De Voorzitter. Aan de orde is de verklaring van de Commissie over het pakket Uitbreiding II.
Olli Rehn, lid van de Commissie. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, een paar weken geleden heb ik verslag gedaan van de bevindingen van de Commissie met betrekking tot Bulgarije en Roemenië. Vandaag presenteer ik met genoegen de zienswijze van de Commissie op de uitbreidingsstrategie in algemene zin, en op de kandidaat-lidstaten Turkije en Kroatië en de mogelijke kandidaten op de Westelijke Balkan.
Uitbreiding is een van de krachtigste beleidsinstrumenten van de EU: het is een voorbeeld van de "soft power" van de EU, de macht om veranderingen teweeg te brengen, die heeft bijgedragen tot het veranderen van landen in stabiele democratieën en samenlevingen met meer welvaart, met een hoger niveau van economische ontwikkeling en sociaal welzijn. Het blijft van essentieel belang voor Europa en haar burgers om door te gaan met een zorgvuldig uitgevoerd toetredingsproces.
Het kenmerk van de uitbreidingsstrategie van de Commissie-Barroso is consolidatie. We moeten voorzichtig zijn als we nieuwe verplichtingen op ons nemen, maar tegelijkertijd moeten we de verplichtingen die we op ons hebben genomen, nakomen op het moment dat landen voldoen aan strenge toetredingsvoorwaarden. Conditionaliteit is cruciaal voor onze macht om veranderingen teweeg te brengen, maar er moet sprake zijn van tweerichtingsverkeer: het stellen van voorwaarden werkt immers alleen als de landen erop kunnen vertrouwen dat de EU gedane toezeggingen over een eventueel lidmaatschap ook nakomt.
Bovendien moeten we effectiever communiceren over de doelstellingen en uitdagingen van het toetredingsproces en over de wijze waarop we met de landen omgaan. Brede publieke steun is nu meer dan ooit essentieel voor een duurzaam uitbreidingsbeleid. Het is ook bij uitstek een taak voor de lidstaten om zich hard te maken voor het beleid dat zij unaniem zijn overeengekomen, en om dat te verdedigen.
De Commissie doet haar deel en ik ben me heel goed bewust van de belangrijke inspanningen van het Europese Parlement en van velen van u in uw vaderland.
Met Turkije en Kroatië zijn we ongeveer drie weken geleden begonnen met het doornemen van de hoofdstukken voor de toetredingsonderhandelingen. De voortgangsverslagen laten zien waar de landen staan, en in de toetredingspartnerschappen zijn zowel voor de korte als de lange termijn doelstellingen vastgelegd voor het aanpakken van de geconstateerde problemen.
Het is in alle eerlijkheid een onevenwichtig beeld. In Turkije zijn nu krachtige, substantiële hervormingen doorgevoerd die de rechtsstaat en de mensenrechten versterken, maar tegelijkertijd schiet de tenuitvoerlegging daarvan tekort. In het verslag wordt benadrukt dat Turkije zich nog meer serieuze inspanningen moet getroosten op de terreinen van vrijheid van meningsuiting, vrouwenrechten, godsdienstvrijheid, vakbondsrechten, culturele rechten en de strijd tegen marteling en slechte behandeling, waar in de praktijk een zero-tolerance-beleid gevoerd moet worden. In het toetredingspartnerschap met Turkije zijn deze kwesties opgenomen, evenals de prioriteiten voor actie op de korte termijn.
De Commissie vindt het positief dat Turkije nu daadwerkelijk kan worden beschouwd als goedfunctionerende markteconomie, zolang stabilisatie- en hervormingsmaatregelen met kracht in stand worden gehouden.
In Kroatië gaat het goed met de omzetting van EU-wetgeving, maar het land zal zich nog grote inspanningen moeten getroosten om het rechtsstelsel te hervormen, corruptie te bestrijden, de positie van minderheden te verbeteren en de terugkeer van vluchtelingen mogelijk te maken. Bovendien moeten bestuursstructuren worden versterkt om het acquis communautaire te handhaven. Het behoeft geen betoog dat Kroatië volledig zal moeten blijven samenwerken met het Joegoslavië-tribunaal om de nog resterende voortvluchtige voor het gerecht te brengen. We zullen die verplichting nauwlettend volgen.
Met betrekking tot het verzoek van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië om toetreding tot de EU neemt de Commissie een standpunt in dat is gebaseerd op een objectieve en eerlijke beoordeling. Hoewel het land nog maar een paar jaar geleden aan de rand van een burgeroorlog stond, heeft het nu al een opvallende politieke stabiliteit en democratische ontwikkeling bereikt, in het bijzonder dankzij de tenuitvoerlegging van de Kaderovereenkomst van Ohrid. De Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië is op dit moment de enige functionerende multi-etnische staat op de Westelijke Balkan en derhalve een goed voorbeeld van de gedachte dat een dergelijk multi-etnisch model goed kan werken. Daarom kan de Commissie de status van kandidaat-lidstaat voor de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië aanbevelen. Het land is echter nog niet klaar om toetredingsonderhandelingen te beginnen. Het toekennen van de status van kandidaat-lidstaat aan de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië zou een belangrijk politiek signaal zijn voor de hele regio. Tegelijkertijd zal de Commissie zich niet haasten toetredingsonderhandelingen aan te bevelen voordat het land daar klaar voor is. We zullen de situatie regelmatig beoordelen en het openen van onderhandelingen aanbevelen op het moment dat in voldoende mate wordt voldaan aan de criteria van Kopenhagen.
Ten aanzien van Albanië, Servië en Montenegro, en Bosnië en Herzegovina is de tijd gekomen om de relatie met die landen steviger te verankeren door met elk van hen te onderhandelen over een stabilisatie- en associatieovereenkomst. De onderhandelingen met Albanië zouden in de nabije toekomst van start moeten kunnen gaan. Ik verwacht dat we de onderhandelingen met de beide andere landen aan het einde van 2006 kunnen starten, mits zij significante vooruitgang boeken op het terrein van de hervormingen. Een stabilisatie- en associatieovereenkomst is de eerste stap in de richting van de Europese Unie en dient grondig ten uitvoer te worden gelegd, voordat eventuele volgende stappen kunnen worden overwogen.
In aansluiting op het objectieve rapport en de aanbeveling van de afgezant van de Verenigde Naties voor Normen, de heer Eide, staan de besprekingen over de toekomstige status van Kosovo op het punt te beginnen. De Commissie staat volledig achter de inspanningen van president Ahtisaari, afgezant van de Verenigde Naties voor de status van Kosovo, om te komen tot een evenwichtige en duurzame oplossing voor Kosovo, en we zullen natuurlijk nauw met hem samenwerken.
Onze gezamenlijke doelstelling moet een status met normen zijn. Het is van het allergrootste belang dat de rechten van minderheden en de bescherming van culturele en historische locaties worden gewaarborgd om te komen tot een duurzame oplossing die stabiliteit mogelijk maakt in de hele regio. Te dien einde zal ik binnenkort samen met de heer Solana een mededeling presenteren over het EU-beleid voor Kosovo. We zullen het proces op weg naar een status ook moeten ondersteunen met toereikende financiële middelen en de Commissie vraagt het Parlement dan ook daarin nauw met haar samen te werken. Ik reken op uw steun voor deze uiterst belangrijke kwestie voor de veiligheid en stabiliteit van Europa.
