Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Debatten
Maandag 12 december 2005 - Straatsburg Uitgave PB

19. Europees Jaar van gelijke kansen voor iedereen (2007) – Voor een rechtvaardige maatschappij
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. – Aan de orde is het verslag (A6-0366/2005) van Martine Roure, namens de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken, over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad betreffende het Europees Jaar van gelijke kansen voor iedereen (2007) – Voor een rechtvaardige samenleving [COM(2005)0225 – C6-0178/2005 – 2005/0107(COD)].

 
  
MPphoto
 
 

  László Kovács, lid van de Commissie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, de Europese Unie kan trots zijn op haar prestaties op het gebied van non-discriminatie, waarmee zij een plaats inneemt onder de gebieden in de wereld die in dit opzicht het verst zijn gevorderd. In 2000 hebben wij goedkeuring gehecht aan twee belangrijke richtlijnen: een richtlijn voor de uitbanning van rassendiscriminatie en een richtlijn die directe en indirecte discriminatie op het werk op grond van leeftijd, handicap, godsdienst of overtuiging, ras en seksuele geaardheid verbiedt. Wetgeving alleen is echter niet genoeg om discriminatie doeltreffend te bestrijden. Een groot aantal lidstaten heeft een achterstand in de omzetting van de wetgeving. Nationale wetgeving die wel strookt met de Europese richtlijnen, is onvoldoende bekend bij het grote publiek en wordt niet naar behoren ten uitvoer gelegd.

Tegen deze achtergrond heeft de Commissie onder meer voorgesteld om 2007 uit te roepen tot Europees Jaar van gelijke kansen voor iedereen, met als oogmerk het publiek bewust te maken van de voordelen van een rechtvaardige samenleving die gelijke kansen biedt aan elk mens ongeacht zijn godsdienst of overtuiging, geslacht, ras of etnische afstamming, capaciteiten, leeftijd of seksuele geaardheid. In het Jaar zullen de voordelen worden belicht van verscheidenheid als bron van maatschappelijke en economische vitaliteit, die door Europa moet worden omarmd en benut. Verscheidenheid verrijkt het sociale weefsel van Europa en maakt een belangrijk deel uit van zijn economische voorspoed.

De discussies en activiteiten in de loop van dat jaar zullen gegroepeerd zijn rond de volgende vier hoofdthema’s. Het eerste thema is het recht op gelijkheid en bescherming tegen discriminatie. Een belangrijk onderdeel daarvan is het grote publiek te doordringen van het feit dat gelijke behandeling niet per se gelijk staat aan een identieke behandeling; soms zijn in verschillende omstandigheden verschillende behandelingen nodig. Het tweede thema is erkenning van de positieve bijdrage die ieder mens, ongeacht zijn persoonlijke eigenschappen, levert aan de maatschappij. Het streven is het publiek bewust te maken van het profijt en de voordelen die voortvloeien uit de verscheidenheid in Europa. Het derde thema is de noodzaak dat achterblijvende groepen beter in de samenleving worden vertegenwoordigd. Het debat zal worden gestimuleerd over de middelen om de sociale deelname van bepaalde ondervertegenwoordigde groepen in de samenleving te versterken. Het vierde thema is respect en tolerantie van de verschillende gemeenschappen – zowel naar elkaar toe als daarbinnen -, die samen de Europese maatschappij uitmaken.

Het maatschappelijk middenveld en de sociale partners zullen zo veel mogelijk worden betrokken bij de activiteiten in het kader van het Europees Jaar. Een van de kernbeginselen bij de uitvoering van de activiteiten is dat deze op nationaal niveau worden gedecentraliseerd. Om de boodschap effectief over te brengen, moeten de activiteiten zo dicht mogelijk bij de burgers worden uitgevoerd. Ten slotte moeten we verzekeren dat gedurende het jaar en in alle lidstaten even groot belang wordt gehecht aan alle gronden voor discriminatie die worden genoemd in artikel 13 van het Verdrag, te weten discriminatie op grond van geslacht, ras of etnische afstamming, godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid.

