Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Debatten
Dinsdag 22 februari 2005 - Straatsburg Uitgave PB

8. Stemverklaringen
  

- Verslag: Bösch (A6-0013/2005)

 
  
MPphoto
 
 

  Meijer (GUE/NGL), schriftelijk. - Zwitserland is een Europese Unie in het klein, geheel omringd door EU-gebied maar zelf verdeeld in 23 staatjes die elk een grote zelfstandigheid hebben en daardoor ook een eigen belastingpolitiek kunnen voeren. Dat staat tot nu toe in de weg dat op het terrein van de directe belastingen afspraken worden gemaakt tussen de EU en Zwitserland als geheel. De afzonderlijke Zwitserse kantons zijn wat dat betreft vergelijkbaar met Liechtenstein en andere kleine belastingsparadijzen waar postbusfirma's gevestigd zijn. Vooral de kantons Zug en Schwyz bieden zich voor die rol aan. Uit antwoord op mijn schriftelijke vragen is gebleken dat toenmalig eurocommissaris Bolkestein daarmee liever geen rekening hield en zaken wilde blijven doen met Zwitserland als geheel.

Zolang die verdergaande stappen nog niet mogelijk zijn is het goed dat afspraken worden gemaakt over BTW, smokkel, corruptie en witwaspraktijken. Ook is het belangrijk dat het bankgeheim niet meer kan worden aangevoerd als reden om opsporingsverzoeken uit andere landen te weigeren, en dat rechtstreekse contacten met gerechtelijke instanties mogelijk worden in plaats van dat de omweg via de diplomatieke vertegenwoordiging moet worden gevolgd. Terecht wijst de rapporteur erop dat hierna verdere stappen nodig zijn maar helaas verzuimt hij daarbij ook de meest urgente noemen.

 
  
  

- Verslag: Di Pietro (A6-0020/2005)

 
  
MPphoto
 
 

  Coelho (PPE-DE), schriftelijk. - (PT) Ik ben het eens met het verslag van collega Di Pietro dat tot doel heeft het initiatief van de Commissie te steunen en te versterken door in de wetgeving inzake de uitwisseling van gegevens van het strafregister een aantal technische verbeteringen op te nemen. In het verslag wordt een aantal praktische oplossingen voorgesteld om de leemtes in de bestaande stelsels op te vullen, die gestoeld zijn op het Verdrag van de Raad van Europa van 1959.

Deze maatregel is ongetwijfeld noodzakelijk en urgent, want bij verschillende gelegenheden is aangetoond dat het bestaande systeem niet doeltreffend is.

Het is van fundamenteel belang dat er een geautomatiseerd systeem komt voor de uitwisseling van informatie tussen de lidstaten, een systeem dat snelle toegang tot dit soort gegevens op het hele grondgebied van de Unie mogelijk maakt. Dit is een verdere stap om de strafrechtspleging werkelijk efficiënt, onafhankelijk en transparant te maken.

Ik steun ook zijn voorstellen betreffende het inkorten van de termijnen, aangezien de doeltreffendheid van het voorstel afhangt van zowel de snelheid waarmee men toegang heeft tot de gegevens als de frequentie waarmee die worden geactualiseerd. Tevens ben ik het met hem eens dat voorwaarden moeten worden opgelegd aan de toegang tot persoonsgegevens. Er moet namelijk altijd een evenwicht bestaan tussen de noodzaak snel gegevens uit te wisselen en de garantie persoonsgegevens te beschermen).

 
  
MPphoto
 
 

  Queiró (PPE-DE), schriftelijk. - (PT) In een Europa met vrij verkeer en vrije handel is gedeelde veiligheid een noodzaak. Onverminderd het recht van de lidstaten hun soevereiniteit volledig uit te oefenen, wordt tegenwoordig op brede schaal erkend dat de verschillende landen dienen samen te werken bij het bestrijden van de misdaad. Naast de traditionele criminaliteit bestaat er nu een vorm van criminaliteit die geen halt houdt bij de grenzen en actief is waar dat het beste uitkomt. Het overtreden van de wetten van één lidstaat brengt daarbij alle lidstaten in gevaar.

