Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2005/2188(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A6-0031/2006

Ingediende teksten :

A6-0031/2006

Debatten :

PV 14/03/2006 - 6
CRE 14/03/2006 - 6

Stemmingen :

PV 15/03/2006 - 4.8
CRE 15/03/2006 - 4.8
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2006)0088

Debatten
Dinsdag 14 maart 2006 - Straatsburg Uitgave PB

6. Herstructureringen en werkgelegenheid (debat)
PV
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. – Aan de orde is het verslag (A6-0031/2006) van Jean Louis Cottigny, namens de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken, over herstructureringen en werkgelegenheid (2005/2188(INI)).

 
  
MPphoto
 
 

  Jean Louis Cottigny (PSE), rapporteur.(FR) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, dames en heren, ik wil voor alles mijn collega’s bedanken, die mij vertrouwen hebben geschonken door mij te belasten met het opstellen van dit verslag.

Een van de dingen die ik daarbij heb gedaan, is mijn oor te luisteren leggen. Ik heb de sociale partners – werknemers en werkgevers – ontvangen, ik heb gesproken met het Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s, en ik heb een onderhoud gehad met commissaris Špidla en de partners van de Commissie.

We hebben ook zeer intensief overleg gevoerd met de schaduwrapporteurs en ik wil op deze plaats mevrouw Bachelot, mevrouw McDonald, mevrouw Schroedter en de heer Beaupuy bedanken voor hun compromisbereidheid en de kwaliteit van hun werk.

Wanneer je over herstructureringen hoort praten, krijg je altijd de indruk dat er stomme verbazing heerst over iets compleet nieuws dat uit de lucht komt vallen. Dit is echter een eeuwenoud en onvermijdelijk fenomeen. De samenleving verandert, schrijdt voort en moderniseert zich. Het is normaal dat haar economische activiteit dezelfde ontwikkelingscurve volgt.

De technologische vooruitgang die al eeuwenlang het resultaat is van menselijk handelen, leidt ook tot herstructureringen. Ik zal een voorbeeld geven waar niemand in deze zaal aanstoot aan zal nemen: in de ontwikkeling van de jacht naar de veeteelt hebben onze voorouders talrijke belangrijke herstructureringen gekend. Wel is het zo dat deze herstructureringsverschijnselen een nieuw gezicht hebben gekregen door het snellere tempo waarin de vooruitgang zich voltrekt en de inmiddels wereldwijde dimensie van de markt.

Elk nieuw besluit dat we nemen, kan herstructureringen tot gevolg hebben. Daarom, als u het mij toestaat, wil ik op deze plaats de Commissie gelukwensen met het feit dat zij in haar mededeling heeft onderkend dat de Unie, die soms, zoals in het textieldossier, aan de basis staat van herstructureringsbewegingen, haar deel van de verantwoordelijkheid op zich moet nemen door die herstructureringen zo goed mogelijk te begeleiden.

Zoals u heeft kunnen constateren, hamer ik in mijn hele verslag op het noodzakelijke karakter van herstructureringen, aangezien die naar mijn mening garant staan voor het behoud van het economische concurrentievermogen van onze bedrijven en daarmee voor het behoud van werkgelegenheid. Maar bij de bestudering van dit dossier kunnen we niet de ogen sluiten voor herstructureringen die gebaseerd zijn op valse voorwendselen, waar slechts het streven naar onmiddellijke winst achter schuilgaat. Dergelijke gedragingen mogen met recht en reden immoreel worden genoemd, omdat het vandaag de dag in Europa ontoelaatbaar is dat een alleenverdienende werknemer maandagochtend voor de gesloten poort van een fabriek staat die in het weekend in allerijl is ontruimd.

Het is de taak van onze instellingen en die van de sociale partners om zoveel en zo vroeg mogelijk in actie te komen om beter te anticiperen op herstructureringen en de gevolgen ervan in termen van sociale kosten te verzachten. Want of ze nu wel of niet gerechtvaardigd zijn, in veel gevallen komen mensen bij herstructureringen aan de kant te staan.

Herstructureringen vormen geen verschijnsel dat een bepaalde lidstaat in het bijzonder treft. We mogen ons er niet toe laten verleiden ons tegen elkaar te laten opzetten zodra het thema werkgelegenheid ter sprake komt in deze vergaderzaal. Er bestaat niet zoiets als twee blokken met aan de ene kant de oude en aan de andere kant de nieuwe lidstaten. Er bestaat wel zoiets als 450 miljoen Europeanen, die van de ene op de andere dag, van Tallin tot Lissabon, met zo’n situatie geconfronteerd kunnen worden.

Ik probeer in mijn verslag drie actieterreinen aan te geven. Het eerste is de begeleiding van, laten we zeggen, de bedrijven van de burger, via de versterking van de instrumenten voor de analyse van het fenomeen om hen tijdig te waarschuwen, en via grotere financiële steun voor kleine en middelgrote ondernemingen, het stimuleren van permanente beroepseducatie, hetgeen een recht van werknemers en een onmiskenbare troef voor het bedrijfsleven is, de hervorming van de staatssteun ter ondersteuning van de groei en, bovenal, de instelling van een fonds voor aanpassing aan de globalisering.

Het tweede actieterrein betreft het instellen van sancties tegen “gangsterbedrijven” – vergeef me de term – die weliswaar ver in de minderheid zijn, maar wel het vaakst onderwerp van gesprek zijn. Dit soort actie neemt de vorm aan van betere controle op de aanwending van de Europese fondsen om het subsidieshoppen tegen te gaan, van het opnieuw ter discussie stellen van sommige herstructureringen die op dubieuze gronden zouden zijn doorgevoerd, en van het doen eerbiedigen van het juridische acquis communautaire en de juiste toepassing daarvan.

Het derde actieterrein betreft de begeleiding van de eerste slachtoffers van herstructureringen: de werknemers. Het gaat hier om het bieden van permanente omscholingsfaciliteiten, om de tijd tussen het verlies van de baan en het vinden van een nieuwe baan zo kort mogelijk te houden. Het gaat om de versterking van de rol van de sociale partners, die onze echte troefkaart zijn bij het omgaan met dit soort verschijnselen, en daarom verzoek ik mijn collega’s nogmaals om hun gedachten te laten gaan over een eventuele herziening van de richtlijn betreffende de Europese ondernemingsraden. Het gaat ook om het stimuleren van de participatie van werknemers in het kapitaal van hun onderneming en het invoeren van één loket om alle burgers van de Unie gelijke toegang tot zorg en begeleiding te bieden.

