Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Volledig verslag van de vergaderingen
Dinsdag 16 mei 2006 - Straatsburg Uitgave PB

14. Verslag over de vorderingen van Bulgarije en Roemenië op de weg naar toetreding (debat)
Notulen
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. Aan de orde is de verklaring van de Commissie over het verslag inzake de vorderingen van Bulgarije en Roemenië op de weg naar toetreding.

 
  
MPphoto
 
 

  José Manuel Barroso, voorzitter van de Commissie. - (EN) Mijnheer de Voorzitter, het doet mij genoegen dat ik de gelegenheid krijg om u vandaag de resultaten van onze beoordeling van de voorbereidingen van Bulgarije en Roemenië op hun toetreding te presenteren, en ik kijk ernaar uit het verslag hierover met u te bespreken.

Ik bedank het Parlement, en met name zijn Commissie buitenlandse zaken, haar voorzitter, de heer Brok, en de rapporteurs, de heren Van Orden en Moscovici, voor hun bijdrage aan dit belangrijke thema. Ik waardeer de eensgezindheid in onze veelvuldige discussies over dit onderwerp zeer. Zoals u weet, is het besluit dat de Commissie vandaag heeft genomen, het resultaat van een uitgebreid beoordelingsproces en een dialoog met alle grote belanghebbenden. Het uitgangspunt van onze aanpak is dat de Europese Unie zich aan de bestaande afspraken moet houden. Tegelijkertijd moeten we ook streng zijn met betrekking tot de criteria waaraan toetredende landen moeten voldoen.

Ik wil een paar korte opmerkingen maken voordat ik, met uw goedvinden, de heer Rehn het woord geef, die nader zal ingaan op de bevindingen van de Commissie in het monitoringverslag.

De regeringen van Bulgarije en Roemenië werken sinds oktober bijzonder hard om aan hun resterende verplichtingen te voldoen. Ze hebben verdere vorderingen gemaakt met hun voorbereiding op het lidmaatschap. Daarvoor verdienen ze onze lof. Er zijn echter nog steeds een paar belangrijke zaken die moeten worden aangepakt. Ik noem in het bijzonder de noodzaak van verdere vorderingen op het gebied van justitie en binnenlandse zaken. De Commissie is van mening dat Roemenië en Bulgarije op 1 januari 2007 klaar zouden moeten zijn voor het lidmaatschap, mits ze in de loop van de komende maanden een aantal openstaande zaken aanpakken.

Laat ik eerst ingaan op de situatie op het gebied van de justitiële hervormingen en de strijd tegen corruptie. We verwachten dat elk toetredend land een volledig functionerend gerechtelijk apparaat heeft dat goed is uitgerust om corruptie en georganiseerde criminaliteit te bestrijden. Dit is van het grootste belang, want het schraagt het functioneren van de hele maatschappij en de economie. Beide landen hebben laten zien dat ze vastbesloten zijn de noodzakelijke resterende hervormingen ter hand te nemen, en onze verslagen loven hen voor de resultaten die al zijn geboekt. Bulgarije moet nog duidelijk bewijs laten zien van de resultaten in de strijd tegen corruptie, in het bijzonder corruptie op hoog niveau, met name resultaten op het punt van onderzoeken en daaropvolgende gerechtelijke procedures. Het land moet ook de rechterlijke macht verder hervormen en alle twijfel wegnemen over de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht. We verwachten ook dat Bulgarije zijn inspanningen opvoert op het gebied van de onderzoeken naar netwerken van georganiseerde criminaliteit.

Roemenië moet zijn inspanningen voortzetten en verdere resultaten laten zien in de strijd tegen corruptie, met name op het punt van verdere onderzoeken en daaropvolgende gerechtelijke procedures. Het land moet de tenuitvoerlegging van de lopende hervormingen van de rechterlijke macht consolideren.

Ik kom nu op de mate van aanpassing van Bulgarije en Roemenië aan het acquis communautaire. We hebben verdere vooruitgang op dit gebied geconstateerd. We hebben echter nog ernstige zorgen over een paar sectoren: landbouw en voedselveiligheid, justitie en binnenlandse zaken en de overheidsfinanciën. Elk toetredend land dient het beleid van de Europese Unie bij toetreding juist ten uitvoer te kunnen leggen. De regels van de club moeten worden gerespecteerd. We verwachten van Bulgarije en Roemenië dat ze onmiddellijk corrigerende maatregelen nemen in deze probleemsectoren.

Uiterlijk begin oktober zullen we de situatie met betrekking tot deze openstaande zaken opnieuw beoordelen. Op basis daarvan zal de Commissie bekijken of het nog steeds mogelijk is vast te houden aan 1 januari 2007 als datum van toetreding. Het is voor de twee landen haalbaar om in 2007 gereed te zijn, maar ze moeten dan wel afdoende stappen zetten.

Tegelijkertijd moet de Europese Unie een duidelijk signaal afgeven dat zij bereid is haar beloften na te komen. Dat is cruciaal om de vaart erin te houden. De praktische voorbereidingen voor de toetreding moeten doorgaan. Ik reken op de steun van alle regeringen en parlementen die hun procedures om het Toetredingsverdrag te ratificeren nog moeten voltooien.

Onze aanpak is gebaseerd op strikte voorwaardelijkheid en vasthouden aan beloften. Door deze aanpak konden we bij elke uitbreiding sterker worden en vertrouwen winnen. Net als de eerdere uitbreidingen, vooral die in 2004, zal ook de komende uitbreiding een succes zijn.

Uitbreiding is altijd het antwoord van Europa geweest op strategische uitdagingen. De geschiedenis heeft laten zien dat dit antwoord het juiste is geweest. Keer op keer is de uitbreiding gepaard gegaan met een dynamiek die het uitgebreide Europa beter in staat heeft gesteld zich te onderscheiden in de wereld.

In de situatie waarin we ons momenteel bevinden, is het belangrijker dan ooit dat we de geest van openheid en ambitie behouden die ons altijd heeft geïnspireerd om door te gaan met de opbouw van Europa. Dat is precies de reden waarom commissaris Rehn en ik hebben besloten vandaag naar Boekarest en morgen naar Sofia te gaan om deze zaken uit te leggen en de twee landen een duidelijke boodschap van aanmoediging te geven.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  Olli Rehn, lid van de Commissie. - (EN) Mijnheer de Voorzitter, op 1 mei hebben we de tweede verjaardag van de laatste uitbreiding gevierd. Wanneer we op de afgelopen twee jaar terugkijken, hebben we alle reden om tevreden en trots te zijn, ook al ontbrak het indertijd niet aan doemscenario's. De Cassandra's blijken het echter bij het verkeerde eind te hebben gehad.

We kunnen in het geval van Bulgarije en Roemenië net zo succesvol zijn. Beide landen werken hard om de resterende tekortkomingen aan te pakken, teneinde volledig te voldoen aan de criteria voor toetreding.

Het is de taak van de Commissie de vorderingen te beoordelen die de twee landen hebben gemaakt, te bekijken of ze werkelijk klaar zijn voor de toetreding. Het is ons doel Bulgarije en Roemenië in 2007 als lid te verwelkomen, en het is onze taak, als hoedster van de Verdragen, ervoor te zorgen dat deze landen ook echt aan de voorwaarden voldoen op het moment dat ze toetreden. Vandaar dat ik u eind april, de vorige keer dat we bijeenkwamen, een zorgvuldig afgewogen besluit heb beloofd dat tot na de toetreding de vaart in de hervormingen houdt. U hebt dit besluit nu: Bulgarije en Roemenië mogen in januari 2007 lid worden, op voorwaarde dat ze de noodzakelijke standvastigheid, mentaliteit en resultaten laten zien in het aanpakken van de resterende tekortkomingen. Begin oktober zullen we verslag uitbrengen over hun vorderingen en zullen we besluiten of de genoemde datum kan worden gehandhaafd.

