Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Debatten
Dinsdag 14 maart 2006 - Straatsburg Uitgave PB

10. Plechtige vergadering - Bondsrepubliek Duitsland
PV
MPphoto
 
 

  De Voorzitter.(ES) Mijnheer de president van de Bondsrepubliek Duitsland, dames en heren, alvorens onze illustere gast van vandaag welkom te heten, moet ik u meedelen dat we tijdens het onderhoud met president Köhler voorafgaand aan deze plenaire vergadering het treurige bericht hebben ontvangen dat de heer Lennart Meri, president van Estland tussen 1992 en 2001, overleden is. Zoals u weet, werd president Meri beschouwd als symbool van de strijd voor de vrijheid en de nationale identiteit van Estland, en met zijn dood verliezen we een belangrijke Europese persoonlijkheid, wier nagedachtenis wij hierbij eren.

Mijnheer de president, dames en heren, het is voor mij en voor het Europese Parlement als geheel een grote eer om u vandaag welkom te heten in deze plechtige vergadering.

Mijnheer de president, staat u mij toe de aandacht te vestigen op uw persoonlijke betrokkenheid bij de opbouw van Europa, een betrokkenheid die bijzonder nuttig en noodzakelijk is op een moment waarop de situatie van de Europese Unie vele twijfels oproept bij de burgers. Ik weet dat u daar bezorgd over bent, en dat u dit met hartstocht onder de aandacht brengt. Ik weet dat u doordrongen bent van ons aller verantwoordelijkheid voor de problemen die de Europeanen op het ogenblik bezighouden, en die niet kunnen worden opgelost zonder “meer Europa”.

We zijn op de hoogte van de initiatieven die u ontwikkelt om te zorgen voor een verbreding en verdieping van het debat over Europa. Een van die initiatieven was bijvoorbeeld de uitnodiging van uw ambtgenoten van Finland, Italië, Letland, Oostenrijk, Portugal en Hongarije voor de bijeenkomst in Dresden – waarover u ons vanochtend ongetwijfeld het een en ander zult vertellen – met studenten en bekende personen uit die landen, om te debatteren over de Europese identiteit en de toekomst van Europa.

Dit belangrijke initiatief staat niet op zichzelf. Alle gelegenheden worden door u aangegrepen om van mening te wisselen met de burgers, en met name met de jongeren, die vreemd genoeg de meeste scepsis aan de dag leggen als het gaat om een plan dat zo belangrijk is voor hun toekomst.

Verder voegt u de daad bij het woord: u brengt “Europa” niet alleen ter sprake bij officiële handelingen, maar u wijdt ook dagelijks een deel van uw tijd aan de behandeling van concrete punten van de Europese agenda.

Mijnheer de president, uw persoonlijke ervaring maakt u welhaast tot een prototype van de Europeaan. Als jongen, kind nog, was u vluchteling in de nadagen van de Tweede Wereldoorlog. Tijdens mijn bezoek aan Duitsland heeft u mij op heel open en persoonlijke wijze verteld over uw ervaringen: hoe u onder de oorlog geleden heeft, de uittocht uit het vluchtelingenkamp, hoe u het hoofd boven water wist te houden in een vernietigd land, dat uit de puinhopen van de geschiedenis ook beetje bij beetje uw toekomst opbouwde.

Door uw persoonlijke ervaring kwam u buiten Europa terecht, u heeft buiten Europa geleefd en ons van buitenaf gezien, en juist om die reden, omdat u op dramatische wijze het leven binnen Europa ervaren heeft en van buitenaf heeft gevolgd hoe het werd opgebouwd, weet u dat Europa geen ander alternatief heeft dan zijn eigen plan voor een Europese Unie.

U weet echter ook dat deze waarden en plannen elke dag weer actief moeten worden verdedigd, dat ze willekeurig noch vanzelfsprekend zijn, en daarom wil ik u bedanken voor het feit dat u hier vandaag bij ons bent om ons uw ideeën over te brengen, die ongetwijfeld een belangrijke bijdrage zullen leveren aan ons brede debat over Europa.

President Köhler, het doet mij plezier u het woord te geven.

