair in te grijpen, noch in Zimbabwe, noch in welk ander land dan ook. Juist omdat het volk van Zimbabwe er na langdurige en bloedige strijd in geslaagd is zijn onafhankelijkheid te heroveren op de Britten, en juist omdat dit volk zijn land opeist, waarvan het rijkste gedeelte, ten gevolge van de kolonisatie, nog steeds in handen is van buitenlanders, met name Britten, wordt een nieuw interventieplan opgezet dat tot doel heeft dit land te veranderen in een moderne kolonie.

De regeringen van Groot-Brittannië en andere landen grijpen de nog bestaande problemen aan - problemen die vooral te wijten zijn aan de grote achterstand ten gevolge van de kolonisatie - ter rechtvaardiging van verdere financiële steun aan de oppositie, waarvan de leider nota bene wordt beschuldigd van poging tot moord op de gekozen president. Er wordt een netwerk van zogenaamde “niet-gouvernementele organisaties” opgericht, maar de meeste van die organisaties zijn dekmantels die niets hebben uit te staan met de volksbeweging en de sociale krachten, doch enkel het terrein moeten effenen voor interventies.

Voor de Communistische Partij van Griekenland is de onderhavige resolutie onaanvaardbaar. Zelfs de passage waarin de wapenhandel door Britse agenten aan de kaak werd gesteld, is eruit verdwenen. Er moet een einde komen aan de sancties, en we moeten steun geven aan het volk van Zimbabwe en zijn strijd voor het behoud van zijn onafhankelijkheid ten opzichte van het proces van neokolonisatie.

 
  
MPphoto
 
 

  Grybauskaitė, Commissie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, de Commissie is op de hoogte van de voorbereidingen voor de verkiezingen van maart 2005. Zij volgt deze voorbereidingen nauwlettend. De Commissie herhaalt dat zij het van groot belang acht dat er vrije en eerlijke verkiezingen in dat land worden gehouden. Het door de Zimbabwaanse regering onlangs ingevoerde pakket maatregelen tot hervorming van de verkiezingswetgeving, dat momenteel in het Zimbabwaanse parlement wordt besproken, is een belangrijke eerste stap. Onderzocht zal moeten worden of deze maatregelen ertoe leiden dat de principes en richtlijnen inzake democratische verkiezingen waarover de Ontwikkelingsgemeenschap van Zuidelijk Afrika (SADC) in augustus van het afgelopen jaar, tijdens zijn top in Mauritius, overeenstemming heeft bereikt, werkelijk in de nationale verkiezingswetgeving worden opgenomen.

De Commissie houdt ernstige zorgen over de huidige politieke situatie, de mensenrechtenproblematiek en de eerbiediging van fundamentele vrijheden. Vrije en eerlijke verkiezingen zijn bij de huidige stand van zaken nauwelijks denkbaar.

Een kwestie die de Commissie in het bijzonder zorgen baart, is de wet inzake non-gouvernementele organisaties, de NGO Bill, die op 9 december door het Zimbabwaanse parlement is aangenomen. Door deze wet worden de NGO's ernstig beperkt in hun mogelijkheden. De Commissie verleent haar volledige steun aan zowel de voorgestelde diplomatieke stappen van de EU in Harare en in de hoofdsteden van andere SADC-landen als de uitvaardiging van een verklaring waarin de EU haar zorgen over de gevolgen van deze wet kenbaar maakt.

De Commissie is tevens bezorgd over het risico van politisering van de distributie van voedselhulp, met name nu de verkiezingen voor het parlement voor de deur staan. Indien er duidelijk sprake is van partijdigheid bij de verdeling van de voedselhulp, zullen de Commissie en haar partners, waaronder het Wereldvoedselprogramma, wellicht moeten overwegen de voedselhulpactiviteiten op te schorten.

Na de verkiezingen in maart zal de Commissie de situatie opnieuw beoordelen. Vooralsnog is er geen reden om de maatregelen die door de EU tegen Zimbabwe genomen zijn, op te heffen of te verlichten.

De Commissie is ervan op de hoogte dat de Zimbabwaanse autoriteiten moedwillige pogingen doen de geloofwaardigheid van het visumverbod te ondermijnen door steeds vaker naar Europa reizen. De Commissie heeft voortdurend gepleit voor een strikte naleving van de regels omtrent vrijstellingen zoals die zijn opgenomen in het gemeenschappelijk standpunt van de Raad van 19 februari 2004.

De Commissie blijft alle wegen bewandelen die kunnen leiden tot beïnvloeding van de regering van Zimbabwe en blijft streven naar een versterkte politieke dialoog met de naburige SADC-landen, met name Zuid-Afrika. Het is noodzakelijk dat er door de internationale gemeenschap voortdurend druk op Zimbabwe wordt uitgeoefend, met name via peer pressure op regionaal niveau.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. De stemming vindt vanmiddag plaats, na afloop van de debatten.

Het debat is gesloten.

Situatie in het oosten van de Democratische Republiek Congo

De Voorzitter. Aan de orde is het debat over zes ontwerpresoluties over de situatie in het oosten van de Democratische Republiek Congo.

 
  
MPphoto
 
 

  Posselt (PPE-DE).(DE) Mijnheer de Voorzitter, de situatie in Congo kan het best worden vergeleken met die in Duitsland ten tijde van de Dertigjarige Oorlog. Een groot land in het midden van het continent is uiteengevallen, de verschillende groepen gaan bondgenootschappen aan met de diverse buurlanden en het blijft tientallen jaren lang oorlog. Exact deze situatie heerst nu al tientallen jaren in Congo. Miljoenen mensen sterven, hele regio’s raken ontvolkt, de economie ligt sinds decennia stil. En net als na de Dertigjarige Oorlog zal er ook in Congo geen oplossing komen indien de etnische groepen niet, net als de religieuze groepen toentertijd, deelnemen aan een vredesproces dat ook alle buurlanden omvat.

Daarom zien wij graag dat er grote druk wordt uitgeoefend op de buurlanden van het land van de grote meren, en met name op Rwanda, om eindelijk een stabiliserende invloed uit te oefenen en niet actief deel te nemen aan de vernietiging van het toch al zo zwaar getroffen Congo. Maar dat zullen wij met mooie woorden alleen niet bewerkstelligen. Daarom zijn collega Langen en ik begonnen een geïntegreerde strategie te ontwikkelen, waarbij economisch beleid, buitenlands beleid en ontwikkelingsbeleid eindelijk met elkaar worden verweven. Want mooie woorden alleen zijn niet genoeg. Europa kan zijn invloed alleen doen gelden als het zijn economische, politieke en diplomatieke mogelijkheden strategisch met elkaar verbindt en werkelijk actief aan dit vredesproces deelneemt.

