De Voorzitter. President Abbas, geachte afgevaardigden, het Europees Parlement is bijzonder vereerd u vandaag in zijn midden te kunnen verwelkomen, en de grote opkomst bij deze plenaire vergadering getuigt daarvan.
Ik zou u willen bedanken voor het feit dat u zo kort na uw bezoek in maart, dat u noodgedwongen vanwege de ontwikkelingen in uw land moest afbreken, weer naar Straatsburg gekomen bent.
Sindsdien hebt u voortdurend in het centrum van de storm verkeerd - er raast immers nog steeds een storm over het Midden-Oosten, en de komende weken en maanden zullen beslissend zijn voor de toekomst van zowel het Palestijnse als het Israëlische volk. Deze periode zal ook van grote invloed zijn op de ontwikkelingen in de regio in zijn geheel, en dus ook grote gevolgen hebben voor de Europese Unie.
Mijnheer de president, alle aanwezigen hier willen alles doen wat mogelijk is om een duurzaam vredesproces tot stand te brengen. We zijn ons er terdege van bewust dat als we niet op de juiste wijze te werk gaan, het gevaar dreigt dat de wereld een periode van heilige oorlogen, van godsdienstoorlogen ingaat als gevolg van de uitverkiezing van potentieel agressieve partijen overal in het Midden-Oosten.
Daarom, president Abbas, is het Europees Parlement zo benieuwd naar wat u te zeggen hebt. U bent immers een man van grote ervaring, die zich al vele jaren onafgebroken inzet voor een oplossing van het conflict via een dialoog met de vijand.
Wij in Europa realiseren ons allemaal heel goed dat u al sinds de jaren zeventig van de vorige eeuw tracht het pad te effenen voor vredesonderhandelingen, lang voordat uw volk in meerderheid bereid was die weg te gaan. U hebt in 1977 over het begin van vrede onderhandeld met Matityahu Peled, en de akkoorden die toen zijn gesloten hebben de weg gewezen naar een oplossing gebaseerd op coëxistentie van beide staten.
U hebt het onderhandelingsteam in Oslo geleid, u was degene die namens de PLO de akkoorden ondertekend heeft, en na uw verkiezing tot president vorig jaar hebt u zich ingespannen om het vredesproces weer op de rails te krijgen, hetgeen heeft geleid tot een wapenstilstand tussen de gewapende groepen in de Palestijnse gebieden.
Er kan dan ook niet de minste twijfel bestaan aan uw commitment voor vrede en uw bereidheid tot onderhandelen op basis van het internationaal recht en de reeds bestaande akkoorden. Bovendien is het dankzij dat commitment dat u door 62 procent van de Palestijnse kiezers gekozen bent, waarmee uw legitimiteit gegarandeerd is.
Vervolgens kwamen de parlementsverkiezingen in januari - een nieuwe kans voor het Palestijnse volk om te laten zien dat het hecht aan democratie. De uitslag van die verkiezingen, die Europa respecteert en ten volle erkent, leidde echter ook tot grote bezorgdheid in de internationale gemeenschap.
Die gemeenschap begint echter in te zien dat het opschorten van de hulp aan het Palestijnse volk grote risico's inhoudt. Tijdens de bijeenkomst van het Kwartet vorige week is de Europese Unie daarom de opdracht gegeven naar wegen te zoeken om de hulp rechtstreeks naar de Palestijnse gebieden te sluizen, zodat in ieder geval de publieke basisvoorzieningen in stand gehouden kunnen worden.
Tijdens de plenaire bijeenkomst van de Euro-mediterrane Parlementaire Vergadering, die ik tot een maand geleden mocht voorzitten, is een oproep gedaan - een oproep die het presidium vorige week in Tunis herhaald heeft - actie te ondernemen in verband met de chaotische situatie die dreigt te ontstaan als gevolg van het gebrek aan internationale financiële steun en de onwettige inhouding van douanegelden waarop het Palestijnse volk recht heeft.
Mijnheer de president, u hebt de kans uw ideeën over al deze zaken uiteen te zetten tegenover de vertegenwoordigers van de volken van Europa, en u kunt dat doen in de wetenschap dat u in de ogen van ons allen de enige bent die in staat is met alle betrokken partijen in gesprek te gaan. U bent de navelstreng tussen conflict en vrede, u kunt ons, nog steeds, van hier naar daar leiden, en daarom zijn wij buitengewoon benieuwd naar uw voorstellen en zien we ernaar uit u te kunnen helpen bij het zoeken naar mogelijkheden om deze moeilijke tijden te overwinnen.
