Carlos Coelho (PPE-DE), schriftelijk. – (PT) Volgens de thans geldende regels worden in Zwitserland of Liechtenstein afgegeven verblijfstitels niet erkend als geldig document voor een kort verblijf of een doorreis in het Schengen-gebied.
Onderdanen van derde landen voor wie een visumplicht geldt om het Schengen-gebied binnen te komen zullen dus zo’n visum moeten aanvragen – ook als ze over een verblijfstitel voor opgemelde landen beschikken.
Migranten en hun families zullen tijdens bepaalde perioden van het jaar – vooral gedurende de vakanties – het land willen uitreizen. Alleen in Zwitserland al ging het in 2003 om meer dan een half miljoen mensen. Dat betekent dat de consulaten in een aantal lidstaten tijdens die perioden overbelast worden. De migranten zelf worden geconfronteerd met lange wachttijden en eindeloze formaliteiten.
Ik ben daarom voorstander van een vereenvoudigde regeling voor de doorreis van deze personen. Er is geen risico van illegale immigratie en de veiligheid is niet in het geding. De betrokken personen zijn bij de afgifte van een verblijfstitel immers door de autoriteiten van Zwitserland of Liechtenstein aan een controle onderworpen. Een ander argument ten gunste van een vereenvoudigde regeling is het wederkerigheidsbeginsel. Sinds 2000 geldt in de genoemde twee landen namelijk een zelfde type vrijstelling voor de houders van een EU-verblijfsvergunning.
Jörg Leichtfried (PSE), schriftelijk. (DE) Ik wil met mijn stemverklaring dit voorstel ondersteunen omdat we deze procedure hiermee naar mijn mening aanzienlijk kunnen verbeteren. De huidige situatie leidt tot een enorme werkdruk voor de consulaten van de lidstaten in Zwitserland en Liechtenstein en tot kosten voor burgers van derde landen. We moeten verandering brengen in deze onbevredigende situatie.
Bij de afgifte van de verblijfstitel voeren Zwitserland en Liechtenstein nauwkeurige controles en screenings uit, waarbij ze veel aandacht schenken aan de veiligheid. Tevens wil ik erop wijzen dat zowel Zwitserland als Liechtenstein in elk geval dezelfde kwalitatief hoogwaardige veiligheidsnormen toepassen als de andere staten die lid zijn van de EU.
Ik vind het belangrijk om met mijn stemverklaring steun te geven aan Zwitserland en vooral aan diegenen in Zwitserland die ernaar streven toe te treden tot de Europese Unie. Ik zou het zeer toejuichen wanneer Zwitserland zich zou aansluiten bij de EU, aangezien Zwitserland synoniem is met strenge normen en zich onder andere onderscheidt door een uitstekend vervoersbeleid, waaraan vele lidstaten een voorbeeld zouden moeten nemen.
- Buitengewone maatregelen ter ondersteuning van de markt in de pluimveesector
Jan Andersson, Anna Hedh, Ewa Hedkvist Petersen, Inger Segelström en Åsa Westlund (PSE), schriftelijk. – (SV) Wij stellen vast dat de landen die een krachtige dierenbeschermingswetgeving hebben om goede levensomstandigheden voor de dieren te garanderen en tegelijkertijd de risico’s voor de verspreiding van besmettelijke ziekten te reduceren en dus ook het gevaar van negatieve effecten voor de volksgezondheid te verminderen, niet zijn getroffen door een lagere verkoop van kippenvlees.
Wij willen daarom in de huidige situatie met nadruk wijzen op de noodzaak om de dierenbescherming en de voedselveiligheid te versterken, opdat de levensmiddelenproducenten op legitieme wijze het vertrouwen van de consumenten kunnen winnen. De EU moet dan ook actie ondernemen om dit doel te bereiken.
We willen in deze acute situatie echter niet het gevaar lopen dat fokkers uit angst voor negatieve financiële gevolgen een besmetting geheimhouden of op een andere manier het gevaar voor verspreiding van besmettingen vergroten. Daarom steunen wij in de huidige situatie de mogelijkheid van financiële compensatie voor getroffen fokkers.
Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk. – (PT) We zijn teleurgesteld dat onze voorstellen zijn verworpen. We hadden ervoor gepleit om compenserende marktmaatregelen voor 100 procent met communautaire middelen te financieren, precies zoals dat met de varkenspest en BSE is gebeurd. In een aantal landen is de sociaal-economische toestand namelijk zo ernstig dat ze problemen zullen ondervinden bij de cofinanciering.