De landen van de Westelijke Balkan zetten dit najaar allemaal, zonder uitzondering een stap in de richting van de Europese Unie. Daarom geven wij een duidelijk signaal af dat de Europese Unie zich nog altijd inzet voor hun perspectief op lidmaatschap van de EU op middellange of lange termijn, op het moment dat de respectieve landen voldoen aan onze strikte voorwaarden. Het gaat hier in feite om twee zijden van dezelfde medaille: hun toetreding tot de EU komt stap voor stap dichterbij in reactie op daadwerkelijke vooruitgang die ertoe leidt dat zij voldoen aan de voorwaarden en criteria van de EU.
De Commissie blijft achter haar doelstellingen staan met betrekking tot de Westelijke Balkan. Ik weet zeker dat ik bij dit belangrijke streven op uw steun kan rekenen.
(Applaus)
Elmar Brok, namens de PPE-DE-Fractie. – (DE) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, dames en heren, ik wil de Commissie bedanken voor haar gedetailleerde aanpak en voor de inzet waarmee zij het proces tracht te bespoedigen. Mijn dank geldt ook de vele landen die proberen aan de criteria te voldoen. Laat echter duidelijk zijn dat de voorwaarden ook moeten worden vervuld en niet alleen maar worden uitgesteld. Tot die voorwaarden behoort ook de absorptiecapaciteit van de EU, ook al is tot op heden niet vastgelegd hoe deze voorwaarde in praktijk kan worden gebracht. Ik hoop dat de Commissie, gezien het debat van 3 oktober, spoedig met een voorstel zal komen.
Ik ben het met de commissaris eens: de uitbreiding is een van de meest succesvolle strategieën van het Europees buitenlands beleid: zij heeft geleid tot stabiliteit en bijgedragen tot een verdere verbreiding van de democratie en de rechtsstaat in Europa. Het perspectief op toetreding tot de EU is een belangrijk instrument dat landen in staat stelt binnenlandse hervormingen door te voeren, iets wat anders – waarschijnlijk om binnenlandse politieke redenen – in de meeste gevallen niet mogelijk zou zijn.
Het zal echter duidelijk zijn dat de Europese Unie na de uitbreiding met tien landen – en binnenkort komen er wellicht nog weer twee landen bij – ook een fase van consolidatie nodig heeft, zoals iedere onderneming na een periode van groei een consolidatieperiode nodig heeft. We moeten het evenwicht tussen verdieping en verbreding herstellen. Het gaat om de vraag hoe we ervoor zorgen dat de uitgebreide Europese Unie slagvaardig kan optreden. Willen we voorrang geven aan het creëren van politieke eenheid of accepteren we dat de Unie tot niets meer dan een vrijhandelszone verschrompelt?
Ik vind dat uit dit verslag, dat als strategieverslag wordt aangemerkt, niet duidelijk wordt hoe een algehele strategie eruit moet zien, welke interne structuur en welke buitengrenzen Europa straks moet hebben. Dat kan uiteraard in een dergelijk verslag niet tot in detail worden beschreven, omdat het natuurlijk een voortschrijdend proces is, maar ik vind dat het wel tijd wordt om daarvan een beeld te krijgen. Dat is nodig om vooruitgang te boeken, om niet alleen maar van geval tot geval beslissingen te nemen, wat tot automatismen leidt die de Europese Unie in gevaar brengen. We moeten ook nadenken over de vraag of het niet zinvol is een optie te bedenken voor een periode die tussen volwaardig lidmaatschap en nabuurschapsbeleid in ligt. Dat biedt landen de mogelijkheid zich te ontwikkelen in de richting van het perspectief op toetreding tot de EU zonder dat de ontwikkelingscapaciteit van de Europese Unie wordt aangetast – zoiets als wat de Europese Economische Ruimte ooit was. Zulke initiatieven mis ik bij de Commissie: zij verliest zich te veel in details en durft het niet aan groots te denken.
Jan Marinus Wiersma, namens de PSE-Fractie. – Voorzitter, de succesvolle Europese integratie van de landen op de Westelijke Balkan is van groot belang voor die regio en voor Europa als geheel. Het is één van de politieke prioriteiten van mijn fractie, de PSE-Fractie. Vorige week hebben wij dan ook een standpunt bepaald over de Europese toekomst van de Westelijke Balkanlanden en die vastgelegd in een uitgebreid strategy paper, dat inmiddels al gepubliceerd is. Uitgangspunt blijft onze volle steun voor de Thessaloniki-agenda, het bereiken van duurzame vrede, stabiliteit en welvaart op de Balkan binnen een proces van integratie in de Europese Unie en met perspectief natuurlijk op uiteindelijke toetreding.
Binnen dat proces moeten we ten eerste streven naar de oplossing van problemen die in de hele regio spelen. De consolidatie van democratie en rechtsstaat, de economische ontwikkeling, de vluchtelingenpolitiek, de samenwerking met het Haags Tribunaal en de strijd tegen corruptie en criminaliteit. Dit zijn aan de ene kant voorwaarden voor een succesvolle integratie in de Europese Unie, maar ze hangen daarenboven nauw samen met de regionale veiligheid en stabiliteit in die regio, die nog altijd fragiel is. Deze problemen spelen daarom niet uitsluitend in de bilaterale relatie tussen de Balkanlanden en de Europese Unie. De grootste belanghebbenden in dit proces zijn de landen zelf.
Onderlinge samenwerking tussen de landen van de Westelijke Balkan is daarom een essentiële component van onze strategie. De EU moet een stevig raamwerk bieden, maar de dynamiek om deze problemen op te lossen moet uiteindelijk uit de regio zelf komen. Dat geldt ook voor de pijnpunten die er nog liggen. Bij de beslissingen over de staatsstructuur van Bosnië-Herzegovina, de relatie tussen Servië en een waarschijnlijk onafhankelijk Montenegro en de status van Kosovo zullen regionale politici hun verantwoordelijkheid moeten nemen.
Maar we moeten ook de positieve ontwikkelingen zien. We zijn wel degelijk voorzichtig optimistisch. Bosnië heeft een doorbraak bereikt in de hervorming, als het gaat om het politieapparaat, en dat is een belangrijk concessie geweest vanuit het Servische deel van dat land. Het feit dat de Commissie Macedonië (FYROM) de status van kandidaat-lidstaat wil geven weerspiegelt de gestage vooruitgang in dat land.
Tot slot, wij ondersteunen de Commissie in haar drie C's voor de uitbreiding: consolidatie, conditionaliteit en communicatie, maar op het laatste punt hoop ik spoedig nog eens terug te komen, want brede steun, ook in onze eigen landen, voor een verdere uitbreiding is cruciaal voor het succes daarvan.
