Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2005/2224(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A6-0042/2006

Ingediende teksten :

A6-0042/2006

Debatten :

PV 22/03/2006 - 17
CRE 22/03/2006 - 17

Stemmingen :

PV 23/03/2006 - 11.13
CRE 23/03/2006 - 11.13
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2006)0114

Debatten
Woensdag 22 maart 2006 - Brussel Uitgave PB

17. Europese politieke partijen (debat)
PV
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Aan de orde is het verslag (A6-0042/2006) van Jo Leinen, namens de Commissie constitutionele zaken, over de Europese politieke partijen (2005/2224(INI)).

 
  
MPphoto
 
 

  Jo Leinen (PSE), rapporteur. - (DE) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw de vice-voorzitter, dames en heren, de verordening over de financiering van de Europese partijen, die we in 2004 hebben aangenomen, was een groot succes. De scheiding tussen Parlement en parlementsfracties enerzijds en politieke partijen anderzijds is gelukt. Daar heeft de Rekenkamer jarenlang voor gepleit en daaraan hebben we met deze verordening gehoor gegeven.

Inmiddels hebben tien partijfamilies zich laten registreren; ze worden met behulp van communautaire middelen gefinancierd. Het is dus duidelijk dat er in de politieke cultuur op Europees niveau sprake is van verscheidenheid en levendigheid. Tien partijfamilies, dat is een mooi succes. Vroeger waren het er maar vier. Dat aantal is dus meer dan verdubbeld.

De ervaringen met de financiering van de politieke partijen zijn goed. Desondanks hebben we een aantal wensen in het nieuwe verslag opgenomen, wensen die voorzien in voorspelbaarheid en flexibiliteit met betrekking tot het functioneren van de Europese partijen. De wens wordt geuit dat de Begrotingscommissie en het Bureau aan het begin van de zittingsperiode voorspelbaarheid creëren voor de gehele zittingsperiode. Dat maakt de jaarlijkse begroting die we aannemen weliswaar niet overbodig, maar ik denk toch dat het goed zou zijn als we ervoor zorgen dat deze begrotingsrubriek behouden blijft en zich in het licht van de uitbreidingen of de toename van het aantal politieke partijen progressief kan ontwikkelen.

De partijen hebben eigen inkomstenbronnen: giften en ledenbijdragen. Het is natuurlijk niet in de geest van het Financieel Reglement van de EU dat de partijen die eigen middelen verliezen als ze die niet in hetzelfde jaar besteden. Ik ben dan ook verheugd dat we in Straatsburg reeds aan één eis hebben voldaan die in het verslag wordt genoemd, namelijk dat de partijen tot maximaal 25 procent van hun eigen middelen voor de samenstelling van hun vermogen mogen gebruiken. Het is tenslotte hun eigen geld en daarom moet het Financieel Reglement van de EU de partijen geen overmatige beperkingen opleggen.

Een andere wens is dat de financiële middelen, eveneens tot maximaal 25 procent, naar het eerste kwartaal van het nieuwe begrotingsjaar kunnen worden overgeheveld. Het politieke bedrijf gaat gepaard met onzekerheden en onvoorziene gebeurtenissen en daarom moet het mogelijk zijn bepaalde bedragen ook nog in dat kwartaal te besteden. Daarmee wordt voorkomen dat partijen in december gegrepen worden door een bestedingskoorts omdat alles in die maand uitgegeven moet zijn.

Het verslag bevat nog meer voorstellen, maar ik wil nu overgaan op de tweede etappe die we met dit verslag inluiden. Het is nodig dat een echt statuut voor Europese partijen wordt bereikt. Het mag niet zo zijn dat de Europese partijen zich volgens het recht van een lidstaat moeten laten registreren en controleren. Het is de wens van alle partijen gelijke rechten en gelijke plichten in alle lidstaten te creëren, en dat gaat alleen met een statuut. De Commissie constitutionele zaken is bereid om te komen met een voorstel op dit vlak. Mevrouw de vice-voorzitter, het zou ons verheugen als de Commissie ons voorstel zou oppakken en haar initiatiefrecht zou gebruiken om een nieuw wetgevingsvoorstel in te dienen.

Het tweede idee dat we dienen te bespreken houdt verband met politieke grensoverschrijdende communicatie, een zeer belangrijk onderwerp. In veel landen zijn er politieke instellingen die zich daarmee bezighouden. Wij vinden dat er Europese politieke instellingen moeten komen. Ook op dit punt wordt de Commissie verzocht een voorstel te doen - dat kan een wetgevingsvoorstel of een begrotingsvoorstel zijn.

We moeten nadenken over de samenstelling van Europese lijsten bij toekomstige Europese verkiezingen, waarbij de burgers twee stemmen kunnen uitbrengen: een voor de nationale of regionale lijst en een voor een gemeenschappelijke Europese lijst van partijen. Alleen met een dergelijke lijst is het immers mogelijk om gezamenlijk een verkiezingscampagne te voeren. Er worden bij de Europese verkiezingen 25 verschillende verkiezingscampagnes gehouden. Door Europese lijsten zou er een synthese optreden.

Tot slot noem ik de jongerenafdelingen van politieke partijen. De jongeren zijn de toekomst. We moeten ons speciaal richten op de bevordering van politieke jongerenorganisaties. Zij zijn de toekomst van de partijen en de partijen vormen een onderdeel van de democratie. Het verslag brengt ons een grote stap verder. Ik bedank de secretarissen-generaal van de partijen voor hun goede voorstellen, die tot dit verslag hebben geleid, en de administratie van het Parlement voor het doeltreffende beheer van de middelen.

 
  
MPphoto
 
 

  Margot Wallström, vice-voorzitter van de Commissie. - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik dank de heer Leinen voor dit belangrijke verslag, dat een goede gelegenheid biedt om terug te kijken op wat we op het punt van de Europese politieke partijen bereikt hebben, maar ook om vooruit te blikken naar wat er in de toekomst gedaan zou kunnen worden.

Nog maar drie jaar geleden, in 2003, werd de verordening betreffende de politieke partijen op Europees niveau, door het Parlement en de Raad aangenomen, op basis van een voorstel van de Commissie. Daarmee gaven de Europese instellingen uitvoering aan een in het Verdrag van Amsterdam gesteld doel en bouwden ze voort op de nieuwe rechtsgrondslag die in het Verdrag van Nice was opgenomen. Met het EG-Verdrag wordt erkend dat politieke partijen op Europees niveau een belangrijke integrerende factor zijn binnen de Unie. Ze dragen bij aan de vorming van een Europees bewustzijn, geven mede uiting aan de wil van de burgers en stimuleren het politieke debat op Europees niveau. Het is een feit dat sinds de verordening van kracht werd, zich tien Europese politieke partijen op Europees niveau hebben gevormd.

We kunnen daar een teken in zien dat er langzaamaan een Europees publiek domein ontstaat, waarin de burgers erop kunnen vertrouwen dat hun stem steeds beter tot de instellingen doordringt. Ik ben daar een warm voorstandster van, al was het maar omdat het ook een van de gedachten is die in ons Witboek over communicatie tot uiting komt. Er is behoefte aan een Europese politieke cultuur, en we kunnen hulp om die te promoten goed gebruiken. Echter, er is nog een lange weg te gaan om het Europese project en de Europese instellingen in het bewustzijn van de burgers te verankeren. Ook dat is weer een van hoofdpunten die de Commissie in haar Witboek voor een Europees communicatiebeleid behandelt.

Ik ben ervan overtuigd dat niet alleen regeringen en parlementen, maar ook politieke partijen en overheidsinstellingen het Europese vraagstuk een prominente plaats in het publieke bewustzijn moeten geven. We moeten ook nadenken over de lage opkomst bij Europese verkiezingen en gezamenlijk zoeken naar wegen om de kiezersparticipatie te vergroten, zoals de Commissie al heeft voorgesteld in Plan D. Het valt niet altijd mee een precieze invulling aan onze eigen rol te geven, maar het lijkt mij dat de instellingen er een gemeenschappelijk belang bij hebben om ervoor te zorgen dat er bij verkiezingen veel stemmers komen opdagen en velen zich mengen in de discussies rond die verkiezingen.

Het verslag van de heer Leinen benadrukt dat politieke partijen zich moeten inspannen voor burgerparticipatie, niet alleen bij Europese verkiezingen maar ook bij andere aspecten van het Europese politieke leven. We onderschrijven deze mening volledig.

Paragraaf 12 van het verslag snijdt een aantal belangrijke punten aan. Ze betreffen de rol van de Europese Stichting. Zoals de heer Leinen ook vermeldt, gaat het daarbij om de rol die Europese politieke partijen kunnen spelen bij Europese referenda en het stimuleren van jongerenorganisaties. De Commissie ziet graag een brede en diepgravende discussie over deze kwesties, want die maken allemaal deel van de geleidelijke vorming van een werkelijk Europees publiek domein. Ook voor deze voorstellen koesteren wij veel sympathie.

Politieke partijen zijn een essentieel onderdeel van de democratische structuur van de Unie en daarom is het ook gepast dat ze enige vorm van steun uit de begroting van de Gemeenschap krijgen.

We hebben kennis genomen van de suggesties die het verslag doet voor het flexibeler maken van het subsidiestelsel. Veel van de ideeën die het verslag schetst, zouden concreet gestalte kunnen krijgen met een aanpassing van de interne voorschriften die het Parlement heeft opgesteld.