We hebben toch vóór de amendementen gestemd, aangezien daarin werd voorgesteld de producenten te steunen. Compensatie voor de beperkingen op het vrije verkeer die eventueel kunnen worden opgelegd om de verspreiding van dierziekten te verhinderen zou voor slechts 50 procent met communautaire middelen worden gecofinancierd, maar daar staat tegenover dat er in deze amendementen een communautaire financiering van 100 procent wordt voorgesteld als er zich ernstige verstoringen van de markt voordoen omdat de consumenten naar aanleiding van gezondheidsrisico’s voor mensen of dieren hun vertrouwen verliezen.
Een essentieel deel van hetgeen wij hadden voorgesteld wordt op deze wijze alsnog gerealiseerd. We hopen nu dat de Commissie en de Raad rekening zullen houden met dit besluit van het Parlement.
Hélène Goudin en Nils Lundgren (IND/DEM), schriftelijk. – (SV) Wij stemmen tegen de amendementen van het Europees Parlement. Wij vinden het te vroeg om een standpunt in te nemen over de vraag welke schade de pluimveehouderij oploopt in verband met een pandemie onder de vogels. Het is karakteristiek voor dit Parlement dat men zodra er iets onverwachts gebeurt, begint te roepen om financiële steun voor opslag van goederen, financiële compensatie voor voedselvernietiging en financiering van voorlichtingscampagnes om het vertrouwen van de consumenten te herwinnen. Wij zien geen reden om op dit moment aan deze eisen tegemoet te komen.
Hoever mag de planeconomie gaan in de levensmiddelenbranche? De consumenten moeten altijd eten, en als ze geen vogelvlees kunnen eten, dan profiteren andere levensmiddelensectoren daarvan. Wij vinden dat de markt zich heel goed kan aanpassen aan de huidige situatie. Als bij voorbaat compensatie wordt toegezegd, is de pluimveesector minder gemotiveerd om preventieve maatregelen te nemen.
Richard Seeber (PPE-DE). – (DE) Mijnheer de Voorzitter, ik wil namens de delegatie van de Oostenrijkse Volkspartij een stemverklaring afgeven over het verslag-Doyle. De Oostenrijkse delegatie heeft uitdrukkelijk vóór gestemd onder de voorwaarde die mevrouw Doyle heeft genoemd, en op grond van de verklaring van commissaris Kyprianou. Wij veroordelen de eenzijdige verklaring van de Commissie, die zij heeft afgegeven nadat de Raad en het Parlement een compromis hadden bereikt, zeer scherp, en wij gaan er tegen de achtergrond van de vandaag afgelegde verklaringen van uit dat de inbreukprocedures tegen Denemarken en Oostenrijk worden gestaakt op grond van de nieuwe wetgeving.
Paul Rübig (PPE-DE). – (DE) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, met betrekking tot het onderwerp van het verslag-Doyle wil ik zeggen dat het voor ons allen zeer belangrijk is dat we de doelstellingen van Kyoto bereiken.
Edite Estrela (PSE), schriftelijk. – (PT) Ik heb voor het verslag-Doyle over de gemeenschappelijke ontwerptekst van de verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake bepaalde gefluoreerde broeikasgassen gestemd, aangezien daarmee een juridisch kader wordt opgezet voor dit soort gassen met een hoog uitstootniveau. Sommige daarvan zijn schadelijker dan CO2 en kunnen wel 50 000 jaar in de atmosfeer blijven hangen.
Met het oog op de bescherming van het milieu en de verwezenlijking van de doelstellingen van Kyoto wordt via deze verordening verzekerd dat apparaten die met dit soort gassen werken gerecycled, opnieuw gebruikt of vernietigd worden. Deze verordening zal er bovendien toe bijdragen dat Europese consumenten beter geïnformeerd zullen worden met betrekking tot het broeikasgaspotentieel van deze gassen.
Duarte Freitas (PPE-DE), schriftelijk. – (PT) Het binnen het bemiddelingscomité tot stand gekomen akkoord is heel bevredigend. Met betrekking tot de uitstoot van gassen in de atmosfeer zijn er zo belangrijke verbeteringen tot stand gebracht.
De voorgestelde dubbele rechtsgrondslag is geschikt voor dit type verordening. Deze stelt een aantal lidstaten in de gelegenheid strengere wetgeving op te stellen zonder dat daardoor het evenwicht op de interne markt in Europa verstoord wordt. Het in de hand houden van de uitstoot en het voorkomen van lekken zijn volgens mij de beste manieren om de doelstelling – het terugdringen van de uitstoot van gefluoreerde gassen in de atmosfeer – te verwezenlijken.
