Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2006/2539(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

B6-0190/2006

Debatten :

PV 22/03/2006 - 13
CRE 22/03/2006 - 13

Stemmingen :

PV 23/03/2006 - 11.10
CRE 23/03/2006 - 11.10
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2006)0111

Debatten
Woensdag 22 maart 2006 - Brussel Uitgave PB

13. Criteria van de Europese Unie voor de handhaving van de vrede, met name in de Democratische Republiek Congo (debat)
PV
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Aan de orde is de verklaring van de Raad over criteria van de Europese Unie voor de handhaving van de vrede, met name in de Democratische Republiek Congo.

 
  
MPphoto
 
 

  Hans Winkler, fungerend voorzitter van de Raad. - (DE) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik denk dat we het er allemaal over eens zijn dat de Europese Unie is gegrondvest op waarden en het als noodzakelijk beschouwt om deze waarden in de wereld uit te dragen. Daartoe behoren ook concrete bijdragen op het gebied van vrede, duurzame ontwikkeling, eerbiediging van de rechten van de mens, en de ontwikkeling en versterking van de democratie in de hele wereld.

De Europese Unie heeft een heel breed scala van instrumenten om actie te ondernemen op deze terreinen. Daartoe behoren een handels- en ontwikkelingsbeleid, diplomatieke initiatieven in het kader van het gemeenschappelijk buitenlands- en veiligheidsbeleid, alsmede operaties van civiel en militair crisismanagement in het kader van het Europees veiligheids- en defensiebeleid.

Juist in ons beleid ten aanzien van Afrika kan de inzet van de verschillende middelen goed worden gedemonstreerd. Het debat van vandaag, dat gaat over het engagement van de Europese Unie in de Democratische Republiek Congo, is een buitengewoon goed voorbeeld. We mogen echter niet vergeten dat er ook andere activiteiten in dit verband zijn, zoals de actie ter ondersteuning van de AMIS II-vredestroepen van de Afrikaanse Unie in Darfur.

De veelomvattende Afrika-strategie die eind vorig jaar door de Europese Raad is goedgekeurd, het ‘gemeenschappelijk standpunt over de preventie, beheersing en oplossing van conflicten in Afrika’, alsmede het ‘actieplan voor EVDB-steun aan vrede en veiligheid in Afrika’ geven de Europese Unie een duidelijk richtsnoer: in deze documenten wordt engagement voor vrede en veiligheid voorgesteld als een absolute noodzaak voor de ontwikkeling van Afrika, en dat leidt automatisch tot engagement voor het oplossen van conflicten in Afrika door versterking van de Afrikaanse crisismanagementcapaciteiten, onder andere met middelen uit de ‘vredesfaciliteit voor Afrika’ en door middel van adequate operaties in het kader van het Europees veiligheids- en defensiebeleid.

Het engagement van de Europese Unie in de Democratische Republiek Congo weerspiegelt het veelomvattende karakter van deze Europese ambities: de voornaamste basis van de betrekkingen van de Europese Unie met de Democratisch Republiek Congo, en daarmee ook van de steun van de EU aan de stabilisatie van het land, wordt in eerste instantie gevormd door de Overeenkomst van Cotonou en de middelen die het Europees Ontwikkelingsfonds in dit verband ter beschikking stelt. De middelen van de vredesfaciliteit, die ik al even heb aangestipt en die niet rechtstreeks verband houden met de Overeenkomst van Cotonou, dienen speciaal te worden vermeld. Met een deel van dit geld worden initiatieven gefinancierd die rechtstreeks bijdragen aan de verbetering van de veiligheidssituatie in Congo, bijvoorbeeld door inrichten van menswaardige woonruimten voor soldaten en hun gezinnen of door het leveren van moderne apparatuur.

In de Democratische Republiek Congo wordt ook duidelijk dat het Europees veiligheids- en defensiebeleid, ondanks zijn betrekkelijk geringe middelen, een belangrijke bijdrage levert aan de stabilisatie van het land via hulpverlening bij de hervorming van de veiligheidssector op zowel militair als civiel terrein. Hierbij wil ik de civiele EVDB-missie, EUPOL Kinshasa, vermelden, waarvan de duur pas geleden is verlengd tot het einde van dit jaar. Door middel van opleiding en advies aan de ‘geïntegreerde politie-eenheid’ helpt zij waarborgen dat het politieapparaat in de hoofdstad Kinshasa niet alleen efficiënt werkt maar ook in overeenstemming is met de uitgangspunten van een moderne rechtsstaat.