Tot slot denk ik dat wij, aan de zijde van de sociale partners en los van partijpolitieke voorkeuren, kunnen helpen bij de begeleiding van herstructureringen teneinde de strijd om de werkgelegenheid te winnen. Laten we daaraan denken als het, van het ene moment op het andere, zomaar mogelijk is dat door een besluit van één raad van bestuur aan de andere kant van de wereld, hier bij ons het resultaat van tientallen jaren werk teniet kan worden gedaan. Dit dossier biedt ons de gelegenheid om op positieve wijze in te grijpen in het leven van onze burgers, want dat is waar het eigenlijk om gaat, deze wirwar van technische termen ten spijt: om mannen en vrouwen die slechts naar geluk streven. In dezelfde geest als die van de stichters van het Europa van de vrede, is het nu aan ons om bij te dragen tot het Europa van de sociale vrede.

 
  
  

VOORZITTER: ANTONIOS TRAKATELLIS
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 
 

  Vladimír Špidla, lid van de Commissie. (CS) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren afgevaardigden. Herstructureren is een noodzaak. Het is goed voor de economische ontwikkeling en het maakt de afstoting van minder productieve activiteiten mogelijk, alsook de versterking van sleutelsectoren. De arbeidsplaatsen die in dit proces worden geschapen zijn echter gewoonlijk van andere aard dan de arbeidsplaatsen die verdwijnen. Het leeuwendeel van de nieuwe banen is te vinden in de dienstensector en de kennisintensieve beroepen, terwijl er in de industrie en de onderste regionen van de arbeidsmarkt juist arbeidsplaatsen verdwijnen. Dat brengt de nodige sociale kosten met zich mee. Het is daarom noodzakelijk om op veranderingen te anticiperen en te zorgen voor begeleidende maatregelen. De overheid, het bedrijfsleven en de sociale partners dragen hiervoor gezamenlijk de verantwoordelijkheid. Juist deze gedachte is de leidraad van de mededeling "Herstructurering en werkgelegenheid" van 31 maart 2005. De Commissie spreekt haar dank uit aan de heer Cottigny en aan alle afgevaardigden die hebben bijgedragen aan het verslag, dat in principe in de lijn ligt van de algemene consensus op het vlak van herstructureringen die zich begint af te tekenen.

De Commissie is verheugd dat het Parlement zich er voorstander van heeft getoond om aanzienlijke bedragen uit de EU-begroting in te zetten voor maatregelen ter anticipatie op herstructureringen alsook voor de financiering van begeleidende maatregelen. De structuurfondsen dienen in grotere mate te worden aangewend voor de ondersteuning van economische en sociale veranderingsprocessen in de regio’s, alsook voor de omscholing van de meest door de herstructureringen getroffen werknemers, en dat laatste wel op zodanige wijze dat wij het hun eenvoudiger maken een nieuwe, kwalitatief hoogstaande bestaansbasis op te bouwen. Afgezien daarvan heeft de Commissie onlangs een reeds aan u voorgelegd voorstel voor de oprichting van een Europees globaliseringsfonds goedgekeurd. Dit fonds zal tot doel hebben de noodzakelijke toekomstige solidariteit te organiseren tussen degenen die profiteren van de voordelen van de liberalisering van de handel enerzijds en de werknemers die als gevolg van de mondialisering worden ontslagen anderzijds.

De Commissie heeft in het verslag van de heer Cottigny een groot aantal interessante analyses en uitspraken opgemerkt die zij zeker meer in detail zal bestuderen. Eén daarvan betreft de gedachte een centrale Europese coördinerende organisatie voor de herstructureringsproblematiek op te richten, een wat mij betreft buitengewoon interessant idee. En wat het verkrijgen van een beter inzicht in het gebruik van de Europese fondsen aangaat, heeft de Commissie voor de periode 2007-2013 voorgesteld om de regels omtrent de vestigingsplaats van bedrijven aan te scherpen en de verplichting om investeringen te doen renderen, uit te breiden. De Commissie stelt eveneens voor om ondernemingen die deze regels schenden te verplichten de ontvangen steun terug te storten en deze voortaan uit te sluiten van elke vorm van steun.

Voor een positieve en opbouwende benadering van economische en sociale veranderingen is optreden van de overheid noodzakelijk, zowel op Europees, nationaal als regionaal niveau. Desalniettemin dient de herstructureringsproblematiek vooral te worden aangepakt door degenen die de herstructureringen uitvoeren en degenen die de gevolgen ervan dragen, dat wil zeggen het bedrijfsleven en de werknemers. Om die reden richtte de mededeling van vorig jaar zich eveneens tot de Europese sociale partners en riep deze hen op om door te gaan met het gezamenlijke werk, dat tot doel heeft preventieve en positieve procedures op het gebied van herstructureringen uit te werken en vervolgens in te voeren. De Commissie heeft de sociale partners eveneens verzocht om te zoeken naar middelen ter versterking van de positie van de Europese ondernemingsraden. In het onlangs door de Europese sociale partners goedgekeurde werkprogramma voor de komende jaren, wordt ervan uitgegaan dat de werkzaamheden op beide gebieden zullen worden voortgezet. De Commissie dringt er bij de sociale partners op aan om vaart achter het geheel te zetten en concrete resultaten te boeken.

Dames en heren, herstructureren mag niet symbool komen te staan voor sociale en economische achteruitgang. Neen, economische herstructurering kan juist leiden tot economische en sociale vooruitgang, en wel onder de voorwaarde dat op tijd op toekomstige herstructureringen wordt geanticipeerd, dat ondernemingen in staat zijn er effectief en snel mee om te gaan, en dat de overheid een bijdrage levert in de vorm van begeleidende maatregelen. Ik ben verheugd dat deze overtuiging ook tot uitdrukking wordt gebracht in de inleiding van het verslag van het Europees Parlement. Deze overtuiging dient de leidraad te zijn op de weg naar groei, sociale solidariteit en een hogere levenskwaliteit.

