Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Debatten
Woensdag 28 september 2005 - Straatsburg Uitgave PB

25. Vragenuur (vragen aan de Raad)
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. Aan de orde is het vragenuur (B6-0331/2005). Wij behandelen een reeks vragen aan de Raad.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter.

Vraag nr. 1 van Marie Panayotopoulos-Cassiotou (H-0659/05):

Betreft: De problematiek van afval en afvalverwerking

Kan de Raad mededelen of er voor de lidstaten een bindende verplichting bestaat om afval per soort te verzamelen?

Hoe beoordeelt hij de huidige praktijk in de lidstaten, met name op het gebied van inzameling, vernietiging en recyclage van chemisch, toxisch, smeermiddelen- en radioactief afval?

Acht hij het noodzakelijk meer ruchtbaarheid te geven aan deze problematiek en gelijkaardige acties te financieren die de bescherming van het milieu en de gezondheid van de toekomstige generaties Europese burgers waarborgen?

 
  
MPphoto
 
 

  Douglas Alexander, fungerend voorzitter van de Raad.(EN) De Raad gaat ervan uit dat systemen voor gescheiden inzameling op grote schaal zijn ingevoerd, en dat ook zullen blijven worden, om de doelstellingen van de communautaire richtlijnen inzake afval te verwezenlijken. Gescheiden inzameling leidt tot een hogere mate van hergebruik en maakt definitieve verwijdering veiliger.

Een aantal richtlijnen van de Gemeenschap betreffende bepaalde afvalstromen voorziet in gescheiden afvalinzameling, in het bijzonder voor afgedankte producten die anders in de stedelijke afvalstroom van vaste stoffen terecht zouden komen. In de lidstaten is met betrekking tot deze milieudoelstelling dankzij wetgeving van de Gemeenschap veel bereikt. Belangrijke soorten schadelijk afval, zoals afvaloliën en batterijen, zijn aangepakt. Voor enkele complexe afvalstromen zijn doelstellingen vastgesteld wat betreft afgedankte voertuigen en afval van elektrische en elektronische apparaten. Sommige van deze maatregelen moeten in enkele lidstaten nog worden geïmplementeerd.

Een gedragsverandering teweegbrengen, of het nu gaat om producenten, consumenten of de overheid, vergt tijd. Dat is met name het geval met betrekking tot het bereiken van specifieke milieueffecten waarvoor aanzienlijke investeringen in de infrastructuur nodig zijn. Daarom moeten toekomstige initiatieven op het gebied van afval een realistisch tijdsschema hebben, zodat de belanghebbenden voldoende tijd hebben om hun investering te plannen.

De ervaring van lidstaten wijst uit dat het belangrijk is het publiek meer bewust te maken van afvalvraagstukken. Ik ga ervan uit dat de Commissie hier ten volle rekening mee houdt wanneer zij haar thematische strategie voor afval bekend maakt.

 
  
MPphoto
 
 

  Marie Panayotopoulos-Cassiotou (PPE-DE).(EL) Ik dank u voor uw antwoord, mijnheer de minister, maar toen ik vanuit Brussel naar Griekenland ging, heb ik kunnen vaststellen hoe groot de tegenstelling is tussen de realiteit en het beeld dat u zojuist schetste. Daarom wil ik de Raad vragen of hij een evaluatie heeft gemaakt van de tot nu toe, direct en indirect aangerichte schade, en van de schade die in alle lidstaten zal ontstaan ten gevolge van de niet-naleving van de richtlijnen.

 
  
MPphoto
 
 

  Douglas Alexander, fungerend voorzitter van de Raad.(EN) Het is duidelijk dat elke lidstaat onderworpen is aan de verplichtingen die de wetten van de Europese Unie opleggen. Daarom is het van belang te erkennen dat er, in het bijzonder met betrekking tot de aangenomen richtlijnen, processen zijn waarop procedures wegens schending van Gemeenschapsrecht van toepassing kunnen zijn. Ofschoon wij erkennen dat niet alle lidstaten de EU-afvalwetgeving volledig hebben geïmplementeerd, denk ik toch dat de tenuitvoerlegging van de milieuwetgeving van de Europese Unie de afgelopen jaren in het algemeen is verbeterd.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter.

Vraag nr. 2 van Sajjad Karim (H-0661/05):

Betreft: Harmonisatie van de aanpak van terrorismebestrijding door de lidstaten

De bepalingen die in sommige lidstaten onder het mom van de strijd tegen het terrorisme zijn genomen om het terrorisme te bestrijden houden in dat de EU thans de realiteit onder ogen moet zien dat één van de gevolgen van de terroristische dreiging is dat de moeizaam veroverde vrijheden die ten grondslag liggen aan de gezamenlijke waarden en beginselen van de Unie, worden aangevochten en ondergraven. Tegen de achtergrond van de bomaanslagen in Madrid (11 maart 2004) en Londen (7 juli 2005) staat de EU thans op een punt dat bepalend is voor haar aanpak van de bestrijding van deze aanslag op de Europese manier van leven.

Op welke wijze overweegt de Raad onder leiding van het Britse voorzitterschap samen te werken om de verschillen tussen lidstaten te overbruggen en de bureaucratische hindernissen te nemen die in de 25 lidstaten bestaan, ten einde te komen tot een geharmoniseerde aanpak van de strijd tegen het terrorisme, waarin evenwicht tot stand wordt gebracht tussen het bieden van veiligheid aan de Europese burgers en het waarborgen van hun mensenrechten en burgerrechten, ongeacht godsdienstige overtuiging of etnische afkomst?

 
  
MPphoto
 
 

  Douglas Alexander, fungerend voorzitter van de Raad.(EN) Ik ben het volledig met de geachte afgevaardigde eens dat dit belangrijke vraagstukken zijn, zeker gezien de aanslagen in Madrid en in Londen op 7 juli. De Raad heeft er altijd naar gestreefd een goede balans te bewaren tussen het verschaffen van veiligheid voor de burgers van de Europese Unie en tegelijkertijd het waarborgen van de mensen- en burgerrechten, ongeacht religieuze overtuiging of etnische afkomst.