Gezien het voorgaande ben ik het eens met de kern van dit verslag. Derhalve heb ik voorgestemd.

 
  
  

- Verslag: Costa (A6-0036/2005)

 
  
MPphoto
 
 

  Andersson, Hedh, Hedkvist Petersen, Segelström en Westlund (PSE), schriftelijk. - (SV) Wij, mevrouw Segelström, de heer Andersson, mevrouw Hedh, mevrouw Hedkvist Petersen en mevrouw Westlund, hebben voor het verslag gestemd, maar willen hierbij ons afwijkend standpunt inzake één kwestie markeren.

In paragraaf 1 f, tweede streepje, wordt de Raad aanbevolen om de nationale wetgevingen inzake de behandeling en evaluatie van bewijsmiddelen dichter bij elkaar te brengen. Daar kunnen wij ons niet bij aansluiten. Het beginsel van vrije evaluatie van bewijsmiddelen is een van de fundamenten van het Zweeds strafprocesrecht. In verscheidene andere lidstaten bestaan regels die zeggen dat bepaalde bewijzen niet zijn toegestaan. Daarom is het voor ons Zweedse sociaal-democraten zeer belangrijk om het nationale systeem in stand te houden. Bovendien valt het te betwijfelen of er überhaupt een rechtsgrond bestaat voor harmonisering in dezen, of het nu gaat om bestaande verdragen of om de komende Grondwet.

 
  
MPphoto
 
 

  Goudin, Lundgren en Wohlin (IND/DEM), schriftelijk. - (SV) Het versterken van het wederzijds vertrouwen in Europese gerechtelijke besluiten door de invoering van een evaluatiesysteem ziet er misschien lofwaardig uit, maar er bestaat thans al een gemeenschappelijk referentiekader voor de lidstaten, namelijk in de vorm van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens dat, samen met de jurisprudentie van het Hof van Justitie, minimumnormen aangeeft voor het recht op rechterlijke toetsing.

Het voorstel is echter het zoveelste voorbeeld van de langzaam voortschrijdende uitbreiding van de bevoegdheden van de EU, en vormt een schakel in de pogingen om een geharmoniseerd Europees straf- en procesrechtsstelsel in het leven te roepen, een stelsel dat in de praktijk buiten de directe controle van de burgers zal vallen.

Bovendien is het onaanvaardbaar dat men aanbeveelt om bepalingen uit de Grondwet toe te passen nog voordat de ontwerp-Grondwet überhaupt in werking is getreden, met het argument dat het huidige Verdrag niet ver genoeg zou gaan. Dat is een flagrante schending van het democratische proces.

De Zweedse Junilistan-partij stemt daarom tegen dit verslag.

 
  
MPphoto
 
 

  Moraes (PSE), schriftelijk. - (EN) Ik heb voor dit verslag gestemd omdat hiermee een belangrijke stap vooruit wordt gezet bij een vraagstuk dat de Europese burger als belangrijk beschouwt, namelijk de behoefte aan een zekere mate van toezicht op de kwaliteit van de strafrechtspleging in de lidstaten. Dit betekent geenszins dat er veranderingen moeten komen in de manier waarop elke lidstaat omgaat met zijn strafrechtsstelsel. Wel wordt een stap vooruit gezet op belangrijke gebieden als de effectieve aanpak van criminele organisaties of de wijze waarop Europese burgers hun straf uitzitten in hun eigen land. Europese burgers verwachten dat er tussen de lidstaten een zeker vertrouwen bestaat, en dat er een visie is op de kwaliteit van de strafrechtspleging, met name ten aanzien van enkele nieuwe lidstaten die bezig zijn met de verbetering van hun strafrechtsstelsel.