De militaire EVDB-missie EUSEC Congo steunt op haar beurt de Congolese militaire autoriteiten bij het stimuleren van de noodzakelijke hervormingen en modernisering van de strijdkrachten.

Ik hoef vast niet speciaal te vermelden dat het werk van de speciale vertegenwoordiger van de Europese Unie voor het gebied van de Grote Meren, Aldo Ajello, van groot belang is voor de stabilisering van de situatie in de Democratische Republiek Congo.

Nu wil ik enkele punten naar voren brengen die specifiek de missie in Congo betreffen. Allereerst wil ik vier kernpunten noemen die het standpunt van de Raad kenmerken met betrekking tot een steunoperatie aan MONUC, de missie van de Verenigde Naties in de Democratische Republiek Congo.

Eerste punt: de Europese Unie reageert op een uitdrukkelijk verzoek van de Verenigde Naties. Hierbij vertrouwen wij op het oordeel van secretaris-generaal Kofi Annan. U zult zich zonder twijfel bewust zijn van het feit dat de Raad in het verleden al grote inspanningen heeft geleverd om de Verenigde Naties te steunen, en dat in het kader van het EVDB de VN-aanwezigheid in de regio is versterkt. U zult het vast met mij eens zijn dat de Europese Unie, juist omdat zij groot voorstandster is van multilateralisme, verplicht is om op dit punt een effectieve bijdrage te leveren, zoals ook de lidstaten trouwens wensen.

Tweede punt: zowel de president van de Democratische Republiek Congo als de beide vice-presidenten zijn voorstander van een dergelijke actie. De Hoge Defensieraad heeft een expliciete oproep gedaan tot deze missie. Deze komt ook tot uitdrukking in een perscommuniqué over dit onderwerp. Hieruit maken wij op dat het in het belang van de Democratische Republiek Congo is om te beschikken over aanvullende en geloofwaardige afschrikkingsmiddelen teneinde een militaire operatie te voorkomen. Dit feit wil ik uitdrukkelijk onderstrepen. Dit is een missie die het gebruik van geweld moet voorkomen, waarbij wij hopen dat door de aanwezigheid van dit afschrikkingspotentieel de daadwerkelijke inzet van militaire middelen kan worden verhinderd. Dit afschrikkingseffect is zinvol, ook al hoeven, volgens inschatting van de Congolese autoriteiten, de krachten die ter beschikking zijn gesteld niet te worden ingezet. Ze dienen echter wel beschikbaar te zijn, maar we zien geen reden om te twijfelen aan deze inschatting van Congolese zijde.

Derde punt: de Democratische Republiek Congo is het grootste land in de regio en heeft de grootste bevolking. Niet in de laatste plaats daarom is de Europese Unie, zoals u weet, sterker betrokken bij het democratische overgangsproces in Congo dan in ongeacht welk ander land in Afrika. De Europese Unie heeft in het verleden al haar omvangrijke instrumentarium ingezet om een einde te maken aan het conflict en vooruitgang te boeken in het vredesproces. Wij hebben als Europese Unie 700 miljoen euro bijgedragen aan projecten ter ondersteuning van de overgang, waarvan alleen al 200 miljoen euro naar de ondersteuning van de verkiezingen is gegaan. De politiemissie heb ik reeds genoemd. Zoals u weet, hebben wij al in het jaar 2003 een militaire missie gestuurd om escalatie te voorkomen van het conflict in het oosten van het land, dat de slotonderhandelingen in het vredesproces en daarmee de komst van een overgangsregering, in gevaar bracht. Nu is het naar de opvatting van de lidstaten zinvol en noodzakelijk om deze eerdere investering in de vrede in de Democratische Republiek Congo veilig te stellen en te garanderen dat de vreedzame democratische ontwikkeling doorgaat.

Vierde punt: de politieke en militaire parameters van de missie moeten - net zoals het geval was met eerdere missies, inclusief die in de Democratische Republiek Congo - worden uitgewerkt en vastgelegd in samenwerking tussen de bevoegde Raadsformatie en het operationeel hoofdkwartier.

 
  
MPphoto
 
 

  Karl von Wogau, namens de PPE-DE-Fractie. - (DE) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, zoals we hebben gehoord, hebben de Verenigde Naties de Europese Unie verzocht en opgeroepen om een bijdrage te leveren aan de verkiezingen in Congo door een militaire missie te sturen. Wat moeten wij daarop antwoorden?