 
  
MPphoto
 
 

  Martine Roure (PSE), rapporteur. – (FR) Mijnheer de Voorzitter, er zijn geen institutionele barrières die een scheiding opwerpen tussen de ene en de andere groep, en het staat iedereen vrij zijn verdiensten te tonen en daarvoor beloond te worden. Er zijn specifieke systemen opgezet, in de vorm van examens en wedstrijden die een diploma opleveren, om de vaardigheden van ieder afzonderlijk te beoordelen. De hoogste functies zijn in principe toegankelijk voor iedereen, zonder onderscheid.

Hoewel mensen voor de wet gelijk zijn, is dat in de praktijk niet altijd het geval. De doelstelling van gelijke kansen lijkt in ieder geval niet gerealiseerd. Ondanks enkele voorbeelden van spectaculair opklimmen op de sociale ladder, die met des te meer zelfgenoegzaamheid worden opgevoerd naarmate ze uitzonderlijker zijn, heeft niet iedereen dezelfde kansen op succes, en een maatschappij die niet al haar burgers de mogelijkheid biedt hun vaardigheden te tonen, is een kweekplaats voor ernstige frustraties en spanningen. Vanuit het oogpunt van doeltreffendheid en rechtvaardigheid is deze stand van zaken zeer ongunstig.

Als dit inderdaad de stand van zaken is, bijna twee eeuwen na de verkondiging van de Verklaring van de Rechten van de Mens, dan moeten wij begrijpen waarom dit zo is. Moeten wij concluderen dat wij geen kans op succes hebben? Zijn onze democratische beginselen dan slechts een illusie, een ideaal dat steeds verder weg lijkt naarmate we er dichter bij komen? Wij weigeren dit te aanvaarden.

Het klopt dat de ene ongelijkheid de andere in de hand lijkt te werken. Kinderen uit arme gezinnen hebben over het algemeen minder kans om een hoog opleidingsniveau te halen. Mensen met een laag opleidingsniveau hebben minder kans om een hoge maatschappelijke positie te bereiken of om een goedbetaald beroep uit te oefenen. Het aantal vrouwen in een hoge functie – ongeacht in welke richting – is nog altijd erg beperkt, om niet te zeggen miniem. Macht blijft in de regel voorbehouden aan mannen. Gehandicapten hebben nog steeds geen recht op een eigen plek in onze samenlevingen. Homoseksuelen worden nog veel te vaak gediscrimineerd en sommigen vinden dit nog steeds een normale gang van zaken. Talloze mannen, vrouwen en kinderen staan aan de zijlijn vanwege hun huidskleur of etnische afstamming.

Hebben wij het recht in deze situatie te berusten? Hebben wij het recht te concluderen dat er niets kan worden gedaan om de werkelijkheid dichter bij het democratische ideaal te brengen? De obstakels lijken misschien groot, en onafscheidelijk verbonden aan de maatschappij zelf. Maar we kunnen ze niet overwinnen door ze te ontkennen. We moeten de feiten onder ogen zien en aan de kaak stellen. Door discriminatie worden mensen bijvoorbeeld vaak gedwongen laaggekwalificeerd werk te doen en krijgen ze geen vaste baan. Dit levert vrijwel altijd een laag salaris op, en daardoor ook een lage levensstandaard.

Mensen die gediscrimineerd worden, hebben grote problemen om toegang te krijgen tot fatsoenlijke huisvesting en tot de gezondheidszorg. Ze hebben vrijwel geen kans op promotie door middel van permanente beroepsopleiding, terwijl hun mogelijkheden voor vrijetijdsbesteding beperkt zijn.

Onder deze omstandigheden wordt er van het begin af aan een zware wissel getrokken op de opvoeding van hun kinderen. Zowel in materieel opzicht als in de relatie- en emotionele sfeer ontbreekt het hun aan de voorwaarden om hun leven vorm te kunnen geven. Daarbij is het risico groot dat ze uiteindelijk in dezelfde situatie als hun ouders belanden.

Kortom, het ene nadeel werkt het andere nadeel in de hand. Iemand die in een bepaald opzicht onder de gevolgen van sociale ongelijkheid lijdt, loopt een groot risico hier ook in andere opzichten onder te lijden. Hoewel wij dit fenomeen dat de nadelen zich opstapelen, intuïtief wel herkennen, is er tot nu toe nog geen uitgebreid onderzoek naar verricht.

