Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2005/0118(CNS)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

A6-0391/2005

Debatten :

PV 17/01/2006 - 12
PV 17/01/2006 - 14
CRE 17/01/2006 - 12
CRE 17/01/2006 - 14

Stemmingen :

PV 19/01/2006 - 8.5
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2006)0023

Volledig verslag van de vergaderingen
Dinsdag 17 januari 2006 - Straatsburg Uitgave PB

12. GMO voor suiker - Steunregelingen voor landbouwers (suiker) - Herstructurering van de suikerindustrie
Notulen
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. Aan de orde is de gecombineerde behandeling van:

- het verslag (A6-0391/2005) van Jean-Claude Fruteau, namens de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling, over het voorstel voor een verordening van de Raad houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector suiker (COM(2005)0263 - C6-0243/2005 - 2005/0118(CNS));

- het verslag (A6-0392/2005) van Jean-Claude Fruteau, namens de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling, over het voorstel voor een verordening van de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1782/2003 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor regelingen inzake rechtstreekse steunverlening in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers (COM(2005)0263 - C6-0244/2005 - 2005/0119(CNS)) en

- het verslag (A6-0393/2005) van Jean-Claude Fruteau, namens de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling, over het voorstel voor een verordening van de Raad tot instelling van een tijdelijke regeling voor de herstructurering van de suikerindustrie in de Europese Gemeenschap en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1258/1999 betreffende de financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (COM(2005)0263 - C6-0245/2005 - 2005/0120(CNS)).

 
  
MPphoto
 
 

  Mariann Fischer Boel, lid van de Commissie. - (EN) Mevrouw de Voorzitter, ten eerste dank ik de heer Daul, de heer Barón Crespo, de heer Fazakas en mevrouw Morgantini voor hun proactieve rol ten aanzien van dit dossier en ik heb alle waardering voor het indrukwekkende werk dat de rapporteurs, de heer Fruteau, de heer Glattfelder, de heet Wynn en mevrouw Kinnock hebben verricht. Ook dank ik de leden van de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling, de Commissie internationale handel, de Commissie begrotingscontrole en de Commissie ontwikkelingssamenwerking voor hun grote inzet, hun nuttige bijdrage en het zeer constructieve debat. Deze indrukwekkende bijdragen hebben zeker tot resultaten geleid. De hervorming van de gemeenschappelijke marktordening die bijna veertig jaar lang nagenoeg ongewijzigd is gebleven, is een grootschalige onderneming, die al veel eerder had moeten plaatsvinden.

Het suikerbeleid heeft vele facetten. De lijst legitieme belangen waaraan tegemoet moet worden gekomen, is zeer lang: de honderdduizenden boeren in de Gemeenschap die suikerbieten verbouwen, de suikerproducerende en -verwerkende industrie en haar werknemers, de consumenten en, niet in de laatste plaats, onze handelspartners, waaronder de landen die reeds lang preferenties genieten. Vanaf het begin ben ik me ervan bewust geweest dat er een evenwicht moet worden gevonden tussen de verschillende behoeften en de verschillende eisen.

Als commissaris voor landbouw en plattelandsontwikkeling ben ik me volledig bewust van de sociale, economische en ecologische betekenis van de suikersector, zowel binnen als buiten de Gemeenschap. Dat maakt het suikerbeleid zo uitdagend en daarom zet ik me zo intensief in voor de hervorming van deze sector.

Ik ben van mening dat de huidige voorstellen volledig tegemoet komen aan de behoeften van de Gemeenschap. Ze zijn het resultaat van zorgvuldige overwegingen en zijn afgestemd op het GLB-hervormingspakket en onze internationale verplichtingen. We zijn ambitieus en grondig te werk gegaan. Ik ben stellig van mening dat de toekomst van de suikersector niet mag afhangen van maatregelen voor de korte termijn.

Het hervormingspakket is erop gericht om de Europese suikersector een levensvatbare en concurrerende toekomst te bieden. Het biedt zekerheid voor de lange termijn en genereuze steun om boeren en suikerproducenten te helpen bij het aanpassingsproces. Als we nu handelen, levert dat de financiële middelen op die nodig zijn om het zo belangrijke maar pijnlijke herstructureringsproces te verlichten en tegelijkertijd onze boeren te compenseren. Uitstel van deze noodzakelijke hervorming leidt alleen maar tot een drastischer verlaging van de productie in de Gemeenschap en een veel strenger herstructureringsproces. De toekomstige wetgeving moet ook afgestemd zijn op het WTO-panel en ons voorstel voldoet aan die eis.

Tot slot moeten we ervoor zorgen dat de Europese Unie een aantrekkelijke markt blijft voor ontwikkelingslanden en moeten we onze ACS-partners de noodzakelijke financiële hulp bieden om zich aan deze onvermijdelijke veranderingen te kunnen aanpassen. Sinds de presentatie van de eerste mededeling van de Commissie in de zomer van 2004 is er al veel nuttig werk verricht, zowel in het Europees Parlement als in de Raad. Daardoor hebben we nu de contouren van een hervorming die het Parlement grotendeels gestalte heeft gegeven. Dit blijkt vooral uit het feit dat de hervorming volledig op basis van een herstructureringsfonds is opgezet. Dat idee had het Europees Parlement begin vorig jaar voor het eerst naar voren gebracht in het verslag van de heer Fruteau en de heer Daul.

Er zijn veel andere voorbeelden die wijzen op de invloed van het Europees Parlement op deze hervorming: het behoud van het interventiestelsel tijdens de overgangsperiode, een vermindering van de prijsverlagingen en de spreiding ervan over een periode van vier jaar met een genereus compensatieplan, alle maatregelen die zijn genomen om het beheer van de leveringen te verbeteren, de mogelijkheden om werkelijk veranderingen te bewerkstelligen in de gebieden waar de herstructurering de meeste gevolgen heeft, en de verdeling van de herstructureringssteun, waarvan minstens 10 procent voor bietentelers en loonwerkbedrijven wordt gereserveerd - een percentage dat de lidstaten afhankelijk van hun eigen situatie kunnen verhogen. Al deze zaken geven aan dat er sprake is van samenwerking die verder gaat dan intentieverklaringen en die echte politieke resultaten heeft opgeleverd.

Ik dank het Europees Parlement hartelijk voor de samenwerking.

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Claude Fruteau (PSE), rapporteur. (FR) Mevrouw de Voorzitter, commissaris, dames en heren, de Europese Unie wordt thans geconfronteerd met de noodzaak haar suikersector te hervormen. Zoals wij allen weten, is die hervorming onontkoombaar. Zij is noodzakelijk omdat we de gemeenschappelijke marktordening voor suiker in overeenstemming moeten brengen met de grondbeginselen van het nieuwe gemeenschappelijke landbouwbeleid. Zij is tevens noodzakelijk om ons aan te passen aan de veranderende regels van de wereldhandel.

Desondanks moeten wij de consequenties niet uit het oog verliezen die de komende veranderingen zullen hebben voor de mannen en de vrouwen die leven van de suikerproductie op de velden en in de fabrieken van de Gemeenschap en de ontwikkelingslanden. In dit licht is het van belang dat de veranderingen in de Europese suikersector niet leiden tot de ontmanteling van onze gemeenschappelijke marktordening voor suiker, tot de geleidelijke afbouw van onze productiecapaciteit of tot de opoffering van onze producenten en die van de armste landen als gevolg van een ongecontroleerde opening van de wereldmarkten. Deze hervorming is weliswaar van essentieel belang, maar zal haar doelstellingen slechts bereiken wanneer we bij ons streven naar doeltreffendheid de eisen van de sociale rechtvaardigheid respecteren.

Dit tweeledige perspectief, dat een evenwicht tot stand brengt, is de rode draad van de drie verslagen waarover het Europees Parlement deze week zal stemmen en die op 29 november jongstleden bijna unaniem zijn goedgekeurd door de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling. Deze teksten zijn de vrucht van verschillende maanden van discussies en hoorzittingen binnen de Commissie landbouw en van gedachtewisselingen met u, commissaris, met uw diensten en met de verschillende betrokken partijen uit de bedrijfstak. Hierin komt een compromis tot uitdrukking waarover is onderhandeld en dat is goedgekeurd door een grote meerderheid van de fracties in dit Parlement.

Dit compromis behelst vier belangrijke aspecten. Het eerste is de invoering van een flexibele regulering van de suikermarkt. Flexibiliteit dus door de geleidelijke invoering van een logica van de markt in deze sector; ik doel hierbij op de referentieprijs, die het concurrentievermogen van de sector zal vergroten. Maar ook regulering om de rampzalige gevolgen te vermijden van een volledig gedereguleerde suikermarkt.

Op het interne vlak betekent dit tijdelijke handhaving van het interventiesysteem om de marktstabiliteit gedurende de komende vier jaar te garanderen, wat zoals wij allen weten economisch gezien moeilijk zal zijn.

Wat het externe aspect van de hervorming betreft, houdt het streven naar regulering in dat we toezicht blijven houden op de invoer van suiker uit de minst ontwikkelde landen. Het is thans namelijk van essentieel belang rekening te houden met de schade die de ongecontroleerde opening van de markten veroorzaakt, zoals het voorbeeld van de westelijke Balkan ons kort geleden heeft laten zien. Tegen deze achtergrond pleit de Commissie landbouw met name voor de invoering van een commerciële garantie in de vorm van een vrijwaringsclausule waarmee de exporten worden beperkt volgens het beginsel van de netto-exporteur teneinde elke aanzet tot fraude te verhinderen wanneer het initiatief "Alles behalve wapens" eenmaal volledig effect heeft gesorteerd. Met deze regeling zouden wij een destructieve driehoekshandel kunnen voorkomen en tegelijkertijd de minst ontwikkelde landen kunnen garanderen dat hun lokale bevolking die werkzaam is in de suikerindustrie, daadwerkelijk profiteert van het preferentiële handelssysteem met de Europese Unie. Deze regeling zou geen enkel gevolg hebben voor de ontwikkelingsmogelijkheden van de suikerindustrie van de MOL en zou geheel en al in overeenstemming zijn met de doelstellingen van het initiatief "Alles behalve wapens".