István Szent-Iványi, namens de ALDE-Fractie. – (HU) Mijnheer de Voorzitter, het belangrijkste resultaat van het uitbreidingspakket is dat het de landen van de Westelijke Balkan een duidelijk toekomstperspectief biedt. Vooral de paragraaf met de aanbeveling voor de status van kandidaat-lidstaat voor de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië is positief. Dit doet recht aan de ontwikkeling die Macedonië heeft doorgemaakt, en aan de inspanningen die het de afgelopen jaren heeft geleverd. Aan de andere kant is het terecht dat er nog geen datum is vastgesteld voor het begin van de toetredingsonderhandelingen, aangezien noch Macedonië, noch de Europese Unie daar op dit moment klaar voor is. Laten we hopen dat dit binnen enkele jaren wel het geval zal zijn.
De Europese Unie verwacht twee dingen van de landen van de Westelijke Balkan: ze moeten het tragische hoofdstuk van hun recente verleden afsluiten, en ze moeten oorlogsmisdadigers – zoals Ante Gotovina, Mladic en Karadzic – overdragen aan het Internationaal Straftribunaal voor het voormalige Joegoslavië in Den Haag. De Europese Unie verwacht ook van deze landen dat ze alles doen wat in hun vermogen ligt om de vrede tussen de verschillende bevolkingsgroepen te herstellen. Met andere woorden, ze moeten de rechten van minderheden versterken en ervoor zorgen dat dit op brede schaal gebeurt, of het nu in de Vojvodina is of in Kosovo. We verwachten ook van hen dat ze meer doen om aan de toetredingsvoorwaarden te voldoen, om na te gaan welke mogelijkheden er worden geboden door regionale samenwerking en om hun grenzen open te stellen.
Of de landen op de Westelijke Balkan tot integratie in staat zijn, kan uiteindelijk alleen worden afgemeten aan hun vermogen om met elkaar samen te werken. Ik hoop dat ze hiertoe in staat zijn en dit zullen bewijzen door de voorbereidingen op hun integratie in Europa tot een goed einde te brengen.
Joost Lagendijk, namens de Verts/ALE-Fractie. – Voorzitter, ik ben ervan overtuigd dat er nog veel historici zullen promoveren op wat er precies in het voorjaar van 2005 gebeurd is in Europa, als het gaat om de houding, het klimaat, de stemming over uitbreiding. Was het het feit dat we de uitbreiding van 2004 nog moesten verwerken, waren het de twee "nee's" in de grondwetreferenda, ik weet het niet, het zal later pas blijken, maar feit is dat de uitbreiding van de Europese Unie onder vuur ligt. Er is de indruk bij veel mensen, dat de meerderheid van de bevolking van de Europese Unie tegen is. En veel politici verschuilen zich maar al te graag achter die sceptische burgers.
Daarom ben ik blij dat de Europese Commissie de rug recht heeft gehouden. Daarom ben ik blij dat de Europese Commissie met argumenten onderbouwt, stelt – en ik ben het daarmee eens – dat de uitbreiding van de Europese Unie, zoals we die tot nu toe gezien hebben, een van de meest succesvolle politieken is van de Europese Unie en dat het daarom zeer kortzichtig zou zijn om op de beloften die gedaan zijn aan zowel Roemenië en Bulgarije, als aan Turkije en Kroatië, als aan de landen van de Westelijke Balkan, terug te komen.
Maar ik ben ook blij dat de Commissie terecht conclusies trekt uit het proces zoals we dat tot nu toe gekend hebben. Dat in praktijk brengen belangrijker is dan beloften doen, dat – en ik zeg het collega Brok na – ook de Europese Unie zelf in staat moet zijn om nieuwe landen op te nemen en dat een beoordeling per land gebaseerd moet zijn op feiten en niet op automatismen en tenslotte, dat verdere uitbreiding alleen maar zal slagen, als politici politiek leiderschap tonen en bereid zijn om uitbreiding ten opzichte van hun inderdaad soms sceptische bevolking te verdedigen.
Als de Commissie zich voor een dergelijke uitbreiding – gebaseerd op feiten, niet op beloften, niet op automatismen, een uitbreiding gebaseerd op een politieke visie en analyse, en niet op opiniepeilingen – blijft inzetten, dan zal zij ook nu de steun van mijn fractie volledig krijgen.
Cristiana Muscardini, namens de UEN-Fractie. – (IT) Mijnheer de Voorzitter, geachte collega’s, de tweede fase van de uitbreiding betekent weer een extra stap richting de volledige eenwording van Europa. 1 mei 2004 is als een historische datum de annalen van ons continent ingegaan, niet alleen vanwege het extra politieke gewicht dat we hebben verkregen, maar ook vanwege de culturele verrijking die hieruit is voortgevloeid.
Het is belangrijk om op deze manier onze weg te vervolgen, maar alleen nadat we de huidige Unie geconsolideerd hebben en zonder de fundamentele toetredingsvoorwaarde voor andere landen uit het oog te verliezen, namelijk respect voor het acquis communautaire en voor de grondbeginselen van de Unie. Dit vraagstuk is niet enkel en alleen een formele aangelegenheid en wordt nog belangrijker op het moment dat de wetgeving in de landen die een verzoek om toetreding hebben ingediend, in strijd is met deze beginselen.
In mijn schriftelijke vraag van 26 oktober jongstleden benadrukte ik reeds dat in Kroatië de discriminatie van Italiaanse staatsburgers wat betreft hun toegang tot de onroerendgoedmarkt aanhoudt, terwijl deze toegang aan onderdanen van andere landen van de Unie wel wordt gegarandeerd. Mijnheer de commissaris, ik vraag u of het acceptabel is dat een land dat toetreding tot de Unie ambieert, voorwaarden stelt aan burgers van een lidstaat die duidelijk in strijd zijn met de communautaire beginselen. Daarbij vraag ik de Commissie of zij voornemens is de erkenning van de vrije toegang tot de Kroatische onroerendgoedmarkt voor Italiaanse staatsburgers in de onderhandelingen op te nemen.
Naast de negatieve gevolgen in juridisch opzicht, heeft discriminatie ook een onmetelijk effect op humanitair en civiel vlak. Instellingen die zich schuldig maken aan discriminatie kunnen niet als geloofwaardig of betrouwbaar beschouwd worden. Het wettelijk gelijkheidsbeginsel onderscheidt beschaafde en democratische landen van landen die niet als zodanig beschouwd kunnen worden als dit beginsel niet in hun wetgeving is opgenomen.
Wij zijn niet tegen de toetreding van Kroatië tot de Europese Unie, maar stellen de voorwaarde dat het de aanvaarde regels respecteert die in het gehele Westen gelden met betrekking tot onroerend goed en dat het eindelijk de slepende kwestie oplost inzake de ballingen uit Istrië en Dalmatië die nog steeds op gerechtigheid wachten.
