Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Debatten
Woensdag 28 september 2005 - Straatsburg Uitgave PB

24. Hervorming van de Verenigde Naties en millenniumontwikkelingsdoelstellingen
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. – Aan de orde zijn de verklaringen van de Raad en de Commissie over de hervorming van de Verenigde Naties en millenniumontwikkelingsdoelstellingen.

 
  
MPphoto
 
 

  Douglas Alexander, fungerend voorzitter van de Raad. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, twee weken geleden kwamen onze staatshoofden en regeringsleiders bijeen op de Wereldtop 2005 om te beslissen hoe de internationale gemeenschap, via de Verenigde Naties, de meest urgente wereldproblemen moet aanpakken, zoals de onderling samenhangende uitdagingen inzake ontwikkeling, veiligheid en mensenrechten.

Na twee jaar debat en overleg hebben zij een aantal beslissingen genomen, vastgelegd in het zogenoemde slotdocument, die de agenda van de Verenigde Naties in de komende jaren zullen bepalen. De uitdagingen voor de veiligheid en de welvaart in de wereld worden in al hun grimmigheid uitvoerig uiteengezet door het panel op hoog niveau over bedreigingen, uitdagingen en verandering van de secretaris-generaal van de Verenigde Naties Kofi Annan, door professor Jeffrey Sachs, hoofd van het Millenniumproject van de Verenigde Naties en door Kofi Annan zelf in zijn verslag ‘In Larger Freedom’. Zij komen allemaal tot de conclusie dat wij er nooit in zullen slagen conflicten te voorkomen of op te lossen, tenzij wij de dringend noodzakelijke maatregelen treffen tegen armoede, ziekte, de achteruitgang van het milieu en sociale onrechtvaardigheid. Als we dat niet doen, zullen we er niet in slagen vrede te stichten, en zonder vrede en veiligheid heeft de ontwikkeling geen houvast. Geen van beide is echter mogelijk zonder eerbied voor de mensenrechten.

Alle leden van dit Parlement weten best dat dit geen nieuwe begrippen zijn. De Verenigde Naties zijn immers zestig jaar geleden in het leven geroepen om in de hele wereld vrede en veiligheid tot stand te brengen. Maar zestig jaar later ziet de wereld er heel anders uit. Dankzij de technologie en de communicatie zijn landen nauwer dan ooit met elkaar verbonden. Dit betekent tevens dat conflicten en rampen steeds meer wereldwijde gevolgen hebben. Daarom hebben wij er allemaal groot belang bij dat we samenwerken om de vrede te waarborgen en welvaart te creëren.

Ik weet dat sommigen teleurgesteld en gefrustreerd waren over de resultaten van de Wereldtop. Velen vonden dat de verbintenissen niet ver genoeg gingen. Een consensus bereiken met 191 landen is geen sinecure. Dat weten wij maar al te goed op basis van onze ervaring met 25 lidstaten.

Dus moeten wij moed putten uit het feit dat de verregaande beloften van de leiders van de G8 in juli om de steun uit breiden, de schuldenlast te verlichten en de handel op te drijven, in ruime mate gehandhaafd werden door de top van de Verenigde Naties. Of zoals de secretaris-generaal, Kofi Annan, zei, en ik citeer: “in zijn geheel beschouwd, is het document [van de VN-Top] toch een opmerkelijk blijk van eensgezindheid in de wereld over een brede waaier van onderwerpen”.

Nu moeten wij ervoor zorgen dat de overeenkomsten ook worden uitgevoerd. De eerste minister van mijn land, Tony Blair, zei al in New York dat wij dringend werk moeten maken van de tenuitvoerlegging van de overeenkomsten inzake verdubbeling van de steun, inzake het openstellen van de handel en het vaststellen van regels voor billijke handel, inzake verlichting van de schuldenlast, inzake HIV/aids en malaria en inzake conflictpreventie en voorkoming van genocide. Want dan zal er meer democratie, minder onderdrukking, meer vrijheid, minder terrorisme, meer groei en minder armoede zijn.

Ik ga er prat op dat de Europese Unie het voortouw heeft genomen om te trachten een consensus te bereiken over alle onderwerpen die ter discussie stonden. Wij hadden heel wat prioriteiten voor de top binnen de vier zogenoemde pakketten over ontwikkeling, vrede en collectieve veiligheid, mensenrechten en de rechtsstaat, en de versterking van de Verenigde Naties.

Ik denk dat de conclusies van de top de juiste richting aangeven voor verbetering op al deze gebieden, op voorwaarde dat we de kracht van dit moment kunnen behouden en dat we onmiddellijk optreden. De belangstelling en de inzet van de leden van dit Parlement voor dergelijke verbeteringen zijn werkelijk bewonderenswaardig. Dit bleek uit de deskundigheid van de delegatie die, onder de gezamenlijke leiding van Nirj Deva en Michel Rocard, namens het Europees Parlement de top heeft bijgewoond.

Tijdens de top hebben donor- en ontwikkelingslanden stevige en duidelijke afspraken gemaakt over wat ze moeten doen om de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling te verwezenlijken. Dit verstevigt het partnerschap tussen de ontwikkelde en de ontwikkelingslanden, dat in Monterey tot stand was gekomen, en bekrachtigt alles wat dit jaar reeds bereikt was. Bovendien creëert dit een ruimere consensus rond de toezeggingen aan 191 landen tijdens de top in Gleneagles in juli jongstleden, met name dat er sneller vorderingen moeten worden gemaakt ten aanzien van de millenniumdoelstellingen in Afrika en dat er opnieuw internationale vooruitgang moet worden geboekt met betrekking tot de klimaatsveranderingen. Uit het slotdocument blijkt duidelijk dat de top ook heeft erkend dat ontwikkeling duurzaam moet zijn en rekening moet houden met de invloed op het milieu in de wereld.

De Europese Raad heeft er onder Brits voorzitterschap voortdurend op aangedrongen, dat er meer internationale acties nodig zijn om de ontwikkelingssteun uit de breiden in de strijd tegen armoede en ontbering. Wij, als Europese Unie, zijn nu al verreweg de grootste hulpdonor ter wereld: 80 procent van de vijf miljard dollar extra steun die werd beloofd tijdens de G8-Top in Gleneagles, zal uit Europa komen.

Wij hebben tevens de historische toezegging gedaan om de steun voor Afrika tegen 2010 te verdubbelen. Eerder dit jaar wij hebben het voortouw genomen om belangrijke afspraken te maken om de schuldenlast te verlichten en wereldwijde immuniseringsprogramma’s tegen ziekten op te starten in de armste landen.

Uiteraard hebben critici gezegd, dat de Top in juli niet voldoende vooruitgang heeft geboekt inzake handel. Maar uiteindelijk kan en moet de internationale gemeenschap via de Doha-ontwikkelingsronde reële voordelen bewerkstelligen voor de arme landen, door de exportsubsidies af te schaffen en alle handelsbelemmeringen, inclusief de binnenlandse steun, te beperken. Wij zullen ons best doen om er voor te zorgen dat de politieke leiders zich in december, tijdens de ministersconferentie van de WTO in Hong Kong, zullen inzetten om resultaten te bereiken en dat zij ook voorafgaand aan deze ontmoeting voldoende aandacht schenken aan deze onderwerpen.

Zoals mijn eerste minister heeft gezegd, als het in december misloopt, zal dit repercussies hebben in de hele wereld. Om de ontwikkeling vooruit te helpen, hebben we vrede en veiligheid nodig. Of zoals Kofi Annan in zijn document ‘In Larger Freedom’ uitlegt: “Ontwikkeling is niet mogelijk zonder veiligheid, veiligheid is niet mogelijk zonder ontwikkeling en geen van beide zijn mogelijk zonder eerbied voor de mensenrechten.”

De top heeft besloten een nieuwe commissie voor vredesopbouw in het leven te roepen, waarin de lidstaten van de Verenigde Naties samen met de VN-agentschappen en de internationale financiële instellingen zullen trachten de VN beter in staat te stellen om landen, die net een conflict beëindigd hebben, te helpen om de vitale overstap naar langdurige stabiliteit te maken en een nieuwe oorlog te voorkomen. De top heeft beslist dat deze commissie voor het einde van dit jaar moet worden opgericht en als leden van dit Parlement weet u dat de Europese Unie zich ertoe verbonden heeft zich aan deze termijn te houden.

Het slotdocument zou inderdaad wat uitvoeriger kunnen ingaan op het terrorisme. De krachtige veroordeling van terrorisme ‘in al zijn vormen en uitingen’ was weliswaar een belangrijke politieke uitspraak. Maar nu moeten we ook onze belofte nakomen en ervoor zorgen dat we tegen september 2006 een uitgebreide overeenkomst over terrorisme klaarstomen. Daartoe zullen wij een juridische definitie van terroristische daden moeten afspreken. Al onze regeringen hebben er belang bij dat een dergelijke definitie er daadwerkelijk komt. De top is er niet in geslaagd overeenstemming te bereiken over maatregelen inzake non-proliferatie en ontwapening, maar ik kan het Parlement desalniettemin verzekeren dat wij ervoor zullen blijven ijveren om deze belangrijke punten hoog op de agenda te houden.

De Verenigde Naties hebben voornamelijk tot doel de eerbiediging van de mensenrechten te waarborgen. Wij zijn het dan ook roerend eens met de oprichting van een nieuwe Raad van de mensenrechten ter vervanging van de vaak bekritiseerde Commissie voor de Rechten van de Mens. We moeten dringend een akkoord bereiken over de omvang, het mandaat en de samenstelling van deze raad, zodat hij aan de slag kan om ervoor te zorgen dat de mensenrechten opnieuw centraal staan in alle VN-activiteiten.

Het meest betekenisvolle besluit van deze top is misschien nog wel het akkoord over de ‘verantwoordelijkheid om te beschermen’. Dit is een politieke toezegging die de internationale gemeenschap verplicht in te grijpen als landen hun bevolking niet kunnen of willen beschermen tegen de ergste wreedheden, zoals genocide, oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid. Dit is een belangrijke erkenning van het feit dat wij in de hedendaagse wereld niet passief kunnen toekijken wanneer kwetsbare bevolkingen aan deze afschuwelijke wreedheden worden blootgesteld.

Verder moeten we ook het secretariaat van de Verenigde Naties versterken, zodat het doeltreffender en efficiënter kan werken. We moeten eerst en vooral Kofi Annan aanmoedigen om de uitvoerende bevoegdheden waarover hij reeds beschikt, aan te wenden om de organisatie van binnenuit te hervormen. Maar ook wij, als lidstaten, dragen een belangrijke verantwoordelijkheid om de Verenigde Naties te voorzien van de nodige structuren en instrumenten, opdat zij de huidige en toekomstige uitdagingen het hoofd kunnen bieden. De Europese Raad was verheugd over de toegezegde hervorming van de belangrijkste VN-instanties, inclusief de Algemene Vergadering, de Economische en Sociale Raad en de Veiligheidsraad. Als de VN doeltreffend wil kunnen functioneren, moet het samenwerken met alle leden, maar daarvoor heeft de VN hun steun nodig. Daarom moeten de VN-organisaties representatief, open en efficiënt zijn.

Wij zullen blijven ijveren voor meer doeltreffendheid, met name in de Algemene Vergadering en de Economische en Sociale Raad. Wij zijn dan ook bijzonder tevreden, dat de secretaris-generaal een mandaat heeft gekregen om op de langere termijn een hervorming uit te werken voor de VN-organisaties die zich bezig houden met ontwikkeling, humanitaire hulp en het milieu, met het oog op een beter beheer en een betere coördinatie van hun activiteiten.

