Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : O-0005/2006

Ingediende teksten :

O-0005/2006 (B6-0007/2006)

Debatten :

PV 14/03/2006 - 15
CRE 14/03/2006 - 15

Stemmingen :

Aangenomen teksten :


Volledig verslag van de vergaderingen
Dinsdag 14 maart 2006 - Straatsburg Uitgave PB

15. Situatie van de Europese schoenensector één jaar na de liberalisering (debat)
Notulen
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. – Aan de orde is de mondelinge vraag (O-0005/2006) van Enrique Barón Crespo, namens de Commissie internationale handel, aan de Commissie: Situatie van de Europese schoenensector een jaar na de liberalisering (B6-0007/2006).

 
  
MPphoto
 
 

  Enrique Barón Crespo (PSE), auteur. – (ES) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, dames en heren, de schoenenindustrie is een belangrijke economische sector in de Europese Gemeenschap, wereldbekend door de uitstekende kwaliteit van zijn producten.

Het is een sector die grotendeels bestaat uit kleine en middelgrote bedrijven die zich vaak in regio’s bevinden waar zij de belangrijkste bron van werkgelegenheid zijn. In 2005 telde de sector meer dan 11 000 bedrijven die hetzij rechtstreeks dan wel indirect meer dan 500 000 werknemers in dienst hadden, en die ongeveer 700 miljoen schoenen produceerde, wat neerkomt op zo’n 10 procent van de wereldproductie. Voorts zij erop gewezen dat de schoenenindustrie als reactie op het liberalisatieproces een omvangrijke herstructurering ondergaan heeft, waarbij de productie vooral werd gericht op de duurdere prijsklasse. Ik zou zeggen dat de meest uitgesproken Europese specialisatie de lederindustrie is.

Net zoals in het geval van de textiel heeft de impact van het liberalisatieproces een belangrijke rol gespeeld in die zin dat het een einde heeft gemaakt aan het quotasysteem. Het door de Commissie ingevoerde controlesysteem toont duidelijk aan dat de import spectaculair gegroeid is, met name die uit China, maar niet alleen die uit China. Het afgelopen jaar bedroeg de toename van de import in termen van waarde en omvang gemiddeld meer dan 450 procent en in sommige gevallen zelfs 900 procent.

De gemiddelde prijs van geïmporteerde schoenen is aanzienlijk gedaald, maar de verkoopprijs van de producten is niet gedaald. Daarmee wordt niet de stelling bevestigd - die naar ons idee moet worden verdedigd – dat degenen die werkelijk gebaat zouden moeten zijn bij het liberalisatieproces van de handel, de consumenten zijn.

Een jaar geleden heeft de Europese Confederatie voor Schoeisel een klacht ingediend wegens dumpingpraktijken van leren schoenen. Dit is een van de belangrijkste zaken die in de Europese Unie aan de orde zijn en waardoor een groot aantal bedrijven voor een bedrag van meer dan 800 miljoen euro gedupeerd is.

Op 23 februari heeft de commissaris, de heer Mandelson, in de pers aangekondigd dat de Commissie zou voorstellen om de invoerrechten voor China met 19,4 procent en die voor Vietnam met 16,8 procent te verhogen. Kinderschoenen en overige schoenen, die een groot deel van de import uitmaken, werden niet aan dit soort regelingen onderworpen. Feitelijk heeft de Commissie een besluit zonder precedent genomen, met het instellen van een aantal voorlopige invoerrechten voor een periode van vijf maanden als antidumpingmaatregel. Gezien de eenheidswaarde van de producten kan dit niet als een extreme maatregel worden beschouwd, want het gaat om een relatief laag percentage.

Wat de dumping betreft zal ik het hierbij laten. Als voorzitter van de Commissie internationale handel zou ik echter wel enkele overwegingen naar voren willen brengen vanuit een bepaalde grondgedachte, en wel de noodzaak om de regels die we in het kader van de WTO hebben vastgelegd, zowel binnen als buiten de Gemeenschap te eerbiedigen. Ik begrijp best dat het hier om meer gaat dan om een geval van dumping alleen. In sommige gevallen hebben we het over de overleving van de sector in Europa, en over de mogelijkheid dat de verplaatsing van bedrijven een adequate respons op de ontwikkelingen is. Zoals u weet, heeft iedereen in zulke gevallen zijn eigen motieven; welnu, het is ondenkbaar dat de hele Europese industrie naar buiten de Unie verplaatst wordt.

Tegelijkertijd probeert China om in het kader van de WTO de status van markteconomie te verkrijgen. Bepaalde aspecten van het communautaire onderzoek tonen aan dat China wat dit punt betreft zijn verplichtingen in het kader van de WTO niet volledig is nagekomen: noch op het terrein van de min of meer verkapte subsidies, noch op het terrein van de vervalsingen. Commissaris, daarom is dit een goede gelegenheid om de Europese burgers te laten zien dat de Commissie alles zal doen wat in haar vermogen ligt om ervoor te zorgen dat de handelsregels worden nageleefd, onder meer door zonodig in beroep te gaan bij het orgaan voor de oplossing van geschillen in de WTO.

Deze marktverstoringen beperken zich niet tot de schoenenbranche. Er bestaan gerede vermoedens dat er regelmatig op onwettige wijze wordt ingegrepen om Chinese exportbedrijven te ondersteunen. Commissaris, de vooruitzichten van de getroffen industrie en de gevoeligheid van de Europese publieke opinie in aanmerking nemende, zou ik willen weten welke acties de Commissie zal ondernemen om ervoor te zorgen dat China zich aan de WTO-regels houdt. Politieke overwegingen mogen niet zwaarder wegen dan de technische conclusies, in een geval van antidumping. De maatregelen die u voorstelt, zijn omstreden. De Europese industrie en bepaalde lidstaten zijn niet ingenomen met uw voorstel. De bezwaren tegen de “creativiteit” die de Commissie aan de dag heeft gelegd bij de toepassing van haar goed vastgelegde regels en handelwijzen op antidumping-gebied, zijn algemeen bekend. Ik weet niet of deze aantijgingen terecht zijn. Wat ik wel weet, is dat het antidumping-onderzoek op wetten gebaseerd is die strikt en zonder parallelle overwegingen moeten worden toegepast.

Concluderend kan ik u erop wijzen, commissaris, dat de Commissie internationale handel van het Europees Parlement dit hele proces op de voet zal volgen, omdat wij vinden dat de stap van de Commissie een eerste stap is die echter vergezeld dient te gaan van een positieve houding tegenover China en andere landen zoals Vietnam, om hun mogelijkheden in de internationale handel te verbeteren, terwijl de regels die we hebben vastgesteld, door iedereen worden nageleefd.

 
  
MPphoto
 
 

  Peter Mandelson, lid van de Commissie. - (EN) Mijnheer de Voorzitter, in antwoord op de zeer welkome vragen benadruk ik dat ik een groot voorstander ben van de ontwikkeling van tweerichtingsverkeer op het gebied van handel en investeringen tussen Europa en China en andere Aziatische markten, waaronder Vietnam. Mijns inziens is de grootste beloning die het Europese handelsbeleid zich de komende jaren kan wensen dat deze betrekkingen een succes worden.

Ik vind dat Europa de natuurlijke voordelen van die economieën moet respecteren en zich moet aanpassen. We moeten ons meer gaan richten op sectoren en producten waar we vanwege onze kennis en technologie een voorsprong hebben. Zo kan de handel groeien. Zo zijn de economieën van Europa door de eeuwen heen altijd gegroeid.

De Europese schoenensector bevindt zich in het voorste gelid op de concurrerende wereldmarkt. Ondanks de vindingrijkheid, creativiteit en voortreffelijke kwaliteit van de Europese schoenenfabrikanten worden ze geconfronteerd met een reusachtige uitdaging van de zijde van Aziatische fabrikanten. Het geval van dumping noodzaakt mij evenwel om onderscheid te maken tussen deze nieuwe, sterke concurrentie enerzijds en de ronduit oneerlijke handel anderzijds.

De beschermende handelsmaatregelen van Europa zijn gericht tegen oneerlijke handel. Ze kunnen ons niet beschermen tegen sterke concurrentie. Ze kunnen ons niet beschermen tegen het natuurlijke voordeel van de lage lonen in Azië. Maar als naast deze betrekkelijke voordelen ook nog eens sprake is van oneerlijke en concurrentievervalsende praktijken, hebben we het recht en de plicht om in actie te komen. Nadat ik een voorlopige analyse en beoordeling van mijn diensten had ontvangen, heb ik de Commissie en de lidstaten daarom aanbevelingen gedaan omtrent het tijdelijk opleggen van anti-dumpingrechten.

Er is duidelijk sprake van overheidsinterventie in de industrie voor lederen schoenen in China en Vietnam: goedkope financiering, belastingvoordelen, pachtprijzen onder de marktwaarde en onjuiste waardering van activa met dumping als gevolg. Deze dumping is zeer schadelijk voor Europese fabrikanten.

De anti-dumpingrechten die ik aanbeveel, kunnen ervoor zorgen dat detailhandelaars die goederen laten vervoeren, aan de grens niet plotseling met onverwachtse kosten worden geconfronteerd. Ik stel voor dat we deze anti-dumpingrechten over een periode van vijf maanden geleidelijk invoeren, te beginnen met ongeveer 4 procent in april. Dat betekent dat importeurs op basis van maximale transparantie en voorspelbaarheid zes maanden vooruit kunnen plannen. Het betekent echter dat na zes maanden de volledige rechten zullen worden geheven en dat er zo iets tegen de gevolgen van de dumping wordt gedaan.

Ik heb in dit verband goed nagedacht over de belangen van de consumenten en detailhandelaars, zoals ik wettelijk verplicht ben. Ik heb voorgesteld om hightech sportschoenen buiten de regeling te houden omdat die niet grootschalig in Europa meer worden geproduceerd. Ik stel voor om kinderschoenen ook vrij te stellen om te voorkomen dat minder draagkrachtige gezinnen de dupe worden van ook maar de kleinste prijsstijgingen.

