De Voorzitter. Dames en heren, zoals u maar al te goed weet heeft er sinds wij voor de laatste keer bijeen waren een afschuwelijke tragedie plaatsgevonden. Ik verzoek u om gezamenlijk eer te betonen aan de slachtoffers en aan de nabestaanden van de slachtoffers van de zeebeving in de Indische Oceaan. Ik verzoek om een minuut stilte.
(Het Parlement neemt staande een minuut stilte in acht)
Dames en heren, voordat wij beginnen met de agenda wil ik uw aandacht vestigen op een zaak waarvan wij ons allen vermoedelijk terdege bewust zijn: uit de manier waarop wij reageren op deze vreselijke ramp kan wellicht ook iets positiefs voortkomen. Naast de actie die op persoonlijke titel is ondernomen kunnen wij ook in onze hoedanigheid en vanuit onze positie van Europees Parlement veel doen.
Ik wil u meedelen dat de voorzitter van de Commissie, de heer Barroso, mij vorige week heeft gebeld om mij op de hoogte te brengen van de ontwikkelingen en van zijn plan om op de top van Jakarta voor te stellen om de middelen in onze begroting die bedoeld zijn voor dergelijke catastrofes te mobiliseren. De heer Barroso legde in Jakarta de nadruk op de noodzaak dat de voorstellen van de Commissie door het Europees Parlement, als een van de twee takken van de begrotingsautoriteit, worden goedgekeurd.
Ik heb namens het Parlement een boodschap naar de top van Jakarta gestuurd, waarin ik garandeer dat onze instelling alles zal doen om ervoor te zorgen dat de bijdrage van de Europese Unie aan de rechtstreekse verlichting van de gevolgen van deze catastrofe geen vertraging zal oplopen als gevolg van de procedures die zijn vastgelegd in ons Reglement.
De Begrotingscommissie zal zich morgen uitspreken over de overdracht van honderd miljoen euro uit de reserve voor noodhulp.
Het Parlement zal ook de voorstellen van de Commissie voor hulp bij de wederopbouw bestuderen zodra deze zijn ontvangen. Maar ik denk dat het Parlement er geen twijfel over mag laten bestaan dat het hier om een nieuw probleem gaat waarvoor nieuwe middelen nodig zijn. Dat wil zeggen dat we niet het ene gat met het andere mogen vullen. Wij kunnen de middelen die wij eerder al hebben toegezegd voor andere doelen niet gebruiken om de gevolgen van deze catastrofe te lenigen.
Verder heb ik de heer Barroso vorige week gevraagd of het mogelijk was twee leden van onze instelling op te nemen in de delegatie van de Commissie die deel zal nemen aan de conferentie van donoren in Genève. De voorzitter van de Commissie heeft ons verzoek ingewilligd en derhalve zullen twee van onze afgevaardigden van deze delegatie deel uitmaken; zo kunnen wij van dichtbij volgen wat aldaar wordt besloten en besproken, ter voorbereiding op het debat dat vervolgens hier zal moeten worden gehouden.
Dames en heren, zoals ik al in mijn boodschap aan Jakarta heb verklaard, is het noodzakelijk dat wij onze toezeggingen nu formuleren, zowel voor de wederopbouw als voor de bijdragen aan de totstandkoming van een preventief waarschuwingssysteem, nu de aandacht van de hele wereld op deze ramp is gevestigd.