Om doeltreffend te kunnen werken, moeten de Verenigde Naties ook over de nodige middelen kunnen beschikken. Zij kunnen zich echter niet veroorloven middelen te verkwisten door inefficiëntie en overlapping. De Europese Unie is een groot voorstander van het beproefde principe van de begrotingsdiscipline. Daarom streven wij naar een begroting voor het volgende financiële jaar, aan de hand waarvan de secretaris-generaal en de Verenigde Naties de wensen en verwachtingen van de leden kunnen inlossen, ook met de nieuwe mandaten die zijn vastgesteld tijdens de top in New York.

Het uiteindelijke succes van de Millenniumtop voor hervorming van 2005 en van het hervormingsprogramma van de VN in het algemeen, hangt natuurlijk af van de tenuitvoerlegging. Het Comité van de Algemene Vergadering, dat vanaf nu tot het einde van het jaar vergadert, zal een aantal voorstellen verder onderzoeken. Andere voorstellen zullen dan weer afzonderlijk behandeld worden. De Europese Unie zal ook in dit proces weer het initiatief nemen. Wij hebben als lidstaten van de Verenigde Naties de plicht om nu de daad bij het woord te voegen.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  Benita Ferrero-Waldner, lid van de Commissie. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, het was mij een eer aanwezig te zijn op de Millenniumtop en bij de ministeriële ontmoetingen die de week daarna plaatsvonden. Het was de grootste bijeenkomst van wereldleiders ooit en ik hoop dat hiermee een nieuw tijdperk van internationale samenwerking zal aanbreken. Ondanks alle kritiek, waarbij ik mezelf evenmin onbetuigd heb gelaten, moeten we duidelijk stellen dat de Verenigde Naties de basis van de moderne wereldorde vormen.

Mijn collega heeft al gezegd dat we niet onverdeeld tevreden zijn met het resultaat, maar het glas is half vol en niet half leeg. De Europese Unie was erg ambitieus en heeft samen met de voorzitter van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, Jean Ping, het voortouw genomen. Uiteindelijk hebben we niet al onze wensen kunnen verwezenlijken, maar dat is normaal in multilaterale bijeenkomsten. Je begint erg ambitieus, maar uiteindelijk moet je compromissen sluiten.

We hebben een aantal zeer belangrijke overwinningen behaald, maar daarnaast hebben we ook een aantal teleurstellingen moeten accepteren. Wat hebben wij bereikt? De Commissie acht het opmerkelijk dat we erin geslaagd zijn de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling in de Millenniumverklaring te verankeren. Dat is de verdienste van mijn collega, de heer Michel. Het doet mij genoegen dat de Europese Unie een voorbeeld heeft gesteld met 0,56 procent tot 2010 en 0,7 procent tot 2015. Dit toont aan dat ook andere collega’s, met name uit de ontwikkelingslanden, hier erg tevreden over waren. De millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling kregen opnieuw erkenning als stimulerend kader voor de inspanningen inzake ontwikkeling. Dit was overigens de eerste keer dat deze erkenning op intergouvernementeel niveau bevestigd werd.

De tweede belangrijke verwezenlijking is dat de top heeft ingestemd met het principe van de plicht om bevolkingen te beschermen tegen wreedheden. Dit is een groot succes, want het betekent dat het begrip soevereiniteit voortaan gedefinieerd wordt als een positief begrip, waarbij de mensen het middelpunt van de veiligheidsoverwegingen vormen. Dit zou de geloofwaardigheid van de internationale gemeenschap ten goede moeten komen en de Verenigde Naties zijn van plan in te grijpen in geval van genocide, oorlogsmisdaden, etnische zuivering en misdaden tegen de menselijkheid. Mijn land ligt in de buurt van de Balkan en ik kan me de interventie in Kosovo nog herinneren. Eigenlijk heeft die interventie deze nieuwe ontwikkeling in het internationaal recht, alsook deze eerste verankering van de millenniumdoelstellingen, op gang gebracht.

De derde verwezenlijking is de oprichting van de Commissie voor Vredesopbouw. Dit is een belangrijk en concreet resultaat, dat de internationale gemeenschap in staat zal stellen doeltreffender en op gecoördineerde wijze tegemoet te komen aan de behoeften van landen die zich moeten herstellen na een conflict. De Europese Commissie houdt zich ook met al deze factoren bezig, van humanitaire acties, wederopbouw en het versterken van de institutionele capaciteit tot handel en alles wat met democratie en mensenrechten te maken heeft; van militaire vredeshandhaving tot het sturen van waarnemers naar verkiezingen. Vanaf nu zal de Commissie voor Vredesopbouw al deze inspanningen coördineren. Daarom zijn wij van mening dat de Europese Commissie zitting moet hebben in dit orgaan.

Over een aantal andere zaken was ik persoonlijk teleurgesteld. Een eerste heeft te maken met de Raad van de mensenrechten. Hier was immers veel meer sprake van een naamswijziging dan van een vernieuwing, maar het principe is nu ten minste aanvaard en we hopen dat we samen, ook met de nieuwe voorzitter van de Algemene Vergadering, Jan Eliasson, deze nieuwe constructie voor de mensenrechten beter en belangrijker kunnen maken. We hebben een sterke, geloofwaardige en permanente instelling nodig, die bestaat uit lidstaten met een goede reputatie op het vlak van mensenrechten.

Anderzijds waren er ook positieve ontwikkelingen voor de mensenrechten. Zo is het budget voor de speciale Hoge Vertegenwoordiger voor de mensenrechten verdubbeld, waardoor de mogelijkheid ontstaat voor directe actie op dit terrein. Verder vind ik het bemoedigend dat in het slotdocument van de top ook een resolutie is opgenomen waarin wordt opgeroepen tot het verbeteren van de mensenrechteninstrumenten van de Verenigde Naties, zodat de mensenrechten ook daadwerkelijk voor iedereen gelden.

Een ander negatief punt was het hele debat over ontwapening. De secretaris-generaal van de Verenigde Naties, Kofi Annan, noemde dit ronduit een schandaal. Dit is een zeer belangrijk thema, waar wij duidelijk nog hard aan moeten werken.

Dan wil ik nog twee punten vermelden, waaronder het milieu. Een duurzaam milieu is onontbeerlijk voor de armoedebestrijding, voor meer stabiliteit en voor meer veiligheid. Zeker nu, in de nasleep van de tsunami, Katrina en Rita en de overstromingen in de Europese Unie, zou de oprichting van een echte VN-milieuorganisatie de juiste reactie van de internationale gemeenschap geweest zijn.

Tot slot een korte opmerking over de hervorming van het beheer van de Verenigde Naties. Volgens mij moet de secretaris-generaal niet alleen maar de verantwoordelijkheid en de aansprakelijkheid dragen, maar ook voldoende gezag krijgen om deze hervorming van het beheer te leiden en uit te voeren.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  Francisco José Millán Mon, in naam van de PPE-DE-Fractie. (ES) Mijnheer de Voorzitter, evenals commissaris Ferrero-Waldner meen ik dat de uitkomst van de top in New York meerduidig en heterogeen is, en zowel positieve als negatieve aspecten bevat.

Hoe het ook zij, wat betreft de slottekst van de top ben ik enigszins opgelucht, want ik weet nog goed dat de internationale gemeenschap twee jaar geleden uitermate verdeeld was en de Verenigde Naties zich op een dood punt bevonden. Sterker nog: uren voor aanvang van de top leek het nog onwaarschijnlijk dat er een slotverklaring tot stand zou komen met meer dan louter algemeenheden.

Gelukkig is men het eens kunnen worden over een document dat duidelijk successen bevat, hoewel ook tekortkomingen en mislukkingen.

Ik wil bijvoorbeeld – net als de commissaris – onderstrepen dat de top de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling opnieuw heeft onderschreven, wat heel belangrijk is.

Wat veiligheid betreft, kom ik tot dezelfde diagnose als de commissaris: het valt te betreuren dat er geen enkel resultaat geboekt is op het gebied van ‘non-proliferatie en ontwapening’.

Op een belangrijk terrein als de strijd tegen het terrorisme is naar mijn mening weinig vooruitgang geboekt. We hebben niet eens een minimale definitie van een terroristische daad kunnen opstellen waarin de hele internationale gemeenschap zich kon vinden. Positief is natuurlijk, zoals al werd gezegd, de oprichting van de Commissie voor Vredesopbouw.

Wat betreft de hervorming van de Verenigde Naties: ik denk dat niemand verbaasd is over het mislukken van de hervorming van de Veiligheidsraad. Binnen de internationale gemeenschap bestaan op dit punt diepe, schijnbaar onoverkomelijke meningsverschillen. In de Europese Unie zelf ontbreekt een gemeenschappelijk standpunt. Het enige wat ik wil onderstrepen is dat een meerderheid van dit Parlement zich in de resolutie van afgelopen juni uitsprak vóór een zetel voor de Europese Unie.

Op een ander belangrijk terrein, dat van de mensenrechten, ben ik net als de vertegenwoordiger van de Raad en de commissaris verheugd over de erkenning van het recht of de plicht van de internationale gemeenschap bij genocide bescherming te bieden. Maar verder werd op dat terrein helaas alleen besloten tot oprichting van een mensenrechtenraad, zonder enige invulling van details. Daarom vrees ik dat de besprekingen over het mandaat van de raad, zijn leden en de kiesmethode op zich zullen laten wachten.

Al met al denk ik dat er nog veel werk te verzetten valt, maar na deze top – en ik rond af, mijnheer de Voorzitter – is er wel een basis waarop we kunnen voortbouwen. Het zestigjarig bestaan van de Verenigde Naties is een uitstekende gelegenheid om de internationale gemeenschap te hergroeperen en klaar te stomen voor de uitdagingen van de nieuwe eeuw.

Ik hoop dat de genomen stappen in dit zo cruciale jaar tot resultaten zullen leiden.

 
  
MPphoto
 
 

  Glenys Kinnock, namens de PSE-Fractie. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil beginnen met de fungerend voorzitter in dit debat welkom te heten. Ik weet maar al te goed dat hij zelf een zeer betrokken aanhanger van het internationalisme is. Ik bedank de commissaris voor de steun die zij ons heeft gegeven in de delegatie die de top in New York heeft bijgewoond.

U hebt allemaal aangegeven dat verschillende NGO's en anderen zich enigszins kritisch hebben uitgelaten over het slotdocument van de top. Ik wil echter pleiten, zoals u ook al hebt gedaan, voor een meer weloverwogen benadering in onze beoordeling. Ik ben het ermee eens het resultaat te beschrijven als een glas dat half vol is. Ik vind ook dat overdreven beschuldigingen van mislukking niet helpen de juiste stimulansen voor beleidsmakers te creëren om risico's te nemen en tot actie over te gaan.

In het slotdocument staan duidelijke afspraken over hoe we de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling voor 2015 moeten verwezenlijken. Een van de dingen die ik echter betreur, is dat mondiaal doel 8 niet hard genoeg is om te voorkomen dat landen als Nieuw-Zeeland, Australië, Canada en Italië gemakkelijk wegkomen, en om ervoor te zorgen dat er verdere druk op deze landen wordt uitgeoefend om hetzelfde te doen als de Europese Unie heeft gedaan. Beloften van 0,7 procent zijn gewoonweg onvoldoende. Daarom willen we van deze landen en andere landen actie zien.

Ik verwelkom daarnaast, en ik ben er zeker van dat de fungerend voorzitter dit ook doet, de duidelijke verwijzing in het document naar de noodzaak vernieuwende bronnen van financiering voor de verwezenlijking van de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling te zoeken.

Ook vind ik dat de goedkeuring die George Bush aan de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling heeft gegeven, een belangrijke stap vooruit is. Het is misschien wel de beste ontwikkeling van de week. Misschien worden de Verenigde Staten door eigenbelang deze multilaterale weg op gedreven die de Verenigde Staten volgens velen van ons eigenlijk niet bereid zijn te gaan.

