Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Debatten
Woensdag 28 september 2005 - Straatsburg Uitgave PB

29. Situatie van de minderheden in Kosovo met betrekking tot mensenrechten
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Aan de orde is de verklaring van de Commissie over de situatie van de minderheden in Kosovo met betrekking tot mensenrechten.

 
  
MPphoto
 
 

  Olli Rehn, lid van de Commissie. - (EN) Mijnheer de Voorzitter, deze verklaring omvat ook een antwoord op de drie vragen die door leden van het Europees Parlement zijn gesteld over de mensenrechtensituatie van de Roma in Kosovo.

De eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat het terugkeerproces voor alle minderheden in Kosovo tot dusverre, in het algemeen, is mislukt; er zijn sinds 1999 slechts 13 000 vluchtelingen teruggekeerd. Daarnaast moet ik eerlijkheidshalve zeggen dat de Roma-gemeenschap in Kosovo ernstig is achtergesteld.

De Commissie vreest dat de gedwongen terugkeer van leden van de Roma-gemeenschap wellicht plaatsvindt in een kader waarin hun veilige en duurzame reïntegratie in de Kosovaarse samenleving na hun terugkeer niet is gewaarborgd.

Ondertussen steunt de Commissie de Roma-gemeenschap waar zij maar kan, met name via onze bijstandsprogramma’s die tot doel hebben duurzamere levensomstandigheden tot stand te brengen. Tegelijkertijd richten wij ons niet specifiek op de mensen die gedwongen zijn teruggekeerd.

De tweede kwestie betreft de vraag of het beginsel van non-refoulement volledig wordt geëerbiedigd in geval van gedwongen repatriëring van Roma-vluchtelingen naar Kosovo. Het is niet aan de Commissie om vast te stellen of het beginsel van non-refoulement volledig wordt geëerbiedigd of niet.

De ultieme bestuurlijke verantwoordelijkheid hiervoor berust bij de Missie van de Verenigde Naties in Kosovo, de UNMIK, alsmede bij de lidstaten van de Europese Unie die hebben besloten leden van de Roma-gemeenschap te dwingen naar Kosovo terug te keren.

Ondertussen was de UNHCR, de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor vluchtelingen, in maart 2005 van oordeel dat terugkeer als onveilig moest worden beschouwd voor Serviërs en Roma uit Kosovo, evenals voor Kosovo-Albanezen in het geval zij zich in een minderheidssituatie bevinden. De terugkeer van Ashkali, Egyptenaren, evenals van Gorani en Bosnische moslims wordt als veiliger beschouwd.

Voor zover de Commissie weet, heeft de overeenkomst tussen de UNMIK en de Duitse regering over gedwongen terugkeer uitsluitend betrekking op de Ashkali en Egyptenaren, en dus niet op de Roma en andere minderheden.

De derde vraag gaat over de Roma in Kosovo in het algemeen. Alle voortgangsverslagen bevatten een hoofdstuk over de politieke situatie en de criteria zoals die zijn vastgesteld tijdens de Europese Raad van Kopenhagen in juni 1993.

Dit hoofdstuk omvat een paragraaf over minderheden en de bescherming van minderheden in kandidaat- en potentiële kandidaat-lidstaten, waaronder de landen op de Westelijke Balkan.

Het voortgangsverslag van dit jaar over Kosovo zal daarop geen uitzondering vormen en bevat dus een beoordeling van de situatie van minderheden, met inbegrip van de Roma. Ook zal deze kwestie periodiek worden gevolgd en aan de orde worden gesteld in toekomstige voortgangsverslagen en in de politieke dialoog van de Commissie met Kosovo.

Uiteraard zullen we nauwkeurig bestuderen wat ambassadeur Kia Eide zal schrijven in zijn standaardverslag over Kosovo, dat over enkele weken zal verschijnen. Dit zal gaan over de tenuitvoerlegging van de maatregelen op het vlak van decentralisering en over de cruciale kwestie van de bescherming van minderheden. Dat verslag zal onontbeerlijk zijn als moet worden vastgesteld wanneer de besprekingen over de status van Kosovo in de loop van dit najaar van start kunnen gaan.

 
  
MPphoto
 
 

  Bernd Posselt, namens de PPE-DE-Fractie. - (DE) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, we verschillen over van alles van mening, maar ik hoop dat we tenminste een zekere consensus kunnen bereiken over de rechten van minderheden. Mijnheer de commissaris, u komt uit Finland, een land dat voorbeeldige regelingen heeft voor de rechten van de Zweedse minderheid. Vroeger was een vrouw lid van het Parlement die dezelfde naam had als u en uit die minderheid kwam.