Camiel Eurlings (PPE-DE). – Voorzitter, ik zeg hier vele mensen na, die zeggen dat de uitbreiding één van de grootste succesverhalen van Europa is geweest, voor de nieuwe landen zelf maar ook voor de oude Unie. Tegelijkertijd moeten we beseffen dat er een stuk onbalans is ontstaan tussen verdieping en verbreding. In Nice had de verdieping moeten plaatsvinden, dat is niet gebeurd, de verbreding daarna wel. Wij moeten het ons aantrekken dat die verdiepingsslag alsnog moet plaatsvinden. Ik zeg naar mijn collega Wiersma in Nederland: mijn partij was 80 procent voor de constitutie, als die van u het de volgende keer ook is, dan halen we het misschien in Nederland.
Tegelijkertijd moeten wij nu, vóór het moment daar is, de geloofwaardigheid een stuk herwinnen en dat betekent dat wij de criteria die voor de uitbreiding gelden meer dan ooit serieus moeten nemen. Als je criteria stelt, zowel bij financiën als bij uitbreiding, moet je ze erna ook nakomen, anders verlies je aan geloofwaardigheid. Een van die criteria is absorptiecapaciteit. Wij zullen zowel institutioneel maar ook qua draagvlak bij de bevolking voldoende steun moeten hebben om verdere uitbreiding mogelijk te maken.
Dan de criteria van de landen zelf, ook daar moeten wij laten zien dat wij die serieus nemen. Wat Roemenië en Bulgarije betreft mag ik werkelijk hopen dat ze in 2007 erbij kunnen, maar het zal nu van hún afhangen wat zij het komende halfjaar laten zien. Bij Turkije, als we willen dat het goed voortgaat, zullen we duidelijk moeten maken dat rond persoonlijke expressie, vrijheid van expressie, de wetten zullen moeten worden aangepast; dat het probleem met Cyprus zal moeten worden opgelost, de twee kanten van het verhaal erkennende; en ten derde dat we bijvoorbeeld op het vlak van religieuze vrijheid niet nog jarenlang, tot na een volgende verkiezing in Turkije, kunnen wachten voor er daadwerkelijk iets gebeurt.
De Commissie heeft nu duidelijk gezegd: het kán op korte termijn! Wij steunen de Commissie daarin en ik denk dat we op die manier moeten verdergaan: prudent zijn met het nog toelaten van nieuwe kandidaat-lidstaten op dit moment, werken aan onszelf en vooral laten zien dat wij zeer zorgvuldig zijn met de procedures. Commissaris, wij moeten ons met zijn allen als Europeanen keihard keren tegen de populisten die mensen bang maken voor uitbreiding, maar het zou fout zijn dat te verwarren met mensen die terecht zorg vragen voor de balans tussen verdieping en verbreding.
Hannes Swoboda (PSE). – (DE) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, dames en heren, mijnheer Eurlings, misschien is het probleem ook dat er te veel politici zijn die de nadelen en complicaties van de uitbreiding breed uitmeten en te weinig politici die de voordelen van de uitbreiding belichten.
Ik ben het echter zeker met u eens dat we bij de volgende stappen in het uitbreidingsproces grote zorgvuldigheid moeten betrachten. Ik wil graag kort iets zeggen over drie landen op de Balkan, in de eerste plaats over Kroatië. Ik ben in mijn hoedanigheid van rapporteur erg blij dat we met de onderhandelingen beginnen. Er moet nog veel worden gedaan. De commissaris noemde een paar voorbeelden. Ik zou daaraan met name het punt van de wetshandhaving willen toevoegen. In bepaalde regio’s van Kroatië bestaan op dit gebied nog grote problemen. Rechtspraak en bestuur voldoen daar nog niet echt aan de eisen van deze tijd. Over “tijd” gesproken: ik zou Kroatië erop willen wijzen dat men het nu niet moet hebben over het tijdstip van toetreding – niemand van ons kent de antwoord op die vraag. Het is beter om nu te bespreken welke maatregelen moeten worden genomen om een gunstig tijdstip dichterbij te brengen.
Wat Macedonië aangaat, zou ik willen zeggen dat sommige burgers in Macedonië wellicht teleurgesteld zijn over het feit dat de onderhandelingen nog niet zijn begonnen. Aan de andere kant kan men daarin ook een aanmoediging zien om de maatregelen te nemen die voor het onderhandelingsproces en voor het beginnen van de onderhandelingen nodig zijn. Het compromis dat de verschillende bevolkingsgroepen in Macedonië hebben bereikt, mag in mijn ogen absoluut als een succes worden aangemerkt. Dat geldt met name voor de tenuitvoerlegging van de overeenkomst van Ohrid.
Dan over Kosovo: commissaris, ik wil u vragen de koers die u in uw verslag hebt uitgezet, te blijven volgen. Het is een zeer kritische koers. Iedereen die het verslag leest, zal opmerken dat het verslag met sympathie voor Kosovo is geschreven, maar dat er ook kritiek wordt uitgeoefend op het feit dat er in Kosovo nog steeds sprake is van onhoudbare toestanden, zowel op politiek en economisch gebied als met betrekking tot minderheden. Dit is een van de weinige echt kritische en objectieve verslagen van de Commissie.
Er wordt steeds heen en weer gepraat over status en normen. Ik vind dat we een land niet de onafhankelijkheid mogen verlenen of niet dichter bij de Europese Unie mogen brengen als het niet aan de Europese normen voldoet. Ik ben er absoluut voor dat we Kosovo op weg helpen. Ik ben er echter ook absoluut voor dat Kosovo zich aan de Europese normen houdt; dat geldt ook voor de meerderheid in Kosovo waarvoor wij de afgelopen jaren zo hebben gestreden.
Sarah Ludford (ALDE). – (EN) Mijnheer de Voorzitter, commissaris Rehn heeft gelijk dat een voorzichtig uitgevoerd uitbreidingsproces een van de krachtigste en succesvolste beleidsinstrumenten van de EU is. We moeten heel erg ons best doen om de burgers enthousiast te maken. Als ik een ietwat lichtzinnige opmerking mag maken, misschien zou het verkopen van de uitbreiding makkelijker worden als we prachtige jonge mannen konden inzetten zoals de jonge man die op de Poolse loodgieterposter staat, maar ik moet me onthouden van seksisme.
We moeten de burgers van aspirant-lidstaten ook een tastbare beloning bieden voor de grote inspanningen die zij zich moeten getroosten op weg naar het lidmaatschap van de EU, maar het visumbeleid van de EU voor de Westelijke Balkan is een overweldigende hindernis voor de communicatie die ontstaat door reizen. Het verstikt die sectoren van de samenleving die de EU nu juist zou moeten aanmoedigen.
In mei van dit jaar heeft commissaris Rehn op een conferentie gezegd dat hij optimistisch was over de mogelijkheden van vooruitgang met betrekking tot het versoepelen van de visumplicht. Ik hoop dat die dag dichterbij komt. Ik ben me ervan bewust dat het nog een betrekkelijk lang weg is naar volledige visumvrijheid, maar versoepelingen, vergelijkbaar met die waarover wordt gesproken of onderhandeld met Rusland, Oekraïne en China, zouden zeker in belangrijke mate laten zien dat de EU aanstuurt op toekomstige uitbreiding. Op korte termijn zou het een stimulans zijn voor het moreel, de hoop en de vooruitzichten van de burgers van de Westelijke Balkan. Het feit dat 70 procent van de studenten aan de universiteit in Servië nog nooit in het buitenland is geweest, moet een voedingsbodem zijn voor de introverte politieke cultuur aldaar.