Het tweede belangrijke aspect van het compromis waarover het Parlement moet stemmen, is de Europese solidariteit tegenover met name de kwetsbaarste regio’s. De regulering van de handel stelt ons in staat markten te stabiliseren en al te bruuske prijsschommelingen in de toekomst tegen te gaan, maar dient tegelijkertijd gepaard te gaan met maatregelen die de gevolgen van de hervorming verzachten voor de bevolkingsgroepen die het zwaarst worden getroffen door bedrijfssluitingen, met name de zwaksten.

Tot hen behoren in de eerste plaats boeren: zij moeten een substantiële compensatie ontvangen voor hun gederfde inkomsten, en met behulp van een deel van de steun waarin de herstructureringsregeling voorziet, moeten diegenen een vergoeding ontvangen die hun recht van leverantie verliezen en verplicht zijn nieuwe investeringen te plegen om om te schakelen op de teelt van andere gewassen.

Op de tweede plaats komen de werknemers van de suikerfabrieken. Zij zijn volledig afhankelijk van de komende herstructurering van de sector, en het is van essentieel belang dat in geval van bedrijfssluitingen met hen rekening wordt gehouden door de voorwaarden te verscherpen waaraan fabrikanten moeten voldoen om steun te ontvangen uit het herstructureringsfonds. Om tenslotte te voorkomen dat de kwetsbaarste regio’s de grootste slachtoffers worden van de herstructurering van de communautaire productie, is het van essentieel belang dat de lidstaten het laatste woord blijven houden over het stopzetten of voortzetten van de productie op hun grondgebied.

Voorts is het van essentieel belang om naar behoren en op een aangepaste wijze rekening te houden met de specifieke situaties en beperkingen van de ultraperifere gebieden. De teelt en de verwerking van suikerriet is van levensbelang voor deze gebieden en neemt op economisch, sociaal en cultureel gebied een onvervangbare plaats in. In dit verband wil ik u, commissaris, bedanken voor uw welwillende oor en voor de inspanningen die u zich hebt getroost om deze gebieden een speciale behandeling te garanderen, met name ten aanzien van compensaties en verkoopsteun. Ik ben ervan overtuigd dat de mensen in deze gebieden die leven van het suikerriet, dankzij deze voorzieningen, die door de leden van het Parlement zijn geëist, de toekomst geruster tegemoet kunnen zien.

Het derde aspect van de hervorming heeft betrekking op de toekomst van de sector door de ontwikkeling van nieuwe afzetmarkten. In een wereldwijde context die enerzijds wordt gekenmerkt door stijgende olieprijzen en anderzijds door de noodzaak broeikasgassen tegen te gaan, is de productie van alcohol in de suikersector een belangrijke troef op het vlak van de ontwikkeling van alternatieve energie. Rekening houdend met de gevolgen van de hervorming van de GMO op de productie, stelt de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling voor op deze ontwikkelingen te anticiperen met een proactief beleid dat gericht is op zowel de landbouwkundige als de industriële aspecten: op het gebied van de landbouw door middel van maatregelen die met name de toegang tot steun voor energiegewassen verbeteren, op industrieel vlak door aanpassing van de herstructureringsregeling om de ontwikkeling van distilleerderijen voor bio-ethanol te bevorderen. Deze instrumenten maken deel uit van een samenhangend wettelijk kader dat de ontwikkeling van de bio-ethanolindustrie stimuleert, een bron van afzetmarkten voor de boeren en voor de hele suikerindustrie.

Tot slot het vierde en laatste belangrijke aspect van onze werkzaamheden, maar niet het onbeduidendste: prijzen. In tegenstelling tot de oorspronkelijke voorstellen van de Commissie, die ingrijpende gevolgen zouden hebben voor de sector, de plattelandsstructuur en de ontwikkelingslanden, heeft de Commissie landbouw zich uiteindelijk uitgesproken voor een langzamere en matigere daling van de suikerprijzen met 30 procent in vier jaar. Door deze prijsdaling wordt de economische doeltreffendheid van de hervorming gewaarborgd en tegelijkertijd een bijdrage geleverd om de gevolgen te verzachten voor de actoren van deze sector. Hierdoor kan een beter behoud van de activiteit in de productiegebieden worden gewaarborgd en kunnen honderdduizenden banen direct en indirect behouden blijven. Deze matiging sluit bovendien aan bij de verbintenissen van Europa op het vlak van ontwikkeling, door de ACS- en MOL-landen die een deel van hun productie naar de Unie uitvoeren, de kans te geven winstgevende prijzen te behouden.

De ministers van Landbouw van de 25 lidstaten hebben eind november, vooruitlopend op de conferentie van de Wereldhandelsorganisatie in Hongkong en zonder de eindstemming in het Parlement af te wachten, een informeel, tijdelijk compromis bereikt over de grote lijnen van de komende hervorming. Hoewel dit akkoord bedoeld was om een gemeenschappelijke politieke lijn uit te stippelen, geeft de wijze waarop de verschillende ondertekenaars het onmiddellijk misbruikt hebben in de media door te suggereren dat ze de hervorming eerder dan gepland overeengekomen waren, een duidelijk signaal af: ik vind dat hierdoor de wens van de Commissie en van de Raad tot uitdrukking komt om het Europees Parlement te passeren, waarvan het voorafgaand advies echter verplicht is voordat een besluit wordt genomen. In die zin vind ik deze manier van doen volledig onaanvaardbaar en moet zij met de grootste stelligheid aan de kaak worden gesteld.

Hoe het ook zij, dit compromis ligt thans ter tafel, en ook al volgt het de door de Commissie landbouw voorgestelde amendementen niet naar de letter, toch moet ik zeggen dat het in deze vorm op een opmerkelijke wijze bevestigt hoezeer de Raad zich gedistantieerd heeft van de oorspronkelijke voorstellen.

Ten aanzien van de vier belangrijke aspecten die ik zojuist heb genoemd, zijn we in het kader van het compromis aanzienlijk opgeschoven in de richting van de meer gematigde en evenwichtige maatregelen die de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling had voorgesteld. Wat de regulering betreft, wordt het idee overgenomen om de interventieregeling vier jaar lang te handhaven voordat wordt overgegaan op een referentieprijs, die de logica van de markt introduceert in de gemeenschappelijke marktordening voor suiker. Ten tweede, en belangrijker nog, bevestigt het compromis de juistheid van de analyse van het Parlement ten aanzien van de noodzaak dat het beheer van het aanbod van suiker op de gemeenschappelijke markt mogelijk blijft. Hoewel de voorgestelde maatregelen verschillen, convergeert de filosofie erachter in die zin dat het initiatief "Alles behalve wapens" wordt aangepast.

Wat betreft de versterking van de Europese solidariteit, geeft de Raad zijn fiat aan de verhoging van de steun aan boeren door een compensatie voor te stellen van 64,2 procent van de gederfde inkomsten in plaats van 60 procent, zoals oorspronkelijk voorgesteld. Hij neemt voorts het idee over om 10 procent van het als herstructureringssteun bedoelde geld uit te betalen aan boeren. Het voorstel van het Parlement ten aanzien van een gedeeltelijke koppeling en modulatie van de steun voor de armste regio’s is echter niet overgenomen.

Ten aanzien van het derde punt, nieuwe afzetmarkten, hebben de ministers van Landbouw van de 25 lidstaten de mogelijkheid bevestigd van een gedeeltelijke ontmanteling van fabrieken, waardoor distilleerderijen voor bio-ethanol kunnen worden ontwikkeld. Desondanks zijn de verwachte financiële stimuleringsmaatregelen voor de ontwikkeling van energiegewassen niet verwezenlijkt. Op het gebied van de prijzen tenslotte is de door de Raad voorziene daling met 36 procent in vier jaar niet zo snel of drastisch als de oorspronkelijke voorstellen en volledig in overeenstemming met de werkzaamheden van de Commissie landbouw van het Europees Parlement.

Ondanks deze onbetwistbare vooruitgang, die wij moeten toejuichen, zijn enkele voorstellen niet overgenomen, met name ten aanzien van een verscherping van de voorwaarden waaraan fabrikanten moeten voldoen om te profiteren van de herstructureringssteun. Het is in dit opzicht zeer te betreuren dat de Raad tot op de dag van vandaag alle sociale criteria heeft genegeerd die in acht genomen moeten worden, alsmede het feit dat uiteindelijk de lidstaten bevoegd zijn om een beëindiging van de productie al dan niet goed te keuren. Bovendien wil ik hier, ook al moet ik hiervoor het strikte kader verlaten van dit debat en van mijn verslagen, uiting geven aan mijn verontwaardiging over de wijze waarop de ACS-landen worden behandeld. In het licht van een hervorming en met name een prijsverlaging, waarvan de gevolgen desastreus zullen zijn voor een groot deel van hen, kan het bedrag van veertig miljoen euro dat de Raad voor 2006 heeft toegekend, slechts worden gezien als bespottelijk en beledigend. De Europese Unie moet werkelijk de middelen vinden die noodzakelijk zijn om een eind te maken aan deze situatie, die in schril contrast staat met datgene wat de staats- en regeringsleiders herhaalde malen hebben gezegd over ontwikkelingshulp aan de armste landen.

Het ligt voor de hand, dames en heren, dat de ministers van Landbouw zich moeten blijven inspannen tijdens de onderhandelingen in februari als zij een definitief akkoord willen bereiken dat voor iedereen acceptabel is. In dit licht hoop ik dat het Parlement zich met de grootst mogelijke meerderheid uitspreekt voor de drie verslagen die ter tafel liggen, teneinde een sterk signaal af te geven aan de leden van de Raad opdat de laatste hiaten in het tijdelijke compromis van november worden opgevuld en de GMO voor suiker op een rechtvaardige en doeltreffende wijze wordt hervormd.

 
  
MPphoto
 
 

  Glenys Kinnock (PSE), rapporteur voor advies namens de Commissie ontwikkelingssamenwerking. - (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik dank de commissaris en de heer Fruteau voor hun voortreffelijke aanpak van deze zeer omstreden en lastige kwestie.

De hervorming van de suikersector is belangrijk, maar ik kan niet goedkeuren dat de bijkomende schade van een interne hervorming binnen de Europese Unie gevolgen heeft voor de kleine, kwetsbare economieën waarmee wij zeer speciale betrekkingen en partnerschappen onderhouden.

