Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Debatten
Dinsdag 11 januari 2005 - Straatsburg Uitgave PB

12. Vragenuur (Commissie)
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. Aan de orde is het vragenuur (B6-0001/2005). Wij behandelen een reeks vragen aan de Commissie.

Eerste deel

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter.

Vraag nr. 26 van Jacky Henin (H-0505/04):

Betreft: Opheffing van textielquota's

Met het voorstel dat de Europese Commissie op 26 oktober ll. aangenomen heeft, worden de invoerquota's voor textiel met ingang van 1 januari 2005 afgeschaft.

Dat is een besluit dat op het grondgebied van de Europese Unie ingrijpende gevolgen zal hebben voor de industriële herstructurering en de werkgelegenheid. Economisten van de regio Noorden-Nauw van Calais spreken nu al van een verlies van 9.000 van de 29.000 arbeidsplaatsen in de streek die rechtstreeks van de textielindustrie afhangt.

We staan voor menselijke drama's voor de getroffen werknemers en hun gezinnen.

Welke concrete steunmaatregelen denkt de Commissie te treffen om de werkgelegenheid in de grote gebieden van de textielnijverheid in Europa te beschermen en uit te breiden, meer in het bijzonder aan de hand van de structuurfondsen en door de strijd aan te binden tegen bedrijfsverplaatsingen binnen en buiten de Europese grenzen?

 
  
MPphoto
 
 

  McCreevy, Commissie. - (EN) Geachte afgevaardigden, ik beantwoord deze vraag namens mijn collega mijnheer Mandelson, die hier vandaag niet kan zijn, omdat hij op dit moment onderweg is naar India.

De Overeenkomst inzake textiel- en kledingproducten van de Wereldhandelsorganisatie (WTO), waarin een periode van tien jaar was afgesproken voor de opheffing van quota, is op 31 december 2004 verlopen en de handel in textiel- en kledingproducten valt sindsdien onder de algemene WTO-regels.

Opheffing van de quota zal leiden tot veranderingen in de export van textiel en kleding en de wereldwijde trend tot outsourcing. Er kan een substitutie-effect optreden onder aanbieders waarvan die landen profijt hebben die in staat zijn een volledig aanbod van producten, schaalvoordelen, concurrerende prijzen en efficiënte dienstverlening te bieden. De gevolgen van de opheffing van de quota zullen aanzienlijk zijn, ofschoon ze op dit moment moeilijk zijn in te schatten. Ze zullen bovendien sterk afhangen van de omstandigheden per land, het vermogen om concurrentievoordeel te behalen in het segment producten met een hogere toegevoegde waarde, en van binnenlandse beleidsmaatregelen. Er zullen aanhoudende inspanningen nodig zijn om de bekwaamheden van werknemers te verhogen, de kwaliteit van banen te verbeteren en de sociale partners op alle niveaus in staat te stellen de vele uitdagingen in de sector op te pakken.

Voor Europa is deze sector voor de toekomst wel degelijk van betekenis. Investeringen, een verschuiving naar het hogere marktsegment en internationaal leiderschap in de modebranche hebben Europa tot de grootste exporteur van textiel, en de op een na grootste exporteur van kleding gemaakt.

De Commissie meent dat dit een drievoudige respons vraagt: toezien op de omvang van de invoer in de EU; de sector helpen zijn concurrentiekracht te versterken en een belangrijke bedrijfstak in de EU te blijven; en speciale aandacht blijven houden voor de armste en kwetsbaardere ontwikkelingslanden. De mededeling van de Commissie van 13 oktober 2003, getiteld ‘Textiel en kleding na 2005' is een cruciaal onderdeel van deze strategie. Deze mededeling was een antwoord op een aantal aanbevelingen van de Groep op hoog niveau inzake textiel en kleding, waarin de vakbonden waren vertegenwoordigd.

Met betrekking tot de processen van de structuurfondsen en de verplaatsing van vestigingslocaties zou de betrokkenheid van de textiel- en kledingsector bij de multisectorale programma’s moeten voorzien in een doeltreffend kader ter ondersteuning van de sector, en om diversificatie van productie mogelijk te maken. Dat zal uiteindelijk ook de economische belangen van de betreffende regio’s ten goede komen.

In aanvulling hierop stelt de Commissie voor dat lidstaten in alle toekomstige programma’s een bedrag moeten reserveren van 1 procent van de jaarlijkse bijdrage uit de structuurfondsen voor de ‘Convergentie’-doelstelling en van 3 procent van de jaarlijkse bijdrage uit de structuurfondsen voor de doelstelling ‘Regionale concurrentiepositie en werkgelegenheid’ om aldus te kunnen reageren op onvoorziene locale of sectorale crises als gevolg van economische en sociale herstructurering of gevolgen van openstelling van de handel.

 
  
MPphoto
 
 

  Henin (GUE/NGL).(FR) Mevrouw de Voorzitter, staat u mij toe in deze vergaderzaal mijn oprechte solidariteit uit te spreken met de miljoenen werknemers wier leven in duigen zal vallen om eens te meer een minderheid van gefortuneerden tevreden te stellen.

Jawel, de economen van de Internationale Federatie van vakverenigingen – als de Commissie het niet weet dan weten zij het wel – spreken van de vernietiging van dertig miljoen banen, waarvan een miljoen in Europa, in de Maghreb, in Sri Lanka, in Indonesië. Alsof wat sommige van die landen hebben meegemaakt nog niet genoeg is moeten ze nodig nog wat verder in moeilijkheden worden gebracht. Het is – en ik zeg dat met klem – de verantwoordelijkheid en de plicht van de Commissie, de Raad en het Parlement om deze sociale ramp een halt toe te roepen.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter.

Vraag nr. 27 van Robert Evans (H-0509/04):

Betreft: Slavernij op de cacaoplantages

De Commissie zal stellig op de hoogte zijn van de kwestie van de gedwongen en illegale kinderarbeid op de cacaoplantages.

De meeste cacao op de wereld is afkomstig uit West-Afrika, waar naar schatting 200.000 kinderen onder ongezonde omstandigheden op de cacaoplantages werken (International Institute of Tropical Agriculture, juli 2002). Europese consumenten worden dus geconfronteerd met de mogelijkheid dat een deel van de chocola die zij eten geproduceerd wordt met gebruikmaking van dwangarbeid.

Kan de Commissie mij mededelen welke initiatieven zij heeft genomen om ervoor te zorgen dat de Europese chocola niet langer de bijsmaak van slavernij zal hebben?

 
  
MPphoto
 
 

  McCreevy, Commissie. - (EN) Geachte afgevaardigden, ik beantwoord deze vraag namens mijn collega mijnheer Michel, die hier vanmiddag niet aanwezig kan zijn omdat hij een donorconferentie over de ramp met de tsunami moet bijwonen.

De aanpak van deze kwestie door de Commissie is tweevoudig. Ten eerste steunen wij aan de ene kant de initiatieven en programma’s van de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO). Ten tweede versterken wij de capaciteit van de landen in de regio om de relevante bepalingen van de Overeenkomst van Cotonou en de verschillende protocollen en initiatieven op het gebied van de bescherming van het kind van de Economische Gemeenschap van West-Afrikaanse Staten te kunnen toepassen.

Binnen zijn Internationaal programma voor afschaffing van kinderarbeid heeft de Internationale Arbeidsorganisatie in 2000 een nieuw initiatief gelanceerd onder de titel ‘Bestrijding van kinderhandel voor uitbuiting van kinderarbeid in West- en Centraal-Afrika’. In 2003 is daar een ‘Landbouwprogramma voor West-Afrika op het gebied van cacao/handel ter bestrijding van gevaarlijke en uitbuitende kinderarbeid’ aan toegevoegd, dat zich in het bijzonder op de cacaoplantages richt.

De Commissie onderhoudt een strategisch partnerschap met de ILO waarbinnen de bestrijding van kinderarbeid een prioriteit is. In dit kader is momenteel een programma van 15 miljoen euro uit de ACS-fondsen in voorbereiding. De doelstellingen hiervan zijn, onder andere, om ten eerste een duurzaam mechanisme in het leven te roepen dat voorkomt dat kinderen allerlei soorten werkzaamheden in de landbouw en andere sectoren verrichten. Ten tweede om de capaciteit te versterken van bureaus en organisaties op nationaal niveau en het niveau van plaatselijke gemeenschappen om acties ter voorkoming van en het geleidelijk uitbannen van kinderarbeid te plannen, te initiëren, uit te voeren en te evalueren. Ten derde om kinderen die in de cacaosector werken daaruit te halen, te voorkomen dat kinderen het risico lopen in dat soort werk verzeild te raken en het vermogen om inkomen te verwerven te verbeteren onder volwassen gezinsleden, in het bijzonder van vrouwen, door middel van sociale beschermingsprogramma’s.

ECOWAS speelt als regionale organisatie een actieve rol in de strijd tegen kinderarbeid. In aanvulling op de bepalingen over handel en arbeidsnormen van de Overeenkomst van Cotonou hebben de staatshoofden van ECOWAS een verklaring en een actieplan aangenomen ter bestrijding van uitbuiting van kinderen, en ECOWAS heeft onlangs een kinderafdeling opgericht binnen zijn secretariaat. Het negende regionaal indicatief EOF-programma zal zorgen voor de capaciteitsopbouw van deze nieuwe eenheid binnen ECOWAS, om de doelmatigheid van dit werk te bevorderen.

 
  
MPphoto
 
 

  Evans, Robert (PSE). - (EN) Ik dank de commissaris voor het verschaffen van informatie over de ILO en verschillende andere organisaties en over activiteiten die al bij iedereen bekend zijn. Ik vraag mij af of de Commissie overweegt een meer positieve agenda te volgen ten aanzien van bedrijven die hieruit momenteel winst maken, bijvoorbeeld door te eisen dat Europese bedrijven - en vergeet niet dat Europeanen en Noord-Amerikanen de meeste van deze cacaoproducten consumeren - deze producten alleen in Europa mogen invoeren als ze kunnen garanderen dat zij hun producten en winsten niet over de ruggen van kinderen verwerven. Heeft de Commissie dit overwogen en is zij bereid dit te overwegen?

 
  
MPphoto
 
 

  McCreevy, Commissie. - (EN) De Commissie is van mening dat de Overeenkomst van Cotonou tussen de EU en de 77 ACS-landen een kader is dat reële mogelijkheden biedt om de humane en sociale aspecten van deze praktijken aan te pakken door middel van politieke dialoog en ondersteuning van goed bestuur in de ACS-landen. Hetzelfde geldt voor het element van corruptie dat ermee verbonden kan zijn. Zij gaat er bovendien van uit dat armoede en een gebrek aan kansen op lokaal niveau de belangrijkste oorzaken zijn van uitbuiting door kinderarbeid en kinderhandel. De aanpak van armoedebestrijding via ontwikkelingssamenwerking van de EU is een goede basis voor het aanpakken van het probleem, omdat hierin evenwichtige groei en verbeterde toegang tot onderwijs prioriteit hebben.

