Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Debatten
Woensdag 28 september 2005 - Straatsburg Uitgave PB

30. Europees actieprogramma voor verkeersveiligheid
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Aan de orde is het verslag (A6-0225/2005) van Ari Vatanen, namens de Commissie vervoer en toerisme, over het Europees actieprogramma voor verkeersveiligheid - Terugdringing van het aantal verkeersslachtoffers in de Europese Unie met de helft in de periode tot 2010: een gedeelde verantwoordelijkheid (2004/2162(INI)).

 
  
MPphoto
 
 

  Ari Vatanen (PPE-DE), rapporteur. - (EN) Mijnheer de Voorzitter, het is jammer dat dit debat zo laat gehouden wordt want naar huis rijden met een lege maag kan ook veiligheidsrisico’s opleveren. Een debat over verkeersveiligheid is een testcase voor onze houding. Het is een testcase voor de waarde die wij hechten aan mensenlevens. Want dat is waar het eigenlijk om gaat: vinden wij mensenlevens waardevol?

De cijfers over de verkeersveiligheid zijn net zo somber en akelig als het weer vanavond. Per jaar vallen er zo’n 50 000 doden en raken ongeveer twee miljoen mensen gewond. Verkeersongevallen zijn doodsoorzaak nummer één in de leeftijdsgroep van mensen onder de vijftig jaar. De hieruit voortvloeiende kosten bedragen 2 procent van het BNP, wat neerkomt op tweehonderd miljard euro. Maar dat is dan alleen het geld. We moeten beseffen dat waar het in de eerste plaats om gaat, het menselijk lijden is.

Waarom doen we er zo weinig aan? Omdat het niet om een Concorde gaat die crasht; omdat het niet de trots van het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk is die crasht. Toen dat gebeurde, werden alle Concordes meteen aan de grond gehouden. Geen middel werd onbeproefd gelaten om het probleem te verhelpen. Maar als het om de verkeersveiligheid gaat, als er een verkeersongeluk gebeurd is, dan treurt er maar één gezin, misschien twee. Het leven van deze mensen is kapot, geamputeerd. En het gemis gaat niet over, je moet ermee leren leven. Misschien dat alleen mensen die zoiets hebben meegemaakt, weten wat dit verdriet van een gezin betekent. Toen ik een kleine jongen was, zat ik met mijn hele familie in de auto toen mijn vader om het leven kwam. Ik herinner me dat hij tegen het stuur aanhing, de benauwdheid in mijn borst. Ik weet zeker dat die ervaring mij van binnen een grotere handicap bezorgd heeft dan ik durf toe te geven.

Er is nog zoveel wat we kunnen en moeten doen. Allereerst het handhaven van de wet. Dat is dan wel geen communautaire aangelegenheid, het valt niet onder onze bevoegdheden, maar het is verreweg de meest efficiënte manier om dingen voor elkaar te krijgen - door de wet te handhaven, gewoon door te zorgen dat men zich aanpast aan de vigerende regels en die respecteert. Op weg hiernaartoe zag ik vanavond de Franse politie die een alcoholcontrole uitvoerde. Toen er meer radar op de Franse wegen kwam, liep het aantal dodelijke ongelukken onmiddellijk terug.

Ook al is gaat het om een subsidiariteitskwestie, toch denk ik soms dat de burgers van de EU zouden moeten worden beschermd tegen hun eigen regering. Het is spijtig dat te moeten zeggen, maar zo staan de zaken ervoor, want de omvang van het probleem schijnt niet tot ons door te dringen. Er bestaan enorme discrepanties tussen de lidstaten onderling. Zo zijn het Verenigd Koninkrijk en Zweden acht keer veiliger dan sommige nieuwe lidstaten…acht keer: stelt u zich die enorme verschillen eens voor! Het is zaak dat we van elkaar leren. Van nu af aan moeten we de ontwikkelingen van land tot land stelselmatig en nauwkeurig in de gaten houden, en we moeten daar duidelijkheid over verschaffen, zodat de mensen weten wat er aan de hand is, zodat zij hun stem kunnen verheffen en politieke druk uitoefenen. We moeten onze acties coördineren en onze goede praktijken verspreiden. Als wij fouten maken, hoeven diezelfde fouten toch niet te worden herhaald in de landen die nog op weg zijn naar ontwikkeling?

