Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2005/0042A(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A6-0030/2006

Ingediende teksten :

A6-0030/2006

Debatten :

PV 16/03/2006 - 5
CRE 16/03/2006 - 5

Stemmingen :

PV 16/03/2006 - 9.1
CRE 16/03/2006 - 9.1
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2006)0093

Volledig verslag van de vergaderingen
Donderdag 16 maart 2006 - Straatsburg Uitgave PB

5. Communautair actieprogramma op het gebied van gezondheid (2007-2013) (debat)
Notulen
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. – Aan de orde is het verslag (A6-0030/2006) van Antonios Trakatellis, namens de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid, over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een communautair actieprogramma op het gebied van gezondheid en consumentenbescherming (2007-2013) – Gezondheidsaspecten [COM(2005)0115 – C6-0097/2005 – 2005/0042A(COD)].

 
  
MPphoto
 
 

  Markos Kyprianou, lid van de Commissie. – (EL) Mijnheer de Voorzitter, ik wil allereerst rapporteur en ondervoorzitter Trakatellis van harte gelukwensen met het uitstekende werk dat hij heeft verricht ter voorbereiding van dit verslag. Ik wilde echter eveneens de leden van beide commissies bedanken voor hun voortreffelijke bijdragen aan de bestudering en behandeling van dit programma. Ik verheug mij over het grote aantal sprekers maar ook over de talrijke voorstellen met betrekking tot dit programma. Ik wil eveneens van meet af aan zeggen dat ik het, onder andere omstandigheden, ook niet oneens zou zijn geweest met de inhoud van hetgeen wordt voorgesteld.

Wat de opsplitsing in twee programma’s betreft, hebben wij misschien verschillende benaderingen, maar de voorstellen zijn een verrijking van het programma. Het toepassingsgebied wordt in de aanbevelingen uitgebreid tot een groter aantal sectoren en het programma wordt efficiënter gemaakt. Bovendien – en dit is net zo belangrijk – worden niet alleen de middelen beschikbaar gesteld die de Commissie ter ondersteuning van haar programma heeft gevraagd, maar wordt haar begroting zelfs verhoogd.

Helaas moeten wij in de huidige omstandigheden – en ik heb het met name over de financiële situatie – voorzichtig zijn, en ‘realistisch’, ofschoon ik eigenlijk niet van dit woord houd. De belangrijkste kwestie die momenteel nog onbeslist is, is de uitkomst van de besprekingen over de financiële vooruitzichten. Hierin speelt het Parlement een belangrijke rol. Ik wil hier dan ook melding maken van de steun van het Parlement en de Commissie en hun positieve houding ten aanzien van de financiële versterking van het programma.

Het is een feit dat als het blijft bij het in december in de Europese Raad bereikte compromis, het programma aanzienlijk beperkt zal worden. Voorzitter Barroso heeft reeds een brief gestuurd aan Voorzitter Borrell, waarin hij erop wijst dat als het akkoord van december blijft staan, de middelen voor de sector gezondheid en consumentenbescherming niet alleen onvoldoende zullen zijn, maar in 2007 zelfs geringer zullen zijn dan in 2006. Met andere woorden, er zal voor het Europa van de Vijfentwintig en het Europa van de Zevenentwintig minder geld beschikbaar zijn dan voor het Europa van de Vijftien. Mijns inziens – en dat zegt ook voorzitter Barroso in zijn brief – is een dergelijke gang van zaken niet te rechtvaardigen, vooral in een tijd waarin wij Europa dichter bij de burgers willen brengen. Daarom dringt voorzitter Barroso er bij Voorzitter Borrell op aan dat het Parlement nogmaals inspanningen onderneemt ten behoeve van de samenwerking in deze sector.

Het Commissievoorstel voor dit programma wordt ook weerspiegeld in de desbetreffende begroting. Als echter uiteindelijk de ingrijpende vermindering zal plaatsvinden die ik zojuist heb genoemd, zullen vele activiteiten en sectoren van het voorstel opgegeven moeten worden, want het heeft geen zin om het beschikbare geld op te splitsen in kleine bedragen voor een groot aantal sectoren, waardoor uiteindelijk geen enkele sector efficiënt wordt gesteund.

Daarom moet heel het programma nog eens onder de loep worden genomen en moeten prioriteiten worden vastgesteld. Wij zullen de activiteiten, de initiatieven en de sectoren aanzienlijk in aantal moeten verminderen als wij efficiënt willen zijn in de weinige sectoren die uiteindelijk uitgekozen zullen worden.

Natuurlijk wil ik hier de hoop tot uitdrukking brengen dat tijdens de komende besprekingen deze situatie alsnog wordt rechtgezet, dat men gaat inzien dat dit eigenlijk fout is en dat, gezien de enorme politieke betekenis van zowel het vraagstuk van de gezondheid als dat van de consumentenbescherming, er ten minste een klein bedrag aan het programma moet worden toegevoegd.

Wat de opsplitsing van het programma betreft, heb ik begrip voor de naar voren gebrachte standpunten. Ik weet dat beide commissies de voorkeur zouden hebben gegeven aan een apart programma. Ik begrijp hun argumenten en zorgen, maar desalniettemin zijn wij van mening dat de handhaving van een gemeenschappelijk programma voordelen heeft. Daarmee zullen de middelen beter gebruikt kunnen worden. Zolang het vraagstuk van de financiële vooruitzichten echter niet is opgehelderd, kan de Commissie niet definitief besluiten of zij de opsplitsing al dan niet aanvaardt. Daarom moet de Commissie in het huidig stadium de amendementen verwerpen waarin een opsplitsing in twee programma’s wordt voorgesteld. Zodra wij weten wat de uitkomst is van de besprekingen over de financiële vooruitzichten, zullen wij het vraagstuk opnieuw bekijken. Het Parlement heeft zijn standpunt duidelijk gemaakt en wij hebben daar nota van genomen.

Ik zal wegens tijdgebrek niet verder in detail treden. Ik heb het genoegen gehad om dit programma met de bevoegde commissie te bespreken. Ik wil enkel nog vermelden dat, aangezien er geen tijd is en er zoveel amendementen zijn ingediend, het standpunt van de Commissie ten aanzien van elk amendement schriftelijk zal worden ingediend en ik zou het zeer op prijs stellen als het standpunt werd opgenomen in de notulen van dit debat(1). Ik moet er echter met klem op wijzen dat de verwerping van een aantal amendementen niet betekent dat wij het oneens zijn met de inhoud hiervan, en een groot aantal amendementen wordt trouwens overgenomen. De amendementen die wij verwerpen, verwerpen wij vooral omdat er enerzijds wegens de financiële situatie prioriteiten moeten worden gesteld en anderzijds bij de onder de subsidiariteit vallende vraagstukken niet getornd mag worden aan de bevoegdheden van de lidstaten. Daar komt bij dat wij geen dingen willen doen die reeds onder andere communautaire beleidsvormen en activiteiten vallen.

Tot slot wil ik nogmaals u, mijnheer de Voorzitter, bedanken. Ik zal met aandacht luisteren naar het debat.

 
  
MPphoto
 
 

  Antonios Trakatellis (PPE-DE), rapporteur. – (EL) Mijnheer de Voorzitter, u zult het ongetwijfeld met mij eens zijn dat het probleem van de vogelgriep de Unie en de lidstaten de gelegenheid heeft geboden om gecoördineerd en efficiënt op te treden, en aldus het vertrouwen van de burgers en hun gevoel van veiligheid te versterken. Dit probleem heeft echter ook opnieuw aangetoond hoe waardevol communautair optreden op het gebied van de volksgezondheid is.

Daarom is dit mijns inziens het beste moment voor een dergelijk debat. Er moet steun worden gegeven aan het onderhavig verslag en worden aangedrongen op meer financiële middelen. Het geld is de noodzakelijke grondslag voor de verwezenlijking van de doelstellingen, die samen met de fundamentele acties de voortzetting en tegelijkertijd de verdere ontwikkeling van het vorig programma verzekeren. Daarom moeten doelstellingen en maatregelen met elkaar worden gecombineerd, zoals de bescherming van de burgers tegen natuurlijke, chemische en biologische gezondheidsgevaren, tegen besmettelijke ziekten, enzovoort. Wij hebben een gemeenschappelijk stelsel nodig om ons daartegen te beschermen en op Europees niveau gecoördineerde maatregelen te kunnen treffen tegen een eventuele pandemie, zoals ook uit de actuele problemen met de vogelgriep blijkt.

De bevordering van beleidsvormen die leiden tot gezondere levenswijzen – gezondheidsdeterminanten. Wij moeten omwille van onze kinderen en de volgende generaties levenswijzen bevorderen waarin serieus rekening wordt gehouden met de gezondheidsdeterminanten: juiste voedingsgewoonten, niet roken, sociale en economische omstandigheden zonder buitensporige stress.

Ziektepreventie moet voornamelijk gebaseerd zijn op het aanpakken van de gezondheidsdeterminanten waarvan de invloed op zowel de lichamelijke als de geestelijke gezondheid bewezen is.

Bijdragen aan de vermindering van de incidentie, de morbiditeit en het sterftecijfer van de voornaamste ziekten en vormen van letsel is een aanvullende actie, waarvoor eveneens gecoördineerd en gemeenschappelijk optreden vereist is.

De verbetering van de effectiviteit en efficiëntie van de gezondheidsstelsels: wij moeten de gezondheidsstelsels van de lidstaten gemeenschappelijk onderzoeken en ervoor zorgen dat deze met elkaar verenigbaar zijn. Op die manier zal de effectiviteit voor de burgers worden verhoogd.

Voor iedereen – niet alleen voor diegenen die in de gezondheidssector werken maar ook voor eenvoudige burgers – moet betere informatie en kennis beschikbaar komen, enerzijds ter bevordering van de ontwikkeling van de volksgezondheid en anderzijds om de doelstellingen van het gezondheidsbeleid in ander communautair beleid te integreren.

Een betere medische praktijk is het efficiëntste middel om niet alleen ziekten te bestrijden maar ook verdere achteruitgang van de gezondheidstoestand tegen te gaan. Het behoeft geen betoog dat de financiële kosten geen maatstaf mogen zijn voor de beoordeling van een behandeling. Effectiviteit moet de maatstaf zijn, en die kan op lange termijn ook financieel voordeel opleveren.

Verder wordt de klemtoon gelegd op acties als de invloed van het milieu op de gezondheid en het vergaren van gegevens over de dalende geboortecijfers, de dalende vruchtbaarheid en steriliteit, die een plaag aan het worden zijn in de vergrijzende, toch al door demografische problemen geteisterde Europese samenlevingen. Het vergaren van gegevens en het uitwerken van strategieën voor patiëntenmobiliteit, de verdere ontwikkeling van de elektronische gezondheidskaart, de mechanismen voor de bevordering van orgaantransplantatie, de samenwerking van de Commissie met de lidstaten en met internationale organisaties, zoals de Wereldgezondheidsorganisatie of het Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding, zijn onontbeerlijk om gedachtewisselingen en gezondheidsmaatregelen te bevorderen. Ook voor de lidstaten is een belangrijke rol weggelegd, aangezien een groot deel van de gegevens van hen afkomstig zal zijn.

Daarom is voor mij, mijnheer de commissaris, coördinatie een essentiële en onontbeerlijke factor voor het welslagen van het programma, en ik ben ervan overtuigd dat de open-coördinatiemethode van nut kan zijn bij kwesties rond subsidiariteit, door de strategieën op het gebied van de gezondheid en de gezondheidszorg, zoals mobiliteit van patiënten, te versterken.

Geachte collega’s, ik zou een ellenlange lijst kunnen geven van vraagstukken op het gebied van ziektepreventie en ziektebehandeling. Ik weet echter zeker dat ik niets nieuws zeg als ik zeg dat gecoördineerd optreden noodzakelijk is en gemeenschappelijke maatregelen op Europees niveau gecombineerd moeten worden met de mogelijkheden en het vermogen van de lidstaten om hun efficiëntie te verbeteren. Dit is het, inderdaad, ambitieuze doel van het onderhavig tweede programma. Dit is een volledig programma, want ook de ervaringen die wij hebben opgedaan zijn erin verwerkt, en ik denk dat dit dan ook betere resultaten zal opleveren.

Daarom is het mijns inziens noodzakelijk om amendement 64 te steunen, waarin wordt voorgesteld het bedrag te verhogen, aangezien dit programma meer omvat en anders is dan het door de Commissie voorgestelde programma. Zelfs het beste programma zal immers zonder geld niets opleveren. Daarom wil ik u als rapporteur aanbevelen voor amendement 64 te stemmen. Ik denk dat wij daarmee een boodschap van vastberadenheid sturen aan de Raad, maar tevens de Europese burgers duidelijk kunnen maken dat wij ons echt interesseren voor en bezighouden met hun gezondheid. Dat zal voor hen een boodschap van hoop zijn.

 
  
MPphoto
 
 

  Anders Samuelsen (ALDE), rapporteur voor advies van de Begrotingscommissie. – (DA) Mijnheer de Voorzitter, om te beginnen wil ik de heer Trakatellis bedanken voor zijn uitstekende werk betreffende de zaak die wij vandaag behandelen. Dit is absoluut een van de gebieden waar men werkelijk steun van de hele bevolking kan krijgen. Er wordt veel gepraat over een enigszins defensieve benadering van de Europese samenwerking op dit moment, vooral na de referenda in Nederland en Frankrijk over het Grondwettelijk Verdrag. Uit alle onderzoeken blijkt echter dat er bij de bevolking nauwelijks weerstand te vinden is tegen grensoverschrijdende samenwerking op de specifieke gebieden die wij vandaag behandelen. Daarom vind ik het natuurlijk ook belangrijk om nadrukkelijk onze steun te betuigen aan het werk dat tot nu toe verricht is. Wij steunen de poging om de twee programma’s op te splitsen, en we steunen het streven om een zo goed mogelijke financiële basis voor de programma’s te garanderen.

Ik wil speciaal benadrukken dat het verslag een voorstel van de Begrotingscommissie bevat, dat bedoeld is om ervoor te zorgen dat de Commissie een basisfinanciering kan verstrekken voor telkens twee jaar via netwerk-partnerschapsovereenkomsten. De bedoeling daarvan is dat er zo min mogelijk middelen naar bureaucratie gaan en zo veel mogelijk naar een versterkte inzet op de gebieden waarover we het eens zijn. Met deze woorden wil ik graag nogmaals mijn dank betuigen aan de heer Trakatellis voor zijn grote inzet en de hoop uitspreken dat het werkelijk lukt om een duidelijk signaal af te geven aan de burgers van Europa dat de EU op dit gebied een verschil kan uitmaken in het voordeel van ons allen.

