Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Debatten
Dinsdag 15 november 2005 - Straatsburg Uitgave PB

6. Presentatie van het jaarverslag Rekenkamer - 2004
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. – Aan de orde is de presentatie van het jaarverslag van de Rekenkamer - 2004.

 
  
MPphoto
 
 

  Hubert Weber, voorzitter van de Europese Rekenkamer. (DE) Mijnheer de Voorzitter, namens de leden van de Europese Rekenkamer ben ik u erkentelijk voor de uitnodiging, het 28e jaarverslag van de Rekenkamer, over het begrotingsjaar 2004, dat ik gisteravond aan de Commissie Begrotingscontrole heb gepresenteerd, tijdens deze zitting te bespreken. Ik beschouw het als een eer hier vandaag, in mijn eerste ambtsjaar als voorzitter van de Rekenkamer, aanwezig te mogen zijn bij de inleiding van de jaarlijkse kwijtingsprocedure voor de uitvoering van de EU-begroting.

Het jaarverslag is hoofdzakelijk gebaseerd op de door de Rekenkamer verrichte financiële-controlewerkzaamheden alsmede wettigheids- en regelmatigheidscontroles, terwijl de bevindingen van haar doelmatigheidscontroles doorgaans worden gepubliceerd in de vorm van speciale verslagen.

Het begrotingsjaar 2004 werd gemarkeerd door de toetreding van de tien nieuwe lidstaten, waardoor de begroting toenam van 98 miljard euro in 2003 tot 105 miljard euro in 2004. De onderbesteding die voorgaande jaren kenmerkte werd door betere planning en beheer aanzienlijk verminderd. Het begrotingsoverschot van 2004 bedroeg 2,7 miljard euro en was derhalve beduidend ongeveer de helft kleiner dan dat van 2003.

Ik zal nu de belangrijkste elementen uit de betrouwbaarheidsverklaring van de Rekenkamer, de zogeheten DAS, met u doornemen, te beginnen met het oordeel van de Rekenkamer over de betrouwbaarheid van de rekeningen. De Rekenkamer concludeert dat de geconsolideerde financiële staten voor 2004 een getrouw beeld geven van de ontvangsten en uitgaven gedurende het jaar en van de financiële toestand aan het eind van het jaar, behoudens wat de "diverse debiteuren" betreft. Net als in het verleden kan het boekhoudsysteem ook voor de rekeningen van 2004 niet waarborgen dat alle activa en passiva in de balans zijn geboekt. De Commissie heeft echter belangrijke vooruitgang geboekt bij de invoering van boekhouding op basis van het baten-lastenstelsel in het begrotingsjaar 2005. De Rekenkamer heeft echter geconstateerd dat ten tijde van haar controle verdere vooruitgang geboden was, aangezien de voor de opstelling van de openingsbalansen voor 2005 benodigde cijfers niet waren gevalideerd door de ordonnateurs van de Commissie. Indien er aan het eind van dit jaar geen adequate actie is ondernomen, kunnen de door de Rekenkamer vastgestelde tekortkomingen gevolgen hebben voor de betrouwbaarheid van de financiële staten 2005.

Wat betreft de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen luidt de DAS-verklaring van de Rekenkamer als volgt: voor het begrotingsjaar 2004 heeft de Rekenkamer vastgesteld dat de toezicht- en controlesystemen ten uitvoer zijn gelegd en doeltreffend werken, en acht zij de onderliggende verrichtingen, over het geheel genomen, wettig en regelmatig wat betreft de ontvangsten, de vastleggingen en de administratieve uitgaven en uitgaven voor de pretoetredingsstrategie uit de betalingskredieten. Voor het overige deel van de betalingskredieten, bestaande uit de landbouwuitgaven, de structurele maatregelen en zowel het interne als externe beleid, kan de Rekenkamer opnieuw geen verklaring zonder voorbehoud geven: de toezicht- en controlesystemen zijn nog niet ten uitvoer gelegd en werken nog niet doeltreffend, en betalingen vertonen nog steeds fouten van materieel belang.

De Rekenkamer kan voor het eerst melden dat de inspanningen van de Commissie en de lidstaten om het geïntegreerde beheers- en controlesysteem (GBCS) ten uitvoer te leggen, vrucht hebben afgeworpen. Het GBCS, dat 59 procent van de landbouwuitgaven bestrijkt, blijkt mits juist toegepast een doeltreffend middel te zijn om het risico van onregelmatige uitgaven tot een aanvaardbaar niveau te beperken.

Ik zal nu ingaan op de specifieke beoordelingen van elk activiteitenterrein binnen de betrouwbaarheidsverklaring. Voor de ontvangsten heeft de Rekenkamer de verrichtingen op het gebied van ontvangsten wettig en regelmatig bevonden. Er zijn echter zowel bij de Commissie als in de lidstaten tekortkomingen geconstateerd in systemen die de BNI-middelen betreffen.

Evenals in voorgaande jaren ontdekte de Rekenkamer bewijs dat zich bij de uitgaven in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid over het geheel genomen nog steeds fouten van materieel belang voordeden. Terwijl de Rekenkamer het GBCS, mits goed toegepast, doeltreffend bevond, bestaat bij landbouwuitgaven die niet onderworpen zijn aan het GBCS of waarop het GBCS onjuist wordt toegepast, een groter risico van onregelmatigheid door gebreken in de andere controlesystemen.

Wat betreft de structurele acties constateerde de Rekenkamer opnieuw bij alle programma's in haar steekproef tekortkomingen in de beheers- en controlesystemen in de lidstaten. Zo ontdekte de Rekenkamer tekortkomingen in de controles van de lidstaten; het betrof onder meer het niet verrichten of documenteren van controles, het niet controleren van subsidiabiliteitscriteria voor uitgaven en het niet verifiëren van bewijs van levering van de gecofinancierde diensten.

Er is een significant foutenpercentage ontdekt in de uitgavendeclaraties van de lidstaten op basis waarvan de Commissie tot betaling overgaat. In een steekproef van 167 projecten constateerde de Rekenkamer zeer diverse problemen, waaronder een groot aantal declaraties van niet-subsidiabele uitgavenposten.

Op het gebied van het intern beleid, dat rechtstreeks door de Commissie wordt beheerd, bevond de Rekenkamer de toezicht- en controlesystemen, ondanks de op bepaalde gebieden geboekte vooruitgang, ontoereikend en constateerde zij een materieel foutenpercentage in de onderliggende verrichtingen.

De fouten vloeien voort uit ingewikkelde regelgeving en het risico van fouten blijft waarschijnlijk hoog totdat de regelgeving is veranderd en de procedures zijn verduidelijkt. De situatie, die geen grote verbetering ten opzichte van voorgaande jaren inhoudt, was grotendeels te wijten aan overdeclaratie van kosten, declaraties van niet-subsidiabele uitgaven of het ontbreken van bewijzen, bijvoorbeeld van levering van de betaalde diensten.

Wat betreft de uitgaven op het terrein van de externe maatregelen trof de Rekenkamer verbeterde systemen aan en constateerde zij slechts enkele fouten in de onderliggende verrichtingen op het niveau van de delegaties. Op het niveau van de organisaties die de projecten uitvoeren, werden echter opnieuw gebreken in de interne-controlesystemen en een vrij significant foutenpercentage ontdekt.

