Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Debatten
Maandag 21 februari 2005 - Straatsburg Uitgave PB

13. Wetgevings- en werkprogramma van de Commissie voor 2005 (voortzetting van het debat)
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. Aan de orde is het wetgevings- en werkprogramma van de Commissie voor 2005 (voortzetting van het debat van 26 januari 2005 in Brussel).

Het woord is aan de heer Barroso.

 
  
MPphoto
 
 

  Barroso, voorzitter van de Commissie. – (PT) Mijnheer de Voorzitter, geachte leden van het Europees Parlement, dames en heren, voordat ik het ga hebben over het wetgevings- en werkprogramma van de Europese Commissie voor het jaar 2005 zou ik in enkele bewoordingen mijn tevredenheid willen uitspreken over de uitslag van het referendum over de Europese Grondwet dat gisteren in Spanje is gehouden. Ik zal proberen dat in het Spaans te doen.

(ES) Het Spaanse volk heeft voor de Europese Grondwet gestemd, met een duidelijk en onmiskenbaar ‘ja’.

(Applaus)

Ik wil hier ten overstaan van u allen benadrukken dat de Europese Commissie bijzonder ingenomen is met het bereikte resultaat. Spanje heeft ja gezegd tegen een Europa dat zich kenmerkt door eenheid in verscheidenheid. Ik dank al degenen die hun volle medewerking hebben verleend voor de referendumprocedure, en met name alle leden van dit Parlement die met hun stem en steun hebben bijgedragen aan dit belangrijke succes. Gisteren heb ik de premier van de Spaanse regering, José Luis Rodríguez Zapatero, opgebeld om hem te feliciteren en te bedanken voor het enorme engagement waarvan zijn regering tijdens de verkiezingscampagne blijk heeft gegeven.

Ik kan hier vandaag duidelijk en onomwonden zeggen dat dit resultaat de weg opent voor de andere Europese medeburgers die in de loop van de komende maanden de kans zullen krijgen om zich uit te spreken over de Europese Grondwet.

Hiermee is een belangrijke stap gezet in het ratificatieproces van de Grondwet, een naar het oordeel van de Europese Commissie uniek instrument dat ons, Europeanen, in de gelegenheid zal stellen om onze ideeën van vrede, welvaart, solidariteit en veiligheid binnen Europa te consolideren.

(EN) Mijnheer de Voorzitter, een maand geleden heb ik de voorgestelde strategische doelstellingen van de Commissie gepresenteerd, welke bedoeld zijn als leidraad voor het Europees beleid tot het einde van het decennium. Het gaat om een politieke routekaart die berust op drie pijlers: welvaart, solidariteit en veiligheid. Met deze elkaar versterkende concepten komen we tegemoet aan de uitdagingen en concrete zorgen van de Europese burgers. Ik heb tevens het eerste resultaat van de strategische doelstellingen gepresenteerd: het wetgevings- en werkprogramma voor dit jaar. Ik wil u graag wijzen op een aantal van de belangrijkste elementen in het programma.

Ten eerste is het programma in politiek opzicht doelgerichter. De voorgestelde initiatieven zijn gestructureerd rond de drie strategische doelstellingen en hun externe dimensie, en zij vertegenwoordigen een eerste concrete vertaling van de evenwichtige benadering die de Commissie voorstaat. Dit geldt zowel voor nieuwe initiatieven als voor terreinen waarop we voorstellen bestaande maatregelen te versterken.

Ten tweede zal de Commissie zich volledig inzetten om haar werkprogramma te verwezenlijken. Te dien einde is de Commissie voornemens tegen het einde van het jaar een lijst met iets meer dan honderd prioritaire initiatieven goed te keuren.

Tot slot willen we niet alleen op tijd resultaat boeken – we willen ook betere resultaten boeken. We willen ernst maken met de beginselen van betere regelgeving. Dit betekent waarborging van de kwaliteit van de wetgeving; eerbiediging van de beginselen van evenredigheid, subsidiariteit en toegevoegde waarde; en grootschalig gebruik van effectbeoordelingen.

In aanvulling op dit werkprogramma, heb ik aangekondigd dat de Commissie het Parlement regelmatig op de hoogte zal stellen van haar planningsagenda met betrekking tot wetsvoorstellen die in voorbereiding zijn. Het verheugt mij te kunnen zeggen dat dit informatiekanaal inmiddels functioneert.

In de tussentijd is de Commissie verdergegaan met de tenuitvoerlegging van haar voorstellen. Op 2 februari heb ik u onze voorstellen uit de doeken gedaan voor een tussentijdse evaluatie van de Lissabon-strategie. Hiermee wordt beoogd de voorwaarden te scheppen voor fatsoenlijke levensstandaarden, sociale rechtvaardigheid voor allen en duurzaamheid op milieugebied, door nadruk te leggen op economische groei en werkgelegenheid. Op 6 januari en 2 februari hebben we een eerste gedachtewisseling gehouden.

Het stemde mij tevreden te horen dat de voorstellen van de Commissie over het algemeen tegemoetkwamen aan veel van de verwachtingen en zorgen van de leden van dit Parlement. Ik ben ingenomen met de gedetailleerde ontwerpresoluties over het werkprogramma die vandaag door de fracties zijn ingediend. Als we het hebben over partnerschap, dialoog en raadpleging, weten we dat we het niet altijd over alles eens zullen zijn. Zoals in ieder partnerschap is het vooral belangrijk om de standpunten die ter tafel komen duidelijk te verwoorden, en om samen te werken aan het bereiken van gemeenschappelijke doelstellingen.

Ik wil graag kort reageren op enkele belangrijke kwesties die in de opmerkingen en ontwerpresoluties aan de orde worden gesteld.

Ten eerste: daden wegen zwaarder dan woorden. De Europese Unie heeft de verantwoordelijkheid haar aspiraties tot realiteit te maken. Zij moet welvaart, cohesie en sociale rechtvaardigheid bevorderen, zowel binnen als buiten haar eigen grenzen. De Commissie zet zich volledig in voor deze taak. Wij zijn al begonnen met het werk om dit doel te verwezenlijken door ons werkprogramma voor 2005 ten uitvoer te leggen: we liggen op koers.

Ten tweede: concurrentievermogen en sociale cohesie dienen hand in hand te gaan. We weten allemaal dat het moeilijk is hierin een evenwicht te vinden. Ik wil dat de Commissie zich in dit opzicht behulpzaam opstelt. Daarom is het noodzakelijk nauwlettend naar uw standpunten en bijdragen te luisteren.

Neem bijvoorbeeld het REACH-initiatief. Ik verzeker u dat we terdege nota hebben genomen van de verwoorde zorgen. We zijn het allen eens over de noodzaak om de veiligheid van personen en het milieu naar behoren te beschermen. Anderzijds dienen we ook de angst weg te nemen dat bepaalde elementen in het voorstel een belangrijke Europese bedrijfstak ernstig in problemen zouden kunnen brengen zonder dat ze echt toegevoegde waarde zouden opleveren op het terrein van volksgezondheid en milieu. Gedurende het gehele wetgevingsproces zullen we blijven zoeken naar verdere mogelijkheden om het evenwicht tussen regelgeving en concurrentievermogen te verfijnen en te verbeteren.

Wat het voorstel voor de dienstenrichtlijn betreft, ook hier streven we een doel na dat kan rekenen op algemene steun – de voltooiing van de gemeenschappelijke markt voor diensten vóór 2010. Wederom kan ik u verzekeren dat we terdege nota hebben genomen van de verwoorde zorgen. Ik ben er volledig van overtuigd dat we, via het wetgevingsproces, in staat zullen zijn overeenstemming te bereiken over een instrument dat het verborgen potentieel van de interne markt benut zonder legitieme doelstellingen van openbaar belang in gevaar te brengen.

Laten we dit doen op basis van goede informatie, en laten we alle mythen de wereld uithelpen. In onze voorstellen worden geen vraagtekens geplaatst bij de verantwoordelijkheid van de lidstaten als het gaat om het organiseren en financieren van belangrijke openbare diensten, zoals zij op grond van de behoeften binnen hun maatschappij verplicht zijn, noch worden in onze voorstellen de regels ondermijnd aangaande de terbeschikkingstelling van werknemers, zoals die in de richtlijn zijn vastgelegd.

Tot slot noem ik hier het Stabiliteits- en groeipact. De Commissie zet zich in om het pact te helpen verbeteren en om het volledig in overeenstemming te brengen met het Verdrag. De door de Commissie voorgestelde verbeteringen hebben tot doel de economische principes die ten grondslag liggen aan het pact te verstevigen en de tenuitvoerlegging ervan te verfijnen. We willen betere prikkels om “goed beleid” in “goede tijden” te stimuleren. We willen een betere definitie van de middellangetermijndoelstellingen van het fiscaal beleid, door rekening te houden met elementen als het peil van de schuld en de vooraf te maken kosten voor structurele hervormingen. We willen onwenselijke fiscale terughoudendheid tijdens een economische neergang voorkomen, omdat we uiteindelijk willen dat onze begrotingen ons in staat stellen de welvaart te vergroten door de uitgaven te concentreren op sectoren die gericht zijn op groei en door te investeren in de toekomst.

Dit zijn geen academische kwesties – het gaat hier om levenskwaliteit, de kansen van mensen om in hun levensonderhoud te voorzien en de vruchten te plukken van hun spaargelden en pensioenen. Het gaat hier om de kansen van de huidige en toekomstige generaties op het leiden van een zo vol mogelijk leven als zij wettelijk mogen verwachten.

In het kader van deze evenwichtige aanpak heeft de Commissie vooruitgang geboekt via haar onlangs goedgekeurde voorstel over de herziene sociale agenda voor de periode tot 2010. Hieruit blijkt de volledige inzet van de Commissie voor de modernisering en ontwikkeling van Europese sociale stelsels, voor het aanpakken van sociale uitsluiting en armoede, en voor het bereiken van het doel van meer en betere banen.

Bij het liberaliseren van markten mogen individuen nooit vergeten worden. Daarom hebben wij vorige week twee nieuwe voorstellen aangenomen ter versterking van de rechten van passagiers. Dit brengt mij op een belangrijke kwestie: de Europese Unie moet voldoende financiële middelen hebben om op te kunnen treden. Cohesiebeleid is en moet centraal blijven staan in het doel van de Unie. Zonder solidariteit kunnen we immers nooit eensgezind zijn. Dit is een essentiële aanvulling op ons concurrentievermogen en de Lissabon-strategie – de Unie als geheel profiteert immers van het verhogen van de welvaartsniveaus in de minder ontwikkelde regio’s van de Unie.

We moeten ook bedenken dat er nu 25 lidstaten zijn. De nieuwe lidstaten wachten op concrete blijken van onze solidariteit. Daarom zijn onze voorstellen voor een nieuwe generatie cohesiebeleid in de volgende financiële vooruitzichten, zowel op economisch als op politiek vlak, van doorslaggevend belang voor de Unie. We kunnen het ons niet veroorloven onze verplichtingen op dit terrein te laten verwateren.

Daarnaast is de Commissie momenteel haar derde pakket voorstellen aan het voorbereiden voor de volgende financiële vooruitzichten, die berusten op een nauwkeurige analyse van hun Europese toegevoegde waarde voor zover ze burgers mogelijkheden bieden die een aanvulling vormen op nationale benaderingen of die bestaande gaten dichten. Deze verzameling instrumenten zal onder meer voorstellen omvatten ten aanzien van het zevende kaderprogramma voor onderzoek en ontwikkeling; consumentenbescherming en volksgezondheid; energie – inclusief hernieuwbare energiebronnen; en concurrentievermogen en innovatie met eerbied voor vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid.

