De Voorzitter. – Aan de orde is de gecombineerde behandeling van zes ontwerpresoluties over de zaak-Ayman Nour in Egypte.
Nicholson of Winterbourne (ALDE), auteur. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, in deze krachtige resolutie vestigen we de aandacht van dit Parlement op de beproevingen van de heer Ayman Nour. Hij is parlementariër en leider van de oppositiepartij Al-Ghad. We roepen de Egyptische autoriteiten op ons standpunt in dezen te respecteren.
We zijn in de Europese Unie terecht trots op onze hechte betrekkingen met Egypte. Dit land is medevoorzitter van de Euromediterrane Parlementaire Vergadering en we hebben samen een Europees nabuurschapsbeleid vastgelegd. Dat beleid is gericht op het consolideren van de dialoog. Zo werken we met Egypte – primus inter pares in de Arabische Liga – samen om vrede en stabiliteit te bevorderen. Voor het verwezenlijken van die doelstellingen is de medewerking van Egypte onontbeerlijk.
Daarom vinden wij het heel teleurstellend dat de heer Nour na de presidentsverkiezingen in november 2005 en de parlementaire verkiezingen van december in datzelfde jaar is gearresteerd. Het is niet erg waarschijnlijk dat hij zich inderdaad schuldig heeft gemaakt aan de feiten op grond waarvan hij tot vijf jaar gevangenisstraf is veroordeeld. Honderden – of liever: duizenden – mensen steunen Ayman Nour. Het is daarom heel moeilijk te geloven dat hij werkelijk een aantal van de vijftig handtekeningen die hij nodig had om zijn kandidatuur wettelijk mogelijk te maken zou hebben vervalst. We maken ons bovendien ernstige zorgen over zijn gezondheid. En we zijn bezorgd over het feit dat zijn beroep wordt behandeld door een rechter voor wie deze zaak mogelijk een sterke verstrengeling van belangen inhoudt. We willen de regering en de rechtbanken van Egypte er daarom aan herinneren dat de mensenrechten binnen het kader van het Europees-Egyptische partnerschap – een partnerschap waar wij veel belang aan hechten – een fundamentele rol spelen.
We wijzen er ook op dat ons standpunt aansluit bij het Egyptische recht. Daarom verzoeken we de Egyptische regering om deze zaak opnieuw te bekijken en de regels bij te stellen, zodat ook oppositiekandidaten zich verkiesbaar kunnen stellen. We vragen de regering bovendien te overwegen of het niet mogelijk is de rechter die over het beroep van de heer Nour gaat oordelen te vervangen.
Alyn Smith (Verts/ALE), auteur. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, we moeten goed beseffen dat dit al de derde resolutie is over de mensenrechten in Egypte; en het is ook de derde resolutie over de situatie waarin de heer Ayman Nour verkeert.
De heer Nour is veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijf jaar omdat hij de registratiedocumenten van zijn politieke partij zou hebben vervalst. Hij is bij de meest recente presidentsverkiezing als tweede geëindigd en zit toch nog steeds in de gevangenis. Zijn gezondheidstoestand blijft verslechteren. In zekere zin is het positief dat zijn zaak op 18 mei 2006 door het Hof van Cassatie opnieuw zal worden behandeld; we zullen die behandeling in beroep evenwel nauwlettend moeten volgen. In overweging I van de resolutie zeggen we dat we een ad-hocafvaardiging zullen samenstellen om te proberen rechtstreeks contact met de heer Nour te krijgen als zijn gevangenschap na het beroep wordt voortgezet. Het is echter duidelijk – voor onze fractie althans – dat hij direct op vrije voeten moet worden gesteld. De delicten waarvan hij wordt beschuldigd en op grond waarvan hij is veroordeeld hebben hoogstwaarschijnlijk geen basis in de werkelijkheid.
