Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Debatten
Woensdag 11 mei 2005 - Straatsburg Uitgave PB

13. Stemverklaringen
  

- Verslag-Berès (A6-0094/2005)

 
  
MPphoto
 
 

  Queiró (PPE-DE), schriftelijk. - (PT) Ik heb om tweeërlei redenen voor dit verslag gestemd. Ten eerste omdat de benoeming heeft plaatsgevonden overeenkomstig de vigerende regelgeving, waardoor de participatie van de lidstaten aan het proces naar behoren gewaarborgd is, en ten tweede omdat het Europees Parlement zich gunstig heeft uitgesproken over de gekozen kandidaat.

 
  
  

- Verslag-Wojciechowski (A6-0096/2005)

 
  
MPphoto
 
 

  Goudin, Lundgren en Wohlin (IND/DEM), schriftelijk. - (SV) Wij zijn tegen het huidige gemeenschappelijk landbouwbeleid en verzetten ons tegen veranderingen die principieel gezien van futiele betekenis zijn binnen het vigerende stelsel. Wij eisen een totale herziening en heroverweging van het hele gemeenschappelijk landbouwbeleid, en in dat verband is het moeilijk om er afzonderlijke gebieden uit te halen, zoals het thema waarover nu gestemd gaat worden.

Wij vinden dat de contingentenstelsel voor aardappelzetmeel, waarover nu gestemd gaat worden, absoluut niet moet worden verlengd, maar dat de EU veeleer alle soorten contingentenstelsels op landbouwgebied moet afschaffen.

 
  
  

- Verslag-Zappalà (A6-0119/2005)

 
  
MPphoto
 
 

  Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk. - (PT) Vandaag is hier het gemeenschappelijk standpunt aangenomen over het voorstel voor een richtlijn dat de Europese Commissie in 2002 heeft ingediend. Tijdens de lange weg die wij sindsdien hebben afgelegd, zijn er in de tekst verschillende elementen opgenomen die niet in het oorspronkelijke voorstel vervat waren.

De huidige versie heeft betrekking op tal van situaties, waaronder arbeid in loondienst en vrije beroepen, tijdelijke dienstverlening en de zogenaamde "gereglementeerde" beroepen (artsen, verplegers, architecten, enzovoorts), al worden zij vanuit verschillende perspectieven benaderd.

Er is tevens een reeks amendementen opgenomen waarin de rol van beroepsorganisaties met betrekking tot de erkenning van beroepskwalificaties wordt gedefinieerd en de oprichting van één comité voor erkenning wordt bepleit. Verder wordt in de amendementen ook geëist dat de verschillende beroepen in het nieuwe orgaan vertegenwoordigd zijn en dat er een individuele beroepslegitimatie, met informatie over het beroepsverloop van de betrokkene, wordt ingesteld.

 
  
MPphoto
 
 

  Goudin, Lundgren en Wohlin (IND/DEM), schriftelijk. - (SV) Wij steunen structuren en regels die discriminatie op de arbeidsmarkt van burgers uit andere landen verhinderen. Wij zijn warme voorstanders van een flexibele en open interne markt in de EU. Wij vinden echter dat de afzonderlijke lidstaten moeten beoordelen welke beroepskwalificaties wederzijds erkend moeten worden. De richtlijn houdt helaas geen rekening met nationale omstandigheden en behoeften. De onderwijsstelsels variëren van lidstaat tot lidstaat, en daarom is het moeilijk om alle beroepskwalificaties wederzijds te erkennen. Wij steunen het amendement waarin wordt bepleit dat de richtlijn niet moet gelden voor notarissen die bevoegdheden van openbaar gezag uitoefenen.

 
  
MPphoto
 
 

  Lambsdorff, Weiler en Wuermeling (PPE-DE), schriftelijk. - (DE) De richtlijn biedt nog geen bevredigende oplossing voor een bepaald probleem met Duitse beroepskwalificaties. Nu het Duitse recht is gewijzigd, zal de richtlijn ertoe leiden dat Duitse gezellen en meesters op hetzelfde kwalificatieniveau worden ingedeeld, hoewel meesters nog een extra, meerjarige opleiding van hoog niveau moeten hebben afgesloten.

Een hogere indeling kan echter naderhand nog worden verwezenlijkt door opname van beroepen in bijlage II van de richtlijn. We hebben ingestemd met het compromis in de verwachting dat het in dezen bevoegde "comité voor de erkenning van beroepskwalificaties" (artikel 58 van de richtlijn) een verzoek van die strekking nog tijdens de omzettingstermijn inwilligt.

 
  
MPphoto
 
 

  Marine Le Pen (NI), schriftelijk. - (FR) De erkenning van beroepskwalificaties in de Unie zou een stap vooruit zijn, ware het niet dat deze onderdeel is van een bredere strategie die tot doel heeft de nationale grenzen af te schaffen. Deze worden alleen maar beschouwd als obstakels voor het vrije verkeer van goederen en personen. Zo wordt een zwervend bestaan tot communautaire waarde opgewaardeerd, in die zin dat geografische en beroepsmobiliteit hier uitgeroepen wordt tot het allerhoogste goed voor de moderne Europeaan.

Het stelsel voor de erkenning van kwalificaties zal aangepast moeten worden aan de eventuele veranderingen op de arbeidsmarkt of in het onderwijs, overeenkomstig het ultraliberale denken dat de boventoon voert in de Europese instellingen. Daartoe heeft de Commissie een wel heel bijzonder sociaal beleid uitgewerkt, dat kwalificatie en mobiliteit van werknemers stimuleert op basis van minimale voorwaarden inzake scholing, omdat daarmee, zo is de gedachte, het vermogen tot aanpassing aan de arbeidsmarkten vergroot kan worden.