 
  
MPphoto
 
 

  Roselyne Bachelot-Narquin, namens de PPE-DE-Fractie.(FR) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, herstructureringen brengen twee werelden samen: die van de economie, waar ze nodig zijn om het hoofd te bieden aan de veranderingen als gevolg van de globalisering en de eisen van de consumenten, en die van de sociale dimensie, waar ze maar al te vaak een bron van leed en angst voor werknemers zijn. Deze herstructureringen krijgen een ander karakter met de opkomst van nieuwe machten, die een nieuwe dimensie in de werkverdeling teweegbrengen die er uiteindelijk toe zou leiden dat Europa wordt veroordeeld tot het ontwikkelen van de dienstensector en het opgeven van zijn status van landbouw- en industriële macht. Wij leggen ons niet bij dat vooruitzicht neer.

Tegen deze achtergrond wijst de Fractie van de Europese Volkspartij (Christen-democraten) en Europese Democraten elke vorm van demonisering van noodzakelijke herstructureringen af, maar zij is wel van mening dat de Europese markt een regulerend kader moet opzetten om de schokken van deze globalisering op te vangen. De interne markt is niet de oorzaak van herstructureringen, hij is er het tegengif voor.

Dit Europees model is echter ook een humanistisch model, en we mogen niet voorbijgaan aan het leed dat wordt toegebracht aan mensen en gebieden die door dit verschijnsel worden getroffen. De vraag die wordt gesteld is: hoe moeten we maatschappelijk verantwoorde herstructureringen bevorderen? In het verslag van de heer Cottigny worden diverse mogelijkheden aangegeven, waar onze fractie aan heeft meegewerkt.

De eerste mogelijkheid is de herziening van de richtlijn betreffende de Europese ondernemingsraad en de versterking van de rol van de sociale partners na diepgaand overleg met hen: de rapporteur heeft een amendement in deze richting voorgesteld, dat onze goedkeuring kan wegdragen. Andere mogelijkheden: toegang tot expertise en uitwisseling van goede praktijken, die een relevant terrein voor de open coördinatiemethode vormen; beroepsopleidingen, en in dit verband zijn wij verheugd dat het door de heer Barroso voorgestelde begeleidingsfonds het pad van de herscholing van getroffen werknemers volgt, en niet wordt bestemd voor hachelijke reddingsoperaties; optimalisering van de ondersteuning vanuit het solidariteitsbeleid via de structuurfondsen ESF en EFRO, mits die, mijnheer de commissaris, niet onder druk komen te staan als gevolg van teruglopende financiële vooruitzichten. Tot slot noem ik uiteraard onderzoek en innovatie.

Ter afronding bedank ik rapporteur Cottigny voor zijn openheid van geest, dankzij welke wij talrijke compromissen hebben kunnen sluiten en onze fractie normaliter voor zijn verslag zou moeten gaan stemmen.

 
  
MPphoto
 
 

  Jan Andersson, namens de PSE-Fractie. – (SV) Mijnheer de Voorzitter, om te beginnen wil ik de rapporteur bedanken voor zijn open houding bij het werk aan dit verslag, waarmee hij de parlementaire commissie op één lijn heeft weten te krijgen. Dat heeft hij op werkelijk uitstekende wijze gedaan.

Ik ben het ook eens met het standpunt van de rapporteur dat herstructurering niets nieuws is. Als ik naar mijn eigen stad van herkomst kijk, constateer ik dat de grote bedrijven die daar in mijn jeugd waren, er niet meer zijn. Er is een heel ander soort werkgelegenheid ontstaan. Daardoor is de maatschappij veranderd, de huidige banen zijn van een veel hoger niveau dan toen ik opgroeide. Die ontwikkeling zal zich voortzetten. Het nieuwe is dat dat veel sneller gebeurt in de geglobaliseerde wereld van vandaag, en daarom hebben wij de herstructurering nodig als instrument.

Men kan dat als een bedreiging of als een kans beschouwen, maar nu wij een bepaalde weg hebben gekozen en hebben gezegd dat we niet moeten concurreren met India en China met hun lage lonen en arbeidsvoorwaarden, maar dat we een hoog salarisniveau en goede sociale voorwaarden moeten behouden, moet de herstructurering een instrument in het Lissabon-proces zijn. De vraag is dan echter hoe we die herstructurering teweeg moeten brengen.

Ten eerste moeten we een planning voor de lange termijn maken. Er zijn trends die we moeten kunnen zien. Bovendien moeten we tijdig handelen, want als we laat tot actie overgaan, is het soms al te laat. Dan kunnen de fabrieken alleen nog maar sluiten, dan zijn er geen alternatieven meer. We moeten op tijd aan veranderingen gaan werken.

Ten tweede moeten we alle partijen erbij betrekken. De sociale partners en de werknemers moeten aan het hele proces meedoen, zodat ze voorbereid zijn op de herstructurering wanneer dat proces plaatsvindt in de vorm van competentieontwikkeling, enzovoort.

Ten derde moet men ervaringen uitwisselen. Vorig weekend heb ik het Instituut van Dublin bezocht. Er is een uitvoerige analyse verricht en er is veel informatie verzameld op het gebied van geslaagde herstructureringsprocessen. Zo kan ik u vertellen dat reeds op dit moment 75 procent van de werknemers in Västervik, waar Electrolux vorig jaar zijn vestiging sloot, nieuw werk heeft gekregen. Het bedrijf, de sociale partners en de plaatselijke gemeenschap hebben samengewerkt om nieuwe banen te creëren.

Laten we bij het instellen van een nieuw globaliseringsfonds de oude instrumenten niet vergeten: het Sociaal Fonds, competentieontwikkeling en de verantwoordelijkheid op nationaal en regionaal niveau. Ik ben een aanhanger van het globaliseringsfonds als dat wordt gebruikt om individuen en de werkgelegenheid te versterken, en niet om de oude structuren te bewaren. We moeten echter ook de oude instrumenten bewaren, zoals het Sociaal Fonds, om de competentieontwikkeling te versterken.

 
  
MPphoto
 
 

  Jean Marie Beaupuy, namens de ALDE-Fractie.(FR) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik vind dit een nogal voorbeeldig verslag, in meerdere opzichten. Volgens mij is het vooral voorbeeldig omdat het het probleem goed stelt.