Ik weet dat sommigen zich zorgen maken over het mogelijke effect op de consumentenprijzen. Op basis van de feiten geloof ik dat er binnen de toeleveringsketen een marge bestaat om de beperkte kosten in verband met invoerrechten op te vangen door de kosten uit te spreiden over verschillende producten en de distributieketen. Zoals ik al zei: dit zijn voorstellen voor tijdelijke maatregelen. Ze zullen met de lidstaten worden besproken en moeten door het college van commissarissen worden bekrachtigd.

Ik geloof dat ik een evenwichtige oplossing voorstel die de steun van de lidstaten en dit Parlement verdient. De schade wordt zo ongedaan gemaakt terwijl de voorspelbaarheid voor importeurs maximaal is en er zo weinig mogelijk bijkomende kosten worden doorberekend aan de consumenten. Er komen geen quota en geen invoerbeperkingen voor lederen schoenen uit China en Vietnam. Ik heb de Chinese en Vietnamese regering verteld dat ik samen met hen wil gaan kijken hoe ze iets kunnen doen aan de knelpunten die uit het EU-onderzoek naar voren zijn gekomen.

Het opleggen van anti-dumpingrechten is geen kwestie van protectionisme. We vragen consumenten niet om niet-concurrerende Europese producenten te subsidiëren, ook al wordt dat heel snel gezegd. Laat ook duidelijk zijn dat met schoenen niet hetzelfde gaat gebeuren als met textiel. De textielkwestie betrof de invoer van op eerlijke wijze verhandelde textiel. De anti-dumpingmaatregelen die wij voorstellen voor lederen schoenen, zijn daarentegen gericht tegen oneerlijke concurrentie. De Commissie heeft de wettelijke verplichting om een dergelijke kwestie te onderzoeken en het wettelijke recht om Europese fabrikanten tegen dergelijke praktijken te beschermen.

Een aantal van uw vragen heeft te maken met de algehele situatie in de Europese schoenensector. Ik wil hier heel even bij stilstaan. De inkrimping van de schoenensector is een langdurig proces dat al lang voor de liberalisering van de handel in schoenen met China in 2005 is begonnen. Toch is het duidelijk dat deze verandering zowel winaars als verliezers heeft opgeleverd. Sommige fabrikanten hebben hun export vergroot en andere, waaronder Turkije en een aantal ACS-landen, hebben hun export naar de EU en andere landen zien stagneren of teruglopen.

Het is duidelijk dat China, met zijn reusachtige productie- en exportcapaciteit het meeste heeft geprofiteerd. Sinds 2001 zijn hier in Europa ruim 40 000 banen in de schoenensector verloren gegaan en hebben meer dan duizend bedrijven hun deuren gesloten. De Europese productie van lederen schoenen is met 30 procent gedaald en de winstmarges zijn teruggelopen tot nauwelijks meer dan 1 procent.

We moeten echter niet doen alsof deze intensieve concurrentiedruk op Europese schoenenfabrikanten uitsluitend het gevolg is van dumping. Het probleem wordt grotendeels veroorzaakt door veranderende productie- en consumptiepatronen in de mondiale economie. Ik ben van mening dat we dit moeten accepteren en dat we de betrokkenen moeten helpen zich aan deze veranderingen aan te passen. We moeten ook erkennen dat Europese fabrikanten in grote mate aan de verandering hebben bijgedragen doordat ze hun productie in veel gevallen naar Azië hebben verplaatst. Als gevolg daarvan moeten we bij de beoordeling van onze belangen rekening houden met een hele reeks belangen van Europese fabrikanten.

Als we de Aziatische uitdaging aangaan, zet dat onze bedrijven en werknemers onder grote druk. De groei- en werkgelegenheidsstrategie van de Commissie is gestoeld op het idee dat Europa de Europeanen van nu toerust om de uitdaging het hoofd te kunnen bieden en de banen van morgen te scheppen. We kunnen de globalisering en economische verandering niet tegenhouden. Ik denk niet dat Europa erbij gebaat is om dat te proberen. Zij die denken dat de commissaris voor handel de mondiale economische verandering ongedaan kan maken, vragen het onmogelijke.

We kunnen de globalisering echter wel vormgeven en de dynamische mogelijkheden die de globalisering biedt aanwenden voor vernieuwing in Europa. Ik geloof dat de bredere schoenenkwestie ons daartoe dwingt. We moeten investeren in verandering en in hen die met de gevolgen van verandering worden geconfronteerd, maar we moeten de veranderende wereld daarbij onder ogen durven te zien. We moeten ook resoluut zijn als het gaat om het naleven van de regels en om eerlijke mededinging. Als we het bredere politieke argument voor vrije handel willen winnen, zullen we bereid moeten zijn om ons in te zetten voor eerlijke handel.

We kunnen Azië echter niet zijn betrekkelijke voordelen of de concurrerende industrie die honderden miljoenen mensen in ontwikkelingslanden uit de armoede helpt, ontzeggen. Het enige duurzame tegenwicht voor die concurrentie zijn de creativiteit, innovatie en betrokkenheid van de Europese bedrijven zelf in combinatie met de juiste hulp van de politieke autoriteiten.

Ik zal graag verder ingaan op al deze punten en op de vragen waar Parlementsleden mee komen.

 
  
MPphoto
 
 

  Robert Sturdy, namens de PPE-DE-Fractie. - (EN) Mijnheer de Voorzitter, het verontrust me enigszins dat wij, en met name de Commissie, niets hebben geleerd van de toestand rond de zogenaamde bh-oorlogen, toen we ons standpunt hebben moeten herzien. Ik begrijp de situatie rond de anti-dumpingmaatregelen volkomen en ik ben het roerend eens met de standpunten van de Commissie, maar commissaris, u hebt in uw toespraak een paar dingen gezegd die me zorgen baren.

U verwees naar Vietnam en China, waar sprake is van goedkope financiering, speciale financieringsovereenkomsten, belastingvoordelen, enzovoorts. Komt dat in de Europese Unie nooit voor? Komt dit juist niet heel vaak voor in de Europese Unie? Is er bijvoorbeeld nooit sprake van Europese financiering, structuurfondsen, enzovoorts? Lopen wij niet het risico dat de WTO ons aanklaagt wegens onze anti-dumpingmaatregelen of onze steun?

Ik heb nog een paar andere vragen voor u. Ik begrijp de situatie rond China volkomen en ik zou geneigd zijn het met uw standpunt eens te zijn, maar we zijn in de Westerse wereld momenteel bezig van armoede geschiedenis te maken. Daar is al veel over gezegd. Maar Vietnam was dertig jaar geleden en ook tien jaar geleden een zeer arm land, waarschijnlijk armer dan veel Afrikaanse landen ten zuiden van de Sahara. Hoe zit dat? Het heeft toch ook kunnen concurreren zonder de hulp van een steunmechanisme? Kunt u daar antwoord op geven? Vietnam was ooit een van de armste landen ter wereld en nu heeft het in ieder geval een soort infrastructuur.

Ik ben bang dat we wat betreft de Europese schoenensector te protectionistisch willen zijn. U zegt van niet, maar ik maak me daar toch zorgen over.

Ik heb nog één vraag voor u. Ik vind dat wij als Parlement en u als Commissie een kans hebben gemist om een duidelijk boodschap af te geven over dumping. Mensen beschouwen ons als protectionistisch. Uw personeel vertelde me dat een paar exclusieve laarzen uit China in Europa voor ongeveer 180 euro wordt verkocht terwijl de laarzen voor slechts tien euro uit China worden geïmporteerd. Als het effect van de 19 procent rechtstreeks aan de consument wordt doorberekend, wordt dit percentage dan berekend op basis van de 180 euro of op basis van de tien euro die het kost om de laarzen te importeren?

 
  
MPphoto
 
 

  Erika Mann, namens de PSE-Fractie. - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik heb een paar vragen en ik kan in dit geval niet namens mijn fractie spreken omdat we net als over de anti-dumpinggevallen behoorlijk verdeeld zijn en allemaal onze eigen opvattingen over deze kwestie hebben. Desalniettemin dank ik de commissaris voor het feit dat hij zijn standpunt heeft gepresenteerd en voor zijn interventie.

Mijn uitgangspunt is dat we anti-dumpingmaatregelen en -instrumenten zeer serieus moeten nemen. Op dat punt steun ik mijn collega, de heer Sturdy. Hij heeft gelijk. Als we het instrument niet op een transparante en eerlijke manier hanteren, zouden we het onszelf wel eens heel moeilijk kunnen maken.

Mijn eerste vraag aan de commissaris is: gaat de EU een algehele beoordeling van de voorwaarden voor concurrentie en overheidsinterventie in de Volksrepubliek China uitvoeren? Het Europees Parlement wil ook graag een verslag ontvangen over de naleving van de WTO-regels en de toetredingsverplichtingen door China nu het vijf jaar geleden is dat het land is toegetreden tot de WTO.

Gaat de EU stappen ondernemen als China en Vietnam niet binnen een redelijke termijn een einde maken aan hun oneerlijke praktijken en welke maatregelen zullen dat zijn?

Commissaris, bent u het met me eens dat de EU-overeenkomst en de resultaten van de AD-onderzoeken vertrouwelijk zijn en dat informatielekken tot marktverstoring kunnen leiden? Kunt u wat dieper ingaan op de grondgedachte achter de vrijstelling voor kinderschoenen, vooral gezien het feit dat kinderschoenen in sommige landen door volwassenen worden gedragen? Kunt u uitleggen waarom de publicatie van de resultaten van het anti-surveillancesysteem zolang uitgesteld is? Wel een jaar, als ik me niet vergis. Een klein puntje: hoe ziet u dit onderzoek in verhouding tot een andere evaluatie die momenteel plaatsvindt over de vraag of China de status van markteconomie moet krijgen?

 
  
MPphoto
 
 

  Johan Van Hecke, namens de ALDE-Fractie. – Voorzitter, mijnheer de commissaris, recente cijfers van uw diensten die u blijkbaar allang kende, hebben ons geleerd dat sinds de vrijmaking van de Europese invoer vorig jaar, de maandelijkse import uit China van schoenen is gestegen met 400 procent en in sommige gevallen zelfs met 900 procent. Nu pas hebt u dumpingheffingen aangekondigd. Volgens sommigen too little and too late. Zij geloven dat u een en ander had kunnen voorkomen door alerter, door sneller te reageren.