Mevrouw de commissaris, wellicht vraagt u zich af wat dit debat op donderdagmiddag in een niet erg volle zaal oplevert. Ik herinner me nog de tijd dat wij hier over de bevrijding van Litouwen van de sovjetonderdrukking discussieerden, en nu hebben wij een Litouwse commissaris in ons midden. Daar ben ik heel blij mee en ik weet zeker dat deze doelstelling – vrede en mensenrechten voor Congo – bij u in goede handen is.

 
  
MPphoto
 
 

  Martin, David (PSE).(EN) Mijnheer de Voorzitter, sinds de Tweede Wereldoorlog heeft geen conflict zoveel dodelijke slachtoffers geëist als dat in de Democratische Republiek Congo. Volgens berekeningen van het International Rescue Committee (IRC) zijn er tot nog toe meer dan 3,8 miljoen mensen omgekomen, en meer dan een miljoen daarvan zijn kinderen. Niet alleen zijn velen gedood, er zijn ook 3,4 miljoen mensen ontheemd geraakt.

Congolese en buitenlandse militaire troepen gebruiken nog steeds geweld om het plunderen van de goud-, hout-, ivoor- en tinvoorraden en andere natuurlijke rijkdommen te maskeren. Intussen strompelt de wankele en incapabele Congolese overgangsregering voort van politieke patstelling naar militaire crisis. Noch de overgangsregering noch haar internationale partners zijn erin geslaagd om de wezenlijke oorzaken van het conflict aan te pakken. De voortdurende instabiliteit en het geweld in het land hangen ten nauwste samen met de strijd om de exploitatie van de natuurlijke rijkdommen, en dat is in Congo al meer dan een eeuw het geval. Wat een zegen had moeten zijn voor het land, is een bron van diepe treurnis en ellende en in feite een vloek gebleken. Congo’s natuurlijke rijkdommen zijn door militaire en politieke elites als particuliere financieringsbron gebruikt, en dus niet ten goede gekomen aan de grote meerderheid van de Congolese bevolking.

In onze resolutie pleiten wij dan ook voor een pakket maatregelen om deze situatie aan te pakken.We moeten actie ondernemen om ervoor te zorgen dat de wapenstilstand geëerbiedigd wordt; de VN-Veiligheidsraad dient sancties op te leggen, zoals reisbeperkingen, een verbod op bankverrichtingen, enzovoorts, aan mensen die medeverantwoordelijk zijn voor het plunderen van de rijkdommen van Congo; de Europese Unie en haar lidstaten moeten optreden tegen bedrijven die bij de exploitatie betrokken zijn; er moet een vredesmacht worden gelegerd in het oosten van het land, en er moet actie worden ondernomen om alle illegaal bewapende benden te ontwapenen.

Alleen als dergelijke maatregelen worden genomen, is er hoop dat de verkiezingen die voor volgend jaar op de agenda staan, enige verandering kunnen brengen in de tragische situatie van het land. Het probleem in Congo is etnisch noch raciaal. Het gaat om economische belangen, en alleen als we op dat niveau ingrijpen, kunnen de problemen worden opgelost.

 
  
MPphoto
 
 

  Hall (ALDE). (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik neem het woord in de plaats van de heer Van Hecke, die al vroeg uit Straatsburg moest vertrekken omdat hij morgen afreist naar de Democratische Republiek Congo.

De huidige situatie in het oosten van Congo toont aan dat het vredesproces nog bijzonder kwetsbaar is. Zo waren er gisteren berichten over nieuwe schotenwisselingen. De ALDE-Fractie was bijzonder ingenomen met het initiatief om een dringende resolutie over Congo op te stellen. Uiteindelijk heeft onze fractie echter besloten om de compromisresolutie niet te ondersteunen. Naar ons gevoel wordt er in de compromistekst voorbijgegaan aan de kern van het probleem van de voortdurende instabiliteit in de regio en de moeizame betrekkingen tussen de Democratische Republiek Congo en haar buurlanden, met name Rwanda.

Waar het om gaat, is dit: sinds de volkerenmoord in Rwanda houdt een grote groep extremistische Hutu’s zich schuil in het regenwoud in het oosten van Congo. We zijn nu zoveel jaar verder, en ze zijn nog steeds niet ontwapend. De aanwezigheid van deze zwaarbewapende milities vormt een continue bedreiging voor het vredesproces in de Democratische Republiek Congo en voor de veiligheid van het hele gebied van de Grote Meren. De slachting in het Gatumba-vluchtelingenkamp in Burundi van augustus jongstleden was slechts een van een hele reeks provocaties. Het was de bedoeling dat MONUC, de VN-vredesmacht in Congo, de rebellen zou ontwapenen en onschadelijk zou maken, maar daarvan is niets terechtgekomen.

Het mandaat van MONUC is dan wel versterkt en er zijn extra troepen ingezet, maar die zijn slecht getraind en er bestaat een ernstig gebrek aan informatie en technische hulp. In de gezamenlijke resolutie wordt naar ons gevoel niet erkend dat als Rwanda de grens met Congo overschrijdt om deze gewapende bendes een halt toe te roepen, dit samenhangt met het feit dat MONUC die bendes niet heeft ontwapend.

Ons voorstel is om de Europese Unie en de lidstaten meer actief te betrekken bij de ontwikkelingen in de Democratische Republiek Congo en het gebied van de Grote Meren, waarbij zij zich allereerst zouden moeten richten op een snelle ontwapening van de rebellen. Misschien zouden Europese troepen kunnen worden ingezet om de VN-vredesmacht te versterken. De troepen uit Pakistan, Nepal, Uruguay en overige landen die op het ogenblik in Congo zijn, hebben gewoon niet voldoende ervaring met militaire operaties in het Afrika ten zuiden van de Sahara. Europa heeft die ervaring wel.

We moeten alle opties in overweging nemen om ontwapening tot stand te brengen. Want ontwapening is veruit de belangrijkste voorwaarde om het vredesproces weer in goede banen te leiden.

Kortom, wij zijn van oordeel dat de resolutie, ook al ondersteunen wij haar op tal van punten, niet evenwichtig is. Helaas zal ik mij dus van stemming moeten onthouden.