De Overeenkomst van Cotonou, tot slot, is een belangrijke stap inzake de bevordering van fundamentele arbeidsnormen in bilaterale overeenkomsten. Artikel 50 bevat een speciale bepaling over handel en arbeidsnormen, die herbevestigt dat de partijen zich gehouden achten aan de internationale fundamentele arbeidsnormen zoals vastgelegd in de betreffende ILO-verdragen.

 
  
MPphoto
 
 

  Harbour (PPE-DE). - (EN) Is het de Commissie bekend dat de internationale Vereniging van Chocoladefabrikanten in 2001 speciaal met het oog op deze kwestie een overeenkomst heeft gesloten? Is de Commissie derhalve bereid zich op de hoogte te stellen van het rapport dat de internationale chocoladefabrikanten medio dit jaar zullen uitbrengen, hen voor het werk dat zij doen te complimenteren en hen aan te moedigen door te gaan met het ontwikkelen van hun certificeringsprogramma?

Het is mij onduidelijk waarom chocola er in dit verband is uitgepikt, want er zijn nog veel meer voedingsmiddelen die uit landen in de Derde Wereld worden ingevoerd waarbij deze problemen spelen - etiketteringskwesties en kwaliteitsnormen zijn in de gehele sector van zeer groot belang.

 
  
MPphoto
 
 

  McCreevy, Commissie. - (EN) Ik zal het commentaar van mijnheer Harbour zeker onder de aandacht brengen van de heer Michel.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter.

Vraag nr. 28 van Bogusław Sonik (H-0572/04):

Betreft: Opschorting van de export van levensmiddelen vanuit de nieuwe lidstaten naar Rusland

Ik verzoek de Commissie onverwijld gesprekken te beginnen met de Russische Federatie over het dreigement van opschorting en verhoging van de obstakels voor de export van levensmiddelen vanuit Polen en andere nieuwe EU-lidstaten naar Rusland. Deze gesprekken moeten helpen snel volledige duidelijkheid te creëren omtrent de toe te passen en toegepaste inspectiecriteria. Ik ben verontwaardigd over het standpunt van de Commissie dat het onderwerp 'veterinaire inspecties door de Russische Federatie' een interne aangelegenheid van de hierbovengenoemde staten is. Deze uitspraak riekt naar discriminatie tegen de nieuwe lidstaten in de interne EU-betrekkingen, aangezien de lidstaten niet de macht hebben om onafhankelijke beslissingen te nemen met betrekking tot veterinaire kwesties die verband houden met de import van producten uit derde landen. Het zal derhalve onmogelijk zijn het probleem op te lossen zonder een dialoog tussen alle belanghebbende partijen. Deze situatie is niet nieuw voor de Commissie, aangezien ze reeds eerder 'ondersteuning' heeft verleend aan vergelijkbare gesprekken tussen Frankrijk en de Verenigde Staten.

 
  
MPphoto
 
 

  McCreevy, Commissie. - (EN) Ik beantwoord deze vraag namens mijn collega mijnheer Kyprianou, die wegens ziekte vandaag niet hier kan zijn.

De Commissie heeft alle inspanningen gedaan die redelijkerwijs mogelijk waren om ontwrichting van de uitvoer van dierlijke en plantaardige producten van de Europese Unie naar Rusland te vermijden. Deze potentiële ontwrichting komt voort uit de Russische volharding in de eis dat alle EU-export moet voldoen aan specifieke invoervereisten.

Met betrekking tot dierlijke producten bestond de vrees dat de handel vanaf 1 januari 2005 volledig zou worden geblokkeerd. Vanaf die datum eist Rusland namelijk één bepaald soort gezondheidscertificaten voor invoer. Dankzij onderhandelingen door de Commissie namens de EU is dit gevaar echter geweken.

Wat betreft plantaardige producten, waar een soortgelijk risico dreigt te ontstaan voor export vanaf 1 april 2005, heeft de Commissie zodra het gevaar duidelijk werd het voornemen geuit onderhandelingen te willen openen en de Raad gevraagd haar te steunen. In vervolg op een debat tussen de lidstaten op basis van dit verzoek heeft de Landbouwraad in december 2004 haar instemming gegeven en is de Commissie namens de EU onmiddellijk begonnen met de onderhandelingen over deze kwestie. De Commissie vertrouwt erop dat dit tot een succesvolle uitkomst zal leiden.

De geachte afgevaardigde kan er van uitgaan dat de Commissie, ondanks het feit dat zij weinig zeggenschap heeft inzake uitvoervereisten in derde landen, haar bereidheid heeft getoond en pro-actief optreedt met betrekking tot het vinden van een oplossing voor dit soort problemen en zodra zij daarvoor het groene licht kreeg van de Raad in een vroeg stadium onderhandelingen is begonnen.

Er is in de loop van die onderhandelingen geen onderscheid gemaakt tussen de nieuwe en de oude lidstaten. Rusland heeft echter inspectie geëist van alle inrichtingen in de nieuwe lidstaten die om goedkeuring voor uitvoer hebben verzocht. De Commissie heeft erop gewezen dat deze zelfde inrichtingen na het uitbreidingsproces zijn goedgekeurd voor interne handel in de EU. Zij heeft er tevens op aangedrongen het inspectieproces zo snel mogelijk uit te voeren.

Deze situatie heeft hoe dan ook geleid tot ontwrichting van de handel tussen deze lidstaten en Rusland en het feit dat Rusland geen lid is van de Wereldhandelsorganisatie en zich niet aan de regels van de WTO gebonden acht, maakt de zaak er niet eenvoudiger op.

Ik kan het geachte lid verzekeren dat de Commissie alle lidstaten, in het bijzonder de nieuwe lidstaten, heeft betrokken bij de pogingen om ontwrichting van de handel te voorkomen. Deze inspanningen gaan door en de Commissie zal de belangen van de Gemeenschap blijven verdedigen.

 
  
MPphoto
 
 

  Sonik (PPE-DE). – (PL) Mevrouw de Voorzitter, mijnheer de commissaris, de toestand is dramatischer dan uit het antwoord van de commissaris naar voren komt. Sinds 1 mei speelt Rusland een spelletje en blokkeert het de invoer van goederen uit Polen. Dit is een vergelding voor het feit dat sommige landen, waaronder de Baltische staten, de invoer van goederen uit Rusland hebben geweigerd omdat die niet voldoen aan de sanitaire normen van de Europese Unie. De lidstaten kunnen niet zelfstandig besluiten over veterinaire aangelegenheden betreffende de invoer van producten uit derde landen. Ik wil u dringend verzoeken om stappen te ondernemen.

 
  
MPphoto
 
 

  McCreevy, Commissie. - (EN) Zoals ik in mijn antwoord stelde heeft de Commissie dit onderwerp met grote urgentie behandeld toen wij de Raad om zijn fiat vroegen en toen we de onderhandelingen openden. De geachte afgevaardigde heeft gelijk dat het sommige van deze landen voor grote moeilijkheden plaatst. De Commissie zal haar uiterste best doen om een bevredigende oplossing te vinden. Ik moet er echter wel op wijzen dat er grenzen zijn aan wat wij kunnen doen. Hopelijk kan de kwestie met de inzet van alle partijen op korte termijn tot een bevredigende oplossing worden gebracht.

 
  
  

Tweede deel

Vragen aan commissaris McCreevy

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter.

Vraag nr. 29 van Proinsias De Rossa (H-0515/04):

Betreft: Diensten op de interne markt

Alom bestaat er verontrusting over de mogelijkheid dat de voorgestelde dienstenrichtlijn, met name de daarin opgenomen bepaling inzake het 'land van herkomst', sociale dumping en een 'wedloop naar de bodem' in verband met het aanbieden van diensten tot gevolg zal hebben.

Is de Commissie thans bereid het voorstel voor een richtlijn in te trekken en een raadplegingsprocedure op gang te brengen met het oog op opstelling van een evenwichtiger voorstel, waarin eveneens rekening wordt gehouden met de noodzaak van een kaderrichtlijn om de verlening mogelijk te maken van hoogwaardige diensten van algemeen belang/ nutsdiensten?

 
  
MPphoto
 
 

  McCreevy, Commissie. - (EN) De Commissie wenst te beklemtonen dat het verwijderen van belemmeringen op de gemeenschappelijke markt niet hetzelfde is als het ondermijnen van de kwaliteit van dienstverlening, of dat de richtlijn over dienstverlening zal leiden tot sociale dumping - integendeel.

De voorgestelde richtlijn heeft wat betreft de bescherming van werknemers geen gevolgen voor het bestaande acquis communautaire, in het bijzonder de richtlijn betreffende de terbeschikkingstelling van werknemers uit 1996. Deze richtlijn bepaalt dat werknemers in dienstverband, inclusief tijdelijke werknemers, ongeacht de wet die de relatie met de werkgever regelt een aantal belangrijke beschermende maatregelen genieten met betrekking tot de arbeidsomstandigheden die van kracht zijn in de lidstaat waar de werknemer is gestationeerd. Hierdoor kunnen bedrijven dit voorstel niet gebruiken om door vestiging in lagelonenlanden de sociale bescherming te omzeilen van de lidstaat van ontvangst.

De voorgestelde richtlijn versterkt daarenboven de controle op grensoverschrijdende arbeid doordat zij een stelsel voor samenwerking tussen de lidstaten in het leven roept en het land waar de dienstverlener vandaan komt verplicht de autoriteiten van de lidstaat van ontvangst bij te staan bij het toezicht op de arbeidsomstandigheden. De voorgestelde richtlijn zal hierdoor sociale dumping helpen voorkomen.

De Commissie is niet bevreesd dat de richtlijn zal leiden tot een ‘wedloop naar de bodem’ in verband met het aanbieden van diensten. Ten eerste geldt het beginsel van het land van oorsprong alleen voor tijdelijke grensoverschrijdende dienstverlening. Voor diensten die worden verleend via een vestiging in een andere lidstaat - bijvoorbeeld een ziekenhuis of een bejaardenhuis - geldt dat de dienstverlener zich moet houden aan alle relevante regels in die lidstaat.

Ten tweede is het beginsel van het land van oorsprong verbonden met de harmonisatie en verbeterde administratieve samenwerking tussen de lidstaten. Bovendien gelden er een aantal afwijkingen van dit beginsel op het gebied van, bijvoorbeeld, de geldende arbeidsomstandigheden in het kader van grensoverschrijdende arbeid, consumentencontracten, gezondheid en veiligheid op bouwplaatsen, en volksgezondheid.

Tot slot wil de Commissie beklemtonen dat de voorgestelde richtlijn geen liberalisering of privatisering vereist van diensten die momenteel op nationaal, regionaal of lokaal niveau door de publieke sector of publieke instellingen worden verleend. Evenmin heeft de richtlijn gevolgen voor de vrijheid van lidstaten om te definiëren wat zij verstaan onder diensten van algemeen economisch belang en hoe deze dienen te worden georganiseerd en gefinancierd.