 
  
MPphoto
 
 

  Horst Köhler, president van de Bondsrepubliek Duitsland. (DE) Mijnheer de Voorzitter, geachte voorzitter van de Europese Commissie, geachte afgevaardigden, dit Parlement is voor de Europese Unie het centrum van het politieke en democratische discours. Ik ben dankbaar dat ik hier mag spreken over Europa en zijn toekomst.

Europa stelt de wereld voor raadselen. Waarom lijkt het zo kort na zijn hereniging alweer zo verdeeld? Waarom heeft het zo weinig vertrouwen in de Europese interne markt, ondanks de successen daarvan? Waarom komt het zo weifelachtig over, terwijl het zo sterk is en zoveel kansen biedt?

In mijn tijd bij de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling en bij het Internationaal Monetair Fonds heb ik vele landen in de hele wereld leren kennen. Door er van buitenaf tegenaan te kijken, kreeg ik een scherpere kijk op Europa, en ik ben te weten gekomen hoe de buitenwereld aankijkt tegen ons continent en tegen de Europese Unie. In dit deel van de wereld behoort democratie gebaseerd op vrijheid, het vreedzaam bijleggen van conflicten en wederzijdse solidariteit in de vijfentwintig lidstaten allang tot de realiteit van alledag. Deze dagelijkse realiteit is echter, slechts twee generaties na de Tweede Wereldoorlog en een halve generatie na de val van het IJzeren Gordijn, het resultaat van een ongelooflijke prestatie, een prestatie waarvan de werkelijke omvang van buitenaf veel duidelijker te zien is.

Veel mensen overal ter wereld bewonderen Europa vanwege deze prestatie. Hun bewondering echter vermengt zich stilaan met ongeduld en ook onbegrip. Ze vinden dat te veel Europeanen wel erg weinig zelfbewustzijn hebben, dat ze te veel twijfelen en dat het hun aan moed ontbreekt. En ze zeggen vriendelijk: “Europa, als je moe bent, ga dan aan de kant, wij willen vooruit.” Wat is daarop ons antwoord?

Mijn antwoord luidt: Europa zal altijd vol creatieve onrust zijn. Wij Europeanen zijn niet bang voor uitdagingen, we gaan ze aan. En daarom heeft de Europese Unie een goede toekomst voor zich.

Ik wil de drie dingen die ik juist gezegd heb, nader onderbouwen.

Wie Europa wil begrijpen, moet onze geschiedenis bestuderen en begrijpen wat de ideeën en idealen zijn die ons Europeanen binden. Centraal staat voor ons de onvervreemdbare waarde van ieder mens in zijn eigenheid, alsmede zijn waardigheid en vrijheid. Duizenden jaren geleden al hebben de mensen in Europa dit opgevat als een geschenk, een geschenk dat alleen degene werkelijk verdient die het zo goed mogelijk gebruikt en desnoods steeds opnieuw bevecht. En dat hebben de Europeanen steeds opnieuw gedaan, ondanks alle verschrikkelijke tegenslagen. Ze hebben hun talenten goed gebruikt, waardoor ze de diepte van de geest hebben ontdekt, de filosofie, de wetenschappen en de rijkdom van de kunsten. Daarbij hebben de mensen in Europa ook geleerd om eigen gezichtpunten in twijfel te trekken en goede redenen te vragen en te geven voor iedere actie, en dit proces van verlichting zal nooit afgelopen zijn.

De bewoners van Europa begrepen al heel vroeg hoe belangrijk sociale samenhang, zelfbeschikking en autonomie zijn, en handelden daar ook naar – van de Griekse stadstaten in de Oudheid tot de republieken van het middeleeuwse Italië, van Spanje, Frankrijk, Polen en Engeland met hun zelfbewustzijn tot de kleurrijke diversiteit van het Heilige Roomse Rijk der Duitse Natie.

En bovendien waren de Europeanen altijd even godsvruchtig als nijver. Ze zagen werken als een vrome plicht die niet alleen thuis diende te worden vervuld, maar ook in de buitenwereld. Ze dreven handel en leerden met mensen van een ander geloof en uit andere culturen overweg te kunnen en samen te leven.

