Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Debatten
Woensdag 13 april 2005 - Straatsburg Uitgave PB

25. Herbruikbaarheid, recycleerbaarheid en mogelijke nuttige toepassing van motorvoertuigen
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. Aan de orde is het debat over het verslag van de heer Krahmer (A6-0004/2005), namens de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid, over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de typegoedkeuring van motorvoertuigen inzake herbruikbaarheid, recycleerbaarheid en mogelijke nuttige toepassing, en tot wijziging van Richtlijn 70/156/EEG van de Raad [COM(2004)0162 - C5-0126/2004 - 2004/0053(COD)].

 
  
MPphoto
 
 

  Günther Verheugen, vice-voorzitter van de Commissie. (DE) Mijnheer de Voorzitter, geachte dames en heren, de Commissie wil afgevaardigde Krahmer hartelijk danken voor zijn verslag en zijn buitengewone, grote persoonlijke inzet voor de richtlijn betreffende recycling in eerste lezing.

Allereerst wil ik eraan herinneren dat deze ontwerprichtlijn is gebaseerd op de bepalingen van de richtlijn betreffende autowrakken, die in september 2000 door het Europees Parlement en de Raad is aangenomen. In die richtlijn worden zeer ambitieuze doelen vastgesteld voor de recyclingindustrie, die uiterlijk in 2015 verwezenlijkt moeten zijn. Wanneer we er zeker van willen zijn dat die doelen verwezenlijkt kunnen worden, moeten de automobielfabrikanten een bijdrage leveren. Daarom doen we een beroep op de automobielfabrikanten motorvoertuigen te produceren waarvan het materiaal beter gerecycled en hergebruikt kan worden, en wel reeds vanaf het ogenblik dat de auto’s van de lopende band komen.

Verschillende van de voorgestelde wijzigingen zijn politiek gezien belangrijk. Het belangrijkste is het verbod op zware metalen. Het verslag voorziet in de opname van de verplichting zich ervan te vergewissen dat de fabrikant geen door de richtlijn betreffende autowrakken verboden zware metalen gebruikt. De Commissie juicht dit initiatief toe. Hierdoor wordt het mogelijk de bepalingen van de richtlijn betreffende autowrakken systematisch en uniform toe te passen en het niet aan de lidstaten over te laten om nationale wetgevingen uit te vaardigen, omdat die van elkaar kunnen verschillen. Op deze wijze voorkomen we dat het vlekkeloze functioneren van de interne markt in gevaar komt.

Een centraal aspect van de richtlijn, waaraan heel wat haken en ogen zaten, heeft betrekking op de omzettingsgegevens. Ook dit probleem hebben we uiteindelijk kunnen oplossen. Er wordt thans voorgesteld de richtlijn in twee fasen toe te passen. De Commissie neemt dat voorstel over. Tevens gaat de Commissie akkoord met de door het Parlement voorgestelde administratieve vereenvoudigingen. Samenvattend mag ik misschien zeggen dat de Commissie de door het Parlement voorgestelde wijzigingen volledig ondersteunt en de snelle goedkeuring van deze tekst toejuicht.

 
  
MPphoto
 
 

  Holger Krahmer (ADLE), rapporteur. – (DE) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, geachte dames en heren, allereerst wil ik mijn collega’s in de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid, met name de schaduwrapporteurs, bedanken voor hun goede en constructieve samenwerking. In de EU worden per jaar vijftien miljoen auto’s geproduceerd. De automobielindustrie is in Europa een van de belangrijkste economische sectoren. Zij creëert arbeidsplaatsen, bevordert de innovatie en is onontbeerlijk voor ons concurrentievermogen. Auto’s produceren echter ook afval, en daarover praten wij vanavond. Per jaar belanden in Europa tien miljoen auto’s op de schroothoop. Dat die auto’s daar niet meer zoals in het verleden worden opgestapeld en het landschap ontsieren, heeft te maken met de hoge herbruikbaarheid en recycleerbaarheid van een auto.