Gedurende de besprekingen hebben de ACS-landen zich sterk gemaakt voor een geleidelijke prijsverlaging, afschaffing van de dumping en voor aanvullende langlopende financiering om hen te helpen deze drastische hervorming op te vangen. Hun verzoeken zijn grotendeels afgewezen. Volgens de heer Fruteau voelen de ACS-landen zich in de steek gelaten en bedrogen door wat nu op tafel ligt. Ze hebben geen enkele garantie waar ze op de lange termijn het geld vandaan moet halen voor de herstructurering en diversificatie binnen en buiten de suikersector. Alleen in het Caribische gebied al wordt het verlies ten gevolge van de prijsverlagingen geschat op zo’n 125 miljoen euro.

De landen van het ACS-suikerprotocol leverden tropische suiker toen Europa dat nodig had. Nu vragen ze om begrip voor het feit dat ze van dat product afhankelijk zijn voor hun inkomsten in buitenlandse valuta die stabiliteit hebben gebracht en die hen in staat stellen de democratie in stand te houden.

Er ligt een compensatievoorstel op tafel voor een bedrag van 7,5 miljard euro voor Europese boeren. Tot nog toe hebben de ACS-landen veertig miljoen euro gekregen, te verdelen over achttien landen, en hoe het geld verdeeld gaat worden, is niet eens duidelijk. Bovendien heeft commissaris Mandelson gisteravond tijdens het WTO-debat gewaarschuwd dat het bedrag van 190 miljoen euro, dat de Commissie heeft voorgesteld, nu in gevaar komt door een verlaging van 20 procent die tijdens de begrotingsonderhandelingen is overeengekomen.

Commissaris, waar moet dat geld precies vandaan komen? Is het de bedoeling van de Commissie om de ontwikkelingsbegroting nog verder leeg te roven om de kosten voor deze begeleidende maatregelen voor de ACS-landen te kunnen dekken? Ik hoop dat de commissaris voor Ontwikkeling, de heer Michel, voet bij stuk houdt en dat u, in lijn met uw opmerking over uw belangstelling voor ontwikkelingslanden, uw steun geeft voor nieuwe en aanvullende financiële middelen om de begeleidende maatregelen te kunnen dekken.

Een ander punt van zorg betreft de gevolgen van de reglementering voor de minst ontwikkelde landen. Ik verwijs u naar de amendementen die ik over deze kwestie heb ingediend. Bijna alle minst ontwikkelde landen van de wereld zijn lid van de ACS-groep. Daarom is al hun aandacht gericht op het vreselijke voorstel om onze toezeggingen op grond van het initiatief “Alles behalve wapens” (EBA) in te trekken. Vanaf 2009 moeten alle minst ontwikkelde landen profiteren van dezelfde gegarandeerde prijs als is voorzien in het ACS-suikerprotocol. We mogen de naleving van de Europese toezeggingen om de minst ontwikkelde landen een stabiele, heffings- en quotumvrije toegang voor de lange termijn te bieden, niet uitstellen.

De vrijwaringsclausule die de Raad is overeengekomen, schrijft een stijging voor van maximaal 25 procent per jaar voor import uit de minst ontwikkelde landen. Dat maakt een lachertje van het EBA-akkoord. De minst ontwikkelde landen derven alleen in het eerste jaar al 783 miljoen euro aan potentiële inkomsten. Ik hoop dat dit Parlement niet zal accepteren dat er een situatie ontstaat die een Europees initiatief waar we terecht trots op waren, in gevaar brengt. We mogen niet voor uitstel van de tenuitvoerlegging of voor een vrijwaringsclausule stemmen, waardoor de belofte van het EBA-akkoord aan waarde inboet.

In lijn met de doelstelling dat er samenhang is tussen landbouw- en ontwikkelingsprioriteiten raad ik aan dat we de amendementen inzake de afschaffing van de exportsubsidies en de C-suikeruitvoer steunen. Als we niets doen, geven we een heel verkeerd signaal af aan miljoenen armen overal ter wereld, in een tijd dat Europa zich moet richten op Making Poverty History.

 
  
MPphoto
 
 

  Béla Glattfelder (PPE-DE), rapporteur voor advies van de Commissie internationale handel.(HU) Mevrouw de Voorzitter, de Commissie internationale handel heeft een aanbeveling voor het vandaag besproken ontwerpverslag opgesteld. Deze omvatte drie hoofdpunten. Het eerste was dat de commissie een bescheiden prijsverlaging voorstelt. In ons voorstel beperkt de Europese Unie de invoer efficiënter en ontvangen de suikerproducerende landbouwers in de Europese Unie een hogere vergoeding.

Deze voorstellen pakken voor de Europese suikerindustrie veel gunstiger uit dan die van de Europese Commissie. Helaas is het besluit van de Raad van ministers van Landbouw van november uiterst teleurstellend omdat het onvoldoende rekening houdt met de belangen van de Europese landbouw, en eigenlijk is het zelfs de vraag of een besluit als dit zal leiden tot de ontwikkeling van een stabiele suikermarkt in de Europese Unie.

Het Parlement mag vandaag alleen hopen op wat kleine aanpassingen, maar we houden nog steeds onverkort vast aan een paar punten. Zo zouden we het voor suikerbietenverbouwers mogelijk willen maken om een aandeel tot maximaal 50 procent uit het herstructureringsfonds te ontvangen, in plaats van de huidige 10 procent.

Ik zou onder de aandacht willen brengen dat de commissie daadwerkelijke beperking van de invoer uiterst belangrijk vindt. Zelfs de Verenigde Staten van Amerika bijvoorbeeld beperken de invoer onder preferentiële voorwaarden. Als de Verenigde Staten geen fraude toestaan, dan mag de Europese Unie dat evenmin omdat dat de internationale reputatie van de Europese Unie schaadt. Bovendien is een systeem dat strikte quota oplegt aan producenten in de Europese Unie, maar importeurs toestaat om de markten van de Europese Unie zonder enige beperking te bevoorraden, volkomen zinloos en onrechtvaardig.

 
  
MPphoto
 
 

  Terence Wynn (PSE), rapporteur voor advies van de Commissie begrotingscontrole. - (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik wil tegen de commissaris zeggen dat ik applaudisseerde toen zij haar voorstellen voor de eerste maal aan de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling voorlegde. Ik besef dat ik in die commissie als enige applaudisseerde, waardoor ik met veel van mijn collega's in conflict raakte. Ik applaudisseerde omdat ik al naar hervormingen in deze sector streef sinds ik in 1991 het verslag van de Rekenkamer las. Ik wilde het bestaande regime wijzigen vanuit het oogpunt van de begrotingscontrole, de begroting, ontwikkeling, de WTO en de consument. Daarom ben ik in conflict gekomen met de heer Fruteau, die ik ten zeerste respecteer en voor wie ik oprechte bewondering koester. Ik vind echter dat we de roep om “wijzigingen” niet moeten honoreren. Er is een ingrijpende herziening nodig, zoals de commissaris heeft voorgesteld. We moeten niet akkoord gaan met minder sterke prijsverlagingen, met hogere compensaties en met lagere quotareducties dan de Europese Commissie heeft voorgesteld. We moeten niet akkoord gaan met instrumenten voor het structuurbeleid en het sociale-cohesiebeleid die bedoeld zijn om de suikerboeren in de watten te leggen. In het oorspronkelijke voorstel werden alle producenten uit de ACS-landen gelijk behandeld. De boeren in de EU ontvangen reeds grote bedragen uit de GLB-fondsen. Laten we bedenken dat suikerfabrikanten, -verwerkers en -raffinaderijen niet tot de armsten op deze planeet behoren.

Ik ben het met u eens dat we toezicht moeten houden op de invoer uit minder ontwikkelde landen om fraude en driehoekshandel tegen te gaan. Het gaat hier echter slechts om kleine bedragen. De suikerproductie in de EU van 17 miljoen ton zal niet worden verstoord en de markt zal niet uit zijn evenwicht raken door invoer uit de minst ontwikkelde landen.

Amendement 61 over de “Alles behalve wapens”-overeenkomst moet niet worden aangenomen. Wat wij de minst ontwikkelde landen in de maag proberen te splitsen, is onaanvaardbaar. We moeten de lijn volgen die mevrouw Kinnock heeft uitgezet. Hoe we deze hervormingen ook invullen, de ontwikkelingslanden mogen er niet de dupe van worden.

 
  
MPphoto
 
 

  Albert Deß, namens de PPE-DE-Fractie. (DE) Mevrouw de Voorzitter, mevrouw de commissaris, dames en heren, de hervorming van de marktordening in de suikersector is een van de grootste hervormingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid in deze zittingsperiode. De hervorming is een acrobatische evenwichtstoer tussen enerzijds de eisen van de Wereldhandelsorganisatie, de verplichtingen uit het initiatief “Alles behalve wapens” en het besluit van het panel, en anderzijds de telers van suikerbieten en suikerriet en de economische belangen die daarmee verbonden zijn in Europa.

De Commissie, vertegenwoordigd door commissaris Fischer Boel, het Parlement en bovenal de Raad dragen de grootste verantwoordelijkheid voor deze evenwichtstoer. Ongeveer 350 000 boerenfamilies en meer dan 100 000 werknemers in de betreffende economische sectoren van de EU worden erdoor getroffen. Veel suikerbietentelers en werknemers in de suikerindustrie vragen zich nog steeds af waarom het nodig is om een marktordening in de suikersector te hervormen, en nog wel op zo’n grote schaal, die decennialang zo goed heeft gefunctioneerd. Het antwoord is heel eenvoudig: omdat de internationale verplichtingen die lang geleden zijn aangegaan, betekenen dat zonder hervorming de toekomst van de suikerbieten- en suikerrietteelt in de Europese Unie zeer twijfelachtig zou zijn na 2009.

Met een hervorming van de marktordening in de suikersector hebben we de mogelijkheid om een groot deel van de productie in Europa te behouden, ook al brengt deze hervorming pijnlijke inkomensverliezen voor suikerproducenten met zich mee. Het is jammer – zoals de heer Fruteau al zei – dat de Commissie en de Raad van ministers na de Raadsovereenkomst van 24 november de indruk hebben gewekt dat de marktordening in de suikersector nu een uitgemaakte zaak was. Feit is evenwel dat deze overeenkomst niet meer of minder was dan een intentieverklaring van de Raad. Pas wanneer de ministers opnieuw bijeenkomen, op 19 februari, kan de Raad een definitief besluit nemen over de marktordening in de suikersector.