Ik erken ook graag dat in het slotdocument in de maatregelen die worden genomen, een heel duidelijk verband is gelegd tussen veiligheid, ontwikkeling en conflictoplossing. In het document wordt eveneens een duidelijke omschrijving gegeven van de verantwoordelijkheden van zowel de ontwikkelde als de ontwikkelingslanden. De verklaring betreffende het ontwikkelingsbeleid van de EU is nu het passende middel voor ons om hier verder mee te gaan en te laten zien dat we vast geloven in de noodzaak dat sterke gevoel van eenheid, doelgerichtheid en actie weer op te bouwen, zowel in Europa als elders. Het document is ook heel duidelijk op het gebied van bestuur en de rechtsstaat, wat heel belangrijke aspecten zijn van ons werk met de ontwikkelingslanden.

U hebt de Commissie voor Vredesopbouw genoemd, die heel belangrijk is, alsook het sluiten, handhaven en opbouwen van vrede. Ik betreur het dat er nu over de Raad voor de rechten van de mens onderhandeld gaat worden in de Algemene Vergadering, waar erover zal worden geruzied en gemarchandeerd. Er is voor de Europese Unie dus nogmaals een rol weggelegd om hierin verbetering te brengen.

Het meest verheugd ben ik echter over het feit dat we nu een collectieve verantwoordelijkheid hebben om burgers te beschermen tegen genocide, oorlogsmisdaden, etnische zuivering en alle misdaden tegen de menselijkheid. We kijken nu uit naar het bewijs dat de VN in de toekomst de fouten weet te voorkomen die we helaas in Bosnië en Rwanda hebben gezien.

Wat betreft de hervormingen, betreuren we dat de secretaris-generaal onderworpen zal blijven aan micromanagement van de lidstaten van de Verenigde Naties.

De grootste teleurstelling is dat men er niet in is geslaagd de verspreiding van kernwapens aan te pakken. Dit betekent dat we nu een gapend gat in onze internationale overeenkomsten hebben, en dat de EU opnieuw druk moet uitoefenen om op dit gebied vooruitgang te bevorderen.

Tot slot wil ik het amendement over seksuele en reproductieve gezondheidsrechten noemen dat de PSE-Fractie heeft ingediend. Het is belangrijk dat we dit standpunt innemen als we de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling willen verwezenlijken. Het steunt al deze doelstellingen, in het bijzonder de doelstellingen op het gebied van HIV/aids en de moeder- en kindersterfte. Ik reken erop dat dit Parlement in de tekst opnieuw zal stellen dat we ons voor dit belangrijke aspect zullen inzetten, zoals we dat ook hebben gedaan bij de stemming over mijn verslag over de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling. Het Parlement zou dan daarna de internationale legitimiteit van de VN moeten steunen. In 1945 stond er veel op het spel voor de beleidsmakers. Dat staat er nu ook, en de redenen om voorwaarts te gaan zijn nu net zo belangrijk als indertijd.

 
  
MPphoto
 
 

  Alexander Lambsdorff, namens de ALDE-Fractie.(DE) Mijnheer de Voorzitter, geachte dames en heren, wij Europeanen zijn het erover eens dat de wereld de Verenigde Naties nodig heeft, en bovendien dat de wereld sterke Verenigde Naties nodig heeft.

In haar zestigjarige geschiedenis heeft de VN zelden zo in de schijnwerpers van de publieke opinie gestaan als nu, en zelden ging het daarbij om belangrijker en noodzakelijker hervormingen dan in dit jaar.

Wat er in het slotdocument uiteindelijk is bereikt, is onbevredigend. Toch is de Fractie van de Alliantie van Liberalen en Democraten voor Europa van mening dat de geboekte vooruitgang dient te worden omarmd en dat hetgeen niet bereikt is nog intensiever dan voorheen bediscussieerd dient te worden.

Het glas is half vol. Nu is het de taak van de EU om het vol te maken. Het Europees Parlement in het bijzonder moet de uitkomst van de top als een kans opvatten. Wij beschouwen het Parlement als een co-architect van het voortdurende hervormingsproces. Wij leden van het Europees Parlement hebben de sleutel in handen om de acceptatie van de VN bij de bevolking te waarborgen en te versterken, de democratisering van de organisatie succesvol te stimuleren en er met name voor te zorgen dat miljoenen mensen toegang krijgen tot voedsel, schoon water en een betere gezondheidszorg.

We dienen de millenniumontwikkelingsdoelen ten uitvoer te leggen. De lidstaten boeken onvoldoende vooruitgang op dit terrein. Het slotdocument van de top bevat geen exact tijdpad waarmee de lidstaten aan hun verplichtingen worden gehouden, en dat is teleurstellend. Anderzijds is er – zoals Glenys Kinnock al opmerkte – sprake van een zeer positieve ontwikkeling, waarop wij dienen voort te bouwen, namelijk dat de Verenigde Staten zich met onverwachte stelligheid achter de millenniumontwikkelingsdoelen hebben geschaard. Ik denk dat wij onze Amerikaanse vrienden wat dit betreft aan hun woord moeten houden.

Mijn fractie juicht het toe dat er een Commissie voor Vredesopbouw in het leven wordt geroepen. Die beslissing zal het profiel van de VN in crisisregio’s versterken. De EU heeft als taak waardevolle hulp te bieden bij de opbouw en het werk van deze commissie. De EU is een van de grootste vredesopbouwers ter wereld, als donor, als helper en als politieke kracht. Dat dient overigens binnen het VN-systeem nog veel duidelijker te worden dan tot nog toe het geval was. Het doet ons deugd dat wij het hierover eens zijn, mevrouw de commissaris.

Een eerste stap, waarover ik ook graag een standpunt van de Commissie en de Raad zou horen, zou zijn om de vertegenwoordigingen van de Raad en de Commissie in New York en in andere plaatsen waar VN-instellingen zetelen samen te voegen.

Een verdere belangrijke functie ziet de ALDE-Fractie in de bevordering van democratie. Het instellen van een Fonds voor democratie is een belangwekkende stap in de goede richting. Verdere maatregelen kunnen bestaan uit de vorming van een coalitie van democratieën binnen de Algemene Vergadering van de VN, en ook een parlementaire vergadering dient in overweging te worden genomen.

Eén ding is duidelijk, en dat is dat de hervorming van de VN nog niet is afgerond en dat zij consequent dient te worden voortgezet. Dat geldt met name voor de Veiligheidsraad. De voorstellen van Kofi Annan zijn alom bekend. Nu is het aan de Algemene Vergadering om voor het einde van dit jaar een besluit te nemen. Verder houden wij als Parlement vast aan onze visie dat er een permanente zetel voor de Europese Unie moet komen, zodra aan de politieke, wettelijke en constitutionele voorwaarden voor een dergelijke zetel is voldaan. Dit onderstrepen wij opnieuw in onze resolutie, die morgen in stemming wordt gebracht.

Wij kunnen het ons niet permitteren de VN naar de tweede rang te laten dringen. Zij dient zich op de eerste rang te bevinden, want alleen zij heeft de potentie om de problemen van onze tijd via een multilaterale benadering en op wereldwijde schaal op te lossen. Het Europees Parlement moet de VN op deze weg ondersteunen, want wij hebben een sterke Verenigde Naties nodig. Overigens ben ik van mening dat wij dit debat in Brussel dienen te voeren en niet in Straatsburg.

 
  
MPphoto
 
 

  Frithjof Schmidt, namens de Verts/ALE-Fractie. – (DE) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw de commissaris, mijnheer de minister, dames en heren, er moet duidelijk gezegd worden dat de Verenigde Naties hier de historische kans op een systematische hervorming echt hebben laten liggen. Het resultaat is teleurstellend, en de goede voorbereidingen van Kofi Annan hebben niet geleid tot een daadwerkelijk succes.

De hervormingen zijn op vier belangrijke terreinen mislukt. Er zal geen hervorming van de Veiligheidsraad komen die werkelijk tot een regionale vertegenwoordiging leidt. Er is geen plan voor ontwapening of tegen de proliferatie van massavernietigingswapens. Het is niet gelukt een VN-milieuorganisatie op te richten. Ik voeg daaraan toe dat dit juist vanwege de uitdagingen in verband met het internationale klimaatbeleid een zeer ernstige tekortkoming is. We hebben hierdoor geen echt instrument voor het beleid van de Verenigde Naties op dit terrein. Ook is het niet gelukt om de Economische en Sociale Raad verder te ontwikkelen, ondanks de grote uitdagingen waarmee wij op het gebied van het ontwikkelingsbeleid geconfronteerd worden. Daarom kan men nu zeggen dat het einde van de ene hervorming het begin is van een nieuwe.

Toch is er natuurlijk ook vooruitgang geboekt waarop wij kunnen voortborduren. Het is goed dat er een VN-Mensenrechtenraad komt, ook al is de samenstelling ervan nog niet duidelijk. Het is goed dat de middelen voor de Hoge Commissaris voor de rechten van de mens verdubbeld worden. Het is goed dat er een Commissie voor Vredesopbouw komt. Het is goed dat de millenniumontwikkelingsdoelen zijn herbevestigd en dat er diverse actieprogramma’s worden opgesteld en solidariteitsfondsen worden opgericht.

Tegen deze achtergrond ontstaat er een concrete uitdaging voor de Europese Unie. Ik wil de Raad en de Commissie dan ook oproepen een gedetailleerd actieplan voor te leggen over de wijze waarop de Europese Unie financieel en organisatorisch concreet denkt bij te dragen aan de tenuitvoerlegging van deze maatregelen. Het doel is om na de top onze grote woorden om te zetten in concrete materiële ondersteuning van de Verenigde Naties.

 
  
MPphoto
 
 

  Miguel Portas, namens de GUE/NGL-Fractie.(PT) Ook ik zou graag willen zeggen dat het glas half vol is, maar we weten allemaal dat dit niet waar is. De top was een mislukking. De – bescheiden – millenniumdoelstellingen zijn opnieuw bevestigd, maar de top kreeg niet de gelegenheid woorden in daden om te zetten. Iemand heeft de donorlanden verhinderd beloften te doen in termen van financiële steun voor duidelijke doeleinden. We zitten nu dus met een hoop woorden waar we niets aan hebben.

De Vergadering formuleerde wat goedbedoelde frases over de verspreiding van kernwapens, maar veel deelnemers weigerden mee te werken aan een oprechte ontwapeningsstrategie. Zonder een dergelijke strategie zal het aantal landen met kernwapens alleen maar toenemen. De Vergadering heeft verder geprobeerd een hervorming van de Verenigde Naties te bewerkstellingen, maar iemand heeft al het mogelijke ondernomen om ervoor te zorgen dat alles blijft zoals het is. Die iemand heeft een naam: John Bolton, de officiële woordvoerder van het imperium der Verenigde Staten.

Mevrouw de commissaris, u heeft zojuist Katrina genoemd. De tragedie in New Orleans en de mislukking van New York hebben één ding gemeen – de Amerikaanse regering. In New Orleans gold een eenvoudige regel: als je een auto had, verliet je de stad en als je er geen had – pech gehad. Zo werkt het in des keizers ideale wereld. Washington wil niets horen over de armen, omdat het niet eens met de eigen armen kan omgaan. Voor het Witte Huis zijn de armen gewoon een verspilling van tijd en geld.

