Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Debatten
Dinsdag 22 februari 2005 - Straatsburg Uitgave PB

17. Verontreiniging vanaf schepen
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. – Aan de orde is de aanbeveling voor de tweede lezing (A6-0015/2005), namens de Commissie vervoer en toerisme, betreffende het gemeenschappelijk standpunt, door de Raad vastgesteld met het oog op de aanneming van de richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake verontreiniging vanaf schepen en invoering van sancties voor inbreuken (11964/3/2004 – C6-0157/2004 – 2003/0037(COD)) (Rapporteur: mevrouw Corien Wortmann-Kool).

 
  
MPphoto
 
 

  Wortmann-Kool (PPE-DE), rapporteur. Voorzitter, wij bespreken de richtlijn voor strafrechtelijke sancties ter bestrijding van illegale olielozingen op zee en als uw rapporteur ben ik zeer verheugd over het bereikte akkoord met de Raad in tweede lezing. Het vergde veel en intensief overleg en het akkoord dat we bereikt hebben met de Raad verzekert een stevige maar ook een rechtvaardige Europese aanpak bij illegale olielozingen en olierampen. Ik wil graag nog eens in dit Parlement het maatschappelijk belang van deze richtlijn onderstrepen. Het wetsvoorstel is een direct gevolg van de olieramp met de Prestige. Honderden kilometers kust raakten toen ernstig beschadigd en het huidige pakket maatregelen heeft echt niet alleen betrekking op die ongelukken maar beoogt ook illegale lozingen in de Europese kustwateren te bestrijden. Die illegale olielozingen halen niet zo gemakkelijk de voorpagina's van de kranten maar vormen wel een zwaar onderschat en onderbelicht probleem, want in de Europese wateren vinden jaarlijks zo'n 90 000 gevallen van illegale oliedumping plaats. Stranden raken elk jaar weer vervuild en maar liefst 40 procent van de dode zeevogels aan de Noordzeekust zijn het gevolg van olievervuiling.

Voorzitter, de Raad heeft er lang over gedaan om tot een gemeenschappelijk standpunt te komen. Dat gemeenschappelijk standpunt was niet voldoende voor het Parlement. Wij willen geen papieren tijger maar goede Europese afspraken over opsporing en sancties. De Raad is het Parlement hierin vergaand tegemoet gekomen en dat is goed voor de Europese burgers en het milieu. Ik wil de belangrijkste punten graag toelichten.

Ten eerste de harde sancties voor het tegengaan van illegale lozingen. De Raad heeft in december een kaderbesluit aanvaard waarin de sancties in de derde pijler geregeld zijn. Daarmee heeft de Raad de weg vrijgemaakt om tot dit akkoord te komen. Dit derdepijler-voorstel is ook stevig verankerd in de richtlijn door het opnemen van een passage over de criminal offences. Bovendien heeft de Raad parallelle adoptie van beide wetsvoorstellen verzekerd. Het Parlement heeft hiermee haar institutionele positie versterkt, vooruitlopend op de nieuwe grondwet.

Ten tweede, de opsporing van illegale lozingen. De meeste landen kunnen niet of nauwelijks optreden tegen illegale lozingen, maar door de drempel voor het bestrijden daarvan te verlagen tot ernstige nalatigheid, serious negligence, verzekeren we dat in Europa ook echt opgetreden kán worden tegen overtredingen; we moeten echter niet doorslaan in een onevenredige criminalisering van bemanning en kapitein en daar is veel discussie over geweest. Het Parlement hecht aan de bescherming die internationale verdragen bieden bij illegale lozingen maar bij ongevallen ligt dat gecompliceerder.

Commissie en Raad willen binnen de territoriale wateren geen extra Marpol-bescherming, omdat dan feitelijk nauwelijks zou kunnen worden opgetreden. Een meerderheid van de transportcommissie was het daarmee eens. Toch merk ik dat discussie op dit punt blijft want ook gisteren ontving ik nog een brief van de International Maritime Organisation hierover en die brief is ook bij de commissaris bekend. Kunt u, commissaris Barrot, de vrees wegnemen die bij sommigen nog steeds leeft dat de bemanning bij ongevallen op voorhand wordt gecriminaliseerd, want dat mag niet de bedoeling zijn.

Mijnheer de Voorzitter, het derde punt. De Europese kustwacht, dit is een allang bestaande wens van dit Parlement, noodzakelijk voor een effectieve preventie en opsporing van olievervuiling. Deze wens is tot nu toe niet erkend door de Raad en dat is met dit akkoord nu wel het geval. Ik ben dan ook zeer verheugd dat de Raad het principe van een Europese kustwacht erkent. Afgesproken is dat de Europese Commissie voor eind 2006 een haalbaarheidsstudie zal presenteren en commissaris Barrot, wij zien de resultaten van uw studie en ook uw voorstel voor een Europese kustwacht gaarne tegemoet.

Tot slot moeten we natuurlijk alles doen om vervuiling te voorkomen en daarvoor is de richtlijn voor de havenontvangstinstallaties bedoeld, maar die werkt nog volstrekt onvoldoende. En wat gaat de Commissie ondernemen om dit te verbeteren?

Voorzitter, ik dank mijn collega's voor het in mij gestelde vertrouwen en de prettige samenwerking en ook het secretariaat van de Transportcommissie; ook de Europese Commissie dank ik hartelijk voor alle steun en samenwerking. Last but not least, het Luxemburgs voorzitterschap, dat voortvarend de onderhandeling heeft gevoerd en dat was niet gemakkelijk. Ik ben blij met het resultaat, ik dank u daarvoor, vooral vanuit het belang voor de burgers en het leefmilieu langs onze kusten en in onze kustwateren.

 
  
MPphoto
 
 

  Barrot, vice-voorzitter van de Commissie.(FR) Mijnheer de Voorzitter, ik wil allereerst mevrouw Wortmann-Kool bedanken, die op voorbeeldige wijze de context geschetst heeft, uiteengezet heeft wat de problemen zijn en aangegeven heeft wat de compromisoplossing inhoudt die naar ik vurig hoop morgen door uw Vergadering goedgekeurd zal worden. Laat ik me ertoe beperken enkele opmerkingen aan haar betoog toe te voegen.