Ik ben blij dat de Raad in grote mate de eisen uit onze ontwerpresolutie van 10 maart 2005 heeft overgenomen. Zo had de Commissie prijsverlagingen tot 50 procent op het oog voor suikerbieten. Een meerderheid van de Commissie landbouw wilde een prijsverlaging van 30 procent voor witte suiker; de Raad ging akkoord met 36 procent. In haar voorstel had de Commissie 60 procent uitgetrokken voor compensatiebetalingen, terwijl de Raad dit wil verhogen naar 64,2 procent.

Verheugend is ook dat de hervorming moet gelden tot 2014/2015 en dat wordt afgezien van een quotaoverdracht tussen de lidstaten. Hiervoor wil ik de nieuwe Duitse minister van Landbouw, de heer Horst Seehofer, bedanken die al kort na zijn inauguratie een belangrijke rol speelde tijdens de onderhandelingen in de Raad om de voorstellen van de Commissie te veranderen ten gunste van de suikerbieten- en suikerriettelers in de Europese Unie.

Er zijn vooral verbeteringen nodig in het herstructureringsfonds. De Raad is van plan om tenminste 10 procent van de beschikbare herstructureringsmiddelen te reserveren voor de landbouw. De Commissie landbouw wil dat tenminste 50 procent wordt gereserveerd om productiealternatieven te creëren voor de landbouw, en als het definitieve besluit hierover in de Raad wordt genomen, wil ik commissaris Fischer Boel en de Raad vragen om rekening te houden met de uitslag van de stemming in dit Parlement.

De politieke chantage van Oekraïne door Rusland bij de gasleveringen vormt het bewijs dat wij elke gelegenheid moeten aangrijpen om de Europese Unie een stuk onafhankelijker te maken op het gebied van energie. De landbouw in Europa is in staat om op landbouwgrond die niet meer voor de productie van levensmiddelen wordt gebruikt, energie te produceren in de vorm van biomassa. Het is de taak van de Commissie en de Raad om economisch zinvolle energieproductie te stimuleren met een financiële injectie uit het herstructureringsfonds, en ze moeten alles doen wat in hun macht ligt om een halt toe te roepen aan de zogenaamde driehoekshandel waarover hier al is gesproken.

Als schaduwrapporteur van de Fractie van de Europese Volkspartij (Christen-democraten) en Europese Democraten wil ik in het bijzonder de voorzitter van de Commissie landbouw, de heer Daul, en de rapporteur, de heer Fruteau, bedanken voor hun uitstekende samenwerking bij het verslag over de hervorming van de gemeenschappelijke marktordening in de suikersector. Ik wil tevens alle andere collega’s bedanken die een constructieve bijdrage aan dit verslag hebben geleverd.

Als wij donderdag stemmen over de hervorming van de marktordening in de suikersector geeft dit Parlement een signaal af en roept het de Commissie en de Raad op om hun intentieverklaring te wijzigen, al is het maar op een paar punten.

 
  
MPphoto
 
 

  Katerina Batzeli, namens de PSE-Fractie. - (EL) Mevrouw de Voorzitter, allereerst wil ik namens de socialistische fractie de rapporteur, de heer Fruteau, van harte bedanken voor de uitgebalanceerde en efficiënte manier waarop hij zijn voorstellen heeft ingediend, maar ook voor zijn samenwerking met de fracties en alle parlementaire commissies.

Ik moet er echter helaas op wijzen dat de Commissie en de Raad een besluit hebben genomen over de herziening van een van de belangrijkste marktordeningen zonder de besluiten van de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling af te wachten.

Bent u van mening, mevrouw de commissaris, dat met de manier waarop u dit vraagstuk hebt aangepakt een echte interinstitutionele samenwerking wordt bevorderd? Natuurlijk niet! Kunt u ons vandaag één voorbeeld noemen van goede samenwerking met het Europees Parlement? Welke voorstellen van het Europees Parlement bent u van plan over te nemen? Hebt u een mandaat, en bent u van plan om de Raad er op dynamische wijze van te overtuigen die richting uit te gaan?

De suikerherziening is een van te voren aangekondigde misdaad niet alleen voor de agrarische gebieden maar ook voor de Europese industrie, en heeft dubieuze resultaten voor de ontwikkelingslanden en met name de minst ontwikkelde landen. In veel regio’s - waaronder ook in mijn land, Griekenland - zijn de suikerbietenproducenten en de werknemers in de suikerindustrie - ook de Griekse suikerindustrie - gaan manifesteren uit protest tegen de verstrekkende gevolgen die de vermindering met 36 procent zal hebben.

U zei, mevrouw de commissaris, dat u de suikerindustrie in de Europese Unie levensvatbaar wilt maken. Of u overdrijft, of uw gegevens kloppen niet! Uit zowel de ramingen als de resultaten blijkt namelijk dat de suikerindustrie zal inkrimpen of zelfs geheel zal verdwijnen, en dat met deze industrie ook de producenten in deze gebieden zullen verdwijnen.

Daarom dringen wij, met het oog op een nauwe samenwerking en een zachte aanpassing van de nieuwe markt, aan op bepaalde voorstellen uit het verslag-Fruteau.

Ten eerste willen wij een aanzienlijke compensatie voor de inkomensderving van met name kleine producenten, die het hardst getroffen worden door de steunvermindering.

Ten tweede vragen wij om een daadwerkelijke activering van het herstructureringsfonds, als uitgangspunt voor niet alleen een daadwerkelijk overleg met alle producenten en werknemers maar ook de opstelling van geïntegreerde operationele programma’s en herstructureringsprogramma’s, om te voorkomen dat deze gebieden worden verlaten.

Ten derde willen wij steun van 80 euro per hectare voor de arealen die met energiegewassen worden beplant, waarbij wij tevens de totaal toegestane oppervlakte willen verhogen van 1,8 tot 2,8 miljoen hectare. Dat is heel belangrijk gezien de pogingen die worden ondernomen om milieuvriendelijke energie te ontwikkelen.

Ten vierde moet gedurende een overgangsperiode de mogelijkheid worden geboden om de producenten nationale steun te geven. Ook moet een bepaald percentage - 30 à 50 procent - van het bedrag dat beschikbaar zal worden gesteld voor de herstructurering van de industrie aan de producenten worden gegeven, natuurlijk op voorwaarde dat zij doorgaan met de teelt van andere gewassen.

Dit betekent natuurlijk, mevrouw de commissaris, dat u zich tijdens de onderhandelingen over de financiële vooruitzichten inzet voor het veilig stellen van de suikerbegroting. Anders zal dit een ongedekte cheque zijn, en dan zal ten gevolge van het slechte organisatietalent van de Commissie de geloofwaardigheid van de communautaire instellingen in de ogen van de Europese burgers nog verder kelderen.

 
  
MPphoto
 
 

  Niels Busk, namens de ALDE-Fractie. – (DA) Mevrouw de Voorzitter, allereerst wil ik de commissaris, mevrouw Fischer Boel, gelukwensen met deze hervorming. Het was een ambitieus voorstel dat de Commissie indertijd indiende, en het is een uitstekend compromis dat daarna door de Raad is aangenomen. Het resultaat is duidelijk: meer vrijhandel in suiker. De armste landen van de wereld krijgen de komende jaren vrije toegang tot de Europese markt en de suikerprijs gaat omlaag en komt dichterbij de wereldmarktprijs.

Het ergert me dat het Parlement te laat is met zijn bijdrage. Ondanks vele aansporingen van vorig jaar om uit de startblokken te komen, bevinden we ons nu in een situatie waarin onze rol is uitgespeeld, omdat het besluit al genomen is in de Raad Landbouw. Daarmee is niet gezegd dat het Europees Parlement geen stempel op de hervorming heeft gedrukt, integendeel. Diverse elementen van de hervorming zijn het gevolg van wensen waarmee het Europees Parlement is gekomen. Zo is het gedeelte over de herstructurering een goed voorbeeld van versterking van de regio’s waar de productie van suikerbieten een cruciaal element is.

Het verheugt me dat we er eindelijk in geslaagd zijn om er een hervorming van de suikerregeling door te krijgen, een regeling die in grote lijnen veertig jaar lang onveranderd is gebleven. Met de hervorming zijn we een flink eind in de goede richting gekomen, naar meer markteconomie, maar ik zou graag zien dat we nog verder gaan. We moeten niet alleen zorgen voor vrijhandel met landen buiten de Gemeenschap, want het is immers een feit dat we binnen de EU geen vrije markt hebben. Pas als we de nationale quota opheffen, zodat de productie daar plaatsvindt waar ze het best en het meest rendabel is, kunnen we zeggen dat we een vrije interne markt hebben.

Er zitten diverse elementen in de hervorming die het benadrukken waard zijn. Dat staat de tijd echter helaas niet toe. Ik noem speciaal het voorstel betreffende het versterken van het gebruik van biobrandstof en de productie van ethanol, iets waarop we mijns inziens zo snel en zoveel mogelijk moeten inzetten. Gelukkig doet een aantal lidstaten dat al, terwijl andere aarzelen en er nog niet mee aan de gang zijn. Niet alleen suikerbieten maar ook andere gewassen kunnen op voormalige suikerbietgronden worden geteeld en voor biobrandstof worden gebruikt, een brandstof die uit facilitair, ecologisch en ook economisch oogpunt een belangrijk deel van de energieproductie van de toekomst vormt.

De grootste slag in de strijd om de grondslag voor biobrandstof te leggen, moet worden geleverd met de ministers van Financiën van de lidstaten, die een beetje té veel azen op de olieheffingen en de bijdrage die deze aan de staatskas leveren. Hoe juist ook ze is, de hervorming – en speciaal de prijsreductie – zal grote en negatieve gevolgen hebben voor een aantal van de armste landen van de wereld, die zich niet in vrije concurrentie op de wereldmarkt kunnen redden. Met de zeer hoge EU-prijs voor suiker dragen wij een zeer groot deel van de verantwoordelijkheid daarvoor. Daarom is het van levensbelang dat we voldoende middelen reserveren voor de herstructureringstaak waarvoor deze landen staan. Tot slot wil ik de rapporteur, de heer Fruteau, bedanken voor de goede samenwerking.