Men wordt nu verplicht om de Commissie elk jaar informatie te verschaffen over de certificatie van personeel; apparatuur moet worden verzameld voor recycling of hergebruik. Dat zijn maatregelen waar ik achter sta.
Ik ben het dus eens met het besluit van het bemiddelingscomité.
Karin Scheele (PSE), schriftelijk. (DE) Namens de SPÖ-delegatie en als haar vertegenwoordigster in de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid wil ik zeggen dat Oostenrijk en Denemarken algemene verboden hebben uitgevaardigd op het gebruik van gefluoreerde broeikasgassen. Door die wetgeving moet gewaarborgd worden dat strengere regels gehandhaafd kunnen worden.
De ontwerptekst van het bemiddelingscomité bepaalt dat de lidstaten strengere nationale maatregelen mogen handhaven tot eind 2012. Deze stap is mogelijk op grond van artikel 95, lid 10, van het Verdrag en zorgt ervoor dat Oostenrijk en Denemarken hun strengere regelingen tijdelijk kunnen handhaven. Dit betekent tevens dat het wetenschappelijke bewijs genoemd in artikel 94, lid 4, niet geleverd hoeft te worden. Elke beperkende uitleg van de beschermingsclausule moet worden afgewezen omdat de vrijheid van handelen van de lidstaten op geen enkele wijze beperkt mag worden.
Kathy Sinnott (IND/DEM), schriftelijk. - (EN) In januari is er in Cork een nieuwe recyclingfaciliteit geopend. Ik ben er zaterdagavond langs gekomen en heb kunnen constateren dat er nu al een indrukwekkende hoeveelheid stapel koelkasten opgeslagen ligt en dat in minder dan tien weken. Deze bergen verouderde koelkasten en, in warmere klimaten, airconditioners liggen in elk bevolkingscentrum van de EU weg te roesten.
Wij hadden al veel eerder over een solide wetgeving voor gefluoreerde broeikasgassen moeten beschikken om de fouten uit het verleden recht te zetten en ons klimaat in de toekomst te beschermen. Ik feliciteer alle partijen die bij dit proces betrokken waren met de bereikte overeenkomst om de strengere wetgeving in landen als Denemarken te beschermen en om een etikettering in te voeren. Ik constateer weliswaar dat de Commissie nu plotseling weer haar bedenkingen heeft, maar ik vind dat wij haar aan het gegeven woord moeten houden. Ik zie uit naar de dag dat de EU aan haar verplichtingen uit hoofde van het Protocol van Kyoto voldoet met betrekking tot de f-gassen.
Duarte Freitas (PPE-DE), schriftelijk. – (PT) Het binnen het bemiddelingscomité tot stand gekomen akkoord is bevredigend. Met betrekking tot de uitstoot van gassen in de atmosfeer zijn er zo belangrijke verbeteringen tot stand gebracht.
Het beperken van het gebruik van HFC-134a en andere gassen met een hoog broeikasgaspotentieel in alle nieuwe voertuigen die vanaf 2011 op de markt worden gebracht zal leiden tot een belangrijke reductie van de uitstoot. De toepassing van die maatregelen op alle voertuigen – vanaf 2017 – zal daar ook toe bijdragen.
De ontwikkeling van alternatieven bevindt zich nog in een experimenteel stadium. Daarom is het terecht dat het gebruik van HFC-152a wordt toegestaan, maar wel onder de voorwaarde dat ook dit gas geleidelijk aan wordt uitgebannen.
Ik ben het dus eens met het besluit van het bemiddelingscomité.
- Situatie in de vluchtelingenkampen op Malta (B6-0241/2006)
Andreas Mölzer (NI). – (DE) Mijnheer de Voorzitter, steeds weer worden wij geschokt door berichten over vluchtelingendrama’s en door verhalen van slachtoffers van meedogenloze smokkelaarbendes. Veel mensen hebben niets meer te verliezen behalve hun leven, en zelfs dat verliezen ze vaak op weg naar het vermeende luilekkerland Europa. Als ze al hun plaats van bestemming bereiken, zijn ze verplicht tot in lengte van dagen te werken om hun schulden bij de smokkelaars af te lossen, onder mensonwaardige omstandigheden, onder andere als prostituee. Deze vicieuze cirkel kunnen wij alleen maar doorbreken met een restrictief gemeenschappelijk immigratiebeleid.