Ik wil de Raad en de Commissie dan ook verzoeken zich krachtig in te zetten voor de bestrijding van alle vormen van discriminatie in alle landen van de Unie, met name in het kader van het Europees Jaar van gelijke kansen voor iedereen.

Wij willen dat u zich hier sterk voor maakt, mijnheer de commissaris. Wij hebben geluisterd naar wat u zojuist verteld hebt. Wij zijn daar tevreden mee, maar u zult er begrip voor hebben dat wij er nauwlettend op zullen toezien hoe een en ander in de praktijk wordt gebracht. Ter afsluiting wil ik u eraan herinneren dat Martin Luther King op 28 augustus 1963 in Washington, in zijn beroemde speech I have a dream, geroerd sprak over de hoop, de droom van een wereld van vrijheid en gerechtigheid voor iedereen. “Ik heb een droom,” zei hij, “dat mijn vier jonge kinderen op een dag zullen leven in een natie waar zij niet worden beoordeeld naar de kleur van hun huid, maar naar de inhoud van hun karakter.”

Laten wij een gezamenlijke droom koesteren, dat wij aan het eind van dit decennium eindelijk een Unie zonder discriminatie hebben, een Unie die ieder kind een kans geeft. Laten wij samen een droom hebben, mijnheer de commissaris.

 
  
MPphoto
 
 

  Patrick Gaubert, namens de PPE-DE-Fractie. – (FR) Mijnheer de Voorzitter, geachte collega’s, allereerst wil ik mevrouw Roure bedanken voor haar werk aan dit verslag. De Europese Unie heeft zich ertoe verbonden de fundamentele rechten en gelijke kansen voor iedereen te bevorderen. Wij beschikken over een van de meest complete anti-discriminatiewetgevingen ter wereld. De vraag is echter: zijn onze medeburgers op de hoogte van de Europese richtlijnen ter bestrijding van discriminatie? Weten zij dat alle lidstaten verplicht zijn deze richtlijnen in nationale wetgeving om te zetten? Ik denk dat het antwoord hierop helaas ontkennend is. Daarom is de instelling van het Europees Jaar van gelijke kansen voor iedereen een bijzonder opbouwend initiatief.

Een mediahappening van deze omvang biedt een uitstekend handvat om de publieke opinie bewust te maken en te informeren. Het beleid inzake gelijke kansen brengt specifieke maatregelen met zich mee, die ten doel hebben benadeelden te helpen door een rechtvaardige toegang tot rechten, diensten en goederen in te voeren. Om daadwerkelijk gelijkheid te realiseren, moeten wij alle vormen van discriminatie bestrijden. Iedere dag zijn mannen en vrouwen het slachtoffer van discriminatie, als zij toegang proberen te krijgen tot banen en diensten, met name op grond van hun sekse, hun afkomst of hun religie. Dit is onaanvaardbaar en wij kunnen deze praktijken niet langer toestaan.

De activiteiten die de Unie in 2007 zal steunen en de bewustmakings- en demonstratiecampagnes zijn een stap in de goede richting. Het is eveneens van essentieel belang een waarachtige politieke bereidheid te vinden, en alle lidstaten moeten hiervoor hun krachten bundelen, zonder uitzondering. Volledige toepassing van onze anti-discriminatiewetgeving blijft dan ook een prioriteit. Het is bedroevend dat sommige lidstaten veroordeeld zijn, omdat ze de Europese richtlijnen op dit gebied niet correct hadden omgezet.

Het Parlement moet morgen een krachtig signaal afgeven aan onze medeburgers door dit verslag met een ruime meerderheid aan te nemen. De strijd tegen discriminatie is geen strijd van links of van rechts. Het is een strijd van mannen en vrouwen die vol overtuiging een gezamenlijk doel nastreven, namelijk vechten voor eerbiediging van de mensenrechten en meer in het bijzonder tegen alle vormen van discriminatie.