 
  
MPphoto
 
 

  Friedrich-Wilhelm Graefe zu Baringdorf, namens de Verts/ALE-Fractie. (DE) Mevrouw de Voorzitter, mevrouw de commissaris, we zijn het erover eens dat de hervorming van de marktordening in de suikersector nodig was. Er zat een rotte appel in deze marktordening wat betreft de hoeveelheden en de middelen die uit de begroting moesten komen: per slot van rekening werd het exportquotum overschreden met 5-6 miljoen ton, wat leidde tot een desastreus dumpingeffect. De voordelen voor de ACS-landen die een deel van hun suiker tegen onze voorwaarden aan ons konden leveren, werden tenietgedaan door het instorten van de prijzen, waaraan wij hebben bijgedragen met deze dumpingpraktijk op de wereldmarkt.

Hoewel we het met elkaar eens waren, was er sprake van twee verschillende uitgangspunten. Enerzijds was er het idee om quota te gebruiken om de hoeveelheden weer terug te brengen tot een redelijke omvang en om landen in de derde wereld, ook de minst ontwikkelde landen, er meer bij te betrekken. Anderzijds was er het uitgangspunt van de Commissie om een begin te maken met het liberaliseren van deze ordening, prijzen te verlagen en rationalisatie op deze terreinen te promoten – een oplossing die zou uitmonden in volledige liberalisering.

We hebben lang en stevig gediscussieerd in de commissie – het heeft geen zin om op de details in te gaan, daarvoor is ook niet genoeg tijd. Toen ze merkte dat er in het Parlement behoorlijk wat weerstand was, heeft de commissaris het Parlement buitengesloten en, samen met de Raad, de zaak beklonken zonder naar het Parlement te luisteren. Ze wist dat ze zich dit kon veroorloven, omdat ze er ten eerste vanuit kon gaan dat het Parlement geen medebeslissingsbevoegdheid heeft, en ten tweede, omdat ze cadeaus heeft uitgedeeld aan degenen wier belangen op het spel stonden door deze marktordening in de suikersector. Het grootste cadeau – de herstructureringssteun van zes miljard euro aan de industrie – heeft de stemming doen omslaan bij de belangengroepen. Zo kon zij haar hervorming erdoor drukken.

Het enige punt waarbij nog zeer veel weerstand is, is de vraag hoe deze herstructureringsmiddelen zullen worden beheerd. Wij hebben hiervoor voorstellen gedaan. Het scenario waarbij de boeren slechts 10 procent krijgen en er geen bedrijfsmatige en regionale ontwikkelingsplannen hoeven te worden opgesteld waarbij ook rekening wordt gehouden met de sociale en ecologische criteria of de werknemers, is onacceptabel. Mijn fractie zal daarom voorstellen om deze kwestie terug te verwijzen naar de commissie, zodat wij er met de commissaris over kunnen onderhandelen en er nog iets uit kunnen halen voor de boeren en de regio’s. Als we dit zo goedkeuren, zal niemand een vinger uitsteken. Ik hoop dat de andere fracties ons zullen volgen.

 
  
MPphoto
 
 

  Paul Verges, namens de GUE/NGL-Fractie. (FR) Mevrouw de Voorzitter, de hervorming van de gemeenschappelijke marktordening voor suiker veroorzaakt grote bezorgdheid, zowel in de ACS-landen als in de ultraperifere gebieden. Die bezorgdheid is met name groot op het eiland Réunion, waar suikerriet nog steeds het belangrijkste landbouwgewas is. De mobilisatie van de actoren in de suikerrietsector is niet tevergeefs geweest. Zij heeft geleid tot ingrijpende wijzigingen van het oorspronkelijke hervormingsproject. Wij nemen nota van deze positieve wijzigingen en juichen het werk toe dat de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling en haar rapporteur hebben verricht.

Desondanks moeten wij met beide benen op de grond blijven staan. De maatregelen die zijn voorgesteld om de gevolgen van deze hervorming te verzachten, zijn tijdelijk en als zodanig louter palliatieven die uitsluitend bedoeld zijn om goedkeuring te verkrijgen voor een hervorming die uiteindelijk catastrofale gevolgen kan hebben. In die zin delen de ultraperifere gebieden het lot van de ACS-landen. Wij kunnen hen niet in de waan laten dat hun toekomst verzekerd is. Zij is des te minder zeker omdat de onzekerheid over de tijd na 2013 groot is. Hoe groot zal de nationale compensatie zijn naast de ontoereikende communautaire compensatie, en vooral, wordt zij na 2013 voortgezet?

Deze bezorgdheid is des te meer op haar plaats omdat de Top van Hongkong de suggestie heeft gewekt dat in 2009 een nieuwe discussie van start gaat met gevolgen voor de Europese begroting, inclusief het gemeenschappelijk landbouwbeleid. Wanneer we bedenken dat van een stronk suikerriet gemiddeld zeven jaar geoogst kan worden, waarna hij herplant moet worden, kunnen we ons levendig voorstellen dat deze onzekerheid het vertrouwen kan ondergraven dat noodzakelijk is om de herplantingsdoelstellingen te verwezenlijken die de Europese Unie tot nu toe heeft ondersteund. Uiteindelijk gaat het om de vraag hoe de suikerrietsector gered kan worden.

Mevrouw de Voorzitter, ik wil tot slot tegen u zeggen dat het in het licht van deze situatie, waarin de toekomst van onze planters niet langer verzekerd is dan de levensduur van een stronk suikerriet, voor ons onmogelijk is het verslag goed te keuren dat ter tafel ligt.

 
  
MPphoto
 
 

  Witold Tomczak, namens de IND/DEM-Fractie.(PL) Mevrouw de Voorzitter, de methoden die worden gebruikt om de suikermarkt te hervormen gaan in tegen de strategische doelen van de EU en het gemeenschappelijk landbouwbeleid.

De EU subsidieert het dumpen van overschotten aan B-suiker op de markten van derde landen. Dit is duur en het leidt tot verstoring van de internationale handel. Limieten voor de productie van suiker moeten primair worden opgelegd aan landen met hoge B-quota, en het zijn ook deze landen die de kosten van de hervorming moeten dragen. A-quota zijn per slot van rekening bedoeld voor de eigen behoeften van de lidstaten. Het combineren van A- en B-quota zou daarom betekenen dat veel lidstaten het risico zouden lopen dat ze niet langer zelfvoorzienend zijn met betrekking tot suiker. Het zou ook betekenen dat landen die geen enkele rol hebben gespeeld bij het veroorzaken van deze overproductiecrisis op onrechtvaardig hoge herstructureringskosten worden gejaagd.

Gezien de doelstelling van de hervorming is dit voorstel onrechtvaardig en onlogisch. De kosten van het oplossen van de problemen van de overproductie, die veroorzaakt zijn door een klein aantal lidstaten, moeten worden opgehoest door andere, met name de nieuwe lidstaten, die toch veel lagere B-quota hebben. Waarom zouden ze dat moeten doen? De oude EU-lidstaten hebben een B-suikerquotum van 2,7 miljoen ton toegewezen gekregen, tegenover de nieuwe lidstaten slechts 0,12 miljoen ton. Aan milieuproblematiek wordt ook voorbijgegaan in de voorgestelde hervorming. Boeren zullen worden gedwongen om de suikerbietenproductie te intensiveren en deze te concentreren in geselecteerde landen en regio’s, allemaal ter wille van meer concurrentie. Wat heeft dit te maken met bescherming van het milieu? Deze hervorming zal ook ten koste gaan van de sociale, economische en regionale cohesie. Zij zal resulteren in nog meer boerenbedrijven die failliet gaan en tot gedwongen ontslagen bij suikerfabrieken, hetgeen in strijd is met de Lissabon-strategie. De voorgestelde hervorming van de suikermarkt is gebaseerd op een merkwaardige opvatting van het begrip solidariteit, die we helaas aan de Commissie en bepaalde regeringen te danken hebben.

De hervorming van de suikermarkt waarover nu gesproken wordt, is in tegenspraak met het gemeenschappelijk landbouwbeleid. Weer wordt duidelijk dat dit beleid gemeenschappelijk…

(Spreker wordt door de Voorzitter onderbroken)

 
  
MPphoto
 
 

  Sergio Berlato, namens de UEN-Fractie. – (IT) Mevrouw de Voorzitter, mevrouw de commissaris, dames en heren, wij hebben altijd al gezegd, zowel in commissieverband als in dit Parlement, dat de haast waarmee de Commissie haar eigen voorstel erdoor wil jagen - waarbij zelfs de institutionele en communautaire regels overtreden worden - op zijn minst verdacht is. Het is niet zo moeilijk te raden waarom men zoveel haast had: na de WTO-onderhandelingen zou het stellig veel lastiger voor de commissaris worden om een hervorming door te drukken die vooral in het teken staat van forse prijsdalingen en een gedeeltelijke compensatie van de verliezen.

Mijn fractie, mevrouw de Voorzitter, is het eens met de noodzaak van een hervorming. Maar wij hebben altijd gezegd dat deze hervorming niet alleen wijzigingen moet aanbrengen, maar vooral ernaar moet streven de sector internationaal concurrerend te houden, op de lange en middellange termijn. Wij hebben ons dus van meet af aan verzet tegen het voorstel van de Commissie, die van plan is de zwakste en minst geschikte gebieden op te offeren en de productie te concentreren in bepaalde lidstaten. Op die manier moet een beperkte groep het gelag betalen voor een onvermijdelijke afkalving van de globale Europese productie.

Gelukkig heeft de Raad een aantal scherpe kantjes van het oorspronkelijke voorstel van de Commissie weggehaald. Zo heeft de Raad onder meer de mogelijkheid ingelast dat de lidstaten tot een maximumgrens van 30 procent productiegebonden steun verstrekken. Toch is het bereikte compromis niet volledig bevredigend en het is nog steeds te nadelig voor de bedrijfstak. Nu is het de beurt van het Parlement. Wij moeten de verantwoordelijkheid die wij krachtens de Verdragen hebben, op ons nemen en een eigen advies uitbrengen.