Anderzijds hebben regelgevende instanties en beroepsorganisaties op tal van punten hun zorgen uitgesproken over de toekomst van bepaalde beroepen en de kwaliteit van de opleidingen in de verschillende landen, met name in de zorg.

Tot slot merk ik op dat de richtlijn inzake de erkenning van beroepskwalificaties een logisch uitvloeisel is van de richtlijn inzake de liberalisering van de diensten. De richtlijn-Bolkestein is dus actueler dan ooit!

 
  
MPphoto
 
 

  Lulling (PPE-DE), schriftelijk. - (FR) Wij hebben een richtlijn betreffende de erkenning van beroepskwalificaties nodig die de vrijheid van vestiging en de vrije dienstverlening op de interne markt kan garanderen zonder te discrimineren op grond van het beroepskwalificatieniveau. Dat principe staat niet ter discussie. We mogen deze zaak niet verwarren met de kwestie van de welbekende Bolkestein-richtlijn, die tot doel heeft een echte interne markt voor diensten te creëren. Daarover zullen we hier de komende maanden nog debatteren, om ervoor te zorgen dat daarin de wijzigingen worden aangebracht die wij nodig achten.

Wat betreft de amendementen die ons zijn voorgelegd in het kader van de ontwerpaanbeveling voor de tweede lezing, deel ik de zorgen van de ambachtslieden in mijn land, die bevreesd zijn voor een versoepeling van de eisen voor vestiging op het punt van beroepskwalificaties, hetgeen in strijd zou zijn met de Strategie van Lissabon. Daarin wordt immers nadrukkelijk gewezen op het belang van scholing. Het is een goede zaak te ijveren voor de totstandbrenging van een echte interne markt, maar dat mag onder geen beding leiden tot een nivellering in neerwaartse zin. Het is in het welbegrepen belang van zowel ondernemingen als consumenten dat de kwaliteit van producten en diensten gegarandeerd is. Daarom heb ik steun gegeven aan de amendementen die erop gericht zijn de rechtszekerheid voor de economische actoren te vergroten.

 
  
  

- Verslag-Herranz García (A6-0121/2005)

 
  
MPphoto
 
 

  Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk. - (PT) Wij hebben voor dit verslag gestemd omdat gepleit wordt voor een betere werking van de producentenorganisaties, voor de invoering van een systeem voor crisisbeheer en voor meer reclamecampagnes voor groenten en fruit, met name ook voor lokale groente- en fruitsoorten, temeer daar de consumptie van groenten en fruit bijdraagt aan de volksgezondheid.

Ik ben het met de rapporteur eens dat wij de oprichting van producentenorganisaties moeten bevorderen in gebieden waar weinig samenwerkingsverbanden bestaan, zoals in Portugal het geval is. Bovendien ga ik ermee akkoord dat de rechtszekerheid voor de producentenorganisaties moet worden gewaarborgd, en dat de controleprocedures moeten worden vereenvoudigd door het vaststellen van homogene criteria voor de uitvoering van de bedoelde controles door de verschillende nationale en communautaire instanties op de operationele programma's.

Een ander positief punt is dat met betrekking tot crisisbeheer gepleit wordt "voor de invoering van een efficiënt systeem voor het beheer van marktcrises ter bescherming van de sector tegen sterke prijsdalingen". In de praktijk lijkt het mij wenselijk dat de zogeheten "zekerheidskas", waaraan in het verslag wordt gerefereerd, uitsluitend gefinancierd wordt met geld van de Europese Unie. Dat is immers de meest rechtvaardige manier om de huidige situatie te doorbreken.

 
  
MPphoto
 
 

  Goudin, Lundgren en Wohlin (IND/DEM), schriftelijk. - (SV) Met dit verslag wordt gestreefd naar de vereenvoudiging van de gemeenschappelijke marktordening voor groenten en fruit. De bestaande structuren van het gemeenschappelijk landbouwbeleid worden echter gehandhaafd. Daarom kunnen we het verslag niet steunen.

 
  
MPphoto
 
 

  Queiró (PPE-DE), schriftelijk. - (PT) Ik hoef hier niet te vertellen dat de landbouw voor Portugal van vitaal belang is. Ons land moet dan ook alles in het werk stellen om zijn landbouw te beschermen. Het gaat hier immers niet om de specifieke belangen van een bepaalde beroepssector, maar om een zaak van nationaal belang. Aangezien het voorstel van het Europees Parlement tegemoetkomt aan de belangen van de producentenorganisaties, en in een adequate steunregeling voor verwerkte producten voorziet, heb ik voor dit verslag gestemd.

 
  
  

- Verslag-Cercas (A6-0105/2005)

 
  
MPphoto
 
 

  Joseph Muscat (PSE). - (MT) Ik heb tegen het schrappen van de opt-outmogelijkheid gestemd, waardoor een individuele arbeider om praktische redenen meer dan acht uur per week mag overwerken, en mijn afwijzing is in overeenstemming met de behoeften van de arbeiders en de Maltese industrie. Hierover bestaat consensus tussen alle sociale partners in ons land.