We dienen rekening te houden met een aantal zaken. Ten eerste moeten we onszelf afvragen of de Europese Unie op dit moment het vermogen bezit om een dergelijke operatie uit te voeren. De tweede vraag is of we geen andere prioriteiten hebben in de onmiddellijke nabijheid van de Europese Unie, bijvoorbeeld op de Balkan, waar vredeshandhaving onze eerste en belangrijkste taak is. En ten derde: lopen we in dit geval niet het gevaar om verstrikt te raken in een conflict waar we ons niet meer op tijd aan kunnen onttrekken? Dit zijn vragen die mij als afgevaardigde in dit verband regelmatig worden gesteld.

Aan de ander kant moeten wij, zoals de fungerend voorzitter van de Raad zei, erkennen dat de Europese Unie belang heeft bij de stabiliteit van dit land in het hart van Afrika. Dat dit ook de Europese Unie zelf direct aangaat, moet iedereen duidelijk zijn die wel eens zijn blik heeft gericht op Ceuta, Melilla of Lampedusa en de verschrikkelijke taferelen heeft gezien die zich afspelen op deze armoedegrens. Stabiliteit in Afrika is in het belang van de Europese Unie en haar burgers.

We dienen ons bewust te zijn van onze verantwoordelijkheid jegens de VN. We moeten goed beseffen dat het voorkomen van geweld - wat het doel is van deze operatie - strookt met de veiligheidsstrategie van de Europese Unie. We mogen ook niet vergeten dat een groot aantal verkiezingswaarnemers van het Europees Parlement en van andere parlementen onder leiding van de heer Morillon reeds actief is in Congo om het goede verloop van de verkiezingen te verzekeren.

Wat zijn onze voorwaarden voor een interventie door de Europese Unie in Congo? In de eerste plaats dient er een duidelijke tijdslimiet te komen. Het kan niet de taak van deze interventie zijn om Congo als geheel te stabiliseren – dat is een taak voor de lange termijn en de verantwoordelijkheid van de Verenigde Naties. Daarom zijn er 17 000 soldaten van de Verenigde Naties in Congo. We dienen ons te concentreren op een bijdrage aan het evenwichtige verloop van de verkiezingen op 18 juni.

In de tweede plaats moet er een duidelijke opvolgingsregeling komen waaruit blijkt hoe de Verenigde Naties enerzijds en het Congolese leger anderzijds deze activiteiten zullen voortzetten na onze interventie. Er moet ook een geografische afbakening komen, en het moet duidelijk zijn dat bijvoorbeeld Katanga en de oostelijke provincies van Congo onder de verantwoordelijkheid van de Verenigde Naties dienen blijven te vallen, en niet onder die van de Europese Unie.

Voorts moet duidelijk zijn dat deze operatie werkelijk Europees is. Het mag niet zo zijn dat er slechts één of twee landen bij betrokken worden, maar er dienen zich meer Europese landen werkelijk in te zetten voor de missie. We dienen een formele uitnodiging te krijgen van de interim-regering. Ook wat dat betreft schijnen er nog enige twijfels te bestaan over wat de regering van Congo nu eigenlijk formeel heeft gezegd.

Bovenal echter hebben we ook een overtuigend plan nodig, een plan dat geschikt is om eventuele oproerkraaiers ervan te overtuigen dat het beter is om de uitslag van de verkiezingen te aanvaarden en om de burgers van Congo ertoe aan te moedigen om gebruik te maken van hun stemrecht. Dit zijn de voorwaarden waarop de Europese Unie en wij, als Europees Parlement, kunnen instemmen met een dergelijke missie. Nu is het zaak dat er op de nog onbeantwoorde vragen zo snel mogelijk een antwoord komt.

 
  
MPphoto
 
 

  Ana Maria Gomes, namens de PSE-Fractie. - (PT) De situatie in de Democratische Republiek Congo stelt ons - en daarmee bedoel ik de mensen in de EU die de “verantwoordelijkheid om te beschermen”, zoals die tijdens de meest recente VN-Top van september 2005 is geformuleerd, serieus nemen - voor een enorme uitdaging.

Het conflict dat de Democratische Republiek Congo en de regio van de Grote Meren teistert, is het bloedigste conflict sinds de Tweede Wereldoorlog. Er zijn al vier miljoen mensen omgekomen, voor het overgrote deel burgers. Een heuse, duurzame vrede is een absolute voorwaarde voor vrede in de regio van de Grote Meren en Centraal Afrika als geheel. Daarom heeft de VN, die in Congo de belangrijkste vredesmissie van haar bestaan uitvoert, de EU gevraagd mee te helpen om de voor 18 juni geplande verkiezingen vreedzaam te laten verlopen. Het team van verkiezingswaarnemers zal door de heer Morillon worden geleid. Deze missie heeft de steun van iedereen hier in dit Parlement.