In dit kader hebben wij natuurlijk nog steeds vluchtelingenkampen nodig buiten Europa, aangezien onze kampen in Europa vaak overvol zijn, waardoor er tussen de bewoners uit verschillende culturen ernstige gewelddadigheden uitbreken. Onder andere om die reden en om vluchtelingen de illusie te ontnemen dat ze de EU illegaal kunnen binnenkomen, heb ik tegen deze resolutie gestemd.
Romano Maria La Russa (UEN). – (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, het is zeker een positief gegeven dat het Parlement zich heeft uitgesproken over de immigratiecentra op Malta, overigens een paar dagen na het bezoek van de Commissie burgerlijke vrijheiden, justitie en binnenlandse zaken, waar ik als afgevaardigde aan meegedaan heb.
De aangenomen resolutie, die het resultaat is van de waardevolle bijdrage van alle fracties, wijst op de ernstige situatie waarin de vluchtelingen verkeren: zij leven in onmenselijke omstandigheden en zijn praktisch verstoken van basisgezondheidsdiensten en persoonlijke bijstand. De resolutie laat echter duidelijk doorschemeren dat Europa een grote verantwoordelijkheid heeft voor wat er op Malta gebeurt. Het spreekt vanzelf dat de bezoeken van onze delegatie aan de opvangcentra in heel Europa niet bedoeld zijn om een lijst op te stellen van goede of slechte centra. Toch valt te stellen dat de situatie op Malta, die qua levensomstandigheden van de vluchtelingen absoluut niet te vergelijken is met die van Lampedusa, qua omvang en opvangcapaciteit wel doet denken aan het Zuid-Italiaanse eiland.
Er is dringend behoefte aan een duidelijk en sterk standpunt van de Raad, om zo snel mogelijk, en uiteraard overeenkomstig het solidariteitsbeginsel, een gemeenschappelijk en rechtvaardig immigratiebeleid op te zetten; een beleid waarmee voorkomen wordt dat de kosten van deze clandestiene immigratiegolf alleen afgewenteld worden op een paar perifere lidstaten in Zuid-Europa, die absoluut niet in staat zijn zichzelf financieel te bedruipen.
Hélène Goudin en Nils Lundgren (IND/DEM), schriftelijk. – (SV) De Zweedse partij Junilistan is tegen een gemeenschappelijk Europees asiel- en vluchtelingenbeleid. We vinden dan ook dat dit geen kwestie voor het Europees Parlement is. We vinden dat de lidstaten zelf de vrijheid moeten hebben om te bepalen hoe hun immigratie- en asielbeleid eruit moet zien, zolang dat in overeenstemming is met het geldende internationale recht. Mensenrechten mogen niet worden geschonden.
Wij verdedigen een humaan vluchtelingenbeleid en zijn ertegen dat asielzoekers in detentiecentra worden geplaatst.
Zita Pleštinská (PPE-DE). – (SK) De plenaire discussie in het bijzijn van Alexander Milinkevitsj is een blijk van de solidariteit van het Europees Parlement met het Wit-Russische volk in hun strijd tegen totalitarisme en voor vrijheid en een nieuwe toekomst. Het Europees Parlement spreekt in zijn resolutie in niet mis te verstane bewoordingen over de gemanipuleerde presidentsverkiezingen. Deze resolutie luidt de alarmbel over de gewapende onderdrukking door de dictator van een vreedzame demonstratie van het Wit-Russische volk. Deze mensen hebben hun angst achter zich gelaten, hoewel ze niet weten wat hun te wachten staat.
De aandacht van het Europees Parlement is gericht op de aangehouden oppositieleiders, wier onmiddellijke vrijlating we eisen. De resolutie doet recht aan het enorme enthousiasme van de jonge mensen die nu van de universiteit zijn gejaagd. Zij zijn het die hulp nodig hebben, aangezien ze de toekomst van hun land vorm zullen geven. Slowakije heeft zich al bij de landen gevoegd die beloofd hebben die studenten te helpen, zodat ze hun studie in Slowakije kunnen afmaken. Door voor deze resolutie te stemmen wilde ik ook de aandacht vestigen op de noodzaak om zo snel mogelijk nieuwe verkiezingen in Wit-Rusland te houden. Hoewel Loekasjenko de verkiezingen door fraude heeft gewonnen, heeft hij zijn tegenstanders niet verslagen. De isolatie van Loekasjenko als persoon zal tot zijn ondergang leiden.
Tot slot spreek ik de overtuiging uit dat het verzoek dat ik in de plenaire vergadering van het Europees Parlement heb gedaan – om als blijk van onze solidariteit met het Wit-Russische volk op de 16e van elke maand om 16.00 uur een kaars op te steken – gehonoreerd zal worden en dat iedereen dit graag zal doen. Ik geloof dat het vuur van de solidariteit nooit zal uitdoven in het Europees Parlement.