De onderhandelingen over dit voorstel voor een richtlijn hebben bijna twee jaar geduurd. Er waren de nodige obstakels te overwinnen, want wij hadden niet altijd dezelfde opvattingen als u, althans sommigen onder u. Staat u me toe mijn welgemeende complimenten over te brengen aan de drie rapporteurs die successievelijk aan deze onderhandelingen hebben deelgenomen, en in het bijzonder aan mevrouw Wortmann-Kool. Zij is de ware architect van het succes van vandaag.

Met deze toekomstige richtlijn bieden de Europese instellingen eindelijk een concreet antwoord op de wensen en verwachtingen van onze burgers, die vinden dat er een einde moet komen aan illegale olielozingen en dat rampen zoals die zich in het verleden hebben voorgedaan, niet meer mogen voorkomen. Er wordt gezegd - en ook u, mevrouw, hebt er zojuist naar verwezen - dat wij kapiteins en bemanningen zouden criminaliseren. Ik kan u zeggen dat dat absoluut niet onze bedoeling is. Integendeel, deze richtlijn is juist bedoeld om de beroepsgroep te steunen. We richten ons op de meest zeldzame gevallen, de zaken die echt niet door de beugel kunnen en die we niet kunnen laten passeren. Ons doel is ervoor te zorgen dat alle actoren aan de toeleveringszijde in de lange keten van het zeevervoer aansprakelijk gesteld kunnen worden. Ik moet u zeggen dat de reactie van de secretaris-generaal van de Internationale Maritieme Organisatie (IMO), met wie ik vorige week op het IMO-hoofdkantoor in Londen gesproken heb, me enigszins heeft verbaasd. Ik heb hem uitgelegd dat de tekst die in het Parlement voorligt volledig in overeenstemming is met het internationaal recht, dat wil zeggen het Marpol-Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen en het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee. Onze tekst houdt in geen enkel opzicht een inbreuk op die verdragen in; we maken enkel gebruik van een mogelijkheid die het Marpol-Verdrag biedt om dat Verdrag aan te vullen.

Uiteraard hebben we het hier over maatregelen op communautair niveau, niet op het niveau van de afzonderlijke lidstaten, maar ik begrijp eerlijk gezegd niet dat de IMO onze stappen uitlegt als een poging kapiteins en bemanningen te criminaliseren. Ik wil hier luid en duidelijk verklaren dat we daar in het geheel niet op uit zijn, en ik zeg dat ook om alle afgevaardigden gerust te stellen die na lezing van een bepaalde brief mogelijk zijn gaan twijfelen aan onze bedoelingen.

Mijnheer de Voorzitter, wordt deze tekst aangenomen, dan mogen we spreken van een succes. Natuurlijk, de Commissie had in haar richtlijnvoorstel aanvankelijk ingezet op invoering van een echt stelsel van strafrechtelijke sancties, en de tekst die thans voorligt in deze Vergadering is op dit punt minder ambitieus, aangezien de elementen van strafrechtelijke aard overgebracht zijn naar de derde pijler en dus vastgelegd zullen worden in een kaderbesluit. Uiteraard betreurt de Commissie dat, maar wij leggen ons erbij neer; het betekent immers nog niet dat ook alle andere aspecten van het voorstel van hun betekenis zijn ontdaan. En we krijgen in ieder geval de situatie dat voor overtredingen van de lozingsregels in heel Europa dezelfde definities en vergelijkbare afschrikkende sancties gaan gelden. Dat is een belangrijke stap voorwaarts. Alle afgevaardigden in dit Parlement die ooit een olieramp hebben meegemaakt, weten dat we voor deze tragedies absoluut maatregelen moeten nemen, willen we in de toekomst niet opnieuw met een dergelijke ramp geconfronteerd worden en daarbij ook nog in de beklaagdenbank belanden.

Op basis van deze richtlijn zullen de Commissie, bijgestaan door het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid, en alle bevoegde autoriteiten in de lidstaten in de toekomst hun krachten moeten bundelen om het toezicht te versterken, inbreuken op te sporen en degenen die zich niet aan de regels houden te straffen. Wat dit betreft kan ik u op persoonlijke titel meedelen dat wij ons ten volle aansluiten bij de wens van het Parlement te komen tot een Europese kustwacht.

Mijnheer de Voorzitter, ik wil nog even ingaan op de amendementen 19 tot en met 23. Ik zal het kort houden. De Commissie beveelt uw Vergadering aan deze amendementen niet aan te nemen, en wel om twee redenen. In de eerste plaats zou aanneming van deze amendementen betekenen dat het compromispakket opengebroken wordt, en u begrijpt dat de zaak er door een bemiddeling alleen maar gecompliceerder op zou worden. In de tweede plaats raden wij aanneming om inhoudelijke redenen af. De amendementen 19 en 22 hebben tot doel een uitputtende lijst op te stellen van alle actoren in de lange keten van het zeevervoer die aansprakelijk gesteld moeten kunnen worden bij ongevallen of gevallen van verontreiniging. Een dergelijke lijst, zij het in minder uitgebreide vorm, wordt echter al gegeven in overweging 7 van het gemeenschappelijk standpunt, die in geen enkel compromis ter discussie staat. Amendement 20 betreft de regeling inzake aansprakelijkheid en schadevergoeding voor toevluchtsoorden. Dat is een heel belangrijk punt, waaraan de Commissie dan ook veel aandacht besteedt. Ik zou u wat dit betreft willen verwijzen naar een studie over dit onderwerp die ik het Parlement een dezer dagen zal doen toekomen.

De strekking van de amendementen 21 en 23 is van dien aard dat ze een gevaar vormen voor iets wat de Commissie als een reële stap voorwaarts beschouwt. Ons streven is dat voor de territoriale wateren van de Europese Unie een werkelijk operationeel systeem van afschrikking en sanctionering ingevoerd wordt: eenieder die verantwoordelijk is voor verontreiniging moet bestraft kunnen worden wanneer er sprake is van grove nalatigheid. Daarmee gaan we een stap verder dan de internationale normen, met name het Marpol-Verdrag; die worden hiermee dus aangevuld. Strafrechtelijke sancties zullen echter alleen gelden voor degenen die doelbewust handelen of zich schuldig hebben gemaakt aan volstrekt onaanvaardbare praktijken.