De socialistische fractie van het Europees Parlement meent dat deze verkiezingen voor Congo van cruciaal belang zijn. Het is mogelijk dat de structuren die in de context van de burgeroorlog zijn ontstaan, nu door democratisch gekozen instellingen worden vervangen; het is echter ook heel goed mogelijk - en zelfs waarschijnlijker - dat de gewelddadige milities het lot van de Congo zullen blijven bepalen.

Deze verkiezingen en de door de Verenigde Naties aanvaarde uitdaging voor de Europese Unie zullen toch een uur der waarheid inhouden. Zal het Europese veiligheids- en defensiebeleid geloofwaardig blijken te zijn? Kunnen we erop vertrouwen dat de lidstaten het Europese veiligheidsbeleid uitvoeren?

Ik wil graag drie punten van deze ontwerpresolutie wat nader belichten. U dient deze interventie te beschouwen als onderdeel van een tijdelijke oplossing voor de interne instabiliteit van het land. Daar kan alleen een einde aan worden gemaakt als het leger van Congo een stabiliserende factor wordt. Bij recente operaties van het leger in de Katanga-regio is gebleken dat de bevolking gegronde redenen heeft om twijfelen aan het vermogen van de autoriteiten om hen tegen de milities te beschermen. De internationale gemeenschap moet proberen de militaire eenheden in het land te versterken en daarbij nieuwe eenheden opzetten. Als we op het gebied van de veiligheid geen vorderingen maken, zullen de EU en de VN in de toekomst nog veel vaker worden gevraagd in Congo te interveniëren.

Tweede punt: de politieke legitimiteit van deze missie moet doorslaggevend zijn voor het succes ervan. Het is dus van belang dat dit een werkelijk Europese missie wordt. Daarom zijn we heel blij dat een aantal lidstaten - waaronder mijn land, Portugal - onder leiding van Duitsland heeft aangegeven beslist te willen meewerken. Belangrijk is ook dat de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties de missie steunt. We moeten alle interne en externe deelnemers ervan overtuigen dat de huidige regering van Congo deze missie toejuicht. Tot slot dient uit de opzet van de missie duidelijk te blijken dat de Europese Unie oprecht bereid is het verkiezingsproces te ondersteunen, ondanks de daarmee samenhangende risico’s.

De aanwezigheid van Europese troepen is eerst en vooral bedoeld als een zichtbare en geloofwaardige bijdrage aan de stabiliteit van de verkiezingen in Congo. Dat is wat de mensen in Afrika en Congo van ons verwachten.

 
  
MPphoto
 
 

  Philippe Morillon, namens de ALDE-Fractie. - (FR) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer Winkler, wat er op dit moment in de Democratische Republiek Congo gebeurt, met steun van de internationale gemeenschap, en met name met steun van de Europese Unie, is van essentieel belang voor de toekomst van dit immense land, dat al jarenlang verscheurd wordt door burgeroorlogen en oorlogen met andere landen.

De Congolese burgers zijn op dit moment eensgezind in hun streven naar vrede en stabiliteit en ze verlangen intens naar een democratie die de voorwaarden daarvoor creëert. Ze hebben dat laten zien door zich massaal te laten inschrijven op de kieslijsten, in juli vorig jaar, en ze hebben het ook in december laten zien, bij het referendum voor de goedkeuring van een ontwerpgrondwet die een einde moet maken aan de huidige overgangsperiode.

Als hoofd van de waarnemingsmissie bij dit referendum heb ik op 18 februari in Kinshasa de plechtigheden bijgewoond waarmee de afkondiging van de grondwet gevierd werd. Dat was een heel emotioneel gebeuren, voor de aanwezigen daar, maar ook voor het gehele volk. We mogen nu voorzichtig hopen dat het land na de volgende etappe, komende zomer, waarin een president en een parlement gekozen zullen worden, eindelijk de chaos en ellende achter zich zal kunnen laten waaronder het nog steeds lijdt. Dat is in het belang van het Congolese volk en in het belang van het gehele Afrikaanse continent, en dus ook in het belang van Europa.

