Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Debatten
Woensdag 28 september 2005 - Straatsburg Uitgave PB

28. Hernieuwbare energie in de Unie
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Aan de orde is het verslag (A6-0227/2005) van Claude Turmes, namens de Commissie industrie, onderzoek en energie, over het aandeel van hernieuwbare energie in de EU en voorstellen voor concrete acties (2004/2153(INI)).

 
  
MPphoto
 
 

  Claude Turmes (Verts/ALE), rapporteur. - (EN) Mijnheer de Voorzitter, de eenentwintigste eeuw zal de eeuw zijn van de technologie voor hernieuwbare energiebronnen. Afgelopen dinsdagmiddag hebben wij een conferentie gehouden met vooraanstaande vertegenwoordigers uit het bedrijfsleven en het was zeer indrukwekkend om te zien hoe groot de verscheidenheid is aan hernieuwbare energiebronnen en nieuwe ontwikkelingen zoals oceaanenergie, elektriciteit uit zonnewarmte en tweede generatie biobrandstoffen.

Wanneer we spreken over hernieuwbare energiebronnen, hebben we het niet alleen over bevoorradingszekerheid en milieu, maar ook over het toekomstige industriële en economische beleid van Europa. Dankzij de toewijding van een klein aantal landen is dit een van de sectoren waarin Europa de rest van de wereld de weg wijst. Vorige week was ik in Denemarken. Denemarken heeft een opdracht voor de allergrootste investering in windenergie ter wereld, in de VS, in de wacht gesleept, en het is een Deense onderneming die dit project gaat uitvoeren.

We hebben dus een voorsprong in deze technologie en die moeten we behouden. Dat vereist een politieke aanpak. Ook hebben wij behoefte aan een systemische benadering van het energiebeleid. De beste hernieuwbare energie is intelligent gebruikte hernieuwbare energie; dat is energie-efficiëntie.

Een tweede belangrijke systemische aanpak hangt samen met iets wat we vaak vergeten: geschikte energiedichtheden. Elektriciteit gebruiken om een huis te verwarmen of te koelen is volslagen irrationeel en allesbehalve economisch. Via ons energiebeleid moeten we een einde maken aan de huidige, inefficiënte energietoepassingen en in plaats daarvan kiezen voor het gebruik van hernieuwbare energiebronnen met een lage temperatuur of afvalstoffen uit elektriciteitsopwekking.

Laten we eens naar de verschillende sectoren kijken. In de bouwsector - we hadden daar afgelopen dinsdag een concreet voorbeeld van - financieren we met geld van de Commissie een project in Hongarije. Het betrof een zogenaamde Plattenbau - zo’n gebouw waaraan van alles schort. Het energieverbruik werd onder toezicht met 80 procent verlaagd. Wanneer je het energieverbruik met 80 procent terugdringt, wordt wat in de oude situatie slechts een kleine 5 procent aan zonneverwarming was, in één keer een aandeel van 25 procent aan hernieuwbare energie. Dat betekent meer comfort voor de mensen die er wonen en meer werkgelegenheid in Europa. Vooral in Oost-Europa kan op dat gebied veel gedaan worden door bestaande gebouwen te renoveren en vervolgens de centrale stadsverwarmingsystemen te moderniseren, zodat deze omschakelen van steenkool op biomassa.

Wat koeling met behulp van zonnewarmte betreft: inderdaad, we kunnen huizen koelen met zonne-energie. Dit gaat volmaakt samen, want als de zon schijnt, worden gebouwen warm maar dan kan de zon ons ook helpen energie op te wekken om die gebouwen te koelen. Voor bestaande gebouwen biedt zonnewarmte dan ook geweldige mogelijkheden en Mechtild Rothe zal in dat verband een aantal beleidsinstrumenten bespreken.

Dan kom ik nu op de elektriciteitssector. Oceaanenergie zal de volgende grote ontwikkeling zijn en we moeten geld steken in de ontwikkeling van elektriciteit die wordt opgewekt door zonnewarmte. Daar liggen grote kansen voor het zuidelijk deel van Europa en in de “sun belt”-regio’s van de wereld kunnen onze bedrijven in dat opzicht ook een flinke slag slaan.

Wij moeten er echter wel voor zorgen dat de elektriciteitsmarkt naar behoren functioneert. Mijnheer de commissaris, dit is iets waarover we veel praten. Ik denk echter dat we krachtdadiger moeten optreden. Het eigendomsrecht moet worden losgekoppeld. Er moet een einde worden gemaakt aan subsidies voor steenkool en kernenergie en er moet een solide kader worden gecreëerd voor elektriciteit uit hernieuwbare bronnen.

Tot besluit enkele woorden over de vervoerssector. Dit is de meest inefficiënte sector. Een auto heeft een efficiëntie van slechts 10 à 12 procent, terwijl we in de elektriciteitssector op 40 procent zitten en in de verwarmingssector op 80 à 90 procent. Het eerste wat er in de vervoerssector moet worden gedaan, is dus het verhogen van de efficiëntie door middel van bindende efficiëntiedoelstellingen voor auto’s en door voor vrachtwagens een verschuiving van de weg naar het spoor te bewerkstelligen, enzovoort. Pas dan hebben traditionele biobrandstoffen en tweede generatie biobrandstoffen zin. Ook hier hebben we een solide kader nodig tot 2020, anders zullen de investeringen in tweede generatie biobrandstoffen uitblijven.