Ofschoon het heel moeilijk zal worden het inmiddels afgesloten debat te heropenen, moet de Raad op het moment dat de hervorming officieel van start gaat, bekijken of een paar van de fundamentele wijzigingen die het Parlement had voorgesteld om de tekst te verbeteren, alsnog ingelast kunnen worden. Onder meer: handhaving van het interventiestelsel tot 2010; variatie van de compensatiesteun op grond van de productie; minstens 50 procent van de herstructureringspremie verplicht bestemmen voor de telers van suikerbieten en cichorei, om hun inkomensderving op te vangen; herformulering van de voorwaarden voor toetreding tot de herstructureringsregeling via ondertekening van een bedrijfsakkoord met de suikerbieten- en cichoreitelers.

 
  
MPphoto
 
 

  Peter Baco (NI).(SK) Dames en heren, ik raad u aan geen van de drie verslagen over de hervorming van de suikerregeling goed te keuren. Deze hervorming werkt de groei, de plattelandsontwikkeling en de economie van de minst ontwikkelde regio’s van de Europese Unie alleen maar tegen, en als zodanig ook de strategie van Lissabon.

Zelfs de betere amendementsvoorstellen in de verslagen van de heer Fruteau brengen onvoldoende verbetering in de hervorming, die ertoe zal leiden dat de Europese Unie een unieke kans verspeelt om binnen het WTO-kader een leidende rol te spelen in de liberalisering van de landbouwhandel. Dit is zeer betreurenswaardig, omdat een leidende rol op dit terrein ons in staat zou stellen onze doelstellingen bij de onderhandelingen over de liberalisering van de handel in niet-agrarische basisproducten te bereiken.

Het grootste probleem is dat de hervorming niet vertrouwt op de natuurlijke krachten van de markt om de huidige overgebureaucratiseerde regeling te corrigeren, maar juist inzet op een nieuwe reeks onbeproefde, niet-marktgerichte en complexe administratieve beperkingen. Zo wordt bijvoorbeeld voor de handel in belangrijkere basisproducten, zoals meel en granen, geen gebruik gemaakt van quota of prijsregulering.

De behoefte aan een ander soort hervorming wordt versterkt door de ingrijpende ontwikkelingen op het gebied van bio-energie. Daarom heb ik de desbetreffende instanties al voorstellen gedaan voor een marktgerichte regulering. Wat de verslagen-Fruteau betreft zou het Parlement in het bijzonder zijn steun moeten verlenen aan de aanbeveling van de Commissie landbouw, krachtens welke de Raad nooit een definitief politiek akkoord zal mogen sluiten zonder raadpleging van het Europees Parlement. Dames en heren, ik dank u voor uw steun.

 
  
MPphoto
 
 

  Ville Itälä (PPE-DE). - (FI) Mevrouw de Voorzitter, ik wil allereerst de rapporteur, de heer Fruteau, en de commissievoorzitter, de heer Daul, bedanken. Zij hebben door hun samenwerking een uitstekend verslag over suiker opgesteld, een verslag waar wij deze week zonder moeite voor zullen stemmen.

Hoewel deze suikerhervorming noodzakelijk is, gaat het er ook om hoe dit proces wordt uitgevoerd en hoe de boeren dit in de verschillende lidstaten ervaren en vooral of de boeren in de lidstaten ervaren dat zij hierin eerlijk worden behandeld.

Bijvoorbeeld in mijn land Finland werd lang gevreesd dat het oorspronkelijke Commissievoorstel de hele suikerteelt in ons land zou beëindigen. Dit zou zeker zijn gebeurd als het oorspronkelijke besluit van de Commissie van kracht zou zijn geworden. Nu moet in Finland op basis van het komende besluit een van de twee suikerfabrieken worden gesloten en Finland moet zelf subsidie aan zijn producenten geven. Men kan niet zeggen dat Finland hierbij gewonnen heeft, maar nu is het van belang dat u, mevrouw de commissaris, zowel de Finse boeren als de boeren in de andere kleine lidstaten verzekert dat er in de toekomst aan afspraken wordt vastgehouden en dat men in alle landen landbouw kan bedrijven. Op die manier kunnen wij onnodige angsten wegnemen.

Een andere kwestie is dat in het openbaar is gezegd dat het besluit nu al is genomen en dat het Parlement daar geen invloed meer op uit kan oefenen. Deze indruk mag niet worden gegeven en ik hoop, mevrouw de commissaris, dat u ons verzekert dat bij alle zaken met betrekking tot de landbouw het Parlement altijd op tijd wordt geraadpleegd en dat er altijd wordt samengewerkt. Dan zullen ook onze burgers erop vertrouwen dat dit systeem werkt.

 
  
MPphoto
 
 

  Vincenzo Lavarra (PSE). – (IT) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, allereerst wil ik de rapporteur feliciteren met zijn verslag. Ik vind deze tekst heel wat beter dan de tekst van het compromis dat de Raad had bereikt, omdat hierin de weg wordt aangegeven van een hervorming die noodzakelijk is maar niet al te negatieve effecten sorteert voor de bedrijfstak en de landbouwproductie, met name in de meest achtergebleven gebieden. Het compromis van de Raad baart ons zorgen, vooral omdat het een negatieve weerslag kan hebben op de minder geschikte gebieden, alhoewel de steunverlagingen aanzienlijk zijn teruggeschroefd, terwijl de verlenging van vier jaar zeker een onhoudbare limiet blijft.

Om te voorkomen dat ik thema’s aansnijd die andere collega’s al behandeld hebben, wil ik u vragen, mevrouw de commissaris en vertegenwoordigers van de Raad, om waardering te hebben voor het begrip dat de commissie en voorzitter Daul, en in feite de hele commissie, getoond hebben voor de procedureverandering op grond waarvan het informele compromis bereikt werd, met het doel een betere onderhandelingspositie bij de WTO te krijgen. Tevens vraag ik u om net zoveel begrip te tonen als het Europees Parlement, door de mogelijkheden van verbetering te accepteren die in de tekst zijn voorgesteld en in dit Huis zeker aangenomen zullen worden. Ik doel in het bijzonder op de mogelijkheid om in de meest achtergebleven regio’s voorlopige staatshulp toe te staan en om de compensatie voor de boeren, die vooral uit het herstructureringsfonds komt, bij te stellen.

 
  
MPphoto
 
 

  Ona Juknevičienė (ALDE).(LT) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, ik bedank de heer Fruteau voor het opstellen van deze drie uiterst belangrijke presentaties over de hervorming van de suikerindustrie.

Al in november jongstleden bereikte de Raad overeenstemming over de gemeenschappelijke beginselen voor de ordening van de suikermarkt en de richtsnoeren voor de hervorming. Dat was een zeer belangrijk besluit dat door ons allen werd toegejuicht. In de eerste plaats bleek hier namelijk uit dat wij het eens kunnen worden over kwesties die van belang zijn voor de gehele Gemeenschap, hetgeen het wij-gevoel in de Unie versterkt, en in de tweede plaats heeft het onze onderhandelingspositie in Hongkong versterkt. We hebben laten zien dat de Gemeenschap niet alleen ideeën formuleert, maar ook tot concrete actie in staat is. De Gemeenschap doorgrondt de uitdagingen van de globalisering en bereidt zich daar dienovereenkomstig op voor.

Het is natuurlijk een schande dat het akkoord door de Raad werd bereikt zonder raadpleging van het Europees Parlement, dat de belangen van de Europeanen vertegenwoordigt.

Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, de manier waarop de hervorming is opgezet en gepland is zeer belangrijk, maar de uitvoering ervan is nog belangrijker. Herstructurering is dan ook de hoeksteen van alledrie de verslagen.

De grootste suikerfabrikant in Litouwen is het Deense bedrijf Danisco Sugar. Het heeft niet alleen fabrieken in Litouwen, maar ook in Zweden, Duitsland en Finland. Het is duidelijk dat de voorgestelde hervorming een stimulans zal zijn om de meest efficiënte fabrieken te behouden en de verlieslijdende te sluiten. Hoe het ook zij, we moeten zowel rekening houden met de belangen van de werknemers als met die van de grondstofproducenten, en ervoor zorgen dat zij niet aan hun lot worden overgelaten. Daarom moet de hervorming vóór alles de productie van alternatieve producten vergemakkelijken en nieuwe bedrijvigheid genereren, en zich niet louter beperken tot het begeleiden van het vertrek van de markt.

Oostenrijk en Finland hebben beloofd de hervorming vóór het einde van het jaar af te ronden. De hervorming zal pas dan geslaagd zijn als rekening is gehouden met de belangen van alle marktpartijen.

 
  
MPphoto
 
 

  Margrete Auken (Verts/ALE). – (DA) Mevrouw de Voorzitter, iedere keer als beweerd wordt dat de ACS-landen zullen lijden onder de afschaffing van de chaotische suikerregelingen van de EU, zit daar een verborgen agenda achter, namelijk de bescherming van de eigen productie van de EU. Als de ACS-landen onder zo’n afschaffing zullen lijden, komt dat immers doordat wij ze met absurde handelsregelingen vasthouden in een slavernij-achtige relatie. En als je slaven vrijlaat zonder ze te helpen zichzelf te redden, wordt hun situatie natuurlijk erger dan voorheen.

Wij moeten de ACS-landen helpen om een duurzame productie op te bouwen. Het is bespottelijk dat wij ze alleen wat kleingeld geven, terwijl we onze eigen suikerproducenten en onze eigen suikerindustrie rijkelijk compensatie bieden. De 200 miljoen euro die mevrouw Kinnock voorstelt, zijn een absoluut minimum. Er is veel geld te besparen met het afschaffen van de communautaire suikerregelingen, dus is er ruimte genoeg voor die compensaties. En verder moeten we ons verheugen over de vele ontwikkelingslanden die profiteren van de suikerliberalisering. De sociale en ecologische problemen die zich op veel plaatsen aantoonbaar voordoen, moeten worden opgelost door de ILO en de milieuverdragen. We moeten steun geven aan de krachten die zich inspannen voor de vervulling van de desbetreffende eisen, bijvoorbeeld in Brazilië, en het liefst moeten we ervoor zorgen dat deze eisen worden geaccepteerd als duidelijke handelsvoorwaarden in de WTO.

 
  
MPphoto
 
 

  Diamanto Manolakou (GUE/NGL). - (EL) Het spijt mij maar wij worden gewoon voor de gek gehouden met dit debat van vandaag over het advies van het Parlement over de suikerindustrie. De Raad heeft zijn besluit immers al genomen en de regeringen zijn bezig met plannen voor de uitvoering van dit keiharde, tegen de landbouwers gerichte besluit. Duizenden kleine landbouwers zullen hun activiteiten moeten stoppen, suikerfabrieken zullen dichtgaan en de werknemers zullen zich moeten scharen in de rij werklozen.