Er zijn suggesties gedaan waarvoor wijziging van de verordening betreffende de politieke partijen op Europees niveau nodig zou zijn. Die moeten we in een bredere context beschouwen. U merkt dat ik nu voorzichtige bewoordingen kies. Zoals u weet zijn we momenteel bezig met een herziening van het Financieel Reglement en de uitvoeringsvoorschriften daarvan. We doen er goed aan de situatie in het licht van deze operatie te zien, want ook hier moeten we een evenwicht zien te vinden: enerzijds is er de noodzaak andere geldbronnen aan te boren en bijvoorbeeld naar NGO’s te kijken, maar anderzijds moeten we een open oog houden voor de beste middelen om verbetering te brengen in de huidige situatie.

Ten slotte nemen we met belangstelling kennis van het idee in paragraaf 4 van het verslag, namelijk dat de Commissie constitutionele zaken zich zou moeten buigen over het vraagstuk van een Europees statuut voor Europese politieke partijen dat verder gaat dan de bestaande regelgeving. Een van de dingen die de commissie zou moeten overwegen is de mogelijkheid om de rechten en plichten van de Europese partijen beter te omschrijven.

De Commissie zal het werk van de parlementaire commissie op dit punt zeker met belangstelling volgen. Om voor mijzelf te spreken: ik voel mij persoonlijk betrokken bij dit bezinningsproces. Ik herhaal dat dat volledig strookt met de strekking van ons Witboek. We hebben het hier over het scheppen van een Europees publiek domein als platform voor debat, een platform waar de politieke partijen een erg belangrijke rol zullen spelen.

 
  
MPphoto
 
 

  Klaus-Heiner Lehne (PPE-DE), rapporteur voor advies van de Commissie juridische zaken. - (DE) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik vervang collega López-Istúriz White, de rapporteur voor advies van de Commissie juridische zaken, en zal namens hem en mijn fractie het woord voeren.

Net als de hoofdrapporteur, de heer Leinen, ben ik van mening dat het huidige statuut in principe als een volledig succes moet worden beschouwd en dat het volkomen terecht is dat we een concrete scheiding hebben aangebracht tussen de financiering van de partijen en de financiering van de fracties. Een wijziging op dit punt waren we de burgers ook wel verschuldigd.

Politieke partijen nemen deel aan de wilsvorming van het volk - in Europa moet men zeggen: van de volkeren. Daarom is het noodzakelijk dat de Europese instellingen de juiste voorwaarden en omstandigheden scheppen die een goed functioneren van deze partijen mogelijk maken. In dit verband acht ik de volgende vier punten van bijzonder belang:

Om te beginnen moet er een financieel kader worden geschapen dat voorziet in langlopende financiering, in financiering die opgezet is voor de lange termijn en bestendig is. Met de financiële middelen die thans aan de Europese partijen worden verstrekt, is het niet in voldoende mate mogelijk om op werkelijk duurzame wijze langlopende activiteiten te plannen, daar men gebonden is aan de kalenderjaren van de zittingsperiode. Daarnaast kunnen er veranderingen optreden in de financiering van de partijen, door de oprichting van nieuwe partijen, waarna het financieringsvolume moet worden aangepast. Ik wil maar zeggen dat het beschikbare recht onvoldoende planningszekerheid biedt en dat veranderingen daarom zeer wenselijk zijn.

Ten tweede moeten we de Europese partijen in staat stellen financiële reserves op te bouwen die niet van het ene op het andere jaar verloren gaan. Collega Leinen stelde dit onderwerp al aan de orde, en daarover is ook in de Commissie juridische zaken gesproken. Het voorbeeld van de welbekende decemberkoorts was in dit verband zeer toepasselijk. Wij willen dat de planning van de financiering van politieke partijen berust op langetermijnscenario's en bestendigheid. We willen geen situatie waarin vóór Kerstmis nog snel bedragen over de balk worden gesmeten in het kader van "het geld moet op want anders gaat het verloren".

In dit verband is het de moeite waard om de drempel van 20 procent voor de overschrijving van middelen tussen begrotingsrubrieken te heroverwegen en die met meer flexibiliteit toe te passen. De Europese partijen moeten in staat worden gesteld om te reageren op veranderde verplichtingen, die zich bijvoorbeeld kunnen voordoen door een crisis in het politieke bedrijf, en om in hogere mate dan het huidige statuut toestaat overschrijvingen van financiële middelen te doen.

Ten vierde dient met het oog op deze situatie het statuut van de Europese partijen te worden gewijzigd, opdat de Europese partijen beter kunnen functioneren, in het belang van alle burgers, en hun rol als motor van de politieke wilsvorming kunnen vervullen. Ik bestrijd evenwel niet dat de partijen zelf ook wat meer zouden kunnen doen teneinde het doel om Europa dichter bij de burgers te brengen en de burgers te betrekken bij wat hier in Europa gebeurt, te verwezenlijken.

Persoonlijk denk ik niet dat het probleem is op te lossen met een Europese lijst, parallel aan de nationale lijsten. Lijsten zijn abstracte dingen die worden toegewezen aan bepaalde partijen, en veel burgers kunnen zich daarmee niet identificeren. We hebben behoefte aan een veel sterkere personalisering van de Europese verkiezingen. Dat kan heel eenvoudig worden gerealiseerd, als tenminste de beide grote volkspartijen in Europa zouden besluiten elk met een topkandidaat de Europese verkiezingen in te gaan, met als doel de betreffende man of vrouw aansluitend te kiezen tot voorzitter van de Commissie. Op die manier zouden we in betrekkelijk korte tijd een sterke personalisering tot stand kunnen brengen en zouden de mensen zich veel gemakkelijker met personen en politieke, programmatische uitspraken kunnen identificeren. Alleen al daarmee zouden we de verkiezingsopkomst waarschijnlijk fors kunnen verhogen.

Ik zou willen dat de politieke partijen de moed daartoe zouden opbrengen.

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Luc Dehaene, namens de PPE-DE-Fractie. - Mijnheer de Voorzitter, op mijn beurt zou ik me willen verheugen over dit verslag, dat het mogelijk maakt een belangrijke stap verder te zitten in de richting van de consolidering van de Europese politieke partij.

Ik geloof namelijk dat, indien wij een echte Europese parlementaire democratie willen uitbouwen, de echte Europese politieke partijen daar een belangrijk onderdeel van zijn. De beslissing enkele jaren geleden om de partijen als dusdanig, los van de fracties, te financieren lijkt me een heel belangrijke stap in die richting. Deze stap is niet noodzakelijk populair bij de bevolking, want de bevolking vindt dat dit niet nodig is.

Ik ben evenwel van mening dat wij de plicht hebben aan te geven dat in een goede parlementaire democratie politieke partijen een belangrijke schakel zijn tussen de burger en de besluitvorming en dat dit ook een prijs heeft. Met andere woorden, we moeten ook naar buiten toe durven te zeggen dat democratie een prijs heeft, dat dit niet abnormaal is, en dat de financiering beter transparant gebeurt, met openbare middelen in plaats van via allerlei duistere wegen.

Een belangrijke stap op dit gebied werd, zoals reeds gezegd, enkele jaren geleden gezet. Ik denk dat nu het moment gekomen was om een aantal verbeteringen aan te brengen, met ongetwijfeld als structureel belangrijkste dat de politieke partijen over meer jaren kunnen gaan plannen in plaats van telkens te werken met een begroting van een jaar en onzeker te zijn over wat het jaar daarop zal volgen.

Er zijn ook twee belangrijke technische amendementen, die te maken hebben met de soepelheid waarmee de begroting kan worden beheerd.

Ik wil hier voor een stuk misbruik maken van deze tribune, om erop te wijzen dat de problematiek van de overdracht van eventuele reserves of boni die je in een bepaald jaar hebt naar een volgend jaar, niet alleen bestaat voor politieke partijen. Het gaat blijkbaar om een regel die ergens in de algemeen door de Commissie opgelegde regels is geslopen. Als voorzitter van de raad van bestuur van het Europacollege word ik met hetzelfde probleem geconfronteerd: ook daar moet je het geld in een bepaald jaar hebben uitgegeven, anders heb je een probleem en dat leidt tot slecht management. Er zou op dat punt beter meer soepelheid bestaan, zoals wij hier voorstellen voor de politieke partij. Ik wil de aandacht van de commissaris erop vestigen dat dit probleem niet beperkt is tot de politieke partij. Het gaat blijkbaar om een algemene regel die de Commissie hanteert en die eigenlijk goed beheer in de weg staat en bedacht is door boekhouders die ik niet goed begrijp.

Tot slot wil ik ook benadrukken dat wij nu met de Commissie constitutionele zaken nog belangrijk werk kunnen leveren voor een echt statuut voor de politieke partijen, waarbij - ook al zal dat dan nadelig zijn voor de staatskas van mijn eigen land - ook een fiscaal statuut moet horen dat beter aansluit bij het fiscale statuut van de Europese instellingen, zodat heel duidelijk wordt dat de politieke partijen bij dat specifieke bestuursniveau horen, dat ze integraal passen in het institutionele kader van Europa.

 
  
MPphoto
 
 

  Richard Corbett, namens de PSE-Fractie. - (EN) Mijnheer de Voorzitter, dank u wel dat u mij het woord heeft gegeven. Op dit late uur lijkt het hier wel een open vergadering van de Commissie constitutionele zaken, met deelneming van een aantal andere afgevaardigden, die ik overigens van harte welkom heet.

