Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Debatten
Maandag 12 december 2005 - Straatsburg Uitgave PB

18. Geconsolideerde gemeenschappelijke belastinggrondslag voor de vennootschapsbelasting
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. – Aan de orde is het verslag (A6-0386/2005) van Pier Luigi Bersani, namens de Commissie economische en monetaire zaken, over het belastingstelsel voor ondernemingen in de Europese Unie: een gemeenschappelijke geconsolideerde heffingsgrondslag voor de vennootschapsbelasting [2005/2120(INI)].

 
  
MPphoto
 
 

  Pier Luigi Bersani (PSE), rapporteur. – (IT) Mijnheer de Voorzitter, geachte collega’s, over dit verslag hebben we in de commissie een zeer belangrijk en positief debat gevoerd. Om te beginnen wil ik alle collega’s daarvoor danken.

De redenen voor de invoering van een geconsolideerde gemeenschappelijke belastinggrondslag voor ondernemingen die in de Unie opereren hebben te maken met het wegnemen van de hindernissen voor de voltooiing van de interne markt en zijn geïnspireerd door de Lissabonstrategie.

Het gaat met name om twee redenen. De eerste reden is de noodzaak de beheers- en administratiekosten van bedrijven te vereenvoudigen en te verminderen. Het bedrijfsleven wordt op dit moment geconfronteerd met 25 verschillende belastinggrondslagen. Dankzij dit voorstel zal het bedrijfsleven in de toekomst gemakkelijker kunnen voldoen aan zijn fiscale verplichtingen en aangemoedigd worden te investeren en te opereren in Europees verband in plaats van louter in nationaal verband.

De tweede reden heeft van doen met transparantie. Het gelijktrekken van de belastinggrondslagen zal immers mogelijk opportunistisch gedrag moeilijker maken, daar een gemeenschappelijke belastinggrondslag eindelijk de verschillende niveaus van belastingheffing volledig duidelijk en vergelijkbaar maakt. Tegelijkertijd zal de gemeenschappelijke grondslag op generlei wijze afbreuk doen aan de bevoegdheid van de lidstaten om het niveau van de belastingheffing te bepalen.

De deskundigen en de vertegenwoordigers van het bedrijfsleven die wij hebben geraadpleegd bij het opstellen van de richtlijn, hebben de geldigheid van deze motieven volledig bevestigd. Tegelijkertijd is een zeer grote meerderheid van de commissie door deze motieven overtuigd.

Politiek en technisch gezien gaat het evenwel om een zeer lastige operatie. De politieke problemen hebben te maken met het feit dat een bepaald aantal landen – hoewel beperkt in vergelijking met een aantal jaren geleden – moeilijkheden maakt en bezwaren opwerpt tegen het behandelen van fiscale onderwerpen, ofschoon het hier niet om belastingschijven gaat. De belangrijkste technische problemen betreffen het vaststellen van een bestand met homogene indicatoren om over te kunnen gaan naar een gemeenschappelijke belastinggrondslag.

De Commissie werkt hier al lange tijd aan en heeft technische werkgroepen ingesteld. Met dit verslag willen wij onze waardering tonen voor het door de Commissie verrichte werk. Tegelijkertijd wensen wij de Commissie aan te moedigen en aan te sporen op deze weg voort te gaan, waarbij we tevens een aantal suggesties aan de hand doen. Onze commissie heeft zich ingezet voor een krachtige uitspraak van het Parlement over dit thema, die op brede steun zou kunnen rekenen. Ik hoop dat dit mogelijk is, hoewel de fracties daarvoor natuurlijk wel een aantal dingen moeten laten schieten en de nodige discipline moeten tonen.

Belastingkwesties zijn een taaie materie. Het is geen geheim dat de standpunten van de verschillende fracties en lidstaten ver uit elkaar liggen. Daarom hebben we in de commissie aan mogelijke compromissen gewerkt die de aandacht concentreren op het eigenlijke thema – de geconsolideerde gemeenschappelijke belastinggrondslag – zonder ons te begeven op het bredere terrein van de belastingconcurrentie of de belastingconvergentie. Dat terrein blijft nog een open kwestie en wij hebben het in het kader van dit verslag niet behandeld. Deze aanpak heeft het ons mogelijk gemaakt er een concreet verslag van te maken en enkele nuttige en nauw omschreven suggesties aan de hand te doen.

In het verslag wordt gevraagd om een verordening op te stellen, en er wordt aangegeven wat daarvan de inhoud zou moeten zijn. Bovendien wordt in het verslag de mogelijkheid genoemd dat men gebruik maakt van de versterkte samenwerking, mocht het onmogelijk blijken unanimiteit te bereiken. Het verslag bevat het voorstel de gemeenschappelijke grondslag geleidelijk in te voeren. In eerste instantie dient de gemeenschappelijke grondslag facultatief te zijn, terwijl er op middellange termijn een evaluatie moet komen om na te gaan of het raadzaam is over te gaan tot het verplicht invoeren van de gemeenschappelijke grondslag.

Ons voorstel is dus duidelijk beperkt, maar het is wel belangrijk en ik hoop dat het de steun krijgt van een brede meerderheid van het Parlement. Hoewel ik in de amendementen die later zijn ingediend soms ook mijn eigen persoonlijke mening terugvind, vind ik het absoluut noodzakelijk dat bij het debat en de stemming hier in de plenaire vergadering de strekking van het verslag ongewijzigd blijft. Ik acht dit in de commissie bereikte evenwicht waardevol voor het welslagen van het initiatief.

 
  
MPphoto
 
 

  László Kovács, lid van de Commissie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik ben verheugd dat ik een bijdrage kan leveren aan dit debat over de vennootschapsbelasting. Ik heb met grote belangstelling het verslag gelezen van de Commissie economische en monetaire zaken en ik heb een buitengewoon interessante hoorzitting bijgewoond die deze commissie over dit onderwerp had belegd.

Ik heb met grote voldoening kennis genomen van de steun die blijkt uit het ontwerpverslag voor het huidige beleid van de Commissie inzake de vennootschapsbelasting. Ik wil rapporteur Bersani feliciteren met dit gedegen stuk werk. Het ontwerpverslag geeft een uitstekende samenvatting van de huidige situatie met betrekking tot de vennootschapsbelasting in de interne markt en bevat conclusies die in hoge mate overeenkomen met die van de Commissie.