Bulgarije en Roemenië zijn echt onderworpen aan een monitoringproces dat ongekend is in zijn reikwijdte en intensiteit. Wat betreft de politieke criteria is er weliswaar veel bereikt, maar er is nog steeds ruimte voor verdere vooruitgang. Het is nodig dat de hervormingen van de rechterlijke macht effectief ten uitvoer worden gelegd, en dat de strijd tegen corruptie, met name corruptie op hoog niveau, wordt opgevoerd.

Bulgarije moet zijn inspanningen om de georganiseerde criminaliteit en corruptie stevig aan te pakken, sterk intensiveren. Het land moet ook duidelijk bewijs laten zien van de resultaten in de strijd tegen corruptie, in de vorm van onderzoeken en gerechtelijke procedures.

Voortbouwend op de vorderingen die tot dusver zijn gemaakt, moet Roemenië zijn inspanningen voortzetten en moet het verdere resultaten laten zien in de strijd tegen corruptie.

Op het gebied van de mensenrechten en de rechten van minderheden moet zowel Bulgarije als Roemenië verdere inspanningen leveren.

Met betrekking tot de economische criteria, is de transformatie van de twee landen een opmerkelijk succes dat voor iedereen in Europa een win-win-situatie is. Beide landen hebben de afgelopen jaren een krachtige groei laten zien, zodat in onze zuidoosthoek een zone van broodnodige economische dynamiek is ontstaan.

Met betrekking tot het acquis, onze rechtsorde, is belangrijke vooruitgang geboekt. De meeste gebieden leveren geen problemen op, mits het huidige tempo van de voorbereidingen wordt volgehouden. Op sommige gebieden vragen de voorbereidingen evenwel grotere inspanningen, en er zijn ook enkele gebieden waarover ernstige bezorgdheid bestaat. Als de landen niet onmiddellijk ingrijpende corrigerende maatregelen nemen, zijn ze op de geplande datum voor toetreding niet gereed op deze gebieden waarvoor ernstige bezorgdheid bestaat.

Sinds oktober van het afgelopen jaar is het aantal gebieden waarvoor ernstige bezorgdheid bestaat, gedaald van zestien naar zes voor Bulgarije, en van veertien naar vier voor Roemenië. Deze gebieden waarvoor ernstige bezorgdheid bestaat, omvatten nog steeds bepaalde kwesties op het gebied van de landbouw, de voedselveiligheid en de veterinaire vraagstukken, alsook de controle en het beheer van EU-middelen. Als voor deze gebieden ernstige bezorgdheid blijft bestaan, zullen we niet aarzelen al onze corrigerende instrumenten te gebruiken. In ons verslag noemen we de vrijwaringmaatregelen en andere beschermingsmaatregelen die we tot onze beschikking hebben uit hoofde van de bestaande wetgeving. Deze vrijwaringsmaatregelen kunnen worden genomen als bij de toetreding nog steeds bepaalde beperkte problemen bestaan op het gebied van bijvoorbeeld de interne markt en justitie en binnenlandse zaken, waarvoor we op basis van het Toetredingsverdrag ook een monitoringsmechanisme kunnen instellen.

Met betrekking tot het gebruik van middelen van de EU, schrijft het acquis opschorting van betalingen voor in geval van ernstige problemen. In de landbouw stellen we zelfs nieuwe, strengere maatregelen voor, op basis van het Toetredingsverdrag. Dat geeft de duidelijke boodschap af dat we zuinig zijn met ons geld.

Ik vertrouw erop dat het zorgvuldig afgewogen besluit van vandaag en de strikte toepassing ervan de nationale parlementen die het Toetredingsverdrag nog niet hebben geratificeerd, ertoe zullen overhalen dit alsnog te doen. Het Verdrag zelf bevat de voorwaarden, vrijwaringsmaatregelen en monitoringsmechanismen die ervoor zorgen dat de landen pas kunnen toetreden wanneer ze daar klaar voor zijn, en dat ze, wanneer ze eenmaal zijn toegetreden, hun verplichtingen als lid nakomen.

Ik wil mijn waardering uitspreken voor de steun van het Europees Parlement voor het toetredingsproces van Bulgarije en Roemenië. We hebben, zoals vorig jaar is afgesproken tussen voorzitter Barroso en Voorzitter Borrell, aandachtig naar uw meningen geluisterd voordat we ons standpunt hebben gepresenteerd over de vraag of de toetredingen moeten worden uitgesteld. Ik ben er zeker van dat deze constructieve, transparante en strenge aanpak Bulgarije en Roemenië, maar ook Europa, de beste resultaten zal opleveren.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  Hans-Gert Poettering, namens de PPE-DE-Fractie. (DE) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de voorzitter van de Commissie, mijnheer de commissaris, dames en heren, allereerst zou ik de voorzitter van de Commissie en natuurlijk ook de verantwoordelijke commissaris willen zeggen hoezeer ik hun aanwezigheid bij dit belangrijke debat waardeer. Ook de voorzitters van de fracties zijn hier, en heel wat leden. Het zouden er nog meer kunnen zijn, maar de opkomst is zowat acceptabel. Ik stel echter vast dat de Raad niet vertegenwoordigd is, net als tijdens de toespraak van de president van de Palestijnse Autoriteit. Ik vind dat dit geen pas geeft, tijdens een zo belangrijk debat zou de Raad aanwezig moeten zijn.

(Applaus)

Mijnheer de Voorzitter, ik zou u willen vragen of u uw invloed bij de Raad zoudt kunnen doen gelden om ervoor te zorgen dat hij bij zulke belangrijke debatten hier aanwezig is. Dat is niet alleen een zaak die het voorzitterschap aangaat, het is ook een zaak voor het secretariaat-generaal van de Raad. U heeft onze steun, mijnheer de Voorzitter, wanneer u dit de Raad, het secretariaat-generaal van de Raad en ook het voorzitterschap in alle duidelijkheid zegt.

Dan nu het eigenlijke onderwerp: Bulgarije en Roemenië zijn op weg naar de Europese Unie. Wij verheugen ons daarop, en ik zou deze twee landen een compliment willen maken. Vaak ontstaat de indruk dat wij – het huidige Europa van de vijfentwintig – de leermeester zijn. Roemenië en Bulgarije moeten echter een bovenmenselijke prestatie leveren om de gevolgen van 45 jaar dictatuur en communistisch wanbeleid te verwerken en een democratische rechtsstaat op te bouwen. We moeten ook eens onderkennen dat deze landen een lange weg hebben afgelegd!

(Applaus)

We hebben vaak kritiek op ons eigen openbaar bestuur op alle niveaus, in de Europese Unie, maar ook in de lidstaten, en vaak is dat terecht. Ik wil echter ook eens zeggen dat het een hoog goed is dat we in de Europese Unie, in onze lidstaten, een overheid hebben die gebaseerd is op het recht. In een rechtsstaat is er een procedure die voor iedereen toegankelijk is om bezwaar aan te tekenen tegen iedere ambtelijke maatregel, tegen iedere handeling van een ambtenaar. In de landen die tot nu toe communistisch waren kon dat allemaal niet. Dat moet daar allemaal worden opgebouwd. Daarom is het zo belangrijk dat we een rechtssysteem opbouwen dat voldoet aan de eisen van een rechtsstaat. Dat is een enorme krachtsinspanning.

