Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2006/2021(BUD)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

A6-0058/2006

Debatten :

PV 14/03/2006 - 20
CRE 14/03/2006 - 20

Stemmingen :

PV 15/03/2006 - 4.10
CRE 15/03/2006 - 4.10
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2006)0090

Debatten
Woensdag 15 maart 2006 - Straatsburg Uitgave PB

5. Stemverklaringen
PV
  

- Verslag-Miguélez Ramos (A6-0035/2006)

 
  
MPphoto
 
 

  Duarte Freitas (PPE-DE), schriftelijk. - (PT) Ik geloof dat de partnerschapsovereenkomst hettussen de Europese Gemeenschap en de Federale Staten van Micronesia inzake de visserij in de visserijzone van de FSM overeenkomstig het voorstel voor een verordening van de Raad gesloten moet worden.

Het oostelijk deel van de Stille Oceaan is één van de rijkste tonijnvangstgronden ter wereld. Wetenschappelijk onderzoek heeft uitgewezen dat de bestanden daar voldoende omvangrijk zijn om derde landen vangstrechten te verlenen.

De overeenkomst is voor beide partijen gunstig. Ze bevat namelijk garanties dat er rond de FSM een duurzaam visserijbeleid zal worden gevoerd.

Ik steun derhalve dit voorstel, maar ik wil er wel graag op wijzen dat de kosten voor een vergunning om met een drijvende beug te vissen extreem hoog liggen en voor een aantal reders een ondraaglijke last betekenen.

 
  
MPphoto
 
 

  Hélène Goudin, Nils Lundgren en Lars Wohlin (IND/DEM), schriftelijk. - (SV) Wij staan zeer kritisch tegenover de destructieve visserijovereenkomsten van de EU met derde landen. Wij betreuren het dan ook dat de EU ervoor kiest om visserijovereenkomsten met nieuwe landen te sluiten.

Keer op keer is in verslagen belicht welke negatieve gevolgen de visserijovereenkomsten hebben voor de kustbevolking in de contraherende landen. De overeenkomsten leiden tot overexploitatie van de viswateren, hetgeen de lokale bevolking treft. Zowel de Commissie als een overweldigende meerderheid in het Europees Parlement kiest er echter voor om consequent de ogen te sluiten voor deze kritiek. De onderhavige visserijovereenkomst kan bovendien, volgens een van de adviezen van het Parlement, negatieve milieugevolgen krijgen.

Op hetzelfde moment dat de EU meer ontwikkelingshulp bepleit, worden de belastinggelden van de burgers gebruikt voor het financieren van visserijovereenkomsten die de ontwikkeling juist tegengaan. Dat beleid is noch consequent noch geloofwaardig.

Wij vinden dat de visserijovereenkomsten geleidelijk moeten worden afgeschaft en op den duur helemaal moeten verdwijnen. De kosten van de overeenkomsten moeten worden gedragen door de EU-lidstaten waarvan vaartuigen in de wateren van de derde landen vissen. Deze lidstaten moeten dan later zelfstandig beslissen of zij op hun beurt deze uitgaven willen financieren met heffingen op hun eigen vissersvaartuigen.

 
  
  

- Verslag-Braghetto (A6-0037/2006)

 
  
MPphoto
 
 

  Duarte Freitas (PPE-DE), schriftelijk. - (PT) De herziening van het gemeenschappelijk visserijbeleid heeft een aanpassing van Verordening (EG) nr. 3690 van 20 december 1993 noodzakelijk gemaakt. De informatie over vissersschepen moet aansluiten op de nieuwe regels voor het beheer en behoud van de visbestanden en er aldus voor zorgen dat het aan het “beheer van de visserij-inspanning” ten grondslag liggende beginsel naar behoren kan worden geïmplementeerd.

De wijzigingen die men nu wil doorvoeren - met name de instelling van een “communautair gegevensbestand van de vissersvloot” en het getrapt classificeren van de verschillende vangsttechnieken - zijn belangrijke elementen van de nieuwe verordening. Zij kwamen in de oude verordening niet voor.

Het voorstel van de Commissie en de door de rapporteur ingediende amendementen verdienen mijn steun.

 
  
  

- Verslag-Hazan (A6-0049/2006)

 
  
MPphoto
 
 

  Charlotte Cederschiöld, Christofer Fjellner, Gunnar Hökmark en Anna Ibrisagic (PPE-DE), schriftelijk. - (SV) Wij, Zweedse conservatieven, hebben besloten om vóór het onderhavige verslag te stemmen, maar wij betreuren het feit dat de bescherming van de grondrechten op EU-niveau niet voldoende wordt benadrukt. Ook vinden wij dat de individuele grondrechten onder de jurisdictie van het Hof van Justitie moeten vallen, ook als het gaat om vraagstukken betreffende interne veiligheid.

 
  
MPphoto
 
 

  Lena Ek (ALDE), schriftelijk. - (SV) Dankzij het initiatiefverslag over de evaluatie van het Europees aanhoudingsbevel van mevrouw Hazan kunnen wij onze burgers nog meer rechtszekerheid garanderen. In het verslag wordt gewezen op de verbeteringen die zijn aangebracht. Ik wil echter met nadruk wijzen op de in het verslag genoemde problemen, die nog steeds een hindernis vormen voor gegarandeerde rechtszekerheid.

Het is ongelooflijk belangrijk dat degenen die in verband met het Europees aanhoudingsbevel worden gearresteerd, een garantie hebben op bijstand door een vertaler, een tolk en een advocaat. Het is de verantwoordelijkheid van elke lidstaat om dit belangrijke probleem, dat op dit moment tot schendingen van de mensenrechten leidt, te verhelpen.

 
  
MPphoto
 
 

  Hélène Goudin, Nils Lundgren en Lars Wohlin (IND/DEM), schriftelijk. - (SV) Uit dit verslag blijkt een duidelijk streven naar meer samenwerking op strafrechtelijk gebied. De Raad wordt opgeroepen om de lidstaten te verbieden een systematische toetsing van dubbele strafbaarheid te herintroduceren, en om het aanhoudingsbevel op te nemen in de eerste pijler.

In het verslag wordt gewezen op grote problemen bij de implementatie van het aanhoudingsbevel. De lidstaten hebben duidelijk laten zien dat ze onderdelen van het traditionele uitleveringssysteem willen handhaven.

Sommige landen hebben geweigerd het aanhoudingsbevel ten uitvoer te leggen voor de eigen burgers, onder verwijzing naar de grondrechten of naar discriminatie. Andere landen hebben de toetsing van dubbele strafbaarheid behouden of heringevoerd.

De Zweedse partij Junilistan vindt dit duidelijke tekenen van het feit dat de lidstaten hun soevereiniteit op strafrechtelijk gebied beschermen. Iemand dagvaarden of iemand een straf opleggen zijn een paar van de meest ingrijpende maatregelen die kunnen worden genomen. Daarom moet rechtszekerheid gaan vóór de vereenvoudiging en de effectiviteit die volgens het verslag het resultaat zijn van het aanhoudingsbevel.

Junilistan is tegen uitbreiding van supranationale bevoegdheden en vindt dat dit een kwestie is voor de afzonderlijke landen. Wij hebben daarom besloten tegen het verslag te stemmen.

 
  
MPphoto
 
 

  Pedro Guerreiro (GUE/NGL), schriftelijk. - (PT) Zoals we in 2001 al hebben aangegeven doet de Commissie onder het mom van terrorismebestrijding voorstellen die veel verder gaan dan in het kader van de gerechtelijke samenwerking tussen de lidstaten werkelijk nodig is. De reeds bestaande instrumenten voor uitlevering worden uitgebreid en daarmee wordt een volgende stap gezet bij het op supranationaal niveau tillen van cruciale aspecten van justitie. Dat leidt tot ondermijning van de soevereiniteit van de lidstaten, als gevolg waarvan deze de rechten van hun burgers niet meer kunnen garanderen.

We hebben destijds gezegd dat het Europees aanhoudingsbevel - een instrument dat er onder andere op gericht is de het beginsel van dubbele strafbaarheid opzij te zetten (ook al is dat maar in beperkte mate) - een paard van Troje zou blijken te zijn. Het zou als basis voor verdere supranationale ontwikkelingen gebruikt worden.

Dit verslag bevestigt dat onze kritiek gerechtvaardigd was. De soevereiniteit op het gebied van justitie wordt als een obstakel gezien, terwijl de bestaande betrokkenheid van de politiek bij uitleveringsprocedures als “inmenging” wordt aangemerkt, ook als die betrokkenheid gericht is op het garanderen van de mensenrechten.

Het is tekenend dat het Duitse constitutionele hof de wetgeving waarmee het Europees aanhoudingsbevel werd omgezet, buiten werking heeft gesteld, en dat een aantal lidstaten in aansluiting op dit besluit weer is overgestapt op de bestaande uitleveringsprocedures. Het verslag levert daarop kritiek en stelt voor de zogenaamde passarelle van artikel 42 van het Verdrag betreffende de Europese Unie te activeren en het Europees aanhoudingsbevel aldus op te nemen in de eerste pijler.

 
  
MPphoto
 
 

  Marine Le Pen (NI), schriftelijk. - (FR) Net zoals het Europees immigratiebeleid brengt het Europees aanhoudingsbevel zeer grote risico's met zich mee en heeft het ernstige gevolgen voor iedereen. Het is namelijk gericht op zowel ernstige als minder ernstige strafbare feiten (terrorisme, diefstal, opzettelijk toegebrachte schade, belediging van een ambtenaar door twee of meer verenigde personen, uitlatingen die gelden als racistisch of getuigend van vreemdelingenhaat, enzovoort), en in alle gevallen zijn de individuele rechten minder goed beschermd dan met de uitleveringsprocedure zoals die voorheen bestond, op grond waarvan de nationale overheid kon besluiten al dan niet tot uitlevering over te gaan. Met het Europees aanhoudingsbevel is de hele procedure een louter justitiële aangelegenheid geworden, doordat de bestuurlijke en politieke fasen geschrapt zijn en de controle door de administratieve rechter verdwenen is.

Dit aanhoudingsbevel is in allerijl in het leven geroepen na de aanslagen van 11 september, en de staatshoofden en regeringsleiders van de Europese Unie - die zich vooral zorgen maakten over het beeld in de media en gezond verstand en verantwoordelijkheidsbesef even van minder belang achtten - hebben er geen been in gezien om de individuele vrijheden en eenieders recht op verdediging te verkwanselen.