 
  
MPphoto
 
 

  Queiró (PPE-DE), schriftelijk. - (PT) Justitie is terecht een van de zaken die de lidstaten traditioneel onder hun eigen soevereiniteit houden. Dat geldt des te meer voor de strafrechtspleging, die een weerspiegeling zou moeten vormen van de zorgen van een samenleving, op dit moment en in het verleden.

Zo zijn staten eveneens voorzichtig bij het toestaan van berechting van hun onderdanen - en zelfs van ingezetenen - door andere staten.

Aan de andere kant is de criminaliteit tegenwoordig van mondiale en grensoverschrijdende aard - zoals terrorisme, drugshandel, smokkel, seksuele uitbuiting en pornografie - waarvoor zowel samenwerking vereist is, teneinde misdaad doeltreffend te kunnen bestrijden, als harmonisatie, om te voorkomen dat bepaalde landen het reisdoel worden van criminelen.

Deze verschillende aspecten maken samenwerking, wederzijdse erkenning van rechterlijke beslissingen en een bepaalde vorm van harmonisatie weliswaar noodzakelijk, maar mogen ons niet uit het oog doen verliezen dat de rechtsstelsels een antwoord moeten geven op de realiteit van de verschillende maatschappijen. Een enkel Europees rechtsstelsel is daarom onwenselijk, terwijl een Europese norm voor de rechtspraak - met volledig respect voor de eigen aard van het rechtsstelsel - daarentegen wel wenselijk is.

Daarom heb ik voor dit verslag gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Thomsen (PSE), schriftelijk. - (DA) De Deense sociaal-democraten in het Europees Parlement hebben vandaag gestemd voor het verslag-Costa over de kwaliteit van de strafrechtspleging en de harmonisatie van het strafrecht in de lidstaten (A6-0036/2005). Wij merken echter op dat dit voorstel een terrein betreft dat onder deel IV van het EG-Verdrag valt en daarom niet voor Denemarken geldt; zie het Protocol over de positie van Denemarken.

 
  
  

- Verslag: Prets (A6-0017/2005)

 
  
MPphoto
 
 

  Carlshamre en Malmström (ALDE), schriftelijk. - (SV) Wij zijn het er geheel mee eens dat culturele diversiteit een fundamenteel recht is. De EU is een mozaïek van minderheden en culturen, en dat moet ze ook blijven. Als liberalen plaatsen wij bij alle besluiten altijd de afzonderlijke persoon in het middelpunt. Wij vinden het dan ook van het allergrootste belang dat het beleid inzake internationale samenwerking en solidariteit in culturele kwesties wordt versterkt en volkenrechtelijk wordt vastgesteld dat iedere stad, staat of groep van staten het recht heeft om in vrijheid zijn cultuurbeleid te bepalen. Wij vinden in dat verband dat het vraagstuk van de culturele hoofdsteden geen aangelegenheid is waar de EU zich mee moet bemoeien. Het aanwijzen van een bepaalde stad tot culturele hoofdstad moet een gezamenlijke verantwoordelijkheid zijn van de afzonderlijke steden en staten, zonder inmenging van de EU. Om deze reden hebben wij besloten te stemmen tegen het verslag-Prets (A6-0017/2005) over de “Culturele Hoofdstad van Europa” voor de periode 2005 tot 2019.

 
  
MPphoto
 
 

  Goudin, Lundgren en Wohlin (IND/DEM), schriftelijk. - (SV) Wij staan positief ten aanzien van de mogelijkheid om vanaf 2009 twee culturele hoofdsteden te kiezen. Uit de toelichting van het verslag blijkt echter dat de financiering van dit project onduidelijk is, en er wordt verwezen naar de komende financiële vooruitzichten voor 2007-2013.

Zoals de zaken nu zijn, kunnen wij ons niet scharen achter iets dat financiële verplichtingen met zich meebrengt voor de komende financiële vooruitzichten. Er is geen reden om er, onder deze omstandigheden, een besluit over de toekomstige culturele hoofdsteden doorheen te jagen. Eerst moeten de financiële vooruitzichten voor 2007-2013 in hun geheel worden behandeld, en daarna kan dit verslag aan de orde komen.