Afrondend wil ik alle collega’s bedanken die met mij hebben samengewerkt. Ik denk dat we goed werk hebben verricht en ik hoop dat de stemming morgen ook goed zal verlopen.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  Andris Piebalgs, lid van de Commissie. - (EN) Allereerst wil ik mijn dank betuigen aan de heer Turmes, de rapporteur van het verslag over de mededeling van de Commissie over het aandeel van hernieuwbare energie in de EU, en aan al zijn collega’s die hebben bijgedragen aan dit verslag.

Dit onderwerp wint steeds meer aan belang, niet alleen vanwege de huidige hoge olieprijzen maar ook in verband met het beleid van de Europese Unie op de middellange en lange termijn. We hebben het hier vandaag al over kunnen hebben. Ik zou willen benadrukken dat er, ook al hebben we in de sector hernieuwbare energie aanmerkelijke vooruitgang geboekt, nog heel wat werk moet worden verzet: zelfs wat betreft de doelstelling voor een algemeen gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen, bijvoorbeeld groene stroom en biomassa, hebben we nog een heel eind te gaan als we onze doelen voor 2010 willen realiseren. De Commissie doet alles wat in haar vermogen ligt om de lidstaten te stimuleren en ertoe aan te sporen zich aan deze doelstellingen te houden. Het is duidelijk dat we beter moeten en kunnen presteren.

Ik heb het verslag met veel genoegen gelezen. Het geeft een samenhangend en alomvattend overzicht van wat er op de korte en de middellange termijn mogelijk is op het gebied van hernieuwbare energie.

Ik begrijp dat er amendementen zijn ingediend om bepaalde delen van het verslag te wijzigen. Aangezien dit een initiatiefverslag van het Parlement is, zal ik niet op alle elementen in het verslag of de amendementen ingaan, maar er een aantal hoofdpunten uitlichten.

In de eerste plaats was ik onder de indruk van het brede overzicht van de mogelijkheden die hernieuwbare energie ons biedt. Dat bewijst maar weer eens dat we in de toekomst onze energiemix kunnen wijzigen.

Voorts was ik zeer ingenomen met de veelomvattende en systemische benadering die het Parlement ten aanzien van energie hanteert. Terecht stelt u dat liberalisering samengaat met eerlijke voorwaarden voor hernieuwbare energiebronnen. Ook koppelt u het gebruik van hernieuwbare energiebronnen aan energie-efficiëntie. U geeft blijk van een visie waar het gaat om het gebruik van onderzoek, het op de markt brengen en steunregelingen. Bovendien betoogt u op overtuigende wijze dat energie uit hernieuwbare bronnen deel is van de wereldwijde oplossing van onze wereldwijde energieproblemen. En tot slot legt u de uiterst belangrijke link tussen concurrentiekracht, bevoorradingszekerheid en milieubescherming.

Ik ben met name verheugd over de punten die betrekking hebben op biomassa. Deze sector neemt in het verslag een zeer belangrijke plaats in. Ik kan u meedelen dat de Commissie eind november een actieplan zal aannemen. De mogelijkheden om biomassa te gebruiken voor de energievoorziening in de Unie, zijn substantieel en dienen verder ontwikkeld te worden. Ik ben het ermee eens dat het beleid met betrekking tot energie uit biomassa nauw samenhangt met Europees beleid op andere gebieden. In haar recente voorstel voor een besluit van de Raad inzake plattelandsontwikkeling heeft de Commissie voorgesteld biomassa en biobrandstoffen te integreren in plattelandsontwikkeling, als zijnde een belangrijke nieuwe markt in een duurzame landbouw.

Het behoeft geen betoog dat directe steunmaatregelen in de toekomst van essentieel belang zullen blijven om te waarborgen dat energie uit hernieuwbare bronnen een voldoende groot marktaandeel verwerft en dat we de doelstellingen die we hebben afgesproken verwezenlijken. Zoals u weet streeft de Commissie ernaar eind november een mededeling over steunregelingen voor hernieuwbare energiebronnen aan te nemen.

Deze mededeling zal een goede gelegenheid zijn om de vele verschillende steunregelingen die er op het ogenblik in Europa zijn, te evalueren. In de mededeling zal ook worden ingegaan op de obstakels die de ontwikkeling van hernieuwbare energiebronnen in de weg staan. Voorbeelden daarvan zijn ingewikkelde vergunningsprocedures en een slechte integratie van hernieuwbare energiebronnen in lokale ruimtelijke ordening. We moeten de diverse nationale systemen aan een grondige analyse onderwerpen. Op basis van het effect van die systemen zullen we een besluit moeten nemen over een perspectief voor de langere termijn.

Wat verwarmen en koelen betreft, juich ik het initiatiefverslag van mevrouw Rothe toe. Dit verslag zal er eveneens toe bijdragen dat de geschikte initiatieven de nodige aandacht krijgen. Ik heb de amendementen gezien die in verband met verwarmen en koelen zijn ingediend, en de Commissie zal zorgvuldig bekijken wat er in dit verband nog meer gedaan kan worden.

Gezien de huidige hoge olieprijzen is het zaak dat wij vastberaden en met ambitie reageren. Ik wijs in dit verband op mijn vijfpuntenplan dat ik eerder vandaag heb uiteengezet en dat de steun van de Commissie geniet.