Het voornaamste doel van een gemeenschappelijke geconsolideerde heffingsgrondslag voor vennootschapsbelasting is de resterende fiscale belemmeringen weg te nemen die een goed functioneren van de interne markt beletten. Deze belemmeringen zijn door de Commissie behandeld in haar document uit 2001 inzake vennootschapsbelasting, in vervolg waarop de Commissie zich uitsprak voor de invoering op lange termijn van een alomvattende oplossing: een gemeenschappelijke geconsolideerde heffingsgrondslag voor vennootschapsbelasting.

Gedurende de herziening van de strategie van Lissabon kon dit project rekenen op extra steun. We hebben een doelmatig fiscaal beleid nodig om de doelstellingen van Lissabon – groei, banen, concurrentie en investeringen – te verwezenlijken en om te bevorderen dat de bureaucratie en de kosten worden verminderd. Naar mijn mening zal de gemeenschappelijke geconsolideerde heffingsgrondslag voor vennootschapsbelasting in verregaande mate de instrumenten verschaffen die de EU nodig heeft om vooruitgang te boeken.

In oktober heeft de Commissie goedkeuring gehecht aan een mededeling waarin de grondslag is neergelegd op basis waarvan het fiscaal en douanebeleid een bijdrage zou kunnen leveren aan de strategie van Lissabon. Een maatregel in dit verband is de indiening in 2008 van een communautaire normatieve handeling voor de gemeenschappelijke geconsolideerde heffingsgrondslag voor vennootschapsbelasting. Ik ben me ervan bewust dat wij in dit verband een ambitieus tijdschema hanteren, maar ik begrijp dat u zelfs een nog ambitieuzer tijdschema voor ogen had door 2007 voor te stellen.

Ik ben verheugd dat het verslag van de heer Bersani zoveel bijval bevat voor sommige van de meer ingrijpende onderdelen van de gemeenschappelijke geconsolideerde heffingsgrondslag voor vennootschapsbelasting, zoals consolidatie en de verdeling van de geconsolideerde heffingsgrondslag onder de lidstaten. Ook ben ik blij met de steun in het verslag aan het standpunt van de Commissie dat de nieuwe heffingsgrondslag facultatief dient te zijn voor bedrijven, en dat de rapporteur zich heeft onthouden van gesleutel aan de belastingtarieven. Ons huidige werk is gericht op de heffingsgrondslag en niet op het belastingtarief.

Zoals u weet zijn niet alle lidstaten ingenomen met de gemeenschappelijke geconsolideerde heffingsgrondslag voor vennootschapsbelasting. Wij streven er nochtans naar een voorstel in te dienen voor alle 25 lidstaten. Met uw verslag heeft de Commissie een belangrijk extra instrument in handen waarmee wij in toekomstige debatten over dit onderwerp de tegenstanders van ons standpunt hopen te overtuigen.

 
  
  

VOORZITTER: JACEK EMIL SARYUSZ-WOLSKI
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 
 

  Christoph Konrad, namens de PPE-DE-Fractie. – (DE) Mijnheer de Voorzitter, geachte dames en heren, allereerst dank ik de heer Bersani voor de samenwerking bij het opstellen van het verslag. Er is inderdaad een compromis tot stand gekomen. Ik wil dat benadrukken, omdat er natuurlijk ook binnen onze fractie andere meningen leven. Mijnheer de commissaris, niet alleen bij de lidstaten bestaat er weerstand tegen dit beleid op Europees niveau, maar ook in de Fractie van de Europese Volkspartij (Christen-democraten) en Europese Democraten.

Dat geldt zowel voor de gemeenschappelijke belastinggrondslag voor ondernemingen als voor de gemeenschappelijke vennootschapsbelasting in Europa, een onderwerp dat in de discussie altijd weer meespeelt.

Welke specifieke problemen zie ik als schaduwrapporteur van de Fractie van de Europese Volkspartij (Christen-democraten) en Europese Democraten? Wie over een belastinggrondslag begint, heeft het vrijwel zeker binnen de kortste keren over de hoogte van de belastingtarieven in de lidstaten. Dat willen wij niet. Wie de belastinggrondslag wil harmoniseren, moet beseffen dat hij daarvoor op ernstige wijze inbreuk moet maken op de bevoegdheden van het nationaal fiscaal beleid. Ook dat wijzen wij van de hand. Wanneer men een belastinggrondslag voor Europese ondernemingen wil invoeren, moet men bedenken dat er ook nu al ondernemingen zijn, bijvoorbeeld de ondernemingen van de Duitse beursindex, die volgens internationale boekhoudnormen werken. Dat moeten we accepteren. Commissaris, wie op Europees niveau een fiscaal beleid wil voeren, moet zich verder realiseren dat de competentie op het gebied van fiscaal beleid volgens het EG-Verdrag zeer beperkt is. Ook dat is iets wat men in het achterhoofd moet houden.

Kijken we ten slotte naar het arrest dat het Hof van Justitie morgen zal wijzen in de zaak Marks & Spencer, dan is het toch overduidelijk dat de invloed van Brussel door de jurisprudentie van het Hof van Justitie in Luxemburg alsmaar groter wordt. Ook daarover gaat dit debat. We zijn beslist op de verkeerde weg wanneer de rechtsgemeenschap van de Europese Unie zich zou ontwikkelen tot een gemeenschap die is gebaseerd op rechtersrecht. Ik zou dat in ieder geval onaanvaardbaar vinden.

 
  
MPphoto
 
 

  Antolín Sánchez Presedo, namens de PSE-Fractie.(ES) Mijnheer de Voorzitter, commissaris Kovács, de belastingregeling voor ondernemingen in de Unie is van invloed op het functioneren van de Europese markt, op het concurrentievermogen van de Europese ondernemingen en op de fiscale verhoudingen tussen de lidstaten onderling. Deze regeling is van vitaal belang voor het lanceren van de Lissabon-strategie en voor het verwezenlijken van de betreffende groei- en werkgelegenheidsdoelstellingen.