 
  
MPphoto
 
 

  Lambert (Verts/ALE).(EN) Mijnheer de Voorzitter, mijn fractie juicht de gelegenheid toe om te debatteren over de huidige situatie in de Democratische Republiek Congo, maar betreurt net als andere fracties ten zeerste dat deze kwestie opnieuw onze aandacht vraagt. In het gisteren door het Parlement aangenomen verslag over asiel en duurzame oplossingen zijn we onder andere overeengekomen dat het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid van de Europese Unie moet worden gericht op het oplossen en voorkomen van conflicten, en dat onze aandacht speciaal zou moeten uitgaan naar langdurige conflictsituaties. Een dergelijke situatie treffen we nu juist aan in de Democratische Republiek Congo, waar, zoals hier al is opgemerkt, het streven naar controle over de natuurlijke rijkdommen een sleutelrol speelt bij de massale verplaatsing van mensen en bij het hoge dodental.

De wapenbeheersing dient op doeltreffende wijze te worden geregeld en er dient een doeltreffend ontwapeningsprogramma te worden opgezet. Wij zouden ons ook willen scharen achter de oproep aan de VN om degenen aan te pakken die profiteren van de plundering van de natuurlijke rijkdommen, niet in de laatste plaats door het bevriezen van banktegoeden en gerichte acties tegen bepaalde ondernemingen. Dergelijke stappen vinden we doodgewoon als het gaat om organisaties die in onze ogen terroristisch zijn, maar gaat het om andere actoren, die elders in de wereld talloze doden op hun geweten hebben, dan zijn we de onmacht zelve.

We betreuren de aanleiding maar juichen het tegelijkertijd toe dat de VN-afdeling voor vredesoperaties een speciaal onderzoeksteam heeft opgezet om de gevallen van seksueel misbruik en seksuele uitbuiting door sommige leden van de VN-missie in de Democratische Republiek Congo, met name in Bunia, te onderzoeken. Het Parlement heeft hierover al vaak gedebatteerd, en wij weten dus dat verkrachting wordt gebruikt als middel om tegenstanders te demoraliseren door aan te tonen dat zij niet eens in staat zijn om hun eigen verwanten te beschermen.

Het Europees Parlement heeft veelvuldig erkend dat slachtoffers van verkrachting, met name kinderen die het slachtoffer zijn geworden van seksueel misbruik, buitengewoon kwetsbaar zijn. Het is in onze ogen dan ook verachtelijk dat zulke misdrijven ook worden begaan door degenen die zijn uitgezonden om bescherming te bieden aan een reeds getraumatiseerde bevolking. Wij hopen en verwachten dat de daders voor het gerecht worden gebracht, net zoals degenen die profiteren van de tragedie die zich voltrekt in de Democratische Republiek Congo.

 
  
MPphoto
 
 

  Ribeiro e Castro (PPE-DE), schriftelijk. - (PT) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw Grybauskaitė, de toestand rond de Grote Meren – en vooral in de Democratische Republiek Congo – is een open zweer, een vulkaan in het hart van Afrika die – helaas – elk moment kan uitbarsten. Na een conflict dat in zes jaar drie miljoen mensen het leven heeft gekost en volgens het International Rescue Committee elke maand nog steeds 31.000 levens eist, is de situatie naar het schijnt nog steeds instabiel en ook, ongelukkigerwijs, heel onvoorspelbaar.

De Gemengde Parlementaire Vergadering ACS-EU is onlangs in Den Haag bijeengekomen, en die vergadering is verrassend genoeg begonnen met gunstig nieuws – het bericht dat alle regeringsleiders op de Conferentie in Dar-es-Salaam overeengekomen waren het conflict te beëindigen. Bij sluiting van de vergadering op donderdag moest mevrouw Kinnock, onze covoorzitter, ons echter treurig nieuws meedelen: het Rwandese leger was de grens overgestoken en Congo binnengevallen. We zullen dus moeten proberen doeltreffender te zijn bij het stabiliseren van deze regio. Ik vond het beeld dat de heer Posselt bezigde heel raak, toen hij de toestand vergeleek met de Dertigjarige Oorlog. Ik hoop dat hij gelijk heeft, want dat zou betekenen dat het conflict zal ophouden en dat deze regio’s van het Afrikaanse continent net zo welvarend, stabiel en modern zullen worden als Duitsland dat nu is. Dat is wat ons hoop geeft: het Afrikaanse continent stabiliseren en daar democratische en open maatschappijen creëren.

Wat moet het Parlement daaraan doen? We zullen moeten erkennen dat we niet voldoende hebben gedaan met betrekking tot de milities van de voormalige regering van Rwanda. Die milities vormen een bron van voortdurende instabiliteit in het oosten van de Democratische Republiek Congo. We moeten dus meer doen om deze milities te ontwapenen. We moeten duidelijk maken dat invasies hoe dan ook onaanvaardbaar zijn en dat respect voor de grenzen van een land een beginsel is dat door alle landen in de regio moet worden geëerbiedigd. We moeten de democratische overgang van de Democratische Republiek Congo doorzetten en dit land verder stabiliseren. Dat betekent ook dat het leger van Congo moet worden herenigd. We moeten de missie van de Verenigde Naties meer middelen ter beschikking stellen om werkelijk vrede en stabiliteit te kunnen garanderen in het oosten van de Democratische Republiek Congo. Die missie moet ter plekke zodanige voorwaarden kunnen scheppen dat er geen herhaling van het gebeurde plaatsvindt. We moeten er dus voor zorgen dat iedereen de vredesakkoorden van 2003 respecteert, dat iedereen de op 20 november in Tanzania geformuleerde beloften nakomt, en voorts dat iedereen zich houdt aan de resoluties van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties.

 
  
MPphoto
 
 

  Krupa (IND/DEM), namens de fractie. (PL) Onder de talrijke gevallen van schending van de mensenrechten en de beginselen van de democratie in Afrika vormt met de name de deelname van kinderen aan gewapende conflicten een buitengewoon ernstig probleem. Ik vraag mij af of enig debat, zelfs een debat in het Europees Parlement, kan bijdragen aan het terugdringen van de armoede in de ontwikkelingslanden. In deze landen moeten ruim vijf miljard mensen rondkomen met een of twee dollar per dag. In Congo woedt een bloedige 'kinderoorlog' waarbij meer dan 300 000 kinderen worden ingezet in gewapende interventies. In het land zijn de afgelopen jaren ruim drie miljoen mensen om het leven gekomen. Getuigt het feit dat kinderen hun kindertijd wordt ontnomen, omdat zij worden gedwongen te werken, in het leger worden gerekruteerd of seksueel worden misbruikt, niet van een gebrek aan verantwoordelijkheid en van onvermogen van de verschillende humanitaire en internationale organisaties?