De Commissie doet haar werk, maar het verwezenlijken van deze voorstellen is in hoge mate afhankelijk van de voorwaarden van de overeenkomst over de financiële vooruitzichten, die in juni wordt verwacht. Zoals ik al heb gezegd, zie ik niet hoe de Commissie een bijdrage kan leveren aan een Europa dat zich ten doel stelt meer te doen, maar dan met minder middelen.

(FR) Dames en heren afgevaardigden, duurzame ontwikkeling en de klimaatveranderingsproblematiek zijn beide stevig verankerd in de agenda van de Commissie. Hoewel wij ingenomen zijn met de inwerkingtreding van het Protocol van Kyoto, kunnen we het daar niet bij laten. Op 9 februari hebben wij twee mededelingen goedgekeurd, een over duurzame ontwikkeling en een over het winnen van de strijd tegen klimaatverandering. Deze mededelingen vormen een aanvulling op de voorstellen met betrekking tot de tussentijdse herziening van de strategie van Lissabon. Naast de economische pijler vormen de strategie voor duurzame ontwikkeling en de nieuwe sociale agenda twee aanvullende pijlers waarop onze strategie voor de komende vijf jaar zal berusten.

Natuurlijk moeten we ook verder kijken dan onze grenzen. Dit jaar zullen we de balans kunnen opmaken van de vorderingen die zijn gerealiseerd voor het behalen van de millenniumdoelstellingen. De huidige toestand blijft duidelijk achter bij de verwachtingen. De Europese Unie kan en moet een grotere bijdrage leveren aan de verwezenlijking van de millenniumdoelstellingen. Volgende maand kunt u onze bijdrage aan de lopende herziening verwachten. Wij moeten zorgen voor meer dynamiek en verbeeldingskracht bij de concretisering van onze verbintenissen van Monterrey. Daarbij zal Afrika onze centrale prioriteit krijgen, en zijn wij voornemens met nieuwe voorstellen te komen voor specifieke initiatieven voor Afrika.

Het multilateralisme en het versterkte nabuurschapsbeleid horen eveneens tot de prioriteiten van de Commissie. Daarnaast vormen een vernieuwde bijdrage aan het vredesproces in het Midden-Oosten en een nieuwe impuls voor de transatlantische betrekkingen een centrale doelstelling. Wanneer wij morgen president Bush ontmoeten, zullen we hem deelgenoot maken van onze wens om tot een effectief multilateralisme te komen, en van onze bereidheid om ons in te zetten voor vrede en humanitaire hulp waar dat nodig is.

Wij delen allen de overtuiging dat wij de legitimiteit voor onze dagelijkse werkzaamheden ontlenen aan ons optreden ten gunste van de Europese burgers. Het is een prioritaire verplichting van de Commissie om de betrokkenheid van de burgers te versterken en daartoe zullen we in het kader van de financiële vooruitzichten een specifiek programma voorstellen. Door de burgers op eenvoudige en transparante wijze te informeren over de Europese uitdagingen, zullen we hun beter in staat stellen deze te begrijpen en zich een mening te vormen. Alle commissarissen hebben zich ertoe verplicht zich op dit gebied in te spannen – en dat geldt in de eerste plaats voor vice-voorzitter Wallström, aangezien het in het bijzonder haar verantwoordelijkheid betreft.

Ter afronding zou ik, met uw welnemen, willen herinneren aan de aanpak die de Commissie – die ik de eer heb voor te zitten – voor deze gemeenschappelijke uitdagingen en problemen in petto heeft, te weten het partnerschap, in het bijzonder tussen de Europese instellingen. Ik hecht eraan hier te herhalen wat ik al menigmaal in dit Parlement gezegd heb, namelijk dat ik van plan ben een positieve medeplichtigheid tot stand te brengen tussen de Commissie en het Europees Parlement. Ik ben blij dat ik tijdens het debat van 26 januari heb kunnen vaststellen dat de heer Juncker en velen van u het ermee eens zijn dat het van belang is gezamenlijk te werken aan de strategische doelstellingen die de Commissie heeft voorgesteld. Dit zou een unieke stap betekenen voor meer coherentie in het optreden van de Unie.

Tot slot: in de geest van het voorgestelde partnerschap koestert de Commissie de wens zeer nauw samen te werken met het Parlement. De Commissie streeft naar een permanente en regelmatige dialoog over de vraagstukken die onze prioriteit hebben, vanuit het oogpunt van zowel de programmering als van de vaststelling van de politieke prioriteiten. In het kader daarvan zal mevrouw Wallström morgen de Conferentie van commissievoorzitters bijwonen.

Kortom, mijnheer de Voorzitter, dames en heren afgevaardigden, mijn wens is dat het werkprogramma voor 2005 de eerste vrucht zal zijn van het partnerschap voor Europese hernieuwing dat ik u voorstel. Graag hoor ik nu uw opmerkingen en suggesties over de inhoud ervan.

 
  
MPphoto
 
 

  Grossetête (PPE-DE), namens de fractie. – (FR) Mijnheer de Voorzitter, wij zijn zeer verheugd dat de heer Barroso hier heeft kunnen komen en dat we met hem dit programma voor 2005 kunnen behandelen. Er is wat vertraging opgetreden, maar we weten hoe dat komt.

We weten, mijnheer Barroso, dat u alles in het werk zult stellen voor meer efficiëntie. Uw programma is ambitieus en we hebben vertrouwen in u. Dat vertrouwen willen we graag bevestigen, want u hebt laten zien een open oor voor ons te hebben. U hebt namelijk het initiatief genomen de dienstenrichtlijn te herzien teneinde met onze zorgen rekening te houden. Hetzelfde geldt voor REACH, zoals u ons zojuist hebt uitgelegd.

We zullen ons dus op de hoofdzaken moeten concentreren, te weten groei en werkgelegenheid. Ons werk zal in het teken staan van minder wetten en beter wetgeven. Ik weet dat we met u op één lijn zitten wat dat betreft. Verder hebt u gesproken over te nemen stappen. In Europa stijgt de productiviteit maar half zo snel als in de VS, waar het gemiddelde groeipercentage van de investeringen op 5,4 procent per jaar ligt, tegen 1,7 procent voor Europese investeringen.

Waar onze medeburgers op wachten, zijn juist concrete veranderingen die in eenvoudige termen te vatten zijn: stijging van de koopkracht en geen angst meer voor bedrijfsverplaatsingen en werkloosheid. We zien dan ook reikhalzend uit naar uw kaderprogramma voor concurrentievermogen en innovatie, voorzien van precieze doelstellingen en afspraken.

Het verbeteren van de groei en de werkgelegenheid betekent dat we ons moeten baseren op innovatie en onderzoek en vooral dat we milieubeleid en industriebeleid met elkaar moeten verzoenen. Deze twee beleidsterreinen zijn geen tegenpolen. Integendeel, ze vullen elkaar juist aan. Milieuoverwegingen zijn geen beperkingen of obstakels. Het zijn juist troeven, die een kans vormen voor onze economie. Europa moet dus de kaart spelen van milieu-innovatie en hoogwaardige technologie, zodat het kan beantwoorden aan de vraag naar producten met een hoge toegevoegde waarde, een vraag waaraan onze concurrenten niet kunnen voldoen.

Dankzij haar hoge milieunormen bevordert de Europese Unie de innovatie en vergroot zijn het concurrentievermogen van haar industrie. Ik denk daarbij aan de ontwikkeling van hernieuwbare energiebronnen, waaronder wind- en zonne-energie, aan biobrandstoffen, aan milieuvriendelijk vervoer, allemaal sectoren die onze industrieën daadwerkelijk kansen bieden in termen van werkgelegenheid en export. Wij hebben met belangstelling kennis genomen van uw voorstellen op dat terrein, mijnheer de Commissievoorzitter, met name van de verordening over maatregelen tegen luchtvervuiling.

Levensvatbare economische ontwikkeling en hervonden groei zijn voor alles afhankelijk van de gezondheid van onze ondernemingen en van de gezondheid van de mensen die het werk doen voor onze economie. Wij waarderen het deel van uw programma, dat over gezondheid en consumentenbeleid gaat. Europa moet ook anticiperen op mogelijke dreigingen van grote natuurrampen, en strijden tegen nieuwe soorten epidemieën en tegen de resistentie tegen antibiotica. Wij zien dus met grote belangstelling uit naar uw voorstel voor een richtlijn om communautaire maatregelen te treffen ter bestrijding van aviaire influenza. We zullen snel en doeltreffend moeten handelen.

Wat de demografische ontwikkeling van Europa aangaat moet het Groenboek snel een vervolg krijgen in de vorm van concrete maatregelen, waarbij het bijvoorbeeld gaat om levenslang leren, bestendiging van onze gezondheidszorgstelsels en onderzoek naar neurodegeneratieve ziekten. Wat het solidariteitsbeleid aangaat, is het niet meer dan terecht dat de nieuw toegetreden landen van deze programma’s kunnen profiteren, maar we moeten niet vergeten dat de betreffende fondsen het beeld van de Europese Unie bepalen in alle lidstaten. Het is dus onontbeerlijk dat alle landen toegang hebben tot deze structurele bijstand.

We dringen eveneens aan op meer efficiëntie bij de follow-up van justitiële beslissingen tussen lidstaten, hoewel we wat dat aangaat nog wachten op de resultaten van de medebeslissing zoals bepaald in de Grondwet. We weten dat dit alles moet bijdragen tot verbetering van de mobiliteit van de Europeanen. De mobiliteit van jongeren in het bijzonder moet worden verbeterd, door uitwisseling tussen universiteiten gemakkelijker te maken en hen te laten profiteren van de uitstekende ervaring die men kan opdoen in beroepsopleidingen.

Wij hebben ambitie, en u hebt die evenzeer. Wij willen de arbeidscondities verbeteren om uiteindelijk concrete maatregelen te treffen en het evenwicht tussen gezins- en beroepsleven te verbeteren. Zo zullen we de doelstelling kunnen vervullen die de Unie dient na te streven en zullen we de hele Europese samenleving naar een hoger plan kunnen tillen. De Europese Commissie moet op visionaire wijze invulling geven aan haar initiatiefrol.

Op politiek gebied hechten wij groot belang aan de Euro-mediterrane betrekkingen Het Euro-mediterraan beleid moet veel sterker worden, het moet prioriteit krijgen. Daarnaast moeten we nadenken over onze grenzen, de grenzen van Europa.

Ter afronding zou ik u willen zeggen, mijnheer de Commissievoorzitter, dat de politieke wil tot uiting moet komen in financiële vooruitzichten die in de juiste verhouding daartoe staan. De lidstaten kunnen niet meer van Europa vragen terwijl ze minder geven. Wat we vandaag dus nodig hebben is politieke energie om de motor van ons prestatievermogen aan te zwengelen, daar dit de basis is van onze werkgelegenheid. U beschikt over deze energie. Wij zullen u terzijde staan, mijnheer de voorzitter, in deze houding van positieve medeplichtigheid waarover u gesproken hebt.

 
  
  

VOORZITTER: MEVROUW KAUFMANN
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 
 

  Schulz (PSE), namens de fractie. – (DE) Mevrouw de Voorzitter, geachte dames en heren, het betoog dat wij hebben gehoord, was geen betoog van de PPE-DE-Fractie, maar van de Franse gaullisten. Mevrouw Grossetête, ik nodig u van harte uit om uw betoog inhoudelijk op ons af te stemmen. Dan zal er snel een meerderheid te vinden zijn voor een maatschappelijk verantwoord beleid in de Europese Unie. Ik heb in de ogen van mijn collega, de heer Poettering gezien, dat ook hij hevig geschrokken is en dat doet mij alleen maar deugd.

Mijnheer Barroso, ik ben blij dat u ondanks uw drukke agenda tijd heeft gevonden om hier aanwezig te zijn. Ik wil dat graag heel duidelijk benadrukken! Wij weten allemaal dat u in Londen nog problemen met uw vlucht had. Dat u desondanks hier bent, is een goed signaal voor de samenwerking tussen de Commissie en het Europees Parlement. Dat wil ik hier uitdrukkelijk stellen. Daarmee heb ik u nu wel genoeg complimenten gemaakt, want ik heb ook nog een aantal opmerkingen die u naar mijn idee minder vrolijk zullen stemmen.