De Rekenkamer beoordeelt de pretoetredingsstrategie over het geheel als positief, nu de onderliggende verrichtingen materieel wettig en regelmatig zijn. Bij de centrale diensten van de Commissie, de delegaties en de verklarende instanties zijn de toezicht- en controlesystemen in essentie in orde en werken zij in de praktijk goed. Op nationaal niveau heeft de Rekenkamer bij de uitvoerende organisaties echter gebreken in de systemen vastgesteld in Bulgarije, Roemenië, Turkije en andere Sapard-landen.

Op het gebied van de administratieve uitgaven waren de onderliggende verrichtingen materieel wettig en regelmatig en de toezicht- en controlesystemen over het geheel genomen toereikend.

Wat valt hieruit in hoofdzaak af te leiden? De Rekenkamer constateerde dat zich bij het leeuwendeel van de betalingskredieten opnieuw fouten van materieel belang inzake wettigheid en regelmatigheid voordeden in de onderliggende verrichtingen. Dit is het gevolg van verrichtingen met een inherent risico en van toezicht- en controlesystemen die het risico van onregelmatigheden niet doeltreffend tot een aanvaardbaar niveau beperken.

Er zijn echter ook verbeteringen in systemen geconstateerd, met name bij het door de lidstaten gebruikte GBCS het voornaamste toezicht- en controlesysteem voor landbouwuitgaven en bij de Commissie; een welkom gevolg van het in 2000 gestarte administratieve en financiële hervormingsproces. Maar er moet nog aanzienlijk meer worden gedaan, in het bijzonder in de lidstaten.

De wet- en regelgeving en procedures voor uitgaven zijn dikwijls nog bijzonder ingewikkeld. Veel uitgaven impliceren per definitie een zeker risico en worden gebaseerd op declaraties van begunstigden. Daarbij dient te worden opgemerkt dat de Unie zelf, sinds de invoering van de DAS in 1994, is veranderd en aanzienlijk gegroeid.

Gedurende de afgelopen elf jaar zijn de jaarlijkse betalingen gestegen van 60 tot 100 miljard euro en nam het aantal lidstaten toe van 12 tot 25. Het beheer, waarbij steeds meer autoriteiten en organisaties zijn betrokken, werd hierdoor grootschaliger en complexer. Dit vereist telkens doeltreffender toezicht- en controlesystemen.

In Advies nr. 2/2004 over het model "single audit" doet de Rekenkamer het voorstel om voor alle bestuursniveaus communautaire instellingen, lidstaten en begunstigde landen één communautair interne-controlekader te vormen. Het advies van de Rekenkamer over het model "single audit" heeft bijgedragen tot de politieke discussie over de verbetering van beheer en controle van EU-middelen. De Commissie heeft een positieve zet gedaan door een stappenplan voor een geïntegreerd interne-controlekader uit te brengen. Op basis van dit plan kan de hervorming worden uitgebreid tot alle soorten van begrotingsbeheer, en met name tot het gedeeld beheer in de lidstaten. Uiteraard is het in dit verband van cruciaal belang dat de Commissie en de lidstaten samenwerken.

De Rekenkamer staat positief tegenover het initiatief tot dit stappenplan. Als extern controleur van de EU zal de Rekenkamer de voortgang op de voet volgen en de impact beoordelen die de veranderingen de komende jaren hebben op het financieel beheer en de financiële controle van de EU-middelen.

Verder dient met het standpunt van de Rekenkamer ten aanzien van een ander onderwerp, namelijk de toekomstige financiering, beheer en controle van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en structurele acties, zoals uiteengezet in haar adviezen 1 en 2 van dit jaar, rekening te worden gehouden bij de vaststelling van belangrijke wetgeving op dit gebied. De huidige ontwerpverordening inzake de structuurfondsen bevat bepalingen over het bewaren van bewijsstukken die het de Rekenkamer onmogelijk maken, bepaalde uitgaven op dit gebied te controleren.

De Rekenkamer beseft dat zij tegen de achtergrond van een Europese Unie in beweging moet blijven streven naar verbetering en naar optimaal gebruik van haar middelen. Wij streven ernaar, zo doeltreffend en doelmatig mogelijk te werken in het belang van de Europese Unie.

Er wordt wel eens gesteld dat de Rekenkamer geen munitie moet verschaffen aan stemmen die de Unie graag in een kwaad daglicht stellen. Ik ben er echter stellig van overtuigd dat de belangen van de burger het meest gediend zijn met een objectieve en onafhankelijke externe controle-instelling die duidelijk en evenwichtig rapporteert op basis van neutrale bewijsstukken.

Tenslotte enkele woorden over de meest recente gebeurtenissen: de afwijzing van de Ontwerpgrondwet bij referenda in twee lidstaten en de problemen om tot een akkoord te komen over de financiële vooruitzichten 2007-2013 worden door sommigen gezien als een teken dat de burger een gebrek aan vertrouwen jegens de Unie en haar instellingen heeft. Ik geloof heilig dat uitsluitend het goed functioneren van onze instellingen en een hoogwaardige beleidsvoering en uitgavenbeheer de legitimiteit van de Unie kunnen verzekeren. Ook de lidstaten dienen hun verantwoordelijkheden te nemen bij het beheer en de controle van een groot deel van de begroting van de Europese Unie. De Europese Rekenkamer speelt een sleutelrol door een onafhankelijk, professioneel en objectief overzicht te geven van het financieel beheer en bij te dragen aan het bevorderen van veranderingen ten gunste van de burgers van de Unie.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  Siim Kallas, vice-voorzitter van de Commissie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil de voorzitter van de Rekenkamer, de heer Weber, bedanken voor zijn eerlijke presentatie van het jaarverslag 2004, en de leden van het Parlement omdat zij mij hier in de gelegenheid stellen namens de Commissie een eerste reactie te geven.

Het verslag van de Rekenkamer is eerlijk en evenwichtig: er staat in dat de Commissie vooruitgang boekt bij de verwezenlijking van tastbare verbeteringen in haar beheerssystemen, maar dat er nog op vele terreinen verbeteringen nodig zijn.

De Commissie is ingenomen met het positieve oordeel over de betrouwbaarheid van de rekeningen, die een getrouw beeld geven van de ontvangsten en uitgaven van de Gemeenschappen gedurende het jaar en van hun financiële situatie aan het eind van het jaar. De Rekenkamer maakt slechts één voorbehoud, waaraan tegemoet is gekomen door middel van de invoering van het systeem voor boekhouding op basis van het baten-lastenstelsel in 2005. Dit betekent dat de rekeningen voldeden aan hun primaire doel en dat zij zijn opgesteld overeenkomstig de bepalingen van het geldende Financieel Reglement.

De Rekenkamer velt een positief oordeel over de rekeningen, over de ontvangsten, over de betalingsverplichtingen, over de pretoetredingssteun en de administratieve uitgaven. Ook is zij tevreden over de ontwikkelingssteun in het kader van het EOF, ongeveer 2,4 miljard euro, buiten de begroting om.