Mijnheer de Voorzitter, mijn fractie zal voor deze resolutie stemmen. Hoe weinig ambitieus ze ook moge zijn, het is toch een stap in de goede richting. We hebben een sterke VN nodig en daarom zullen we al het mogelijke doen om de VN sterk te maken. Laten we echter wel één ding duidelijk stellen. We zullen alleen een geloofwaardige VN krijgen als Europa en de rest van de wereld de juiste signalen afgeeft naar Washington. Er zijn hier vandaag harde woorden gesproken over Turkije. Ik zou graag willen dat dezelfde strenge normen ook op Washington werden toegepast.

 
  
MPphoto
 
 

  Hélène Goudin, namens de IND/DEM-Fractie. – (SV) Mijnheer de Voorzitter, de Zweedse partij Junilistan is een vriend van de Verenigde Naties en vindt dat deze organisatie ruime gelegenheid moet krijgen om bij te dragen met constructieve oplossingen voor internationale conflicten. We vinden echter niet dat de EU en het Europees Parlement moeten dicteren hoe de Verenigde Naties moeten werken en wat de doelstellingen van deze organisatie moeten zijn. Het debat over de toekomst van de VN moet worden gevoerd door de lidstaten van de VN, in bredere internationale verbanden dan het Europees verband. Wij staan kritisch tegenover het voorstel om de EU met een gemeenschappelijke zetel in de VN-Veiligheidsraad te vertegenwoordigen. Evenmin steunen wij de wens van het Parlement om gemeenschappelijke EU-delegaties op te richten bij de verschillende hoofdkwartieren van de VN. De lidstaten van de EU hebben uiteenlopende visies op de vraagstukken die door de VN en de VN-Veiligheidsraad worden behandeld.

Zo heeft Zweden een belangrijke rol gespeeld in de Verenigde Naties, als bruggenbouwer tussen arme en rijke landen, als bemiddelaar en als drijvende kracht achter ontwapening. Dat laat zien dat ook voor kleine landen een belangrijke rol is weggelegd in de VN en in de internationale politiek. Wij vrezen dat de stemmen van de kleine landen niet gehoord zullen worden als de EU in VN-verband met één stem zou spreken. Welke van de 25 EU-stemmen zou dan via deze gemeenschappelijke zetel moeten spreken? Als het zo zou zijn dat de EU in VN-verband met één gemeenschappelijke stem kon spreken, waarom verdedigen Groot-Brittannië en Frankrijk dan hun huidige permanente zetels in de Veiligheidsraad? Waarom streeft Duitsland dan naar een plaats in de Veiligheidsraad? De waarheid is dat de lidstaten van de EU geen uniforme visie op internationale politieke vraagstukken hebben. Dat is bij diverse gelegenheden gebleken, vooral in verband met de interventie van de Verenigde Staten in Irak. Laten we de veelzijdigheid van Europa erkennen en laten we ons ervoor inspannen om alle stemmen in het debat te laten horen.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  Inese Vaidere, namens de UEN-Fractie. – (LV) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, na hierover in mei een levendig debat te hebben gevoerd, heeft het Europees Parlement een resolutie aangenomen over de hervorming van de VN. In die resolutie heeft het Parlement de VN opgeroepen hun beloften in te lossen, bijstand te verlenen aan ontwikkelingslanden, overeenstemming te bereiken over een gezamenlijke definitie van terrorisme, een actieplan goed te keuren ter voorkoming van genocide en bovendien de Veiligheidsraad te hervormen, aangezien deze nog altijd een afspiegeling is van de wereldorde van na de Tweede Wereldoorlog. Van deze taken is er niet één uitgevoerd. Integendeel, de weinige akkoorden die er zijn gesloten hangen van compromissen aan elkaar en zullen naar alle waarschijnlijkheid in de praktijk niet echt effectief zijn. Met betrekking tot de kwestie van de hervorming van de VN zijn er momenteel meer mislukkingen dan resultaten te melden.

Deze uitkomst doet de vraag rijzen of de Europese Unie op het wereldtoneel een sterke speler is. Het antwoord ligt voor de hand. De Europese Unie heeft niet doeltreffend genoeg geopereerd. Ik roep de Europese Commissie dan ook op de resultaten van de hervorming van de VN te evalueren vanuit het perspectief van de Europese Unie, en tevens na te denken over de wijze waarop toekomstige activiteiten met andere landen moeten worden gecoördineerd, opdat de besluiten die wij nemen niet slechts resoluties blijven. Onder dergelijke omstandigheden is het belangrijk om de vraag te stellen of de VN wel in staat is zichzelf überhaupt te hervormen, of dat er wellicht behoefte is aan een nieuwe, gelijksoortige organisatie. Dat is echter iets voor later. Op dit moment is het belangrijk een strategie te ontwikkelen waarin wordt vastgelegd op welke wijze de reeds gestelde doelen kunnen worden verwezenlijkt, zodat de VN op doeltreffende wijze kan werken aan het realiseren van veiligheid en welvaart in de moderne wereld.

 
  
MPphoto
 
 

  Irena Belohorská (NI).(SK) Iedereen is het erover eens dat het noodzakelijk is om de VN te hervormen. Het enige probleem is de vorm die deze hervorming moet aannemen. We zijn het erover eens dat het VN-systeem veel te ingewikkeld is en moet worden gestroomlijnd. Ik ben echter van mening dat het grootste probleem niet het hervormen van de VN-organisaties is, maar het onvermogen van de VN-leden om politieke overeenstemming te bereiken, ten gevolge van de fundamenteel verschillende standpunten over het werk van de VN als zodanig. Sommige leden zouden graag een sterke VN zien, terwijl andere zich verzetten tegen een dergelijke doelstelling; juist dit probleem staat het bereiken van overeenstemming in de weg.

Ik maak mij echter meer zorgen over de inzet van de VN met betrekking tot het verwezenlijken van de zogenaamde millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling, oftewel het halveren van de armoede, het bestrijden van honger, malaria en andere ziekten als HIV/aids, en het waarborgen van de eerbiediging van de mensenrechten, met name de rechten van vrouwen. Hoewel de VN heeft beloofd deze doelstellingen voor 2015 te verwezenlijken, is de armoede nog altijd niet teruggedrongen, en neemt deze zelfs nog toe. Als we in het huidige tempo blijven doorwerken, zal het naar schatting honderd jaar duren om de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling te realiseren.

In september nam ik als enige vertegenwoordiger van een EU-instelling deel aan een conferentie in China over vrouwenrechten. Ik doel op de zogeheten conferentie Peking +10. Deze conferentie werd voor de eerste keer gehouden in 1975 en is sindsdien eens in de tien jaar georganiseerd. Het is interessant dat sinds 1995 geen enkel land ter wereld in staat is geweest een vijfde conferentie over vrouwenkwesties te organiseren. Ik vraag me af of de Europese Unie wel geïnteresseerd is in informatie over de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan de verklaringen die wij mede hebben ondertekend, en over de manier waarop de steun die de Europese Unie verleent aan bepaalde landen, vooral in de vorm van financiële hulp, wordt gebruikt.

Als we de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling voor 2015 willen verwezenlijken, moet de financiële hulp meer dan verdubbeld worden. Als belangrijke donor moet de Europese Unie toezicht uitoefenen op de wijze waarop deze hulp wordt gebruikt. Zij moet ervoor zorgen dat deze hulp niet wordt misbruikt door te worden ingezet voor andere doeleinden, en dat de ontvangende landen de mensenrechten eerbiedigen. Als de mensenrechten niet worden geëerbiedigd, dient de financiële steun te worden ingetrokken. Wanneer we echter verzuimen deel te nemen aan conferenties en ons niet op de hoogte stellen van het soort problemen dat zich voordoet bij de tenuitvoerlegging, dan kan onze hulp, die bedoeld is voor het aanschaffen van geneesmiddelen en het bouwen van scholen, in plaats daarvan worden gebruikt om wapens te kopen of om kindsoldaten te ronselen.

 
  
MPphoto
 
 

  Nirj Deva (PPE-DE).(EN) Mijnheer de Voorzitter, ik bedank de fungerend voorzitter en commissaris Ferrero-Waldner voor het uitstekende werk dat ze in de VN al hebben verricht. Ik had het voorrecht samen met mijn geachte collega de heer Rocard, de voormalige premier van Frankrijk, de delegatie naar de VN te mogen voorzitten.

We hebben Verenigde Naties nodig die de gedeelde waarden van gewone mensen uitdragen, en die deze ook verspreiden. We leven tegenwoordig in een mondiale markt vol beelden. De tsunami in Indonesië, de overstromingen in New Orleans en het terrorisme in Londen worden lokale gebeurtenissen: lokaal in mijn dorp, in mijn werkelijkheid, in mijn huis en onder mijn vrienden. Dit is ‘eenheid door diversiteit’, niet ‘one size fits all’. Hoe kunnen de VN in deze heerlijke nieuwe wereld bestaan en toch van betekenis zijn? De VN hebben geen wetgevende bevoegdheden. Ze vormen evenmin een wereldregering. Ze zijn slechts een organisatie die uitvoert. Het beste dat de Verenigde Naties is overkomen, is, achteraf gezien, dat de Verenigde Staten hun uitvoerende vermogen ineens serieuzer opvatten.

‘Business as usual’ is daarom niet langer een optie. De heren Ping en Annan hebben uitstekend werk verricht door het hervormingsproces in gang te zetten. Er wordt ook al uitstekend werk verricht door de gespecialiseerde agentschappen van de VN, zoals de WHO, het VN-ontwikkelingsprogramma, het Wereldvoedselprogramma, de IMO en de ICO, maar zelfs daar is ruimte voor een diepgaande kritische beoordeling om te bewerkstelligen dat ze waar voor hun geld leveren, en dat het management van de hoogste kwaliteit is.

Die organisaties functioneren misschien zoals zou moeten, maar het VN-proces zelf in New York doet dat niet. Dat moet veranderen. We moeten het proces in New York beperken en ons in plaats daarvan richten op de VN-agentschappen die eruit zijn voortgekomen. We moeten de beste praktijken op het gebied van bestuur en grote organisaties toepassen. Er moet een groep voor langetermijnplanning worden opgezet die crisissituaties ruim van tevoren moet voorspellen.

Armoede, ziekte, conflicten en wanhoop zijn vaak het gevolg van slecht nationaal bestuur. We moeten de capaciteit helpen vergroten, en we moeten hulp geven aan degenen die deze hulp verstandig weten te gebruiken.

Ik kan met genoegen melden dat het Europees Parlement, via de Commissie ontwikkelingssamenwerking, al heeft voorgesteld op de begroting een bedrag van circa 2 miljoen euro te reserveren voor zaken die snel effect hebben, en, na een bijeenkomst met de commissaris in New York, ook voor de Commissie voor Vredesopbouw.

Een effectief stelsel van internationaal bestuur en recht is een stelsel dat degenen die misdaden tegen de menselijkheid hebben begaan, voor het gerecht brengt. We hebben ook het recht om te beschermen. De VN-vredestroepen moeten beter worden opgeleid. Ze zouden uit hoofde van hoofdstuk VII van het VN-Handvest handhavende bevoegdheden kunnen krijgen om conflicten op te lossen.

Mijnheer de Voorzitter, dit is een uitstekend en heel belangrijk debat. Dank u wel.

 
  
MPphoto
 
 

  Jo Leinen (PSE).(DE) Mijnheer de Voorzitter, de VN-top is weliswaar niet mislukt, maar ik ben het eens met de vele collega’s die zeiden dat hij teleurstellend verlopen is. Dankzij de inzet van de Europeanen en vele ontwikkelingslanden heeft de top echter toch nog concrete resultaten opgeleverd. Laten we hopen dat de Algemene Vergadering in de komende maanden nog meer vooruitgang kan boeken.