Op 13 juni 2002 nam de Raad een kaderbesluit over terrorismebestrijding aan. Dit kaderbesluit zorgt voor een betere afstemming tussen de wetgeving van de lidstaten wat betreft de omschrijving van terroristische misdrijven, strafbare feiten met betrekking tot een terroristische groep en strafbare feiten in verband met terroristische activiteiten. Artikel 1 van het kaderbesluit vermeldt uitdrukkelijk: “Dit kaderbesluit kan niet tot gevolg hebben dat de verplichting tot eerbiediging van de grondrechten en van de fundamentele rechtsbeginselen, zoals die zijn neergelegd in artikel 6 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, wordt aangetast.” Het is juist ter bescherming van deze beginselen dat de lidstaten de strijd dienen aan te binden met het terrorisme, dat het tegenovergestelde is van wat wij in een democratische samenleving onder mensenrechten verstaan.

In zijn toespraak tot het Europees Parlement op 7 september beklemtoonde mijn collega, de Britse minister van Binnenlandse Zaken Charles Clarke de noodzaak een evenwicht te vinden tussen burgerrechten en het verhogen van de veiligheid. Bij die gelegenheid beklemtoonde de vice-voorzitter van de Commissie, mijnheer Frattini, eveneens de behoefte aan een balans tussen activiteiten op het gebied van rechtshandhaving en de bescherming van fundamentele rechten.

 
  
MPphoto
 
 

  Sajjad Karim (ALDE).(EN) Graag heet ik de minister nogmaals welkom in dit Huis. Het doet mij genoegen dat u hier aanwezig bent om gedetailleerd antwoord te geven op de vraag die ik had gesteld.

U verwijst naar uitspraken van uw collega, de Britse minister van Binnenlandse Zaken de heer Clarke. Mag ik u wijzen op uitlatingen die hij heeft gedaan na de door u genoemde datum en u vragen in welke mate het Voorzitterschap bereid is bepaalde bepalingen van de Mensenrechtenconventie te schrappen?

 
  
MPphoto
 
 

  Douglas Alexander, fungerend voorzitter van de Raad.(EN) Laat ik op de kwestie ingaan door heel duidelijk te stellen dat het een prioriteit van het Voorzitterschap is, niet in de laatste plaats vanwege de aanslagen in Madrid en Londen, een nieuwe impuls te geven aan het EU-actieplan ter bestrijding van terrorisme, waarover alle lidstaten het eens zijn. Wij denken dat wij, door onze inspanningen op dit plan te richten, de harmonisatie kunnen bereiken en de gemeenschappelijke grond kunnen verwezenlijken waar ik eerder over sprak.

 
  
MPphoto
 
 

  David Martin (PSE).(EN) Mijnheer de fungerend Voorzitter, het Europees arrestatiebevel is een heel verstandige en welkome maatregel om terrorisme te veroordelen en bestrijden, maar is door verschillende lidstaten nog niet ingevoerd uit vrees dat mensen die in het kader van dit bevel worden uitgeleverd geen eerlijk proces, gepaste juridische bijstand of taalondersteuning krijgen. Wilt u dit als fungerend voorzitter onderzoeken en nagaan of u alle lidstaten kunt verzekeren dat het arrestatiebevel volledig kan worden nageleefd?

 
  
MPphoto
 
 

  Douglas Alexander, fungerend voorzitter van de Raad.(EN) Ik kan de geachte afgevaardigde garanderen dat dit een onderwerp is waaraan wij ons veel gelegen laten liggen. We zetten ons immers niet alleen in voor het gemeenschappelijk arrestatiebevel, maar ook voor maatregelen die een gemeenschappelijk bewijsverkrijgingsbevel in de gehele Europese Unie dichterbij moeten brengen. Als er vanwege bepaalde zorgen binnen de lidstaten praktische redenen zijn die de verdieping van samenwerking zoals ik die eerder besprak in de weg staan, dan is dat juist iets waarover de Raad zich wil buigen. Ik zal ervoor zorgen dat de opmerkingen van de geachte afgevaardigde onder de aandacht komen van de minister van Binnenlandse Zaken.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter.

Vraag nr. 3 van Chris Davies (H-0663/05):

Betreft: Website van de Raad

Kent de Raad websites van Europese overheidsinstanties die het de burger op doelmatiger wijze onmogelijk te maken over gegevens te beschikken dan zijn eigen website?

 
  
MPphoto
 
 

  Douglas Alexander, fungerend voorzitter van de Raad.(EN) Laat ik om te beginnen het Europees Parlement feliciteren met de lancering van zijn eigen website, vooraleer ik de website van de Raad tracht te verdedigen.

(Applaus)

Ik zal mijn best doen. Het doel van de website van de Raad is tweeledig: informatie verschaffen over de rol en de activiteiten van de Raad en het instituut in staat stellen te voldoen aan haar verplichting met betrekking tot toegang tot documenten. Daarom biedt de website van de Raad, in aanvulling op de homepage van Javier Solana, de secretaris-generaal van de Raad en de Hoge Vertegenwoordiger voor het gemeenschappelijk buitenlands- en veiligheidsbeleid, tevens toegang tot persberichten en een breed scala aan informatie, die van bijzonder belang is voor de media, over activiteiten van de Raad op de verschillende beleidsterreinen.

Bovendien omvat de website het openbaar register van Raadsdocumenten en biedt hij informatie over het gebruik van dit register en over de regels betreffende transparantie en toegang tot documenten. Ik wil erop wijzen dat de nogal gespecialiseerde website van de Raad is ontworpen met het oog op het zoveel mogelijk voorkomen van overlapping en duplicatie van werk met betrekking tot de interinstitutionele website Europa, die wordt beheerd door de Europese Commissie en bedoeld is voor het brede publiek.

 
  
MPphoto
 
 

  Chris Davies (ALDE)(EN) ‘Ja, minister!’ Is de fungerend voorzitter ervan op de hoogte dat wanneer journalisten en NGO’s gevraagd wordt naar de tekortkomingen van de website van de Raad zij niet weten of ze in hysterisch lachen moeten uitbarsten, of moeten tandenknarsen van woede?

Is hij het ermee eens dat indien de Europese Unie beter aansluiting wil vinden bij de burger, de openbare informatiebronnen de beginselen van openheid en transparantie moeten weerspiegelen? Is hij bereid een proces van herziening en openbare raadpleging in gang te zetten om in plaats van nog langer de achterlijk ogende aanpak van het secretariaat van de Raad te volgen, het publiek te voorzien van een eersteklas bron van eerlijke, feitelijke en accurate informatie?