Het gebruik van vijfentwintig verschillende belastingen voor vennootschappen werkt belemmerend bij grensoverschrijdende activiteiten, vermindert de doelmatigheid van ondernemingen door kostenverhoging, en stelt de lidstaten voor vele belastingproblemen, zoals het ook de strijd tegen fraude en belastingontduiking, en de aanpak van dubbele belasting en groepsverbanden met aanwezigheid van verschillende lidstaten bemoeilijkt.

Het uiteenlopende karakter van de bestaande regelingen staat de economische coördinatie van de staten op dit gebied in de weg, het zet bedrijven aan profijt te zoeken in praktijken van belastingoptimalisering, die de gelijkwaardige concurrentievoorwaarden voor ondernemers kunnen aantasten, en het leidt tot juridische onzekerheid waardoor een gang naar de rechter steeds vaker noodzakelijk wordt.

Ik zou de rapporteur, de heer Bersani, willen gelukwensen omdat hij geprobeerd heeft om al deze aspecten op zorgvuldige en evenwichtige wijze in zijn verslag op te nemen, waarmee hij een belangrijke consensus heeft bereikt in de Commissie economische en monetaire zaken. Een juridisch kader dat een gemeenschappelijke geconsolideerde belastinggrondslag vastlegt voor de vennootschapsbelasting van communautair opererende ondernemingen is een onmisbaar instrument om de gegeven problemen aan te pakken. Dit kader zal de transparantie verschaffen die nodig is om homogene vergelijkingen tussen de staten te kunnen trekken en hun samenwerking op belastinggebied te stimuleren overeenkomstig de geïntegreerde richtsnoeren die zijn overeengekomen om de Lissabon-strategie een nieuwe start te geven.

Het verslag is ambitieus. Het wil de eerste belastingharmonisatie op het terrein van de directe belastingen doorvoeren, het roept de Commissie op om voor 2007 met een wetgevingsvoorstel te komen, en het tracht korte metten te maken met de schadelijke starheid in de regelgeving op dit gebied. Dat het gelukt is om een gemeenschappelijke belastinggrondslag vast te stellen, is op zich al bijzonder waardevol, onafhankelijk van het feit dat dit een absolute voorwaarde voor verdere vorderingen is.

Om al deze redenen ondersteunen wij dit verslag met volle overtuiging, en een brede steun is in onze ogen een bijzonder positief teken zodat er geen twijfels bestaan over de wens van het Parlement om verdere vooruitgang te boeken op dit gebied van deze historische mijlpaal.

 
  
MPphoto
 
 

  Margarita Starkevičiūtė, namens de ALDE-Fractie. (LT) De laatste tijd besteden wij steeds meer aandacht aan het belastingbeleid ofschoon dat eigenlijk veeleer een nationale beleidskwestie is. Helaas blijven deze debatten beperkt tot de studie van individuele heffingen en hebben zij geen betrekking op de beoordeling van het totaaleffect van elke belasting op de economie. Doel van de winstbelasting is om het aanbod of, zoals zo vaak wordt gesteld, het ondernemerschap te bevorderen. Deze kenmerken verschillen van land tot land en zijn afhankelijk van een reeks factoren zoals tradities, onderwijs en historische ervaring. Daarom spreekt het vanzelf dat er uiteenlopende inspanningsniveaus nodig zijn om het ondernemerschap in de verschillende landen te stimuleren, hetgeen op zijn beurt vereist dat er verschillende winstbelastingtarieven worden gehanteerd.

Mijn fractie zal dan ook geen steun verlenen voor de amendementen waarin op de een of andere manier wordt aangedrongen op harmonisatie van de winstbelastingtarieven. Wij onderschrijven echter wel de voorstellen die de heer Bersani in zijn verslag formuleert om een gemeenschappelijke formule voor de berekening van de belastinggrondslag en een gemeenschappelijke tenuitvoerleggingsprocedure te ontwikkelen. Wij zijn van oordeel dat aan de invoering van een gemeenschappelijke heffingsgrondslag twee essentiële voordelen verbonden zijn: ten eerste zullen wij de voordelen van de interne markt beter kunnen benutten en ten tweede zullen zakenlieden de kans krijgen om hun talenten niet alleen in hun eigen land te ontplooien maar in de hele Europese Unie. Bovendien zal een dergelijk initiatief bijdragen aan de totstandkoming van een ondernemerscultuur en zal het ons in de gelegenheid stellen om beter in te spelen op de uitdagingen van de globalisering. Waar zit dan het probleem? Ik onderscheid twee zorgpunten waarop wij ons in onze wetgevingsactiviteiten wellicht verder zullen moeten bezinnen. Ten eerste moeten wij een formule vinden om oneerlijke concurrentie te voorkomen. Immers, kleine ondernemingen passen de hogere belastinggrondslag van hun land van herkomst toe, terwijl grotere bedrijven die in tal van landen actief zijn, de keuze hebben uit verschillende heffingsgrondslagen en de voordeligste optie kiezen. Ten tweede moeten wij nagaan hoe inkomsten uit de winstbelasting verdeeld moeten worden tussen de afzonderlijke landen indien een bedrijf in verschillende landen actief is en de winstbelasting op uniforme wijze berekend wordt.

 
  
MPphoto
 
 

  Sahra Wagenknecht, namens de GUE/NGL-Fractie. – (DE) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, het wordt tijd dat ook de Europese harmonisatie van de vennootschapsbelasting op de agenda wordt gezet. Het feit dat er in de EU 25 verschillende belastingstelsels naast elkaar bestaan, die niet alleen hemelsbreed van elkaar verschillen waar het gaat om de belastingtarieven, maar ook in de wijze waarop de winst wordt berekend, heeft er in de afgelopen tien tot vijftien jaar vooral in geresulteerd dat het aandeel van de vennootschapsbelasting in de financiering van overheidsbegrotingen daalt. De belastingen komen voor een steeds groter deel ten laste van de werknemer in loondienst met een modaal inkomen of ten laste van de consument, wat vanuit sociaal en conjunctureel oogpunt de allerslechtste oplossing is. Met name grote multinationale ondernemingen beschikken hierdoor over vele mogelijkheden om de door hen verschuldigde belasting te minimaliseren. Interne verrekening en verrekening van verliezen zijn slechts twee instrumenten die veel worden gebruikt om de winsten precies daar in de boeken bij te schrijven, waar de fiscus het meest terughoudend is.

