Terug naar het Europarl-portaal

Choisissez la langue de votre document :

 Index 
 Volledige tekst 
Debatten
Maandag 12 december 2005 - Straatsburg Uitgave PB

Geconsolideerde gemeenschappelijke belastinggrondslag voor de vennootschapsbelasting
MPphoto
 
 

  Gay Mitchell (PPE-DE). – (EN) Mijnheer de Voorzitter, om te beginnen wil ik zeggen dat er net zo min reden is voor een harmonisering van de tarieven of heffingsgrondslagen voor de vennootschapsbelasting als voor een harmonisering van de onroerendgoedbelasting, vermogensbelasting of vermogensaanwasbelasting. Ten eerste ondermijnt een gemeenschappelijke geconsolideerde heffingsgrondslag de nationale soevereiniteit en subsidiariteit. Ten tweede houdt de Commissie vol dat zij de belastingtarieven niet wil harmoniseren, maar hoe kan de heffingsgrondslag worden gescheiden van de belastingtarieven? Leidt een harmonisatie van de grondslag niet onomstotelijk tot een harmonisatie van het tarief?

Sommige afgevaardigden hebben de harmonisatie van de heffingsgrondslag mogelijk verward met de harmonisatie op het gebied van verslaglegging en de transparantie-eisen aan de boekhouding van ondernemingen. Dat is niet aan de orde. Het is natuurlijk mogelijk om boekhoudkundige regels voor vennootschappen te harmoniseren, maar als dat eenmaal is gebeurd, kunnen bepalingen in de lidstaten voor fiscale doeleinden worden aangepast. Dat is een zaak van de lidstaten.

Ten derde berust het voorstel van de Europese Commissie voor de harmonisering van de vennootschapsbelasting op de aanname dat schadelijke belastingconcurrentie leidt tot een verschuiving op fiscaal gebied van de heffing op mobiel kapitaal naar de heffing op naar verhouding immobiele arbeid, hetgeen slecht zou zijn voor de werkgelegenheid en de gewone EU-burgers. Daar valt wel het een en ander op af te dingen vind ik. Hoewel er sprake is van een neerwaartse trend in de tarieven voor de vennootschapsbelasting in sommige lidstaten, gaat deze ontwikkeling gepaard met zowel een verruiming van de heffingsgrondslagen voor de vennootschapsbelasting als een verbetering van de onderliggende winstgevendheid van bedrijven. In mijn eigen land bijvoorbeeld heeft het lagere belastingtarief geleid tot een toename van de belastingopbrengst. Die is gestegen van 385 miljoen euro in 1996 naar 5 707 miljoen euro in 2004.

Laten we tot slot niet vergeten dat de agenda van Lissabon erop gericht is dat de EU in 2015 de meest concurrerende enomomie van de wereld moet zijn. Voorbereidingen voor de instelling van minimumbelastingtarieven of plannen voor de vennootschapsbelasting zullen bedrijven er niet van weerhouden op zoek te gaan naar concurrerender tarieven buiten de EU.

 
Juridische mededeling - Privacybeleid