De Rekenkamer constateert verder twee belangrijke verbeteringen ten opzichte van vorig jaar, namelijk wat betreft een groot deel van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en de hulp aan kandidaat-lidstaten van de EU. Het systeem dat wordt gebruikt om veel uitgaven in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid te controleren – het geïntegreerde beheers- en controlesysteem (GBCS) – wordt, mits juist toegepast, beschouwd als een doeltreffende controlesysteem voor de beperking van het risico van onregelmatige uitgaven. Dit systeem zal de komende jaren zelfs op een nog groter percentage van de landbouwuitgaven worden toegepast.

Heel simpel gesteld is de Rekenkamer, naast de diverse positieve oordelen die ik al heb genoemd, nu redelijk tevreden over de uitgaven- en controlesystemen in een steeds groter deel van de EU-begroting, dat grofweg eenderde van de begroting beslaat. Dit is een tastbare en kwantificeerbare vooruitgang op weg naar een positieve betrouwbaarheidsverklaring.

De conclusies van de Rekenkamer worden niet altijd volledig begrepen door het grote publiek en de media. Ik was buitengewoon ingenomen met de opmerking die de voorzitter van de Rekenkamer tijdens zijn toespraak maakte en waaruit blijkt dat het uitblijven van een goedkeurend oordeel van de Rekenkamer over bepaalde terreinen niet kan worden uitgelegd alsof dit betekent dat zich bij alle verrichtingen in verband met betalingskredieten voor 2004 fouten voordoen, noch als een indicator van fraude. We moeten allemaal de veelomvattende aard begrijpen van deze enorme kwijtingsoperatie ten aanzien van de begroting. Deze procedure toont aan dat de Commissie verantwoording aflegt aan rechtstreeks gekozen Parlementsleden.

Dit is dan wel de elfde opeenvolgende niet-positieve betrouwbaarheidsverklaring, maar ik hoop dat uit mijn inleidende opmerkingen duidelijk blijkt dat dit niet betekent dat we geen vooruitgang boeken. De afgevaardigden hebben er herhaaldelijk op gewezen dat de Commissie alléén geen positieve DAS kan bewerkstelligen. De resolutie over de kwijting van 2003 was een zeer waardevolle leidraad ten aanzien van de wijze waarop verdere verbeteringen kunnen worden verwezenlijkt, en daar werken we aan. Zoals u weet, heeft deze Commissie "een stappenplan voor een geïntegreerd interne-controlekader" voorgesteld, en zij verzoekt het Parlement en de Raad om steun hiervoor.

Hoewel ik buitengewoon dankbaar ben voor de steun van het Parlement voor het stappenplan, was de verklaring van de Ecofin-Raad van 8 november niet zo radicaal als de Commissie had gehoopt; politieke verklaringen op nationaal niveau werden niet aanvaard. Een stroom afzonderlijke verklaringen van de directies van betalings- en vergelijkbare instellingen is echter een realistisch doel, hoewel een nationaal syntheseverslag per sector, vergelijkbaar met het verslag dat de Commissie opstelt op basis van de jaarlijkse activiteitenverslagen van haar directeuren-generaal, moeilijker te verwezenlijken zal zijn.

We zullen aan de slag gaan met onze voorstellen. Ons actieplan inzake een stappenplan voor een geïntegreerd interne-controlekader zal volgende maand worden gepubliceerd. Dit is gebaseerd op de resultaten van de beoordeling van de kloof tussen het controlekader dat nu bestaat voor de verschillende typen begrotingsuitgaven en de algemene beginselen die zijn vastgelegd door de Rekenkamer in advies nr. 2/2004 over het model "single audit". We hopen dat deze nieuwe denkwijze tot uitdrukking zal komen in de wetgeving waaraan momenteel de laatste hand wordt gelegd en die betrekking heeft op de nieuwe reeksen programma's voor de jaren na 2006. De voorgestelde herzieningen van het Financieel Reglement en de uitvoeringsbepalingen vloeien eveneens voort uit deze denkwijze.

Bij steekproeven van de Rekenkamer zijn aanzienlijke fouten aan het licht gekomen die we uiteraard graag tot het minimum willen beperken. Om dat te realiseren, concentreren we ons op en verzoeken we om een betrouwbaarheidsverklaring voor de procedures voor de beperking van het risico van onregelmatige uitgaven. Dit is de beste manier om met beperkte middelen te waarborgen dat de kosten van aanvullende controles extra voordeel opleveren in termen van de beperking van fouten.

Ik wil hier in het bijzonder twee citaten aanhalen uit de toespraak van de voorzitter van de Rekenkamer: "Wat betreft de structurele acties, constateerde de Rekenkamer bij alle programma's tekortkomingen in de beheers- en controlesystemen van de lidstaten"; en het tweede citaat luidt: "op het gebied van intern beleid ……… vloeien de fouten vaak voort uit ingewikkelde regelgeving".

Ik ben het zonder meer eens met deze opmerkingen. Tijdens de vergadering van de Commissie begrotingscontrole werd ook weer gesproken over de noodzaak de regels te vereenvoudigen, maar als ik de mensen probeer te vinden die verantwoordelijk zijn voor het grote aantal en de complexiteit van de programma's en de regels, dan kan ik bijna niemand vinden. Iedereen heeft de mond vol van de noodzaak van vereenvoudiging, maar zodra zaken concreet worden, is het toch allemaal niet zo eenvoudig. De complexiteit wordt vaak voor een groot deel niet door de ambtenaren veroorzaakt, maar door klanten, beleidsmakers, politici in de lidstaten en de leden van het Europees Parlement. Vaak zijn het ook dezelfde partijen die zich verzetten tegen veranderingen.

Ik maak van deze gelegenheid gebruik om alle beleidsmakers op te roepen om bij het overwegen van een nieuw doel, plan of programma ook kritisch te kijken naar aspecten van begrotingsbeheer en de noodzaak om deze programma's te controleren.

Er kan nog veel meer over worden gezegd, maar het kwijtingsproces is nog maar net begonnen en in de komende maanden zullen de leden van het Parlement antwoord krijgen op al hun vragen. Het Parlement en de Commissie zullen samenwerken aan de afronding van het kwijtingsproces van de Europese begroting voor 2004.

 
  
MPphoto
 
 

  José Javier Pomés Ruiz, namens de PPE-DE-Fractie. – (ES) Mijnheer de Voorzitter, we maken nu voor de zoveelste maal mee dat er geen verklaring van betrouwbaarheid van onze rekeningen wordt afgegeven.

Ik weet niet meer of ik dit schandalig moet noemen, het is regel geworden. Iedereen doet erg zijn best maar uiteindelijk, nu de rekeningen elf keer door onze Rekenkamer gecontroleerd zijn, blijkt dit een onhaalbare doelstelling.

Er zit wel verbetering in, maar die is onvoldoende. Wat zijn de politieke gevolgen van dit uitblijven van een betrouwbaarheidsverklaring? Welnu, voor de leden van dit Huis, voor de ambtenaren die beslissingen moeten nemen, is dit erg demotiverend. Het heeft geen zin om aan de normen trachten te voldoen want een positieve verklaring zit er gewoon niet in. De wil ontbreekt om verantwoordelijkheden te nemen, en alle ambtenaren kennen de verleiding om geld niet uit te geven, voor het geval er twijfels zijn of ze een probleem hebben. Aan de binnenkant is het dus demotiverend.