Ik ben voorstander van het beperken van de arbeidstijd en het creëren van een beter evenwicht tussen beroeps- en gezinsleven. U moet echter begrijpen dat er in ons land geen huurmarkt bestaat, terwijl grond schaars is en erg duur. Om ergens te kunnen wonen moet elk kerngezin, met name als het jonge mensen betreft, duizenden ponden lenen. Zij leggen zich voor vele jaren vast en betalen enorme sommen geld, een groot deel van hun gehele inkomen inclusief overwerk, om het appartement of het huis waar ze wonen te betalen.

Een groot aantal van deze gezinnen bevindt zich in een situatie waarin het er niet om gaat wat zij willen maar wat de markt hen oplegt, waarin zij voor een aanzienlijk deel afhankelijk zijn van hun inkomen uit overwerk, niet vanwege lichtzinnige omgang met geld, maar om aan deze verplichtingen te voldoen. De gezinnen met lage inkomens zijn het kwetsbaarst.

Als wij beperkingen opleggen aan hun overwerk, helpen wij hen niet maar maken we het juist alleen maar zwaarder voor hen. En wie zal hun dan het geld geven dat ze nodig hebben? De Europese Unie? De sociaal-democratische partij had voor dit probleem gewaarschuwd, en wij zijn hier om daar een oplossing voor proberen te vinden. Ik ben alleen bang dat het tij tegenzit.

 
  
MPphoto
 
 

  John Attard-Montalto (PSE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik zou willen uitleggen waarom ik niet volgens de partijlijn heb gestemd over de meeste amendementen op het verslag-Cercas. De reden is dat ik, na rekening gehouden te hebben met de informele bijeenkomsten met de grootste vakbonden in mijn land, tot de conclusie ben gekomen dat Malta niet in de economische positie verkeert om de richtlijn inzake de arbeidstijd uit te voeren.

Zoals mijn collega net in dit Parlement heeft uitgelegd, zijn de sociale klassen met de lagere inkomens alleen in staat om aan al hun verplichtingen te voldoen als hun inkomens met behulp van overwerk en andere toeslagen worden aangevuld.

 
  
MPphoto
 
 

  Carlo Fatuzzo, (PPE-DE). - (IT) Mijnheer de Voorzitter, geachte collega’s, ik heb een steekproef genomen. Aan een aantal mensen die representatief zijn voor de twintig miljoen gepensioneerden - van wie een groot gedeelte in Italië op mij heeft gestemd, opdat ik hier in het Europees Parlement hun belangen behartig - heb ik gevraagd hoe ik moest stemmen over de kwestie van de arbeidstijdverkorting. Die mensen hebben mij geantwoord: “Sommigen willen dat wij ons hele leven aan het werk blijven, dat wij zoveel mogelijk jaren in een werkend bestaan slijten, zoveel mogelijk maanden, weken en dagen. Ze willen ons zoveel mogelijk uren per dag laten werken. En alsof dat nog niet genoeg is, willen ze ook dat wij zo weinig mogelijk pensioen innen, over zo min mogelijk jaren en maanden, zodat wij zo weinig mogelijk geld kunnen opstrijken. Aangezien de zaken er zo voor staan, rest ons alleen nog te hopen dat wij dan toch maar zo weinig mogelijk uren per werkdag hoeven te maken”. Dat is dus de reden waarom ik voor het verslag-Cercas heb gestemd en voor de amendementen waarmee de arbeidstijd wordt verkort.

 
  
MPphoto
 
 

  Allister (NI), schriftelijk. - (EN) Ik heb tegen de richtlijn inzake de arbeidstijd gestemd omdat individuele werknemers dan hun opt-outrecht zouden verliezen met betrekking tot de werkweek van maximaal 48 uur. Dit voorstel vormt een ontoelaatbare inmenging in de persoonlijke keuzevrijheid, en in de vrijheid in het algemeen. Het is typerend voor de Brusselse mentaliteit waarin elk aspect van ons sociaal-economische leven moet worden gedicteerd.

Helaas werd het amendement voor handhaving van de opt-outclausule verworpen, en dus werkt nu de rest van Europa samen om ons een richtlijn over arbeidstijd op te dringen die binnen het Verenigd Koninkrijk nauwelijks wordt gesteund. Dit is één van de onverdraaglijke nadelen van het EU-lidmaatschap en een duidelijke waarschuwing tegen de toenemende macht van Brussel die de nieuwe Grondwet ons zou brengen. Dat blijkt uit het sociaal-economische dogma dat in Deel III staat.

 
  
MPphoto
 
 

  Clark (IND/DEM), schriftelijk. - (EN) De UKIP-leden van het Europees Parlement hebben tegen amendement 37 gestemd omdat de arbeidstijdrichtlijn reeds in werking is, en ook zal blijven. Daarom willen wij de slechtste kanten ervan verzachten. Op dit moment heeft zowel een individuele werknemer als een groep werknemers de mogelijkheid om te kiezen voor een opt-out met betrekking tot de 48-urige werkweek. Hiertoe moet dan een overeenkomst met de werkgever worden ondertekend. De Europese Commissie wil deze opt-out-mogelijkheden behouden, terwijl het verslag-Cercas ze opheft.

Amendement 37 stond te boek als “voorstel om het voorstel van de Commissie af te wijzen”. Door tegen dit amendement te stemmen wilde de UKIP de positie van de Commissie in ere herstellen, wat dus neerkomt op handhaving van de opt-out.