Enkelen van u, waaronder de rapporteur zelf, hebben erop gewezen dat het geen nieuw probleem is, dat het al sinds mensenheugenis bestaat. Ik wil alleen maar onderstrepen dat deze aanpassingen – want dat zijn herstructureringen in feite, het zijn slechts stappen in het aanpassingsproces van bedrijven – noodzakelijk zijn om beter te kunnen inspelen op de behoeften van de klant, die wij allen zijn.

Ik ga de verschillende punten die de rapporteur in zijn uiteenzetting over het onderwerp heeft genoemd, niet herhalen. Wat ik wel wil zeggen, omdat ik dat voorbeeldig vind, is dat hij zeer pragmatische voorstellen heeft gedaan, die ik in zes groepen zou willen onderverdelen. Dat is door deze en gene onderstreept. Het eerste punt is de noodzaak om zoveel mogelijk te anticiperen. Overigens, en als daar behoefte aan is zal ik het nog eens bij onze collega’s onder de aandacht brengen, hoort men niets over de grote meerderheid van de herstructureringen, juist omdat daar in een vroeg stadium over wordt beslist.

Ten tweede moeten de partners, uiteraard die van de onderneming maar ook de regionale en externe partners, erbij betrokken worden.

Tot slot, en dit punt is al genoemd, gaat het om steun aan de werknemers. Ik wil in dit verband op één specifiek punt hameren, namelijk de individuele steun aan werknemers, want er zijn niet alleen maar globale oplossingen. Op het individu toegesneden oplossingen zijn echt nodig. Elke werknemer moet een oplossing kunnen vinden, via informatie, hulp bij het zoeken van een baan, enzovoorts.

Bij de bedrijven moet onderscheid worden gemaakt tussen, zoals u heeft gezegd, frauduleuze bedrijven – waarvan er enkele zijn – en de meest essentiële bedrijven, die steun nodig hebben. Ik noem tot slot de steun aan getroffen regio’s.

Dank u, mijnheer Cottigny, voor uw werkwijze. Zoals mevrouw Bachelot namens haar fractie heeft gezegd, zeg ik namens mijn fractie dat er een goede kans, zelfs een zeer goede kans is dat wij u steunen.

Ter afsluiting hoop ik natuurlijk, mijnheer de commissaris, dat de Commissie naar de voorstellen van ons Parlement luistert, maar ik hoop ook dat de diverse betrokken partijen buiten onze Europese instellingen om – in de lidstaten, de regio’s, de kamers van koophandel – en de betrokken werkgevers en werknemers in de sectoren de inhoud en de geest van dit verslag oppakken opdat herstructureringen geen onontkoombaar noodlot zijn, maar juist een kans voor deze bedrijven en werknemers om weer op te leven.

 
  
MPphoto
 
 

  Elisabeth Schroedter, namens de Verts/ALE-Fractie. – (DE) Mijnheer de Voorzitter, het is inderdaad het geval dat de betrokken ondernemingen de druk om tot herstructurering over te gaan altijd vergelijken met een natuurverschijnsel dat ze plotseling overvalt. Ik ben van mening dat dat niet zo is.

Herstructurering en modernisering zijn een permanente verantwoordelijkheid van ondernemingen, en ook een sociale plicht tegenover hun personeel. Zij zijn verantwoordelijk voor voortdurende bijscholing, en op dit punt ben ik het eens met de rapporteur: werknemers hebben recht op een opleiding, of dat nu een basisopleiding is, een opleiding voor gevorderden of een opleiding onder werktijd. Uiteraard bestaat er de mogelijkheid dat bedrijfsbijscholing en de opleiding van vakmensen met publieke gelden worden gesteund, maar het zou schandalig zijn als bedrijven zich op het standpunt stellen dat het de taak van de publieke sector is om dit te doen, en dat de publieke sector daarvoor de verantwoordelijkheid moet nemen.

Ik geef toe dat dergelijke herstructureringen of zelfs verplaatsingen in sommige regio‘s zeer veel werkloosheid tot gevolg hebben. In dergelijke situaties doe ik echter een beroep op instrumenten zoals de territoriale pacten voor de werkgelegenheid die wij – dit Parlement samen met de Commissie – hebben gecreëerd. Uit studies blijkt dat deze uitstekend werkten doordat alle plaatselijke belanghebbenden erbij werden betrokken. Ze zijn efficiënt, ze werden door de Europese structuurfondsen gesteund en ze waren een succes. Het verbaast me werkelijk dat de Commissie terughoudender is in haar steun aan de territoriale werkgelegenheidpacten en niet meer zo snel haar toevlucht neemt tot deze mogelijkheden als in het verleden.

Nog een kanttekening bij het groeiaanpassingsfonds. Ook onze fractie is voorstander van een dergelijk fonds, maar er dient op te worden gelet dat alleen ondernemingen kunnen deelnemen aan dit fonds die zelf de sociale verantwoordelijkheid nemen voor permanente scholing en ontwikkeling, en die deze taken niet op anderen afschuiven. Alleen zo wordt voorkomen dat dit fonds alleen een symbolische functie krijgt. Daarom moet de betrokkenheid van de publieke sector afhangen van de deelname aan de sociale plannen door alle belanghebbenden, inclusief de ondernemingen.

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo, namens de GUE/NGL-Fractie.(PT) Dit verslag gaat over één van de ernstigste problemen waarmee de Europese Unie nu te kampen heeft. Het gaat hier om een verschijnsel dat leidt tot veel extra werkloosheid en een sterke toename van de sociale en economische ongelijkheid. Hele regio’s komen zo braak te liggen en dat zet een rem op de ontwikkeling van die regio’s.

Wij geloven dat ondernemingen alleen een herstructurering zouden mogen doorvoeren als dat beslist nodig is om banen te beschermen en de ontwikkeling van de betrokken onderneming te verzekeren, en nooit om de winst te vergroten ten koste van banen, of – wat de laatste tijd steeds vaker gebeurt – om uitsluitend financiële en speculatieve redenen.

Daarom dringen we erop aan dat er strenge regels worden opgesteld om de strijd aan te binden met dit soort herstructureringen, waarbij wel geïnvesteerd wordt maar geen banen worden geschapen en duizenden banen verloren gaan. Belangrijk is ook dat de overheid toezicht houdt op de wijze waarop communautaire middelen worden gebruikt en onder welke voorwaarden ze aan ondernemingen worden toegekend. De nieuwe verordeningen moeten zodanig worden geformuleerd dat de toekenning van steun gekoppeld wordt aan de verplichting om banen met rechten te behouden en bij te dragen tot de ontwikkeling van de regio op de middellange termijn. Als aan die voorwaarden niet wordt voldaan, kan geen steun worden toegekend.

