De Voorzitter. – Aan de orde zijn de verklaringen van de Raad en de Commissie over de situatie in Wit-Rusland met het oog op de presidentsverkiezingen van 19 maart.
Hans Winkler, fungerend voorzitter van de Raad. – (DE) Mijnheer de Voorzitter, geachte commissaris, dames en heren, het zal u niet verbazen als ik zeg dat de Raad zeer bezorgd is over de ongunstige ontwikkelingen in Wit-Rusland, vooral ten aanzien van de daar op 19 maart te houden verkiezingen. De kwestie Wit-Rusland werd onlangs opnieuw in de Raad besproken en we hebben met zorg kennis genomen van het feit dat het regime van president Loekasjenko steeds repressiever optreedt en in een steeds groter isolement raakt, waar het vooral zelf schuldig aan is. Natuurlijk waren we wel tevreden met de aan de OVSE en ODIHR gerichte uitnodiging om waarnemers naar de verkiezingen te sturen. Dat is werkelijk een stap in de goede richting, die we van harte verwelkomen. Aan onze bezorgdheid over verslechteringen in de toestand van Wit-Rusland doet dat echter niets af en we hebben gerede twijfel of deze verkiezingen democratisch zullen verlopen.
De Raad Algemene Zaken en Buitenlandse Betrekkingen heeft op 30 januari voor het laatst over Wit-Rusland beraadslaagd, waarbij de ministers het eens werden over nieuwe conclusies. Die vragen heel duidelijk om een garantie dat de OVSE haar verkiezingswaarnemingstaak volledig en ongehinderd uit kan voeren. Tegelijkertijd sprak de Raad de waarschuwing uit dat verdere restrictieve maatregelen tegen verantwoordelijke personen genomen kunnen worden als de presidentsverkiezingen niet aan de gangbare internationale normen voldoen.
Zijn meest recente evaluatie van het beleid van de Europese Unie ten aanzien van Wit-Rusland gaf de Raad in zijn conclusies van 7 november jongstleden. Die vormen een uitgewogen combinatie van betrokkenheid bij de bevolking en het maatschappelijk middenveld enerzijds en een hardere opstelling tegenover het regime anderzijds. De conclusies lieten zich ook uit over het voornemen van Hoge Vertegenwoordiger Javier Solana om een van zijn naaste medewerkers tot contactpersoon voor Wit-Rusland te benoemen.
We zijn ons er allen van bewust dat het beleid ten aanzien van Wit-Rusland een kwestie van lange adem is. Dat de verkiezingen van 19 maart geen ommekeer zullen brengen, is geen gewaagde veronderstelling. Toch hebben we zeker geprobeerd onze boodschap ook in de aanloop naar de verkiezingen over te brengen en te verduidelijken. Het lag in de bedoeling om begin februari samen met de Verenigde Staten een demarche op hoog niveau te ondernemen, met Robert Cooper, directeur-generaal voor externe en politiek-militaire betrekkingen van de Raad en de U.S. Assistant Secretary of State for Europe, Dan Fried. Helaas weigerden de Wit-Russische autoriteiten deze beide personen een visum voor dezelfde periode te verstrekken, waardoor deze demarche niet door kan gaan.
We hebben duidelijk onze teleurstelling uitgesproken over het feit dat de Wit-Russische autoriteiten deze gelegenheid voorbij hebben laten gaan om een open en vrije dialoog met de internationale gemeenschap aan te gaan. In dit verband wil ik er ook op wijzen dat op 30 januari, de dag van de meest recente bijeenkomst van de Raad, de Wit-Russische oppositiekandidaat Alexander Milinkevitsj een bezoek bracht aan Brussel en daar een informele ontmoeting gehad heeft met vertegenwoordigers van de lidstaten. Hierbij was een groot aantal ministers aanwezig (meer dan de helft van de lidstaten was op ministerieel niveau vertegenwoordigd). Daarnaast vond er een ontmoeting plaats met de heer Solana, Commissievoorzitter Barroso en commissaris Ferrero-Waldner. Dat alles was een duidelijk teken van de steun van de Europese Unie voor de democratisering van Wit-Rusland, hoewel de Europese Unie natuurlijk geen individuele kandidaten ondersteunt.
Bij alle kritiek die op z’n plaats is, wil ik graag duidelijk stellen dat het beleid van de Europese Unie er niet op gericht is Wit-Rusland te isoleren. Wat we wel willen, is een democratisch, stabiel en economisch succesvol Wit-Rusland. Een land dat lid van de Raad van Europa kan worden en dat goede betrekkingen met de internationale gemeenschap onderhoudt, in het bijzonder ook met de Europese Unie. Daarom hebben we er ook op gewezen dat het land bij een duurzame ontwikkeling in de goede richting natuurlijk ook van het Europese nabuurschapsbeleid kan profiteren.
We willen laten zien dat we bereid zijn het volk van Wit-Rusland de hand te reiken en het land te helpen in de Europese structuren te integreren. We willen graag normale en vriendschappelijke betrekkingen met dit land onderhouden, maar onder de gegeven omstandigheden is dat niet mogelijk. De Raad zal de ogen niet sluiten voor de aanhoudende schendingen van de mensenrechten en van burgerlijke vrijheden en zal zijn bezorgdheid over de ongunstige ontwikkelingen in Wit-Rusland niet onder stoelen of banken steken. De Raad is nog altijd bereid tot aanzienlijke inspanningen ter wille van de democratisering van dit land en wil daarvoor graag samenwerken met de internationale gemeenschap. Bij de door mij al eerder gememoreerde ontmoeting met de heer Milinkevitsj hebben we het met name gehad over mogelijke vormen van hulp voor het maatschappelijk middenveld, dat zich inzet voor een democratische ontwikkeling in het land en over de mogelijkheden om rechtstreeks invloed uit te oefenen op die kringen in Wit-Rusland, die zich inzetten voor een democratische ontwikkeling.