 
  
MPphoto
 
 

  Katalin Lévai, namens de PSE-Fractie. (HU) De belangrijkste boodschap die het Europees Parlement afgeeft als antwoord op het voorstel van de Commissie, is dat alle vormen van discriminatie bestreden moeten worden. Daarom verdient mevrouw Martine Roure mijn oprechte felicitaties voor haar verslag. Ik wil benadrukken dat het beginsel van gelijke kansen – het eerste mensenrecht dat door de Europese Unie is vastgesteld – een horizontaal karakter heeft en derhalve alle beleidsterreinen beslaat. Dit betekent dat de tenuitvoerlegging van dit beginsel niet alleen voor rekening van het Parlement mag komen, maar een prioriteit moet zijn voor de EU in haar geheel, en voor alle bestuursorganen van de lidstaten. Het verheugt mij dan ook ten zeerste dat Voorzitter Borrell een Comité op hoog niveau voor gelijke kansen heeft opgericht en het vervult mij met trots dat ik als lid van het voornoemde comité mijn medewerking voor deze zaak kan verlenen. In dit verband wil ik uw aandacht vestigen op een belangrijk document dat onlangs door de Commissie is gepubliceerd en waarin gewag wordt gemaakt van de voordelen die verbonden zijn aan de toepassing van de beginselen van diversiteit bij het aanwerven en inzetten van arbeidskrachten. Op de lange termijn zijn arbeidsplaatsen die een dergelijk beleid voeren, bedrijven die rekening houden met culturele diversiteit, veel competitiever. En in sommige gevallen is gebleken dat ervaring de efficiëntie op de korte en middellange termijn verhoogt. Anders gezegd, het gelijkekansenbeleid vormt geen obstakel voor de toename van het economische concurrentievermogen, integendeel, de concurrentiekracht wordt erdoor versterkt. Verder wil ik u attenderen op de individuele verantwoordelijkheid van de lidstaten bij de voorbereiding van het Europees Jaar van gelijke kansen en ten slotte wil ik hier een eigen project voorstellen. Volgende week wordt op mijn initiatief in het Hongaarse parlement voor de eerste maal een openbare hoorzitting gehouden waar burgers komen praten over hun persoonlijke ervaring, over de discriminatie die zij aan den lijve ondervonden hebben. Een blind meisje dat niet tot de universiteit is toegelaten omdat zij blind is en een jonge Roma-man zullen er hun verhaal doen. Ik wil dat dit in Hongarije een gewoonte wordt. Ik wil in mijn land hoorzittingen houden zoals wij hier doen.

 
  
MPphoto
 
 

  Sophia in ’t Veld, namens de ALDE-Fractie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, om te beginnen wil ik de rapporteur bedanken voor al het goede werk dat zij heeft verricht. Zij heeft geen gemakkelijke taak gehad. Het Europees Jaar van gelijke kansen wordt door iedereen verwelkomd, want de grondrechten gaan de Europese burgers het meest na aan het hart en zij moeten voor alle burgers werkelijkheid worden. Tegen deze achtergrond zijn er twee punten die ik aan de orde wil stellen.

Allereerst de begroting. Ik denk dat iedereen in deze zaal het met me eens is dat de begroting beschamend laag is – 15 miljoen euro voor de grondrechten! Ik krijg er pijn in mijn buik van als ik deze begroting vergelijk met de middelen die we besteden aan allerlei andere zaken die veel minder van belang zijn dan de grondrechten.

Het tweede punt is de gedecentraliseerde uitvoering. Een uitstekend voorstel, maar ik maak me wel bezorgd over de mogelijkheid dat de lidstaten selectief te werk zullen gaan. Ik ben niet helemaal gerustgesteld door alle warme woorden die de laatste jaren over de grondrechten gesproken zijn, omdat de realiteit er anders uitziet. Bovendien zei de commissaris zojuist nog dat sommige lidstaten een achterstand hebben bij de omzetting van de anti-discriminatiewetgeving. Er bestaat nog steeds een hiërarchie in discriminatie en ik denk dat we die niet moeten aanmoedigen met dit programma voor het Europees Jaar van gelijke kansen.