Daarom dringen wij aan op garanties dat de werknemers via hun vertegenwoordigers – in de eerste plaats de Europese ondernemingsraden – het recht krijgen om op elk punt van dit proces in te grijpen. Belangrijk is vooral dat ze een vetorecht krijgen. Daarom roepen we op tot een herziening van de richtlijn betreffende de Europese ondernemingsraden.

 
  
MPphoto
 
 

  Derek Roland Clark, namens de IND/DEM-Fractie. - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik zie dat we vanmiddag over de Europese schoenensector gaan debatteren. Voor mij is dat een voorbeeld van herstructurering. Ik woon namelijk in Northampton en dat was ooit de hoofdstad van de Britse schoenensector. De afgelopen veertig jaar is het aantal arbeidsintensieve schoenmakers in Northampton teruggelopen van zeven of acht tot hoogstens één en de metaalbedrijven zijn zelfs allemaal uit de stad verdwenen. In diezelfde tijd is het aantal inwoners en werkzoekenden verdubbeld, maar er is geen werkloosheidsprobleem. Het werkloosheidspercentage ligt momenteel iets onder het Britse gemiddelde van 5,5 procent. Afgezien van Zweden en Denemarken is dat het laagste percentage in de EU.

Hoe hebben we dat voor elkaar gekregen? Hoe hebben we geherstructureerd? Daar zijn geen Europese programma’s aan te pas gekomen. In die tijd was het Verenigd Koninkrijk nog geen lid van de EG en was er ook geen sprake van subsidies van de EU. We hebben dat helemaal op eigen kracht gedaan door onze stad aantrekkelijk te maken voor de dienstensector. Barclaycard, een van de grootste creditcardmaatschappijen, bijvoorbeeld, heeft al heel lang haar hoofdkantoor in Northampton.

Ik weet dat u weinig op hebt met deze zelfhulpbenadering omdat die niet goed samengaat met de bemoeizucht, regels en verordeningen van de EU en het via niet-gekozen regionale organen en ontwikkelingsbureaus terugsluizen van geld dat een lidstaat zelf heeft betaald. Gisteren nog klaagde de heer Schultz dat de gekozen leden van dit Parlement minder te zeggen hebben dan de Raad en de niet-gekozen Commissie.

We kunnen Lissabon 2 dus maar beter schrappen zodat de nationale regeringen en gemeenteraden van lidstaten het werk kunnen doen waarvoor ze democratisch zijn gekozen.

 
  
MPphoto
 
 

  Zdzisław Zbigniew Podkański, namens de UEN-Fractie. (PL) Mijnheer de Voorzitter, we kunnen niet anders dan ervan uitgaan dat ondernemingen zich moeten aanpassen aan de nieuwe omstandigheden en uitdagingen die voortvloeien uit een geglobaliseerde economie, meer concurrentie en maatschappelijke veranderingen. Het is onze taak ervoor te zorgen dat de veranderingen gepaard gaan met een vergroting van het concurrentievermogen tegen zo laag mogelijke maatschappelijke kosten.

Bij het zoeken naar nieuwe juridische oplossingen op Europees niveau moeten we ons niet uitsluitend richten op de noodzaak tot verbetering van de financiële resultaten en winstgevendheid. Onze grootste zorg moet het welzijn van de burgers betreffen. Zij zijn het die ons hebben gekozen om hun belangen en welzijn te behartigen. De beschikbare middelen moeten met name worden aangewend voor hulp aan de zwakste regio's - de meeste daarvan bevinden zich in de landen die recent tot de Unie zijn toegetreden.

Tot slot, onder verwijzing naar het debat van gisteren over de verplaatsing van bedrijfsactiviteiten en in de context van regionale ontwikkeling, ben ik zo vrij te beweren dat de hoop die de nieuwe lidstaten gedurende de pretoetredingscampagnes hebben gekoesterd, bij veel mensen, waaronder leden van dit Huis, al gauw uit het geheugen is verdwenen. Ook dreigen de toezeggingen die aan die landen zijn gedaan, in het vergeetboek te geraken. We moeten ons realiseren dat dit de landen zijn waar de situatie het moeilijkst is en de werkloosheid het hoogst.

 
  
MPphoto
 
 

  Alessandro Battilocchio (NI). - (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik spreek namens de nieuwe Italiaanse Socialistische Partij. Ook vandaag staan wij als Parlement voor een tweesprong. Europa moet kiezen: of het gaat voort in de richting van een opening van de markten die blindelings de natuurwetten van de mededinging volgt, of Europa besluit zijn werknemers in bescherming te nemen tegen de risico’s van een vergaande liberalisering.

Als rechtgeaarde reformist geloof ik wederom dat de beste weg de gulden middenweg is. Het is een utopie te denken dat herstructureringen tegengehouden kunnen worden. Wat de Europese Unie wel kan en moet doen, is deze herstructureringen proberen te voorkomen met stimuleringsmaatregelen voor het midden- en kleinbedrijf: deze ondernemingen moeten internationaal zo concurrerend mogelijk worden gemaakt. Ook moet de Unie met ontmoedigende maatregelen komen om subsidiehoppen te bestrijden. Daarnaast moet er een strategie worden opgezet waarin alle middelen worden aangewend om ons arbeidspotentieel volledig en op volwaardige manier de markt te laten betreden, om de werkloosheid te bestrijden en de braindrain te voorkomen waardoor onze knapste koppen hun heil buiten de Unie zoeken.

In geval van onvermijdelijke herstructureringen zal de Europese Unie alle mogelijke steun moeten garanderen om de ontslagen beperkt te houden en de werknemers een loyale bescherming te bieden, met behulp van ad-hocfondsen, zoals de rapporteur terecht gevraagd heeft.

 
  
MPphoto
 
 

  Philip Bushill-Matthews (PPE-DE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik ben het eens met wat de commissaris aan het begin van dit debat zei, namelijk dat herstructurering nodig is om activiteiten die niet productief genoeg meer zijn, te kunnen beperken. Het punt is hoe we de herstructurering begeleiden en wie dit moet doen. Ook op dit punt ben ik het met de commissaris eens: dat moeten de bedrijven, de werkgevers en de direct betrokken werknemers zelf doen.