Behalve dat op deze wijze belasting wordt ontweken, heeft het bestaan van verschillende belastingstelsels ook een wedloop veroorzaakt in het verlagen van de belastingtarieven zelf. Het tarief voor de vennootschapsbelasting is in de oude EU sinds het eind van de jaren tachtig gemiddeld met 15 procent gedaald. Dat het daarbij beslist niet alleen maar om een nominale daling gaat, blijkt bijvoorbeeld uit een langlopend onderzoek van de universiteit van Mannheim. Volgens dit onderzoek is de effectieve belastingquote van de vijftig grootste Europese concerns afgenomen van 36 procent in 1988 tot nog maar 31 procent in 2000. Op deze wijze worden miljarden aan overheidsinkomsten weggegeven en verspild. Overigens is het bizar dat de Europese lijst van landen waar belastingontwijking plaatsvindt – met name waar het gaat om de vennootschapsbelasting – niet wordt aangevoerd door Oost-Europa of Ierland, maar door een land met zogenaamd hoge belastingen, namelijk de Bondsrepubliek Duitsland. Door de belastinghervorming die er door de toenmalige regering-Schröder juist met een beroep op de belastingconcurrentie in Europa werd doorgedrukt, zijn de inkomsten uit de vennootschapsbelasting volledig weggevallen. Alleen een EU-brede belastingharmonisatie kan een halt toeroepen aan de waanzin dat concerns met enorme winsten zich steeds meer aan de financiering van gemeenschapsvoorzieningen onttrekken, waardoor mensen met een modaal of minimuminkomen – en via verbruiksbelastingen zelfs gepensioneerden en werklozen – uiteindelijk voor de verliezen moeten opdraaien.

Een harmonisatie van de belastinggrondslag vind ik echter niet voldoende. Waar we dringend behoefte aan hebben, is een voor heel Europa geldend minimumtarief voor ondernemingswinsten van minstens 40 procent op een brede belastinggrondslag. Alleen op die manier kan aan de alomtegenwoordige belastingontwijking paal en perk worden gesteld.

 
  
MPphoto
 
 

  John Whittaker, namens de IND/DEM-Fractie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, een van de principes van een goede belastingheffing is zekerheid met betrekking tot de beoordelingsgrondslagen en het belastingtarief. Het enige dat zeker is met de voorstellen voor de harmonisering van de belastinggrondslag voor ondernemingen, is dat ze onzekerheid zullen zaaien.

Mochten de onderhandelingen bijvoorbeeld het patroon volgen van die voor het statuut van de Europese vennootschap, dan zal het nog decennia duren voordat de zaken geregeld zijn. Voortdurend gesleutel aan de belastingtarieven en -voorschriften en het vooruitzicht op wijzigingen in de toekomst zijn slecht voor de bedrijvigheid. In dit verslag, zoals in eerdere verslagen van de Commissie over dit onderwerp, wordt kritiekloos gewerkt aan de voltooiing van de interne markt als ware het een heilig doel, waarbij zoiets ongrijpbaars als een "gelijk speelveld" als instrument wordt ingezet om dat doel te bereiken.

Als we de belastinggrondslag voor ondernemingen willen harmoniseren, waarom dan niet ook de belastingtarieven? Dat begrijp ik niet helemaal. Net als de heer Konrad heb ik het donkerbruine vermoeden dat uniforme tarieven in de toekomst op de agenda zullen prijken, hoezeer dat ook wordt ontkend. Een vereenvoudiging van de belastingtarieven in de lidstaten, met name de oudere, biedt vele voordelen, maar die moet uitsluitend een zaak van de lidstaten zelf zijn. Als de lidstaten vinden dat grensoverschrijdende samenwerking op fiscaal gebied nodig is, dan moeten ze daar zelf werk van maken. De Commissie en het Europees Hof van Justitie hebben zich daar niet mee te bemoeien.

Mijn advies is af te zien van al die regelingen. Het zal ertoe leiden dat de landen die het economisch goed doen en investeringen aantrekken de landen zijn met de laagste belastingtarieven en de eenvoudigste en minst bureaucratische beoordelings- en inningsmethoden. Als de belastingheffing bedrijfsvriendelijker moet worden gemaakt, zal dat gebeuren op initiatief van individuele lidstaten en door marktkrachten worden aangezwengeld. Ik vrees dat de geforceerde maatregelen van de Europese Unie niet de manier zijn om belastinghervormingen tot stand te brengen.

 
  
MPphoto
 
 

  James Hugh Allister (NI). – (EN) Mijnheer de Voorzitter, het is voor mij klip en klaar dat het voorstel van de Commissie een regelrechte aanslag is op de exclusieve bevoegdheden van de lidstaten inzake belastingheffing. Een gemeenschappelijke heffingsgrondslag zou onherroepelijk leiden tot gemeenschappelijke belastingtarieven. Het is duidelijk dat Brussel met dit sluwe voorstel ernaar streeft de natiestaat opzij te schuiven als beslissende autoriteit inzake de vennootschapsbelasting.

De nationale controle over de vennootschapsbelasting is in veel landen een belangrijk wapen in de slag om het aantrekken van internationale investeringen. Zo heeft Estland, met zijn groei-economie, daar dankbaar gebruik van gemaakt, evenals de Republiek Ierland. Harmonisatie zou de lidstaten beroven van het recht hun belastingstelsels naar eigen behoefte in te richten en zou heel Europa opzadelen met nieuwe zinloze confectiemaatregelen die het nationaal initiatief in de kiem smoren. Economische groei, onafhankelijkheid en handelingsvrijheid floreren bij de gratie van meer en niet minder nationale flexibiliteit. Zo zou de vennootschapsbelasting in mijn district van Noord-Ierland radicaal gekortwiekt moeten worden om meer investeringen uit te lokken, zodat we ons kunnen bevrijden uit de verstikkende omarming van de publieke sector.

 
  
MPphoto
 
 

  Alexander Radwan (PPE-DE).(DE) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, we debatteren vandaag over een gemeenschappelijke belastinggrondslag. Dat is in principe een goede zaak, zeker wanneer we kijken naar het midden- en kleinbedrijf en met name wanneer we het leven voor deze bedrijven in een gemeenschappelijke interne markt eenvoudiger willen maken.