Wie dergelijke tragedies wil vermijden, moet de oorzaken ervan onder ogen zien. Een van de fundamentele oorzaken is de jarenlange grootschalige uitbuiting van de derdewereldlanden door sommige grootmachten, waaronder ook Europese landen. Deze landen verrijken zichzelf en maken de geplunderde koloniën nog armer. Het verwoeste Congo is ten prooi gevallen aan uitbuiters voor wie de omvangrijke natuurlijke rijkdommen van het land belangrijker zijn dan mensenlevens. Ik ben van mening dat het niveau van ontwikkeling en beschaving van elk individu moet worden afgemeten aan de mate waarin hij of zij zich verantwoordelijk opstelt tegenover de zwakkeren, en dit geldt ook voor degenen die het land besturen. De zwakkeren mogen niet worden afgescheept met een fooi, zeker niet als die ook nog eens de vorm aanneemt van morele verwoesting, in de zin van anticonceptie en abortus. Er is veel meer nodig. Er moet alomvattende hulp worden geboden, en ontwikkeling moet worden bevorderd. Bovendien moet de plaag van malaria, tuberculose en aids in het land worden aangepakt en moeten gezinnen worden geholpen, zodat zij zich gezond kunnen ontwikkelen. Voorts ben ik van mening dat wij in plaats van troepen en instructeurs naar Irak te sturen, er beter aan zouden doen ons meer in te spannen om eindelijk vrede in Congo tot stand te brengen.

 
  
MPphoto
 
 

  Grybauskaitė, Commissie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, de Europese Commissie deelt de bezorgdheid van het Parlement over de toenemende spanningen tussen Rwanda en de Democratische Republiek Congo, en de gevolgen daarvan voor de mensenrechtensituatie in de regio.

Het is een feit dat we bijzonder bezorgd zijn over de dreigementen van Rwanda dat het de territoriale integriteit van Congo niet langer zal respecteren teneinde de troepen van de vroegere FAR en Interhamwe onschadelijk te kunnen maken, en over de veelvuldige berichten omtrent militaire operaties van het Rwandese leger in het oosten van Congo. Deze operaties leiden bovendien tot een humanitaire crisis die voor ons een extra reden tot bezorgdheid is.

Voor de stabiliteit van deze regio is het van essentieel belang dat Rwanda onverwijld alle troepen terugtrekt die zich mogelijkerwijs op het grondgebied van de Democratische Republiek Congo bevinden, en dat het afziet van alle mogelijke acties of verklaringen die in strijd zijn met het internationaal recht.

De Europese Commissie is er stellig van overtuigd dat zolang er geen definitieve oplossing wordt gevonden voor het probleem van de aanwezigheid van elementen van de vroegere FAR in het oosten van de Democratische Republiek Congo, deze milities de vrede en de veiligheid in de regio zullen ondermijnen en een bron van instabiliteit en gevaar zullen vormen voor de burgerbevolkingen.

In dit verband is de Europese Commissie er eveneens van overtuigd dat de plaatselijke regering bestaande mechanismen zou moeten benutten, waaronder het Joint Verification Mechanism en de Tripartite Commission, teneinde een vreedzame oplossing te vinden. Verder zou Congo onverwijld uitvoering moeten geven aan zijn met steun van de VN-missie in de Democratische Republiek Congo (MONUC) opgestelde plan dat erop gericht is het ontwapeningsproces en de demobilisatie van buitenlandse gewapende groepen te bespoedigen. Bovendien dient de plaatselijke regering meer vaart te zetten achter de integratie en de training van zijn nationale leger om de vroegere FAR-milities adequaat te kunnen ontwapenen.

Het is onze prioriteit om de vrede en veiligheid in deze regio te herstellen door de betrokken landen nader tot elkaar te brengen. In dit verband is de resolutie over de kwestie van de vroegere FAR van vitaal belang en volstrekt noodzakelijk.

De Gemeenschap ondersteunt de Congolese autoriteiten op actieve wijze bij de heropbouw van het land door middel van ontwikkelingsprojecten met een totaalbedrag van 0,5 miljard euro.

De Europese Unie is en blijft de grootste donor van humanitaire hulp in Congo, en die hulp zal zij voortzetten.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. Dank u, mevrouw de commissaris.

De stemming vindt na afloop van de debatten plaats.

Het debat is gesloten.

Bhopal

De Voorzitter. Aan de orde is het debat over zes ontwerpresoluties over Bhopal.

 
  
MPphoto
 
 

  Libicki (UEN). (PL) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, het debat van vandaag is een buitengewoon debat. De onderwerpen waarover wij over het algemeen debatteren zijn belangrijk, maar ze betreffen zaken als financiële vooruitzichten, communicatiekwesties en economische aangelegenheden. Dat zijn zeker belangrijke, maar geen tragische onderwerpen.

Dit geldt niet voor de drie punten van het debat van vanmiddag, en zeker niet voor het derde punt, over Bhopal. Dit betreft een van de ernstigste tragedies van de afgelopen decennia. Bij de gasontploffing in Bhopal vonden tienduizenden mensen onmiddellijk de dood. Helaas duren de gevolgen van de ontploffing tot op de dag van vandaag voort. De instellingen en personen die hiervoor verantwoordelijk zijn, wil ik hier benoemen.

Dames en heren, de organisaties die aansprakelijk zijn voor wat er destijds is gebeurd, hebben hun verantwoordelijkheid toegegeven, aangezien zij schadevergoedingen hebben betaald voor 15 248 sterfgevallen en voor 554 895 zieken en gevallen van invaliditeit, en dan hebben ze nog geprobeerd om voor zo min mogelijk mensen te betalen. Volgens ruwe schattingen bedraagt het aantal mensen dat heeft geleden als gevolg van de gasontploffing in Bhopal van 25 jaar geleden ruim 100 000, terwijl miljoenen mensen tot op de dag van vandaag lijden onder de vervuiling van het milieu. En wat is er vervolgens gebeurd? Na verschillende gerechtelijke uitspraken is een schikking overeengekomen en heeft de hoofdschuldige, Union Carbide Corporation, India 470 miljoen dollar schadeloosstelling betaald. Dit lijkt heel wat, maar de slachtoffers van de ramp hebben hier nog geen 10 procent van ontvangen. De rest is in de zakken van advocaten verdwenen. Terloops zij opgemerkt dat we zelfs in de romans van Dickens, die 150 jaar geleden graag inhalige advocaten beschreef, geen gevallen tegenkomen van slachtoffers die vrijwel niets krijgen. Het geld is verdwenen, omdat er naast de honoraria van de advocaten naar het schijnt grote bedragen moesten worden betaald aan corrupte ambtenaren.