Aanvankelijk zou tijdens de vergaderperiode van februari over dit verslag worden gestemd, maar de grootste fracties hebben om begrijpelijke redenen afgesproken om de stemming een maand uit te stellen zodat er nog wat tijd is om verbeteringen aan te brengen. Dat was zeker nodig. Een aantal van de nu ingediende amendementen zijn een verbetering. Mijn collega, mevrouw Bachelot-Narquin is in dit verband zeer actief geweest en daar ben ik haar erkentelijk voor. Maar we moeten niet alleen de positieve amendementen aannemen. Een aantal van de oorspronkelijke paragrafen moeten we echt in hun geheel schrappen. Zolang we dat niet doen, draait het in dit verslag vooral om weerstand tegen verandering en het vergroten van het vermogen van de vakbonden om ermee om te gaan. We moeten verandering mogelijk maken en het vermogen van de werknemers om ermee om te gaan vergroten.

Het zal de rapporteur duidelijk zijn dat ik nog steeds weinig zie in zijn verslag. Er moeten niet alleen verbeteringen in worden aangebracht. Het moet ook worden geherstructureerd - als ik dat zo mag zeggen. Zoals hij weet, was ik een van degenen die in de commissie tegen zijn verslag hebben gestemd, deels om het mogelijk te maken verdere amendementen voor deze vergaderperiode in te dienen, maar ik moet nu zeggen dat mijn Britse medeconservatieven en, naar ik weet, ook enkele andere nationale delegaties, het recht voorbehouden om morgen tijdens de plenaire zitting tegen het verslag te stemmen. Het is dan wel een niet-wetgevend verslag, maar het zou jammer zijn om een verslag over zo’n belangrijk onderwerp weg te stemmen. Het is echter altijd nog beter om het weg te stemmen dan om de foute boodschap af te geven dat dit Parlement zich meer aan het verleden vastklampt dan dat het werkgevers en werknemers helpt om zich voor te bereiden op de toekomst.

 
  
MPphoto
 
 

  Françoise Castex (PSE). – (FR) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, dames en heren, na het verslag-Hutchinson, waarover we gisteravond hebben gedebatteerd, is het verslag-Cottigny onderwerp van het debat over herstructureringen en verplaatsingen van bedrijven.

Ik wil beide rapporteurs ervoor bedanken dat ze deze sociaal-economische problemen aan de orde hebben gesteld, problemen die zeer veel angst en sociale onzekerheid bij onze medeburgers teweegbrengen. Gelukkig debatteert ons Parlement hierover: de Commissie moet op dit gebied dringend maatregelen treffen, mijnheer de commissaris. Deze kwesties stellen de Europese Unie voor de uitdaging van het economisch concurrentievermogen van ons bedrijfsleven en die van de baanzekerheid voor onze werknemers. In de beleving van de Europese werknemers zijn verplaatsingen en herstructureringen nauw met elkaar verbonden en vrijwel synoniem, omdat de gevolgen ervan voor hen hetzelfde zijn: het verlies van hun baan na jaren werken in dezelfde sector, soms zelfs in hetzelfde bedrijf, en dezelfde vraagtekens die worden gezet bij hun waarde als werknemer. Dat zou niet zo moeten zijn, omdat herstructureringen soms een teken van vooruitgang, van technische vooruitgang, zijn. Herstructureringen hebben niet dezelfde economische oorzaken als verplaatsingen, en het is aan de wetgever om voor elk probleem de geëigende oplossing te creëren.

Ik zou hier nader willen ingaan op de kwestie van bedrijfsherstructureringen om technologische redenen. Dat is in feite het centrale thema van het verslag-Cottigny. Bij deze kwestie is de uitdaging voor de Europese Unie gelegen in de vraag of zij zich weet aan te passen aan de steeds snellere veranderingen in ons tijdperk van technische vooruitgang. Zij stelt ons echt voor de uitdaging om op die vooruitgang te anticiperen. Regeren is vooruitzien, zegt men! Op dezelfde manier is ondernemen, zich in de voorhoede van de economische productie en concurrentie bevinden, ook vooruitzien. Het gaat er niet om dat we ons aan de vooruitgang aanpassen, we moeten daarop anticiperen, die vooruitgang zelf bedenken. Op dit gebied dragen de bedrijven de volledige verantwoordelijkheid, zij moeten produceren, en zij moeten hun werknemers helpen bij de anticipatie door zorg te dragen voor hun permanente educatie. Dat is het thema van het verslag-Cottigny, en ik vraag u, geachte collega’s en mijnheer de commissaris, om deze voorstellen te steunen.

 
  
MPphoto
 
 

  Gabriele Zimmer (GUE/NGL). – (DE) Mijnheer de Voorzitter, ik ben de heer Cottigny bijzonder dankbaar voor zijn zeer intensieve werk aan dit rapport. Ik betwijfel echter of de onderliggende doelstelling van het verslag, namelijk het afzwakken van de sociale gevolgen van de herstructurering, wel haalbaar is.

Ten eerste: de Europese Unie beoogt met haar economische activiteiten en dus ook met de herstructureringen een groter concurrentievermogen op de mondiale markten te bewerkstelligen. Dat wil niets anders zeggen dan dat zij probeert om de zwakke gebieden buiten de EU te zoeken en te vinden, waarheen de verliezers kunnen worden getransporteerd.

Ten tweede: om de gevolgen van de herstructurering werkelijk te verzachten, moeten de fondsen voor de verliezers van de globalisering zo omvangrijk zijn dat daarmee het concurrentievermogen eigenlijk weer wordt verkleind. Als we onze problemen in de EU niet willen exporteren, moeten we “ja” zeggen tegen de herstructurering, maar onszelf tegelijkertijd afvragen hoe we het precies aanpakken. Wat we nodig hebben, is een andere manier om het economisch proces te beheren, een andere manier van maatschappelijk produceren, waarbij we ons baseren op sociale en mondiale duurzaamheid. Het doel mag niet zijn om het tot elke prijs te winnen van onze mededingers, en we mogen onze manier van denken daaraan niet aanpassen. Dat is de werkelijke uitdaging waarmee we worden geconfronteerd.