 
  
MPphoto
 
 

  John Bowis, namens de PPE-DE-Fractie.(EN) Mijnheer de Voorzitter, ik kan het verslag van mijn collega van harte aanbevelen en ik ben verheugd over de opmerkingen die hij en de commissaris in hun inleidende verklaringen over de begroting hebben gemaakt. Naar mijn idee dient het Parlement hier terdege nota van te nemen. Op dit moment gaan wij uit van een absurde begroting van 0,15 cent per burger van de EU – dat is het gemiddelde totale bedrag dat wij elk jaar in deze Europese Unie aan de gezondheidszorg uit geven – terwijl wij toch met talloze risico’s, uitdagingen en mogelijkheden op gezondheidsgebied te maken hebben.

Deze week heb ik een aantal iatrogene patiënten ontmoet. De commissaris en mijn waarde vriend, de rapporteur, zullen begrijpen wat dit betekent omdat het een Grieks woord is. Voor de andere collega’s zeg ik erbij dat iatrogene patiënten mensen zijn die een ernstige handicap of grote gezondheidsproblemen hebben als gevolg van incidenten in ziekenhuizen. Dit is ook een van de kwesties die op onze agenda staat met betrekking tot de veiligheid van patiënten en dit onderwerp is tijdens het Britse voorzitterschap terecht op die agenda gezet.

Wij worden geconfronteerd met het probleem van een vergrijzende bevolking. Mensen leven langer – en voor een groot deel in goede gezondheid – maar naarmate ze ouder worden, wordt die gezondheid brozer en worden ze geconfronteerd met alle neurodegeneratieve problemen die een hoge ouderdom met zich meebrengt. Tegenwoordig geven wij meer geld uit aan geneesmiddelen tegen Parkinson dan aan geneesmiddelen tegen kanker.

Wij moeten onze normen verhogen. In de Europese Unie doen wij dat door te omschrijven wat goede normen zijn, niet door ze voor te schrijven. Dat is de weg die wij moeten volgen en dat is ook geen erg dure weg. Zo zijn wij ook bij het screenen op kanker te werk gegaan; eerst onder het Ierse en later onder het Oostenrijkse voorzitterschap. Zo willen wij ook bij diabetes te werk gaan, met name wat het diabetes type-2 betreft. De Commissie zelf is voornemens om iets soortgelijks ook voor een van de grootste uitdagingen van onze tijd te doen, te weten de geestelijke gezondheid. Een op de drie mensen zal waarschijnlijk op een gegeven moment op dat vlak met problemen worden geconfronteerd. Wij mogen dankbaar zijn als wij er tegen die tijd in geslaagd zijn om vooruitgang op dit gebied te boeken.

De begroting is echter een grote zorg. Een van de grootste dreigingen op dit moment is een grieppandemie. En een van dingen die nu het hardst nodig zijn, is een effectief functionerend Europees Centrum voor ziektebestrijding en -preventie. Zoals wij rechtstreeks van de directie hebben kunnen vernemen, heeft dat Centrum een gebrek aan mankracht en geld en is het daardoor niet in staat zijn werk naar behoren te doen als er in de komende maanden of zelfs jaren een pandemie uitbreekt. Daaraan moeten wij dus prioriteit geven, maar dat mag niet ten koste gaan van onze andere activiteiten op gezondheidsgebied. Wij moeten ook tijd, energie en een aantal hulpmiddelen besteden aan het adequaat benutten van de mogelijkheden die zich via de uitspraken van het Europees Hof voor de mobiliteit van patiënten aandienen. Wij moeten ons concentreren op alle ziekten waarover de burgers zich zorgen maken, van ademhalingsaandoeningen en hartziekten tot reumatologische aandoeningen en hersenziekten.

Wij moeten ook het gehele scala aan medische wetenschappen hierbij betrekken, inclusief de nieuwste ontwikkelingen, zoals de alternatieve geneeskunde. Zij kunnen alle een eigen bijdrage leveren. Ik heb onlangs een acupunctuurkuur gehad om de pijn als gevolg van ischias weg te nemen. Ik kan daardoor in iedere geval de effectiviteit van één soort alternatieve geneeskunst garanderen. Ook voor dit aspect van het verslag zou ik dit Parlement om zijn steun willen vragen.

 
  
MPphoto
 
 

  Linda McAvan, namens de PSE-Fractie.(EN) Mijnheer de Voorzitter, allereerst wil ik mij aansluiten bij degenen die de heer Trakatellis feliciteren met het resultaat van zijn werkzaamheden en ook ik wil hem bedanken voor de open en coöperatieve wijze waarop hij dit verslag heeft samengesteld.

Wij weten allemaal dat de EU slechts beperkte bevoegdheden en middelen heeft om maatregelen op het gebied van de volksgezondheid te nemen; wellicht zelfs nog minder middelen dan wij gehoopt zouden hebben. Het is dan ook belangrijk dat wij onze activiteiten richten op gebieden waarop de EU een toegevoegde waarde kan hebben en echt iets kan betekenen. Dat is de reden waarom de PSE-Fractie getracht heeft om duidelijke accenten in het gezondheidsprogramma aan te brengen.

Wij hebben een gezondheidsprogramma nodig dat geïntegreerd is in de gezondheidsstrategie van de Europese Unie. Op dit moment is er sprake van een heleboel ad-hocinitiatieven die vaak op bepaalde voorwaarden door uiteenlopende voorzitterschappen zijn geïnitieerd. Dat is echter niet voldoende: wij hebben een effectieve strategie nodig en wij moeten duidelijk afbakenen welke gebieden door die strategie worden bestreken. Ik vind dat daar in ieder geval de grensoverschrijdende gezondheidsbedreigingen bijhoren; er is al een aantal van die bedreigingen de revue gepasseerd en ook de grieppandemie is in dat verband genoemd. Ten tweede horen hier ook kwesties bij die betrekking op de mobiliteit van patiënten hebben: nu er steeds meer mensen op reis gaan, moeten wij ervoor zorgen dat de problemen met de Europese ziekteverzekeringskaart opgelost worden. Er doen namelijk nog steeds veel mensen een beroep op mij omdat zij problemen met die kaart hebben. Ook zijn er mensen die als ze in het buitenland zijn, gebruik willen maken van de gezondheidszorg via het Europese alarmnummer 112. Wij moeten een einde maken aan de praktijk dat het Hof de regels voor de gezondheidszorg bepaalt; dat is namelijk de taak van de wetgevers. In de derde plaats moeten wij bij het aanpakken van de gezondheidsdeterminanten aandacht besteden aan samenwerking en het uitwisselen van goede praktijken. Zoals de heer Trakatellis al zei, is dat van groot belang. Er wordt op dit vlak veel gelobbyd door organisaties die graag zouden zien dat een bepaalde ziekte of aandoening in het actieprogramma wordt opgenomen. De PSE-Fractie is geen voorstander van het opnemen van een lijst met aandoeningen in het verslag omdat wij van mening zijn dat de nadruk op de gezondheidsdeterminanten moet liggen. Wij willen geen hiërarchische lijst van ziekten en aandoeningen creëren omdat veel van die ziekten en aandoeningen vreselijk zijn voor de mensen die daardoor getroffen worden.

Het zal niet eenvoudig zijn om die nadruk op gezondheid in het gezondheidsprogramma voortdurend vast te blijven houden. Daarvoor hoeven wij alleen maar naar het aantal amendementen te kijken dat voor de plenaire zitting is ingediend – bijna tweehonderd – en naar de vele tegenstrijdige wensen. Het zal echter zeer moeilijk zijn om de Raad en de burgers ervan te overtuigen dat de begroting verhoogd moet worden als in ons programma geen duidelijke prioriteiten worden gesteld. Daarnaast moeten wij kunnen aantonen dat de EU een toegevoegde waarde heeft en dat het niet alleen om een reeks loze verklaringen gaat die op topontmoetingen en conferenties zijn uitgesproken.

De bal ligt nu bij de Commissie. Ik hoop dat zij met een duidelijke gezondheidsstrategie zal komen en dat er in ons toekomstige gezondheidsprogramma duidelijke prioriteiten zullen worden gesteld. Wij zullen amendement 64 steunen omdat wij het noodzakelijk vinden een signaal te geven dat de gezondheidszorg een belangrijke zaak is. Wij weten dat het publiek sceptisch tegenover Europa staat, maar als mensen merken dat wij actie ondernemen op gebieden die zij belangrijk vinden, treden zij Europa straks wellicht iets welwillender tegemoet.

Ik hoop van harte dat wij niet alleen een goede begroting zullen verdedigen, maar ook de nadruk zullen blijven leggen op het stellen van prioriteiten in het programma.

 
  
MPphoto
 
 

  Holger Krahmer, namens de ALDE-Fractie.(DE) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, geachte afgevaardigden, het leeuwendeel van het gezondheidsbeleid valt onder de verantwoordelijkheid van de lidstaten. En daar zijn goede redenen voor. De nationale zorgstelsels worden betaald uit premies en belastingen en zijn op specifieke behoeften toegesneden. Los daarvan is op het gebied van de gezondheidsdiensten en de medische zorg het subsidiariteitsbeginsel van toepassing.

De EU-lidstaten zijn conform artikel 152 van het Verdrag verplicht een hoog niveau van bescherming van de menselijke gezondheid te waarborgen. Daarnaast kan de EU maatregelen nemen om het beleid van de lidstaten te ondersteunen. Af en toe krijg ik de indruk dat de Commissie evenals sommigen van de collega’s het liefst de concurrentie met het nationale gezondheidsbeleid aan zouden willen gaan. De gezondheidszorg stelt ons voor een probleem dat op vele andere beleidsterreinen terugkeert: de makke van Europa is dat het de hoofdlijnen waarop het zich zou moeten bezinnen, zelf niet uit kan voeren. Het resultaat is dat de EU zich aan vele beleidsterreinen vastklampt die in geval van twijfel beter door de lidstaten geregeld kunnen worden en dat ze naarstig over de verschillende landsgrenzen heen regeert.

Daarmee is natuurlijk niet gezegd dat Europa zich verre van gezondheidsbeleid zou moeten houden. De EU zou zich juist op zaken moeten concentreren die een echte Europese meerwaarde hebben en op dit punt kan ik direct aanknopen bij de woorden van de spreekster voor mij: Europa moet vooral werk maken van grensoverschrijdende kwesties die een lidstaat niet zelfstandig kan regelen. Een betere informatie-uitwisseling en een nauwere samenwerking bij de bestrijding van besmettelijke ziekten dienen allerhoogste prioriteit te krijgen. De gezondheidsrisico’s die de vogelgriep met zich meebrengt, maken duidelijk hoe dringend noodzakelijk een grensoverschrijdende coördinatie van gezondheidsmaatregelen is.

Dat geldt ook voor HIV en aids, die vooral in de nieuwe lidstaten een groot probleem vormen. Ondanks een stijgend aantal infecties raakt de ziekte steeds meer op de achtergrond en wordt zij veronachtzaamd.

De EU zou bij de bestrijding van ziekten duidelijkere prioriteiten moeten stellen. Mijn fractie heeft amendementen van een dergelijke strekking ingediend, die ik bij dezen nogmaals wil aanbevelen. Het accent zou op de belangrijkste volksziekten moeten liggen, zoals diabetes, kanker en hart- en vaatziekten. Hier zouden we de beleidsinstrumenten en de beperkte financiële middelen van de EU op moeten concentreren.

Ik zie het niet als onze taak om een boodschappenlijstje op te stellen. We hebben er in de commissie veel over gediscussieerd welke ziekten en welke bestrijdingsmaatregelen voorrang zouden moeten krijgen in het actieprogramma. Laten we consequent blijven in de eisen die we stellen. In zijn resolutie van december 2005 over het werkprogramma vraagt het Parlement expliciet om maatregelen ter bestrijding van diabetes, kanker en hart- en vaatziekten. Het Commissievoorstel aangaande het actieprogramma was te algemeen, te breed van opzet. Het wordt tijd dat we politieke prioriteiten stellen en ons op de meest verbreide ziekten concentreren.

Ik wil het ook nog kort hebben over de begroting en de financiering van ngo’s. Mijn fractie steunt het voorstel van de rapporteur om de begroting voor het actieprogramma te verhogen naar 1,2 miljard euro. Als we echt werk willen maken van de prioriteiten in dit programma, hebben we daarvoor natuurlijk voldoende middelen nodig. Patiëntenplatforms en non-gouvernementele organisaties spelen een steeds belangrijker rol, een rol die financiële ondersteuning door de EU rechtvaardigt. Bij de financiële ondersteuning van ngo’s dienen we echter wel strenge criteria te hanteren en te zorgen voor transparantie. Het kan immers niet zo zijn dat een paar organisaties – net als bij het milieubeleid – zo ruimhartig bedeeld worden, dat ze er als een soort dochtermaatschappij van de Europese Commissie Brusselse kantoren op na houden.

 
  
MPphoto
 
 

  Hiltrud Breyer, namens de Verts/ALE-Fractie.(DE) Mijnheer de Voorzitter, de Fractie De Groenen/Vrije Europese Alliantie is een absoluut voorstander van een afzonderlijk, goed gedoteerd gezondheidsprogramma.

Gezondheid staat nummer een op het verlanglijstje van de Europeanen. Laten we daarom vandaag voor eens en voor altijd duidelijk maken dat de volksgezondheid ook voor ons in het Europees Parlement, in de Europese Unie prioriteit heeft. Natuurlijk is de gezondheidszorg nationaal van opzet, maar over het grensoverschrijdende deel ervan moeten we het samen in Europa hebben. Als er jaarlijks een miljard euro subsidie aan tabak uitgegeven wordt, mag de volksgezondheid ons wel eenzelfde bedrag waard zijn.