Het is onaanvaardbaar dat iedereen aan deze tragedie geld overhoudt, behalve de slachtoffers. Wij zijn getuige van een complot en daar moet tegen worden opgetreden. Dit is dan ook het doel van de ontwerpresolutie die wij vandaag zullen aannemen. Wij moeten ons ervoor inzetten dat de schade opnieuw wordt vastgesteld en dat schadeloosstellingen worden betaald aan diegenen die daar recht op hebben. Wij moeten ervoor zorgen dat er instanties worden aangewezen die dit probleem op een eerlijke manier kunnen oplossen.

 
  
MPphoto
 
 

  Gill (PSE).(EN) Mijnheer de Voorzitter, vandaag herdenken we een van de ergste industriële rampen in de geschiedenis. Zoals we hebben gehoord, ontsnapte er in het holst van de nacht van 2 december 1984 een fatale veertig ton gifgas in de lucht, deels bekende en deels onbekende gassen. De inwoners van Bhopal probeerden aan de gifwolk te ontkomen, maar hun pogingen waren vergeefs: meer dan vierduizend mensen stierven meteen, terwijl tot op heden vijfentwintigduizend onschuldige mensen om het leven zijn gekomen.

Dat zijn de harde feiten, en tot de dag van vandaag lijden de inwoners van Bhopal onder de gevolgen van deze afgrijselijke erfenis. Daarom is herdenken alleen niet voldoende, maar moeten we als gemeenschap ook in actie komen om te helpen. We moeten vragen waarom het voor de overlevenden na twintig jaar nog steeds zo moeilijk is om hun recht te halen. We moeten vragen waarom het betrokken multinationale bedrijf elke vorm van aansprakelijkheid afwijst, zowel voor de staat waarin het terrein in Bhopal verkeert als voor de gezondheid van de slachtoffers.

We moeten vragen waarom het giftig afval nog steeds niet van het terrein geruimd is en nog steeds het water van de omliggende gemeenten vervuilt. We willen weten op welke manier Dow Chemicals een van de ergste industriële rampen van deze eeuw definitief zou kunnen afsluiten.

We moeten ook vragen waarom nog steeds zoveel mensen op een redelijke vergoeding zitten te wachten. Naar ik begrepen heb, is de discussie over de vergoeding verzand in eindeloos getouwtrek over de berekening, maar het kan niet zo zijn dat de inwoners van Bhopal om die reden deze ervaring elke dag moeten herbeleven.

Ik kan me in grote lijnen vinden in de resolutie en de achterliggende intentie, maar de voorgestelde amendementen voegen mijns inziens niets opbouwends aan de resolutie toe. Als we het hebben over rampen zoals die in Bhopal, moeten we ons niet laten verleiden tot onnodige controverses en irrationale zijwegen. De schuldvraag wordt maar al vaak te snel beantwoord, en vaak wordt jan en alleman veroordeeld terwijl niet eens alle feiten zijn vastgesteld.

Als voorzitter van de delegatie van het Parlement voor de betrekkingen met de Zuid-Aziatische landen en de SAARC, zou ik erop aan willen dringen zulke zaken in perspectief te zien, waarbij de financiële middelen van elk land een bijzonder relevant punt zijn. Het is zaak de beperking van sommige landen op dit gebied te erkennen, landen die misschien nog niet over de technologie en de expertise beschikken die nodig zijn om op een ramp als deze te reageren met de voortvarendheid en de garantie van veiligheidsnormen waaraan wij in onze eigen landen gewend zijn. We moeten proberen om een kwestie zoals de ramp in Bhopal vanuit elke hoek te bezien. In dat verband dient het werk te worden erkend dat de Indiase regering en de regering van Madhya Pradesh al hebben verzet met betrekking tot de medische zorg, de financiële en sociale bijstand, de reiniging van het milieu en de financiële vergoeding aan de slachtoffers.

Ik geef deze kleine opsomming om aan te tonen dat er al veel werk verricht is. Het zou naar mijn idee niet constructief zijn om een regering zwart te maken die zich heeft ingespannen om de vele problemen waartoe Bhopal heeft geleid, te verhelpen en aan te pakken. We doen er beter aan langs alle mogelijke diplomatieke wegen druk te blijven uitoefenen op de Indiase regering om ervoor te zorgen dat zij haar huidige inspanningen voor het uitbetalen van vergoedingen en het reinigen van het terrein voortzet. Als we echter eisen dat er actie wordt ondernomen en geld wordt uitgegeven, dan moeten we ook bereid zijn om op elke mogelijke manier hulp te bieden, met inbegrip van technische hulp en financiële steun.

We mogen niemand veroordelen als we niet eerst hebben onderzocht wat wij als gemeenschap kunnen doen om hulp te bieden. We moeten vasthouden aan een constructieve benadering en de humanitaire, ecologische en medische deskundigheid waarover wij beschikken, aanbieden aan de regering van Madhya Pradesh. Daar ligt een rol voor de Commissie, de lidstaten en evengoed voor de regeringen. Ik zou u dan ook dringend willen verzoeken om druk uit te oefenen op al degenen die het leed van de slachtoffers in Bhopal op enigerlei wijze kunnen verlichten.

 
  
MPphoto
 
 

  Lynne (ALDE).(EN) Mijnheer de Voorzitter, terwijl Dow Chemicals met de Indiase regering bakkeleit over de vraag wie verantwoordelijk is voor de ramp van Bhopal, lijden de mensen van Bhopal nog steeds onder de gevolgen van deze twintig jaar oude ramp, die nog steeds dodelijke slachtoffers eist. Meer dan zevenduizend mensen kwamen binnen enkele dagen om het leven, maar door gebrek aan daadkracht zijn naderhand nog eens vijftienduizend mensen omgekomen wier dood te vermijden was geweest. Zelfs nu, twintig jaar later, lijken de partijen zich geen van beide om het leed van de mensen te bekommeren, maar uitsluitend hun eigen imago voor ogen te hebben. Zo’n honderdduizend mensen lijden aan chronische en slopende ziekten, terwijl er nog steeds tien tot vijftien mensen per maand sterven als gevolg van de ramp.