De grootste teleurstelling is voor mij het gebrek aan toezeggingen op het gebied van wereldwijde ontwapening. De mensheid geeft jaarlijks 1 000 miljard euro uit aan bewapening en 60 miljard euro aan ontwikkelingshulp. Als iemand van een andere planeet naar onze aarde zou kijken, dan zou hij zeggen dat de mensheid zichzelf wil vernietigen in plaats van overleven. Daarom is mijn vraag aan de Commissie en de Raad: wat voor initiatieven ontplooien de Europeanen om het uitblijven van ontwapening – vooral met betrekking tot massavernietigingswapens – te compenseren? Verder vind ik het jammer dat de hervorming van de organen van de VN nauwelijks resultaat heeft opgeleverd. De rol van de secretaris-generaal is nauwelijks versterkt. De Algemene Vergadering heeft zichzelf niet kunnen hervormen, en de Veiligheidsraad is niets anders dan een anachronisme. Een verbazingwekkend feit in dit verband is dat de Afrikaanse Unie kennelijk beter functioneert dan de Europese Unie. De 53 Afrikaanse staten hadden concrete ideeën over de vraag welke landen van dat werelddeel zitting zouden moeten krijgen in de Veiligheidsraad. De Europeanen zijn het daarover niet met elkaar eens en hebben er wellicht toe bijgedragen dat de Veiligheidsraad niet verder kon worden uitgebreid. Daarom wil ik de Commissie en de Raad de volgende vraag stellen: wat doen de Europeanen om het uitblijven van resultaten op dit punt te verhelpen?

Mijn laatste punt is de democratisering van de VN. Na zestig jaar kan men dit niet alleen aan de regeringen blijven overlaten. We hebben behoefte aan een parlementaire component. De Interparlementaire Unie is leuk en aardig, maar zij volstaat niet. Een parlementaire vergadering is vroeg of laat noodzakelijk, omdat het maatschappelijk middenveld van de Unie in de VN een betere positie heeft dan de volksvertegenwoordigingen, en dat moet veranderen.

 
  
MPphoto
 
 

  Lapo Pistelli (ALDE). – (IT) Mijnheer de Voorzitter, geachte collega’s, mijn collega en vriend Lambsdorff heeft al namens de fractie gesproken en zich vrolijk gemaakt over mij, namens het liberale smaldeel, door te zeggen dat glas half vol is. Aan mij de taak, misschien omdat ik deel uitmaak van het democratische smaldeel van de fractie, te spreken over het halflege deel van de beker.

We zijn deze laatste weken allemaal getuige geweest van een paradox: er is een ongekende, groeiende aandacht in de wereld voor de rol van de VN en de rol van Europa. Er is een grote vraag, en toch gaat het elke keer als we de kans hebben aan deze groeiende verwachtingen te voldoen weer mis.

Het document dat wij in de Verenigde Naties hebben goedgekeurd was niet een document waarmee een discussie over de VN werd geopend; het was bedoeld om de resultaten ten uitvoer leggen van een debat dat al twee jaar gaande is. We weten echter dat tussen augustus en september enkele ingewikkelde thema’s van tafel zijn verdwenen, andere zijn alleen in principiële termen aan de orde geweest. Daar is het bij gebleven. Weer andere zijn uitgesteld tot een volgende onderhandelingsronde. Zo staan de zaken er op dit moment voor.

Geen enkele hervorming van de Veiligheidsraad, geen enkele vooruitgang in de verhouding tussen ontwapening en non-proliferatie, geen duidelijke veroordeling, maar alleen een vage omschrijving van terrorisme, een orgaan als de Raad voor de rechten van de mens dat alleen in theorie bestaat. Het nieuwe right to protect is voorgesteld als een grote stap vooruit, maar als je het zorgvuldig leest, blijkt dat de Veiligheidsraad steeds op basis van de omstandigheden van het geval zal oordelen, wat wil zeggen dat we terug zijn bij de situatie van voor Rwanda.

Er is niets veranderd: we hebben een beginsel vastgesteld, maar elke keer moeten we bepalen of het in dat concrete geval opgaat. Wat betekent dat alles? Dat we een kans hebben gemist, ook al zijn de millenniumdoelstellingen bekrachtigd. Het document lijkt een beetje op ons werk in Europa: er is geen crisis, de bureaucratie functioneert, we produceren documenten. We nemen duizenden beslissingen, maar vaak zijn dat niet de beslissingen die de burgers van ons verwachten en zijn we niet in staat de beslissingen te nemen die zij wél van ons verwachten.

Dat is ons probleem. Een document van vijfendertig pagina’s waar de moeilijkste problemen uit zijn geschrapt, dat is geen geslaagd document, dat is een document waarin de problemen zijn verdronken in een zee van woorden. Het enige wat ik wil zeggen is dat deze top heeft laten zien dat Europa mee moet tellen als politieke eenheid, als één enkele politieke eenheid waar we ons gewicht in handelstermen in de schaal kunnen leggen omdat we met één stem spreken. We hebben een rol in de wereld, maar als we in vijfentwintig stukjes verdeeld blijven hebben we die niet, of veel minder dan we denken.

We zitten midden in een reflectiepauze na de negatieve uitslag van de referenda – laten we ervoor zorgen dat deze reflectiepauze geen Mexicaanse siësta wordt. Laten we op tijd wakker worden.

 
  
MPphoto
 
 

  Raül Romeva i Rueda (Verts/ALE). (ES) Mijnheer de Voorzitter, geachte collega’s, laten we wel wezen: de top over de hervorming van de Verenigde Naties is een enorme teleurstelling voor al degenen in de wereld die in de organisatie en vooral in haar basisbeginselen geloven.

Inderdaad, het is al gezegd, de top eindigde met een aantal positieve verbintenissen, maar – en ook dat is al gezegd – een aantal kernpunten viel buiten de boot, zoals bijvoorbeeld de hervorming van de Veiligheidsraad.

De voorstellen van secretaris-generaal Kofi Annan waren goed en redelijk, maar bovendien urgent. Ze verdienden onze steun en daarom betreur ik – ik kan het niet anders zeggen – dat de Europese Unie is gezwicht voor de Amerikaanse druk en zo een potentiële historische kans heeft laten schieten.

Met name het gebrek aan engagement op het vlak van bevordering en versterking van de global governance op economisch, sociaal en milieugebied is zorgwekkend, maar dat geldt ook voor het schrappen van de conclusies in het hoofdstuk over ontwapening en non-proliferatie. Van een dringend noodzakelijk internationaal verdrag over wapens wordt evenmin gerept, en dat in een tijd dat wapenproliferatie een van de belangrijkste doodsoorzaken is in de wereld.

Daarom moet ik de Raad en de Commissie vragen om van nu af aan de moed en durf te tonen om deze beginselen te verdedigen door middel van concrete maatregelen en, zoals collega Schmidt al aangaf, een actieplan dat duidelijk omschrijft wat het standpunt van de Europese Unie in dezen dient te zijn, opdat de Unie niet nog eens toegeeft aan Amerikaanse druk.

 
  
MPphoto
 
 

  Tobias Pflüger (GUE/NGL).(DE) Mijnheer de Voorzitter, op dit moment wordt er gedebatteerd over de vraag hoe vol het glas is. Ik kan in alle oprechtheid zeggen dat er bijna niks in het glas zit, er is niks te drinken, en dat moet hier algemeen erkend worden.

Deze VN-top is volledig mislukt. De geplande doelstellingen zijn niet verwezenlijkt. Dat kan men zeer goed zien aan de veranderingen die de afsluitende resolutie heeft ondergaan. Als men bekijkt hoe deze er aan het begin uitzag, kan men zien dat er nu aan het einde nog maar een heel dun documentje van is overgebleven.

Toch ben ik over één punt tevreden, namelijk dat de resolutie niet is aangenomen. Mijn reden hiervoor is het voorstel van het panel op hoog niveau, dat aan Kofi Annan is voorgelegd. Het panel wilde voor de Verenigde Naties een concept van preventieve oorlogsvoering vastleggen, en op die manier zou het de grondidee van de Verenigde Naties kapot hebben gemaakt. Dit concept van preventieve oorlogsvoering is niet langer concreet aanwezig; er wordt alleen nog naar verwezen in paragraaf 92. Ik ben blij dat deze wijziging is doorgevoerd.

Mevrouw Ferrero-Waldner zei dat de Kosovo-oorlog dit min of meer in gang heeft gezet, maar daar ligt juist het probleem: die oorlog was in strijd met het internationaal recht en dat is nu precies wat we willen voorkomen. Het internationaal recht dient te worden nageleefd.

 
  
MPphoto
 
 

  Kathy Sinnott (IND/DEM).(EN) Mijnheer de Voorzitter, de Verenigde Naties zijn voortgekomen uit verschillende initiatieven om de landen van de wereld bij elkaar te brengen teneinde werkelijke vrede te bevorderen, door de waardigheid en waarde van het menselijk individu te erkennen, alsook de waarde van de gemeenschap te erkennen voor de bescherming van het individu, zowel op lokaal als op nationaal en mondiaal niveau. De VN hebben deze belangrijke opdracht meer dan zestig jaar lang op allerlei manieren vervuld. De afgelopen decennia is er echter toenemende kritiek op de manier waarop de VN hun werk doen, op de manier waarop ze hun geld besteden, en op het type resultaten dat ze al dan niet behalen.

De millenniumuitdaging is enorm, en er is een functionerende VN nodig om deze uitdaging het hoofd te kunnen bieden. Hervorming is niets om ons voor te schamen. Zelfs het netste huis heeft een voorjaarsschoonmaak nodig. Elke organisatie moet een stapje achteruit doen en haar methoden kritisch bekijken. Het voorbeeld van UNICEF is volgens mij een goed punt om te beginnen als we de dringende noodzaak van hervorming van de VN willen begrijpen.

UNICEF, het antwoord van de VN aan kinderen, is grotendeels gecreëerd door Jim Grant en is door hem geleid tot zijn dood in 1995. UNICEF heeft met zijn programma’s voor orale rehydratie, de bevordering van borstvoeding en primair onderwijs terecht het respect van landen en agentschappen over de hele wereld afgedwongen. UNICEF had voeling met de echte behoeften van echte kinderen. UNICEF leek de afgelopen tien jaar sinds de dood van de heer Grant echter niet een voertuig voor de bevorderingen van kinderen te zijn, maar voor een politieke agenda die zich richtte op vrouwenrechten. Die horen daar niet thuis. UNICEF is immers een agentschap voor kinderen.

Mevrouw Bellamy, die na de heer Grant leiding heeft gegeven aan UNICEF, is vorig jaar gedwongen ontslag te nemen. Alhoewel de kritiek toenam in de loop van de negen jaar dat zij in functie was, lieten de VN-structuren zoals deze zich hebben ontwikkeld, geen intern onderzoek van UNICEF toe. Alleen van buiten af, door een accumulatie van kritiek en een opkomend schandaal over de verwaarlozing van de kinderprogramma's, is zij uiteindelijk gedwongen terug te treden. Vorig jaar, tijdens het slotcrescendo, berichtten tijdschriften zoals The Lancet dat het verzuim van UNICEF een samenhangende strategie voor de overleving van kinderen te ontwikkelen, en de tekorten van UNICEF bijdroegen tot de dood van tien miljoen kinderen per jaar. Wanneer een organisatie zo'n algemeen bekend probleem tolereert, laat dat zien dat zij moet worden hervormd.

Er is niets oneervols aan hervormingen. Er is wel iets oneervols aan verzet tegen hervormingen die nodig zijn. Het succes zal pas komen wanneer we beseffen dat de Verenigde Naties een ideaal zijn dat moet worden gekoesterd, en wanneer we beseffen dat we een efficiënte organisatie nodig hebben die deze idealen kan dienen.