Wat de financiering van ngo’s betreft: wij van De Groenen zijn er absoluut voorstander van dat alleen die ngo’s subsidie krijgen, die niet afhankelijk zijn van de industrie. Helaas zijn er tal van ngo’s die zich voor het karretje van de farmaceutische industrie laten spannen, zich als spreekbuis laten gebruiken en uitsluitend bedoeld zijn om reclame te maken voor te dure medicijnen. Dat is niet wat ons voor ogen staat. Wij zijn voor steun aan onafhankelijke ngo’s. U, mijnheer Krahmer, spreekt zichzelf tegen met de eis dat zij ook niet nog eens overheidssteun mogen krijgen. Immers, wat moeten ze dan wel krijgen? Moeten ze dan werkelijk door de farmaceutische industrie gefinancierd en aan de leiband gehouden worden? Dat wil toch niemand! Natuurlijk hebben deze ngo’s ook subsidie nodig om voorlichting te kunnen geven.

Een cruciaal onderdeel is voor ons de ondersteuning van de complementaire en alternatieve geneeswijzen. Het doet mij deugd dat daar al positieve ervaringen mee zijn opgedaan. Miljoenen mensen in de Europese Unie hebben zeer positieve ervaringen opgedaan met complementaire en alternatieve geneeswijzen, waarbij de milieugeneeskunde niet vergeten mag worden. De Europese Unie discrimineert dan ook wanneer zij dit deel van de medische wereld negeert en het nog niet eens een schijnbestaan gunt.

Als het de Commissie ernst is met wat zij onder de naam ‘Lissabon’ uitdraagt, namelijk dat we een innovatieve maatschappij zijn, moeten we de kennis en innovatie in de alternatieve en complementaire geneeskunde benutten, vergroten en toegankelijk maken voor de burgers van de Europese Unie. Dat is echt een cruciaal punt en ik vind dat de Commissie veel te zwaar heeft ingezet op de belangen van de grote farmaconcerns met hun paardenmiddelen. Daar moet nu maar eens een eind aan komen. We moeten ervoor waken een verkapt industrie- en researchbeleid te voeren en ons juist ten doel stellen werkelijke innovatie op gang te brengen. En daarin hoort natuurlijk plaats te zijn voor de complementaire en alternatieve geneeskunde.

Een laatste punt: wij allen doen nogmaals een dringende oproep om elke vorm van discriminatie en genetische selectie te vermijden. Vandaar ook dat we er bij de heer Trakatellis nog een keer op aandringen ons amendement als aanvulling te accepteren, waarin we duidelijk stellen dat er op dit terrein alleen verder gewerkt mag worden in de postnatale fase en alleen dan, als er ook therapieën beschikbaar zijn.

 
  
MPphoto
 
 

  Adamos Adamou, namens de GUE/NGL-Fractie. – (EL) Mijnheer de Voorzitter, geachte collega’s, mijnheer Trakatellis, ik moet u gelukwensen met het inderdaad uitstekende werk dat u hebt verricht voor dit complexe vraagstuk. Ik ben het ten aanzien van een groot aantal vraagstukken met u eens, vooral als u spreekt over de noodzaak van een ruimer financieel kader voor het programma.

Toch kan ik niet instemmen met uw wens om de ziekten die de meeste slachtoffers maken, niet bij de naam te noemen. Die ziekten noemen is heel iets anders dan boodschappenlijstjes maken, zoals de heer Krahmer het formuleerde.

Kanker: een op de vier sterfgevallen is te wijten aan kanker. Een op de drie Europeanen krijgt op een gegeven moment in zijn leven de een of andere vorm van kanker.

Hartziekten: de belangrijkste doodsoorzaak.

Reuma: meer dan 150 aandoeningen en syndromen. Een op de vijf Europeanen wordt chronisch behandeld voor reumatiek of gewrichtsontsteking. Reumatische aandoeningen zijn de op een na meest voorkomende reden voor een bezoek aan de arts. In de meeste landen betreft 20 procent van de eerstelijnszorg reuma. Daarna komen andere ziekten als suikerziekte en psychische stoornissen.

Aangezien de genoemde ziekten een dermate groot percentage van de Europese bevolking treffen en de levenskwaliteit van de Europese burgers rechtstreeks beïnvloeden, ben ik van mening dat deze in het programma bij de naam moeten worden genoemd. Daarom heb ik namens mijn fractie het desbetreffende amendement ingediend – amendement 156 – en ik vraag u daarvoor te stemmen.

Het is een feit dat de welgestelde leden van de samenleving een rechtstreekse en gemakkelijke toegang hebben tot niet alleen de informatie over gezondheidsvraagstukken maar ook de gezondheidsdiensten. Zij zijn op de hoogte van de gevaren en bedreigingen voor hun gezondheid en kunnen tijdig en regelmatig naar de dokter.

De minderbedeelden hebben daarentegen geen rechtstreekse en gemakkelijke toegang tot informatie en moeten bijna altijd heel lang wachten voordat zij gezondheidszorg krijgen. Daarom moeten wij grote inspanningen ondernemen om ervoor te zorgen dat in onze gezondheidsstelsels rekening wordt gehouden met de behoeften van deze groepen en van de organisaties die hen vertegenwoordigen. Wij moeten rekening houden met hun ervaringen en ervoor zorgen dat er gezondheidsstelsels komen die zijn afgestemd op de behoeften van de Europeanen die het slachtoffer zijn van discriminatie en slecht worden behandeld. Daarom heb ik het amendement dat daarover gaat – amendement 157 – ingediend, en ik vraag u daar eveneens voor te stemmen. Tot slot wil ik u, mijnheer Trakatellis, nogmaals gelukwensen met uw inderdaad uitstekend werk.

 
  
MPphoto
 
 

  Johannes Blokland, namens de IND/DEM-Fractie. – Voorzitter, allereerst wil ik collega Trakatellis bedanken voor zijn werk op dit dossier. Het is goed dat hij zich zo inzet voor een verbetering van de volksgezondheid in Europa. Het grootste deel van dit verslag kan ik steunen. Op een drietal punten wil ik echter nog enkele opmerkingen maken.

Allereerst het budget. In amendement 64 wordt dit, hoewel indicatief, substantieel verhoogd. Ik ben van mening dat dit amendement niet op zijn plaats is in dit verslag, omdat de hoogte van het budget niet hier vandaag bepaald wordt, maar afhangt van het resultaat van de onderhandelingen over de financiële perspectieven.

Ten tweede, spreek ik mij uit voor amendement 148 van de EVP-Fractie. Genetische screening kan een waardevolle aanvulling zijn op de huidige diagnosetechnieken, maar alleen als ze daar ethisch verantwoord mee omgaan. We moeten voorkomen dat bijvoorbeeld verzekeraars op grond van het genetisch profiel van een persoon deze a priori gaan uitsluiten van een verzekering.

Als laatste zou ik de aandacht van de commissaris willen vestigen op de zeer bureaucratische wijze waarop de verdeling van het onderzoeksbudget nu plaatsvindt. Mij is gebleken dat een enkele aanvraag duizenden euro's kan kosten. Daarnaast is het voor aanvragers onzeker op welke criteria er uiteindelijk getoetst wordt en op welke gronden aanvragen worden toegekend of afgewezen. Ook is de Commissie naar de aanvragers zeer streng, wanneer het gaat om termijnoverschrijdingen, maar als ze zelf het besluit uitstelt, heeft dat geen consequenties. Dat levert natuurlijk veel frustratie op.

Ik stel voor om te gaan werken met een voortraject waarin aanvragen op een beperkt aantal punten getoetst worden. Vervolgens wordt alleen van de echt kansrijke projecten een volledige aanvraag verlangd. Daarmee wordt de werkdruk bij de Commissie verminderd en kunnen de lasten voor de aanvragers ook aanmerkelijk dalen. Graag hoor ik hier een reactie van de commissaris op.

 
  
MPphoto
 
 

  Liam Aylward, namens de UEN-Fractie.(EN) Mijnheer de Voorzitter, voor de burgers van elk land is de volksgezondheid van essentieel belang en zij is ook duidelijk een zaak voor elke afzonderlijke lidstaat. Een van de grote voordelen voor de lidstaten van de EU is echter dat zij kunnen samenwerken met en gebruik kunnen maken van het kennispotentieel van andere lidstaten. Dat is op elk gebied van belang, maar in dit geval moet samenwerking tussen de lidstaten des te meer worden aangemoedigd als de volksgezondheid, vanwege de omvang of de gevolgen van een gezondheidsprobleem, daardoor beter verwezenlijkt kan worden.

De Ierse regering blijft ernaar streven om de Ierse bevolking zorg van de hoogste kwaliteit aan te bieden, inclusief een adequate, snelle en veilige gezondheidszorg in de juiste setting. Dat wil zeggen een gezondheidszorg die functioneert op een manier die recht doet aan de patiënten, de belastingbetalers en de gezondheidswerkers. De regering streeft ernaar om te zorgen voor professioneel en adequaat personeel, opleidingen, instrumenten en steun om een gezonder leven in een gezondere omgeving te bevorderen.

In de huidige tijd worden wij in Ierland en in de Europese Unie met grote uitdagingen geconfronteerd: hart- en vaatziekten, neuropsychiatrische stoornissen, kanker, spijsverteringsaandoeningen, ademhalingsaandoeningen, aandoeningen van de zintuigen, zwaarlijvigheid en diabetes om er maar eens een paar te noemen. Geen enkel land kan deze problemen alleen aanpakken. De Europese Unie gaat de uitdaging aan haar lidstaten te ondersteunen op het gebied van de volksgezondheid. De Unie maakt daarbij dankbaar gebruik van de ervaring van die lidstaten en hun deskundigen en van de reikwijdte van dit voorstel, dat dankzij de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid vele verbeteringen heeft ondergaan. Sta mij toe om ook de heer Trakatellis te complimenteren met zijn bijdrage aan dit verslag.

Communicatie, onderwijs, toegang tot moderne methoden, het handelen op basis van gedegen medisch advies en het dichten van de kloof die er op het gebied van de volksgezondheid tussen de lidstaten bestaat, zijn op dit punt van essentieel belang.

Meer in het bijzonder, tot slot, ben ik blij met de amendementen over het opnemen van alternatieve geneeswijzen in het programma. Een betere kennis over complementaire en alternatieve geneeswijzen kan er in belangrijke mate toe bijdragen dat burgers meer bewuster en meer verantwoorde keuzes maken met betrekking tot hun gezondheid.

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (NI).(DE) Mijnheer de Voorzitter, veel van de ziekten waar de mensen in Europa tegenwoordig aan lijden, hangen direct of indirect samen met onze levenswijze. We hoeven wat dat betreft alleen maar te denken aan de toename van voedingsgerelateerde ziekten, of aan kwalen die met een tekort aan beweging te maken hebben. We slaan daarom zeker de juiste weg in als we besluiten een gezondere levenswijze te propageren. Het is alleen de vraag of we daar veel succes mee zullen boeken, als we ongeveer 1,4 miljard euro steken in een gezondheidsinformatiesysteem dat slechts dient voor het uitwisselen van gezondheidsrapporten. Want laten we wel wezen: het gros van de ziekten waar de mensen ook hier in Europa aan lijden, komt niet voort uit een gebrekkige toegang tot informatie.

Welbeschouwd begint gezondheid al bij onze levenshouding. Wie veel beweegt en matig, maar natuurlijk eet, blijft gezonder – dat weet een kind. Mensen weten allang wat schadelijk is voor hun gezondheid, ook zonder waarschuwende teksten op pakjes sigaretten, op bier en wijn, snoep en kant-en-klare producten, teksten waarmee de individuele burger, die toch een mondige burger wil zijn, alleen maar betutteld wordt.

Het valt te betwijfelen of dergelijke, zogenaamd afschrikkende maatregelen succesvol zijn en volgens mij zitten burgers daar ook niet op te wachten. Wat wel vaststaat, is dat 66 procent van de mensen, zo blijkt uit een enquête, er voorstander van is om gezond gedrag te stimuleren, bijvoorbeeld door korting op verzekeringspremies te geven bij een regelmatige deelname aan preventieve onderzoeken. Dat is de invalshoek die perspectief biedt en de richting waarin we het moeten zoeken. Daar komt nog een onomstotelijk feit bij: het voorkómen van ziekten zou onze gezondheidszorg ook financieel ontlasten.

 
  
MPphoto
 
 

  Ria Oomen-Ruijten (PPE-DE). – Voorzitter, een goede gezondheid staat bij Europese burgers altijd bovenaan het lijstje van de wensen die zij hebben. Als Europa daaraan kan bijdragen, dan is dat zeer legitiem, neen beter nog, we moeten eraan bijdragen, want we moeten een hoog niveau van volksgezondheid garanderen volgens het Verdrag.

Voorzitter, mijn gelukwensen voor het programma en de rapporteur. De rapporteur heeft een open oog en oor gehad voor de wensen van zijn collega's, terechte wensen van zijn collega's, en de Europese Commissie heeft een goed programma geleverd, een programma dat echter wel nog op een paar punten door het Parlement is verbeterd. Mag ik beginnen met een van die verbeteringen. Uitdrukkelijk is nu vastgesteld dat de inkoop en de levering van gezondheidszorg moeten worden vergemakkelijkt via samenwerking tussen de lidstaten.

Voorzitter, ik kom uit een grensregio waar we in Maastricht een universitair ziekenhuis hebben, waar we in Luik een universitair ziekenhuis hebben, waar we in Aken een universitair ziekenhuis hebben. Als je boven op de Vaalser berg staat – we noemen dat in een Limburg een berg, die is goed 300 meter hoog – dan kun je die drie academische topklinieken bijna zien liggen. Het is toch noodzakelijk en dan gaat kost voor de baat uit, dat er samengewerkt wordt in die regio's, zodat niet al die topvoorzieningen stilstaan en ons allen erg veel geld kosten.

Voorzitter, ik ben dus blij met de uitbreiding van het programma op die grensoverschrijdende mogelijkheden, dat is het eerste punt. Het tweede punt, gezondheidssystemen staan overal onder druk, enerzijds door demografie en anderzijds doordat we meer en dus ook vaak duurdere voorzieningen hebben. Elke lidstaat is bezig met het aanpassen van de zorgsystemen. Waarom moeten we overal het wiel opnieuw uitvinden? Waarom zouden we niet kunnen leren van elkaar? Ook daarvoor moet aandacht komen.

Voorzitter, ten aanzien van de financiering. Kost gaat voor de baat uit. Vogelgriep, het is niet óf, maar wanneer. Als ik dan nu zie – en ook collega Bowis heeft erover gesproken – dat het managementteam van Stockholm voor overdraagbare ziekten zegt: "ik kan niet functioneren in een tijd waarin zo'n calamiteit zich gaat voordoen", dan denk ik dat we met elkaar nieuwe afspraken moeten maken en ik hoop ook dat de Commissie dat doet.