En aan de buitenkant? Een enorm verlies aan geloofwaardigheid. Wat moeten de Europese burgers ervan denken als onze Rekenkamer voor de zoveelste maal zegt dat de rekeningen hier niet goed beheerd worden! Een schandaal. Alweer hetzelfde. Heel slecht.

Ook al verandert het Parlement, ook al verandert de Commissie, ook al verandert de Raad van samenstelling, we gaan vrolijk verder. Denkt u maar aan de Commissie-Santer, die moest opstappen om deze problemen: het maakt niets uit, alles gaat nog even slecht.

En de lidstaten? Waar blijft het Britse voorzitterschap? De Raad geeft 80 procent van de middelen uit. Maar waar is het Britse voorzitterschap? Dat is er niet, en dat is meer dan schandalig want van elke vijf euro die er uit gaan, geeft de Raad er vier uit, en nu is hij hier niet eens aanwezig bij het overleggen van de rekeningen.

De lidstaten zijn best tevreden. Terwijl zij kwijting krijgen van hun nationale rekenkamers, is het niet hun probleem of de Unie - het geld van alle Europeanen - goed of slecht beheerd wordt. Er zou ook best een lidstaat kunnen zijn die stiekem blij is en denkt: “mijn geld komt in elk geval bij de landbouwers terecht, ook al voldoen we niet precies aan de vereisten die de Rekenkamer ons stelt”. Ze slaan zich op de borst. En hier zijn ze niet eens aanwezig.

Mijnheer de voorzitter van de Rekenkamer, zoals u weet, heeft het Europees Parlement bij de vorige kwijting de ministers van Financiën om een nationale conformverklaring gevraagd. Doel daarvan was de Rekenkamer te helpen bij het uitbrengen van een positieve betrouwbaarheidsverklaring. Zoals commissaris Kallas terecht heeft opgemerkt, heeft de Ecofin van acht november het voorstel voor deze nationale verklaringen van de hand gewezen.

Ik zou u willen vragen, mijnheer de voorzitter van de Rekenkamer, wat u vindt van het nut van deze verklaringen bij uw werk, wat u vindt van de betrekkingen met de nationale overheden, en van een toekomst waarin dergelijke verklaringen zouden ontbreken.

Tenslotte, mijnheer de voorzitter van de Rekenkamer, hebben we er niets aan als u zegt dat deze klas van 25 leerlingen gemiddeld onvoldoende staat. Zegt u ons – en daarbij zult u baat hebben – welke drie lidstaten de beste zijn en welke drie de slechtste.

 
  
MPphoto
 
 

  Dan Jørgensen, namens de PSE-Fractie. – (DA) Mijnheer de Voorzitter, ik dank u dat u mij het woord verleent en ik dank de Rekenkamer voor haar goede jaarverslag. Een van de allergrootste imagoproblemen van de EU betreft de vraag hoe men het geld van de Gemeenschap moet beheren. We weten uit talrijke opiniepeilingen dat de burgers van Europa er niet erg op vertrouwen dat hun geld – hun belastinggeld – op een fatsoenlijke manier beheerd wordt. Dat wantrouwen is deels terecht en deels gebaseerd op misverstanden. Ik wil de Rekenkamer bedanken voor dit jaarverslag, dat ons Parlementsleden helpt om twee doelen te bereiken, namelijk ten eerste de misverstanden de wereld uit helpen en ten tweede met goede adviezen komen en ertoe bijdragen dat we de feitelijk bestaande problemen kunnen oplossen. Want die problemen zijn er zeer zeker.

Wat mythes en misverstanden betreft, zal iedereen die de moeite neemt om het jaarverslag van de Rekenkamer echt te lezen, kunnen zien dat de schrikbeelden die in de pers en ook door de EU-tegenstanders in dit Parlement worden geschetst, niet geloofwaardig zijn. Men zal zien dat dit allemaal gebaseerd is op mythes en misverstanden – het is niet zo erg als de schrikbeelden die vaak worden geschetst. In het jaarverslag wordt aangetoond dat er grote verbeteringen hebben plaatsgevonden, speciaal door de extra aandacht voor het gebied van de landbouw, waar we nu bereikt hebben dat circa 60 procent van de middelen op een verantwoorde wijze worden beheerd. Dat is natuurlijk een goede zaak. Daarvoor is lof op zijn plaats, omdat er vorderingen worden gemaakt. Desondanks moet natuurlijk worden onderstreept dat het enkele feit dat er op bepaalde gebieden verbeteringen plaatsvinden, niet betekent dat we het totaalbeeld kunnen accepteren. Dat totaalbeeld is gewoon niet goed genoeg. Ik ben het eens met de vorige spreker, de heer Pomés Ruiz, die zei dat het schandalig is.

Dat brengt mij dan op de tweede taak. De eerste taak was mythen de wereld uit helpen. De tweede taak is natuurlijk belangrijker. Die tweede taak is namelijk uit te zoeken hoe we deze problemen kunnen oplossen. En wat dat betreft, ben ik het er helemaal mee eens dat zich een eenduidig beeld aftekent. De gebieden waar het probleem zich voordoet, zijn de gebieden waar sprake is van een gedeeld beheer – dus de gebieden waar het beheer in even hoge mate een verantwoordelijkheid van de lidstaten is. De lidstaten komen hun verantwoordelijkheid gewoon niet na. De lidstaten doen niet genoeg. Ik ben het ermee eens dat we verder moeten werken aan de aanbeveling die vorig jaar gedaan is en die erop neerkwam dat er behoefte is aan een zogenaamde politieke verklaring, die de ministers van Financiën van elk afzonderlijk land elk jaar weer zouden moeten afleggen. In de komende maanden zullen we het jaarverslag diepgaander bediscussiëren en de kwijtingsprocedure doorlopen. Ik kan nu al zien dat de verantwoordelijkheid van de lidstaten een van de kwesties is waar we ons het allermeest op moeten richten.

 
  
MPphoto
 
 

  Jan Mulder, namens de ALDE-Fractie. – Voorzitter, ook ik wil de President van de Europese Rekenkamer bedanken voor zijn verslag. Ik kan alleen maar herhalen wat andere sprekers ook al gezegd hebben, het is buitengewoon jammer dat voor de elfde keer in een rij er weer geen positieve DAS is en dat is een bericht dat zal doorklinken in de Europese publieke opinie. Wij moeten eraan werken dat het positief wordt en wat mij betreft ligt de kern van het probleem bij de lidstaten.

Jammer dat de voorzitter niet de moeite neemt om hier vandaag te zijn. Ik vind de andere banken van de lidstaten ook buitengewoon leeg vanmorgen. Ik weet niet of dat symptomatisch is voor de belangstelling voor het gehele financiëlecontrolegebeuren. Voor mij is inderdaad nog steeds de essentie de resolutie van vorig jaar waarin wij er bij de lidstaten op aandringen - ik ben blij dat deze groep zo aandachtig luistert - dat de hoogste financiële autoriteit ieder jaar verantwoording aflegt over de besteding van de gelden. De meeste lidstaten willen dat niet.