Zij doet bovendien geen inbreuk op het vermogen van de lidstaten passende reguleringen in stand te houden met betrekking tot de kwaliteit, beschikbaarheid en uitvoering van diensten van algemeen belang, of andere reguleringen die de rechten van consumenten en gebruikers beschermen. Het is eveneens van belang op te merken dat het voorstel niet vooruitloopt op de voorbereiding, of de uitkomst, van bepaalde initiatieven van de Gemeenschap, in het bijzonder het vervolg op het Witboek over diensten van algemeen belang.

De Commissie heeft zich toegelegd op een echte dialoog met zowel de medewetgevers als belanghebbende partijen om zodoende oplossingen te vinden voor elk van de specifieke kwesties waar het om gaat. Tot dusver is de noodzaak om een grote stap vooruit te maken naar openstelling van de gemeenschappelijke markt niet goed gefundeerd aangevochten.

Ik ben ervan overtuigd dat ook de geachte afgevaardigde graag zou zien dat bedrijven, consumenten en werknemers gebruik kunnen maken van de voordelen van een open en concurrerende geïntegreerde markt voor diensten. We kennen allemaal de economische en sociale uitdagingen waarvoor de Europese Unie zich geplaatst ziet. Gelet op het belang van de dienstensector zal de voorgestelde richtlijn een belangrijke bijdrage leveren aan het aanpakken van deze uitdagingen.

 
  
MPphoto
 
 

  De Rossa (PSE). - (EN) Allereerst wil ik de commissaris welkom heten op zijn eerste vragenuur in het Parlement. Ik verheug me op meer.

Ik ben enigszins verbijsterd door het antwoord van de commissaris. Zijn antwoord geeft aan dat deze richtlijn helemaal niets doet, dat zij geen gevolgen heeft voor welke terreinen waarover wij onze bezorgdheid hebben geuit dan ook. Hij zegt dat ze alleen van toepassing is op tijdelijke grensoverschrijdende dienstverlening. Hoe kan deze richtlijn dan leiden tot een concurrerende gemeenschappelijke markt voor diensten? Als het simpelweg gaat om het voorzien in een bepaling voor de tijdelijke grensoverschrijdende bepalingen, hoe leidt deze dan tot een concurrerende gemeenschappelijke markt voor diensten?

 
  
MPphoto
 
 

  McCreevy, Commissie. - (EN) Zoals ik in mijn antwoord heb uiteengezet, geldt het beginsel van het land van oorsprong alleen voor tijdelijke grensoverschrijdende dienstverlening. De rest van de richtlijn gaat over alle andere gebieden. Als diensten worden verleend via een vestiging in een andere lidstaat, dan moet de dienstverlener zich houden aan alle relevante regels in die lidstaat.

Ik wil de geachte afgevaardigde graag duidelijk maken dat ik vind dat de dienstenrichtlijn zeer ambitieus is: het is de bedoeling dat zij een overkoepelend kader biedt. Ik ken de bezwaren van veel leden van dit Parlement en mensen buiten dit Parlement. Ik ben mij er terdege van bewust dat de richtlijn de politieke gemoederen in een aantal lidstaten danig heeft verhit. Ik ben een open en opbouwende dialoog met de leden aangegaan en daar zal ik mee doorgaan. Ik zie uit naar de toekomstige mededelingen van uw rapporteur om mij op de hoogte te stellen van de opvattingen van afgevaardigden in de bevoegde commissie.

 
  
MPphoto
 
 

  Harbour (PPE-DE). - (EN) Is de commissaris het ermee eens dat het van cruciaal belang is voor de leden van dit Huis om de enorme variatie aan discriminerende en concurrentiebeperkende praktijken te begrijpen die de lidstaten momenteel toepassen tegen dienstverleners? Het zou zeer nuttig zijn als u die in meer detail zou kunnen uitleggen aan de leden van dit Parlement die deze richtlijn hardnekkig blijven omschrijven in de volstrekt ongerechtvaardigde termen die u zo overtuigend heeft weerlegd in uw antwoord inzake sociale dumping en een 'wedloop naar de bodem'. Er is geen enkel bewijs dat een van deze dingen zich zal voordoen. Het zou nuttig zijn als de gunstige effecten van deze richtlijn op de werkgelegenheid op gepaste wijze werd gecommuniceerd.

 
  
MPphoto
 
 

  McCreevy, Commissie. - (EN) Ik ben het zeker eens met de geachte afgevaardigde dat de mogelijkheden op het scheppen van banen als gevolg van het openstellen van de markt voor diensten in heel Europa immens zijn. Er zijn verschillende onderzoeken gestart en de mogelijkheden voor het scheppen van werkgelegenheid zijn groot. Gezien het feit dat dienstverlening ruim 60 procent van het BBP van de Unie vertegenwoordigt, is het duidelijk dat een verbetering van de dienstensector zal leiden tot een vergroting van de welvaart en werkgelegenheid in de Unie.

Ik ben het met de geachte afgevaardigde eens dat er in veel lidstaten nog talrijke concurrentiebeperkende praktijken bestaan die een daadwerkelijke openstelling van de markt voor diensten belemmeren. De richtlijn voor diensten is een poging om de dienstensector tot voordeel van iedereen in Europa open te stellen. Dit gezegd hebbende, en in antwoord op de eerdere vraag van mijnheer De Rossa, weet ik dat er ook bepaalde zorgen zijn geuit door de leden. Hopelijk lukt het om deze zorgen in de loop van het parlementaire proces en andere processen weg te nemen.

 
  
MPphoto
 
 

  Martin, David (PSE). - (EN) Als je de kwalificaties van de commissaris in zijn antwoord op de eerste vraag neemt voor wat ze zijn dan is duidelijk dat deze richtlijn niet van toepassing is op de Britse gezondheidszorg, die is gebaseerd op gratis zorg op de plaats waar deze wordt verleend. Als we deze geruststellingen voor lief nemen, waarom sluit hij dan gezondheidszorg niet gewoon uit van de bepalingen van deze richtlijn?

 
  
MPphoto
 
 

  McCreevy, Commissie. - (EN) De benadering die ik heb gekozen met het Europees Parlement en anderen die bezwaren hebben geuit, is om die bezwaren en problemen op tafel te leggen en in een document vast te leggen. Laat ik niet beginnen met een lijst van zaken die naar mijn mening kunnen worden geschrapt. Dat zou niet de juiste benadering zijn.

Ik vind dat dit een zeer ambitieus document is, het is de moeite waard om te vechten voor wat we ons ten doel stellen. Mensen bekijken zaken in dit Huis vanuit verschillende perspectieven, gebaseerd op ieders eigen ervaringen en economische filosofieën. Wat we allemaal zullen moeten beseffen is dat indien Europa de uitdagingen van de toekomst het hoofd wil bieden en het model van sociale bescherming wil handhaven, naast andere dingen die wij in Europa graag willen behouden, we ervoor zullen moeten zorgen dat de Europese economie groeit. Stilstand is geen optie. De richtlijn voor diensten is een poging deze specifieke markt open te stellen. Zoals ik in mijn antwoord aan mijnheer Harbour aangaf, vormt dienstverlening de hoofdmoot van de economische activiteit in de Europese Unie. Daarom is het zeer de moeite waard hiervoor te vechten.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter.

Vraag nr. 30 van Brian Crowley (H-0528/04):

Betreft: De doelstellingen van Lissabon

Begin 2004 presenteerde de Commissie een voorstel voor een richtlijn betreffende diensten, als cruciale bijdrage aan de inspanningen gericht op verwezenlijking van de strategie van Lissabon. Dit voorstel heeft aanleiding gegeven tot veel debat. Er was fanatieke steun, alsook hevig verzet.

Welke conclusies trekt de Commissie uit de binnengekomen reacties?

Kan de Commissie uitleggen waarom zij ervoor heeft gekozen een voorstel in te dienen met een zo breed toepassingsgebied en waarom zij zoveel nadruk legt op de rol van het land van vestiging van de dienstverlener? Waarom heeft zij niet voor een sectorgewijze benadering gekozen?

Wat is de rol van de dienstensector in de EU-economie en welk deel daarvan is grensoverschrijdend? Welke concrete resultaten met relevantie voor de doelstellingen van Lissabon hoopt de Commissie met dit voorstel te behalen?

 
  
MPphoto
 
 

  McCreevy, Commissie. - (EN) Zoals de geachte afgevaardigde aangaf, speelt de voorgestelde richtlijn betreffende diensten op de interne markt een cruciale rol bij onze inspanningen om de Europese economie te hervormen. Diensten zijn goed voor ongeveer 70 procent van het bbp en de werkgelegenheid in de EU. Als we de doelstellingen ten aanzien van groei en werkgelegenheid, die het wezen vormen van de agenda van Lissabon, willen halen, is het van groot belang dat barrières op de interne markt op het gebied van diensten worden opgeheven, en het voorstel voorziet daarin. Dit voorstel brengt werkelijk enorme economische kansen met zich mee. Dit is onlangs nog onderstreept in een Nederlands economisch onderzoek waaruit naar voren kwam dat tenuitvoerlegging van het voorstel in zijn huidige vorm kan leiden tot een toename van 15 tot 35 procent van de bilaterale handel en rechtstreekse buitenlandse investeringen in commerciële diensten.

De Commissie heeft om verschillende redenen een horizontale richtlijn voorgesteld. Ten eerste bestrijkt de richtlijn een breed scala van diensten omdat veel van de vastgestelde barrières bij diverse diensten een rol spelen.

De meest efficiënte manier om deze barrières aan te pakken is een horizontale benadering. Ten tweede is een grootschalig en uitvoerig harmonisatieproces door middel van sectorale richtlijnen onnodig, onrealistisch en strijdig met de beginselen van betere regelgeving en subsidiariteit. Ten derde wordt in het voorstel voor de richtlijn rekening gehouden met het specifieke karakter van bepaalde activiteiten, wordt specifieke harmonisatie voorgesteld waar dit noodzakelijk geacht wordt en wordt uitgegaan van een gefaseerde tenuitvoerlegging.

Het is duidelijk dat het voorstel veel discussie heeft uitgelokt. Dit is echter precies wat je van een ambitieus en verstrekkend voorstel als dit kunt verwachten. Het geeft aan dat het voorstel betrekking heeft op een aantal zeer belangrijke vraagstukken. Het betekent ook dat er hard moet worden gewerkt om een gemeenschappelijk doel te bereiken.

De land-van-oorsprong-benadering is een centraal onderdeel van het voorstel als het gaat om de levering van grensoverschrijdende diensten. Hierdoor hoeven grensoverschrijdende diensten niet meer te worden onderworpen aan een verscheidenheid aan regels en dat stimuleert het aanbod van grensoverschrijdende diensten en komt de concurrentiepositie van de Europese economie ten goede.

De land-van-oorsprong-benadering is met name van belang voor KMO’s die niet over de middelen beschikken om een dochteronderneming of een vestiging in een andere lidstaat op te zetten en die hun kennis dus alleen kunnen exporteren op basis van tijdelijke levering van grensoverschrijdende diensten. Ik wijs er evenwel op dat de land-van-oorsprong-benadering niet geldt voor diensten die worden geleverd via een vaste commerciële inrichting in het land van ontvangst.