Tegen de regeringen, de parlementen en de burgers – ook in Bulgarije en Roemenië – zeg ik: “u moet niet denken dat dit debat en onze bezorgdheid over de langzame vooruitgang voortkomen uit een wens onzerzijds om u de les te lezen.” We willen er daarentegen samen voor zorgen dat de toetreding van Roemenië en Bulgarije een succes wordt voor iedereen, voor de beide landen en voor de hele Europese Unie.

Wij willen niet terugkomen op de data, maar het lijkt me verstandig, mijnheer de voorzitter Barrosso en mijnheer Rehn, dat u zegt: we willen deze twee landen aanmoedigen om door middel van wetgeving en rechtshandhaving de nog bestaande tekortkomingen aan te pakken. Dat kunnen ze natuurlijk niet allemaal in de komende maanden doen, maar op die manier kunnen we in de herfst hopelijk toch met een gerust geweten zeggen: jullie zijn op 1 januari 2007 welkom. Daarom is uw besluit, waar wij achter staan, verstandig, u moedigt deze twee landen aan om voort te gaan op de ingeslagen weg.

Tegenwoordig houdt alles verband met elkaar. We moeten er ook op wijzen dat de burgers van de huidige Europese Unie bezorgd zijn. Ze zijn er nog niet helemaal aan gewend dat we nu een Gemeenschap met vijfentwintig leden zijn. Op 1 mei 2004 zijn er tien landen bijgekomen, en we moeten onze burgers de positieve kanten laten zien. We moeten zeggen dat het een groot succes is dat Estland, Letland, Litouwen, Polen, Tsjechië, Slowakije, Hongarije, Slovenië en natuurlijk ook Malta en Cyprus er nu bij horen. In al deze landen heersen nu de rechtsstaat, de democratie en de sociale markteconomie, en dat leidt tot meer stabiliteit op het hele Europese continent. Dat moeten we de burgers ook vertellen, en niet altijd alleen maar ingaan op de kritiek en de problemen. Het zal nog heel veel werk vergen, maar op die basis kunnen we zorgen voor meer steun voor de Europese Unie.

Het Parlement heeft in de afgelopen maanden veel gepresteerd, en daar kunnen we volgens mij wel een beetje trots op zijn, ondanks alle nodige zelfkritiek. We hebben het grote compromis over de dienstenrichtlijn tot stand gebracht en de financiële vooruitzichten goedgekeurd, waar we voor beslissende verbeteringen hebben gezorgd. Er moet echter nog meer gebeuren: bij REACH, de wetgeving inzake chemische stoffen, moeten we ervoor zorgen dat er een evenwicht komt tussen economische en ecologische overwegingen.

Vandaag hebben we met mevrouw Wallström besproken – en zij vertegenwoordigde de hele Commissie, inclusief de voorzitter – dat we het politieke en psychologische klimaat in de Europese Unie natuurlijk moeten verbeteren, maar dat het onze belangrijkste taak is om ervoor te zorgen dat iedereen te horen krijgt dat de grote meerderheid van het Europees Parlement wil dat het Grondwettelijk Verdrag er komt, omdat het nodig is, omdat we in de Europese Unie gemeenschappelijke waarden en spelregels voor de besluitvorming moeten hebben.

Ik hoop dat de Commissie met al deze aspecten rekening zal houden! Mijnheer de voorzitter van de Commissie, ik ben blij dat u vandaag uw beslissing heeft genomen en die meteen voor het Europees Parlement toelicht. Morgen vertrekt u naar Roemenië en Bulgarije. Ik wens u een goede reis en ons allemaal een goede gezamenlijke Europese toekomst.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  Martin Schulz, namens de PSE-Fractie. (DE) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ook ik ben blij dat de voorzitter van de Commissie naar ons toe is gekomen, want zijn aanwezigheid onderstreept het belang van dit debat, en de reden waarom het belang van het debat daardoor wordt onderstreept, is dat hetgeen we hier bediscussiëren, belangrijk is. Het besluit dat wij moeten nemen, dat de Raad moet nemen, dat u nog zult moeten nemen, heeft dramatische gevolgen niet alleen intern, maar ook voor de twee landen die ter discussie staan, en dat mogen we niet onderschatten.

De Sociaal-democratische Fractie in het Europees Parlement heeft gezegd wat ze wil, en houdt zich daaraan. Als er geen grote hindernissen opdoemen is 1 januari 2007 de datum van toetreding door Bulgarije en Roemenië. Dat is en blijft ons standpunt, en ik neem nota van het feit dat de voorzitter van de Commissie in zijn toespraak heel uitdrukkelijk heeft gezegd dat de Commissie ervan uitgaat dat deze twee landen op 1 januari in staat zouden moeten zijn om toe te treden tot de Unie. U heeft het echter zo geformuleerd, mijnheer Rehn en mijnheer Barroso, dat de indruk ontstaat dat er nog tekortkomingen zijn. U heeft die tekortkomingen oppervlakkig beschreven, maar u bent niet in details getreden. Nu reist u na zeven jaar naar Sofia en naar Boekarest, en ik geef u een goede raad mee: wanneer u met de regeringen van die landen praat, moet u preciezer zijn dan u hier bent geweest! Vertel precies waar de tekortkomingen liggen en welke verbeteringen u verwacht! Dat is de enige manier om de regeringen een kans om te geven om te blijven doen wat ze tot nu toe al hebben gedaan, namelijk om hard te werken om aan alle geldende criteria te voldoen. Dat is fair, want u heeft het zelf gezegd, mijnheer de voorzitter en mijnheer de commissaris, de regeringen doen al veel. Het transformatieproces dat deze landen doormaken – en daarin geef ik de heer Poettering gelijk – duurt nu al vijftien jaar, en het heeft veel van de mensen gevergd. Nu zitten we in de slotfase, nu moeten we ook rekening houden met de hoop van de burgers in Bulgarije en Roemenie, zij hopen namelijk dat ze kunnen toetreden tot de Unie, en nu moeten we heel nauwkeurig te werk gaan.

We hebben geluisterd naar uw betoog, mijnheer de voorzitter van de Commissie en mijnheer de commissaris, we staan daarachter, maar u neemt wel een grote verantwoordelijkheid op uw schouders, en ik wil dat graag toelichten. U zult de regeringen in Sofia en in Boekarest criteria noemen waaraan ze nog moeten voldoen. U zult eisen stellen, en u heeft ons oktober als datum genoemd. Dat betekent ook dat u in oktober de Raad en het Europees Parlement heel precies zult moeten vertellen of aan die eisen volgens u wel of niet is voldaan. Wanneer er niet aan is voldaan is het op basis van uw eigen argumenten logisch dat uw besluit er anders uit moet zien dan u vandaag verwacht. Daarmee neemt u een grote verantwoordelijkheid op uw schouders, en ik wil dat vandaag nogmaals met nadruk vaststellen. Daarom is dit een heel belangrijk debat, dat we heel serieus moeten nemen.