Ik zal niet meer ingaan op de vraag of het wel goed was dat u aan een reclamespot voor de PSD in Portugal heeft meegedaan. Gedane zaken nemen geen keer. Ik wil echter wel de volgende serieuze overweging aan u voorleggen. Wij moeten over dit onderwerp een besluit nemen tijdens de onderhandelingen over de kaderovereenkomst. In die kaderovereenkomst tussen het Parlement en de Commissie is een duidelijke regeling opgenomen. Het is de commissarissen niet verboden om in hun eigen land politiek actief te zijn. In de kaderovereenkomst staat echter dat zij dit wel eerst met de voorzitter van de Commissie dienen te bespreken. De voorzitter van de Commissie zal vervolgens, afhankelijk van de noodzaak, zijn instemming betuigen of zijn twijfels uiten.

Er bestaat echter geen regeling voor de voorzitter zelf, waarbij natuurlijk wel voorop staat dat deze het goede voorbeeld zou dienen te geven. Ik heb er helemaal geen moeite mee als commissarissen of u, als voorzitter van de Commissie, een politieke lijn volgen en deze ook naar buiten toe uitdragen. Ik ben op de hoogte van uw politieke opvattingen. U hoeft hier dan ook niet als een schijnheilige rond te lopen en net te doen alsof u na uw verkiezing tot voorzitter van de Commissie plotseling volledig neutraal bent geworden. Ik vind het een goede zaak als u vasthoudt aan uw opvattingen, maar ik vind wel dat op dit gebied voor iedereen – dus zowel voor de voorzitter als voor de commissarissen – dezelfde regels moeten gelden. Het is niet acceptabel dat iets de ene keer wel mag en de andere keer weer niet. Daarom moeten wij hiervoor in de kaderovereenkomst een regeling treffen.

Dan mijn tweede opmerking, mijnheer de voorzitter. In de laatste discussie die wij over uw werkprogramma hebben gevoerd, heb ik namens onze Fractie gezegd dat het glas halfvol is. Dat zei ik omdat wij positieve signalen hebben ontvangen met betrekking tot de eisen die wij als sociaal-democraten aan u en uw Commissie stellen.

Een paar dagen later sla ik echter de Financial Times open en lees in een interview met u dat u een volledig andere weg inslaat dan de weg die u in uw betoog hier voor dit Parlement heeft geschetst: Economy is in the front seat. Nee! Social coherence is in the front seat – dat geldt in ieder geval voor ons sociaal-democraten, mijnheer de voorzitter, en dat is een eis die wij niet zullen laten vallen. U presenteert hier eerst uw werkprogramma met sociaal-democratische elementen, en geeft vervolgens een interview aan de Financial Times waarin u precies de tegenovergestelde richting inslaat. Vervolgens komt de heer Spida met een document waarin wij sociaal-democraten ons uitstekend kunnen vinden, waarna wij weer in de pers met opmerkingen van mevrouw Hübner geconfronteerd worden die wij absoluut niet kunnen accepteren.

U bent weliswaar in het Berlaymont-gebouw gearriveerd, mijnheer de voorzitter, maar ik heb de indruk dat u op de Schuman-rotonde niet weet waar u eraf moet. Daarom doe ik u een voorstel: sla de richting in van onze sociaal-democratische voorstellen. Het probleem van de Europese Unie is namelijk dat de risico’s groter en de mogelijkheden kleiner worden als wij de burgers er niet van kunnen overtuigen dat deze Unie hun sociale zekerheid biedt en als wij daardoor een beeld in stand blijven houden waardoor de burgers de indruk hebben dat de activiteiten in Brussel die sociale zekerheid juist in gevaar brengen. Zolang die indruk blijft bestaan, zullen de burgers Europa de rug toekeren.

Dat heeft ermee te maken dat het neoliberale uitgangspunt dat Europa alleen maar goed is indien de deregulering en flexibiliteit worden vergroot – waardoor echter de situatie op sociaal vlak steeds meer wordt uitgehold –, als een doodnormale vanzelfsprekendheid wordt gepresenteerd. Misschien niet door u, mijnheer Barroso, maar wel door veel commissarissen, en ook, en dat is nog veel erger, door veel ambtenaren van de Commissie. Zolang een dergelijke opvatting in de Commissie de boventoon voert, zal de sfeer niet ten gunste van de EU veranderen. Wij sociaal-democraten zijn niet gekozen om een neoliberaal beleid te ondersteunen zoals dat in de Bolkestein-richtlijn is voorzien, maar om ervoor te zorgen dat de twee kanten van de medaille waarover wij al geruime tijd discussiëren, ook allebei genoeg aandacht krijgen. Aan de ene kant hebben wij concurrentie en flexibiliteit nodig, maar een groter concurrentievermogen en meer flexibiliteit dienen dan wel in dienst van die andere kant te staan, namelijk de sociale stabiliteit.

Daarom verzoek ik u om vast te houden aan de inhoud van uw strategische richtsnoeren en aan datgene wat u samen met de heer Verheugen en mevrouw Wallström in de strategie van Lissabon hebt voorgesteld. In die strategie is namelijk duidelijk geformuleerd dat de flexibilisering en concurrentie inderdaad moeten toenemen, maar wel op voorwaarde dat de sociale structuren gewaarborgd blijven, omdat dit Europese verworvenheden zijn. Als u onze ontwerpresolutie doorleest, zult u constateren dat wij bereid zijn om een zeer constructieve samenwerking aan te gaan, mits u van uw kant bereid bent om met uw Commissie een sociaal Europa tot stand te brengen. Als u dat doet, reiken wij u graag onze hand.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  Duff (ALDE), namens de fractie. – (EN) Mevrouw de Voorzitter, het is bizar dat de sociaal-democraten geloven dat er sprake kan zijn van maatschappelijke vooruitgang zonder economische groei en structurele hervormingen. Het is voorts ongelooflijk naïef van de heer Schulz om kritiek te leveren op de voorzitter van de Commissie omdat hij een rol speelt in de binnenlandse politiek van zijn land: wij worden nu eenmaal niet gediend door apatriden – politieke personen die gescheiden zijn van hun politieke wortels. Mijn enige kritiek op het artikel dat ik las in de Financial Times betrof de uithaal van voorzitter Barroso naar “naïeve federalisten”. Ik heb geen idee wat hij daarmee beoogde.

Mijn fractie juicht het toe dat het werkprogramma en zijn grondslagen directer binnen een heldere politieke strategie worden geplaatst. Wat mij echter ook opvalt is de enorme omvang van het programma. Er is duidelijk meer gevoel voor prioriteit nodig. Wat mijn eigen fractie betreft, onze prioriteit is de voltooiing van de interne markt, met name op het terrein van de financiële diensten.

Dit zal herziening en wellicht ook een nauwkeuriger onderzoek vergen van de nalatenschap van de Commissie-Prodi dan het programma vandaag ten deel gevallen is, in ieder geval als het gaat om het softwareoctrooi, maar ook wat betreft de toegang tot de markt voor havendiensten. Wij leggen niet alleen veel nadruk op de verbetering van de kwaliteit van de op te stellen wetten, maar ook op een zekere beperking van de kwantiteit ervan.

Ik sluit af met een pleidooi om richting te geven aan een programma dat is begonnen, maar nog lang niet is afgerond, vooral als het gaat om de financiële en handelsmaatregelen ten aanzien van Noord-Cyprus. We mogen de Turks-Cyprioten niet in de kou laten staan.

 
  
MPphoto
 
 

  Beer (Verts/ALE), namens de Fractie. – (DE) Mevrouw de Voorzitter, voorzitter Barroso, u heeft zojuist een voorstel gedaan voor een “positieve medeplichtigheid” van de Commissie en het Parlement. Namens mijn Fractie van de Groenen zou ik op basis van de actualiteit graag twee scenario’s voor een dergelijke medeplichtigheid willen schetsen. U heeft de actuele aanleiding zelf al genoemd: de komende besprekingen met de Amerikaanse president in Brussel.

Na het charme-offensief van Condoleezza Rice in Europa zal en moet in de komende dagen en weken aangetoond worden – en wel met betrekking tot de kwestie-Iran – of wij alleen maar een gemeenschappelijk doel hebben dat wij net als voorheen via afzonderlijke wegen willen bereiken, of dat wij in staat zijn om een multilaterale aanpak te ontwikkelen zodat wij het gevaar van het unilateralisme kunnen elimineren, zoals wij dat ook in het kader van de preventieve actie tegen Irak hebben meegemaakt.

Namens mijn fractie wil ik u met nadruk stimuleren en de Commissie dringend oproepen om alles in het werk te stellen om de Amerikaanse regering in de komende besprekingen ertoe te bewegen om de Europese onderhandelingsstrategie van de drie EU-vertegenwoordigers actief te ondersteunen.

Sta mij toe om nog een keer de gemeenschappelijke doelstellingen van zowel de Amerikanen als de Europeanen en de Europese lidstaten te noemen. Ons doel is het bereiken van een volledige consensus. Wij moeten een verdere verspreiding van massavernietigingswapens in het Nabije en Midden-Oosten voorkomen. Wij dienen de ontwikkeling van een politieke strategie voor het gehele uitgebreide Nabije en Midden-Oosten te bevorderen op basis van de Europese veiligheidsstrategie. Wij dienen een bindende verklaring van Irak te verkrijgen dat het land afziet van een militair gebruik van het nucleaire programma. Daarnaast dient het IAEA onbeperkt toegang tot Irak te krijgen met het oog op de inspectie van alle installaties. Dat zijn de voorwaarden om ook voor Israël veilige randvoorwaarden te kunnen creëren.

Ik ben ervan overtuigd dat de Europese onderhandelingen op goede uitgangspunten zijn gebaseerd en dat deze een veel grotere kans van slagen hebben als wij de Amerikaanse president ervan kunnen overtuigen dat hij niet alleen maar stand by moet zitten en niet alleen verbaal met de sabel moet rinkelen waardoor de mogelijkheid om preventief in te grijpen in het luchtledige blijft hangen. Wij moeten hem ertoe brengen om niet alleen een actieve toetsing van de geldende economische sancties tegen Iran op de agenda te zetten, maar ook een bespreking van de veiligheidsgaranties voor Iran.

Ik denk dat wij op dit punt vooruitgang kunnen boeken als wij ook aan ons beginsel van eerbiediging van de mensenrechten trouw blijven. Ik doe een dringend beroep op de Commissie om de dialoog over de mensenrechten met Iran tijdens de onderhandelingen niet op te schorten, maar juist te intensiveren. Tot mijn grote spijt heb ik echter moeten constateren dat uitgerekend de Duitse regering – die de onderhandelingen van de EU actief ondersteunt – een uitzettingsprocedure in gang heeft gezet tegen een 26-jarige vrouw die zich van haar Iraanse man heeft laten scheiden en zich tot het christelijke geloof heeft bekeerd. In deze situatie kan een uitzetting naar Iran – en wij hebben ons daar al tweemaal met ontwerpresoluties tegen verzet – voor deze vrouw leiden tot steniging, vervolging en zelfs haar dood.

Naar mijn idee maakt een dergelijk gespleten beleid het moeilijk om in Europa een meerderheid te vinden voor een coherent mensenrechtenbeleid, maar wij zullen daar desondanks in moeten slagen. Dan zijn wij ook geloofwaardig wat Iran betreft. Ik zou niet graag zien dat het Iran lukt om de Europeanen en Amerikanen tegen elkaar uit te spelen, aangezien wij dezelfde doelstellingen nastreven. Dat wil ik nog een keer benadrukken.