Voorzitter, ook de uitbreiding naar de complementerende alternatieve zorg en voorzieningen vind ik belangrijk in dit programma. Voorzitter, ook ten aanzien van ziekten als kanker, diabetes, Parkinson, moet meer gedaan worden.

 
  
MPphoto
 
 

  Evangelia Tzampazi (PSE).(EL) Mijnheer de Voorzitter, staat u mij toe de heer Trakatellis van harte te bedanken voor zijn samenwerkingsgezindheid.

Het communautair actieprogramma op gezondheidsgebied is een belangrijk document, aangezien het tot doel heeft te zorgen voor efficiënte preventie, betere gezondheidsdiensten en een hogere levenskwaliteit voor iedereen. Dat is ons belangrijkste politieke doel.

De fundamentele prioriteit van het programma is dat ongelijkheden in de gezondheidszorg worden bestreden door de bestaande netwerken op het gebied van volksgezondheid te versterken.

Wat gehandicapten betreft moeten wij rekening houden met het feit dat een handicap geen ziekte of ongeschiktheid is, maar een andere gezondheidstoestand, een toestand waarmee rekening gehouden moet worden bij de uitwerking en toepassing van alle communautaire beleidsvormen en programma’s. Het is van groot belang dat er strategieën worden ontwikkeld en dat er uitwisseling van goede praktijken plaatsvindt, teneinde de gezondheid van mensen met een handicap te kunnen bevorderen, en tegelijkertijd betrouwbare, voor gehandicapten toegankelijke informatie te verschaffen. Gehandicapten behoren immers tot de doelgroepen van het programma. Bovendien moeten wij zorgen voor gelijke toegang tot de gezondheidszorgstelsels.

Een andere fundamentele prioriteit is dat de communautaire acties meerwaarde moeten creëren ten opzichte van de nationale gezondheidsacties, opdat de samenwerking tussen de lidstaten op innovatieve gebieden, zoals medische telematica, kan worden versterkt. Deze acties kunnen gehandicapten nieuwe mogelijkheden bieden om een hogere levenskwaliteit na te streven en tijdige en geschikte toegang tot gezondheidsdiensten te eisen, en tegelijkertijd dragen de acties bij tot het rationaliseren van de uitgaven op gezondheidsgebied.

 
  
MPphoto
 
 

  Georgs Andrejevs (ALDE). (LV) Mijnheer de Voorzitter, geachte dames en heren, allereerst wil ik mijn collega, de heer Trakatellis, feliciteren met zijn uitstekende verslag. In het nieuwe communautaire actieprogramma van de Commissie op het gebied van gezondheid en consumentenbescherming (2007-2013) wordt de nadruk gelegd op de belangrijke rol die de Europese Unie kan spelen bij het terugdringen van het aantal ziekten, meer concreet – en dat wil ik graag onderstrepen – het terugdringen van ernstige ziekten. Het is boven alle twijfel verheven dat hart- en vaatziekten tot de belangrijkste doodsoorzaken in Europa behoren. Elk jaar sterven twee miljoen inwoners van de Europese Unie als een direct gevolg van deze ziekten. De besluiten die door de Raad tijdens het Ierse voorzitterschap zijn genomen, waren – en zijn nog steeds – een goed uitgangspunt voor onze inspanningen om hart- en vaatziekten te voorkomen. Net als veel andere collega’s ben ik dan ook van mening dat hart- en vaatziekten absoluut in dit wetgevingsdocument opgenomen moeten worden. Wij moeten hier geen doekjes om winden. Ik roep mijn medeafgevaardigden dan ook op om de amendementen 142 en 143 te steunen, omdat hierin duidelijk wordt gemaakt welke ziekten als de belangrijkste ziekten in Europa beschouwd kunnen worden en door middel van preventie, screening en behandeling moeten worden aangepakt. Ik dank, u mijnheer de Voorzitter.

 
  
MPphoto
 
 

  Caroline Lucas (Verts/ALE).(EN) Mijnheer de Voorzitter, ik sta zeer positief tegenover het verslag van de heer Trakatellis. Hij heeft uitstekend werk verricht, waarvoor mijn dank en mijn gelukwensen. Ik sluit mij ook aan bij degenen die betreuren dat er op de financiële middelen op het betreffende gebied is bezuinigd. Mijn fractie zal amendement 64 dan ook steunen. Zoals u zich wellicht herinnert, was mijn fractie oorspronkelijk zelfs voorstander van een nog hoger financieringsniveau.

Ik wil opnieuw de aandacht vestigen op een van de essentiële kwesties die hier ook al eerder aan de orde is gesteld en waarover mijn fractie een amendement heeft ingediend. Ik doel hier op de rol van aanvullende en alternatieve geneeswijzen. Inmiddels maken al meer dan honderd miljoen burgers in de EU gebruik van complementaire geneeswijzen en de populariteit van dergelijke geneeswijzen groeit nog steeds. Het vergroten van de kennis van mensen over complementaire en alternatieve geneeswijzen kan er in belangrijke mate toe bijdragen dat burgers meer bewuste en verantwoorde keuzes maken met betrekking tot hun gezondheid. Ik denk dan ook dat het van essentieel belang is dat wij de onmiskenbare voordelen van alternatieve geneeswijzen onderkennen en dat wij deze tak van de geneeskunde uit het verdomhoekje halen en op dezelfde wijze gaan behandelen als de traditionele geneeswijzen.

De grotere aandacht van burgers voor de risico’s van chemische stoffen in de voedselketen, de grotere resistentie tegen antibiotica vanwege het overmatig gebruik ervan en de bezorgdheid over de bijwerkingen van een aantal conventionele geneesmiddelen dragen ertoe bij dat er op grote schaal een herbezinning plaatsvindt over onze levensstijl en over de manier waarop wij weer een gezond leven kunnen leiden. Alternatieve geneeswijzen met een holistische en persoonsgerichte benadering trekken een steeds groter publiek. Het is belangrijk dat wij die ontwikkeling onderkennen. Desalniettemin bestaat er nog steeds een grote kloof tussen het beroep dat mensen op deze behandelmethoden doen en de financiële middelen die voor onderzoek op dit gebied ter beschikking worden gesteld. Het is van cruciaal belang dat wij die kloof dichten.

Ik sluit mij nadrukkelijk aan bij de amendementen over de reële risico’s voor onze gezondheid als gevolg van de milieuvervuiling en bij de amendementen waarin erop wordt gewezen dat Europese burgers dit als een steeds groter probleem zien. Als onderdeel van een preventieve strategie moeten er op dit vlak dringend maatregelen worden genomen.

Zoals mevrouw Breyer al heeft aangegeven, is onze fractie van mening dat de participatie van de civiele samenleving van essentieel belang is voor het formuleren en uitvoeren van een Europees volksgezondheidsbeleid. Ik verwelkom de voorgestelde verhoging van de financiering om die participatie te vergroten. Ik verwelkom eveneens de criteria zoals die in amendement 53 zijn geformuleerd, omdat hieruit duidelijk blijkt dat wij onafhankelijk moeten opereren van sectorspecifieke, commerciële en zakelijke belangen.

Amendement 141 van de liberalen maakt alles echter weer ondoorzichtiger en dat gaat ten koste van de rechtszekerheid die nu juist door amendement 53 wordt gewaarborgd. Daarom verzoek ik mijn collega’s om amendement 141 te verwerpen.

 
  
MPphoto
 
 

  Bairbre de Brún (GUE/NGL).(EN) (Spreekster sprak in het Iers)

Mijnheer de Voorzitter, de huidige bezorgdheid over een eventuele mutatie van de vogelgriep betekent dat de burgers zich realiseren dat het noodzakelijk is dat wij overdraagbare ziekten gezamenlijk gaan aanpakken. Wij moeten tegelijkertijd echter ook onderkennen dat niet-overdraagbare ziekten verreweg de grootste oorzaak zijn van de ziektelasten in onze samenleving en wij moeten onze middelen dan ook gebruiken op die gebieden waar zij het meest effect sorteren.

Ik verzoek dit Parlement om ook het amendement te steunen waarin wordt verzocht om gemeenschappen met een achterstand te betrekken bij het ontwikkelen van het toekomstige gezondheidsbeleid. Wij kunnen niet verwachten dat wij de ongelijkheid in de zorgverlening aan kunnen pakken zonder de actieve bijdrage van de mensen die door hun levenservaring als het ware tot deskundigen op dit gebied zijn uitgegroeid.

Ik steun eveneens de integratie van aanvullende en alternatieve geneeswijzen in het actieprogramma. Daarnaast ben ik er een groot voorstander van om de volksgezondheid en de consumentenbescherming als twee aparte programma’s te beschouwen.

Het communautaire actieprogramma op het gebied van de gezondheid heeft de potentie om ervoor te zorgen dat het gezondheidsbeleid in alle communautaire beleidsterreinen wordt geïntegreerd. De EU verkeert in een uitgelezen positie om de activiteiten in de lidstaten aan te vullen, het effect van andere beleidsmaatregelen op de volksgezondheid te bestuderen, de toegang tot informatie te bevorderen, de vroegtijdige opsporing, beoordeling en melding van risico’s te verbeteren, en aanbevelingen over beste praktijken te doen.

(Spreekster sprak in het Iers)

 
  
MPphoto
 
 

  Urszula Krupa (IND/DEM).(PL) Mijnheer de Voorzitter, als arts zou ik uw aandacht met name willen vestigen op het feit dat de moderne wetenschap de onderliggende psychische oorzaken probeert bloot te leggen van de meeste ziekten die te boek staan als psychosomatisch; dit gaat van zwaarlijvigheid tot hart- en vaatziekten en een te hoge bloeddruk, maar ook auto-immuunziekten en tumoren vallen hieronder. In een kennismaatschappij zou hierover meer informatie beschikbaar moeten zijn, en vooral de Europese wetgevers zouden er meer over moeten horen.

Het communautair beleid zou een belangrijke rol kunnen spelen op het gebied van preventie en bescherming van de volksgezondheid, niet alleen in het geval van de zogeheten beschavingsziekten, maar ook bij psychische stoornissen. Daarbij moet wel de bandeloze levensstijl die zich om God noch gebod bekommert, ingeruild worden voor een levensstijl die gebaseerd is op ethische en morele waarden. Innerlijke rust en een geestelijk evenwicht kunnen immers persoonlijkheidsstoornissen die veroorzaakt worden door psychische aandoeningen en allerlei verslavingen, zoals roken, alcoholisme, drugs en andere zelfdestructieve neigingen, voorkomen.

Er worden enorme sommen geld gestoken in het opvangen van de gevolgen van deze verslavingen. Dit is echter weggegooid geld door het ontbreken van een wettelijk kader. Een soortgelijk probleem zien we bij consumentenbescherming, die vaak blijft steken in mooie woorden, omdat een paar rijken het monopolie hebben op de markt en hun belangen beschermen door een fortuin te besteden aan reclame. Deze stroom manipulatieve informatie zou bestreden moeten worden, op zijn minst door de slogans van de Unie om de grondrechten te eerbiedigen echt in praktijk te brengen.

 
  
MPphoto
 
 

  Irena Belohorská (NI). (SK) Geachte dames en heren, ook ik wil de heer Trakatellis bedanken voor dit uitstekende verslag. Ik ben het volledig eens met zijn idee om het verslag in twee delen op te splitsen, te weten een deel gericht op de bevordering van de volksgezondheid en een ander deel bedoeld voor het verbeteren van de consumentenbescherming in de periode tussen 2007 en 2013. Ook ik heb een aantal amendementen op dit verslag ingediend en ik ben blij dat sommige amendementen zijn aangenomen. Ik doel daarbij met name op het amendement dat ik zelf het belangrijkst vind, namelijk het amendement dat betrekking heeft op de nieuwe lidstaten.

Er is sprake van een aantal opvallende verschillen tussen de stelsels voor de gezondheidszorg in de lidstaten van de EU. Op dit punt lijken de nieuwe lidstaten in het nadeel te zijn omdat zij met grote uitdagingen in de gezondheidszorg worden geconfronteerd en over weinig financiële middelen beschikken om de situatie te verbeteren. Ontoereikende middelen ten behoeve van de gezondheidszorg vormen niet alleen een groot obstakel voor de ontwikkeling van deze landen, maar ook voor de groei van de Europese Unie in haar geheel. Daarom is het noodzakelijk dat de nieuwe lidstaten voor de financiering van programma’s in de gezondheidszorg meer gebruik gaan maken van de structuurfondsen van de EU. Deze mogelijkheid kan voor hen een bron van hoop zijn omdat zij zo de kans krijgen om de kwaliteit van de dienstverlening in de gezondheidszorg te verbeteren.

Helaas valt de gezondheidszorg uit hoofde van het subsidiariteitsbeginsel niet onder de wettelijke bepalingen van de Europese Unie. Dat betekent dat deze sector aan nationale wetgeving onderworpen is. Ik waardeer het echter dat geprobeerd is de bescherming van de veiligheid van patiënten in het verslag te integreren. De problemen waarmee Europese burgers worden geconfronteerd wanneer zij in het buitenland toegang tot diensten in de gezondheidszorg willen krijgen, vormen een belemmering voor het vrije verkeer. Het is dan ook noodzakelijk om de ambigue regelingen betreffende de vergoedingen voor medische diensten duidelijker te definiëren. Europese burgers vinden de huidige bepalingen en uitspraken van het Europees Hof van Justitie onduidelijk en moeilijk te begrijpen. Patiënten zouden baat kunnen hebben bij het opzetten van een database met informatie over dienstverleners in de gezondheidszorg in andere lidstaten. Daardoor zou de situatie van patiënten ontegenzeggelijk worden verbeterd en zouden mogelijk ook de lange wachtlijsten voor bepaalde diensten kunnen verdwijnen.

Daarnaast hebben de massamedia de mogelijkheid om een bijdrage te leveren aan het verbeteren van de gezondheidstoestand van de bevolking. Het zou een goed idee zijn om een aantal “reality shows” te vervangen door programma’s met een attractief format om de aandacht op onderwerpen te richten die verband houden met voeding. Te weinig aandacht voor een gezonde voeding kan uiteindelijk tot zwaarlijvigheid, hart- en vaatziekten en kanker leiden. Gezien de dreiging van mogelijke bioterroristische aanslagen is het op dit moment, met het oog op de staatsveiligheid, eveneens belangrijk de massamedia te stimuleren aandacht te besteden aan onderwerpen op gezondheidsgebied. Als er dan een epidemie uitbreekt, is de bevolking beter op de hoogte van de fundamentele strategieën om een verspreiding van de ziekte zoveel mogelijk te voorkomen. Het is noodzakelijk dat er meer gerichte aandacht aan de volksgezondheid besteed wordt en dat er voor deze sector meer financiële middelen uitgetrokken worden. Wij weten immers allemaal dat de verwezenlijking van de doelstellingen van de strategie van Lissabon zonder een gezonde bevolking niet mogelijk is.