We kunnen niet altijd een strikt onderscheid maken tussen de belastinggrondslag enerzijds en de hoogte van de belastingen anderzijds, omdat de belastinggrondslag beslist gevolgen heeft voor de belastingsystematiek en de interne verrekeningen. Daarmee moet bij de verdere stappen van de Commissie rekening worden gehouden. We willen niet dat de verschillende belastingstelsels via een omweg toch nog in zekere zin worden geharmoniseerd. Daar heeft denk ik ook de Commissie zelf in de allereerste plaats belang bij, als ze met de lidstaten vooruitgang wil boeken.

Uiteindelijk wil ik namens mijn fractie echter heel duidelijk benadrukken dat wij voor belastingconcurrentie zijn. Stelt u zich eens voor dat wij de 25 Europese ministers van Financiën in een kamer zouden opsluiten en hen er pas weer uit zouden laten, als er witte rook opstijgt en ze het eens zijn geworden over een belastingharmonisatie! Op die manier zou Europa een regio met hoge belastingen worden. Dat willen we niet.

Ik wil nog één punt aansnijden: hoe komen we tot een gemeenschappelijke belastinggrondslag? Er wordt steeds weer naar voren gebracht dat we ons moeten richten naar de internationale boekhoudsystemen. Of deze systemen goed of slecht zijn en hoe ze worden toegepast, laat ik nu even buiten beschouwing. In ieder geval is het een proces waarop de politiek in Europa tot nu toe nauwelijks invloed heeft. Des te merkwaardiger is het wanneer politici zeggen dat men voor een gemeenschappelijke belastinggrondslag dat systeem als uitgangspunt moet nemen. Als we dat zouden doen – en ik waarschuw het Parlement, de Commissie en de Raad ervoor deze weg in te slaan – betekent dit de capitulatie van de politiek. Het betekent dat we op dit terrein essentiële bevoegdheden prijsgeven. Die weg moeten we niet bewandelen.

 
  
MPphoto
 
 

  Mia De Vits (PSE). – Voorzitter, commissaris, ik vind het voorstel van de Commissie en het voorstel in het verslag-Bersani tot invoering van een gemeenschappelijke belastinggrondslag voor de ondernemingen een goed voorstel. Het leidt tot meer transparantie en dat is goed voor onze economie en voor de werkgelegenheid.

Maar of wij het nu graag hebben of niet, het dossier van Marks & Spencer waarop hier al gealludeerd is, zal zeer vlug leiden tot een concretisering van het debat over belastingharmonisatie. Ik wil de collega’s daarom aandacht vragen voor de amendementen die ikzelf tezamen met een veertigtal collega’s ingediend heb, niet om de belastingen te harmoniseren, maar wel om een minimumtarief in te voeren voor de vennootschapsbelasting. Een amendement dat concurrentie tussen de lidstaten op fiscaal gebied mogelijk maakt, maar dan een eerlijke concurrentie, ook voor de bedrijven. Een amendement dat ervoor zorgt dat er voldoende geld binnenkomt om ons sociaal model te financieren en dat mogelijk maakt dat de overheid nog voldoende middelen in kas heeft om bijvoorbeeld de infrastructuur voor de bedrijven te financieren.

Ik wil u in dit verband een citaat geven van de Hongaarse minister van Sociale Zaken, Kinga Göncz. Steeds lagere belastingen, zegt zij, passen niet in het Europese sociale model en brengen de financiering van de sociale bescherming in gevaar. Ondanks de voordelen op korte termijn is het mogelijk dat we straks onvoldoende middelen hebben om welvaart te garanderen en het sociale model te implementeren. Wij willen dit verhinderen. Wij hebben nu reeds een minimumtarief voor kapitaalopbrengsten, wij willen morgen een minimumtarief voor vennootschappen.

 
  
MPphoto
 
 

  José Manuel García-Margallo y Marfil (PPE-DE).(ES) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, om te beginnen zou ik willen duidelijk willen maken waar we het over hebben, want uit het betoog van commissaris McGreevy meende ik te moeten opmaken dat zijn ideeën niet overeenkomen met die van de heer Kovács, binnen de Commissie zelf, en natuurlijk komen ze niet overeen met die van dit Parlement, zelfs niet over het onderwerp van de discussie.

Waar we het nu over hebben, is de vaststelling van een aantal communautaire regels voor het bepalen van de belastinggrondslag. We hebben het niet over harmoniseren of het op een lijn proberen te krijgen van de belastingtarieven, wat zaak van de lidstaten blijft.

Nu dit duidelijk is, rijst de vraag: waarom ben je vóór het consolideren van de belastinggrondslag en waarom juich je het verslag van de heer Bersani toe? In de eerste plaats omdat ik geloof in een Europese markt die echt functioneert. Wil een markt functioneren, dan kunnen de ondernemingen die op de hele markt actief zijn, de multinationale ondernemingen, niet aan vijfentwintig verschillende regels onderworpen zijn als ze bijvoorbeeld moeten weten of inkomsten zijn vrijgesteld of kosten aftrekbaar zijn.

In de tweede plaats ben ik voor dit verslag omdat ik vóór de Europese burger ben. En de Europese burger die zijn spaargeld wil investeren in een bedrijf zal de winsten van bedrijven beter kunnen beoordelen als die allemaal met dezelfde regels gedefinieerd worden.

In de derde plaats juich ik dit verslag toe omdat ik niet van belastingfraude houd, en door het consolideren van de belastinggrondslag zullen we een einde kunnen maken aan de overdrachtskosten en aan het lokaliseren van operaties van bedrijven in landen die toegeeflijker zijn wanneer onkosten niet mogen worden vrijgesteld of een transactie niet mag worden afgetrokken.

Ten slotte – want als je hier zegt dat je voorstander bent van fiscale concurrentie tussen de lidstaten, dan zal de concurrentie zuiverder zijn, transparanter, meer onverhuld zogezegd, als de verschillende lidstaten verschillende tarieven toepassen – de tarieven die zij willen – op homogene situaties. Want dat zou de enige manier zijn om het te berekenen.

Dan om af te sluiten nog een waarschuwing, mijnheer de Voorzitter: als wij het niet doen, zoals in het geval van de code voor goed gedrag, dan zal het Hof van Justitie het doen, tot schande van dit Parlement.