In de richtlijn betreffende de typegoedkeuring van motorvoertuigen worden bepalingen vastgelegd dat personenauto’s en lichte bedrijfsvoertuigen zo worden geconstrueerd dat ze op het gebied van herbruikbaarheid, recycleerbaarheid en mogelijke nuttige toepassing voldoen aan de in de richtlijn betreffende autowrakken vastgestelde minimumpercentages. De richtlijn betreffende autowrakken legde bindende doelen op aan de fabrikanten. Vanaf 2006 moet minstens 85 procent en vanaf 2015 minstens 95 procent van de massa van een auto mogelijk nuttig toepasbaar en herbruikbaar zijn of gerecycled kunnen worden. Met name die 95 procent vanaf 2015 is een zeer ambitieuze doelstelling want dat zou betekenen dat de auto van de toekomst bijna geen afval meer produceert.

De verwezenlijking van deze doelstelling zal niet alleen afhangen van het gebruik van bepaalde materialen door de fabrikanten, maar vooral van de verdere ontwikkeling van de recyclingtechniek en van de definitie van herbruikbaarheid. Onomstreden blijft dat de recycleerbaarheid van automobielen en het vermijden van afvalstoffen belangrijke milieupolitieke doelstellingen zijn in Europa. Het is echter verbazingwekkend dat auto’s nog slechts één procent uitmaken van de gehele hoeveelheid afval in de EU. Niet alleen het vermijden van afvalstoffen afkomstig van verpakkingen, elektronisch schroot en batterijen maar ook van autowrakken is in de EU zeer goed geregeld.

Ik wil nu ingaan op de kernpunten. De Commissie heeft een zeer acceptabel voorstel voor een richtlijn voorgelegd. Op enkele punten moesten wij in het Parlement alsnog verbeteringen aanbrengen. Wij hebben na de stemming in de commissie en een succesvolle triloog voor de goedkeuring in eerste lezing een compromispakket opgesteld, dat door de drie grote fracties van het Parlement wordt ondersteund. Dat is voor mij als rapporteur – het gaat hier immers als het ware om mijn vuurdoop – een groot succes.

Onze gemeenschappelijke amendementen, waarover wij morgen zullen stemmen, zijn met name gericht op verbeteringen bij de omzetting van de richtlijn, waarbij niet wordt getornd aan de in het kader van het milieubeleid belangrijke recyclingdoelstellingen. Het is de bedoeling dat de typegoedkeuring voor alle betrokkenen, de bevoegde instanties in de lidstaten alsmede de fabrikanten, uitvoerbaar en met zo laag mogelijke kosten verbonden is. Bovendien hebben we belangrijke aspecten van de goede praktijken van de typegoedkeuring opgenomen. Cruciaal voor mij als rapporteur is van begin af aan de differentiatie geweest van de keuring van nieuwe types en nieuwe modellen. Nieuwe modellen zijn auto’s die reeds in de EU op de markt zijn – momenteel ongeveer 600 –, nieuwe types daarentegen zijn auto’s die in de toekomst op de markt komen. Hierbij gaat het per jaar om ongeveer 100.

De keuring van nieuwe types moet prioriteit krijgen. Keuring van alle types in de EU binnen 36 maanden na inwerkingtreding van de richtlijn, zoals de Commissie in haar oorspronkelijke voorstel had voorzien, is zowel voor de bevoegde instanties als de fabrikanten geen haalbare kaart. Aan de keuring van nieuwe types moet prioriteit worden gegeven om te waarborgen dat alle nieuwe types die in de toekomst in de EU op de markt komen, voldoen aan de bindende doelstellingen van de richtlijn betreffende autowrakken. Voor nieuwe types moet daarom de door de Commissie voorgestelde termijn van 36 maanden gelden. Daarna moeten de reeds bestaande modellen successievelijk worden gekeurd. Wij hebben in het Parlement en met de Raad overeenstemming bereikt over 54 maanden. Dit komt overeen met het rekenkundig gemiddelde van het oorspronkelijke voorstel van de Commissie en mijn oorspronkelijke voorstel van 72 maanden, dat op zijn beurt overeenkomt met de levenscyclus van een gemiddelde auto.