Het idee van een Europese culturele hoofdstad is een goed idee. Het is zelfs zo goed dat het op een heleboel andere manieren kan worden gefinancierd, onder andere via lokale sponsoring. Financiële middelen van de Europese Unie zouden niet nodig moeten zijn om dit project in leven te houden.

Wij stemmen daarom tegen dit verslag als zodanig, maar we zijn niet tegen het idee op zich.

 
  
MPphoto
 
 

  Le Pen, Marine (NI), schriftelijk. - (FR) Het programma “Culturele Hoofdstad van Europa” is in 1985 van start gegaan met als doel de Europese burgers nader tot elkaar te brengen.

Het programma beoogt de grote diversiteit van de Europese cultuur te doen uitkomen, terwijl tegelijkertijd - in de grootst mogelijke tegenspraak daarmee - een Europees beleid wordt gevoerd van economische, sociale, politieke en culturele uniformiteit.

Dit programma is niet meer dan de ludieke weerspiegeling van uw streven de Europese volkeren een cultureel en sociaal model op te leggen waar zij niet zelfstandig voor gekozen hebben. U wilt uit alle stukjes een nieuw Europees gevoel creëren waarmee slechts het belang van de handel wordt gediend.

Aangezien cultuur een krachtige motor is van het onderwijs, bevordert de Europese Unie niet alleen al hetgeen de mens dommer kan maken en op een lager niveau kan brengen, maar ook al hetgeen bijdraagt aan het in vergetelheid raken van de oeroude religieuze waarden waar ons toebehoren aan de Europese beschaving op gebaseerd is.

De problemen van dit beleid stapelen zich op naarmate Europa zich verder uitbreidt en zijn grondbeginselen de rug toekeert. Als we zo doorgaan, moeten we dan morgen Istanbul tot hoofdstad van de Europese cultuur kiezen? Hieruit blijkt duidelijk het gevaar van deze opbouw van Europa: door het verleden te vergeten wordt ons een moeilijke toekomst in het vooruitzicht gesteld.

 
  
  

- Verslag: Evans (A6-0024/2005)

 
  
MPphoto
 
 

  Queiró (PPE-DE), schriftelijk. - (PT) Om een kapitalistisch economisch model te beschermen dat inspanningen stimuleert, verdiensten beloont en efficiëntie erkent, zijn wij verplicht pal te staan voor een effectief en efficiënt systeem voor de controle op de naleving van de mededingingsregels. Zonder concurrentie is er geen markt, en zonder markt is er geen kapitalistisch model. Zonder een kapitalistisch model blijven economisch succes en ontwikkeling uit, zoals de geschiedenis ons leert.

Daarom is de communautaire rol bij het toezicht op de mededinging erg belangrijk. Onverminderd de noodzaak om vanwege conjuncturele of specifieke omstandigheden - geografisch of sectoraal van aard - bepaalde activiteiten te beschermen, betekent de bescherming van de concurrentie over het algemeen bovenal de bescherming van de belangen van de consument. De consumenten beschikken normaal gesproken niet over vakbonden, werkgeversverenigingen of andere bewegingen om hun legitieme belangen te laten vertegenwoordigen.

Daarom juichen wij deze inspanning voor de bescherming van de concurrentie toe en stemmen wij ermee in, hoewel wij het in bepaalde concrete gevallen niet met de beslissingen van de Commissie eens zijn.

Daarom heb ik voor dit verslag gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Schlyter (Verts/ALE), schriftelijk. - (SV) Ik wil dat er een proactiever concurrentiebeleid komt, maar ik wil geen supranationaliteit, en ik wil ook niet dat het concurrentiebeleid in de Grondwet wordt opgenomen. Daarom heb ik besloten mij van stemming te onthouden. Dat is mijn - na een fout in de notulen gecorrigeerde -stem.