 
  
MPphoto
 
 

  Pervenche Berès (PSE).(FR) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, ik hoop dat het Parlement, als het over het uitstekende verslag van onze collega, de heer Bersani, stemt, u in belangrijke mate steun zal geven voor de discussie die u nog te wachten staat, of dat nu in de Raad of binnen het college van commissarissen zelf is. Ik ben mij ervan bewust hoeveel vooruitgang er reeds is geboekt sinds dit onderwerp op tafel ligt, en ik weet dat u procedures voor het aangaan van nauwere samenwerking overweegt. Laten we hopen dat het zo ver niet hoeft te komen. De manier waarop u dit onderwerp aanpakt en uw wil om echt vooruitgang te boeken, zijn voor ons echter beslist positieve signalen.

Mijn tweede opmerking is dat belastingheffing van invloed kan zijn op de interne markt, en al diegenen die ons er hier voortdurend op wijzen dat wij de interne markt beter moeten laten functioneren, zouden zich erom moeten bekommeren dat een bovenmatige belastingconcurrentie de werking van de interne markt wezenlijk kan beïnvloeden, met name wat de gevolgen voor grensoverschrijdende activiteiten betreft.

In zekere zin staan wij met dit verslag voor een paradox: ik hoop dat wij overeenstemming kunnen bereiken over het verslag-Bersani, maar het bevat niettemin een aantal tegengestelde gezichtspunten. Of u nu voor belastingconcurrentie of voor harmonisering van de belastingtarieven bent, wij hebben deze harmonisering van de belastinggrondslagen nodig.

Laten wij daarom samen deze eerste stap zetten, in de wetenschap – zoals we tijdens de hoorzittingen van deskundigen zagen – dat er nog veel moet gebeuren op het gebied van belastingtarieven en dat discussiëren over marges een zekere concurrentie niet helemaal uitsluit. Het betekent alleen maar dat wij gezonde en uitvoerbare voorwaarden voor de interne markt creëren, in overeenstemming met de doelstellingen van de Lissabon-strategie.

 
  
MPphoto
 
 

  John Purvis (PPE-DE). – (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik sta in grote lijnen achter het verslag van de heer Bersani. Hij heeft zich zeer bereidwillig getoond bij het bereiken van compromissen met ons van de PPE-DE-Fractie.

Ik schaar mij nochtans achter enkele amendementen van de fractie tot schrapping van de laatste bepaling in overweging I – betreffende oneerlijke belastingconcurrentie – en paragraaf 2, eveneens over belastingconcurrentie. Dit voorstel heeft niets te maken met een harmonisatie van de belastingtarieven. Ik wil dat de lidstaten elkaar kunnen beconcurreren met belastingtarieven. Ik vind ook dat een gemeenschappelijke heffingsgrondslag voor vennootschapsbelasting in het belang is van de concurrentie tussen de lidstaten en ten goede zal komen aan het bedrijfsleven in de Europese interne markt. Alleen met een gemeenschappelijke heffingsgrondslag zal het mogelijk zijn te bepalen wat de relatieve fiscale voordelen zijn van vestiging of investering in een bepaalde lidstaat ten opzichte van andere lidstaten. Het zal de lidstaten ertoe aanzetten een aantrekkelijk belastingklimaat voor bedrijven te scheppen en doelmatig en behoedzaam om te springen met de overheidsuitgaven en de begroting.

Sommige ministers van Financiën zouden het bezwaar kunnen opperen dat deze maatregel mogelijk afbreuk doet aan de mogelijkheid om bepaalde fiscale prikkels te creëren, bijvoorbeeld voor onderzoek en ontwikkeling. Volgens mij zijn deze in overeenstemming met een gemeenschappelijke heffingsgrondslag wanneer ze volkomen transparant zijn. Ze zouden niet verschillen van verschillende algemene tarieven voor de vennootschapsbelasting en dienen te worden toegestaan als er heldere en eenvoudige voorschriften voor gelden.

Ik verzoek de commissaris te bevestigen dat dergelijke heldere en transparante belastingprikkels gecreëerd mogen blijven worden in het kader van de maatregelen die hij voorstelt. Als hij dat doet, zal ik met genoegen het verslag steunen en de de heer Bersani feliciteren met zijn verslag.

 
  
MPphoto
 
 

  Harald Ettl (PSE).(DE) Mijnheer de Voorzitter, het ontbreken van een gemeenschappelijke strategie op het gebied van belastingen leidt ertoe dat het niveau van sociale voorzieningen in het hart van Europa niet meer kan worden gehandhaafd. Het wordt in toenemende mate de belangrijkste oorzaak voor de verplaatsing en het verlies van werkgelegenheid. De harmonisatie van de regels voor winstcalculatie binnen het handels- en belastingrecht verdient nu de hoogste prioriteit. Transnationaal opererende ondernemingen zijn tegenwoordig ook voor fiscalisten erg ondoorzichtig. Er moet een harmonisatie van de heffingsgrondslagen komen; belastingstelsels voor ondernemingen moeten transparant en onderling vergelijkbaar zijn en worden geharmoniseerd. Het moet afgelopen zijn met belastingvoordelen en speciale tarieven voor ondernemingen die met belastingconcurrentie niets meer te maken hebben. De Raad mag niet langer aan de politieke zijlijn blijven staan, terwijl wij door het fiscaal beleid van de Raad hoe langer hoe meer met ongezonde mededingingsverstoringen worden geconfronteerd. Ierland alleen konden we nog net verdragen, maar tien of twaalf keer Ierland is te veel! Commissaris, wie moet het gelag betalen? De werknemers?

 
  
MPphoto
 
 

  Gunnar Hökmark (PPE-DE). – (SV) Mijnheer de Voorzitter, het is een misverstand als men in dit Parlement gelooft dat het de hoge belastingtarieven zijn die tot sociale zekerheid leiden. Dat is niet zo. Sociale zekerheid wordt geschapen door groeiende investeringen, nieuwe banen en hoge en groeiende belastinginkomsten.