De definitie van het begrip referentievoertuig is een andere kwestie. Het is in de praktijk gebruikelijk dat de bevoegde instantie en de fabrikant ter voorkoming van misverstanden in onderling overleg het type kiezen. Onder referentievoertuig dient verstaan te worden het voertuig dat op het gebied van de recycleerbaarheid de grootste problemen oplevert. Wat betreft het verbod op zware metalen ben ik verheugd dat wij het erover eens zijn kunnen worden om de verwijzing naar dat verbod op te nemen in de voorafgaande beoordeling en niet in de typekeuring zelf omdat het daar niet thuis hoort. Ik ben toch al van mening dat de Commissie in haar oorspronkelijke voorstel om gegronde redenen niet heeft verwezen naar het verbod op zware metalen omdat dat verbod reeds in vele andere wetten is geregeld.

We hadden een probleem met een amendement van de Raad, dat wij als het ware te elfder ure ontvingen en dat nog een mogelijkheid moest bieden voor de comitologieprocedure. Het Europees Parlement heeft zich in de richtlijn betreffende autowrakken ervoor sterk gemaakt dat wijzigingen van die richtlijn als wetgeving worden beschouwd en niet als uitvoeringsmaatregel. Daarom konden wij niet ermee akkoord gaan dat technische aanpassingen van de richtlijn betreffende autowrakken buiten het Parlement om mogen worden uitgevoerd. Ik ben verheugd dat uiteindelijk ook de Raad en de Commissie in de triloog hiermee hebben ingestemd. Dit is een stap in de goede richting naar meer democratie en transparantie in de Europese wetgevingsprocedure.

Ik wil tot slot nog eens terugkomen op het onderwerp regulering. Er gelden in de EU buitengewoon veel regels voor auto’s. Wij moeten bij de wettelijke bepalingen die wij vaststellen, steeds eraan denken dat deze ook ver weg van Brussel en Straatsburg omgezet moeten worden. Wij moeten aan de ondernemingen denken die uiteindelijk ermee te maken krijgen. Ik zou u, commissaris Verheugen, persoonlijk willen aanspreken. Ik juich met name uw initiatief ten aanzien van de effectbeoordeling van wetten toe en ben verheugd dat u als commissaris voor industrie uw liberale wortels hebt herontdekt. Het is belangrijk dat nieuwe richtlijnen en verordeningen juist op het gebied van milieu- en consumentenbescherming voortaan worden getoetst met het oog op het concurrentievermogen. Reeds bestaande richtlijnen moeten worden beoordeeld op hun snelle omzetbaarheid in de lidstaten. Bij toekomstige regelgeving moeten wij echter vooral erop letten dat deze daadwerkelijk dient ter bescherming van het milieu en niet leidt tot meer bureaucratie.

Hartelijk dank, commissaris, voor uw vriendelijke woorden.

 
  
MPphoto
 
 

  Karsten Friedrich Hoppenstedt, namens de PPE-DE-Fractie. – (DE) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, geachte dames en heren, ik stel vast dat de leden van het Parlement dankzij de aanwezigheid van de fungerend voorzitter één man meer aan boord hebben dan de Commissie. Dat is vanavond in ieder geval opmerkelijk. De heer Krahmer heeft zijn verslag immers zeer duidelijk en uitgebreid voorgesteld. Ik wil dit niet tot in alle details herhalen.

Ik wil alleen maar constateren dat wij dankzij de amendementen uiteindelijk tot een gemeenschappelijk verslag zijn gekomen. We hebben namelijk tegen de heer Krahmer gezegd dat wij door de gemeenschappelijke discussie met de Raad en de Commissie een akkoord hebben bereikt dat het resultaat is van deze amendementen, die in wezen de kern vormen van dit verslag. Ik ben ervan overtuigd dat dit verslag morgen een grote meerderheid van stemmen zal krijgen omdat het wordt ondersteund door de drie grote fracties.