Ik denk dat dit Parlement eraan moet blijven doorwerken. De suggestie in het Rekenkamer-verslag om ook certificeringsorganen in te stellen voor alle andere onderdelen van de begroting dan landbouw, lijkt mij een suggestie die wij nader moeten onderzoeken.

Het is positief dat er een positieve DAS kan worden gegeven voor de pretoetredingssteun. In 2004 is nog geen rekening gehouden met de ervaringen in de nieuwe lidstaten. Wij zullen hopen dat in de toekomst deze ervaring zo blijft, dat ook in de nieuwe landen de controlemechanismen goed in plaats zijn. Ik heb het de President van de Rekenkamer vanmorgen niet horen zeggen, maar gisteren wel, ik verwelkom het peer review dat hij heeft aangekondigd over het functioneren van de Rekenkamer zelf. Geen enkele institutie kan zonder kritiek, zonder constructieve kritiek. Als het werk van de Rekenkamer van de afgelopen jaren wordt geëvalueerd, zou dat mijns inziens de gehele werking van de Rekenkamer in Europa ten goede kunnen komen.

 
  
MPphoto
 
 

  Bart Staes, namens de Verts/ALE-Fractie. – Voorzitter, met dit debat brengen we de kwijtingsprocedure 2004 op gang. Een eerste vluchtige lectuur van het jaarverslag leert ons dat de Commissie zich sinds de val van de Commissie-Santer en de start van het hervormingsproces beter heeft georganiseerd. Goed nieuws is dat de bestedingsgraad van de Europese begroting het derde jaar op rij verbeterd is. Slecht nieuws is dat het elfde jaar op rij de Rekenkamer niet in staat is een positieve betrouwbaarheidsverklaring, een positieve DAS af te leveren. Geen zekerheid over de betrouwbaarheid van de cijfers dus.

De reden is duidelijk: de toezicht- en controlesystemen zijn ofwel nog niet ten uitvoer gelegd, ofwel werken ze niet doeltreffend, ofwel vertonen de betalingen fouten van materieel belang. Collega's, we hebben het hier over het landbouw- en het structuurbeleid, het interne en het externe beleid, meer dan 4/5 van de totale Europese begroting van 105 miljard. Centraal probleem daarbij is dat het beheer en het toezicht op 80 tot 85 procent van de begroting gedeeld wordt met de lidstaten. De ministers van Financiën weigeren terzake hun verantwoordelijkheid te nemen en dat is een regelrechte schande. Ze willen wel geld uit Brussel, maar niet de verantwoording.

Het jaarverslag toont ons eens te meer het levensgrote probleem van de exportrestituties. Goed voor 3,6 miljard euro of 7,5 procent van de landbouwbegroting. Qua waarde zijn die echter goed voor 26 procent van de bij de Commissie gemelde onregelmatigheden. De lidstaten zouden 5 procent van de exportrestitutiedossiers fysiek moeten controleren, maar ook hier blijven ze schandelijk in gebreke. In punt 4.30 en noot 20 van het jaarverslag lees ik met voldoening de aanbeveling de controles te laten plaatsvinden tot op het niveau van de eindbegunstigden. En ik citeer: "Een dergelijk bereik zou een sterkere en duidelijker keten inzake verantwoordingsplicht voor de GLB-uitgaven vormen."

Daarom hier nogmaals een warm pleidooi om de lijsten met de eindbegunstigden van de landbouwgelden openbaar te maken. Dat gebeurde reeds in Estland, in Denemarken, in het Verenigd Koninkrijk en in Nederland. Vlaanderen en België daarentegen zorgden voor een schijnopenbaarheid door alle cijfers op één hoop te gooien, zodat een degelijke analyse onmogelijk is. Collega's, uit zulke tabellen kunnen we nochtans veel leren over de anomalieën van ons landbouwbeleid. Zo kreeg tabaksgigant Philip Morris de voorbije vijf jaar in Nederland 6,5 miljoen euro voor het toevoegen van suiker aan sigaretten. Gezien de hoge suikerprijs op EU-niveau wordt Philip Morris hiervoor gecompenseerd.

De KLM-cateringdienst kreeg 646 000 euro, omdat het suiker, zuivelproducten, groenten en fruit ook op vluchten buiten de Europese Unie gebruikt. Dit wordt gezien als export en kan dus gelden als exportrestitutiesteun. Dit is toch waanzinnig. Dit is maar het topje van de ijsberg. Europa, de Europese Unie, het Europese landbouwbeleid zal alleen voor de burger aanvaardbaar zijn als aan deze uitwassen gesleuteld wordt. Ik wens alle rapporteurs in de kwijtingsprocedure, de heer Mulder in het bijzonder, veel succes en ik hoop dat we er de komende maanden in zullen slagen ons werk op een goede manier uit te voeren en goede kwijtingsverslagen af te leveren in de vergaderperiode van april volgend jaar.

 
  
MPphoto
 
 

  Jeffrey Titford, namens de IND/DEM-Fractie. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, daar gaan we weer. Bijna een jaar geleden stond ik hier om enkele opmerkingen te maken ter gelegenheid van de tiende verjaardag van de weigering van de Europese Rekenkamer om de EU-boekhouding goed te keuren. Ik heb toen gezegd, en ik zeg het nu weer, dat het eens tijd wordt om toe te geven dat deze vorm van Europees bestuur een rampzalige mislukking is en moet worden afgeschaft. De natiestaten zouden veel beter af zijn als zij hun eigen belangen zouden behartigen. Persoonlijk zou ik noch aan de vorige noch aan de zittende Europese Commissie het zakgeld van mijn kleinkinderen toevertrouwen. Drie weken geleden heb ik een toespraak gehouden in dit Parlement waarin ik opriep de begroting voor 2006 te verwerpen omdat dit Parlement niet de bevoegdheid heeft verdere uitgaven goed te keuren, zolang we de schandelijke erfenis van een decennium aan onbetrouwbare en niet-goedgekeurde rekeningen met ons mee zeulen.

Dit jaar is het dus de elfde keer; het is een schandalige situatie die niet mag blijven voortduren. Het jongste verslag van de Rekenkamer is wederom een opsomming van de tekortkomingen van de bureaucratie van de Europese Commissie. Er werd ons beloofd dat een nieuw computersysteem alle mazen zou dichten. De praktijk is dat de rekeningen nog altijd ongeveer zo waterdicht zijn als een vergiet.

De leden van deze instelling zouden zich in hoge mate verplicht moeten voelen jegens de belastingbetalers van Europa, want het is hun geld dat uit de gaten van het vergiet loopt. De Britse regering is verplicht het geld van de belastingbetalers op een verstandige manier uit te geven, maar toch blijft zij gedwee cheques uitschrijven aan de Europese Unie.