We moeten de dingen bij hun naam noemen, misstanden aan de kaak stellen, en bekendheid geven aan positieve ontwikkelingen. Dat zal tot actie leiden. Als de realiteit tot de mensen doordringt, zullen zij eisen dat de politici in hun lidstaat in actie komen.

We kunnen op EU-niveau nieuwe technologieën bevorderen, en met belastingmaatregelen kunnen we de productie van nieuwe auto’s stimuleren. Op het ogenblik doet trouwens een Chinese wagen, zonder instemming van de Unie, zijn intrede op de Europese markt. Daar moeten we een einde aan maken want die auto is zonder meer gevaarlijk. Verder moeten we meer geld investeren in de infrastructuur. Zo moet er een infrastructuurrichtlijn komen voor de TEN-wegen. Dat Europeanen mobiel zijn, is te danken aan het Europese wegennetwerk, en het is onbillijk, en niet redelijk ten opzichte van de Europese concurrentiepositie, dat we zoveel geld uitgeven aan de spoorwegen, die maar weinig rendement opleveren in vergelijking met het wegennetwerk. Het is zaak dat we het geld rechtvaardig verdelen.

Toch staan de zaken er niet zo somber voor. Het verkeer is sinds 1970 verdrievoudigd terwijl het aantal dodelijke ongelukken gehalveerd is. Je kunt een cultuur dus wel degelijk veranderen. We moeten onze hoop vestigen op de nieuwe generatie. Wat we ook doen, de verantwoordelijkheid ligt uiteindelijk altijd bij het individu. Uiteindelijk zijn wij degenen die verantwoordelijk zijn.

Mijnheer de Voorzitter, ik weet dat mijn spreektijd er op zit. De Europese Unie moet resoluut optreden. Als ons moment echt gekomen is, laten wij dan hopen niet op de weg te zitten. Er zijn nog een heleboel kleine jongens die zitten te wachten tot hun vader thuiskomt.

 
  
MPphoto
 
 

  Jacques Barrot, vice-voorzitter van de Commissie. - (FR) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, om te beginnen wil ik de heer Vatanen bedanken voor zijn uitstekende werk. De Commissie zal in de komende maanden de balans opmaken van het derde actieprogramma voor verkeersveiligheid, en het complete en evenwichtige verslag van de heer Vatanen levert een nuttige bijdrage aan de overwegingen die de Commissie moet maken in de aanloop naar die tussentijdse evaluatie.

Dit verslag toont de noodzaak aan van gemeenschappelijke initiatieven op Europees niveau. De Europese Unie had reeds naar aanleiding van het Witboek over het Europees vervoersbeleid uit 2001 het doel gesteld om het aantal verkeersslachtoffers in de toenmalige vijftien lidstaten te halveren in de periode tot 2010. Dit doel had als voordeel dat elk land werd gemobiliseerd in het kader van zijn nationale bevoegdheden. De resultaten zijn tastbaar. Sommige lidstaten van de uitgebreide Unie hebben intussen vermeldenswaardige vooruitgang geboekt door een geloofwaardig en afschrikkend controle- en sanctiebeleid ten uitvoer te leggen. Andere echter hebben minder vooruitgang geboekt, waaruit blijkt dat er nog aanzienlijke inspanningen geleverd moeten worden.

We moeten erkennen dat het beleid van de Unie op het gebied van de verkeersveiligheid te lang embryonaal is gebleven vanwege het subsidiariteitsbeginsel. Denkt u maar aan het debat over de vaststelling van een algemeen maximum voor het bloedalcoholgehalte, dat niets heeft opgeleverd. De problemen die wij momenteel hebben om sommige lidstaten de herziene richtlijn over het rijbewijs te laten goedkeuren, die cruciaal is om fraude te voorkomen, getuigen hier eveneens van.

Zonder vooruit te lopen op de tussentijdse evaluatie die de Commissie binnenkort publiceert, wil ik ingaan op drie punten uit het verslag van de heer Vatanen. Allereerst moeten we ervoor zorgen dat de essentiële regels worden nageleefd, of het nu gaat om de beperking van de maximumsnelheid, om maxima voor het bloedalcoholgehalte of om het verplichte gebruik van veiligheidsgordels. We moeten thans constateren dat de lidstaten bij gebrek aan grensoverschrijdende samenwerking nauwelijks optreden tegen automobilisten die deze regels overtreden.