Ongeacht de voorspelbare uitkomst van de verkiezingen dienen we ons gezamenlijk in te spannen om de presentie en de invloed van de Europese Unie in Wit-Rusland te handhaven. Ik zei het al eerder, het engagement van de Europese Unie is een project voor de lange termijn. We moeten ons derhalve niet laten ontmoedigen door deze tijdelijke tegenslagen en mogen ons doel niet uit het oog verliezen.
VOORZITTER: GÉRARD ONESTA Ondervoorzitter
Joe Borg, lid van de Commissie. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, commissaris Ferrero-Waldner had hier heel graag met u over Wit-Rusland willen debatteren. Sinds ons aantreden heeft zij zich in de Commissie intensief beziggehouden met het ontwikkelen van activiteiten met het oog op Wit-Rusland, en ik ben ervan overtuigd dat zij vandaag tijdens haar ontmoeting met de Russische minister van Buitenlandse Zaken de gelegenheid niet voorbij zal laten gaan om de kwestie Wit-Rusland aan te snijden.
Namens commissaris Ferrero-Waldner en de Commissie moet ik zeggen dat ik blij ben met deze gelegenheid om standpunten met u uit te wisselen over de situatie in Wit-Rusland in de periode voorafgaande aan de presidentsverkiezingen van 19 maart, en over het werk van de Commissie om de democratisering en het maatschappelijk middenveld in dat land te ondersteunen.
Om te beginnen zou ik even stil willen staan bij de algemene situatie in Wit-Rusland. De Commissie is nog steeds ernstig verontrust over het ontbreken van democratie en het gebrek aan respect voor de mensenrechten in Wit-Rusland. In de aanloop naar de verkiezingen is deze situatie nog verder achteruitgegaan, is de oppositie het zwijgen opgelegd en de onafhankelijke pers de afgelopen paar maanden de mond gesnoerd.
Het feit dat een OVSE-missie is uitgenodigd om de presidentsverkiezingen waar te nemen, en dat een aantal tegenstanders van president Loekasjenko waarschijnlijk mee mogen dingen naar het presidentsschap zijn welkome ontwikkelingen, maar ze zijn ontoereikend als bewijs van een functionerende democratie. Op dit ogenblik, nu de OVSE-waarnemers hun veldwerk gestart zijn, is het belangrijk dat de Europese Unie en de Commissie het soepel functioneren van de missie ondersteunen. Het standpunt en de reactie van de Europese Unie zullen op het rapport van deze missie gebaseerd zijn.
Wat de reactie van de Europese Unie betreft bent u op de hoogte van de niet mis te verstane boodschap die de Europese Unie aan Wit-Rusland heeft overgebracht en die zij op de Raad Algemene Zaken en Buitenlandse Betrekkingen van 30 januari herhaald heeft: de Europese Unie heeft nadrukkelijk gesteld dat zij belang hecht aan een democratisch verkiezingsproces, en zij heeft ook duidelijk blijk gegeven van haar vastberadenheid om gerichte sancties uit te vaardigen indien blijkt dat bij deze verkiezingen sprake is geweest van fraude. Als positief tegenwicht van deze boodschap heeft de Europese Unie haar aanbod herhaald om nauwere betrekkingen met Wit-Rusland aan te knopen, mits we op overtuigende wijze kunnen zien dat er sprake is van vooruitgang in de richting van de democratie.
Dan wil ik het nu hebben over de speciale actie van de Commissie, en daarbij onderstrepen dat de Commissie zich heeft gehouden aan haar belofte om haar rol in Wit-Rusland te versterken. Als gevolg van de toenemende onderdrukking en de beperkingen waaraan de regering van Wit-Rusland buitenlandse hulp aan niet-gouvernementele organen gebonden heeft, heeft de Commissie het initiatief genomen die hulp aan Wit-Rusland te bespoedigen. Alleen al in 2005 zijn meer dan 8,9 miljoen euro besteed aan projecten ten behoeve van de democratie en het maatschappelijk middenveld. Er zijn creatieve instrumenten bedacht om de obstakels te omzeilen die hulpverlening in de weg stonden. Daarom hebben we een deel van onze steun verlegd naar NGO’s buiten Wit-Rusland. De 2,2 miljoen euro die we afgelopen december hebben toegekend aan de European Humanities University in ballingschap, alsook onze steun aan onafhankelijke media, zijn goede voorbeelden van deze nieuwe benadering.
Wat de onafhankelijke media betreft ben ik blij te kunnen zeggen dat de Commissie een voortrekkersrol heeft gespeeld in de donorenactie. We zijn begonnen met steun aan radio-uitzendingen met dagelijkse nieuwsverslagen voor Wit-Rusland in zowel het Russisch als het Wit-Russisch. Onze voornaamste resultaat is echter een mediaproject van 2 miljoen euro dat op het ogenblik van stapel loopt. Het omvat radio- en televisie-uitzendingen, internetactiviteiten, steun aan de Wit-Russische onafhankelijke pers, en de opleiding van Wit-Russische verslaggevers. Dankzij dit project zullen vanaf februari, dus ruim voor de verkiezingen, speciale tv- en radioprogramma’s kunnen worden uitgezonden. Wij denken dat dit kwaliteitsproject, dat de steun heeft van een team waarin de hele Unie vertegenwoordigd is, een project ook waarin terdege rekening wordt gehouden met Wit-Russische gevoeligheden – dat wil zeggen: geen propaganda, nieuws zonder franje en zuiver amusement – terecht grote delen van de samenleving zal bereiken.