Ik wil de commissaris verzoeken of de Commissie, hier en nu, publiekelijk en officieel, kan beloven dat de lidstaten de beschikbare middelen voor dit Jaar zullen aanwenden om alle vormen van discriminatie in gelijke mate aan te pakken. Afgezien van de manier waarop het geld wordt verdeeld, willen we zeker weten dat, laten we zeggen, “moeilijke” groepen die momenteel onder discriminatie te lijden hebben, zoals homoseksuelen, bepaalde geloofsgroepen of de Roma, om een paar voorbeelden te noemen, net zo veel toegang tot dit programma krijgen als andere groepen die worden gediscrimineerd. Ik zie uit naar uw positieve antwoord.

 
  
MPphoto
 
 

  Jean Lambert, namens de Verts/ALE-Fractie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik sluit mij aan bij de dankbetuigeningen van mijn collega’s voor de rapporteur, die goed werk heeft verricht. Ook ik vind dat een maximale voorbereidingstijd nodig is, wil het Europees Jaar van gelijke kansen een zinvol effect teweegbrengen. Door de beperkte tijd waren er een of twee gebieden, zoals mijn collega al zei, waar we wat meer de puntjes op de i hadden willen zetten als we daartoe de mogelijkheid hadden gehad.

We hopen allemaal dat het jaar een stimulans zal zijn voor met name die lidstaten welke een forse achterstand hebben bij de omzetting van de bepalingen in artikel 13. In deze bepalingen komt de positieve dimensie van de Europese Unie tot uiting. De mensen dienen zich bewust te zijn van hun rechten. Zoals we onder meer hebben ervaren bij de richtlijn inzake de arbeidstijd, realiseren de mensen zich vaak niet dat ze rechten hebben, laat staan dat ze die rechten kunnen afdwingen.

Ik ben het eens met mevrouw Roure dat gelijke kansen een belangrijke factor zijn bij sociale integratie en dat we onverdraagzaamheid en vooroordelen op alle niveaus moeten bestrijden, ongeacht of het gaat om discriminatie van overheidswege of discriminatie op straat. Ze belemmeren namelijk veel mensen in de ontplooiing van hun mogelijkheden en voorkomen dat de maatschappij van het talent van deze mensen kan profiteren.

Ik ben het helemaal eens met de opmerkingen dat de begroting volkomen tekortschiet. Laten we eens stilstaan bij de bedragen die wij, de fracties, besteden aan politieke campagnes in een poging om mensen over te halen tot een ander standpunt. Er is veel meer nodig dan het geld in de huidige begroting om mensen te doen inzien dat andere mensen in hun samenleving rechten hebben die evenzeer erkend dienen te worden.

 
  
MPphoto
 
 

  Mary Lou McDonald, namens de GUE/NGL-Fractie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, ook ik wil de rapporteur bedanken voor haar werk op dit zeer belangrijke gebied en ik schaar mij achter de oproep om 2007 uit te roepen tot het Europees Jaar van gelijke kansen voor iedereen.

We moeten evenwel niet alleen uitgaan van het concept gelijkheid van kansen, maar ook – en in gelijke mate – van gelijkheid van resultaat. Dat is van cruciaal belang. Alle mensen hebben in maatschappelijk, economisch en cultureel opzicht recht op volledige gelijkheid. Hieronder valt uiteraard ook de gelijkheid van iedereen ongeacht geslacht, ras, etnische afstamming of nationale herkomst, leeftijd, burgerlijke staat of gezinstoestand, seksuele geaardheid, handicap, sociaal-economische status of zelfs politieke en religieuze opvattingen. Als we de verwezenlijking van gelijkheid voortvarend willen aanpakken, moeten we er permanent voor zorgen dat er bij al die categorieën sprake is van gelijke behandeling en moeten we in staat zijn het resultaat ten aanzien van al die categorieën accuraat en adequaat te meten.

We weten allemaal dat maatschappelijke ongelijkheid geen natuurlijk verschijnsel is maar het directe resultaat van een ongelijke machtsverdeling. Dus vooraleer de ongelijkheid zelf op te heffen, moeten we ons afvragen hoe het staat met de machtsverdeling in onze maatschappij en onze pijlen richten op de huidige situatie daaromtrent. Ik denk dat 2007 als Europees Jaar van gelijke kansen voor iedereen juist in dat opzicht kan fungeren als platform. Voorts ben ik van mening dat het enkele feit dat dit initiatief is geopperd de expliciete erkenning in zich bergt dat we er tot dusver niet in zijn geslaagd gelijkheid in onze maatschappij te bewerkstelligen.

