33. Regels van oorsprong in het kader van preferentiële handelsregelingen
De Voorzitter. – Aan de orde is de mondelinge vraag (B6-0329/2005) van Enrique Barón Crespo, namens de Commissie internationale handel, aan de Commissie over de regels van oorsprong in het kader van de preferentiële handelsregelingen (COM(2005)0100 def.).
Enrique Barón Crespo (PSE),rapporteur. – (ES) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, dames en heren, als voorzitter van de Commissie internationale handel wil ik allereerst commissaris Kovács begroeten en hem zeggen dat wij hem in deze commissie van harte welkom zouden heten voor een eerste debat over gemeenschappelijke onderwerpen. Ik zeg hem dit zonder omhaal, in deze sfeer van vertrouwelijkheid waarin we verkeren op dit vergevorderde uur van de avond.
Verder zijn mijn commissie en ik blij dat de verordening betreffende het SAP in april is goedgekeurd, ofschoon het bijzonder jammer is dat zij niet op de voorziene datum werd aangenomen omdat zij dan ook ten goede had kunnen komen aan de door de tsunami getroffen landen. En ofschoon het Parlement krachtens het besluit van de Raad van 1999 waarin de procedures zijn vastgelegd voor de uitoefening van de aan de Commissie toegekende uitvoerende bevoegdheden, geen medebeslissings- noch raadplegende bevoegdheid heeft inzake de verordening betreffende de tenuitvoerlegging van het douanewetboek, hebben wij wat betreft de regels van oorsprong wel het recht om regelmatig te worden geïnformeerd over de procedures die in comitologie worden gevolgd.
Dit zou betekenen dat het directoraat-generaal Belastingen en douane-unie, net zoals het directoraat-generaal Handel dat ons op gezette tijden de documenten van Comité 133 doet toekomen, ons – de commissies – de concepten van de uitvoeringsmaatregelen toestuurt, evenals de resultaten van de stemmingen en de notulen van de vergaderingen.
Dit komt overeen met onze bevoegdheden die in het Reglement zijn neergelegd, welke niet alleen betrekking hebben op de handelsthema’s maar ook op de economische en handelsbetrekkingen met derde landen. Vandaar, commissaris, dat wij er belang in stellen en bereid zijn om onze respectievelijke agenda’s te raadplegen, zodat onze debatten, dialogen en de controle kunnen worden afgestemd op uw portefeuille.
Wat betreft de inhoud van het hervormingsvoorstel is het hele gamma van kwesties die aan de orde komen uit het oogpunt van vereenvoudiging, flexibilisering en controle ons inziens significant, en ik zal hier zeer in het kort op ingaan.
Wat betreft de vereenvoudiging vinden wij het positief dat de lange lijst voorwaarden is geschrapt waaraan de exporteurs moesten voldoen, en dat het certificaat van oorsprong alleen wordt uitgebreid op basis van het criterium van de toegevoegde waarde. In dat verband zouden wij zo spoedig mogelijk de verrichte impactstudies of simulaties willen ontvangen, waarin te zien is wat de economische gevolgen zijn van de instelling van drempels van toegevoegde waarde, voor het handelsverkeer en voor de begunstigde landen.
Wat betreft de flexibilisering zijn wij van mening dat de mogelijkheid tot regionale cumulatie tussen landen van eenzelfde regio bevorderlijk zal zijn voor de economische integratie van die landen, wat een van de onderdelen van onze basisfilosofie is en ook gunstige resultaten kan opleveren.
Wat de controle betreft dienen we ten slotte met een voorstel te komen voor de vaststelling van nieuwe controlemechanismen om een opeenhoping van buitensporige bureaucratisch-administratieve procedures te vermijden, die een ontmoedigende uitwerking zouden kunnen hebben op de toepassing van mechanismen voor het benutten van de preferenties.
Naar ons idee is het nu, nu er zowel in dit Parlement als in de VN, de OVSE en de G-8 levendig wordt gedebatteerd over de verwezenlijking van de millenniumdoelstellingen en de armoedebestrijding, het meest geschikte moment voor een hervorming van de regels van oorsprong waarbij onze markten worden opengesteld en die in het voordeel is van de landen die dat het meest nodig hebben. Dat is het doel van deze vraag en wij willen weten wat de huidige standpunten van de Commissie zijn op dit punt.