Daarnaast heeft de Commissie besloten om een afvaardiging in Minsk te stationeren, maar helaas hebben de Wit-Russische autoriteiten hiermee nog niet ingestemd. In afwachting van vooruitgang aan dit front zullen we een zaakgelastigde in Kiev aanstellen die vaak naar Minsk zal reizen.
Tenslotte heeft de Commissie afgelopen maandag alle internationale donoren van Wit-Rusland bijeengebracht om plannen voor de toekomst te maken. Deze bijeenkomst heeft de aanzet gegeven tot een gezamenlijke discussie over de steun in de periode na de verkiezingen, en hierbij is gebleken dat die steun na de verkiezingen niet zal teruglopen.
Concluderend zou ik willen benadrukken dat het democratiseringsproces in Wit-Rusland waarschijnlijk een lange adem zal hebben en dat het alleen kans van slagen heeft als het de steun van de bevolking krijgt. Om die reden moeten we ons ervoor blijven inzetten om het gros van de Wit-Russische bevolking bewuster te maken, door het maatschappelijk middenveld te ondersteunen en door het contact tussen de mensen te bevorderen. Daar Wit-Rusland zich op een keerpunt bevindt, is het nu crucialer dan ooit dat we onze krachten bundelen om een gezamenlijke strategie te implementeren en om alert op de ontwikkelingen in Wit-Rusland te reageren. De Commissie zal zich met overtuiging blijven inzetten voor haar aandeel hierin.
Charles Tannock, namens de PPE-DE-Fractie. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, op 19 maart vinden in Wit-Rusland presidentsverkiezingen plaats. Er bestaat nog steeds een kans dat het land zich door middel van vrije en eerlijke verkiezingen aansluit bij de Europese familie van democratieën, waar het thuishoort. In werkelijkheid zijn die kansen echter vrij gering, aangezien president Loekasjenko het land sinds zijn verkiezing in 1994 heeft veranderd in een in zichzelf gekeerde politiestaat en een schijndemocratie.
Het was er al slecht gesteld met de mensenrechten, maar die toestand is verder verslechterd sinds de antirevolutiewet is goedgekeurd waarmee men protesten wil onderdrukken. Menig oppositieleider wordt opgesloten op basis van vervalste corruptiedelicten of verdwijnt in sommige geval gewoon en wordt dan waarschijnlijk vermoord. De heer Loekasjenko predikt een merkwaardig pan-Slavisch, antiwesters nationalisme waaraan hij persoonsverering toevoegt.
Onafhankelijke peilingen dichten hem circa 55 procent van de stemmen toe. Aangenomen wordt dat hij alles in het werk zal stellen om de magische score van 77 procent te halen. Kandidaten moeten zich voor 21 februari laten registreren en ik heb respect voor de moed van de kandidaat van de Verenigde Oppositie, Alexander Milinkevitsj. Zijn campagne in de media wordt beperkt tot twee tv- en radio-interviews van dertig minuten, terwijl de heer Loekasjenko naar believen geld uit kan geven en als staatshoofd dagelijks in de media verschijnt, waarbij hij zijn tegenstanders ervan beschuldigt dat ze schurken of westerse huurlingen zijn.
Ik roep Wit-Rusland op onafhankelijke exit polls toe te staan, zodat de resultaten gecontroleerd kunnen worden, maar dit verzoek wordt waarschijnlijk niet ingewilligd. Het is dan ook niet verbazingwekkend dat dit Parlement niet als waarnemer is uitgenodigd bij de verkiezingen, maar de Conferentie van voorzitters zou een budget vrij moeten maken, zodat leden van het Europees Parlement er via de OVSE bij kunnen zijn. Ook Rusland, dat het regime financiert met spotgoedkoop gas voor 50 dollar per 1 000 m³, moet eraan herinnerd worden dat het als volwaardig lid van de Raad van Europa de democratie in Wit-Rusland behoort te ondersteunen.
Tot slot juich ik, zoals commissaris Borg al zei, de 2 miljoen euro toe die Tacis uittrekt om een vrije radiozender in Wit-Rusland op te zetten en het maatschappelijk middenveld te ondersteunen.
Jan Marinus Wiersma, namens de PSE-Fractie. – Voorzitter, op 16 december van vorig jaar ging het niet-democratisch gekozen parlement in Minsk akkoord met het voorstel van Loekasjenko om de presidentsverkiezingen te vervroegen naar 19 maart. Dit illustreert de volstrekt eigenmachtige wijze waarop de heer Loekasjenko opereert. De beslissing maakt ook duidelijk dat president Loekasjenko niet van plan is de controle over het verkiezingsproces uit handen te geven. Wij moeten daarom voor de zoveelste keer voor een uiterst frauduleus verloop van het democratische proces in Wit-Rusland vrezen.
De oppositie is het belangrijkste slachtoffer van de beslissing. Hoe kan zij campagne voeren, als haar kandidaten in de gevangenis terechtkomen, zoals de sociaal-democraat Statkevich, en alle massamedia door het regime gecontroleerd worden? De autoriteiten doen er alles aan om het de oppositie zo moeilijk mogelijk te maken en dan wordt ook nog eens de campagneperiode meer dan gehalveerd.
We moeten aandacht voor deze flagrante schendingen van onze democratische waarden in dit buurland van de Europese Unie blijven vragen. Wij moeten nog een keer onderstrepen dat de politiek van Loekasjenko onacceptabel is. Maar wij moeten ook herhalen dat bij een koerswijziging de weg naar intensievere betrekkingen met de EU open ligt. Wat kunnen wij meer doen? Het is te betreuren dat de relatie tussen Loekasjenko en het Europees Parlement zodanig is verslechterd dat wij niet voor deelname aan de waarnemersmissie zijn uitgenodigd, terwijl zo'n uitnodiging wel naar de OVSE is gegaan.