Tevens herhaal ik dat de land-van-oorsprong-benadering niet op zichzelf staat. Boven op de specifieke harmonisatie die voor bepaalde activiteiten is voorzien, voorziet het voorstel ook in de verdere ontwikkeling van de administratieve samenwerking tussen de overheidsinstanties in de lidstaten. Deze harmonisatie en samenwerking zal leiden tot het vertrouwen tussen de lidstaten dat nodig is om de land-van-oorsprong-benadering effectief in de praktijk te kunnen omzetten.

Ten slotte is er een aantal derogaties voorzien voor diensten die gevoelig zijn in verband met de bescherming van de consument, de volksgezondheid of de openbare veiligheid, en voor gevallen waarin de land-van-oorsprong-benadering niet kan worden toegepast vanwege de bestaande verschillen in de wetgeving van de lidstaten.

Zoals ik in mijn vorige antwoord aangaf, vertrouwt de Commissie erop dat de economische mogelijkheden van de dienstensector in het belang van onze werknemers, onze consumenten en onze bedrijven het beste kunnen worden verwezenlijkt door middel van dit voorstel.

 
  
MPphoto
 
 

  Crowley (UEN). - (EN) Ook ik heet commissaris McCreevy welkom bij zijn eerste vragenuur in het Parlement en ik benadruk nogmaals dat ik een overtuigd voorstander ben van de strategie en de doelstellingen van Lissabon, omdat die voor meer welvaart en werkgelegenheid in de Europese Unie kunnen zorgen.

Wat zijn antwoord betreft, moet ik er echter op wijzen dat het idee van een centraal punt voor de registratie van een bedrijf een van de grootste obstakels is voor de grensoverschrijdende handel en de bescherming van het beginsel van het land van oorsprong. Immers, als een lidstaat een bedrijf toestaat een dienst in die lidstaat te leveren, moet dit ook voor alle andere lidstaten gelden, want volgens de regels van de interne markt dient de basis voor besluitvorming overal gelijk te zijn.

 
  
MPphoto
 
 

  McCreevy, Commissie. - (EN) De land-van-oorsprong-benadering, die centraal staat in de dienstenrichtlijn, zal leiden tot de situatie die de heer Crowley schetst. Zoals ik in mijn antwoord aangaf, stelt de richtlijn bedrijven in staat in een andere lidstaat te opereren zonder dat zij een grote hoeveelheid keuringen hoeven te doorlopen. Dat is de basis voor het beginsel van het land van oorsprong zoals het in de geschetste situatie zou gelden.

 
  
MPphoto
 
 

  Mitchell (PPE-DE). - (EN) Ook ik heet de commissaris welkom bij zijn eerste vragenuur in dit Parlement.

In verband met concurrentiepositie en economische capaciteit - onderdelen van de agenda van Lissabon - wil ik graag weten of hij het met mij eens is dat er iets moet worden gedaan aan de structurele problemen op de arbeidsmarkt, vooral als we Europa vergelijken met de Verenigde Staten. Is de commissaris het met me eens dat er iets moet worden gedaan aan de toegang van vrouwen tot de arbeidsmarkt. Op dit gebied blijven we, deels vanwege het gebrek aan betaalbare kinderopvang, ver achter bij de VS. Gaat de Commissie zich over deze kwestie buigen?

 
  
MPphoto
 
 

  McCreevy, Commissie. - (EN) Ik ben blij met de bijdrage van de heer Mitchell, maar ik wijs erop dat de genoemde kwesties vallen onder de opdracht van mijn collega, de heer Spidla. De heer Mitchell is ingegaan op verdere problemen met de groei binnen de Europese Gemeenschap. Het proces van Lissabon gaat over deze kwesties en, zoals u weet, heeft de heer Barroso voor de zittingsperiode van deze Commissie de hoogste prioriteit gegeven aan de agenda van Lissabon.

Ik neem nota van de woorden van de geachte afgevaardigde over de toegang van vrouwen tot de arbeidsmarkt en zijn opmerkingen over kinderopvang. Ik weet zeker dat andere collega’s in de Commissie zich met deze kwesties zullen bezighouden.

 
  
MPphoto
 
 

  Cederschiöld (PPE-DE). – (SV) Ook ik wil commissaris McCreevy welkom heten. Wat de richtlijn betreffende diensten betreft, is het duidelijk dat niet iedereen begrepen heeft waarvoor die nodig is. Ik vind het dan ook gepast – en ik zal de commissaris vragen of hij dat ook vindt – om een lijst voorbeelden op te stellen, die duidelijk laat zien hoe men bedrijven in concreto belemmerd heeft om hun bijdrage aan de economische ontwikkeling te leveren. Een voorbeeld: een Frans bedrijf dat grafstenen wil maken, wordt daarin door Duitsers gehinderd en met boetes bedreigd.

Kan de commissaris terugkomen met een volledige en praktische lijst van deze grote hoeveelheid problemen, die we in SOLVIT en in andere verbanden gezien hebben en waaraan de bedrijven worden blootgesteld en die de economische ontwikkeling verhindert?

 
  
MPphoto
 
 

  McCreevy, Commissie. - (EN) We hebben een dergelijk document opgesteld en ik zal de geachte afgevaardigde graag een exemplaar toesturen.

 
  
MPphoto
 
 

  Martin, David (PSE). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik weet hoe moeilijk het is deze vergaderingen voor te zitten, maar ik vraag me af wat de aanvullende vragen te maken hadden met de oorspronkelijke vraag van de heer Mitchell. Mevrouw Cederschiöld leek terug te gaan naar de vorige vraag. Ik weet dat mijn collega de heer De Rossa een echte aanvullende vraag had bij de vorige vraag en hij werd niet aan het woord gelaten!

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. Mijnheer Martin, het spreekt vanzelf dat in het gehele Parlement grote belangstelling bestaat voor dit thema. Vele leden hebben het woord gevraagd en ik kan onmogelijk op voorhand weten waar de aanvullende vragen van leden over zullen gaan als ik hun het woord geef. Misschien zoudt u nog eens met mevrouw Cederschiöld hierover van gedachte moeten wisselen.

De voor het tweede deel van het vragenuur gereserveerde tijd is overigens al verstreken, hetgeen betekent dat de vragen 31, 32 en 33 niet meer kunnen worden behandeld. Deze zullen schriftelijk worden beantwoord. We gaan over tot de volgende reeks vragen.

Vragen aan commissaris Ferrero-Waldner

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter.

Vraag nr. 34 van Luis Yañez-Barnuevo García (H-0506/04):

Betreft: Onderwijsprogramma's in Latijns-Amerika na de top van de staatshoofden en regeringsleiders in Costa Rica

De Latijnsamerikaanse top van staatshoofden en regeringsleiders heeft in november in San José de Costa Rica besloten de onderwijsprogramma's te bevorderen als sleutel voor de ontwikkeling van de landen in Latijns-Amerika.

Is dit ook geen goede gelegenheid voor de Commissie in de betrekkingen van de Europese Unie met Latijns-Amerika?

 
  
MPphoto
 
 

  Ferrero-Waldner, Commissie. - (DE) Mevrouw de Voorzitter, ik moet bekennen dat dit mijn eerste vragenuur is, maar ik verheug me er wel op. Het is altijd goed om nader op de details te kunnen ingaan.

Ik zal nu in het Engels verder gaan.

 
  
  

Deze vraag ging over onderwijs, een zeer belangrijke sector in het kader van de betrekkingen van de Commissie met Latijns-Amerika. Het belang van deze sector is in Rio, in Madrid, in Guadalajara en diverse topconferenties benadrukt door de staatshoofden en regeringsleiders van beide regio’s, waarbij vooral werd aangedrongen op een versteviging van de regionale samenwerking op het gebied van hoger onderwijs.

Op het gebied van onderwijs geeft de Commissie momenteel uitvoering aan samenwerkingsprogramma’s op nationaal, subregionaal en regionaal niveau, waarmee een bedrag van circa driehonderd miljoen euro is gemoeid. De Commissie financiert met name twee regionale programma’s op het gebied van hoger onderwijs. Een ervan is het Alfa-programma - America-Latina Formación Académica, en het andere is het Alban-programma - America-Latina Becas de Nivel.

Het Alfa-programma bevordert de samenwerking tussen instellingen voor hoger onderwijs en andere relevante organisaties in de twee regio’s met het oog op de capaciteitsvergroting van mensen en instellingen en mobiliseert de civiele maatschappij in de EU en Latijns-Amerika als geheel om zo duurzame betrekkingen te creëren en te verstevigen. Alfa 1 bestrijkt de periode 1994-1999 en Alfa 2 de periode 2000-2005.

Wat de toewijzing van gelden betreft: Alfa 1 heeft een budget van 32 miljoen euro en Alfa 2 een budget van 42 miljoen euro.

Het Alban-programma is in 2002 gelanceerd tijdens de topconferentie EU/Latijns-Amerika in Madrid als reactie op de aanbevelingen van de top van Rio de Janeiro. Het programma kent studiebeurzen toe aan inwoners van Latijns-Amerika voor masters- en doctoraalopleidingen bij onderwijsinstellingen in de EU en aan hoogopgeleiden uit Latijns-Amerika voor praktijkopleidingen bij organisaties in de EU.

Op regionaal en nationaal niveau wordt uitvoering gegeven aan diverse onderwijsprojecten, met name in het basisonderwijs. Het is vermeldenswaardig dat een programma van 74,6 miljoen euro is gericht op onderwijs in het kader van het programma van wederopbouw in Centraal-Amerika na de orkaan Mitch in 1998.

In Nicaragua levert de Commissie een bijdrage aan de verbetering van de onderwijssector door middel van financiële steun voor een totaal van 62,5 miljoen euro.

 
  
MPphoto
 
 

  Yañez-Barnuevo García (PSE).(ES) Mevrouw de Voorzitter, allereerst wil ik de commissaris, mevrouw Ferrero, van harte welkom heten. Zij beheerst de Spaanse taal en heeft kennis van zaken over Latijns-Amerika. Bovendien heeft ze ook nog eens een Spaanse achternaam. Haar antwoord heeft mij tevredengesteld want het was precies datgene wat ik wilde weten over de steun van de Commissie aan de onderwijsprogramma’s en in het bijzonder aan het instrument waaraan ik refereer in mijn vraag: de Ibero-Amerikaanse Top van Staatshoofden waaraan de Spaans- en Portugeestalige landen van Latijns-Amerika en Spanje en Portugal deelnemen.

Nogmaals mijn dank, mevrouw de commissaris. In de toekomst zullen we de gelegenheid hebben om vaker over deze thema’s te spreken.

 
  
MPphoto
 
 

  Ferrero-Waldner, Commissie. - (EN) De vraag is al beantwoord en ik heb er niets aan toe te voegen.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter.

Vraag nr. 35 van Bart Staes (H-0510/04):

Betreft: Beslist het toeval over ontwikkelingssamenwerking?