 
  
MPphoto
 
 

  Thomas Ulmer (PPE-DE).(DE) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, geachte collega’s, allereerst wil ik collega Trakatellis hartelijk danken voor de bijzonder prettige samenwerking en zijn uitstekende verslag.

De drie gemeenschappelijke kerndoelen van het EU-beleid op de terreinen gezondheid en consumentenbescherming worden heel helder geformuleerd. Ten eerste, bescherming van de burger tegen risico’s en gevaren waarop het individu geen invloed uit kan oefenen en die door de afzonderlijke lidstaten niet afdoende bestreden kunnen worden. Hier plaatst de tekst een heel duidelijk accent. Ten tweede, vergroting van het vermogen van de burgers om zelf besluiten te nemen waar het hun gezondheid betreft. Ik verwijs hier ook naar het prijzenswaardige initiatief van de Commissie, dat ten doel heeft de beperkingen in het informatiebeleid van de farmaceutische industrie terug te dringen. Ten derde, integratie van het gezondheidsbeleid in andere beleidsterreinen van de Gemeenschap.

Op het gebied van de gezondheid worden in dit verslag drie nieuwe hoofdthema’s geïntroduceerd die verband houden met de nieuwe uitdagingen van onze tijd. Ten eerste de respons op bedreigingen zoals epidemieën – de vogelgriepepidemieën zijn daarvan een actueel en tot de verbeelding sprekend voorbeeld. In de tweede plaats preventie en het beïnvloeden van gedragspatronen; ik noem hier slechts roken, overgewicht, verslaving en gebrek aan beweging als voorbeelden. In de derde plaats de noodzaak van samenwerking tussen de nationale gezondheidsautoriteiten, een samenwerking die op heel wat terreinen nog een stuk beter kan. De subsidiariteit komt daar volgens mij niet mee in gevaar. Ik voorzie juist betere samenwerking, synergetische effecten en een versterking van de subsidiariteit.

Het lijkt mij belangrijk en juist om een scheiding aan te brengen tussen consumenten- en gezondheidsbescherming, aangezien we hier te maken hebben met twee beleidsterreinen die op een verschillende wettelijke basis rusten en dus binnen de Gemeenschap ook verschillende bevoegdheden van de Unie tot gevolg hebben. Persoonlijk verbaas ik mij er wel over wat we in zeven jaar allemaal met 1,5 miljard willen bewerkstelligen. Ik kan slechts hopen dat een groot deel daarvan werkelijkheid wordt, maar laten we niet vergeten dat er in de Bondsrepubliek Duitsland alleen al aan wettelijke sociale premies jaarlijks 180 miljard omgaat.

Ik steun amendement 64 over verruiming van het financiële kader. Dat lijkt mij het minimaal noodzakelijke om überhaupt iets zinnigs te kunnen doen. En dan valt het nog altijd in het niet bij de bedragen die de Gemeenschap in zeven jaar als subsidie voor de tabaksteelt uitgeeft: we hebben het dan over slechts een vijfde van de tabakssubsidies.

In een kaderprogramma kunnen we onmogelijk alle wensen van de burgers en instellingen in Europa vervullen. We hebben geprobeerd daar zo rechtvaardig mogelijk mee om te gaan. Al met al ligt hier volgens mij een grote kans om Europa via gezamenlijke pr-activiteiten weer een stukje dichter bij de burger te brengen.

 
  
  

VOORZITTER: GÉRARD ONESTA
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 
 

  Dorette Corbey (PSE). – Voorzitter, commissaris, collega's, allereerst mijn welgemeende complimenten aan collega Trakatellis. Zijn kennis over gezondheid is een bijdrage aan ons debat. Gezondheid is een belangrijk politiek thema, maar in de eerste plaats is gezondheid een nationale bevoegdheid. Het is terecht dat Europa aandacht besteedt aan de gezondheid, maar Europa moet alleen in actie komen als er een duidelijke toegevoegde waarde is. Commissaris, ik verwacht niettemin veel van uw beleid.

Allereerst hoop ik dat u actief al uw collega's aanspoort tot een gezond beleid. Kijk eens door de ogen van de gezondheid naar de landbouwsubsidies; moeten we echt doorgaan met een subsidie op vet, suiker en tabak? Wat mij betreft kiezen we liever groenten en fruit. Of, commissaris, meng u in het gevecht tussen DG Industrie en DG milieu over luchtkwaliteit, chemicaliën en pleit met kracht voor gezondheid. Dat kost geen geld en dat is een van de belangrijkste diensten die u de Europese burgers kan bewijzen.

In de tweede plaats, voer de strijd tegen ongelijkheid en hier sluit ik aan bij wat gezegd is door mevrouw Belohorská. Burgers van Europa hebben een zeer ongelijke toegang tot adequate behandeling. Kankerpatiënten hebben in sommige landen aanzienlijk meer kans om te overleven dan in andere landen. Behandelingsmethoden verschillen, de toegang tot gezondheid is ongelijk. De kennis van patiënten over hun ziekte verschilt per land. Preventie heeft niet in alle landen de aandacht die ze verdient.

Commissaris, breng kennis bij elkaar. Lidstaten, ziekenhuizen, patiëntenverenigingen, behandelaars kunnen van elkaar leren; breng preventie en behandeling bij elkaar. Ik roep u op vooral geen algemene statistieken te verzamelen over de gezondheidstoestand van de bevolking, maar juist heel praktische informatie te verzamelen ten aanzien van de belangrijkste ziekten zoals kanker, reuma, diabetes, longaandoeningen en natuurlijk hart- en vaatziekten en dan kijken waar verbeteringen mogelijk zijn. Misschien kunt u kenniscentra oprichten en netwerken die een waardevolle bron van informatie voor de behandelaar en patiënten kunnen zijn; op die manier levert de Europese Unie een waardevolle bijdrage.

Collega's, mag ik u tenslotte allemaal oproepen om verklaring nr. 1 te ondertekenen, verklaring nr. 1 gaat over diabetes en is door verschillende collega's ingediend. Wij hebben al 260 handtekeningen, er zijn er nog 80 nodig, dus graag uw handtekening.

 
  
MPphoto
 
 

  Frédérique Ries (ALDE).(FR) Mijnheer de Voorzitter, geachte commissaris, veiligheid en consumentenbescherming zijn twee terreinen – zoals door elke Eurobarometer weer bevestigd wordt – waarvoor de burger meer Europa wil, en daarom gaat mijn dank uit naar onze twee rapporteurs, de heer Trakatellis en voor vanmiddag mevrouw Thyssen, die blijk hebben gegeven van gezond verstand door voor te stellen de twee programma’s te splitsen.

Na deze inleidende opmerking wil ik me aansluiten bij al diegenen die zich samen met professor Trakatellis, samen met u, commissaris, en samen met heel wat anderen hebben uitgesproken voor een ambitieus programma “Gezondheid”, ook al weten we maar al te goed dat we niet de 1,5 miljard euro waarom we gevraagd hebben, zullen krijgen en waarschijnlijk ook niet de uiterst symbolische grens van één procent van de Europese begroting zullen halen. Uiteindelijk moeten we dan ook keuzes maken en pijnlijke offers brengen. Daarom lijkt het me belangrijk dat we onze inspanningen richten op de vijf à zes ziekten waaraan de meeste mensen overlijden in Europa. We moeten dan ook rekening houden met wat de WHO zegt en amendement 142 steunen, dat is ingediend door de liberale fractie, niet bang zijn bepaalde ziekten met naam te noemen en een stapje extra zetten om bijvoorbeeld hart- en vaatziekten en verschillende vormen van kanker te voorkomen, want ambitie wil niet zeggen dat we op te veel fronten tegelijkertijd actief moeten proberen te zijn.

Onze burgers willen dat Europa effectief en transparant is: we mogen ze niet teleurstellen door onze middelen te zeer te versnipperen. Ze vragen ons ook om een luisterend oor en willen gerustgesteld worden, vooral nu. We kunnen het in dit opzicht niet maken het Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding in Stockholm geen fatsoenlijk budget te geven. Laten we immers niet vergeten dat het centrum in 2005 gelanceerd werd, nadat SARS twee jaar geleden bliksemsnel om zich heen had gegrepen! We hebben er dus alle belang bij dat het centrum zijn doelen realiseert nu de vogelgriep op het Europese continent is neergestreken.

Tot slot en ter afsluiting, geachte commissaris, heb ik nog een vraag voor u en ook voor de Raad: hoe gaat u het actieplan gezondheid en milieu financieren en afstemmen op dit nieuwe volksgezondheidsprogramma? We weten allemaal dat Europa zich moet wapenen in de strijd tegen milieuvervuiling die de meest kwetsbaren onder ons treft, zwangere vrouwen, kinderen. De allerjongsten beschermen, dat is ook het Europa van morgen alle kans van slagen geven.

 
  
MPphoto
 
 

  Carl Schlyter (Verts/ALE). – (SV) Mijnheer de Voorzitter, ik wil de heren Trakatellis en Kyprianou bedanken, die uitstekend werk hebben verricht. We bevinden ons echter in een absurde situatie, waarin we vijf keer meer geld aan tabaksteelt uitgeven dan aan de bevordering van de volksgezondheid. Vijf keer meer geld om de gezondheid aan te tasten dan om die te verbeteren.

Wat ik een goede zaak vind, is dat dit verslag zich toespitst op preventieve maatregelen. De middelen zijn zo beperkt dat die slechts voldoende zijn om goede voorbeelden uit te wisselen, informatie te verspreiden en samen te werken. Het grote geld bevindt zich echter op nationaal niveau en daar zal het grote werk plaatsvinden. Wat de amendementen van het Parlement betreft, wil ik met nadruk wijzen op amendement 53, een goed en belangrijk amendement. Omdat er zo weinig geld beschikbaar is, mag dat niet naar organisaties gaan die, al dan niet openlijk, voor de farmaceutische industrie lobbyen. Het is goed dat nauwkeurig wordt gecontroleerd dat dat niet gebeurt.

De amendementen 92 en 144, betreffende gendergelijkheid, zijn tot nu toe nog niet genoemd. Ik vind dat een belangrijk aspect, waar we aandacht aan moeten schenken. Een te groot deel van het geld gaat naar mannen en de gezondheidszorg voor mannen en er gaat te weinig naar de gezondheidszorg voor vrouwen. De grootste inspanning die Europa hier kan verrichten, heeft echter betrekking op gezondheid en handel. De artikelen over volksgezondheid in het Verdrag worden nauwelijks toegepast op het handelsbeleid. Waar is de gezondheidsdimensie in het beleid op het gebied van alcohol? Hetzelfde geldt voor chemicaliën en bestrijdingsmiddelen. Dat zijn de gebieden waar de grote inspanningen moeten worden verricht.

Mijnheer de commissaris, u kunt een eerste aanzet geven tot die totaalvisie door geen goedkeuring te verlenen voor de acht nieuwe bestrijdingsmiddelen die binnenkort op het toneel verschijnen. Die zijn biopersistent, leiden tot endocriene stoornissen en zijn klasse 2 carcinogeen – een omslachtige opsomming van de perfecte redenen om chemicaliën te verbieden. Die kans kunt u nu aangrijpen.

 
  
MPphoto
 
 

  Kathy Sinnott (IND/DEM).(EN) Mijnheer de Voorzitter, ik feliciteer de heer Trakatellis met zijn verslag. Het is belangrijk dat wij nog een keer bevestigen dat de volksgezondheid onder de bevoegdheid van de lidstaten valt. Dat neemt niet weg dat het een goede zaak is dat de EU een manier van leven stimuleert die de gezondheid bevordert en van de lidstaten verlangt dat zij in ieder geval minimumnormen voor de gezondheidszorg hanteren. Dat geldt zeker voor mijn eigen land, Ierland, dat weliswaar over de sterkste economie in Europa beschikt, maar een inadequate gezondheidszorg kent waardoor mensen in risicosituaties terecht komen omdat zij geen beroep kunnen doen op de vereiste primaire zorg.

Diabetes is een goed voorbeeld van een ziekte waarvoor in mijn welvarende kiesdistrict te weinig financiële middelen beschikbaar zijn. Wij beschikken over een halve zorgunit per 250 mensen terwijl er met het oog op een adequate effectiviteit eigenlijk één zorgunit per 50 mensen zou moeten zijn. Ook andere ervaringen met het Ierse gezondheidszorgstelsel hebben mijn evaluatie van dit verslag beïnvloed. Ik zal dan ook een verzoek tot een mondeling amendement indienen dat gericht is op de traceerbaarheid van organen, bloed en weefsel van mensen. De hepatitis-C-schandalen in Ierland hebben immers aangetoond wat de medische gevaren zijn als de bron van de besmetting niet getraceerd kan worden. In een ander Iers schandaal met menselijke organen werden dode kinderen routinematig van organen ontdaan zonder dat hun ouders dat wisten of toestemming daarvoor hadden gegeven. Dit illustreert weer eens dat die traceerbaarheid ook ethisch gezien noodzakelijk is om ervoor te zorgen dat menselijke producten op een legitieme manier worden verkregen.

Ik sluit af met de opmerking dat Europa een rol moet spelen bij het bevorderen van de gezondheid. Ik ben echter van mening dat communautaire fondsen niet gebruikt moeten worden om de belangen van winstgevende bedrijfstakken in de gezondheidszorg te bevorderen; die beschikken namelijk over meer dan voldoende middelen om hun eigen belangen te behartigen.