 
  
MPphoto
 
 

  Georgios Karatzaferis (IND/DEM). (EL) Mijnheer de Voorzitter, woorden zijn mooi, maar laten we overgaan tot daden. Laten we alles wat hier verteld wordt, eens gaan uitleggen aan onze kiezers in Thessaloniki of in Macedonië of in Naoussa, dat een dode stad is geworden: bedrijfsverhuizingen hebben gezorgd voor werkloosheid, armoede, sociaal onrecht en dood. Dat is de waarheid.

Ikea heeft in Athene een winkel geopend en 2 500 kleine winkeltjes en bedrijfjes zijn dichtgegaan. Hoe zouden zij moeten herstructureren? Waar het kapitaal neerstrijkt, worden kleine bedrijfjes doodgeknepen. Het is een jungle, een oceaan waarin de grote vis de kleine opslokt. Carrefour opent een winkel van 20 000 vierkante meter en de kleine winkels in de hele regio moeten sluiten. Wat doen wij? Wat ondernemen wij? Hoe kunnen wij helpen? Dit is de realiteit. Wij hebben een groot probleem. Een losgeslagen kapitalisme dringt ons leven binnen en begraaft de dromen van de allerzwaksten. Niets werkt nog tegenwoordig. Er is 20 procent werkloosheid in Macedonië, ooit de fabriek van heel Europa. Wat gaan wij doen? Hoe gaan wij die mensen redden van gebrek en armoede? Wij maken een nieuw leger van havelozen! U moet hier optreden, hier moet u hulp bieden.

 
  
MPphoto
 
 

  Guntars Krasts (UEN). – (LV) Mijnheer de Voorzitter, de conclusie van het Commissievoorstel inzake herstructureringen en werkgelegenheid luidt dat beleidsmaatregelen die gericht zijn op het weren van veranderingen en het bevriezen van economische structuren het probleem alleen maar verschuiven en derhalve de negatieve effecten nog verergeren. Helaas gaan ook tal van herstructureringsmaatregelen die in het verslag van het Parlement genoemd worden in die richting. Dat kan ertoe leiden dat bedrijven ernstige moeilijkheden ondervinden om zich aan te passen aan de marktveranderingen.

De analyse van de situatie en de conclusies die in het verslag zijn vervat, zijn in strijd met de voorgestelde maatregelen. In de tekst wordt bijvoorbeeld gewag gemaakt van de trage groei van de economie van de Europese Unie, het zwakke concurrentievermogen van de Europese bedrijven en de geringe arbeidsmobiliteit. Verder in het verslag wordt evenwel gesuggereerd dat herstructurering niet gebruikt mag worden om bedrijven rendabeler te maken door het aantal werknemers terug te schroeven. Ook het voorstel voor een groeiaanpassingsfonds is een voorbeeld van kortetermijndenken. De beste manier om banen in stand te houden is nieuwe banen te scheppen. Ook dit aspect zou in het verslag benadrukt moeten worden. Het herstructureringsbeleid zou dus in de eerste plaats gericht moeten zijn op het ten uitvoer leggen van sociaal-economische modellen die verenigbaar zijn met permanente verandering. De beoogde maatregelen moeten bijdragen aan de ontwikkeling van het zelfreguleringsvermogen in de lidstaten en de Europese Unie als zodanig. Alleen op die manier zal het mogelijk zijn om ook op de lange termijn het evenwicht tussen groei en hoge werkgelegenheid te bewaren.

 
  
MPphoto
 
 

  Jacek Protasiewicz (PPE-DE). – (PL) Mijnheer de Voorzitter, er is in dit Huis al veel gezegd over het feit dat economieën steeds verder globaliseren en steeds concurrerender worden. Zo staan de zaken er voor en ondernemers moeten daarop inspelen met een moderne bedrijfsvoering. Een belangrijk kenmerk daarvan is het vermogen om op flexibele wijze om te gaan met veranderende marktomstandigheden, met name als het gaat om nieuwe uitdagingen op concurrentiegebied. Gezien de omstandigheden is het niet mogelijk om ondernemingen doeltreffend te besturen zonder een permanente kostenanalyse en de bereidheid de nodige herstructureringsmaatregelen te treffen. Het is belangrijk om te bedenken dat als die maatregelen niet worden genomen, de gevolgen voor zowel de werkgevers als de werknemers altijd pijnlijk zijn. Dat moeten we steeds voor ogen houden als we spreken over het verslag van de heer Cottigny betreffende herstructureringen en werkgelegenheid.

Ik ben er zeker van dat het werk van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken de kwaliteit van het document aanzienlijk heeft verbeterd. Niettemin moet ik zeggen dat ik nog steeds moeite heb met de tekst, omdat er een overdaad aan wantrouwen van uitgaat tegenover ondernemers die herstructureringen uitvoeren of overwegen. Als afgevaardigde van een van de landen die recent tot de Europese Unie zijn toegetreden, ben ik met name bezorgd over de voorstellen om bedrijven te straffen die hun activiteiten geheel of gedeeltelijk willen verplaatsen naar gebieden van de Unie waar de productiekosten lager zijn. Ondernemers die dergelijke besluiten nemen, maken zich helemaal niet schuldig aan "immorele concurrentiepraktijken", zoals letterlijk in het verslag staat. Ik vind dat juist het tegenovergestelde het geval is. Ze bewijzen daarmee dat ze over de juiste bestuurscapaciteiten beschikken en dat ze de verantwoordelijkheid durven te nemen voor de toekomst van het bedrijf. Daarmee dragen ze bij aan de ontwikkeling van de economie in de Unie en aan de vergroting van haar concurrentievermogen. Ik wil u eraan herinneren dat dit een van de fundamentele doelstellingen is van de strategie van Lissabon, die ons zo na aan het hart ligt.

De invoering van aspecten uit het model van centrale planning in de Europese economie is ook niet het juiste antwoord op de maatschappelijke gevolgen van herstructureringen. Dat model is al een mislukking gebleken, en niet alleen in de voormalige communistische landen. De enige juiste oplossing is de kwalificaties van de mensen te verbeteren, het levenslang leren onder werknemers te bevorderen en hun mobiliteit te stimuleren. Ik pleit ervoor te werken aan deze drie aspecten en de overgangsregelingen voor toegang tot de arbeidsmarkten zo spoedig mogelijk op te heffen.