 
  
MPphoto
 
 

  Douglas Alexander, fungerend voorzitter van de Raad.(EN) Op basis van de onderzoekingen die ik heb verricht sinds deze vraag is ingediend, kan ik wel enige sympathie opbrengen voor de punten die de geachte afgevaardigde te berde brengt. Ik kan hem verzekeren dat de structuur en inhoud van de website van de Raad voortdurend wordt geëvalueerd en dat dit proces parallel wordt voortgezet aan de verbetering van de Europa-website waarover ik zojuist sprak.

Het enige waarover we van mening verschillen wat betreft de vraag die mij werd gesteld, is de suggestie dat het publiek in eerste instantie de website van de Raad in plaats van de Europa-website zou moeten bezoeken. Ik denk dat het een reële vraag is hoe wij het soort duplicatie dat gebruikelijk is bij de websites van de regeringen van de lidstaten kunnen voorkomen en hoe wij kunnen waarborgen dat het product dat wij de Europese burgers aanbieden beter overeenkomt met het centrale punt van toegang waarvan we willen dat het publiek erheen gaat. Dat is wat betreft het brede publiek zonder meer de Europa-website. De Commissie heeft onlangs haar actieplan bekendgemaakt voor het verbeteren van de communicatie in Europa en ik ben ervan overtuigd dat dit direct van invloed zal zijn op de Europa-site.

 
  
MPphoto
 
 

  David Martin (PSE).(EN) Mijnheer de fungerend voorzitter, misschien vindt u het leuk om eens een website te bezoeken die daadwerkelijk frustratie oproept en pas echt onnauwkeurigheden bevat. Dat is de website van de Britse Liberal Democrats. Die beweert bijvoorbeeld dat de Liberal Democrats de belangrijkste partij in de oppositie tegen de Britse regering zijn en er een beleid op na houden.

 
  
MPphoto
 
 

  Douglas Alexander, fungerend voorzitter van de Raad.(EN) Met inachtneming van mijn verantwoordelijkheid als vertegenwoordiger van het voorzitterschap en dus hier vandaag niet sprekend namens een politieke partij, zou ik u er, met alle respect, op willen wijzen dat die onnauwkeurigheden wellicht eerder ideologisch dan technologisch van aard zijn.

 
  
MPphoto
 
 

  Bill Newton Dunn (ALDE).(EN) Ik zou de fungerend voorzitter van de Raad vriendelijk willen vragen antwoord te geven op de oorspronkelijke vraag van mijnheer Davies: kent de Raad een website die door een overheidsinstelling wordt beheerd en nog meer ergernis kan wekken dan zijn eigen website? Hij heeft die vraag nog niet echt beantwoord.

Kunnen we er daarom van uitgaan dat hij het ermee eens is dat de website van de Raad de slechtste van alle overheidswebsites is?

 
  
MPphoto
 
 

  Douglas Alexander, fungerend voorzitter van de Raad.(EN) Met alle respect, als de geachte afgevaardigde meent dat het een efficiënte en effectieve besteding van de tijd van de Raad is alle websites van overheidsinstanties op het wereldwijde web te bezoeken, dan ben ik het met hem oneens.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter.

Vraag nr. 4 van Sarah Ludford (H-0665/05):

Betreft: Belemmering van het recht op toegang tot Raadsdocumenten

Overeenkomstig verordening (EG) nr. 1049/2001(1) inzake de beschikbaarheid van documenten zijn de instellingen van de EU verplicht een register van documenten bij te houden en documenten langs elektronische weg rechtstreeks beschikbaar te stellen. Het register van de Raad is niet gebruikersvriendelijk opgezet, zij het dat er de afgelopen tijd enige verbetering is opgetreden. Is de Raad bereid zijn register en website opnieuw te organiseren, wellicht op soortgelijke wijze als de Observatiepost wetgeving van het Europees Parlement, en speciale wegpages [op te zetten] voor iedere zitting, waardoor de burgers in staat worden gesteld alle desbetreffende documenten in verband met de agenda op te sporen en de besluitvormingsprocedure door de diverse stadia te volgen?

 
  
MPphoto
 
 

  Douglas Alexander, fungerend voorzitter van de Raad.(EN) Zoals de geachte afgevaardigde aangeeft zijn de Europese instellingen bij wet verplicht om een register van documenten bij te houden en om documenten in elektronische vorm direct toegankelijk te maken. Door oprichting van zijn openbaar register, dat naar ik begrijp in januari 1999 operationeel werd, heeft de Raad ruimschoots voordat de hierop betrekking hebbende richtlijn van kracht werd aan deze verplichting voldaan.

Sindsdien stijgt het aantal gebruikers van het register gestaag. In 2004 logden bijna 300 000 verschillende gebruikers in op het openbaar register, terwijl dat er in 2003 ruwweg 180 000 waren. Dit betekent een toename van het aantal gebruikers met bijna 63 procent in een jaar tijd. Het totaal aantal bezoeken groeide met iets minder dan 20 procent: 920 000 in 2004, tegenover 770 000 in 2003, ofwel ruim 2 500 bezoeken per dag.

Het totaal aantal bezochte webpagina’s bedroeg meer dan 5,5 miljoen. Deze cijfers over het gebruik door het publiek van het register voor Raadsdocumenten laten zien dat het register daadwerkelijk een veelgebruikt onderzoeksinstrument is voor burgers die de ontwikkelingen in communautaire aangelegenheden van nabij willen volgen. Dit is des te begrijpelijker als men bedenkt dat het register van de Raad voortdurend wordt geactualiseerd door middel van een geautomatiseerd archiveringssysteem. Op 9 september 2005 bevatte het register verwijzingen naar meer dan 640 000 documenten.

Bovendien wordt een aanzienlijk aantal documenten van de Raad automatisch en integraal via het register toegankelijk gemaakt zodra ze zijn vervaardigd. Zo konden in 2004 ongeveer 70 000 documenten, of grofweg 60 procent van de meer dan 100 000 documenten die dat jaar werden gemaakt en geregistreerd, onmiddellijk na hun verspreiding integraal worden geraadpleegd.

Voorlopige agenda’s voor bijeenkomsten van de Raad en de voorbereidende commissies kunnen online meteen na hun verspreiding worden geraadpleegd. Dit stelt gebruikers van het register in staat om op eenvoudige wijze de referentienummers van de besproken documenten op elk gewenst moment te achterhalen.