Ik bedank de rapporteur en de Commissie industrie, onderzoek en energie nogmaals voor het initiatief dat zij hebben genomen tot de opstelling van dit verslag. Daardoor kunnen wij dit debat voeren vandaag, en zal de Commissie de gepaste initiatieven kunnen ontplooien.

 
  
MPphoto
 
 

  Dimitrios Papadimoulis (GUE/NGL), rapporteur voor advies van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid. - (EL) Mijnheer de Voorzitter, ik wil namens de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid de rapporteur van harte danken en gelukwensen met zijn belangrijke verslag.

Hernieuwbare energiebronnen hebben belangrijke voordelen en daarom is de vraag hoe men de ontwikkeling daarvan kan bevorderen en ervoor kan zorgen dat de burgers in de toekomst de vruchten daarvan plukken. Er zijn weliswaar bepaalde stappen gezet, maar toch is de Commissie, gelet op de doelstellingen van richtlijn 2001/77/EG, veel te laat met haar recente verslag. Daarom moeten wij meer doen en wel in vier richtingen.

Ten eerste moeten wij een beter beleidsklimaat scheppen voor hernieuwbare energiebronnen. Hier hebben de regeringen een beslissende rol, aangezien de grote multinationals helaas voornamelijk blijven investeren in aardolie. Daarom hebben wij een heel vlechtwerk van prikkels nodig voor het aanmoedigen van investeringen in hernieuwbare energiebronnen en het tot stand brengen van winstgevende markten.

Ten tweede moet er een geschikt rechtskader komen ter ondersteuning van hernieuwbare energiebronnen. Daarmee moet men in staat zijn om de stramheid van het huidig energiestelsel te overwinnen, dat samen met de desbetreffende rechtsgrondslagen in het leven werd geroepen toen zelfs het woord ‘hernieuwbare energiebronnen’ nog onbekend was.

Ten derde moeten wij ervoor zorgen dat er veel meer openbare en particuliere investeringen worden gedaan in onderzoek, om betere en goedkopere technologie te ontwikkelen voor de hernieuwbare energiebronnen.

Ten vierde moeten wij bindende kwantitatieve doelstellingen tot 2020 vaststellen, zowel voor de totale productie van hernieuwbare energiebronnen als voor stroom, koeling en verwarming.

Als wij gaan investeren met een toekomstgericht plan voor de ontwikkeling van hernieuwbare energiebronnen kunnen wij 250 000 banen creëren.

 
  
MPphoto
 
 

  Mairead McGuinness (PPE-DE), rapporteur voor advies van de Commissie landbouw. - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik bedank de rapporteur voor zijn werk en voor het feit dat hij de standpunten van de Commissie landbouw ten aanzien van dit verslag in aanmerking heeft genomen. Een beter moment dan dit is er waarschijnlijk nooit geweest voor een verslag over hernieuwbare energiebronnen. Toen ik mij hierheen begaf voor dit debat, stond de olieprijs op 67 dollar per vat, en zoals we weten is de olievoorraad niet onuitputtelijk. Als je bovendien kijkt naar de plattelandsgebieden van de Europese Unie, waar veel van de hernieuwbare energiebronnen vandaan zullen komen, zie je dat men daar al tijden schreeuwt om duurzame, alternatieve ondernemingen.

Ik vind het betreurenswaardig dat de EU haar doelstelling van 12 procent energie uit hernieuwbare bronnen tegen 2010 waarschijnlijk niet gaat halen. Het is duidelijk dat sommige lidstaten noch bereid noch geneigd zijn om de noodzaak van energieproductie uit hernieuwbare bronnen serieus te nemen, terwijl andere lidstaten op dat gebied juist gestage vorderingen maken. De biobrandstoffenrichtlijn bepaalt dat biobrandstoffen tegen het eind van dit jaar een marktaandeel van 2 procent moeten hebben, maar in Ierland is er een streefcijfer van slechts 0,03 procent voor biobrandstoffen vastgesteld.

Wat betreft de productie van biomassa - de zogeheten slapende reus onder de hernieuwbare energiebronnen - waarover de commissaris zojuist gesproken heeft, doet het mij deugd dat wij een actieplan op dit gebied tegemoet kunnen zien. Dat valt ten zeerste toe te juichen.

Het is belangrijk om in te zien welke bijdrage het gemeenschappelijk landbouwbeleid levert aan de productie van energie uit hernieuwbare bronnen via zowel biobrandstoffen als biomassa. Hernieuwbare energie kan plattelandsgebieden helpen door diversificatiemogelijkheden te bieden, het landbouwinkomen veilig te stellen en werkgelegenheid te creëren. Maar als we willen dat de vele mogelijkheden voor hernieuwbare energie ten volle benut worden, dan zijn er stimulansen nodig. Met name het fiscaal beleid mag geen belemmering vormen voor de uitbreiding van hernieuwbare energiebronnen.

Hoewel we erop gebrand zijn landbouwers te stimuleren hun inkomen te diversifiëren, is een woord van waarschuwing in dit verband op zijn plaats. Het risico bestaat dat de productie van voedselgewassen en de productie van gewassen voor andere doeleinden op den duur ten koste van elkaar gaan, en dat zou jammer zijn. Beide soorten productie moeten duurzaam zijn en inkomsten genereren. Ik ben het ermee eens dat de bevordering van hernieuwbare energie in de toekomst een prioriteit moet zijn van het beleid voor plattelandsontwikkeling.