De tekst van de Commissie betekent dus een stap voorwaarts op basis van de mogelijkheden die het Verdrag inzake het recht van de zee biedt. Daarin is namelijk bepaald dat het kuststaten vrijstaat de mechanismen voor preventie en bestrijding van verontreiniging in hun territoriale wateren te versterken. Wij maken dus simpelweg gebruik van een mogelijkheid die de tekst biedt, en daarom kan er in mijn ogen geen sprake van zijn dat we een stap terug doen. Om die reden is de Commissie het inhoudelijk met de amendementen 21 en 23 niet eens, en het is een goede zaak dat de Commissie vervoer en toerisme zo verstandig is geweest deze amendementen te verwerpen.

Tot slot nog een opmerking over amendement 2, dat betrekking heeft op overweging 7. Dit amendement behelst herziening van de internationale regels inzake aansprakelijkheid en schadevergoeding voor olieverontreiniging, de zogeheten IOPCF-regeling. De Raad heeft niet ingestemd met dit amendement, waarvan de strekking overigens ook enigszins buiten het toepassingsveld van de richtlijn valt. Tijdens de trialoogvergadering heeft de delegatie van het Parlement ermee ingestemd dit amendement in te trekken. Op verzoek van de Raad en het Parlement heeft de Commissie een verklaring van drie punten opgesteld, die ik hier in herinnering wil roepen. Ten eerste bevestigt de Commissie nogmaals dat zij vastbesloten is de lidstaten te helpen bij het bereiken van consensus over herziening van de IOPCF-regeling. Ten tweede wijst de Commissie op de noodzaak de internationale verdragen inzake aansprakelijkheid en schadevergoeding in geval van verontreiniging ten uitvoer te leggen. Ten derde kondigt de Commissie aan in het kader van het derde pakket “maritieme veiligheid” met een wetgevingsvoorstel te zullen komen inzake een verplichte verzekering voor alle schepen die een communautaire haven aandoen.

Hiermee ben ik aan het einde van mijn betoog, mijnheer de Voorzitter. Het is wat lang uitgevallen, waarvoor mijn excuses. De Commissie steunt dus het pakket van dertien compromisamendementen en ziet met vertrouwen het standpunt tegemoet dat uw Vergadering daarover inneemt.

Ik zou u wel tot waakzaamheid willen manen: het is van groot belang dat de Raad zijn toezeggingen nakomt en vervolgens ook snel overgaat tot aanneming van de richtlijn en het kaderbesluit. Ik zal me van mijn kant inzetten voor een effectieve tenuitvoerlegging van dat kaderbesluit. We moeten er immers voor zorgen dat het compromis ook echt zin heeft en dat de burgers in Europa zich voortaan veel beter beschermd voelen tegen alle vormen van verontreiniging op zee. Mevrouw Wortmann-Kool heeft duidelijk gemaakt welke ronduit rampzalige gevolgen deze verontreiniging heeft voor ons natuurlijk erfgoed en voor alle rijkdommen van de zee.

Ik zou, als u me toestaat, mijnheer de Voorzitter, er bij het Parlement krachtig op willen aandringen niet te veel af te gaan op de in mijn ogen onjuiste voorstelling van zaken als zouden wij erop uit zijn de zeevarenden te criminaliseren. Wat wij proberen te bereiken is dat ze meer verantwoordelijkheid te dragen krijgen, binnen de grenzen van wat redelijk en proportioneel is. De tekst die voorligt is mijns inziens evenwichtig, en gezien het interinstitutionele akkoord dat in het trialoogoverleg bereikt is, kunnen we er denk ik van uitgaan dat we een belangrijke stap gezet hebben op weg naar toepassing van deze tekst. Die zal zeer goed ontvangen worden, dat kan ik u verzekeren, door allen die vrezen dat zich op enig moment in de toekomst weer een olieramp voordoet. Mijn dank dus, mijnheer de Voorzitter, aan dit Parlement voor alle aandacht die het - terecht - heeft willen besteden aan deze voor onze Europese medeburgers zo belangrijke tekst.

 
  
MPphoto
 
 

  Kratsa-Tsagaropoulou (PPE-DE), namens de PPE-DE-Fractie. - (EL) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, ik heb aandachtig naar u en naar onze rapporteur, mevrouw Wortmann-Kool geluisterd. Het vraagstuk dat wij vanavond bespreken is bijzonder belangrijk. Veel aspecten daarvan zijn van doorslaggevend belang voor duurzame economische ontwikkeling en verwezenlijking van werkgelegenheid

Het beleid van de Europese Unie heeft tot doel het zeevervoer te ontwikkelen maar tegelijkertijd het mariene milieu te beschermen, en wij staan allen achter dat doel. Het gemeenschappelijk standpunt en de daarin door de Vervoerscommissie aangebrachte wijzigingen zijn echter niet tegen de uitdagingen opgewassen, ondanks de enorme inspanningen die de rapporteur - die ik bij deze bedank - heeft ondernomen tijdens de behandeling van het voorstel in de commissie.

Ik zeg dit omdat men met de opgenomen bepalingen verder gaat dan het internationale Marpol-Verdrag, als het gaat om de aansprakelijkheid voor de door ongelukken veroorzaakte zeevervuiling en wat de zeegebieden betreft waar dit Verdrag op van toepassing is. Dit vraagstuk zal grote juridische en economische gevolgen hebben. Met het communautair recht zal namelijk het internationaal recht worden overtreden en tegelijkertijd het prestige van de Internationale Maritieme Organisatie worden aangetast, ofschoon de IMO de enige instantie is die maatregelen tot bescherming van de zee op internationaal vlak kan toepassen. Wij mogen namelijk niet vergeten dat de scheepvaart een wereldomspannende activiteit is, waarop geen groot aantal uiteenlopende maatregelen en maatstaven van toepassing mag zijn. Uit de ervaringen is namelijk gebleken dat regionale maatregelen alleen maar verwarring, rechtsonzekerheid en beheersproblemen veroorzaken. Bovendien blijkt uit de statistieken dat de internationale handel over de zeewegen toeneemt maar het aantal gevallen van vervuiling afneemt.

Negatief in dit voorstel is verder dat het werk op schepen onder het strafrecht wordt gebracht. Ook daar gaat het voorstel namelijk over. Zeevarenden hebben sowieso al een moeilijk en gevaarlijk leven. Een dergelijke strafrechtelijke aanpak zal veel jongeren ervan weerhouden om zeeman te worden, met name goed opgeleide jongeren met knowhow, die de Europese scheepvaart juist zo hard nodig heeft.

