Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Volledig verslag van de vergaderingen
Woensdag 15 maart 2006 - Straatsburg Uitgave PB

8. Resultaten van de informele Raad van ministers van Buitenlandse Zaken van 10-11 maart 2006 (debat)
Notulen
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Aan de orde zijn de verklaringen van de Raad en de Commissie over de resultaten van de informele Raad van ministers van Buitenlandse Zaken van 10-11 maart 2006.

 
  
MPphoto
 
 

  Olli Rehn, lid van de Commissie. - (EN) Mijnheer de Voorzitter, de EU kan werkelijk het verschil maken voor de Westelijke Balkan. Dit is naar voren gekomen tijdens het Gymnich-overleg van de ministers van Buitenlandse Zaken in Salzburg.

De regio staat op een tweesprong en de EU kan ertoe bijdragen dat zij de weg van vrede en hervorming inslaat. We hebben in de afgelopen jaren veel positieve ontwikkelingen gezien, maar we moeten ons niet laten verleiden tot een onterecht gevoel van veiligheid.

Dit jaar moet de openstaande kwestie van de status van Kosovo en Montenegro met geduld en vastberadenheid worden opgelost. We moeten er ook voor zorgen dat de regio zijn oorlogsverleden van zich kan afschudden. We moeten vooruitgang zien te bewerkstelligen op gebieden die er daadwerkelijk voor de burgers van de regio toe doen: er moet economische en sociale vooruitgang worden geboekt en de landen moeten aansluiting vinden bij de Europese hoofdstroom.

Hoe kunnen we de landen het beste stimuleren om zich aan een ambitieuze hervormingsagenda te houden? Het belangrijkste is dat we ons aan onze belofte houden dat de EU voor deze landen openstaat, met lidmaatschap als uiteindelijk doel, als zij erin slagen om aan de strenge toetredingscriteria te voldoen. Bovendien moeten we ernaar streven om dit vooruitzicht concreet en tastbaar te maken, zoals de Commissie in haar recente mededeling heeft gedaan. Ik zal enkele voorbeelden geven van onze concrete doelstellingen en voorstellen.

In de eerste plaats moeten we obstakels wegnemen die de handel, de productie en investeringen belemmeren. De Commissie werkt, samen met het Stabiliteitspact en de betrokken landen, aan een regionale vrijhandelsovereenkomst, die in de plaats moet komen van het bestaande allegaartje van bilaterale vrijhandelsovereenkomsten. Dit kan worden bereikt door gelijktijdig te werken aan de uitbreiding en modernisering van CEFTA. Dit zal aan de orde komen tijdens de CEFTA-top die in april in Boekarest plaatsvindt.

In de tweede plaats moeten we de volgende generatie - of waarom eigenlijk niet de huidige generatie? - ‘europeaniseren’. Daarom hebben we voorgesteld om de mobiliteit van onderzoekers en studenten te vergroten door het aantal beschikbare beurzen uit te breiden.

In de derde plaats moeten we de intermenselijke contacten vergemakkelijken. We zullen maatregelen voorstellen om de visumprocedure te vereenvoudigen, en ik reken erop dat de lidstaten deze snel door de Raad zullen loodsen, zodat we onderhandelingen kunnen beginnen over de vereenvoudiging van de visumprocedure en terugnameovereenkomsten. Ik wil graag dit punt benadrukken: hoe meer de landen in de regio kunnen doen om grenscontroles en documentveiligheid te garanderen, hoe gemakkelijker het zal zijn om de EU-lidstaten ervan te overtuigen om vaart te zetten achter het vereenvoudigen van de visumprocedure.

Het verheugt mij dat de EU-ministers van Buitenlandse Zaken deze praktische maatregelen het afgelopen weekeinde in Salzburg hebben goedgekeurd en ik wil graag, ook al is zij vandaag niet aanwezig, mijn bijzondere waardering uitspreken aan het adres van mevrouw Plassnik vanwege haar persoonlijke inzet om de ontwikkelingen in de Westelijke Balkan te bevorderen.

Tot slot wil ik enkele woorden zeggen over de dood van Slobodan Milosevic. Toen wij aan het slot van de Gymnich-bijeenkomst het bericht van zijn overlijden kregen, moest ik meteen terugdenken aan mijn bezoek aan Srebrenica afgelopen juli, toen de tiende herdenking plaatsvond van de vreselijkste slachting die Europa sinds de Tweede Wereldoorlog heeft meegemaakt. Ik betreur het dat Milosevic is overleden voordat het recht zijn beloop heeft kunnen krijgen voor de honderdduizenden slachtoffers van de misdaden waarvoor hij terechtstond.

Bondskanselier Kohl schrijft in zijn memoires dat elke generatie moet werken aan een noodzakelijk historisch besef om te voorkomen dat we in dezelfde fouten vervallen en om te zorgen dat de stem van de slachtoffers wordt gehoord. Dit zijn zeer wijze woorden.

Het Internationaal Oorlogstribunaal voor het voormalige Joegoslavië verzamelt bewijsmateriaal dat de Serviërs van nu en van toekomstige generaties zal helpen begrijpen dat veel misdaden werden gepleegd in naam van Servië, terwijl bepaalde individuen voor deze misdaden verantwoordelijk waren.

Door de dood van Milosevic is het nog belangrijker dat het Tribunaal in Den Haag zijn werk voltooit en dat de overige verdachten daarheen worden overgebracht. Dit zal Servië helpen om het tragische hoofdstuk in de geschiedenis waarin Milosevic president was, af te sluiten en om zich te verzoenen met de erfenis van het verleden.

Servië staat nu echt op een tweesprong en ik hoop oprecht dat de leiders en de inwoners van Servië de wil en de wijsheid zullen hebben om te kiezen voor een Europese toekomst in plaats van het nationalistische verleden. Het land heeft zijn toekomst nu echt in eigen hand. Wij kunnen de Serviërs helpen om de juiste keuze te maken door de deur naar Europa voor hen open te houden.