Esko Seppänen (GUE/NGL). - (FI) Mijnheer de Voorzitter, over paragraaf 2 van de resolutie werd een stemming in twee delen gehouden. Ik had geen enkel probleem met het aannemen en steunen van het eerste deel, maar het tweede was wel een probleem en daarom onthield ik mij daarbij van stemming.
Naar mijn mening waren de verkiezingen in Wit-Rusland niet vrij, maar werd het resultaat niet vervalst. Daarentegen waren de hieraan voorafgaande Amerikaanse presidentsverkiezingen - niet de meest recente maar de presidentsverkiezingen daarvoor - wel vrij maar werd het resultaat vervalst. Daarover nam het Parlement geen enkel standpunt in. Ik hoop dat het Parlement wel een standpunt inneemt over de presidentsverkiezingen in de olielanden Kazachstan, Oezbekistan, Turkmenistan en Azerbeidzjan en de andere landen die niet vrij zijn en waar de resultaten zijn vervalst.
Jean-Claude Martinez (NI), schriftelijk. – (FR) In Oekraïne vond de Oranje Revolutie plaats, maar het leven bleef er grijs. In Moskou vond de Witte Revolutie plaats met als resultaat: vermindering van de levensverwachting met tien jaar, een demografische achteruitgang, misdaad, verval van het gezondheidssysteem en een plundering van de nationale goederen ten voordele van oligarchen. Nog even en het zwartboek van het liberalisme zal niet onderdoen voor dat van het communisme.
We mogen Wit-Rusland niet alle zegeningen van de markt ontnemen. Ook de Wit-Russen hebben recht op de vrijheid die geboden wordt door een oligarchie die de media, het leger en de politiek beheerst en die werkloosheid, passieve euthanasie van bejaarden, culturele neergang, economische stagnatie, ongerept individualisme en sociale eenzaamheid zaait.
We begrijpen dat het Europees Parlement verheugd is met de politieke mediademocratie van magnaten als Berlusconi, Bouygues, Lagardère of Murdoch. Ook Wit-Rusland heeft recht op de liberale ellende van volkeren en op een holle, mediagestuurde democratie.
Erik Meijer (GUE/NGL), schriftelijk. Namens mijn fractie heb ik deelgenomen aan de onderhandelingen over de compromisresolutie over Wit-Rusland. Mijn advies om die resolutie mee te ondertekenen is uiteindelijk niet opgevolgd. Ook ik vond niet alle delen van de formulering ideaal.
Essentieel blijft echter dat de door intimidatie en vervalsing tot stand gekomen herverkiezing van president Loekasjenko door de buitenwereld niet erkend moet worden, dat oppositionele bewegingen en publicaties steun van buitenaf verdienen en dat studenten die het land ontvluchten, onderwijsmogelijkheden in hun eigen taal moet worden aangeboden. Dat standpunt heb ik eerder in dit parlement verdedigd en ook in manifestaties buiten dit parlement. Helaas blijkt mijn fractie niet in staat om een resolutie met deze strekking eensgezind te ondersteunen. Waarschijnlijk hebben de tegenstanders van deze resolutie voorlopig gelijk als zij zeggen dat van alle voormalige sovjetrepublieken de arbeiders en gepensioneerden in Wit-Rusland de meeste bestaanszekerheid hebben. Dat geldt helaas alleen zolang Rusland dit land denkt te kunnen inlijven door goedkope olie te leveren. Die bestaanszekerheid rechtvaardigt geen dictatuur of verkiezingsfraude. Mijn partij, de SP, haat dictatuur. Socialisme heeft alleen een toekomst als democratische beweging, in open concurrentie met andere opvattingen, en vooral niet als dictatuur. Ik blijf bij mijn steun aan de resolutie.
Athanasios Pafilis (GUE/NGL), schriftelijk. - (EL) De Communistische Partij van Griekenland heeft tegen de gezamenlijke resolutie van de Fractie van de Europese Volkspartij (Christen-democraten) en Europese Democraten, de Sociaal-democratische Fractie in het Europees Parlement en de Fractie De Groenen/Vrije Europese Alliantie gestemd en geeft uiting aan zijn solidariteit met het volk van Wit-Rusland.
Deze resolutie is een flagrante inmenging in de interne aangelegenheden van een onafhankelijk land, schendt elk begrip van internationaal recht en staat gelijk met een oorlogsverklaring aan een volk dat zich verzet tegen de imperialistische barbaarsheid.