 
  
  

- Verslag: in 't Veld (A6-0034/2005)

 
  
MPphoto
 
 

  Gollnisch (NI), schriftelijk. - (FR) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren,

Reglementering van de steun aan diensten van algemeen belang zonder een duidelijke omschrijving van de aard van dergelijke diensten, of zelfs van het algemeen kader waar zij onder vallen, is incoherent. Reglementering van deze steun en het aan de staten zelf overlaten om te bepalen wat zij als diensten van algemeen belang beschouwen, komt erop neer dat we het aan het Hof van Justitie overlaten om deze definities te harmoniseren, zodat het in feite de plaats van de wetgever inneemt. Een reglementering die slechts gebaseerd is op een van louter financiële en concurrentieoverwegingen uitgaande beoordeling, is juist volkomen in tegenspraak met het algemeen belang. Om de financiering van de gezondheidszorg of de sociale huisvesting aan de goedkeuring van de technocraten te onderwerpen, is immoreel. Kortom, in de vandaag voorgelegde teksten is niets te vinden dat ons aanstaat.

Deze teksten zijn volledig in lijn met het beleid dat door de eurocraten, met medeplichtigheid van de regeringen, gevoerd wordt. Gisteren ging het nog om het invoeren van concurrentie voor alle openbare netwerkdiensten -stroom, post, etc. -, het afbreken van staatsmonopolies, het opleggen van privatiseringen. Morgen zal dankzij de Bolkestein-richtlijn, de lokale versie van de GATS, het fenomeen sociale dumping op het gebied van de diensten op ons grondgebied kunnen worden ingevoerd.

Wij verwerpen deze zienswijze, die door de Europese Grondwet nog zal worden verergerd. Hoewel we het ermee eens zijn dat aan enkele schreeuwende misstanden een einde gemaakt moet worden, vinden wij niet dat de legitimiteit van alle openbare diensten mag worden betwist. Daarom hebben wij tegen dit verslag gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Goudin, Lundgren en Wohlin (IND/DEM), schriftelijk. - (SV) De Zweedse Junilistan-partij heeft een positieve houding ten aanzien van de verwezenlijking van de interne markt en geeft haar steun aan gemeenschappelijke regels voor subsidiëring van algemene diensten en aan eisen inzake rechtvaardige aanbestedingen, ook waar het diensten van algemeen belang betreft. Het is tevens van principieel belang dat steun voor publieke werkzaamheden wordt verantwoord en makkelijk toegankelijk is.

De enige uitzondering op deze regel is het geval waarin een lidstaat heeft besloten om diensten alleen via een monopolie te leveren en niet van plan is om particulieren toe te laten (bijvoorbeeld een lidstaat die alleen openbare ziekenzorg toestaat).

Junilistan vindt echter dat de verantwoordelijkheid in hoofdzaak op het niveau van de lidstaat moet liggen. Als blijkt dat een lidstaat zijn positie misbruikt en de concurrentie vervalst, is het van belang dat de eventuele benadeelde partij zijn zaak aan de rechter kan voorleggen. Junilistan heeft daarom besloten te stemmen tegen het voorstel om de gegevens aan de Commissie mee te delen.

 
  
MPphoto
 
 

  Marques (PPE-DE), schriftelijk. - (PT) Ik wens de collega geluk met haar verslag. Met name het ontwerpamendement op artikel 1 van de ontwerpbeschikking van de EC over de toepassing van artikel 86 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap wil ik benadrukken. Maar ik bepleit ook de mogelijkheid om de ultraperifere gebieden in aanmerking te laten komen voor deze maatregel.

In dit verband wil ik eraan herinneren dat de Europese Commissie in haar mededelingen “Een versterkt partnerschap voor de ultraperifere regio’s” en “Een versterkt partnerschap voor de ultraperifere regio’s: balans en vooruitzichten” voor het zeevervoer spreekt over de invoering van vereenvoudigde regels voor de gunning van contracten voor de levering van openbare vervoersdiensten in de verbindingen met kleine eilanden met minimaal 100.000 passagiers per jaar.