Een troef in de strijd voor de bescherming van de fundamentele rechten van het individu - dat had het Europees aanhoudingsbevel volgens onze eurocraten moeten zijn, maar inmiddels weten we wat het echt is: een instrument voor totalitaire repressie dat voor ieder van ons grote risico's inhoudt.

 
  
MPphoto
 
 

  David Martin (PSE), schriftelijk. - (EN) Ik ben ingenomen met dit verslag, dat een evaluatie beoogt van het Europees aanhoudingsbevel (EAB), de effectiviteit ervan, evenals de problemen waarmee het te maken heeft gehad sinds het werd aangenomen. De rol van het EAB bij het versterken van de gerechtelijke samenwerking en het wederzijds vertrouwen is uiterst innovatief en stelt de lidstaten beter in staat de georganiseerde criminaliteit en terrorisme te bestrijden.

Ik ben het eens met de aanbeveling dat het Parlement meer betrokken moet worden bij de evaluatie van het EAB en dat de grondrechten in de context van het EAB gewaarborgd dienen te worden, om te voorkomen dat EU-burgers uit verschillende lidstaten gediscrimineerd worden.

 
  
MPphoto
 
 

  Athanasios Pafilis (GUE/NGL), schriftelijk. - (EL) Het Europees aanhoudingsbevel is de zoveelste schakel in de keten van maatregelen ter voltooiing van het institutionele weefsel dat noodzakelijk is om, in het kader van de “ruimte van veiligheid en rechtvaardigheid’ van de EU, de macht van het kapitaal te kunnen versterken. Daarmee wordt uitlevering van burgers van lidstaten mogelijk gemaakt, het beginsel inzake dubbele strafbaarheid afgeschaft en de politieke leiding de mogelijkheid geboden om iemand uit te leveren. Daardoor wordt korte metten gemaakt met de fundamentele beginselen en waarborgen tot bescherming van de individuele rechten, die verankerd waren in het aan het aanhoudingsbevel voorafgaand recht. Ook wordt daardoor de nationale soevereiniteit beperkt, aangezien het recht van elke lidstaat om strafrechtelijke jurisdictie uit te oefenen over zijn burgers, wordt beperkt, terwijl tegelijkertijd fundamentele, constitutioneel verankerde, individuele rechten en waarborgen worden aangetast.

In het verslag wordt aangedrongen op de wijziging van het Europees aanhoudingsbevel. Het reactionair karakter hiervan moet nog meer worden verscherpt. Voorgesteld wordt om op nog meer gebieden de dubbele strafbaarheid af te schaffen, de politieke macht de mogelijkheid te ontnemen om in te grijpen in uitlevering van mensen om redenen van nationale politiek en nationaal opportunisme, en elke gerechtelijke toets van de verenigbaarheid van het aanhoudingsbevel met de grondrechten onmogelijk gemaakt.

De “terreur en de georganiseerde misdaad” worden weer eens door het Europees Parlement gebruikt als het noodzakelijke voorwendsel om de zoveelste beperking van de rechten en vrijheden een stevigere grondslag te geven en te gebruiken tegen de volksstrijd, tegen al degenen die het imperialisme en het op uitbuiting gerichte, kapitalistische bestel bestrijden en betwisten.

 
  
MPphoto
 
 

  Tobias Pflüger (GUE/NGL), schriftelijk. - (DE) Het is absoluut onbegrijpelijk dat in het verslag-Hazan, dat vandaag met grote meerderheid in het Europees Parlement is aangenomen, zoveel enthousiasme voor het Europees aanhoudingsbevel aan de dag wordt gelegd. Het is met name bedenkelijk dat daarin uitdrukkelijk wordt aanbevolen de rechter die het Europees aanhoudingsbevel uitvoert, niet “verantwoordelijk te stellen voor het stelselmatig controleren van de conformiteit met de grondrechten”. Ook in andere opzichten is het met name de bedoeling om controle door rechters af te schaffen. Dit besluit is een voortzetting van de verkeerde weg van oppositie tegen de grondrechten die Europa is ingeslagen. Als gerechtelijke dan wel buitengerechtelijke besluiten wederzijds erkend moeten worden in afwezigheid van uniforme normen, dan gaat dit ten koste van de grondrechten binnen de Europese Unie. De verdachten dreigen daardoor immers gemangeld te worden door de totaal verschillende strafrechtsystemen binnen de Europese Unie.

Er wordt in het verslag met geen woord gerept over het feit dat pogingen van afzonderlijke lidstaten - zoals Duitsland - om het Europees aanhoudingsbevel in hun eigen wetgeving te implementeren, zijn afgewezen door hun eigen constitutioneel hof, omdat ze eenvoudigweg in strijd zijn met de grondwet. Integendeel, de lidstaten wordt dringend verzocht “onverwijld geëigende maatregelen te nemen om te vermijden dat constitutionele of juridische obstakels verhinderen dat het Europees aanhoudingsbevel op hun onderdanen wordt toegepast”. Dat betekent niets anders dan dat de Duitse wetgever wordt verzocht zijn eigen grondwet te schenden, teneinde aan het Europees aanhoudingsbevel te kunnen voldoen.

 
  
MPphoto
 
 

  Luís Queiró (PPE-DE), schriftelijk. - (PT) Deze evaluatie van het Europees aanhoudingsbevel is heel nuttig, omdat het hier gaat om één van de belangrijkste mechanismen voor justitiële samenwerking binnen de Europese Unie. Zoals bekend wordt betere samenwerking op dit vlak steeds belangrijker, maar het is en blijft moeilijk.

Nationale overheden zijn altijd erg terughoudend geweest bij het delen van informatie over veiligheid, en de samenwerking op juridisch gebied is nooit gemakkelijk verlopen. Het Europees aanhoudingsbevel gaat tegen deze tendens in. Het verplicht tot een soort samenwerking die voor het verhogen van de veiligheid van fundamenteel belang is. Het is immers een doeltreffende manier om te verhinderen dat criminelen profijt trekken van het vrije verkeer. Diezelfde samenwerking zou bovendien een grotere rechtszekerheid moeten garanderen, en ook dat is van cruciaal belang.

Met die gedachte in het achterhoofd valt het te betreuren dat de lidstaten moeten worden opgeroepen om “onverwijld geëigende maatregelen te nemen om te vermijden dat constitutionele of juridische obstakels verhinderen dat het Europees aanhoudingsgevel op hun onderdanen wordt toegepast”. We mogen intussen wel met gepaste trots vermelden dat Portugal één van de eerste lidstaten is geweest die dit kaderbesluit in nationale wetgeving hebben omgezet.

 
  
  

- Verslag-Gräßle (A6-0057/2006)

 
  
MPphoto
 
 

  Robert Goebbels (PSE), schriftelijk. - (FR) Ik heb me van stemming onthouden bij het verslag-Gräßle inzake de wijziging van het Financieel Reglement. De verantwoordelijkheid van de beheerders had versterkt moeten worden, en daarvoor waren meer flexibiliteit en duidelijker regels nodig geweest, maar het enige wat het Parlement in mijn ogen doet, is de zaak nog ingewikkelder en bureaucratischer maken. Dat komt de doeltreffendheid van het communautaire optreden bepaald niet ten goede en brengt een beter beheer van de middelen van de Unie niet dichterbij.

Ik ken geen enkele publieke instelling, en al helemaal geen particuliere instelling, waar 40 procent van het personeel zich bezighoudt met financieel beheer en administratieve controle. Nog even en de Unie telt meer mensen die controleren dan mensen die gecontroleerd worden.

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Claude Martinez (NI), schriftelijk. - (FR) Een financieel reglement is zoiets als een financiële grondwet - een belangrijke zaak dus. Dit Reglement moet herzien worden omdat het een goed functionerend administratief beheer in Europa in de weg staat. Aan deze tekst laat zich namelijk aflezen hoe ernstig het is gesteld met de voortwoekerende Europese bureaucratie.

Er zijn complete handboeken nodig om dit Reglement te begrijpen, er is een "helpdesk" in het leven geroepen om ambtenaren bij te staan die de weg kwijt zijn in de doolhof van procedures, veel subsidies blijven onbereikbaar voor ondernemingen, instellingen, organisaties, kleine boerenbedrijven en burgers, die bovendien niet aan alle markten kunnen deelnemen. En dat is allemaal het gevolg van het fundamentele filosofisch principe waarop het Financieel Reglement berust, een principe dat overal in het Europese project is terug te vinden: het streven naar het creëren van een rookgordijn, in 1905 door de Italiaanse econoom Puviani het principe van de "financiële illusie" genoemd, waarbij het erom gaat de ware feiten - in dit geval de ware feiten betreffende de Europese Unie - te verhullen door de zaken zo ingewikkeld mogelijk te maken.

 
  
  

- Gedwongen prostitutie bij grote internationale sportevenementen (RC-B6-0160/2006)

 
  
MPphoto
 
 

  Proinsias De Rossa (PSE), schriftelijk. - (EN) Ik sta volledig achter deze resolutie en roep de voetbalbond en voetbalclubs dringend op om te helpen een einde te maken aan mensenhandel en gedwongen prostitutie en te voorkomen dat internationale sportevenementen de aanleiding vormen voor een dramatische groei van deze afschuwelijke branche.

Zij moeten gedwongen prostitutie ‘de rode kaart geven’. Ze moeten in samenwerking met de clubs het grote publiek, en met name sportliefhebbers en supporters, informeren en voorlichten over de omvang van het probleem van gedwongen prostitutie en mensenhandel.

Ieder jaar zijn tot wel 800 000 vrouwen het slachtoffer van mensenhandel, waarvan 100 000 in de Europese Unie. Dit is een van de ernstigste mensenrechtenschendingen ter wereld in deze tijd. De georganiseerde criminaliteit maakt zich nu op om te profiteren van de Wereldkampioenschappen. Duizenden arme vrouwen zullen naar Duitsland gelokt worden met de valse belofte dat ze er werk zullen krijgen, waarna ze tot prostitutie en een ellendig leven gedwongen worden.