 
  
MPphoto
 
 

  Zuzana Roithová (PPE-DE).(CS) Mijnheer de Voorzitter, ik wil de heer Trakatellis, de rapporteur en lid van de Fractie van de Europese Volkspartij (Christen-democraten) en Europese Democraten, complimenteren met het werk dat hij aan dit verslag heeft besteed, en waarover het Parlement heeft meegepraat. Ook de burgers en de zorgverleners omarmen het nieuwe actieprogramma waarover dit debat gaat. Het belangrijkst is dat, volgens het verslag, politici en zorgmanagers zullen samenwerken bij het uitstippelen van de route om problemen op te lossen die de grenzen van de lidstaten overschrijden. Het verslag plaveit de weg voor een moderne strategie, met name met betrekking tot de coördinatie van activiteiten, maar helaas gaat dit niet gepaard met een gepaste financiering uit Europese middelen, nu de Raad flink heeft gesneden in de begroting van de EU. Er blijft nog veel werk te doen voor de Europese Unie, en dat geldt vooral voor de taken die de afzonderlijke lidstaten niet zelf kunnen vervullen. Niet alleen transnationale overdraagbare aandoeningen zoals HIV/aids en griep dienen te worden bestreden, maar ook drugsverslaving en ziekten die zijn gerelateerd aan de levenswijze. Het Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding is speciaal hiervoor opgericht, in combinatie met nationale referentielaboratoria. Dat hierop wordt bezuinigd, is geen goed nieuws en het geeft aan dat de politieke elite van de EU en sommige afgevaardigden in dit Parlement tekortschieten in het stellen van de juiste prioriteiten.

Graag wil ik nog een ander probleem aanstippen. De moderne geneeskunde zorgt ervoor dat mensen langer leven met meer levenskwaliteit, maar de kosten hiervan lopen steeds verder op – tot 60 à 90 procent van de overheidsbegroting. Hoe hoger de financiële bijdrage van de Gemeenschap aan de gezondheidszorg, hoe minder verantwoordelijkheid individuele burgers voor hun gezondheid nemen. Dat blijkt wel in landen waar de gezondheidszorg centraal werd bestuurd en volledig was gereguleerd, waar beslissingen werden genomen over de gezondheid van de patiënt en daarmee ook over de kosten van de bewuste behandeling zonder dat de patiënt erbij werd betrokken. Hoewel er bepaalde hervormingen ten uitvoer zijn gelegd, hebben die geleid tot een minder effectief systeem en duurdere diensten; patiënten, artsen en politici laten oude ideeën en gewoonten maar moeilijk los. Daarom zou ik willen zeggen dat er in geen geval bezuinigd mag worden op programma’s die tot doel hebben cliënten van de gezondheidszorg beter te informeren en het systeem compatibel te maken. Deze middelen worden uiteindelijk dubbel en dwars terugverdiend.

Verder heb ik een onbehaaglijk gevoel over de effectiviteit van bepaalde richtlijnen – die cruciaal heten te zijn voor de bescherming van gezondheid en milieu – die we, dom genoeg, hebben aanvaard. Ik ben bang dat het doel in sommige gevallen is om bepaalde industriële pressiegroepen tevreden te stellen en dat er niet voldoende geld wordt uitgegeven aan de gezondheid van de burger. Daarom doe ik een beroep op de Commissie om een groter deel van de begroting toe te kennen aan een analyse gebaseerd op empirische gegevens. Op die manier kan onze besluitvorming over richtlijnen op meer verantwoorde wijze plaatsvinden en kunnen we meer te weten komen over het werkelijke effect op de volksgezondheid, over de economische kosten en uiteindelijk ook over de uitwerking op de Europese economie. Om die reden steun ik ook amendement 64.

 
  
MPphoto
 
 

  Anne Ferreira (PSE).(FR) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, geachte collega’s, allereerst wil ik, zoals andere collega’s reeds hebben gedaan, mijn instemming betuigen met het besluit om de aspecten gezondheid en consumentenbescherming van het communautaire actieprogramma op het gebied van gezondheid en consumentenbescherming niet samen te voegen.

Afgezien van het feit dat de bevoegdheden van de Europese Unie op deze twee terreinen uiteenlopen, kan gezondheidsbeleid niet worden beschouwd als consumptiegoed.

Ofschoon ik de invoering van “e-health” een warm hart toedraag, mag dit niet worden gebruikt als een verkapte manier om een voorlichtingsbeleid te testen.

Ik ben de heer Trakatellis erkentelijk dat hij heeft voorgesteld de begrotingsmiddelen voor dit programma fors te verhogen, hetgeen noodzakelijk is om onze doelen en onze acties tot een goed einde te brengen. Meer financiering was welkom geweest gezien de uitdagingen die ons te wachten staan, maar we hebben tot op zekere hoogte al reden tot tevredenheid als de Raad ermee instemt de begrotingsmiddelen voor gezondheid te verhogen in het kader van de financiële vooruitzichten 2007-2013.

Ik wil de nadruk leggen op twee prioriteiten. Ten eerste moeten we de samenwerking en de coördinatie op het gebied van gezondheid verbeteren om sneller te kunnen inspelen op grensoverschrijdende bedreigingen van de volksgezondheid. Was dit het geval geweest, dan hadden we de opmars van de chikungunya-epidemie eerder een halt kunnen toeroepen. Dit moet voor de Europese Unie, de lidstaten en de farmaceutische laboratoria aanleiding zijn een bewakings- en onderzoekssysteem te ontwikkelen voor dit soort ziekten, die dan misschien zeldzaam zijn op het niveau van de wereldbevolking, maar op lokaal niveau rampzalige uitwerkingen hebben.

Tweede prioriteit: om het doel van een betere gezondheid voor alle Europeanen te verwezenlijken, moeten we nagaan welke invloed ecologische en sociale leefomstandigheden hebben op onze gezondheid. Om bepaalde aandoeningen beter te kunnen behandelen, moeten we de oorzaken ervan wegnemen. Iedereen weet dat kwetsbare en kansarme mensen vatbaarder zijn voor bepaalde ziekten dan andere. We moeten de zwaksten te hulp komen.

Wanneer de lidstaten snel vooruitgang zouden boeken op deze twee terreinen, dan zouden onze burgers zich iets meer beschermd voelen door de Europese Unie.

 
  
MPphoto
 
 

  Marios Matsakis (ALDE).(EN) Mijnheer de Voorzitter, ik feliciteer de heer Trakatellis met zijn verslag, dat zoals verwacht van uitstekende kwaliteit is. De bescherming tegen ziekten door preventieve maatregelen is een belangrijk aspect van het gezondheidsprobleem in de EU. De drie belangrijkste bronnen van een slechte gezondheid waartegen preventieve actie mogelijk is – tabak, buitensporig alcoholgebruik en een slechte voeding – zijn elk jaar verantwoordelijk voor het vroegtijdig overlijden van miljoenen Europese burgers. Roken is van die drie de grootste boosdoener omdat wordt aangenomen dat tabak een rol speelt bij de dood van één op de drie mensen die roken. Er overlijden veel meer mensen als gevolg van roken dan door drugsverslaving, verkeersongelukken en HIV-infecties bij elkaar. Nu tabak aan zoveel mensen het leven kost, kunnen wij niet om de vraag heen of wij in er de praktijk wel echt genoeg aan doen om onze burgers te helpen bij het stoppen met deze zelfvernietigende verslaving. Ik denk van niet.

Ten eerste blijven wij de tabaksteelt in de EU subsidiëren. Zoals veel collega’s al eerder hebben gezegd, is dat absoluut onverstandig. Ten tweede bieden wij de steeds machtiger wordende multinationale tabaksproducenten nog steeds de mogelijkheid om te lobbyen, waardoor zij ongestoord belangrijke besluitvormingscentra kunnen beïnvloeden; zij kunnen in ieder geval ongestoord lobbyen bij de afgevaardigden van dit Parlement. Ten derde lopen wij achter bij het ten uitvoer leggen van een effectieve voorlichtingsstrategie. Zo zetten wij afschrikwekkende waarschuwingen op pakjes sigaretten waar niemand meer aandacht aan besteedt, terwijl de tabaksfabrikanten populaire filmsterren betalen om in films te roken.

Wij hebben ook geen gestructureerde voorlichtingsprogramma’s in scholen om het roken tegen te gaan. Wij bouwen wel dure ziekenhuisafdelingen om patiënten te behandelen die aan ernstige ziekten lijden als gevolg van dat roken. Tegelijkertijd staan wij toe dat veel artsen die op die afdelingen werken in het openbaar in ziekenhuizen mogen roken waardoor zij het slechtst denkbare voorbeeld geven. Veel lidstaten geven geld uit aan dure afdelingen voor de behandeling van ziekten die door roken zijn veroorzaakt, maar zij geven geen geld uit om rokers programma’s te laten volgen om van dat roken af te komen voordat het te laat is. Tot slot laten veel lidstaten de passieve rokers, zowel op het werk als in recreatieve omstandigheden, aan hun lot over ten gunste van de rokers.

Wellicht is de tijd nu aangebroken, nu wij een commissaris voor volksgezondheid hebben die sterk tegen roken gekant is, om de dood en verderf zaaiende tabaksreuzen op grote schaal de oorlog te verklaren en redelijk optimistisch te zijn over de vraag wie er als overwinnaar uit de strijd zal komen.

 
  
MPphoto
 
 

  Avril Doyle (PPE-DE).(EN) Mijnheer de Voorzitter, sta mij toe om allereerst op te merken dat ik mij volledig aansluit bij alles wat de vorige spreker heeft gezegd; ik zal het niet allemaal herhalen, maar petje af! Daarnaast wil ik de heer Trakatellis bedanken voor zijn uitstekende verslag. Ik wil ook de commissaris bedanken voor het feit dat hij vanochtend tegenover ons zo openhartig is geweest door te verklaren dat het communautaire actieplan op het gebied van de gezondheid eigenlijk nu al weer herzien dient te worden als het effectief wil zijn. Door die herziening kunnen wij namelijk op bepaalde gebieden prioriteiten stellen omdat wij anders in een “boekhoudkundige warboel” terechtkomen, zoals hij dat noemde. Het moet mij echter wel van het hart dat dit eigenlijk een beschamende vertoning is.

In het EG-Verdrag is de volgende verklaring opgenomen: “Bij de bepaling en de uitvoering van elk beleid en elk optreden van de Gemeenschap wordt een hoog niveau van bescherming van de menselijke gezondheid verzekerd.” Het onderhavige verslag betekent een belangrijke stap op weg naar de verwezenlijking van het recht op bescherming van de gezondheid dat elke burger krachtens het Handvest van de grondrechten toekomt.

Hoewel de volksgezondheid onder de bevoegdheid van de lidstaten valt, kan de Europese Unie hieraan een meerwaarde geven en de activiteiten van de lidstaten aanvullen door niet alleen een coördinerende rol te vervullen – iets wat dringend noodzakelijk is – maar door ook de broodnodige modellen van beste praktijken te inventariseren zodat wij van elkaar kunnen leren en “centres of excellence” kunnen creëren. De EU kan ervoor zorgdragen dat het benodigde platform voor een gezamenlijke aanpak door de lidstaten wordt gecreëerd door het gezondheidsthema in alle communautaire beleidsgebieden te integreren, door het uitvoeren van uitgebreide gezondheidseffectrapportages en uitgebreide evaluaties van alle EU-wetgeving en door het bevorderen van een gezonde levensstijl.

Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie was in 2000 het aantal mensen met een te hoog gewicht voor het eerst in de geschiedenis gelijk aan het aantal mensen met een te laag gewicht – meer dan één miljard mensen hadden overgewicht, waarvan er driehonderd miljoen aan zwaarlijvigheid leden. Deze situatie heeft enorme gevolgen voor het sterftecijfer. In dit verband is het onontkoombaar dat wij een preventieve aanpak stimuleren en ik ben dan ook verheugd over een aantal recente initiatieven van de Commissie op dit gebied.

De meer algemene gedragsmatige, sociale en omgevingsfactoren die bepalend zijn voor de gezondheid kunnen op communautair niveau optimaal worden aangepakt via een holistische in plaats van een gefragmenteerde benadering. Indien alternatieve geneeswijzen wetenschappelijk onderbouwd zijn, moeten zij opgenomen worden in het communautaire actieprogramma op het gebied van gezondheid.

De Europese Gemeenschap verkeert in de optimale omstandigheid om transnationale gezondheidsproblemen te bestrijden, zoals de bedreigingen als gevolg van epidemieën van besmettelijke ziekten en voedselgerelateerde incidenten. BSE, SARS en de recente bezorgdheid in verband met de vogelgriep hebben, tot onze schade en schande, de noodzaak onderstreept van een proactieve, preventieve gecoördineerde actie op het gebied van de gezondheid.

De oprichting van communautaire gezondheidsagentschappen zoals het Europees Centrum voor ziektebestrijding en -preventie en de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid, is een toe te juichen en noodzakelijke ontwikkeling voor het aanpakken van de gezondheidsbedreigingen. Deze instanties kunnen echter niet adequaat functioneren als er geen duidelijk beleid op communautair niveau is. Daarnaast moeten zij over voldoende middelen kunnen beschikken om dat beleid ook uit te kunnen voeren. Als het benodigde geld niet in de begroting wordt vastgelegd en er dus geen preventieve strategie uitgevoerd kan worden, kunnen de consequenties, zowel financieel als anderszins, veel groter zijn. Het is onaanvaardbaar en, eerlijk gezegd, onverantwoord als een EU van 25 lidstaten minder geld beschikbaar zou stellen dan de oude EU met 15 lidstaten.

Zou de commissaris ons tot slot kunnen vertellen waar onze richtlijn voor de gezondheidsdiensten is gebleven en wanneer wij over een ontwerpvoorstel kunnen beschikken?

 
  
MPphoto
 
 

  Karin Jöns (PSE).(DE) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, geachte afgevaardigden, ook ik dank de heer Trakatellis hartelijk voor zijn voortreffelijke verslag. Het valt inderdaad niet mee om zo goed mogelijk tegemoet te komen aan alle gerechtvaardigde verlangens en tegelijk ook consequent te blijven. Zo betreur ik dat kanker in het nieuwe gezondheidsactieprogramma niet meer uitdrukkelijk als prioriteit wordt genoemd.

Maar, beste collega, het is meer dan terecht dat u er in uw verslag op wijst dat er voor alle doelen die we ons gesteld hebben natuurlijk ook voldoende middelen moeten zijn. Dat is op dit moment nog lang niet het geval, om er nog maar van te zwijgen dat we vandaag het Commissievoorstel voor een communautair actieprogramma op het gebied van gezondheid en consumentenbescherming als volledig onacceptabel van de hand zullen wijzen.

De burger verlangt ook in het volksgezondheidsbeleid meer en niet minder bescherming van Europa. Bij de door u genoemde prioriteiten voor Europees beleid staat gezondheidsbeleid op een vierde plaats. Alleen daarom al is het dringend geboden dat er weer een zelfstandig gezondheidsactieprogramma komt.