 
  
MPphoto
 
 

  De Keyser (PSE), schriftelijk. - (FR) In de context van de ratificatie van het Grondwettelijk Verdrag, waarvoor de linkse partijen een strijdvaardig “ja” moeten laten horen, beschouw ik de amendementen in het verslag-Cercas, waarmee we een wijziging van de richtlijn betreffende de arbeidstijd hebben weten af te dwingen, als een overwinning, gezien de enorme druk die is uitgeoefend door de rechtse partijen. Die overwinning mag ons evenwel niet de ogen doen sluiten voor het feit dat ook de tekst zoals die vandaag aangenomen is, in sociaal opzicht een achteruitgang inhoudt. Dat geldt met name voor de volgende zaken:

1) de opt-out blijft nog drie jaar behouden;

2) over de berekening van de arbeidstijd op jaarbasis zal niet meer onderhandeld worden door de sociale partners; dat betekent een teruggang op een cruciaal punt, namelijk de controle op de flexibiliteit;

3) de “niet-actieve” perioden (aanwezigheidsdiensten en dergelijke) worden weliswaar ook nu nog meegeteld in de berekening van de arbeidstijd, maar er komen uitzonderingen op basis waarvan het mogelijk wordt deze perioden op een specifieke wijze te berekenen.

In het Grondwettelijk Verdrag is een versterking van de sociale dialoog voorzien, maar deze richtlijn leidt juist tot een beperking daarvan. Bovendien raakt deze richtlijn aan een van de fundamentele verworvenheden die de strijd om sociale rechten van de vorige eeuw heeft opgeleverd: de verkorting van de arbeidsduur en de regeling van het aantal werkuren per dag. Daarom kon ik, ondanks mijn waardering voor de inspanningen van de heer Cercas en de socialistische fractie om tegenwicht te bieden aan de ultraliberale strekking van de richtlijn, niet anders dan me van stemming onthouden.

 
  
MPphoto
 
 

  De Rossa (PSE), schriftelijk. - (EN) Ik onderschrijf het verslag-Cercas volledig en zie het als een zinvolle stap in de richting van een 48-urige werkweek in alle lidstaten vanaf 2010. De huidige opt-outclausules komen hiermee te vervallen. Ook zullen er nieuwe, strenge regels komen voor de manier waarop de “aanwezigheidsdienst” moet worden meegeteld in de 48-urige werkweek. De werktijd zal nog steeds worden berekend over een periode van vier maanden, maar in uitzonderingsgevallen kan dit ook twaalf maanden zijn. Met behulp van collectieve onderhandelingen zal hier strak de hand aan worden gehouden.

Een goede regulering van de werktijd is één van de hoekstenen van een sociaal Europa. Op die manier worden werk en gezinsleven met elkaar verzoend en er wordt een belangrijk gezondheids- en veiligheidsrisico aangepakt.

Het is volledig verkeerd dat er een opt-outmogelijkheid bestaat met betrekking tot gezondheids- en veiligheidswetgeving, en het is belangrijk dat daar zo snel mogelijk een einde aan komt. Het grootste risico is dat deze opt-out wordt uitgebreid naar alle lidstaten, waardoor regulering van de arbeidstijd overbodig zou worden, en er een race naar de bodem ontstaat.

De invoerdatum in 2010 geeft beide kampen in het bedrijfsleven de tijd om over nieuwe overeenkomsten te onderhandelen die de 48-urige werkweek in acht nemen. Het Europees Verbond van Vakverenigingen (EVV) ondersteunt het verslag volledig en ziet het als een eerlijke zaak tegenover de werknemers in de EU.

 
  
MPphoto
 
 

  De Vits (PSE), schriftelijk. - Ik heb mij onthouden bij de stemming over het rapport-Cercas over de herziening van de arbeidstijdrichtlijn. Ook de goedgekeurde compromistekst kan niet als vooruitgang voor het sociale Europa bezien worden. Wij zullen zeer waakzaam moeten blijven om sociale verworvenheden in stand te houden.

1) Het uitgangspunt van de richtlijn is flexibiliteit, niet de gezondheid en de veiligheid van de werknemers.

2) Ook al komt er op termijn (3 jaar) een einde aan de "opt-out" die lidstaten toestaat van de bepalingen in verband met de arbeidstijd af te wijken, belet dit de lidstaten die dit wensen niet om gedurende 3 jaar de arbeidstijd via individuele contracten te bepalen en zo sociale garanties van onderhandelde akkoorden te omzeilen.

3) De annualisering van werktijd kan ook via wetgeving worden doorgevoerd. Hierdoor wordt een exclusief recht voor het sociaal overleg doorbroken.

4) Het EP omschrijft dan wel de waaktijd (aanwezigheidsdienst) als werktijd; maar het inactieve deel van de waaktijd kan wel op een "specifieke wijze" berekend worden (via CAO of wettelijke regeling), zonder dat er garanties zijn voor de betrokken werknemers.

Bovendien dreigt de opdeling tussen actieve en inactieve waakperiode zich ook naar andere sectoren uit te breiden.

 
  
MPphoto
 
 

  Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk. - (PT) Ik vind het een goede zaak dat de plenaire vergadering van het Europees Parlement het voorstel van de Commissie voor de nieuwe richtlijn betreffende de organisatie van de arbeidstijd grotendeels verworpen heeft, aangezien wij hier te maken hebben met een van de gevaarlijkste aanvallen op de rechten van de werknemers. Immers, het voorstel brengt verworvenheden in het gedrang die na een strijd van meer dan honderd jaar zijn opgebouwd en het treft miljoenen werknemers en hun gezinnen.