Er moet Europa-breed worden opgetreden en daarbij moeten niet alleen de politie en politici betrokken zijn, maar ook de voetbalbond, de clubs en de voetbalfans zelf. Ik roep alle fans die de Wereldkampioenschappen bijwonen op om alert te zijn op dit schandaal en eventuele vermoedens van mensenhandel te melden.

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk. - (PT) We hebben voor deze resolutie over gedwongen prostitutie gestemd. Daarin wordt erkend hoe ernstig de concrete situatie in Duitsland is. Het is inderdaad een goed idee om het Wereldkampioenschap Voetbal te gebruiken als een gelegenheid om mensenhandel en prostitutie aan te klagen. We hebben er echter wel steeds op gewezen dat deze resolutie niet de best denkbare is. Ze wekt namelijk de indruk dat er zoiets als vrijwillige prostitutie bestaat.

De bestrijding van mensenhandel en gedwongen prostitutie is uiteraard heel belangrijk, maar we moeten blijven beseffen dat welbeschouwd alle prostitutie gedwongen is, ook als er geen sprake is van mensenhandel. Armoede, sociale uitsluiting, werkloosheid, onzekere en slecht betaalde banen en de psychologische druk van de consumptiemaatschappij zijn de onderliggende redenen voor prostitutie. Prostitutie is dus altijd een aanslag op de mensenrechten, een aanslag op de waardigheid van vrouwen en een heuse vorm van slavernij. We mogen niet aanvaarden dat men van alles - het lichaam van vrouwen inbegrepen - koopwaar probeert te maken.

Daarom leveren wij strijd voor sociale insluiting, voor het recht van alle vrouwen op waardigheid. Daarom veroordelen we elke vorm van mensenhandel, en daarom dringen wij aan op doeltreffende maatregelen om alle vrouwen en alle mensen een waardig bestaan te garanderen.

 
  
MPphoto
 
 

  Diamanto Manolakou (GUE/NGL), schriftelijk. - (EL) Het onderscheid tussen legale en gedwongen prostitutie is artificieel. Het aan de kaak stellen van gedwongen prostitutie is ook schijnheilig, aangezien legale prostitutie zich daardoor stabiliseert en zelfs toeneemt.

Of het nu legale of gedwongen prostitutie is, wat wordt verkocht is het menselijk lichaam; het is koopwaar waarop alle marktwetten van toepassing zijn. Met het regelgevend kader - waarmee gezondheidsvoorschriften worden vastgesteld waaraan geregistreerde prostituees zich moeten houden - wordt in feite op indirecte manier prostitutie als een beroep erkend, en op die manier kan men het probleem beheren. Dit maatschappelijk verschijnsel neemt hals over kop toe, en nu wordt prostitutie ook nog als beroep erkend. Het wordt dus losgekoppeld van de sociale factoren die prostitutie produceren en reproduceren (werkloosheid, armoede, verpaupering, gebrek aan sociale voorzieningen). Met andere woorden het rotte uitbuitingssysteem wordt verhuld en vrijgesproken. Men schudt de verantwoordelijkheid van zich af en verwijst het probleem naar de persoonlijke sfeer.

Prostitutie kan niet worden gekenmerkt als een beroep of een vrije keuze. Prostitutie is namelijk onverenigbaar met de waarde en de waardigheid van de mens. Ze is een uiterste vorm van aantasting van de mensenrechten. Als prostitutie als beroep wordt erkend, komt het op de lijst te staan van beroepsvoorlichting. Dan wordt het gepresenteerd als een alternatief voor werkloosheid, die jonge vrouwen op zulk barbaarse wijze treft. Tegelijkertijd worden daarmee investeringen in bedrijven van de prostitutiemarkt gelegaliseerd. Er wordt een pornocultuur gecultiveerd, en prostitutie van jonge vrouwen wordt bevorderd. Wij zeggen ‘nee’ tegen elke vorm van prostitutie.

 
  
MPphoto
 
 

  David Martin (PSE), schriftelijk. - (EN) Ik juich deze resolutie toe. Zij heeft tot doel om in de aanloop naar de Wereldkampioenschappen de spectaculaire stijging van de vraag naar seksuele diensten een halt toe te roepen door de vrouwen te beschermen die het slachtoffer zijn geworden van mensenhandel en georganiseerde criminaliteit.

In de resolutie wordt gewezen op de noodzaak in heel Europa een campagne op te starten. Ook worden de lidstaten met het oog daarop opgeroepen de ‘Rode kaart’-campagne te promoten, in nauwe samenwerking met NGO’s, politie, rechtshandhavende instanties, kerken en medische dienstverleners.

Niet alleen is voorlichting van het publiek een doelstelling van de resolutie, maar worden ook het Internationaal Olympisch Comité, sportorganisaties zoals FIFA, UEFA, de Duitse Voetbalbond en andere, alsmede de sportlieden zelf, opgeroepen om steun te geven aan de ‘Rode kaart’-campagne en mensenhandel en gedwongen prostitutie met klem te veroordelen.

 
  
MPphoto
 
 

  Claude Moraes (PSE), schriftelijk. - (EN) Ik stem voor deze resolutie omdat ik bezorgd ben dat de FIFA Wereldkampioenschappen met name een grote en onaanvaardbare stijging in de vrouwenhandel teweeg zullen brengen. De Commissie en anderen dienen er bij dergelijke zaken, en in het algemeen, voor te zorgen dat de aanpak van de bendes die vrouwen dwingen zich in dergelijke situaties te begeven, prioriteit krijgt boven de zogenaamde ‘zachtere opties’, die gericht zijn op kwetsbare vrouwen die tot seksuele slavernij gedwongen worden.

 
  
MPphoto
 
 

  Jonas Sjöstedt en Eva-Britt Svensson (GUE/NGL), schriftelijk. - (SV) Wij steunen de resolutie, omdat wij het belangrijk vinden dat we ons concentreren op maatregelen waarmee het aantal slachtoffers van de handel in seksslavinnen kan worden verminderd. Daarentegen vinden wij dat de resolutie alle prostitutie moet omvatten. De term “gedwongen prostitutie” kan zo worden uitgelegd dat de indruk wordt gewekt dat ook het tegendeel, zogenaamde “vrijwillige prostitutie”, bestaat. Volgens ons is alle prostitutie gedwongen, want geen enkele vrouw kiest er vrijwillig voor om zich te prostitueren. Zij wordt daartoe gedwongen door diverse oorzaken, zoals armoede en werkloosheid, maar vooral zijn er duidelijke banden tussen het besluit om zich te prostitueren en eerdere lichamelijke, geestelijke en/of seksuele mishandeling.

 
  
  

- Vierde Wereld Water Forum van Mexico City (16-22 maart 2006) (RC-B6-0149/2006)

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Pierre Audy (PPE-DE), schriftelijk. - (FR) Ik heb voor de gezamenlijke resolutie gestemd over het Vierde Wereld Water Forum, dat van 16 tot 22 maart 2006 plaatsvindt in Mexico, omdat ik water beschouw als een van de belangrijkste factoren voor het welzijn van onze medeburgers en de vrede in de wereld. De Europese Unie heeft absoluut een rol te vervullen bij het aangaan van de uitdaging om mensen overal ter wereld toegang te verschaffen tot deze kostbare natuurlijke hulpbron. Wij hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid ten aanzien van dit dossier, dat raakt aan de grondrechten van mensen, dieren en planten. Tegelijkertijd lijkt me dit echter ook een geschikt moment voor de Unie om stil te staan bij de vraag hoe invulling gegeven kan worden aan een alomvattend Europees waterbeleid, dat tot doel moet hebben alle inwoners van de EU, waar ze zich ook bevinden op het grondgebied van de Unie, op duurzame en hernieuwbare wijze van voldoende hoeveelheden water van goede kwaliteit te voorzien. Ik ben dan ook van mening dat de Commissie het verslag als bedoeld in artikel 18, lid 1, van Richtlijn 2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2000 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid, eerder dan voorzien aan het Europees Parlement en de Raad dient voor te leggen.

 
  
MPphoto
 
 

  Diamanto Manolakou (GUE/NGL), schriftelijk. - (EL) Water krijgen wij gratis van de natuur. Het is van iedereen en alle mensen moeten hiertoe toegang hebben. Water kan geen handelswaar zijn waarmee het kapitaal winst kan maken. Toegang tot water is namelijk een grondrecht. Water houdt nauw verband met gezondheid, milieubescherming, ontwikkeling en levenskwaliteit.

De overheid is de enige die de waterbronnen mag beheren. Zij moet water van goede kwaliteit tegen een redelijke prijs beschikbaar maken.

Het Vierde Wereld Water Forum in Mexico City staat in feite onder het beschermheerschap van de Wereldbank en in het teken van haar klassenbeleid, dat wil zeggen van de privatisering van de watervoorziening, die ervoor zal zorgen dat de arme volksklasse van water wordt beroofd en het kapitaal nieuwe winst kan maken.

De EU bevordert in het kader van Lissabon de liberalisering van de diensten. Zij heeft zich akkoord verklaard met de andere imperialistische centra in de WTO-onderhandelingen over diensten (GATS).

Ook bij de privatisering en verwoesting van bossen en berggebieden, die belangrijke wateropslagplaatsen zijn, wordt geredeneerd in termen van winst en worden fundamentele menselijke behoeften geheel veronachtzaamd.

De Europese afgevaardigden van de Communistische Partij van Griekenland verzetten zich tegen het Vierde Wereld Water Forum, omdat daarin fundamentele menselijke behoeften moeten wijken voor winst. Wij roepen de arbeidersklasse en de volksklasse op om te strijden tegen de volksvijandige plannen van hun uitbuiters en deze te verijdelen.

 
  
  

- Verslag-Cottigny (A6-0031/2006)

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (NI). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, in tijden van stijgende dividenden, winsten en salarissen voor managers gebeurt het tegenoverstelde met de arbeidsplaatsen: die nemen af. Binnen heel Europa worden door herstructureringen vijfmaal zoveel arbeidsplaatsen getroffen dan door insolventies. Alleen al in Oostenrijk zijn de afgelopen jaren naar schatting 15 000 à 20 000 arbeidsplaatsen verloren gegaan aan de nieuwe lidstaten. Herstructureringen zijn het wondermiddel waarmee de bedrijven tegenwoordig - in ieder geval op papier - snelle successen willen laten zien. Er zijn binnen de publieke sector zelfs nog meer herstructureringen doorgevoerd, niet in de laatste plaats op grond van EU-richtlijnen.