Deze richtlijn is gebaseerd op de richtlijn betreffende autowrakken en is een preventief middel voor de auto-industrie om de recycleerbaarheid voor de toekomst te waarborgen. Wanneer we 95 procent van een auto kunnen recyclen of hergebruiken, is dat een groot succes. Wanneer ik terugdenk aan de eerste discussies aan het begin van de jaren negentig, dan is het niet meer en niet minder dan een gigantische stap voorwaarts.

Ik ben ook zeer verheugd dat de auto-industrie een bijdrage heeft geleverd aan de ontwikkeling van deze richtlijn omdat het belangrijk is juist met deze industrietak, die voor Europa van essentieel belang is, te communiceren om op de lange termijn het concurrentievermogen te waarborgen. Ik ben er eveneens van overtuigd dat onze importeurs uit Zuidoost-Azië, maar ook toekomstige importeurs uit bijvoorbeeld China zich voortaan moeten houden aan deze regels en ze moeten toepassen. Het wordt een hele opgave dit preventieve middel ook daar te implementeren en te controleren, maar dit is een belangrijk signaal over hoe we met de Europese auto-industrie als geheel concurrerend kunnen blijven.

 
  
MPphoto
 
 

  Corbey, namens de PSE-Fractie. – Voorzitter, morgen keuren we een aangepast voorstel goed dat ervoor zorgt dat auto's zo worden ontworpen dat ze aan het eind van hun levenscyclus goed kunnen worden gerecycled. De noodzaak om al bij het ontwerp van nieuwe auto's rekening te houden met het einde van de levenscyclus ontstond in het begin van de jaren negentig onder andere in Nederland, toen er bilaterale akkoorden tussen fabrikanten en de overheden werden gesloten. Europese fabrikanten hebben intussen heel wat ervaring opgedaan met recycling. De fabrikanten ramen de kosten van de recyclingsverplichting op gemiddeld 30 euro per auto, maar deze kosten zal de industrie weer snel terugverdienen. De prijzen van grondstoffen stijgen explosief vooral door de enorme vraag vanuit China. Stijgende kosten voor grondstoffen maken recycling bijzonder lonend. Met deze milieu-innovatie neemt Europa ook een voorsprong op zijn concurrenten, want zowel in Japan als in de Verenigde Staten ontbreekt regelgeving ten aanzien van recycling. Onze fractie kan instemmen met het gewijzigde voorstel en bedankt de rapporteur in ieder geval van harte. Ik verontschuldig ook meteen de schaduwrapporteur die hier vanavond niet kon zijn.

Voorzitter, ik wil van de gelegenheid gebruik maken om de automobielindustrie vandaag wat breder te bekijken. In het begin van dit jaar is de High Level Group on CARS 21 opgericht. Deze High Level Group heeft als taak aanbevelingen te formuleren voor de Europese auto-industrie. Daarbij gaat het vooral om concurrentievermogen en werkgelegenheid, maar ook om veiligheid en milieuprestaties. Laat ik vooropstellen dat ik een groot voorstander ben van de sectorale benadering. Het proces van Lissabon moet binnen sectoren in de praktijk worden gebracht. Met het CARS 21-initiatief gaat de Europese Commissie de goede kant op maar ik ben bang dat de oprichting van de High Level Group aan het einde van de rit niet méér zal blijken te zijn dan een dereguleringsoperatie ten gunste van de automobielindustrie, het schrappen van vervelende regels op het terrein van milieu en sociale bescherming onder het mom van verbeteringen van het concurrentievermogen. Ik wil er dan ook op aandringen verder vooruit te kijken en meer ambitie te tonen want milieu en concurrentievermogen zijn niet strijdig met elkaar, integendeel ze versterken elkaar juist. Een industrietak die voortdurend betere milieuprestaties bereikt, verbetert zijn mondiale concurrentiepositie. Mijn overtuiging is dat milieuvriendelijke auto's essentieel zijn voor een levensvatbare Europese auto-industrie. Daarom heb ik het initiatief genomen om een Low Level Group on Cars op te richten. In de geest van de doelstelling van Lissabon zullen in de Low Level Group werkgelegenheid, concurrentievermogen en een schoner milieu centraal staan. Samen met geïnteresseerde collega's zal ik een aantal aanbevelingen opstellen die ik in juli aan de verantwoordelijke commissarissen en aan de High Level Group presenteer.