Daarom vraag ik u, dames en heren, dit vraagstuk met verantwoordelijkheidsbesef te bekijken en te denken aan de toekomst. De afgevaardigden van de Nea Dimokratia hebben samen met collega’s uit andere fracties en landen - die ons voorstel willen aanpassen aan het internationale Marpol-Verdrag - een amendement ingediend, en ik vraag u daarvóór te stemmen. Ik dank u en ben ervan overtuigd dat wij, ongeacht de stemmingsuitslag, een langademige strategie moeten volgen, en verder moeten kijken dan restrictieve maatregelen en strafrechtelijke sancties.

 
  
MPphoto
 
 

  Piecyk (PSE), namens de PSE-Fractie. – (DE) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, met alle respect: milieuvervuiling gebeurt nu eenmaal op de een of andere manier. De rapporteur merkte al op dat we ons enigszins schizofreen gedragen. Wanneer zich een ramp voordoet, zijn we verontwaardigd. Dan winden we ons op en is er veel publiciteit, maar de troep die dagelijks - ik onderstreep: dagelijks - in de Europese en internationale wateren wordt geloosd, interesseert het brede publiek kennelijk niet. De cijfers spreken echter voor zich. Volgens het voorstel van de Commissie destijds waren er alleen al in 2001 390 illegale olielozingen in de Oostzee en 596 illegale lozingen in de Noordzee! De milieuorganisatie Oceana gaat ervan uit dat er jaarlijks drieduizend illegale lozingen in Europese wateren plaatsvinden. Dat zijn er drieduizend te veel. Dat mag niet meer als een onschuldige overtreding worden beschouwd, maar moet eindelijk eens als een ernstig misdrijf worden vervolgd en bestraft.

Voor opsporing en vervolging zijn instrumenten nodig. Er werd gezegd dat de lidstaten natuurlijk hun verantwoordelijkheid hebben. Tegelijkertijd is er voor de toekomst behoefte aan een efficiënte Europese kustwacht. Die zal er niet vandaag of morgen komen, maar overmorgen moet toch mogelijk zijn. Het vervolgen en bestraffen van illegale verontreiniging vanaf schepen mag niet stuklopen op pogingen van de landen om krampachtig aan hun rechtsbevoegdheid vast te houden.

Parlement, Raad en Commissie sluiten morgen om zo te zeggen een fatsoenlijk compromis. De rapporteur heeft in de totstandkoming daarvan een zeer groot aandeel gehad. Ik wil haar gelukwensen en haar bedanken voor het uitstekende werk dat ze heeft geleverd: dat we hier namelijk bij elkaar zijn en morgen klaar zijn; dat we dus geen bemiddelingsprocedure nodig hebben, maar morgen kunnen afronden.

De Raad verplicht zich er in zijn kaderbesluit toe, illegale verontreiniging vanaf schepen met harde sancties tegen te gaan: boetes, vrijheidsstraf, verbod op commerciële activiteiten. Commissie en Raad willen in de IMO actief worden. Het is bijvoorbeeld onbegrijpelijk dat reders zich nog altijd kunnen verzekeren tegen boetes voor verontreiniging vanaf schepen. Dat moet in de IMO worden veranderd. Met de afspraak over een haalbaarheidsstudie zetten we een eerste belangrijke stap in de richting van een Europese kustwacht.

Daarom ook mijn complimenten aan het voorzitterschap, dat goed met ons heeft samengewerkt. Luxemburg is nu niet bepaald een land dat bekend staat om zijn uitgestrekte kusten, maar Luxemburg heeft dan toch in elk geval een zeer grote vloot, waarvoor ook dit voorzitterschap een verantwoordelijkheid heeft – dus mijn dank geldt ook het voorzitterschap. Op ons allen rust een grote verantwoordelijkheid voor de natuur, voor de zeeën. Daarom moet wat wij morgen besluiten ook snel in praktijk worden gebracht. Onze kusten en onze zeeën met alles wat daarin leeft, zullen ons daar dankbaar voor zijn.

 
  
MPphoto
 
 

  Ortuondo Larrea (ALDE), namens de ALDE-Fractie. – (ES) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, dames en heren, elke zes minuten worden er koolwaterstoffen in zee geloosd, en elk jaar wordt er ten gevolge van het scheepvaartverkeer meer dan 20 000 ton olie geloosd in de zeeën van Europa, een hoeveelheid waarmee je 10 000 olympische zwembaden zou kunnen vullen. Dat staat in het Oceana-verslag over zeevervuiling dat ook de heer Piecyk genoemd heeft.

Er staat echter nog meer in dit verslag. Zo worden er jaarlijks zo’n 3 000 illegale lozingen van koolwaterstoffen ontdekt, maar het aantal opzettelijke lozingen zou wel eens veel hoger kunnen liggen. In de haven met het meeste scheepvaartverkeer van de hele Europese Unie, en een van de belangrijkste havens ter wereld, namelijk Rotterdam, loost maar 7 procent van de schepen die deze haven aandoen zijn rioolwater en afval uit tanks in de afvaldepots van de haven. Waar lozen de overige 93 procent hun afval? De meeste waarschijnlijk op zee.

We moeten zo snel mogelijk een regelgeving voor doeltreffender controle aannemen, om te voorkomen dat er nog langer 77 000 vogels per jaar het leven laten omdat zij met olie besmeurd zijn, evenals de onbekende aantallen walvisachtigen, zeeschildpadden, vissen in viskwekerijen en andere zeedieren en planten in het algemeen. Deze regelgeving dient ook de vervuiling van kusten en stranden alom een halt toe te roepen. Er wordt al gewerkt aan de homologatie van gepatenteerde instrumenten voor toezicht aan boord, namelijk een soort verzegelde zwarte dozen die het onomstotelijke bewijs kunnen leveren dat een schip illegaal heeft geloosd.

Bij de uitwerking van de begeleidende maatregelen die worden uiteengezet in artikel 10 van de richtlijn waarover we vandaag debatteren, moet worden geëist dat alle schepen zo’n zwarte doos aan boord installeren, dat alle havens zonder uitzondering afvaldepots hebben, en dat er nationale en communautaire systemen worden opgezet voor het registeren van legale lozingen die onder toezicht zijn geschied, en voor het geven van algemene voorlichting over illegale lozingen en de daarbij horende sancties.