Dan geef ik u nu het woord.
(Applaus)
Mahmoud Abbas, president van de Palestijnse Autoriteit(1). – (EN) In naam van God, de genadige, de barmhartige; mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik wil u allereerst bedanken voor uw uitnodiging. Het is een eer om deze Vergadering te mogen toespreken. Ze staat symbool voor de unieke en succesvolle geschiedenis van de Europese volkeren, en dat is een geschiedenis die een aantal lessen bevat die veel landen en volkeren over de gehele wereld tot voorbeeld kunnen strekken.
Ik breng in mijn toespraak vandaag de boodschap van het Palestijnse volk over aan de volkeren van een werelddeel waarmee we altijd verbonden zijn geweest. We zijn immers buren en we onderhouden historische, op vriendschap en samenwerking gebaseerde banden. Bovendien zijn we in de context van talrijke sectoren als partners geassocieerd. We willen deze samenwerking graag voortzetten via een vruchtbare dialoog tussen culturen en beschavingen. Beide zijden van het mediterrane bekken kunnen daarbij baat vinden. Een dergelijke dialoog kan bovendien bijdragen tot het ontkrachten van extremistische standpunten en er zo voor zorgen dat onze historische betrekkingen voortgezet kunnen worden. Dan kunnen we vrede scheppen in het Middellandse-Zeegebied.
Nu ik tot u spreek besef ik dat ik mij richt tot parlementariërs die goed op de hoogte zijn van onze problemen. Velen van u hebben tijdens bezoeken aan ons land het lijden van het Palestijnse volk kunnen aanschouwen en met eigen ogen kunnen vaststellen met welke problemen we te kampen hebben. Gisteren nog herdacht het Palestijnse volk de 58e verjaardag van de Nakba, het historische onrecht dat het Palestijnse volk is aangedaan, toen we uit ons land werden verjaagd en in de diaspora gedwongen. Velen van ons zijn verdreven en vluchtelingen geworden.
Wij wensen dat Europa een actieve – en belangrijker en doeltreffender – rol speelt. Dat verlangen is bij onze nationale strijd en politieke ontwikkeling steeds een essentieel onderdeel van het Palestijnse beleid en de Palestijnse diplomatie geweest, zowel onder het leiderschap van de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie als na de instelling van de Palestijnse Autoriteit in 1994, in aansluiting op de ondertekening van de Declaration of Principles. Ons volk is nooit vergeten dat veel Europese landen vanaf het begin van de jaren zeventig de rechten van het Palestijnse volk en de nationale bevrijdingsbeweging onder leiding van de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie begonnen te steunen. Onze mensen zijn niet vergeten dat de Europese landen ruime politieke, financiële en technische steun hebben gegeven voor het opzetten van Palestijnse instellingen en een nationale vergadering. Ze hebben ons bovendien geholpen om met de consequenties van het beleid van bezetting, beleg en vernietiging om te gaan. Die steun is voor ons volk de bevestiging dat onze strijd rechtvaardig is – hij geeft ons vertrouwen in het internationaal recht. We kijken nu – en dit is een heel moeilijk moment – naar Europa, en dat is logisch. Onze regio staat open voor alle opties. Daarom hopen we dat Europa een leidende rol in onze regio gaat spelen.
Het historische onrecht dat ons volk is aangedaan is verschrikkelijk. Toch zijn we altijd in staat geweest een realistisch beleid te ontwikkelen om het recht van ons volk op zelfbeschikking te concretiseren. De geheime, heimelijke of openbare bijeenkomsten tussen vertegenwoordigers van de PLO en Israëlische vredesactivisten vonden aanvankelijk in Europese hoofdsteden plaats. Het eerste officiële contact tussen de PLO en de Israëlische regering kreeg zijn beslag in de een Europese hoofdstad – Oslo. Dat is ook de plaats waar de eerste overeenkomst die ooit tussen de twee partijen tot stand is gekomen voor de eerste maal is ondertekend. Ondertekening in Washington volgde later datzelfde jaar.