In een van de Europese landen met de allerhoogste vennootschapsbelasting, Duitsland, krijgt men in verhouding tot de nationale economie minder belastingen binnen dan bijvoorbeeld in Slovenië, waar men een laag vennootschapsbelastingtarief heeft, maar een vlak belastingtarief. Het zijn niet de landen met de lage belastingtarieven – die nieuwe investeringen en nieuwe banen krijgen – die de sociale zekerheid bedreigen. Ik geloof dat er in een Europa met 20 miljoen werklozen reden is voor zelfkritiek op het punt van de effectiviteit van het beleid.

Waar het om gaat, is dat een duidelijk, transparant en voorspelbaar belastingsysteem goede voorwaarden schept voor investeringen en nieuwe banen. Dat zien we in landen met de hoogste groeicijfers in de Europese economie. Het hebben van een gemeenschappelijke belastinggrondslag en een gemeenschappelijke manier om die te berekenen betekent niet dat de belastingen worden geharmoniseerd. Integendeel, het is goed dat ieder land zijn niveau van vennootschapsbelasting kan kiezen, die het best past bij de basisomstandigheden van het land.

Het is goed dat er onderlinge concurrentie is. Het is ook heel goed dat er transparantie komt, zodat we zien welke landen nu eigenlijk hoge dan wel lage belastingen hebben. Het is niet waar, zoals de vroegere bondskanselier Schröder van Duitsland benadrukte, dat sommige van de nieuwe lidstaten hun belastingen dumpen. Integendeel, juist de landen met vele achterdeurtjes en onevenwichtige en onvoorspelbare belastingsystemen staan kleine ondernemingen en nieuwe investeringen in de weg. Daarom steun ik dit verslag en feliciteer ik de heer Bersani met zijn doorwrocht stuk werk.

 
  
MPphoto
 
 

  Ieke van den Burg (PSE). – Voorzitter, ik zou mij als laatste spreker in de rij van de PSE-sprekers uiteraard willen aansluiten bij de complimenten aan de heer Bersani voor zijn verslag, maar ik zou ook een aantal schaduwrapporteurs en collega's van de ALDE en de PPE-DE willen bedanken voor de wijze manier waarop ze met dit dossier zijn omgegaan. Ik zou mij ook bij de heer García-Margallo y Marfil willen aansluiten en zeggen dat ik blij ben dat u hier voor dit dossier zit, mijnheer Kovács, en niet de heer McCreevy, die we hier net op bezoek hadden.

Directe belastingen, dat kunnen we merken in het debat, zijn een onderwerp waar grote emotionele en controversiële discussies over ontstaan. Het is in dit huis altijd, ook in de vorige periode, heel moeilijk geweest om op dit punt tot gemeenschappelijke standpunten te komen. Toch heb ik het idee dat we erin zullen slagen om er hier nu wel overeenstemming over te bereiken en ik hoop dat het u, mijnheer Kovács, ook lukt om overeenstemming te bereiken met de Raad of in ieder geval met een groot aantal lidstaten. Ik ben blij dat de nuchterheid op dit punt voorgaat op het ideologische wapengekletter.

De nuchterheid gebiedt ook om te kijken naar de bescheiden rol van de Europese Unie hierin. Ik wil mij volledig distantiëren van de opmerking die net gemaakt werd dat Brussel hier macht afneemt van de lidstaten en dat soort commentaar. Ik denk dat het gewoon heel simpel zo is dat je kunt constateren dat het op dit terrein nodig is een interne markt en gelijke mededingingsvoorwaarden te garanderen en ervoor te zorgen dat die niet worden verstoord, en dat er simpelweg, opdat ondernemingen in de Europese Unie kunnen opereren, eenvoud en zekerheid moeten worden geboden.

De roep om deze gemeenschappelijke geconsolideerde grondslag komt niet voor niets uit het ondernemersmilieu: UNICE, de Round Table..., het zijn allemaal bedrijven die hierom gevraagd hebben. Dit heeft absoluut niets te maken met het grijpen van de macht op Europees niveau, het is gewoon puur tegemoetkomen aan wat door het bedrijfsleven gevraagd wordt.

Ik denk dat het belangrijk is om te kijken naar wat de win-win situatie kan zijn: voor de bedrijven dat ze minder administratieve lasten hebben en voor de overheden dat ze niet in het wilde weg hoeven te gaan concurreren op het gebied van de tarieven, doordat volledig onduidelijk is wat de grondslagen zijn. Veel van de nieuwe landen hebben lage tarieven, maar ook heel brede grondslagen voor deze belastingen, en ik denk dat de uitkomst van dit proces om de belastingsgrondslag te harmoniseren, zal zijn dat de tarieven veel dichter bij elkaar komen te liggen dan op dit moment het geval is, en dat soort transparantie hebben we nodig. De discussie over wat dan vervolgens moet gebeuren, ook over eventuele minimumtarieven of -vorken of wat dan ook, komt later. Heel belangrijk is nu om die eerste stap te zetten en u hebt onze steun daarbij, commissaris Kovács.

 
  
MPphoto
 
 

  Gay Mitchell (PPE-DE). – (EN) Mijnheer de Voorzitter, om te beginnen wil ik zeggen dat er net zo min reden is voor een harmonisering van de tarieven of heffingsgrondslagen voor de vennootschapsbelasting als voor een harmonisering van de onroerendgoedbelasting, vermogensbelasting of vermogensaanwasbelasting. Ten eerste ondermijnt een gemeenschappelijke geconsolideerde heffingsgrondslag de nationale soevereiniteit en subsidiariteit. Ten tweede houdt de Commissie vol dat zij de belastingtarieven niet wil harmoniseren, maar hoe kan de heffingsgrondslag worden gescheiden van de belastingtarieven? Leidt een harmonisatie van de grondslag niet onomstotelijk tot een harmonisatie van het tarief?

Sommige afgevaardigden hebben de harmonisatie van de heffingsgrondslag mogelijk verward met de harmonisatie op het gebied van verslaglegging en de transparantie-eisen aan de boekhouding van ondernemingen. Dat is niet aan de orde. Het is natuurlijk mogelijk om boekhoudkundige regels voor vennootschappen te harmoniseren, maar als dat eenmaal is gebeurd, kunnen bepalingen in de lidstaten voor fiscale doeleinden worden aangepast. Dat is een zaak van de lidstaten.