In mijn eigen land, Ierland, kampen we nog steeds met de Britse erfenis, de nog steeds bestaande verdeling van ons land en de decennialange discriminatie bij verkiezingen, huisvesting en werkverschaffing en in de politiek. De Keltische tijger Ierland zou een succesverhaal moeten zijn voor het hele Ierse volk, maar toch zijn we nog steeds een van de samenlevingen waar de meeste ongelijkheid heerst, niet alleen binnen de EU maar in feite in de hele wereld.

Het verslag-Roure, dat zich op zowel migranten als vrouwen richt, is aanbevelenswaardig en met name voor mijn land bijzonder relevant. Het Europees Jaar zou veel méér moeten behelzen dan enkel voorlichting verstrekken over het recht op gelijkheid en non-discriminatie. Diepgewortelde ongelijkheden kunnen niet worden opgeheven met wetgeving betreffende gendergelijkheid alleen; daar is ook politieke wil voor nodig, van beleidsmakers en van anderen die deze moeilijke exercitie tot een goed einde willen brengen en bereid zijn discriminatie op een allesomvattende wijze aan te pakken.

Tot slot wil ik inhaken op de oproep van mevrouw Roure, door de Commissie en de Raad te verzoeken niet enkel lippendienst te bewijzen aan de aanpak van ongelijkheid in de gehele Unie, maar daar ook de benodigde middelen voor uit te trekken.

 
  
MPphoto
 
 

  Zita Gurmai (PSE). – (HU) Het jaar 2007 is een zeer belangrijk jaar: de nog onopgeloste problemen inzake gelijke kansen moet worden aangepakt en het beginsel van gelijke kansen moet in de gehele Europese Unie ten uitvoer worden gelegd. Dit beginsel ligt immers ten grondslag aan het gemeenschappelijke Europese waardensysteem, en de tenuitvoerlegging ervan zal de eerbiediging van de fundamentele mensenrechten bevorderen.

Dit verslag, dat is opgesteld in het kader van de medebeslissingsprocedure, heeft betrekking op alle aspecten van het gelijkekansenbeleid – van de definitie van het wetgevingskader tot de vaststelling van de financiële middelen –, met inbegrip van de mogelijkheid tot deelname voor lidstaten en civiele organisaties. Mijn geachte collega Martine Roure heeft hard gewerkt. Het voornaamste is dat de reeds aangenomen en goedgekeurde regelingen worden toegepast en dat de slachtoffers van discriminatie kennis hebben van de wetten die in hun belang worden uitgevaardigd. Daarvoor zijn daden nodig, geen woorden. Het is niet voldoende om het beginsel van gelijke kansen op communautair niveau ten uitvoer te leggen. Wij moeten er tevens voor zorgen dat iedereen zich bewust is van het feit dat alle burgers, ongeacht hun geslacht, raciale of etnische afkomst, godsdienst of overtuiging, invaliditeit, leeftijd en seksuele geaardheid recht hebben op gelijke kansen en gelijke behandeling.

Vandaar het belang van permanente informatie, onderwijs en samenwerking met civiele organisaties en Europese burgers. Er zijn campagnes nodig om de publieke opinie bewust te maken en de sociale dialoog moet gestimuleerd worden. Een Europa dat geen bescherming biedt aan kwetsbare sociale lagen en groepen die zijn blootgesteld aan discriminatie is geen sociaal Europa. Discriminatie of uitsluiting heeft honderd gezichten: mensen kunnen gediscrimineerd worden op grond van ras, etnische afkomst, godsdienst, leeftijd, geslacht, fysieke of mentale handicap. Bij het waarborgen van gelijke kansen is voor eenieder van ons een rol weggelegd, van bestuursorganen tot nationale overheden, van het maatschappelijk middenveld tot de individuele burgers. Solidariteit is het beste en nuttigste instrument in de strijd voor gelijke kansen. Het is ons aller verantwoordelijkheid te waarborgen dat ieder mens gelijke kansen krijgt om zich op om het even welk gebied des levens te ontplooien. In mijn amendementen benadruk ik tevens dat wij al het mogelijke moeten doen om het gelijkheidsbeginsel niet alleen ten uitvoer te leggen op communautair en individueel niveau, maar ook op regionaal, nationaal en lokaal vlak. Ik stel voor om het verslag aan te nemen.