Aan de ene kant is dat een goed teken, want het is het gevolg van onze consequent kritische houding ten aanzien van het regime in Wit-Rusland, maar aan de andere kant moet je je afvragen waarom het Europees Parlement niet gewoon als officiële vertegenwoordiger van de Europese Unie aan de OVSE-missie kan deelnemen. We zijn tevreden met de uitnodiging aan de OVSE, maar we willen ook benadrukken dat er meer nodig is dan lippendienst aan de internationale normen waartoe ook Wit-Rusland zich als lid van de OVSE heeft verplicht. We hopen dan ook dat de OVSE-missie haar werk enigszins normaal kan doen en roepen de Wit-Russische regering op haar alle medewerking te verlenen.
Tenslotte moeten we ondanks de verslechterde omstandigheden - ik was vier jaar geleden zelf bij de waarneming betrokken en volgens mij is de situatie nu nog een stuk slechter dan toen - alles in het werk stellen en vooral niets nalaten om de oppositie te steunen, die er ditmaal wel in is geslaagd verenigd een kandidaat naar voren te schuiven. Ik hoop dat het Parlement met de uitspraak van vandaag in ieder geval de oppositie en kandidaat Aleksander Milinkevitsj een hart onder de riem zal steken.
Elisabeth Schroedter, namens de Verts/ALE-Fractie. – (DE) Mijnheer de Voorzitter, ik ben het met de vorige sprekers eens. De hoop dat de presidentsverkiezingen zullen leiden tot een nieuw begin en de democratisering van het land een impuls zullen geven, vervliegt met de dag meer. President Loekasjenko verzint dagelijks nieuwe represailles tegen de oppositie en de mensen in het land die gebruik maken van het recht anders te denken. Daarom is het nodig de externe hulp nog verder op te voeren. We mogen de moed ook niet laten zakken nu het democratisch engagement in de kiem gesmoord lijkt te worden, want de wens naar vrijheid leeft wel degelijk en we weten hoe zwaar zo’n engagement het heeft, vooral bij zulke schijnverkiezingen. Daarom dienen we te beseffen dat deze verkiezingsdatum geen einddatum is maar dat we te maken hebben met een doorlopend proces.
Laten we nauwgezet volgen hoeveel kleine activiteiten de mensen van Wit-Rusland organiseren om hun streven naar vrijheid en democratie te tonen. Het land heeft een serieus democratisch potentieel en daarom wil ik er nog maar eens op wijzen dat de activiteiten in Commissie en Raad ter ontwikkeling van dit potentieel volstrekt ontoereikend zijn. Te traag, te star, inefficiënt! Ik verzoek de Raad nu eindelijk eens zijn huiswerk te doen en de bestaande regels voor externe hulp zo snel mogelijk aan te passen aan deze uitzonderlijke situatie, niet langer alleen maar te praten en een efficiënt beleidsinstrument te ontwikkelen, anders worden we zelf medeverantwoordelijk voor deze moeilijke situatie.
Věra Flasarová, namens de GUE/NGL-Fractie. – (CS) Dames en heren, als lid van de delegatie voor de betrekkingen met Wit-Rusland namens de Confederale Fractie Europees Unitair Links/Noords Groen Links, ben ik het oneens met de ontwerpresolutie. Ik zal uitleggen waarom. Op basis van het debat in het Parlement zou je heel goed kunnen denken dat de oppositiekandidaat de verkiezingen in Wit-Rusland zou kunnen winnen, maar we weten dat Loekasjenko zal blijven zitten. Wat gebeurt er daarna? Hoe zullen onze betrekkingen met Wit-Rusland eruitzien? We moeten bedenken dat Wit-Rusland meer is dan alleen Loekasjenko en de mensen in bevoorrechte posities; Wit-Rusland is een natie wier ervaring met het regime niet alleen maar negatief is, daar zij ook bepaalde sociale voordelen geniet zoals gratis onderwijs en gezondheidszorg. We zijn ons er terdege van bewust hoe nauw de betrekkingen zijn tussen Wit-Rusland en Moskou, en hoe belangrijk de ontwikkeling van dit kleine land is voor het grote buurland. Het is geen geheim dat beide landen meer toenadering tot elkaar zoeken dan in het verleden. Alles in aanmerking genomen is de EU-strategie voor Wit-Rusland dan ook een strategie voor Rusland.
Paul Marie Coûteaux, namens de IND/DEM-Fractie. – (FR) Mijnheer de Voorzitter, zoals gewoonlijk kan ik alleen in een paar woorden mijn afkeuring kenbaar maken van hetgeen zojuist door de Raad en de Commissie is gezegd.
Ik vindt het wat al te gemakkelijk, zoals ook in andere gevallen, om een soeverein land te verwijten dat het zich niet op alle punten conformeert aan de modellen die wij hebben vastgesteld voor het erkennen van deze of gene regering, naargelang deze ons, om in wezen om het even welke reden, al dan niet bevalt.
Na de ineenstorting van het sovjetrijk, is Wit-Rusland uitgeleverd aan een opeenvolging van roversbenden wier legitimiteit zeker niet groter was, daar zij de belangen dienden van deze of gene multinational. Dit ging zelfs zover dat ministers overheidsbezittingen voor hun eigen gewin in de losse verkoop deden, overigens dikwijls aan Europese ondernemingen. Dat heette dan liberalisering. En bovendien maken bepaalde westerse machten natuurlijk handig gebruikt van Wit-Rusland, dat ze maar al te graag, samen met de hulpbronnen die het biedt, tegen zijn grote zusternatie Rusland opzetten.