Het is mij een raadsel hoe de Commissie zelf al zo’n laag begrotingsbedrag kon voorstellen, waar de Raad vervolgens nog onder is gaan zitten. We proberen hier dus twee kardinale fouten te herstellen: we willen twee afzonderlijke programma’s en we willen meer geld. Dat zeg ik vooral tegen de Raad. Als de door u verlangde bezuiniging door zou gaan, zou dat betekenen dat uiteindelijk 27 landen het moeten doen met nog maar een derde van het tot nu toe geldende begrotingsvolume. Dat zou dan wel betekenen dat we noch zouden kunnen voorzien in de primaire en secundaire preventie van bepaalde ziekten, noch in de dringend noodzakelijke bescherming tegen de dreiging van ziekten die samenhangen met de globalisering.

 
  
MPphoto
 
 

  Frederika Brepoels (PPE-DE). – Voorzitter, mijnheer de commissaris, collega's, uiteraard wil ook ik allereerst rapporteur Trakatellis feliciteren voor zijn schitterend verslag, maar vooral ook voor het feit dat hij steeds een luisterend oor had voor alle collega's, die uiteindelijk ook graag hun bezorgdheden vertaald zagen in het verslag. Het is een zeer belangrijk verslag, omdat het de communautaire actieprogramma's op het vlak van de volksgezondheid formuleert voor de komende zes jaar, die niet door de lidstaten afzonderlijk kunnen worden ingevuld. Ik denk dat ik mag zeggen dat de rapporteur er perfect in geslaagd is om voor een dergelijk omvangrijk en ook gevoelig gebied, dat volksgezondheid toch is, alle relevante en specifieke aspecten aan bod te brengen.

Ik ben in het bijzonder heel blij dat voor het eerst ook in de mogelijkheid wordt voorzien om de aanvullende en alternatieve geneeskunde op te nemen in de acties, waardoor de burger meer doordachte en verantwoorde keuzes kan maken in verband met zijn eigen gezondheid. Ik besef maar al te goed dat alternatieve geneeswijzen nog al te vaak op hoongelach worden onthaald, maar de vele mensen die er baat bij ondervinden, getuigen natuurlijk van het tegendeel. En nochtans noemt de Europese Commissie zelf een cijfer volgens hetwelk niet minder dan 30% van de bevolking en enkele honderdduizenden artsen en therapeuten hierom vragen.

Een betere kennis van die aanvullende geneeskunde voor onze volksgezondheid zal een belangrijke stap vooruit betekenen. Ik ondersteun ook ten zeerste dat het probleem van het organentekort overal in de Unie wordt aangepakt; zowel het opzetten van gemeenschappelijke platforms voor donoren en ontvangers, als het ontwikkelen van activiteiten ter verbetering van de veiligheid en de kwaliteit van organen kunnen hierbij helpen.

Als lid van de Milieucommissie wil ik vooral de effecten van milieufactoren op de gezondheid benadrukken. Al te vaak blijven mensen in het ongewisse over bijvoorbeeld de impact van blootstelling aan bepaalde giftige stoffen. Het aanleveren van eenduidige informatie, gesteund op wetenschappelijk onderzoek, zou veel menselijk leed kunnen voorkomen en ook misverstanden vermijden.

Zowel op het vlak van preventie, detectie, sensibilisering als van informatie bij ernstige ziekten worden in het actieprogramma specifieke maatregelen voorzien. Als lid van het pas opgerichte MAC, hier in de schoot van het Parlement, de MEPs against Cancer, kan ik deze concrete stappen alleen maar toejuichen. Maar een punt ligt mij nog op mijn lever en ook bij vele andere collega's.

Zolang er geen overeenstemming is bereikt over de financiële vooruitzichten voor de volgende periode blijft dit actieprogramma natuurlijk dode letter. Nochtans zijn de noden groot, de ambities zijn zelfs nog groter en het Parlement zal er in de volgende maanden dus nauw op moeten toezien dat de nodige middelen ook daadwerkelijk ter beschikking komen.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  Lidia Joanna Geringer de Oedenberg (PSE). – (PL) Mijnheer de Voorzitter, ondanks het feit dat gezondheidszorg onder de bevoegdheid van de lidstaten valt, zou de Europese Unie, in het belang van heel de Gemeenschap, optimaal gebruik moeten maken van de mogelijkheid om de maatregelen van de lidstaten aan te vullen. Het is dan ook onaanvaardbaar dat er in de begroting voor de komende jaren gesnoeid wordt in gebieden die bepalend zijn voor de levensstandaard van de burger, zoals gezondheidszorg.

De Europese Unie kan en moet zich inzetten voor de bescherming van de gezondheid en veiligheid van haar burgers, met name omdat de contrasten tussen de lidstaten op het gebied van gezondheidszorg sinds de laatste uitbreiding alleen maar groter zijn geworden. De grote verschillen in de gemiddelde levensverwachting, de gezondheidstoestand en de toegang tot gezondheidszorg houden nauw verband met het ontwikkelingsniveau van de afzonderlijke landen.

Het nieuwe programma ter bescherming van de gezondheid dat de gezondheid van de burger in algemene zin zou moeten verbeteren en waar ook een preventieve werking, in de ruimste zin van het woord, vanuit zou moeten gaan, zou deze verschillen moeten uitvlakken. Nu is het vooral zaak de ongelijkheden in de toegang en de kwaliteit van de gezondheidszorg in de lidstaten weg te werken door vergelijkbare normen in te voeren en de stelsels voor gezondheidszorg in de lidstaten transparanter te maken. Het nieuwe programma zal vooral zijn nut kunnen bewijzen in het geval van een grensoverschrijdende bedreiging van de volksgezondheid. Dan kunnen er gezamenlijke strategieën en maatregelen worden uitgewerkt om, met het oog op de gezondheid en de veiligheid, eventuele bedreigingen te elimineren, de economische belangen van de burger in verband met gezondheid te bewaken en de kosten van de gezondheidszorg voor de burger te verlagen. Een betere doorstroming van informatie over reeds beschikbare medische zorg en de mogelijkheden voor terugbetaling van de kosten op het grondgebied van de Europese Unie zal tot een grotere mobiliteit van patiënten en gezondheidsspecialisten leiden, zoals de auteur van dit bijzonder belangrijke verslag, de heer Trakatellis, terecht opmerkt.

 
  
MPphoto
 
 

  Christofer Fjellner (PPE-DE). – (SV) Mijnheer de Voorzitter, ik heb mij diverse malen uitgesproken over het gezondheidsprogramma van de Commissie en ik heb de nodige kritiek geuit, maar ik vind het resultaat heel goed en daarvoor wil ik zowel de heer Kyprianou als de heer Trakatellis bedanken.

Dat gezondheid primair een aangelegenheid voor de lidstaten is, was voor mij een vanzelfsprekendheid. Het verheugt mij dat de meerderheid van het Parlement dezelfde opvatting heeft. Wat wij op EU-niveau doen, moet een meerwaarde voor de patiënten geven. In dat verband zijn er drie elementen waarbij ik betrokken ben geweest en waarvoor ik heb gestreden en die ik vandaag speciaal wil benadrukken. Allereerst is dat het uitgangspunt van dit verslag. Dat is – en moet altijd zijn – dat de eigen betrokkenheid van het individu bij zijn eigen gezondheid het belangrijkste is. Daarom moeten wij politici, in de gezondheidszorg en in de inspanningen voor de volksgezondheid, de burgers – ook als die toevallig ziek zijn – als volwassen mensen beschouwen, met rechten en plichten. Met het recht om over hun eigen leven en hun eigen gezondheidszorg te beslissen. We mogen nooit vergeten dat onze eigen betrokkenheid bij onze eigen gezondheid altijd de beste medicijn is. Daarom is het ongelukkig dat de sociaal-democraten de passages willen schrappen die bedoeld zijn om de eigen betrokkenheid bij de eigen gezondheid te bevorderen.

Als leden van het Europees Parlement moeten wij ook het vrije verkeer in en tussen landen gemakkelijker maken, zodat iedereen de behandeling en de zorg kan zoeken waar hij of zij zelf het meest in gelooft. Op dit moment is er het minst sprake van vrij verkeer in de EU voor degenen die er het meest behoefte aan hebben, namelijk de patiënten. Voor hen worden de grenzen in Europa tot kleine Berlijnse muren, die hun behandelingsmogelijkheden in de weg staan. Voor hen kan het vrije verkeer een kwestie van leven en dood zijn. We moeten niet denken dat de belangrijkste aspecten van de goede samenleving kunnen worden gereguleerd en georganiseerd met planeconomie, een economisch model dat zich zo duidelijk heeft bewezen als het model met de rampzaligste gevolgen voor creativiteit en een gezonde staatshuishouding. We moeten meer keuzevrijheid en meer vrijheid van verkeer hebben.

We moeten ons ook inspannen om ervoor te zorgen dat wij als besluitvormers, uitvoerders en vooral als gebruikers een betere toegang krijgen tot informatie van de gezondheidsdiensten. We moeten de resultaten kunnen vergelijken en niet, zoals op dit moment, alleen de kosten. Dat is niet alleen nodig om van elkaar te kunnen leren, maar ook opdat de gebruikers gebruik kunnen maken van de vrijheid van verkeer en de keuzevrijheid die het Europees Hof van Justitie ze heeft gegeven. Dat is in het voordeel van de patiënten in Europa.

Zo ongeveer tot de Tweede Wereldoorlog was men een slachtoffer als men in contact kwam met de gezondheidszorg. Men was vaak gezonder voordat de dokter werd geroepen dan erna. Door de ontwikkeling van behandelingsmethoden en de komst van medicijnen zijn wij patiënten in onze gezondheidszorgstelsels geworden. Ik ben er echter van overtuigd dat wij in de nabije toekomst consumenten van gezondheidszorg zullen worden, en wij moeten eraan bijdragen om die perspectiefwisseling te bewerkstelligen. Gisteren slachtoffers, vandaag patiënten, morgen gezondheidszorgconsumenten. Dat zou een fantastische ontwikkeling zijn, die ons denk ik niet alleen gezonder, maar ook vrijer maakt.

 
  
MPphoto
 
 

  David Casa (PPE-DE).(MT) Net als mijn collega’s wil ook ik de heer Trakatellis danken voor het uitstekende resultaat dat wij hier vandaag voor ons hebben liggen. Het ten uitvoer leggen van een gezondheidsstelsel is voor alle regeringen een prioritaire doelstelling aangezien de gezondheidssector voor iedereen, zonder uitzondering, van vitaal belang is. Het is een sector zonder grenzen die een wezenlijk onderdeel vormt van elk land. Dat wordt uiteengezet en benadrukt in het Handvest van de grondrechten. Bepaald wordt dat de Europese Unie prioritaire aandacht moet verlenen aan de gezondheidssector. Het is haar plicht om actief op te treden. Zij moet doelstellingen vaststellen om de openbare gezondheidszorg te verbeteren, besmettelijke ziekten te helpen voorkomen en andere risico's die de gezondheid van de Gemeenschap in gevaar kunnen brengen trachten uit te bannen. Daarom is het bijzonder belangrijk dat wij het communautaire actieprogramma op het gebied van gezondheid op een objectieve wijze benaderen, als apart programma, en dat we ons daarbij uitsluitend op deze specifieke sector richten. Wij kunnen niet instemmen met één enkel programma voor twee verschillende gebieden, hoe dicht die ook bij elkaar liggen. Ik vrees dat een dergelijke aanpak de essentie verloren zou laten gaan en meer kwaad dan goed zou doen. Mijn woorden gelden ook voor het programma op het gebied van de consumentenbescherming, waarin een op zich reeds complex onderwerp wordt behandeld dat afzonderlijke aandacht verdient. Wij dringen aan op een programma dat enerzijds de gezondheidsstelsels van de verschillende landen beter op elkaar afstemt en anderzijds bijdraagt aan de verwezenlijking van de individuele doelstellingen van elk land. Ik kan niet nalaten om ook even te onderstrepen dat bijzondere aandacht moet worden besteed aan mensen die aan chronische ziekten lijden of gehandicapt zijn. Wij moeten ervoor zorgen dat deze mensen niet gemarginaliseerd worden en dat zij vooral ook een hoge levensstandaard genieten. Mensen in moeilijkheden moeten in aanmerking komen voor bijstand die hun het leven gemakkelijker maakt en ook voor onderzoeksprogramma’s ter verbetering van hun levensomstandigheden. Wij moeten tevens oog hebben voor de belangrijke rol die vervuld wordt door degenen die zorgen voor mensen in moeilijkheden. Wij moeten programma’s ten uitvoer leggen om deze personen de nodige opleiding te geven, zodat zij zich op efficiëntere wijze van hun taak kunnen kwijten. Wij beschikken over een programma dat zal uitgroeien tot een belangrijk instrument om patiënten in de gelegenheid te stellen gebruik te maken van de beste behandelingen en de beste medicijnen. Wij beschikken over een opleidingsprogramma dat Europeanen zal helpen om keuzes te maken die hun gezondheid ten goede komen. Het programma zal ons in de gelegenheid stellen om de ongelijkheden tussen de verschillende EU-lidstaten op het gebied van de gezondheidszorg terug te dringen, zodat alle landen op dit vlak over een betere dienstverlening kunnen beschikken. Ja, er staat ons een uitdaging te wachten, een uitdaging die moet uitmonden in effectieve preventie, een efficiëntere gezondheidszorg en een betere levenskwaliteit.

 
  
MPphoto
 
 

  Péter Olajos (PPE-DE). (HU) Mijnheer de Voorzitter, in de eerste plaats wil ik de heer Trakatellis bedanken voor zijn uitstekende en grondige werk.

Een goede gezondheid is ons grootste bezit en daarom is het een goede zaak dat ook de Europese Unie hier aandacht aan besteedt. Ik sluit mij overigens aan bij de woorden van de heer Fjellner. Als afgevaardigde uit een nieuwe lidstaat ben ik ook blij dat er een opsplitsing is gemaakt tussen de gezondheidsbescherming en de consumentenbescherming, want in ons land gaan deze twee aspecten met totaal verschillende problemen gepaard.

Een lang leven alleen is niet genoeg; het is net zo belangrijk dat wij zo lang mogelijk gezond blijven. Daarom vind ik het met name bijzonder positief dat het programma gericht is op het verlengen van een gezonde levensverwachting van burgers. Het zo lang mogelijk kunnen genieten van een goede gezondheid is essentieel voor het welbevinden van de Europese burgers.