Het is van belang dat de Egyptische regering goed beseft dat we deze zaak goed in de gaten zullen houden. Wat met de heer Nour gebeurt is maar één voorbeeld van wat er in Egypte in het algemeen met de mensenrechten mis is. Deze resolutie doet in dat opzicht een stap voorwaarts. In paragraaf 7 en 8 van de resolutie verzoeken wij de Commissie om in de context van de associatieovereenkomst tussen Egypte en de EU een speciaal subcomité voor de mensenrechten op te zetten. Ik zou graag willen dat u daar later op de middag wat verder op inging, mijnheer de commissaris. De mensenrechten zijn in Egypte niet naar behoren gegarandeerd, en daar moet iets aan worden gedaan. Als we een speciaal comité opzetten om de ontwikkelingen in het kader van het actieplan te volgen en hervormingen af te dwingen, dan beschikken we over een concreet instrument om de welwillende woorden die dit Parlement maar al te vaak voortbrengt kracht bij te zetten.
Egypte is in het kader van het vredesproces een gewaardeerde partner van de EU en dit Parlement. Het is in vele opzichten een bondgenoot en een partner bij ontwikkeling. We dienen echter wel te erkennen dat Egypte niet aan onze normen voldoet. We moeten de associatieovereenkomst indien nodig gebruiken om in Egypte ten behoeve van het Egyptische volk een maatschappelijk middenveld te ontwikkelen. Dat zou het partnerschap tussen de EU en Egypte een extra constructieve waarde verlenen.
Carlos Carnero González (PSE), auteur. – (ES) Mijnheer de Voorzitter, naar mijn mening is het belangrijkste punt van deze ontwerpresolutie het een na laatste, waarin staat: “het Parlement van de Republiek Egypte wordt verzocht de aanzet te geven tot een proces van democratisering en eerbiediging van de rechtsstaat en de mensenrechten, zodat Egypte in de toekomst een toonaangevende rol kan vervullen in de regio als voorbeeld van een parlementaire democratie”.
Egypte is in het Midden-Oosten van fundamenteel belang, het speelt een sleutelrol in het mediterrane gebied en het is een bevoorrechte partner van de Europese Unie, en dat moet zo blijven. Om al deze redenen staat het echter buiten kijf dat Egypte een democratie moet zijn. Helaas moeten wij constateren dat dit nog niet het geval is, zoals blijkt uit het geval van de heer Nour.
Ik heb de heer Nour leren kennen tijdens de eerste zitting van de Euromediterrane Parlementaire Vergadering, nadat die in maart 2005 in Caïro was opgericht. Dankzij onze druk werd hij in vrijheid gesteld. Ik had samen met de heer McMillan-Scott en mevrouw Flautre een ontmoeting met hem. Hij is een echte democraat en naar mijn mening valt er niets anders te zeggen dan dat hij in vrijheid moet worden gesteld.
Dat is wat wij willen van het Hof van Cassatie, dat mei aanstaande bijeenkomt. Het zou een duidelijk teken zijn dat Egypte vrijheid van meningsuiting, van vergadering en van gedachte zal toestaan, en dat iedereen in een toekomstig verkiezingsproces vrij zal zijn om zijn mening te verkondigen.
Erik Meijer (GUE/NGL), auteur. – Voorzitter, de stabiliteit in Egypte berust sinds lang op het model van een eenpartijstaat. Die partij vertegenwoordigt na de periode van president Nasser geen gemeenschappelijke ideologie meer, maar alleen het gezamenlijk belang bij het bezit van de regeringsmacht. Buiten dit monopolie op de staatsmacht kunnen tegenwoordig wel individuele buitenstaanders aan verkiezingen deelnemen, maar alleen zolang ze geen bedreiging worden voor die gevestigde machtspositie. Daardoor lopen oppositiekandidaten voortdurend het risico om hinderlijk gevolgd, geïntimideerd of opgesloten te worden. Zij mogen vooral geen kans krijgen om een goed gestructureerde en permanente beweging om zich heen te vormen.
De in 1981 uitgeroepen noodtoestand is nog steeds een belangrijk instrument voor voortzetting van die situatie. Deze keer is oud-parlementslid en voormalig presidentskandidaat Ayman Nour daarvan het slachtoffer geworden. Vanwege de bijdrage van de Egyptische staat aan de stabiliteit in het Midden-Oosten, met name aan de sinds 1978 bestaande vreedzame co-existentie met buurland Israël, bestaat er vanuit Europa opvallend weinig kritiek op deze situatie. Integendeel, de Europese Unie zoekt een goede samenwerking met alle staten langs de kust van de Middellandse Zee. Mijn fractie steunt van harte de eis dat Egypte democratiseert, een eind maakt aan de noodtoestand en opposanten niet verder hindert.