Dames en heren, we moeten ons niet door de gemakkelijke propaganda laten misleiden. Dat men ons vandaag verzoekt de autoriteiten in Minsk te veroordelen is niet omwille van het Wit-Russische volk, maar eenvoudigweg om ons tot een blind verlengstuk te maken van een Amerikaanse strategie, waarmee beoogd wordt de macht van Rusland zoveel mogelijk in te perken door het van zijn natuurlijke historische en geografische bondgenoten te beroven. Dat is tovenaarsleerling spelen, zoals men sinds een jaar kan zien in Oekraïne, en het is niet in het belang van Europa, het échte Europa, dat in harmonie moet zijn met Rusland en al diens bondgenoten, hetgeen het vroeger of later ook zal doen.
Konrad Szymański, namens de UEN-Fractie. – (PL) Mijnheer de Voorzitter, Wit-Rusland is een grote uitdaging voor de Europese Unie, aangezien onze pogingen om druk uit te oefenen tot nu toe geen effect hebben gehad.
We moeten ons actiever opstellen om democratie te ondersteunen in Wit-Rusland. Dat betekent dat we de nodige organisatorische maatregelen moeten nemen. Bij ons toezicht op de mensenrechtensituatie in Wit-Rusland moeten we uitgaan van het jaarlijks verslag van het Parlement over de mensenrechten in de wereld en van informatie van de speciale vertegenwoordiger van de Commissie en de Raad voor Wit-Rusland. Een resolutie van het Parlement moeten we alleen gebruiken in nieuwe, ingrijpende situaties.
We moeten onze aanpak baseren op het nabuurschapsbeleid of een speciaal instrument voor de mensenrechten bij een vijandig politiek en juridisch klimaat. En in het bijzonder moeten we de financiële ondersteuning van de EU aan onafhankelijke media verder uitwerken, samen met betrouwbare partners. Het recente concours van de Commissie heeft daaromtrent twijfels doen ontstaan, zoals blijkt uit de laatste vraag van vandaag aan de Commissie.
Jan Tadeusz Masiel (NI). – (PL) Mijnheer de Voorzitter, Wit-Rusland is een bijzonder land, de laatste dictatuur in Europa. Het is een arm land. Gedeeltelijk is het arm, omdat het in zijn hele geschiedenis nooit vrij is geweest, in tegenstelling tot veel van, of zelfs al zijn buurlanden. Hoe kan zo’n land hopen op vrijheid, als het nooit vrijheid heeft gekend, en niet weet wat het betekent? De Wit-Russische burgers zijn niet veeleisend en heel geduldig. Als blijkt dat de verkiezingen van 19 maart weer doorgestoken kaart zijn, dan wacht de bevolking op een volgende kans op vrije verkiezingen.
Maar eerst moeten wij alle mogelijke inspanningen doen om ervoor te zorgen dat de verkiezingen van 19 maart vrij zijn. Het is niet goed dat eenzelfde persoon lange tijd aan de macht is. Laten we hopen dat Wit-Rusland in vrijheid kan kiezen tussen de huidige president en Alexander Milinkevitsj.
Anna Záborská (PPE-DE). – (SK) In Slowakije hebben we gedurende de veertig jaar die volgden op wat later bekend werd als de Februari van de overwinning van 1948 een soortgelijk bewind meegemaakt als het huidige bewind in Wit-Rusland. De door de communistische partij bestuurde staatsmachinerie drukte niet alleen iedere uiting van verzet de kop in, maar ook alle uitingen en tekenen van een vrije democratische samenleving en de rechtstaat. Voor wie nooit onder een dictatuur heeft geleefd is het moeilijk voorstelbaar wat dat betekent.
Bezorgd zien wij toe hoe de Wit-Russische autoriteiten de repressieve maatregelen tegen het maatschappelijk middenveld hebben opgedreven. De gewelddadige ontmanteling van de onafhankelijke pers en de non-gouvernementele organisaties gaat door.
Op 6 februari 2006 heeft het Opperste Gerechtshof van Wit-Rusland stappen ondernomen om nog weer een NGO te ontbinden, namelijk de Wit-Russische Unie voor jongeren en kinderen.
De Europese Unie voert terecht de druk op Wit-Rusland op. Ik ben dankbaar dat wij ons niet beperken tot uitingen van bezorgdheid over de willekeurige aanvallen op de onafhankelijke media, de non-gouvernementele en religieuze organisaties en sommige onderwijsinstellingen in dat land. Het verheugt me in het bijzonder dat de Commissie heeft besloten onafhankelijke radio-uitzendingen naar Wit-Rusland te sponsoren. Het radiostation Deutsche Welle verdient eveneens onze lof. Ik hoop dat het aanvankelijke besluit om in het Russisch uit te zenden is gewijzigd en dat de Wit-Russische bevolking uitzendingen in haar moedertaal kan beluisteren, hetgeen van groot belang is in de aanloop tot de verkiezingen. Van de vertegenwoordigers van de democratische bewegingen in Wit-Rusland met wie ik contacten onderhoud, heb ik begrepen dat uitzendingen in het Russisch averechts zouden kunnen werken. Nu, voor de verkiezingen, zouden de Europese instellingen zich erop moeten richten gezamenlijk actie te ondernemen voor het bewerkstelligen van concrete democratische veranderingen in dat land.