Welke richting moet het op met de Europese automobielindustrie? De autosector heeft stapje voor stapje veel vooruitgang geboekt op het gebied van milieu en veiligheid, maar is dat ook de juiste methode voor de toekomst? Ik denk dat we ons in Europa gezamenlijk moeten bezinnen op de auto van de toekomst. Die auto is in ieder geval lichter, kleiner, zuiniger en efficiënter. Dit zal ook de basis zijn van een moderne, concurrerende en milieuvriendelijke automobielindustrie. De stijgende prijzen van grondstoffen maken recycling en hergebruik van materialen lonend, en de technologische vooruitgang op dit gebied kan veel bijdragen aan een goede concurrentiepositie voor de Europese automobielindustrie.

 
  
MPphoto
 
 

  Richard Seeber (PPE-DE).(DE) Mijnheer de Voorzitter, ik dacht al dat u mij vergeten was. Mij valt immers vandaag de eer te beurt als laatste spreker deze lange werkdag van het Parlement af te sluiten. Ik wil in herinnering roepen dat wij vandaag hebben gestemd over Bulgarije en Roemenië en dat die stemming een positieve uitkomst heeft gehad. Beide landen beschikken tevens over een omvangrijke auto-industrie en krijgen rechtstreeks te maken met dit voorstel voor een richtlijn, waarover wij nu discussiëren. Dit voorstel is een belangrijk onderdeel van en heeft rechtstreeks betrekking op de productgeoriënteerde milieubescherming omdat personenauto’s en lichte bedrijfsvoertuigen producten zijn die de burger bijna dagelijks gebruikt.

Ik wil tevens erop wijzen dat wij de directe milieueffecten juist op het gebied van de uitlaatgasregels in andere wettelijke bepalingen hebben geregeld en verzoek de Commissie met name bij de nieuwe uitlaatgasnorm Euro 5 snel te werk te gaan opdat die uitlaatgassen ook in Europa verminderd kunnen worden. Ik wil tevens wijzen op de fijnstofbelasting, die met name in Duitse steden de kop heeft opgestoken en tot problemen leidt.

Wij juichen het gekozen uitgangspunt in principe toe. Voor de PPE-fractie waren echter enkele punten zeer belangrijk: enerzijds mogen de voorwaarden voor de te gebruiken onderdelen van auto’s de veiligheid van de burger – zowel van de automobilist als van de voetganger – vanzelfsprekend niet in gevaar brengen. Dit betekent dat recycleerbaar maar ook veilig materiaal gebruikt moet worden. Hierop voortbordurend betekent dit natuurlijk ook dat wij in Europa intensief materiaalonderzoek moeten blijven doen om onze leidende positie op de wereldmarkt te behouden.

Anderzijds moeten de procedures en regels eenvoudig, transparant en uitvoerbaar zijn. Dit betekent dat de bevoegde instanties en de autofabrikanten in onderling overleg dat voertuig als referentievoertuig moeten kiezen dat op het gebied van de vervuiling de grootste problemen oplevert. Het is ook zinloos en zou te veel bureaucratie met zich mee brengen wanneer die keuring volledig herhaald zou moeten worden voor auto’s met slechts een gering aantal aanvullende kenmerken.

Ten aanzien van de termijnen wil ik nog zeggen dat deze ambitieus, maar vanzelfsprekend realistisch moeten zijn omdat het nauwelijks nut zou hebben om bij reeds bestaande series die reeds het einde van hun economische levenscyclus hebben bereikt, te veel wijzigingen te eisen. Op deze manier is milieubescherming nuttig en kunnen we zowel de burger als het bedrijfsleven helpen.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. Het debat is gesloten.

De stemming vindt morgen om 12.00 uur plaats.

Ik dank alle sprekers en de vice-voorzitter van de Commissie voor hun medewerking.

 
Juridische mededeling - Privacybeleid