De Europese schoenenindustrie is een relatief kleine sector, beperkt tot een viertal Europese landen en zelfs al voor een groot deel gedelokaliseerd. De vraag die zich stelt is, of dit überhaupt een voldoende reden is om deze sector compleet te laten teloorgaan, zeker als hij moet optornen - en dat heeft u zelf goed gezegd - tegen onbillijke handelspraktijken, zoals dumping of rechtstreekse en verdoken staatssteun.

De vrije markt is vandaag een sociaal gecorrigeerde markt waar op wereldvlak spelregels gelden die door iedere deelnemer moeten worden nageleefd. Dit is hier duidelijk niet het geval. China wil graag de voordelen van het WTO-lidmaatschap, maar vergeet dat daar ook verplichtingen aan verbonden zijn. Het is duidelijk dat de ganse wereldmarkt hierdoor ontwricht dreigt te worden. Gisteren textiel, vandaag schoenen, wat wordt het morgen?

Waarom, mijnheer de commissaris, werd er niet vroeger gereageerd? Of is de Commissie echt bang om de grote gele reus China voor het hoofd te stoten? En vooral, kan de commissaris ons uitleggen hoe wij aan de werknemers in de Europese schoenindustrie, die nu hun job dreigen te verliezen als gevolg van onbillijke concurrentie, de voordelen moeten uitleggen van dit soort globalisering?

 
  
MPphoto
 
 

  Caroline Lucas, namens de Verts/ALE-Fractie. - (EN) Mijnheer de Voorzitter, er is sprake van een zeker gevoel van déjà vu in dit debat. Anti-dumping is weliswaar niet hetzelfde als het multi-vezelakkoord, maar het is volgens mij geen toeval dat deze crisis volgt op de afschaffing van de quota. Het is duidelijk dat in een wereld van volledig gedereguleerde en vrije handel de zogenaamde Chinese prijs de kosten en de normen wereldwijd omlaag drukt, waarbij de armsten de grootste klappen opvangen. Ik denk dat we meer met dit soort gevallen te maken zullen gaan krijgen zolang we niet inzien dat de oplossing ligt in een quotastelsel dat ervoor zorgt dat iedereen van de handel kan profiteren en niet slechts enkelen.

De heer Mandelson zegt dat Europa in staat moet zijn om zich aan te passen door hoger in de keten van toegevoegde waarde te gaan zitten, maar die discussie hebben we al veel vaker gevoerd. Zoals hij weet, ben ik van mening dat China precies hetzelfde gaat doen en dat kunnen we het land niet kwalijk nemen. Daar moet Europa het niet van hebben en de rest van de wereld ook niet.

Het is boeiend om te zien hoe de Commissie moeite doet om de zaak te bagatelliseren. Het lijkt wel of het neo-liberale dogma en de neo-liberale ideologie met de feiten op de loop gaan.

Daarom moeten er een paar belangrijke vragen worden beantwoord, onder andere over de hoogte van de invoerrechten op basis van de hoogte van de schade die de commissaris heeft vastgesteld: 19,4 procent voor China en 16,8 procent voor Vietnam. Deze percentages zijn kennelijk gebaseerd op aanpassingen die nooit eerder in de Europese Gemeenschap hebben plaatsgevonden. De sector maakt zich ernstig zorgen dat dit ontoereikend is. Als gevolg van de vrijstelling van kinder- en sportschoenen wordt ongeveer 42 procent van de schoenen die tegen dumpprijzen worden geïmporteerd maar waarvoor geen anti-dumpingrechten worden betaald, uitgesloten. Ik geloof niet dat dit eerlijk is tegenover Europese fabrikanten, maar het is ook niet eerlijk tegenover Chinese werknemers, die werken voor een hongerloontje - volgens reportages in China Labor Watch zo’n 12 dollar per week - terwijl hun sociale rechten tot een absoluut minimum worden beperkt. Je zou het misschien als een voordeel voor de consument kunnen zien, maar volgens mij zullen de anti-dumpingrechten niet zozeer tot hogere consumentenprijzen leiden maar eerder tot lagere winstmarges van de importeurs.

Ik denk dat we ons ernstig zorgen moeten maken over de gevolgen van de concurrentie van in China gevestigde bedrijven - niet alleen voor Europa maar ook voor armere landen zoals de EuroMed-landen - en we zullen moeten erkennen dat de winnaars zich in een steeds kleiner wordende groep landen zullen bevinden en dat de rest aan het kortste eind zal trekken zolang we geen systeem hebben om de handel te beheersen.

 
  
MPphoto
 
 

  Vittorio Agnoletto, namens de GUE/NGL-Fractie. - (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, tien jaar lang hebben de Europese Unie en de Verenigde Staten het voortouw gehad in de onderhandelingen voor de toetreding van China tot de WTO. Nu heeft Peking zijn lesje geleerd en past het de regels van de WTO toe met dezelfde meedogenloze vastberadenheid als zijn leermeesters dat deden.

Volgens ons stroken de anti-dumpingmaatregelen helemaal niet met de communautaire wetgeving en rechtspraak. Deze maatregelen kunnen een uiterst negatief effect sorteren op het hele communautaire handelsstelsel en op de consumenten. Daarom moeten de laissez faire-doctrines van de WTO volledig ter discussie worden gesteld.

Wij vinden het belangrijk dat de Europese Unie een economisch model steunt waarin een centrale plaats wordt toegekend aan de eerbiediging van de sociale clausules en de werknemersrechten.

Europa moet bij de diverse internationale instanties sterker aandringen op bevordering van menswaardig werk. Europa moet regels opstellen zodat er meer waarde wordt toegekend aan merken, waarmee de geografische oorsprong en naleving van sociale en milieuregels gecertificeerd kunnen worden.

Als wij de vrijhandel van de WTO niet ter discussie stellen, zal zich na het textiel en de schoenen een nieuwe waslijst van producten aandienen.

 
  
MPphoto
 
 

  Nigel Farage, namens de IND/DEM-Fractie. - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik betuig mijn sympathie aan commissaris Mandelson. Commissaris, u hebt een onmogelijke baan. Hoe kunnen 25 landen één gemeenschappelijk handelsbeleid hebben? Niet iedereen heeft dezelfde maat, of het nu gaat om handelsbeleid of om schoenen.

U hebt ook het probleem dat u zelf een globalist bent, een voorstander van vrije handel en modernisering. U hebt oog voor wat er omgaat in de wereld, maar u vecht tegen een opleving van economisch nationalisme in de Europese Unie. U kunt uw werk gewoon niet doen en u moet toezien op een stelsel dat doorspekt is met protectionisme en pure hypocrisie dat natuurlijk zijn eigen landbouw blijft subsidiëren en de exportsubsidies tot 2013 in stand houdt.

Maar, aansluitend op wat John Blundell, directeur-generaal van het IEA, onlangs zei, wil ik u het volgende vragen: erkent u dat de overgrote meerderheid van de Britse bedrijven thans wil dat Groot-Brittannië zich terugtrekt uit het gemeenschappelijk handelsbeleid en dat we weer volgens ons eigen handelsbeleid gaan werken? Erkent u dat?

 
  
MPphoto
 
 

  Cristiana Muscardini, namens de UEN-Fractie. - (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, de liberalisering van de schoenenmarkt sinds 1 januari 2005 heeft in één jaar tijds een verhoging van de import uit China met 500 procent veroorzaakt. Daardoor is de communautaire schoenensector nog verder ingekrompen en is het aantal faillissementen gestegen, samen met de werkloosheid.

De invoerprijzen zijn kunstmatig laag. Er kan geen sprake zijn van eerlijke concurrentie met dergelijk verschillende uitgangssituaties, en er is geen sprake van gelijkheid als er overal om ons heen gedumpt wordt. Van deze situatie zijn trouwens ook de leveranciers van schoenen en componenten uit derde landen de dupe, waaronder de kandidaat-lidstaten en de ontwikkelingslanden, die inmiddels uit de communautaire markt zijn verdrongen.

Na de klacht van de Europese industrie tegen China en Vietnam heeft de Commissie een anti-dumpingonderzoek ingesteld. Qua omvang is dat het grootste onderzoek van dit soort dat de Gemeenschap ooit heeft opgestart.

Het Parlement neemt echter geen genoegen met goede intenties. Wij eisen informatie over specifieke punten. Wat voor effect heeft de afschaffing van het quotastelsel op de communautaire industrie en de ontwikkelingslanden gehad? Hoe denkt de Commissie om te gaan met de eis van herstructurering van de Europese schoenenindustrie? Hoe oordeelt de Commissie over de resultaten van het communautaire toezichtsysteem in deze sector? Hoe is het met het anti-dumpingonderzoek gesteld en wat zijn de perspectieven voor bescherming van het communautair belang? Is de Commissie van plan om nog meer internationale initiatieven op te zetten, zoals in het textielwezen is gebeurd, of wachten wij tot het te laat is? Heeft de Commissie er rekening mee gehouden dat een onderzoek tegen China noodzakelijk kan blijken in het kader van het overgangsmechanisme voor specifieke productbescherming?

Het beschermingsniveau dat de Commissie in haar voorstel oppert, is te laag en bepaald ongeschikt, vooral als het over zes maanden wordt uitgesmeerd. In de tussentijd zullen de Chinezen heus niet zitten wachten tot de douaneheffing twintig procent wordt, maar zullen ze al veel eerder beginnen met het exporteren van enorme hoeveelheden schoenen. Dit, mijnheer de Voorzitter en mijnheer de commissaris, is geen vrije markt.