Joseph Muscat (PSE). – (MT) Dank u wel, mijnheer de Voorzitter. Ik denk dat het Europees Parlement vandaag, zij het een dag te laat, een boodschap wil afgeven, waarmee het zijn genegenheid voor de Wit-Russische bevolking wil uiten. Deze boodschap is gericht aan een volk dat, zoals uit de feiten blijkt, de vrijheid wordt ontzegd om zelf zijn leiders te kiezen. Tot nu toe hebben we in dit Parlement gesproken van verkiezingen, maar ik denk dat het omwille van de juistheid beter zou zijn als we de aanstaande gebeurtenis als een boosaardig bekrachtigingsproces aanduidden. Opgemerkt moet worden dat de Europese Unie de afgelopen paar maanden enorme vooruitgang heeft geboekt in het ondernemen van concrete stappen ten gunste van de bevolking van Wit-Rusland. Namens het bureau van de delegatie voor de betrekkingen met Wit-Rusland wil ik de Raad en de Commissie daarvoor bedanken. Er moet echter nog veel gebeuren. We moeten nu laten zien dat we vierkant achter de Wit-Russische bevolking staan, in het bijzonder de jongeren. De autoriteiten die de vrijheid willen kortwieken, beseffen dat jonge mensen de belangrijkste voorvechters zijn van veranderingen. De autoriteiten hebben zelfs RADA opgedoekt, de organisatie die de Wit-Russische jeugd vertegenwoordigt op het Europees Jeugdforum. Dit is een uiterst betreurenswaardige actie. Wij betuigen nogmaals onze steun aan de bevolking en in het bijzonder aan de jongeren van Wit-Rusland, en we beloven dat we hen terzijde zullen staan in tijden van beproeving.
Anne E. Jensen (ALDE). – (DA) Mijnheer de Voorzitter, er zijn vast niet erg veel mensen die geloven dat de presidentsverkiezingen die op 19 maart in Wit-Rusland worden gehouden, voldoen aan zelfs maar de meest elementaire democratische grondbeginselen. We hebben alle reden om te verwachten dat het tegenovergestelde het geval zal zijn. President Loekasjenko zal alle zeilen bijzetten om zijn positie te verdedigen en zijn dictatuur te versterken. Eerlijke kansen om haar politieke boodschappen voor het voetlicht te brengen zijn de oppositie onthouden en de verkiezingscampagne van de kandidaat voor de verenigde oppositie, de heer Milinkevitsj, ontwikkelt zich tot een uiterst moeizaam gebeuren. We moeten alles in het werk stellen om de democratische krachten in Wit-Rusland te steunen in de aanloop naar de verkiezingen. Ik wil er echter in het bijzonder voor pleiten dat Wit-Rusland niet vergeten wordt als de verkiezingen voorbij zijn. Ik ben het met de heer Winkler eens dat er inspanningen op de lange termijn nodig zijn om democratie tot stand te brengen in Wit-Rusland, en we moeten deze inspanningen volhouden na de verkiezingen. Mijn dank aan commissaris Borg voor het feit dat hij beloofd heeft te streven naar precies zo’n strategie.
Jonas Sjöstedt (GUE/NGL). – (SV) Mijnheer de Voorzitter, ik ben een van de leden van mijn fractie die vinden dat de fractie de gemeenschappelijke ontwerpresolutie had moeten ondertekenen. Ik betreur het dat zij dat niet gedaan heeft.
De situatie in Wit-Rusland gaat steeds verder achteruit. Aan de voorwaarden voor democratische verkiezingen wordt helaas bij lange na niet voldaan. De oppositie – zowel de politieke oppositie als de vrije vakbondsbeweging – wordt stelselmatig vervolgd. Kritische, onafhankelijke media hebben slechts zeer weinig bewegingsruimte.
In deze situatie moeten we alles doen wat in ons vermogen ligt om de democratische krachten te ondersteunen en moeten we ons zowel inzetten voor eerlijke verkiezingen als voor uitgebreid toezicht op de verkiezingen. Er is maar één manier waarop we onze solidariteit met Wit-Rusland kunnen laten zien, en dat is door te eisen dat de Wit-Russen zelf hun eigen toekomst mogen bepalen. En dat vereist democratie.
Inese Vaidere (UEN). – (LV) Dames en heren, een vrije informatiestroom vanuit Europa is van levensbelang voor het bevorderen van de democratie in Wit-Rusland.
Ik zou in de eerste plaats willen benadrukken dat de middelen die wij hebben vrijgemaakt voor radio-uitzendingen voor Wit-Rusland tot op heden niet het verhoopte effect hebben gehad. Het besluit van de Europese Commissie om een contract van 2 miljoen euro toe te kennen aan het Duits-Russische consortium dat radio-uitzendingen verzorgt voor Wit-Rusland, in de wetenschap dat het Russische televisiestation al royale contracten heeft met de Wit-Russische regering, en dat deze uitzendingen in het Russisch plaatsvinden, is mijns inziens een onaanvaardbare geldverspilling. Uiteindelijk zou dit het regime van Loekasjenko wel eens in de kaart kunnen spelen.
Ten tweede moet de Europese Unie de democratische pers van Wit-Rusland steunen.
Ten derde moeten we overwegen om het gemakkelijker te maken voor Wit-Russische burgers, wetenschappers en culturele werkers om aan visa voor de Europese Unie te komen en tegelijkertijd de beperkingen op te voeren voor visa voor vertegenwoordigers van het huidige bewind en hun gezinsleden.
Tenslotte zou ik de Europese Commissie en de Raad met klem willen verzoeken krachtiger aan te dringen op de onmiddellijk vrijlating van oppositieleider Mikhail Marinich die op politieke gronden wordt gevangengehouden.
Laima Liucija Andrikienė (PPE-DE). – (LT) Met nog iets meer dan een maand te gaan tot aan de stembusgang laat de situatie in Wit-Rusland weinig hoop bestaan dat de presidentsverkiezingen in dit land democratisch, vrij en eerlijk zullen verlopen.