Gisteren - en hiermee rond ik mijn interventie af - woonden 60 000 mensen in Ierland een ploegkampioenschap bij. Veel van de aanwezigen hadden het over hernieuwbare energiebronnen en alles wat daarmee samenhangt, en een onderzoeker die al twintig jaar onvermoeibaar onderzoek verricht op dit terrein zei tegen mij: “Ik denk dat onze tijd eindelijk is aangebroken.”

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  Peter Liese, namens de PPE-DE-Fractie. - (DE) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, beste collega's, ook ik zou de rapporteur, Claude Turmes, willen bedanken.

De EVP-ED-Fractie is voor hernieuwbare energie, maar we moesten Claude Turmes er wel op wijzen dat we hier en daar toch een beetje realistischer te werk moeten gaan. In zoverre hebben we tijdens de stemming in de commissie ten dele succes geboekt. Het verslag bevat heel wat goede punten. De kwestie biomassa was voor ons heel belangrijk, en ik ben blij dat we erin geslaagd zijn om een heel hoofdstuk daarover in de tekst op te laten nemen. Op de lange termijn willen we dat de verschillende subsidiestelsels voor de elektriciteit in Europa worden geharmoniseerd. We weten dat dit niet van vandaag op morgen kan gebeuren, maar op de lange termijn moeten we ook voor dit product een Europese interne markt creëren met alle voordelen van dien, ook al om de kosten te verlagen, en dat is voor ons een ander belangrijk punt. Er is nooit genoeg geld, en we moeten met de middelen die we hebben zo veel mogelijk zien te bereiken. Daarom moeten we proberen om met de subsidies de kosten te verlagen.

We hebben nog wat problemen met dit ontwerpverslag. We hebben bijvoorbeeld moeite met het streefdoel van 25 procent in 2020, en daarover hebben we dus amendementen ingediend. We vinden ook dat we niet alleen maar de voordelen van de windenergie mogen noemen; we moeten er ook op wijzen dat er problemen zijn met de stabiliteit van het net en dat de burgers er bezwaren tegen hebben. Volgens ons moet in het verslag nog dieper worden ingegaan op koeling en verwarming. Daardoor kunnen we namelijk met weinig geld heel veel bereiken: een sterke daling van het gebruik van fossiele brandstoffen en van de emissie van CO2. Dat zijn ook de redenen waarom we het gebruik van hernieuwbare energie willen bevorderen: we willen minder afhankelijk worden van olie en gas en het probleem van de klimaatverandering aanpakken.

Daarom vraag ik u om voor de amendementen van de PPE-ED-Fractie te stemmen. Het leidt echter geen twijfel dat we in Europa samen moeten strijden voor hernieuwbare energie.

 
  
MPphoto
 
 

  Mechtild Rothe, namens de PSE-Fractie. - (DE) Mijnheer de Voorzitter, allereerst zou ook ik de rapporteur, Claude Turmes, van harte willen bedanken voor zijn verslag en voor de uitstekende samenwerking. Ondanks de kritische kanttekeningen van de heer Liese ben ik ervan overtuigd dat een grote meerderheid morgen voor dit verslag zal stemmen.

Juist nu, tijdens de huidige oliecrisis, wordt al duidelijker dat we de eindige energiebronnen moeten vervangen door hernieuwbare energiebronnen. In de EU hebben we de afgelopen jaren met succes een strategie voor het bevorderen van hernieuwbare energie ontwikkeld. We hebben ook wettelijke bepalingen vastgelegd bijvoorbeeld voor doelstellingen voor de productie van elektriciteit op basis van biobrandstoffen. We hebben ervoor gezorgd dat deze energiebronnen een marktaandeel konden veroveren en daarmee een belangrijke bijdrage konden leveren aan de klimaatbescherming. Deze sector biedt 300 000 banen en haalt een omzet van ongeveer vijftien miljard euro per jaar. Dat is een belangrijke bijdrage aan de omzetting van de Lissabon-strategie. Het is echter nog niet genoeg.

De doelstellingen voor het gebruik van biobrandstoffen worden nog op geen stukken na gehaald - dat hebben anderen ook al gezegd - en de Commissie moet bepaalde lidstaten met nadruk wijzen op het feit dat ze hun streefdoelen voor de opwekking van elektriciteit niet halen. We moeten een aantal hindernissen wegwerken, we moeten bijvoorbeeld de bureaucratische belemmeringen afschaffen, de capaciteit van de netwerken verhogen en de ontoereikende transmissiesystemen verbeteren. Ik heb namelijk nog steeds de ambitie om ervoor te zorgen dat we voor 2010 het aandeel van hernieuwbare energiebronnen kunnen verdubbelen tot 12 procent. In dat verband is echter een ding heel belangrijk: we moeten in de wetgeving de lacune voor verwarming en koeling sluiten. Dat betekent dat we in de wet duidelijke streefdoelen moeten vastleggen. Op die manier kunnen we in de lidstaten impulsen geven voor de nodige activiteiten op dit vlak. Dan kunnen we het grote potentieel van de biomassa en van de verwarming met zonne-energie en geothermische energie beter benutten. Dat is een heel belangrijke boodschap aan het adres van de Commissie. Die moet in dit verband meer doen en ons de nodige voorstellen voorleggen.

 
  
MPphoto
 
 

  Vittorio Prodi, namens de ALDE-Fractie. - (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ook ik wil collega Turmes hartelijk danken voor zijn werk, voor het werk dat wij samen hebben verricht. Het document is van groot belang omdat daarmee het evenwicht wordt hersteld in een situatie waarin de gecentraliseerde en geconcentreerde energieproductie in het voordeel lijkt te zijn.