Het is belangrijk dat de EU interne veiligheid in overweging neemt, maar zij moet daarin niet zo ver doorschieten dat hierdoor een bredere regionale veiligheid in gevaar wordt gebracht. Laten we ervoor zorgen dat de meerderheid niet wordt gegijzeld door een criminele minderheid.
Gisela Kallenbach (Verts/ALE). – (DE) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, ik feliciteer u met de conclusies die u uit de voortgangsverslagen over de landen op de Westelijke Balkan hebt getrokken. U volgt daarmee de lijn van het Parlement en u draagt ertoe bij dat Europa vasthoudt aan de besluiten die tot nu toe zijn genomen. Europa geeft daarmee blijk van betrouwbaarheid en continuïteit. Ik vind dat des te belangrijker in een tijd waarin men het jammer genoeg voortdurend heeft over een Europese crisis en over grenzen aan de absorptiecapaciteit. Europa heeft gefaald bij het beteugelen van de crisis in voormalig Joegoslavië begin jaren negentig; het is allereerst in ons eigen belang dat wij de regio nu stapsgewijs het perspectief op een toekomstig EU-lidmaatschap bieden.
Staat u mij enkele concrete suggesties toe. We moeten lering trekken uit de uitbreidingen die tot nu toe hebben plaatsgevonden. De ontwikkeling van een maatschappelijk middenveld moet worden gesteund door middel van onderwijs- en democratiseringsprogramma’s. Burgers moeten beter op het EU-lidmaatschap worden voorbereid dan toe nu toe het geval was en zij moeten er van meet af aan bij worden betrokken. Het is goed dat u uw aandacht speciaal op de bescherming en integratie van minderheden richt. Om die ook op de lange termijn te garanderen, hebben we meer instrumenten nodig, zodat de EU ook na een eventuele toetreding nog mogelijkheden heeft om invloed en controle uit te oefenen. Zodra er een associatieovereenkomst is gesloten, moeten direct instrumenten worden toegepast die lokale politici daadwerkelijk tot actoren maken en die efficiënt en effectief zijn gebleken. Ik wijs u onder andere op het besluit van het Parlement dat alle regeringen in de regio een nationaal ontwikkelingsplan moeten opstellen.
Georgios Papastamkos (PPE-DE). – (EL) Mijnheer de Voorzitter, wat de dialectische relatie tussen consolidatie, verdieping en uitbreiding betreft, kan ik mij volledig vinden in de opmerkingen van de heer Brok.
Staat u mij toe om in mijn toespraak in te gaan op de creatieve rol die Griekenland speelt, als factor van politieke en economische stabiliteit in de regio. Die rol is zichtbaar en naar ik hoop ook bekend.
Ten eerste hebben wij op praktische wijze steun gegeven aan de toetreding van Bulgarije en Roemenië tot de Europese Unie. Wij hebben als eerste land de toetredingsakten van deze twee landen tot de Europese Unie geratificeerd.
Ten tweede hebben wij steun gegeven aan de Europese oriëntatie van Turkije, met het vooruitzicht dat Turkije zich houdt aan het internationaal recht en het acquis communautaire. Desalniettemin wordt er nog steeds Cypriotisch grondgebied bezet gehouden en is er sprake van een casus belli, van schendingen van het Griekse luchtruim, van schending van de godsdienstvrijheid en bedreiging van het Oecumenisch Patriarchaat.
Ten derde kan Albanië zich economisch voornamelijk staande houden dankzij de valuta van in Griekenland werkende Albanese emigranten. Griekenland is een land dat immigranten ontvangt en het is verhoudingsgewijs, gerekend naar de omvang van de bevolking, het land in de Europese Unie met het grootste aantal immigranten.
Ten vierde geven wij steun aan de Europese oriëntatie van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië.
U hebt, mijnheer de commissaris, recentelijk in Skopje gezegd dat Griekenland de grootste investeerder is in dit land. Dat klopt en ik was verheugd dat te horen. Maar wat krijgen wij daar voor terug, mijnheer Swoboda? Onverzettelijkheid met betrekking tot het vraagstuk van de naam, historisch onjuiste propaganda en historische en culturele agressiviteit.
De voor de hand liggende vraag is dus waarom wij steun geven aan het Europees perspectief van de landen in onze regio. Wel, omdat wij willen dat in de gehele regio de vrede, de stabiliteit en de welvaart kunnen worden verspreid en geconsolideerd.
Geachte collega’s, de volledige aanvaarding en toepassing van de beginselen, waarden en regels van de Unie zijn de verantwoordelijkheid van de betrokken landen. De Europese Unie, al haar politieke en institutionele instanties, maar ook alle lidstaten hebben echter het recht om de vorderingen in de richting van volledige integratie van deze landen te toetsen.
Dat is onze gezamenlijke uitdaging.
Borut Pahor (PSE). – (SL) Als voorstander van verdere uitbreiding van de Europese Unie ben ik het grotendeels eens met het verslag van de Commissie. In de conclusie ontbreekt volgens mij echter de waarschuwing dat de omvang van de uitbreiding in verhouding moet staan tot de absorptiecapaciteit van de Europese Unie.
In de conclusie van het verslag wordt ook steeds benadrukt dat alle landen die lid van de Europese Unie willen worden aan alle voorwaarden moeten voldoen. Deze eis is legitiem en gerechtvaardigd, aangezien hij dezelfde is voor alle landen die streven naar toetreding tot de Europese Unie.
Ik ben er, net als veel van mijn collega's, echter van overtuigd dat ook de Europese Unie zelf moet voldoen aan de voorwaarden voor een verdere uitbreiding. Ik kan me namelijk moeilijk voorstellen dat een uitgebreide Unie succesvol kan werken zonder het Grondwettelijk Verdrag goed te keuren of zonder op een andere manier noodzakelijke wijzigingen in de huidige verdragen aan te brengen.
Laat er geen misverstand over bestaan: ik ben voorstander van verdere uitbreiding, maar tegelijk moet de Europese Commissie in dergelijke verslagen over de uitbreiding van de Europese Unie ook het belang van verdere consolidatie benadrukken.
Aangezien de commissaris hier vandaag aanwezig is en hij het thema Kosovo bijzondere aandacht schenkt, zou ik hem ten slotte daarover een vraag willen stellen. Onlangs kwam de Sloveense president Drnovšek met een voorstel voor een onafhankelijk Kosovo – een heel waardevol voorstel. Daarin stelt hij bepaalde inhoudelijke voorwaarden om onafhankelijkheid bereiken. Ik zou de commissaris willen vragen of hij op de hoogte is van dit voorstel en of hij hierop zou willen reageren.