Mijn fractie steunt het door onze rapporteur, de voorzitter van de Commissie constitutionele zaken, ingediende verslag. Zoals we hebben gehoord, gaat het om aanpassingen van het door ons nu meer dan een jaar geleden goedgekeurde systeem. Deze aanpassingen zijn nodig gezien de startproblemen die we bij de toepassing van het systeem hebben ontdekt. Ze zijn doelmatig en pragmatisch, en ik zou - bij de onderdelen van het verslag die zijn gericht aan de Commissie, zoals bijvoorbeeld de onderdelen in verband met het Financieel Reglement - de Commissie dringend willen verzoeken om hier ook iets mee te doen. Politieke partijen zijn geen NGO’s, zij vervullen een andere soort rol en zijn van vitaal belang voor de werking van ons democratisch systeem.

Wat we hebben opgezet en nu hopen te verbeteren, is een financieringssysteem voor de werkzaamheden van politieke partijen op Europees niveau, dat - ook in de ogen van het algemene publiek - ondubbelzinnig, transparant en eerlijk is. Zoals we recentelijk hebben kunnen zien, is dat op nationaal niveau niet altijd het geval. We mogen er trots op zijn dat we op Europees niveau een degelijke structuur aan het opzetten zijn voor de financiering van de werkzaamheden van Europese politieke partijen. Het is belangrijk dat we dit doen, want politieke partijen bieden de kiezer uiteenlopende visies, uiteenlopende programma's, uiteenlopende ideeën en uiteenlopende voorstellen. Juist die keuzemogelijkheid maakt het politiek debat op Europees niveau levendig.

Ze zorgt trouwens nog voor iets anders: ze maakt zichtbaar dat de keuzes waarmee we op Europees niveau te maken hebben, ware beleidskeuzes zijn en geen keuzes tussen nationale standpunten en nationale visies. Maar al te vaak wekt de pers door haar sterke aandacht voor bijeenkomsten van de Europese Raad de indruk dat er een soort gladiatorengevecht plaatsvindt tussen nationale belangen. De echte keuzes waarmee wij van doen hebben zijn echter pure beleidskeuzes. Willen we strengere milieunormen met het hieraan verbonden hogere prijskaartje, ja of nee? Willen we van onze markten een volledig geliberaliseerde vrijplaats maken, of wensen we regulering ter bescherming van de kwetsbaren onder ons? Dat zijn allemaal politieke beslissingen, politiek keuzes, die door politieke partijen voor het voetlicht worden gebracht, maar in de Raad juist vaak worden weggemoffeld. Zij zijn dus van essentieel belang voor een effectieve werking van de EU.

Er zijn reeds tien partijen geregistreerd. Dat is een bewijs dat het systeem werkt. Sommigen beweerden dat het systeem leidt tot de financiering van slechts de grote partijen. Welnu, anderen zouden zeggen dat als er tien partijen in het spel zijn, er toch wel een breed scala aan partijen wordt gefinancierd.

Sommige, vanavond afwezige leden - zoals bijvoorbeeld de heer Hannan van de PPE-DE-Fractie - beweerden dat er op deze manier alleen pro-Europese partijen zouden worden gefinancierd, alsof er een regel bestaat waarmee geld in de richting van één bepaalde politieke visie kan worden gesluisd. Dat kan uiteraard niet.

We hebben hier met z’n allen een degelijk systeem gecreëerd dat we hopelijk verder zullen verbeteren. Het is een noodzakelijk systeem, een systeem dat de kwaliteit van het democratisch debat op Europees niveau verhoogt.

 
  
MPphoto
 
 

  Jules Maaten, namens de ALDE-Fractie. - Voorzitter, het rapport dat hier voorligt, heeft in dit stadium van de Europese ontwikkeling - sommigen zouden zeggen gebrek aan Europese ontwikkeling - een belang dat niet genoeg kan worden benadrukt. Het gaat namelijk niet alleen over politieke partijen. Ik vind dat het goede van dit rapport en van de benadering van de rapporteur.

Hij had kunnen zeggen: ja, er zijn tien politieke partijen, even kijken hoe dat functioneert en hoe gaan we daar nu mee om. Maar nee, hij heeft een veel bredere en filosofischere benadering gekozen en ik denk dat dat de juiste weg is. Het heeft namelijk alles te maken met wat de commissaris ook zo heeft benadrukt, de Europese politieke ruimte. Wat horen wij namelijk vaak bij verkiezingscampagnes en tussen campagnes door? Wat wil je nou met zo'n Europees Parlement, er is geen Europese politieke ruimte. Die is er niet. Er is geen Europese publieke opinie. Dat bestaat niet, kan er ook niet zijn.

Allicht kan dat er niet zijn, als men zich tot het uiterste inspant om te voorkomen dat ooit zo'n Europese politieke ruimte ontstaat. En we hebben zo'n Europese politieke ruimte nodig voor het Europese, het grensoverschrijdende politieke debat.

Kijken we naar de situatie nu. Vijfentwintig commissarissen primair gekozen op basis van nationaliteit. De Raad is vanzelfsprekend samengesteld op basis van de nationaliteiten. Ook dit Parlement wordt niet gekozen in een Europese verkiezing, maar in 25 nationale verkiezingen, die ongeveer samenvallen in de tijd, maar niet eens precies. Natuurlijk krijg je dan geen Europese politieke ruimte.

En die hebben we wel nodig, als het ooit komt tot een verkiezing van de voorzitter van de Commissie, of het nu door dit Parlement is of, wat mijn voorkeur zou hebben, door de Europese burger. Dan krijg je namelijk een grensoverschrijdend, Europees politiek debat. Of bij een Europees referendum, niet 25 nationale referenda, maar één Europees referendum, bijvoorbeeld om te praten over een nieuwe of de oude grondwet.

De Europese verkiezingen op de een of andere manier een Europees element geven, daar ben ik vóór. In ieder geval al voor en stuk. Dan krijg je een Europees politiek debat en heb je de Europese politieke ruimte dus nodig. Dan heb je ook politieke partijen nodig, als je wil werken met een vertegenwoordigende democratie, en dat willen wij, want wij willen dat wij, politici, gecontroleerd worden. Je kunt alleen maar gecontroleerd worden, als je sterke politieke partijen hebt, sterker eigenlijk dan ze nu zijn.

Die moeten dan ook goed kunnen functioneren en dat betekent dat ook aan hun specifieke financiële behoeften tegemoet moet worden gekomen. Ik ben blij dat dat in dit verslag ook gebeurt, bijvoorbeeld doordat de flexibiliteit wordt gecreëerd om geld over te dragen van het ene jaar naar het andere.

Politieke partijen functioneren op Europees niveau in een cyclus van vijf jaar, niet in een cyclus van één jaar. Je moet natuurlijk wel in aanmerking nemen dat andere NGO's inmiddels in een zeer strak keurslijf zitten, dat soms heel pijnlijk is, en misschien zouden we daar ook eens naar moeten kijken. Wat dat betreft, heeft de heer Dehaene groot gelijk: het zou niet gek zijn de flexibiliteit die wij voor onze politieke partijen vragen, ook aan anderen te geven.

Tenslotte, de oproep voor een eenvormig statuut. Ik ben daar zeer vóór. Ook op dat punt ben ik het met de rapporteur eens. Er moet in dit verband goed worden gekeken naar Europese stichtingen. Mijn voorkeur heeft de keuze voor partijpolitieke stichtingen. Ik vind het Duitse systeem wat dat betreft echt het meest geciviliseerde in de wereld en als we dat op Europees niveau zouden kunnen krijgen, zouden we ons rijk kunnen rekenen.

Tenslotte nog beveel ik in uw aandacht de amendementen aan die namens mijn fractie zijn ingediend door de heer Guardans, over de participatie van vrouwen in politieke partijen.

 
  
MPphoto
 
 

  Gérard Onesta, namens de Verts/ALE-Fractie. - (FR) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw de vice-voorzitter, geachte rapporteur, beste vrienden, ik denk dat wij als Parlement in ruime mate hebben bijgedragen tot de geboorte van deze baby, de Europese politieke partijen. Nu moeten we hem misschien het flesje geven om er een sterk kind van te maken. Het verslag-Leinen is in dit opzicht heel belangrijk, omdat het een licht werpt op alle gebreken die dit nieuwe voortbrengsel, dat wij naar de doopvont hebben gebracht, nog vertoont.

Een Europese politieke partij is in de eerste plaats een politieke partij. Stelt u zich, geachte collega’s, eens de bestaansmogelijkheid van een partij voor als die niet meedoet aan de verkiezingen. Daarom is de opmerking van Jo Leinen zeer belangrijk: Europese politieke partijen moeten als zodanig kunnen deelnemen aan de Europese verkiezingen. En meedoen aan de verkiezingen kunnen ze alleen als we op een dag eindelijk in de situatie verkeren dat een deel van ons Parlement langs transnationale weg wordt gekozen. Op dat moment zouden de partijen concreet worden begrepen door onze medeburgers. Ze zouden ook door onze medeburgers worden begrepen als die de mogelijkheid hadden zelf lid te worden van een van die partijen. Ik weet dat sommige partijen die mogelijkheid bieden, doch niet alle, en ik denk dat dit goed zou zijn, om onze medeburgers er meer bij te betrekken.