Het verheugt ons dat de opt-out zal worden afgeschaft binnen een termijn van drie jaar na aanneming van een nieuwe richtlijn, waaraan wij hebben bijgedragen.

Het stelt ons evenwel teleur dat is ingestemd met een indeling van niet-actieve aanwezigheidstijden, en dat de jurisprudentie van het Europese Hof van Justitie met voeten wordt getreden. Op die manier wordt de weg geopend naar een verdere deregulering van de arbeidsvoorwaarden en zal het nog moeilijker worden om beroeps- en gezinsleven te combineren en de gezondheid en de veiligheid van de werknemers te beschermen. Bovendien wordt ook voorzien in de mogelijkheid om de arbeidstijd op jaarbasis te berekenen. Daarom hebben wij tegen dit verslag gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Goudin, Lundgren en Wohlin (IND/DEM), schriftelijk. - (SV) Wij vinden zuiver principieel dat de EU niet moet beslissen over de arbeidstijden van de lidstaten. Dat is een kwestie voor de parlementen en de sociale partners van elke afzonderlijke lidstaat. We hebben besloten de amendementen te steunen die ruimte bieden voor meer nationaal zelfbeschikkingsrecht, maar we stemmen tegen de resolutie in haar geheel.

 
  
MPphoto
 
 

  Grech (PSE), schriftelijk. - (EN) In principe ben ik het eens met de meeste standpunten en argumenten die in dit verslag staan. In Malta moeten veel werknemers echter lange dagen maken om financieel rond te komen, of om aan andere verplichtingen te voldoen.

Op bepaalde terreinen is de richtlijn inflexibel. Zij zou onaangename gevolgen kunnen hebben voor onze kleine eilandeconomie en voor al degenen die daarbij betrokken zijn.

De uitvoering van dit verslag zou schade kunnen toebrengen aan onze pogingen om banen te behouden, en mogelijkerwijs banen te creëren, zonder dat het sociale model wordt uitgehold.

Van levensbelang voor het welzijn van de Maltese bevolking zijn aan de ene kant de keuzevrijheid voor werknemers en een sterk concurrentievermogen, en aan de andere kant veiligheid en een goede gezondheidszorg voor de bevolking. Het is niet mogelijk om het één in te ruilen voor het ander.

Daarom is het voor Malta van het allergrootste belang dat de individuele mens de mogelijkheid voor een opt-out blijft behouden.

Dit standpunt heeft een breed draagvlak op Malta, ook onder de vakbonden.

Een representatief deel van onze bevolking vindt het verslag niet gunstig voor Malta. Daarom denk ik dat het voor mij nog niet opportuun is om voor dit verslag te stemmen.

 
  
MPphoto
 
 

  Howitt (PSE), schriftelijk. - (EN) Mijn eigen regio, het oosten van Engeland, gaat gebukt onder de langste werkweken van het Verenigd Koninkrijk. Eén op de tien mensen in de transportsector werkt meer dan 60 uur per week, hetzelfde percentage fabrieksarbeiders werkt meer dan 56 uur per week, bij geschoolde vakkrachten is dit meer dan 53 uur en bij bouwvakkers en magazijnmedewerkers meer dan 50 uur. Net zoals het een goede zaak was om een minimumloon in te voeren voor de bestrijding van hongerlonen, is nu de tijd gekomen om een halt toe te roepen aan de buitensporige arbeidstijden waarmee werknemers worden geïntimideerd en uitgebuit. Ze ondervinden extra stress, en andere gezondheidsproblemen, en hun gezinsleven lijdt er onder. Daarom ondersteun ik, met de nodige waarborgen, volledig de beëindiging van de Britse opt-out van de EU-regels inzake arbeidstijden.

 
  
MPphoto
 
 

  Lang (NI), schriftelijk. - (FR) In het verslag-Cercas - dat veel tekortkomingen kent maar waaraan de vertegenwoordigers van het Front National desondanks hun steun gegeven hebben - wordt aangedrongen op afschaffing van de opt-outbepaling, die de Europese Commissie wenst te behouden. Deze bepaling maakt het voor bepaalde lidstaten mogelijk de wettelijke wekelijkse arbeidstijd op te rekken tot meer dan 48 uur, hetgeen leidt tot meer sociale dumping in Europa. In een Europa zonder grenzen zouden de Franse bedrijven, die gebonden zijn aan een maximum van 35 uur, immers niet opgewassen zijn tegen hun concurrenten in de Europese landen waar deze opt-outregeling toegepast wordt.

Laten we ons echter geen illusies maken. De aanneming van het verslag van de heer Cercas is niet meer dan een etappe. Vandaag heeft het Europees Parlement in eerste lezing de Europese Commissie teruggefloten, enkel en alleen omdat veel afgevaardigden het oordeel van de Franse kiezers op 29 mei vrezen.

 
  
MPphoto
 
 

  Lienemann (PSE), schriftelijk. - (FR) Ik heb voor amendement 37 gestemd, waarin aangedrongen wordt op verwerping van deze ontwerprichtlijn, omdat daarin de negatieve punten van de oorspronkelijke wettekst, zoals de opt-outregeling, gehandhaafd zijn en omdat hiermee een begin gemaakt wordt met de afbraak van de arbeidstijdregelingen.