 
  
MPphoto
 
 

  Bernd Posselt (PPE-DE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, er is een debat met de Raad aangekondigd. U hebt zojuist gezegd, dat de Raad nog niet aanwezig is. Ik ben echter van mening dat wij op de Raad moeten wachten. We willen immers een verslag over de topbijeenkomst van Salzburg horen en daar vervolgens over discussiëren. Het heeft toch geen zin dat wij eerst discussiëren en pas daarna het verslag horen. Dat zou een nutteloos ritueel zijn.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Ik ben het eens met de opmerkingen van de heer Posselt, ook al blijkt uit mijn inlichtingen dat de minister spoedig hier zal zijn.

 
  
MPphoto
 
 

  José Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra , namens de PPE-DE-Fractie. - (ES) Mijnheer de Voorzitter, ik wil zeggen dat ik me aansluit bij het protest van de heer Posselt, omdat ik denk dat we in dit Parlement niet de inhoud mogen opofferen aan de vorm en dat, als er een debat met de Commissie en de Raad is aangekondigd, de Raad hier ook aanwezig moet zijn.

Mijnheer de Voorzitter, ik wil graag zeggen dat de aanval van Israëlische troepen op de gevangenis van Jericho - die we naar mijn mening moeten betreuren - de situatie in het Nabije Oosten en Palestina nog gecompliceerder maakt, alsof deze al niet gecompliceerd genoeg was na de zege van Hamas. Daardoor is deze golf van ongedifferentieerd geweld ontketend waarvan burgers en belangen van de Europese Unie het slachtoffer zijn geworden, en dat geweld moeten wij krachtig veroordelen.

Mijnheer de Voorzitter, ik zou de Commissie willen vragen welk criterium - want ik weet dat hierover gesproken is tijdens de informele Raad van ministers van Buitenlandse Zaken - de Europese Commissie en de Raad - die helaas nog steeds afwezig is - zullen hanteren bij de hulpverlening van de Europese Unie aan Palestina, en of zij vasthouden - wat logisch zou zijn - aan de eis dat Hamas geweld afzweert en de staat Israël en de eerder gesloten akkoorden erkent.

In de tweede plaats, mijnheer de Voorzitter, wil ik de Commissie met betrekking tot de zaak-Iran, die naar de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties is doorverwezen, vragen of de Commissie de voorkeur geeft aan de weg der geleidelijkheid, dat wil zeggen aan een verklaring van de Veiligheidsraad, of dat zij hoopt dat de Veiligheidsraad sancties oplegt.

Wat betreft de uitbreiding zou ik, mijnheer de Voorzitter, gezien de uitspraak van de minister van Binnenlandse Zaken van Frankrijk, de heer Sarkozy, dat er een zekere moeheid is opgetreden bij de uitbreiding en gezien zijn verzoek om in de Raad van juni een debat te houden over het onderzoek naar de grenzen van het opnamevermogen van de Europese Unie - bij het volgende agendapunt zal het verslag van de heer Brok over dit onderwerp aan de orde komen -, graag willen weten of de Commissie zich aansluit bij dit verzoek van de heer Sarkozy aan de Raad en of de Commissie denkt dat het Oostenrijkse voorzitterschap van de Unie een definitief antwoord zou moeten geven op de vraag waar de geografische grenzen van ons politieke project uiteindelijk moeten komen te liggen.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Voor sommige van de door u aangeroerde punten moet u bij mevrouw Ferrero-Waldner zijn, die op dit moment hier niet aanwezig is. Ook zullen veel van uw andere vragen beantwoord worden tijdens het debat over de Euromediterrane Parlementaire Vergadering (EMPA), dat zal plaatsvinden zodra we daar op de agenda aan toe zijn.

 
  
MPphoto
 
 

  Olli Rehn, lid van de Commissie. - (EN) Mijnheer de Voorzitter, aangezien de spreektijd voor de Commissie tijdens dit debat beperkt is en het onmogelijk is om zo'n uitgebreide hoeveelheid onderwerpen te behandelen en daarbij alle externe zaken en internationale kwesties aan bod te laten komen, is besloten dat mevrouw Ferrero-Waldner Iran en Palestina en de cartooncrisis voor haar rekening neemt, als zij later vanavond het woord voert. Daarom heb ik mij geconcentreerd op de kwesties die te maken hebben met de Westelijke Balkan.

Zo ziet de taakverdeling van de Commissie eruit, en dat houdt in dat ik na het debat zal reageren op de vragen over de Westelijke Balkan en dat mevrouw Ferrero-Waldner later vanavond zal reageren op de andere vragen.

 
  
MPphoto
 
 

  Doris Pack (PPE-DE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, commissaris Rehn heeft zojuist uitgelegd wat de situatie is. Laten wij dan nu over het verslag van de heer Brok over de uitbreiding gaan discussiëren en daarna al het overige doen, zodra mevrouw Plassnik aanwezig is! Ik verzoek u vriendelijk zo te werk te gaan, aangezien wij anders niet eerlijk zijn ten opzichte van de commissaris en het debat niet volgens de regels verloopt.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Ik begrijp dat we ons in een ongebruikelijke situatie bevinden, maar helaas, volgens de agenda zal het debat over het verslag-Brok na de verklaringen van de Raad en de Commissie plaatsvinden.

 
  
MPphoto
 
 

  Elmar Brok (PPE-DE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, ik wil eveneens een voorstel doen. Wij kunnen uiteraard nu pauzeren, als het afwezige voorzitterschap van de Raad ons in de tussentijd voor een kop koffie uitnodigt.

(Gelach)

 
  
MPphoto
 
 

  José Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra (PPE-DE). - (ES) Mijnheer de Voorzitter, ik begrijp heel goed dat wij onder druk staan en moeten opschieten met de werkzaamheden van ons Parlement, maar u hebt zelf gezegd dat we een bepaalde agenda hebben. Een ding kan niet, dat wij de behandeling van de informele Raad van de ministers van Buitenlandse Zaken op de agenda zetten en dat dan blijkt dat de commissaris die bevoegd is op het grootste deel van de vraagstukken met betrekking tot die Raad besloten heeft om later in het debat op dat agendapunt in te gaan.