László Kovács,lid van de Commissie.(EN) Mijnheer de Voorzitter, in de mededeling van 16 maart 2005 worden algemene oriëntaties gegeven voor de toekomst van de oorsprongsregels in preferentiële regelingen. Het is een drievoudige benadering, die als een pakket moet worden gezien: in de eerste plaats vereenvoudiging en passende versoepeling van de inhoudelijke kant van de regels; in de tweede plaats verbeterde procedures voor de invoering en naleving ervan; in de derde plaats een veilige omgeving voor rechtmatige handel, met name via doelgericht toezicht op de werking van de regelingen. Hoewel de oriëntaties geleidelijk op alle regelingen moeten worden toegepast, is de aandacht in de eerste plaats gericht op de regelingen voor de ontwikkeling van elk SAP.
De Commissie meent dat formele vereenvoudiging mogelijk is door de huidige talrijke en complexe regels voor het vaststellen van de oorsprong van producten die niet volledig in één land verkregen zijn, te vervangen door een enkele, algemene methode op basis van waardecriteria. Die methode is dankzij de waardedrempel flexibel genoeg om de oorsprongsvereisten aan te passen al naar gelang de gewenste resultaten in termen van markttoegang en -ontwikkeling voor begunstigde landen. Ze zou van toepassing zijn bij het bepalen wat voldoende verwerking is wanneer materiaal wordt gebruikt dat niet uit een bepaald land of cumulatiezone afkomstig is, en voor het toewijzen van de oorsprong, maar in de context van cumulatie, met behulp van verschillende waardedrempels.
Dan nu uw tweede vraag. In het licht van mijn inleidende opmerkingen moet de noodzaak de regels te versoepelen worden afgewogen tegen het gewenste effect, niet alleen in termen van groei van uitvoer onder de SAP, maar vooral van de daadwerkelijke ontwikkeling van de begunstigde landen. In die context liggen de criteria die in aanmerking moeten worden genomen bij de bepaling van de waardedrempels in de impact van de nieuwe regels op de ontwikkeling.
Het gebruik van een methode op basis van toegevoegde waarde is dus een startpunt. De Commissie is onderzoeken aan het opzetten om de impact ervan te meten op basisgoederen voor ontwikkelingslanden, zoals textiel, landbouw- en visserijproducten – tot nog toe is hun oorsprong niet vastgesteld op basis van waarde – die gevoelig liggen voor de Gemeenschap in tarief- en markttermen. Het onderzoek zal helpen bij het vaststellen van de criteria en het nagaan of een methode op basis van toegevoegde waarde met de passende drempels voor voldoende verwerking en cumulatie in overeenstemming is met de beginselen van vereenvoudiging en ontwikkelingsvriendelijkheid. Mocht uit dit onderzoek blijken dat de methode op basis van toegevoegde waarde voor bepaalde sectoren niet de verwachte resultaten oplevert, dan zal de Commissie een andere methode toepassen waarmee deze doelstellingen wel kunnen worden bereikt.
Wat uw eerste vraag betreft, de Commissie is bereid vertegenwoordigers van het Parlement een gedetailleerdere uitleg te verschaffen. De referentietermen van het onderzoek zijn echter hoe de producten en landen voor de simulaties zullen worden geselecteerd en hoe de resultaten zullen worden geëvalueerd.
De bepaling van de drempels maakt deel uit van het proces van opstellen en vaststellen van de verordening van de Commissie waarbij de SAP-oorsprongsregels worden gewijzigd. Het Parlement zal daarbij in overeenstemming met de comitologieprocedure worden betrokken. Als de Commissie eenmaal in de positie is een formeel begin te maken met de bestudering van de ontwerpverordening binnen het Comité douanewetboek, zal het ontwerp aan het Parlement ter beschikking worden gesteld.
Wat uw derde vraag betreft, de Commissie heeft het idee van mondiale cumulatie voor alle door het SAP begunstigde landen zorgvuldig overwogen. Dat gaat veel verder dan transversale regionale cumulatie. Cumulatie van oorsprong moet, om een reële impact te hebben, een aanvullende mogelijkheid zijn om materiaal te betrekken uit landen die echte economische partners zijn, met lagere beperkingen dan uit andere landen.