Onze rapporteur, de heer Cercas, heeft getracht duidelijk te maken dat het Europees Parlement de opt-outbepaling, die een reële bedreiging vormt voor de toekomst van het Europese sociale recht, binnen drie jaar afgeschaft wil zien. Ik denk dat we hem in dat streven moeten steunen. Ik kan daarentegen niet met hem meegaan als hij in ruil daarvoor voorstelt de berekening van het maximum van 48 uur op jaarbasis mogelijk te maken. Een berekening van de arbeidstijd op jaarbasis, waarop de werkgevers zo sterk aandringen, is onaanvaardbaar, zoals het ook onaanvaardbaar is dat de aanwezigheidstijden in beperktere mate in aanmerking genomen worden.

Dit compromis laat veel te wensen over en vormt in geen enkel opzicht de stap vooruit waarop we in de Europese Unie recht hebben. Sterker nog, in sommige opzichten betekent deze tekst zelfs een achteruitgang.

We staan pas aan het begin van de wetgevingsprocedure en de aanneming van het verslag-Cercas is niet meer dan een steunverklaring voor de inspanningen die moeten leiden tot het verdwijnen van de opt-outregeling. Wanneer we eenmaal in de eindfase van het proces van medebeslissing aanbeland zijn, zal ik echter geen steun geven aan een ontwerptekst die nog steeds gebaseerd is op 48 uur.

 
  
MPphoto
 
 

  Liotard (GUE/NGL), schriftelijk. - Het voorstel van de Europese commissie om de Arbeidstijdenrichtlijn te wijzigen betekent een reële verslechtering voor miljoenen werknemers in Europa De opt-out blijft, terwijl bewezen is dat dat leidt tot langere werkweken en een aanslag op de gezondheid van de werknemers Deze opt-out moet zo snel mogelijk, liefst al in 2008, van de baan. Het compromis van Cercas voor het beëindigen van de opt-out krijgt mijn steun Het verlengen van de referentieperiode van 4 maanden naar een jaar, met pieken van 65 uur per week, is een feodaal negentiende-eeuws fenomeen, of dat dachten we. Daarom moeten we vasthouden aan een referentieperiode van 4 maanden. Tot slot moet de uitspraak van het Europees Hof van Justitie op het punt van aanwezigheidsdiensten gevolgd worden

De Commissie komt eenzijdig tegemoet aan de wens van bedrijven om verder te flexibiliseren. In feite is de maximale 48-urige werkweek die we nu kennen al archaïsch. De actuele wekelijkse arbeidstijd is rond 40 uur en de grote meerderheid van de werknemers wil zelfs een kortere werkweek. Daarom pleit ik voor een Europese Arbeidstijden Standaard om te komen tot een verdere herverdeling van werk en een beter samengaan van arbeid, gezin, zorg en educatie.

 
  
MPphoto
 
 

  Lulling (PPE-DE), schriftelijk. - (FR) Ik ben van mening dat de richtlijn uit 1993 betreffende de arbeidstijd gewijzigd moet worden om ervoor te zorgen dat we beter kunnen inspelen op de veranderingen in de wereld van vandaag. De richtlijn dient echter wel een hoog niveau van bescherming van de veiligheid en gezondheid van werknemers te garanderen, het bedrijfsleven meer flexibiliteit te bieden bij het beheer van de arbeidstijd en bovendien de mogelijkheden voor het combineren van werk en gezin te verbeteren.

Dat lijkt een schier onmogelijke opgave. Naar mijn mening moet onze bijdrage erin bestaan een verlenging van de referentieperioden mogelijk te maken. Ik ben voorstander van een berekening op jaarbasis, omdat het daarmee mogelijk wordt fluctuaties in de vraag, met name seizoensgebonden fluctuaties, op te vangen en omdat ook de werknemers daar belang bij kunnen hebben.

Wat de kwestie van de aanwezigheidsdiensten betreft, had ik kunnen leven met het voorstel van de Commissie, waarin het subsidiariteitsbeginsel in acht genomen wordt. In dat voorstel staat immers dat de niet-actieve uren van de aanwezigheidstijden niet als arbeidstijd beschouwd worden, tenzij de nationale wetgeving of een collectieve overeenkomst anders bepaalt.

Tot slot ben ik van oordeel dat handhaving van de opt-outregeling onverenigbaar is met de doelstelling van de richtlijn.

 
  
MPphoto
 
 

  Malmström (ALDE), schriftelijk. - (SV) Arbeidstijd is iets wat geschikt is voor nationale wetgeving en moet niet worden geregeld door de EU. Nu bestaat er echter al een richtlijn op EU-niveau die de arbeidstijd regelt, en het doel van de onderhavige richtlijn is het actualiseren van die bestaande richtlijn. De Zweedse liberale partij heeft daarom gestemd voor het optimaliseren van de afzonderlijke regels in de Arbeidstijdenrichtlijn. We hebben het subsidiariteitsbeginsel verdedigd, alsmede een flexibele arbeidsmarkt, waar tevens de gezondheid van de werknemers wordt beschermd.

Helaas is bij stemming een massa gedetailleerde regelingen toegevoegd, die volgens ons schadelijk kunnen zijn voor de kleine bedrijven in Europa. Daarom hebben we tegen het voorstel in zijn geheel gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Manders (ALDE), schriftelijk. - Naar aanleiding van de aanname van amendement 10 heeft de VVD-delegatie gemeend tégen het gewijzigde Commissievoorstel inzake de organisatie van de arbeidstijd te moeten stemmen. Het vanuit Europa voorschrijven dat de totale aanwezigheidsdienst, inclusief wacht- en slaapuren, als arbeidstijd beschouwd moet worden, getuigt volgens de VVD-delegatie van Brusselse bemoeienis. Dit zal het draagvlak voor Europa alleen maar verder doen afkalven, in tijden waarin versterking hiervan juist gewenst is.