Het lijkt mij dat wat de heer Posselt en mevrouw Pack hebben voorgesteld, volkomen gerechtvaardigd is. Als de commissaris die verantwoordelijk is voor de behandeling van de belangrijkste onderwerpen van de informele Raad van ministers van Buitenlandse Zaken er niet is, laten we dan het verslag van de heer Brok behandelen en met dit punt wachten tot de verantwoordelijke commissaris is gearriveerd, want men kan niet de onderwerpen indelen zonder daarover de mening van de afgevaardigden te horen.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Ik begrijp uw bezorgdheid, maar ik moet zeggen dat ik geen enkel artikel in het Reglement weet dat ons zou kunnen helpen bij de oplossing van dit probleem.

 
  
MPphoto
 
 

  Hannes Swoboda (PSE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, het probleem is natuurlijk dat diverse collega’s die over het verslag-Brok zullen spreken, nu nog niet aanwezig zijn en pas later zullen arriveren. Wij kunnen uiteraard het een en ander aanpassen. Mevrouw Napoletano was bereid later te spreken en ik zou nu kunnen spreken, omdat ik voornamelijk iets wilde zeggen over de Balkan-kwestie. Wij kunnen beide natuurlijk ook gewoon combineren, maar ik geloof niet dat de leden blij zullen zijn als zij straks niet meer kunnen spreken over het verslag-Brok, omdat het debat voorbij zal zijn en zij er niet waren. Dat is het probleem!

 
  
MPphoto
 
 

  Bernd Posselt (PPE-DE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, zou ik u vriendelijk mogen vragen of u weet wanneer de Raad zal arriveren? Als de berichten die ik heb gehoord kloppen en het nog een kwartier duurt, dan kunnen wij toch een kwartier wachten. Wij hebben immers wel vaker een kwartier vertraging gehad. Ik zou derhalve willen voorstellen even te pauzeren, als de Raad inderdaad over een kwartier hier aanwezig is. Als de Raad pas over een uur arriveert, moeten wij iets anders verzinnen. Wij hebben hierover geen enkele informatie, maar u wellicht wel.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Ik stel voor het debat een paar minuten te onderbreken en te wachten op de komst van de Raad.

(De vergadering wordt om 15.20 uur onderbroken en om 15.35 uur hervat)

Aangezien de fungerend voorzitter van de Raad nu gearriveerd is, kunnen we het debat voortzetten.

 
  
MPphoto
 
 

  Ursula Plassnik, fungerend voorzitter van de Raad. - (DE) Mijnheer de Voorzitter, ik bied u mijn verontschuldigingen aan voor onze verlate verschijning. Wij zijn door twee verkeersongelukken opgehouden: één op weg naar de luchthaven in Wenen en één op de weg van Entzheim hierheen.

Ik dank u voor de gelegenheid die u mij biedt om iets te zeggen over de informele Raad Buitenlandse Zaken - in Gymnich-formaat - die afgelopen weekeinde in Salzburg heeft plaatsgevonden. We hebben daar aan twee onderwerpen bijzondere aandacht besteed. We hebben eerst gesproken over de uitdagingen waar we ons in het kader van het buitenlands beleid op dit moment voor gesteld zien, en dat zijn in de eerste plaats de ontwikkelingen in het Midden-Oosten en de komende verkiezingen in Wit-Rusland en de Oekraïne. De tweede dag was gewijd aan de Balkan en de agenda van Thessaloniki, aan de uitvoering van die agenda en de toekomst ervan.

Met uw permissie wil ik graag eerst ingaan op de problematiek in het Midden-Oosten en vervolgens iets zeggen over de Balkan.

Wat het Midden-Oosten betreft, bevinden wij ons nu, vlak ná de Palestijnse parlementsverkiezingen en vlak vóór de Israëlische parlementsverkiezingen, in een overgangsfase. In deze overgangsfase richten we een glasheldere en consistente boodschap aan de nog te vormen Palestijnse regering. Het gaat er nu om dat we de grondslagen en beginselen op basis waarvan wij tot verdere samenwerking bereid zijn, duidelijk maken. Die beginselen spreken voor zich en bestaan uit drie onderdelen: een oproep tot het afzweren van alle geweld, een oproep om voor onderhandelingen te kiezen - en de bestaande akkoorden te respecteren - en een oproep om het bestaansrecht van Israël te erkennen.

Dit is de duidelijke en consistente grondslag waarop wij ons beleid zullen ontwikkelen. Dit is ook het uitgangspunt voor de oproep die wij tot onze partners in het Midden-Oosten hebben gericht. Het is van belang dat Hamas deze unieke gelegenheid te baat neemt en voor zichzelf bepaalt welke koers hij van nu af aan gaat volgen. Wij hebben duidelijk gemaakt wat wij verlangen, en we hebben aan onze eisen niets veranderd. We blijven de Palestijnse bevolking steunen en we hebben bij deze Gymnich-bijeenkomst dan ook gediscussieerd over de wijze waarop de financiële steun er in de toekomst moet uitzien. Duidelijk is in ieder geval dat die steun het Palestijnse volk ten goede moet komen - hij mag niet voor geweld of terreur gebruikt worden.

We volgen de ontwikkelingen dan ook aandachtig, en dat geldt zowel voor de samenstelling van de nieuwe Palestijnse regering als voor het programma van deze regering. Gisteren is president Mahmoud Abbas in Wenen geweest, en we hebben dus de gelegenheid gehad om met hem over deze zaken te spreken. Wij steunen de heer Abbas en zijn overgangsregering in deze moeilijke periode. Als ik later nog tijd heb om op de meest recente gebeurtenissen in te gaan, zal ik dat graag doen.

Wat de Balkan betreft: dit onderwerp heeft voor het Oostenrijks voorzitterschap een bijzondere betekenis. Ik zie deze Gymnich-ontmoeting, en het feit dat wij deze bijeenkomst aan dit onderwerp hebben gewijd, als een zeer bemoedigend signaal voor de bevolking van de landen op de Westelijke Balkan. Wij maken duidelijk dat het de moeite loont om de Europese normen over te nemen en zo de weg naar Europa te vinden, hoe moeilijk dat vaak ook is. Wij willen ze bij deze tocht graag steunen.

Ook voor onze eigen volkeren is dit een bemoedigend signaal. Nu blijkt immers dat het mogelijk is op lastige of zelfs zeer lastige vraagstukken een antwoord te vinden. Dat we er met de verklaring van Salzburg in geslaagd zijn de Europese ambities van de Balkanstaten te honoreren, is volgens mij een signaal van hoop en optimisme.