Met de campagne 'Laat jij het toeval beslissen? - Europa niet!' geeft de Commissie de Europeanen te kennen dat Europa veel geld veil heeft voor ontwikkelingssamenwerking (OWS). De verklaring van commissaris Ferrero-Waldner bij deze campagne leert dat de wereld een betere plaats moet worden, blijkbaar in eerste instantie voor de Europeanen en dat de OWS er in eerste instantie toe moet leiden dat 'onmiddellijke buurlanden' stabiliteit kennen. Armoedebestrijding wordt daaraan ondergeschikt gemaakt.

Kan de Commissie meedelen of deze aanpak, die in de eerste plaats gericht lijkt op het veiliger maken van Europa in plaats van duurzame oplossingen te bieden voor de ontwikkeling van de derde wereld, overeenstemt met de ontwikkelingsagenda van de ontwikkelingslanden en in overeenstemming is met artikel 177 van het Verdrag alsook met de doelstellingen van het Millenniumproject van de Verenigde Naties?

 
  
MPphoto
 
 

  Ferrero-Waldner, Commissie. - (EN) Zoals de Commissie bij de lancering van de postercampagne aangaf, zijn voor de ontwikkelingssamenwerking van de Europese Commissie de volgende prioriteiten gesteld: het verminderen en uiteindelijk uitroeien van de armoede, het bevorderen van duurzame ontwikkeling, het tot stand brengen van democratie, bijdragen aan de integratie van ontwikkelingslanden in de wereldeconomie, het steunen van good governance en het bevorderen van de naleving van de mensenrechten.

De Commissie zet zich in om ontwikkelingslanden te helpen de ontwikkelingsdoelstellingen van het millennium te halen. Er zijn echter belangrijke doelstellingen en activiteiten die veel verder gaan dan de doelstellingen van het millennium. Bijvoorbeeld het bevorderen van vrede en veiligheid en het steunen van de institutionele opbouw.

Een brede, geïntegreerde benadering is dus van essentieel belang voor duurzame ontwikkeling, zoals ook wordt gesteld in artikel 3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, waarin wordt benadrukt hoezeer het van belang is te zorgen voor de samenhang van extern beleid en externe instrumenten in het kader van externe betrekkingen, veiligheid, ontwikkeling, economisch beleid en handelsbeleid. Dit wordt ook duidelijk benadrukt in het jaarverslag over het ontwikkelingsbeleid van de EU van 2004.

De externe acties van de Gemeenschap, waaronder steun, worden verder afgestemd op de diversiteit van onze partnerregio’s en -landen. Het Europese nabuurschapsbeleid is een uiting van zo’n brede en geïntegreerde partnerstrategie. Ook bestrijken onze betrekkingen met de grotere ontwikkelingslanden, met name in Azië en Latijns-Amerika, een breed scala van doelstellingen. In dit verband is het duidelijk dat de wereld een betere plaats wordt als we onze partners concrete voordelen bieden, niet alleen voor degenen die rechtstreeks van de Europese steun profiteren maar ook voor de Europese burgers. Dit doet echter niets af aan de alles overstijgende doelstelling van het ontwikkelingsbeleid van de Europese Commissie, dat wil zeggen, het uitroeien van de armoede.

 
  
MPphoto
 
 

  Staes (Verts/ALE). – Voorzitter, ik ben blij met het antwoord van mevrouw de Commissaris, want ik moet wel zeggen dat ik eventjes schrok toen ik haar verklaring van 2 december las. Daarbij kon namelijk de indruk worden gewekt dat de doelstellingen die ze in haar woorden aangaf niet strookten met de millenniumdoelstellingen.

Wij hebben het er al eerder over gehad in de Commissie begrotingscontrole, mevrouw de Commissaris. Ook hier hebt u zich begeven op het terrein van de ontwikkelingssamenwerking. Louis Michel is commissaris Ontwikkeling en ik denk dat er een goede afstemming zal moeten komen, ook in de uitspraken die worden gedaan, om te verhinderen dat uw uitspraken in de bredere context van de millenniumdoelstellingen verkeerd worden begrepen. Ik zou willen vragen dat u daarover met de heer Michel inderdaad zeer goed overleg pleegt.

 
  
MPphoto
 
 

  Ferrero-Waldner, Commissie. - (EN) Ik ben blij dat u erkent dat deze campagne gericht is op de juiste ontwikkelingsdoelstellingen. De campagne onderstreept de belangrijkste sectoren van het externe ondersteuningsbeleid, zoals dat in de mededeling over het ontwikkelingsbeleid en in de ontwikkelingsdoelstellingen is verwoord.

Er liggen zeven elementen ten grondslag aan de zeven prioriteiten van de interventie van de Europese Commissie. Het eerste element is welvaart, die tot stand wordt gebracht door handel en de particuliere sector. Het tweede is veiligheid, die via justitie en regionale samenwerking wordt bereikt. Het derde is vrijheid, die door middel van mensenrechten en good governance wordt bewerkstelligd. Het vierde element is voeding: voedselveiligheid en plattelandsontwikkeling. Het vijfde is water: het waterinitiatief ter bescherming van duurzame ontwikkeling. Het zesde is onderwijs: onderwijssystemen en toegang tot scholen. Het laatste element, de boodschap van EuropeAid - ‘partnerships improving lives worldwide’, gaat in op het hoe en waarom van externe steun. Wat de reikwijdte betreft: de campagne bestrijkt meer dan 150 landen wereldwijd. Er worden duurzame partnerschappen opgezet en de campagne is gericht op ‘ownership’ van projecten in partnerlanden. Er is ook veel aandacht voor de resultaten van prioriteitsgebieden: er moet een aanwijsbaar effect zijn op het leven van mensen. Deze campagne raakt de kern van wat we willen en valt onder de paraplu van de algemene doelstellingen.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter.

Vraag nr. 36 van David Martin (H-0553/04):

Betreft: Aanhoudende schending door Israël van de Protocollen EU-Israël

Is de Commissie, gezien de aanhoudende schending door Israël van de Protocollen EU-Israël, bereid schorsing van deze overeenkomsten te overwegen?

In de mensenrechtenclausule van de associatieovereenkomst tussen de EU en Israël worden "economische vrijheid en de beginselen van het Handvest van de Verenigde Naties, met name eerbiediging van mensenrechten en democratie gezien als "het fundament zelf van de associatie".

In artikel 2, de operatieve clausule, wordt duidelijk gesteld dat "de betrekkingen tussen de partijen en de bepalingen van de overeenkomst zelf gebaseerd zijn op eerbiediging van de mensenrechten en de beginselen van democratie waardoor het binnenlandse en internationale beleid van de verdragsluitende partijen wordt geleid en die een wezenlijk bestanddeel vormt van deze overeenkomst".

 
  
MPphoto
 
 

  Ferrero-Waldner, Commissie. - (EN) In antwoord op uw verzoek de associatieovereenkomst tussen de EU en Israël te schorsen kan ik u vertellen dat de Commissie van mening is dat de Israëlische autoriteiten door sancties en dergelijke maatregelen eerder minder dan meer gevoelig zullen worden voor de inspanningen van de internationale gemeenschap om tot een duurzame oplossing te komen. De EU wil nu juist een zeer constructieve rol spelen bij het proces dat ertoe moet leiden dat de terugtrekking uit de Gazastrook op een positieve wijze plaatsvindt, in samenwerking met een nieuw en ditmaal democratisch gekozen Palestijns leiderschap. Ik begrijp heel goed hoe frustrerend het is voor de mensen die het vredesproces proberen te bevorderen, om te zien dat Israël de nederzettingen uitbreidt.

De Europese Commissie heeft reeds meermalen haar bezorgdheid uitgesproken over het voortdurende terrorisme en geweld maar ook over de scheidingsmuur en de uitbreiding van de nederzettingen. Het is onze wens deze kwesties via de dialoog aan de orde te brengen. De Commissie streeft ernaar haar betrekkingen met Israël en de Palestijnen gestalte te geven via het Europese nabuurschapsbeleid en door Palestijnse hervormingen te steunen en een politieke dialoog met Israël te ontwikkelen.

Het actieplan voor Israël omvat maatregelen die moeten leiden tot een versteviging van de dialoog en de samenwerking gericht op de naleving van de internationale wetgeving en het behoud van het zicht op een haalbare, allesomvattende oplossing. Hiervoor is het nodig de gevolgen van veiligheids- en antiterrorismemaatregelen voor de burgerbevolking tot een minimum te beperken.

Daarom is de Commissie van mening dat maatregelen om de associatieovereenkomst tussen de EU en Israël te schorsen, een averechts effect zouden hebben, en ik geloof dat de lidstaten deze mening delen.

 
  
MPphoto
 
 

  Martin, David (PSE). - (EN) Ik ben het volkomen eens met wat de commissaris zegt over de veranderende omstandigheden. Sinds ik deze vraag heb ingediend, is de heer Abbas gekozen tot leider van de Palestijnen en is de heer Peres toegetreden tot de Israëlische regering. Dit geeft ons enige hoop op een dialoog tussen beide partijen.

Ik wil haar echter vragen dit Protocol vanuit haar nieuwe rol in het oog te blijven houden en Israël onder druk te blijven zetten de inhoud van het Protocol na te leven. Ik weet dat de Commissie in het verleden stappen heeft ondernomen met betrekking tot producten afkomstig uit Oost-Jeruzalem, de Golanhoogte, de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook. Ik vraag haar nu de situatie te blijven volgen om ervoor te zorgen dat producten uit die gebieden niet het predikaat ‘made in Israël’ krijgen.

 
  
MPphoto
 
 

  Ferrero-Waldner, Commissie. - (EN) Ik kan u verzekeren dat de Commissie dat zeker zal doen. Vlak voor kerst was er nog een Raadsvergadering. Dit was natuurlijk een van de belangrijkste kwesties in de Raad en dus zullen we ons best doen ervoor te zorgen dat beide partijen hun verplichtingen nakomen.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter.

Vraag nr. 37 van Justas Vincas Paleckis (H-0559/04):

Betreft: Nieuw nabuurschapsbeleid en Wit-Rusland

Op 9 december, ter gelegenheid van de vaststelling van de eerste actieplannen van het nieuwe Europese nabuurschapsbeleid, heeft de commissaris voor externe betrekkingen en het Europees nabuurschapsbeleid verklaard dat hij een kring van bevriende landen rond de buitengrenzen van de uitgebreide Unie tot stand wil brengen. Van de zeven landen waarmee de eerste actieplannen zijn afgesproken, heeft alleen Oekraïne een directe landgrens met het uitgebreide Europa. Wit-Rusland, dat gemeenschappelijke grenzen heeft met drie nieuwe lidstaten van de EU, is volgens de commissaris echter niet democratisch genoeg om in dat programma te worden opgenomen.

Is de Commissie voornemens andere interne maatregelen te nemen om het probleem van Wit-Rusland op te lossen? Zal zij de voorstellen overnemen om een horizontaal communautair programma tot stand te brengen ter ondersteuning van de mensenrechten en de democratie of radio- of televisie-uitzendingen vanuit de buurlanden te verzorgen? Zijn er plannen om in Minsk een EU-delegatie te vestigen of een vertegenwoordiger van de EU in Wit-Rusland te benoemen? Zulke maatregelen zouden bijdragen tot de totstandkoming van een maatschappelijk middenveld in Wit-Rusland en zouden het mogelijk maken om de democratisering te stimuleren en toch elk compromis met het huidige autoritaire bewind te vermijden.