 
  
MPphoto
 
 

  Martin, David (PSE), schriftelijk. - (EN) Ik zou mijn collega, de heer Cercas, willen feliciteren met zijn uitstekende verslag.

Hij heeft een bewonderenswaardig compromis gevonden tussen de eisen van een flexibele arbeidsmarkt en de bescherming van individuele werknemers tegen de schade die lange werkdagen kunnen toebrengen aan hun gezondheid, veiligheid en het evenwicht tussen werk en privé-leven.

Doordat de 48-urige werkweek op jaarbasis wordt berekend, zullen bedrijven in staat zijn om het hoofd te bieden aan seizoensgebonden schommelingen, plotselinge stijgingen in de vraag of crisissituaties.

De werknemer is over het hele jaar genomen verzekerd van redelijke uren.

De beëindiging van de individuele opt-out biedt bescherming aan die werknemers die bij de huidige richtlijn onder druk staan om hun rechten formeel op te geven.

 
  
MPphoto
 
 

  Mölzer (NI), schriftelijk. - (DE) We maken moeilijke tijden door, met stijgende werkloosheid en een kwakkelende economie. De maatregelen die in het verleden met succes zijn toegepast, bieden geen soelaas meer om de problemen van deze tijd aan te pakken.

De “normale arbeidsverhouding” wordt steeds minder de norm, en onze maatschappij wordt steeds flexibeler, hetgeen onder meer tot uiting komt in een nieuwe organisatie van de arbeidstijd, zoals deeltijdwerk of tijdspaarregelingen. Wie carrière wil maken, moet simpelweg flexibel zijn.

Tegelijkertijd zien we dat er in Europa steeds minder kinderen worden geboren. Het zou een rampzalige blunder zijn deze ontwikkeling te corrigeren door meer immigranten toe te laten. De verenigbaarheid van werk en gezin wordt het kardinale punt.

Door de combinatie van beroep en gezin lopen ouders vaak aan tegen de grenzen van hun belastbaarheid. Flexibele arbeidstijden kunnen voor ondernemingen en gezinnen profijtelijk zijn, maar dan moeten wij wel de randvoorwaarden, zoals kinderopvangvoorzieningen, aanpassen aan deze ontwikkeling. Als namelijk vaders en moeders met kleine kinderen zich gedeeltelijk uit het beroepsleven moeten terugtrekken, is het misschien al te laat.

 
  
MPphoto
 
 

  Moraes (PSE), schriftelijk. - (EN) Vandaag hebben de leden van de Labourpartij in het Europees Parlement (EPLP) gestemd voor de compromisvoorstellen over arbeidstijd, die afkomstig waren van de PSE- en PPE-DE-Fracties. Deze worden nu ter overweging voorgelegd aan de regeringen van de Europese Raad. Dit is in overeenstemming met ons stemgedrag in 2004 en ondersteunt het principe dat aan deze richtlijn ten grondslag ligt. Daarbij gaat het om de gezondheid en veiligheid van werknemers, het evenwicht tussen werk en gezinsleven en het verhogen van de productiviteit.

De EPLP begrijpt de aanpassingsmoeilijkheden van het Verenigd Koninkrijk en andere landen, maar dankzij een aantal flexibele bepalingen in het verslag, zoals de verlengde referentieperiode van 12 maanden, zijn deze moeilijkheden nu overwonnen.

Wij erkennen dat aanwezigheidsdienst hetzelfde is als arbeidstijd, zoals het Europees Hof van Justitie heeft bepaald in de zaak-SIMAP en -Jaeger. Deze zeer belangrijke arresten hebben gevolgen voor het stelsel van gezondheidszorg in het Verenigd Koninkrijk en de andere lidstaten. Maar omdat de lidstaten zelf dit deel van de arbeidstijd mogen berekenen, is het compromis dat we hebben bereikt flexibel genoeg.

De EPLP hoopt dat een ja-stem in het eerste stadium van het proces zal zorgen voor de aanneming van een verslag dat de gezondheid en veiligheid van de werknemers waarborgt en het evenwicht tussen werk en privé-leven tot een realiteit maakt, terwijl het toch de vereiste mate van flexibiliteit bevat.

 
  
MPphoto
 
 

  Queiró (PPE-DE), schriftelijk. - (PT) Het feit dat het stemgedrag van de leden van enerzijds de commissie die bevoegd is voor arbeidsgerelateerde kwesties en anderzijds de commissie die belast is met industriële zaken sterk uiteenliep, is op zich reeds symptomatisch voor het gebrek aan evenwicht in de versie die ter stemming is voorgelegd en in tal van amendementen.

Zelf heb ik vertrouwen in een model dat in de eerste plaats beantwoordt aan het subsidiariteitsbeginsel en de lidstaten voldoende armslag geeft om de regelgeving inzake arbeidstijd aan te passen aan hun eigen economische situatie. Zaak is immers dat rekening wordt gehouden met de economische realiteit en de specifieke behoeften van elk land op elk moment, uiteraard op voorwaarde dat de basisnormen gewaarborgd zijn, want dat is, met name in het geval van Portugal, een van de hoofdbeginselen van de nationale wetgeving.