Juist op een moment waarop het enthousiasme voor verdere uitbreidingen afneemt, is het van belang dat we dit signaal uitzenden en onze partners houvast bieden. We zullen dit jaar immers heel lastigste beslissingen moeten nemen. De lijst met genodigden voor de ontmoeting in Salzburg was op zich reeds een indicatie van de belangrijke ontwikkelingen die 2006 voor ons in petto heeft. We hebben een gesprek kunnen voeren met president Martti Ahtisaari, de speciale gezant van de VN voor de toekomst van Kosovo, en zijn plaatsvervanger, de heer Albert Rohan. We hadden bovendien de heer Christian Schwarz-Schilling uitgenodigd, de hoge gevolmachtigde voor Bosnië-Herzegovina. Ook Søren Jensen-Pedersen, het hoofd van de UNMIK was er met zijn delegatie, en Fatmir Sejdiu, de opvolger van Ibrahim Rugova als president van Kosovo. We hebben tot mijn genoegen bij dit deel van onze ontmoeting in Salzburg ook kunnen zorgen voor een primeur: de voorzitter van de Commissie buitenlandse zaken, de heer Elmar Brok, was uitgenodigd en heeft aan onze discussies deelgenomen.

De Balkan ligt midden in Europa en zonder de Balkan blijft de Europese eenwording onvolledig. We weten dat de weg die voor ons ligt veel van ons zal vergen, maar we zijn vastbesloten deze weg te volgen. We hebben besloten een stapsgewijze benadering te volgen en eerst het ene onderwerp af te handelen en pas daarna het volgende; wij willen voor elk probleem een oplossing vinden, eerst voor het één, en dan voor het ander, enzovoort.

Welbeschouwd gaat het er eerst en vooral om dat al deze landen Europese normen overnemen. Ik heb gisteren in Wenen met de eerste minister van Bosnië gesproken en deze verzekerde mij dat het bij dit hele proces niet zozeer om een datum, om een bepaald moment in de tijd gaat. Waar het om gaat is dat we gezamenlijk werken aan het implementeren van de Europese normen. Javier Solana, die de ontwikkelingen al geruime tijd volgt, heeft al hetgeen sinds Thessaloniki - en dan hebben we het over 2003 - bereikt is een succesverhaal genoemd. Dat wordt ook geboekstaafd door de agenda van onze top in Salzburg. We hebben het namelijk over de volgende onderwerpen gehad: handelsverbeteringen, afschaffing van handelsbelemmeringen, misdaadbestrijding, jeugdzaken en reisvergemakkelijking. We hebben het over visa gehad, omdat we tegemoet moeten komen aan de verwachtingen die de mensen in deze landen van ons hebben. We moeten daarbij echter wel heel duidelijk maken wat onze mogelijkheden zijn. We moeten samen stap voor stap oplossingen zien te vinden voor de nog onopgeloste problemen, ook op dit heel moeilijke gebied.

Europa is voor deze regio van doorslaggevend belang - daarover hoeft geen twijfel te bestaan. We hebben er echter wel met nadruk op gewezen dat deze landen ook een eigen verantwoordelijkheid hebben. In een aantal landen is de stabilisering namelijk reeds een feit, en daar gaat het er om een dynamische ontwikkeling richting Europa in te zetten. Dat moet duidelijk worden gemaakt, en de betrokken landen moeten zich onomwonden bereid tonen hiervoor de nodige stappen te ondernemen. Het Engelse woord ownership geeft goed aan waar het hier om gaat.

We hebben benadrukt dat regionale samenwerking heel belangrijk is, en daarmee hebben we ook verwezen naar al hetgeen nu wordt gedaan om een regionale vrijhandelszone te creëren. Maar liefst eenendertig afzonderlijke overeenkomsten zullen worden vervangen door één enkele, op CEFTA gebaseerde vrijhandelsovereenkomst. Ik ben de Commissie en commissaris Rehn heel dankbaar voor hun inzet. De Raad en de Commissie werken op dit punt werkelijk heel goed samen. Ik dank de Commissie ook voor haar mededeling van eind januari en de bereidheid om mee te werken aan de verwezenlijking van de in de verklaring van Salzburg opgenomen doelstellingen.

Ook de bevoegde ministers, de ministers van de nationale regeringen, zullen het werk nu moeten voortzetten. Zij zullen immers in overleg met hun partners uit de Balkanlanden een oplossing moeten zien te vinden voor concrete problemen. Vooral de ministers van Binnenlandse Zaken dragen hier een grote verantwoordelijkheid. Hun inzet en hun samenwerkingsvermogen bepalen in belangrijke mate welke vorderingen in de praktijk mogelijk zijn.

We hebben ook gesproken over het vraagstuk van het opnamevermogen, dat wij in onze overwegingen hebben laten meespelen. Ik heb daar de afgelopen herfst reeds op aangedrongen, en ik geloof dat ik daar geen ongelijk in had. Het is niet de bedoeling om een extra hindernis op te werpen, maar veeleer dat we ons ervan bewust blijven dat niet alleen de kandidaat-landen hun huiswerk moeten doen; die eis geldt net zo goed voor de Europese Unie zelf.

Tijdens de gezamenlijke bijeenkomst, juist toen we met z’n allen rond de grote tafel zaten, hebben we even een beklemmend moment doorgemaakt, dat ons echter ook weer tot optimisme aanzette: midden in onze besprekingen ontvingen we het bericht dat Slobodan Milošević was overleden. Dit heeft voor Europa misschien symbolische waarde, aangezien wij juist op dat moment tezamen aan onze gemeenschappelijke toekomst binnen Europa aan het werken waren.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  Hannes Swoboda, namens de PSE-Fractie. - (DE) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw de fungerend voorzitter van de Raad, mijnheer de commissaris, ik wil graag twee korte opmerkingen maken over het Midden-Oosten. Om te beginnen eisen we terecht dat Hamas zich bij de werkelijkheid neerlegt en geweld afzweert. Dat mag echter niet gezien worden als een vrijbrief voor Israël om het beleid van eenzijdig geweld - waar wij ook nu weer een voorbeeld van hebben gezien - voort te zetten. Ten tweede moet het nucleaire beleid van Europa en de VS coherenter worden, zeker nu we zien dat India en Iran verschillend worden behandeld. Het Internationaal Agentschap voor Atoomenergie zal een belangrijkere rol moet gaan vervullen in het multilaterale systeem voor uraniumverrijking en de verwerking van kernafval. Als we daarvoor zorgen zullen we vorderingen kunnen maken.