Ik ben iets sceptischer over het voorstel van de Commissie constitutionele zaken om zelfs de organisatie van congressen en de kandidaatstelling te willen regelen. Volgens mij verdient het idee van een individueel lidmaatschap echter wel navolging, evenals het idee om deze partijen onder het Gemeenschapsrecht te laten vallen. Het is redelijk abnormaal dat deze partijen soms non-profitorganisaties zijn, met alle respect voor deze organisaties. Ik denk dat het Gemeenschapsrecht de helpende hand moet reiken bij het opzetten van deze nieuwe juridische organen.

Op begrotingsvlak is het voorgestelde uitsmeren over drie maanden, aan het eind van het jaar, eveneens zeer belangrijk. Volgens mij hebben sommige politieke partijen in december flink in hun maag gezeten met niet uitgegeven geld, en het was aan degene met het beste idee om dit geld haastig uit te geven, aan pennen, T-shirts, aan zaken kortom die totaal niet in het directe belang van de betreffende politieke partij waren. Een regel die de mogelijkheid biedt een overschot over enkele maanden uit te smeren, is dus een regel van gezond beheer, die steun verdient.

Laatste punt: de Europese partijen zijn jonge partijen, maar nog geen jongerenpartijen. Ik denk dat er op dit vlak een poging ondernomen zal moeten worden om de geschikte rechtsgrondslag en de benodigde financiële middelen te vinden om politieke jongerenorganisaties in Europa in staat te stellen deel te nemen aan dit grote debat. Ik heb enkele amendementen in deze richting ingediend. Dit neemt niet weg dat dit al met al een uitstekend verslag is.

 
  
MPphoto
 
 

  Sylvia-Yvonne Kaufmann, namens de GUE/NGL-Fractie. - (DE) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw de vice-voorzitter, als lid van de Partij van Europees Links, die in mei 2004 is opgericht, ben ik ervan overtuigd dat Europese politieke partijen in deze tijden van voortschrijdende integratie een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan het verder samengroeien van Europa en vooral aan een toenemende groei van een Europees bewustzijn over de grenzen heen.

Politieke partijen zijn voorwaar niet de enige en zeker niet de allerbeste actoren in onze democratie. Wel staan zij in het centrum van de democratie. We kunnen daarom alleen maar verwelkomen dat het gelukt is in de Grondwet, in het hoofdstuk over "het democratisch leven in de Unie", een alinea hierover te verankeren. In tegenstelling tot andere Europese partijen staat de Partij van Europees Links nog in de kinderschoenen. Ze houdt zich daarom in zeker mate nog bezig met processen die verband houden met haar eigen ontwikkeling. Maar met de verhitte debatten van de laatste tijd in het achterhoofd, bijvoorbeeld over de dienstenrichtlijn, kan ik zeggen dat de partij ten aanzien van dit thema heeft bewezen dat zij beschikt over een eigen profiel en over de capaciteit om tot handelen en actie over te gaan.

In paragraaf 12 van het verslag worden alle Europese partijen opgeroepen zich doelgerichter in de openbare debatten over de toekomst van de Europese Unie te mengen. Die oproep ondersteun ik van harte. De huidige bezinningsfase met betrekking tot de Europese Grondwet mag niet ontaarden in een denkpauze - dat wil zeggen, een pauze in het denken. Persoonlijk ben ik van mening dat het de hoogste tijd is om bijvoorbeeld bij de Europese verkiezingen nieuwe wegen te bewandelen. Het Parlement stelt al jaren voor wijzigingen aan te brengen in het kiesrecht, en waarom zouden de burgers bij de volgende Europese verkiezen niet mogen kiezen tussen verschillende Europese lijsten van Europese partijen? Ik beschouw de lijsten niet als - om met collega Lehne te spreken - "abstracte dingen" maar als een nieuw politiek initiatief. Bovendien hoeft het één, de lijsten, het ander, een sterkere personalisering, niet uit te sluiten.

Staat u mij tot slot toe de rapporteur, collega Leinen, te bedanken voor zijn verslag. De voorstellen hierin over de financiële regelingen zijn evenwichtig en worden ook door de Partij van Europees Links ondersteund. Een betere voorspelbaarheid met betrekking tot de financiering op lange termijn en een flexibeler gebruik van de verstrekte middelen zullen alle partijen meer mogelijkheden bieden om hun politieke werk verder te ontwikkelen.

 
  
MPphoto
 
 

  Jens-Peter Bonde, namens de IND/DEM-Fractie. - (DA) Mijnheer de Voorzitter, ik heb tegen het verslag gestemd, en samen met 22 andere afgevaardigden van het vorige Parlement heb ik tevergeefs geprobeerd een rechtszaak aan te spannen tegen de subsidiëring van de Europese politieke partijen door de belastingbetalers. Deze partijen zijn nog steeds kunstmatig: er is niets waar men op kan stemmen, er is niets waar men lid van kan worden en er is niets waar men invloed op uit kan oefenen. De uitzondering is vreemd genoeg de EUDemocrats, de nieuwe alliantie van EU-critici voor partijen en bewegingen in Europa. Bij hen kan men naar hun homepage gaan en zich rechtstreeks aanmelden, zonder ervoor te betalen, en op de hoogte worden gehouden en meedoen aan allerlei activiteiten.

De regels die voor de politieke partijen gelden discrimineren kleinere bewegingen, kleinere partijen en bijvoorbeeld nationale minderheden. Deze zullen nooit de status van Europese partij kunnen bereiken en activiteiten gefinancierd krijgen die volledig identiek kunnen zijn aan de activiteiten die de grotere politieke partijen, vaak hun concurrenten, uit de EU-kas gefinancierd krijgen. De verordening betreffende de Europese politieke partijen is discriminerend en daardoor gewoonweg onwettelijk, en dat kunnen we niet eens laten toetsen bij de hoogste rechtbank van de Europese Unie. De verordening is aangenomen met een meerderheidsbesluit in de Ministerraad door personen die allen een economisch belang hebben bij de uitkomst van de stemming. En de beslissers zijn zelf leden van de politieke partijen die nu geld aannemen van de kiezers die op hun politieke concurrenten stemmen bij besluiten waarvan die concurrenten uitgesloten zijn. De verordening wordt gesteund door een meerderheid in het Europees Parlement, waar de meerderheid ook een economisch belang heeft bij het discrimineren van lastige minderheden. Geen van de beslissers onderkent dat hier sprake is van een bevoegdheidsprobleem, en ze zien ook niet dat ze het gelijkheidsprincipe van het EU-recht en het verbod op discriminatie overtreden.

Mijn fractie wil dat de verordening wordt afgeschaft of ten minste gewijzigd, zodat alle partijen gelijk worden gesteld, als ze bijvoorbeeld een grensoverschrijdende informatieve activiteit uitvoeren. Waarom moeten internationale conferenties die door sociaal-democraten of christen-democraten of, wat dat betreft, de EUDemocrats worden georganiseerd worden gefinancierd door de Europese belastingbetalers, terwijl 21 nationale minderheden geen subsidie kunnen krijgen om te discussiëren over misschien wel precies dezelfde onderwerpen tijdens hun eigen, vergelijkbare conferenties. Dit kan niet worden gerechtvaardigd, mijnheer de Voorzitter. Dit is overduidelijk discriminatie. Er moet gelijkheid zijn voor Loki en voor Thor, zoals wij in Denemarken zeggen, ofwel: iedereen is gelijk, maar er zijn die gelijker zijn.

 
  
MPphoto
 
 

  James Hugh Allister (NI). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, er wordt in deze resolutie gewag gemaakt van de kloof tussen de bevolking en de Europese instellingen. Degenen die denken dat meer Europa, voorzien van pan-Europese politieke partijen, hierop het antwoord is, hebben het volgens mij niet helemaal goed begrepen. Het probleem ligt bij de instellingen en niet bij de mensen. Hun blijken van ongenoegen liegen er niet om. Kijk maar naar de erbarmelijke opkomst bij de Europese verkiezingen. De meeste leden van dit Parlement hebben dan ook een beschamend klein mandaat. Ik zie de Europese burger nog niet zo snel de straat opgaan om het recht op te eisen om op Europese politieke partijen te kunnen stemmen, maar wat ik wel overduidelijk zie, is dat ze een steeds sterker gecentraliseerd Europa afwijzen, zoals vorig jaar in Frankrijk en Nederland is gebleken.

Europese politieke partijen, waarvan wordt gehoopt dat ze nationale partijen zullen overschaduwen, passen weliswaar mooi in het patroon van de Europese integratie, maar zij zullen jammerlijk ten onder gaan na aanvaring met de democratische afwijzing die hen ongetwijfeld ten deel zal vallen, en wel op het moment dat zij in het echte leven een mandaat moeten zien te verkrijgen van echte mensen over echte onderwerpen. Het is één ding om superstaatje te spelen in dit boven de werkelijkheid zwevende Parlement, maar het is heel wat anders om echt iets te doen met de zaken die onze kiezers werkelijk aan het hart gaan.