Langzamerhand begint men te beseffen dat voor kostenbesparingen dikwijls een hoge prijs moet worden betaald, in de vorm van verlies van kwaliteit, knowhow, competentie, motivatie onder het personeel en strategisch potentieel. Als herstructureringen worden gebruikt als vervanging van een duidelijke strategie, is het risico op mislukken zeer groot. Desondanks heeft de EU deze trend tot op heden zelfs ondersteund door middel van privatiseringsrichtlijnen en bevoordeling van subsidietoerisme. Het wordt hoog tijd dat de EU haar verantwoordelijkheid neemt, van verdere uitbreiding afziet - die immers mede de oorzaak is van deze ontwikkelingen - en weer voor meer sociale gerechtigheid zorgt.

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Pierre Audy (PPE-DE), schriftelijk. - (FR) Ik heb voor het verslag over herstructureringen en werkgelegenheid gestemd, omdat het dienstig is onze medeburgers steeds weer te laten zien dat de Europese Unie oplossingen biedt voor - en niet de oorzaak is van - de problemen die samenhangen met de grote economische en sociale veranderingen van de huidige tijd.

De sociaal-economische vraagstukken die bij herstructureringen, met name in de industrie, een rol spelen zijn van zodanig ernstige aard dat een krachtig Europees beleid vereist is om de noodzakelijke veranderingen door te voeren en tegelijkertijd het concurrentievermogen van de Unie te verbeteren. Ik juich het voorstel tot oprichting van een Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering toe. Het is hoog tijd mogelijkheden te scheppen voor het combineren van, enerzijds, de onvermijdelijke herstructureringen in de industrie, die samenhangen met de economische veranderingen en, anderzijds, de bescherming van de belangrijkste slachtoffers, de ontslagen werknemers en de economische activiteiten, die afhankelijk zijn van sectoren waar herstructurering heeft plaatsgevonden, met name toeleveringsbedrijven. Tot slot steun ik ten volle de gedachte dat de Europese Unie regio's die door herstructureringen zijn getroffen, bij hun omschakeling dient bij te staan.

 
  
MPphoto
 
 

  Jean Louis Cottigny (PSE), schriftelijk. - (FR) Ik heb voor de ontwerpresolutie over herstructureringen en werkgelegenheid gestemd, waarin wordt gepleit voor meer financiële middelen, een grotere rol van de sociale partners en de invoering van instrumenten waarmee herstructureringen kunnen worden onderzocht en anticiperende maatregelen kunnen worden getroffen.

Herstructureringen in het bedrijfsleven kunnen verschillende aanleidingen hebben, hetzij van defensieve, hetzij van offensieve aard, maar ze hebben altijd dezelfde gevolgen voor de werknemers, die de aanpassingsvariabele vormen als het gaat om de strategieën van concerns.

Dat de Europese Unie zich over deze kwestie buigt met als doel te anticiperen op herstructureringen en op de gevolgen daarvan voor werknemers, is een goede zaak, een noodzaak ook, maar de EU heeft wel de plicht te zorgen voor een dynamisch economisch en industriebeleid, waarin het behouden en scheppen van banen voor de Europese burgers en het waarborgen van sociale en territoriale cohesie centraal staan.

Ik vind het dan ook betreurenswaardig dat de EU zelf concurrentie tussen de lidstaten in de hand werkt door sociale en fiscale dumping alle ruimte te geven.

 
  
MPphoto
 
 

  Brigitte Douay (PSE), schriftelijk. - (FR) Herstructureringen in het bedrijfsleven kennen we al heel lang, en ze doen zich ook voortdurend voor. Het verschijnsel houdt verband met de technische vooruitgang en de verbetering van de productiviteit. Vaak zijn herstructureringen onvermijdelijk met het oog op het behoud van het concurrentievermogen en dus de werkgelegenheid op lange termijn. De sociale kosten ervan zijn altijd hoog, zeker in regio's met traditionele industrieën, waar de werknemers slecht opgeleid en weinig mobiel zijn, en daarom moeilijk om te scholen. Het is derhalve zaak de sociale gevolgen van herstructureringen te verzachten.

Daarom heb ik met volle overtuiging voor het verslag-Cottigny over herstructureringen en werkgelegenheid gestemd. Ik hoop vurig dat de voorstellen van de rapporteur door de Raad en de Commissie worden overgenomen en met concrete maatregelen worden hard gemaakt. De Europese Unie moet instrumenten invoeren die het mogelijk maken beter op herstructureringen te anticiperen, de aanpak op de concrete situatie af te stemmen en de rol van de sociale partners te versterken.

Meer aandacht voor het MKB, instelling van een fonds voor aanpassing aan de globalisering, invoering van een recht op levenslang leren, enzovoort: dit zijn allemaal maatregelen waarmee we de burgers kunnen laten zien dat de Europese Unie weet wat hun zorgen zijn en net als zij streeft naar echte sociale cohesie.

 
  
MPphoto
 
 

  Lena Ek en Cecilia Malmström (ALDE), schriftelijk. - (SV) In het verslag over herstructureringen en werkgelegenheid neemt de rapporteur, de heer Cottigny, hetzelfde betreurenswaardige standpunt in dat te vinden is in het verslag over bedrijfsverplaatsingen in het kader van de regionale ontwikkeling, waarover gisteren is gestemd. Gisteren hebben wij tegen dit economische protectionisme gestemd en vandaag doen we hetzelfde. Voor de zoveelste keer: wij zijn principieel van mening dat het geen taak is voor de staat of de EU om bedrijven voor te schrijven hoe ze moeten herstructureren. Aan de andere kant moeten wij natuurlijk niet onze kop in het zand steken en doen alsof bepaalde herstructureringen en verplaatsingen van ondernemingen geen effect hebben op de mensen en de sociale omstandigheden in het betrokken gebied. Wij steunen de vraag naar een sterkere dialoog tussen de sociale partners over deze vraagstukken, maar de negatieve effecten kunnen we op een andere manier oplossen dan de particuliere sector te verhinderen om zich te ontwikkelen. In plaats daarvan moeten we onze energie steken in het verbeteren van de voorwaarden waaronder op lange termijn meer banen kunnen worden geschapen door middel van meer ondernemingen.

 
  
MPphoto
 
 

  Anne Ferreira (PSE), schriftelijk. - (FR) Ik heb voor de ontwerpresolutie over herstructureringen en werkgelegenheid gestemd, waarin wordt aangedrongen op meer financiële middelen, een grotere rol voor de sociale partners en de invoering van instrumenten waarmee herstructureringen kunnen worden onderzocht en anticiperende maatregelen kunnen worden getroffen.

Herstructureringen in het bedrijfsleven kunnen verschillende aanleidingen hebben, hetzij van defensieve, hetzij van offensieve aard, maar ze hebben altijd dezelfde gevolgen voor de werknemers: zij vormen de aanpassingsvariabele in de strategieën van concerns.

Dat de Europese Unie zich over deze kwestie buigt met als doel te anticiperen op herstructureringen en de gevolgen daarvan voor werknemers, is een goede zaak, een noodzaak ook, maar de EU heeft wel de plicht te zorgen voor een dynamisch economisch en industriebeleid waarin het behouden en scheppen van banen voor de Europese burgers en het waarborgen van sociale en territoriale cohesie centraal staan.

Ik vind het dan ook betreurenswaardig dat de EU zelf concurrentie tussen de lidstaten in de hand werkt door sociale en fiscale dumping vrij spel te geven.

 
  
MPphoto
 
 

  Bruno Gollnisch (NI), schriftelijk. - (FR) Vanmiddag ga ik naar Le Syndicat, een plaats in de Vogezen. Wat daar gebeurt is symptomatisch voor de gevolgen die het in Brussel vastgestelde beleid heeft.

Het concern SEB gaat daar een productiesite sluiten, omdat het de concurrentie van goedkope importgoederen uit China niet meer aankan. Meer dan vierhonderd werknemers komen op straat te staan, en dan heb ik het nog niet over de toeleveranciers, die een van hun belangrijkste cliënten zien vertrekken; ook zij zullen aan ontslagen niet kunnen ontkomen. Dit is een ramp voor een gebied dat garant stond voor veel werkgelegenheid. Toch gaat het met SEB zelf goed: de winst vertoont een stijgende lijn, het bedrijf opent vestigingen in het buitenland en neemt daar merken over. Maar in Frankrijk heft SEB zijn fabrieken op, simpelweg omdat het bedrijf niet anders kan: het zit volledig klem tussen enerzijds de vele - direct of indirect door Europa opgelegde - administratieve en financiële verplichtingen en anderzijds de ongecontroleerde mondiale concurrentie waarmee de EU na onderhandelingen ingestemd heeft. Niet SEB heeft de spelregels vastgesteld, maar Brussel.

En nu ligt dan het verslag-Cottigny voor, waarin een hele reeks bureaucratische maatregelen wordt voorgesteld om de gevolgen te beperken die logischerwijs uit het Europees mededingingsbeleid voortvloeien (herstructureringen, bedrijfsverplaatsingen, enzovoort). Die maatregelen zullen echter niet helpen om de problemen op te lossen. Integendeel, de problemen zullen er alleen maar groter door worden en zich ook steeds vaker en sneller gaan voordoen. De hele achterliggende filosofie moet veranderd worden, om te beginnen de cultus van de "ongebreidelde" concurrentie, gekoppeld aan de stortvloed van regels en fiscale verplichtingen. Dat zou de werkgelegenheid zeker ten goede komen.

 
  
MPphoto
 
 

  Hélène Goudin, Nils Lundgren en Lars Wohlin (IND/DEM), schriftelijk. - (SV) De EU neemt al heel lang beleidsmaatregelen om in te spelen op de herstructureringen in de verschillende sectoren. Dit verslag bevat enige positieve voorstellen voor veranderingen in deze maatregelen. Zo zouden bijvoorbeeld de uit de Gemeenschapsfondsen betaalde middelen effectiever moeten worden gecontroleerd en zouden die fondsen niet mogen worden gebruikt voor bedrijfsverplaatsingen binnen de Unie.