Hernieuwbare energiebronnen zijn in opmerkelijke mate veronachtzaamd. Nu kunnen we eindelijk gaan denken aan het herstel van het evenwicht en onze onderzoeksinspanningen richten op deze energiebronnen. Tot nu toe hebben deze geen baat gehad van onderzoek, ofschoon zij daar wel degelijk recht op hebben, vanwege de onmisbare bijdrage die zij kunnen leveren tot onze energiebehoefte.

Hernieuwbare energiebronnen dragen bij tot het waarborgen van duurzaamheid, aangezien zij geen CO2 uitstoten en CO2 neutraal zijn, tot onafhankelijkheid op energiegebied en tot het creëren van werkgelegenheid in de Unie, juist op een zo moeilijk moment - zoals wij vandaag nog hebben gezien in het debat over het document inzake aardolie -, en dit dankzij een technologie waarin wij in de wereld vooroplopen.

Het zal een hele klus zijn, waarbij wij in de eerste plaats gedetailleerde gegevens moeten zien te verkrijgen over het aandeel dat iedere bron kan leveren. Ik ben ervan overtuigd dat dit aandeel absoluut gezien heel belangrijk zal zijn. Het zal de hoogste verwachtingen overtreffen, ook omdat de productie zich zal verspreiden. Dit laatste zal leiden tot een groot verantwoordelijkheidsgevoel en zal een sprong voorwaarts zijn bij de energie-efficiëntie, dankzij de algemene toepassing van stroomopwekking gekoppeld aan verwarming en koeling. Deze aanpak zal prioriteit moeten krijgen, omdat wij daarmee ons engagement vorm kunnen geven.

In het bijzonder wil ik de nadruk leggen op het aandeel van biomassa. Bij de omzetting van biomassa in gas, ontstaat rechtstreeks waterstof, en wij weten hoe belangrijk dat is. Andere bronnen, zoals windenergie, hebben reeds een aanzienlijk aandeel geleverd, weer anderen zijn erg veelbelovend. Hier moeten wij ons voor inzetten en ik geloof dat wij er met de groep-Turmes in zullen slagen nog veel werk te verrichten.

 
  
MPphoto
 
 

  Umberto Guidoni, namens de GUE/NGL-Fractie. - (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik sluit mij aan bij de dankbetuigingen aan het adres van rapporteur Turmes voor het voortreffelijke werk dat wij samen hebben verricht.

Er is geen twijfel mogelijk: de grote meerderheid van de wetenschapsgemeenschap is er inmiddels van overtuigd dat de uitstoot van broeikasgassen de hoofdverantwoordelijk is voor de temperatuurstijging op aarde. Er bestaan redelijke vermoedens dat de steeds grotere frequentie en het geweld van de recente natuurrampen een gevolg zijn van deze opwarming.

Om het broeikaseffect terug te dringen moet worden gestreefd naar beëindiging van het olietijdperk. Men moet zich richten op alternatieve energiebronnen, en beginnen bij de eerste alternatieve bron, namelijk energiebesparing. Met een beleid voor meer energie-efficiëntie en minder verspilling kan men in feite binnen een paar jaar het aardolieverbruik met meer dan 20 procent terugdringen. Een zelfde percentage kan worden gespaard met een veelvuldig gebruik van hernieuwbare bronnen, zoals wind- en zonne-energie en biomassa.

Het Groenboek over energie van de Europese Commissie is een goed uitgangspunt, maar om spijkers met koppen te kunnen slaan moet men onderzoeksprogramma’s opstellen die de ontwikkeling van duurzame en concurrerende energiesystemen kunnen stimuleren. Dit kan men ook doen met meerjarige demonstratieprojecten, bijvoorbeeld hier in het Europees Parlement, en met een beleid ter ondersteuning van de kleine en middelgrote bedrijven die in de sector investeren.

Naast massale investeringen is er ook behoefte aan financiële en fiscale maatregelen ter stimulering van alternatieve energie, met als doel de verwezenlijking van de benodigde infrastructuur, bijvoorbeeld voor waterstof, en voor duurzaam transport.

De rol van de Europese Unie is van doorslaggevend belang, onder meer omdat daarmee nationaal beleid kan worden aangezwengeld en de communautaire richtlijnen concreet kunnen worden ingevuld. Alleen met een gecoördineerde inspanning op continentaal niveau kan Europa een geloofwaardige gesprekspartner worden in het wereldwijde energiebeleid.

 
  
MPphoto
 
 

  Mieczysław Edmund Janowski, namens de UEN-Fractie. - (PL) Mijnheer de Voorzitter, ik prijs de rapporteur voor zijn uitstekende werk. De verschillende energiecrises en het vooruitzicht dat de niet-hernieuwbare organische brandstoffen uitgeput raken, terwijl de vraag stijgt en het milieu moet worden beschermd, hebben geleid tot grotere belangstelling voor hernieuwbare energiebronnen. Ik juich daarom het besluit om deze kwestie in dit Parlement te bespreken toe.

De heer Turmes heeft de zon genoemd. Zelfs als alle brandstofvoorraden zoals olie, gas, kolen en hout zo efficiënt mogelijk zouden worden verbrand, zal de hoeveelheid energie die daarmee ontstaat niet groter zijn dan de hoeveelheid zonne-energie die de aarde in slechts vier dagen bereikt. Dat is de moeite van het vermelden waard.