Ik herinner eraan dat in de ultraperifere regio’s de liberalisering van diensten en de exploitatie van infrastructuur verbonden is met de voorwaarde dat er verplichtingen kunnen worden opgelegd voor het verlenen van openbare diensten. Dat betekent dat men rekening houdt met de restricties die voortvloeien uit de fysische realiteit van de ultraperifere regio’s en andere daarmee verbonden beperkende kenmerken. Ik wijs er ook nog op dat er andere diensten van algemeen economisch belang zijn die relevant zijn voor de ultraperifere regio’s, zoals de post- en telecommunicatiediensten.

Vandaar dat de twee documenten van de Commissie voor de ultraperifere regio’s zo belangrijk zijn. Bijgevolg ben ik van mening dat in die wetgevingsinstrumenten rekening gehouden dient te worden met de bijzondere situatie van deze regio’s.

 
  
MPphoto
 
 

  Meijer (GUE/NGL), schriftelijk. - Zonder financiering en planning door staten, regionale overheden en gemeenten zouden we niet kunnen beschikken over een behoorlijk openbaar vervoer, een voor ieder toegankelijk onderwijs en een voor ieder beschikbare gezondheidszorg. Voor zulke onmisbare activiteiten is het idee van een terugtredende overheid en het toelaten van vrije concurrentie rampzalig. Als dat gebeurt, zullen er ongetwijfeld kleine bevoorrechte groepen zijn die vinden dat hun keuzevrijheid is vergroot en voortaan beter wordt voorzien in hun individuele behoeften, maar de grote meerderheid en de samenleving als geheel gaan er op achteruit.

Dit rapport verdedigt de neoliberale visie, en wil zelfs een interpretatie vastleggen van het Altmark-arrest over de mogelijkheid van onderhandse toewijzing van concessies in het openbaar vervoer. De Europese Commissie en het Europees Parlement hebben jarenlang op die juridische uitspraak zitten wachten omdat er een veelheid aan strijdige interpretaties over dienstverlening door overheden, bekostiging en concurrentie bestond. Er ligt nu een juridische uitspaak die het recht op zelf aanbieden van openbaar vervoer door gemeenten in stand laat. De Europese Commissie neemt zich voor om een gewijzigd voorstel voor te leggen dat aansluit op mijn op 14-11-2001 door dit parlement aangenomen voorstellen. Neoliberale interpretaties die dat in de weg staan wijs ik af.

 
  
MPphoto
 
 

  Skinner (PSE), schriftelijk. - (EN) Hoewel er enkele bijzonder goede ideeën zijn geuit, was het voor de Europese Labourafgevaardigden met name belangrijk dat rekening werd gehouden met de gevolgen voor de sociale woningbouw en gezondheidszorg. Daarom was het zo belangrijk dat de door de heer Purvis voorgestelde compromissen in de tijdens de stemming genoemde artikelen werden opgenomen.

 
  
MPphoto
 
 

  Wagenknecht (GUE/NGL), schriftelijk. - (DE) De confederale Fractie Europees Unitair Links/Noords Groen Links verwerpt dit verslag. De Commissie oefent druk uit op de lidstaten om de diensten van algemeen belang te privatiseren, en dit verslag gaat daar niet tegenin. Integendeel, het wordt voor gemeentes, regio’s en lidstaten steeds moeilijker om de dienstverlening aan de burger, die vaak bij de wet is voorgeschreven, te garanderen. Overheidsbedrijven zullen in toenemende mate de concurrentie aan moeten gaan met dienstverleningsconcerns die internationaal actief zijn. De openbare dienstverlening zal voor de burgers nog verder achteruit gaan. Op de markt wordt niet gekeken naar sociale normen of behoeften, maar enkel naar consumenten met een flinke koopkracht.

We betreuren met name dat de overheidsbijdragen voor diensten van algemeen economisch belang nog steeds in alle gevallen als “staatssteun” worden beschouwd. Daardoor vallen ze onder het stelsel voor staatssteun. Bovendien zijn er niet veel nutsbedrijven meer die nog zulke bijdragen krijgen.