Het is waar: meer dan eens hebben de Europeanen vreselijk onrecht begaan tegen andere volken en culturen, en ook tegen elkaar. Maar ze hebben er de juiste les uit getrokken: ze komen op voor mensenrechten, vrede en democratie, en ze hopen dat ook anderen deze les ter harte nemen. En is nog iets wat deel uitmaakt van ons Europees erfgoed: een cultuur van actieve naastenliefde en van het actieve streven naar sociale gerechtigheid.

Dergelijke goede eigenschappen zijn natuurlijk op alle continenten te vinden, en Europa heeft ook van hen geleerd. Maar deze specifiek Europese combinatie van de liefde voor de vrijheid, het streven naar waarheid, solidariteit en creatieve onrust is uniek en heeft niet alleen veel te bieden aan ons nageslacht, maar ook aan al degenen buiten Europa die van ons verwachten dat wij een bijdrage leveren aan de vrede en aan een betere wereld.

Maar de Europese Unie en haar lidstaten staan – wederom – voor enorme uitdagingen.

In de hele wereld komen nieuwe groeiregio’s op, ontstaan er nieuwe concurrentieverhoudingen, nieuwe invloedszones en ook nieuwe conflicten. In veel Europese landen is het werkloosheidscijfer onaanvaardbaar hoog.

Onze burgers en kiezers zijn aantoonbaar vervreemd geraakt van de Europese Unie. In twee EU-lidstaten van het eerste uur hebben de kiezers het Europees Grondwettelijk Verdrag van de hand gewezen.

Zoveel uitdagingen, en zoveel kansen! We moeten ons weer in herinnering roepen hoe vaak Europa juist in moeilijke tijden overeind bleef omdat het in staat was tot vernieuwing. Neem alleen al de Europese interne markt en de Economische en Monetaire Unie.

Dertig jaar geleden zei de toenmalige Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken, Max van der Stoel, over de Europese Gemeenschap dat haar motto “voltooiing, verdieping en uitbreiding” was vervangen door “matheid, achteruitgang en vlucht.” Europa verkeerde op dat moment in een zware economische en institutionele crisis.

Twintig jaar geleden werd in de Europese Akte de doelstelling gepresenteerd om een interne markt te scheppen. Destijds bestonden er nog dermate veel obstakels voor het vrije verkeer van personen, goederen, diensten en kapitaal dat Philips bijvoorbeeld voor de Europese markt zeven verschillende varianten van een en hetzelfde scheerapparaat moest produceren en Siemens vijfentwintig verschillende soorten stekkers moest fabriceren.

Tien jaar geleden was de interne markt grotendeels een feit. Dat droeg ertoe bij dat de instellingen van de Europese Unie konden consolideren, en dat de economie en de sociale samenhang tussen de lidstaten werden versterkt. Sindsdien produceren de Europese bedrijven voor een thuismarkt met inmiddels 450 miljoen klanten. Dit biedt met name aanbieders uit de kleinere lidstaten nieuwe kansen omdat zij nu in veel grotere aantallen en dus veel concurrerender kunnen produceren. Het belangrijkst is nog dat de interne markt een uitstekend fitnessprogramma is voor bedrijven in Europa, een hoogst effectieve manier om ze klaar te stomen voor de wereldmarkt. Wie hier overeind blijft, hoeft ook niet bang te zijn voor concurrentie uit andere delen van de wereld.

De Economische en Monetaire Unie was en is het logische vervolg op de interne markt. De Unie beschermt de markt tegen de mogelijkheid dat deze opnieuw uiteenvalt door willekeurige devaluaties en biedt bescherming tegen monetaire crises en speculatiegolven, zoals zich die nog in het begin van de jaren negentig in Europa voordeden. De Unie geeft de bedrijven een solide basis waarop zij kunnen plannen, maakt het de consumenten gemakkelijk om prijzen te vergelijken en bespaart hoge wisselkosten van valuta en kosten om wisselkoersrisico’s af te dekken. Daarom is, net als de interne markt, ook de euro allang een succesverhaal. Uit de sterke positie van deze munt op de internationale valutamarkten blijkt dat de wereld, gesterkt door jarenlange ervaringen, gelooft dat haar vertrouwen terecht is: Europa heeft het vermogen om uitdagingen te veranderen in kansen die kunnen worden gegrepen. Dat is iets wat we ons steeds weer voor ogen moeten houden, dag in dag uit.