Ten derde berust het voorstel van de Europese Commissie voor de harmonisering van de vennootschapsbelasting op de aanname dat schadelijke belastingconcurrentie leidt tot een verschuiving op fiscaal gebied van de heffing op mobiel kapitaal naar de heffing op naar verhouding immobiele arbeid, hetgeen slecht zou zijn voor de werkgelegenheid en de gewone EU-burgers. Daar valt wel het een en ander op af te dingen vind ik. Hoewel er sprake is van een neerwaartse trend in de tarieven voor de vennootschapsbelasting in sommige lidstaten, gaat deze ontwikkeling gepaard met zowel een verruiming van de heffingsgrondslagen voor de vennootschapsbelasting als een verbetering van de onderliggende winstgevendheid van bedrijven. In mijn eigen land bijvoorbeeld heeft het lagere belastingtarief geleid tot een toename van de belastingopbrengst. Die is gestegen van 385 miljoen euro in 1996 naar 5 707 miljoen euro in 2004.

Laten we tot slot niet vergeten dat de agenda van Lissabon erop gericht is dat de EU in 2015 de meest concurrerende enomomie van de wereld moet zijn. Voorbereidingen voor de instelling van minimumbelastingtarieven of plannen voor de vennootschapsbelasting zullen bedrijven er niet van weerhouden op zoek te gaan naar concurrerender tarieven buiten de EU.

 
  
MPphoto
 
 

  Ján Hudacký (PPE-DE). (SK) Algemeen wordt aanvaard dat de huidige toestand van de economie van de Europese Unie ten dele moet worden toegeschreven aan het fundamentele probleem van het gebrek aan concurrentie in vergelijking met geavanceerde landen zoals de Verenigde Staten. Belastingconcurrentie heeft een enorme invloed op de toestand van de Europese economie, zoals thans met name blijkt uit enerzijds de lage economische groei van sommige oudere en grotere lidstaten en anderzijds de snellere groei van het merendeel van de nieuwe lidstaten, die krachtige structurele hervormingen doorvoeren, onder meer ook op belastinggebied.

Teneinde het eigen gebrek aan politieke wil om structurele hervormingen door te voeren te verhullen, worden de nieuwe lidstaten vaak beschuldigd van belastingdumping en wordt er aangedrongen op een harmonisering van de directe belasting om de bestaande ongelijkheden weg te werken. Dit debat over de harmonisering van de heffingsgrondslag voor de vennootschapsbelasting is een gevolg van deze inspanningen.

Het argument dat de harmonisering van de belastinggrondslag geen gevolgen zal hebben voor de belastingtarieven en derhalve niet rechtstreeks van invloed zal zijn op de belastingconcurrentie klopt niet helemaal. Belastinggrondslag en belastingtarief zijn tot op zekere hoogte met elkaar verbonden, afhankelijk van het bereik van de geharmoniseerde belastinggrondslag en de omvang van de vrijgestelde en aftrekbare bedragen. Als wij bijvoorbeeld het vigerende Duitse model als uitgangspunt zouden nemen, zou Slowakije in de huidige omstandigheden zijn belastingtarief moeten verhogen om de huidige belastinginkomsten te kunnen handhaven.

Anderzijds kan ik mij vinden in het argument dat harmonisering van de belastinggrondslag leidt tot meer transparantie van de systemen die in de Europese Unie operatief zijn, en derhalve de vergelijking tussen de verschillende langen vereenvoudigt. , Ook de verlaging van de transactiekosten en de vermindering van het aantal rechtszaken zijn aanzienlijke voordelen.

Commissaris, ik ben van oordeel dat de Europese Commissie in het kader van het voorstel tot harmonisatie van de belastinggrondslag terdege rekening moet houden met al deze argumenten om te waarborgen dat er tussen de verschillende lidstaten een passend niveau van belastingconcurrentie wordt gehandhaafd, aangezien dat een noodzakelijke voorwaarde is om het concurrentievermogen van de Europese Unie als zodanig te vergroten.

 
  
MPphoto
 
 

  László Kovács, lid van de Commissie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik heb met grote interesse geluisterd naar het debat in dit Huis. Ik ben niet alleen onder de indruk van de kennis die men heeft op dit terrein, maar ook van de belangstelling en geestdrift voor dit onderwerp. Zoals ik eerder al zei, heb ik met grote voldoening kennis genomen van de steun die blijkt uit het ontwerpverslag voor het huidige beleid van de Commissie inzake de gemeenschappelijke geconsolideerde heffingsgrondslag voor vennootschapsbelasting.

Dan zal ik nu ingaan op de voorgestelde amendementen. De voorstellen van de heer Konrad stellen de Commissie niet voor problemen, dus kunnen we ze aanvaarden. De Commissie ondersteunt echter niet de amendementen die betrekking hebben op een mogelijk minimumbelastingtarief en de gemeenschappelijke geconsolideerde heffingsgrondslag voor vennootschapsbelasting als instrument om de belastingtarieven dichter bij elkaar te brengen. De Commissie is er niet op uit eerlijke concurrentie aan banden te leggen en het belastingtarief te harmoniseren. Zij wil enkel de transparantie van de fiscale last verbeteren. De belastingtarieven moeten onder de bevoegdheid van de lidstaten blijven vallen. Als we ons voorstander zouden tonen van een minimumtarief, zouden we de waardevolle steun van zowel de lidstaten als de bedrijven verliezen, die uiteindelijk het meest zullen profiteren van een gemeenschappelijke geconsolideerde heffingsgrondslag voor vennootschapsbelasting. Als zij hiervan profiteren, zal dat leiden tot algemene economische voordelen waarvan de consumenten op hun beurt weer zullen profiteren.

Ik waardeer het amendement betreffende onderzoek en ontwikkeling en ik onderschrijf dat dit een belangrijk thema is. De Commissie kan dit amendement echter niet aanvaarden, omdat de fiscale behandeling van onderzoek en ontwikkeling slechts een van de vraagstukken is waarover wij ons in het kader van onze werkzaamheden buigen. Ik denk niet dat het goed is om dit thema op deze manier naar voren te halen.

Hier wil ik het in dit stadium bij laten. Ik ben ingenomen met de belangstelling van het Europees Parlement voor dit onderwerp en ik zie uit naar de uitslag van de stemming over het verslag.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. – Het debat is gesloten.

De stemming vindt dinsdag om 12.00 uur plaats.

 
Juridische mededeling - Privacybeleid