De kwestie waarover we nu debatteren, is van fundamenteel belang. Het is jammer dat dit debat 's avonds laat wordt gehouden en er maar weinig leden van dit Parlement aanwezig zijn. De uitdaging waarvoor we staan, heeft meerdere aspecten en deze houden verband met onder meer de techniek, het onderzoek, het milieu, het klimaat, de economie, de sociale vraagstukken en defensie, om er maar een paar te noemen. Er moet in de hele Unie gerichte actie worden ondernomen, met gepaste aandacht voor internationale samenwerking. Dit moet in de afzonderlijke landen ter hand worden genomen …

(Spreker wordt door de Voorzitter onderbroken)

 
  
MPphoto
 
 

  Sergej Kozlík (NI). - (SK) Helaas beschikken de landen van de Europese Unie niet over aanzienlijke hoeveelheden natuurlijke energiebronnen. Enkele maanden geleden hebben de instellingen van de Europese Unie de kwestie van de energiezekerheid in Europa aan de orde gesteld. Volgens een weliswaar platonische verklaring zal de afhankelijkheid van de Europese landen van externe energiebronnen in de komende twintig jaar stijgen van 50 naar 70 procent.

Als we de implicaties van deze feiten in aanmerking nemen, lijkt het energiebeleid van de Europese Unie uitgesproken naïef, vooral als wij denken aan de noodzaak een toereikend zelfvoorzieningsniveau op energiegebied te verzekeren. Ik ben er zeker voorstander van dat maatregelen worden genomen voor meer energie-efficiëntie, waarmee de voorwaarden kunnen worden geschapen voor een groter aandeel van alternatieve en hernieuwbare energiebronnen en energiebesparing. Anderzijds, als de Europeanen een realistische kans willen hebben om aan hun energiebehoeften te voldoen, moeten zij hun afkeer zien te overwinnen van kernenergie en van de gevestigde vormen van energieproductie, mits daarbij natuurlijk de milieu- en operationele normen strikt worden nageleefd. De Europese instellingen moeten ook blijk geven van een veel ruimere blik als het gaat om de sluiting van bestaande energiecentrales. Tegen deze achtergrond moet ik het - grotendeels door politieke motieven ingegeven - besluit bekritiseren om de kerncentrale in Jaslovské Bohunice vroegtijdig buiten bedrijf te stellen, ondanks dat deze centrale voldoet aan de veiligheidsvoorschriften. Dit zal niet alleen het energiepotentieel van Slowakije aantasten, maar ook dat van de Europese Unie als geheel, en zal ertoe leiden dat er minder middelen beschikbaar zullen zijn, middelen die anders onder meer gebruikt zouden kunnen worden voor de financiering van programma’s die tot doel hebben alternatieve vormen van energie te ondersteunen.

 
  
MPphoto
 
 

  Nikolaos Vakalis (PPE-DE). - (EL) Mijnheer de Voorzitter, geachte collega’s, het is ons allen bekend dat de bevordering van hernieuwbare energiebronnen van cruciaal belang is.

De meest recente crisis heeft dat enkel nog eens onderstreept. Het laatste vijfpuntenactieplan van de heer Piebalgs gaat mijn inziens die richting uit.

Staat u mij toe de aandacht te richten op twee vraagstukken.

Eerste vraagstuk: men moet de autonomie van de insulaire systemen in de Europese Unie bevorderen. In mijn land bijvoorbeeld zijn heel veel eilanden niet aangesloten op het nationale stroomnet. In autonome energiesystemen moeten bij voorbaat geavanceerde technologieën worden toegepast voor hybride stroomopwekking, waarbij hernieuwbare energiebronnen en opslagtechnologieën met elkaar gecombineerd worden. Op die manier krijgen wij enerzijds autonome en gedecentraliseerde energiecentrales en kunnen wij anderzijds de consument een continue energieproductie en -bevoorrading garanderen.

Het tweede vraagstuk houdt voornamelijk verband met zonne- en windenergie. De koppeling van deze energiebronnen aan de reeds bestaande energienetwerken is problematisch. Daarom moet de Commissie een studie maken van de goede praktijken met betrekking tot netwerkbeheer, opdat die problemen kunnen worden opgelost. Dat moet onze eerste zorg zijn, als wij willen dat de hernieuwbare energiebronnen een vaste plaats krijgen in het energiesysteem van onze landen.

 
  
MPphoto
 
 

  Adam Gierek (PSE). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, energie uit hernieuwbare bronnen moet worden geëxploiteerd in overeenstemming met de technologische prioriteiten van een land. Het klimaat en de agrarische omstandigheden in Polen betekenen dat op de eerste plaats biobrandstoffen en op de tweede plaats geothermische energie direct moeten worden ondersteund. De ervaring die tot nu toe is opgedaan, laat echter geen bijzonder rooskleurig beeld zien van de opwekking van elektriciteit uit vaste biomassa. Dit is onder meer te wijten aan de inefficiëntie van de omzetting van warmte-energie in elektrische energie, en tevens aan logistieke en milieuproblemen. Daarnaast moet de in hout aanwezige biomassa worden gedroogd om ongeveer 20 procent van het vocht in de biomassa te laten verdwijnen. Dit proces vraagt extra energie.