Toen de Palestijnse Nationale Raad in 1998 het Palestijnse vredesinitiatief goedkeurde en de resoluties 242 en 338 van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties aanvaardde, schiep deze Raad een gelegenheid voor een historische verzoening. Ik moet daar in alle eerlijkheid aan toevoegen dat dit voor ons volk een moeilijke stap was. Ik moet echter ook wijzen op de rol van onze historische leider Yasser Arafat. Er was moed voor nodig om deze beslissingen te nemen. Er was moed voor nodig om met de steun van ons volk een vredesformule te presenteren waarin voorgesteld werd een Palestijnse staat op te richten met een grondgebied van maar 22 procent van het historische Palestina – dat is immers de omvang van de sinds 1967 door Israël bezette gebieden. Na de instelling van de Palestijnse Autoriteit zijn we ons blijven inzetten voor vrede. We hebben er herhaaldelijk op gewezen dat dit proces gebaseerd moest zijn op het principe van partnerschap, een partnerschap dat er alles aan doet om tot een vergelijk te komen en een oplossing te vinden voor de problemen die door een lang, bitter en bloedig conflict in het leven zijn geroepen. Ik heb het dan over een partnerschap waarin beide partners begrip tonen voor de gerechtvaardigde eisen van de andere partner, een partnerschap dat de grondslagen kan leggen voor een nieuwe – en andere – toekomst voor zowel Palestijnen als Israëliërs.
Het was de bedoeling dat het vredesproces na een paar jaar al in de laatste fase zou zijn aangeland. Dat dit proces is verstoord is vooral het gevolg van het feit dat Israël het idee van een partnerschap heeft verworpen. Israël blijft een destructief beleid volgen. Het blijft nederzettingen bouwen, het blijft muren optrekken en het blijft land confisqueren. Zo creëert Israël een werkelijkheid die de uitkomst van de onderhandelingen wel moet schaden. Het niet nakomen van beloftes en de verwerping van internationale assistentie is nu het voornaamste kenmerk van het Israëlisch beleid geworden. Dat heeft de dynamiek van het vredesproces danig verstoord, zodat de mensen zich beginnen af te vragen of het allemaal wel zin heeft. Het beleid dat Israël de afgelopen jaren gevoerd heeft is er op gericht de Palestijnse Autoriteit en al haar instellingen volledig te vernietigen. Ook de meest essentiële infrastructuur die met de hulp van uw landen is opgebouwd wordt door Israël systematisch afgebroken.
U kunt begrijpen – en dat geldt zeker voor degenen onder u die ter plaatse zijn geweest – hoe frustrerend dit is en hoeveel ellende dit beleid teweegbrengt. Toch hebben we onze nationale strijd gewoon voortgezet en er steeds voor gezorgd dat we daarbij aan de normen van internationaal recht voldoen. We hebben alle aanvallen op burgers veroordeeld. We hebben elke vorm van terrorisme steeds afgewezen. We hebben er steeds op gewezen dat we een cultuur van vrede en geen cultuur van oorlog moeten creëren. We hebben op alle mogelijke vreedzame wijzen verzet geboden tegen de bezetting.
(Luid applaus)
Zestien maanden geleden zijn er na het verscheiden van President Arafat verkiezingen gehouden in de Palestijnse bezette gebieden. Ik heb daar als kandidaat met een duidelijk programma aan deelgenomen: er moest een wapenstilstand worden gesloten en we dienden goed te begrijpen dat dit conflict alleen via onderhandelingen kan worden opgelost. Ik stelde bovendien voor op een aantal gebieden een hervormingsbeleid te voeren – om de democratie te versterken, om rust te brengen, om de veiligheid te bevorderen en om de rechtsstaat te consolideren.
Ik ben er trots op dat het Palestijnse volk mij deze taak heeft toevertrouwd. We zijn onmiddellijk – en met instemming van alle groepen en facties – aan het werk gegaan. Voor het eerst in jaren vonden er vrijwel geen gewapende aanvallen door Palestijnen plaats. De Israëliërs reageerden daarop met het voortzetten van de bouw van de apartheidsmuur op de Westelijke Jordaanoever, de muur die ons grondgebied fragmenteert. Ze hebben de moorden, arrestaties en militaire invallen in onze steden, dorpen en vluchtelingenkampen voortgezet. Het beleg dat onze gebieden in een verstikkende greep houdt wordt in een verhevigde vorm voortgezet. Israël blijft akkoorden en overeenkomsten verwerpen, waaronder ook het akkoord dat na de Palestijnse presidentsverkiezingen in Sharm al-Sheikh was bereikt. En toch hebben wij het Israëlische plan voor terugtrekking uit de Gazastrook aanvaard. We hebben ervoor gezorgd dat die terugtrekking soepel en kalm kon verlopen. We hebben laten zien dat we onze verantwoordelijkheden op het gebied van veiligheid kunnen aanvaarden, zeker in de grensgebieden. Europese waarnemers hebben ons daar geholpen bij het opzetten van de eerste volledig door Palestijnen beheerde grensovergang.