Het Europees Parlement is gekozen door 30 procent van de EU-burgers en wil een volk, dat met een verkiezingsopkomst van 93 procent, en met 80 procent van de stemmen een president heeft gekozen, een les leren in democratie! De Europese Raad heeft de gekozen president van Wit-Rusland, de heer Loekasjenko een inreisverbod opgelegd en het Europees Parlement biedt bescherming en overvloedige financiële middelen aan de heer Milinkevitsj, die zich opwerpt als vertegenwoordiger van het volk maar ondanks het pak geld tijdens de verkiezingen het ‘fantastische’ resultaat van 6 procent heeft behaald en tijdens de ‘indrukwekkende’ demonstraties niet minder dan 2000 betaalde demonstranten de straat op heeft gekregen!!
De felle reacties van de politieke vertegenwoordigers van het imperialisme zijn gemakkelijk verklaarbaar, aangezien er ondanks de overvloedige financiering en de interventies geen ‘oranje, ‘roze’ of ‘groengele’ revoluties konden worden bewerkstelligd. Na het trotse antwoord van het volk van Wit-Rusland proberen zij nu met terrorisme, laster en fascistisch getinte sancties het land en zijn volk te isoleren.
De werknemers en de volksbeweging moeten de imperialistische plannen veroordelen, het volk steunen in zijn strijd en in zijn recht om over zijn toekomst te beslissen en zijn eigen weg te kiezen.
Jonas Sjöstedt en Eva-Britt Svensson (GUE/NGL), schriftelijk. – (SV) De delegatie van de Zweedse partij Vänsterpartiet in de Confederale Fractie Europees Unitair Links/Noords Groen Links distantieert zich krachtig van het regime-Loekasjenko en zijn schendingen van de democratische rechten en mensenrechten.
Wij vinden dat bij de presidentsverkiezingen in Wit-Rusland diverse fundamentele beginselen van democratische en eerlijke verkiezingen zijn geschonden, en daarom stemmen we voor de resolutie.
Dat betekent niet dat we elke afzonderlijke formulering in de resolutie steunen, maar het is doorslaggevend voor ons dat we protesteren tegen de schendingen van de democratische rechten en mensenrechten in Wit-Rusland.
Alyn Smith (Verts/ALE), schriftelijk. - (EN) Mijnheer de Voorzitter, de situatie in Wit-Rusland wordt elke dag slechter en wij moeten de ontwikkelingen daar dan ook nauwlettend in de gaten blijven houden. Het is een soeverein recht van landen om zichzelf te besturen op de wijze zoals hen dat goeddunkt. Dat recht is echter wel gebaseerd op de veronderstelling dat er sprake is van een rechtvaardige en vrije samenleving en dat is in Wit-Rusland duidelijk niet het geval. Het is dan ook een goede zaak dat wij vandaag onze bezorgdheid en niet-aflatende steun voor de democratie en dialoog in Wit-Rusland uitspreken. Als de onderdrukking voortduurt, dienen wij voor de toekomst echter ook hardere maatregelen in overweging te nemen.
Zita Pleštinská (PPE-DE). – (SK) De parlementsverkiezingen in Oekraïne zijn een belangrijke mijlpaal geworden na de consolidatie die begon met de Oranje Revolutie. De Oekraïners hebben bij de verkiezingen laten zien dat ze de vrijheid die ze hebben herwonnen door de straat op te gaan, koesteren. Ze hebben duidelijk bevestigd dat ze deel willen gaan uitmaken van de Europese Unie op basis van het aanvaarden van haar grondbeginselen en fundamentele criteria. Het is prijzenswaardig dat het Europees Parlement zich niet louter heeft beperkt tot het ondersteunen van de Oranje Revolutie, maar ook de ontwikkelingen in Oekraïne op de voet blijft volgen via zijn waarnemers.
Parlementaire democratie is niet iets vanzelfsprekends. Zij moet geleidelijk worden opgebouwd en worden gevolgd. Als directe buur heeft Slowakije een duidelijk belang bij het welslagen van het proces in Oekraïne. Slowakije zal Oekraïne helpen om daar te geraken waar het thuishoort, namelijk in de schoot van de EU-lidstaten. Omdat dit natuurlijk niet van de ene op de andere dag zal gebeuren, moet de Europese Unie een vorm van partnerschap aanbieden die het Europees perspectief van Oekraïne zal verruimen. Uit de gezamenlijke resolutie blijkt dat het Europees Parlement politiek gezien rijp is, en in staat is een politiek akkoord te bereiken op basis van een brede consensus en een duidelijk signaal af te geven aan het Oekraïnse volk. Daarom heb ik voor de resolutie gestemd.