Als de inkoopmogelijkheden naar alle ontwikkelingslanden worden uitgebreid, zou het concept van cumulatie in de kern worden aangetast, ervan uitgaande dat de meeste grondstoffen die door ontwikkelingslanden worden gebruikt om producten te vervaardigen die onder het SAP naar de EU worden geëxporteerd, uit andere ontwikkelingslanden komen. Een dergelijke mondiale cumulatie zou in feite in de plaats komen van de normale oorsprongsvereisten. De belangrijkste begunstigden zouden in zo’n geval opnieuw de grootste exporterende landen zijn, en niet de armste en kwetsbaarste landen. Hun belangen zijn beter gediend met passende waardedrempels.
Cumulatie en de bevordering ervan moeten, om een impact te hebben, gericht blijven op groepen landen met wederzijdse economische belangen die in evenwicht zijn. Zoals in de mededeling wordt onderstreept, sluit dat niet uit dat bestaande cumulatiezones worden uitgebreid of bestaande groepen (zoals ASEAN en SAARC) worden samengevoegd. Dat moet echter in overeenstemming zijn met de behoeften die door de groepen landen zelf worden geuit, en het moet worden ondersteund door de noodzakelijke instrumenten voor administratieve samenwerking in oorsprongszaken.
De Commissie blijft ter beschikking om het Parlement op de hoogte te houden van de verdere ontwikkelingen in dit belangrijke dossier. Tegen de voorzitter van de Commissie internationale handel wil ik zeggen: ik sta te allen tijde ter beschikking van u en uw commissie wanneer u me wilt uitnodigen om aan uw werkzaamheden deel te nemen.
Maria Martens, namens de PPE-DE-Fractie. – Dank u wel Voorzitter, toen wij in maart spraken over het stelsel van handelsvoordelen voor ontwikkelingslanden, hebben wij de Commissie gevraagd de oorsprongsregels te herzien, vooral om een beter gebruik van de regeling te bevorderen. Wij zijn dan ook blij dat de Commissie hiermee bezig is en we hebben de eerste voorzet in maart gehad. Dit najaar mogen wij dan de definitieve voorstellen verwachten. In dat kader heb ik een drietal vragen.
De eerste betreft cumulatie. De Commissie heeft aangegeven de regionale cumulatie te willen versterken, dat lijkt me buitengewoon belangrijk, en dat ze verder wil gaan met betrekking tot de cross regionale of eventuele globale cumulatie. Kan de Commissie daar al iets meer over zeggen?
De tweede vraag betreft het gebruik van het algemeen preferentiestelsel. De grootste voordelen worden vooral gerealiseerd door slechts enkele landen, waaronder China. De uitdaging zal zijn om de aanpassingen zo vorm te geven dat de landen die daaraan het meest behoefte hebben het stelsel ook daadwerkelijk zullen en kunnen gebruiken. Hoe denkt de Commissie dat te bereiken? Overweegt de Commissie ook een lagere regionale cumulatiedrempel voor de LDC's?
Ten slotte de mogelijkheid met betrekking tot mogelijk misbruik en fraude. Dat is echt een reëel probleem. Bijstelling wordt beoogd door onder andere vereenvoudiging van de oorsprongscriteria en vereenvoudiging van administratieve procedures, alsook door versoepeling van de voorwaarden voor regionale cumulatie. Er was voor dit punt een risicoanalyse voorzien. Mijn vraag aan de Commissie is: is deze analyse inmiddels gemaakt en kan de Commissaris daar iets over zeggen?
Antolín Sánchez Presedo, namens de PSE-Fractie. – (ES) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, waarde collega’s, als rapporteur van het verslag over het algemeen preferentiestelsel en als schaduwrapporteur voor de hervorming van de regels van oorsprong zou ik willen onderstrepen hoe belangrijk het is dat de door de Unie erkende preferenties daadwerkelijk worden toegepast en ook daadwerkelijk ten goede komen aan degenen voor wie ze bestemd zijn. Waar het voor het Parlement vooral om draait, is dat deze doelstelling met zekerheid verwezenlijkt wordt, en daarom zou ik, terwijl ik de doelstellingen van uw mededeling onderschrijf, een aantal punten onder uw aandacht willen brengen.