Ook bij ziekenhuizen en de sociale woningbouw gaat het verslag verder dan het voorstel van de Commissie. We zouden meer uitzonderingen moeten toestaan, tenminste voor verpleging, onderwijs, cultuur en openbare media. Er wordt echter juist geëist om overal nieuwe vormen van bureaucratie in te voeren. In het verslag wordt met geen woord gerept over de werknemers in de dienstensector, of over het algemeen belang, en dat kan bijvoorbeeld de bescherming van sociaal zwakkere burgers zijn.

Voor de grote dienstverleningsconcerns zijn al die projecten voor het privatiseren van de diensten van algemeen belang zeer lucratief. Wie zich ertoe leent om hun belangen te behartigen moet weten wat hij doet.

 
  
  

- Verslag: Goebbels (A6-0026/2005)

 
  
MPphoto
 
 

  Gollnisch (NI), schriftelijk. - (FR) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren,

Massawerkloosheid, slappe groei, chronische begrotingstekorten, explosief toenemende overheidsschulden, verstikkende belastingdruk, bedrijfsverplaatsingen: de treurige economische situatie zal niemand zijn ontgaan. Uw recept ter bestrijding van deze kwalen is echter steeds hetzelfde.

Als alles slecht gaat, komt dat volgens u doordat Europa een onvoldoende uniform geheel is. De concurrentie tussen de Europese economieën is onvoldoende, de concurrentie in de dienstensector is onvoldoende, de openstelling voor de concurrentie op de wereldmarkt is onvoldoende - waarbij u zich er niets van aantrekt of die eerlijk is of niet -, de immigratie van geschoold personeel is onvoldoende, en er is te veel sociale bescherming. Bureaucratische rompslomp? Een nationaal probleem! Uw ongefundeerde, onoverzichtelijke, soms incoherente of zelfs krankzinnige regelgeving is in elk geval boven iedere discussie verheven. Het monetair beleid dat leidt tot een overwaardering van de euro en onze economieën log maakt? Daar is niets op aan te merken. Want Brussel en Frankfurt vergissen zich nooit.

Wij denken echter dat het Europa van Brussel zich wel degelijk vergist. Ondanks het feit dat Europa 20 jaar lang is geüniformiseerd en tot een onderdeel is gemaakt van het wereldwijde vrijhandelssysteem, zijn we alleen maar verder in de problemen geraakt. En dat wordt alleen maar erger, want het is juist dat beleid, úw beleid, dat er de oorzaak van is.

 
  
MPphoto
 
 

  Schlyter (Verts/ALE), schriftelijk. - (SV) Soms is men als Parlementslid gedwongen om een keuze te maken tussen twee slechte alternatieven en het minst slechte te kiezen. In dit geval heb ik voor de amendementen 9 en 22 gestemd, hoewel ik het niet eens was met heel de inhoud ervan. Toch waren die amendementen beter dan de oorspronkelijke tekst en zouden, bij aanneming, het verslag in zijn geheel verbeteren.

 
  
  

- Verslag: Karas (A6-0025/2005)

 
  
MPphoto
 
 

  Andersson, Hedh, Hedkvist Petersen, Segelström en Westlund (PSE), schriftelijk. - (SV) Wij hebben gestemd voor het verslag over de openbare financiën in de EMU-2004, evenals voor amendement 7, waarmee een verschil wordt gemaakt tussen leningen voor investeringen en lopende uitgaven. Wij zijn echter van mening dat de mogelijkheid om leningen te verstrekken voor publieke investeringen, en daarmee het plafond voor het begrotingstekort te overschrijden, voorbehouden moet zijn aan de landen die voldoen aan het criterium voor de staatsschuld.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Hiermee zijn de stemverklaringen beëindigd.

(De vergadering wordt om 13.15 uur onderbroken en om 15.00 uur hervat)

 
  
  

VOORZITTER: DE HEER MOSCOVICI
Ondervoorzitter

 
Juridische mededeling - Privacybeleid