Een andere prioriteit zou voor Polen energie uit stedelijk afval kunnen zijn. Deze energiebron vult zichzelf niet alleen voortdurend aan, maar zij groeit zelfs in alarmerend hoog tempo. Volgens de definitie is het zeker een hernieuwbare energiebron. De bestaande technologieën zoals pyrolyse maken het mogelijk uit het afval koolwaterstoffen te winnen en deze efficiënt om te zetten in elektrische energie. De voordelen zijn tweevoudig: er wordt energie opgewekt, en daarnaast is er ook nog een vorm van secundaire recycling en kunnen afvalstortplaatsen worden opgeheven. De Commissie zou dit type energie moeten erkennen als hernieuwbare energie.

 
  
MPphoto
 
 

  Esko Seppänen (GUE/NGL). - (FI) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, de rapporteur, de heer Turmes, heeft een, voor hem gebruikelijk, grondig verslag opgesteld, dit keer over de strategie voor het gebruik van hernieuwbare energiebronnen. Het is een verdienstelijk en voor zich sprekend verslag.

Verwacht wordt dat zowel de wereldbevolking als het energiegebruik zullen blijven groeien. Als wij het over hernieuwbare biobrandstoffen en de teelt van energiegewassen hebben, moeten wij beseffen dat de energieproductie met de voedselproductie concurreert om hetzelfde stuk land. Al met de huidige prijzen voor olie en graan is het waarschijnlijk goedkoper graan in plaats van olie te gebruiken als brandstof voor verwarming. Tegelijkertijd lijdt een groot deel van de wereldbevolking honger. Zo werkt het marktmechanisme.

Als ik de energiestrategie van de groenen volg - en de heer Turmes is lid van de groenen - valt mij op dat zij vijandig staan tegenover onderzoek naar het gebruik van energie uit kernfusie. Wij zijn net als de heer Turmes voor het financieren van onderzoek naar hernieuwbare energiebronnen en energie-efficiëntie in het kader van het zevende kaderprogramma voor onderzoek en technologische ontwikkeling. Dat mag echter niet ten koste gaan van het onderzoek naar kernfusie. De mensheid moet deze mogelijkheid van energieproductie grondig onderzoeken. Het is een energiebron die het midden houdt tussen hernieuwbaar en niet hernieuwbaar. Wij staan voor problemen die wij alleen kunnen oplossen door bevolkingsgroei, voedselproductie en hernieuwbare energie te coördineren.

 
  
MPphoto
 
 

  Avril Doyle (PPE-DE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil de rapporteur feliciteren met zijn uiterst informatief verslag over de eenentwintig soorten van hernieuwbare energie die in de eenentwintigste eeuw een steeds grotere rol zullen gaan spelen, of men de situatie nu beziet vanuit het perspectief van de klimaatverandering of van de voorzieningszekerheid en de stijgende prijzen van fossiele brandstoffen.

De ligging van mijn eigen land, Ierland, is uniek voor de ontwikkeling van groene energie en groene brandstoffen: we hebben daarvoor de technologische basis, het klimaat, en wind en golfslag voor onze Atlantische kust die tot de krachtigste behoren in heel Europa. Gisteren nog heeft onze minister een nieuw plan aangekondigd ter ondersteuning van 400 megawatt extra hernieuwbare-energiecapacteit. Ondanks dat alles wordt de ambitie van onze hernieuwbare-energiesector volledig gedwarsboomd. Wederom heeft de minister het bij het verkeerde eind: zijn voorstel is een poging om de economische noodzaak te ontkennen. Wat hij voorstelt is het enige plan in Europa om maxima op te leggen aan prijzen en hoeveelheden. Dit zal de concurrentie volledig verstoren, en dat op een markt waarin onafhankelijke producenten van hernieuwbare energie toch al worden benadeeld.

We hebben in Ierland geen feitelijke liberalisering van de elektriciteitsmarkt. Uit het onderzoek naar mededingingsverstorende praktijken op de elektriciteitsmarkt, dat commissaris Kroes zes maanden geleden heeft aangekondigd, zal ongetwijfeld blijken dat de ESB - onze Electricity Supply Board - net als zijn Franse tegenhanger, de EDF, in feite nog altijd een monopoliepositie inneemt en deze dominante positie als poortwachter van het nationale stroomnet misbruikt, in plaats van de opwekking binnen het stroomnet te beschermen met kruissubsidiëring van onrendabele opwekking uit fossiele brandstoffen ten koste van de winst van het nationale stroomnet. De vrees dat de ESB op ieder moment zou kunnen besluiten de lichten uit te doen, leidt ertoe dat de regelgevers kiezen voor een uiterst voorzichtige aanpak bij de openstelling van de markt. En de regering kan niets doen! Zij heeft afstand gedaan van alle bevoegdheden om op dit specifieke terrein beleid uit te vaardigen. De wet van 1999, waarbij de Ierse commissie voor energieregulering werd opgericht, bevatte een bepaling waardoor ministeriële beleidsinstructies sinds 2002 verleden tijd zijn. Voor het gemak staat de opsteller van die wet nu aan het hoofd van de Ierse commissie voor energieregulering, die over een carte blanche beschikt wat de regulering betreft, zonder dat de regering hierop enige invloed kan uitoefenen of toezicht kan houden. Noodzakelijke onafhankelijke arbitrage mag ministeriële beleidsinstructies niet uit sluiten.