Behalve met behulp van het documentnummer kunnen de gebruikers van het register documenten over elk willekeurig onderwerp zoeken via andere lemma’s, zoals de vergaderdatum, het interinstitutionele dossiernummer of een onderwerpcode.

Niettemin zal de Raad, om de kwaliteit van het register verder te verbeteren, onderzoeken of het technisch haalbaar is om documenten over een specifiek onderwerp of documenten die deel uitmaken van eenzelfde dossier op te vragen via een automatische zoekopdracht waarbij gebruik wordt gemaakt van interactieve agenda’s.

 
  
MPphoto
 
 

  Sarah Ludford (ALDE).(EN) Ik dank het voorzitterschap, maar laat ik u een voorbeeld geven.

Als ik de zoekterm data retention, een onderwerp dat veel in het nieuws is, invoer in het zoekveld ‘onderwerp’, krijg ik geen enkel document. Het lijkt wel of de uitbarsting van activiteit van Charles Clarke op dit gebied helemaal niet heeft plaatsgehad. Als ik deze term invoer in het zoekveld ‘titel,’ vind ik 45 documenten, maar ik kan niet opzoeken bij welke vergadering zij horen.

U hebt geen antwoord gegeven op het specifieke verzoek dat ik in mijn vraag heb gedaan. Bent u bereid u het systeem van de Observatiepost wetgeving van het Europees Parlement over te nemen teneinde de website van de Raad gebruikersvriendelijker te maken?

Als ik op de website de helpfunctie kies, krijg ik onder andere uitleg over versieaanduidingen bij documenten (‘suffixes’). Er is sprake van verschillende suffixes, die naar de verschillende versies verwijzen, bijvoorbeeld REV 1 (eerste revisie), REV 2 COR 1 (eerste rectificatie van de tweede revisie), COR 1 REV 2 (tweede revisie van de eerste rectificatie). Ik denk niet dat het publiek daar nu erg veel wijzer van wordt.

 
  
MPphoto
 
 

  Douglas Alexander, fungerend voorzitter van de Raad.(EN) Ik betwijfel of het publiek veel wijzer wordt als datgene wat ik zojuist in de laatste zin van mijn antwoord heel duidelijk heb gezegd, kennelijk niet is gehoord. Laat ik het voor de goede orde nog eens herhalen. Teneinde de kwaliteit van het register verder te verbeteren, zal de Raad een onderzoek instellen naar de technische haalbaarheid van de optie om via interactieve agenda’s een automatische zoekopdracht uit te voeren naar documenten die over een bepaald onderwerp gaan of die onderdeel zijn van hetzelfde dossier.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter.

Vraag nr. 5 van Nigel Farage (H-0666/05):

Betreft: Visserij - samenwerkingsovereenkomsten

Ik ben ernstig verontrust over de samenwerkingsovereenkomsten in de visserijsector met derde landen die volstrekt oneerlijk en uiterst schadelijk voor de plaatselijke bevolking zijn en rampzalige gevolgen hebben voor het milieu.

Evenals WWF, Oxfam en enkele anderen ben ik er rotsvast van overtuigd dat dit geen zogeheten "duurzame ontwikkeling" is.

Kunnen deze overeenkomsten worden onderzocht? Is de Raad bereid hetzelfde standpunt in te nemen en een eind te maken aan deze verbijsterende visserijakkoorden?

 
  
MPphoto
 
 

  Douglas Alexander, fungerend voorzitter van de Raad. – (EN) De Raad is op de hoogte van het feit dat verscheidene organisaties zich bezorgd hebben getoond over de vermeende negatieve effecten van visserijovereenkomsten tussen de Gemeenschap en derde landen. In reactie op deze kritiek heeft de Commissie op 27 december 2002 een mededeling uitgebracht over een geïntegreerd kader voor partnerschapsovereenkomsten op visserijgebied met derde landen. Vervolgens heeft de Raad in juli 2004 zijn goedkeuring gehecht aan de door de Commissie in haar mededeling bepleite beleidswijzigingen.

Het is belangrijk het woord 'partnerschap’ te benadrukken. Het gaat hier om meer dan alleen het opkopen van visrechten van derde landen en het leegvissen van hun visbestanden. De Gemeenschap zal met het betreffende derde land een dialoog starten op basis van wetenschappelijk bewijsmateriaal teneinde vast te stellen of er sprake is van overschotbestanden die door de communautaire vaartuigen op duurzame wijze kunnen worden gevangen. De Gemeenschap zal met het derde land bespreken hoe het door haar betaalde geld zodanig kan worden besteed dat het ten goede komt aan de mensen in dat land. Aangezien het hier gaat om partnerschapsovereenkomsten op het gebied van de visserij, zal de Raad ernaar streven dat dit geld ten goede komt aan de plaatselijke visserijsector, met inbegrip van de vissers en de kustgemeenschappen.

Tot slot wordt de Raad bij de voorbereiding van nieuwe of verlenging van bestaande overeenkomsten stelselmatig door de Commissie voorzien van evaluatieverslagen over de effecten van deze overeenkomsten. De Raad is van mening dat deze overeenkomsten gunstig zijn voor beide partijen, en ziet ernaar uit ook in de toekomst partnerschapsovereenkomsten op visserijgebied af te sluiten met derde landen. Het Britse voorzitterschap werkt ook samen met de Commissie aan de organisatie van een seminar dat later dit jaar zal plaatsvinden over het vraagstuk van de overeenkomsten met derde landen.

 
  
MPphoto
 
 

  Nigel Farage (IND/DEM).(EN) Minister, ik vind het buitengewoon vreemd dat een regering als die van u en van uw leider Tony Blair, die zo hoog van de toren blies over Afrika, wat er fout gaat in Afrika, en wat wij moeten doen om te proberen Afrika te helpen, op dit punt nu net doet of haar neus bloedt. Ik vrees dat deze visserijdeals met derde landen een rampzalige combinatie zijn van Europese commerciële hebzucht en ernstige corruptie van Afrikaanse regeringen.

Uit alle onafhankelijke rapporten blijkt klip en klaar dat deze visserijafspraken met landen langs de westkust van Afrika vanuit het oogpunt van milieu even rampzalig zijn als wanneer wij brand zouden stichten in het Serengeti-park! De plaatselijke bevolkingen kunnen de hoop wel opgeven ooit nog in hun eigen levensonderhoud te kunnen voorzien. Het stelt mij bijzonder teleur dat u ons niet eens een onderzoek wilt toezeggen.