Ik wil ook een punt naar voren brengen waarop mijn fractie het met de president van de Verenigde Staten eens is, namelijk de handhaving van het embargo tegen China. Als wij zeggen dat het criterium van “het in acht nemen van de mensenrechten” het fundament vormt voor het Europees buitenlands beleid, dan moeten wij constateren dat de mensenrechtensituatie in China nog steeds bijzonder slecht is. Dat is ook de reden dat dit Parlement enkele weken geleden een ontwerpresolutie heeft aangenomen waarmee het plan van bondskanselier Schröder en van president Chirac is afgewezen. Wij verwachten dat het embargo gehandhaafd blijft en dat economische belangen niet de overhand krijgen ten koste van de mensenrechten.

 
  
MPphoto
 
 

  Markov (GUE/NGL), namens de fractie. – (DE) Mevrouw de Voorzitter, mijnheer de voorzitter van de Commissie, geachte collega’s, het thema van de discussie is weliswaar “het wetgevings- en werkprogramma van de Commissie voor 2005”, maar uiteraard kan dit debat alleen maar binnen het kader van de totale strategie worden bezien. Dat kader wordt sterk beïnvloed door de strategie van Lissabon en is helaas vooral gericht op het verbeteren van de concurrentiepositie, en naar mijn idee gebeurt dat ook nog op basis van de verkeerde middelen.

De operationele winsten van de grote ondernemingen in de Europese Unie zijn in 2004 met 78 procent gestegen. De verhouding tussen de winst en het bruto binnenlands product is de afgelopen 25 jaar bijna nog nooit zo hoog geweest. De handels- en monetaire balansen gaven de afgelopen twaalf maanden weer een groot overschot te zien.

Zelfs in de Bondsrepubliek Duitsland, waar de grote ondernemingen voortdurend jammeren dat zij geen kans maken in de concurrentiestrijd om vestigingsplaatsen, hebben 46 van de 50 ondernemingen die aan de Dax zijn genoteerd, in de eerste drie kwartalen een winststijging van een ongekende omvang gerealiseerd.

Tegelijkertijd neemt echter ook de werkloosheid toe. Er worden steeds meer debatten gevoerd over het verlengen van de arbeidstijden, in welke vorm dan ook. Van de werknemers wordt verwacht dat zij loonmatiging betrachten, wat in feite een verlaging van hun reële inkomen betekent. Er wordt gekort op de sociale dienstverlening, althans die dienstverlening wordt extreem veel duurder. Systemen die op een solidariteitsbasis zijn opgebouwd, worden steeds meer in de richting van een particuliere financiering gemanoeuvreerd.

Dergelijke ontwikkelingen leiden niet tot een grotere, maar juist tot een kleinere vraag. Dat vinden wij een verkeerde tendens! Wij hebben inderdaad een goede concurrentiepositie nodig, maar dan wel, in overeenstemming met de criteria van Göteborg, gericht op een zo laag mogelijke werkloosheid, op een hoge consumentenbescherming, op het creëren van sociale zekerheid voor de burgers in een gezond milieu en op sociale cohesie op basis van solidariteit en duurzame ontwikkeling.

Daarom moeten we de volgende oproep tot de Commissie richten: maak een einde aan uw neoliberale economische beleid, trek uw dienstenrichtlijnen voor de interne markt en de richtlijn inzake de arbeidstijden terug en neem in plaats daarvan het initiatief voor een betere arbeidsbescherming of voor een harmonisatie van de sociale normen. Bescherm de kleine en middelgrote bedrijven door de laatste richtlijnen die het Parlement heeft aangenomen, bijvoorbeeld met betrekking tot software-octrooien, als basis voor een nieuw voorstel te gebruiken! Pas samen met de Raad het Stabiliteitspact aan door de uitgaven voor onderwijs en opleidingen als investering aan te merken zodat deze niet langer deel van de schuldquote uitmaken. Maak u sterk voor een wereldhandel op een sociale basis, door de trachten om de Wereldhandelsorganisatie te hervormen en door niet met dezelfde denkbeelden naar Hongkong te gaan als waarmee de oude Commissie naar Cancún kwam.

U moet u niet voor het bevorderen van de militaire alternatieven inspannen, maar uitsluitend voor vreedzame oplossingen! Maak u ook sterk voor een intensievere milieubescherming. Op dat vlak valt ook hier in de Europese Unie nog een en ander in te halen, bijvoorbeeld met betrekking tot de biologische diversiteit, het voorkomen en verwerken van afval en het duurzame gebruik van hulpbronnen! Vergroot ook uw invloed op het vlak van de klimaatbescherming, omdat zowel de Verenigde Staten als China, India en Brazilië hier meer verantwoordelijkheid moeten nemen.

Dat zou de juiste weg voor de Europese Unie zijn, en hierdoor zou niet alleen de duurzame ontwikkeling worden gestimuleerd, maar ook meer werkgelegenheid worden geschapen. Wij moeten niet de oude, allang achterhaalde wegen blijven volgen of promoten, aangezien gebleken is dat deze naar de verkeerde bestemmingen leiden.

 
  
MPphoto
 
 

  Batten (IND/DEM), namens de fractie. – (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik zou de heer Barroso een goede avond willen wensen, maar lieve hemel, daar gaan we weer! Dit wetgevingsprogramma is grotendeels vormgegeven aan de hand van de jaarlijkse beleidsstrategie die de vorige Commissie in februari 2004 heeft gepubliceerd. De Europese Commissie is de ongekozen regering van de EU, maar welke andere regering waar ook ter wereld zou haar wetgevingsprogramma nu laten bepalen door haar voorganger? De UK Independence Party heeft zich er bij eerdere gelegenheden al over beklaagd dat de Commissie geen verantwoording hoeft af te leggen, maar dit bewijst nog eens hoe ondemocratisch de zaken hier eigenlijk geregeld zijn. We zullen worden opgezadeld met beleidsmaatregelen die zijn bedacht door mensen die niet eens meer in functie zijn!

Op 26 januari heeft de heer Barroso dit Parlement in Brussel toegesproken over dit programma, maar het is opgesteld door de heer Prodi en zijn team. De centrale beleidsdoelstelling van de nieuwe Commissie is economische groei. Dit was ook al de centrale doelstelling in het oude document van de Commissie, dat vorig jaar februari is opgesteld. De heer Prodi maakte het zelfs al tot een van zijn voornaamste doelstellingen toen hij in 1999 zijn ambt aanvaardde. En wat heeft het allemaal ongelooflijk veel opgeleverd: de groei in de EU is nu lager dan hij toen was. Gelukkig maar voor de heer Prodi dat hij weer veilig in Rome zit en niet langer verantwoording hoeft af te leggen voor zijn mislukkingen.

In het document staat dat er, tengevolge van de institutionele wisseling van de wacht in 2004, voor een lichtere procedure is gekozen dan gebruikelijk voor het beoordelen van de beleidsstrategie door het Parlement. Die procedure werd jongstleden april afgerond – met andere woorden, zelfs nog voor de verkiezingen voor het zittende Europees Parlement. We weten allemaal dat dit een schijnparlement is, maar hieruit blijkt maar weer eens hoe nutteloos het eigenlijk is.

Eurofielen hebben geklaagd dat het Britse volk niet naar behoren zal worden geïnformeerd over de Grondwet van de EU. De Spanjaarden hebben onlangs over de Grondwet gestemd, maar het is een feit dat 90 procent van de Spanjaarden – van wie de eurofielen denken dat zij goed op de hoogte waren van de Grondwet – tegen de Spaanse verkiezingsorganisatie hebben gezegd dat zij weinig tot niets over de Grondwet wisten, en minder dan de helft van hen heeft de moeite genomen te gaan stemmen.

De burgers van de Europese Unie zouden echter niet moeten worden geïnformeerd over die ondoorgrondelijke Grondwet, maar over de berg EU-wetgeving die dit jaar de instellingen van de EU zal passeren – wetgeving die bij elkaar verzonnen is door een overleden Commissie en goedgekleurd door een Parlement dat reeds ten grave is gedragen, zodat beide geen verantwoording meer hoeven afleggen aan het volk dat de gevolgen van dit programma zal ondervinden. De burgers van Europa – met name die in Groot-Brittannië – beginnen echter door te krijgen wat er aan de hand is. Binnenkort zullen dan ook niet alleen de laatste Commissie en het laatste Parlement dood en begraven zijn, maar ook het hele EU-project – en hoe eerder, hoe beter!

 
  
MPphoto
 
 

  Ryan (UEN), namens de fractie. – (EN) Mevrouw de Voorzitter, de voornaamste uitdaging waarvoor de Europese Unie zich op dit moment gesteld ziet, is van economische aard. Het Europees Parlement, de Europese Commissie en de regeringen van de EU-lidstaten zullen nauw met elkaar moeten samenwerken als zij de doelstellingen van de Lissabon-strategie willen halen. Dit zal geen eenvoudige opgave worden – we mogen de uitdaging die voor ons ligt allerminst onderschatten.

Een van de kwesties die zeer nauwkeurig moet worden bekeken, betreft het regelgevingskader in Europa – we hebben in Europa behoefte aan minder regelgeving, zeker niet aan meer. Dit werd heel duidelijk uiteengezet in een artikel in de Financial Times van vandaag over een studie van het Centre for the Study of Financial Innovation, waarin onomwonden werd geconstateerd dat de meeste mensen die zich bezighouden met bankzaken en financiële diensten vinden dat we veel te veel regels hebben en dat we hieraan iets moeten doen om het bedrijfsleven concurrerender te maken.

De voornaamste prioriteiten voor de Europese Unie zijn op dit moment onder meer: de afronding van het actieplan voor financiële diensten, om meer concurrentie te garanderen tussen de financiële instellingen die in de 25 lidstaten van de EU actief zijn, met inbegrip van het waarborgen dat alle burgers in de 25 EU-lidstaten kunnen beschikken over bankdiensten voor particulieren; de vereenvoudiging van fusies tussen Europese banken en de actualisering van wetgeving op het terrein van vermogensbeheer, teneinde te garanderen dat fondsbeheerders vermogensfondsen op grensoverschrijdende basis kunnen beheren; de invoering van nieuwe wetgeving om de kosten voor het verrekenen en verwerken van transacties in verhandelbare effecten te beperken; en de invoering van meer concurrentie in het verzekeringswezen.

De Europese Unie moet een hoger dialoogniveau met Amerika bevorderen teneinde de regels te stroomlijnen die van toepassing zijn op het functioneren van het accountantswezen. De Europese Unie werkt met een systeem dat bekendstaat als IAS, de internationale standaarden voor jaarrekeningen. Het Amerikaanse bedrijfsleven hanteert echter accountantsgrondslagen die aangeduid worden als GAAP, algemeen aanvaarde grondslagen voor waardering en presentatie. Dit jaar zullen er achtduizend bedrijven genoteerd zijn aan de Europese aandelenbeurzen, die het IAS-systeem gebruiken. Het is eenvoudigweg niet juist dat Amerika en Europa met twee verschillende boekhoudmodellen werken. Er zal sprake moeten zijn van een dialoog op een hoger niveau om deze kwesties op te lossen.

De Europese Unie moet de nieuwe dienstenrichtlijn ten uitvoer leggen. Zij moet garanderen dat de voordelen van alle technologieën ter beschikking staan aan de gemeenschappen in Europa, zowel die in de stad als op het platteland.

Mijnheer Barroso, uw recente uitlatingen over de Lissabon-strategie en de economische weg voorwaarts voor Europa waren zeer positief, en ik wens u alle goeds. Ik hoop dat uw missie zal slagen – voor Europa is het noodzakelijk dat u slaagt.