Het is de hoogste tijd dat we het in de Europese Unie eens worden over gezamenlijke normen voor de rechten van minderheden. Dat geldt niet alleen intern - eerlijk gezegd bestaan zulke normen voor minderheden bij ons helemaal niet - maar ook in onze relaties met kandidaat-landen of geassocieerde landen. We kunnen niet telkens weer willekeurig de ene of andere meerderheid in een of ander land uitzoeken, we moeten werkelijk proberen het eens te worden over een gezamenlijke basis.

De grondwet van Kosovo, die President Rugova in ballingschap had geschreven, bevatte volgens mij voorbeeldige passages over de rechten van minderheden. Daarna kwamen in 1999 de massale deportaties van Albanezen, en sindsdien bloeden de wonden van de oorlog. Zo kort na een dergelijke oorlog is de terugkeer van de gedeporteerden natuurlijk het moeilijkste hoofdstuk. We moeten echter beginnen bij het kiesrecht. Dat bestaat, en in het Parlement van Kosovo zijn een aantal zetels gereserveerd voor de minderheden.

Ik zou u willen vragen: wat doet u, wat doet de EU om ervoor te zorgen dat alle minderheden daadwerkelijk gebruik maken van de voor hen gereserveerde zetels in het Parlement van Kosovo? Ten tweede, wist u dat er in het buurland Servië helemaal geen zetels voor minderheden gereserveerd zijn? Wat doet u om ervoor te zorgen dat Servië hetzelfde kiesrecht toepast als Kosovo, waar de minderheden in het Parlement meer dan proportioneel vertegenwoordigd zijn? In het Servische Parlement geldt een kiesdrempel van 5 procent en heel Servië is één kiesdistrict. Daardoor zijn er helemaal geen zetels gereserveerd voor minderheden. Dat zijn toch enorme verschillen?

Wat zijn volgens u de gevolgen van de status die we met het oog op deze problemen moeten toekennen?

 
  
MPphoto
 
 

  Panagiotis Beglitis, namens de PSE-Fractie. - (EL) Mijnheer de Voorzitter, ik wil vooral de commissaris, de heer Rehn, van harte bedanken voor zijn objectieve beschrijving van de dramatische situatie waarin de minderheden in Kosovo verkeren.

Inderdaad is het zeer zorgwekkend dat het Europees Parlement voor het eerst sedert 1999 het vraagstuk van de minderheidsrechten in Kosovo moet bespreken. Wij maken ons grote zorgen over het beleid daar. Er wordt namelijk met twee maten gemeten en blijk gegeven van een selectieve gevoeligheid jegens de Servische minderheid en de andere minderheden in Kosovo.

Als wij kijken naar de situatie zoals deze wordt beschreven in de verslagen van zowel de Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen als de Speciale Vertegenwoordiger van de VN, stellen wij vast dat er wat de bescherming van de minderheidsrechten betreft sedert 2004, toen er bloedige gevechten plaatsvonden en Serviërs en leden van andere minderheden werden vermoord, geen enkele verbetering heeft plaatsgevonden in Kosovo.

Wij zien dat de hardste etnische kringen in Albanië een continu etnisch bloedvergieten - om niet te spreken van een nieuwe etnische zuivering - veroorzaken ten koste van de minderheden in Kosovo. VN-resolutie 1244 uit 1999 wordt niet toegepast en zelfs ondermijnd. Geen enkel van de acht criteria waarop het beginsel “standards before status” werd gegrondvest, is vervuld, en ik wilde dan ook de commissaris vragen wat het beleid is van de Europese Unie, en of de Unie zal instemmen met de opening van onderhandelingen in de VN over de definitieve status van Kosovo zonder dat aan deze criteria is voldaan.

De Europese Unie heeft een Europese strategie opgesteld uitgaande van de conclusies van de Europese Raad van Thessaloniki. Wij steunen een multi-etnisch en democratisch Kosovo, een Kosovo dat de kant uitgaat van toekomstige integratie in de Europese instellingen. Daarbij moeten wij bijdragen aan de totstandkoming van stabiele democratische instellingen.

De Europese Commissie moet de communautaire programma’s, zoals CARDS, gebruiken om ontwikkelingsprogramma’s te financieren, evenals programma’s op het gebied van onderwijs, cultuur en jeugd, ten behoeve van alle burgers van Kosovo. Ook moet zij geld beschikbaar maken voor het herstel van kerken en culturele monumenten van de minderheden en van met name de Servische minderheid.