Ari Vatanen (PPE-DE), auteur. – (FR) Mijnheer de Voorzitter, ik zou een mondeling amendement willen indienen met het oog op inlassing van een nieuwe paragraaf 5 bis. De tekst luidt als volgt: “roept op tot vrijlating van doctor Ayman Nour”.
Mijnheer de Voorzitter, vanochtend was de Wit-Russische oppositieleider, de heer Milinkevitsj, hier. Hij is vrij, maar Ayman Nour is niet vrij, hoewel deze twee mannen zich in hun respectievelijke landen in een vergelijkbare positie bevinden. De heer Milinkevitsj zei dat hij zelf drinkwater moest meenemen wanneer hij naar een verkiezingsdebat ging. Welnu, ieder mens heeft de aangeboren wil het zuivere water van de democratie te drinken; wat de heer Milinkevitsj in Wit-Rusland doet, probeert Ayman Nour in Egypte te doen. Hij probeert het Egyptische volk hoop te geven. Hij wil hoop geven aan die mensen die geloven in een vrije toekomst.
Egypte vervult op vele wijzen een cruciale rol in het Midden-Oosten. Wanneer dit land de rest van de regio niet de weg wijst naar democratisering, is zijn toekomst bij voorbaat verloren. Egypte vervult een belangrijke rol wat betreft zijn betrekkingen met de Verenigde Staten en zijn constructieve toenadering tot Israël, maar als het zijn betrekkingen met de EU wil verdiepen, moet Egypte stappen nemen die leiden naar democratie. Het Egyptische volk verdient democratie.
Waarom zit Ayman Nour in de gevangenis? Hij zit daar op grond van onnozele beschuldigingen; hij wordt vastgehouden om niets; hij wordt vastgehouden omdat hij de euvele moed had het op te nemen tegen president Mubarak. Wanneer we willen dat de democratie tot bloei komt in Egypte, moeten we ervoor zorgen dat dr. Ayman Nour wordt vrijgelaten. Wanneer hij wordt vrijgelaten, worden ook de democratische krachten in dit deel van de wereld vrij, wat eveneens van belang is voor de toekomstige stabiliteit in dit deel van de wereld.
Markos Kyprianou, lid van de Commissie. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, het verheugt mij dat u zoveel belangstelling heeft voor de mensenrechtensituatie bij ons in de buurt, in dit geval Egypte, en het geval-Nour.
De Commissie heeft de procedure tegen de heer Nour, de leider van de Egyptische oppositiepartij Al-Ghad, vanaf zijn arrestatie in februari 2005 nauwlettend gevolgd. Zoals u weet heeft de Europese Unie in haar reactie op de veroordeling van de heer Nour tot vijf jaar gevangenisstraf (in december 2005) benadrukt dat deze uitspraak een negatief signaal is met betrekking tot de democratische hervormingen in Egypte.
Wij geloven dat deze zaak gezien moet worden in de context van het democratiseringsproces in Egypte. Ook de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht is hier in het geding. De Commissie verwacht van het Hof van Cassatie dat het de zaak zal beoordelen overeenkomstig het Egyptisch strafvorderingsrecht en de in dit verband geldende internationale normen. De Commissie is bereid met Egypte in het kader van het Europees nabuurschapsbeleid een politieke dialoog over de mensenrechten op te zetten. De onderhandelingen over het gereed maken van een actieplan zijn reeds in een vergevorderd stadium. We vertrouwen erop dat we de nu volgende weken vorderingen zullen maken en dat de onderhandelingen de komende maanden kunnen worden afgesloten.
Om de tenuitvoerlegging van dat actieplan te volgen – en hiermee geef ik antwoord op de vraag van de heer Smith – zullen er in het kader van de associatieovereenkomst subcomités worden opgezet. Deze subcomités zullen zich bezig houden met de politieke hervormingen in Egypte en de wijze waarop de mensenrechten in die hervormingen zijn opgenomen.
De Voorzitter. – Het debat is gesloten.
De stemming vindt na afloop van de debatten plaats, met andere woorden over enkele ogenblikken.