De geborneerde politieke visie van deze gevaarlijke club komt overduidelijk naar voren in de overwegingen A en B. Het wordt gezien als de volgende stap richting Europese integratie en als de opbouw van een Europese politieke ruimte. Deze partijen worden duidelijk beschouwd als een onderdeel van het raderwerk van een federaal Europa. Vanuit intellectueel oogpunt zijn federalistische partijen voor federalistische politici misschien nog wel zinnig, maar ik zou ze graag uitdagen voor een robbertje vechten in mijn kiesdistrict.

Verder wil ik nog toevoegen dat het fout is om te proberen succes te kopen door Europese partijen eindeloze hoeveelheden belastinggeld toe te stoppen. Houdt uzelf nou niet voor de gek! Onze kiezers hebben echt niet zo’n hoge pet op van ons dat ze ernaar snakken om het voorrecht te genieten geld te besteden aan ons als Europese politieke partijen. Ik dacht even dat de heer Corbett naar aanleiding van ervaringen in zijn eigen partij in het Verenigd Koninkrijk zou voorstellen om deze hele onderneming te financieren door middel van de oprichting van een hogerhuis, waarvan het lidmaatschap dan aan de hoogste bieder zou worden verkocht. Dat zou niet helemaal misplaatst zijn gezien sommige zaken die zich hier afspelen.

 
  
MPphoto
 
 

  Íñigo Méndez de Vigo (PPE-DE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik ben een echt iemand die gaat spreken over echte zaken!

(ES) Ik richt mij hierbij tot de heren Allister en Bonde.

Het verschil tussen de laatste sprekers en de meerderheid van het Parlement is dat wij - de meerderheid in dit Parlement – willen opbouwen; wij willen dingen samen doen, wij willen dat Europa vooruitkomt, omdat wij menen dat Europa een goede oplossing biedt voor de problemen van de burgers. Met andere woorden, wij hebben ons niet ingegraven in verdedigende posities, wij hebben niet overal kritiek op en wij zeggen niet dat alles discriminerend is. Nee, wij willen alleen maar het enthousiasme van de verschillende partijen in dit Parlement, van de verschillende politieke families in dit Huis, samenbrengen om oplossingen te zoeken voor de problemen van de burgers.

Dat is het fundamentele verschil tussen ons, mijnheer de Voorzitter! Laten we elkaar niet voor de gek houden. In dit opzicht is een hoofdrol weggelegd voor de politieke partijen, die in werkelijkheid zijn voortgekomen uit de fracties in dit Parlement, zoals dat oorspronkelijk in de verschillende nationale staten ook is gegaan. De oorsprong van de politieke partijen is gelegen in de fracties van dit Parlement.

Als de Europese politieke partijen één probleem hebben, is het, mijns inziens, dat het in wezen nog steeds federaties zijn, samenwerkingsverbanden van nationale politieke partijen. Dat is de realiteit. Weliswaar hebben we de afgelopen jaren vooruitgang geboekt, maar niet voldoende. Er moet nog veel meer gebeuren.

Waarom? Omdat ik geloof dat de politieke partijen op Europees niveau het Europese debat zouden kunnen bevorderen en dat ze zouden kunnen voorkomen dat elk debat over Europese onderwerpen op nationaal niveau wordt teruggebracht tot een debat over binnenlandse aangelegenheden. Dat zien we immers keer op keer gebeuren.

Zo denk ik bijvoorbeeld dat, als de Europese Raad gehoor had gegeven aan het verzoek van het Parlement om alle referenda over de Europese Grondwet op dezelfde dag te houden, ervoor gezorgd had kunnen worden dat de discussie over Europese zaken was gegaan in plaats van over binnenlandse.

Met het oog op de toekomst denk ik evenwel, mijnheer de Voorzitter, dat de Europese politieke partijen tijdens de denkpauze een zeer belangrijke rol moeten spelen, nu het gemis van de bepalingen in de Europese Grondwet steeds breder wordt gevoeld. Ik ben overigens blij met de aanwezigheid hier van vice-voorzitter Wallström, die binnen de Commissie voor deze initiatieven verantwoordelijk is.

Op 8 en 9 mei houden we hier het eerste Interparlementaire Forum. Ik denk dat voor de Europese politieke partijen een sleutelrol is weggelegd om de synergie van de leden van het Europees Parlement en die van de leden van de nationale parlementen te bundelen, en de koers in te slaan die de meerderheid van ons die in de noodzaak van de Europese Grondwet gelooft, verlangt.

Er liggen hier dus een paar forse uitdagingen voor ons, en het is duidelijk dat voor deze uitdagingen uiteindelijk meer nodig is dan mooie woorden alleen - daar heeft de heer Onesta gelijk in -, namelijk ook een fatsoenlijk budget. In dit verslag van de heer Leinen, die ik uitdrukkelijk wil bedanken, worden mijns inziens de knelpunten van de verordening uitgelicht alsmede de formules die wij moeten gebruiken om deze doeltreffender te verhelpen.

Mijnheer de Voorzitter, de Fractie van de Europese Volkspartij (Christen-democraten) en Europese Democraten zal het verslag van de heer Leinen dan ook steunen en zal voor de amendementen stemmen die zijn ingediend door de Sociaal-democratische Fractie in het Europees Parlement, door de heer Onesta namens de Fractie De Groenen/Vrije Europese Alliantie - met betrekking tot jeugdorganisaties - en door de heer Maaten en mevrouw De Sarnez.

Ik denk dat we daarmee zullen laten zien dat wij willen opbouwen, mijnheer de Voorzitter, in tegenstelling tot degenen die alleen maar willen afbreken.

 
  
MPphoto
 
 

  Javier Moreno Sánchez (PSE). - (ES) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw de vice-voorzitter, allereerst wil ik de rapporteur feliciteren met zijn verslag, dat ik volledig onderschrijf, en met zijn werk op het gebied van de Europese politieke partijen.

De heer Leinen is een onvermoeibaar pleitbezorger van de Europese politieke partijen en hun ontwikkeling, en bovendien is hij een van de geestelijke vaders van de huidige verordening. Als adjunct-secretaris-generaal van de Europese Socialistische Partij heb ik samen met hem en een aantal van u, hevige strijd geleverd voor de aanneming ervan.

Met deze verordening werd de financiële en administratieve navelstreng doorgeknipt die deze partijen bond aan de fracties in het Parlement. Het doel was de partijen financieel en administratief transparanter te maken en duidelijke, heldere regels vast te leggen voor hun activiteiten en financiering.

Deze verordening is slechts een eerste stap, een tijdelijke oplossing in afwachting van een echt statuut voor Europese politieke partijen en hun financiering, zoals voorzien in artikel 191 van het Verdrag betreffende de Europese Unie.

Daarom roepen wij de Commissie op een voorstel te doen, zodat dit statuut van kracht kan worden voor de volgende Europese verkiezingen en een competitief verkiezingsproces op Europees niveau plaatsvindt. Verder is het noodzakelijk dat deze partijen op grond van de communautaire wetgeving rechtspersoonlijkheid krijgen, hetgeen moet waarborgen dat ze in alle lidstaten transparant en efficiënt opereren.

De rol van de Europese politieke partijen is van wezenlijk belang om de Unie dichter bij de burgers te brengen en politieke participatie te bevorderen, zodat zij het gevoel krijgen dat ze deel hebben aan en een belangrijke rol spelen in een gemeenschappelijk politiek project. Bovendien verankeren deze partijen de transnationale dimensie van het proces van politieke integratie van de Unie.

Anderzijds moeten we naar wegen zoeken om Europese politieke instellingen in het leven te roepen, die worden gefinancierd vanuit de begroting van de Unie en onder democratisch toezicht van dit Parlement staan. Die instellingen zullen een zeer belangrijk instrument zijn om de actieradius van de Europese politieke partijen te vergroten en de band met de burgers te versterken, en een belangrijke rol spelen op het gebied van politieke voorlichting en vorming.

Mijnheer de voorzitter van de Commissie constitutionele zaken, ga zo door! U kunt rekenen op mijn absolute steun.

 
  
MPphoto
 
 

  Andrew Duff (ALDE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik ben een groot voorstander van de hervormingen, aangezien ze zullen zorgen voor een eerlijk, vitaal en transparant systeem voor de overheidsfinanciering van politieke partijen, iets wat wij op dit moment in Groot-Brittannië node missen.

De ontwikkeling van heuse Europese politieke partijen is van vitaal belang voor het oplossen van de crisis in de Europese democratie. Waarom? Omdat nationale politieke partijen het vraagstuk van de Europese integratie overduidelijk links laten liggen. Ze zijn niet in staat een coherent verhaal te vertellen over Europese aangelegenheden, of om op te treden als schakel tussen de Europese, nationale, regionale en lokale niveaus.

Ik vertrouw erop dat de Europese politieke partijen, inclusief de leden van de partij van de heer Bonde, er zich tijdens de denkpauze toe aangespoord zullen voelen om bij te dragen aan de oplossing van deze crisis, en in het bijzonder om te publiceren over de fundamentele vraagstukken met betrekking tot de toekomst van Europa.

 
  
MPphoto
 
 

  Eva-Britt Svensson (GUE/NGL). - (SV) Mijnheer de Voorzitter, ondanks het succes van de tien Europese partijen dat in het verslag wordt geschreven, is de democratische legitimiteit van bijvoorbeeld dit Parlement met iedere verkiezing verder afgenomen. In het verslag wordt gesteld dat er een kloof bestaat tussen de burgers en de Europese instellingen, en dat klopt. Dit probleem kan echter niet worden opgelost met financiële steun aan Europese partijen. De democratie moet veeleer worden versterkt door bijvoorbeeld macht terug te geven aan de nationale parlementen.