 
  
MPphoto
 
 

  Ryszard Czarnecki (NI). – (PL) Mijnheer de Voorzitter, het is zonneklaar dat Europa zichzelf moet beschermen. De schaal van de dreiging waarvoor we ons gesteld zien, wordt pas goed duidelijk als we beseffen dat de invoer van schoeisel uit China met enkele honderden procenten is toegenomen. De situatie is nog veel erger als we die betrekken op Vietnam, want daar is de dynamiek zelfs nóg groter. Het is duidelijk dat we ons moeten bedienen van instrumenten die slechts schijnbaar in strijd zijn met de geest van de vrije markt. Ik zeg "slechts schijnbaar" omdat de productie in een werelddeel als Azië niets te maken heeft met de vrije markt, omdat de lokale arbeidsbevolking voor extreem lage lonen werkt. De Europese Unie heeft daarom het recht zich te verdedigen en haar toevlucht te zoeken tot standaard economische procedures en instrumenten.

Wel pleit ik voor consistentie. Uit een studie naar de situatie in bredere zin blijkt dat een aantal EU-lidstaten het zwaarst zijn getroffen door werkloosheid in deze sector. Ook is gebleken dat diezelfde staten weigeren de vrije markt binnen de Europese Unie te erkennen. Dat duidt naar mijn mening op een zeker gebrek aan consistentie en ik roep de regeringen van de lidstaten in kwestie daarom op een oplossing te vinden voor deze situatie.

 
  
MPphoto
 
 

  Tokia Saïfi (PPE-DE).(FR) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, u heeft ons de cijfers gegeven: de actuele stand van zaken is dat de schoenproductie in Europa met circa 30 procent is afgenomen, dat de importprijzen met ruim 20 procent zijn gedaald en, bovenal, dat er in de sector bijna 40 000 banen verloren zijn gegaan. Zes maanden na de textiel – wij hadden het destijds al voorzien – wordt de communautaire markt opnieuw geconfronteerd met oneerlijke handelspraktijken. Zoals u heeft aangegeven, hebben wij immers aanwijzingen dat er staatssteun en verkapte subsidies zijn verleend aan producenten in China en Vietnam. Gezien het feit dat een dergelijke schending van de handelspraktijken is vastgesteld, heeft de Europese Unie de plicht te reageren en de schade die aan de bedrijfstak in de Gemeenschap wordt toegebracht, te corrigeren volgens de regels van de WTO.

Daarom moeten er, zoals u heeft uiteengezet mijnheer de commissaris, antidumpingmaatregelen tegen deze invoer worden getroffen. Een recht heffen op goederen die worden gedumpt, is niet hetzelfde als de consument vragen niet-competitieve Europese bedrijven te subsidiëren. Nee, het gaat hier veeleer om het veiligstellen van de voorwaarden voor een evenwichtige handel, die zowel de belangen van de consumenten als die van de producenten beschermt. Interveniëren om de nadelige gevolgen van dumping te beperken, moet dan ook niet worden beschouwd als protectionisme.

De Europese Unie streeft naar harmonieuze en open handelsbetrekkingen met haar Aziatische partners om ook deze bevolkingen een uitweg uit de armoede te bieden, maar zij streeft er evengoed naar dat eerlijke en billijke handelsregels door iedereen worden nageleefd.

 
  
MPphoto
 
 

  Francisco Assis (PSE).(PT) Het is thans één jaar geleden dat de laatste invoerbeperkingen voor schoeisel uit China werden opgeheven, en we kunnen nu een objectieve beoordeling uitvoeren van de gevolgen van de liberalisering van de handel in deze sector. We hebben kunnen vaststellen dat de invoer enorm gestegen is, met alle gevolgen van dien voor de productie in Europa.

Er is een nieuwe situatie ontstaan en die noodzaakt ons het herstructureringsproces van de sector schoeisel heel zorgvuldig in de gaten te houden. We moeten ervoor zorgen dat ondernemingen al het nodige doen om zich aan te passen. De economie van de getroffen regio’s moet worden geherstructureerd en we zullen oplossingen moeten vinden voor de sociale gevolgen van de veranderende situatie. Het is echter ook heel belangrijk dat de Commissie er alles aan doet om oneerlijke mededingingspraktijken op te sporen en tegen te gaan. Die praktijken maken de toch al problematische situatie nog veel ernstiger. Oneerlijke mededinging werkt protectionistische reacties in de hand – de Europese Unie dient op dit punt dus hoge eisen te stellen.

We mogen dus heel tevreden zijn met het besluit van de Commissie om antidumpingmaatregelen te treffen nu gebleken is dat China en Vietnam zich schuldig hebben gemaakt aan onoorbare praktijken bedoeld om de prijs van hun uitvoer in deze sector kunstmatig te verlagen. Dat is des te kwalijker als je bedenkt dat deze landen zich vergeleken bij ons toch al in een heel voordelige positie bevinden. Gesjoemel kan dus onder geen beding getolereerd worden.

De aangenomen maatregelen zijn in het algemeen positief, maar we hebben toch nog enige twijfels. Het idee om antidumpingmaatregelen volgens een voortschrijdende schaal toe te passen en met een laag bedrag te beginnen zou wel eens kunnen leiden tot een sterke toename van de invoer uit China en Vietnam. Men zal daar immer op de zaken willen vooruitlopen, en dat zou de huidige situatie alleen maar verergeren. Dit is een heel ernstig probleem. Verder heeft men ervoor gekozen bepaalde productcategorieën buiten het toepassingsbereik van de maatregelen te laten vallen. Dat moet worden rechtgezet. We zijn namelijk bang dat er van deze regeling misbruik zal worden gemaakt en we kunnen daar alleen iets aan doen als er – zoals we hopen – serieus werk wordt gemaakt van het toezicht op deze invoer.

 
  
MPphoto
 
 

  Sajjad Karim (ALDE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, in september stond ik hier om een beroep op de commissaris te doen om wat meer vooruitziendheid te betrachten in het eerste tijdperk na de quota. Wat ik toen nog niet wist, was dat de Commissie al sinds juni cijfers tot haar beschikking had waaruit bleek dat de import van schoenen uit China met bijna 700 procent was gestegen, wat wees op de alarmerende overheidsinterventie in de sector die de Commissie vijf maande later onthulde. De cynicus in mij zegt dat deze cijfers onder het kleed zijn geveegd om een einde te maken aan de ‘bh-oorlogen’, wat slechts een pleister op de wond was, terwijl de EU oplossingen voor de lange termijn nodig heeft.

Om de zaak nog erger te maken publiceerde de Commissie vervolgens haar plannen voor anti-dumpingrechten voor lederen schoenen nog voordat de lidstaten van de voorstellen hadden kennisgenomen, laat staan dit Parlement. Commissaris, Europese fabrikanten en detailhandelaars zien met vrees een toekomst tegemoet waarin de markt wordt overspoeld door goedkope Aziatische producten, en ze willen antwoorden, maar u houdt die voor hen achter. Ze hebben behoefte aan hoop en vertrouwen, maar u ontneemt hen die, en bovenal hebben ze behoefte aan innovatie, ideeën en leiding van uw kant, maar die schijnt u niet te kunnen bieden.

Commissaris, eerst was het textiel, nu zijn het schoenen, de volgende keer zijn het meubelen. Als u niet meer vooruitziendheid betracht en uw EU-partners niet volledig op de hoogte stelt, is samenwerking onmogelijk en kunnen we de Europese industrie niet helpen om de uitdaging van deze opkomende markten het hoofd te bieden.

 
  
MPphoto
 
 

  Bastiaan Belder (IND/DEM). – Voorzitter, nog geen jaar na de problemen in de textielsector staat Europa aan de vooravond van een nieuw handelsconflict met China. De snelle economische opkomst van Aziatische landen verrast Europa keer op keer en opnieuw is Europa verdeeld. De EU mag zich echter niet laten verlammen door de tegenstellingen tussen noordelijke en zuidelijke lidstaten. Ook deze keer vormt het beleid van de Commissie een zwak compromis tussen vrije handel en protectionisme. De Commissie moet daarom prioriteit geven aan de ontwikkeling van een solide en eenduidig handelsbeleid met de Aziatische regio. De aaneenrijging van sectorale conflicten moet immers doorbroken worden.

Ik begrijp de frustratie van de importeurs en van de lidstaten die geen eigen industrie bezitten. Anderzijds ben ik van mening dat het van groot belang is om China te wijzen op de spelregels van de WTO. Die woorden moeten soms worden gevolgd door daden, mijnheer de commissaris. Ik roep u daarom op de geconstateerde staatsinterventie in de schoenensector ook mee te nemen in de onderhandelingen over de toekenning van de market economy status aan de Volksrepubliek China.

 
  
MPphoto
 
 

  Luca Romagnoli (NI). - (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, het is weer zover. Eerst hebben wij elke restrictie op de invoer van schoenen uit het Verre Oosten afgeschaft en op die manier hebben wij de Europese en Italiaanse schoenenindustrie nogal wat schade toegebracht, wat natuurlijk ook de nodige weerslag op de werkgelegenheid had. Thans hebben wij de basis gelegd voor een toekomstige en trefzekere bedreiging van het lot van kleine en middelgrote ondernemingen. Deze zullen definitief het loodje leggen bij zo’n oneerlijke concurrentie van goederen tegen zulke lage kostprijzen. Die goederen worden gefabriceerd zonder dat er enige serieuze toetsing van de productie- en distributieketen is, zowel qua milieuomstandigheden als wat betreft sociale garanties en inzet van arbeidskrachten.

Dit zijn toevallig wel precies de productiefactoren die de bedrijfskosten kunnen drukken. Op die manier wordt iedere mededingingscapaciteit onderuitgehaald. Zo verandert de concurrentie niet in een vrij marktspel maar in een openlijke dumping. Dat druist natuurlijk tegen de belangen in van niet alleen de bedrijfstak maar van de gehele Gemeenschap.

Ik vraag dat de Commissie ingrijpt om de schoenensector te verdedigen tegen deze oneerlijke concurrentie van producten uit landen van buiten de EU; ook omdat de bewakingsmaatregelen die de Unie tot nu toe heeft genomen, praktisch geen zoden aan de dijk hebben gezet.