Ja, Roemenie en Bulgarije moeten volgens ons lid worden van de Europese Unie. Wij als sociaal-democraten willen dat ze op 1 januari 2007 toetreden. We nemen nota van het feit dat er nog punten moeten worden verbeterd. We hebben er echter het volste vertrouwen in dat deze landen daar ook voor zullen zorgen, zodat die datum kan worden aangehouden. Wij gaan ervan uit dat u dit nauwgezet in de gaten zult houden.

Ik zou echter nog een punt willen toevoegen: het gaat niet alleen maar om de toetreding. Het gaat niet alleen maar om de verdragen die aan die toetreding ten grondslag liggen. Dit is ook een historische stap. Deze twee landen, het gebied rondom de Zwarte Zee, hebben enorme vooruitgang geboekt. U heeft terecht nogal wat kritiek, maar de stabiliteit is zowel in Roemenie als in Bulgarije enorm gestegen. Dat is in die regio aan de grens van de Europese Unie heel belangrijk, aan de andere kant liggen namelijk buurlanden die bij lange na niet zo stabiel zijn als we zouden wensen. Daarom is stabiliteit in deze landen absoluut in ons eigen economisch, sociaal, politiek en cultureel belang, als ze lid zijn van de Europese Unie. Hoe sneller de kandidaten er dus in slagen om aan de toetredingscriteria te voldoen, des te beter is het voor iedereen, voor deze landen, maar ook voor de Europese Unie.

De Sociaal-democratische Fractie in het Europees Parlement neemt nota van de voorstellen van de Commissie. We vinden dat een bruikbare manier van werken, maar we raden u wel aan om in Boekarest en in Sofia concreter te zijn dan u hier was. We hopen dat deze landen aan de criteria zullen voldoen, zodat ze op 1 januari 2007 lid van onze Unie kunnen worden.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  Graham Watson, namens de ALDE-Fractie. - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil commissaris Rehn hulde brengen voor zijn evenwichtige en gedegen beoordeling en zijn competente behandeling van dit dossier. Ik prijs ook mevrouw Anca Boagiu en mevrouw Meglena Kuneva en hun voorgangers als minister voor EU-integratie voor hun niet aflatende harde werk.

De schrijver Mark Twain heeft opgemerkt: ‘We kunnen de wereld veranderen of onszelf, maar het laatste is moeilijker.’ Het neerhalen van de Berlijnse muur was het gemakkelijke deel. Het bouwen van een nieuwe democratische cultuur kost veel meer tijd. De stenen van inspanning en het cement van volhardendheid werpen echter vruchten af. Het besluit om in 2007, onder passende voorwaarden, voort te gaan, is het juiste besluit. De Commissie zou in de ogen van mijn fractie in de herfst niet mogen terugkomen op haar besluit, behalve in geval van zeer ernstige omstandigheden.

We vinden dat Roemenië en Bulgarije niet strenger of minder streng mogen worden beoordeeld dan eerdere nieuwkomers. Onze monitoring moet in overeenstemming zijn met de huidige Verdragsbepalingen en de wetgeving die van kracht is. We nemen de door de Commissie geuite ernstige bezorgdheid over de aanhoudende corruptie en het niet goed functioneren van de rechtsstaat, gebieden waar dringend verdere actie nodig is, dan ook zeer serieus. Ook de slechte behandeling van het volk van de Roma blijft verontwaardiging oproepen. Daarom is het Decennium van de insluiting van Roma waartoe zes staatshoofden en regeringsleiders de aanzet hebben gegeven, ook zo belangrijk.

De Commissie identificeert ook op veel andere gebieden tekortkomingen. Deze zaken moeten zonder uitstel in orde worden gemaakt. De toetreding kan evenwel geen examen zijn waarvoor kandidaten zakken. Een mislukking zou namelijk minstens evenzeer een mislukking voor de Unie als voor de kandidaat-landen zijn. De richting waarin een samenleving kijkt, is heel belangrijk voor de gezondheid van die samenleving. Bulgarije en Roemenië kijken en bewegen in de juiste richting. Kunnen we dat van alle huidige lidstaten zeggen? Stel u eens voor, collega's, dat de minister van Binnenlandse Zaken van Roemenië afgelopen herfst hechtenis van verdachten zonder tenlastelegging voor een periode van drie maanden had voorgesteld, of dat de premier van Bulgarije de geheime dienst had gebruikt om zijn collega's te bespioneren. Dat zou tot grote verontwaardiging hebben geleid.

Mijn fractie is altijd op haar hoede geweest voor mensen die toegeven aan de modieuze bezorgdheid over uitbreiding, en die zo vreemdelingen maken van mensen die binnenkort onze medeburgers zullen zijn. Ik was daarom blij te horen dat de heer Poettering tegen enkele mensen in zijn eigen fractie is ingegaan en met zijn gewicht stevig achter de toekomstige uitbreiding is gaan staan. Dit maakt het besluit van zijn fractie om afgelopen week in een stad met de naam Split bijeen te komen extra saillant.

Ik roep de bangerikken aan de rechterzijde op te kijken naar wat is bereikt. Is de uitbreiding niet het grootste succesverhaal van de Europese Unie, haar kroonjuweel? Het verslag van commissaris Špidla over overgangsregelingen laat zien dat de uitbreiding meer banen en hogere economische groei heeft gebracht, vooral in die landen die hun arbeidsmarkt hebben opengesteld. Maar los van alle economische overwegingen, heeft de verwelkoming van nieuwe leden ook de cultuur van onze Unie verrijkt. Bulgarije en Roemenië zullen gewaardeerde aanwinsten zijn, als we ze maar de kans geven.

Het lijkt erop dat veel van hun mensen denken dat het allemaal een zaak van de regeringen is. Het winnen van de strijd tegen criminaliteit en corruptie is echter een zaak van elke burger. Ik dring er bij alle Bulgaren en Roemenen dan ook op aan om samen te werken met hun regering, teneinde een zo goed mogelijk resultaat te waarborgen en vertraging in de toetreding te voorkomen, niet het minst omdat de hervormingen die nodig zijn om tot de Unie te mogen toetreden, het middel zijn om de levensstandaard, de kwaliteit van leven en de veiligheid in hun eigen land te verhogen. Ik roep alle collega's in dit Huis op zich solidair te tonen en de Bulgaren en Roemenen te laten zien dat ze er niet alleen voor staan.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  Daniel Marc Cohn-Bendit, namens de Verts/ALE-Fractie. - (FR) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik wist niet dat mijn collega’s Watson en Poettering de houding van jongeren - van de leeftijd van mijn zoon - deelden, die als er een probleem is, stelselmatig zeggen: “dat komt allemaal wel goed; echt, het komt goed”. Al jaren lang krijgen wij hetzelfde antwoord als het over de uitbreiding gaat: “dat komt allemaal wel goed; echt, het komt goed”.

Persoonlijk hoop ik inderdaad dat het allemaal goed komt. Het is echter niet alleen de Commissie die de verantwoordelijkheid heeft genomen, mijnheer Schulz. U hebt zelf die verantwoordelijkheid ook genomen, toen u zich een jaar geleden voor de uitbreiding hebt uitgesproken, terwijl wij in die tijd allemaal wisten dat noch Roemenië, noch Bulgarije klaar was voor de toetreding. U hebt toen dus zelf die verantwoordelijkheid genomen, en niet alleen de Commissie.

(EN) Dus neem uw verantwoordelijkheden.

(DE) Of in het Duits: houdt woord! U bent mede verantwoordelijk!

(FR) Want waar wij momenteel mee bezig zijn is te gemakkelijk. Dat is te gemakkelijk.