Wat de Balkan betreft heb ik de indruk dat we hier werken volgens het systeem dat “alles wat geen achteruitgang is, vooruitgang is”. Het is de schuld van een aantal lidstaten - en mijn fractie en ik zijn hierover ten zeerste ontsteld - dat de problemen die Europa bij de voorbereiding op uitbreiding ondervindt, gebruikt worden om de toetredingsperspectieven van de Balkanlanden te fnuiken. Europa wordt niet sterker als we de Balkanlanden het vooruitzicht op toetreding ontnemen of op de lange baan schuiven. Het idee dat ze ooit EU-lid kunnen worden - een optie waarvoor zowel dit Parlement als mijn fractie reeds een aantal malen met overtuiging hebben gekozen - moet het richtsnoer blijven. Dat men strengere eisen voor de opneming in de EU wil opleggen - ik denk dan aan de grondwet of de financiële basis - is begrijpelijk, maar dat kan en mag niet gebruikt worden om de toetredingsaspiraties van de landen in Zuidoost-Europa te frustreren. We moeten de voorbereidingen van onze zijde en de voorbereidingen in de Balkan parallel laten verlopen. Als er aan beide kanten voorbereidingen worden getroffen voor de uitbreiding, moeten er ook concrete stappen worden ondernomen om de Balkanlanden dichter bij de Europese Unie te brengen, niet in de laatste plaats door een duidelijke versoepeling van de visumregeling. Inhakend op hetgeen u zei over minister van Binnenlandse Zaken Gottes of de minister van Binnenlandse Zaken Ohr hoop ik dat deze ministers iets concreets zullen ondernemen om met name de jonge mensen in deze regio een kans te geven om Europa eindelijk eens zelf te leren kennen. De dood van Slobodan Milošević is in bepaalde opzichten voortijdig te noemen. In het belang van de slachtoffers en de gemeenschappelijke toekomst van Europa blijft het echter zaak om de daders voor het gerecht in Den Haag te brengen. Daar zullen wij hoe dan ook op moeten aandringen.

De Balkanlanden, die in de geschiedenis van ons werelddeel zo vaak een speelbal van de Europese grootmachten zijn geweest, moeten stap voor stap in de Europese Unie worden opgenomen. Wij van onze kant zullen niet toestaan dat de Balkanlanden in een vroeg stadium van hun toenadering tot Europa op een lagere trede worden gezet. Als wij morgen voor het verslag-Brok stemmen, dan doen we dat onder die voorwaarde. Zo staat dat ook in de tekst. We distantiëren ons van de interpretaties die we de afgelopen uren helaas steeds weer hebben moeten horen, en die de oorspronkelijke tekst van het verslag-Brok verdraaien. Wij zijn voorstander van Europese perspectieven voor de Balkanlanden.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  Annemie Neyts-Uyttebroeck, namens de ALDE-Fractie. - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik had gehoopt dat de Balkanconferentie een krachtige en positieve boodschap zou hebben opgeleverd. Ik denk dat ook het fungerend voorzitterschap en de Commissie dat hadden gehoopt. Aangezien u het zich allebei moeilijk kunt veroorloven om uiting te geven aan uw teleurstelling, zal ik dat voor u doen.

We beseffen allemaal dat de gehele Balkanregio nog altijd een explosief en potentieel onstabiel gebied is, en daarom is duidelijkheid een absolute vereiste. In de gezamenlijke persverklaring, die opmerkelijk zwakker was dan eerdere verklaringen, wordt gezegd dat de toekomst van de Westelijke Balkan in de Europese Unie ligt. Opvallend is dat er niet van lidmaatschap wordt gerept. Ook wordt gezegd dat er in 2006 een debat zal plaatsvinden over de uitbreidingsstrategie en dat er rekening moet worden gehouden met de opnamecapaciteit van de EU. Dat is teleurstellend. Ik zal hierop nog terugkomen tijdens het debat over het verslag-Brok.

Dan wil ik graag nog wat zeggen over het Midden-Oosten. Ik ben het volledig eens met de reactie van mijn fractievoorzitter op het betreurenswaardige en onaanvaardbare gedrag van Israël gisteren in Jericho, om nog maar te zwijgen van het op zijn zachtst gezegd merkwaardige gedrag van de Amerikaanse en Britse militairen. Het behoeft geen betoog dat die actie de positie van de EU bemoeilijkt. Hoewel mijn fractie zonder meer van mening is dat Hamas zich moet onthouden van geweld en zich aan bestaande internationale verdragen en overeenkomsten moet houden, moeten we helaas constateren dat Israël het steeds moeilijker maakt om die lijn vast te houden. Toch zullen we dat doen, maar we moeten ook goed duidelijk maken dat acties zoals die van gisteren haaks staan op het zoeken naar een vreedzame oplossing.

 
  
MPphoto
 
 

  Angelika Beer, namens de Verts/ALE-Fractie. - (DE) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw Plassnik, we hebben de vergadering gaarne onderbroken om op u te wachten. We zijn namelijk uiterst bezorgd en willen daar graag met u over praten.

Oostenrijk is zijn voorzitterschap begonnen met het project-Thessaloniki II. In de verklaring van Salzburg wordt daar echter met geen woord over gerept. Over de lidmaatschapsperspectieven voor de landen van de Westelijke Balkan horen we niets meer. Deze verklaring is vooral een formeel compromis, maar toch een compromis dat op de Balkan kritisch bekeken wordt. Het zendt geen bemoedigend signaal uit, maar laat wel ruimte voor verkeerde interpretaties. Dat maak ik tenminste op uit de woorden van de heer Brok, die aan de besprekingen in Salzburg heeft deelgenomen, en sinds maandag in de Duitse media over het einde van de EU-perspectieven voor de Balkan spreekt. Hij heeft het dan over een zogenaamde derde weg, die van een geprivilegieerd partnerschap.