 
  
MPphoto
 
 

  Tatjana Ždanoka (Verts/ALE). – (EN) Mijnheer de Voorzitter, net als andere sprekers ben ik het eens met de commissaris dat de EU moet beschikken over een van de meest vooruitstrevende wetgevingskaders voor de bestrijding van discriminatie. Ik ben er dan ook ingenomen mee dat de amendementen van het Parlement op het voorstel van de Commissie de eis verwoorden dat het Europees Jaar van gelijke kansen voor iedereen de omzetting van de twee anti-discriminatierichtlijnen dient te bespoedigen, waarvoor ik de rapporteur, mevrouw Roure, bedank.

Tot mijn spijt moet ik zeggen dat mijn land, Letland, een van de landen is met een achterstand in de omzetting. Nieuwe lidstaten moeten op dezelfde wijze als bij de oude lidstaten aan een inbreukprocedure worden onderworpen bij schending van de communautaire wetgeving. In dat verband dienen NGO’s een belangrijke rol te spelen bij bewustmakingscampagnes. De Commissie dient te garanderen dat met name NGO’s die groepen vertegenwoordigen die aan discriminatie zijn blootgesteld, in alle stadia van het werk bij het Europees Jaar worden betrokken. Ik hoop dat ook de commissaris dit onderschrijft.

 
  
MPphoto
 
 

  László Kovács, lid van de Commissie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, om te beginnen wil ik de geachte afgevaardigden bedanken voor de steun die in dit debat tot uiting is gebracht. Ik onderstreep dat de Commissie het met u eens is dat alle vormen van discriminatie in alle lidstaten moeten worden bestreden. De Commissie is bereid om alle lidstaten op te roepen de financiële middelen op die basis toe te kennen.

De Commissie kan alle amendementen aanvaarden die het Parlement heeft ingediend. In plaats van in te gaan op elk afzonderlijk amendement, zal ik me beperken tot de hoofdzaken.

Wij ondersteunen de amendementen die ertoe strekken de betrokkenheid van het maatschappelijk middenveld en de uitvoering van de activiteiten in het kader van het Europees Jaar van gelijke kansen voor iedereen te bevorderen. Een gedachtewisseling met het maatschappelijk middenveld zal een belangrijke factor zijn in het succes daarvan. Daarnaast stemmen wij in met de toevoegingen inzake gender mainstreaming. We zijn het volkomen eens met de stelling dat gedurende het Jaar gelijkelijk belang dient te worden gehecht aan alle discriminatiegronden die genoemd worden in artikel 13 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, te weten geslacht, ras of etnische afstamming, godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid. Het is aanvaardbaar om, zoals voorgesteld, een vereenvoudigd systeem op te zetten voor administratief beheer van de fondsen op nationaal niveau. Wij stemmen ermee in het financiële kader voor de uitvoering van de activiteiten op te trekken van 13,6 tot 15 miljoen euro.

Kortom, de Commissie kan alle voorgestelde amendementen aanvaarden. Tot slot wil ik mijn bijzondere dank uitspreken aan de rapporteur, mevrouw Roure, wier toewijding aan non-discriminatievraagstukken ertoe heeft bijgedragen dat de onderhandelingen met de lidstaten succesvol konden worden afgerond. Deze onderhandelingen zijn uiterst vlot verlopen en hebben vele vruchten afgeworpen. De tekst die u wordt voorgelegd ter definitieve goedkeuring versterkt ons oorspronkelijke standpunt en biedt ons de mogelijkheid actie te ondernemen ten gunste van de verscheidenheid in de gehele Europese Unie.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. – Het debat is gesloten.

De stemming vindt dinsdag om 12.00 uur plaats.

 
Juridische mededeling - Privacybeleid