Tot nog toe is er nog geen enkele kandidaat officieel geregistreerd en is slechts een toekomstige kandidaat, de huidige president Alexander Loekasjenko, het voorwerp van een intensieve propagandacampagne, gevoerd door de totaliteit van de staatsmedia. Een analyse van de pers leert dat in het hele land de opinie postvat dat er geen alternatief is voor de huidige president; een absolute meerderheid van de burgers zal op hem stemmen omdat alleen Alexander Loekasjenko voor stabiliteit kan zorgen in een land dat kan bogen op onomstotelijke prestaties. Kennelijk zijn de tegenstrevers van de president waardeloze schurken, terwijl het Westen de situatie in Wit-Rusland simpelweg niet begrijpt en het land wil destabiliseren. Dat dit niet zal gelukken heeft Wit-Rusland te danken aan president Loekasjenko. De onderdrukking van de onafhankelijke media wordt almaar opgevoerd.
In dit verband is de steun van de Europese Unie levensnoodzakelijk, maar niet voldoende en te laat, zodat het effect gering blijft. Is dit werkelijk alles wat de Europese Unie kan doen om de gedachte- en persvrijheid in een naburig land te verdedigen?!
Andrzej Jan Szejna (PSE). – (EN) Mijnheer de Voorzitter, op 19 maart worden er in Wit-Rusland presidentsverkiezingen gehouden. We zijn het er allemaal over eens dat het onderhand tijd wordt dat we de activiteiten van de democratische krachten in Wit-Rusland ondersteunen. Het mogelijk maken van vrije en democratische verkiezingen moet bovenaan ons prioriteitenlijstje staan. Er moet voor gezorgd worden dat elke stap in deze verkiezing, ook het tellen van de stemmen, zo transparant mogelijk verloopt en dat alle kandidaten dezelfde kansen krijgen.
Het beleid van Loekasjenko heeft al veel te veel wenkbrauwen doen fronsen. Het is van het allerhoogste belang dat het Europees Parlement en de Raad van Europa aanwezig zijn bij deze presidentsverkiezingen. We moeten er bij de Wit-Russische autoriteiten op aandringen dat ze beide instellingen zo snel mogelijk een uitnodiging sturen.
Wat onafhankelijkheid van de media en vrijheid van meningsuiting betreft, wordt de toestand geleidelijk aan steeds slechter voor de Wit-Russen. Daarom zijn wij een warm voorstander van het opzetten van een radiozender die uitzendt vanuit Polen, Litouwen en mogelijk Oekraïne. Bovendien getuigt het optreden van de Wit-Russische regering tegen de Unie van Polen in Wit-Rusland en tegen de Roma-minderheid en het verbieden van de hervormde evangelische kerk van minachting voor de rechten van minderheden en voor de vrijheid van vereniging en geloof.
Rolandas Pavilionis (UEN). – (LT) Behalve slecht nieuws uit Minsk is er ook goed nieuws uit Vilnius. Vandaag heeft de Litouwse regering de European Humanities University erkend, die onlangs uit Minsk werd verbannen en die in Vilnius haar activiteiten heeft hervat. Dit is de vrucht van de enorme inspanningen van een aantal leden van het Europese Parlement, in samenwerking met vertegenwoordigers van de Europese Commissie en Litouwse diplomaten. De studenten aan deze universiteit bieden onmiskenbaar oprechte hoop op een nieuwe toekomst voor Wit-Rusland. Tegelijkertijd heeft ons slecht nieuws bereikt vanuit Minsk. Het dictatoriale regime voert de onderdrukking op van democratische maatschappelijke jongerenorganisaties die het regime niet welgezind zijn. Het werk van de Wit-Russische Unie voor jongeren en kinderen RADA is door een besluit van het regime in de ban gedaan. Deze jongerenraad had inmiddels internationale erkenning gekregen en zette zich in voor de totstandbrenging van contacten tussen jongeren in Wit-Rusland en vele Europese jongerenorganisaties. Ik zou daarom een oproep willen doen aan al mijn collega's en ik reken op hun steun voor het dringende verzoek een einde te maken aan de onderdrukking van de Wit-Russische jongeren en hun organisaties.
Hans Winkler, fungerend voorzitter van de Raad. (FR) Ter afronding van dit debat zal ik nu het woord voeren namens de Raad.
(DE) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik zou allereerst op een punt terug willen komen dat in de discussie genoemd werd en duidelijk willen stellen dat elk land het recht heeft zich te bekommeren om de mensenrechten, waar ter wereld die ook in het geding zijn. Kritiek op schendingen van de mensenrechten is nog geen inmenging in interne aangelegenheden. Dat is zeker sinds de Wereldconferentie over de mensenrechten van 1993 in Wenen gemeengoed. De Europese Unie heeft daarom net als een willekeurig land het volste recht toe te zien op de naleving van de mensenrechten in een ander land. De Europese Unie doet dat ook en ik dank het Europees Parlement voor zijn inzet daarvoor en voor de duidelijke uitspraken die het in dit debat heeft gedaan. Die maken het werk voor de Raad en Commissie lichter, omdat het belangrijk is dat de Europese instellingen in deze kwestie met één mond spreken.
Naar aanleiding van de bijdrage van mevrouw Schroedter zou ik willen zeggen, dat je zeker kunt stellen dat er tot nu toe geen efficiënt gebruik gemaakt is van de beschikbare instrumenten. We proberen daarin verbetering te brengen. Ik wil daar wel aan toevoegen dat de ontwikkeling van een nieuw instrument voor hulp in het kader van het nabuurschap- en partnerschapsbeleid voor verbetering zal zorgen en dat we ons best zullen doen om ervoor te zorgen dat deze middelen ook doelmatig ingezet worden.