Als Europa geloofwaardig wil overkomen, zal het een EU-perspectief voor de Balken niet alleen met de lippen moeten belijden. Dan moeten wij dat ook met daden hard maken. Ik sluit me dan ook aan bij de opmerkingen van commissaris Rehn.

Tot slot wil ik graag het volgende zeggen: mijnheer Brok, het staatshoofd van Libië heeft in de jaren tachtig geprobeerd een derde weg te bewandelen. Hij heeft - gelukkig - een hopeloze nederlaag geleden, en het zal u precies zo vergaan.

 
  
MPphoto
 
 

  Elmar Brok (PPE-DE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw de fungerend voorzitter, mijnheer de commissaris, dames en heren, staat u mij toe dat ik begin met een onderwerp dat niets met de kandidaten voor uitbreiding te maken heeft. Daar zal ik zo meteen op ingaan bij de bespreking van mijn verslag. Ik wil nu echter iets over het Midden-Oosten zeggen.

Het zijn niet alleen de gebeurtenissen van de laatste twee dagen die tot ernstige problemen leiden: ook de ontwikkeling van de laatste weken en maanden wezen al in die richting. Aan de ene kant is er de toestand in het Heilige Land zelf - en dan heb ik het over beide zijden - en aan de andere kant dienen we ons af te vragen of we kunnen verhinderen dat Iran een kernwapenprogramma ontwikkelt. Het is mogelijk dat de kring zich sluit: Iran, Syrië, een akkoord tussen Hezbollah en de andere partijen in Libanon en dan een link met Hamas. Dat zou een uiterst gevaarlijke coalitie zijn, en we zullen daar een antwoord op moeten formuleren, niet alleen om de vrede te behouden en terreur te bestrijden, maar ook om onze energievoorziening zeker te stellen.

Mevrouw de fungerend voorzitter, ik ben dankbaar dat ik aan bepaalde onderdelen van de discussie heb kunnen deelnemen. We hebben hier te maken met harde politieke realiteiten, maar we zullen er ook voor moeten zorgen dat er werkelijk een dialoog tussen de verschillende culturen tot stand komt. We mogen niet toestaan dat de fundamentalisten de gematigden - die in alle regio’s nog steeds de meerderheid vormen - overstemmen.

Mevrouw de fungerend voorzitter, ik wil nog een ander punt aanroeren dat in velerlei opzicht van grote betekenis is: de missie van de Europese Unie in de Kongo. Ik zou graag willen weten of daarvoor reeds een mandaat is opgesteld, met details aangaande de inhoud van de missie, het tijdsschema en de plaatsen waar moet worden opgetreden. Verder zou ik graag willen weten of er van de zijde van de Kongolese autoriteiten reeds een officieel verzoek is gedaan voor een dergelijke actie, waarin de Europese Unie zou participeren. Het is voor de besluitvorming hier en elders heel belangrijk dat we weten wat het voorzitterschap en de Hoge Vertegenwoordiger ondernemen om dit mandaat rond te krijgen.

 
  
MPphoto
 
 

  Cecilia Malmström (ALDE). - (SV) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, mevrouw de fungerend voorzitter van de Raad, het is uitstekend dat u de Balkan veel aandacht geeft. Wij hebben er immers allemaal belang bij dat die regio wordt gestabiliseerd en gedemocratiseerd. De EU heeft echt een mogelijkheid om daarbij een belangrijke rol te spelen. Ik wens u beiden succes met uw inspanningen om uw collega’s in de andere lidstaten op hetzelfde hoge ambitieniveau te brengen. U kunt ervan verzekerd zijn dat de liberale fractie achter u staat.

De verschillende initiatieven om de landen met elkaar en met ons te laten samenwerken zijn heel goed. Het is ook een goede zaak dat men uiteindelijk heeft besloten om zich te baseren op de CEFTA, die reeds bestaat en feitelijk functioneert, in plaats van iets nieuws in het leven te roepen, waar eerder sprake van was. Ik vind dat een zeer verstandig besluit. Tegelijkertijd gaat het ook om verschillende landen met verschillende tradities, een uiteenlopende geschiedenis en een uiteenlopend ontwikkelingsniveau. Het is daarom belangrijk om vast te blijven houden aan de boodschap dat al deze landen het lidmaatschap van de Europese Gemeenschap mogen aanvragen, en dat ze dan op basis van hun eigen verdiensten zullen worden behandeld. Men is tegenwoordig in bepaalde kringen ongerust dat wij de landen weer willen samenvoegen en dat ze als één geheel zullen worden behandeld. Volgens mij is die ongerustheid overdreven, maar het is heel belangrijk om volstrekt duidelijk te zijn op dat punt: dat ieder land op basis van zijn eigen verdiensten zal worden behandeld.

Wat de dood van Slobodan Milosevic betreft: hij was een afschuwelijke dictator, verantwoordelijk voor de dood van honderdduizenden mensen en voor een groot deel van de tragedie die zich heeft afgespeeld. Ik betreur het ook dat het proces niet kan worden afgesloten, en volgens mij is hij duidelijk als een nogal zielig figuur gestorven. We moeten nog steeds volstrekt helder zijn over het feit dat Radovan Karadzic en Ratko Mladic moeten worden uitgeleverd, en wel onmiddellijk. Op dat punt zijn geen compromissen mogelijk.