We beschikken in feite over een marginaal beleid met betrekking tot het stroomnet, waarbij voor elk project een verbetering van het net is vereist en er gevochten moet worden om toegang op ad-hocbasis. Daardoor ontstaat een aanzienlijke mate aan bureaucratie en financiële onzekerheid voor hernieuwbare energiebronnen. Het is de hoogste tijd dat de Ierse regering de opstelling van een progressief beleid voor hernieuwbare energie weer in eigen hand neemt.

 
  
MPphoto
 
 

  Andres Tarand (PSE). - (ET) Ik vertegenwoordig een lidstaat die op de een na laatste plaats staat in de Europese Unie als het gaat om het gebruik van hernieuwbare energie. De reden hiervoor is de zeer vervuilende en zeer inefficiënte - maar monopolistische - wijze waarop in Estland olieschalie wordt gebruikt voor energieproductie. De enige, deels onvermijdelijke, reden voor het gebruik van deze energiebron is dat de waarde van olieschalie niet is gebaseerd op de wereldprijs, maar wordt vastgesteld door een comité van het ministerie van Economie en Communicatie. Hierdoor zijn wij voor het verwarmen van gebouwen niet afhankelijk van prijsschommelingen op de wereldmarkt.

Nu hebben echter de bedrijven die olie produceren uit olieschalie kennelijk hun prijzen aanzienlijk opgeschroefd door middel van kartelafspraken. Aangezien van duurzame energie in Estland nog niet echt werk is gemaakt, hebben veel consumenten geen andere keuze. Zoals we allemaal weten zijn het de armen die het meest lijden onder prijsstijgingen.

Vandaag heeft het Europees Parlement de hele dag gesproken over mogelijke maatregelen ter verlichting van zowel de sociale als de economische gevolgen. Onze minister van Economie en Communicatie heeft echter zijn schouders opgehaald en beweerd dat hij er niets aan kan doen dat de olieschaliebedrijven de prijs van olieschalie hebben gekoppeld aan die van aardolie. De prijs van de olieschalie zelf is echter niet gestegen.

De moraal van het verhaal is dat de Europese Unie meer druk moet uitoefenen op de regeringen van die lidstaten die hun kop in het zand steken. Ik wens commissaris Piebalgs veel sterkte, en ik wil collega Turmes bedanken omdat hij een grote stap in de goede richting heeft gezet.

 
  
MPphoto
 
 

  Andris Piebalgs, lid van de Commissie. - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil enkele korte opmerkingen maken.

Ten eerste kan ik u ervan verzekeren dat de Commissie alles zal doen wat binnen haar wettelijke bevoegdheden ligt om de bestaande richtlijnen ten uitvoer te leggen. Ten tweede is vandaag voldoende aangetoond dat het noodzakelijk is een richtlijn betreffende het gebruik van hernieuwbare energie voor verwarming en koeling uit te werken. Er zijn heel sterke argumenten voor een dergelijke richtlijn.

Voorts wil ik zeggen dat het buitengewoon belangrijk is dat de Commissie milieubeheer en de Commissie landbouw zijn geraadpleegd maar dat, als we de doelstelling betreffende hernieuwbare energie willen bereiken, ook andere commissies zich over deze kwesties moeten buigen. Zolang men zich beperkt tot de Commissie energie, zullen de doelstellingen niet worden verwezenlijkt. Deze kwestie bestrijkt immers een heel breed terrein. Ook de voor belastingvraagstukken verantwoordelijke commissie en andere commissies, met name de commissies die zich bezighouden met economische ontwikkeling, moeten deze kwesties behandelen.

Het verslag over de situatie op de interne markt zal in november klaar zijn. Ik ben gaarne bereid de situatie en de uitdagingen in de verschillende lidstaten dan met u te bespreken. De situatie ten aanzien van de liberalisering van de markt verschilt duidelijk per lidstaat.

Ik bedank hierbij de rapporteur en iedereen die een bijdrage heeft geleverd aan dit uitstekende verslag.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Het debat is gesloten.

De stemming vindt donderdag om 12.00 uur plaats.

Schriftelijke verklaring (artikel 142)

 
  
MPphoto
 
 

  Edit Herczog (PSE). - (HU) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren,

ik ben bijzonder ingenomen met het verslag-Turmes, waarin de toekomst van de hernieuwbare energie wordt uiteengezet aan de hand van de algemene richtsnoeren van de Strategie van Lissabon. Ik ben het ermee eens dat in het kader van een consequent Europees energiebeleid, hernieuwbare energiebronnen een positief effect kunnen hebben op werkgelegenheid, milieubescherming en marktintegratie, evenals op onderzoek en ontwikkeling, innovatie en duurzame economische ontwikkeling in de komende decennia.

Wel wil ik erop wijzen dat technologieën waarbij gebruik wordt gemaakt van hernieuwbare energie zeer duur zijn, zowel in absolute cijfers als met betrekking tot de doelmatigheid. Dat gezegd hebbende, is de energieprijs - vooral onder de huidige omstandigheden - in veel van de lidstaten een uiterst gevoelig onderwerp, zozeer zelfs dat deze de sociale cohesie als zodanig in gevaar kan brengen. Daarom ben ik van mening dat, voordat we voorbereidingen gaan treffen voor een al te ambitieus beleid inzake hernieuwbare energie, het buitengewoon belangrijk is om steun te bieden aan de cohesie tussen regio’s, lidstaten, en kleine regio’s, alsmede aan de integratie van de Europese energiemarkt door middel van een allesomvattend energiebeleid dat is gebaseerd op een redelijk evenwicht.

 
Juridische mededeling - Privacybeleid