Zbigniew Zaleski (PPE-DE). – (PL) Mijnheer de Voorzitter, de uitbreiding van de Unie is een risicovolle, maar ook waardevolle uitdaging. De Unie heeft besloten over te gaan tot uitbreiding met twee landen: Kroatië en Turkije. Er zijn verschillende bezwaren geuit, met name ten opzichte van de tweede kandidaat, en het zal nog lang duren voordat de burgers van de Unie, en niet alleen de Commissie of het Parlement, open zullen staan voor toetreding van die kandidaat tot de EU.
De EU heeft speciale maatregelen genomen om Kroatië te helpen met de veranderingen die de Unie daar verwacht, in de vorm van de zogenaamde pretoetredingsinstrumenten. De werkgroep heeft voorgesteld een apart instrument op te zetten ter ondersteuning van het respect voor de mensenrechten, maar dat voorstel werd helaas verworpen. Waarom is dat jammer? Omdat het opbouwen van een democratische samenleving en staat moet gebeuren op het juiste fundament. Vaak is dat fundament geen regering of een gekozen parlement of president, maar een vrij volk met zelfbewuste burgers die gehecht zijn aan hun vaderland. En de opbouw van dat gedachtegoed verdient misschien wel meer steun dan de ontwikkeling van de economie of het bestuur.
Het tweede punt waarvoor ik de aandacht van de Commissie wil vragen is de rol van het Parlement bij het opzetten van een ondersteunende pretoetredingsstrategie en bij de controle op de toepassing van deze strategie en op interne ontwikkelingen van maatschappelijke, politieke en religieuze aard. Met alle respect voor de bekwaamheid van de Commissie, wil ik erop wijzen dat de Commissie niet als enige verantwoordelijk moet zijn voor deze instrumenten en het gehele beleid. Het Parlement dient hier toch minstens een gelijkwaardige partner met medebeslissingsbevoegdheid te zijn, en waar nodig moet het optreden als objectieve en betrouwbare bemiddelaar. Misschien was in de Unie van vijftien lidstaten het optreden van de Commissie langs door de Raad uitgezette lijnen met een beperkte rol voor het Parlement wel voldoende. Maar nu met 25 en binnenkort 27 lidstaten kan een uitbreiding nooit in goede banen geleid worden zonder een sterke betrokkenheid van de gekozen vertegenwoordigers die hier in dit Parlement zetelen.
Ik wil dit nog even kort samenvatten: de Commissie en de Raad dienen de suggesties en ideeën, visies en kritiek van dit Parlement ter harte te nemen, in het belang van de burgers van de EU-lidstaten. De uiteindelijke grenzen van de Europese Unie liggen nog niet vast, en we moeten gezamenlijk naar dit doel toe werken.
Panagiotis Beglitis (PSE). – (EL) Mijnheer de Voorzitter, de strategie van uitbreiding en toetreding tot de Europese instellingen is het enige geloofwaardige en efficiënte voorstel van de Europese Unie, de enige krachtige stimulans voor het aanzwengelen van veranderings- en hervormingsprocessen.
In de betrekkingen tussen de Europese Unie en de kandidaat-lidstaten zien wij nu echter wederzijds wantrouwen ontstaan, en dat wantrouwen heeft ook een negatieve weerslag op de publieke opinie in Europa. Wij kunnen geen veranderingen en hervormingen eisen als het doel van de toekomstige toetreding niet duidelijk is. Wij kunnen echter ook geen enkele garantie geven met betrekking tot toekomstige toetreding als wij geen gestadige vooruitgang zien bij de uitvoering van de hervormingen. Dat geldt voor Turkije.
Wat Turkije betreft zien wij nu dat de dynamiek van de hervormingen sterk is afgenomen en er een ernstig tekort aan politieke wil is om de concrete toezeggingen na te komen. Hoe zal de Europese Unie reageren als Turkije doorgaat met deze praktijk, met de praktijk op het vlak van de rechten van de mens en van minderheden, met de praktijk op het vlak van Cyprus? Hierdoor wordt wantrouwen gekweekt en ontstaat er een vertrouwenscrisis onder de Europese burgers.
De Europese Commissie beweegt zich met haar voorstellen tot versterking van de EU-strategie voor de Balkan inderdaad in de juiste richting. Aldus bevestigt zij de in 2003 door de Europese Raad van Thessaloniki goedgekeurde strategie. De ondersteuning van het Europees perspectief voor de Westelijke Balkan, waarmee toekomstige toetreding tot de Europese instellingen wordt beoogd, is een investering in de eigen veiligheid van de Europese Unie. De onderhandelingen over de sluiting van stabilisatie- en associatieovereenkomsten met Albanië, Servië, Montenegro en Bosnië-Herzegovina moeten onbelemmerd doorgaan.
Ik zou de commissaris tevens willen voorstellen het tijdschema voor de voltooiing van deze onderhandelingen te verduidelijken. Dat zou namelijk een krachtige stimulans zijn voor deze landen. De eventuele afscheiding van Montenegro mag de onderhandelingen met Servië niet negatief beïnvloeden. Servië speelt een beslissende rol in het waarborgen van de stabiliteit op de Balkan. De Europese Unie en de Europese Commissie moeten zich nadrukkelijk manifesteren bij de onderhandelingen over de uiteindelijke status van Kosovo, overeenkomstig de beginselen van het internationaal recht. De Europese Commissie moet daarbij echter bijzondere aandacht schenken aan de rechten van de Servische minderheid in Kosovo.
Tot slot wil ik, mijnheer de Voorzitter, nog zeggen dat ik vierkant achter het voorstel van de Commissie in verband met de kandidatuur van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië sta. Wat evenwel het nog onopgeloste probleem van de naam betreft, wil ik zeggen: "it takes two to tango". Helaas zit het leiderschap van Skopje gevangen in een patstelling uit het verleden.
Doris Pack (PPE-DE). – (DE) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, in principe juich ik de voorstellen van de Commissie toe en de uitbreidingsstrategie voor de Westelijke Balkan is prima. Het is verheugend dat de Commissie nu ook formeel heeft erkend dat er voor de Westelijke Balkan op middellange termijn een perspectief op toetreding is. Dit is van groot belang voor de verdere ontwikkeling van de regio, want alleen hierdoor kan de vrede in dit historisch zwaar beproefde deel van Europa op de lange termijn worden gegarandeerd.
De PPE-DE-Fractie richt echter tegelijkertijd het dringende verzoek tot de Commissie iedere kandidaat-lidstaat op de Westelijke Balkan individueel te beoordelen en punt voor punt na te gaan of het land rijp is voor toetreding, voordat bindende data voor het starten van toetredingsonderhandelingen en tijdschema’s voor toetreding worden gegeven. De Commissie mag bij de zogenoemde Westelijke Balkan niet dezelfde fout maken die bij Roemenië en Bulgarije en in het bijzonder bij Turkije is gemaakt, namelijk dat er vroegtijdig een datum wordt genoemd zonder dat volledig aan de criteria is voldaan. Het draagvlak onder het Europese publiek voor toekomstige uitbreidingen zou daardoor nog verder afnemen en er zou tegelijkertijd te veel worden geëist van de hervormingscapaciteit van de Balkanlanden. Dat is wel het laatste wat wij ons kunnen permitteren in een uiterst instabiele regio waarvan een deel tot voor kort nog door burgeroorlogen werd geteisterd.