Een al te strikte regelgeving inzake arbeidstijd heeft overigens negatieve gevolgen voor de economie, de industrie en de dienstensector, en derhalve ook voor de werknemers en de werkzoekenden.

 
  
MPphoto
 
 

  Sinnott (IND/DEM), schriftelijk. - (EN) Net als bij elk verslag dat met werk te maken heeft, heb ik ook in dit verslag over arbeidstijd gekeken of de grootste groep werkenden in Europa werd meegeteld: de huisvrouwen en -mannen. Dat is niet het geval.

Dit is bijzonder triest omdat een document dat het aantal uren behandelt dat iemand per week werkt, vooral op hen van toepassing is, meer dan op enige andere groep werkenden in de EU. We hadden voor wat betreft huisvrouwen en -mannen kunnen, en moeten, kijken naar zaken als “aanwezigheidsdienst”. Dit is meer dan een gemiste kans. Het is discriminatie en uitsluiting van mensen die lange, lange dagen werken, mensen die altijd aanwezigheidsdienst hebben.

Kunnen we besluiten om de situatie van deze zorgverleners te onderzoeken? Kunnen we hen opnemen in onze toekomstige aanbevelingen over werk, en een einde maken aan de discriminatie van deze belangrijke arbeidskrachten, die reeds zijn achtergesteld qua betaling?

 
  
MPphoto
 
 

  Szymański (UEN), schriftelijk. - (PL) Mijn standpunt wordt mij ingegeven door de overtuiging dat regulering van een zo belangrijk aspect van het sociaal en economisch leven van de lidstaten als de wekelijkse arbeidstijd niet op Europees niveau mag geschieden.

De arbeidstijd behoort tot de vraagstukken van het arbeidsrecht waarover in ieder democratisch land het parlement beslist, dat alle belangrijke partijen in het arbeidsproces vertegenwoordigt. Dit biedt voldoende garanties voor de eerbiediging van de rechten van werknemers en werkgevers.

De stemming van vandaag is een zwarte dag voor het ondernemerschap en de welvaart in Europa. Met de stemmen van links en de liberalen heeft het Parlement een aanscherping van de Arbeidstijdenrichtlijn aangenomen die tot de meest schadelijke delen van het Gemeenschapsrecht zal behoren. Dit is niets minder dan het besluit om de economische malaise van Frankrijk en Duitsland naar alle lidstaten uit te voeren, ook naar landen als Polen, het Verenigd Koninkrijk en Ierland, die hier niets van willen weten. De beperking van de wekelijkse arbeidstijd en het aanrekenen van wachttijd als arbeidstijd zal het hardst aankomen bij artsen, verpleegsters en een deel van de journalisten. Het concurrentievermogen van de Europese Unie als geheel zal nog verder achteruitgaan.

De verwijzing naar de Strategie van Lissabon in de motivatie van het Europees Parlement is in dit verband een toppunt van hypocrisie.

 
  
MPphoto
 
 

  Toussas (GUE/NGL), schriftelijk. - (EL) De delegatie van de Griekse Communistische Partij in het Europees Parlement heeft tegen de richtlijn betreffende de “organisatie van de arbeidstijd” gestemd, omdat het gaat om een revanchistische aanval van de EU, haar bourgeoisregeringen en het grootkapitaal op de rechten van de werkende klasse.

De voorstellen van de Commissie en de rapporteur hebben tot doel de arbeidstijd te ondermijnen door middel van twee nieuwe voorwaarden: actieve en niet-actieve aanwezigheidstijd, en de verdere flexibilisering van de arbeidstijd ter vergroting van de winsten van het kapitaal.

De niet-actieve aanwezigheidstijd telt niet mee als arbeidstijd, ook al staat de werknemer ter beschikking van zijn werkgever!

Hiermee opent men de doos van Pandora. Men wil het arbeidsrecht aan flarden scheuren. De definitie van arbeidstijd en de dagelijkse werktijd zijn de verworvenheden van een jarenlange klassenstrijd tussen arbeiders en kapitaal.

De gevolgen voor de arbeidersklasse zijn rampzalig: meer onbetaald werk, naargelang van de behoeften van het kapitalistische productieproces, uitholling van collectieve arbeidsovereenkomsten, nog harder werken, meer arbeidsongevallen, verslechtering van de verzekerings- en pensioenregelingen, drastische beperking van de tijd die rest voor sociale actie, ontwrichting van het gezinsleven.

De Communistische Partij van Griekenland steunt het hernieuwd en versterkt streven van de arbeidersbeweging naar radicale veranderingen, ter bevrediging van de eigentijdse behoeften van de werkende volksklasse.

 
  
MPphoto
 
 

  Wijkman (PPE-DE), schriftelijk. - (SV) De arbeidstijdenregeling is een ingewikkeld vraagstuk. Mijn hoofdstandpunt in verband met deze richtlijn is dat kwesties van deze aard primair een zaak van de lidstaten zijn. Toen het voorstel inzake de opt-out werd weggestemd - een regel die bovendien niet wordt toegepast in Zweden - en het voorstel om de gemiddelde arbeidstijd te berekenen aan de hand van een periode langer dan vier maanden, werd verworpen, vond ik het op zijn plaats om tegen het hele voorstel te stemmen.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Hiermee zijn de stemverklaringen beëindigd. De vergadering zal om 15.00 uur worden hervat met de verklaringen over de toekomst van Europa zestig jaar na de Tweede Wereldoorlog.

 
Juridische mededeling - Privacybeleid