In Griekenland zijn de boeren en de arbeiders reeds gaan manifesteren. Met de besluiten overeenkomstig de nieuwe verordening worden de quota’s en de institutionele prijzen drastisch verminderd en wordt interventie afgeschaft. Deze besluiten staan dan ook geheel in het teken van het nieuwe GLB en zijn de instrumenten waarmee men de landbouwkredieten kan verminderen en middelen kan vrijmaken voor het repressieve beleid dat de Europese Unie in naam van de terreur wil voeren.

Tegelijkertijd blijkt uit de besluiten in de WTO dat de landbouw, met inbegrip natuurlijk van de suiker, voor de bijl moet om ervoor te zorgen dat de belangen en de winst van het Europees industriekapitaal worden gediend en een onbelemmerde marktpenetratie en een steeds groter marktaandeel worden verzekerd, teneinde een steeds grotere uitbuiting mogelijk te maken.

De rapporteur wil met zijn voorstellen bewerkstelligen dat de weerslag van deze besluiten wordt vertraagd. Helaas is een snelle of langzamere dood van de suikersector….

(Spreekster wordt door de Voorzitter onderbroken)

 
  
MPphoto
 
 

  Jeffrey Titford (IND/DEM).(EN) Mevrouw de Voorzitter, net als de vorige spreekster vraag ik mij af waarom we deze voorstellen eigenlijk bestuderen. De Raad heeft immers op 22 november een besluit genomen en we staan nu voor een voldongen feit. Het Parlement is echter vastbesloten om zijn zegje te doen. Laten we wel bedenken dat het suikerregime bijna veertig jaar onveranderd is gebleven. Kunnen wij dan even snel op een avond de hele regeling ingrijpend herzien? Het systeem is ziek en hervormingen zijn al jaren nodig. De draconische maatregelen die nu als medicijn voor de ziekte worden voorgesteld, zullen echter waarschijnlijk tot de dood van de patiënt leiden: door het nieuwe regime zullen in Europa naar schatting 100 000 arbeidsplaatsen verloren gaan en zal de suikerbietenteelt in landen als Griekenland en Ierland ophouden te bestaan. Ook zal er vermoedelijk enorme schade worden toegebracht aan de economieën van talrijke voormalige Europese kolonies in Afrika en het Caribisch gebied, die sterk profiteerden van het oude regime. Tevens ben ik mij er maar al te zeer van bewust dat een groot deel van de Britse suikerbietenteelt in mijn kiesdistrict in het oosten van Engeland wordt bedreven.

Mijn advies is om meteen te beginnen met een deugdelijk onderzoek naar de gevolgen van het nieuwe regime. Laten we nooit vergeten dat ons handelen invloed heeft op mensen die in de echte wereld, buiten onze ivoren toren, leven. Het is een schande dat het zo lang heeft geduurd voordat dit gecentraliseerde bureaucratische bestuur in actie kwam - en dan ook alleen nog maar onder druk van de WTO - en dat zo veel mensen daarvan de nadelige effecten zullen ondervinden.

 
  
MPphoto
 
 

  Janusz Wojciechowski (UEN). (PL) Mevrouw de Voorzitter, de hervorming van de suikermarkt die wij vandaag behandelen is een pseudo-hervorming die gevaarlijk, onrechtvaardig, oneerlijk en asociaal is.

Zij is gevaarlijk omdat het resultaat zal zijn dat de EU afhankelijk wordt van suikerleveranties uit de rest van de wereld, hetgeen ten koste zal gaan van de voedselveiligheid op ons continent. Zij is onrechtvaardig omdat de gesubsidieerde exporten van B-suiker die de oorzaak zijn van zoveel problemen in eerste instantie het geesteskind waren van Frankrijk en Duitsland, terwijl het de EU als geheel is die de prijs betaalt, en de nieuwe lidstaten hebben daar het meest onder te lijden. In plaats van dat het exportoverschotten elimineert, slaat het voorstel toe in het hart van de suikerproductie in heel Europa.

Nog maar een paar jaar geleden betaalden de grote suikerbedrijven in Polen een zeer lage prijs voor geprivatiseerde fabrieken. Deze zelfde bedrijven zullen nu meerdere malen dat bedrag ontvangen voor het sluiten van die fabrieken. Dit is maar één voorbeeld dat aangeeft dat de hervorming oneerlijk is.

Tenslotte, de hervorming is asociaal omdat zij voorbijgaat aan de situatie van duizenden boeren en werknemers van suikerfabrieken die hun middelen van bestaan zullen verliezen en die niet zo makkelijk een andere baan zullen vinden. Deze pseudo-hervorming verdient de titel Take the money and run, naar de gelijknamige gangsterfilm. De grote suikerbedrijven zullen honderden miljoenen euro’s verdienen door hun bedrijven te verplaatsen naar buiten de Europese Unie. We moeten deze pseudo-hervorming afwijzen in het belang van Europa.

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Claude Martinez (NI).(FR) Mevrouw de Voorzitter, commissaris, sinds 1968 functioneerde de gemeenschappelijke suikermarkt grotendeels goed, zoals blijkt uit de cijfers: wij produceerden twintig miljoen, consumeerden zestien miljoen en exporteerden slechts vier miljoen, tegenover dertien miljoen zoals de Brazilianen.

Volgens aanhangers van de vrijhandel echter heeft de Europese suiker economische diabetes veroorzaakt in de arme landen. Daarom moeten we de suiker uitroeien in het Europa van de suikerbiet om de armoede uit te roeien in de wereld van het suikerriet. Deze zienswijze heeft geleid tot drie communautaire verordeningen met een verlaging van de prijzen met 36 procent - en de hiermee gepaard gaande daling van de inkomsten - en de opening van de markt in 2009 voor de driehoekshandel in suiker via de Balkan of de minst ontwikkelde landen, ten gunste natuurlijk van de grote marktdeelnemers.

Het resultaat van dit alles is iedereen bekend. Ondanks de prijzenswaardige inspanningen van de heer Fruteau worden wij suikerimporteurs, krijgt de Europese belastingbetaler de rekening gepresenteerd voor enkele vergoedingen voor de ACS-landen en wordt de Europese voedingsmiddelenindustrie na 2015 aan de kant gezet. Aangezien China en India rond 2015 grote voedingsmiddelenimporteurs zullen zijn, zal Brazilië Azië voeden, terwijl Europa niet meer meetelt.

Eén vraag, commissaris: waarom hebt u na twintig jaar een hekel aan de kleine Europese boeren ...

(Spreker wordt door de Voorzitter onderbroken)

 
  
MPphoto
 
 

  Agnes Schierhuber (PPE-DE).(DE) Mevrouw de Voorzitter, mevrouw de commissaris, mijn dank gaat vooral uit naar de rapporteur voor zijn werk. Ik kan dit compromis steunen dat tot stand is gekomen in de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling na intensieve discussies en onderhandelingen; tegelijkertijd moeten we ons echter bewust zijn van de gevolgen die deze drie verslagen hebben voor de Europese landbouw in het algemeen en de bietentelers in het bijzonder, en voor de suikerindustrie.

De suikersector is een voorbeeld van de mate waarin de Wereldhandelsorganisatie invloed heeft op de economie van afzonderlijke landen, en ook op die van de hele EU. De Commissie landbouw is erin geslaagd om een flink aantal voorstellen van de Commissie te verzachten, en ik denk dat het resultaat alleszins acceptabel is. Ik hoop dat bij de afsluitende onderhandelingen tussen de Raad en de Commissie nog een aantal eisen van de Commissie landbouw worden overgenomen.

Het telen van energiegewassen biedt de boeren in ieder geval tot op zekere hoogte de mogelijkheid om alternatieven voor de suikerbietenteelt te vinden en de productie van non-food te promoten – wat absoluut noodzakelijk is en ook toekomstgericht. Na de hervorming van het GLB moet de Europese landbouw binnenkort de volgende grote hervorming verwerken. Desondanks moeten we accepteren dat onze wereld een groot netwerk is en dat koppig volharden in de status-quo zeker geen houdbaar alternatief is.

De Commissie landbouw is van mening dat het in de toekomst mogelijk moet zijn om de Raad te verplichten op de besluiten van het Parlement te wachten voordat het zelf een besluit neemt. Dit was een uitzonderingssituatie, en met het oog daarop sta ik achter de procedure. Ik hoop dat we uiteindelijk ook in de toekomst bietentelers zullen hebben en een actieve en aantrekkelijke suikerindustrie.

 
  
MPphoto
 
 

  Margrietus van den Berg (PSE). – Voorzitter, in november heeft de Raad besloten de Europese suikersector te hervormen met een prijsverlaging van 36 procent over vier jaar, met compensatie van meer dan 7 miljard euro voor de Europese suikersector. Het is belangrijk dat een deel van die compensatie terechtkomt niet alleen bij boeren en industrie, maar ook bij de werknemers die wellicht hun baan kwijtraken als gevolg van de hervorming. Zij mogen niet worden vergeten, en ik zou graag de toezegging willen hebben van de commissaris dat her- en omscholingssteun voor het vinden van een gepaste baan ook voor hen is weggelegd.

Ik sta achter het besluit van de Raad om de vrije toegang van suiker uit de minst ontwikkelde landen in het kader van de EBA niet langer uit te stellen. Het gaat hier om mensen voor wie, zeker bij de scherpe prijsdaling, de export van suiker van levensbelang is. Wij moeten onze beloftes nakomen en in 2009 onze markt openstellen; dat uitstel heeft al lang genoeg geduurd.

Ik betreur het besluit van de Raad om geen uitsluitsel te geven over de afschaffing van C-suiker. C-suiker verstoort de wereldmarktprijs en we kunnen daarom beter zoeken naar alternatieve doeleinden van eventuele overschotten, zoals energieproductie. Kunt u, commissaris, alsnog de garantie geven dat de C-suiker wordt afgeschaft? En dan hebt u besloten een 25 procent-regeling in te voeren om driehoekshandel tegen te gaan, dat begrijp ik. Maar kunt u bevestigen dat dat onderzoek, als het boven de 25 procent komt, alleen bedoeld is om die driehoekshandel tegen te gaan, en niet om andere zaken aan de orde te stellen? En kunt u ook bevestigen dat het geen opschortende werking zal hebben?