Het verslag stelt ook dat een EU die dicht bij de mensen staat, een absolute voorwaarde is om de steun van het publiek te krijgen voor de volgende stappen in het Europese integratieproces. Met andere woorden, om de mensen over te halen de afgewezen Grondwet te aanvaarden, moeten de Europese partijen worden gesubsidieerd. Natuurlijk kan iedere democratische beweging een partij oprichten, maar het idee dat het publiek er door de toekenning van grote subsidiebedragen toe kan worden gebracht de ontwerp-Grondwet te aanvaarden, zou niet alleen een poging zijn om de aanvaarding van de Grondwet te verkrijgen in ruil voor geld, maar het zou ook in democratisch opzicht zeer dubieus zijn.

 
  
MPphoto
 
 

  Patrick Louis (IND/DEM). - (FR) Mijnheer de Voorzitter, omdat de nationale omgeving de enige natuurlijke plek is voor het politieke en democratische debat, zijn de staten de enige plaats voor coherente partijen met een algemeen programma. Het democratisch tekort van de Unie kan slechts worden verholpen via de vertegenwoordiging van nationale partijen met hun eigen identiteit, partijen die verantwoording moeten afleggen aan burgers die die partijen kennen en begrijpen.

De Europese politieke partijen, die bijna geheel worden gefinancierd door de Unie, moeten hun onafhankelijkheid kunnen bewaren en niet het zoveelste instrument voor Europese propaganda en communicatie bij de kiezers worden. De Europese politieke partijen moeten dus alleen maar instrumenten voor samenwerking tussen nationale politieke partijen blijven, een open plek voor uitwisseling met respect voor elk lid. In geen geval weerspiegelen ze of zijn ze het vehikel van een vermeende Europese publieke opinie, die niet bestaat en nooit zal bestaan, aangezien de verscheidenheid van talen een feit is en de Unie een middel is, en geen doel op zich.

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (NI). - (DE) Mijnheer de voorzitter, grensoverschrijdende samenwerking tussen politieke partijen is in Europa niets nieuws. Maar zelfs partijen met dezelfde politiek-ideologische gezindheid belichamen vaak verschillende politieke culturen. Ongeacht de geplande steun met miljoenen euro’s zal men nooit overeenstemming bereiken over meer dan een kleinste gemeenschappelijke politieke deler, en dat zijn tot vandaag de dag meestal enkel verkiezingsprogramma’s en -oproepen. Ook Europese partijen zullen ons uit dat dilemma geen uitweg bieden.

Men is het er weliswaar over eens dat de Europese Unie zich in een crisis bevindt, maar in plaats van eindelijk eens aandacht te schenken aan de oorzaken van die crisis, worden eens te meer enorme bedragen in - vanaf nu - Europese politieke partijen gepompt. De redenen voor dat gebrek aan vertrouwen in de Europese leiders kennen we en zijn divers: onrealistische beloften bij de toetreding van de verschillende lidstaten, een te snelle uitbreiding van de EU naar het oosten tegen de wil van een meerderheid van de burgers, een opgedrongen Europese Grondwet, bijdrageverhogingen, en nu ook het idee van een Europese belasting.

Het is steeds interessant om vast te stellen hoe lichtgelovig het politieke establishment van de Europese Unie de Europese burgers inschat. Een lagere verkiezingsopkomst, negatieve referenda en steeds meer frustraties over de EU beschouwt men niet als kritiek op de Unie, maar als een lesje voor de nationale regeringen. Een andere denkwijze zullen we echter niet met nieuwe Europese politieke partijen bereiken. Of men wil of niet, men moet door goede resultaten vertrouwen verkrijgen.

De EU is er warempel niet enkel in geslaagd om de meeste lof die ze vooraf kreeg, te verspelen, maar ook om doorslaggevende ontwikkelingen te missen en zelfs de verkeerde richting in te slaan. Die fouten merkt de burger door stijgende werkloosheidscijfers en enorme prijsstijgingen door de euro. Ook indien we jaarlijks de voorziene 8,4 miljoen euro in het partijenproject investeren, is dat volgens mij nauwelijks geschikt voor het creëren van het gewenste Europese bewustzijn. Dat kunnen we enkel bereiken door de kritische burger de kans te geven eindelijk daadwerkelijk en direct mee te werken aan belangrijke beslissingen zoals uitbreidingen en Grondwet.

 
  
MPphoto
 
 

  Othmar Karas (PPE-DE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw de vice-voorzitter, dames en heren, niemand van ons heeft gezegd dat hij of zij over de wonderoplossing beschikt, maar het is wat beklemmend te moeten toezien hoe de tegenstanders van de EU, die een mandaat in het Europees Parlement hebben, elke maatregel, elk plantje waarmee we trachten de Europese Unie verder te ontwikkelen en de burger eraan te laten deelnemen, vertrappelen in plaats van het water te geven.

Niemand van ons is van mening dat politieke partijen een doel op zich zijn. Ieder van ons beschouwt ze als een mogelijk middel, als een noodzakelijk middel in de parlementaire democratie om de burger bij de wetgeving te betrekken en hem adequaat te kunnen vertegenwoordigen. Niemand van ons heeft hier gezegd dat een partijenstatuut volstaat om te zorgen voor behoorlijke werkzaamheden van de politieke partijen.

‚Zonder geld, geen muziek’, zeggen wij wel eens. Maar muziek ontstaat niet door geld. Ze heeft kritische, gekwalificeerde en opgeleide mensen nodig in het orkest, ze heeft instrumenten nodig, noten, mensen die mee beslissen over wat gespeeld zal worden, en ze heeft dirigenten nodig. Ik roep daarom alle politieke partijen op om met het geld en het statuut iets doordachts te doen, deel te nemen en mee te helpen, zodat er een integratieproces van de nationale partijen op Europees niveau plaatsvindt. Ik vind dat er te weinig wordt gedaan voor de europeanisering van het politieke debat, ook door de Europese partijen. Ze zijn geen bijkomstige partij; ze hebben een invloed zowel naar binnen als naar buiten uit.

Eén ding is overduidelijk: we zijn van mening dat de EU politieker, democratischer en transparanter moet worden en dichter bij de burger moet staan. De meesten onder ons dragen daartoe dagelijks een steentje bij. We zijn blij met het initiatief van de Commissie om door middel van het Plan D informatie en communicatie in heel Europa te ondersteunen. We betreuren dat het Europese debat niet aangepord wordt, maar dat momenteel spijtig genoeg schaamteloos nationaal particularisme, populisme, nationalisme en egoïsme heersen. Denkt u maar eens aan het energiebeleid, de financiële vooruitzichten, het Europees buitenlands beleid. We willen het Europees Parlement versterken, de onafhankelijkheid van Europese Parlementsleden ondersteunen en de afhankelijkheid van louter nationale belangen verminderen. We betreuren het gebrek aan Europese publieke discussie. Velen van ons zijn voorstander van referenda en petities onder het volk in heel Europa.

Wij zijn van mening dat politieke partijen een bijdrage kunnen leveren om deze misverstanden uit de weg te ruimen en om de daaruit ontstane kansen te benutten. De vereiste daarvoor is een partijenstatuut. Een dergelijk Europees statuut draagt succesvol bij tot een transparante, onafhankelijke europeanisering van het politieke debat. Dat versterkt onze inspanning om de binnenlandse politiek te europeaniseren in plaats van de Europese politiek te nationaliseren.

Tot slot nog dit: ja, ik ben voorstander van Europese lijsten ter aanvulling van nationale lijsten. Een Europese lijst bevordert namelijk Europese topkandidaten; ja, ik ben voorstander van kandidaturen via Europese partijen als aanvulling op via nationale partijen verkregen rechtstreekse mandaten. Ja, wij zijn er voorstander van dat de Europese politieke partijen hun opleidingsactiviteiten versterken, hun politieke stichtingen bevorderen en meer jeugdwerk doen. Daarom steunen we het verslag.

 
  
MPphoto
 
 

  Carlos Carnero González (PSE). - (ES) Mijnheer de Voorzitter, ik vind dat de rapporteur, de heer Leinen, uitstekend werk heeft verricht. Daarmee wil ik hem feliciteren. Maar we mogen onszelf niet voor de gek houden: de nationale partijen waaruit de Europese politieke partijen bestaan zijn vaak de eerste om niet in hen te geloven.

Hoe vaak hebben we onze collega’s in ons land niet horen zeggen: “Ja, de partij waarvan we deel uitmaken op Europees niveau is heel belangrijk, doet heel veel goede dingen, maar het belangrijkste is wat hier gebeurt.” Dat hoor je overal. Hier geldt een heel eenvoudig gezegde: de functie creëert het orgaan. Wanneer er eenmaal Europese wetten van kracht zijn - te beginnen met de Grondwet - die het bestaan van Europese politieke partijen met bepaalde taken verplicht stellen, dan is die strijd beslecht in het voordeel van de Europese eenwording.

In de Europese Grondwet staat dat de Raad bij het voordragen van een door dit Parlement te verkiezen kandidaat voor het voorzitterschap van de Commissie, rekening moet houden met de resultaten van de Europese verkiezingen. En als dat zo is, zullen de Europese partijen heel goed moeten nadenken over hun lijsttrekkers en hun programma’s; en dan zijn niet transnationale - laten we die term vermijden - maar Europese lijsten volstrekt logisch, want dat is de meest nauwkeurige term: Europese lijsten.