Wij eisen niet alleen waakzaamheid, maar een actieve verdediging van het vernuft en de kwaliteit van de Europese schoenensector. De import moet sterk aan banden worden gelegd, er moeten heffingen worden ingevoerd en er moet een certificatie komen inzake het niveau van sociale en milieubescherming van de producten, zoals ik al bij andere gelegenheden gevraagd heb.

 
  
MPphoto
 
 

  Georgios Papastamkos (PPE-DE). - (EL) Mijnheer de Voorzitter, ik behoor tot degenen die zowel institutioneel als politiek pleiten voor een multilateraal, evenwichtig en vrij wereldhandelsstelsel. Hiermee bedoel ik een stelsel dat steunt op nog strengere regels, op sterkere instellingen en op meer transparante en democratische procedures.

De toename met 500 procent van de invoer van schoenen in het jaar 2005 - de heer Barón Crespo sprak zelfs over 900 procent - is niet alleen het gevolg van de liberalisering. Laten we dat goed voor ogen houden. Het is het gevolg van ongeoorloofde praktijken in overtreding van de regels van de internationale handel door China en Vietnam, door die twee ontluikende economieën.

Zoals andere collega's al hebben gezegd, zijn gisteren duizenden banen en honderden bedrijven verdwenen in de Europese textielsector, vandaag overkomt dit de schoenensector. Mijnheer de commissaris, de Europese Unie moet een niet mis te verstane boodschap uitsturen, zoals u suggereerde. Wij steunen u daarin. Wij staan achter u. Ja tegen concurrentie, nee tegen openlijke en verdoken scheeftrekkingen van de markt. Antidumpingheffingen zijn beslist geen protectionistische maatregelen, maar wel een wettig handelsverdedigingsmiddel. Zij kunnen echter enkel effect sorteren als ze in verhouding staan tot de omvang van de dumping.

Wie als argument tegen die heffingen stelt dat we nu goedkopere prijzen kennen, vraag ik of de consument echt wel iets merkt van de lagere invoerprijzen sinds de liberalisering? Mijn persoonlijke mening is dat alleen een paar leveranciers uit China en Vietnam er wel bij zijn gevaren. De Commissie moet de institutionele tegenaanval inzetten. Een gecoördineerde tegenaanval, waarbij intellectueel en industrieel eigendom doelmatig worden beschermd, een aanval tegen ecologische en sociale dumping, tegen ondoorzichtige en illegale staatsinterventie. Anders kunnen de voortdurende schendingen van de internationale handelsregels met de Europese Unie die achter de feiten aan holt, het vertrouwen van de burgers in de liberalisering van het internationale handelsstelsel in gevaar brengen.

 
  
MPphoto
 
 

  Kader Arif (PSE).(FR) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, sinds de afschaffing van de quotaregeling afgelopen jaar is de invoer vanuit China, zoals gezegd, spectaculair gegroeid: met circa 500 procent.

Dit heeft ernstige gevolgen voor de concurrentiepositie van de Europese schoenensector, waar als gevolg van deze vloedgolf van zeer laag geprijsde importproducten sprake is van een dramatisch aantal faillissementen, waarbij we het daarmee gepaard gaande verlies van arbeidsplaatsen dan nog buiten beschouwing laten.

Bovendien zijn onze traditionele leveranciers, kandidaat-landen en landen in de Euromed-zone, van de communautaire markt verdrongen. De Commissie zwijgt hier in alle talen over en lijkt niet bereid tot een effectbeoordeling van de schade als gevolg van deze liberalisering.

Naar aanleiding van de klacht die door de marktpartijen binnen de branche is ingediend, heeft u een antidumpingonderzoek ingesteld. De resultaten hiervan zijn alarmerend: er zijn harde bewijzen van staatssteun en sociale-dumpingpraktijken, met alle materiële schade voor onze industrieën van dien.

U stelt ons vandaag een aantal maatregelen voor ter bestrijding van deze overtreding van de elementaire regels van de internationale handel. Toch maak ik me zorgen over de geleidelijke, over een periode van vijf maanden uitgesmeerde inwerkingtreding van deze antidumpingrechten, een precedent dat me nauwelijks opportuun, juridisch aanvechtbaar en niet vrij van averechtse effecten lijkt. Op basis van deze rechten zou ofwel de dumping, ofwel de schade geëlimineerd moeten kunnen worden. Met de voorgestelde geleidelijke tarieven is echter geen van beide opties haalbaar. Tot slot is de uitsluiting van kinderschoenen in mijn ogen ongerechtvaardigd en onbegrijpelijk. Het zou goed kunnen dat uw voorstellen zeer spoedig ontoereikend blijken gezien de omvang van de door onze bedrijven geleden schade.

Om deze oneerlijke handelspraktijken tegen te gaan zouden andere initiatieven genomen kunnen worden, bijvoorbeeld het openen van een onderzoek in het kader van het tijdelijke vrijwaringsmechanisme dat van toepassing is op de Chinese invoer, een instrument dat als voordeel heeft dat het eenvoudig en doeltreffend is.

Als de lidstaten u daarom zouden verzoeken, zou de Commissie dan overwegen dit instrument in te zetten? Is het wellicht een optie, mijnheer de commissaris, om een onderzoek in te stellen naar de daadwerkelijke tenuitvoerlegging van de handelsregels van de WTO door China, en naar de eerbiediging door China van de billijke en eerlijke handelspraktijken, anders dan de overduidelijke schendingen van het WTO-recht waaraan het land zich overgeeft? Uw voorstellen zijn krachtig noch helder. Welke sectoren zullen morgen te lijden hebben onder deze oneerlijke praktijken, na de textiel vorig jaar en de schoenen nu?

 
  
MPphoto
 
 

  Giulietto Chiesa (ALDE). - (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, de situatie van de Italiaanse schoenensector noopt mij ertoe te vragen om een grondige wijziging van de maatregelen die u hebt voorgesteld en die deels door de Italiaanse regering zijn geaccepteerd. Italië betaalt nu al een uiterst hoge tol op het vlak van de werkgelegenheid.

Dit verzoek van mij stoelt niet op protectionistische neigingen maar is gebaseerd op een berekening van maatschappelijke gevolgen. Het gaat mij er niet om de globalisering of de markt te verheerlijken dan wel te verloochenen, want mijn analyse is gematigd en tevens realistisch. Het is een kwestie van accenten. Het pad tussen het paradijs en de hel is smal, net zo smal als het verschil tussen een harde concurrentie en een oneerlijke concurrentie, zoals u zelf hebt herhaald.

Ik baseer me op wat uzelf zegt: China en Vietnam hebben de regels geschonden. U stelt voor om daarop te reageren, maar de proporties van hun dumpingpraktijken lijken mij nogal fors vergeleken met de invoerheffingen die u voorstelt. Ik denk eerlijk gezegd dat er over uw maatregelen opnieuw onderhandeld moet worden. Zowel de cijfers als het tijdpad moeten herzien worden; dat wil zeggen onmiddellijke toepassing van de heffingen – dus niet pas over een paar maanden – alsmede een verhoging daarvan door ook hightech sportschoenen uit te sluiten van ontheffing van douanerechten. Anders worden noch de Europese producenten noch de consumenten beschermd, en zal ook de markt er niet op vooruitgaan.

 
  
MPphoto
 
 

  Patrick Louis (IND/DEM).(FR) Mijnheer de Voorzitter, het werkloosheidspercentage in Romans, in de Drôme, is 18 procent – het dubbele van het Franse gemiddelde – omdat de schoenensector daar geteisterd wordt en de eeuwenoude knowhow verdwijnt. Deze ondergang is het resultaat van de anachronistische toepassing van het Ricardiaanse model waar uw beleid op gebouwd is. De nieuwe internationale arbeidsverdeling heeft de lagelonenlanden gestimuleerd zich te specialiseren in arbeidsintensieve industrieën, terwijl de landen met een hoge spaarquote zich concentreren op de zeer kapitaalintensieve industrieën.

Op dit moment vertrekt het kapitaal, hunkerend naar groei, eveneens naar deze landen. De landen van de Unie, die een hoge productiviteit en hoge lonen hadden, worden dus gevloerd door landen met een gelijke productiviteit en lage lonen.

Opdat dit alles niet helemaal fout afloopt, moet het werk van de liberaal Maurice Allais worden herlezen, moeten de deugden van het gemeenschappelijk buitentarief zaliger nagedachtenis worden herontdekt en moeten we ons aan de buitenkant beschermen om vrij te zijn binnen de Unie. Gebeurt dit niet, dan zal het al onze arbeidsintensieve industrieën hetzelfde vergaan als de schoenenindustrie.

 
  
MPphoto
 
 

  Christofer Fjellner (PPE-DE). – (SV) Mijnheer de commissaris, de Unie heeft een verschrikkelijke geschiedenis op het punt van antidumping. Goed georganiseerde speciale belanghebbenden krijgen keer op keer de gelegenheid om via invoerheffingen kleine winsten te maken die grote kosten voor de consumenten opleveren.

Toen de Commissie invoerheffingen op tv-toestellen introduceerde, moesten de consumenten een bedrag van 2 Zweedse kroon betalen voor elke kroon die de industrie verdiende. Bij de heffingen op Pakistaanse beddenlakens leverde elke kroon voor de producenten onze consumenten een kostenpost op van 3 kroon. In het geval van de Noorse zalm was het nog erger: elke kroon die de zalmproducenten verdienden kostte de consumenten maar liefst 70 kroon. De Commissie slaagt er niet in om voldoende rekening te houden met de consumenten en dus met het communautair belang.

Nu staat men op het punt om dezelfde fout opnieuw te maken – in verband met schoenen uit China en Vietnam – maar deze keer kennen we bij voorbaat de prijs voor dit beleid. De Deense regering heeft een studie laten verrichten waaruit is gebleken dat de kosten voor de consumenten in de Unie acht keer groter zijn dan de winsten voor de producenten, en in totaal verliest de Unie meer dan tweeënhalf miljard kroon.