Wat de vereenvoudiging betreft wil ik er allereerst op wijzen dat de minst ontwikkelde landen een speciale behandeling moeten krijgen, dat de noodzaak van lagere drempels moet worden erkend alsook de mogelijkheid tot het instellen van minimis-regels in hun voordeel. Door de instelling van de drempels van toegevoegde waarde als enig criterium moeten een aantal nevenproblemen worden aangepakt omdat de instelling van deze drempels bijzonder duur kan uitpakken voor bedrijven van minder ontwikkelde landen, die daarvoor vrij geavanceerde boekhoudkundige en accountancysystemen nodig zouden hebben. Als dit criterium wordt gekoppeld aan de nettoproductiekosten van de verschillende landen ten aanzien van de wisselkoersen, salarissen en grondstofprijzen, kan dit leiden tot een grotere complexiteit van het stelsel en tot uitsluiting in de minst ontwikkelde landen met goedkope arbeidskrachten.
Wat betreft de flexibilisering van de regels van oorsprong dienen de landen die eenzelfde preferentiële behandeling genieten, ook al behoren zij tot verschillende geografische of handelsregio’s, onderling te kunnen cumuleren. In onze ogen zou het een logische regeling en tegelijkertijd noodzakelijk zijn om de mogelijkheid te openen tot bilaterale cumulatie met de Europese Unie zelf, zodat producten waarvan de fabricage in een begunstigd land voltooid is en die materialen bevatten uit de Gemeenschap, ook onder de preferenties kunnen vallen.
Aangaande de controlemaatregelen wijs ik u er met klem op dat wij de beschikking moeten krijgen over effectbeoordelingen en -simulaties. Daarnaast verzoek ik u kennis te nemen van de standpunten van het maatschappelijk middenveld, het toezicht op het systeem te waarborgen en het Parlement naar behoren te informeren.
László Kovács,lid van de Commissie.(EN) Mijnheer de Voorzitter, ik heb nota genomen van de grote belangstelling van het Parlement voor de substantiële herziening van de oorsprongsregels, die de Commissie in gang heeft gezet. Wij hebben duidelijk dezelfde doelstellingen.
Hoewel de SAP-oorsprongsregels voorop staan, zullen de oriëntaties in de mededeling van de Commissie ook een bron van inspiratie vormen voor de herziening van de oorsprongsregels in andere regelingen, met name bij de onderhandelingen over de economische partnerschapsovereenkomsten van de EU met de ACS-landen.
Ik wil er nog eens de nadruk op leggen dat de formele betrokkenheid van uw instelling weliswaar gebaseerd is op het wettelijk kader voor de vaststelling van oorsprongsregels in de verschillende preferentiële regelingen, maar dat ik het van bijzonder groot belang acht dat uw commissie volledig op de hoogte wordt gehouden en de gelegenheid krijgt haar standpunt over de te introduceren rechten kenbaar te maken, met het oog op betere markttoegang en ontwikkeling.
Om producten te beschouwen als voldoende verwerkt in een land ten behoeve van regionale cumulatie, moet niettemin worden vastgesteld uit welk land in de regio het afkomstig is. Dat is essentieel, omdat in één en dezelfde regio ontwikkelingslanden kunnen liggen die profiteren van verschillende preferentiële regelingen onder het SAP; we moeten voorkomen dat deze preferenties omgeleid worden. Daarom zal een cumulatiedrempel worden vastgesteld om te bepalen of de producten uit het land van uiteindelijke vervaardiging afkomstig zijn. Deze drempel moet lager zijn dan de drempel voor invoergoederen die niet van oorsprong zijn, om inkoop in de cumulatiezone te begunstigen, maar tegelijkertijd hoog genoeg om omleiding van preferenties te voorkomen. De drempel zal door de ontwikkelingslanden eerder worden bereikt.
Hervorming van de oorsprongsregels is van groot belang voor de verbetering van handelsmogelijkheden van de armste en kwetsbaarste landen in de wereld. We moeten onze beloften gestand doen. Op sommige andere details van de vragen zullen we schriftelijk antwoorden.