We staan nu natuurlijk voor een periode van bezinning en debat. Wij moeten de ruggengraat vormen van dat debat: dit Parlement en de Europese politieke partijen. De Europese Conventie was een succes omdat er gewerkt werd op basis van Europese politieke families, en de interparlementaire ontmoetingen en de periode van bezinning worden eveneens een succes, als het ons lukt samen te werken als politieke families, begrip voor elkaar te hebben en overeenstemming te bereiken.

Daarvoor is de rol van de Europese politieke partijen van essentieel belang, en dat zal ook zo zijn wanneer er Europese referenda komen en we een einde maken aan het spektakel van nationale referenda die worden beheerst door de problemen van ieder afzonderlijk land.

In dat geval is dit verslag een stap in de goede richting.

 
  
MPphoto
 
 

  Hans-Peter Martin (NI). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, de rapporteur, Jo Leinen, en de Europese politieke partijen kenden in de voorbije decennia een geheel gelijklopende carrière: van vrij hoog naar helemaal onderaan. Net twee procent van de Duitse burgers heeft nog vertrouwen in politieke partijen. Met deze financiële programma’s, die nu eigenlijk opgelegd worden, kan u die enorme afname van geloofwaardigheid toch geen halt toeroepen.

Waaraan is die afname te wijten? Aan het feit dat tot nu toe steeds partijen en niet de burger zelf gelijkgesteld werden met democratie. We hebben hier niet te maken met volksheerschappij, maar met partijenheerschappij, en die wordt door uw voorhistorische plannen nog gestabiliseerd, aangedikt en opgeblazen. Dat wordt een mislukking; dat zal Europa geen stap vooruit brengen. De toekomst ligt in feitelijk controleerbare verkiezingen van persoonlijkheden, van mensen, bij wie duidelijk zichtbaar is waarvoor ze eigenlijk staan, en die geen interne SPD-verkiezingscampagne voeren - zoals de rapporteur - en, wanneer ze een vaste plaats op de kieslijst hebben, hun verkiezingsstrijd stopzetten om stemmen te werven voor denkbeeldige Europese partijen.

 
  
MPphoto
 
 

  Maria da Assunção Esteves (PPE-DE). - (PT) Toen het Parlement in zijn resolutie van januari over de reflectieperiode het groene licht gaf voor een tweede debat over de Grondwet voor Europa, hebben we ook aangegeven dat Europa behoefte heeft aan politieke partijen. Welke uitdaging dat inhoudt is bekend. Europa moet steeds politieker worden. We zullen dus een sterke, pro-actieve en verantwoordelijke partijstructuur moeten opbouwen.

Partijen vervullen een fundamentele rol bij het concretiseren van onze Europese ambities en het verhogen van de kwaliteit van de Europese democratie. Ze fungeren als een brug tussen de burgers en de autoriteiten. Partijen werken verder als katalysator van de Europese publieke opinie, en ze maken de participatie en interventie van het maatschappelijk middenveld mogelijk.

Politieke partijen zijn niet alleen parlementair en representatief, en dat mag ook niet. Onduidelijk is echter waarom de Europese politieke partijen zich niet zo snel en sterk hebben ontwikkeld als het Europees Parlement dat heeft gedaan. Mogelijk begrijpt men niet hoe het systeem werkt, en misschien ontbreekt het de Europese partijen aan zelfbewustzijn. Europa heeft de partijen in de loop van zijn eigen ontwikkeling ook nooit gevraagd dynamisch te zijn. De verwikkelingen rond de Grondwet hebben duidelijk gemaakt dat de partijen in het geheel niet hebben deelgenomen aan het debat. Die discussies hebben tot nu toe alleen betrekking gehad op de institutionele aspecten. Voor Europa is het van belang dat de politieke partijen nu eindelijk hun rol aanvaarden. Daarom moeten we de partijstructuur versterken door een Europees statuut voor politieke partijen op te zetten. Een dergelijk statuut zou de democratische controle verbeteren en de politieke mededinging binnen dit Parlement versterken.

Het verslag-Leinen doet daarom een aantal suggesties, die veel verder gaan dan een uitsluitend boekhoudkundige hervorming van de Europese politieke partijen. Het verslag stelt een andere benadering van de strategische verhouding tussen de partijen voor. Erkend wordt ook dat de partijen een belangrijke rol kunnen spelen bij het vinden van structurele oplossingen voor het nog steeds voortdurende democratische tekort in Europa.

Om zulke structurele oplossingen te realiseren moet de politieke markt beter functioneren. De banden tussen de Europese politieke partijen en de nationale partijen moeten versterkt worden en de Europese politiek - en dus ook het Europese kiesstelsel - moet aantrekkelijker worden gemaakt. Het verslag levert ook een bijdrage aan de ontwikkeling van een soort partijbewustzijn op Europees niveau. Dat helpt ons - dat wil zeggen: al degenen die zich organiseren in een poging om verantwoordelijkheid voor de wereld te aanvaarden - te begrijpen dat onze organisaties een nieuwe omvang hebben verworven. De zojuist genoemde verantwoordelijkheid neemt toe. Europa maakt immers een belangrijke vernieuwing door. Als voorbeeld noem ik de Grondwet en de uitbreiding. We hebben dus behoefte aan een nieuwe politieke praktijk. We zullen de rol van de instellingen, de burgers en de partijen dus opnieuw moeten onderzoeken.

 
  
MPphoto
 
 

  Marie-Line Reynaud (PSE). - (FR) Mijnheer de Voorzitter, ik wil eerst de rapporteur bedanken voor de kwaliteit van zijn werk.

De Europese politieke partijen zijn onmisbaar bij de vorming en verwoording van een echte Europese publieke opinie. De moeilijke taak om te werken aan de daadwerkelijke participatie van de burgers rust immers voornamelijk op hun schouders, en dat niet alleen eens in de vijf jaar, naar aanleiding van de Europese verkiezingen, maar dagelijks en op alle fronten van het Europese politieke leven.

In het verslag van de heer Leinen wordt een aantal mogelijkheden genoemd om de Europese partijen de nodige middelen te verschaffen voor de verwezenlijking van die doelstelling. Ik juich met name de volgende punten toe: de verbetering van de regels op financieringsgebied door het scheppen van meer duidelijkheid, flexibiliteit, onafhankelijkheid en financiële zekerheid op middellange termijn; de onontbeerlijke steun voor Europese jongerenorganisaties en –bewegingen, en tot slot een betere vertegenwoordiging van vrouwen op de kieslijsten, en vooral onder de gekozenen.

 
  
MPphoto
 
 

  Andrzej Jan Szejna (PSE). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, in artikel 191 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap wordt gesteld dat Europese politieke partijen een belangrijke factor voor integratie binnen de Unie zijn. Zij dragen bij tot de vorming van een Europees bewustzijn en tot de uiting van de politieke wil van de burgers van de Unie. Dit is vandaag de dag van enorm belang, omdat we bezig zijn met een verreikende bezinning op de toekomst van Europa, die vraagt om een brede dialoog met zijn burgers. Europese politieke partijen dienen hier een centrale rol in te vervullen door verdere integratie te bevorderen en zich sterk te maken voor het Grondwettelijk Verdrag. De Sociaal-democratische Fractie in het Europees Parlement heeft in dit opzicht veel bereikt, en heeft veel ervaring op dit terrein.

Het staat buiten kijf dat Europese politieke partijen een belangrijke rol hebben te vervullen in referenda over Europese kwesties, in de verkiezingen voor het Europees Parlement en in de verkiezing van de voorzitter van de Commissie. Bovendien moet de keuze van de kandidaat voor het voorzitterschap van de Commissie een afspiegeling zijn van de resultaten van Europese verkiezingen. Om deze doelen te bereiken zijn regels voor politieke partijen essentieel op Europees niveau. Er is een statuut voor politieke partijen nodig om hun rechten en plichten vast te leggen en hun de mogelijkheid te bieden rechtspersoonlijkheid te verwerven.

Tot slot wil ik de heer Leinen feliciteren met zijn uitstekende verslag en zijn proeve van uitzonderlijke bekwaamheid.

 
  
MPphoto
 
 

  Aloyzas Sakalas (PSE). - (LT) Allereerst wil ik de heer Leinen bedanken voor zijn met veel gevoel voor verantwoordelijkheid opgestelde verslag. Ik wil benadrukken dat ondersteuning van het werk van de Europese politieke partijen op Europees institutioneel niveau op dit moment bijzonder relevant is. En wel om de volgende reden: er zijn politieke wetenschappers, althans in Litouwen, die de stelling verdedigen dat politieke partijen hun ideologische grondslagen zijn kwijtgeraakt en steeds meer op elkaar zullen gaan lijken. Als dit werkelijk gaat gebeuren, dan zullen beslissingen van partijen die een ideologische basis ontberen, onvoorspelbaar worden. Dat zou betekenen dat het voor de kiezer niet langer duidelijk zal zijn wat een partij, of een andere partij, gaat doen wanneer die partij eenmaal aan de macht is. En dat zou weer betekenen dat het voor de kiezers niet meer belangrijk zal zijn op welke partij ze gaan stemmen, en sommige mensen zullen zich gaan afvragen of ze überhaupt nog moeten gaan stemmen. Dat is een bijzonder gevaarlijke tendens, en daarom is het bij de versterking van de lokale partijen van Europa van essentieel belang dat elke partij een linkse dan wel een rechtse ideologie aanhangt, en zo een baken kan vormen voor linkse en rechtse partijen in de verschillende landen, op alle mogelijke manieren, ook in financieel opzicht. Ik stel daarom voor dat we dit verslag steunen.