 
  
MPphoto
 
 

  Douglas Alexander, fungerend voorzitter van de Raad. – (EN) Ik twijfel niet aan de oprechtheid van de opmerkingen van de geachte afgevaardigde, en ik heb alle respect voor de organisaties die hij heeft geraadpleegd bij de voorbereiding van zijn bijdrage aan dit debat van vandaag. Ik zou hem dan ook heel dankbaar zijn als hij het bewijsmateriaal waarnaar hij in zijn vraag verwees zowel aan de Commissie als aan de Raad kan toezenden. Ik zal er dan voor zorgen dat dit bij de betrokken ambtenaren terechtkomt.

 
  
MPphoto
 
 

  Christopher Beazley (PPE-DE).(EN) Ik dank de fungerend voorzitter voor zijn antwoord. Ik heb duidelijk niet de feilloze ervaring op het gebied van visserijvraagstukken die mijn collega, de heer Farage, zojuist weer heeft getoond. Ik heb echter wel in het Britse Parlement Cornwall en Plymouth vertegenwoordigd. De visserij in dat deel van de wereld is totaal afhankelijk van partnerschappen en overeenkomsten. Als er geen overeenkomsten waren, zou dat betekenen dat een aantal individualisten de bestaande visbestanden domweg zouden leegvissen. Op dit punt verschil ik dus van mening met de heer Farage. Het lijkt mij juist een uitstekend idee dat de Europese Unie deze overeenkomsten afsluit, en persoonlijk hoop ik dat zij worden voortgezet.

 
  
MPphoto
 
 

  Douglas Alexander, fungerend voorzitter van de Raad. – (EN) Ik heb grote waardering voor het punt dat de geachte afgevaardigde hier naar voren brengt. Deze discussie is in zekere zin vergelijkbaar met de discussie over de economische partnerschapsovereenkomsten in het algemeen. Vrijwel iedereen zal het eens zijn met het uitgangspunt dat de betrokken ontwikkelingslanden veel baat kunnen hebben bij dit soort partnerschapsovereenkomsten. Indien echter in de praktijk mocht blijken dat deze overeenkomsten een schadelijk effect hebben en juist een gevaar vormen voor de doelstellingen die wij ermee willen bereiken, dan moeten wij ons daar zeker zorgen over maken. Daarom heb ik ook toegezegd dat ik het bewijsmateriaal, als ik dat inderdaad krijg, aan de betrokken personen zal doen toekomen.

 
  
MPphoto
 
 

  Catherine Stihler (PSE).(EN) Het is curieus dat de heer Farage dit onderwerp hier aan de orde stelt, terwijl hij zelden of nooit bij de vergaderingen van de Commissie visserij aanwezig is. Ik zou hem dringend willen verzoeken die regelmatiger bij te wonen, zodat hij zijn ideeën over dit onderwerp daar naar voren kan brengen.

Het verontrust mij dat hij het in feite heeft over alle visserijovereenkomsten. De Noorse visserijovereenkomst is bijvoorbeeld van vitaal belang voor de Schotse vissers. Hij moet wel consequent zijn in zijn standpunten.

 
  
MPphoto
 
 

  Douglas Alexander, fungerend voorzitter van de Raad. – (EN) Ik zal niet toegeven aan de geweldige verleiding die mij hier op een presenteerblaadje wordt aangeboden om de tegenstrijdigheden in het standpunt van de Britse Independence Party te bespreken, en volstaan met te zeggen dat ik ten volle erken dat partnerschappen op visserijgebied – en ik denk daarbij niet in de laatste plaats aan de tomeloze inzet die de geachte vraagsteller in Schotland aan den dag heeft gelegd – een heel belangrijke rol kunnen spelen. Dit is een duidelijk voorbeeld van een situatie waarin een werkwijze van ieder voor zich in plaats van een van samenwerking geen toekomst biedt voor Europa, en volgens mij ook niet voor de visbestanden.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter.

Vraag nr. 6 van Bernd Posselt (H-0668/05):

Betreft: Rechten van minderheden in Servië

Terwijl de minderheden in Kosovo over gegarandeerde zetels in het parlement beschikken, werd Servië na pressie van de Radicale Partij van de in Den Haag aangeklaagde Vojslav Seselj in een kiesdistrict zonder lokale mandaten, maar met een kiesdrempel van vijf procent omgezet. Daardoor zijn de etnische minderheden die in de buurt van potentiële crisishaarden leven, namelijk de Vojvodina, de Sandzak van Novi Pazar en het Presevo-dal, de facto uitgesloten van medewerking in het parlement, hoewel zij in hun thuisregio's de meerderheid van de bevolking vormen.

Ziet de Raad de risico's die naar aanleiding van deze onevenwichtigheid kunnen ontstaan tussen hetgeen men van Kosovo, en dat wat men van Servië verlangt en welke gevolgen heeft dit voor de EU-Verdragsonderhandelingen met Belgrado?

 
  
MPphoto
 
 

  Douglas Alexander, fungerend voorzitter van de Raad. – (EN) De toekomst van Servië en Montenegro ligt binnen de Europese familie, zoals ik ook duidelijk heb kunnen maken toen ik onlangs de Westelijke Balkan bezocht en de kans had de autoriteiten in dat land te ontmoeten.

Dat betekent dat het voor de ontwikkeling van dat land in de richting van een Europese toekomst van cruciaal belang is dat alle etnische groepen aan het democratisch proces deelnemen. Wij vinden echter niet dat de situatie in Servië zo somber is als de vraagsteller in zijn vraag suggereert.

Weliswaar zijn de politieke situaties in Kosovo en Servië niet helemaal vergelijkbaar, maar wij zijn toch van oordeel dat er voor de minderheden in Servië mogelijkheden zijn om volledig bij de parlementaire politiek betrokken te zijn.

Een van de eerste maatregelen die het nieuwe Servische parlement begin 2004 heeft genomen, was de afschaffing van de drempel voor vertegenwoordiging in het parlement van 5 procent voor partijen die etnische minderheden vertegenwoordigen. Het is dan ook waarschijnlijk dat bij toekomstige algemene verkiezingen ook minderheden in het parlement vertegenwoordigd zullen zijn.