Het fundamentele standpunt van de Zweedse partij Junilistan is dat de gevolgen van bedrijfsverplaatsingen en herstructureringen nationale kwesties zijn. Wij vinden dat de EU geen maatregelen moet nemen om de ondernemingen verantwoordelijk te stellen voor die gevolgen. Over dit soort belangrijke kwesties moet in de lidstaten worden beslist.

Het Europees Parlement wil onder andere:

– criteria vaststellen voor de omstandigheden waaronder herstructureringen mogen plaatsvinden (om banen te redden of om de concurrentiepositie te verbeteren, en niet om zuiver financiële redenen, enzovoort);

– een speciaal “groeiaanpassingsfonds” oprichten;

– de Unie verantwoordelijk maken voor “verborgen effecten” van herstructureringen, zoals het effect op de gezondheid van werknemers, psychische problemen en een grotere overlijdenskans onder ontslagen werknemers;

– de werknemers laten participeren in het kapitaal van de ondernemingen, omdat ze dan worden betrokken bij beslissingen die aan herstructureringen voorafgaan;

– een standpunt innemen ten aanzien van de lidstaten die werknemers met vervroegd pensioen laten gaan ten gevolge van herstructureringen.

Welk politiek standpunt men ook heeft ten aanzien van de bovenstaande vraagstukken, het blijven nationale kwesties. Wij hebben daarom besloten tegen dit verslag te stemmen.

 
  
MPphoto
 
 

  Carl Lang (NI), schriftelijk. - (FR) De "strategie" van Lissabon moet ons van een stralende toekomst verzekeren, maar ze wordt een pijnlijke mislukking, en die paar euro's extra voor steunmaatregelen zetten weinig zoden aan de dijk voor de werknemers die men in de kou heeft laten staan, in een sector waarin, als ik kijk naar mijn regio Nord-Pas-de-Calais, banen voor niets geschrapt zijn. Er zijn offers gebracht, maar dat heeft bepaald geen economische en sociale voorspoed elders in de wereld opgeleverd.

Aan liefdadigheid hebben we geen behoefte, en evenmin aan het zoveelste dirigistische verslag waarmee geprobeerd wordt de dwalingen van de Europese Commissie te corrigeren. De afbraak van de werkgelegenheid in Frankrijk en het uitgebreide Europa gaat gewoon door, hoeveel tonnen papier we ook produceren. Al dat papier geeft alleen maar aan dat we machteloos zijn en gedwee de regels van de ongebreidelde globalisering en de ultraliberale filosofie van de eurocraten volgen. Er is nog een andere ziekte waaraan Europa lijdt: een vorm van neomarxisme waarin meer staatsbemoeienis wenselijk geacht wordt. Onze nationale bureaucratie, die al zoveel administratieve lasten en een verstikkende belastingdruk met zich meebrengt, krijgt daarmee nog een extra bureaucratische laagje, namelijk die van Europa.

De drijvende kracht achter onze economie gaat zo verloren, en daarvoor in de plaats komt enkel immigratie op zeer grote schaal, met als negatief effect een onhoudbare druk op de economische en sociale middelen. Wat we nodig hebben, is economisch nationalisme, herinvoering van de douanegrenzen en van tariefmuren, communautaire preferentie in Europa en bescherming en nationale preferentie in Frankrijk.

 
  
MPphoto
 
 

  Thomas Mann (PPE-DE) , schriftelijk. - (DE) Ik heb voor het verslag-Cottigny gestemd nu zojuist met een voldoende meerderheid de amendementen van de Fractie van de Europese Volkspartij (Christen-democraten) en Europese Democraten zijn aangenomen, waarin ook de voorstellen worden weerspiegeld die ik in de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken had gedaan. De herstructurering van bedrijven moet genuanceerd worden bekeken.

Enerzijds resulteert het verplaatsen van bedrijven naar goedkopere locaties in het buitenland in een botsing tussen verschillende bedrijfsculturen. Daarbij gaan dikwijls de aangekondigde synergie-effecten verloren waarvan de werknemers, ook op managementniveau, de dupe worden. Anderzijds zijn herstructureringen noodzakelijk als bedrijven moeten inspelen op de eisen van nieuwe markten, op de noodzaak van nabijheid tot de klanten en een beter concurrentievermogen.

Om ervoor te zorgen dat de werknemers in de EU beter voorbereid zijn en de noodzakelijke mate aan mobiliteit kunnen opbrengen, moeten zij voldoende ondersteuning ontvangen in de vorm van bijscholing en omscholing en moeten zij worden opgenomen in lifelong learning-programma’s. De kleine en middelgrote ondernemingen moeten het meest kunnen profiteren van de herstructureringssteun, die in overeenstemming moet zijn met de doelstellingen van Lissabon. Om te kunnen beoordelen of subsidies al dan niet rechtmatig zijn verstrekt, moet traceerbaarheid van de middelen eenvoudiger worden en moeten ten onrechte verstrekte subsidies weer kunnen worden teruggevorderd.

Aangezien de huidige structuurfondsen onvoldoende zijn, juich ik het geplande speciale fonds van 500 miljoen euro per jaar voor omscholing en als steun bij baanverandering toe. Dit is een teken van onze solidariteit. Er moet echter nog wel worden gesproken over de bijbehorende criteria, aangezien dit fonds slechts bedoeld is voor verplaatsing naar niet-EU-lidstaten en ontslagen vanaf 1 000 werknemers per bedrijf. Het beheer ervan mag niet resulteren in nieuwe bureaucratie bij de Europese Commissie en nationale overheden.

 
  
MPphoto
 
 

  David Martin (PSE), schriftelijk. - (EN) Ik ben blij met het verslag over de mededeling van de Commissie over herstructureringen en werkgelegenheid. Het Parlement is het er volgens de resolutie mee eens dat herstructureringen niet synoniem zijn met sociale achteruitgang, als tenminste op de juiste wijze hierop wordt geanticipeerd, als er een goede samenwerking is tussen de getroffen ondernemingen en de vakbonden en als er sprake is van een passend scholingsbeleid voor werknemers.

In de resolutie wordt opgeroepen tot ondersteuning van het MKB, en wordt voorgesteld in de financiële programma's voor de periode 2007-2013 het accent sterker te leggen op het anticiperen op en het beheren van herstructureringen. Om ‘subsidietoerisme’ te voorkomen, zouden volgens het verslag ondernemingen die fondsen van de Unie hebben ontvangen en hun activiteiten geheel of gedeeltelijk binnen de Unie verplaatsen, gedurende een bepaalde periode in hun nieuwe vestigingsplaats geen communautaire steun meer mogen krijgen.

 
  
MPphoto
 
 

  Claude Moraes (PSE), schriftelijk. - (EN) Ik heb voor het verslag-Cottigny over herstructureringen en werkgelegenheid gestemd. Ik heb gestemd voor het tweede deel van paragraaf 9, over het bekostigen door bedrijven van het fonds voor aanpassing aan de globalisering, aangezien dit een vrijwillige donatie is.

 
  
MPphoto
 
 

  Luís Queiró (PPE-DE), schriftelijk. - (PT) Mondialisering is niet alleen een toenaderingsproces, een proces dat afstanden verkleint en maximale schaalvergroting in de hand werkt, maar het is ook een versnellingsproces. Alles is tegenwoordig in beweging; alles gaat sneller. Het is dus begrijpelijk dat er mensen zijn die de alomvattendheid van de huidige ontwikkelingen met angst gadeslaan. Het einde van een cyclus, de ontmanteling van een model, de breuk met het verleden: dat gaat altijd met een crisis gepaard. Dat de slachtoffers van deze processen weigeren te geloven in een “opbouwende afbraak” is evenwel volkomen begrijpelijk. En toch is er naast afbraak net zo goed sprake van opbouw.

Het kan geen kwaad daar even bij stil te staan. Het verslag van de heer Cottigny over herstructureringen en werkgelegenheid heeft namelijk niet genoeg oog voor deze realiteiten. Er zullen, vooral in de publieke sector, sociale structuren moeten worden opgezet om de gevolgen van de veranderingen die deze economische revolutie teweeg brengt, te verzachten. We mogen ons niet onverschillig tonen voor het lot van degenen die van de vooruitgang worden uitgesloten. Een omkering van het proces lijkt me echter niet wenselijk. Integendeel, ons streven blijft erop gericht de mogelijkheden die dit tijdsgewricht biedt optimaal te benutten, ten behoeve van zowel onze economieën als onze burgers. Dat is waar we ons bij onze inspanningen op moeten concentreren.

 
  
MPphoto
 
 

  Carl Schlyter (Verts/ALE), schriftelijk. - (SV) In grote lijnen is dit een goed verslag, waarin veel van de problemen rond een kortzichtige speculatie-economie worden belicht. Ik stem daarom vóór. Het verslag bevat echter een positief oordeel over het fonds dat de Commissie wil oprichten. Dit fonds zou moeten zorgen voor rechtstreekse uitbetalingen aan individuen en de grondslag moeten leggen voor een proces waarbij de EU de zeggenschap krijgt over het sociaal beleid, wat een ongelukkige ontwikkeling zou zijn.

Als dit fonds wordt opgericht, is het echter goed dat hiervoor private middelen worden ingezet om een redelijk deel ervan te financieren. Ik stem tegen nieuwe EU-richtlijnen betreffende arbeidsrecht bij herstructureringen, omdat dat het Zweedse model met collectieve overeenkomsten tussen de sociale partners zou ondermijnen.

 
  
  

- Verslag-Bauer (A6-0028/2006)

 
  
MPphoto
 
 

  Carlo Fatuzzo (PPE-DE). - (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik heb voor de resolutie van mevrouw Edit Bauer over sociale bescherming en sociale integratie gestemd, en ik zou nu tot de Europese Raad, tot de vijfentwintig staatshoofden en regeringsleiders, een vraag willen richten, waar zij hopelijk antwoord op geven. Hoe komt het dat de gepensioneerden een steeds lager pensioen hebben, en dat hun pensioen steeds verder achter blijft bij wat zij nodig hebben om te leven, en zelfs te overleven?

De hervormingen die de vijfentwintig staatshoofden en regeringsleiders momenteel doorvoeren, zijn erop gericht de gepensioneerden steeds minder pensioen te geven. Alleen al in Italië zullen de huidige jongeren in het jaar 2050 een pensioen ontvangen dat overeenkomt met een derde van het laatst verdiende loon.