Ik heb gelezen wat de Commissie gezegd en herhaald heeft: op verschillende terreinen moet vooruitgang worden geboekt. Mijnheer Watson, wat u over Duitsland zegt is juist, maar wat over Polen gezegd zou moeten worden, is evenzeer juist: de heer Haider is een democraat vergeleken met iemand als de heer Lepper, die een notoire racist, antisemiet en homofoob is. Op dit moment is er in Europa, in Polen, een extreem-rechtse regering aan de macht. En wat heeft dit Parlement, dat terecht kritiek had geleverd op Oostenrijk, gedaan om zich tegen Polen te kanten? Niets. Als het om de nieuwe lidstaten gaat, durven we niets meer te zeggen!

Ik zal u iets heel simpels vertellen. Ik ben voor de uitbreiding.

(EN) Ik ben voor uitbreiding van Europa!

(FR) Maar niet om het even hoe! Anders laten we de Balkan en Turkije straks opdraaien voor onze houding ten opzichte van Bulgarije en Roemenie.

Waarom moeten zij daarvoor opdraaien? Het is niet dat we Roemenie willen weigeren. Het is niet dat we Bulgarije willen weigeren. Het is gewoon zo dat we op dit moment noch Bulgarije noch Roemenie kunnen opnemen, gezien de situatie in deze landen. In plaats van voortdurend te praten over monitoring moeten we afspreken dat deze landen in 2008 zullen toetreden tot de Unie en programma´s ontwikkelen waarmee we de Roma en de zigeuners in Roemenie en Bulgarije echt kunnen integreren.

Vorige week was ik in een Roma-wijk. Wat ik daar heb gezien is met geen pen te beschrijven! U gaat deze landen opnemen en hebt middelen toegekend om deze programma’s te financieren. Wat is er met dat geld gebeurd? Vraag de Bulgaarse regering wat er met het geld is gebeurd. Vraag dat eens! Ze zal u het antwoord schuldig moeten blijven. Ze zal zeggen: we hebben een nieuwe wet aangenomen. Er is niks mis met nieuwe wetten maken.

Maar wat ik wil dat is dat er in het veld daadwerkelijk iets verandert. Daarom kunnen we niet alleen maar zeggen dat we voorstander zijn van uitbreiding, dat we goede christenen zijn, dat we goede joden zijn, dat we van de wereld houden. Nee, de wereld moet veranderen. En met uw houding zal de wereld niet veranderen. We moeten dan ook duidelijker zijn, en preciezer: “ja” tegen de uitbreiding, maar niet onder om het even welke voorwaarden. De Commissie helpt ons niet genoeg, terwijl ze beschikt over de noodzakelijke instrumenten.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  Jaromír Kohlíček, namens de GUE/NGL-Fractie. – (CS) Ik zou mijn collega willen aanraden eens te kijken naar de integratie van de Roma in Italië en naar de integratie van minderheden in andere lidstaten, in de oude lidstaten, en dan pas verder te praten, zonder onderbreking – misschien.

Dames en heren, toen de toenmalige leiders van Frankrijk en Duitsland, president Mitterrand en bondskanselier Kohl, in 1990 besloten zich te richten tot de landen van Midden-, Zuid- en Oost-Europa, zeiden ze: “Welkom in een Europese Unie zonder grenzen. Wij nodigen u uit deel te nemen aan een gemeenschappelijk project dat openstaat voor alle landen van Europa. We willen u helpen uw technologische achterstand op ons snel weg te werken en uw rechtsnormen in overeenstemming te brengen met die van de andere landen.” Verscheidene jaren later werden er in Kopenhagen drie voorwaarden aangenomen waaraan de landen die wilden toetreden tot de EU zouden moeten voldoen. De economische component van de Kopenhagen-criteria is onduidelijk en er wordt gewoonlijk onder verstaan dat onder meer toelating tot de WTO, de Wereldhandelsorganisatie, vereist is, en dat er een associatieovereenkomst met de EU moet worden gesloten.

De politieke component betreft het op vreedzame wijze bijleggen van geschillen met buurlanden en het beleid ten aanzien van nationaliteiten. Dat is iets dat de oude EU-lidstaten nog niet onder de knie hebben. In 1993 was er nog geen sprake van dat er nationale bezittingen in de uitverkoop zouden worden gedaan, dat er opheffingsquota ingesteld zouden worden voor landbouwproducten of dat er kerncentrales ontmanteld zouden worden. De enige fundamentele eis die destijds gesteld werd, was dat de voorwaarden voor de uitwisseling van goederen tussen de kandidaat-lidstaten en de EU niet ondermijnd mochten worden. De Commissie opende in die tijd onderhandelingen met twaalf landen. De onderhandelingsagenda werd technisch onderverdeeld in 29 hoofdstukken, een sectie getiteld “Diversen” en een sectie getiteld “Instellingen”. Na afloop van de onderhandelingen, twee jaar geleden, werden tien landen toegelaten als lidstaat. Tot op de dag van vandaag zijn er enkele voorwaarden – bijvoorbeeld de voorwaarden waaronder een beroep kan worden gedaan op financiële middelen – die nog moeten worden afgerond voor deze landen. De voorwaarden voor hun toetreding bevatten een hele reeks discriminerende maatregelen en het is een feit dat deze maatregelen zeer slecht geëvalueerd zijn, vooral op het gebied van de landbouw en van de voedingsindustrie. De ongelijkheid tussen de inwoners van de oude en de nieuwe lidstaten is maar al te duidelijk.

We bevinden ons vandaag in een merkwaardige situatie. Er is over een hele agenda onderhandeld met Bulgarije en Roemenië, er is overeenstemming bereikt over alle hoofdstukken, en nu verschijnt er een nieuw pakket vreemde en discriminerende maatregelen. Daar zitten eisen bij met betrekking tot de teruggave van eigendommen, de ontmanteling van moderne reactoren in de krachtcentrale van Kozloduj en ongelijke voorwaarden voor de landbouw en de voedingsindustrie. Er wordt gesproken over corruptie, over hervorming van de rechterlijke macht, over de situatie van kinderen, mensenhandel, enzovoort. Alles wat van toepassing is op de oude lidstaten, is van toepassing op de nieuwe lidstaten. Ik begrijp de fanatieke tegenstanders van kernenergie. Het is mij duidelijk dat hun opvattingen niet zullen veranderen en dat de energiesituatie van de Balkanlanden hun een zorg zal zijn. Wat me verbaast, is het standpunt van Italië en Griekenland. Zij zijn voor een deel van hun energievoorziening aangewezen op Kozloduj. Dit betekent dat Italië, als de centrale eenmaal gesloten is, meer afhankelijk zal zijn van invoer uit Frankrijk en andere landen. Hoe zal Griekenland de daling in de energievoorziening compenseren? Waarschijnlijk door meer kolen te stoken, ongeacht de afspraken die in het kader van het Kyoto-Protocol zijn gemaakt. Ze kunnen altijd nog emissierechten kopen. Wat de Bulgaren betreft, die moeten maar kaarsen branden, want de plannen voor de krachtcentrale van Belene zijn nog in een pril stadium – maar wie weet heeft de Europese Commissie een andere milieuvriendelijke maar werkbare oplossing? Denkt u alstublieft eens een ogenblik na en probeert u eens uit te leggen hoe de EU werkelijk bijdraagt aan de ontwikkeling van deze twee landen. Gaat het er misschien alleen maar om te voorkomen dat ze op redelijke voorwaarden worden toegelaten tot de Unie? Mijn fractie is er volledig voorstander van dat zij voor de streefdatum van 1 juli 2007 worden toegelaten.