De Servische wet op de lokale verkiezingen schrijft een drempel van 3 procent voor, maar in etnisch gemengde gemeenten worden ook raden voor interetnische betrekkingen ingesteld, die bestaan uit leden van alle etnische gemeenschappen die meer dan 1 procent van de bevolking van de betreffende gemeenten uitmaken.

Bovendien kunnen kwesties betreffende nationale minderheden bij de centrale regering van Servië worden aangekaart, namelijk via de Nationale Raad voor etnische minderheden die in 2004 is opgericht. Dat is een forum waar alle voor minderheden relevante onderwerpen kunnen worden besproken.

Wij hopen tijdens ons voorzitterschap onderhandelingen te starten over een stabilisatie- en associatieverdrag met Servië en Montenegro. Om dit verdrag te kunnen afsluiten, zal Belgrado aan een door de Europese Unie vastgestelde reeks voorwaarden moeten voldoen. Om uiteindelijk lid van de Europese Unie te worden, zal Belgrado aan alle criteria van Kopenhagen moeten hebben voldaan.

De geachte afgevaardigde benadrukt terecht dat in dit proces de democratische normen in Servië centraal dienen te staan.

 
  
MPphoto
 
 

  Bernd Posselt (PPE-DE).(DE) Mijnheer de Voorzitter, ik bedank de fungerend voorzitter voor dit zeer goede en zeer concrete antwoord. Ik wil hieraan alleen nog toevoegen dat er in het Preševo-dal, dat wil zeggen in het door Albanezen bewoonde deel van Zuid-Servië, geen enkele vorm van parlementaire vertegenwoordiging is, terwijl de Servische minderheid in Kosovo gegarandeerd zetels in het parlement heeft – in theorie althans, zij worden namelijk nog niet bezet. Zou de fungerend voorzitter zich kunnen voorstellen dat men in het kader van een oplossing van de kwestie-Kosovo streeft naar een bilaterale regeling – zonder dat er grenzen veranderd hoeven worden, we willen immers geen grenzen veranderen – waardoor de Albanezen in Servië dezelfde rechten krijgen als de Serviërs in Kosovo?

 
  
MPphoto
 
 

  Douglas Alexander, fungerend voorzitter van de Raad.(EN) Met alle respect voor de vraagsteller geloof ik toch dat het niet terecht is om nu al op het verslag van ambassadeur Eide over Kosovo vooruit te lopen, vooral ook gezien de gevoeligheid van het onderwerp. Wij moeten gewoon nog even op dat verslag wachten. Zodra dat er is, zullen wij beter in staat zijn de discussie over de definitieve status van Kosovo voort te zetten.

 
  
MPphoto
 
 

  Zsolt László Becsey (PPE-DE).(HU) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer Alexander, ik wil uw aandacht vestigen op het feit dat er een provincie is in het noorden van Servië die de Vojvodina heet en die tot 1989 dezelfde status had als Kosovo. Thans is het in de praktijk alleen nog op papier een aparte regio, maar deze heeft het niet langer een aparte status. Niemand weet waarom deze status vijf jaar na de val van Milosevic niet kan worden hersteld. Aangezien de grote, van oorsprong Hongaarse en Kroatische minderheden niet zijn vertegenwoordigd in het parlement in Belgrado, worden zij op politiek niveau in de Vojvodina gediscrimineerd. Als u zegt dat er sprake is van positieve veranderingen op het vlak van etniciteit in Servië, vraag ik mij af of u bekend bent met het feit dat er leden van een Europees volk, namelijk Hongaren, vervolgd en aangevallen worden alleen omdat zij Hongaars spreken, terwijl de politie weigert hun klachten te registreren. Er zijn steeds meer rechters met een twijfelachtige reputatie uit Kosovo en de Krajina in de regio, en er worden moorden ...

(Spreker wordt door de Voorzitter onderbroken)

 
  
MPphoto
 
 

  Douglas Alexander, fungerend voorzitter van de Raad. – (EN) Ik wil de vraagsteller er met alle respect op wijzen dat wij ons goed moeten realiseren wat de wettelijke verantwoordelijkheden zijn van het voorzitterschap van de Europese Unie, en wat die van de Servische regering.

Wat het specifieke punt van zorg betreft, de recente aanslag op József Kasza, de voorzitter van de Bond van de Vojvodina-Hongaren, en de positie van de Hongaarse minderheid in het algemeen, ben ik van mening dat de snelle en doortastende aanpak van de Servische regering veel heeft bijgedragen om de angst van de etnisch-Hongaarse gemeenschap dat de aanslag op Kasza wel eens het begin zou kunnen zijn van een hele reeks aanslagen, weg te nemen. Volgens de informatie die wij hebben ontvangen, is er niemand gewond geraakt en daar zijn wij dankbaar voor. Ik neem echter terdege nota van de bezorgdheid die de geachte afgevaardigde geuit heeft.

 
  
MPphoto
 
 

  Paul Rübig (PPE-DE).(DE) Mijnheer de Voorzitter, ik ben blij dat over enkele dagen de onderhandelingen met Kroatië daadwerkelijk gaan beginnen. Daarmee heeft het Britse voorzitterschap een grote stap vooruit gezet. Wanneer denkt de fungerend voorzitter dat de toetredingsonderhandelingen met Belgrado van start zullen gaan?

 
  
MPphoto
 
 

  Douglas Alexander, fungerend voorzitter van de Raad. – (EN) In de vraag lijkt een veronderstelling besloten te liggen die ik in mijn reactie niet kan bevestigen. Wij zijn nog in afwachting van verdere verslagen over hoe het er met Kroatië voorstaat, met name ook van de Task Force Kroatië. Zo liggen de zaken op dit moment, meer kan ik daar nu niet over zeggen.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter.

Vraag nr. 7 van Dimitrios Papadimoulis (H-0671/05):

Betreft: Eigendomsrechten van religieuze minderheden in Turkije

Het Turkse Directoraat-generaal godsdienstzaken heeft aangekondigd dat het voornemens is over te gaan tot het verhuren van onroerende goederen die eigendom waren van charitatieve instellingen van religieuze minderheden en die in het verleden geconfisqueerd waren. Zo wordt de praktijk van schendingen van de eigendomsrechten van religieuze minderheden voortgezet. De Turkse regering keurt deze praktijk stilzwijgend goed en dient bovendien in het Turkse parlement een wetsvoorstel in inzake het Directoraat-generaal godsdienstzaken waarin wordt bepaald dat de Turkse staat alleen zorgt voor de teruggave aan de rechthebbenden van onroerende goederen die onder zijn jurisdictie vallen en niet van die welke illegaal aan derden zijn verkocht.