De overlevenden wachten nog steeds op gerechtigheid, vaak in de vorm van vergoedingen en medische hulp. De opruiming van het terrein van de fabriek, dat nog steeds verontreiniging veroorzaakt, zal ongeveer 15 miljoen Britse pond kosten, afgezet tegen een jaarlijkse omzet van Dow Chemicals van 16 miljard Britse pond, en een BBP van India van 320 miljard Britse pond. Verder heeft de Indiase regering nog steeds 330 miljoen dollar te besteden van de oorspronkelijke, van Union Carbide ontvangen vergoeding. De verontreiniging van de watervoorraad in de buurt van de krottenwijken ligt vijfhonderd maal hoger dan de maximale door de WHO aanbevolen niveaus.

Hoe is het in vredesnaam mogelijk dat de internationale gemeenschap, een multinationale onderneming en een van de grootste landen ter wereld dit onder hun ogen laten gebeuren? Op dit moment zou het er immers niet om moeten gaan wie de schuld heeft, maar wie een einde maakt aan al dat lijden. Abdul Jabbar Khan, inwoner van Bhopal en leider van de arbeidersvereniging van vrouwen van Bhopal die het slachtoffer zijn geworden van het gifgas, zei hierover in de Britse krant The Guardian: “In New York zijn er na elf september binnen een paar maanden vergoedingen, sancties en schoonmaakoperaties gekomen. Hier, in Bhopal, hebben wij na twintig jaar nog helemaal niets”.

 
  
MPphoto
 
 

  Meijer (GUE/NGL). – Voorzitter, sinds de koloniale tijd leveren de landen van de Derde Wereld goedkope producten van landbouw, mijnbouw en kleine ambachtelijke nijverheid aan de rijke landen. Zij zijn voor de import van dure producten die berusten op een nieuwe industriële technologie afhankelijk van de rijke landen in het noorden. Dat maakt deze landen in extreme mate afhankelijk van import en export en heeft een voor hen zeer ongunstige handelsbalans tot gevolg. Deze verdeling leidt voor de Derde Wereld, net als in de tijd toen Europese landen met militaire dwang de bestuursmacht uitoefenden, nog steeds tot permanente armoede en achterstand.

Het is dan ook heel goed te begrijpen dat de regeringen in die landen dachten dat elke nieuwe industrie in hun voordeel was, in het bijzonder grootschalige industrie op het gebied van metaal en chemie. Voor dit soort industrie waren deze landen in het verleden niet aantrekkelijk, niet alleen omdat de werknemers nog onvoldoende geschoold waren, maar vooral omdat de afnemers zich voornamelijk in rijkere delen van de wereld bevonden en transport van een gereed eindproduct duur was. De enige industrie die ontstond, kwam voort uit staatsbedrijven of bediende uitsluitend de lokale markt en de toeristen.

De behoefte in die landen aan een sterkere industrie werd en wordt misbruikt door industriële bedrijven uit het rijke noorden, want deze bedrijven willen wel expansie, maar als afzetgebied zijn de zuidelijke landen nog steeds niet erg belangrijk zolang de koopkracht er gering is. Investeringen in het zuiden worden voor hen echter wel aantrekkelijk als de lonen laag zijn en vooral als de milieu- en veiligheidseisen er beneden de maat zijn of zeer slecht worden gecontroleerd. Dat maakt het mogelijk dat er rampen ontstaan waarbij veel mensen ongeneeslijk ziek worden of het leven verliezen. Dat gevaar bedreigt niet alleen de werknemers in die bedrijven, maar ook de omwonenden. Als er rampen gebeuren, willen bedrijven daar niet de kosten van dragen. De gasexplosie van twintig jaar geleden in Bhopal en de afhandeling daarvan heeft daar alles mee te maken.

Union Carbide, Dow Chemical en de Indiase regering willen niet voldoende betalen voor de ruim 20.000 doden, voor de meer dan 100.000 levenslang beschadigde mensen en voor het opruimen van de verontreiniging van bodem en grondwater. Dat moet worden opgelost, en een dergelijke ramp mag nooit opnieuw plaatsvinden. Laten wij in Europa onze verantwoordelijkheid nemen, indien nodig meebetalen en vooral regelen dat bedrijven vanuit Europa dit soort fouten niet herhalen.

 
  
MPphoto
 
 

  Romeva i Rueda (Verts/ALE). (ES) Mijnheer de Voorzitter, twintig jaar na de gasexplosie in een kunstmestfabriek van Union Carbide Corporation in Bhopal wordt het leven van duizenden mensen nog altijd beheerst door de schadelijke gevolgen van deze ramp en de milieuvervuiling die hij heeft veroorzaakt.

In de nacht van 2 op 3 december 1984 kostte deze gasexplosie aan meer dan zevenduizend mensen het leven, maar ook daarna stierven nog eens vijftienduizend mensen ten gevolge van dit drama, terwijl meer dan honderdduizend mensen chronische ziekten opliepen.

Noch de Indiase regering, noch Union Carbide of Dow Chemicals, de huidige eigenaar van de kunstmestfabriek, heeft de verantwoordelijkheid op zich genomen voor de schade die dit ongeval berokkend heeft aan duizenden mensen en aan het milieu.

Het is dringend nodig, zoals ook staat in de ontwerpresolutie waarover we vandaag stemmen, dat een onafhankelijk onderzoek plaatsvindt naar de huidige situatie in Bhopal. Dit zou kunnen geschieden onder auspiciën van de VN-Commissie voor de rechten van de mens. Er zouden deskundigen ingeschakeld moeten worden, die naar India gestuurd worden om de gevolgen te onderzoeken van de activiteiten van Union Carbide en de ramp van Bhopal ten aanzien van de vervuiling van het grondwater en het milieu. Ook de mensenrechtensituatie van de betrokken gemeenschappen zou daarbij aan bod moeten komen.