Van de lidstaten moet worden geëist dat zij de regelgeving naleven die hen ertoe verplicht over vluchthavens te beschikken voor schepen in nood, en er moet een Europese kustwacht in het leven worden geroepen om te waken tegen lozingen, illegale immigratie en drugshandel. Verder is het volstrekt noodzakelijk dat de sancties zonder uitzondering van toepassing zijn op alle partijen die deel uitmaken van de keten van het vervoer over zee, van de eigenaren van de lading en contractpartners tot de vervrachters, scheepsagenten, reders, classificatie- en verzekeringsmaatschappijen, kapiteins, bemanningen en overigen, ongeacht of zij hun werk aan wal of aan boord verrichten, wanneer zij verantwoordelijk zijn voor dit soort ongelukken en lozingen.

Voorts moet het Internationaal Fonds voor schadevergoedingen bij vervuiling door koolwaterstoffen worden versterkt en regelmatig worden afgestemd op de realiteit, in die zin dat het wordt aangepast aan het reële schadeniveau, waarbij beter moet worden nagedacht over de bijdragen die de reders, eigenaren, vervrachters en afnemers van de vervoerde olie dienen te leveren.

Deze regels moeten nu meteen in Europa worden ingevoerd en we moeten er door middel van de Internationale Maritieme Organisatie voor zorgen dat de rest van de wereld ze overneemt, want als we moeten wachten tot ze daar zover zijn, zitten we zo meteen als we niet uitkijken met een Noordzee, een Baltische Zee en vooral een Middellandse Zee die zo ernstig vervuild zijn dat ze niet meer te redden zijn.

Ik wil de rapporteur, mevrouw Wortmann-Kool, hartelijk bedanken voor haar geweldige verslag en voor al het werk dat zij verzet heeft, zowel om de verschillende fracties op een lijn te krijgen over een aantal gemeenschappelijke standpunten, als om in het overleg met de Raad en de Commissie een consensus te bereiken, en om deze wetgevende procedure in tweede lezing af te sluiten.

Onze fractie heeft de dertien compromisamendementen zojuist goedgekeurd en voorts heeft zij ermee ingestemd om de drie door ons ingediende amendementen in te trekken. Op deze manier willen we bereiken dat het onderhavige verslag morgen wordt aangenomen en dat deze zo noodzakelijke richtlijn spoedig van kracht wordt.

 
  
MPphoto
 
 

  Papadimoulis (GUE/NGL), namens de GUE/NGL-Fractie. - (EL) Mijnheer de Voorzitter, de overgrote meerderheid van mijn fractie steunt dit voorstel en verwerpt de amendementen die tot doel hebben dit af te zwakken.

De meeste burgers eisen dat strengere maatregelen worden getroffen om zeevervuiling te voorkomen. Zeevervuiling veroorzaakt schade aan niet alleen het milieu en de volksgezondheid maar ook de visserij en het toerisme.

Met het onderhavig maatregelenpakket probeert men het werk af te maken dat jarengeleden werd begonnen, maar waarbij vertraging optrad omdat drie lidstaten zich verzetten tegen de aanvankelijke ontwerprichtlijn van de Commissie.

Hoe kan men echter tegen een dergelijke richtlijn zijn? Denkt u eens aan de kosten die door deze vervuiling ontstaan voor het milieu, de visindustrie en het toerisme en aan de werkloosheid in de door olievervuiling getroffen gebieden? Alleen al in 1999 werden in het Middellandse-Zeegebied - en de Middellandse Zee is een gesloten zee - niet minder dan 1 638 gevallen van illegale lozing geregistreerd. Realiseert u zich wel hoeveel gevallen dat in werkelijkheid waren, gevallen die niet werden geregistreerd omdat niemand ze in de gaten had? Een soortgelijk aantal gevallen van olievervuiling deed zich in 2001 in de Noord- en Oostzee voor.

Omdat de bescherming van het mariene milieu voor ons erg belangrijk is en er eindelijk een stap in de goede richting moet worden gezet, stemmen wij in met de in de compromisamendementen aan de orde gestelde punten, ofschoon wij daar niet geheel voldaan over zijn.

Tot slot wil ik een beroep doen op de Griekse regering, op de regering van mijn land, en haar vragen haar steriel oppositiebeleid over boord te gooien. Griekenland is een wereldmacht in de scheepvaart. Het mag geen hekkensluiter zijn maar moet juist het voortouw nemen in de strijd tegen zeevervuiling. Het moet een opbouwende houding aannemen en geen aanleiding geven tot kritiek op de Griekse koopvaardij.

 
  
MPphoto
 
 

  Blokland (IND/DEM), namens de IND/DEM-Fractie. Voorzitter, we spreken op dit moment niet alleen over het verslag van collega Wortmann, maar tevens over het akkoord dat zij met de Raad heeft bereikt. Voor mij zijn in dit dossier twee zaken van belang. In de eerste plaats dat we ons realiseren dat de zeevaart een mondiale sector is die slechts dan optimaal functioneert wanneer ook de wetgeving op mondiaal niveau wordt vastgesteld. Het aansluiten bij de Marpol-wetgeving door zowel Raad als rapporteur stemt mij dan ook tevreden.

Daarnaast is wetgeving zonder adequate controle en sancties zinloos. Ik ben blij dat de rapporteur de Raad heeft kunnen bewegen tot het doen van een concrete toezegging inzake de strafrechtelijke wederhelft van dit dossier. En tot slot wil ik opmerken dat ik uitzie naar de studie van de Commissie inzake de vorming van een Europese kustwacht. Wellicht dat die me het nut van een dergelijk orgaan in kan laten zien. Dank u wel.

 
  
MPphoto
 
 

  Busuttil (PPE-DE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, het stelt me teleur dat amendement 7 van dit verslag door de Commissie vervoer en toerisme is verworpen. Ik wil benadrukken dat ik volledig achter het principe sta dat de verontreiniging die wordt veroorzaakt door schepen moet worden bestreden. We moeten dit principe echter op een verstandigere manier toepassen. Het lijkt wel of we zijn vergeten dat de gevaren van de zee nu eenmaal tot ongelukken kunnen leiden, ook al worden er nog zoveel voorzorgsmaatregelen genomen. Daarom is het onrechtvaardig dat reders, kapiteins en bemanningsleden die alle redelijke maatregelen hebben genomen om te voorkomen dat hun schip bij een ongeluk verontreiniging veroorzaakt, op dezelfde manier worden behandeld als mensen die moedwillig of door roekeloosheid of nalatigheid de zee vervuilen.