Is de Raad op de hoogte van de praktijk die het Directoraat-generaal godsdienstzaken toepast en van het wetsvoorstel van de Turkse regering? Is hij voornemens dit wetsvoorstel op de agenda van de besprekingen met de Turkse overheid te plaatsen? Welke initiatieven zal hij nemen in het licht van de start van de toetredingsonderhandelingen op 3 oktober 2005, zodat de eigendomsrechten van de religieuze minderheden in Turkije gewaarborgd zijn?

 
  
MPphoto
 
 

  Douglas Alexander, fungerend voorzitter van de Raad. – (EN) Wij zijn op de hoogte van de problemen die de geachte afgevaardigde aan de orde stelt. Hoewel de vrijheid van godsdienst in de grondwet van de Republiek Turkije gewaarborgd is, en in het Verslag 2004 van de Europese Commissie inzake de vorderingen van Turkije op de weg naar toetreding wordt opgemerkt dat het in vrijheid bijwonen van godsdienstoefeningen in het algemeen niet wordt belemmerd, blijven er nog wel belangrijke problemen op dit terrein bestaan. Krachtens het herziene partnerschap voor toetreding dat in mei 2003 is goedgekeurd, is Turkije onder andere verplicht om voor het functioneren van niet-islamitische religieuze gemeenschappen voorwaarden op te stellen die stroken met de praktijk van de lidstaten van de Europese Unie. De Raad merkt echter op dat sommige islamitische en niet-islamitische religieuze minderheden en gemeenschappen nog steeds problemen ondervinden in verband met zaken als rechtspersoonlijkheid, eigendomsrechten, opleiding, werk- en verblijfsvergunningen voor Turkse en niet-Turkse geestelijken, scholen en intern beheer. De Europese Unie is met name bezorgd over het feit dat de staat bij voortduring eigendommen van niet-islamitische religieuze stichtingen confisqueert. De Europese Unie heeft bij Turkije aangedrongen op snelle invoering van een wet inzake stichtingen, die volledig voldoet aan de Europese normen. Zij verwacht ook dat Turkije serieuze aandacht zal schenken aan het commentaar van de Commissie op de ontwerpwet, dat afgelopen juni door commissaris Rehn aan de Turkse minister van Buitenlandse Zaken Gül is toegestuurd. De Europese Unie heeft ook bij Turkije aangedrongen op heropening van het Grieks-orthodoxe seminarie Halki.

Zoals de geachte afgevaardigde weet, heeft de Europese Raad op 16 en 17 december 2004, toen hij oordeelde dat Turkije in voldoende mate aan de criteria van Kopenhagen voldeed om toetredingsonderhandelingen te openen, duidelijk gesteld dat de Unie de vorderingen van de politieke hervormingen in Turkije nauwlettend in de gaten zal houden. De Raad kan de geachte afgevaardigde dan ook verzekeren dat hij de ontwikkelingen op dit gebied nauwlettend zal blijven volgen.

 
  
MPphoto
 
 

  Dimitrios Papadimoulis (GUE/NGL).(EL) Mijnheer de fungerend voorzitter, het Europees Parlement brengt in een resolutie die het vandaag heeft aangenomen de mening tot uiting dat deze regelingen ontoereikend zijn. Is de Raad het eens met deze mening? Hebt u opmerkingen gemaakt over het specifieke wetsvoorstel? Bent u van plan dit onderwerp op de onderhandelingsagenda te plaatsen, en zo ja, wanneer?

En nu wij het toch over godsdienstvrijheden hebben, wilde ik u vragen of het Brits voorzitterschap commentaar heeft op de onaanvaardbare en laagdunkende manier waarop de paus door de Turkse regering is behandeld, nadat deze door de orthodoxe oecumenische patriarch was uitgenodigd om Istanbul te bezoeken.

 
  
MPphoto
 
 

  Douglas Alexander, fungerend voorzitter van de Raad. – (EN) Ik weet niet zeker of de geachte afgevaardigde vanochtend evenals ik in de gelegenheid was deel te nemen aan het drie uur durende debat over Turkije in dit Parlement. Ik kan u verzekeren dat het Britse voorzitterschap zich ten volle bewust is van de vele problemen met betrekking tot de Turkse toetreding.

Ik heb echter de indruk dat velen van ons van mening zijn dat juist het proces dat Turkije heeft doorlopen, en dat het zou blijven doorlopen, de beste garantie is dat precies deze problemen die moeten worden aangepakt, daadwerkelijk worden aangepakt en ook in de toekomst zullen worden aangepakt.

 
  
MPphoto
 
 

  Catherine Stihler (PSE).(EN) Het is duidelijk dat bij de onderhandelingen met Turkije de vrijheid van godsdienst een punt van cruciaal belang is. In de komende weken zal de NGO First Step Forum een bezoek brengen aan Turkije om de situatie ter plaatse te onderzoeken. Ik zal de fungerend voorzitter met alle plezier een exemplaar van het verslag van dat bezoek toezenden.

Kan de fungerend voorzitter mij verzekeren dat de godsdienstvrijheid en de uitoefening daarvan gedurende het hele toetredingsproces met Turkije een punt van aandacht zal blijven?

 
  
MPphoto
 
 

  Douglas Alexander, fungerend voorzitter van de Raad.(EN) Ik kan u die verzekering inderdaad geven, maar ik wil de geachte afgevaardigde er ook op wijzen dat de leiders van de rooms-katholieke, Grieks-orthodoxe en Syrisch-orthodoxe kerken in Turkije te kennen hebben gegeven dat het dankzij de hervormingen in het kader van de harmonisatie binnen de Europese Unie voor hun gemeenschappen gemakkelijker is geworden kerkdiensten te houden, en dat de houding tegenover hen is veranderd.

Ik erken ten volle dat er nog veel werk gedaan moet worden, en daarom wil ik mijn grote waardering uitspreken voor al het werk dat mevrouw Stihler en andere leden van de NGO’s op dit terrein hebben verzet. Niettemin denk ik dat de woorden van de leiders van de rooms-katholieke, Grieks-orthodoxe en Syrisch-orthodoxe kerken in Turkije die ik zojuist noemde veel zeggen over de reële vooruitgang die al geboekt is.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter.