Ik wil de heer Vatanen vooral bedanken omdat hij pleit voor een veel nauwere samenwerking tussen de lidstaten bij de controle op en de aanpak van overtredingen. Ik wil u erop wijzen dat de Commissie volgend jaar een initiatief in het leven wil roepen om de grensoverschrijdende vervolging van overtredingen beter te organiseren.

Mijn tweede opmerking betreft de verbetering van de infrastructuur. We kunnen overal vooruitgang boeken, en sommige lidstaten moeten zich aanzienlijke inspanningen getroosten. De Europese Unie levert reeds via de medefinanciering in het kader van de structuurfondsen een bijdrage aan de aanleg van een veiligere en modernere infrastructuur. De heer Vatanen heeft reeds gezegd dat een wetgevend instrument noodzakelijk zou kunnen blijken te zijn om effectbeoordelingen, audits en inspecties van de verkeersveiligheid, met inbegrip van de aanpak van black spots, systematischer te maken.

Ten derde wil ik opmerken dat de technologische innovatie van voertuigen bepalend is voor de verkeersveiligheid. De Commissie en de Europese automobielindustrie zijn een dialoog aangegaan. Die heeft te maken met het initiatief CARS 21, in het kader waarvan de Commissie interne markt en consumentenbescherming van het Parlement binnenkort een parlementair forum organiseert. De technische normen voor innovaties spelen een belangrijke rol, maar we moeten, zoals de heer Vatanen opmerkt, een goed inzicht hebben in de kosten en voordelen ervan voordat we die innovaties algemeen toepassen. Tegen deze achtergrond onderzoekt de Commissie momenteel de mogelijkheden voor nieuwe initiatieven om het plaatsen van dodehoekspiegels en het laten branden van de koplampen overdag te bevorderen.

Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik wil erop wijzen dat de Europese burgers zich volgens opinieonderzoeken de meeste zorgen maken over de verkeersveiligheid, wat wordt bevestigd door de uitstekende uiteenzetting van de heer Vatanen, die zijn pleidooi kracht heeft bijgezet met enkele persoonlijke herinneringen, die zeer aangrijpend waren.

De Europese Unie kan niet werkloos blijven ten opzichte van de zorgen van de burgers. We moeten vanzelfsprekend rekening houden met de subsidiariteit, maar gezien de toename van het internationale verkeer op de trans-Europese netwerken, dat wil zeggen van het aantal buitenlandse automobilisten op de grote verkeersaders van elk land, moeten wij ons wel afvragen of de beperkingen die nu zijn opgelegd aan optreden van de Unie, wel goed zijn en of wij wegens de subsidiariteit gewoonweg mogen besluiten de lidstaten in de kou te laten staan in hun strijd tegen deze plaag.

Om ons gemeenschappelijke doel - terugdringing van het aantal verkeersdoden in de periode tot 2010 - te verwezenlijken, moet men ervoor zorgen dat, naast de initiatieven die ik reeds heb genoemd, de uitwisseling van goede praktijken en de uitgangspunten zo open mogelijk zijn en met name gericht zijn op het treffen van doelgerichte maatregelen ten aanzien van beroepschauffeurs en jonge automobilisten, die het vaakst betrokken zijn bij ongevallen. Het verslag van de heer Vatanen komt derhalve zeer gelegen. Ik wil hem bedanken voor zijn zeer open benadering van de gehele problematiek en ik zal, mijnheer de Voorzitter, met belangstelling luisteren naar de opmerkingen van de leden van het Parlement, van wie ik weet dat zij vooruitgang willen boeken bij de goede zaak van de verkeersveiligheid.

 
  
MPphoto
 
 

  Dieter-Lebrecht Koch, namens de PPE-DE-Fractie. - (DE) Mijnheer de Voorzitter, stelt u zich eens voor dat we op 31 december een persbericht zouden lezen waarin staat dat in Europa 50 000 mensen om het leven zijn gekomen en dat miljoenen ten dele zwaar gewond zijn geraakt. Dan zouden de burgers toch geschokt en verbijsterd zijn? Ze reageren echter ternauwernood, zijn onverschillig. Was het vals alarm? Nee, het waren gewoon de statistieken over de verkeersslachtoffers van dat jaar in de Europese Unie.