Ten aanzien van het hervormingsproces kan, zoals de commissaris zelf heeft gezegd, aanzienlijke vooruitgang worden geconstateerd. De visie van de Commissie dat Kroatië de meeste vooruitgang heeft geboekt en aan dat land daarom reeds de status van kandidaat-lidstaat is verleend en dat dit binnenkort ook voor Macedonië zal gelden, is juist. Dat is ook een stimulans voor buurlanden die op de weg naar het EU-lidmaatschap om zeer uiteenlopende redenen bij deze twee landen achterblijven.
Elk van deze landen moet met zijn eigen verleden in het reine zien te komen. Albanië leek onder het communisme van Enver Hoxha decennialang op een extra beveiligde gevangenis; Bosnië-Herzegovina beleefde verschrikkelijke jaren van etnische zuiveringen, moorden en oorlog en gaat gebukt onder de last van het monstrueuze Dayton-akkoord dat een einde maakte aan de oorlog, maar geen basis legde voor goed bestuur en samenwerking; Servië kon zich pas laat van zijn dictator ontdoen en weet nu niet hoe lang de federatie met Montenegro nog zal standhouden; en dan Kosovo, waarvan de status onmiddellijk in goed overleg tussen Belgrado en Pristina en met bemiddeling van de internationale gemeenschap moet worden vastgelegd. Ik ben blij dat de commissaris heeft gezegd dat de Commissie met een initiatief en een strategie zal komen.
De Westelijke Balkan en de uitbreidingsstrategie voor deze regio vormen een lakmoesproef voor het Europees beleid.
Guido Podestà (PPE-DE). – (IT) Mijnheer de Voorzitter, geachte collega’s, ik deel de overwegingen die commissaris Rehn onder de aandacht van dit Parlement heeft gebracht over de landen die onder het stabilisatie- en associatieproces vallen. Diverse collega’s hebben reeds kenbaar gemaakt dat er vanuit deze landen, ondanks de huidige kwetsbare status, positieve geluiden komen over de te volgen route, die al eerder bewandeld tijdens vorige uitbreidingen van de Unie.
Vanaf de voorbereidingsfase is de uitbreiding reeds een succes. Alleen al het vooruitzicht op opening van de onderhandelingen versnelt dikwijls het overgangsproces in Oost-Europese landen van totalitaire regimes naar geëngageerde en welvarende democratische regeringen, en heeft daarnaast tot gevoelige en moeilijke hervormingen in Turkije aangezet.
Ik dien echter ook rekening te houden met hetgeen collega Brok heeft gezegd. Wij hebben te maken met een uitbreiding met tien landen die reeds zijn toegetreden en waar Bulgarije en Roemenië zich nog bij zullen aansluiten. Landen waar mijns inziens waardering naar uit dient te gaan voor de inspanningen die zij hebben verricht, op basis van hetgeen de commissaris vorige week tijdens de presentatie van zijn verslag heeft gezegd.
Het lijkt mij verder noodzakelijk om na te denken over de nieuwe landen die de status van kandidaat-lidstaat hebben. Ik heb gemerkt dat de woorden die collega Muscardini heeft uitgesproken een zekere hilariteit opriepen bij enkele collega’s, terwijl deze woorden juist serieus genomen zouden moeten worden. Ik ben zelfs van mening dat Kroatië blijk moet geven van meer consistentie als het gaat om de verscheidene problemen die geconstateerd zijn met betrekking tot de vrije toegang tot de onroerendgoedmarkt. Deze kwestie dient serieus aangepakt te worden, want consistentie kent naar mijn mening geen geografische grenzen.
Wij verzoeken de landen die wensen toe te treden tot de Unie deze consistentie duidelijk uit te dragen, niet alleen middels een nauwe samenwerking met het Internationaal Strafhof, zoals de commissaris al zei, maar ook middels naleving van alle voorwaarden die alle landen die geloven in een vrije markt en in een vrije democratie, gemeen moeten hebben.
Bernd Posselt (PPE-DE). – (DE) Mijnheer de Voorzitter, in dit decennium zullen waarschijnlijk nog drie nieuwe lidstaten toetreden: Kroatië, Roemenië en Bulgarije.
Kroatië heeft enorm veel voorwerk gedaan. Wanneer beide partijen van goede wil zijn, kunnen dit de snelste toetredingsonderhandelingen in de geschiedenis van de uitbreiding worden. Roemenië en Bulgarije hebben nog op twee gebieden veel in te halen: op het gebied van justitie en – dat geldt met name voor Roemenië – op het gebied van minderheden. We zullen in het voorjaar kritisch, maar ook zakelijk en eerlijk over de definitieve toetredingsdatum moeten beslissen.
Turkije is en blijft een niet-Europees land, waarvoor wij een geprivilegieerd partnerschap nastreven, maar ook in dat geval moet aan de criteria worden voldaan. Mijnheer de commissaris, ik zou u willen vragen iets over de wet inzake religieuze stichtingen te zeggen, want wij hebben de stellige indruk dat de voornamelijk christelijke minderheden in Turkije nog steeds ernstig worden gediscrimineerd.
Met betrekking tot Zuidoost-Europa moeten wij drie hoofdproblemen oplossen: ten eerste de democratisering in Servië, ten tweede de grondwets- en verdragsherziening in Bosnië-Herzegovina en ten derde de kwestie van de status van Kosovo, met inbegrip van zijn toekomstige onafhankelijkheid. Overigens koester ik, mijnheer Pahor, grote sympathie voor het initiatief van de president van Slovenië. Dit is volgens mij een stap in de juiste richting.
Al deze problemen kunnen we uiteraard slechts in een groter Europees verband oplossen, waarbij inderdaad de vraag gesteld moet kunnen worden, commissaris, wat we onder de Europese Unie verstaan. Verstaan we onder de EU alleen een groep van nationale staten die het perspectief op toetreding gebruikt als een instrument binnen het buitenlands beleid om aangrenzende nationale staten te stabiliseren, of willen we echt een sterk, slagvaardig en federaal Europa dat zich mondiaal kan doen gelden?
Omdat ik voorstander ben van het laatste, wil ik dit zeggen: ik was altijd een pleitbezorger van uitbreiding en ik zal dat ook blijven. We hebben echter een duidelijk omlijnde consolidatiefase nodig en – wat ik heel belangrijk vind, commissaris – een duidelijk idee over de toekomstige institutionele fundamenten en grenzen van de Europese Unie. De discussie daarover zijn we tot nu toe uit de weg gegaan.
Olli Rehn, lid van de Commissie. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, in de eerste plaats wil ik de afgevaardigden bedanken voor hun algemene steun aan een zorgvuldig uitgevoerd toetredingsproces, dat tot doel heeft de stabiliteit, veiligheid, vrijheid en democratie in Europa te versterken. Ik wil hen ook bedanken voor hun reacties en de ter zake doende vragen.