Vergist u zich niet, ik zal mij blijven opwerpen als het geweten van deze instelling. Ik zal erop blijven wijzen wat voor ramp dit is. Ik heb een zuiver geweten, maar geldt dat voor u ook, als ik vragen mag? Overigens zie ik de presentiegraad van de afgevaardigden hier vandaag als een indicatie van het belang dat zij hechten aan de wijze waarop de Europese Unie omgaat met het geld van de belastingbetalers. Dat zegt genoeg.

 
  
MPphoto
 
 

  Hans-Peter Martin (NI).(DE) Mijnheer de Voorzitter, juist in de huidige situatie heeft Europa een Rekenkamer nodig die als een dynamische tijger rondloopt en die toeslaat als dat nodig is. Maar ook uit dit jaarverslag blijkt weer dat we in werkelijkheid wellicht niet te maken hebben met een roofdier, maar met een tandeloos en gekooid schepsel. De Rekenkamer heeft geen tanden omdat die een dergelijke instelling worden ontzegd. Als we de bevoegdheden van de Europese Rekenkamer vergelijken met die van haar Beierse tegenhanger, dan zien we een wereld van verschil. Mij is maar één rekenkamer bekend die in theorie en praktijk nog minder bevoegdheden heeft dan de Europese Rekenkamer, en dat is het Weense controlebureau. Als we aan de orde stellen hoe het grensoverschrijdend kan handelen, krijgen we steeds hetzelfde liedje te horen: “Ik kan u verzekeren dat de Rekenkamer ieder debat toejuicht dat gaat over mogelijke verbeteringen van de controleprocedure.”

Mijn suggestie is: stel u constructief op en presenteer een memorandum. Erken als Rekenkamer zelf dat u uw taken niet echt goed kunt vervullen omdat het u aan bevoegdheden ontbreekt, omdat u sommige dingen niet mag en omdat u door de manier waarop uw personeel wordt geselecteerd – wat politiek gezien de oorzaak van dit alles is – deze taken absoluut niet kunt vervullen. Daarmee zou u Europa echt een dienst bewijzen. Dat zou een eerste stap zijn in de richting van de transparantie en controlemogelijkheden die wij nodig hebben om de EU weer geloofwaardig te maken.

 
  
MPphoto
 
 

  Alexander Stubb (PPE-DE).(EN) Mijnheer de Voorzitter, als ik de UK Independence Party hoor beweren dat de Commissie niet in staat is het zakgeld van haar kleinkinderen te beheren, moet ik zeggen dat ik liever heb dat de Commissie het beheert dan de UK Independence Party! In ieder geval wil ik drie belangrijke punten aan de orde stellen, eerst een algemeen punt, en dan twee punten die gericht zijn aan de Commissie en vervolgens aan de Raad.

Mijn eerste en algemene punt is dat ik dit een goed verslag vind. Het doel van het verslag is het bestaande controleklimaat te verbeteren, het gebruik van middelen transparanter en begrijpelijker te maken en fraude en wanbeheer te stoppen. Er is sprake van enkele verbeteringen, maar zoals veel collega's hebben opgemerkt, is er nog veel te doen. Desondanks, denk ik dat geen enkel bedrijf een positieve betrouwbaarheidsverklaring – DAS – zou krijgen met de methode die de Rekenkamer hanteert.

Mijn tweede punt is dat ik de Commissie graag wil feliciteren. Ik weet dat zij zwaar onder vuur ligt vanwege de manier waarop zij gebruik maakt van het geld dat aan haar wordt toevertrouwd. Soms is dat terecht, maar meestal niet. Zij heeft veel verbeteringen doorgevoerd. Ik ben tevreden over haar inspanningen om te komen tot een stappenplan voor een positieve DAS en haar verbeteringen op boekhoudkundig terrein.

Mijn laatste punt behelst kritiek op de Raad, niet alleen vanwege het feit dat hij hier vandaag niet aanwezig is, maar vanwege het feit dat – net zoals de UK Independence Party zojuist deed – hij de indruk probeert te wekken dat alles de schuld is van de Commissie of van de andere EU-instellingen. Dat is gewoon niet waar. Tachtig procent van het geld dat binnen de Europese Unie omgaat, wordt gebruikt in de lidstaten. Daarom veroordeel ik het feit dat de ministers van Financiën tijdens de Ecofin-Raad van twee weken geleden wederom hebben geweigerd een betrouwbaarheidsverklaring te tekenen. Ik denk dat we veel meer zouden kunnen bereiken in dit hele proces inzake het beheer van de financiën als de ministers van Financiën hun verantwoordelijkheid zouden nemen.

Samengevat: ten eerste zijn we het systeem aan het verbeteren; ten tweede ligt het probleem niet bij de Commissie, maar bij de lidstaten; en ten derde ben ik optimistisch gestemd en denk ik dat we over vijf jaar wél een positieve DAS zullen krijgen.

 
  
MPphoto
 
 

  Szabolcs Fazakas (PSE).(HU) Mijnheer de Voorzitter, 2004 was het jaar van de uitbreiding. Het jaarverslag over 2004 is dus het eerste jaarverslag dat betrekking heeft op alle vijfentwintig lidstaten. Mede daarom is het een goede zaak dat het verslag dat we nu bespreken een positief, realistisch en afgewogen beeld geeft van de wijze waarop EU-middelen zijn gebruikt, in zowel de oude als de nieuwe lidstaten.

Het jaarverslag van de Rekenkamer geeft de gevolgen van de vorig jaar geïntroduceerde hervormingen weer. Dat was ook de bedoeling van het verslag van mijn collega, de heer Wynn, wiens verslag door een ruime meerderheid van het Parlement is goedgekeurd. Eenzelfde doelstelling ligt ten grondslag aan het geïntegreerde administratie- en controlesysteem dat door de Europese Commissie en de vice-voorzitter van de Commissie, Siim Kallas, is aangekondigd.

Deze hervorming is gebaseerd op wederzijds vertrouwen en nauwe samenwerking tussen het Europees Parlement, de Commissie en de Rekenkamer. Om de hervorming te verwezenlijken zou de Raad moeten interveniëren en op nationaal niveau betrouwbaarheidsverklaringen introduceren. Daar blijkt echter nog steeds verzet tegen te bestaan. Zonder de interventie van de Raad kunnen we echter niet verder – we hebben ook van de Raad een betrouwbaarheidsverklaring nodig.

 
  
MPphoto
 
 

  Margarita Starkevičiūtė (ALDE).(LT) Ik heb de resultaten van de audit met betrekking tot de financiële activiteiten van de Gemeenschap gedurende het jaar 2004 doorgelezen en het doet me beslist deugd vast te mogen stellen dat de beoordeling van het beheer van de pretoetredingsmiddelen die aan mijn land, Litouwen, zijn toegewezen, positief is uitgevallen.

Helaas is de algemene beoordeling van de financiële activiteiten van de EU niet zo positief. Er is nu een paradoxale situatie ontstaan: begunstigden kunnen de voor hen bedoelde fondsen niet toucheren omdat de verschillende controlevereisten uitzonderlijk ingewikkeld zijn en in geen verhouding staan tot de bedragen die kunnen worden opgeëist. Tegelijkertijd beweren de auditors dat deze vereisten niet volstaan om een goed inzicht te verkrijgen.