Gisteren heeft commissaris Mandelson gezegd: inderdaad hebben we 200 miljoen nodig voor de ACS-landen als we ze serieus willen helpen. Terecht heeft collega Fruteau gezegd: het is onacceptabel, die 40 miljoen; het is niet duidelijk waar dat geld staat; het moet nieuw en fris geld zijn. Kunt u toezeggen dat in ieder geval de Commissie het uiterste zal doen om die 200 miljoen wél per jaar te vinden en dat niet ten koste te doen van het ontwikkelingsbudget uit categorie 4. Want dat zou werkelijk een sigaar uit de eigen doos van de armste landen zijn en dat is de verkeerde soort solidariteit.

 
  
MPphoto
 
 

  Jan Mulder (ALDE). – Voorzitter, we kunnen alleen maar zeggen dat dit debat een beetje als mosterd na de maaltijd komt. De commissaris, en ik wil haar gelukwensen dat haar ideeën in grote mate zijn overgenomen door de Raad, was zo tactvol om te zeggen dat het Parlement een grote invloed had gehad. Daarmee wens ik de heer Fruteau te feliciteren, maar toch, wat wij vandaag of morgen ook zullen besluiten in een resolutie, het zal weinig invloed meer hebben op het uiteindelijke resultaat.

Ook ik behoor tot degenen die vonden dat een suikerhervorming noodzakelijk is. Wij zijn veroordeeld door het panel van de WTO; wij hebben thans een wapenakkoord, en daar moeten wij aan gehoorzamen, daar rekening mee houden. Voor de boeren in de lidstaten is het een hard gelag en zo is het voor de boeren in de ACS-landen. Ik ben het eens met velen die hebben gezegd dat voor die ACS-landen niet zal moeten gelden dat suiker het belangrijkste product wordt, minstens even belangrijk zal de energieproductie zijn.

Wij kennen technieken - onder andere in Brazilië worden deze al gebruikt - waarmee suikerriet direct wordt omgezet in alcohol. Ik zou de Commissie willen aanmoedigen om de ACS-landen zoveel mogelijk te steunen met dit proces, want suikerriet kan beter gebruikt worden voor de energieproductie in die landen, als ze in de tropen liggen tenminste.

Ondertussen doemt al een ander probleem op. Als ik goed geïnformeerd ben, komt er binnenkort een overschot op de Europese markt van zo'n 2 miljoen ton suiker. Dit komt, omdat er minder export mogelijk is, er is een grote oogst geweest. Er is nog een grote voorraad interventiesuiker en het lijkt erop dat in het eerste jaar de deelname aan de herstructurering minder zal zijn dan verwacht. Korte vraag aan de Commissie: wat denkt de Commissie op korte termijn te doen aan dat overschot van die 2 miljoen ton suiker?

 
  
MPphoto
 
 

  Kartika Tamara Liotard (GUE/NGL). – Voorzitter, commissaris, de suikerhervorming zoals deze nu op tafel ligt, zal zeer negatieve gevolgen hebben voor arme ontwikkelingslanden en ACS-landen die nu hun toegang tot de markt verliezen of een lagere prijs voor hun producten krijgen. Elke landbouwhervorming die slecht is voor ontwikkelingslanden is wat mij betreft een slechte hervorming.

Daarnaast is deze hervorming ook nog eens funest voor het inkomen van duizenden akkerbouwers en werknemers in de suikerindustrie, zonder dat daar een deugdelijk sociaal plan tegenover staat. Dat maakt het tot een waardeloze hervorming.

Tenslotte levert deze hervorming de Europese belastingbetaler niets op, omdat deze budgetneutraal is. Deze drie feiten opgeteld maken dat we kunnen spreken van een rampzalige hervorming. Het Europees suikerbeleid moet zeker hervormd worden, maar niet op een manier die alleen ten goede komt van grote voedselproducenten.

 
  
MPphoto
 
 

  Andrzej Tomasz Zapalowski (IND/DEM). (PL) Mevrouw de Voorzitter, het debat van vandaag heeft veel vragen opgeworpen, met name met betrekking tot de gevolgen die de hervorming zal hebben voor de nieuwe lidstaten. De vraag die we onszelf zouden moeten stellen is of er in de wereldsuikerhandel of -suikerproductie iets buitengewoons heeft plaatsgevonden in de twee jaar sinds de laatste uitbreiding van de EU om zo’n plotselinge verandering van het suikerbeleid te rechtvaardigen, en het antwoord op die vraag is “nee”.

Ik zeg dit omdat de gevolgen van deze hervorming het hardst zullen aankomen bij de nieuwe lidstaten. Het is niet ongebruikelijk dat boeren in deze landen al hun spaargeld in hun bedrijven hebben geïnvesteerd, ook al zijn ze oneerlijk behandeld. Mag ik dit Huis eraan herinneren dat boeren in de oude EU-lidstaten driemaal zoveel aan hectaresubsidies ontvangen als boeren in de nieuwe lidstaten? Deze hervorming is ongetwijfeld al een paar jaar in voorbereiding, wat betekent dat het publiek in de nieuwe lidstaten opzettelijk is misleid, of zelfs bedrogen, ten tijde van de toetreding.

Implementatie van deze hervorming vormt nader bewijs voor de gedachte dat het idee van Europese solidariteit en werkelijke steun aan de nieuwe lidstaten een illusie is. Werkelijke steun betekent dat de nieuwe lidstaten een echte kans geboden wordt om hun economieën te ontwikkelen, in plaats van dat ze alleen wat kortetermijnsubsidies krijgen. Eén of zelfs meerdere landen kunnen worden overstemd, maar het Poolse publiek is gekant tegen een hervorming van dit type en heeft er bezwaar tegen dat het voortdurend wordt bedrogen. Ook ik kan een EU die op deze manier te werk gaat missen als kiespijn.

 
  
MPphoto
 
 

  Gintaras Didžiokas (UEN).(LT) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, eerst wil ik de rapporteur, de heer Fruteau, bedanken voor het werk dat hij heeft verricht, zeker gezien het zeer omvangrijke karakter ervan. Suiker was altijd al een strategisch product, en ik denk dat dat zo zal blijven. De voortdurende conflicten over de regels voor en regulering van de suikerproductie en –handel zijn dan ook geen incident.

We mogen niet vergeten dat een aanzienlijk deel van de economie van de EU, van landbouw tot industrie, op de een of andere manier met dit product te maken heeft, en dat er over alle sectoren verspreid mensen in deze branche werkzaam zijn. Deze mensen zijn goed voor een groot deel van het BBP; zij zijn kostwinner, zorgen voor hun gezinnen en voeden kinderen op. Bij het streven naar hervormingen hebben we dus niet het recht om deze mensen, onze burgers, te negeren. We mogen niet voorbijgaan aan hun belangen, of toestaan dat hun baan en inkomen worden bedreigd. En dat is precies de dreiging die ik zie.

Het is jammer dat de Commissie voor het indienen van het voorstel zo weinig met het advies van het Europees Parlement heeft gedaan. De Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling en de rapporteur hebben pogingen ondernomen om het voorstel te verbeteren, maar ik ben er nog niet zo zeker van dat dit helemaal gelukt is. Ik ben geneigd te geloven dat de hervorming veel gunstiger uitpakt voor ontwikkelingslanden en de multinationals die daarachter schuilgaan, en andere grote bedrijven, dan voor de meest kwetsbare groepen binnen de EU-gemeenschap, dat wil zeggen landbouwers, fabrieksarbeiders en, in algemene termen gesproken, plattelandsbewoners. Naar mijn mening is het ingediende voorstel, hoewel het aanzienlijk is verbeterd door de Landbouwcommissie, dan ook ongepast, oneerlijk en gevoelloos; het zal miljoenen plattelandsbewoners die nu al in armoede leven, keihard treffen.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. Mijnheer Didžiokas, u praat te snel en u leest uw toespraken te snel voor, en u bent niet de enige. De tolken kunnen u niet bijhouden, en dat is verloren tijd. Het zou veel beter zijn voor het overbrengen van uw standpunt als u langzamer praat of niet van blad.

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (NI). – (DE) Mevrouw de Voorzitter, zoals we weten probeert Europa er al sinds 1968 voor te zorgen dat het in zijn eigen suikerbehoefte kan voorzien, met andere woorden dat het in staat is om zoveel mogelijk door eigen productie aan de vraag tegemoet te komen. Zoals bij zoveel goede bedoelingen liep dit ergens mis en begon het zonder meer een probleem te worden.

Onze suikerbietenboeren kunnen eenvoudigweg niet concurreren tegen het warme klimaat en de lage lonen van de tropen – maar het moet natuurlijk wel gezegd dat onze suiker niet wordt geproduceerd door ontbossing en kinderarbeid, en ook niet om de halve wereld wordt getransporteerd wat ongetwijfeld ook vriendelijk is voor het milieu.

Doordat men de bietentelers toestond om steeds grotere overschotten te produceren en deze quasi gesubsidieerd op de wereldmarkt te verkopen, wat hun in feite concurrenten maakte van iedereen die suiker eigenlijk veel goedkoper kon produceren, werd er een systeem gecreëerd dat vroeg of laat een keer moest instorten. In plaats van langzaam en fijngevoelig regulerend ingrijpen om een worst-casescenario te voorkomen, werd echter decennialang weggekeken.

De druppel die de emmer deed overlopen, was blijkbaar de overeenkomst met de ACS-landen over de herexport van hun suiker die werd gesubsidieerd met 800 miljoen euro. Dat is een zeer eigenaardige vorm van ontwikkelingshulp. Vroeger werden gesubsidieerde suikerexporten uit de EU als immoreel beschouwd, nu zijn ze illegaal.

We zullen er dan ook hard aan moeten trekken om onze boeren, onze suikerfabrieken en de werknemers in deze fabrieken zo onbeschadigd mogelijk uit deze puree te halen waarin wij hen zelf hebben gewerkt.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. Het debat wordt thans onderbroken en zal om 21.00 uur worden voortgezet.

 
  
  

VOORZITTER: MANUEL ANTÓNIO DOS SANTOS
Ondervoorzitter

 
Juridische mededeling - Privacybeleid