Mijn stemverklaring wordt nu opgenomen op dvd en die wil ik de vijfentwintig regeringsleiders toezenden. Ik hoop dat ze duidelijk zeggen waar zij naartoe willen. Willen ze misschien de categorie van gepensioneerde burgers afschaffen, of zijn ze het ermee eens dat ook degenen die hun leven lang gewerkt hebben en vanwege hun leeftijd daarmee gestopt zijn, mogen overleven?

 
  
MPphoto
 
 

  Hélène Goudin, Nils Lundgren en Lars Wohlin (IND/DEM), schriftelijk. - (SV) Dit verslag bevat een lange reeks aanbevelingen aan het adres van de lidstaten over de wijze waarop ze de relatieve armoede in de afzonderlijke lidstaten moeten aanpakken. Er zijn natuurlijk goede redenen voor de lidstaten om samen te werken bij dit soort kwesties, bijvoorbeeld door het vrijwillig uitwisselen van ervaringen en beste praktijken.

Sociale integratie en armoede zijn echter vraagstukken die nationaal moeten worden aangepakt, of met een vrijwillige samenwerking tussen de regeringen van de lidstaten. Het valt moeilijk in te zien voor welke meerwaarde of specifieke competentie het Europees Parlement zorgt door allerlei standpunten in deze en vergelijkbare kwesties te produceren.

Het verslag bevat voorstellen die inhouden dat:

– de lidstaten de mogelijkheden voor levenslang leren uitbreiden (paragraaf 11);

– de lidstaten toegang bieden tot hoogwaardige en betaalbare kinderopvang (paragraaf 24);

– de pensioenstelsels in de lidstaten worden hervormd en maximale sociale gerechtigheid wordt gegarandeerd (paragraaf 44);

– hervormingen van de publieke pensioenstelsels in de lidstaten er niet toe leiden dat de totale belastingdruk op arbeid toeneemt (paragraaf 45).

De Zweedse partij Junilistan bepleit dat over belangrijke vraagstukken zoals de bovenstaande wordt beslist door middel van brede nationale debatten. Daarna moeten lidstaten, zelfstandig of in vrijwillige samenwerking met geschikte spelers, volgens gebruikelijke democratische regels een besluit nemen over passende wetgeving en relevante maatregelen. Wij hebben daarom tegen dit verslag gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Sérgio Marques (PPE-DE), schriftelijk. - (PT) Het verslag van de Europese Commissie over sociale bescherming en sociale integratie bevestigt dat de lidstaten zich nu een grotere inspanning getroosten om armoede te bestrijden en te verzekeren dat de pensioenstelsels in staat blijven om de pensioentrekkers een adequaat inkomen te garanderen. Het verslag wijst er echter ook op dat meer dan 68 miljoen mensen - ofwel 15 procent van de bevolking van de EU - in 2002 tot armoede dreigde te vervallen.

Ondanks de belangrijke structurele verbeteringen op de arbeidsmarkten in de EU gedurende de afgelopen tien jaar, blijven de werkgelegenheids- en arbeidsparticipatiecijfers in de Unie onvoldoende, terwijl de werkloosheid in een aantal lidstaten hoog blijft, met name onder bepaalde groepen, zoals jongeren, oudere werknemers en vrouwen. Het verslag wijst er verder op dat arbeidsmarktuitsluiting niet alleen een nationale, maar ook plaatselijke en regionale dimensie heeft.

Ik steun dit verslag van mevrouw Bauer. Zij laat zich lovend uit over de maatregelen die Commissie heeft voorgesteld om de lidstaten te helpen bij het identificeren van de moeilijkheden die mensen in een achterstandspositie ondervinden. De lidstaten worden opgeroepen om steun te verlenen bij de integratie van deze mensen, bij het scheppen van banen, opleidingen en carrièremogelijkheden, bij het combineren van werk en gezin en het recht op gelijke toegang tot gezondheidszorg. Ze worden aangemoedigd behoorlijke huisvesting te verzekeren en te zorgen voor duurzame socialezekerheidsstelsels.

 
  
MPphoto
 
 

  David Martin (PSE), schriftelijk. - (EN) Ik juich dit verslag toe, waarin de aandacht wordt gericht op belangrijke beleidsprioriteiten als: verhoging van de arbeidsmarktparticipatie, modernisering van de socialezekerheidsstelsels, bestrijding van onderwijsachterstanden, uitroeiing van kinderarmoede, waarborging van behoorlijke huisvesting, verbetering van de huisvestingsnormen en oplossingen voor het gebrek aan sociale woningen ten behoeve van de meest kwetsbaren, verbetering van de toegang tot hoogwaardige gezondheidszorg en langdurige zorg, sociale diensten en vervoer, bestrijding van discriminatie en verbetering van de integratie van etnische minderheden en immigranten.

 
  
  

- Verslag-Grech (A6-0058/2006)

 
  
MPphoto
 
 

  Charlotte Cederschiöld, Christofer Fjellner, Gunnar Hökmark en Anna Ibrisagic (PPE-DE), schriftelijk. - (SV) Tijdens de eindstemming hebben wij besloten om voor de richtsnoeren voor de begrotingsprocedure 2007 te stemmen, hoewel wij op twee punten ernstige bezwaren hebben.

Wij zijn ertegen dat er een voor de assistenten van de leden een speciaal statuut wordt ontworpen. De assistenten lopen daarmee het risico dat ze moeten leven onder heel andere omstandigheden dan de burgers met wie ze nauw moeten samenwerken in de kiesdistricten. Er is ook een aanzienlijk risico dat het beroep van assistent van een Parlementslid een speciale, levenslange carrière wordt.

Wij zijn ook tegen de oprichting van een knooppunt van de Huizen van Europa in Brussel voor de beleidsvoering inzake voorlichting over de EU.

 
  
MPphoto
 
 

  Gérard Deprez (ALDE), schriftelijk. - (FR) Ik heb mijn steun gegeven aan het verslag van de heer Grech, dat verre van politiek onbeduidend is.

Laten we bijvoorbeeld eens kijken naar het voorlichtingsbeleid: als we het algemene principe toepassen waarvan in de paragrafen 17, 28 en 62 sprake is (beperking van activiteiten die geen waarde toevoegen), valt er op dit vlak volgens mij heel wat te veranderen! Dagelijks ontvangen wij voorlichtingsbrochures die door "deskundigen" zijn opgesteld. Ik ben ervan overtuigd dat we heel wat meer vertrouwen bij de Europese burgers kunnen wekken als we ze informeren via de media die hen ook in hun dagelijkse leven van informatie voorzien. Dat is beter dan deze dure brochures te maken die door niemand gelezen of begrepen worden.

Er is nog een ander terrein waarop de in het verslag vermelde principes toegepast zouden moeten worden, namelijk de regeling voor hulpfunctionarissen voor de vergaderperioden. Wat personeel betreft, pleit de rapporteur ervoor medewerkers bij voorkeur voor lange termijn aan te stellen, en liever geen gebruik te maken van arbeidscontractanten. Als je dat principe onderschrijft - en dat doe ik - is de vraag echter: wat voor statuut gaan we de huidige driehonderd hulpkrachten voor vergaderperioden aan het einde van het jaar aanbieden? Hun contract kan in de huidige vorm immers niet verlengd worden als gevolg van het verdwijnen van de rechtsgrondslag, namelijk artikel 78 van de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Gemeenschappen.

 
  
MPphoto
 
 

  Astrid Lulling (PPE-DE), schriftelijk. - (FR) Ik heb tegen het verslag-Grech gestemd, omdat ik er tegen ben dat de kwestie van de vergaderplaatsen van het Europees Parlement, met Straatsburg als zetel en Luxemburg als plaats van werkzaamheid, opnieuw op de agenda wordt gezet.

 
  
MPphoto
 
 

  Claude Moraes (PSE), schriftelijk. - (EN) Ik stem voor het verslag-Grech. Ik heb voor beide onderdelen van artikel 47 gestemd, omdat ik vind dat er in 2009 een statuut voor de assistenten van de leden moet zijn.

 
  
  

- Verslag-Ó Neachtain (A6-0019/2006)

 
  
MPphoto
 
 

  Hélène Goudin, Nils Lundgren en Lars Wohlin (IND/DEM), schriftelijk. - (SV) Wij juichen de invoering van milieuvriendelijker visserijmethoden toe. Wij staan echter kritisch tegenover het voorstel dat de EU een ondersteunings- en vergoedingssysteem invoert voor de beroepsvissers die negatieve gevolgen ondervinden van de invoering van milieuvriendelijker visserijmethoden. Er worden geen compensatiebedragen in het verslag genoemd en er wordt ook niet aangegeven uit welke begrotingspost deze compensatie moet komen.

Wij steunen het standpunt dat de vissers en de organisaties die hen vertegenwoordigen betrokken moeten worden bij het bepalen van maatregelen ter bescherming van het mariene milieu en voor het herstel van de visbestanden (amendement 1). Wij staan echter negatief tegenover communautaire financiering van de voorgestelde compensatiemaatregelen voor de vissers (amendement 2).

Wij staan kritisch tegenover verdere begrotingsuitgaven binnen de EU en hebben besloten tegen dit verslag in zijn geheel te stemmen.

 
  
MPphoto
 
 

  Pedro Guerreiro (GUE/NGL), schriftelijk. - (PT) We zijn heel tevreden met de steun die we in aansluiting op het vorige debat van de commissaris voor het visserijbeleid, de heer Borg, hebben ontvangen met betrekking tot het door ons ingediende amendement. Wij stelden in dat amendement dat decentralisatie en een gezamenlijk uitgevoerd beheer als grondbeginselen moeten worden beschouwd, niet alleen om te verzekeren dat de vissers en de verenigingen die de vissers vertegenwoordigen betrokken worden bij de bescherming van het maritieme milieu en het herstel van de visstand, maar ook om te garanderen dat de voor dat doel uitgevaardigde maatregelen doeltreffend zijn. Deze maatregelen zullen immers door de vissers en de verenigingen moeten worden toegepast, en zij weten het best hoe de vispopulaties ter plaatse gedijen, terwijl ze bovendien het meeste belang hebben bij het behoud van die populaties.

We zien verder dat de commissaris openstaat voor een ander amendement van onze zijde, waarin we erop aandringen dat de Commissie maatregelen neemt om met gebruikmaking van gemeenschapsmiddelen te compenseren voor de sociale en economische gevolgen die de plannen voor het herstel van de visstand teweeg zullen brengen.