 
  
MPphoto
 
 

  Kirkhope (PPE-DE).(EN) Mijnheer de Voorzitter, dit programma biedt daadwerkelijke hoop dat men de Lissabon-agenda nieuw leven inblaast, met nieuwe aandachtspunten. Omdat de voorjaarstop van volgende maand nadert, is het echter van vitaal belang dat de nationale regeringen de problemen aanpakken en voortmaken met de economische hervormingen die cruciaal zijn voor de toekomstige welvaart die in het programma wordt voorzien.

Ik was de afgelopen weken onder de indruk van de verklaringen van de Commissievoorzitter en zijn duidelijke doel om groei en welvaart tot de kern te maken van zijn strategie voor de komende periode. Ik ben daarentegen volstrekt niet onder de indruk van de tirades van sociaal-democraten als de heer Schulz, over het vaststellen van nieuwe prioriteiten binnen het Lissabon-proces. Links blijft in Europa vasthouden aan de oude tradities van inflexibele arbeidsmarkten, hoge indirecte loonkosten en andere zaken die groei in de weg staan.

Zien zij dan niet dat Europa juist vanwege het oude sociale model vandaag de dag aan een relatieve economische neergang bezig is? Begrijpen zij dan niet dat de hoge werkloosheid in zo veel delen van Europa wordt veroorzaakt door de volstrekt achterhaalde voorstellen waaraan zij zich in economisch opzicht hardnekkig blijven vastklampen? Niets van hetgeen de heer Schulz zojuist heeft gezegd zal voordeel opleveren voor de vijf miljoen mensen die op dit moment in zijn land werkloos zijn. Daarom blijven we de Commissievoorzitter met klem verzoeken de snelheid in de hervormingen te houden, en we dringen er bij de regeringen op aan acht te slaan op de redenen voor de mislukking van de Lissabon-agenda gedurende de eerste vijf jaar.

Wij willen een hernieuwde inzet voor de voltooiing van de interne markt. De heer Barroso is zo verstandig dat hij begrijpt dat veel oplossingen voor het gebrek aan economische dynamiek in handen liggen van de lidstaten zelf. In aanvulling op de voortrekkersrol die hij op zich heeft genomen, wil ik hem echter aansporen echt werk te maken van het beperken van de wetgevingsstroom vanuit de Commissie zelf.

De Commissie moet net zo efficiënt zijn als zij zelf eist van onze bedrijven en burgers. Hij heeft het terecht over betere regelgeving, maar de prioriteit moet veeleer minder regelgeving zijn en – dit is van cruciaal belang – die wetgeving moet worden onderworpen aan volledige effectbeoordelingen. De leden van de Britse conservatieve partij in het Europees Parlement nemen al jaren het voortouw in de campagne voor minder regelgeving en het afdwingen van dergelijke effectbeoordelingen. Ik kijk ernaar uit, en vertrouw erop, dat ik binnenkort enige vooruitgang zal kunnen constateren met betrekking tot al deze kwesties in verband met de dienstenrichtlijn, die hij tot mijn tevredenheid steunt.

 
  
MPphoto
 
 

  Swoboda (PSE). – (DE) Mevrouw de Voorzitter, mijnheer de voorzitter van de Commissie, geachte collega’s, volgens mij willen de leden van de Commissie en de afgevaardigden in dit Parlement – in ieder geval de grootste meerderheid in dit Parlement – de burgers warm maken voor het project “Europa”. Als wij dat willen, moeten wij de burgers ook inhoudelijke argumenten aanreiken en duidelijk maken waar het bij deze argumenten om draait.

Voor ons heeft een sociaal Europa de hoogste prioriteit, maar dat betekent wel dat wij arbeidsplaatsen nodig hebben. Voor arbeidsplaatsen is groei nodig en groei vereist weer investeringen. Wat wij echter met name nodig hebben is onderwijs, vervolgopleidingen en levenslang leren. En inderdaad, mijnheer Kirkhope, wij hebben ook meer flexibiliteit nodig. Iedereen die voorstander is van flexibiliteit, weet dat flexibiliteit en sociale zekerheid niet met elkaar in strijd zijn – zoals ook uit het Scandinavische model blijkt – maar dat de burgers zelfs bereid zijn om meer flexibiliteit te accepteren wanneer er tegelijkertijd een sociaal vangnet wordt gecreëerd. Daarnaast zijn er ook nog ingrijpende maatregelen nodig om de mensen te leren om op sociaal niveau met deze flexibiliteit om te kunnen gaan.

Wij hebben echter ook goed functionerende openbare diensten nodig. Op dat punt bent ik door uw verklaring niet helemaal gerustgesteld, mijnheer de voorzitter, omdat de kwestie van die dienstverlening niet uitsluitend op de markt betrekking heeft. Onze openbare diensten zijn een weerspiegeling van onze eigen identiteit. De posterijen, het streekvervoer en ga zo maar door maken deel uit van de Europese identiteit en de burgers willen dan ook dat deze diensten zoveel mogelijk in stand worden gehouden. Daarom is het niet alleen een economische kwestie, maar ook een zeer emotionele zaak.

Tot slot nog één opmerking: Wat vice-voorzitter mevrouw Wallström onlangs met betrekking tot de rechten van vliegtuigpassagiers heeft geregeld, vind ik een zeer goede zaak. Wij moeten namelijk in de openbaarheid treden en ervoor zorgen dat wij de burgers duidelijk maken wat er nu precies hier in dit Parlement wordt bereikt, ook op basis van voorstellen van de Commissie. Wij moeten de burgers vertellen dat wij er zijn om hun belangen te behartigen. Ik zou u in dat verband willen verzoeken om bij alle wetgevingsmaatregelen niet alleen aan better regulations in technische zin te denken, maar ook steeds de burgers voor ogen te houden voor wie wij deze wetten maken en aan wie wij het belang van deze wetten moeten overbrengen. Als de Commissie en het Europees Parlement dat in de toekomst gezamenlijk gaan doen, zullen veel burgers zich achter dit Europa scharen.

 
  
MPphoto
 
 

  Brok (PPE-DE). – (DE) Mevrouw de Voorzitter, mijnheer de voorzitter van de Raad, u heeft er zelf naar mijn idee ook al aan gerefereerd: vandaag is een mooie dag! Wij weten nu wat de uitslag en Spanje is en daardoor verkeren wij allemaal in een betere positie – niet alleen wat de campagne voor het referendum betreft, maar ook doordat duidelijk is geworden dat een groot land met een grote meerderheid voor dit politieke project heeft gekozen. Dit is ook een positief punt in verband met het gesprek dat u morgen met president Bush heeft. Het is nu voor iedereen duidelijk dat wij alleen via een gemeenschappelijk handelen tot een politieke factor van betekenis uit kunnen groeien, en dat moet ook in ons beleid tot uiting komen. Onze handelwijze is belangrijk, want anders kan ik niet begrijpen waarom Condoleezza Rice heeft gezegd dat de Europese Grondwet aangenomen zou moeten worden. Dat is een volledig nieuw geluid in de Amerikaanse politiek. Sta mij toe, mijnheer de voorzitter, dat ik u nogmaals bedank dat met name u het mogelijk heeft gemaakt dat onze Voorzitter morgen aan de bijeenkomst kan deelnemen.

Ik wil in dat verband nog graag een ander punt aan de orde stellen, namelijk de kwestie van het nabuurschapsbeleid. Ik vind dat wij op dat gebied nog te weinig hebben bereikt. President Joestsjenko is komende woensdag in dit Parlement te gast zodat wij dan een nieuwe weg kunnen inslaan om de geweldige uitdaging aan te gaan om een democratie in Oost-Europa tot stand te brengen, waardoor ook deze regio nauwer met de Europese Unie verbonden kan worden. Dat betekent wel dat wij dringend behoefte hebben aan andere instrumenten dan het nabuurschapsbeleid, omdat anders de druk te hoog wordt om te snel over een volledig lidmaatschap te moeten praten. Daar zijn wij nu namelijk nog niet op berekend omdat dit tot overbelasting van de Europese Unie zou leiden.

Wij moeten de mensen in deze landen een perspectief bieden en daarom is het echt het overwegen waard of wij niet nog een ander alternatief naast het volledige lidmaatschap zouden moeten hebben. Dat alternatief dient geen afwijzing van een volledig lidmaatschap in te houden, maar juist perspectieven voor de toekomst te openen en tegelijkertijd ook meteen positieve effecten op te leveren. In het verleden is dat ook gelukt via de Europese Economische Ruimte, waardoor Zweden, Finland en Oostenrijk tot de Europese Unie zijn toegetreden.

Ik verzoek de Commissie om dit serieus in overweging te nemen omdat ik bang ben dat wij anders snel in een moeilijke situatie terecht zullen komen. Vanmiddag is namelijk zeer duidelijk geworden dat wij deze landen – die niet alleen slachtoffer van de Tweede Wereldoorlog zijn, maar ook van de daaropvolgende dictatuur – een perspectief op democratie moeten bieden. Tegelijkertijd moeten wij hierdoor zelf zodanig gesterkt worden dat de Europese Unie ook in de toekomst slagvaardig blijft.

 
  
MPphoto
 
 

  Goebbels (PSE).(FR) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer Barroso, dames en heren, staat u mij toe enige persoonlijke overwegingen te formuleren over het werkprogramma van de Commissie. Het betreft een mooie opsomming, zoals de dichter Jacques Prévert die destijds ook maakte, maar het doet me denken aan hetgeen Wim Kok al zei over het proces van Lissabon: “Lissabon gaat over alles en daardoor over niets”. Het werkprogramma van de Commissie is van een soortgelijk kaliber: door de bomen zie je het bos niet meer. De commissarissen hebben stuk voor stuk geprobeerd hun eigen kerstboom op te tuigen door er een paar persoonlijke slingers in te hangen.

Dat is geen kritiek op u, mijnheer de voorzitter. Als u zich tot de hoofdzaken had beperkt, waren de afgevaardigden de eersten geweest om te zeggen dat u deze of gene kwestie die zij van groter belang achtten had veronachtzaamd. Niettemin verzoek ik u, mijnheer de voorzitter, uw energie aan de hoofdzaken te spenderen. Europa moet zijn sociale model en zijn milieumodel verdedigen. Wij zijn er allen over eens dat Europa op sommige gebieden hervormingen moet doorvoeren en flexibeler moet zijn. U zult echter niet de instemming van de Europese burgers oogsten door u aan te sluiten bij rechts, dat morgen bij de stemming over mijn verslag van plan is te stemmen voor minder belasting voor de rijken en meer werk voor de werknemers. Dat zal niet gaan.

De Commissie voor economische politiek zegt in haar jaarverslag voor 2005 dat voor Europa een macro-economisch kader dat de stabiliteit en de groei bevordert onontbeerlijk is, en dat de regeringen alleen in een geschikt macro-economisch klimaat ten volle de vruchten zullen plukken van de structurele hervormingen, in termen van groei en werkgelegenheid. Stabiliteit hebben we, mijnheer Barroso; wat we nu nodig hebben, is groei.

 
  
MPphoto
 
 

  Roure (PSE).(FR) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de voorzitter van de Commissie, met haar wetgevingsprogramma kan de Commissie – zoals we weten – de politieke prioriteiten van de Raad in concrete acties omzetten. We zijn dan ook blij te kunnen vaststellen dat prioriteit is gegeven aan de tenuitvoerlegging van de Europese wetgeving. We verlangen echter wel stevige toezeggingen voor de komende jaren.

De verbetering van de veiligheid in Europa blijft natuurlijk een prioriteit, maar mag in geen geval ten koste gaan van de burgerlijke vrijheden. De voorstellen ter verbetering van de gegevensuitwisseling en ter versterking van de operationele samenwerking vormen een stap vooruit in de strijd tegen het terrorisme en de georganiseerde misdaad. Echter, het gevoel van onveiligheid dat bij de Europeanen leeft, en dat wij erkennen, moet in de eerste plaats worden tegengegaan door middel van een actief beleid van bescherming en van bevordering van de grondrechten. Dat is de manier waarop onze democratieën zich moeten verdedigen en dat is de manier waarop zij zullen overwinnen.