Glyn Ford (PSE), schriftelijk. - (EN) Ik zal deze ontwerpresolutie steunen. Op tweede kerstdag 2004 was ik in Kiev als een van de waarnemers van dit Parlement in het kader van de hernieuwde presidentsverkiezingen en wij hebben gezien hoe de Oranje Revolutie alles en iedereen heeft overvleugeld. De belofte van die revolutie is echter niet op de juiste wijze ingelost doordat sommige bondgenoten het hebben laten afweten en er corruptie wordt gepleegd in die rangen en standen die beloofd hebben om die corruptie weg te vagen. Ik kan dan ook alleen maar hopen dat deze nieuwe verkiezingen alle politici in Oekraïne de lessen hebben geleerd die geleerd moesten worden opdat dit land zich kan voegen bij de Europese democratische naties op hun tocht in partnerschap.
Athanasios Pafilis (GUE/NGL), schriftelijk. - (EL) Men weigert op provocerende wijze om de resultaten van de verkiezingen in Wit-Rusland te erkennen maar beschouwt de verkiezingen in Oekraïne, die in het teken stonden van geweld en fraude, en waarvan vooral de communistische partij van Oekraïne het doelwit was, wel als democratisch. Wat de ‘internationale waarnemers’ en de leiders van de EU en het imperialisme niet hebben gezien is dat twee vooraanstaande leden van de CP werden vermoord, de kantoren van de communistische partij werden bestormd, 200 000 kiezers in het gebied Lugansk werden geschrapt en werden belet te stemmen, en op de Krim verkiezingsfraude werd gepleegd.
Ze konden dit natuurlijk ook niet zien omdat de verslagen over de ‘geldigheid en het democratisch gehalte van de verkiezingen’ vóór de verkiezingen waren geschreven. Voor de EU en het Europees Parlement zijn landen democratisch als zij zich onderwerpen aan het imperialisme, aan bezettingsregeringen, zoals die in Irak en Afghanistan, en aan de politieke krachten die de belangen van de werknemers en hun landen uitverkopen aan het kapitaal. Daarom zijn ze ook zo blij met de resultaten in Oekraïne, ofschoon hun favoriet het onderspit moest delven.
De ‘operatie democratie’ die de VS en de EU bevorderen via interstatelijke en internationale organisaties komt er in feite op neer dat deze landen het kapitalisme opgelegd krijgen en aan de imperialistische zegekar worden gebonden.
De politieke krachten die dit beleid steunen, goedkeuren of dulden zijn medeverantwoordelijk en medeplichtig in de ogen van de volkeren.
Alyn Smith (Verts/ALE), schriftelijk. - (EN) Mijnheer de Voorzitter, de periode van de Oranje Revolutie was een tijd van veel hoop, maar inmiddels is duidelijk geworden dat de overgang naar een functionerende democratie in Oekraïne zeer moeizaam blijft verlopen. Dit Parlement moet daarbij zijn eigen rol blijven spelen, zoals wij ook gedaan hebben tijdens de Oranje Revolutie zelf, alleen moeten wij nu de krachten voor vooruitgang en democratie in Oekraïne steunen. De EU verkeert in de beste positie om als eerlijke bemiddelaar, adviseur en zelfs vriend voor de Oekraïners te fungeren. Wij moeten onze betrokkenheid bij dit proces voortzetten en ik steun dan ook graag de ontwerpresolutie van vandaag.
Bruno Gollnisch (NI), schriftelijk. – (FR) Deze resolutie stelt het ernstige probleem aan de orde dat de opgeleide elite van de derde wereld wordt weggekaapt door de ontwikkelde landen, met name in de medische sector.
We bevinden ons in een totaal krankzinnige situatie. In mijn land, Frankrijk, heerst er een enorm tekort aan personeel doordat er onvoldoende is ingespeeld op de gezondheidsbehoeften van een vergrijzende bevolking, door de belabberde loopbaanvooruitzichten en door de toepassing van de 35-urige werkweek in de openbare ziekenhuizen. Door een numerus clausus blijft echter de toegang tot deze beroepen beperkt en haalt men verpleegsters en dokters uit het buitenland. Tegelijkertijd heeft de bevolking in ontwikkelingslanden geen toegang tot gezondheidszorg en sturen wij dure humanitaire missies, vaak naar afgelegen gebieden. Dit is te gek voor woorden, temeer daar de toegang tot gezondheidszorg een van de redenen voor massale clandestiene immigratie is geworden: het Franse eiland Mayotte, dat wordt overspoeld met vluchtelingen, is er een perfect voorbeeld van.