De meerderheid in dit Parlement heeft deze voorstellen evenwel verworpen, hetgeen wij betreuren.

 
  
MPphoto
 
 

  Luís Queiró (PPE-DE), schriftelijk. - (PT) Om de belangrijkste doelstellingen van de Unie te kunnen verwezenlijken zullen we over een duurzame visserijsector moeten beschikken, georganiseerd op basis van de meest recente wetenschappelijke en technologische inzichten. De in de zee levende hulpbronnen moeten op een zodanige wijze worden geëxploiteerd dat er een duurzaam economisch en sociaal weefsel ontstaat en het milieu wordt gerespecteerd.

De mededeling van de Commissie lijkt een stap in de goede richting te zijn, zeker als het erom gaat een ecologisch gezien duurzamer beheer van de visstand te bevorderen.

Ik wijs erop dat deze maatregelen voor de vissers heel belangrijk zijn. Het is in hun belang dat om het even welke economische activiteit op een milieuvriendelijker wijze bedreven wordt. Dat heeft immers positieve gevolgen voor het welzijn van de vispopulaties. Deze maatregelen kunnen op korte termijn evenwel belangrijke sociale en economische gevolgen hebben, reden waarom de belanghebbende partijen betrokken dienen te worden bij de geplande hervormingen. We zullen bovendien moeten kijken naar manieren om de vissers die op korte en middellange termijn negatieve gevolgen ondervinden van het milieuvriendelijk vissen, compensatie te bieden.

Om bovenstaande redenen geloof ik dat deze mededeling een belangrijke bijdrage levert aan het opbouwen van een betere toekomst, niet alleen voor degenen die voor hun levensonderhoud van de visvangst afhankelijk zijn maar ook voor het milieu.

 
  
MPphoto
 
 

  Frédérique Ries (ALDE), schriftelijk. - (FR) Uiteraard heb ik voor dit verslag gestemd, waarin wordt aangedrongen op het gebruik van milieuvriendelijker visserijmethoden.

Ons hoofddoel op dit moment moet zijn de intensiteit van de visserij-inspanningen te verminderen, zodat de visbestanden zich kunnen herstellen. We weten allemaal hoe gevoelig deze zaak ligt, maar actie is dringend noodzakelijk. Liefst 46 procent van de 28 000 bekende vissoorten in de wereld wordt namelijk bedreigd. Verder is er volgens het VN-programma voor de evaluatie van de ecosystemen bij 25 procent van de visbestanden met commerciële waarde sprake van overbevissing.

Natuurlijk moet er rekening worden gehouden met de gevolgen op sociaal en economisch gebied. We moeten voorkomen dat de visserijsector nog verder wordt benadeeld, want die heeft al met te veel regels en verplichtingen te maken. Beperking van de visserij-inspanning kan alleen overwogen worden als ze gepaard gaat met compenserende maatregelen. Er zijn echter ook andere maatregelen denkbaar waarmee goede resultaten behaald kunnen worden, zoals intensivering van de bestrijding van vervuiling door boten of bevordering van methoden voor duurzame visserij.

Het voortbestaan van de visbestanden is een zeer belangrijke zaak. Dat is ook de strekking van het verslag dat ik als rapporteur voor advies opgesteld heb over de mededeling van de Commissie over een communautaire aanpak van milieukeurregelingen voor visserijproducten.

 
  
  

- Voorbereiding van de Europese Raad / Strategie van Lissabon (RC - B6-0161/2006)

 
  
MPphoto
 
 

  Brian Crowley (UEN), schriftelijk. - (EN) Ik sta achter de doelstelling om de Europese economie te moderniseren via het Lissabon-partnerschap voor groei en werkgelegenheid. Ik ben het ermee eens dat deze strategie ook moet worden gezien in de meer algemene context van de eisen inzake duurzame ontwikkeling. Dat wil zeggen dat in onze behoeften moet worden voorzien zonder dat problemen worden veroorzaakt voor de toekomstige generaties om in hun eigen behoeften te voorzien. Europa beschikt zonder twijfel over de middelen om onze hoge levensstandaard te handhaven, maar we moeten wel maatregelen nemen om die middelen ook te benutten.

Ik wil graag officieel vermeld hebben dat ik weliswaar steun geef aan de algehele doelstelling van de resolutie van het Parlement over de Voorjaarstop 2006, maar geen amendementen steun waarin kernenergie als een geschikt alternatief wordt voorgesteld om in de huidige energiebehoefte van Europa te voorzien. Ierland steunt in geen enkel opzicht het gebruik van kernenergie.

 
  
MPphoto
 
 

  Emanuel Jardim Fernandes (PSE), schriftelijk. - (PT) Er is nu bijna een jaar verstreken sinds het op de Voorjaarstop van maart vorig jaar genomen besluit om de Strategie van Lissabon te herstarten.

Vooruitlopend op de volgende Voorjaarstop heeft de Commissie op 25 januari haar jaarlijks tussentijds verslag over de Strategie van Lissabon openbaar gemaakt. De Commissie stelt dat er sinds maart vorig jaar belangrijke vorderingen zijn gemaakt, maar erkent ook dat er nu spijkers met koppen moeten worden geslagen. Het is tijd om het tempo van de hervormingen op te voeren.

De Commissie heeft daarom vier prioriteiten vastgesteld, en de staatshoofden en regeringsleiders van de EU moeten zich ertoe verbinden om op die vier prioriteitsterreinen specifieke aanvullende maatregelen te nemen: er moet meer worden geïnvesteerd in onderwijs en innovatie, het potentieel van de KMO’s moet worden vrijgemaakt, er moeten antwoorden worden geformuleerd op de uitdagingen waarvoor de mondialisering en vergrijzing van de bevolking ons stellen, en er moet een doeltreffend en geïntegreerd Europees energiebeleid worden ontwikkeld.

Deze ontwerpresolutie van het Europees Parlement bevat een aantal opmerkingen en suggesties met betrekking tot deze vier prioriteitsgebieden. Die ideeën kunnen op mijn volledige instemming rekenen. Ik heb dus voor gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk. - (PT) Ik ben teleurgesteld dat de door onze fractie ingediende resolutie is verworpen. Het kan echter geen kwaad erop te wijzen dat 79 parlementsleden hiervoor hebben gestemd, en dat 20 leden zich van stemming hebben onthouden. Dat zijn bijna honderd afgevaardigden, meer dan tweemaal het aantal leden van onze fractie en zelfs meer dan de leden van GUE/NGL- en de Verts/ALE-Fracties tezamen. Veelzeggend was ook dat een nog groter aantal afgevaardigden niet bereid bleek vóór de gezamenlijke resolutie te stemmen, die is intussen wel door een meerderheid is aangenomen.

De ervaring heeft ons geleerd dat de open coördinatiemethode van de Strategie van Lissabon niet heeft bijgedragen tot het terugbrengen van de armoede. De Strategie van Lissabon heeft er juist toe geleid dat het accent is komen te liggen op de liberalisering en privatisering van openbare diensten.

Armoede is een schending van de mensenrechten, en het is daarom van belang dat we meer aandacht schenken aan de oorzaken van armoede. Er zullen dus de nodige maatregelen moeten worden genomen om sociale integratie te bevorderen. Dit probleem zal daarom vanuit een multidisciplinair perspectief moeten worden bezien.

Wij dringen er daarom op aan dat het Stabiliteits- en Groeipact wordt vervangen door een oprecht ontwikkelings- en groeipact. De Strategie van Lissabon moet worden vervangen door een goed doordachte strategie voor economische en sociale cohesie. Dat betekent ook dat er geen richtlijn voor het opzetten van een interne dienstenmarkt moet komen.

 
  
MPphoto
 
 

  Glyn Ford (PSE), schriftelijk. - (EN) Ik zal, net als mijn collega's van de Sociaal-democratische Fractie en de Labour-delegatie, deze resolutie steunen, maar ik moet wel op een omissie wijzen in het gedeelte over energiebeleid, namelijk getijdenenergie.

Door de opwarming van de aarde verliezen de traditionele energiebronnen hun aantrekkingskracht, terwijl kernenergie vanuit veiligheidsoogpunt reden tot bezorgdheid geeft. De kloof kan slechts met moeite worden opgevuld met hernieuwbare energiebronnen, of het nu om zonne-energie, windenergie of biobrandstoffen gaat. Een energiebron die over het hoofd wordt gezien, is getijdenenergie. De Fransen laten met de krachtcentrale in de monding van de rivier de Rance een staaltje van deze technologie zien; in het Verenigd Koninkrijk zijn de Mersey, op kleine schaal, en de Severn, op uitgebreide schaal, geschikte locaties. Alleen al de Severn zou bijna 10 procent van de energiebehoefte ven Groot-Brittannië voor zijn rekening kunnen nemen. Waarom zien we ‘grote’ hernieuwbare energiebronnen over het hoofd en bedekken we liever onze hellingen met windmolens en onze daken met zonnepanelen?

 
  
MPphoto
 
 

  Bruno Gollnisch (NI), schriftelijk. - (FR) Resoluties van dit Parlement over op handen zijnde Europese Raden worden opgesteld volgens een vast stramien: er wordt een hele waslijst van wensen voor de regeringen en de Commissie vastgesteld. Wat deze teksten met elkaar gemeen hebben, is dat nooit ingegaan wordt op de rol die de Europese eenwording speelt bij het ontstaan van de problemen waarmee onze landen worstelen, en dat altijd gevraagd wordt om nog meer inmenging van Brussel in het beleid van de lidstaten. Redding hoeven we van het Europa van Brussel echter niet te verwachten, want daar komen nu juist de meeste problemen vandaan waarover het in deze tekst gaat.

We zijn nu bijvoorbeeld al zo ver dat de problemen op energiegebied, die het gevolg zijn van de liberalisering van de interne energiemarkt - een liberalisering waarop Brussel heeft aangedrongen en die enkel op het heilig verklaarde beginsel van vrije concurrentie gebaseerd is - voor de afgevaardigden aanleiding zijn te vragen om een gemeenschappelijk of zelfs uniform energiebeleid. Voor een communautair optreden op dit gebied bieden de Verdragen echter geen ruimte, en daar is een goede reden voor, namelijk het feit dat de regeringen daar niets voor voelen. Die zijn zich bewust van het strategisch belang van deze sector en realiseren zich dat hun belangen op dit punt uiteenlopen.