 
  
MPphoto
 
 

  Koenraad Dillen (NI). – Voorzitter, "le Machin" zei Generaal de Gaulle over de Verenigde Naties. Vandaag nu de 60ste verjaardag van de VN op een opvoering van "Shakespeare's Much Ado About Nothing" lijkt te zijn uitgedraaid, mogen we ons terecht afvragen of het Frans staatshoofd van weleer zijn gevleugelde woorden vandaag niet gewoon zou herhalen? Inderdaad, wekenlang werd er onderhandeld over een 35 bladzijden lang document dat uiteindelijk, laat ons een kat een kat noemen, niet veel meer is dan een vage intentieverklaring.

60 jaar na haar oprichting wordt al weer duidelijk de zwakheid van de VN aangetoond. De VN mensenrechtencommissie, zo gediscrediteerd doordat landen als Cuba, Zimbabwe en Soedan er deel van mogen uitmaken, wordt vervangen door een mensenrechtenraad. De tekst zegt evenwel niets over de samenstelling van deze nieuwe instelling of over maatregelen om dergelijke landen uit te sluiten. Terwijl alle landen het terrorisme afwezen, bereikten ze geen akkoord over de definitie van terrorisme.

Ook kwam er geen consensus tot stand over de principes voor de niet-verspreiding van nucleaire wapens en last but not least kwam er geen noodzakelijke hervorming van de Veiligheidsraad die alweer vooruit geschoven werd. In dat kader is het ook werkelijk hallucinant, om maar een voorbeeld te noemen, dat Japan 19 procent van de kostprijs van de VN vredesoperaties financiert en zelf zelfs geen inspraak heeft in een besluitvorming daaromtrent. Een democratischer antwoord is anders, mag men zeggen.

 
  
MPphoto
 
 

  Enrique Barón Crespo (PSE). (ES) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de fungerend voorzitter van de Raad, mevrouw de commissaris, dames en heren, de ambitieuze uitdaging van de Millenniumtop betrof de mondialisering, mensenrechten, en vrede en welvaart voor alle mensen. We kunnen constateren dat de top erin is geslaagd de pogingen tot ontmanteling van de Verenigde Naties af te remmen, en ook, ondanks de vele tekortkomingen, vooruitgang heeft geboekt.

En, Voorzitter, ik wil ook graag een van die successen noemen: het initiatief van secretaris-generaal Kofi Annan, die het voorstel van de Spaanse regeringsleider, de heer Rodríguez Zapatero, en de eerste minister van Turkije, de heer Erdogan, heeft overgenomen. Wat we hier vanochtend hebben gezien, toont aan hoe belangrijk dat initiatief over de alliantie van beschavingen is.

Voorzitter, ik rond af met het volgende: we moeten er ook rekening mee houden dat de Europese Unie op dit moment geen lid is van de Verenigde Naties, maar wel een belangrijk lid van de WTO. Dat is een uitdaging die we ruimhartig en in een multilaterale geest moeten aangaan.

 
  
MPphoto
 
 

  Paul Marie Coûteaux (IND/DEM).(FR) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, wat moest gebeuren, is dus gebeurd. Er heeft geen echte hervorming van de VN plaatsgevonden, en Europa krijgt geen zetel in de Veiligheidsraad, iets waar iedereen het zwijgen toe doet terwijl het, laten we eerlijk zijn, nu net was waarop de Unie bij deze top het meest gehoopt had.

Een van de gevolgen van deze mislukking is dat de Europese Unie – die overigens net zomin als het een gemeenschappelijk buitenlands beleid heeft, een minister van Buitenlandse Zaken zal hebben – een soort internationaal forum blijft zonder externe zichtbaarheid. Dat alles was overigens volkomen duidelijk, ondanks de harmonieuze woorden die zojuist tot ons gericht werden door mevrouw Ferrero-Waldner, die zich trouwens wel in het Frans had kunnen uitdrukken aangezien ze op Frans grondgebied spreekt; hoe dan ook, ze luistert niet naar me, maar dat is haar wel toevertrouwd.

Als de Europese ‘machine’ iets realistischer was geweest over haar eigen gewichtigheid, hadden we niet zo lang in het luchtledige hoeven discussiëren over de zogenaamde Europese zetel, een illusie die zal belanden op de dikke stapel illusies die eveneens aan diggelen zijn gevallen. Maar laten we toch even stilstaan bij deze mislukking, want zij zou ons moeten waarschuwen – zoals de geflopte grondwet of beter gezegd de Europese afbraakwet dat op grotere schaal heeft gedaan – voor de beperkte ruimte die we hebben voor de verwezenlijking van onze ambities. De onmogelijkheid om de VN te hervormen, die voorspelbaar was en die wij ook daadwerkelijk hebben voorspeld tijdens onze eerdere speeches over dit onderwerp, lag als zodanig besloten in de voorwaarden voor internationaal optreden.

Wat ten grondslag ligt en altijd zal liggen aan het internationale gemeenschapsleven is de voorrang die wordt gegeven aan de nationale soevereiniteit. Terwijl binnen de lidstaten wetten voor iedereen kunnen gelden en er legitieme dwangmiddelen bestaan om relaties tussen mensen vreedzamer te maken, is er daarentegen binnen de internationale rechtsorde geen legitieme scheidsrechter, en die zal er ook nooit zijn, of het nu gaat om een internationale organisatie of een lidstaat die als enige garant kan staan voor vrede tussen de landen. Want als ze te maken krijgen met een arbitrale en in feite almachtige staat, zullen de andere lidstaten – net als wanneer ze te maken hebben met welke supranationale organisatie dan ook – nooit hun eigen belangen, hun eigen persoonlijkheid en, nogmaals, hun soevereiniteit uit het oog verliezen, zoals mijn collega Hélène Goudin reeds zei.

Dat betekent niet per definitie dat de wereld een jungle is, het betekent simpelweg dat vrede louter gebaseerd is op het evenwicht tussen landen en groepen landen en dat het internationaal recht slechts vanaf de zijlijn het natuurlijke machtsspel kan reguleren tussen landen die, hoe vredelievend ze zich ook voordoen, harteloze monsters blijven en altijd zullen berekenen wat hun macht is.

Moge dit dus een les voor ons zijn: het multinationale kader kan bepaalde zaken bewerkstelligen maar alleen daar waar landen om de een of andere wonderbaarlijke reden belangen gemeen hebben. Moge het realisme ons de ogen openen, zodat we eindelijk beseffen hoe nauw de marges waarbinnen ons handelen zich voltrekt van nature zijn.

 
  
MPphoto
 
 

  Miguel Angel Martínez Martínez (PSE). (ES) Voorzitter, ik zal me beperken tot zes opmerkingen.

Ten eerste wil ik mijn onvrede uitspreken over de houding van de Amerikaanse regering. De Verenigde Staten hebben de Verenigde Naties in het algemeen en deze vergaderingen in New York in het bijzonder willen torpederen. Ze hebben dat willen doen door Bolton te benoemen tot VN-ambassadeur van de Verenigde Staten en door 750 amendementen in te dienen op de definitieve ontwerptekst waarover de internationale gemeenschap na vele inspanningen en lange onderhandelingen overeenstemming had bereikt, teneinde de tekst volledig uit te hollen.

En de ironie wil dat als de Amerikanen dan eindelijk een paar concessies moeten doen, men zich uitput in gelukwensen en dankbetuigingen, omdat ze hun laatste remake van ‘Apocalypse now’ niet in extremis hebben doorgevoerd.

Ten tweede erken ik dat de Europese Unie tijdens de top een relatief waardige, positieve rol heeft gespeeld. De Unie heeft bovendien efficiëntie aan den dag gelegd, doordat de lidstaten gecoördineerd en eensgezind te werk zijn gegaan.

Dat blijkt vooral – en dat is mijn derde punt – uit wat beslist het grootste succes van de top in New York is geweest: er zijn inzake de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling geen stappen terug gedaan, ondanks de pogingen van enkelen om de klok terug te draaien. De Europese Unie heeft zich standvastig opgesteld, en in ieder geval is bereikt dat het tijdschema en de afspraken die vijf jaar geleden werden vastgelegd van kracht blijven.

Ten vierde valt de mislukking van de broodnodige hervorming van de Verenigde Naties te betreuren. Dit punt is even illustratief als het vorige, maar dan in negatieve zin. Onze lidstaten kwamen met verschillende standpunten, en de Unie bleek niet in staat zich te profileren: de Unie kon geen standpunt formuleren of enige invloed uitoefenen en is daarmee medeverantwoordelijk voor het echec.

Ten vijfde zijn we verheugd dat de top haar goedkeuring heeft gehecht aan de strategie van een alliantie tussen beschavingen die Kofi Annan heeft onderschreven, waarmee hij zich schaart achter een bij uitstek Europees initiatief, dat het voorstel was van de eerste ministers van Spanje en Turkije.

En mijn zesde punt: al met al zijn we blij dat Europa heeft kunnen helpen om het schip van de Verenigde Naties drijvende te houden en te redden van de schipbreuk die enkelen voor de organisatie in petto hadden. Maar ervoor zorgen dat de Verenigde Naties het hoofd boven water kunnen houden volstaat niet, de organisatie moet hoognodig weer gaan meespelen. Dat is het doel dat de Europese Unie moet nastreven, maar dat lukt niet als ook onze Unie maar net het hoofd boven water weet te houden.

Ik rond af met een uitspraak van een Afrikaans politicus: ‘Deze wereld stemt niet tot vrolijkheid en is vaak ronduit weerzinwekkend, maar je moet er niet aan denken wat hij zou zijn als Europa niet optrad als factor van rationaliteit, evenwicht, een zekere samenhang, en soms ook solidariteit.’

 
  
MPphoto
 
 

  Inger Segelström (PSE). – (SV) Mijnheer de Voorzitter, leden van de Raad, mevrouw de commissaris, collega’s, dames en heren, op de VN-top werd duidelijk dat er behoefte is aan samenwerking in de bestrijding van terrorisme, klimaatveranderingen, internationale misdaad, migratie en massavernietigingswapens, en dat er meer samenwerking nodig is in plaats van minder. De Commissie voor Vredesopbouw heeft veel ruimte gekregen. Het Europees Parlement heeft nu de mogelijkheid om daar een vervolg aan te geven. Na het initiatief van de Zweedse minister van Buitenlandse Zaken, waarbij dertien vrouwelijke ministers van Buitenlandse Zaken en ook commissaris Ferrero-Waldner betrokken waren, moeten wij nu ons standpunt bepalen over de vredesopbouw. We moeten daar meer vrouwen bij zien te betrekken, ten minste één vrouw per man, zodat mannen en vrouwen zich door de gelijke vertegenwoordiging beter kunnen inzetten. En waarom is dat zo belangrijk? Wel, omdat in moderne oorlogen en conflicten een grote meerderheid van onschuldige vrouwen en kinderen het slachtoffer is. Tijdens de overgang van een conflict naar duurzame vrede zijn alle middelen en civiele oplossingen nodig. Hoe geven we hieraan nu een vervolg in de EU? Tijdens de discussie over de millenniumdoelstelling werd duidelijk dat de donorlanden ruimhartiger moeten zijn. Het was dan ook zeer verheugend dat we dit weekend bericht kregen dat de schuld van achttien landen is kwijtgescholden. Ik betreur het dat alleen Zweden en vier andere landen het hulppercentage van 0,7 halen; daar moet verbetering in komen. In 2000 heeft Zweden de 1 procent gehaald. Met wat wij hier in de EU schenken, moeten we dat glas gemakkelijk kunnen vullen.

 
  
MPphoto
 
 

  Manuel António dos Santos (PSE) .(PT) Ik heb als vertegenwoordiger van het Europees Parlement deelgenomen aan de tweede wereldconferentie van parlementsvoorzitters. Deze door de Interparlementaire Unie georganiseerde conferentie is op 7, 8 en 9 september in New York gehouden.