(Applaus)

Ook nu zullen wij weer slagen, maar wel onder twee voorwaarden: we mogen onze beproefde beginselen en verworvenheden niet verzwakken. En we moeten een serieuze en oprechte poging doen om gemaakte fouten te herstellen en orde te scheppen waar dat nodig is.

Over de eerste voorwaarde kan ik kort zijn: wie de Europese interne markt verzwakt door protectionisme gooit zijn eigen glazen in.

(Applaus)

Wie nu weer vervalt in de aloude houding dat iedereen maar voor zichzelf moet zorgen, negeert de dimensie van de wereldwijde mededinging en biedt zijn burgers alleen maar schijnzekerheid.

(Applaus)

Iedereen die dit doet, vermindert op de lange termijn het vermogen van Europa om zijn positie in de wereld te handhaven, om duurzame arbeidsplaatsen te scheppen en om de middelen te genereren die nodig zijn voor een rechtvaardiger samenleving.

Daaruit volgt dat er slechts één weg voorwaarts is: Europa moet weer fit zien te worden. Om dat te bereiken, moet iedereen bij zichzelf beginnen. Sommige lidstaten zijn al flink opgeschoten met de noodzakelijke structuurhervormingen en daar plukken zij de vruchten van. Andere lidstaten hebben nog heel wat werk te verzetten in die richting. Uit veel voorbeelden blijkt dat het de moeite loont. We mogen ons de moeite niet besparen.

Ook de Europese Unie moet aan haar conditie werken. Dat begint met het beantwoorden van de vraag op welke terreinen zij als EU eigenlijk actief dient te worden. Zij moet tenslotte niet alles doen wat gedaan kan worden, maar alles doen wat gedaan moet worden. En daartoe behoort nu eenmaal niet wat al kan worden gedaan op plaatselijk, regionaal of nationaal niveau. Het subsidiariteitsbeginsel houdt in dat de eigen verantwoordelijkheid en identiteit van de burgers van de EU zoveel mogelijk wordt geëerbiedigd. En wie weet hoe besluiten in de Europese Unie werkelijk tot stand komen, die weet dat dit gebod minstens net zozeer is gericht op de regeringen van de lidstaten als op de organen van de Europese Unie.

(Applaus)

Als echter de Europese Unie terecht in actie komt, dan graag met zo min mogelijk bureaucratische rompslomp en op een manier die de mensen kunnen begrijpen. Wij zijn tenslotte de erfgenamen van een grote juridische en administratieve traditie in Europa, en dat zou ons moeten aanmoedigen om eindelijk eens flink te snoeien in het woud van bureaucratie dat wij hebben gecreëerd in onze vroegere ijver om regelgeving te maken. Daarom is het goed dat de Europese Commissie een groot programma heeft gelanceerd om overregulering te verminderen en de Europese wetgeving te vereenvoudigen. Over dat onderwerp had ik zojuist een goed gesprek met commissaris Verheugen.

De burgers zullen het ook weten te waarderen als er ook voor meer transparantie wordt gezorgd in de Europese besluitvorming. Momenteel staan de besluitvormingsprocessen op Unieniveau vaak mijlenver van de burgers af. Veel mensen kunnen nauwelijks volgen wie er in Europa voor wat verantwoordelijk is en wie de eindverantwoordelijkheid heeft. Dat leidt tot desinteresse of zelfs wantrouwen, wat allebei schadelijk is.

De burgers willen echter niet alleen toeschouwers zijn die begrijpen hoe het zit, maar ze willen zoveel mogelijk democratisch participeren, en niet alleen via de Europese verkiezingen. Ze willen gehoord worden en ze willen het initiatief kunnen nemen om het handelen van de Europese instellingen te beïnvloeden.

Nu zult u zeggen: subsidiariteit, transparantie, democratische participatie, het recht om als burger initiatieven te nemen, dat alles is opgenomen in het Europees Grondwettelijk Verdrag. Dat is juist, en er staan nog veel meer goede en waardevolle zaken in. En dat mag niet zomaar overboord worden gezet, temeer daar veertien lidstaten er reeds mee hebben ingestemd.