Voor Zweden is dit cijfer nog erger. Elke kroon die Zweedse producenten verdienen kost de Zweedse consumenten 44 kroon. In totaal moeten de Zweedse consumenten erop rekenen dat ze bijna 60 miljoen kroon meer moeten betalen voor hun schoenen. Het enige land in de Unie waar een en ander volgens de berekeningen winstgevend zal zijn, is Slowakije. Daar zal men volgens berekening 300 000 kroon verdienen. Het zou goedkoper zijn als wij hier in het Europees Parlement het geld bijeenleggen, dan ontsnappen de consumenten aan de heffing.

Eerlijk gezegd geloof ik niet dat dat verkeerd zou zijn. De Commissie heeft er ondanks alles bewust voor gekozen om vergelijkingen te maken met dure schoenen uit Brazilië en heeft de invoerstijging vóór de afschaffing van het quotum vergeleken met die na de afschaffing. Geen enkele fabriek heeft de status van marktgericht bedrijf gekregen, hoewel men erkent dat de fabrieken op marktconforme wijze leer kopen en arbeidskrachten werven. Ik ben ernstig ongerust over het toenemende protectionisme dat ik in de Unie tegenkom, en ik hoop dat dit de laatste keer is dat de Commissie zwicht voor de eisen van de protectionisten ten koste van de burgers.

 
  
MPphoto
 
 

  Joan Calabuig Rull (PSE).(ES) Mijnheer de Voorzitter, de Europese schoenenbranche verkeert in een moeilijke situatie, en wel om twee redenen: enerzijds heeft zij met oneerlijke praktijken te maken, en anderzijds, commissaris, heeft zij te kampen met de problemen van invoerrechten en andere belemmeringen van praktische aard om toegang te krijgen tot de markten van derde landen.

Ik denk dat dit alles een doeltreffende actie tegen dumping noodzakelijk maakt, waarmee we op rechtvaardige maar tegelijkertijd soepele wijze op deze situatie kunnen reageren, om te vermijden wat er in de textielsector gebeurd is, namelijk dat zich in de tijd van geaarzel over het al dan niet nemen van maatregelen, speculatieve ontwikkelingen voordoen en we uiteindelijk een sterkere stijging van de import hebben bevorderd.

Het voorstel van de Commissie over de antidumping-procedure voor schoenen afkomstig uit China en Vietnam is redelijk en evenwichtig, maar het bevat wonderlijke ideeën die voor veel mensen onbegrijpelijk zijn, zoals het niet-toepassen van de door u voorgestelde maatregelen op kinderschoenen die, zoals u weet, vaak niet alleen door kinderen worden gebruikt, alsook op de met speciale technologie vervaardigde sportschoenen (STAF).

Als dumping een feit is, zullen invoerrechten moeten worden opgelegd die zo doeltreffend zijn dat ze eerlijke concurrentievoorwaarden kunnen garanderen, en de hoogte van de rechten en hun concrete toepassing zouden dan ook gebaseerd moeten zijn op hun effectiviteit, dat wil zeggen, op hoe doeltreffend dumping hiermee kan worden uitgebannen.

 
  
MPphoto
 
 

  Daniel Caspary (PPE-DE). – (DE) Mijnheer de Voorzitter, waarde commissaris, de Europese Unie beschikt niet over een strategie om de globalisering het hoofd te bieden. We hebben nu een globaliseringsfonds om de gevolgen van globalisering uit het verleden op te vangen. Maar welke oplossingen hebben we voor de toekomst? Mijn eerste reactie op deze kwestie was: net als bij textiel gaat het hier om protectionisme. Dat zou niet best zijn omdat we behoefte hebben aan een wereldwijde vrije en eerlijke toegang tot de markt. Vrije markttoegang is belangrijk voor onze producenten in de Europese Unie. En omdat we van onze handelspartners verwachten dat zij zich aan de regels houden, kunnen we zelf als Europese Unie niet achterblijven.

Toen ik over meer informatie beschikte, werd me duidelijk dat hier geen sprake is van protectionisme, maar van dumping. Ook besefte ik dat de maatregelen die u neemt technisch veel beter in elkaar steken dan destijds bij de textiel. Mij werd echter ook duidelijk dat onze maatregelen wederom inconsequent zijn, en de Chinezen zullen dat zien als een teken van zwakte. Ik kan nog wel begrijpen dat we sportschoenen hebben uitgesloten van de procedure. Maar waarom een uitzondering voor kinderschoenen? Of het is dumping of niet.

De gevolgen voor de consument bij de kinderschoenen zijn mijns inziens geen geldig argument, omdat de consument ook absoluut geen baat heeft gehad bij de verlaging van de importprijzen van de afgelopen jaren. En als je ziet dat schoenen met een importprijs van 6,50 euro in de winkel 120 euro kunnen kosten, dan wordt duidelijk dat ook voorspelde prijsstijgingen van 20 procent, waarvoor importeurs waarschuwen, geen steek houden.

En dan de kwestie China. Wat ligt ten grondslag aan deze dumpingkwestie? Aan de ene kant baart deze zaak mij grote zorgen. Bedrijven blijken niet in staat hun boekhouding op orde te houden of fatsoenlijk leiding te geven. Dat is een van de redenen. Aan de andere kant maak ik mij ook grote zorgen over de steeds toenemende rol van de staat in dumping door middel van onrealistische grondprijzen, belastingvoordeel voor exportbedrijven, riskante leningen van banken, kosten van grondstoffen waarvoor subsidie wordt verstrekt, enzovoort. Het heeft daarom geen zin China in dit verband de status van “markteconomie” toe te kennen, zoals sommige leden van de Commissie blijkbaar willen. Ook op dit punt moeten we consequent blijven.

Ik hoop dat we in de toekomst in al deze gevallen consequenter zijn en ons beter aan de regels houden.

 
  
MPphoto
 
 

  Elisa Ferreira (PSE), schriftelijk.(PT) Ik wil om te beginnen zeggen dat ik dit voorstel om antidumpingmaatregelen te nemen steun. Dat is wel het minste dat we kunnen verlangen. Dumping ondergraaft immers het hele idee van vrijhandel. De Europese industrie mag niet wegkwijnen omdat we niets ondernemen of aan kwalijke praktijken meewerken.

Wegens tijdgebrek zal ik me beperken tot twee opmerkingen. Zodra eenmaal is vastgesteld dat er sprake is van dumping, kan die dumping niet langer worden getolereerd. Dat zou onzinnig zijn. En toch is dat wat er gaat gebeuren als gevolg van het idee om bij de toepassing van de antidumpingmaatregelen een glijdende schaal aan te houden. Daar is geen enkele rechtvaardiging voor.

Tweede opmerking: het is volstrekt onaanvaardbaar dat kinderschoeisel van de maatregelen is uitgesloten. Daar is geen rechtvaardiging of rechtsgrond voor en het kan ook niet op technische gronden verdedigd worden. Als deze en andere ongerechtvaardigde uitzonderingen worden gehandhaafd tast je de geloofwaardigheid van deze voorgestelde maatregelen onherstelbaar aan. Ik dring er dus met klem op aan dat deze bepalingen worden herzien.

Tot slot wijs ik erop dat het van cruciaal belang is dat de Commissie haar reactieve houding opgeeft en ons laat zien dat er concrete resultaten voortvloeien uit haar beleid dat prioriteit geeft aan de opening van derde markten voor de uitvoer van – in de eerste plaats – Europees schoeisel. Ik denk dan aan toegang tot de Japanse markt, de mechanismen voor de opening van de Russische en inderdaad de Chinese markt.

 
  
MPphoto
 
 

  Syed Kamall (PPE-DE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, om te beginnen dank ik de Commissie omdat ze van ervaringen uit het verleden heeft weten te leren. Ik ben blij dat het besluit is genomen om geen quota op te leggen in verband met importkwesties. Dit zou namelijk rampzalige gevolgen hebben voor de hele toeleveringsketen en voor de consumenten. Ik denk dat we het daar allemaal wel over eens zijn.

We moeten ons echter afvragen in wiens belang deze anti-dumpingrechten worden opgelegd. Ik zie niet hoe consumenten hiervan kunnen profiteren. Of we het nu leuk vinden of niet, de Europese burgers stemmen met hun portemonnee en kopen geïmporteerde schoenen. Door invoerrechten op te leggen straffen we de consumenten doordat de prijs van schoenen omhoog gaat.

Ik geef toe dat een aantal van de voorspellingen over prijsstijgingen paniekzaaierij zijn, maar er zullen prijsstijgingen optreden. Ons wordt verteld dat 20 procent invoerrechten op de importprijs van schoenen niet tot een grote stijging van de verkoopprijs hoeft te leiden. Detailhandelaars en anderen in de toeleveringsketen vangen de invoerrechten naar verwachting op. Het verbaast mij echter zeer dat de Commissie vandaag de dag detailhandelaars en schoenenfabrikanten meent te kunnen vertellen hoe ze hun bedrijf moeten voeren en hoeveel ze hun klanten in rekening moeten brengen. Wat is er gebeurd met de wet van vraag en aanbod die geldt voor verkopers en Europese burgers en consumenten?

Als de Commissie echt van mening is dat detailhandelaars een te grote winstmarge hebben op schoenen, moet ze een onderzoek uitvoeren naar het concurrentievermogen van de schoenensector in plaats van de detailhandelaars en de toeleveringsketen te straffen door botweg anti-dumpingrechten te heffen. Zijn de Europese schoenenfabrikanten er echt mee geholpen als we de prijzen van schoenen uit China en Vietnam omhoog jagen of dwingen we detailhandelaars gewoon om hun schoenen te betrekken van andere niet-Europese markten, zoals India?

Tot slot nog dit: hebben we het recht om zo hoog van de toren te blazen en te klagen over de Chinese overheid die de schoenensector subsidieert terwijl we zelf zo’n groot deel van onze EU-begroting besteden aan het subsidiëren van inefficiënte boeren? Laten we het naoorlogse protectionistische model aan de kant zetten en een voortrekkersrol aannemen door de globalisering te omarmen.