 
  
MPphoto
 
 

  Emine Bozkurt (PSE). – Voorzitter, collega's, ik feliciteer mijnheer Cottigny met zijn verslag. In mijn land, Nederland, zijn herstructureringen en globalisering belangrijke onderwerpen. De meningen over hoe ermee om te gaan, lopen uiteen. De sociaal-democraten, waarvan ik er een ben, zijn van mening dat nodeloos rondpompen van geld, van Nederland naar Brussel en weer terug, niet de oplossing is.

Niet iedereen in mijn land is dan ook blij met het voorgestelde Europese globaliseringsfonds. Toch wil ik hier mijn steun uitspreken voor dit fonds met de toevoeging dat ik vind dat er zoveel mogelijk aansluiting te vinden zou moeten zijn bij bestaande ESF-structuren. Waarom ben ik toch vóór? Omdat burgers steun nodig hebben bij het omgaan met de negatieve effecten van globalisering. Als die steun niet te verwachten is van de eigen overheid, zoals bijvoorbeeld in Nederland voor bepaalde regio's, zoals het noorden, dan ontvangen we die steun graag van Europa.

 
  
MPphoto
 
 

  Vladimír Špidla, lid van de Commissie. (CS) Dames en heren, ik heb met grote belangstelling geluisterd naar uw discussie, en als u het mij vraagt zijn er grondige voorbereidingen aan voorafgegaan en is de consensus die er uit blijkt buitengewoon sterk. Graag zou ik een aantal direct en indirect gestelde vragen willen aanstippen. Wat de informering en raadpleging van werknemers aangaat, verwijs ik naar de tweede- faseconsultatie met de sociale partners. Wat betreft het naleven van het recht van werknemers om ingeval van herstructureringen tevoren te worden geïnformeerd en geraadpleegd: die plicht is reeds vastgelegd in een aantal EU-richtlijnen. Deze richtlijnen dienen strikt te worden nageleefd.

Graag wil ik wijzen op het fundamentele belang van de sociale dialoog binnen bedrijven. Dit is een van dé instrumenten om te kunnen anticiperen op herstructureringen en om deze in goede banen te leiden. De mededeling luidt aldus de tweede fase in van de raadpleging van de Europese sociale partners over zowel de herstructurering van ondernemingen als de Europese ondernemingsraden. Ik hoop dat de sociale partners hard aan de slag zullen gaan. Zowel om de door hen anderhalf jaar geleden opgestelde mechanismen voor de toepassing en monitoring van de referentiebeginselen op het gebied van herstructureringen in te voeren, alsook om het potentieel van de Europese ondernemingsraden als vehikel van veranderingen in het bedrijfsleven volledig te benutten. De Commissie is van mening dat dit alles vooral hun taak is. De wetgevende weg kan niet geheel worden uitgesloten, maar in de huidige fase lijkt het gepaster en effectiever om deze kwestie aan de sociale partners over te laten.

Wat betreft eventuele steunverlening door de EU aan bedrijven die hun activiteiten verplaatsen, wil ik eraan herinneren dat onder de huidige regels steun uit de structuurfondsen wordt stopgezet indien er sprake is van aanzienlijke wijzigingen met betrekking tot de bedrijfsvestiging in kwestie, zoals bijvoorbeeld een bedrijfsverplaatsing binnen vijf jaar na toekenning en uitbetaling van de steun. Ook wil ik erop wijzen dat de Commissie voor de volgende programmeringsperiode (2007-2013) het voorstel heeft gedaan om deze termijn te verlengen tot zeven jaar, en om ingeval van schending van deze regel de ontvangen steun te laten terugbetalen. Ook stelt zij voor om zulke bedrijven voortaan van verdere steun uit te sluiten.

De Commissie heeft onlangs een richtlijnvoorstel aangenomen inzake de oprichting van een Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering. Het is nu aan u om dit voorstel samen met de Raad te behandelen en het al dan niet goed te keuren. De Commissie staat geheel open voor discussies over de voorwaarden van dit fonds. Zo heb ik reeds enkele ideeën genoteerd die mijns inziens belangwekkend zijn. Eén van die gedachten is onbetwistbaar van grote waarde, en wel dat bedrijven bij herstructureringen zelf een bijdrage dienen te leveren, en dat afwenteling van de kosten op de overheid geen goede zaak is. Verder wil ik graag wijzen op het directe en kortstondige karakter van de uit dit fonds afkomstige steun, dit in tegenstelling tot de meer gestructureerde werking van de structuurfondsen, het Europees Sociaal Fonds in het bijzonder. Dit betekent dat het fonds voor aanpassing aan de globalisering uitdrukkelijk en strikt dient te worden gezien als een aanvulling op de huidige instrumenten, daar waar deze instrumenten niet effectief zijn. Zoals ik al zei, hebben het Europees Sociaal Fonds en de andere structuurfondsen, in tegenstelling tot kortstondige ingrepen in uitzonderlijke situaties, een meer langdurige werking. Ze zijn gericht op de aanpassing van regio's, bedrijfstakken en arbeidsprocessen op economische en sociale veranderingen over een langere periode. Dit is dan ook de prioriteit van de structuurfondsen voor de periode 2007-2013, voortvloeiend uit de centrale doelstelling: regionale concurrentiekracht en werkgelegenheid.

Dames en heren, dé leidraad van deze discussie was ongetwijfeld de idee dat herstructureringen een kans zijn, maar dat deze kunnen resulteren in onaanvaardbare menselijke kosten, indien niet in goede banen geleid. De kansen die door herstructureringen worden geboden zijn een voortvloeisel van de kwintessens van onze maatschappelijke structuur en de fundamentele tendensen in de moderne wereld, namelijk de zoektocht naar steeds effectievere, efficiëntere en technisch vooruitstrevendere oplossingen in de economie, alsook op sociaal vlak. Dames en heren, een fundamenteel onderdeel van het EU-verdrag is het streven naar een goede levenskwaliteit in de algemene zin van het woord. Naar mijn mening is de mededeling, of eerder, het verslag dat het Parlement nu naar buiten brengt, buitengewoon inspirerend en een goede stap in die richting.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. – Het debat is gesloten.

De stemming vindt woensdag om 11.30 uur plaats.

 
Juridische mededeling - Privacybeleid