Een ander punt keerde een aantal keren terug in de discussie. Het is de ontmoeting die de troika-ministers van Buitenlandse Zaken op dit moment in Wenen hebben met de Russische minister van Buitenlandse Zaken. Commissaris Borg heeft van deze ontmoeting gewag gemaakt, omdat commissaris Ferrero-Waldner er ook aan deelneemt. Natuurlijk staat bij deze belangrijke ontmoeting ook Wit-Rusland op de agenda en natuurlijk komt het erop aan dat ook Rusland duidelijk stelling neemt. We weten immers allemaal dat Rusland een zekere invloed op de gebeurtenissen in Wit-Rusland heeft.
Dan is er nog iets – en ook dat speelde een rol in het debat – wat wij heel serieus zullen nemen: voor intensievere contacten tussen wetenschappers, jongeren en leden van het maatschappelijk middenveld dienen deze mensen de mogelijkheid te krijgen om te reizen. Daar moeten wij inderdaad nog eens goed naar kijken. Het zou verkeerd zijn als wij mensen die in hun strijd voor de democratie hun vrijheid op het spel zetten, niet in de gelegenheid zouden stellen zich samen met onze instellingen voor de democratisering van Wit-Rusland in te zetten.
Ook de presidentsverkiezingen werden aangestipt. Ze hadden Wit-Rusland de kans kunnen bieden de juiste weg in te slaan. Zoals de meeste sprekers opmerkten, is die kans niet zeer groot en de Europese Commissie en de Raad zullen zich moeten beraden op een reactie voor het geval er onregelmatigheden bij de verkiezingen worden vastgesteld. Natuurlijk overwegen we voor dat geval ook maatregelen, zolang we er maar goed voor zorgen dat we niet, zoals vaak gebeurt bij sancties, de verkeerden treffen. We willen de burgers van het land niet treffen. Integendeel, die willen we juist steunen en we zullen er alles aan doen om ervoor te zorgen dat er op de langere termijn van onderop een verandering in Wit-Rusland wordt bewerkstelligd. Daar willen wij, daar wil de Raad aan werken.
Joe Borg, lid van de Commissie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik dank de geachte leden van het Parlement voor al hun opmerkingen waarmee het engagement van dit Huis voor democratie en eerbiediging van de mensenrechten in Wit-Rusland in het algemeen versterkt wordt.
Zoals ik aan het begin van dit debat al opmerkte, heeft de Commissie in Wit-Rusland een actieve rol gespeeld door NGO’s en media te ondersteunen en door aan de hand van acties bewustwording te kweken onder de Wit-Russische bevolking in de hoop dat dit tot democratische veranderingen leidt. De Europese Unie heeft beklemtoond hoeveel belang ze hecht aan een democratische stembusgang en we zijn bereid de onderlinge banden aan te halen, als en wanneer we overtuigende vooruitgang zien in de richting van echte democratie en eerbiediging van de mensenrechten.
In antwoord op wat de heer Wiersma en andere leden hebben gezegd over de voor 19 maart geplande presidentsverkiezingen, betreurt de Commissie dat het Europees Parlement niet als waarnemer is uitgenodigd bij de verkiezingen. Dat is inderdaad een teleurstelling, maar komt niet als een verrassing, gelet op de toestand in het land. We zullen de verslagen van de OVSE/ODIHR-missie op de voet volgen. Leden van het Europees Parlement kunnen misschien deel uitmaken van de nationale contingenten van de lidstaten in de OVSE/ODIHR-missie.
Wat het punt dat mevrouw Schroedter en andere leden aanhaalden betreft, zou ik wil herhalen dat de Commissie de toestand op een originele manier probeert aan te pakken via steun aan de European Humanities University in ballingschap en aan onafhankelijke media.
In reactie op de opmerkingen van mevrouw Záborská zou ik opnieuw willen benadrukken dat het leeuwendeel van de Commissiestrategie erin bestaat onafhankelijke media in zowel het Russisch als het Wit-Russisch – met name de Deutsche Welle – te ondersteunen om ervoor te zorgen dat ze echt een katalysator voor veranderingen kunnen zijn.
Ik wil de heer Muscat danken voor zijn opmerkingen en voor de nadruk die hij op de jeugd legt. Ik kan hem verzekeren dat de Commissie haar inspanningen inderdaad toespitst op het maatschappelijk middenveld, waaronder de Wit-Russische jeugd, die de hoop op een betere toekomst belichaamt.
Ten aanzien van het punt dat mevrouw Vaidere aanstipte, wil ik opmerken dat er op het niveau van de Raadswerkgroepen besprekingen lopen om enkele praktische oplossingen te vinden voor de gemeenschappelijk aanpak van visumfacilitering.
Met betrekking tot de opmerking van de heer Pavilionis, ben ik het volmondig met hem eens dat we elke actie voor de Wit-Russische jeugd en met name voor de European Humanities University in ballingschap moeten ondersteunen.
Bij het mediaproject van 2 miljoen euro worden niet alleen partners uit Duitsland en Rusland betrokken, maar ook een Pools radiostation, een Litouws radiostation, Duitse en Nederlandse NGO’s en Wit-Russische journalisten. Daarom is het een Europa-breed project. De Russische televisiepartner, RTVI, heeft laten zien dat hij zich compleet onafhankelijk van de Russische regering opstelt. RTVI bestaat namelijk uit journalisten die weggelopen zijn bij door de regering gecontroleerde media.
Alle televisie- en radioprogramma’s worden in het Russisch en in het Wit-Russisch uitgezonden. De televisieprogramma’s die in het Russisch uitgezonden worden, worden systematisch in het Wit-Russisch ondertiteld.
De Voorzitter. - Tot besluit van het debat zijn zes ontwerpresoluties(1) ingediend overeenkomstig artikel 103, lid 2, van het Reglement.
Het debat is gesloten.
De stemming vindt morgen om 10.00 uur plaats.
(In afwachting van het vragenuur voor vragen aan de Commissie wordt de vergadering om 16.50 uur onderbroken en om 17.30 uur hervat)