Bezien we de zaak in een wat ruimer verband, dan lijkt de Europese integratie zoals daar op dit moment invulling aan gegeven wordt, een doel op zich te zijn. Het is een zichzelf in stand houdend proces dat bestaat uit het nemen van verkeerde besluiten en het wegwerken van de negatieve gevolgen daarvan. Het is hoog tijd die vicieuze cirkel te doorbreken.

 
  
MPphoto
 
 

  Hélène Goudin, Nils Lundgren en Lars Wohlin (IND/DEM), schriftelijk. - (SV) Het Europees Parlement begeeft zich met deze resolutie op terreinen waar het juist aan de parlementen van de lidstaten is om maatregelen te nemen voor het verwezenlijken van de overeengekomen Europese doelen inzake meer groei en werkgelegenheid. De grondslag van de Strategie van Lissabon is dat de lidstaten de afgesproken maatregelen ten uitvoer moeten leggen.

De strategie van Lissabon mag niet als argument worden gebruikt om steeds meer middelen voor de begroting van de EU te eisen. De Zweedse partij Junilistan is daarentegen van mening dat de Strategie van Lissabon moet worden ondergebracht in de begroting van de afzonderlijke lidstaten. Volgens paragraaf 3 van de resolutie moet de begroting van de EU worden verhoogd om de doelen van de Strategie van Lissabon te bereiken. Daarom hebben wij besloten om tegen de resolutie de stemmen.

De resolutie bevat vele positieve voorstellen, maar gaat ervan uit dat de EU de financiële vooruitzichten krijgt die wij niet kunnen aanvaarden. De verantwoordelijkheid voor de tenuitvoerlegging van de Strategie van Lissabon ligt bij de lidstaten, en daarom is het belangrijk dat hun lidmaatschapsbijdrage aan de EU niet wordt verhoogd, maar dat ze ruimte hebben om zelf te regelen wat in het kader van de Strategie van Lissabon nodig is.

Daarom hebben we gestemd tegen de ontwerpresolutie die is ingediend door Fractie van de Europese Volkspartij (Christen-democraten) en Europese Democraten, de Sociaal-democratische Fractie in het Europees Parlement en de Alliantie van Liberalen en Democraten voor Europa fractie.

 
  
MPphoto
 
 

  Pedro Guerreiro (GUE/NGL), schriftelijk. - (PT) Op 16 en 17 maart vindt er een bijeenkomst plaats die je een algemene werkgeversvergadering zou kunnen noemen. Het is geen toeval dat deze ontmoeting vlak vóór de Europese Raad gepland is. Deze vergadering zal worden bijgewoond door de Oostenrijkse kanselier en fungerend voorzitter van de Raad, de voorzitter van de Commissie en de commissarissen die verantwoordelijk zijn voor ondernemingen, industrie, milieu, mededinging, onderzoek, informatiemaatschappij en communicatiemiddelen, alsmede door een groot aantal regeringsvertegenwoordigers belast met de zogenaamde nationale hervormingsprogramma’s.

De grote werkgevers zullen een verlanglijstje opstellen en aandringen op het doorvoeren van zogenaamde structurele hervormingen - een eufemisme voor het beleid van rechts. De werkers weten maar al te goed wat dat werkelijk inhoudt: meer onzekere banen, lagere lonen, een groter aantal werkjaren, een verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd en de ontmanteling van de openbare diensten, met de daarop volgende liberalisering en privatisering, van eerst en vooral energie en communicatie, maar ook sociale zekerheid, gezondheidszorg, onderwijs en onderzoek. Uitbuiting, werkloosheid en armoede zullen daar het gevolg van zijn.

Dat is de agenda waar de meerderheid van het Parlement zich mee eens verklaart. Wij hebben tegen gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Timothy Kirkhope (PPE-DE), schriftelijk. - (EN) Mijn Britse conservatieve collega's en ik staan volledig achter alle maatregelen in het kader van de Lissabon-strategie die het concurrentievermogen van de Europese economieën daadwerkelijk vergroten. Dit vergt een serieuze economische hervorming, die tot meer groei, flexibele arbeidsmarkten en een hogere werkgelegenheid in de gehele EU leidt.

Hoewel we volledig achter de inspanningen van de voorzitter van de Commissie en bepaalde lidstaten staan om de lasten voor het bedrijfsleven te verlichten en de belemmeringen voor het scheppen van banen te verminderen, vrezen we dat sommige in de resolutie genoemde maatregelen tot hogere kosten voor het bedrijfsleven zullen leiden en de aandacht zullen afleiden van de hoogste prioriteit, namelijk om het concurrentievermogen van Europa in de wereld te vergroten en zodoende de werkloosheidscijfers aanzienlijk te verkleinen.

We kunnen niet akkoord gaan met de in de resolutie genoemde voorstellen die tot hogere financiële vooruitzichten leiden dan zijn overgekomen tijdens de Europese Raad van december 2005.

Op deze en andere gronden hebben we besloten om tegen deze resolutie te stemmen.

 
  
MPphoto
 
 

  Athanasios Pafilis (GUE/NGL), schriftelijk. - (EL) De gezamenlijke resolutie over de Strategie van Lissabon, die de Fractie van de Europese Volkspartij (Christen-democraten) en Europese Democraten, de Sociaal-democratische Fractie in het Europees Parlement en de Alliantie van Liberalen en Democraten voor Europa fractie samen hebben ondertekend en in het Europees Parlement hebben ingediend, heeft tot doel om via de opstelling van nationale programma’s nog meer vaart te zetten achter de kapitalistische herstructureringen. Het offensief van het EU-kapitaal wordt geïntensiveerd en omvat nu alle fundamentele schakels, met de invasie van het kapitaal in en de commercialisering van de gezondheid, het onderwijs en de energie, met de ontwrichting van de arbeidsrelaties en de verwoesting van de verworvenheden van de arbeidersklasse via een nieuwe aanval op haar verzekerings- en pensioenrechten.

De Strategie van Lissabon is gefundeerd op het Verdrag van Maastricht en de vier vrijheden (kapitaal, goederen, werknemers en diensten) waar de Nea Demokratia,, de Panellinio Socialistiko Kinima en de Synaspismos in ons land gezamenlijk voor hebben gestemd.

De Communistische Partij van Griekenland heeft de arbeidersklasse en het volk tijdig gewaarschuwd en duidelijk gemaakt wat de doelstellingen zijn van de Strategie van Lissabon. Zij roept de arbeidersklasse op om haar strijd tegen de barbaarse aanval van het kapitaal te intensiveren, deze een antimonopolistisch, anti-imperialistisch karakter te geven en haar bondgenootschap ten behoeve van de volksmacht en het volkswelzijn te versterken.

 
  
MPphoto
 
 

  Tobias Pflüger (GUE/NGL), schriftelijk. - (DE) Het is schandalig dat uitgerekend twintig jaar na de ramp in Tsjernobyl tweederde van de afgevaardigden in het Europees Parlement instemt met voortzetting van het gebruik van kernenergie door voor de resolutie inzake de Lissabon-strategie te stemmen. Kernenergie blijft een risicovolle technologie met onafzienbare gevolgen.

In de gehele spiraal van het gebruik van kernenergie worden grondrechten geschonden en de levensomstandigheden van toekomstige generaties onherstelbaar aangetast. Het winnen van uranium gaat gepaard met een enorme roofbouw op de natuur evenals met radioactieve vervuiling van het grondwater. Uranium kan bovendien worden verrijkt, waardoor er materiaal mee kan worden geproduceerd dat geschikt is voor de productie van kernwapens. Een absolute scheiding tussen het ‘civiele’ en het militaire gebruik van kernenergie is in de praktijk niet mogelijk. Ook als kernreactoren in normaal bedrijf zijn, vormen ze een permanente bedreiging, onder andere in de vorm van lage straling en besmetting van de rivieren die worden gebruikt om de kernreactoren te koelen.

Door opwerkingsfabrieken worden voortdurend uitgestrekte land- en zeegebieden radioactief vervuild. Tot op heden is er nog geen oplossing gevonden voor het beheer en de opslag van het hoogradioactieve kernafval, dat dagelijks in omvang toeneemt en minimaal 10 000 jaar radioactieve straling zal afgeven. De 3,1 miljard euro die in het zevende kaderprogramma voor onderzoek (2007-2011) bestemd zijn voor kernonderzoek, betekent een verdubbeling in vergelijking met het vorige kaderprogramma voor onderzoek. In plaats van echter in kerntechnologie te investeren, zou de EU hernieuwbare energiebronnen meer moeten stimuleren. Alleen met een decentrale energievoorziening uit hernieuwbare energiebronnen kan continuïteit van de energievoorziening op lange termijn worden gegarandeerd.

 
  
MPphoto
 
 

  Luís Queiró (PPE-DE), schriftelijk. - (PT) Ik heb vóór de resolutie van het Europees Parlement over de agenda voor de dit jaar te houden Voorjaarstop van de Europese Raad over de Strategie van Lissabon gestemd, omdat ik het met het merendeel van de daarin opgenomen punten en suggesties eens ben. Dat geldt vooral voor de voorstellen met betrekking tot een veeleisende, competitieve en innovatieve benadering van de Europese economie. Die gaan ervan uit dat de voltooiing van de interne markt, investeringen in onderzoek en ontwikkeling en solidariteit binnen de gemeenschap en tussen de generaties de kernpunten van de herstructurering van de Europese economie vormen.

Op een aantal punten wil ik echter meer duidelijkheid.

Ik geloof dat het heel jammer is dat we nu, één jaar na de Voorjaarstop van 2005, op veel gebieden vrijwel net zo ver zijn als toen. Ik noem hier met name: de vrijheid van dienstverlening, de vrijheid van vestiging voor onderdanen uit nieuwe lidstaten, de nadere uitwerking van de interne markt en de herziening van de begrotingsprioriteiten. Dat er op deze vlakken zo weinig tot stand is gebracht, is voor mij niet voldoende reden om tegen de resolutie te stemmen. Ze versterken echter wel mijn teleurstelling over het gebrek aan inzet bij de hervorming van de Europese Unie.

 
Juridische mededeling - Privacybeleid