Tegen de achtergrond van de democratische uitdagingen waar wij tegenwoordig mee worden geconfronteerd, is dit onderwerp ook van groot belang voor de duurzaamheid van de socialezekerheidsstelsels. Dat geldt met name voor Hongarije, waar de gezonde levensverwachting tien jaar lager ligt dan in de oudere lidstaten van de Europese Unie. Dat betekent dat het nieuwe programma ook speciale maatregelen dient te bevatten om de verschillen tussen de gezondheidsniveaus van burgers van de Europese Unie terug te dringen.

Onze belangrijkste taak is echter het waarborgen van de preventie en dat is terecht een van de prioriteiten van dit programma. Dat is ook de reden dat ik in mijn amendement heb voorgesteld dat het programma zich moet richten op de gezondheid van kinderen en jonge mensen. Indien er namelijk al op jonge leeftijd voor een gezonde levensstijl wordt gekozen, is dat doorslaggevend om problemen te kunnen voorkomen die zich later eventueel zouden kunnen voordoen.

Tot slot wil ik erop wijzen dat elke cent die wij aan het verbeteren van de gezondheid van onze burgers spenderen, een rendement oplevert dat vele malen hoger is. Er is vrijwel geen rendabeler investering te vinden voor het geld van de Europese belastingbetalers dan gezondheid. Daarom hoop ik dat de benodigde financiële middelen voor een succesvolle tenuitvoerlegging van het voorgestelde programma ook daadwerkelijk beschikbaar gesteld worden.

Sta mij toe om de heer Trakatellis nogmaals namens ons allen te bedanken voor zijn grondige werkzaamheden. Ik hoop dat alle aspecten van dit programma ook ten uitvoer zullen worden gelegd.

 
  
MPphoto
 
 

  Richard Seeber (PPE-DE).(DE) Mijnheer de Voorzitter, ik sluit me aan bij de woorden van dank aan het adres van collega Trakatellis, die prima werk geleverd heeft. Ik dank echter ook de commissaris, omdat ook de Commissie prima werk levert, vooral op het gebied van de vogelgriep, dat nauw met dit onderwerp samenhangt.

Gezondheid is zonder twijfel het gebied dat ons allen en natuurlijk ook de Europese burger het meest interesseert. Het eerste wat opvalt, is dat de levensverwachting de laatste jaren zeer sterk is gestegen. Er zijn cijfers waaruit blijkt dat sinds 1840 de levensverwachting elke tien jaar lineair met 2,5 jaar stijgt. Dat stelt onze gezondheidszorg en sociale zekerheid natuurlijk ook voor nieuwe problemen. Wat ik zeggen wil, is dit: we worden weliswaar steeds ouder, maar we moeten er wel voor zorgen, vooral van de kant van de politiek en de medische wereld, dat al die ouder wordende mensen ook langer gezond blijven.

We staan voor nieuwe uitdagingen. Een deel daarvan werd al genoemd, zoals de vogelgriep. Die zou tot een pandemie kunnen muteren en Europa voor problemen van ongekende omvang kunnen stellen. Daar moeten we goed tegen gewapend zijn, zodat we vroegtijdig de juiste maatregelen kunnen nemen. Verder wil ik erop wijzen dat de problemen die aids, kanker, suikerziekte, hart- en vaatziekten met zich meebrengen nog steeds onze aandacht behoren te hebben, omdat ze nog altijd een groot gevaar voor onze burgers zijn.

Natuurlijk dienen we te beseffen dat de gezondheidszorg in principe een zaak van de lidstaten is, maar dat neemt niet weg dat we ons van Europese zijde moeten afvragen waar wij daadwerkelijk die Europese meerwaarde waarvan zo hoog wordt opgegeven, kunnen helpen verwezenlijken, waar we er vanuit Europa concreet aan kunnen bijdragen dat onze burgers langer in gezondheid leven. Een van die gebieden is stellig dit grensoverschrijdende element. Ziekten trekken zich van grenzen immers weinig aan.

Een ander element is kennis. Laat ik wat dat betreft nog eens enkele cijfers noemen: juist in de medische wereld is de omvang van kennis enorm toegenomen en daar zijn natuurlijk kosten aan verbonden. Als we het kennisniveau van rond de vorige eeuwwisseling, de tijd van Bismarck, zouden nemen en naar onze eigen tijd verplaatsen, zouden we nog maar 1 procent van onze gezondheidsbudgetten nodig hebben. De overige 99 procent gaat op aan kennis die pas sindsdien verworven is. Gezondheid kost dus gewoon geld. Daarom sta ik volledig achter de rapporteur wanneer hij die 1,5 miljard euro ook van de Europese Unie eist. We kunnen nu eenmaal niet allerlei ambitieuze gezondheidsprogramma’s aannemen, zonder het daarvoor benodigde geld ter beschikking te stellen.

Een ander punt is het hele terrein van de preventie. Ik wees er al op dat de mensen steeds ouder worden. Daarmee groeit ook het belang van een gezonde levenswijze en preventie. Nog belangrijker is dat op dit punt veel medisch onderzoek gedaan zal moeten worden om de uitgaven voor de gezondheidszorg op lange termijn te saneren.

Al met al zijn we op de goede weg, maar we mogen niet de ogen sluiten voor de uitdagingen die de toekomst brengt.

 
  
MPphoto
 
 

  Markos Kyprianou, lid van de Commissie.(EN) Mijnheer de Voorzitter, sta mij toe om de afgevaardigden te bedanken voor een zeer interessant debat. Ik zal hierbij een paar korte kanttekeningen plaatsen.

Ten eerste de agentschappen. Ik ben het er volledig mee eens dat zowel het Europees Centrum voor ziektebestrijding en -preventie (ECDC) als het Europees systeem voor toezicht op influenza (EISS) belangrijke instanties zijn om het gezondheidsbeleid uit te voeren, maar dat mag niet ten koste gaan van andere beleidsopties. Als het financieringsniveau niet wordt verhoogd, zullen wij een onmogelijke keuze moeten maken ofwel om de beide agentschappen volledig te financieren en verder absoluut niets te ondernemen, ofwel om het geld op te splitsen waarbij ik mij wel afvraag of wij daar überhaupt iets mee zouden opschieten. Dat is een belangrijke vraag.

Met betrekking tot de financiering wil ik de afgevaardigden voor hun steun bedanken. Gezien de wijze waarop wij in de Unie op gezondheidsgebied te werk gaan – over het algemeen via niet-wetgevende initiatieven – is er meer geld nodig. Bij wetgeving is het veel eenvoudiger om de aangenomen voorstellen naar de lidstaten te sturen in de verwachting dat zij deze ook ten uitvoer zullen leggen. Als het echter gaat om initiatieven op coördinatiegebied, om aanbevelingen of om het uitwisselen van beste praktijken, is er gewoon meer geld nodig. Ik vind ook dat wij ons niet op het terrein van de bevoegdheden van de lidstaten moeten begeven. Wij gaan ons daarom nadrukkelijk richten op gebieden waarop wij een Europese meerwaarde kunnen creëren door op communautair niveau actie te ondernemen. Dat is in feite precies wat dit programma beoogt.

De gezondheidsdiensten vallen onder de bevoegdheid van de lidstaten. Daar bestaat geen twijfel over. Maar in een Unie van solidariteit mogen wij de ongelijkheden die er vandaag de dag op gezondheidsgebied in de Europese Unie bestaan niet accepteren. Zo kan de levensverwachting tussen lidstaten bijvoorbeeld tien jaar uiteenlopen.

De mobiliteit van patiënten is ook een belangrijke kwestie. Het gaat om een praktisch probleem dat wij moeten oplossen en wij zullen daartoe dan ook voorstellen indienen. Onze doelstelling daarbij moet zijn om patiënten een zorgniveau van hoge kwaliteit aan te bieden in hun woonomgeving, op de locaties waar hun families zich bevinden en waar zij de taal spreken. Dat kan gerealiseerd worden door verwijzingscentra in te richten, door de uitwisseling van beste praktijken, door de coördinatie van lidstaten en gezondheidszorgstelsels en door op basis van samenwerking een optimale dienstverlening te creëren. Nogmaals: dat is niet in strijd met de bevoegdheden van de lidstaten en het subsidiariteitsbeginsel.

Wij besteden niet alleen aandacht aan de ‘populaire, traditionele’ geneeskunst. Integendeel. Er is ook ruimte in het programma voor zeldzame ziekten en voor weesgeneesmiddelen. Wij bevorderen dus ook activiteiten op dat gebied.

Ik ben het absoluut eens met datgene wat er over tabak is gezegd en ik zou het zeer op prijs stellen om hierover ooit een specifiek debat te houden. De opmerking over de subsidies is juist, maar ik zou daaraan toe willen voegen dat die subsidies uiteindelijk uitgefaseerd zullen worden. Een daartoe strekkend besluit is inmiddels genomen. Het tabaksfonds dat wij met betrekking tot communautaire voorlichtingscampagnes hebben gefinancierd, ontvangt echter ook geld via deze subsidies. Zodra die subsidiekraan gesloten is, zal er dus geen geld meer beschikbaar zijn voor communautaire campagnes over de gevolgen van tabaksgebruik. Ook dit is een onmogelijke situatie en ik hoop dat wij hiervoor in de nabije toekomst een oplossing kunnen aandragen.

Wat alcohol betreft, wil ik erop wijzen dat wij tegen het eind van dit jaar, of ergens na de zomer, een communautair voorstel zullen overleggen voor een Europese alcoholstrategie. Ik heb ook nota genomen van de opmerkingen over pesticiden.

Met betrekking tot de financiering wil ik mij graag tot mevrouw Doyle richten: ik neem aan dat het om een boekhoudkundige fout gaat – dat wil zeggen, ik hoop dat het om een boekhoudkundige fout gaat – omdat ik niet kan geloven dat het een bewuste beslissing was om te bezuinigen op de financiering van de gezondheids- en consumentenbescherming. Ik hoop dat iemand straks bij de definitieve, overkoepelende afspraken bemerkt wat het effect van dat compromis op deze twee specifieke gebieden zal hebben, zodat een en ander nog rechtgezet kan worden. Mocht het wel een bewuste beslissing geweest zijn, dan kan ik alleen maar zeggen dat ik die betreur.

Wat de alternatieve geneeswijzen betreft, heb ik nota genomen van de gemaakte opmerkingen. Wij zijn echter van mening dat dit meer een zaak is die onder het subsidiariteitsbeginsel valt. Het voorstel van de Commissie is niet bedoeld voor specifieke behandelmethoden.

Met betrekking tot het milieu en de gezondheid richt ik het woord tot mevrouw Ries. In het kader van het huidige programma zijn er op dat vlak al maatregelen van kracht. Die maatregelen blijven in het nieuwe programma gehandhaafd, met name wat de milieu-gezondheidsdeterminanten betreft.

Dat brengt mij bij de verschillende soorten ziekten. Ik kan u de verzekering geven dat kanker, naast andere ziekten, een van onze prioriteiten is. Wij hebben echter een nieuwe beleidslijn ingevoegd die gericht is op het verminderen van de ziektelasten. Wij zijn van mening dat wij voor een programma van zeven jaar meer flexibiliteit nodig hebben en dat is de reden dat wij geen lijst met specifieke ziekten hebben opgenomen. Dat kan echter alsnog gebeuren door een aantal uiteenlopende besluiten die in de loop van het programma worden genomen. Door bepaalde ziektes wel te noemen, worden andere ziektes automatisch uitgesloten en daarom willen wij graag een meer flexibele aanpak.

Ik wil de geachte afgevaardigden er ook aan herinneren dat ik nog een uitgebreider voorstel met betrekking tot de gezondheidsstrategie zal overleggen. In dat voorstel zal het programma nader uitgewerkt worden op basis van de financiële middelen die uiteindelijk ter beschikking gesteld worden; dat betekent dat wij dan over een omvattende, bredere strategie beschikken die samen met de belanghebbenden en de burgers opgesteld is.

Tot slot wil ik de heer Trakatellis en de leden van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid nogmaals bedanken voor het uitstekende werk dat zij hebben verricht. Ik dank u nogmaals voor uw steun op dit zeer belangrijke beleidsterrein.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. – Het debat is gesloten.

Wij allen willen professor Trakatellis nogmaals bedanken voor zijn uitstekende werk.

De stemming vindt vandaag plaats tijdens de stemmingen.

Bijlage – Standpunt van de Commissie

 
  
  

Verslag-Trakatellis (A6-0030/2006)

De Commissie kan de volgende amendementen aanvaarden: 4, 6, 7, 8, 9, 11, 12, 13, 17, 20, 21, 22, 24, 25, 30, 34, 35, 36, 44, 51, 55, 59, 60, 61, 65, 66, 69, 70, 72, 78, 80, 84, 85, 86, 88, 99, 100, 101, 102, 103, 106, 108, 111, 113, 119, 120, 122, 123, 124, 126, 132, 135, 139, 146 en 149.

De Commissie kan de volgende amendementen gedeeltelijk aanvaarden: 16, 31, 32, 56, 57 en 90.

De Commissie kan de volgende amendementen in gewijzigde formulering aanvaarden: 10, 14, 23, 26, 27, 28, 29, 39, 46, 50, 63, 67, 71, 73, 79, 81, 91, 110, 115, 116, 118 en 137.

De Commissie kan de volgende amendementen niet aanvaarden: 5, 33, 47, 54, 58, 64, 68, 82, 83, 89, 95, 96, 98, 104, 105, 112, 128, 130, 141, 142, 143, 145, 147, 148, 150, 151, 152, 153, 154, 155, 156 en 157.

De Commissie verwerpt de volgende amendementen voornamelijk vanwege de voorgestelde opsplitsing van het programma of om financiële redenen: 1, 2, 3, 15, 18, 19, 37, 38, 40, 41, 42, 43, 45, 48, 49, 52, 53, 62, 74, 75, 76, 77, 87, 92, 93, 94, 97, 107, 109, 114, 117, 121, 125, 127, 129, 131, 133, 134, 136, 138, 140 en 144.

(De onderstreepte amendementen zijn nieuwe amendementen die op 8 maart 2005 door fracties zijn ingediend.)

 
  

(1)Standpunt van de Commissie ten aanzien van de amendementen van het Parlement: zie bijlage

Juridische mededeling - Privacybeleid