 
  
MPphoto
 
 

  Bastiaan Belder, namens de IND/DEM-Fractie. Voorzitter, de twee Nederlandse protestantse partijen die ik mag vertegenwoordigen in dit Huis zijn consequent voorstander geweest van de heling van de naoorlogse deling van Europa. Tegelijkertijd zijn wij altijd voorstander geweest van een solide uitbreiding van de Europese Unie, en dus van een duidelijke handhaving van de erkende toetredingscriteria, de welbekende criteria van Kopenhagen. Het achterblijven van Roemenië en Bulgarije in 2004 bij de grootste uitbreidingsronde uit de geschiedenis van de Unie raakte ons.

Na de omwenteling van het Europese wonderjaar 1989 verstevigden zich immers de kerkelijke en maatschappelijke contacten tussen onze achterban en beide kandidaatlidstaten. Voor het uitstel van 2004 konden wij overigens stellig begrip opbrengen. Hoe staan wij nu tegenover de twee voorliggende toetredingsdata van 1 januari 2007, respectievelijk 1 januari 2008? Zoals gezegd is mijn partij voorstander van een solide toetreding van Sofia en Boekarest, dat wil zeggen op grond van afzonderlijke beoordeling van Bulgarije en Roemenië. Onder het woord solide verstaan wij feiten, daadwerkelijke hervormingsstappen en geen intenties.

Tenslotte voegden Raad en Commissie niet voor niets twee specifieke beschermingsclausules toe aan de drie gebruikelijke clausules in de Toetredingsverdragen met Bulgarije en Roemenië. Dat kenmerkt onze boodschap aan de Commissie. Graag een eenduidig signaal in oktober over de toetredingsrijpheid van Bulgarije en Roemenië per 1 januari 2007, want met helderheid zijn alle partijen in Europa gebaat.

 
  
MPphoto
 
 

  Brian Crowley, namens de UEN-Fractie. - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik bedank de commissaris voor zijn presentatie en ik feliciteer hem met zijn werk aan dit zeer moeilijke onderwerp, een onderwerp waarover ik recent veel met hem heb gediscussieerd.

Ik wil eerst mijn belangrijkste opmerking maken. Daarna kunnen we de zaak uitgebreider bespreken. Roemenië moet meer werk verrichten met betrekking tot de situatie van kinderen in Roemeense instellingen, weeshuizen en pleeggezinnen; er moeten meer maatregelen worden genomen om deze kinderen als individuen met mensenrechten te behandelen. Als dit betekent dat internationale adoptie soms moet worden toegestaan, dan moet dat maar zo zijn. Ik weet dat veel ouders in Ierland bereid zijn een kind uit Roemenië, vooral een kind met een verstandelijke of lichamelijk beperking, te adopteren, en dat ze dat ook graag doen. Zij willen deze kinderen een liefdevol en zorgzaam thuis in Ierland geven, maar door de bezwaren lopen ze tegen grote problemen aan. Ik wil de Roemeense autoriteiten daarom vragen hier opnieuw naar te kijken.

Door de verklaring van de Commissie van vandaag en ook door de onderhandse stappen die in bepaalde hoofdsteden in Europa worden gezet om de toetreding van Bulgarije en Roemenië te voorkomen of te vertragen, zijn we echter weer terug bij af. Laten we niet vergeten dat het hier niet alleen gaat om de vraag of deze twee landen de toezeggingen nakomen die ze ons hebben gedaan uit hoofde van de criteria van Kopenhagen en in hun Toetredingsovereenkomst. Het is ook aan ons om onze toezeggingen na te komen.

We hebben de hoop en het streven en de wens geuit dat deze landen deel van de Europese Unie zullen gaan uitmaken. De eerste keer hebben we tegen hen gezegd: “nee, u bent er nog niet klaar voor, u kunt niet met de tien andere landen op 1 mei 2004 toetreden, u hebt nog meer werk te verrichten.” Ze hebben recent grote vorderingen gemaakt met het wijzigen van wetten, het aanpassen van hun systemen, die decennia oud zijn, het tot stand brengen van een realistischere aanpak. Het is nu aan ons om deze landen gul te loven, om hen werkelijk aan te moedigen en hen niet de les te lezen over de manier waarop hun systemen zouden moeten werken, om hen te laten profiteren van onze ervaring met de open coördinatiemethode, in het kader waarvan men kijkt naar de praktijken in andere landen en de beste daarvan overneemt en probeert een zo goed mogelijk resultaat te behalen.

We kennen allemaal de basisbeginselen. De basisbeginselen zijn de rechtsstaat, democratie, de scheiding der machten, de rechten van het individu en de mensenrechten en fundamentele vrijheden. Al het andere kan via eenvoudige wetgeving worden opgelost. Er is wel eens gezegd dat politiek niet zo belangrijk is. Politiek is wel belangrijk, want zij beïnvloedt het leven van mensen. Wij in dit Huis krijgen vaak de kritiek te horen dat we niet radicaal genoeg zijn in onze meningen en standpunten.

We moeten vandaag niet alleen de regeringen van Bulgarije en Roemenië vertellen dat ze door moeten gaan met het werk dat ze doen, dat ze het doel moeten verwezenlijken dat ze proberen te verwezenlijken. We moeten vandaag niet alleen tegen de regeringen van onze eigen landen zeggen dat ze duidelijk en eerlijk moeten zijn, en dat ze deze landen een echt antwoord moeten geven. We moeten ook direct tot de burgers en tot de mensen van Bulgarije en Roemenië spreken en hun zeggen dat ze binnen de Europese Unie een thuis hebben, dat ze rechten hebben, en dat we die rechten voor hen zullen verdedigen.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (NI). – (DE) Mijnheer de Voorzitter, het is ongetwijfeld een groots historisch wapenfeit dat we door het opnemen in de Europese Unie van landen die tientallen jaren hebben gezucht onder de knoet van het communisme de deling van Europa achter ons hebben kunnen laten. We moeten echter ook inzien dat we de begrijpelijke zorgen en angsten van de Europese burgers veel te lang niet serieus hebben genomen. We hebben min of meer over hun hoofden heen een uitbreidingsmechanisme ontwikkeld. Ook de huidige discussie over verschillende scenario´s voor uitstel en over manieren om druk uit te oefenen op Bulgarije en Roemenie is een gevolg van deze volgens mij zeer onfortuinlijke ontwikkeling.

Als we eerlijk zijn moeten we toegeven dat de eigenlijke oorzaak van het huidige dilemma ligt in het feit dat we vorig jaar in de Toetredingsverdragen een star tijdsschema hebben opgenomen. Het vooruitzicht op toetreding is voor Bulgarije en Roemenie namelijk de enige stimulans geweest om telkens weer nieuwe inspanningen te leveren om in de Unie te worden opgenomen. Eens te meer hebben we ons dus zelf de mogelijkheid ontnomen om op de kandidaten die nu voor de deur staan, invloed uit te oefenen om zich zo goed mogelijk voor te bereiden.