Vraag nr. 8 van James Hugh Allister (H-0673/05):

Betreft: IRA-terroristen

Drie veroordeelde voortvluchtige terroristen, Niall Connolly, James Monaghan en Martin McCauley, konden onbelemmerd uit Colombia terugkeren naar de Republiek Ierland. De EU heeft verklaard zich in te zullen zetten in de strijd tegen het internationale terrorisme. Wat heeft de Raad ondernomen om te voorkomen dat de Ierse regering deze internationale terroristen een toevluchtsoord biedt, en is de Raad ervan overtuigd dat Europol al het mogelijke heeft gedaan om hun terugkeer tegen te gaan?

 
  
MPphoto
 
 

  Douglas Alexander, fungerend voorzitter van de Raad.(EN) Zoals ik eerder deze maand in dit Parlement duidelijk heb aangegeven, is dit geen zaak voor de Raad, maar voor de Ierse en Colombiaanse regering.

 
  
MPphoto
 
 

  James Hugh Allister (NI).(EN) Minister, is dat antwoord niet een armzalige en laffe smoes? De Raad heeft met grote eensgezindheid een- en andermaal nadrukkelijk aangegeven zich ten volle voor de strijd tegen het internationaal terrorisme te willen inzetten, maar nu u wordt geconfronteerd met een lidstaat die, in flagrante tegenspraak met dat voornemen, onderdak biedt aan beruchte internationale terroristen, kunt u niets anders doen dan met lamlendige onverschilligheid uw schouders ophalen.

Dit is een test voor de Raad. Kan de Raad zijn geloofwaardigheid op het terrein van de bestrijding van het internationaal terrorisme waarmaken, of is hij er slechts op uit zijn verantwoordelijkheid te ontlopen? U kunt beter dan dat. De vraag is: hebt u ook de wil om het beter te doen, of zijn al uw woorden slechts gemeenplaatsen en holle frasen?

 
  
MPphoto
 
 

  Douglas Alexander, fungerend voorzitter van de Raad. – (EN) Met alle respect voor de vraagsteller wil ik toch zeggen dat het geen kwestie is van willen, maar van bevoegdheid. Aangezien de Raad van geen van beide betrokken regeringen een verzoek heeft ontvangen, heeft de Raad geen directe bevoegdheid in deze zaak.

 
  
MPphoto
 
 

  James Nicholson (PPE-DE).(EN) Ik vind de opmerkingen van de fungerend voorzitter bepaald verbazingwekkend. Gezien het feit dat hij deel uitmaakt van een regering die de bestrijding van het internationale terrorisme zo hoog in het vaandel heeft staan, is de manier waarop hij zich hier vanavond van dit onderwerp probeert af te maken ronduit verbijsterend.

Is hij het niet met mij eens dat hij de beide regeringen van de Republiek Ierland en Colombia zou moeten stimuleren ervoor te zorgen dat deze mensen, die in Colombia zijn veroordeeld en gevangengezet en die vervolgens de benen hebben genomen, hier geen schuilplaats vinden? Is hij het niet met mij eens dat hij het voortouw zou moeten nemen en op het punt van het internationale terrorisme een actieve rol moet spelen, in plaats van te proberen zich aan die taak te onttrekken?

 
  
MPphoto
 
 

  Douglas Alexander, fungerend voorzitter van de Raad.(EN) Het zal u niet verbazen dat ik de beschuldiging van de steller van de aanvullende vraag aan mijn adres, verre van mij werp. Gezien het standpunt van zijn partij over het belang van de natiestaat, verbaas ik mij er wel over dat hij in deze zaak de elementaire rechtsgrondslag die bepaalt wie in deze zaak de wettelijke bevoegdheid heeft om actie te ondernemen, kennelijk niet aanvaardt. Die wettelijke bevoegdheid ligt bij de lidstaat, en ik denk dan ook dat hij zijn zorgen beter rechtstreeks kenbaar kan maken aan de regeringen die de bevoegdheid hebben om in deze zaak actie te ondernemen, in plaats van de argumenten waarover wij in dit Parlement ook eerder deze maand al hebben gesproken, steeds maar weer te herhalen.

 
  
MPphoto
 
 

  Proinsias De Rossa (PSE).(EN) Ik sta niet bepaald te springen om mij in deze discussie te mengen, maar ik wil alleen zeggen dat al hard wordt gewerkt aan de wettelijke en juridische bepalingen in de Republiek Ierland. Dat systeem staat los van de politieke invloed van welke partij in de Republiek Ierland dan ook, net als ongetwijfeld het geval is in het Verenigd Koninkrijk, met inbegrip van Noord-Ierland.

Ik wil u graag verzoeken over te gaan tot de beantwoording van vraag 9, de volgende vraag op de lijst, die op mijn naam staat. Ik wil de vertegenwoordiger van de Raad heel graag een aanvullende vraag stellen over de richtlijn inzake uitzendkrachten.

 
  
MPphoto
 
 

  Douglas Alexander, fungerend voorzitter van de Raad. – (EN) Mijnheer de voorzitter, ik dank u voor die suggestie. Gelet op de bezorgdheid van de vraagsteller en ook gezien de tijd, aangezien ik absoluut mijn vliegtuig moet halen, stel ik voor dat ik deze vraag schriftelijk beantwoord, zodat hij een volledig antwoord krijgt op zijn vragen over deze richtlijn.

 
  
MPphoto
 
 

  Christopher Beazley (PPE-DE).(EN) Mijn vraag is vraag nr. 32 op de lijst, maar u heeft die al beantwoord door toe te zeggen hem schriftelijk te zullen beantwoorden. Ik zie uit naar dat antwoord. Ik hoop dat de minister zijn vliegtuig haalt. Ik zie uit naar een voortzetting van deze discussie.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. Aangezien de voor het vragenuur aan de Raad gereserveerde tijd verstreken is, zullen de vragen nrs. 9 t/m 38 schriftelijk worden beantwoord(2).

Het vragenuur is gesloten.

(De vergadering wordt om 19.05 uur onderbroken en om 21.05 hervat)

 
  
  

VOORZITTER: PIERRE MOSCOVICI
Ondervoorzitter

 
  

(1) PB L 145 van 31.5.2001, blz. 43.
(2)Zie bijlage "Vragenuur".

Juridische mededeling - Privacybeleid