Wij willen dat er initiatieven worden genomen om te strijden tegen discriminatie, racisme en vreemdelingenhaat. Om Europese burgers overal in Europa van dezelfde rechten en dezelfde toegang tot de rechter te verzekeren, blijft versterking van de justitiële samenwerking een van de prioriteiten. Wij verwelkomen dan ook de voorziene uitbreiding van de justitiële samenwerking tot bepaalde aspecten van het familierecht. We roepen de Commissie op deze belofte na te komen en met voorstellen te komen op basis van de wederzijdse erkenning op het gebied van de beoordeling en het gebruik van bewijsmateriaal en de procedurele waarborgen. We verlangen dat voor asiel- en immigratieaangelegenheden een rechtvaardiger benadering wordt gevolgd, waarbij eerbiediging van rechten en het delen van lasten en verantwoordelijkheden op de eerste plaats komen. We verlangen dat legale immigratiekanalen worden opengesteld, waarbij de basisbehoeften en de grondrechten van de migranten worden gerespecteerd. Tot slot dringen wij aan op een aanmerkelijke verbetering inzake de vaststelling van de minimumnormen voor de toekenning en de intrekking van de vluchtelingenstatus.

 
  
MPphoto
 
 

  Lehne (PPE-DE). – (DE) Mevrouw de Voorzitter, geachte dames en heren, sta mij toe om eerst een korte opmerking te maken naar aanleiding van de politieke argumenten die hier met name door onze collega, de heer Schulz, naar voren zijn gebracht.

Ik ben van mening dat de strategie van Lissabon uit meerdere pijlers bestaat. Dat blijkt overigens ook uit het debat dat wij op dit moment over die strategie voeren. Er bestaat absoluut geen twijfel over dat alle pijlers in principe gelijkwaardige elementen van die strategie vormen. Aan de andere kant is het ook een waarheid als een koe dat er zonder een goed functionerende economie geen verstandig sociaal beleid en geen verstandig milieubeleid mogelijk is. Die economie is als het ware de voorwaarde om de andere aspecten van het maatschappelijk welzijn daadwerkelijk als speerpunten in het beleid te kunnen integreren. Daarom moeten de prioriteiten ook in de juiste volgorde worden gezet, zonder daarbij pijlers over te slaan. Sta mij de volgende kanttekening toe: een beter sociaal beleid dan het scheppen van werkgelegenheid is er niet. Dat is weliswaar ook een waarheid als een koe, maar het moet vanaf deze plaats wel eens een keer gezegd worden.

Sta mij ook nog een tactvolle opmerking toe omdat er in dit verband steeds maar weer verwijten aan het adres van de voorzitter van de Commissie worden gemaakt. De beide vice-voorzitters van de Europese Commissie, die zowel het document van Lissabon als het programma dat wij vandaag bespreken hebben ondertekend, zijn socialisten. Wellicht dat het zinvol is om een dergelijke opmerking toch nog een keer in de marge te vermelden. Dat betekent dat deze kwestie bij de Commissie ook in goede handen is en ik begrijp helemaal niet wat de functie is van deze steeds weer terugkerende, overtrokken discussie over vermeende verschillen die er helemaal niet zijn.

Ik heb nog een speciaal verzoek in dit verband en dat is dat de Commissie in het kader van dit wetgevingsprogramma extra prioriteit geeft aan de omzetting van het Interinstitutioneel Akkoord met de Raad en het Parlement. Dat is van doorslaggevende betekenis! Een van de redenen waarom de dingen in het verleden niet zo gefunctioneerd hebben als eigenlijk zou moeten, is het gebrek aan impact assessment, dat wil zeggen een inschatting van de gevolgen van het invoeren van bepaalde wet- en regelgeving. Daarnaast is ook de wijze waarop de stakeholders zijn geraadpleegd, niet afdoende geweest.

Ik verzoek u dan ook, mijnheer de voorzitter en mevrouw de vice-voorzitter van de Commissie, om met name bij uw werkzaamheden gedurende de komende maanden ervoor te zorgen dat het Interinstitutioneel Akkoord op dit punt consequent wordt omgezet. Dat zal namelijk voor veel kwesties bepalend zijn voor de vraag of de resultaten die u en wij allemaal voor ogen hebben, ook daadwerkelijk worden gerealiseerd.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  Gebhardt (PSE). – (DE) Mevrouw de Voorzitter, mijnheer Barroso, u heeft een mooi motto gekozen voor uw speech van vandaag: Welvaart, solidariteit en veiligheid! Dat wekt bij ons afgevaardigden natuurlijk erg hoge verwachtingen, maar ik moet daarbij aantekenen dat ik hetzelfde gevoel heb als de heer Swoboda: datgene wat u in dit verband over de dienstenrichtlijn heeft gezegd, was toch wel heel erg schamel. Als u echt van plan bent om voor de burgers welvaart, solidariteit en veiligheid te creëren, moet u die dienstenrichtlijn veel ingrijpender aanpakken dan u vandaag heeft aangegeven.

Als u het partnerschap met ons en met alle instellingen serieus neemt, zult u echt veel verder moeten gaan. Eén ding dat nog veel belangrijker is, mogen wij in geen geval over het hoofd zien, mijnheer Barroso, namelijk het partnerschap met de burgers van de Europese Unie en dan bedoel ik met alle 450 miljoen burgers. Het beleid dat wij voeren, is voor hen bedoeld en voor niemand anders.

 
  
MPphoto
 
 

  Silva Peneda (PPE-DE).(PT) De afgelopen weken heeft de Commissie besluiten genomen over twee belangrijke onderwerpen: de strategische richtsnoeren voor haar mandaat en de hervorming van de Lissabonstrategie. In beide besluiten wordt benadrukt dat het weer op gang brengen van de economische groei en het scheppen van arbeidsplaatsen in de huidige omstandigheden van cruciaal belang zijn voor de Europese Unie.

Eerlijk gezegd begrijp ik de discussie niet over wat eerst komt: economische groei of werkgelegenheid. Voor mij is het heel eenvoudig: bedrijven creëren banen en bedrijven ontstaan en ontwikkelen zich alleen als er een klimaat van vertrouwen bestaat, een algemene wens te investeren in een omgeving die investeringsvriendelijk is.

Die levenshouding en cultuur kunnen alleen werkelijkheid worden als de capaciteit aanwezig is een correct economisch beleid te voeren. Hoe meer de lidstaten zich inzetten voor het verwezenlijken van de noodzakelijke hervormingen des te sneller zal dit allemaal realiteit zijn. Alleen langs die weg kunnen wij het Europees sociaal model behouden en zelfs verder ontwikkelen. Een dynamische economische ontwikkeling kan derhalve niet als de vijand worden beschouwd van sociale bescherming, maar is juist haar belangrijkste bondgenoot.

Ik heb echter andere zorgen, die van doen hebben met het definiëren van de prioriteiten en een duidelijke toewijzing van de verantwoordelijkheden. Daar die elementen niet omschreven waren, was de hervorming van de Lissabonstrategie gerechtvaardigd. De lidstaten dragen nu de verantwoordelijkheid deze door de Commissie voorgestelde stimulans voor hervormingen via concrete politieke acties tot realiteit te maken.

Het is absoluut noodzakelijk over te gaan tot hervormingen. Vaak zullen die niet op de sympathie kunnen rekenen van de Europese publieke opinie, maar Europa heeft ze nodig. Die hervormingen zullen alleen succes hebben als zij – zo nodig tot wij erbij neervallen – worden uitgelegd. Alleen zo kunnen zij begrepen en aanvaard worden.

Tot slot wil ik zeggen dat het volgens mij de moeite waard is de voordelen te bezien als wij – om te beginnen met de leden van het Europees Parlement – achter onze bureaus vandaan komen en ons mengen onder de mensen op straat.

 
  
MPphoto
 
 

  Grabowska, Genowefa (PSE). (PL) Mevrouw de Voorzitter, mijnheer de voorzitter van de Commissie, het doet ons plezier dat de Europese Commissie van plan is haar inspanningen op drie vraagstukken te concentreren: economische groei, sociale zaken en milieubescherming. De tijd zal moeten uitwijzen in hoeverre deze lovenswaardige plannen in de praktijk worden gebracht. Een gebrek aan evenwicht, vooral economische groei ten koste van de twee overige elementen, zou een bedreiging vormen voor Europa en zijn inwoners en vooral voor de burgers van de nieuwe lidstaten.

De Europese Commissie is echter ook de hoedster van de Verdragen, die toeziet op de toepassing van het recht door de lidstaten. Ik roep de Commissie op om deze taak nauwlettend uit te voeren, vooral vanuit het gezichtspunt van non-discriminatie. Juist met het oog op het beginsel van non-discriminatie rijzen er vragen bij de inhoud van de REACH-verordening en de dienstenrichtlijn. Vreest de Europese Commissie niet dat de uitzondering van de bouw uit deze richtlijn door de nieuwe lidstaten wordt geïnterpreteerd als discriminatie? Er zijn nog dergelijke voorbeelden te noemen. Mijnheer Barroso, ik verzoek u daarom om nauwlettend toe te zien op de toepassing van het recht vanuit het oogpunt van non-discriminatie.

 
  
MPphoto
 
 

  Karas (PPE-DE). – (DE) Mijnheer de voorzitter van de Commissie, geachte dames en heren, als ik het debat van vandaag beluister, moet ik er wederom op wijzen dat wij meer Europa-gericht moeten denken. Wij moeten af van die nationaal gerichte of partijpolitieke benaderingswijze. Wij hebben niet alleen meer optimisme en vertrouwen, meer oprechtheid, duidelijkheid en controleerbaarheid nodig, maar moeten ook de politieke wil tonen om de dingen uit te voeren die wij in onze mooie toespraken beloven. Wij hebben meer leadership nodig van degenen die politieke verantwoordelijkheid dragen, van de regeringen en van de Commissie.

Ik zou willen voorstellen dat wij een aantal dingen nog eens even in overweging nemen. Wij willen allemaal dat de vier vrijheden tastbaar en werkelijkheid worden. Alle beleid dat gericht is op het bevorderen van die vier vrijheden is een goed beleid. Wij moeten ons afvragen wat de Grondwet voor gevolgen heeft. Eigenlijk begrijp ik de discussie van vandaag niet. In de Grondwet staat dat wij voor een sociale markteconomie kiezen. Daarmee maken wij duidelijk dat de markt niet een doel op zich is, maar slechts een middel om een doel te bereiken: Wij hebben een efficiënte markt nodig die aan zijn sociale en ecologische verantwoordelijkheden kan voldoen. Een van onze doelstellingen is volledige werkgelegenheid; een andere de duurzaamheid. Waarom geven wij de burgers dan voortdurend de indruk alsof wij de ene doelstelling tegen de andere willen uitspelen?

Wij willen geen kortzichtig populistisch beleid, maar wij willen een grotere verantwoordelijkheid ten opzichte van de toekomst. Daarom raad ik u aan, mijnheer de voorzitter van de Commissie, om bij elk voorstel de subsidiariteitstoets uit te voeren Leg de burgers uit wat de voordelen van de Europese aanpak zijn Geef een duidelijke uitleg over de voordelen in termen van groei, mededinging en werkgelegenheid. Geef aan wat de betreffende doelgroepen zijn. Geef een toelichting op de argumenten, de doelstellingen en de resultaten en geef aan wie er op welke termijn bepaalde dingen tot stand moet brengen zodat wij onze Parlementaire controle naar behoren kunnen uitvoeren.