(Langdurig applaus, hevig protest van rechts)

Europa heeft zichzelf nu een “denkpauze” opgelegd. Dat woord kan in het Duits “een pauze om na te denken” betekenen of “een pauze tijdens het nadenken”. We dienen deze pauze te gebruiken om alles nog eens goed te overdenken, waarna we serieus en zakelijk met elkaar moeten spreken – binnen de Europese instellingen en partijen, maar ook in de openbare fora voor het politieke debat in alle lidstaten. Dat vraagt juist van de leden van dit Parlement ideeën en een onvermoeibare inzet, ook in de discussie met hen die minder tevreden waren over mijn uitspraken.

(Applaus)

Verscheidenheid en creativiteit kunnen dit Europees debat alleen maar goeddoen, waarbij maar één ding mag tellen: de kracht van het goede argument. Een intensief debat over de zin en de inhoud van de Europese integratie zal een positieve en verhelderende uitwerking hebben en zal de acceptatie van de Unie duurzaam vergroten. Ik heb vertrouwen in de burgers van Europa, een vertrouwen dat zij verdienen.

Wij Europeanen willen altijd goede redenen horen en geven ook graag goede redenen. Dat vind ik kenmerkend voor Europa. Ik zie bijvoorbeeld meer dan één goede reden waarom Europa op het terrein van het buitenlands en veiligheidsbeleid met één stem moet spreken in de nieuwe wereldorde die aan het ontstaan is. Dat geeft ons meer gewicht als wij bijvoorbeeld met anderen in de wereld spreken over de internationale dimensie van sociale verantwoordelijkheid en milieubescherming. En de burgers weten ook allang dat wij om de internationale mededinging te overleven betere kwaliteit moeten leveren om onze hogere prijzen te rechtvaardigen. Onderwijs, opleiding, onderzoek en ontwikkeling zijn dus van cruciaal belang voor de toekomstperspectieven van Europa en voor alle jonge mensen die geen werk kunnen vinden, en dat zijn er veel te veel. Dit zijn genoeg redenen om daarvoor ook meer Europese begrotingsmiddelen uit te trekken en daarvoor de waardering van onze lidstaten te krijgen.

(Applaus)

De burgers juichen het ook toe als de Unie zichzelf nieuwe doelen stelt en maatregelen neemt die het leven van de Europeanen eenvoudiger en veiliger maken. Die mogelijkheid bestaat. Een recent, sprekend voorbeeld daarvan is het energiebeleid. Het zal ieder weldenkend mens duidelijk zijn dat alle lidstaten een wezenlijk belang hebben bij een veilige en goedkope voorziening van milieuvriendelijke energie en dat zij moeten samenwerken om dit doel zo goed mogelijk te bereiken. “Iedereen moet maar voor zichzelf zorgen”, dat kan in dit geval niet. De Europese Commissie heeft een groenboek over het energiebeleid gepresenteerd. Dat juich ik ten zeerste toe. Er moeten op dit terrein snel goede besluiten worden genomen. De debatten die ik zojuist noemde en die de Europese Unie van een goede toekomst verzekeren, zijn al aan de gang.

Een klein voorbeeld daarvan: enkele weken geleden heb ik in Dresden zes andere Europese presidenten ontmoet. We zetten een dialoog voort die was ontstaan op initiatief van de voormalige Portugese president Sampaio, en we spraken met jonge mensen, met zo’n honderd studenten uit zeven Europese landen. We vroegen hun hoe ze over Europa denken, welke voordelen ze uit Europa zien voortkomen en wat ze van de Europese Unie en haar leden verwachten. Deze studenten waren niet zorgvuldig uitgekozen, maar waren gevonden via een openbare loterij. Maar deze jonge mensen waren goed voorbereid. Ze hadden anderhalve dag lang onderling beraadslaagd en noemden het resultaat van hun eigen debat “De eisen van Dresden voor Europese samenhang”. Ze stelden bijvoorbeeld uniforme verkiezingsregels voor en pleitten voor een Huis van Europese Geschiedenis. Zij stelden voor om vijf procent van het bruto binnenlands product te besteden aan onderzoek en wetenschap.

(Applaus)

En zij willen een Europees leger en een Europese vrijwilligersdienst.