 
  
MPphoto
 
 

  Ferrero-Waldner, Commissie. - (EN) De Commissie onderstreept dat het Europese nabuurschapsbeleidskader van groot belang is en ze wil de betrekkingen tussen de uitgebreide Europese Unie en haar buurlanden, waaronder Wit-Rusland, verder verstevigen.

Een van de centrale beginselen van de kring van bevriende landen is om gezamenlijk eigenaarschap te smeden. De EU kan niemand haar beleid opleggen, maar ze is bereid haar buurlanden van de voordelen van het Europese nabuurschapsbeleid te overtuigen. De EU biedt over de volle breedte van haar betrekkingen nauwere samenwerking - van politieke dialoog tot economische integratie - door zich in te zetten voor gemeenschappelijke waarden. Dit aanbod geldt in principe ook voor Wit-Rusland.

Via het Europese nabuurschapsbeleid is de Unie bereid de ontwikkeling van democratie in Wit-Rusland nog vastberadener te gaan steunen. Als er fundamentele politieke en economische hervormingen plaatsvinden, kan Wit-Rusland volledig bij het Europese nabuurschapsbeleid worden betrokken, met alle voordelen van dien. Onder de huidige omstandigheden is het echter niet mogelijk een volwaardig actieplan voor Wit-Rusland op te zetten. De parlementsverkiezingen van oktober 2004 en het referendum waren belangrijke mijlpalen voor Wit-Rusland in het kader van het Europese nabuurschapsbeleid, maar Wit-Rusland slaagde er helaas niet in de doelstellingen te halen. Het is echter nog steeds mogelijk de betrekkingen te verstevigen, ook in het kader van het Europese nabuurschapsbeleid, mits er fundamentele hervormingen plaatsvinden.

Momenteel is het van cruciaal belang de civiele maatschappij en het democratiseringsproces te steunen. Dat is ook een beleidspunt van de EU ten aanzien van Wit-Rusland. Bovendien kan Wit-Rusland blijven profiteren van de relevante regionale, grensoverschrijdende en thematische programma’s. De Commissie gaat nog meer energie stoppen in het coördineren van de ondersteuning bij de vorming van de democratie en de civiele maatschappij.

Bovendien bestudeert de Commissie de mogelijkheid de civiele maatschappij en het democratiseringsproces op een soepele manier te steunen, en hier wil ik uitgebreid op ingaan. Ten eerste moet de ondersteuning operationeel zijn en in het betreffende land worden beheerd. Maar de Commissie sluit niet a priori specifieke situaties uit waarbij een project voornamelijk buiten Wit-Rusland ten uitvoer wordt gelegd. In het licht van de geldende regels en verordeningen moet zorgvuldig worden overwogen op welke manieren dit kan worden gedaan.

Een van de voornaamste prioriteiten van de ondersteuning van de EU is het steunen van onafhankelijke media en informatieverspreiding. Een radio- of televisiezender die vanuit het buitenland uitzendingen in Wit-Rusland verzorgt, is een interessant idee, maar er moet wel worden uitgezocht of een dergelijk initiatief onder de bestaande regels en verordeningen met EU-geld kan worden gesteund.

Wat betreft het openen van een delegatie in Wit-Rusland, moet niet worden vergeten dat de EU slechts beperkte middelen ter beschikking heeft om haar netwerk van volwaardige delegaties uit te breiden. Wit-Rusland valt onder de delegatie van de Europese Commissie in Kiev met een bureau voor technische bijstand in Minsk. De Commissie zal onderzoeken wat de mogelijkheden zijn om binnen de bestaande structuren extra personeel in te zetten in Wit-Rusland. De opening van een delegatie van de Europese Commissie in Minsk is momenteel echter niet aan de orde.

 
  
MPphoto
 
 

  Paleckis (PSE). - (DE) Mevrouw de commissaris, ook ik wil u feliciteren naar aanleiding van uw eerste vragenuur. Uit uw uitgebreide antwoorden concludeer ik dat de Commissie met betrekking tot Wit-Rusland inderdaad behoorlijk actief zal zijn. Ik heb nog één vraag: Denkt u dat het gezien de heersende omstandigheden mogelijk is om met de huidige autoriteiten in Wit-Rusland samen te werken?

 
  
MPphoto
 
 

  Ferrero-Waldner, Commissie. - (DE) Mevrouw de Voorzitter, op dit moment kunnen wij zeker niet met die autoriteiten samenwerken. Wat wij wel kunnen doen - en dat heb ik zojuist ook aangegeven - is steun geven aan het maatschappelijk middenveld en vooral samenwerken met de academische wereld. Ik kan u vertellen dat er drie workshops met niet-gouvernementele organisaties en bij voorkeur ook met zoveel mogelijk buurlanden in de planning zitten om te bekijken wat wij nu precies kunnen doen. Wij zijn namelijk ook van mening dat het steunen van de maatschappelijke organisaties op dit moment de enige mogelijkheid biedt om in Wit-Rusland veranderingen te bewerkstelligen.

 
  
MPphoto
 
 

  Kudrycka (PPE-DE). – (PL) Dank u zeer, mevrouw de commissaris, het lijkt mij inderdaad geboden om de buurlanden van Wit-Rusland te betrekken bij de bevordering van de ontwikkeling van het maatschappelijk middenveld in het land. Academische programma’s en programma’s voor de vrije media kunnen alleen worden verwezenlijkt in samenwerking met de buurlanden. Als wij projecten vinden die dergelijke acties financieel zouden kunnen ondersteunen, biedt dat mijns inziens de beste garantie voor de toekomstige samenwerking met echte democratische regeringen in Wit-Rusland.

 
  
MPphoto
 
 

  Ferrero-Waldner, Commissie. - (EN) Ik wil er eerst op wijzen dat ik de vraag over de media in principe al beantwoord heb. Ik heb het voorlopige standpunt van de Commissie reeds verwoord. Maar met betrekking tot projecten en financiering kan ik wel een paar voorbeelden geven: de steun van de EU aan de civiele maatschappij moet worden vergroot; het TACIS-programma van de EU - dat voor Wit-Rusland in 2005 en 2006 tien miljoen euro bedraagt - is gericht op het steunen van de civiele maatschappij en onafhankelijke media - precies die zaken waaraan u belang hecht; samenwerking op het gebied van hoger onderwijs, waaronder uitwisselingsprogramma’s voor studenten en professoren; verlichting van de gevolgen van de ramp van Tsjernobyl. De informatievoorziening naar het publiek ten aanzien van de Europese Unie en het Europese nabuurschapsbeleid zal ook worden verbeterd. Daarnaast zullen buitenlandse uitwisselingen van jonge Wit-Russische universiteitsstudenten, de ontwikkeling van een curriculum voor Europese studies en capaciteitsvergroting op lokale universiteiten worden gefinancierd door middel van het Tempusprogramma.

Zoals ik al zei, komt Wit-Rusland inderdaad in aanmerking voor de nieuwe nabuurschapsprogramma’s. Daarom zal het vanaf 2007 van het Europese nabuurschapsbeleid profiteren.

Tot slot nog dit: het Europese Initiatief voor Democratie en Mensenrechten - het EIDM - zal de komende jaren een grotere rol gaan spelen in Wit-Rusland. In 2005-2006 kunnen Wit-Russische aanvragers op grond van twee campagnes steun aanvragen, namelijk ‘het tot stand brengen van een cultuur van mensenrechten’ en ‘de bevordering van democratische processen’.

 
  
MPphoto
 
 

  Onyszkiewicz (ALDE). – (PL) Ik zou graag willen weten of de Europese Commissie zich bewust is van het feit dat deze zeer noodzakelijke onderwijsprogramma’s worden gecontroleerd door de Wit-Russische autoriteiten. Zij kunnen derhalve niet worden beschouwd als daadwerkelijke steun voor het democratiseringsproces in Wit-Rusland. Met het oog op wat de commissaris heeft gezegd, wil ik verder vragen of er in het kader van het Europees initiatief voor de democratie en de mensenrechten een bedrag wordt uitgetrokken ter ondersteuning van onafhankelijke initiatieven in Wit-Rusland. Vooralsnog is er de afgelopen jaren namelijk zelfs niet één euro van dit fonds voor deze doelstelling bestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Ferrero-Waldner, Commissie. - (EN) Zoals ik al eerder zei, zullen er drie workshops worden gehouden. De laatste wordt gehouden in Litouwen, dat de Commissie heeft uitgenodigd om samen met enkele buurlanden aan nieuwe ideeën en strategieën te werken en te bekijken wat er samen met NGO’s en andere organisaties kan worden gedaan. Ik zal deze suggestie zeker meenemen naar deze workshops om te kijken wat de mogelijkheden zijn, maar een en ander moet wel binnen de geldende regelgeving passen. Ik zal dat echter zeker overwegen.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. De vragen 38 tot en met 41 zullen schriftelijk worden beantwoord. De vragen 39 en 40 komen te vervallen, daar ze al onderdeel uitmaken van de agenda van deze zitting.

Vragen aan commissaris Frattini

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter.

Vraag nr. 42 van Dimitrios Papadimoulis (H-0511/04):

Betreft: Afluisteren van telefoongesprekken zonder gerechtelijk bevel

Volgens berichten in de kwaliteitskrant "To Vima" van 5 en 7 december 2004 is in Griekenland sprake (geweest) van het op grote schaal afluisteren van mobiele en vaste telefoongesprekken van Griekse burgers door Italiaanse diensten. Een en ander valt mede op te maken uit een document van de officier van justitie van Bari in Italië, dat in "To Vima" is afgedrukt. Het afluisternetwerk opereerde zonder enig bevel van Griekse gerechtelijke autoriteiten. De Griekse politie en de Eenheid bestrijding economische criminaliteit hebben verklaard pas achteraf door Italiaanse collega's van het bestaan van het afluisternetwerk op de hoogte te zijn gesteld.

Is de Commissie van plan bij de Italiaanse en Griekse autoriteiten informatie over deze zaak in te gaan winnen? Weet de Commissie of de Griekse autoriteiten tot nu toe op enigerlei wijze protest hebben aangetekend tegen deze afluisterpraktijken van Griekse burgers - zonder gerechtelijk bevel - door Italiaanse diensten? Is het toegestaan dat diensten van de ene lidstaat de telefoongesprekken van burgers van een andere lidstaat afluisteren zonder gerechtelijk besluit van die tweede lidstaat?