 
  
  

VOORZITTER: DE HEER OUZKÝ
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 
 

  Brejc, Mihael (PPE-DE). (SL) Dank u, mijnheer de Voorzitter. De Commissie heeft een uitgebreid en ambitieus programma opgesteld. Zij heeft prioriteitstaken geformuleerd waarmee ik het eens ben en die ik steun. Ik ben ook ingenomen met de ambitie, energie en, uiteraard, het enthousiasme waarvan de voorzitter van de Commissie blijk geeft. Als we willen dat Europa effectief is, als we willen dat Europa dichter bij zijn burgers staat en als we onze doelstellingen willen halen, dan moeten we zelf effectiever te werk gaan dan we tot dusverre hebben gedaan. Een belangrijk onderdeel van de doeltreffendheid van de Europese Unie is haar administratieve stelsel, haar openbaar bestuur. Dit wordt door u ook al gemeld in de strategische doelstellingen op pagina vier, mijnheer de Voorzitter. Dit is zeer verheugend. Maar tegelijkertijd meen ik mij te herinneren dat de Commissie-Prodi begonnen was met de hervorming van het openbaar bestuur in de Europese Unie. Voormalig commissaris Kinnock was hier verantwoordelijk voor. Hoewel ik niet weet hoe dit allemaal is afgelopen, als het überhaupt al is begonnen, blijft het feit dat de burgers van de Europese Unie het EU-bestuur zien als een enorm bureaucratisch apparaat, ver verwijderd van de mensen, een apparaat dat veel geld kost en dat een enorme administratie nodig heeft voor iedere kleinigheid, om nog maar te zwijgen van grote projecten. Dus wij allen tezamen, en niet alleen wij hier in het Europees Parlement, maar ook onze kiezers, mogen van de nieuwe Commissie verwachten dat zij, binnen het kader van de prioriteitstaken die u hebt geschetst, de energie, tijd en bereidheid zal vinden om haar eigen administratieve systeem en de bijbehorende bureaucratie, aan te pakken. In dit verband reken ik op zeer duidelijke antwoorden. En dan nog één ding! Goede wetgeving is mooi, maar wat nog belangrijker is dat we die goede wetgeving in de praktijk brengen. Hartelijk dank!

 
  
MPphoto
 
 

  Zaleski (PPE-DE). (PL) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de voorzitter van de Commissie, mijnheer de vice-voorzitter van de Commissie, dames en heren, in de eerste plaats wil ik het woord richten tot de heer Schulz.

(DE) Mijnheer Schulz, na ons gesprek over de resolutie over Auschwitz, heeft u uw mening volledig bijgesteld, hetgeen ik zeer respecteer. Mijn dank daarvoor! Ik wil nu echter ook nog iets zeggen over uw kritische opmerkingen over de paus.

(PL) Dames en heren, wat de begroting betreft, meer bepaald het onderdeel betreffende de steun voor de ontmoeting van jongeren met de paus in Keulen, wil ik het volgende opmerken: als iemand anders zoveel jonge mensen voor een goed doel bijeen kon brengen, dan zou ik zonder meer voor de ondersteuning van een dergelijke bijeenkomst stemmen, ongeacht of het de heer Schulz was of de voorzitter van welke partij of groepering dan ook, ongeacht of hij socialist, groen, katholiek of wat dan ook zou zijn. Als het evenement in kwestie de sociale en psychologische eenheid en de bouw van het gemeenschappelijke Europa zou bevorderen, dan zou het respect verdienen. Ik denk dat de heer Schulz het met mij eens is. Ik zie hem bevestigend knikken, waarvoor mijn dank.

Tegelijkertijd wil ik mijn collega's uit de tien nieuwe lidstaten erop wijzen, en opnieuw niet alleen de leden van de Fractie van de Europese Volkspartij (Christen-democraten) en Europese Democraten, maar ook de socialisten, groenen, communisten en niet-ingeschrevenen, dat het aan de paus te danken is dat wij hier vandaag samen kunnen debatteren over het gemeenschappelijke Europa. Ik wil de heer Schulz eraan herinneren dat dit hoofdzakelijk aan de paus te danken is en hooguit een klein beetje aan de heer Kovács. De leden die dit niet weten of die het waren vergeten wil ik dit van harte in herinnering roepen en hun verzoeken voor de toekenning van de steun te stemmen, opdat de ontmoeting op gepaste wijze kan plaatsvinden en een groot succes wordt. Dank u wel.

 
  
MPphoto
 
 

  Casa (PPE-DE) . (MT) Mijnheer de Voorzitter, staat u mij toe de heer Barroso, de voorzitter van de Commissie, te feliciteren met het wetgevingsprogramma van de Commissie en met het programma dat hij heeft gepresenteerd. Het Europa van vandaag is gegroeid tot 25 lidstaten, en ik ben zelf een van de leden die afkomstig zijn uit een van de landen die zijn toegevoegd bij de jongste uitbreiding. Europa is nu wat het behoort te zijn; een Europa met een duidelijke stem in de mondiale besluitvormingsprocessen, en wij moeten deze rol handhaven door de grondslagen te versterken die ooit zijn gelegd door Schuman, De Gasperi en Monnet, en die hun oorsprong vinden in de beginselen waarmee de Europese Unie zo ver heeft kunnen komen als nu het geval is. Het werk dat de Europese Unie nu verricht, moet te allen tijde een afspiegeling zijn van de beginselen van subsidiariteit en solidariteit.

Het is van vitaal belang dat de economische groei gelijkelijk wordt verdeeld over alle Europese regio's. Europa is verplicht degenen die om wat voor reden dan ook een achterstand hebben, te helpen deze achterstand in te halen en hun economie te laten groeien. Een sterkere economie kan worden gecreëerd door middel van nauwere samenwerking tussen de lidstaten, en op dit punt zou ik de Commissie succes willen wensen bij de tenuitvoerlegging van een nieuwe economische strategie die erop is gericht om zes miljoen banen te creëren. De Lissabon-strategie moet een absolute prioriteit zijn voor ons allen die werkzaam zijn in de Europese instellingen.

Wij moeten in staat zijn om deze strategie om te zetten in werkgelegenheid en welvaart, een doel dat alleen kan worden bereikt wanneer we buitensporige bureaucratie uitbannen en een gunstig ondernemersklimaat scheppen. Wij in dit Parlement moeten initiatieven stimuleren waarmee de werkgelegenheid overal op het continent zal groeien. De burgers van Europa verwachten van ons dat we de Europese levensstandaard verbeteren en dus moeten we ons optimaal inzetten. Het wetgevings- en werkprogramma dat is gepresenteerd geeft ons een duidelijk beeld van de visie van de Commissie voor de komende jaren en, als er nauw wordt samengewerkt met het Parlement, denk ik dat we dit nieuwe programma kunnen omzetten in een voordeel voor alle Europese burgers.

 
  
MPphoto
 
 

  Barroso, voorzitter van de Commissie. (FR) Mijnheer de Voorzitter, ik zal eerst proberen antwoord te geven op enige concrete vragen alvorens in te gaan op een meer algemene beleidskwestie die ik van belang acht voor ons werk in de toekomst.

Wat betreft de concrete vragen, om te beginnen: mijnheer Duff, u had mij te kennen gegeven dat u een opmerking over naïef federalisme, die mij kennelijk is toegeschreven, niet helemaal begreep dan wel niet erg op prijs stelde. Ik zou graag willen verduidelijken wat ik heb gezegd, want dat was binnen de context misschien niet duidelijk. Het is namelijk zo dat als ik het naïeve federalisme kritiseer, mijn kritiek niet gericht is tegen het federalisme op zich. In tegendeel, ik heb juist veel respect voor alle federalisten, voor de mannen en vrouwen die aan de wieg stonden van ons grote Europese project. En ik blijf van mening dat de federale methode essentieel is voor ons Europa. Bovendien is de communautaire methode, of in elk geval de methode die wij zo plegen te noemen, ook een soort federale methode. In werkelijkheid was mijn kritiek dus gericht tegen het naïeve federalisme, in tegenstelling tot een verfijnder, intelligenter federalisme, en met dat laatste bedoel ik een opvatting waarbij het streven niet is om de opbouw van onze Europese Unie, een steeds hechtere vereniging van alle Europeanen, ten koste te laten gaan van de legitimiteit van de democratische staten. Onze landen zijn namelijk democratische staten, met democratische regeringen en democratische parlementen. Ik heb de eer gehad in Genève samen te werken met een groot federalist als Denis de Rougemont, die de staat soms de schuld gaf van alles wat verkeerd was, alsof deze zelf niet ook een democratische instelling was. Ik ben voorstander van een steeds sterkere Unie, maar die versterking mag geen bedreiging vormen voor de legitimiteit van de lidstaten. Die nuance zou ik willen aanbrengen, daar ik al kritiek heb vernomen op deze opmerking, waarin een verkeerd beeld gegeven werd van mijn denken en mijn mening over Europa.

De tweede vraag heeft betrekking op veiligheid en justitie. We hebben het namelijk veel over economie gehad, maar we moeten niet vergeten dat we een programma hebben – een zeer ambitieus programma zelfs – op het gebied van veiligheid en justitie, dat ten uitvoer zal worden gebracht door de heer Frattini. En dat was precies het onderwerp van een van de vragen die gesteld zijn. Veiligheid, justitie en de bescherming van de grondrechten horen tot de prioriteiten van de Commissie. De burgers vragen namelijk om veiligheid en daar moet concreet iets mee gedaan worden. Daarom zullen we in 2005 in de eerste plaats een actieplan aan het Parlement voorleggen voor de tenuitvoerlegging van de strategie die is goedgekeurd in Den Haag, in de vorm van voorstellen voor de bescherming van slachtoffers van de georganiseerde misdaad – met name vrouwen en kinderen. Ik wil er graag op wijzen dat dit een nieuwe dimensie vormt voor de actie die in ons programma staat beschreven: meer nadruk op de bescherming van kinderen. Wij denken – en ook dit wil ik graag beklemtonen – dat op dit vlak de actie op Europees niveau versterkt kan worden. Zo kunnen er voorstellen worden ingediend met het oog op verbetering van de wederzijdse erkenning en het vertrouwen tussen de gerechtelijke autoriteiten, en kan een voorstel worden uitgewerkt met betrekking tot een Europese strategie op het gebied van legale immigratie en de strijd tegen mensensmokkelaars. Veiligheid, justitie en de bescherming van de grondrechten zijn werkelijk prioritair en ik zou willen dat u weet dat de Commissie alles in het werk zal stellen om aan die verlangens te beantwoorden.

Sommigen van u, waaronder de heren Karas, Kirkhope en Lehne, maar ook in zekere zin de heer Goebbels, hebben de vraag aangeroerd hoe de wetgeving specifiek gericht moet worden, en of deze versterking behoeft of juist beperking. Het verheugt me dat het Europees Parlement, de Commissie en de Raad zich volledig bewust zijn van deze zorg. Wanneer ik het heb over “betere wetgeving” dat bedoel ik niet altijd minder wetgeving. In sommige gevallen hebben we, juist omdat we een Unie zijn, een zekere harmonisering nodig en meer wetgeving, soms zelfs om de bestaande wetgeving te harmoniseren of te vereenvoudigen. Wij delen deze zorg ten aanzien van de kwaliteit van de wetgeving – dat wil ik graag benadrukken – en we hebben deze opgenomen in ons programma. De weging van de factoren kosten, proportionaliteit en subsidiariteit die wij hanteren voor effectbeoordelingen, zal meespelen in alle acties die wij ondernemen.

Daarom hebben wij – en op dat punt geef ik een gedeeltelijk antwoord aan mijnheer Goebbels – natuurlijk onze hoofddoelstellingen op een rijtje moeten zetten. Het betreft een uitvoeringsprogramma voor dit jaar. U zou allicht kritiek op ons hebben wanneer ik maar vier of vijf prioriteiten zou presenteren. De politieke lijn is één onderdeel en wat dat betreft hebben we het over heel duidelijke, gerichte prioriteiten, die zijn vastgesteld bij het presenteren van de strategische doelstellingen; een ander onderdeel is het concrete wetgevings- en uitvoeringsprogramma, waarvan u op de hoogte moet zijn om ons optreden te controleren, aangezien de Commissie verantwoording moet afleggen tegenover dit Parlement.