(Applaus)

Als bijlage bij mijn rede presenteer ik het Parlement wat deze jonge mensen op schrift hebben gesteld. Zeker, zij vormden geen representatieve groep. Zeker, hun eisen komen idealistisch over. Maar toch maakt dit idealisme indruk. Het heeft veel weg van het enthousiasme van de mensen die Europa na de oorlog weer hebben opgebouwd en die hebben gevochten voor zijn eenheid en vrijheid. Daar is hij dan, die typische creatieve onrust. Daar zijn ze dan, de Europeanen die iets van Europa verwachten en die bereid zijn om iets voor Europa te doen. Die mensen zijn in Europa te vinden.

(Applaus)

Overigens, enkele studenten hadden geprofiteerd van het Erasmus-programma. Laten we blij zijn met deze Erasmus-generatie en laten we zorgen dat zij groeit.

(Levendig applaus)

En nu ik het er toch over heb: ook stagiairs en leerlingen dienen meer kansen te krijgen om van hun buren te leren en de waarde van Europa te ondervinden.

(Applaus)

Het was Jacques Delors die een Europese opleidingscheque voorstelde, en ik roep het Parlement op om die cheque uit te schrijven.

(Applaus)

Laten we een voorbeeld nemen aan het elan van deze jonge mensen. Laten we ons ware Europeanen betonen. Laten we ons geen zorgen maken over de toekomst, maar laten we vol zijn van de creatieve onrust die Europa en de Europese Unie gestalte kan geven. Laten we samen onze uitdagingen omzetten in kansen ten bate van iedereen. Dan blijft Europa wat het vandaag is: een goede plek om te leven en een kracht voor het welzijn van onze wereld die van ons allemaal is.

(De afgevaardigden verheffen zich en geven een langdurig applaus)

Bijlage

De eisen van Dresden voor Europese samenhang (5 februari 2006)

I. Europa dichter bij de mensen brengen.

1. Uitwisselingsprogramma´s voor alle lagen van de samenleving.

2. Uniform verkiezingsrecht in de EU.

3. Een rechtstreeks gekozen president om Europa een gezicht te geven.

4. Een bondige en begrijpelijk grondwet van de EU.

5. Europa door sterkere symbolen “‘zichtbare kleren” geven, bijvoorbeeld door:

– een Huis van Europese Geschiedenis;

– een Europese orde van verdienste;

– een “Dag van Europa” als feestdag in de gehele EU;

– een blauwe EU-pas, enzovoorts, enzovoorts.

6. “Europese studies” op alle scholen in Europa en een “Europees Centrum voor politieke educatie”.

7. Ontwikkeling van “Euro-News” tot een populair “Europees kanaal”.

8. Een “Wij zijn Europa”-campagne.

9. Een “Europabus” om Europa concreet dichter bij de burgers te brengen.

II. De kansen van Europa benutten.

1. 5 procent van het bruto binnenlands product van de lidstaten van de EU dient naar onderzoek en wetenschap te gaan.

2. Volledige begrotingsbevoegdheden voor het Europees Parlement.

3. Vermindering en herziening van de landbouwsubsidies.

4. Er moet een “Europese vrijwilligersdienst” worden opgezet.

III. Samen werken aan veiligheid en verantwoordelijkheid.

1. Wit-Rusland moet op de politieke agenda komen.

2. Oprichting van een “Europees leger” in het kader van een gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid.

3. Verankering van het duurzaamheidsbeginsel in de Europese wetgeving.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. – Dank u, mijnheer de president.

Voordat wij onze vergadering voortzetten, wil ik de president bedanken voor zijn speech.

Het is waar dat er een tijd was dat wij vijfentwintig soorten stekkers hadden; nu hebben wij allemaal dezelfde stekker, maar vijfentwintig verschillende elektriciteitsnetwerken.

Zoals u duidelijk hebt gemaakt, moeten we als volgende stap voortmaken met het Europa van energie en met vele andere elementen die gemeengoed moeten worden.

Hartelijk dank voor uw woorden en uw bemoediging, mijnheer de president.

(Applaus)

 
  
  

VOORZITTER: PIERRE MOSCOVICI
Ondervoorzitter

 
Juridische mededeling - Privacybeleid