 
  
MPphoto
 
 

  Margie Sudre (PPE-DE). - (FR) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw de minister, mijnheer de commissaris, dames en heren, de ministers van Buitenlandse Zaken van de Unie hebben afgelopen zaterdag het Europees perspectief voor de landen van de Westelijke Balkan geherdefinieerd en aangegeven dat het uiteindelijke doel van het lopende stabilisatie- en associatieproces met deze landen simpelweg toetreding tot de Europese Unie is. Daarmee zijn ze verder gegaan dan de verklaring van Thessaloniki uit 2003, waarin nog gesproken werd over de grote uitdaging van de opneming van de vijf Balkanlanden en hun toetreding op termijn tot de Unie. De Europese afgevaardigden van de UMP delen deze visie en onderschrijven dit perspectief, en ze zijn stellig van mening dat de Europese eenwording zonder de Balkanlanden niet af is. Ze onderschrijven ook het standpunt dat het een lange weg vol obstakels zal zijn, maar wat ze bovenal willen, is dat bij de Balkanlanden, net als bij ieder ander uitbreidingsperspectief, de vragen waar het om gaat helder en duidelijk worden gesteld. Wat zijn die vragen? Ten eerste: is de opnamecapaciteit van de Europese Unie groot genoeg om deze landen op te nemen? Ik breng u in herinnering dat dit een van de criteria van Kopenhagen is, een criterium dat nogal eens vergeten wordt. Het gaat hier om een opnamecapaciteit in financiële en institutionele, maar ook politieke zin. Zijn onze lidstaten en hun bevolking klaar om nieuwe lidstaten in de Unie te ontvangen, en zo ja, wanneer en hoe zou een en ander dan zijn beslag moeten krijgen?

Een tweede kwestie houdt verband met het feit dat een lidstaat van de Unie, Frankrijk, een grondwetswijziging heeft doorgevoerd op grond waarvan voor iedere nieuwe uitbreiding - na de geplande toetreding van Roemenië, Bulgarije en Kroatië - de bevolking geraadpleegd dient te worden. Misschien zijn onze partners daar blij mee, misschien ook niet, maar feit is dat dit de nieuwe institutionele situatie is.

Laatste punt: jarenlang al dringen de Europese afgevaardigden van de UMP aan op een diepgaand debat binnen de Europese Unie over de grenzen van Europa. Het is echt de hoogste tijd dat een dergelijk debat nu eindelijk eens plaatsvindt! We moeten de realiteit onder ogen zien en een weloverwogen keuze maken ten aanzien van de toekomst van de Europese Unie, zowel wat politieke inhoud als wat de geografische grenzen betreft. Dat zijn we aan onszelf verplicht, maar ook aan de landen die bij ons op de deur kloppen. Laten we onze verantwoordelijkheid op dit punt nemen.

 
  
MPphoto
 
 

  Silvana Koch-Mehrin (ALDE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw de fungerend voorzitter van de Raad, ik wil me graag aansluiten bij hetgeen mevrouw Neyts-Uyttebroeck heeft gezegd over het standpunt van mijn fractie met betrekking tot het beleid dat Israël de afgelopen dagen gevoerd heeft. Ik wil echter ook ingaan op wat u over deze overgangsfase heeft gezegd. De EU moet nu een duidelijk signaal geven en uiteenzetten wat de grondslagen voor samenwerking zijn: het afzweren van geweld, het erkennen van de bestaande verdragen en de erkenning van het bestaansrecht van Israël. Dat is van enorm belang, en de EU mag daar niet van afwijken. Ik geloof daarom dat de EU met het voortzetten van de financiële hulp aan de overgangsregering een ernstige fout begaat.

De EU moet humanitaire hulp aan de Palestijnse gebieden geven en de mensen daar helpen, maar mag niet de autoriteiten steunen. Hamas heeft immers het bestaansrecht van Israël niet erkend en geweld niet afgezworen. We zenden zo het verkeerde signaal uit. Hamas heeft nog eens bevestigd dat het de beslissing van de EU om de betalingen voort te zetten beschouwt als een teken dat de EU het beleid van Hamas aanvaardt. Net als voorheen weigert Hamas met Israël te onderhandelen, omdat de beweging het bestaansrecht van Israël niet erkent.

De steun van de zijde van de EU is bedoeld om het vredesproces te bevorderen. Het is dus verkeerd om degenen die het vredesproces de oorlog hebben verklaard te steunen. De EU moet de tot nu gevoerde koers voortzetten en haar belangrijkste onderhandelingsargument - financiële bijstand - niet uit handen geven. Daarom vraag ik u deze kwestie nogmaals te overwegen.

 
  
  

VOORZITTER: JACEK EMIL SARYUSZ-WOLSKI
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 
 

  Bernd Posselt (PPE-DE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw de fungerend voorzitter van de Raad, ik wil u om te beginnen gelukwensen met uw historische prestatie in Luxemburg. Daarmee hebt u weg geëffend voor de toetreding van Kroatië, naast Zwitserland het enige land in Midden-Europa dat nog niet tot de EU behoort. U heeft zich bovendien heel moedig betoond door de aanzet te geven tot verdere discussies over de grenzen van Europa.

Ik wil u verder bedanken voor het feit dat u in Salzburg duidelijk stelling hebt genomen vóór het toetredingsperspectief van de overige landen in Zuidoost-Europa. Ik geloof dat we inderdaad consequent moeten zijn. We mogen niet vergeten dat deze landen in Zuidoost-Europa hoe dan ook Europese staten zijn en dus het recht hebben om volledig lid van de Europese Unie te worden, zodra voldaan is aan al de daarvoor geldende criteria, met inbegrip van ons eigen uitbreidingscriterium.

Ten derde wil ik u graag zeggen dat we - in tegenstelling tot hetgeen mevrouw Koch-Nehrin zojuist gezegd heeft - in Palestina niet alleen humanitaire hulp moeten geven, maar ook hulp bij het bestendigen van het pluralisme. Ik geef toe dat dat veel moeilijker is. De Fatah-staat was corrupt en heel dubieus - een Hamas-staat is echter nog veel dubieuzer. We moeten het vredesproces en het pluralisme met alle middelen die wij hebben steunen. Anders ontstaat er een Iraanse invloedssfeer van de Golf tot aan de Middellandse Zee.

Ten vierde is Iran - met China de oudste grootmacht ter wereld - geen monoliet. Daarom moeten we een harde opstelling combineren met een bepaalde diplomatieke intensiteit. We moeten blijven aandringen op een voortzetting van de gesprekken, hoe onaanvaardbaar de huidige president van Iran ook moge zijn. Iran is meer dan alleen maar z’n president. Het is één van de oudste staten ter wereld en we moeten er als Europeanen alles aan doen om ook hier het pluralisme te bevorderen en te verhinderen dat dit land verwordt tot één uniform en agressief machtsblok.