 
  
MPphoto
 
 

  Pia Elda Locatelli (PSE), - (IT) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer Mandelson, dames en heren, ik wil alleen maar zeggen dat ik de indruk heb mij bezig te houden met een inmiddels lege huls. Sportschoenen worden uitgesloten van de maatregelen, maar hoe bepaal je wat sportschoenen zijn? Kinderschoenen zijn ook uitgesloten, maar die draag ikzelf en heel veel andere vrouwen nog steeds, terwijl wij al jaren geen kind meer zijn.

De toepassing van de antidumpingmaatregelen is gebeurd met een geleidelijkheid die wij voorheen nooit meegemaakt hebben. Vooral worden er antidumpingheffingen voorgesteld die niet helpen om een situatie van oneerlijke concurrentie aan te pakken die de Commissie zelf als ernstig heeft bestempeld.

Daarom vraag ik u: gelooft u niet dat achter de consumentenbescherming, met name de bescherming van de armste gezinnen - zoals u in de zondagseditie van Le Figaro schreef - ook of misschien vooral de poging schuilgaat om de belangen van de multinationals te beschermen?

Gelooft u niet dat het beleid van de Commissie, dat in mijn ogen soms halfslachtig is, het belangrijke, om maar niet te zeggen unieke, instrument van het Europese handelsbeleid in gevaar kan brengen?

Tot slot vraag ik u commentaar te leveren op hetgeen momenteel aan de hand is met beddengoed, omdat ook hier het optreden van de Commissie niet duidelijk is.

 
  
MPphoto
 
 

  Peter Mandelson, lid van de Commissie. - (EN) Mijnheer de Voorzitter, als u het niet erg vindt, ga ik nu niet in op het punt van het beddengoed. In de tijd die ik ter beschikking heb, kan ik me beter beperken tot het onderwerp schoenen, maar ik kan u verzekeren dat de kwestie anti-dumpingrechten op beddengoed naar behoren zal worden beoordeeld en naar behoren zal worden toegepast, zoals dat volgens mij momenteel ook het geval is.

Ik denk dat de waarde van debatten als dit en de belangrijke rol van dit Parlement blijken uit de zeer belangrijke en van inzicht getuigende opmerkingen die de afgelopen drie kwartier zijn gemaakt. Het is mijn rol om namens de Commissie te luisteren naar de punten en argumenten die naar voren worden gebracht. Ik verzeker u dat ik dat zal doen en dat ik ook over de opmerkingen van de lidstaten zal nadenken, zodat ik op basis van al deze uiteenlopende punten en argumenten met definitieve aanbevelingen terug naar de Commissie kan gaan.

Nu ik vanmiddag echter zoveel mensen heb horen klagen dat mijn interventie protectionistisch, onnodig en ongerechtvaardigd is, en een nog iets groter aantal Parlementsleden heb horen zeggen dat ik niet ver genoeg ga, dat mijn maatregelen ontoereikend zijn en dat ik verder moet gaan, kom ik in de verleiding om te zeggen dat mijn maatregelen, die het midden houden tussen die twee tegengestelde standpunten, misschien precies goed zijn! De verleiding om zo’n goedkope opmerking te maken, is groot, maar ik zal mezelf ervan weerhouden.

Ik ben het echter met name eens met de heer Papastamkos en mevrouw Saïfi, die beiden de noodzaak inzien van interventie gericht tegen anti-concurrerend en handelsverstorend gedrag van onze partners maar tevens vinden dat daarbij een zekere mate van perspectief en evenwicht moet worden betracht, zoals het mij betaamt. Ik denk dat de heer Assis gelijk heeft dat het belangrijk is dat we bij de tijdelijke maatregelen die we invoeren, nauwlettend toezien op het effect van ons handelen zodat we, als we in gebreke blijven, in staat zijn om de situatie te evalueren en eventueel herzieningen door te voeren als we later dit jaar overgaan op definitieve maatregelen.

Ik wil nog snel even reageren op een paar andere punten die naar voren zijn gebracht.

Sommigen trokken een parallel tussen de voorgestelde maatregelen inzake schoenen en de maatregelen die zijn genomen in verband met textiel. Dit zijn zeer verschillende kwesties. In het geval van textiel hadden we te maken met op eerlijke wijze verhandelde goederen, al zij het dat er sprake was van een rigoureuze en plotselinge groei in volume na het afschaffen van de quota op Chinese textiel begin 2005. Daarom hebben we bij wijze van vrijwaringsmaatregel quota ingevoerd en daar waren wij toe gerechtigd. Anders dan nu, was er toen geen sprake van anti-concurrerende maatregelen - dumpingacties - die uitnodigen tot anti-dumpingmaatregelen in de vorm van invoerrechten – of een quotum of een fysieke limiet. Daarom verwacht ik niet dat we te maken zullen krijgen met de kinderziekten die zich bij textiel voordeden. Dat moeten degenen die doen alsof de textielepisode een soort gevecht of oorlog met China was, niet vergeten. Dat was absoluut niet zo. We hebben toen op zeer onvijandige wijze een overeenkomst met China bereikt over de te nemen maatregelen.

Enkele andere Parlementsleden brachten nog twee andere punten naar voren. Een ervan betreft het effect op de consumentenprijzen. Dit moeten we in het juiste perspectief zien. Het betreft slechts negen van de honderd paar schoenen die Europese consumenten kopen. Met andere woorden, een fractie van het aanbod van producten. De invoerrechten zouden iets meer dan 1,50 euro bedragen over een gemiddelde groothandelsprijs van 8,50 euro voor schoenen die voor een prijs tussen de 40 en 120 euro worden verkocht, en niet gewoon 1,50 euro. Je maakt mij niet wijs dat importeurs en detailhandelaars, met name importeurs en detailhandelaars die van de lage importprijzen van producten uit China en Vietnam hebben geprofiteerd maar die de consumenten niet van de effecten van deze goedkopere importprijzen hebben laten profiteren, deze 1,50 euro niet ergens in de toeleveringsketen kunnen opvangen - daar moeten consumenten hun detailhandelaars maar eens over aanspreken als ze daar in de toekomst toe in de gelegenheid zijn.

Een aantal Parlementsleden heeft mij gevraagd waarom ik voorstel om hightech sportschoenen en kinderschoenen buiten het onderzoek te houden. Wat de sportschoenen betreft: die worden buiten het onderzoek gehouden omdat die in Europa niet in zodanige hoeveelheden worden gemaakt dat dumping een gevaar oplevert. Europese fabrikanten van dit type sportschoenen lopen dus geen gevaar want die zijn er nauwelijks.

In het geval van kinderschoenen stel ik uitsluiting voor op grond van het belang voor de Gemeenschap. Kleine kinderen hebben drie à vier maal per jaar nieuwe schoenen nodig. Het effect van invoerrechten op de prijs van dergelijke schoenen is mogelijk dus groter dan in het geval van gewone schoenen.

Ik vind dat we geen hindernissen moeten opwerpen die ouders beletten kwalitatief goede schoenen voor hun kinderen te kopen. Degenen die willen dat ik de indeling in tariefposten voor deze schoenen herzie, moeten weten dat de tariefpost voor kinderschoenen loopt tot maat 37½ met hakken tot 3 cm. Ik ben best bereid om daar met mijn collega’s in TAXUD over te praten, maar dit is de indeling waarmee ik moet werken, niet een die ik voorstel.

Ik wil nog snel een paar opmerkingen plaatsen. Er werd gezegd dat het onderzoek te lang heeft geduurd. Het steekproefonderzoek neemt veel tijd in beslag. De binnen de Europese Gemeenschap geldende regels verplichten mij om zeer strenge procedures te hanteren en uit te gaan van zeer strenge referentielanden en -bedrijven als ik een land dat niet de status van markteconomie geniet, onder de loep neem.

Zoals ik niet vooruit kan lopen op klachten over dumping - enkele Parlementsleden klaagden dat ik niet genoeg vooruitziendheid betracht, alsof ik een glazen bol heb waarin ik kan zien uit welke hoek de volgende klacht over dumping gaat komen - zo kan ik ook niet heen om de juiste procedures en onderzoeken die in onze regelgeving zijn vastgelegd en waar ik me stipt aan moet houden.

De opmerking dat er sprake was van een zekere vertrouwensbreuk, begrijp ik niet. De lidstaten hebben het werkdocument van de Commissie voorafgaand aan mijn persconferentie op 23 februari ontvangen. Ik kan u verzekeren dat deze werkdocumenten vrijwel op hetzelfde moment als waarop ze naar de lidstaten gaan, naar de media worden opgestuurd. Ik moet dus onmiddellijk uitleg geven en verdedigen waarmee ik bezig ben. Dat ontneemt de lidstaten zeker niet het recht om een standpunt over de zaak in te nemen of uitvoerige antwoorden van de diensten van de Commissie te ontvangen.

Ik zal er verder niets over zeggen, behalve dan dat het belangrijk is dat we de ontwikkelingen in China, Vietnam, India en andere Aziatische landen in het juiste perspectief moeten plaatsen. Natuurlijk is er sprake van sterke concurrentie en staan Europese fabrikanten voor een moeilijke uitdaging en het is onze plicht alles in het werk te stellen om de Europese fabrikanten daarbij te helpen en om werknemers van bedrijven te helpen zich aan te passen aan deze uidagingen en aan de nieuwe situatie in de internationale handel waarmee we worden geconfronteerd. Ik geloof niet dat we er goed aan doen en dat het aanvaardbaar is om mensen ertoe aan te zetten zich van de nieuwe krachten in de mondiale economie af te schermen of om te doen alsof deze veranderingen, uitdagingen en nieuwe concurrentiebronnen vanzelf zullen verdwijnen en ons niet zullen raken als we onze ogen ervoor sluiten of onze kop in het zand steken.

Een politicus die een dergelijke boodschap afgeeft aan het publiek, maakt zich schuldig aan slecht en zwak leiderschap. Het publiek moet uitgelegd worden wat er gaande is en in staat worden gesteld om daarop in te spelen. We kunnen niet blijven doen alsof we er in Europa op de een of andere manier wel in zullen slagen de uitdaging op het gebied van concurrentie waarmee we in de mondiale economie worden geconfronteerd, uit de weg te gaan zonder onze levensstandaard en onze welvaart in de toekomst op het spel te zetten. Dat mag en zal niet gebeuren.