Ik vind deze benadering om twee redenen onlogisch. In de eerste plaats omdat Marpol hierdoor op een zijspoor wordt gezet, om niet te zeggen wordt gedwarsboomd. We moeten ernaar streven om de doelmatigheid van internationale afspraken te verbeteren en niet om ze te beconcurreren of ervan af te wijken. De maritieme sector heeft laten zien dat het bij uitstek een sector is waar goed en doelmatig met internationale afspraken kan worden gewerkt. Laten we op die voet blijven doorgaan.

In de tweede plaats is deze benadering onlogisch omdat de scheepvaart van de Europese Unie erdoor wordt benadeeld ten opzichte van de scheepvaart van buiten de EU-wateren. In een tijd waarin we ernaar steven om onze concurrentiepositie te verbeteren en de werkgelegenheid te bevorderen, moeten we oppassen dat we geen maatregelen treffen die de zo belangrijke maritieme sector ontmoedigt om hier in Europa te blijven.

Ik weet dat er hard is gewerkt om een compromis over dit onderwerp te bereiken en ik bedank de rapporteur hiervoor ook. Ik vermoed echter dat men niet goed beseft wat het echte effect van deze maatregelen is. We zijn het er allemaal over eens dat er wetgeving moet komen voor de verontreiniging vanaf schepen, maar daarvoor moeten we een praktische aanpak kiezen die ons helpt om onze doelen op een doelmatige, doch pragmatische manier te bereiken.

 
  
MPphoto
 
 

  Evans, Robert (PSE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ook ik spreek mijn dank uit aan de rapporteur en de commissaris voor diens interessante opmerkingen. Dit is, zoals anderen al hebben gezegd, belangrijke wetgeving voor de veiligheid op zee en om de scheepvaartsector te dwingen zich verantwoordelijk te gedragen. Zoals de heer Piecyk, de heer Ortuondo Larrea, de heer Papadimoulis en anderen hebben gezegd, is de meeste olievervuiling niet het gevolg van de rampen die volop in het nieuws komen, maar van bewuste lozingen. Het is essentieel dat we deze onrechtmatige daden krachtig met elkaar bestrijden. Dit compromis vormt daarbij een belangrijke stap voorwaarts.

Om crimineel of roekeloos gedrag te bestrijden is samenwerking op Europees niveau belangrijk en ik ben vastbesloten om er alles aan te doen om verontreiniging te voorkomen en het milieu te beschermen. We zullen ook veel meer bereiken wanneer we optreden als samenwerkende lidstaten dan als individuele landen.

Daarom wachten we, zoals de heer Blokland al zei, met belangstelling de haalbaarheidsstudie naar een Europese kustwacht af. Ik heb begrepen dat de taken van de nationale kustwachten momenteel aanzienlijk van elkaar verschillen. In sommige landen houdt de kustwacht zich bezig met de bewaking van de grenzen en het bestrijden van illegale immigratie, in andere landen met het bestrijden van verontreiniging volgens de door ons vastgestelde richtlijnen. In sommige landen is de kustwacht ook belast met opsporings- en reddingsoperaties, terwijl dat in andere landen tot de taken van het leger behoort.

De kustwacht van het Verenigd Koninkrijk heeft opsporings- en reddingsbevoegdheden en het werkgebied van onze kustwacht reikt tot aan dat van de Verenigde Staten en Canada. De Britse kustwacht heeft dus wat meer verantwoordelijkheden dan die van sommige andere landen. Daarom kijk ik met belangstelling uit naar deze haalbaarheidsstudie. We kunnen ons hierop bezinnen nadat het verslag morgen is aangenomen, en daarna verdere stappen ondernemen.

 
  
MPphoto
 
 

  Toussas (GUE/NGL). - (EL) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, uit de ervaring blijkt hoe vreselijk gebrekkig de preventieve en repressieve strafmaatregelen zijn die getroffen worden tegen scheepseigenaren, reders, exploitanten en meer algemeen tegen de personen en instanties die verantwoordelijk zijn voor de toestand, de werking en de zeewaardigheid van schepen, als deze overtredingen begaan.

Dankzij gerechtelijke beslissingen blijven scheepseigenaren, reders, exploitanten, agenten, verzekeraars, bevrachters, ladingeigenaren en al degenen die deel uitmaken van de materiële en technische infrastructuurketen van schepen, vrijuit gaan, ofschoon zij de scheepvaartmisdaden begaan: zij slaan munt uit de nationale en internationale wetgeving en veroorzaken milieurampen. De zeelieden worden echter hard aangepakt, op een manier die in strijd is met de internationale wetgeving. Zij worden gegijzeld en gebruikt als zondebokken om de werknemers gerust te stellen en hun massale strijd voor milieubescherming de wind uit de zeilen te nemen.

Het is bewezen dat het beleid, dat is afgestemd op versterking van het mededingingsvermogen en winstverhoging voor de scheepvaartondernemingen, de industriebedrijven aan land en de monopolies, hoogst gevaarlijk is voor de bescherming van het menselijk leven op zee en het milieu.

De onderhavige richtlijn inzake vervuiling door schepen en de sancties op overtredingen houden zich binnen de perken van dit volksonvriendelijk beleid. Ze moeten bijdragen aan de versterking van het mededingingsvermogen van de bedrijven en aan de verhoging van de winst van het kapitaal. Daarmee wordt de verantwoordelijkheid voor de ongelukken op de schouders van de scheepsbemanningen gelegd, maar wordt tegelijkertijd het ongebreideld gedrag van de scheepvaartbedrijven en de industriebedrijven aan land vereeuwigd, en worden scheepseigenaren, exploitanten, bevrachters, classificatiebureaus, verzekeringsmaatschappijen, enzovoort, buiten schot gehouden. Daarmee wordt de medeverantwoordelijkheid van reders en zeelieden gehandhaafd en versterkt. Als ik meer spreektijd had, zou ik duizenden voorbeelden kunnen noemen van gevallen die duidelijk aantonen dat de verantwoordelijkheden van kapiteins en bemanningen helemaal niets hebben uit te staan met die van exploitanten en scheepseigenaren. Zeevervuiling en milieurampen zijn een uitermate belangrijk politiek vraagstuk.

Tot slot wil ik als u het goed vindt nog een opmerking maken naar aanleiding van hetgeen werd gezegd over een door ons ingediend amendement, amendement 19. Aangezien zowel de commissaris, als de rapporteur en de Raad toegeven dat amendement 19 geen inhoudelijke wijziging bevat, begrijp ik niet waarom men dit niet wil aannemen. Daarmee wordt alleen duidelijker gemaakt wie verantwoordelijk is voor de overtredingen in verband met vervuiling ….