 
  
MPphoto
 
 

  Józef Pinior (PSE). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, de wortels van politieke partijen liggen in de industriële revolutie, de oprichting van natiestaten en de periode na de Tweede Wereldoorlog. De globalisering, met haar nieuwe uitdagingen voor de beschaving, en de democratisering van het politieke systeem van de EU brengen met zich mee dat Europese politieke partijen een rol in het Europese openbare leven moeten gaan spelen. Ze moeten echte instellingen van de representatieve democratie worden en fungeren als intermediair tussen de burgers en de besluitvormingscentra van de EU. Daarvoor is een statuut voor Europese politieke partijen nodig. Daarin moeten hun rechten en plichten worden verankerd en moeten zij rechtspersoonlijkheid kunnen verwerven op basis van het communautair recht. Een dergelijk statuut zou effectief moeten worden toegepast in de lidstaten.

In de Europese Unie maken wij momenteel een crisis door, een crisis in de Europese stelsels van liberale democratie. De constitutionele crisis in de EU gaat gepaard met racisme en onverdraagzaamheid, vooroordelen tegen immigranten en het opwerpen van barrières tussen de natiestaten. De EU moet Europese politieke stichtingen ondersteunen en Europese politieke jongerenorganisaties en -bewegingen bevorderen en versterken. Als reactie op de huidige crisis moet de Europese Unie een echt Europees beleid formuleren, zoals voorgesteld in het aan het Parlement voorgelegde verslag-Leinen.

 
  
MPphoto
 
 

  Zita Gurmai (PSE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, politieke partijen zijn van vitaal belang bij de opbouw en de versterking van een Europees politiek speelveld. Zij spelen een belangrijke en cruciale rol bij de bevordering van democratische waarden zoals vrijheid, tolerantie, solidariteit en gendergelijkheid. Wij wensen in lijn hiermee dat er een dialoog wordt gevoerd met de burger over de toekomst van Europa. De politieke partijen dienen bij dit alles een centrale rol te spelen.

Gezien de steun die wordt uitgesproken aan Europese politieke partijen, en gezien de aanbeveling de huidige situatie te verbeteren, verdient het verslag van de heer Leinen alle lof. De PPE-DE-Fractie heeft echter de heer Leinen en de politieke familie waartoe wij behoren belet een vermelding op te laten nemen over de vitale rol van de Europese politieke partijen bij de bevordering van gendergelijkheid. Ik zou graag mijn collega’s willen vragen deze kwestie opnieuw in overweging te nemen, vooral degenen in de PPE-DE-Fractie die in de Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid hebben gestemd tegen een amendement hierover. Daarin werd gesteld dat de Europese politieke partijen rekening dienen te houden met het principe van gelijke kansen als het gaat om benoemingen op partijfuncties en de plaatsing op kieslijsten. We mogen niet vergeten dat vrouwen de meerderheid van onze bevolking uitmaken.

Als voorzitter van de PSE-vrouwengroep ben ik me maar al te bewust van het fantastische werk dat onze politieke familie op dit vlak via het Europees Parlement verzet. Andere politieke partijen zouden ons voorbeeld moeten volgen. Ik wil mijn collega’s van de PPE-DE-Fractie oproepen opnieuw na te denken over hun standpunt en de waarden van de EU hoog te houden.

 
  
MPphoto
 
 

  Margot Wallström, vice-voorzitter van de Commissie. - (EN) Mijnheer de Voorzitter, dit was eigenlijk hoofdzakelijk een debat over democratie, over de sterke kanten en de beperkingen ervan, en over de uit een snel veranderende werkelijkheid voortvloeiende uitdagingen. Totnogtoe is het systeem waarmee we de democratie beoefenen en organiseren op politieke partijen gebaseerd. Zo doen we dat in Europa, zowel op nationaal, lokaal als op regionaal niveau en eveneens op Europees niveau. Het is geen perfect systeem en ook vereist het een continue inspanning om mensen te mobiliseren, want we weten dat onwetendheid en totale apathie de grootste vijanden zijn. Dat geldt eveneens op Europees niveau. We kunnen stellen dat het niet langer voldoende is om beleidsvorming en democratie over te laten aan een kleine politieke elite. Tenminste, dat is mijn analyse van de situatie. Ook op Europees niveau moeten wij mensen zien te mobiliseren, om zo eveneens op Europees niveau een democratische dynamiek te creëren. En juist via politieke partijen kunnen we mensen rekenschap laten afleggen, kunnen we openheid en transparantie creëren, en kunnen we zorgen voor effectieve besluitvorming.

Maar het bevindt zich allemaal nog in een embryonale fase. Ook al is het ons gelukt tien Europese partijen op te richten, we kunnen niet beweren dat we volledig zijn geslaagd. Maar het heeft wel geholpen en het is ook niet in tegenspraak met het feit dat we het nodige zullen moeten doen om ervoor te zorgen dat nationale partijen Europese onderwerpen op hun politieke agenda zetten en deze onderdeel maken van hun discussies en beslissingen. We moeten beide zaken aanpakken en op beide fronten vooruitgang boeken.

Ook is het van belang ervoor te zorgen dat er Europese media zijn die berichten over wat er speelt. Hiervoor zijn enige inspanningen en bevorderende maatregelen van onze kant nodig. Wij moeten er immers voor zorgen dat er ook berichtgeving is – voor de burgers, voor de democratie, om te kunnen volgen wat er gaande is en om dan daarover een standpunt te kunnen innemen. Ik zou eraan willen toevoegen dat het nodig is ontmoetingsplekken te creëren, gelegenheden om van burger tot burger te kunnen discussiëren. Deze drie bouwstenen zijn noodzakelijk voor de ontwikkeling van ware democratie op Europees niveau. Het kan virtueel zijn, geografisch of echt, maar alle drie elementen zijn nodig.

Europese politieke partijen vormen een uitermate belangrijk element. Er kan worden getwist over de criteria; we moeten verder ingaan op de dingen die hier naar voren zijn gebracht. Ik ben zeer voorzichtig en doe daarom nu geen beloftes omtrent de mogelijke uitkomst van de herziening van het Financieel Reglement. Ik denk dat het van mij erg onverstandig zou zijn om te beloven dat de Commissie dan en dan een nieuw voorstel zal doen over dit of dat onderwerp. Zo'n voorstel kan slechts gedaan worden in samenhang met en na afloop van de discussie die nu plaatsvindt over de herziening van het Financieel Reglement en de uitvoeringsvoorschriften. Dit voorstel kan gedaan worden op basis daarvan en daarop volgend. Ik denk desalniettemin dat u de elementen en bouwstenen die nodig zijn bij de discussie over waar het met de Europese politieke partijen naar toe moet, al heeft ontworpen en voor het voetlicht gebracht.

Er is echter, zoals velen al aangaven, eveneens een verband met andere organisaties, iets waarmee we rekening moeten houden om zo uiteindelijk een evenwichtig voorstel te kunnen doen. Bovendien is het wijs om enig idee te hebben van wanneer dit alles klaar zou kunnen zijn, maar ik kan onmogelijk vandaag hierover namens de Commissie een belofte doen.

Dit is een zeer belangrijk debat. Ik verwelkom de amendementen die wijzen op het belang van de bevordering van gelijkheid tussen vrouwen en mannen. Ik wil nog maar eens benadrukken - want ik zie daar mevrouw Gurmai - dat dit als een paal boven water staat. Als de heer Allister hier was geweest, dan zou ik hem hebben gevraagd op wie hij zou stemmen. Zou hij op iemand stemmen en zijn geld geven aan iemand die zegt “Ik kom deze zaal of deze instelling binnen met ambities, hoop en dromen en ik beloof mijn best te zullen doen en te werken aan een toekomst voor de Europese Unie”? Of zou hij stemmen op iemand die zegt “Ik geloof niet in deze instelling, ik vind dat die niet zou moeten bestaan, ik vind dat er over non-onderwerpen wordt gesproken en ben niet van plan al te veel aandacht te besteden aan wat er hier allemaal gebeurt”? Aan wie zou u als een normale belastingbetaler uw geld willen uitgeven? Het lijkt me dat het antwoord voor zich spreekt, maar uiteindelijk is het toch ook echt een kwestie van de keuzemogelijkheden die je de mensen moet bieden, zoals de heer Corbett en anderen al zeiden. Het gaat om de aan de Europese burgers te verlenen keuzemogelijkheden, en dat is al met al een kwestie van democratie.

 
  
MPphoto
 
 

  Paul Rübig (PPE-DE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, ik wil me bij commissaris Wallström verontschuldigen voor het feit dat sommige Parlementsleden enkel hun toespraak komen houden, maar niet bij het debat aanwezig zijn. In dit halfrond is dat eigenlijk geen gewoonte. Ik verontschuldig me voor mijn collega’s.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Het debat is gesloten.

De stemming vindt morgen om 11.00 uur plaats.

 
Juridische mededeling - Privacybeleid