We moeten op deze uitdaging reageren door de nadruk te leggen op onze concurrentie- en innovatiekracht en ons vermogen om in te spelen op veranderingen en in de toekomst effectiever te concurreren. Als we deze uitdaging niet aangaan en dat onze burgers niet duidelijk maken, kunnen we het ze vervolgens niet kwalijk nemen dat ze angstig en met onbegrip reageren op wat er in de mondiale economie gebeurt.

(Applaus)

 
  
  

VOORZITTER: LUIGI COCILOVO
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 
 

  Erika Mann (PSE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil de commissaris vragen of hij kort commentaar kan geven op een kwestie die door veel van mijn collega's ter sprake is gebracht, namelijk de toekenning van de status van markteconomie aan China.

 
  
MPphoto
 
 

  Peter Mandelson, lid van de Commissie. - (EN) Mijnheer de Voorzitter, China voldoet nog niet aan de eisen om door Europa te worden erkend als markteconomie. Er zijn technische criteria waaraan China moet voldoen, en het land maakt vorderingen op dit gebied. We kunnen en moeten China helpen om gemakkelijker en sneller de technische veranderingen door te voeren waardoor het land aan de criteria kan voldoen, en we staan China ook op alle mogelijke manieren bij. Het is belangrijk dat we dat doen.

Ik wil nog een opmerking maken die hiermee verband houdt. De sfeer waarin de lidstaten en de leden van dit Huis over de markteconomiestatus van China oordelen, zal er zeker bij gebaat zijn wanneer China meer zou doen dan het op dit moment doet, om zijn markten open te stellen voor onze uitvoer en de handel van anderen, om ervoor te zorgen dat het volledig voldoet aan zijn verplichtingen voor toetreding tot de Wereldhandelsorganisatie, en om te waarborgen dat het land zo snel mogelijk de noodzakelijke veranderingen doorvoert op de punten waar het onredelijk veel tijd neemt om volledig aan de afspraken en de regels van de WTO te voldoen. Als China dat zou doen, als het land zou reageren op de bezorgdheid die in Europa en de rest van de wereld leeft over de groei van zijn exportcapaciteit, en als het dit zou doen op een manier die het handelsevenwicht zou herstellen – zodat mensen niet alleen steeds meer goederen vanuit China zien komen, maar de containers ook weer gevuld met Europese goederen en andere goederen terug naar China zouden zien vertrekken – zou dat bij het publiek meer dan wat ook de zorgen wegnemen over wat we nu in China zien. De mensen in Europa zien de groei van de Chinese markt begrijpelijkerwijs als een bedreiging. We moeten deze groei echter zien als een geweldige kans voor ons in Europa om in de toekomst onze eigen goederen en diensten op de Chinese markt te verkopen.

China heeft evenwel de verantwoordelijkheid ervoor te zorgen dat er geen kunstmatige of onredelijke belemmeringen blijven bestaan voor Europese goederen en diensten, die in toenemende aantallen op de Chinese markt worden verkocht. Wanneer we dat gedaan weten te krijgen, zullen de mensen misschien positiever en meer vanuit een technisch gezichtspunt tegen het vraagstuk van de markteconomiestatus voor China aankijken.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. – Het debat is gesloten.

Schriftelijke verklaring (artikel 142)

 
  
MPphoto
 
 

  Alessandro Battilocchio (NI). - (IT) Ik waardeer de inzet van de Commissie, want zij luistert naar de verzoeken van het Europese MKB dat zich zorgen maakt om de toenemende invoer uit derde landen. Ook waardeer ik het jongste voorstel inzake compenserende antidumpingheffingen op leren schoenen die gericht zijn tegen China en Vietnam. Maar ik vind dat de voorgestelde maatregelen nog uitermate ontoereikend zijn gezien de ernst van de zaak. De heffingen die worden voorgesteld zijn niet adequaat, want ze zijn te laag en dus ondoelmatig. De geleidelijke invoering (over een periode van zes maanden) schiet tekort en de procedure is te zwak voor zo’n ernstig geval van dumping. Bovendien is de uitsluiting van niet-professionele sportschoenen en kinderschoenen (waaronder ook vrouwenschoenen kunnen vallen) onaanvaardbaar.

Ik wijs er bovendien op dat een ander belangrijk verzoek, de verplichte invoering van een oorsprongsmerk voor producten die de EU binnenkomen, zich al twee jaar lang voortsleept zonder dat de lidstaten een akkoord hebben bereikt.

Voorts moet iets gedaan worden aan de verontrustende verhoging van de “driehoeksverplaatsingen”, dat wil zeggen abnormale verplaatsingen van producten met het doel strengere douanecontroles te omzeilen. Zo is bijvoorbeeld de invoer uit België qua volume met 17,8 procent gestegen, wat volkomen onverklaarbaar is. Het pleidooi van de Commissie voor innoverende veranderingen is redelijk en interessant, maar heeft alleen zin in een concurrentiesituatie die werkelijk eerlijk en rechtvaardig is. De Commissie heeft de plicht erover te waken dat de internationale markt ook echt zo is.

 
  
MPphoto
 
 

  Glyn Ford (PSE). - (EN) Ik wil de commissaris graag wijzen op de benarde positie van een fabriek in mijn kiesdistrict, te weten Dickies in Midsomer Norton, bij Radstock in het graafschap Somerset in het Verenigd Koninkrijk. Zowel de toekomst van de fabriek als haar personeel loopt gevaar wanneer het huidige onderzoek van uw diensten naar een klacht over beschermend schoeisel dat met dumping uit China zou worden ingevoerd, een ongunstige uitkomst oplevert.

Ik heb vertegenwoordigers van zowel het management als het personeel ontmoet, met inbegrip van vertegenwoordigers van de vakbond GMB. Zij stellen unaniem dat banen en de bestaanszekerheid op het spel staan als de Commissie deze specifieke sector anti-dumpingrechten oplegt. Het vanuit China ingevoerde schoeisel schraagt de distributie- en productiesecties van de fabriek in Midsomer Norton. Degenen die de klacht hebben ingediend, produceren over het algemeen niet in Europa, maar halen hun producten uit andere derde landen dan China. Ik denk dat het onderzoek tot de conclusie zal leiden dat deze invoer vanuit China de Europese industrie geen schade heeft berokkend, en zelfs dat de betrokken fabrieken, waarvan de meeste de status van markteconomiebedrijf hebben aangevraagd, zich niet schuldig hebben gemaakt aan dumping. Maak een einde aan deze dreigende belasting op bescherming, maak een einde aan de begrijpelijke zorgen van mensen, en sluit het dossier zo snel mogelijk.

 
  
MPphoto
 
 

  Pedro Guerreiro (GUE/NGL), schriftelijk.(PT) De toestand in de schoenensector is zorgwekkend, zeker in Portugal.

Bij wijze van voorbeeld vermeld ik dat tientallen bedrijven in het district Aveiro in 2005 de poorten hebben gesloten of werknemers hebben laten afvloeien. We zien dat bij Ecco en Rhode. Dat leidt tot meer werkloosheid, waardoor mensen tot armoede dreigen te vervallen. Ik wijs in dit verband op de onderneming C&J Clarks in Castelo de Paiva. Daar hebben de werknemers de belofte gekregen dat ze werk, scholing en subsidies zouden ontvangen. Nu, twee jaar later, zien we dat ze naar huis gestuurd zijn.

We moeten dus opnieuw vaststellen dat:

- de sterke toename van de invoer van schoeisel uit derde landen de druk op de portemonnee van de consumenten niet heeft verlicht – het zijn de distributeurs en de grote verkoopketens die geweldige winsten hebben gemaakt.

- de verantwoordelijkheid voor de sluiting van bedrijven en het verlies van banen niet bij derde landen ligt, maar bij de Europese Unie, die voorop loopt bij het bevorderen van de mededinging en de liberalisering van de internationale handel en die de waarde van de euro op een zodanig niveau houdt dat de productieve sector en de uitvoer – van, onder andere, schoeisel – er schade van ondervinden.

De echte verliezers bij dit beleid zijn de werknemers, de KMO’s en micro-ondernemingen evenals landen zoals Portugal. Dat wordt door onderzoek en – belangrijker nog – de werkelijkheid bevestigd.

 
  
MPphoto
 
 

  David Martin (PSE). - (EN) Het is duidelijk dat de EU op de wereldmarkt voor nieuwe concurrentie-uitdagingen staat. Deze uitdagingen maken onze industrie, onze werknemers en onze consumenten bezorgd en onzeker. We passen ons aan de nieuwe mondiale omgeving aan, maar we moeten wel de populistische aantrekkingskracht van protectionistische maatregelen vermijden, die op zijn best een kortwerkend geneesmiddel zijn bij langdurige kwalen.

In dit geval lijkt er echter sprake te zijn van een goedgedocumenteerd geval van dumping en schade voor de Europese industrie. Ik vrees dat enkele Europese ondernemingen met goede arbeidsnormen en belangen in het Verre Oosten (bijvoorbeeld Clarks) door deze maatregelen zullen worden getroffen, maar ik ben blij te zien dat er bepaalde uitzonderingen zijn gemaakt op de invoerheffingen die Commissie bij wijze van sanctie heeft voorgesteld, met name in de gevoelige sector van de kinderschoenen.

Alles in aanmerking genomen, denk ik dat de Commissie hier de juiste toon heeft getroffen. Ik ben geneigd het met de commissaris eens te zijn wanneer hij stelt dat de consumenten zich meer zorgen zouden moeten maken over de winstmarges die de detailhandelaren tot nu toe hebben genoten op goederen die goedkoop zijn geproduceerd onder slechte arbeids- en milieuomstandigheden, en die vervolgens voor een prijs onder de productiekosten zijn verkocht. Onze partners moeten nu deze sociale en arbeidsvraagstukken oplossen. Wij hebben ook zelf voor deze vraagstukken gestaan en hebben er veel tijd en energie in gestoken ze in het Europese project gezamenlijk op te lossen.

 
Juridische mededeling - Privacybeleid