(Spreker wordt door de Voorzitter onderbroken)

 
  
MPphoto
 
 

  Attard-Montalto (PSE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, een bekend spreekwoord zegt dat de weg naar de hel geplaveid is met goede voornemens. Ik hoop dat deze richtlijn daar niet toe behoort. Verontreiniging is een maritieme ramp. Daar zijn we het allemaal over eens.

Mijn land, Malta, loopt een groot risico, omdat het afhankelijk is van toerisme. Onze houding ten opzichte van de zee is altijd gewaardeerd: wij hebben altijd een vooraanstaande rol gespeeld als het gaat om bepaalde opvattingen over het gemeenschappelijk erfgoed van de mensheid en met name de zee. Niemand kan ons er dus van beschuldigen dat wij ons nationale belang boven dat van de Europese Unie stellen – en ik zal uitleggen waarom.

Ik geloof in alle oprechtheid niet dat deze richtlijn tot vermindering van de vervuiling zal leiden. Waarom niet? Tot nu toe heb ik geen rechtstreeks en concreet antwoord gekregen op de vraag of deze richtlijn betrekking zal hebben op schepen die niet in een EU-land zijn geregistreerd. Als dat niet het geval is, wat zal dan het effect zijn? Het effect zal zijn dat schepen die zijn geregistreerd in Griekenland, Cyprus en Malta zich in een andere vlaggenstaat gaan registreren. Ik zou het fijn vinden als hierover duidelijkheid werd geschapen, want, zoals ik van mijn regering heb begrepen, wordt er in de wet nu onderscheid gemaakt tussen de vlag van Europese en niet-Europese landen. Als dat zo is, is dat in strijd met het Internationaal Verdrag. Hoe gaat u toezien op naleving van de richtlijn, commissaris? Ik stel het op prijs als deze vraag in de conclusies wordt beantwoord.

 
  
MPphoto
 
 

  Hedkvist Petersen (PSE). – (SV) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, het mariene milieu is van levensbelang voor ons allen en voor de komende generaties. Dat is hier vandaag al vele malen gezegd en ik kan me daar alleen maar bij aansluiten. Ook is het een feit dat verontreiniging van de zeeën en van het mariene milieu een waarlijk grensoverschrijdend probleem en een waarlijk grensoverschrijdende uitdaging zijn. Voorzover ik het kan beoordelen, is het besluit dat wij morgen zullen nemen een stap vooruit op de weg naar een betere toestand van de zeeën en het mariene milieu.

Naar mijn mening zou ook een Europese kustwacht – een kwestie die zoals bekend nader moet worden onderzocht – in dit verband een goede bijdrage kunnen leveren. Die kustwacht zou goed zijn voor de bestrijding van de verschillende vormen van olieverontreininging. Het is belangrijk om de taken en rollen van de kustwacht te definiëren, zodat deze ook kan functioneren in het kader van zijn nationale verantwoordelijkheid. Ik houd het daarom kort, en deel tot slot mee dat ik de voorgestelde overeenkomst zal steunen.

 
  
MPphoto
 
 

  Sifunakis (PSE). - (EL) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, wij bespreken vandaag een ontwerprichtlijn die het rechtstreekse gevolg is van een tragische gebeurtenis: van de ondergang van de Prestige in november 2002, toen een enorme milieuramp op zee werd veroorzaakt en er talrijke slachtoffers vielen onder de zeelieden van een Europees land.

Na de tragische gebeurtenis is een onderzoek ingesteld, waaruit bleek dat in dergelijke gevallen de verantwoordelijkheid verdeeld moet worden over talrijke instanties en actoren. Helaas was een grote milieuramp nodig voordat wij tot het besef kwamen dat, ofschoon de overgrote meerderheid van de mensen in de scheepvaart zich op verantwoordelijke wijze gedraagt, er ook enkele onverantwoordelijke mensen zijn die met hun gedrag het mariene milieu soms enorme schade toebrengen.

Griekenland is een land met een grote scheepvaarttraditie. Het kon deze traditie opbouwen dankzij het verantwoordelijkheidsbesef van niet alleen de werknemers in de scheepvaartsector maar vooral ook de scheepseigenaren, de Griekse zeelieden en alle andere betrokkenen. Tot nu toe is Griekenland gevrijwaard gebleven van grote vervuilingsrampen ten gevolge van een ongeluk.

De Griekse socialisten zijn zeer gevoelig voor de bescherming van het milieu en de zeelieden, en daarom geven wij steun aan het voorstel. Wij zijn van mening dat met de onderhavige ontwerprichtlijn een stap in de goede richting wordt gezet bij de aanpak van zowel de operationele vervuiling als de vervuiling ten gevolge van een ongeluk en de opzettelijke vervuiling, zoals de rapporteur, mevrouw Wortmann-Kool al zei. Wij moeten ongebreideld gedrag en onverantwoordelijkheid zien te voorkomen.

De Middellandse Zee is eigenlijk een groot meer. De scheepvaart neemt daar dagelijks toe en het aantal schepen vermenigvuldigt zich sterk. Ik ben Griek en kom dus uit een land dat niet alleen de grootste scheepvaartmacht is van de Unie, maar tevens een land waar het toerisme een fundamentele economische sector is, een land met ellenlange kusten en honderden eilanden. Daarom hebben wij mijns inziens de plicht om het voortouw te nemen, de zeevervuiling te bestrijden en het mariene milieu te beschermen.

 
  
MPphoto
 
 

  Barrot, vice-voorzitter van de Commissie. (FR) Mijnheer de Voorzitter, ik zal proberen het kort te houden, maar er zijn enkele punten waarop ik toch even wil ingaan. In de eerste plaats kan ik de opmerking dat dit richtlijnvoorstel in strijd zou zijn met het Marpol-Verdrag niet zomaar laten passeren. Dat is pertinent onjuist. Het Marpol-Verdrag voorziet inderdaad enkel in sancties wanneer er sprake is van doelbewust handelen of van ernstig verwijtbaar gedrag. Dit Verdrag moet echter gelezen worden in samenhang met het VN-Verdrag inzake het recht van de zee, en dat Verdrag voorziet in de mogelijkheid dat kuststaten het mechanisme voor preventie en bestrijding van verontreiniging in hun territoriale wateren versterken. Dat is de - verdragsrechtelijke - bepaling waarop wij ons beroepen.