Hebben we werkelijk al genoeg gedaan tegen de onverschillige reacties op de ongelukken en voor meer verkeersveiligheid? Zijn auto's misschien toch moderne wapens in de handen van miljoenen Europeanen? Wees niet bang, niemand in dit Parlement wil de auto's verbieden, maar we moeten de manier waarop we ze gebruiken sterk verbeteren.

Ik zou de heer Vatanen willen bedanken voor zijn werkelijk uitstekende verslag. Hij heeft aan kunnen tonen hoe veelvuldig de gevaren op de weg zijn en wat het verband ertussen is. Nu vragen we de Europese Commissie maar ook de lidstaten om meer te doen om de verkeersveiligheid in Europa te verbeteren.

We vragen de Commissie met nadruk om ertoe bij te dragen dat het actieprogramma sneller wordt omgezet, en om bovendien een langetermijnsconcept voor de verkeersveiligheid voor te leggen. Men moet veel verder kijken dan het jaar 2010. Het uitgangspunt moet een nulvisioen zijn. Wij willen immers bereiken dat er niemand meer om het leven komt door een verkeersongeluk.

Ik ben blij met de geïntegreerde aanpak, waarin rekening wordt gehouden met alle drie componenten van het verkeer: de verkeersdeelnemers, dat zijn de chauffeurs en de voetgangers, de voertuigen zelf en de infrastructuur, zoals de wegen en tunnels. Al is een voertuig uitgerust met de nieuwste technologieën zoals ESP, Driver Assistance Systems, Intelligent Speed Adaptation of alarmsystemen, zonder een zinvolle interactie met een actieve chauffeur kan het verkeer niet veilig zijn.

 
  
MPphoto
 
 

  Inés Ayala Sender, namens de PSE-Fractie. - (ES) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, in de eerste plaats wil ik de heer Vatanen bedanken voor de enorme hoeveelheid werk die hij voor dit verslag heeft verzet, en voor de toewijding waarmee hij dat gedaan heeft. Verder wil ik nogmaals uiting geven aan mijn frustratie, vanwege de grote mogelijkheden die ik zag en de grote verwachtingen die ik had toen de heer Vatanen als rapporteur van het onderhavige verslag werd aangewezen. In zijn verslag - dat is duidelijk - stelt hij geen verkeerde diagnose. In feite erkent en benadrukt hij die, en presenteert hij die net zo dramatisch als de cijfers feitelijk zijn. Het probleem wordt dus niet in zijn volle omvang weergegeven.

Hij wijst er ook op dat er een grote kloof bestaat tussen de veiligheidspercentages van de verschillende lidstaten, maar die kloof bestaat naar mijn idee niet in de diagnoses en al evenmin in het meest nuttige instrument: de wetgeving, waarin beperkingen en afschrikwekkende maatregelen zijn opgenomen.

Het meest frustrerende is te moeten constateren dat er wat betreft ons huidige voorstel voor de Europese Unie, voor een Unie waarvan wij als burgers, zoals de commissaris heel terecht opmerkte, een duidelijk signaal en toegevoegde waarde verwachten, juist daar waar elke lidstaat op verstandige wijze regels heeft getroffen, er juist grote verschillen en soms ook ernstige gebreken bestaan in de wetgeving voor snelheidbeperkingen, het toegestane alcoholgehalte in het bloed, en het gebruik van veiligheidsgordels.

We vinden dan ook dat het tijd is om deze stap te doen en de socialistische fractie heeft een amendement ingediend met daarin het concrete verzoek aan de Commissie om ons, na het evalueren van de aanbeveling, met name op het punt van het toegestane alcoholgehalte in het bloed, ook de wetgevingsmaatregelen voor te leggen die vereist zijn voor deze drie fundamentele vereisten, waarvan het belang wordt erkend door alle Europese burgers en door alle lidstaten. Maar die zien ook dat er problemen zijn. En het zijn juist de coördinatieproblemen die het zwakste punt vormen. Daarom vragen wij de Commissie om begripvol te zijn en ons amendement over te nemen.