We willen dat de middelen uit de EU-begroting doeltreffend worden gebruikt en dat hierover transparantie bestaat. Het is duidelijk dat het huidige boekhoudingsysteem ons niet toestaat dat doel te verwezenlijken. Daarom moeten de Europese Commissie en de Rekenkamer erop aandringen dat de plannen voor hervorming doorgang vinden. Ze moeten zich een grotere inspanning getroosten om duidelijk te maken tot wat voor soort problemen het beheer van grote en schier onmetelijke bedragen aanleiding geeft. Ik ben ervan overtuigd dat deze hervormingen en het geïntegreerde interne-controlesysteem zullen bijdragen tot het oplossen van deze problemen.

 
  
MPphoto
 
 

  Nils Lundgren (IND/DEM). – (SV) Mijnheer de Voorzitter, om te beginnen wil ik protest aantekenen tegen het feit dat wij het jaarverslag van de Rekenkamer moeten bediscussiëren zonder dat we daar van tevoren toegang toe hadden, wat een grote handicap is voor ons. Gelukkig herkennen we in grote lijnen alles uit voorgaande jaren; men had misschien het verslag van vorig jaar kunnen lezen en dezelfde standpunten naar voren kunnen brengen. Het gaat om dezelfde problemen en dezelfde gebreken in de toelichting. We krijgen te horen dat de problemen zullen blijven bestaan. De Rekenkamer “kan niet garanderen” enzovoort, wordt er gezegd. Er wordt gesproken over riskante transacties, gebreken in het controlesysteem en grote hoeveelheden fouten, enzovoort, enzovoort. Er is een stappenplan voor een interne-controlesysteem, dat ik met vreugde begroet, maar met het meeste is het net zo gesteld als voorheen, dat wil zeggen slecht.

Ik wil er nog even met nadruk aan herinneren dat de Europese instellingen gecontroleerd worden door de Europese Rekenkamer, terwijl de nationale systemen natuurlijk worden gecontroleerd door diverse nationale controleorganen. Net als op zoveel andere gebieden geldt ook in dit verband de regel van de verhouding 80/20, dat wil zeggen eenvijfde van de geldstromen kan hier worden gecontroleerd en het resterende deel op nationaal niveau. Het is uiterst belangrijk dat we met een voorstel komen voor een manier om in dezen een gestructureerde samenwerking tot stand te brengen, anders blijft de taak van de Rekenkamer in de praktijk onmogelijk.

De hoofdproblemen die we zien zijn het gevolg van het gemeenschappelijk landbouwbeleid, de structuurfondsen en het Comité van de Regio’s. Er zijn goede redenen om het landbouwbeleid af te schaffen, om het Comité van de Regio’s af te schaffen en om het Europees Economisch en Sociaal Comité af te schaffen. Dat alles behoort tot een andere periode en heeft in de huidige EU geen functie meer. In plaats daarvan zou men ermee moeten beginnen om bedragen uit de structuurfondsen rechtstreeks naar de armere lidstaten te laten gaan. Dan zouden alle onderhavige problemen zo goed als verdwijnen.

 
  
MPphoto
 
 

  Simon Busuttil (PPE-DE). (MT) Op een ogenblik waarop Europa niet erg populair is in de publieke opinie, is het niet eenvoudig om aan de bevolking uit te leggen dat de Europese Unie, die voor velen een model is van goede praktijken, niet alleen niet perfect is, maar dat ze bovendien nog heel wat werk voor de boeg heeft om te kunnen garanderen, dat het geld dat wij haar overhandigen, inderdaad correct wordt benut. Het verslag dat wij hier behandelen geeft ons een gevoel van déjà vu. Het vertelt ons opnieuw dat de Rekenkamer niet met zekerheid kan zeggen, dat elke uitgegeven euro inderdaad op volledig regelmatige wijze werd uitgegeven. Hoewel het verslag toch ook enige vooruitgang ontwaart voor een aantal probleemgebieden zoals de landbouw, die uiteindelijk toch een groot deel van de begroting opslorpt. We mogen echter onze zoektocht naar een doeltreffender systeem voor begrotingscontrole niet opgeven. Enerzijds stelt het ons teleur te moeten horen, dat het controlesysteem nog steeds heel wat tekortkomingen bevat, maar anderzijds voelen wij ons ook gefrustreerd omdat wij altijd de perfectie lijken na te streven in de vorm van het DAS-systeem. Jaar na jaar beseffen wij telkens weer dat wij weliswaar die perfectie wat dichter zullen kunnen benaderen, maar dat wij haar zeker nooit zullen kunnen bereiken. Ofwel spelen wij nu de pessimist, ofwel geven we toe dat we niet perfect zijn en dat eenieder zijn verantwoordelijkheid moet nemen. Dit geldt voor ons hier in het Europees Parlement en voor de Europese Commissie, maar ook voor de lidstaten zelf.

 
  
MPphoto
 
 

  Herbert Bösch (PSE).(DE) Mijnheer de Voorzitter, ik wil de Europese Rekenkamer complimenteren met dit verslag. In de korte tijd dat het beschikbaar is, is mij al gebleken dat het veel feiten bevat die wij uitstekend als criteria kunnen gebruiken bij ons werk, en dat is het al dan niet kwijting verlenen voor de uitvoering van de EU-begroting.

Er is al zo vaak gezegd dat de ministers van Financiën hun rekeningen dienen te ondertekenen. Maar als we de terreinen bekijken waarop de Commissie alleen voor de uitgaven verantwoordelijk is, dan zullen we vreselijke dingen zien. Op het terrein van het intern beleid zijn zes van de elf directeuren-generaal niet in staat om zonder voorbehoud een betrouwbaarheidsverklaring af te geven. Noem mij de minister van Financiën die dat wel zou doen vanuit een dergelijke uitgangspositie. Ik zou er zo gauw geen weten.

Uitgaande van dit voortreffelijke verslag zou ik de Europese Rekenkamer willen oproepen om zich te concentreren op de uitgaven die rechtstreeks worden beheerd en te proberen tot een perfect resultaat te komen. Dan hebben we meer succes bij de lidstaten dan nu het geval is.

 
  
MPphoto
 
 

  Markus Ferber (PPE-DE).(DE) Mijnheer de Voorzitter, geachte voorzitter van de Rekenkamer, geachte commissaris, geachte afgevaardigden, ik sluit me aan bij de woorden van de heer Bösch. Het is mij ook iets te simpel om te zeggen: 80 procent van de middelen worden beheerd door de lidstaten en daarom moeten die ook zorgen dat alles regelmatig verloopt.

Alle problemen waarmee we de afgelopen jaren zijn geconfronteerd – in 1999 leidden die tot het aftreden van de Commissie – waren geen problemen met de middelen die door de lidstaten werden beheerd, maar met de middelen die de Commissie zelf beheerde.