Wij reiken Israël de hand, maar Israël aanvaardt die niet. Het blijft elke gelegenheid om te onderhandelen en vrede een kans te gunnen, afwijzen. De frustratie bij ons volk is daarom toegenomen. Het Israëlische beleid heeft de toch al problematische economische omstandigheden in Palestina nog eens verergerd. Bovendien is het nu heel tijdrovend – en gevaarlijk – geworden om van de ene plaats naar de andere te reizen. Overal op de Westelijke Jordaanoever en in Oost-Jeruzalem zijn immers checkpoints opgezet. De mensen willen een gewoon leven leiden: ze willen naar hun werk reizen of hun akkers bewerken, ze willen naar het ziekenhuis of de universiteit kunnen gaan, ze willen hun kinderen naar school begeleiden of een bezoek aan de moskee of de kerk brengen. Voor al die mensen zijn deze checkpoints vernederend – ze voelen zich onderdrukt.
Het Israëlische bezettingsbeleid heeft frustratie en teleurstelling gegenereerd, en het ziet er niet naar uit dat het vredesproces ergens heen leidt. Dat is de achtergrond waartegen u de verkiezingen van afgelopen januari moet zien. De hele wereld heeft kunnen zien dat de bestuursmacht op een soepele en democratische wijze is overgedragen en dat we een democratisch proces op gang hebben gebracht dat we nu wel moeten blijven voortzetten. Ik wil u er echter wel opnieuw op wijzen dat een democratie onder een bezettingsmacht, zonder enige vrijheid voor de mensen, een democratie zonder ziel is. De afgelopen vier maanden hebben we een situatie doorgemaakt die in onze geschiedenis zonder precedent is. Het programma van de partij die de verkiezingen heeft gewonnen en nu een regering heeft gevormd, sluit niet aan bij mijn programma en de verplichtingen die de Palestijnse Autoriteit op zich heeft genomen.
Bij het omgaan met deze situatie hebben we ons laten leiden door dezelfde beginselen die ons hebben bewogen de verkiezingen op de afgesproken tijd te houden. We zullen dit probleem binnen onze instellingen aanpakken, overeenkomstig onze eigen normen en wetten. De politieke activiteiten zoals die de afgelopen maanden in Palestina hebben plaatsgevonden, hebben geleid tot een algemene consensus bij de bevolking dat de verplichtingen die de Palestijnse Autoriteit op zich heeft genomen en onze verplichtingen ten aanzien van het internationaal recht moeten worden nagekomen. Ik heb de nieuwe regering gevraagd haar programma aan te passen om het verenigbaar te maken met onze internationale verplichtingen. We voeren een continue dialoog die over een aantal dagen zal uitmonden in een nationale dialoog. Ik hoop dat dit zal leiden tot de zojuist vermelde aanpassing van het regeringsprogramma.
Bij deze benadering hebben we de steun van de internationale gemeenschap nodig. De nieuwe regering moet de kans krijgen om zich aan te passen aan de essentiële voorwaarden die de internationale gemeenschap stelt. Het stopzetten van de hulp en de steun aan de Palestijnse Autoriteit zal de reeds verslechterende economische en sociale situatie in het land nog eens verergeren. Het netwerk van functionerende en efficiënte ministeries en andere overheidsinstellingen zal zo verzwakken. En dat zijn ministeries en instellingen die met de steun van de landen van de Europese Unie zijn opgezet en ontwikkeld. Ik wil daarom van deze gelegenheid gebruik maken om het Kwartet te bedanken voor zijn recent genomen beslissing om de steun aan het Palestijnse volk voort te zetten op basis van een mechanisme dat onder EU-leiderschap zal worden ontwikkeld. We dringen er om dezelfde reden bij Israël op aan om onze inkomsten uit belastingen en douanerechten onmiddellijk vrij te geven. De Europese Unie kan daarbij een belangrijke rol spelen. Daarom vragen wij om uw steun om ervoor te zorgen dat Israël de belasting en de douanerechten die het ons verschuldigd is, direct betaalt.