 
  
MPphoto
 
 

  Hannu Takkula, namens de ALDE-Fractie. - (FI) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, ook ik wil mijn interventie van één minuut beginnen met dank aan de rapporteur, de heer Vatanen, voor dit uitstekende en grondige verslag, dat een uiting is van de grote deskundigheid en ervaring van de heer Vatanen. Bovendien blijkt hieruit zijn roeping: hij is iemand die zich sterk maakt voor de veiligheid op de weg, hetgeen naar voren komt in de vorm van een positieve bemiddeling en actie om het aantal doden in het verkeer daadwerkelijk in 2010 te halveren, wat ons gezamenlijke doel is.

Het verslag bevat goede voorstellen met betrekking tot het respecteren van de regels, alsmede voorschriften inzake veiligheidsgordels, snelheidsbeperkingen en alcohol. Het is heel belangrijk in wegen te investeren en te beseffen hoe belangrijk onderwijs en verandering van houding zijn. Naast kennis is die verandering namelijk hard nodig, want het grootste gevaar in het verkeer bevindt zich altijd tussen het stuur en de stoel van de chauffeur.

 
  
MPphoto
 
 

  Margrete Auken, namens de Verts/ALE-Fractie. - (DA) Mijnheer de Voorzitter, ook ik wil graag mijn dank betuigen voor met name het eerste deel van de inleiding die de heer Vatanen vandaag heeft gehouden. Ik vond het een werkelijk schitterende beschrijving van de omvang van het probleem. Het probleem is buitensporig groot en het is verschrikkelijk dat we het niet serieuzer aanpakken. Ik moet echter zeggen dat de voorstellen waar de heer Vatanen mee komt, in geen enkele verhouding staan tot de omvang van het probleem. Grotere en bredere wegen: daar kun je alleen nog maar harder op rijden, met nog meer auto’s. We kunnen met vrij grote zekerheid zeggen dat dat tot meer ongelukken leidt, terwijl we het verkeer juist zouden moeten beperken.

Het verheugt me dat in het verslag verwezen wordt naar de zwakke weggebruikers, en ‘nul slachtoffers’ het doel is. De zwakke weggebruikers krijgen echter geen enkele bescherming in dit verslag, tenzij de amendementen worden aangenomen waarin vaste maximumsnelheden in Europa worden vastgesteld, namelijk maximaal 130 kilometer op autosnelwegen en 30 kilometer in de bebouwde kom, en tenzij men tegelijkertijd serieus iets doet om deze eisen te handhaven. Ik vind dat er een dramatisch grote afstand bestaat tussen de fraaie probleembeschrijving van de heer Vatanen enerzijds en zijn miserabele voorstellen anderzijds.

 
  
MPphoto
 
 

  Ewa Hedkvist Petersen (PSE). - (SV) Mijnheer de Voorzitter, ook ik wil de heer Vatanen bedanken voor dit verslag en voor het vele werk daaraan. Het probleem waarvoor we staan is ernstig, maar ik wil erop wijzen dat we in Europa op de goede weg zijn. We hebben een geweldig groot aantal doden, veel te groot - geen enkel slachtoffer is acceptabel - maar het aantal slachtoffers daalt. Het is belangrijk dat Europa het voorbeeld geeft in de wereldwijde inspanningen voor verkeersveiligheid, en dat voorbeeld kunnen wij geven.

Wat de technische ontwikkeling betreft, zijn wij zo’n voorbeeld. Als wij in Europa en in de rest van de wereld betere auto’s krijgen, zullen we het aantal slachtoffers omlaag krijgen. We moeten gebruik maken van goede voorbeelden: in amendement 5 stellen wij voor om kopers aan te sporen om verkeersveiligheid te eisen van degenen die vervoersdiensten aanbieden. Men kan gebruik maken van wetgeving, bijvoorbeeld op het punt van alcohol in het verkeer, want we weten dat niemand ooit onder invloed aan het verkeer mag deelnemen. Maar ik vind beslist niet dat men het wetgevingsinstrument moet gebruiken voor snelheden, omdat de situatie op de weg zeer verschillend kan zijn en de toestand van de wegen eveneens. We moeten daarom een gevarieerde kijk op de verkeersveiligheid hebben. Dan kunnen we een goed voorbeeld voor de rest van de wereld vormen.