Daarnaast toont deze vreselijke ramp in Bhopal aan dat het in de context van de geglobaliseerde wereldeconomie nodig is bedrijven dezelfde verantwoordelijkheden op te leggen als die welke de staten op zich nemen. Ondernemingen moeten partij worden bij internationale overeenkomsten en verdragen, en het effect van hun activiteiten moet beoordeeld worden, zowel waar het gaat om de eerbiediging van de mensenrechten als waar het gaat om situaties waarin sprake is van spanningen of gewapende conflicten.

Dat is de strekking van de door de Fractie De Groenen/Vrije Europese Alliantie ingediende amendementen. Bestudeert u ze alstublieft aandachtig alvorens te bepalen of u voor of tegen zult stemmen. Bovendien wil ik, inhakend op het voorstel van de School voor een Cultuur van Vrede van de Autonome Universiteit van Barcelona, er bij het Parlement en de Europese Unie op aandringen om 3 december uit te roepen tot Internationale Dag voor maatschappelijk verantwoord ondernemen en de mensenrechten, opdat bedrijven zich wereldwijd gaan inzetten voor de bevordering en de naleving van de mensenrechten.

Zo’n speciale datum zou ertoe moeten leiden dat alle spelers op het internationale veld – staten, internationale instellingen, het maatschappelijk middenveld maar bovenal het bedrijfsleven – stilstaan bij de gezamenlijke verantwoordelijkheid die zij hebben om te werken aan een rechtvaardiger en duurzamer wereld.

 
  
MPphoto
 
 

  Bowis (PPE-DE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, als u vandaag de dag naar Bhopal gaat – niet twintig jaar geleden, maar nu – dan ziet u duizenden tonnen giftig afval, in de vorm van afvalhopen, plassen kwik, manden vol vergiftigd afval en zakken chemicaliën in de open lucht, en als het regent, sijpelt de inhoud in de plassen, beekjes en het grondwater. U ziet ook de mensen die daaronder te lijden hebben, omdat zij op dat water zijn aangewezen. Zij hebben last van maagpijn, hoofdpijn, bloedarmoede en problemen van gynaecologische aard, want zij hebben geen andere keus dan dat water als drinkwater te gebruiken.

Dat is het probleem waarmee we vandaag de dag in Bhopal geconfronteerd worden, nu, twintig jaar na de ramp, waarbij zoveel mensen om het leven kwamen. De schattingen lopen uiteen van drieduizend tot zevenduizend doden in een enkele nacht, en later liep dat aantal op tot vijftienduizend, terwijl honderdduizend mensen nog steeds lijden aan allerlei slopende ziekten. Het is nu vijftien jaar na de schikking waarbij de Indiase regering 500 miljoen dollar ontving voor uitbetaling van vergoedingen en herstel van het terrein. Dat oogt nog steeds als een woestenij en is een gevaar voor de mensen.

Het is beter als wij als Parlement hierover geen oordeel vellen. Daarom kan ik niet akkoord gaan met de genoemde amendementen van de Groenen. De resolutie zelf is terecht, omdat de Europese Unie erin opgeroepen wordt om zich er samen met de Indiase regering voor in te zetten dat het beschikbare geld daadwerkelijk besteed wordt om het terrein schoon te maken, de zieken te behandelen en de slachtoffers een vergoeding in handen te geven, en wel nú, niet over nog eens twintig jaar. Dat is onze boodschap aan alle mensen die door deze ramp getroffen zijn, aan de Europese Unie, aan de Indiase regering, en niet in de laatste plaats aan Dow Chemicals, dat wat dit betreft een grote verantwoordelijkheid draagt, en aan de gerechtelijke instanties die zich hierover zullen buigen. Ons doel vandaag is echter gerechtigheid te brengen voor deze mensen, het milieu in dat deel van de wereld te herstellen en de gezondheid van de mensen die er wonen, te verbeteren.

 
  
MPphoto
 
 

  Mann, Thomas (PPE-DE), namens de fractie.(DE) Mijnheer de Voorzitter, ik ben blij dat ik direct na John Bowis het woord mag voeren. Hij heeft op indrukwekkende wijze uiteengezet wat de stand van zaken is twintig jaar na 3 december 1984, toen zevenduizend mensen door toedoen van 35 ton uiterst giftig gas aan verstikking en hartstilstand overleden. Tot op heden heeft dit grootste ongeluk ooit in de chemische industrie circa 25 000 levens gekost. Ongeveer 500 000 mensen lijden duurzaam onder de gevolgen.

Wat werd er voor de slachtoffers gedaan? Onderzoek heeft duidelijk uitgewezen dat er vijftien jaar geleden een door Union Carbide en de Indiase regering overeengekomen schadevergoeding van 470 miljoen Amerikaanse dollar is betaald. Tot nog toe hebben de 100 000 officieel geregistreerde gedupeerden 300 dollar per persoon ontvangen. Er zijn 2 500 huizen voor weduwen, er zijn zeven ziekenhuizen en er zijn vele andere voorzieningen gebouwd. maar wat is er gebeurd met de overige circa 400 miljoen dollar? Mevrouw Gill, hier moeten we echt de schuldvraag stellen. De bodem is nog steeds vervuild. Het grondwater is ernstig verontreinigd met kwikzilver. Giftige residuen worden onafgedekt opgeslagen. Nogal logisch dat er toestanden ontstaan zoals John Bowis ze al heeft beschreven: chronische ziekten, hersenbeschadigingen en misvormd geboren kinderen. De Indiase premier Singh dient zich ervoor in te zetten dat de medische verzorging van de getroffenen aanzienlijk wordt verbeterd, en de regering dient gevolg te geven aan de uitspraak van het Hooggerechtshof om het bedrag eindelijk vrij te geven, zodat de schadeloosstellingen tot op de laatste cent kunnen worden uitbetaald. Nog steeds werken veel chemische bedrijven in India en andere delen van de wereld met arbeids- en milieunormen die ver achterblijven bij de normen die in Europa of de Verenigde Staten gelden.

Ik ben rapporteur voor het programma REACH in de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken en ik kan alleen maar de eis uit het werkdocument herhalen: er dient een regeling van de Europese Unie te komen, maar ook een regeling in de vorm van WTO-normen, zodat er vergeleken kan worden. Wie alleen hogere winsten nastreeft en daarom steevast voor de laagste milieunormen kiest, neemt op de koop toe dat zich op een dag een tweede Bhopal voordoet, en dat kan niemand zich permitteren.