Niettemin bestaat het gevaar dat degenen die tot nu toe voordeel bij die chaos en ellende hebben gehad, niet zomaar zullen accepteren dat ze door de stembusgang hun macht zullen verliezen. De kans bestaat dat ze door de uitoefening van terreur een correct verloop van de verkiezingen zullen proberen te verhinderen en met geweld de resultaten zullen aanvechten. Over de veiligheid wordt gewaakt door de VN-troepenmacht, waarvan het grootste deel gelegerd is in de oostelijke provincies, waar nog georganiseerde bendes actief zijn. Gelet op dit alles, en met het oog op een veilig verloop van de komende verkiezingen, heeft de VN de Europese Unie om bijstand verzocht, zoals u al aangegeven hebt.

Het is aan de Raad om te bepalen hoe aan een en ander invulling gegeven moet worden. Ik behoor tot degenen die van mening zijn dat dit engagement een krachtig politiek signaal zal zijn in de richting van mogelijke ordeverstoorders en dat het het beoogde afschrikkend effect zal hebben. Daarom zal ik mij scharen in het kamp van de voorstanders van deze operatie.

 
  
MPphoto
 
 

  Angelika Beer, namens de Verts/ALE-Fractie. - (DE) Mijnheer de Voorzitter, het debat van de afgelopen weken heeft het hele dilemma blootgelegd dat veroorzaakt wordt door het gebrek aan politieke richting. Het zou verkeerd zijn om daar zomaar, met wat mooie woorden, overheen te stappen.

Sinds het schrijven van de VN-ondersecretaris-generaal Guéhenno van 27 december jongstleden over de militaire inzet in de Democratische Republiek Congo - dat net in het kerstreces kwam en zelfs voor de Veiligheidsraad een verrassing was - zijn er twaalf weken verstreken en zijn er nog altijd meer vragen dan antwoorden. Er gaapt nog steeds een kloof tussen de woorden en de daden. We zijn niet overtuigd; we steunen de gezamenlijke resolutie niet, en ik zal uitleggen waarom.

Uiteraard is de Fractie De Groenen/Vrije Europese Alliantie voor ondersteuning van het democratiseringsproces in Congo. Maar hoe kon het gebeuren dat het vraagstuk van een EU-missie is gereduceerd tot het inzetten van militairen in Kinshasa en het tellen van soldaten? Waarom discussiëren wij over het zenden van soldaten, en niet over het sturen van een groot aantal EU-verkiezingswaarnemers? Waarom wordt niet het hele scala van mogelijke acties in het kader van het gemeenschappelijk buitenlands- en veiligheidsbeleid en het Europees veiligheids- en defensiebeleid onderzocht? Waarom komt men iedere dag met nieuwe rechtvaardigingen, zoals het Europees belang bij het weren van vluchtelingen? Ik vraag u: wat heeft dat allemaal te maken met het mogelijk maken van democratische verkiezingen in Congo?

Deze hoogdravende discussies van de afgelopen weken roepen de vraag op of het bij de voorgenomen militaire inzet in Kinshasa werkelijk om democratisering gaat, of dat het misschien de bedoeling is om de EU gezichtsverlies te besparen. Ik zeg ‘gezichtsverlies’, omdat de dynamiek die in gang is gezet door het verzoek om inlichtingen zijn eigen leven is gaan leiden. Maanden na het verzoek om inlichtingen en de vruchteloze verkenningsmissie in Congo en na New York is er nog steeds geen spoor te bekennen van een politiek plan of een duidelijke opdracht.

Dames en heren, een mooi gebaar van Chirac kan de onbeantwoorde vragen niet verhullen, namelijk: hoe moeten 1 500 soldaten in Kinshasa vrije verkiezingen in heel Congo waarborgen? Hoe ontkrachten we de aantijging dat we partij trekken voor Kabila? Hoe kan de EU na een dergelijke operatie in heel Congo een rol spelen? En als het om evacuatie gaat, en dat is inmiddels de centrale kwestie: wie moet er worden geëvacueerd? Moeten er door de VN gemandateerde troepen komen om de democratie in Congo te bevorderen?

Mijn laatste punt, geachte afgevaardigden, is heel fundamenteel. We praten hier zo gepassioneerd over de verantwoordelijkheid van Europa jegens Afrika, dat ik mezelf afvraag hoe het debat van vandaag te rijmen valt met ons onvermogen om in te grijpen in de voortdurende volkenmoord in Darfur?