Tot slot wil ik nog zeggen dat het Europees Parlement zijn verantwoordelijkheid moet nemen.

 
  
MPphoto
 
 

  Viktória Mohácsi, namens de ALDE-Fractie. - (HU) Mijnheer de Voorzitter, eind juni vernam ik dat 35 000 vluchtelingen in Duitsland in ernstige moeilijkheden verkeren. Zij zijn zes jaar geleden uit Kosovo gevlucht en behoren allen tot de Roma-gemeenschap, en het doet er niet toe of we ze nu Ashkali of “Egyptenaren” noemen. In de eerste helft van juli hebben de fractievoorzitters - met uitzondering van de conservatieven - de Duitse regering in een brief opgeroepen haar besluit te heroverwegen. Duitsland heeft namelijk besloten 35 000 Roma terug te sturen naar Kosovo, naar het land waar van de oorspronkelijke 150 000 Roma er nog slechts 6 000 over zijn. En zelfs deze kleine groep woont daar nog altijd onder onmenselijke omstandigheden, in vluchtelingenkampen in hun eigen land. Er is ernstige loodvervuiling geconstateerd in een vluchtelingenkamp in het noorden van de regio Mitrovica, met loodniveaus die zesmaal zo hoog zijn als normaal, waardoor inmiddels veel kinderen zijn geboren met allerlei afwijkingen. De huizen die voor de oorlog door Roma werden bewoond, worden nu illegaal bezet door Albanezen of andere mensen, of ze zijn verwoest. Duitsland heeft er zes jaar over nagedacht of het al dan niet de vluchtelingenstatus moest toekennen aan de Roma, en heeft nu besloten hen terug te sturen naar Kosovo, waar ze niets hebben. Er wonen nog eens ongeveer 70 000 Roma - veelal illegaal - in andere Europese of Balkanlanden, zoals in Nederland, Zweden, Finland, Macedonië, Servië, enzovoorts.

Wij Roma hebben geen moederland dat ons onderdak kan bieden als we ons in een dergelijke situatie bevinden. Toen ik voorstelde over dit onderwerp een debat te voeren, vroeg ik om een standpunt van heel Europa, en niet van tien afgevaardigden die deze kwestie na 11 uur ’s avonds hier in het Europees Parlement met elkaar bespreken. Wij, leden van het Europees Parlement, moeten druk uitoefenen op Duitsland. Deze deportatie moet worden voorkomen en de kwestie-Kosovo moet worden aangepakt.

 
  
MPphoto
 
 

  Elly de Groen-Kouwenhoven, namens de Verts/ALE-Fractie. - (EN) Mijnheer de Voorzitter, sinds de aankomst van de VN-missie in Kosovo in 1990 heeft het Leger voor de bevrijding van Kosovo, het UCK, gebruik gemaakt van martelingen, verkrachtingen, doelgerichte moorden en brandstichting van de huizen van de Roma als methoden van etnische zuivering tegen de Roma-gemeenschap in Kosovo, waaronder de Askhali- en de Egyptische Roma. Het VN-bestuur is er op geen enkele manier in geslaagd om de Kosovaars-Albanese meerderheid tot de orde te roepen. Vele misdrijven die duidelijk door zigeunerhaat zijn ingegeven, worden niet vervolgd, en beschuldigingen worden niet eens aan de rechter voorgelegd.

In het huidige Kosovo zijn de mensenrechten een hol begrip. Het is voor de Roma vrijwel onmogelijk om toegang te krijgen tot voorzieningen als huisvesting en gezondheidszorg of om een baan te vinden, terwijl hun kinderen om veiligheids- en financiële redenen van school wegblijven. Het zal niemand verbazen dat vele repatrianten hun huis verkopen, omdat zij niet in angst en schande willen leven. In oorlogstijd slaan burgers van alle mogelijke etnische achtergronden op de vlucht, maar het is onaanvaardbaar dat wanneer de oorlog voorbij is, de leden van één van twee etnische groepen als volwaardige burgers worden verwelkomd en worden betrokken bij de besluitvorming, terwijl de leden van de andere groep bemerken dat zij een achtergestelde groep zijn geworden, een minderheid, in eigen land ontheemden. Deze benadering waarbij met twee maten wordt gemeten op basis van de etnische achtergrond is het slechtst denkbare scenario voor het stichten van een onafhankelijke staat.

Nu de besprekingen over de definitieve status naderbij komen, zou de uitsluiting van de Roma van het besluitvormingsproces een bewijs temeer zijn van het gebrek aan respect voor de Oost-Europese burgers.

Het pan-Europees syndicaat op hoog niveau...