 
  
MPphoto
 
 

  Beglitis (PSE), namens de fractie. - (EL) Mijnheer de Voorzitter, het is twintig jaar geleden dat de tragedie van Bhopal in India zich voltrok, met alle ongekende humanitaire en ecologische problemen van dien. Mijns inziens is het initiatief dat de fracties hebben genomen tot aanneming van een resolutie van de voltallige vergadering van het Europees Parlement zeer belangrijk.

Het is evenwel niet voldoende enkel ons geheugen op te frissen. Het is niet voldoende enkel het vaak onbestraft blijvend twijfelachtige optreden van multinationals in ontwikkelingslanden aan de kaak te stellen. Het is niet voldoende enkel met woorden uiting te geven aan onze humanitaire gevoeligheid. Ook mensen elders in de wereld kunnen op hun beurt getroffen worden door een soortgelijke tragedie, als er geen internationale initiatieven worden genomen en internationale mechanismen in werking worden gesteld voor de controle op het opereren van multinationals, voor de bescherming van het milieu en voor de verdediging van de mensen- en werknemersrechten.

De rol die de Europese Unie speelt in het kader van de VN en van andere internationale organisaties kan wat dat betreft veel efficiënter worden. De ontwerpresolutie geeft een overzicht van de nog steeds bestaande problemen, en veel collega’s hebben gesproken over die problemen in het gebied rondom Bhopal. Mijns inziens wordt daarmee echter enigszins tekortgedaan aan de inspanningen die de federale en regionale autoriteiten van India de afgelopen jaren hebben ondernomen op geneeskundig, economisch en sociaal gebied en op het vlak van milieuherstel. Er zijn zeer belangrijke beleidsmaatregelen getroffen waarvan wij de betekenis niet mogen onderschatten.

Tot slot ben ik van mening dat de beste manier om uiting te geven aan ons medeleven met de slachtoffers en hun families is de nodige initiatieven te nemen, initiatieven die de Europese Commissie in samenwerking met de Wereldgezondheidsorganisatie moet ontplooien om programma’s op geneeskundig gebied en voor milieuherstel te verwezenlijken.

 
  
MPphoto
 
 

  Czarnecki, Ryszard (NI). (PL) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw Grybauskaitė, dames en heren, ik wil mevrouw Grybauskaitė gelukwensen met haar nieuwe functie en wens haar veel succes.

Ernest Hemingway heeft gezegd: “Vraag nooit voor wie de klok luidt; hij luidt voor jou”. Ik juich toe dat het Europees Parlement zich bezighoudt met regio’s in de wereld die ver van Europa verwijderd liggen en dat daarbij niet alleen politieke belangen een rol spelen. Enerzijds heeft de Europese Unie immers een strategisch partnerschap met India aangekondigd, anderzijds stelt het Parlement in de resolutie - ik citeer - “dat de Indiase regering weinig heeft gedaan om mensen tegen extra blootstelling en verwonding te beschermen”. Terecht spreken wij over de nalatigheid van de Indiase autoriteiten, maar wij moeten tevens wijzen op de verantwoordelijkheid van de Amerikaanse onderneming in kwestie, die zich schuldig heeft gemaakt aan negentiende-eeuws roofkapitalisme en geen enkele van de in de Verenigde Staten geldende veiligheidsvoorschriften heeft nageleefd. Laten wij de cijfers nog eens op een rijtje zetten: zevenduizend doden onmiddellijk na de ramp, in de loop van de twintig daaropvolgende jaren nog eens dertigduizend doden, en tot nog toe zijn honderdduizend mensen ziek geworden. De statistieken geven uiteraard het menselijk lijden niet weer. Zij verhullen alleen de tranen en de pijn.

Bhopal moet een waarschuwing zijn voor regeringen, opdat zij rampenplannen opstellen en de mensen niet aan hun lot overlaten. Het moet een waarschuwing zijn voor internationale ondernemingen, opdat winstbejag niet in de plaats komt van het streven naar veiligheid. Het moet een waarschuwing zijn voor internationale structuren en organisaties, opdat zij gebieden helpen die worden getroffen door een ramp. Tot slot, mijnheer de Voorzitter, moet het ook een waarschuwing zijn voor ons, opdat wij diegenen die dergelijke hulp van ons of van iemand anders ontvangen, ter verantwoording roepen.

 
  
MPphoto
 
 

  Grybauskaitė, Commissie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, de Commissie is ingenomen met het initiatief van het Parlement voor een spoeddebat over deze kwestie. Het is voor ons een goede gelegenheid om ons te bezinnen over de manier waarop we de slachtoffers hulp kunnen bieden, en hoe we dergelijke rampen in de toekomst kunnen voorkomen. Ik kan het Parlement verzekeren dat de Commissie steeds bereid is geweest om India te ondersteunen bij de aanpak van de gevolgen van deze tragedie, en dat zij dat in de toekomst zal blijven.

Via onze begrotingslijn voor gedecentraliseerde ontwikkelingssamenwerking hebben we lokale niet-gouvernementele organisaties in Bhopal ondersteund bij revalidatie- en vaardigheidstrainingen voor slachtoffers van de ramp, terwijl er ook steun is verleend aan zelfhulpgroepen voor vrouwen.

Door middel van ons programma voor gezondheid en welzijn van het gezin hebben we steun verleend aan het Bhopal District Hospital, alsook aan patiëntenverenigingen van streekziekenhuizen en gemeenschapscentra in deze regio. We hebben speciale steun verleend aan het gemeentebestuur van Bhopal voor de opzet van een voortplantings- en jeugdgezondheidsprogramma.

Daarnaast heeft de Commissie een bedrag van tien miljoen euro uitgetrokken voor de opzet van een nationaal programma van de Indiase regering voor risicobeheer bij rampen.

Op de recente Top van de Europese Unie en India in Den Haag heeft India nogmaals laten blijken dat het belang stelt in een dialoog over het milieu met de Europese Unie, en het heeft voorgesteld om een gemeenschappelijk milieuforum van de Europese Unie en India te organiseren. Dit forum zal een eerste stap zijn in de aanpak van de enorme milieuproblemen die zowel India als de Europese Unie bedreigen.

Tot slot wil ik ons medeleven betuigen met alle slachtoffers, en nadrukkelijk de hoop uitspreken dat een dergelijke ramp zich niet nog eens voordoet.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. Dank u, mevrouw de commissaris.

Wij gaan nu over tot de stemming over deze ontwerpresoluties.

Het debat is gesloten.

 
Juridische mededeling - Privacybeleid