 
  
MPphoto
 
 

  Tobias Pflüger, namens de GUE/NGL-Fractie. - (DE) Mijnheer de Voorzitter, de Europese Unie is, volstrekt tegen de rede in, voornemens een militaire operatie uit te voeren in de Democratische Republiek Congo. Officieel gaat het om het waarborgen van het goede verloop van de verkiezingen, maar er lijkt iets flink fout te zijn gegaan bij de voorbereidingen van de verkiezingen. Voor vijfhonderd parlementszetels hebben zich slechts zestig kandidaten gemeld, en de inschrijvingstermijn loopt morgenavond, donderdagavond, af. De EU is van plan om 1 500 soldaten naar het op twee na grootste Afrikaanse land te sturen, een land met een autoritair regime. Zoals een Duitse SPD-politicus opmerkte, is het alsof je 750 soldaten in Europa dropt om heel Europa te stabiliseren.

Militair gezien heeft deze operatie geen enkele zin. Waarom zouden we dan die troepen sturen? De Duitse minister van Defensie, Franz Joseph Jung, windt er geen doekjes om. Hij heeft gezegd dat het gaat om het weren van vluchtelingen en dat stabiliteit in grondstofrijke regio’s ook goed is voor de Duitse economie. CDU-parlementariërs onderstrepen deze motivatie nog eens door te zeggen dat er daar strategische grondstoffen zijn, zoals wolfram en mangaan. En de Duitse regering heeft nu besloten om tot begin mei geen beslissing te nemen over deze militaire operatie. Militairen zeggen steeds vaker onomwonden dat zij niet voor een dergelijke operatie zijn. Het is vrij duidelijk: als je eenmaal naar Congo gaat, dan kom je er niet zomaar weer weg - dit zal niet tot vier maanden beperkt blijven.

In de ontwerpresolutie is geen geografische afbakening of tijdslimiet opgenomen, en zij is zeer vaag geformuleerd. Daarom vragen wij alle sceptische afgevaardigden om tegen deze ontwerpresolutie te stemmen. Ik zal er niet omheen draaien: waar het hier om gaat, is de toegang tot grondstoffen en het weren van vluchtelingen met militaire middelen. Als linkse fractie zijn wij hier fel tegen gekant en we zullen niet voor deze ontwerpresolutie stemmen.

 
  
MPphoto
 
 

  Helmut Kuhne (PSE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, behalve het debat over de technische facetten van deze operatie dient er hier ook te worden gediscussieerd over andere aspecten. Deels is er sprake van bekrompen vooroordelen. In plaats van open te praten over een donker continent waar de mensen uit pure noodzaak constant in bloederige conflicten verwikkeld zijn, vragen in mijn land, Duitsland, sommige CSU-politici zich bijvoorbeeld hardop af of het Duitse leger niet beter kan worden ingezet bij de beveiliging van de aanstaande wereldkampioenschappen voetbal dan in de Democratische Republiek Congo.

Ik vind dat we heel duidelijk moeten maken dat dit een ongelooflijk benepen manier van denken is. Ik geef toe, mevrouw Beer, dat er nog heel veel vragen dienen te worden beantwoord met betrekking tot zeer ernstige, onopgeloste problemen. Ik vertrouw er ook zeer op dat deze zullen worden opgelost, onder andere door onze collega’s in de Duitse Bondsdag.

Wat ons echter op Europees niveau dient te interesseren, is iets wat nog niet ter sprake is gekomen. Naar mijn mening hebben zich in het Europese besluitvormingsproces aanzienlijke tekortkomingen geopenbaard die nog moeten worden goedgemaakt. Het is onaanvaardbaar dat sommigen zeggen dat zij eerst concepten van de operatie willen zien voordat er troepen beschikbaar worden gesteld, terwijl anderen zeggen dat er pas concepten van de operatie komen als we er zeker van zijn dat we het niet alleen hoeven te doen. Dat gaat zo niet, dat leidt tot zelfblokkade. Zonder onrealistische Verdragswijzigingen te eisen, moeten we een resultaat zien te bereiken dat de Raad in staat stelt om heel snel op zijn niveau te komen tot een herziening van de besluitvormingsprocedures, zodat in situaties waarin er sneller besluiten moeten worden genomen dan nu mogelijk is, die besluiten ook daadwerkelijk genomen kunnen worden.

 
  
MPphoto
 
 

  Marie-Hélène Aubert (Verts/ALE). - (FR) Mijnheer de Voorzitter, dat de Europese Unie alles doet wat mogelijk is om bij te dragen aan een goed verloop van de verkiezingen in de Democratische Republiek Congo is een heel goede zaak; wij zouden zelfs graag zien dat ze nog wat waakzamer zou zijn als het gaat om schendingen van de mensenrechten, want helaas is er op dat punt al enige tijd sprake van een verslechtering van de situatie.