(Spreekster wordt door de Voorzitter onderbroken)

 
  
MPphoto
 
 

  Gisela Kallenbach (Verts/ALE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, terwijl hier vandaag in het Parlement bijeen waren, heeft de Duitse televisiezender ARD onder het motto "integratie en culturele diversiteit in Europa" de mediaprijzen 2005 uitgereikt. In de categorie "informatie op televisie" is een prijs verleend voor een reportage over asielzoekers en vluchtelingen die in de vroege ochtend het land uitgezet werden. Dat treurige lot zal binnenkort misschien duizenden Ashkali en Egyptenaren beschoren zijn, die in principe lid zijn van het Roma-volk. Ook Kosovaren, die ten dele meer dan tien jaar in Duitsland of in andere Europese landen hebben gewoond, en hun kinderen, die daar geboren en opgevoed zijn, zou dit lot kunnen wachten. In Kosovo schort het de aan meest elementaire voorwaarden voor een nieuwe start in het leven. Hun huizen liggen in puin, de werkloosheid ligt bij ongeveer 60 procent en de vrije toegang tot onderwijs is vooral voor minderheden niet gegarandeerd. Dat vind ik onverantwoord.

Mijnheer de commissaris, ik vraag u alles in het werk te stellen om de lidstaten ervan te overtuigen dat ze niemand tegen zijn wil het land uit mogen zetten, of ten minste moeten zorgen voor meer financiële steun. Dat geldt ook voor de al genoemde onhoudbare situatie van de ongeveer 700 Roma die in kampen in Noord-Mitrovica wonen. Er is niet genoeg geld om ze elders te huisvesten. Dat is een schending van de elementaire mensenrechten.

 
  
MPphoto
 
 

  Olli Rehn, lid van de Commissie. - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik dank u voor uw opmerkingen, waarvan ik nota heb genomen. We zullen ze laten meewegen in onze toekomstige werkzaamheden. Om te beginnen wil ik de vragen beantwoorden van de afgevaardigden Mohácsi, Groen-Kouwenhoven en Kallenbach.

Er zijn drie kampen voor binnenlandse ontheemden in noord-Mitrovica, voor de Ashkali en Egyptische Roma. Op deze plaatsen is het milieu ernstig met lood verontreinigd, als gevolg van de activiteiten van het voormalige Trepica-mijnencomplex, en dit brengt ernstige gezondheidsrisico’s met zich mee voor de bewoners van de kampen.

In juli 2004 publiceerde de Wereldgezondheidsorganisatie een verslag over de hoge niveaus van bloedplaatjes onder de bewoners van de kampen, en zij adviseerde een aantal noodmaatregelen, waaronder het evacueren van deze centra. In april 2005 werd een akkoord ondertekend door de UNMIK, UNHCR, OVSE en de voorzitter van de gemeenteraad van Mitrovica, met daarin een plan voor de terugkeer van de Mahala-Roma, als voormalige bewoners, naar hun woningen in zuid-Mitrovica. Helaas is dit plan nog niet van start gegaan.

Het bleek niet zo makkelijk om fondsen vrij te maken voor de Mahala-Roma, en daarom hebben we alle lidstaten van de Unie via het Beheerscomité benaderd met het verzoek om te overwegen of ze toereikende middelen beschikbaar konden stellen. We zullen dit punt in de praktijk aan de orde blijven stellen via het verbindingskantoor van de EU en het Europees Bureau voor wederopbouw, dat in dit gebied actief is.

Verder wil ik de vraag van de heer Posselt beantwoorden over de rechten van minderheden in verschillende landen, in de Europese Unie, in de kandidaat-lidstaten en in onze partnerlanden. Het is waar - zoals de heer Posselt zei - dat deze rechten binnen de Europese Unie veelvuldig geschonden worden. De minimale rechten van minderheden zijn vastgelegd in de relevante documenten van de Raad van Europa en het Verdrag betreffende de bescherming van de mensenrechten. Sommige landen in de Europese Unie blijven heel dicht in de buurt van die minimumnormen, terwijl andere landen verder gaan en een hoog niveau hebben bereikt voor de rechten en bescherming van hun minderheden. Als commissaris belast met de uitbreiding heb ik met netelige situaties te maken, omdat het voor ons moeilijk is de praktijk in sommige lidstaten te overtreffen, maar in onze contacten met partnerlanden, of dat nu kandidaat-lidstaten zijn of landen elders in de wereld, moeten we wel zelf in praktijk brengen wat we anderen aanbevelen.