Roemenie en Bulgarije horen natuurlijk bij de familie der Europese volkeren. We mogen echter niet verwachten dat deze twee landen hun talloze problemen, zoals corruptie en georganiseerde misdaad, in de komende maanden op zullen lossen. Het is in het belang van de Europese Unie, maar ook van de burgers van de twee toetredingslanden, om de toetreding niet overhaast plaats te laten vinden. In het verleden is al meerdere malen gebleken dat een overhaaste toetreding en het rooskleurig voorstellen van de situatie er alleen maar toe leiden dat de burgers in de toetredingslanden het kind van de rekening worden.

Natuurlijk willen we de hereniging van Europa door de toetreding van Roemenie en Bulgarije afronden. De twee landen moeten echter werkelijk klaar zijn voor de toetreding en voor Europa.

 
  
MPphoto
 
 

  Elmar Brok (PPE-DE). – (DE) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de voorzitter van de Commissie, mijnheer de commissaris, dames en heren, de uitbreiding is het meest geslaagde beleid van de Europese Unie, die heeft in hoge mate bijgedragen tot vrede, stabiliteit, vrijheid en welvaart. Dit kan echter alleen maar zo blijven wanneer we ons aan de spelregels houden, anders wordt het proces van binnenuit uitgehold en loopt alles mis.

Ik moet zeggen, mijnheer Watson, al bent u er niet meer, dat mijn partij altijd voor deze uitbreiding heeft gestreden, en dat mijn land, in tegenstelling tot het Verenigd Koninkrijk, geen korting heeft gevraagd op de bijbehorende financiële lasten. Wat de Commissie nu voorstelt, is volgens mij bedoeld om ervoor te zorgen dat het Verdrag wordt gerespecteerd. Wanneer een land niet voldoet aan voorwaarden die met zoveel woorden zijn gesteld in de Toetredingsverdragen is het geen discriminatie van dat land wanneer we de regels toepassen. Dan houden we gewoon de hand aan een overeenkomst tussen de verdragsluitende partijen, niet meer en niet minder.

Als ik lees dat er grote problemen zijn op het gebied van de corruptie en de georganiseerde misdaad, dat er ook een groot verschil tussen de twee landen bestaat, en als ik lees wat de Commissie hierover precies schrijft, namelijk dat Roemenië de bereikte resultaten moet consolideren, terwijl Bulgarije eerst maar eens iets moet laten zien, dan lijkt me dat een belangrijke mededeling. Daarom moeten we uitgaan van het motto everyone on their own merits.

Ten tweede moeten we vaststellen dat we Europese middelen alleen maar kunnen toekennen wanneer de structuren in de betrokken landen dusdanig zijn, dat het geld volgens de regels van de Rekenkamer aan de ontvangers kan worden uitbetaald. Zolang dat niet het geval is hebben we een probleem. Er zijn nog heel wat voorbeelden genoemd, maar er is altijd een groot verschil tussen de beide landen.

Ik zou de Commissie willen aanmoedigen om het voorstel werkelijk heel consequent uit te voeren, de situatie voor oktober nog eens onder de loep te nemen en de landen een kans te geven om de duidelijk beschreven gebreken te verhelpen. Ik hoop dat deze landen constructief zullen reageren op deze aanpak, zodat het verslag in oktober positiever zal zijn. Anders moet de vrijwaringsclausule worden toegepast, zoals bepaald in het Verdrag. Ik zou de Commissie daar met nadruk aan willen herinneren, en haar willen feliciteren met dit verslag!

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  Pierre Moscovici (PSE).(FR) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer Barroso, mijnheer Rehn, ik wilde allereerst de heer Rehn hartelijk bedanken, wiens werk als commissaris voor uitbreidingszaken door ons allen wordt gewaardeerd om zijn accuratesse, gezond verstand en volledigheid. Dankzij hem en dankzij het werk dat hij heeft verricht is de samenwerking tussen het Europees Parlement en de Commissie, en tussen de Europese instellingen en de Roemeense en Bulgaarse autoriteiten, efficiënt en vruchtbaar verlopen. Het toetredingsproces van Roemenië en Bulgarije is in een cruciale fase aanbeland. Onze instellingen moeten nu besluiten of beide kandidaat-lidstaten op 1 januari 2007 kunnen toetreden tot de Unie of dat deze datum verschoven wordt.

Ik schaar me in grote lijnen achter het verslag van de heer Rehn. Evenals in het verleden zijn we geneigd in te stemmen met toetreding in 2007, zij het onder precieze voorwaarden. Ik wijs er al maanden op dat onze vriendschap voor Roemenië en Bulgarije, onze steun voor hun toetredingsproces steevast gekoppeld is aan een duidelijke eis, namelijk dat ze voldoen aan de toetredingscriteria en de vereiste hervormingen doorvoeren. Ik zou echter verder gaan dan de heer Barroso en de heer Rehn bij het vandaag te vellen oordeel over de vraag in hoeverre beide landen tegemoet zijn gekomen aan onze eisen. Ik denk namelijk stellig dat we deze datum, nog maar zeven maanden vóór de beoogde toetreding op 1 januari 2007, zonder verdere omwegen moeten bevestigen of uitstellen. En ik ben er heilig van overtuigd, in tegenstelling tot de heer Cohn-Bendit, dat we deze datum moeten handhaven.

Als rapporteur van het Europees Parlement wil ik me nader uitlaten over Roemenië. Ik heb meerdere malen verklaard dat de uitstelclausule naar mijn idee pas als laatste redmiddel, als noodmaatregel moet worden overwogen. Ik heb er in dit Parlement herhaaldelijk op gewezen hoe gevaarlijk het zou zijn te pas en te onpas een beroep te doen op deze clausule om bezorgdheid of onvrede kenbaar te maken, waarbij we het totaalbeeld enigszins uit het oog verliezen. Ik geloof niet dat dit nu het geval is.

Het rapport van de Commissie benadrukt dat Roemenië momenteel voldoet aan de politieke criteria en aan de criteria die samenhangen met de markteconomie, dat het acquis communautaire vlijtig wordt toegepast, maar dat er ook punten zijn waarop het land nog vooruitgang moet boeken. De Commissie heeft in dit opzicht waardevolle aanbevelingen gedaan waaraan gevolg moet worden gegeven. Het vandaag gepubliceerde verslag sterkt me echter in mijn overtuiging dat het land momenteel niet zo wezenlijk tekortschiet dat een zo radicale maatregel als het verschuiven van de toetredingsdatum hierop het adequate antwoord is.

Wat de minder ernstige punten van zorg betreft was de mondelinge vraag die ik samen met Geoffrey van Orden en Elmar Brok heb voorgelegd, erop gericht de overige vrijwaringsclausules onder de aandacht te brengen, die een heel ander en veel minder urgent karakter hebben. Deze clausules bieden de mogelijkheid om in de eerste drie jaar na de toetreding van Roemenië tot de Europese Unie op een meer permanente, zij het nog uiterst stringente wijze de vinger aan de pols te houden en eventueel sancties op te leggen, en moeten de twijfels wegnemen die op specifieke punten zouden kunnen blijven bestaan. Vandaag lijkt het me eveneens van belang te benadrukken wat het zou kosten als we te lang wachten met een duidelijke stellingname over de toetreding van Roemenië op 1 januari 2007.