Nu is er dus een militaire missie van de Unie in de DRC in de maak, maar de wijze waarop daar invulling aan gegeven wordt, is toch wel erg vreemd, of op zijn minst merkwaardig. Er wordt gesproken over enkele honderden manschappen, terwijl MONUC daar al met 16 000 man aanwezig is. U zegt dat die militairen niet rechtstreeks bij de handelingen betrokken zullen worden, maar slechts beschikbaar zullen zijn; maar waar dan? Wat voor opdracht krijgt deze troepenmacht? Welk mandaat krijgen deze militairen mee als het gaat om geweld tijdens of na de verkiezingen, en dan vooral in Kinshasa? Moeten we geen lering trekken uit het verleden, uit de onmogelijke situaties waarin VN-missies terecht zijn gekomen - missies die naderhand van alle kanten bekritiseerd zijn - omdat een duidelijk mandaat en voldoende middelen ontbraken?

Het is het een of het ander: ofwel de Europese Unie honoreert het verzoek van de VN volledig, stelt de voorwaarden voor de missie vast en reserveert de nodige middelen voor ondersteuning van MONUC, ofwel zij wendt die middelen aan om het verkiezingsproces te doen slagen, om het gehele maatschappelijk middenveld ten volle bij het proces te betrekken, om eerbiediging van de mensenrechten te waarborgen en om ervoor te zorgen dat de uiterst kostbare en zeer gewilde natuurlijke rijkdommen van het land op gereguleerde en transparante wijze geëxploiteerd worden.

Het moge duidelijk zijn dat onze voorkeur nadrukkelijk uitgaat naar die tweede optie. Wij voelen niet veel voor een militaire missie, die vooralsnog uiterst beperkt lijkt te worden, en waarvan ook niet duidelijk is wat de bedoeling er precies van is. Daarover weten we op dit moment eigenlijk nauwelijks iets.

 
  
MPphoto
 
 

  Richard Howitt (PSE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, terecht leggen we in onze ontwerpresolutie tot besluit van het debat de nadruk op een geïntegreerde strategie voor de missie in de Democratische Republiek Congo, en op de noodzaak van een duidelijke tijdslimiet voor de inzet van troepen, gekoppeld aan een exit-strategie. Terecht ook wijzen we op de noodzaak van bescherming van de troepen zelf. Ik vind echter de bewering in overweging A aanvechtbaar dat veiligheid in Europa’s nabuurschap, met name op de Balkan, voorop zou moeten staan. Natuurlijk is nabuurschap van het grootste belang, maar nu de Balkanlanden zich richting toetreding en stabilisatie bewegen, zouden we het over vermindering van de EU-troepen moeten hebben, in plaats van over handhaving in hun huidige sterkte.

Keer op keer dringt dit Parlement met resoluties aan op een gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid, opdat Europa een leidersrol op het internationale toneel op zich kan nemen. We zeggen dat het terrorisme in onze steden zijn wortels heeft in fragile states overal ter wereld, dus waarom zouden we onze ambities dan beperken tot het Europese nabuurschap? We nemen resoluties ter bestrijding van de mondiale armoede aan, maar tegelijk deinzen we ervoor terug ze toe te passen op het land dat het op acht na armste ter wereld is en waar de kindersterfte ongeëvenaard groot is. Zoals de International Crisis Group stelt: ‘alles, van verkiezingen tot humanitaire hulp en normale economische activiteiten, hangt af van de vraag of er een veilige omgeving geschapen kan worden.’

Tien jaar oorlog heeft in de Democratische Republiek Congo vier miljoen mensenlevens gekost en nog altijd overlijden er duizend mensen per dag ten gevolge van de oorlog. Dagelijks komen er berichten binnen over slachtingen, burgerslachtoffers, verkrachtingen en seksueel geweld op grote schaal.

Deze verkiezingen zijn een moment van hoop. Nooit tevoren in zijn geschiedenis heeft Europa zoveel hulp uitgetrokken voor het organiseren van verkiezingen. Het verzoek om ze vergezeld te laten gaan van veiligheidstroepen is afkomstig van alle partijen in de voorlopige regering van het land, en dat verzoek zouden wij moeten willigen.