In mijn toespraak tot de 145 aanwezige delegaties heb ik de recente standpunten van het Europees Parlement met betrekking tot de hervorming van de Verenigde Naties en de inzet voor de millenniumontwikkelingsdoelen nogmaals bevestigd. Mijn boodschap kreeg extra weerklank vanwege het feit dat alle resoluties van het Europees Parlement over deze kwesties reeds onder de nationale en regionale politieke delegaties waren verspreid.

Met betrekking tot de hervorming van de Verenigde Naties heb ik de gedelegeerden verzekerd dat het Parlement de standpunten van de secretaris-generaal van de VN onvoorwaardelijk steunt. Ook wij menen dat de veiligheid in de wereld uit de aard der zaak onlosmakelijk verbonden is met economische en sociale ontwikkeling, respect voor de mensenrechten en milieubescherming. Ik heb er verder op gewezen dat de pogingen om de samenstelling van de Veiligheidsraad te veranderen moeten worden voortgezet. Ik geloof dat de EU uiteindelijk een permanente zetel dient te krijgen, en dat er zo snel mogelijk nieuwe zetels moeten worden gecreëerd om de vertegenwoordiging van nieuwe landen en opkomende regio’s mogelijk te maken.

Mijn laatste boodschap aan de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties luidde dat een hervorming van de werkwijzen van deze instelling niet het einde van het verhaal mocht zijn. De Verenigde Naties zullen uiteindelijk over een parlementaire vergadering moeten kunnen beschikken.

Ik wilde met dit korte verslag bijdragen tot dit debat. Het kan verder gelden als het verslag van de missie dat ik gehouden ben ten overstaan van dit Parlement af te leggen.

 
  
MPphoto
 
 

  Douglas Alexander, fungerend voorzitter van de Raad. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, dank u voor de gelegenheid op dit debat te reageren. Ik bedank de leden van het Parlement voor hun inzichtvolle vragen en kritische opmerkingen. Ik zal proberen in mijn slotopmerkingen in te gaan op zo veel mogelijk van uw punten.

Tijdens de Millennium Review Summit 2005 zijn onze staatshoofden en regeringsleiders en die van nog eens 166 landen ingegaan op de door de heer Kofi Annan gestelde uitdaging de Verenigde Naties te hervormen teneinde deze efficiënter, effectiever en ook van meer betekenis te maken voor de uitdagingen van vandaag. Het slotdocument van de top moet, om de discussie te kenschetsen die we vanmiddag voeren, niet worden gezien als een glas dat half leeg is, maar in plaats daarvan als wat ik denk dat het is, namelijk een helder mandaat tot verdere verandering. Ik denk dat we allemaal de mening delen dat een sterkere, effectievere Verenigde Naties met passende middelen de enige manier is om mondiale stabiliteit en welvaart te garanderen in deze wereld waarin we allemaal afhankelijk zijn van elkaar.

De Europese Unie heeft op 17 september in haar verklaring tegenover de Algemene Vergadering gesteld: “Zonder gedeelde inspanning om de realisering van de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling te versnellen, gaan zowel rijke als arme landen een toekomst van grotere instabiliteit tegemoet. Wanneer de VN er niet in slagen het gevaar van terrorisme en proliferatie af te wenden, brengt dit de welvaart van zowel de ontwikkelingslanden als de ontwikkelde wereld in gevaar. De Verenigde Naties mogen geen forum zijn waar landen hun eigen agenda kunnen bevorderen, maar moeten een forum zijn waar de internationale gemeenschap gemeenschappelijke optredens kan afspreken ten voordele van alle mensen op aarde.”

Dit lijkt me de juiste context voor het bespreken van een aantal van de belangrijke punten die vandaag door leden van dit Parlement naar voren zijn gebracht. De heren Millán Mon, Lambsdorff en Schmidt hebben de kwestie van de uitbreiding van de Veiligheidsraad naar voren gebracht. De partners van de Europese Unie zijn het er weliswaar over eens dat de Veiligheidsraad moet worden hervormd, maar het geval wil dat er binnen de Europese Unie geen consensus is over het gewenste model. Wat betreft de verwante vraag of de Europese Unie een zetel in de Veiligheidsraad zou moeten hebben, herinner ik de leden van dit Parlement er met alle respect aan dat het Handvest van de Verenigde Naties heel duidelijk is op dit punt: het Handvest staat uitsluitend toe dat individuele lidstaten een zetel in de Veiligheidsraad hebben, maar staat niet toe dat regionale organisaties er een hebben. Er is daarom geen sprake van één EU-zetel in de Veiligheidsraad.

Mevrouw Kinnock heeft ruim eer bewezen aan het werk dat is verricht. Zij heeft, vind ik, een nauwkeurig beeld geschilderd van de vooruitgang die is geboekt, al moet er nog veel meer werk worden verricht. Haar bijdrage is voor mij een mooie aanleiding om niet alleen mijn waardering uit te spreken voor de onvermoeibare inspanningen die zij zo vele jaren heeft geleverd met betrekking tot deze agenda (zowel voordat zij in het Parlement kwam als daarna), maar ook mijn waardering voor de ervaring en expertise van zo vele andere leden van dit Parlement, die in mijn ogen de discussie van de Europese Unie over deze vraagstukken, maar ook de stem van Europa in internationale fora hebben verrijkt. Het zal mevrouw Kinnock niet verbazen dat ik inderdaad achter de verwijzingen naar de noodzaak van vernieuwende financieringsmechanismen voor de verwezenlijking van de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling sta.

Haar andere specifieke vraag, of lidstaten al beginnen terug te komen op de toegezegde omvang van hun hulp, kan ik categorisch met ‘nee’ beantwoorden. De 25 lidstaten hebben zich verplicht tegen 2010 collectief minstens 0,56 procent van het BNI aan hulp te besteden, en, in het geval van de EU-15, tegen 2015 allemaal minstens 0,7 procent van hun BNI. Zoals ik heb gezegd op het partijcongres waar ik een paar dagen geleden heb gesproken, konden velen van ons die lang naar deze doelstelling hebben gestreefd, er een paar jaar geleden nog slechts van dromen dat vijftien landen binnen Europa zo'n toezegging zouden doen.

De Europese Unie heeft deze toezegging opnieuw bevestigd in de verklaring die zij op de Millennium Review Summit heeft afgelegd. De Commissie en de Raad zullen jaarlijks toezien op de voortgang. Het is van groot belang dat er garanties zijn. Ik wil er ook op wijzen dat de Europese Unie op weg is de in 2002 vastgestelde doelen voor 2006, te weten 0,39 procent van het EU-gemiddelde, te overschrijden. Er is op dit moment geen reden waarom we dit niet opnieuw zouden doen.

Het volgende punt is door de heer Portas naar voren gebracht. Ik ben het volstrekt oneens met de mening over de Verenigde Staten die hij heeft geuit.

Over het specifieke punt van de non-proliferatie wil ik echter de volgende dingen duidelijk maken. Het is belangrijk te bedenken dat we allemaal de teleurstelling delen van veel lidstaten van de Verenigde Naties, en eigenlijk ook van veel leden van dit Parlement, waaronder de heer Leinen, over het gebrek aan internationale inzet voor non-proliferatie, dat blijkt uit het uiteindelijke onvermogen van de staten het eens te worden over een paragraaf over deze onderwerpen. Ik kan u allen verzekeren dat ik vandaag weliswaar spreek namens het voorzitterschap, maar dat het Verenigd Koninkrijk, zowel nationaal als in andere fora waar het de Europese Unie als voorzitter heeft vertegenwoordigd, onvermoeibaar en letterlijk tot de laatste minuut heeft gewerkt om op de Millennium Review Summit een zo goed mogelijk resultaat te bereiken op het gebied van de non-proliferatie en ontwapening. Ik kan dit Huis ook verzekeren dat we, teneinde dit tekort te ondervangen, zullen blijven zoeken naar verstandige en pragmatische oplossingen die het nucleaire non-proliferatieregime zullen verbeteren.

Ik kom nu op de vragen van de heer Guardans Cambó. Ik wil met alle respect zeggen dat de kleinere landen van de Europese Unie in de aanloop naar de Millennium Review Summit wel degelijk een belangrijke rol hebben gespeeld in het formuleren van de gedeelde standpunten van de Europese Unie. Het doet de bijdrage van diverse andere landen dan de grotere lidstaten van de Europese Unie geen recht wanneer iets anders wordt gesuggereerd.

Mevrouw Vaidere heeft vervolgens gevraagd of er een rol is weggelegd voor een nieuwe internationale organisatie ter vervanging van de Verenigde Naties. Ik wil, opnieuw met alle respect, zeggen dat ik me niet kan vinden in dit voorstel. Ikzelf en enkele leden van dit Parlement hebben vandaag duidelijk gemaakt dat de uitdaging juist is concreet vorm te geven aan de woorden die we een paar dagen geleden tijdens de Millennium Review Summit van de Verenigde Naties zijn overeengekomen, en dat we ervoor moeten zorgen dat de overige woorden die nu op papier staan, in de komende weken en maanden kunnen worden vertaald in verdere actie.

Mevrouw Belohorská heeft vragen aan de Commissie gesteld over de vervolgtop in Peking. Ik kan haar mededelen dat de Europese Unie niemand naar de onofficiële conferentie op 29 augustus en 1 september in Peking heeft gestuurd. De tiende verjaardag van de Verklaring van Peking en het Actieplatform is in de VN-Commissie inzake de positie van de vrouw in maart 2005 herdacht. Bij die gelegenheid was de Europese Unie vertegenwoordigd door de Luxemburgse minister voor gender equality.

De heer Deva heeft een krachtig pleidooi gevoerd voor grotere efficiency en effectiviteit in het functioneren van de Verenigde Naties. Ik denk dat we het er vandaag in dit Parlement algemeen over eens zijn dat nu verdere actie moet worden ondernomen.

De heer Pistelli is teleurgesteld over de – zoals hij het beschreef – ietwat fragmentarische aard van de vooruitgang. Hij heeft daarom gevraagd op welke gebieden de Europese Unie kan bewerkstelligen dat meer vooruitgang wordt geboekt, gelet op de beperkingen van het slotdocument van de top. Ik kan hem de volgende garanties geven. We moedigen gesprekspartners, waaronder de heer Kofi Annan, aan snel verder te gaan met de hervormingen die voor ons belangrijk zijn, maar die niet in het uiteindelijke slotdocument van de top zijn opgenomen of die niet op bevredigende wijze zijn verwoord. Met name op het punt van het management, waarover vandaag in dit debat veel is gezegd, heeft de heer Kofi Annan in het slotdocument van de top opdracht gekregen om in het eerste kwartaal van 2006 verdere hervormingen van de organisatie en het secretariaat van de VN voor te stellen. We hebben er bij de secretaris-generaal al op aangedrongen met vergaande voorstellen te komen, vooral in de nasleep van het olie-voor-voedselschandaal, aangezien het belangrijk is dat zulke stappen worden genomen.

De Europese Unie staat achter de sterke veroordeling van terrorisme in het slotdocument van de top, iets dat eveneens door enkele leden van dit Parlement ter sprake is gebracht, en zij staat ook achter de oproep in het document tot een effectieve VN-strategie om terrorisme tegen te gaan. We zijn echter van mening dat de tekst niet ver genoeg gaat.

De Verenigde Naties praten al bijna tien jaar over een mondiale conferentie over terrorisme die een definitie van terrorisme moet opstellen. We willen dat in eenduidige bewoordingen overeenstemming over die definitie wordt bereikt. Zo'n definitie zou er geen twijfel over laten bestaan wat een terroristische daad is, en wat niet, en dat zulke daden volstrekt onaanvaardbaar zijn.