 
  
MPphoto
 
 

  Frattini, vice-voorzitter van de Commissie. - (EN) De Commissie heeft niets vernomen van een verklaring van de Griekse autoriteiten met betrekking tot de feiten waarnaar de geachte afgevaardigde verwijst. Aangezien voor het afluisteren van telefoongesprekken altijd een beoordeling vereist is van de proportionaliteit van de mogelijke schending van fundamentele rechten ten opzichte van het algemeen belang dat met zulke maatregelen is gediend, is het afluisteren van telefoongesprekken als onderdeel van een strafrechtelijk onderzoek in de meeste gevallen alleen toegestaan met een gerechtelijk bevel. Als de bevoegde autoriteiten van een lidstaat bij een strafrechtelijk onderzoek in eigen land telefoongesprekken of telecommunicatiediensten in andere lidstaten moeten afluisteren, dienen ze de procedures te volgen die daarvoor zijn opgesteld.

De Europese Commissie beschikt natuurlijk niet over de middelen om het gedrag van onafhankelijke gerechtelijke autoriteiten te beoordelen. Het belangrijkste Europese instrument in deze situatie is de overeenkomst betreffende rechtshulp in strafzaken die de lidstaten van de Europese Unie in 2000 hebben gesloten. Zolang deze overeenkomst niet van kracht is, kunnen lidstaten gebruik maken van de overeenkomst betreffende rechtshulp in strafzaken van 1959 van de Raad van Europa en aanbeveling (85)10 van de Raad van Europa, inzake rogatoire commissies voor het onderscheppen van telecommunicatie.

 
  
MPphoto
 
 

  Papadimoulis (GUE/NGL). - (EL) Mevrouw de Voorzitter, mijnheer de commissaris, ik heet u weliswaar welkom maar ik moet u wel zeggen dat ik paf sta. Ik kan er met de pet niet bij dat de Commissie probeert te ontkomen aan een antwoord op een dermate ernstige schending van de fundamentele regels inzake bescherming van persoonlijke gegevens. In Griekenland zijn telefoongesprekken van Griekse burgers afgeluisterd door Italiaanse diensten zonder dat de Griekse autoriteiten daarvan op de hoogte waren. Mijnheer de commissaris, enkele weken geleden was u nog een minister van de Italiaanse regering. Waarom hebt u in hemelsnaam de telefoon niet gepakt om de Italiaanse en Griekse regering te vragen wat er aan de hand was?

 
  
MPphoto
 
 

  Frattini, vice-voorzitter van de Commissie. - (IT) Neemt u mij niet kwalijk, geachte afgevaardigde, maar ik kan alleen herhalen dat de Commissie geen inlichtingen heeft over dit geval. Het is hoe dan ook juridisch gezien niet aan de Commissie om te beoordelen of er al dan niet een overtreding is begaan door een onafhankelijke gerechtelijke autoriteit; het gaat namelijk niet om een regeringsautoriteit van een lidstaat. Er zijn juridische instrumenten beschikbaar, en ik heb ze al genoemd. Het gaat vooral om de aanbevelingen van de Raad van Europa en het Verdrag inzake wederzijdse bijstand van de Raad van Europa.

 
  
MPphoto
 
 

  Mavrommatis (PPE-DE). - (EL) Mevrouw de Voorzitter, mijnheer de commissaris, volgens mij klopt er iets niet, of misschien ontgaat u het een en ander. Afgelopen december is in de kranten “la Repubblica” en “Corriere della Sera” uitgebreid gesproken over afluisteren van telefoongesprekken. Daarin stonden zelfs schetsen van de apparatuur die gebruikt wordt voor dit soort misdaden (met of zonder aanhalingstekens). Die apparatuur bevindt zich ergens in Milaan of Zuid-Italië. Het verbaast mij dat u daar zelf nog niet achter bent gekomen, want anders had u vandaag die opmerkingen niet gemaakt.

 
  
MPphoto
 
 

  Frattini, vice-voorzitter van de Commissie. - (IT) Wat de geachte afgevaardigde zegt, is ongetwijfeld juist. De Italiaanse kranten hebben inderdaad bepaalde feiten vermeld, maar de Commissie moet zich houden aan haar juridische bevoegdheden, en daaronder valt niet de mogelijkheid om het gedrag van gerechtelijke autoriteiten te onderzoeken of daartegen maatregelen te nemen. Er zijn ook op nationaal vlak instrumenten die het mogelijk maken om een rechter te vervolgen die illegaal heeft gehandeld. Het is evenwel duidelijk dat dit niet kan geschieden op verzoek van de Commissie.

 
  
MPphoto
 
 

  Martin, David (PSE). - (EN) Commissaris, los van de feiten van deze zaak, verzoek ik u de eerstvolgende keer dat u de ministers van Justitie treft, hun duidelijk te maken dat het op grond van de diverse internationale overeenkomsten die u noemt en volgens de geest van het lidmaatschap van de Europese Unie onaanvaardbaar is dat de autoriteiten van een lidstaat - of dat nu politieke of gerechtelijke autoriteiten zijn - in een andere lidstaat telefoongesprekken afluisteren zonder de uitdrukkelijke toestemming van de betreffende lidstaat.

 
  
MPphoto
 
 

  Frattini, vice-voorzitter van de Commissie. - (IT) Geachte afgevaardigde, u hebt absoluut gelijk en dat is inderdaad de juiste weg. Zoals u waarschijnlijk weet is het de taak van enerzijds de minister van Justitie en anderzijds het zelfbestuursorgaan van de magistratuur om op te treden tegen rechters die de wet hebben overtreden. Ik heb dit natuurlijk ook zo doorgegeven aan de Italiaanse minister van Justitie.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter.

Vraag nr. 43 van Claude Moraes (H-0522/04):

Betreft: Het jaarverslag van de Commissie over migratie

Wat denkt de Commissie van de reacties op het jaarverslag van de Commissie over migratie (juli 2004), zoals de opvatting van deskundigen als SOLIDAR (Katrin Hugendubel) en het sociaal platform van de NGO's dat het moeilijk is de "beste praktijk" vast te stellen bij het integratiebeleid, gezien het feit dat de omstandigheden in de diverse EU-lidstaten zo ver uiteenlopen?

 
  
MPphoto
 
 

  Frattini, vice-voorzitter van de Commissie. - (EN) Het is zeker waar dat de lidstaten integratie op verschillende manieren benaderen. De theorie en de praktijk hangen af van een aantal factoren. Een andere immigratiegeschiedenis en de variërende rol die de staat en de civiele maatschappij spelen ten aanzien van het integratiebeleid zijn daar twee voorbeelden van.

De Commissie benadrukt consequent dat het bij het integratiebeleid per definitie om subsidiariteit draait. Aan de andere kant respecteren alle lidstaten de mensenrechten en gedeelde waarden zoals gelijkheid, antidiscriminatie, solidariteit, tolerantie, enzovoorts.

Door middel van de voortdurende uitwisseling van informatie en ervaringen, met name door het werk van nationale contactpunten voor integratie, zien we nu dat beleidsbenaderingen en doelstellingen tot op zekere hoogte samenvallen. Dit werd in december bevestigd toen de Raad gemeenschappelijke basisbeginselen inzake integratie aannam.

Het handboek inzake integratie voor beleidsmakers en uitvoerenden dat de Commissie in november 2004 publiceerde, waarin uit de hele EU voorbeelden van goede praktijken op het gebied van introductieprogramma’s, maatschappelijke participatie en integratie-indicatoren, zijn opgenomen, illustreert dat er sprake is van veel gemeenschappelijke problemen en geeft aan hoeveel we van elkaar kunnen leren. Goede praktijken moeten op hun juiste waarde worden geschat. Het zijn ideeën, lessen die we kunnen leren en suggesties die beleidsmakers kunnen inspireren en informeren ten aanzien van het benodigde beleid.

 
  
MPphoto
 
 

  Moraes (PSE). - (EN) Ik dank de commissaris voor zijn heldere antwoord. Ik weet van het vorige debat dat u de integratiekwestie serieus neemt.

De Commissie heeft werkelijk invloed op het integratiebeleid en speelt bijvoorbeeld een directe rol bij de uitvoering van de bestaande richtlijnen, die van cruciaal belang zijn voor de integratie. Ik heb het expliciet over de werkgelegenheidsrichtlijn en de richtlijn inzake rassengelijkheid. De Commissie heeft een grote rol gespeeld bij de tenuitvoerlegging van deze richtlijnen. Voor zover ik weet, zijn ze in minstens twee lidstaten nog steeds niet uitgevoerd. Bent u bereid uw macht aan te wenden om de uitvoering van dergelijke richtlijnen, die zo’n belangrijke rol spelen bij het integratieproces, af te dwingen? U beschikt over die macht.

 
  
MPphoto
 
 

  Frattini, vice-voorzitter van de Commissie. - (EN) Ja, natuurlijk heeft de Commissie die macht en ik verzeker u dat de Commissie alles in het werk zal stellen om lidstaten ertoe aan te zetten alle richtlijnen in het algemeen belang van Europa volledig ten uitvoer te leggen en erop toe te zien dat dit gebeurt.

 
  
MPphoto
 
 

  Muscat (PSE). - (IT) Mijnheer de commissaris, ik gebruik uw moedertaal om u rechtstreeks te kunnen toespreken over de zaak van de illegale immigratie. De illegalen zullen echt niet wachten met de oversteek van de Middellandse Zee totdat wij een gemeenschappelijke strategie hebben gevonden. Als er nu niet zoveel aankomen, komt dat doordat de wanhopigen op de zeebodem liggen. Ik wil vragen wat de Commissie doet, en wat er in de nabije toekomst gedaan zal worden om de landen aan de grens van de Europese Unie te helpen. Ik heb het met name over mijn land, Malta. Wat wordt er gedaan om hulp te verschaffen en de illegalen een fatsoenlijk opvang te bieden? Hoeveel geld zal hiervoor beschikbaar worden gesteld?

 
  
MPphoto
 
 

  Frattini, vice-voorzitter van de Commissie. - (IT) Illegale immigratie is voor de Commissie een van de prioritaire vraagstukken. Wij werken aan beleidsmaatregelen en gemeenschappelijke Europese oplossingen. Zoals u al hebt gezegd, moeten wij ons ook bezighouden met de dagelijkse tragedie waaraan de wanhopige mensen zijn blootgesteld. De Commissie moet ervoor zorgen, en zal ervoor zorgen dat de grondrechten van de mensen die het Europees grondgebied betreden, worden gerespecteerd. Dit geldt vanzelfsprekend ook voor degenen die illegaal binnenkomen. Het recht op eerbiediging van het menselijk leven en van de menselijke waardigheid kan geen onderwerp zijn van juridische meningsverschillen.

Dit gezegd hebbende, moet ik erop wijzen dat de politieke strategieën bespoedigd moeten worden. Wij mogen niet profiteren van vertraging en een illegale toestroom blijven toestaan. Wij moeten onmiddellijk de grondrechten van de betrokkenen respecteren en tegelijkertijd gemeenschappelijke beleidsvormen uitwerken voor enerzijds opvang en anderzijds preventie van illegale activiteiten.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter.

Vraag nr. 44 van Ignasi Guardans Cambó (H-0523/04):

Betreft: Terrorisme

In het kaderbesluit van de Raad inzake terrorismebestrijding van 13 juni 2002 wordt de lidstaten om wetgeving verzocht op bepaalde terreinen die verband houden met terrorismebestrijding, ten einde gemeenschappelijke definities op te stellen gezien de bedreigingen op dit gebied. Op grond van artikel 11 van dit kaderbesluit moesten de Commissie en de Raad vóór eind 2003 nagaan op welke wijze de lidstaten specifieke maatregelen tegen het terrorisme hebben genomen.