Dat moeten we echt in de gaten houden. Inderdaad valt iets te zeggen voor een meer uniforme omschrijving van de rechten van de minderheden. Naar mijn idee vormen de mensenrechten in het algemeen, waaronder de rechten van de minderheden, de kern van de Europese gedachte en van de Europese Unie. Daarom moeten we die rechten niet als een statisch gegeven beschouwen maar als deel van een dynamisch proces waarin deze rechten, binnen de Europese Unie en over heel Europa, op een steeds hoger niveau komen te liggen.

Tenslotte, wat betreft de vraag van een aantal afgevaardigden over de toekomst van Kosovo en zijn normen en status, is het ongetwijfeld zaak de economische en sociale ontwikkeling van Kosovo te bevorderen. Het werkloosheidspeil varieert afhankelijk van de statistieken, maar is minstens 40 en vaak meer dan 50 procent, en de situatie ter plekke is buitengewoon moeilijk. De mensen daar hebben op dit ogenblik geen enkele hoop. Het is dan ook hoog tijd om het zwaartepunt te verleggen van stabiliteit en wederopbouw naar vaststelling van de status en naar inspanningen ten behoeve van de economische en sociale ontwikkeling en de concrete behoeften van de burgers. Daarom is het tijd dat de Europese Unie haar beleid van ‘normen eerst en dan pas status’ verlegt naar een beleid van ‘normen en status’, zodat we de besprekingen over de status kunnen aanzwengelen en ervoor kunnen zorgen dat die spoedig van start gaan en zonder nodeloos uitstel kunnen worden gevoerd en afgerond.

In dit verband zij opgemerkt dat de Raad op werkgroepniveau een akkoord heeft bereikt over de richtsnoeren voor de onderhandelingen over een stabilisatie- en associatieovereenkomst met Servië en Montenegro. Dat is van belang omdat we dan, rond de vijfde verjaardag van de overgang naar de democratie in Belgrado, de onderhandelingen kunnen openen over deze stabilisatie- en associatieovereenkomst. Bovendien zullen de vooruitzichten van Servië en Montenegro op toetreding tot de Europese Unie dan concreter en tastbaarder worden, en zal de weg worden vrijgemaakt voor een echte dialoog over Kosovo, en voor een resolutie over de kwestie van de status, en kan nodeloos lang uitstel worden vermeden.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Het debat is gesloten.

Schriftelijke verklaring (artikel 142)

 
  
MPphoto
 
 

  Katalin Lévai (PSE). - (HU) Roma die in Kosovo wonen worden regelmatig slachtoffer van rassendiscriminatie. Deze discriminatie heeft gevolgen voor alle aspecten van hun leven. In het interneringskamp van Mitrovica waar zij wonen, heersen onmenselijke omstandigheden, hun gezondheid wordt in gevaar gebracht doordat waterputten vervuild zijn, en de lokale autoriteiten treffen geen gepaste maatregelen om het probleem te verhelpen.

De uit Kosovo afkomstige Roma moeten een vluchtelingenstatus krijgen. We horen vaak dat Roma worden gerepatrieerd, ondanks het feit dat krachtens het geldend internationaal recht repatriëring van vluchtelingen zonder meer verboden is. In dit verband wil ik ook graag uw aandacht vestigen op het recht van gezinshereniging, dat Roma net als alle andere immigranten het recht verschaft op bescherming in de lidstaten samen met hun gezinnen.

Op grond van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie moet legale immigratie mogelijk worden gemaakt voor alle slachtoffers van onmenselijke behandeling en oorlog die zich genoodzaakt zagen hun land te ontvluchten, omdat zij in voortdurende angst en gevaar leefden, vervolgd werden, door brand geen huizen meer hadden en constant gevaar liepen.

We moeten een oplossing zien te vinden voor de bescherming van deze slachtoffers. Er moet speciale aandacht worden besteed aan de situatie van kinderen, omdat vooral zij kwetsbaar zijn. Ik ben van mening dat het onderwerp migratie spoedig in heroverweging moet worden genomen, zodat er een krachtig Europees immigratiebeleid kan worden ontwikkeld. De kansen op illegale immigratie moeten worden beperkt en elke legale immigrant in de Europese Unie moet verzekerd zijn van gepaste bescherming.

Er gaan geruchten dat 38 000 vluchtelingen vanuit West-Europa onder dwang zijn gerepatrieerd naar een land waar hun mensenrechten niet zijn gewaarborgd. Ik vraag respectvol om de steun van al mijn collega’s bij deze kwestie, opdat een situatie als deze zich in ons Europa zich nooit meer kan voordoen.

 
Juridische mededeling - Privacybeleid