Tot slot wil ik nog een andere specifieke opmerking maken. We zijn het helemaal met de secretaris-generaal van de VN eens dat het ontbreken van een paragraaf over non-proliferatie en ontwapening in het slotdocument van de top een grote teleurstelling is. De Europese Unie heeft letterlijk tot het laatste moment geprobeerd overeenstemming over deze belangrijke onderwerpen tot stand te brengen. Ondanks deze tegenslag, verzeker ik u opnieuw dat de Europese Unie kansen zal blijven zoeken om het non-proliferatieregime in alle relevante fora te versterken.

De heer Romeva i Rueda heeft zijn teleurstelling over de Veiligheidsraad geuit. Ik heb het daar al over gehad. We delen echter zijn teleurstelling over het uitblijven van vorderingen met een internationaal verdrag inzake wapenhandel. Nogmaals, ik ben me ervan bewust dat ik dit Parlement vandaag toespreek als vertegenwoordiger van het voorzitterschap en niet als vertegenwoordiger van een specifieke lidstaat. Ik kan hem echter verzekeren van onze verdere inzet voor deze zaak, niet het minst omdat mijn eigen partij onlangs in het Verenigd Koninkrijk is herkozen op grond van de expliciete toezegging in het verkiezingsprogramma dat we vorderingen zullen proberen te maken met een verdrag inzake wapenhandel.

Mevrouw Sinnott zei dat zelfs het netste huis soms een voorjaarsschoonmaak nodig heeft. Ik ben het er zeker mee eens dat hervormingen een werkelijke bijdrage kunnen leveren aan de verwezenlijking van de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling. Daarom zijn we ook zo vastbesloten de woorden van september in de komende weken en maanden om te zetten in daden.

De heer Dillen citeerde generaal Charles de Gaulle. Ik had even de neiging in dezelfde stijl te antwoorden, maar ik zal de verleiding weerstaan en dat een andere keer doen. Hij bracht verder opnieuw de kwestie van de uitbreiding van de VN-Veiligheidsraad ter sprake. Ik heb het standpunt van het voorzitterschap hierover al uitvoerig besproken.

De heer Barón Crespo bracht een onderwerp ter sprake waarvan ik, eerlijk gezegd, had verwacht dat we er vandaag in het debat meer over zouden hebben gehoord, namelijk het centrale karakter van de onderhandelingen in de Wereldhandelsorganisatie, die al over tien werkweken aanvangen, om de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling te verwezenlijken. Het is moeilijk het belang te overschatten van de uitdaging waar Europa, de Verenigde Staten en de andere vertegenwoordigers van de Wereldhandelsorganisatie samen voor staan, niet alleen wanneer ze in Hong Kong arriveren, maar ook in de weken daaraan voorafgaand. Er bestaat eenvoudig geen twijfel over dat 2005 nu al de geschiedenis in gaat als een jaar van vooruitgang op het gebied van de schuldenverlichting en groei van de hulpstromen, om alle redenen die ik heb beschreven. Europa heeft nu opnieuw de gelegenheid om het potentiële leiderschap te laten zien dat binnen zijn bereik ligt, en actief en ambitieus verder te gaan om ervoor te zorgen dat in Hong Kong juist aan de ontwikkelingsdimensie van de oorspronkelijke Verklaring van Doha uitdrukking wordt gegeven. Ik heb in dat opzicht moed geput uit de opmerkingen die de heer Pascal Lamy vorige week heeft gemaakt tijdens zijn eerste persconferentie als secretaris-generaal van de WTO. Ik ben namelijk van mening dat we de vooruitgang die veel leden van dit Parlement volgens mij begin december willen zien, alleen zullen boeken wanneer we in Hong Kong duidelijk zijn over de ontwikkelingsdimensie van de Doha-ronde.

De heer Coûteaux bracht het onderwerp van een zetel in de Verenigde Naties naar voren. Ik ben daarop al ingegaan. De heer Martínez Martínez had het over de Verenigde Staten. Ik hoop dat ik in mijn bijdrage ter afronding van dit debat al duidelijk heb gemaakt dat ik met enige opluchting namens het voorzitterschap van de Europese Unie spreek, en niet namens een specifieke regering. Ik laat het daarom aan anderen over de daden te verantwoorden van degenen buiten de Europese Unie.

Mevrouw Segelström bracht de kwestie van het terrorisme en de noodzaak van meer samenwerking ter sprake, iets waar ik het volmondig mee eens ben, en dat we in dit Parlement heel duidelijk hebben horen verwoorden toen de heer Clarke, de minister van Binnenlandse Zaken van het Verenigd Koninkrijk, in een krachtig pleidooi verklaarde dat we terrorisme niet effectief kunnen tegengaan door dikkere of hogere muren te bouwen, maar door verdergaande en bevredigendere samenwerking tussen de lidstaten van de Europese Unie. Mevrouw Segelström heeft ook een belangrijke opmerking gemaakt over de vertegenwoordiging van de seksen op hoog niveau tijdens de Millennium Review Summit van de Verenigde Naties. Ik erken zeker het belang van deze opmerking, maar ik wil aanvoeren dat de commissaris misschien beter gekwalificeerd is om deze vraag te beantwoorden dan ik.

De laatste bijdrage was van de heer Dos Santos. Hij lichtte zijn aanwezigheid toe bij een belangrijke internationale bijeenkomst die voorafging aan de Millennium Review Summit. Ik wil deze gelegenheid nogmaals aangrijpen om de oprechte dank over te brengen van niet alleen de Commissie, denk ik, maar zeker ook van het fungerend voorzitterschap, voor de onvermoeibare inspanningen die veel leden van dit Parlement hebben geleverd om tot de resultaten te komen die tijdens de Millennium Review Summit van de Verenigde Naties zijn bereikt.

Ik begrijp volkomen dat er een zekere teleurstelling heerst dat het document van de top uiteindelijk niet zo ver gaat als velen van ons hadden gewild, maar ik ben er absoluut van overtuigd dat we de vooruitgang die we in New York hebben geboekt, niet zouden hebben geboekt zonder het effectieve optreden van leden van de Europese Unie. Daarop mogen we, denk ik, samen terecht trots zijn.

 
  
MPphoto
 
 

  Benita Ferrero-Waldner, lid van de Commissie.(EN) Mijnheer de Voorzitter, ik zal het kort houden en mij beperken tot de opmerking dat wij blij waren dat er een parlementaire delegatie in New York was. Ik dank mevrouw Kinnock en de heren Deva en Lambsdorff voor hun aanwezigheid daar. Ik moet zeggen dat dat heel gunstig was, omdat u daardoor zelf zowel de positieve als de nogal negatieve kanten van deze millenniumtop hebt kunnen meemaken.

Velen van u hebben al gezegd dat je het glas als half vol of half leeg kon beschouwen. Het was een gemengd beeld, maar ik denk dat het heel belangrijk was dat de millenniumtop eindigde met een verklaring waarop we kunnen voortbouwen. Dat is het allerbelangrijkste.

Omdat ik de VN ken – ik was in 1994 en 1995 chef de protocol van Boutros Boutros-Ghali – weet ik dat deze organisatie slechts zo goed kan zijn als de afzonderlijke lidstaten, en dan met name de lidstaten die bereid zijn compromissen te sluiten. Er zijn 191 lidstaten en het is dus voor een Europese Unie met 25 lidstaten en een aantal geassocieerde lidstaten met dezelfde standpunten niet eenvoudig om een onderwerp op de agenda te krijgen. De Europese Unie heeft het uitstekend gedaan en dit is ook erkend door secretaris-generaal Kofi Annan en vele anderen.

Het is waar dat we in de Mensenrechtenraad, zoals ik helemaal aan het begin al zei, niet alles hebben bereikt, bijvoorbeeld wat betreft de definitie van terrorisme. Laat ik hier wat nader op ingaan. Ik denk dat de duidelijke en onvoorwaardelijke veroordeling door alle regeringen van terrorisme in al zijn varianten en verschijningsvormen, door wie of waar de terroristische daad dan ook gepleegd wordt, een zeer belangrijk element is, en deze veroordeling betekent ook een krachtige duw in de goede richting, aangezien er over dit akkoord bijna tien jaar is onderhandeld. Er is zelfs een goede kans dat dit akkoord nog in deze Algemene Vergadering, voor het einde van het jaar kan worden afgesloten. Als dat lukt is dat nóg een positief resultaat.

Ten aanzien van vrouwenzaken kan ik u zeggen dat ik ‘s avonds het diner van het vrouwennetwerk heb bijgewoond. Ik ben minister van Buitenlandse Zaken geweest, maar nu ben ik commissaris voor externe betrekkingen. Het is uiterst belangrijk om het andere deel van de bevolking, dat niet altijd op de juiste wijze wordt vertegenwoordigd, niet uit het oog te verliezen en daarom denken wij dat vrouwen een bijzondere bijdrage kunnen leveren aan vrede en vredesopbouw, iets waarop we in het bijzonder de nadruk hebben gelegd.

Ik wil er ook graag op wijzen dat de kwesties die we vandaag hebben behandeld – en de kwestie van dialoog en van een alliantie van beschavingen en culturen – een buitengewoon belangrijk onderwerp vormen. Het is al langere tijd aan de orde, maar is nu als een nieuw concept behandeld en wij zullen zeker op basis van dit concept werken en samenwerken omdat het mensen in het algemeen weer tot het besef kan brengen dat tolerantie ten aanzien van religieuze beschavingen noodzakelijk is, maar dat we tegelijkertijd gemeenschappelijke waarden hebben.

Samenvattend kan ik u zeggen dat de EU de natuurlijke partner is van de Verenigde Naties. Beide organisaties zijn vanuit dezelfde ervaring ontstaan, namelijk de ervaring van oorlog, en zijn gebaseerd op dezelfde overtuiging dat gezamenlijk optreden veel beter is dan alleen optreden, zelfs al moeten we soms compromissen sluiten om verder te komen. Van onze kant is er een zeer sterke wil om verder te gaan, met een uitstekende voorzitter van de Algemene Vergadering.

 
  
MPphoto
 
 

  Alexander Lambsdorff (ALDE).(DE) Mijnheer de Voorzitter, ik had de Commissie en de Raad gevraagd wanneer het Parlement de samenvoeging van de vertegenwoordigingen van de Commissie en de Raad in New York en bij andere kantoren van de Verenigde Naties mag verwachten, teneinde te komen tot meer samenhang in de vertegenwoordiging van de Unie bij de Verenigde Naties. Ik zou het op prijs stellen als de Raad en de Commissie hierop zouden willen ingaan.

 
  
MPphoto
 
 

  Benita Ferrero-Waldner, lid van de Commissie. (DE) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer Lambsdorff, u weet net zo goed als ik dat er nog geen vooruitgang is geboekt met betrekking tot de Grondwet en dat deze nog niet is geratificeerd. Ondertussen is er in New York een secretariaatsbureau van de Raad. De Commissie heeft de status van waarnemer bij de Verenigde Naties, en we werken zeer nauw samen. Op dit moment wordt een fusie van de twee echter niet voorzien.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. – Tot besluit van het debat zijn er zes ontwerpresoluties ingediend, overeenkomstig artikel 103, lid 2 van het Reglement.(1)

Het debat is gesloten.

De stemming vindt op donderdag 29 september 2005 om 12.00 uur plaats.

(De vergadering wordt om 18.10 uur onderbroken en om 18.35 hervat)

 
  
  

VOORZITTER: MANUEL ANTÓNIO DOS SANTOS
Ondervoorzitter

 
  

(1)Zie notulen.

Juridische mededeling - Privacybeleid