Ik wil deze gelegenheid te baat nemen om de immigratiewet die mijnheer Sarkozy heeft ‘gekozen’, aan de kaak te stellen. Door die wet komt de grootschalige overheveling van de elite tot stand, waardoor de ontwikkeling van de landen waar die elite vandaan komt in gevaar wordt gebracht en de emigratie van de bevolking automatisch toeneemt. En dat terwijl het onderwijsstelsel op instorten staat en geen opleiding meer kan bieden aan de jeugd, die gedoemd is tot werkloosheid of tot kluswerk waar geen toekomst in zit.
Hélène Goudin en Nils Lundgren (IND/DEM), schriftelijk. – (SV) De wereldwijde strijd tegen ziekten en armoede is een zeer belangrijk vraagstuk, dat een omvangrijke internationale betrokkenheid vereist. Wij zijn echter van mening dat dit vraagstuk niet moet worden aangepakt in het kader van de EU-samenwerking. Wij vinden dat de strijd tegen ziekten moet worden gevoerd door de afzonderlijke lidstaten van de Unie en in het kader van de Wereldgezondheidsorganisatie, de WHO.
De Zweedse partij Junilistan streeft naar een beperkte samenwerking binnen de EU en zou het liefst zien dat het hulpbeleid werd gerenationaliseerd. Verder zijn we ertegen dat de Unie invloed krijgt en haar invloed uitbreidt inzake vraagstukken die reeds worden aangepakt door andere internationale organisaties. Wij stemmen daarom tegen deze resolutie.
Hélène Goudin en Nils Lundgren (IND/DEM), schriftelijk. – (SV) In het verslag wordt een cruciaal aspect van de EU-hulp aan de orde gesteld, namelijk de ineffectiviteit ervan. Het standpunt van de Zweedse partij Junilistan is dat hulp niet moet worden verschaft door de EU, maar door elke lidstaat.
De hulp van de EU is, zoals de rapporteur met nadruk stelt, ondoeltreffend. Er worden relatief grote bedragen geïnvesteerd in een ontwikkelingsbeleid onder regie van de EU, maar tegelijkertijd voegt de EU nieuwe handelsbelemmeringen toe aan de reeds bestaande belemmeringen, waardoor het voor de arme landen op de wereld onmogelijk wordt om de EU-markt met hun producten te betreden. Bovendien is het gemeenschappelijke handels- en landbouwbeleid van de EU zeer schadelijk, omdat de ontwikkelingslanden vanwege de invoerrechten en de subsidies niet kunnen concurreren met hun landbouwproducten.
Als het verslag betrekking had gehad op hulp op het niveau van de lidstaten, hadden wij het natuurlijk gesteund, omdat ineffectiviteit en corruptie twee grote belemmeringen vormen voor een goede en effectieve ontwikkelingssamenwerking. Nu gaat het echter om hulp onder regie van de EU, en daarom hebben we tegen het verslag in zijn geheel gestemd.
David Martin (PSE), schriftelijk. - (EN) Ik ben blij met dit verslag over de doeltreffendheid van hulp en de corruptie in ontwikkelingslanden. Corruptie is een nevenproduct van zwak bestuur. Aangezien bij corruptie vaak een belangrijke rol voor de staat is weggelegd, wordt corruptie soms gedefinieerd als misbruik van openbare macht voor particulier gewin. Zwakke instellingen en bestuursorganen met een beperkte verantwoordingsplicht maken het vaak mogelijk dat politici of ambtenaren misbruik maken van openbare goederen.
Ik ben ervan overtuigd dat versterking van de rol van de parlementen van essentieel belang is om hervormingen in het beheer van de overheidsfinanciën aan te zwengelen, en dat binnen het parlement mechanismen moeten worden ingesteld of versterkt waarmee de regering ter verantwoording kan worden geroepen.
Alyn Smith (Verts/ALE), schriftelijk. - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ook ik wil onze rapporteur gelukwensen met dit verslag over een probleem dat van cruciaal belang is voor de hulpagenda, maar dat toch vaak wordt verdoezeld. De schaal waarop geld voor ontwikkelingshulp, hoe goed bedoeld ook, corruptie in de hand werkt, is vaak schrikbarend. Wij moeten daar goed op blijven letten, zodat zowel onze belastingbetalers als de burgers van de begunstigde landen waar voor hun geld krijgen. Ik sta vierkant achter de aanbevelingen in dit verslag en zal het vandaag van harte steunen.
De Voorzitter. Hiermee zijn de stemverklaringen beëindigd.