 
  
MPphoto
 
 

  Jacques Barrot, vice-voorzitter van de Commissie. - (FR) Mijnheer de Voorzitter, ik zal het kort houden, hoewel ik dit grote probleem niet onderschat. Ik juich dit debat derhalve zeer toe. Ik voel me gesterkt in de overtuiging dat een efficiënte controle van fundamenteel belang is. We moeten inderdaad het gedrag van automobilisten, met name van jonge automobilisten, ten goede beïnvloeden.

We mogen tevens niet vergeten hoe belangrijk onderwijs is vanaf zeer jonge leeftijd, en wij moeten al onze energie mobiliseren en al onze middelen inzetten om deze plaag te bestrijden. Dit is vanzelfsprekend een gedeelde verantwoordelijkheid van de Europese Unie, onze lidstaten en onze regio’s, maar ook van ieder van ons.

In de geest van het verslag van de heer Vatanen wil ik alleen maar zeggen dat de drie instellingen van de Unie thans naar hetzelfde doel lijken te streven, namelijk doorgaan op deze weg. Het is trouwens de hoogste tijd omdat we in de 25 lidstaten zijn gegaan van 50 000 naar 43 000 doden. We zijn nog ver verwijderd van de doelen die we ons hebben gesteld, en daarom moeten we onze inspanningen opvoeren.

De Raad houdt op 4 en 5 november in Verona een informele vergadering over verkeersveiligheid. Ik weet ook dat het Oostenrijkse voorzitterschap er alles aan wil doen om nieuwe oplossingen voor te stellen.

Het verheugt mij derhalve dat het Parlement zich zo betrokken voelt, en ik moet zeggen dat u, wat betreft de inzet van de Commissie en van mij persoonlijk, er zeker van kunt zijn dat ik werkelijk al het mogelijke in het werk zal stellen om de lidstaten ervan te overtuigen een veel moediger beleid te voeren en te onderzoeken wat de Europese Unie op haar niveau kan bijdragen en eisen. Daarom komt dit verslag als geroepen, en het herinnert iedereen weer aan dit onderwerp, dat van ons allen een in ethisch opzicht standvastige en vastberaden houding vergt.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Het debat is gesloten.

De stemming vindt donderdag om 12.00 uur plaats.

Schriftelijke verklaring (artikel 142)

 
  
MPphoto
 
 

  Zita Gurmai (PSE). - (EN) Het doel om het aantal verkeersslachtoffers in 2010 met nog eens 50 procent terug te dringen is misschien ambitieus maar niet onmogelijk, als we de juiste en gecombineerde maatregelen nemen. Een adequate doelomschrijving, verdeling van verantwoordelijkheden en planning kunnen ertoe bijdragen dat dit ambitieuze programma een succes wordt. Wetgeving, maatschappelijk draagvlak, planning en toezicht zijn geïntegreerde elementen van deze strategie.

De lidstaten vertonen een opvallende verscheidenheid, in talrijke opzichten, en daar moet rekening mee worden gehouden. Zo zijn er de culturele verschillen, verschillen in opvatting en, wat het belangrijkste is, verschillen in economische welvaart, die de belangrijkste oorzaak zijn van slechte wegenkwaliteit en een gering aantal snelwegen. Daarom ook genieten de meeste van de tien nieuwe lidstaten op het gebied van de verkeersveiligheid een treurige reputatie, en hebben wij een grote achterstand op de Unie van de Vijftien.

Het is in mijn ogen volstrekt noodzakelijk dat er een Europees rijbewijs wordt ingevoerd, en dat er strikte voorwaarden worden verbonden aan het halen van dat rijbewijs, opdat de lichamelijke en geestelijke vermogens van de bestuurders en hun rijvaardigheid met enige regelmaat kunnen worden gecontroleerd.

Het is buitengewoon belangrijk dat er in de hele Europese Unie een adequaat en continu geactualiseerd informatie- en controlenetwerk wordt opgezet. Dat zou een grote bijdrage kunnen leveren aan de samenwerking tussen de overheden bij de controle op de verkeersveiligheid.

 
Juridische mededeling - Privacybeleid