 
  
MPphoto
 
 

  Glyn Ford (PSE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik ben warm voorstander van een gemeenschappelijk buitenlands- en veiligheidsbeleid in de Europese Unie. Nu de Europese Unie groter is dan de Verenigde Staten, rijker dan de Verenigde Staten en meer hulp geeft aan de Derde Wereld dan de Verenigde Staten, is het niet meer dan billijk dat we daaraan de dimensie van een gemeenschappelijk buitenlands- en veiligheidsbeleid toevoegen.

In dat opzicht zet natuurlijk niemand vraagtekens bij de waarde van het verzoek van de Verenigde Naties om deel te nemen aan een missie in de Democratische Republiek Congo. Het probleem is dat er achter gesloten deuren over deze missie gepraat wordt, terwijl er toch een zeker democratische controle nodig is. Nu we grote missies sturen naar Atjeh - wat ik als voormalig leider van de waarnemersdelegatie bij de Indonesische verkiezingen toejuich - en de Democratische Republiek Congo, kunnen we niet zonder die democratische controle.

Overigens bestaat zonder die democratisch controle ook het gevaar dat we, als de situatie in de Democratische Republiek Congo na de verkiezingen verslechtert, verzeild raken in een mission creep en wegzinken in een moeras.

We sturen een waarnemingsmissie voor de verkiezingen en daarnaast sturen we deze missie. Kunnen we er verzekerd van zijn dat deze twee nauw op elkaar afgestemd zullen worden?

 
  
MPphoto
 
 

  Hans Winkler, fungerend voorzitter van de Raad. - (DE) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik kan niet al uw vragen beantwoorden omdat, zoals gezegd, momenteel wordt gewerkt aan de exacte politieke, militair-politieke en militaire parameters die het fundament vormen voor de definitieve beslissing van de Raad. Ik ben dan ook de heer Kuhne zeer dankbaar voor zijn constatering dat het noodzakelijk is om in dit stadium de juiste basis voor een beslissing uit te werken.

De heer von Wogau vroeg wat de regering nu eigenlijk had gezegd. In mijn eerste verklaring heb ik gezegd dat er zeer duidelijke uitspraken zijn gedaan door de president en de beide vice-presidenten, en misschien mag ik een alinea aanhalen uit het perscommuniqué van de Defensieraad van maandag:

(FR) "Tijdens de zitting van maandag 20 maart, voorgezeten door het staatshoofd, Zijne Excellentie Joseph Kabila,"

(DE) Het staatshoofd is de voorzitter van dit orgaan.

(FR) "heeft de Hoge Defensieraad zich onder meer gebogen over het vraagstuk van de stationering van een Europees militair contingent op verzoek van de Verenigde Naties."

(DE) De Raad is vervolgens tot de volgende conclusie gekomen:

(FR) "In zijn streven naar versterking van de maatregelen voor een veilig verloop van de verkiezingen, heeft de Hoge Defensieraad op basis van een rapport van de minister van Buitenlandse Zaken aanbevolen het initiatief inzake de vorming van een speciale Europese troepenmacht te steunen."

(DE) Een heldere uitspraak dus, en er zijn geen redenen om hieraan te twijfelen. Ook de twijfels die tot uitdrukking zijn gebracht over de zin van de missie komen nogmaals aan de orde in dit perscommuniqué.

(FR) "Benadrukt dient te worden dat deze troepenmacht hoofdzakelijk een afschrikkende rol zal vervullen."

(DE) Ik ben de heer Morillon bijzonder dankbaar dat hij dat ook specifiek heeft vermeld.

Ik kan alleen maar herhalen wat ik al heb gezegd. Naar mijn mening is het de verantwoordelijkheid van de Europese Unie om een zinvolle bijdrage te leveren aan het democratische proces in de Democratische Republiek Congo. We moeten terdege beseffen dat van het brede scala van mogelijkheden dat ons ter beschikking staat, ook het inzetten van militaire missies in overweging dient te worden genomen, naast andere interventies ten bate van de democratische ontwikkeling, zoals ontwikkelingssamenwerking en hulp bij het opbouwen van een rechtsstaat en van democratie en bij het beschermen van de rechten van de mens.

Dit is een verantwoordelijkheid die de Europese Unie draagt, en de Raad neemt die op zich.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Tot besluit van het debat zijn drie ontwerpresoluties ingediend(1), overeenkomstig artikel 103, lid 2, van het Reglement.

Het debat is gesloten.

De stemming vindt morgen om 11.00 uur plaats.

 
  

(1) Zie notulen.

Juridische mededeling - Privacybeleid