Eén ding wil ik onderstrepen. In het verslag van Terence Wynn wordt gezegd dat wij de nationale en – voorzover van toepassing – regionale controle-instanties willen betrekken bij de kwijtingsprocedure. Maar de procedures op nationaal en op Europees niveau lopen niet gelijk. Ik ben er fel op tegen om hetgeen wij in Europa doen en hetgeen uw taak is, mijnheer de voorzitter van de Rekenkamer, over te dragen aan de nationale systemen. Integendeel, wat het controlekader betreft zouden we moeten overwegen het andersom te doen. Ook op Europees niveau valt er iets te verbeteren en wij kunnen zeker iets opsteken van de lidstaten. De staats- en regeringsleiders moeten zo schrander en wijs zijn om een rechtskader te scheppen dat dit mogelijk maakt.

Het is niet uw probleem, mijnheer Weber, maar het probleem van hen die u uw mandaat moeten geven. Dat zijn niet wij, maar dat zijn de staats- en regeringsleiders. Hun houding moet aan de kaak worden gesteld, en dat zeg ik ook als lid van de Begrotingscommissie: ze willen zo min mogelijk geld in de EU steken, ze willen er zoveel mogelijk uithalen voor hun eigen land, maar liefst zonder dat Brussel daar inzicht in krijgt. Aan die houding moeten we iets aan doen. Dan hebben wij echt iets gedaan voor de geloofwaardigheid van Europa en voor de burgers.

Hoe belangrijk het ook is, het jaarverslag van de Rekenkamer is niet cruciaal. Cruciaal is wat wij er als Parlement mee doen. Ik zie uit naar de debatten in de Commissie begrotingscontrole en naar de kwijtingsprocedure die in het voorjaar wordt afgesloten.

 
  
MPphoto
 
 

  Terence Wynn (PSE).(EN) Mijnheer de Voorzitter, een week geleden heeft de Ecofin-Raad de voorstellen van het Parlement voor nationale verklaringen verworpen, wat er in feite op neerkomt dat we in de nabije toekomst geen positieve DAS tegemoet kunnen zien. De voorstellen van de Ecofin-Raad zijn een slecht substituut voor daadwerkelijke actie en zij zijn het resultaat van een tweedaagse bijeenkomst van deskundigen die ik heb bijgewoond. Het was een bijeenkomst die mij deed denken aan de opmerkingen die Margaret Thatcher ooit maakte tijdens een vergelijkbare bijeenkomst, waarbij ze erover klaagde dat ze werd omringd door mensen die telkens weer een reden vonden om dingen niet te doen en zaken niet te veranderen in plaats van dat zij oplossingen aandroegen voor de problemen waarmee ze kampte.

Het Parlement moet weten welke lidstaten het eens en welke het oneens zijn met zijn standpunt.

Ik ben serieus van mening dat we niet voorbij mogen gaan aan het commentaar van de UK Independence Party. Waarom zouden we immers instemmen met nieuwe financiële vooruitzichten terwijl overduidelijk is dat de toezichts- en controlesystemen in de lidstaten zo gebrekkig zijn? Dat is de boodschap die luid en duidelijk aan de Raad moet worden overgebracht.

 
  
MPphoto
 
 

  Hubert Weber, voorzitter van de Europese Rekenkamer. (DE) Mijnheer de Voorzitter, dit is een grote dag voor de Europese Rekenkamer, aangezien wij ons verslag mogen presenteren aan de beleidsmakers, onder wie de vice-voorzitter van de Commissie, de heer Kallas. Wij zijn dankbaar voor de respons van de kant van de politiek op onze activiteiten.

Uit ons jaarverslag blijkt dat er aanzienlijke verbeteringen zijn gerealiseerd. Zonder twijfel dient er op enkele terreinen nog het een en ander te gebeuren, niet alleen door de Commissie, maar ook door de lidstaten. Het belang van de verklaringen is al vermeld. Daar kan ik het alleen maar mee eens zijn, maar de verklaringen zijn niet alles. We zouden eerder moeten doordringen tot de bron van de fouten en daarin de aanzet tot hervormingen moeten zoeken. Honderden keren hebben we steekproeven uitgevoerd en verrichtingen gecontroleerd. We hebben honderden fouten ontdekt, zowel formele als substantiële. De Commissie is op de hoogte van deze fouten en zij zal deze afhandelen. De lidstaten zijn er ook van op de hoogte. Dat dient ons startpunt te zijn.

Ik ben van mening – en dit zeg ik ook ten behoeve van de heer Martin – dat ons mandaat een voortreffelijk mandaat is. We zijn er tevreden over en we hebben geen ander nodig. In internationale vergelijkingen komen wij goed uit de bus. Waar het om draait, is dat onze conclusies serieus worden genomen en op tijd ten uitvoer worden gelegd. Het is voor ons niet voldoende om een nieuwe systeem in te voeren; we moeten er ook gebruik van maken en zorgen dat het uitvoerbaar is.

Ook is duidelijk gemaakt dat het rechtskader dient te worden vereenvoudigd. Er zijn veel terreinen waarop geen vorderingen zullen worden gemaakt als de procedures zo ingewikkeld blijven.

Wanneer we dergelijke strenge criteria aanleggen voor de door ons gecontroleerde instanties, dan mogen we niet klagen als die criteria ook op ons worden toegepast. Het is de bedoeling dat dit via een peer review zal gebeuren.

Er wordt altijd beweerd dat de Rekenkamer meer controles wil. Integendeel, dat willen we helemaal niet. We willen niet meer controles, we willen effectievere, efficiëntere controles waaruit voortaan ook lering wordt getrokken.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. Het debat is gesloten.

(De vergadering wordt kort onderbroken)

Schriftelijke verklaring (Artikel 142)

 
  
MPphoto
 
 

  Véronique Mathieu (PPE-DE).(FR) Het is teleurstellend en frustrerend dat de betrouwbaarheidsverklaring wederom negatief is. Dat betekent dat er nog altijd geen garantie is dat de uitgaven wettig en regelmatig zijn, dat er twijfels blijven bestaan over de betrouwbaarheid van de boekhoudpraktijken.

Wie kunnen we daarvoor verantwoordelijk stellen? De lidstaten vanwege de gehanteerde methodiek en de slechte tenuitvoerlegging van het betalingssysteem? De Commissie die krachtens artikel 274 van het Verdrag verantwoordelijk is voor de uitvoering van de Europese begroting?

Laten we enkele lessen trekken uit de door de Rekenkamer geformuleerde opmerkingen: het is van essentieel belang de nationale administraties op hun verantwoordelijkheden te wijzen, opdat de toewijzing van Europese kredieten correct kan worden verantwoord. De Rekenkamer moet eveneens duidelijk aangeven welke concrete maatregelen de Commissie moet nemen om te komen tot een positieve betrouwbaarheidsverklaring.

Met de slechte naam die Europa momenteel toch al heeft, moeten de zwakke punten in de beheer- en controlesystemen voor de eurosceptici niet ook nog eens aanleiding vormen om de politieke grondbeginselen van de Unie te ondermijnen, die erop gericht zijn de territoriale, economische en sociale samenhang te versterken. De Commissie en de lidstaten moeten zich sterk maken voor een positieve betrouwbaarheidsverklaring. De geloofwaardigheid van de Unie en het vertrouwen van de burger in Europa staat op het spel.

 
  
  

VOORZITTER: JOSEP BORRELL FONTELLES
Voorzitter

(De vergadering wordt om 10.15 uur hervat)

 
Juridische mededeling - Privacybeleid