(Luid applaus)
De Israëlische regering gebruikt opnieuw de slogan “Geen Palestijnse Partner”. U zult zich herinneren dat de Israëlische regering die kreet in het verleden heeft gebruikt als een excuus om overeenkomsten niet na te komen en te weigeren naar de onderhandelingstafel terug te keren. We maken ons ernstige zorgen over de vrede in onze regio nu we horen dat Israël plannen heeft om definitieve grenzen te trekken binnen Palestijns grondgebied. De kans dat er ooit een oplossing met twee staten komt wordt door dit soort plannen volledig teniet gedaan. Israël zal zo immers grote stukken Palestijns bezet grondgebied annexeren. Wat overblijft zijn geïsoleerde eilandjes die niet op elkaar aansluiten en geen water hebben. De Israëliërs beweren namelijk dat dit water van hen is. Deze pogingen om unilateraal een “oplossing” af te dwingen zal elke hoop op een herleving van het vredesproces doven. Het zal leiden tot wederom een periode van spanning en conflicten. En dat terwijl de mensen die in deze regio leven al tientallen jaren zo’n zware prijs betalen.
De bewering dat er geen Palestijnse partner of tegenhanger zou zijn is ongegrond. Onze basiswet geeft het Uitvoerend Comité van de PLO, de voorzitter van dit Comité en het departement van Buitenlandse Zaken de bevoegdheid om te onderhandelen. Op basis van de bevoegdheid die de grondwet mij verschaft zijn wij te allen tijde bereid terug te keren naar de onderhandelingstafel om tot een vergelijk te komen en dit langdurige conflict te beëindigen. Ik heb daarop gewezen toen ik een aantal dagen geleden Ehud Olmert opbelde om hem te feliciteren met zijn ambtsaanvaarding. Tijdens dat gesprek heb ik duidelijk gemaakt dat het onze oprechte wens was om zo vlug mogelijk naar de onderhandelingstafel terug te keren om over vrede te onderhandelen. Dat is wat de hele wereld van ons verlangt. Daarom vragen we de internationale gemeenschap om ons te steunen en zo te verhinderen dat de regio naar de afgrond glijdt. Dat zou leiden tot een nieuwe conflictencyclus en die zou niet alleen voor het Midden-Oosten negatieve gevolgen zou hebben, maar ook voor de rest van de wereld. Er heersen in onze regio nu immers ook andere spanningen.
We willen actie op basis van het internationaal recht en de routekaart. We willen onderhandelingen tussen partners als alternatief voor het unilaterale Israëlische beleid, het gedwongen opleggen van oplossingen en het verwerpen van de dialoog. Dat is voor ons heel belangrijk. We kunnen de mensen in onze regio namelijk alleen door onderhandelingen naar elkaar toebrengen. Alleen zo kan gewerkt worden aan vrede, welvaart en modernisering. Dat zijn allemaal waarden die wij met de mensen van Europa gemeen hebben.
Ik dank u opnieuw voor uw uitnodiging en uw gastvrijheid. Ik voel dat ik me heb gericht tot vrienden die onze inzet voor de vrijheid, democratie, tolerantie en dialoog delen. Ik ben ervan overtuigd dat u zich zult blijven inzetten voor het gerechtvaardigde verlangen van het Palestijnse volk om de vrijheid te herwinnen en in het heilige land een onafhankelijke staat op te bouwen op basis van de grenzen van 1967 met Israël.
Ik dank u voor uw aandacht.
(Het Parlement staat op en geeft de spreker een staande ovatie)
De Voorzitter. Hartelijk dank, mijnheer de president. U zult gemerkt hebben dat het Europees Parlement zeer aandachtig naar uw toespraak geluisterd heeft. Bij uw laatste woorden sluiten wij ons graag aan, daar ook wij blijven ijveren voor een tweestatenoplossing.
Ik ben er ook zeker van dat uw woorden voor veel afgevaardigden een stimulans zullen zijn om meer tijd en aandacht te besteden aan het Midden-Oostenconflict.
Sinds uw vergeefse poging ons hier toe te spreken enige tijd terug hebben we geen nieuwe resolutie over deze kwestie aangenomen, maar er wel veel debatten over gevoerd. Verder zal ook het debat dat straks in de Conferentie van voorzitters zal plaatsvinden het Parlement helpen zijn standpunt ten aanzien van dit conflict beter te bepalen.
Nogmaals hartelijk dank, mijnheer de president. Wij wensen u en uw volk alle goeds.
(Applaus)
(De plechtige vergadering wordt om 12.30 uur gesloten)