Immers, als iedere lidstaat zich op die bepaling kan beroepen, kan de Unie dat ook. Dit heb ik de secretaris-generaal van de IMO ook uitgelegd. Ik begrijp dan ook niet waar deze kritiek vandaan komt. Nogmaals, wat wij voorstellen is volledig in overeenstemming met het Marpol-Verdrag en met het VN-Verdrag inzake het recht van de zee. Daar komt bij, mevrouw de rapporteur heeft daar ook al op gewezen, dat de sancties proportioneel zijn: ze gelden enkel voor gevallen van grove nalatigheid en ze worden daar wat de strafmaat betreft uiteraard ook op afgestemd. Het gaat er dus helemaal niet om mensen tot criminelen te bestempelen; het gaat erom ze aansprakelijk te kunnen stellen, mijnheer de Voorzitter. U merkt, mijn toon wordt wat feller, maar dat komt omdat ik geloof in deze zaak, die voor ons gemeenschappelijk erfgoed van groot belang is.

Ik wil dan ook graag zo beleefd mogelijk de vraag beantwoorden van de heer Attard-Montalto - is de geachte afgevaardigde misschien nog aanwezig? Er kunnen sancties opgelegd worden aan schepen die onder de vlag van derde landen varen wanneer deze schepen een communautaire haven aandoen. Op dit punt worden schepen die onder Europese vlag varen dus niet gediscrimineerd. Dat is mijn antwoord.

Laat ik er nog één ding aan toevoegen. Zoals gezegd, we keren ons met onze aanpak geenszins tegen de Internationale Maritieme Organisatie. Maar dat niet alleen: we willen er juist mee samenwerken. Dat heb ik de secretaris-generaal ook gezegd. Wij baseren ons op de werkzaamheden van deze maritieme organisatie, die ook het gebruik van de zwarte doos wil bevorderen en daarvoor zelfs een nauwkeurig tijdschema heeft opgesteld.

Mijnheer de Voorzitter, wat ik duidelijk heb willen maken is dat we in de Raad met eenparigheid van stemmen een politiek akkoord hebben bereikt. Ik wil het Parlement daarom waarschuwen: voor dit akkoord lijkt zich in Europa een ruime meerderheid af te tekenen, een meerderheid die gestalte gekregen heeft in de trialoogvergadering met de Raad.

Tot slot zou ik nog willen zeggen dat we niet stil moeten blijven zitten tot de volgende ramp zich aandient, om dan plotseling tot het besef te komen dat het heel erg is wat er gebeurt en dat wij medeverantwoordelijk zijn. Tot nu toe heeft uitbreiding van de bescherming van de zee op juridisch vlak altijd plaatsgevonden in reactie op de rampen die zich voordeden. We hebben nu een unieke kans om dit patroon te doorbreken. Daarom vind ik persoonlijk dat deze tekst evenwichtig is: niemand wordt gecriminaliseerd, maar wel wordt iedereen verantwoordelijk gemaakt. Ik wil het Parlement bij voorbaat bedanken voor de steun die het aan deze tekst wil geven. Ik hoop op een zo breed mogelijke steun.(1)

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. – Hartelijk bedankt voor uw antwoord, mijnheer de commissaris, en voor het enthousiasme waarmee u het hebt gegeven.

 
  
MPphoto
 
 

  Attard-Montalto (PSE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik heb een voorstel van orde. De commissaris heeft me niet juist geciteerd. Hij heeft niet het recht om dat te doen. Het was duidelijk wat ik wilde zeggen: ik heb op geen enkele manier verwezen naar lozingen, hetzij uit nalatigheid hetzij opzettelijke, in thuishavens of thuiswateren en dat weet hij best. Hij deed voorkomen alsof ik zei dat het onderscheid dat zou ontstaan tussen schepen die varen onder de vlag van een derde land en schepen die varen onder de vlag van een lidstaat, voor lozingen in thuiswateren gold, terwijl hij heel goed weet dat ik dat niet heb gezegd.

Ik heb gevraagd, en die vraag is nog steeds niet beantwoord, of er ten aanzien van lozingen buiten de thuiswateren onderscheid wordt gemaakt tussen schepen die varen onder de vlag van een lidstaat en schepen die varen onder de vlag van een derde land. Ik wil graag dat de commissaris antwoord geeft op die vraag en niet op een vraag die ik niet heb gesteld.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. – Mijnheer Attard-Montalto, strikt genomen was dat geen voorstel van orde; ik ben veeleer van mening dat uw opmerkingen verband hielden met een persoonlijke beschuldiging.

Mijnheer de commissaris, wilt u deze vraag nog verder beantwoorden?

 
  
MPphoto
 
 

  Barrot, vice-voorzitter van de Commissie. (FR) Neemt u me niet kwalijk, ik heb geprobeerd in alle eerlijkheid antwoord te geven op uw vraag. Ik respecteer de mening van iedereen hier; ik wind me alleen enigszins op, omdat ik deze tekst wil verdedigen. U moet van me aannemen dat ik er op geen enkele manier op uit ben de leden van het Parlement onheus te bejegenen. Ik wil echt niemand beledigen. Wat ik wilde zeggen is dat schepen die varen onder de vlag van derde landen onder de nieuwe regelgeving zullen vallen wanneer ze een haven van de Gemeenschap aandoen. Daarmee bent u het waarschijnlijk wel eens, maar misschien is dat niet echt een antwoord op uw vraag.

Mijnheer de Voorzitter, ik zou de geachte afgevaardigde willen voorstellen met mij te komen praten om de zaak op te helderen. Vooralsnog kan ik alleen maar zeggen dat ik aangegeven heb welke regels in mijn ogen gelden voor deze situatie. Wellicht heeft hij andere situaties op het oog. Daarom stel ik voor dat we deze zaak samen nader bespreken.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. – Het voorzitterschap van deze vergadering wil u bedanken voor uw inschikkelijkheid, mijnheer de commissaris. Ik denk dat dit inderdaad de verstandigste oplossing zou zijn.

Het debat is gesloten.

De stemming vindt morgen, woensdag, om 11.30 uur plaats.

 
  

(1) Standpunt van de Commissie inzake de amendementen: zie bijlage.

Juridische mededeling - Privacybeleid