Een andere concrete vraag betrof de klimaatverandering, en wat dat aangaat zou ik tegen mevrouw Beer willen zeggen, daar zij morgen zeker deze vraag zal stellen aan president Bush, dat de mogelijkheid tot samenwerking met de Amerikanen een van de punten op onze agenda is, waarbij eveneens wordt gedacht aan het vervolg op Kyoto. Het is een heikel onderwerp. We kennen de standpunten die de Amerikaanse regering tot nu toe heeft gehuldigd, maar ik denk dat er reden is over de kwestie met de Amerikanen in dialoog te treden. Waarschijnlijk zal ik deze kwestie bij de president van de Verenigde Staten aan de orde kunnen stellen.

Wat nu de dienstenrichtlijn betreft, zou ik u willen zeggen – speciaal in reactie op de heer Swoboda – dat ik het met u eens ben als het gaat om de zorg ten aanzien van de diensten van algemeen belang. Ik heb dat al menigmaal gezegd: de diensten van algemeen belang, bepaalde openbare diensten, behoren tot hetgeen we zouden kunnen beschouwen als de traditie, de cultuur volgens welke bepaalde lidstaten de zaken geregeld hebben. Dus is het ons streven juist om rekening te houden met deze zorgen, daar wij ze gegrond achten.

Daarom heeft mijn Commissie het initiatief genomen bepaalde aspecten van de dienstenrichtlijn te herzien, en ik verwachtte daarvoor een kleine felicitatie van uw kant. Ik hoor echter precies het tegendeel uit uw mond, wanneer u deze Commissie bestempelt als een neoliberale Commissie, terwijl de betreffende richtlijn niet eens door deze Commissie is gepresenteerd. Wij zoeken nu juist naar een evenwicht zonder het streven naar een echte Europese dienstenmarkt los te laten, want dat is essentieel voor het scheppen van banen in Europa. Die doelstelling kunnen we niet laten vallen. Daarbij is er overeenstemming over bereikt tot 2010. We moeten haar echter wel op evenwichtige wijze nastreven. Dat is de basale politieke vraag die ik zou willen voorleggen aan onze vrienden van de Partij van Europese sociaal-democraten, en in het bijzonder aan de steller van de vraag, de heer Schulz.

U moet kiezen: ofwel u wilt tegen de Commissie ingaan, of u wilt met haar samenwerken. Ik heb u al gezegd dat de Commissie graag zou willen samenwerken in een “positieve medeplichtigheid” met het Parlement, in het bijzonder met alle leden die Europa echt vooruit willen helpen, en dat is toch geen neoliberaal voorstel.

De voorstellen die ik hier gedaan heb komen voort uit een consensus. De Commissie heeft christen-democraten, socialisten en liberalen in haar gelederen. De Agenda van Lissabon is aan de Commissie gepresenteerd door mijzelf en door vice-voorzitter Verheugen, die lid is van uw politieke beweging. Vandaag is dit programma niet alleen door mij gepresenteerd maar ook door vice-voorzitter Wallström, en ook zij behoort tot uw politieke beweging.

Wij zijn wars van dogmatisme; we willen de Europeanen verenigen die hervormingen willen voor Europa, maar wij willen de hervormingen niet laten vallen. Het is mogelijk gebleken om deze besluiten in de Commissie met eenparigheid van stemmen te nemen, hoewel er uiting is gegeven aan verschillen van inzicht. Toch hebben christen-democraten, socialisten, liberalen en onafhankelijken consensus weten te bereiken. Waarom zou het ons hier in het Europees Parlement dan niet lukken dit te bereiken en ons te verenigen rond een ambitieus hervormingsprogramma voor ons Europa, waarin rekening gehouden is met sociale en milieuoverwegingen? U moet geen karikaturaal beeld schetsen van onze Commissie, dat is niet terecht.

(Applaus)

Als u de lijst van onze doelstellingen bekijkt, zult u daarop een reeks concrete voorstellen aantreffen op sociaal en ecologisch gebied. We weten heel goed dat het vandaag de dag onmogelijk is om groei te creëren zonder het milieu daarin te betrekken. In tegendeel, wij menen dat het milieu bijdraagt aan de groei en een grotere concurrentiekracht voor Europa. Trapt u alstublieft geen open deur in, want we zijn het hierover eens. Wij willen alleen wel te kennen geven dat de status quo vandaag geen optie meer is; dat Europa ernstige concurrentieproblemen kent in vergelijking met andere gebieden op de wereld; en dat we van plan zijn ons sociaal model aan te passen en te vernieuwen en het zodoende te bestendigen. Daarom heeft de Commissie een voorzitter die hervorming wenst, maar ook socialistische, liberale, christen-democratische en onafhankelijke leden, die allen ook die hervorming wensen, doorgevoerd op een evenwichtige en proportionele wijze.

Ik zou de socialistische partij dus willen verzoeken geen oppositie te gaan voeren tegen een Commissie, maar juist met ons samen te werken, op kritische wijze, zoals alle fracties. Mevrouw Grossetête, die lid is van de grootste politieke beweging van het Europees Parlement, heeft ons ook op de hoogte gesteld van verzoeken en eisen en daar bedank ik haar voor.

Ik wil u, als mede-Europeanen, er nu op wijzen dat wij niet zomaar een moment in de geschiedenis van Europa meemaken. We hebben gisteren de uitslag vernomen van het referendum in Spanje. We zijn daar verheugd over, maar er komt ook een referendum in Frankrijk. Er komt ook een referendum in Groot-Brittannië; daar heb ik vandaag met premier Blair in Londen over gesproken. Wat denkt u dat de Europeanen op dit moment verwachten? Ze willen dat de instellingen samenwerken; de nuances van het debat of van de fractiepolitiek ontgaan hen. Ze willen weten of de neuzen van de Europese Commissie, het Europees Parlement en de Raad dezelfde kant op staan, en of die werkelijk begaan zijn met hun problemen of niet.

Volgens mij zou het, nu er zulke belangwekkende referenda plaatshebben, meer dan ongelegen komen dat de burgers naar Europa kijken en aan de ene kant de Commissie zien en aan de andere kant een aantal belangrijke fracties, waaronder uw grote Europese socialistische beweging, en dat daaruit dan een beeld naar voren komt van verdeeldheid. De zeer oprechte oproep, die ik al tot een aantal van u persoonlijk heb gericht, zou ik graag willen herhalen. We laten onze ideeën natuurlijk niet vallen, want die liggen ons na aan het hart, maar het is mogelijk om die ideeën te ontstijgen en tot een dynamische consensus te komen, ten behoeve van de hervormingen waar Europa behoefte aan heeft. Ik denk werkelijk dat dat mogelijk is.

(Applaus)

Het laatste punt betreft de door u geformuleerde kritiek, mijnheer Schulz, over mijn verklaring met betrekking tot mijn land. Op dat punt heb ik, zoals u overigens ook hebt erkend, geen enkele verplichting geschonden, omdat het duidelijk binnen de gedragscode van de Commissie valt dat haar leden er een actief lidmaatschap van politieke partijen en vakbonden op na mogen houden. Er heeft dus geen enkele schending plaatsgehad. Ik heb mij beperkt tot het betuigen van mijn solidariteit met de partij waarvan ik meerdere jaren voorzitter ben geweest. Het zou in mijn land juist een politieke gebeurtenis geweest zijn als ik mijn mond had gehouden! Ik bedank u dus dat u de vraag niet als persoonlijke aanval op mijn stellingname hebt geformuleerd, want deze was volkomen geoorloofd.

U opperde de mogelijkheid van herziening van de gedragscode in het interinstitutioneel akkoord. Ik zou graag willen zeggen dat ik dat idee volstrekt afwijs, want in onze gedragscode wordt verduidelijkt dat de leden van de Commissie kunnen deelnemen aan een verkiezingscampagne wanneer zij daarvoor toestemming vragen aan de Commissievoorzitter. Uw vraag is dus eigenlijk hoe het dan met de Commissievoorzitter zit. Ik kan stellen dat als de voorzitter van de Commissie de bevoegdheid heeft te beslissen over de deelname van andere commissarissen, hij die bevoegdheid ook heeft voor zichzelf. Dat staat duidelijk in het Verdrag, waarin in artikel 217 is bepaald dat, en ik zal dit in het Engels voorlezen:

(EN) De leden van de Commissie oefenen de hun door de voorzitter toegewezen taak uit onder diens gezag.

(FR) In het verdrag is dus duidelijk het principe vastgelegd van het politiek leiderschap van het college dat in handen is van de voorzitter en het principe van het gezag van de voorzitter. Het zou dan ook strijdig zijn met het Verdrag in zijn huidige vorm, om door middel van een interinstitutionele overeenkomst, in te stemmen met een vermindering van het gezag van de voorzitter. Aantasting van het gezag van de Commissievoorzitter zou neerkomen op aantasting van het gezag van de Commissie.

En we hebben juist een sterke Commissie nodig. Daarom denk ik dat uw voorstel geen goed voorstel is. Ik wil de afgevaardigden van alle politieke richtingen erop wijzen dat wij, het Europees Parlement en de Commissie, elkaar synergetisch moeten aanvullen. Wij zijn de bij uitstek Europese instellingen, we zijn gezamenlijk tot buitengewone dingen in staat en dus moeten we onszelf beter doen uitkomen. Ik voor mij probeer in al mijn publieke verklaringen de rol van het Europees Parlement te doen uitkomen, en overigens niet alleen in mijn verklaringen. Ik verwacht van u dat u hetzelfde doet, want we staan samen voor grote uitdagingen, die we samen kunnen overwinnen. Daartoe moeten we de Commissie echter niet verzwakken en van de commissarissen verwachten dat zij slechts ambtenaren zijn; we moeten juist van hen verlangen dat zij hun politieke verantwoordelijkheden op zich nemen, dat zij hun burgerschap uitoefenen, dat zij hun voorkeuren kenbaar maken, zonder in hun werk natuurlijk de Europese mentaliteit uit het oog te verliezen. Als burger heb ik het recht mijn standpunt over mijn land te uiten en heb ik net als alle Europese burgers het recht mij in mijn stemgedrag te laten leiden door mijn persoonlijke meningen.

Als voorzitter van de Commissie zal ik geen onderscheid maken. Overigens heb ik, op uw verzoek, een ontmoeting gehad met de leider van de oppositie, die straks minister-president van mijn land wordt. Ik heb hem een paar dagen voor het begin van de verkiezingscampagne ontvangen, omdat ik als voorzitter van de Commissie mijn positie niet wil aanwenden tegen een regering en ik geen onderscheid maak tussen linkse en rechtse regeringen. Ik ben namelijk van mening dat de Commissie het algemeen Europees belang moet vertegenwoordigen.

De leden van de Commissie zijn politici en politica’s. Misschien staat dat sommigen in deze ruimte niet aan. Als burgers hebben wij evenwel rechten. We hebben het recht ons uit te spreken en dat is een grondrecht. Daarom ben ik het wat dit betreft niet eens met uw kritiek. Ik hecht eraan te beklemtonen dat wij allen behoefte hebben aan sterke Europese instellingen. De Commissie moet een sterke instelling zijn en zij moet samenwerken met een sterk Parlement, een Parlement dat vastbesloten kiest voor verandering en voor hervormingen, met het gevoel voor evenwicht dat een wezenskenmerk is van ons Europa.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. Tot besluit van het debat deel ik mee zes ontwerpresoluties te hebben ontvangen overeenkomstig artikel 103 van het Reglement.

Het debat is gesloten.

De stemming vindt donderdag om 12.00 uur plaats.

 
Juridische mededeling - Privacybeleid