Ik wil graag iets zeggen over twee of drie belangrijke kwesties. Ik zal een aantal opmerkingen en vragen in één keer behandelen om een beknoptere reactie mogelijk te maken.
De heer Brok, de heer Eurlings en anderen vragen om een evenwicht tussen verbreding en verdieping. Daar ben ik het zeker mee eens. Het beleid van de Commissie is gericht op zowel verbreding als verdieping. Beide zijn belangrijke politieke doelstellingen van de Europese Unie. Dat is één reden waarom we de noodzaak hebben onderstreept om rekening te houden met het vermogen van de Unie om nieuwe lidstaten op te nemen, zodat een toekomstige uitbreiding de Unie niet zal verzwakken maar versterken en de besluitvorming niet zwakker maar sterker zal maken met het oog op de grote uitdagingen waarvoor wij ons vandaag de dag gesteld zien.
Als we de recente geschiedenis in ogenschouw nemen, heeft de Europese Unie de meeste vooruitgang geboekt op momenten waarop aan verdieping en verbreding werd gewerkt, indien niet in samenhang, dan toch parallel aan elkaar. Sinds 1989 en het slechten van de Berlijnse Muur hebben we de politieke integratie verdiept met het ontwikkelen van een gemeenschappelijke markt, een gemeenschappelijke munt en het vrije verkeer van personen middels het Schengen-akkoord, en hebben we het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid versterkt. Tegelijkertijd hebben we de Unie verbreed: het aantal lidstaten is meer dan verdubbeld van twaalf naar vijfentwintig. Die parallel lopende processen van verdieping en verbreding tonen aan dat dergelijk beleid uitvoerbaar is en goed voor de Europese Unie.
In de nabije toekomst is naar mijn mening het voortzetten van het constitutionele hervormingsproces essentieel voor de Europese Unie, teneinde de besluitvorming effectiever en efficiënter te maken, democratie en openheid te stimuleren en ons gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid te versterken.
Wat betreft de relatie tussen dat proces en uitbreiding, kunnen we maar beter goed op de tijd letten: we hebben op betrekkelijk korte termijn, binnen de komende paar jaar, oplossingen nodig met betrekking tot constitutionele hervormingen. We moeten de bezinningsperiode effectief gebruiken. We moeten ook conclusies trekken uit de discussie en de bezinning en tot actie overgaan.
We kunnen niet wachten op de resultaten van de onderhandelingen met Turkije, die nog wel tien tot vijftien jaar kunnen duren. Dat is zonder meer een veel te lang tijdsbestek voor onze eigen interne uitdagingen. Daarom moeten we in het belang van Europa onze problemen met betrekking tot de financiële vooruitzichten of onze institutionele kwesties hebben opgelost, lang voordat de landen van de Westelijke Balkan of Turkije toetreden tot de Europese Unie.
Mijn tweede punt betreft Kosovo. Ik ben het helemaal eens met de heer Swoboda dat het beste wat de Europese Unie nu kan doen, het aannemen van een ondersteunende maar kritische houding is, om ervoor te zorgen dat de onderhandelingen succesvol verlopen en een duurzame regeling opleveren. De rechtsstaat en de rechten van minderheden behoren tot de Europese kernwaarden. Die waarden zijn fundamenteel voor welke vooruitgang dan ook in de toenadering van Kosovo of de Westelijke Balkan tot de Europese Unie.
Het is de taak van de Commissie om het mogelijk te maken dat er een evenwichtige en duurzame regeling tot stand komt. We werken nauw samen met de internationale gemeenschap en de afgezant voor de status van Kosovo, president Ahtisaari, om ervoor te zorgen dat, wat de precieze uitkomst van de statusbesprekingen ook moge zijn, die zal passen in de Europese vooruitzichten voor Kosovo en de Westelijke Balkan.
In de derde plaats hebben de heer Wiersma, mevrouw Pack, de heer Szent-Iványi en de heer Lagendijk opmerkingen gemaakt over regionale samenwerking op de Westelijk Balkan en de door afzonderlijk landen geboekte vooruitgang. Ik ben het heel erg met de heer Wiersma eens dat onze conditionaliteit werkt. Neem bijvoorbeeld Bosnië-Herzegovina: het beleid dat daar is ontwikkeld, wordt in hoge mate bepaald door de voorwaarden die wij hebben gesteld aan het sluiten van een stabilisatie- en associatieovereenkomst. Hetzelfde geldt voor Servië en Montenegro: de significante vooruitgang die is geboekt in de relatie met het Joegoslavië-tribunaal is te danken aan de voorwaarden die wij hebben gesteld aan het sluiten van een stabilisatie- en associatieovereenkomst. We moeten een voorzichtig evenwicht nastreven tussen conditionaliteit en het belonen van vooruitgang in de kandidaat-lidstaten.
Ik hoop dat we het komende jaar nieuwe ontwikkelingen zullen zien op de Westelijke Balkan. Het Oostenrijkse voorzitterschap plant gedurende zijn voorzitterschap een evenement op hoog niveau om te komen tot inventarisatie en besluitvorming over toekomstige stappen ter versterking van de politieke samenwerking, economische ontwikkeling en burgerzaken, bijvoorbeeld het verlenen van visa, zodat we de Europese doelstellingen zo concreet en tastbaar mogelijk kunnen maken voor de burgers en de landen van de Westelijke Balkan.
Ik kan u verzekeren dat de Commissie het Oostenrijkse voorzitterschap volledig zal ondersteunen. Ik vertrouw erop dat ook het Europese Parlement dat zal doen. Ik zie er naar uit om met u samen te werken. Ik reken op uw steun voor een zorgvuldig uitgevoerd toetredingsproces tot de EU.
De Voorzitter. – Het debat is gesloten.
Schriftelijke verklaring (artikel 142)
Margie Sudre (PPE-DE) , schriftelijk. – (FR) De Commissie en de lidstaten houden absoluut geen rekening met de mening van de mensen, zoals die recentelijk bij de referenda in Frankrijk en Nederland naar voren is gekomen. Bovendien zijn zij niet tevreden over de gestarte toetredingsonderhandelingen met Turkije en Kroatië, die nu al omstreden zijn. Toch willen zij de deur naar de Europese Unie zo snel mogelijk openzetten.
Onder grote Amerikaanse druk is de Unie bezig zich voor te bereiden op een zeer snelle uitbreiding naar de Balkan: na Kosovo en Servië zal de uitbreiding direct verdergaan met Bosnië en uiteraard Macedonië.
Het is echter pure waanzin om de doos van Pandora van de Balkan opnieuw en overhaast te openen op een moment dat de Unie noch een Grondwet, noch een begroting heeft en alle regeringen van de grote continentale landen verzwakt zijn door ernstige interne problemen.
De Franse delegatie van de PPE-DE-Fractie is niet tegen het principe van een nieuwe uitbreidingsgolf op middellange termijn. Wel verwerpt zij categorisch het perspectief van een zo overhaaste belofte van de Unie aan deze nieuwe partners.