 
  
MPphoto
 
 

  Ursula Plassnik, fungerend voorzitter van de Raad. - (DE) Mijnheer de Voorzitter, wat de Balkan betreft, geloof ik inderdaad dat dit het goede moment is. Ik begin er ook steeds meer van overtuigd te raken dat mijn besluit om de Balkan tot één van de kernpunten van het beleid van het Oostenrijks voorzitterschap te maken juist is geweest. De tijd was rijp voor een debat over de uitbreiding, en het debat dat we daarover in Salzburg gevoerd hebben is goed verlopen. Ik geloof dat we daarmee een stap voorwaarts hebben gedaan. Het ergste zou namelijk zijn indien wij niets zeiden en actuele onderwerpen niet zouden aanroeren, indien wij ze niet onder de aandacht van de burgers zouden brengen en niet zouden uitleggen waar het om gaat, wat we doen en waarom we het zo doen. Daarom ben ik heel blij met deze discussies. We hebben nu tenminste aandacht kunnen besteden aan de frustraties die de landen van de Westelijke Balkan voelen.

Ik ben het er niet mee eens dat de verklaring van Salzburg niet meer dan een oppervlakkig compromis of zelfs een stap terug is. Daarom vraag ik u de formulering van deze verklaring goed te bestuderen. Ik moge u er in dit verband op wijzen dat het EU-lidmaatschap in de derde alinea uitdrukkelijk wordt genoemd als het uiteindelijke doel, de “ultimate goal in conformity with the Thessaloniki Declaration”. Het gaat er dus om - en dat is bij onze debatten steeds het geval geweest - dat we de toetredingsperspectieven geloofwaardiger en tastbaarder moeten maken, met name voor de bevolking van de landen op de Westelijke Balkan. Dat heeft een weerslag gehad op de onderwerpen die we hebben besproken en de wijze waarop wij die hebben behandeld. Dat is telkens op zeer constructieve wijze geschied.

Wat de Kongo betreft wordt er nu gewerkt aan de precieze formulering van het hoe, wanneer en waar. We werken voor dat doel in de Raad samen met Javier Solana en in overleg met de Kongolese autoriteiten. Het is in ons aller belang dat we hierover zo spoedig mogelijk duidelijkheid verschaffen.

Wat Iran betreft, wordt er nu binnen de Verenigde Naties een diplomatiek gevecht gevoerd. Het gaat er nu inderdaad om, zoals een van de sprekers dat heeft geformuleerd, het gezag van het Internationaal Atoomenergieagentschap te versterken en te werken aan de implementatie van de talrijke afzonderlijke beslissingen op dit gebied.

Ter afsluiting wil ik graag heel beknopt ingaan op de recente ontwikkelingen in Jericho en Gaza. We zijn als voorzitterschap heel bezorgd over de gebeurtenissen van gisteren. We hebben benadrukt dat het heel belangrijk is dat er adequate maatregelen worden genomen om de orde en de rust te herstellen. We hebben gezegd dat het gewelddadige optreden van Israël in Jericho en de daarop aansluitende acties van Palestijnse extremisten er toe kunnen leiden dat de hoe dan ook toch al gespannen situatie in het Midden-Oosten verder zal destabiliseren.

We hebben Israël en de Palestijnse Autoriteit opgeroepen tot zelfbeheersing. Wij hebben beide partijen gevraagd zorgvuldig na te denken over de gevolgen van hun acties. We hebben het nemen van gijzelaars nadrukkelijk veroordeeld en er - zoals staatssecretaris Winkler vandaag ook heeft gezegd - bij de Palestijnse Autoriteit op aangedrongen dat ze al het nodige onderneemt om nu en in de toekomst de veiligheid en bescherming van Europese burgers en gebouwen te garanderen. De steun die wij bereid zijn te geven - en dus ook de humanitaire hulp - kan alleen in een vreedzame context worden verleend. Alle partijen moeten meewerken aan de totstandkoming van zo’n vreedzame context.

 
  
MPphoto
 
 

  Olli Rehn, lid van de Commissie. - (EN) Mijnheer de Voorzitter, zoals ik voor de pauze al zei, zal commissaris Ferrero-Waldner later vanavond het standpunt van de Commissie over het Midden-Oosten, Palestina en Iran toelichten.

Ik zal commentaar geven op het volgende agendapunt, op de kwesties die te maken hebben met de uitbreiding en de opnamecapaciteit. Ik wil ook graag van de gelegenheid gebruik maken om mevrouw Plassnik te bedanken voor haar persoonlijke inzet voor het beleid inzake de Westelijke Balkan. Dat is bijzonder belangrijk geweest en het Oostenrijkse voorzitterschap heeft nieuwe stappen gezet om de integratie van deze regio in de Europese hoofdstroom te bevorderen. Dat is van essentieel belang voor de veiligheid en stabiliteit van geheel Europa en de Unie.

Alle deelnemers aan het debat zien in dat de Westelijke Balkan voor grote uitdagingen staat en dat er vele hervormingen moeten worden doorgevoerd, willen de landen aan de gestelde criteria voldoen.

Ook is het duidelijk dat er consensus in dit Parlement heerst over de absoluut fundamentele rol die de Europese Unie op de Westelijke Balkan speelt en zal spelen via een geloofwaardig toetredingsperspectief. Ook al is het een perspectief voor de middellange tot lange termijn, het moet een geloofwaardig toetredingsperspectief zijn. Dat is de stuwende kracht achter de hervormingen en de basis van onze werkzaamheden op het gebied van veiligheid en stabiliteit.

Vooral met het oog op het proces voor de status van Kosovo moeten we ons allemaal uitermate verantwoordelijk voelen voor de Westelijke Balkan en de stabiliteit van de regio. We moeten het oogmerk van de EU, het streven naar veiligheid en stabiliteit in de regio, niet ondermijnen. Als wij willen voorkomen dat we onze eigen geloofwaardigheid uithollen, mogen wij niet met de linkerhand wegnemen wat we met de rechterhand gegeven hebben. De belangrijkste doelstellingen waaraan we moeten werken, zijn veiligheid, stabiliteit en vooruitgang op de Westelijke Balkan.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Het debat is gesloten.

 
Juridische mededeling - Privacybeleid