Deze teksten werden uiteindelijk door de Commissie ingediend op 8 juni 2004 (COM(2004)0409/def.) en door de Raad op 12 oktober 2004 (11687/2/04/rev.2). In beide verslagen wordt duidelijk en objectief vastgesteld dat de lidstaten zich passief opstellen en dat de in het kaderbesluit vastgestelde doelstellingen niet zijn verwezenlijkt.

Het ontbreekt de Commissie aan bindende instrumenten om van de lidstaten naleving van het kaderbesluit te eisen. De geloofwaardigheid van Europa in de strijd tegen het terrorisme moet echter worden gewaarborgd. Hoe denkt de Commissie een waarachtig Europees beleid inzake terrorismebestrijding te bevorderen en tot stand te brengen en ervoor te zorgen dat de lidstaten hun beloften op het gebied van de wetgeving nakomen?

 
  
MPphoto
 
 

  Frattini, vice-voorzitter van de Commissie. - (EN) Volgens artikel 34 van het Verdrag betreffende de Europese Unie zijn kaderbesluiten bindend voor de lidstaten wat betreft het beoogde resultaat maar zijn de nationale autoriteiten vrij in de keuze van de vorm en de methoden. Kaderbesluiten mogen echter geen rechtstreeks effect hebben.

Hoewel de Commissie binnen de eerste pijler de bevoegdheid heeft een inbreukprocedure tegen een lidstaat in te stellen, bestaat deze mogelijkheid niet binnen het Verdrag betreffende de Europese Unie. De door de geachte afgevaardigde beschreven situatie vergemakkelijkt de rol van de Commissie zeker niet, maar ze weerhoudt de Commissie er niet van een breed scala van beleidsinitiatieven te produceren die als basis dienen voor de beleidsdefinitie van de EU ten aanzien van de belangrijke strijd tegen het terrorisme.

Bij de totstandbrenging van het herziene actieplan inzake terrorismebestrijding in juni 2004, bij het actualiseren ervan in december 2004 en bij het ten uitvoer leggen van meer dan de helft van de respectievelijke maatregelen, heeft de Commissie deze rol zeer actief vervuld. Dat blijkt ook uit de indiening van vier mededelingen inzake verschillende aspecten van de preventie, paraatheid en reactie op terroristische aanvallen in oktober 2004 en uit de aanname van een mededeling over wederzijdse toegang tot gegevens die relevant zijn bij de terrorismebestrijding en van verschillende geheime documenten op het gebied van gevolgenbeheersing en de bescherming van kritische infrastructuren in datzelfde jaar.

De Commissie in het algemeen en voorzitter Barroso en ik in het bijzonder zijn vastberaden om bij de bestrijding van het terrorisme nauw samen te werken met de voorzitterschappen van de Raad. Dit staat hoog op de agenda van de Raad en ook op die van de Raad van Justitie en Binnenlandse Zaken en de Europese Raad van staatshoofden en regeringsleiders.

 
  
MPphoto
 
 

  Guardans Cambó (ALDE). - (IT) Ik ben goed op de hoogte van het juridisch kader waarbinnen zich, voor zover het de Commissie betreft, het Europees beleid tegen terrorisme kan bewegen, en u hebt dat ook heel goed beschreven. Laten wij ons echter niet schuldig maken aan collectieve hypocrisie maar zeggen waar het op staat. En dat is dat er grote bijeenkomsten worden gehouden waar alle premiers rond de tafel gaan zitten en een besluit presenteren, maar waarbij van dat besluit uiteindelijk niets terechtkomt. Dat heeft de Commissie zelf op 8 juni 2004 toegegeven. Mijn vraag is dan ook: wat zal de Commissie in politiek opzicht doen om dit in praktijk te brengen?

 
  
MPphoto
 
 

  Frattini, vice-voorzitter van de Commissie. - (IT) De Commissie zal eind deze maand tijdens de informele bijeenkomst van de ministers van Binnenlandse Zaken en Justitie een toelichting geven op het actieplan voor de uitvoering van het programma van Den Haag. Het actieplan zal in mei van dit jaar worden gepresenteerd en ik hoop dat de Europese Raad van juni het zal kunnen aannemen.

Het actieplan tegen terrorisme zal bestaan uit concrete maatregelen en richtsnoeren, maar ook uit precieze termijnen voor de lidstaten en verplichtingen omtrent een gemeenschappelijk beleid ter versterking van de samenwerking, de informatie-uitwisseling en de bescherming van slachtoffers van terreurdaden. De Commissie is van plan deze maatregelen van tevoren voor te leggen aan dit Parlement. Dat zal begin februari geschieden, dus lang voordat wij ons voorstel indienen. Wij zullen dan luisteren naar het standpunt van het Parlement inzake concrete voorstellen.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter.

Vraag nr. 45 van Bill Newton Dunn (H-0524/04):

Betreft: Misdaadstatistieken in de Unie: Verslaglegging en verzameling

Welke vooruitgang boekt de Commissie bij het voorstellen van een genormaliseerde reeks normen voor de verslaglegging en verzameling van statistieken over misdaad in de Europese Unie?

Zolang zo'n stelsel niet is opgezet kunnen politiediensten zich slechts moeilijk een helder beeld vormen van de omvang van de activiteiten van georganiseerde bendes en het is derhalve uiterst moeilijk deze doelmatig te bestrijden.

 
  
MPphoto
 
 

  Frattini, vice-voorzitter van de Commissie. - (EN) De Commissie is het ermee eens dat het ontbreken van vergelijkbare misdaadstatistieken de ontwikkeling van een effectief Europees rechtshandhavingsbeleid bemoeilijkt.

De Commissie werkt aan een ontwerpactieplan inzake Europese misdaadstatistieken. Er worden deskundigen op het gebied van misdaadstatistieken in de lidstaten geraadpleegd over dit ontwerpactieplan, dat in het voorjaar van 2005 in de vorm van een mededeling van de Commissie zal worden gepresenteerd. De twee voornaamste onderdelen van het ontwerpactieplan zijn, ten eerste, het opzetten van een behoorlijk coördinatieapparaat dat ervoor moet zorgen dat lidstaten, de Commissie en andere belangrijke actoren worden betrokken bij het proces om tot gemeenschappelijke methoden voor het verzamelen van gegevens en een geharmoniseerde definitie te komen en, ten tweede, het ontwikkelen van vergelijkbare statistieken. Hieronder vallen heel veel verschillende onderdelen die in de loop van de tijd moeten worden ontwikkeld, zoals definities van typen misdaad en een inventarisatie van definities op terreinen waar reeds een overeenkomst op EU-niveau bestaat.

De Commissie ontwikkelt dit project stap voor stap in nauwe samenwerking met Europol en andere leveranciers en gebruikers van Europese misdaadstatistieken, afgestemd op het vermogen van de lidstaten om relevante gegevens aan te leveren. Het ontwerpactieplan van de Commissie is in september 2004 met de Europese directeurs van de sociale statistiek besproken. Er is overeengekomen een taskforce op te zetten die gaat onderzoeken wat geschikte methoden zijn voor het bijhouden van misdaadstatistieken. Deze taskforce gaat in mei 2005 aan de slag.

Ik moet ook nog opmerken dat de Commissie steun biedt bij het statistisch meten van de kwaliteit en de effectiviteit van het gerechtelijke proces. In oktober 2004 heeft het Italiaanse ministerie van Justitie in Rome een seminar over dit onderwerp georganiseerd. Dit seminar is medegefinancierd door het AGIS-programma van de EU.

 
  
MPphoto
 
 

  Newton Dunn (ALDE). - (EN) Ik dank u, commissaris, dat u bent gebleven om de vraag te beantwoorden. Ik ben u er zeer dankbaar voor dat u het spoedeisende karakter van dit probleem inziet, want de open grenzen in de EU stellen de georganiseerde misdaad in staat internationaal te opereren en te floreren, terwijl onze politiemacht nationaal opereert en niet grensoverschrijdend kan optreden. We zitten dus echt met een probleem. Ik ben blij dat u de urgentie van het probleem inziet.

Kunt u ons vertellen wie er verantwoordelijk wordt voor het coördinerende apparaat? Wordt dit Europol of wordt het de Commissie - of misschien een nieuw orgaan?

 
  
MPphoto
 
 

  Frattini, vice-voorzitter van de Commissie. - (IT) Ik geloof niet dat er nieuwe organen bij moeten komen. Enerzijds denk ik dat de Commissie strategisch, of liever politiek leiding zou moeten geven aan deze sector. Anderzijds zou de sector de kans moeten krijgen verschillende manieren te vinden waarop Europol kan worden gebruikt, want zoals wij allen weten probeert Europol zijn functies en zijn taken verder uit te breiden. De Commissie wil dit streven ondersteunen en ervoor zorgen dat de taken van Europol zich verder uitbreiden. Dit is ongetwijfeld een van de sectoren waarin werk aan de winkel is.

 
  
MPphoto
 
 

  Sbarbati (ALDE). - (IT) Mijnheer de Voorzitter, ik wil enkele opmerkingen maken. Sommige collega’s zitten hier al vanaf het begin van de vergadering. Zij hebben schriftelijke vragen gesteld maar hebben daarop geen antwoord in deze zaal gekregen. Ze hebben dus ook niet de mogelijkheid gekregen om te reageren met aanvullende vragen, als ze niet helemaal tevreden waren.

Mijns inziens moeten het Bureau en de juridische dienst het vraagstuk van het Vragenuur beter aanpakken. Zij moeten precies nagaan hoeveel tijd nodig is voor de beantwoording van de vragen en hoeveel vragen beantwoord kunnen worden. Men kan toch geen afgevaardigde dwingen hier de hele tijd te blijven zitten als die afgevaardigde uiteindelijk niet de kans krijgt om een rechtstreeks antwoord op zijn of haar vraag te ontvangen van de bevoegde commissaris?

Mijns inziens moet deze situatie nog eens bekeken worden door de diensten van dit Parlement. Het is onaanvaardbaar dat zich dergelijke situaties voordoen.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. Mevrouw Sbarbati, in het Reglement zijn duidelijke regels gesteld voor het verloop van het vragenuur. Eerder hadden heel veel leden gevraagd het woord te voeren over een bepaald onderwerp en kon ik niet iedereen het woord geven. In mijn ogen is het probleem vooral dat veel leden langdurig doorvragen en zich niet aan de tijdslimiet van 30 seconden houden, hetgeen er vanzelfsprekend toe leidt dat we dikwijls uitlopen. Ik neem evenwel nota van uw opmerkingen. Ik zou graag iedereen van harte willen bedanken en in het bijzonder de heer Frattini – nogmaals – voor zijn bereidheid zo lang hier te blijven voor het vragenuur.

De vragen 46 tot en met 76 zullen schriftelijk worden beantwoord.

 
Juridische mededeling - Privacybeleid