Uiterlijk in mei zouden de Europese instellingen een knoop doorhakken over de datum waarop Roemenië en Bulgarije toetreden tot de EU, hetgeen me verstandig leek. Dat denk ik nog steeds. De toetreding uitstellen zou praktische problemen met zich meebrengen. Er zou minder tijd zijn om het Toetredingsverdrag te ratificeren, misschien wel te weinig. Het debat over de toetreding zou hiermee nog meer onder druk komen. Aangezien ik de accuratesse van het door de commissaris voor uitbreidingszaken verrichte werk hogelijk waardeer en me kan vinden in zijn analyses en eisen, stel ik voor dat we ons baseren op dit verslag en de zeer bemoedigende resultaten die daarin worden genoemd en eindelijk eenduidig instemmen met de toetreding van Roemenië op 1 januari 2007 op de door de commissaris genoemde voorwaarden.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  Emma Baroness Nicholson of Winterbourne (ALDE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik ben blij dat ik geen kaart hoef te spelen tegen de heer Rehn, want hij houdt zijn kaarten heel dicht tegen zich aan en speelt zijn troefkaart, zijn laatste kaart, pas op het allerlaatste moment! Gelukkig speelt hij de kaarten in dit geval namens Roemenië en Bulgarije. Hij wil dat ze winnen, en het is absoluut duidelijk dat ze ook zullen gaan winnen. Ik heb er vertrouwen in dat 1 januari 2007 D-Day, delivery day, zal zijn voor Roemenië en Bulgarije, en dat ze op die datum volledig lid zullen worden van de Europese Unie. Ik heb er zelfs zoveel vertrouwen, in dat ik op 31 december 2006 mijn kaartje naar Boekarest in Roemenië zal kopen.

Ik wil de heer Fokion Fotiadis bedanken en prijzen, alsmede de heer Jonathan Scheele, die hem is opgevolgd in de delegatie van de Commissie in Boekarest, alsook de heer Rehn zelf en zijn voorganger, de heer Verheugen. Zij hebben de taak op zich genomen hard te werken om beide landen in de Unie te halen, door corruptie en mensenhandel te bestrijden en alle verschillende aangelegenheden met betrekking tot de vrije markt, de rechtsstaat en transparantie aan te pakken: alles wat de afgelopen zes en een half jaar zo vaak is genoemd en wat nu werkelijkheid wordt. Het is een enorm opwindend moment.

Ik ben heel blij dat ik naast verschillende Roemeense premiers heb mogen werken, met inbegrip van de huidige premier, de heer Tariceanu, alsmede naast meerdere presidenten, waaronder het huidige staatshoofd, president Basescu, en een groot aantal parlementsleden. Vandaag heeft hier op de officiële tribune de heer Alin Teodorescu plaatsgenomen, met de staatssecretaris voor Adoptiezaken, mevrouw Theodora Bertzi, en Gabriela Coman, die verantwoordelijk is voor de kinderbescherming, en natuurlijk de minister voor Europa, mevrouw Boagiu. Zij zijn allen van harte welkom, en nu worden ze blijvend onze broeders en zusters binnen de Unie.

Het is onvermijdelijk dat er problemen zijn. De geografische ligging van beide landen maakt ze kwetsbaar, vooral voor mensenhandel, vooral vanuit Oost-Europa en Rusland. Roemenië en Bulgarije zijn vorige week in het verslag van de VN over mensenhandel expliciet naar voren gehaald.

Het is waar dat er nog meer moet gebeuren, en het zal ook altijd zo blijven dat er meer moet gebeuren, maar over enkele momenten staan ze hier naast ons en zijn ze volledig lid. Ik bedank de commissaris voor al zijn werk.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  Joost Lagendijk (Verts/ALE). – Voorzitter, collega's, commissaris, ik ben het eens met de conclusie van de Commissie als het gaat over Roemenië. Daar is inderdaad het afgelopen jaar substantiële vooruitgang geboekt en daarom is het te verdedigen dat dat land in 2007 lid wordt. Daarom is het verstandig om in het najaar nog een soort laatste controle te doen en daarom is het zeer verstandig om ook na toetreding streng in de gaten te houden of die vooruitgang die we gezien hebben ook doorgaat. Hoewel ik meen dat de sancties die staan op “niet doorgaan” niet erg indrukwekkend zijn.

Ik ben het ook eens met de verslagen van de Commissie als het gaat over Bulgarije, omdat je daarin ziet dat er geen substantiële vooruitgang is maar wel een hoop substantiële problemen, met name als het gaat om het bestrijden van de georganiseerde misdaad en de bestrijding van corruptie. Daarom, collega's, ben ik het nog niet eens met de conclusie van de Commissie over Bulgarije. Volgens mij is het ten onrechte dat Roemenië en Bulgarije aan elkaar verbonden worden en dat ook voor Bulgarije gezegd wordt dat 2007 haalbaar is. Commissie, als u uw eigen rapporten serieus neemt, dan geloof ik er niet in dat die zwaarwegende problemen die u zelf signaleert in uw verslagen over vijf maanden te verhelpen zijn. Ik ben er voorstander van om nu reeds helder te zijn en te zeggen: Bulgarije het spijt ons, maar u kunt pas in 2008 lid worden.

Ik zie het politieke probleem van de Commissie, omdat er in de Raad aan wie u een advies uitbrengt geen meerderheid is voor deze optie, maar ik vind het ten onrechte dat Roemenië en Bulgarije tot op het laatste moment aan mekaar verbonden zijn.

Waarom is het zo verstandig en waarom is het zo goed om een onderscheid te maken tussen de landen op basis van hun eigen prestaties? Het gaat hier om een signaal, zowel aan onze eigen bevolking als aan nieuwe kandidaat-lidstaten als Kroatië en Turkije. De boodschap zou moeten zijn dat het een verschil maakt of je al dan niet hervormingen uitvoert. Als je ze wel uitvoert, word je beloond, als je dat niet doet, zoals in het geval van Bulgarije, dan zul je daarvoor bestraft worden. Nu lijkt het er heel erg op dat het niet uitmaakt wat je doet, of je het wel of niet doet en dat de beslissing voor toetreding afhangt van interne ontwikkelingen in de EU, van opiniepeilingen, van stemmingen en niet van de prestaties van kandidaten.

De les van deze procedure zou moeten zijn nooit meer data te noemen, want dat haalt de druk van de ketel af. Als we twijfels hebben, laten we geen datum van het uitstel noemen en laten we een garantie geven aan kandidaat-lidstaten: u komt er in als u aan de voorwaarden voldoet. Als u daar niet aan voldoet, dan zult u op de blaren moeten zitten.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  Erik Meijer (GUE/NGL). – Voorzitter, de voorlopers van de Europese Unie zijn gestart met zes staten, vooral in de directe invloedssfeer van Brussel en Straatsburg. Niemand kon toen serieus voorzien dat die Europese Gemeenschappen zouden kunnen uitgroeien tot het overkoepelende samenwerkingsverband van 27 of meer Europese staten. Sinds het begin van de jaren zeventig zijn die voorlopers er desondanks in geslaagd om langzaamaan een monopoliepositie op te bouwen bij de samenwerking tussen de Europese staten. Staten die vroeger behoorden tot de Europese vrijhandelsorganisatie (EFTA) of de Raad voor wederzijdse economische bijstand (COMECON) behoren nu tot de Europese Unie. De komende toetreding van Roemenië en Bulgarije wordt daarvan min of meer het sluitstuk.

Het is in het voordeel van hun lidmaatschap dat deze uitbreiding mede kan worden uitgelegd als overwinning in de koude oorlog op de vroegere tegenstander. Dat levert steun op die er anders niet zou zijn. Mede daarom heeft dit Parlement vorig jaar besloten dat die twee staten die in 2004 nog niet klaar waren met de voorbereiding, in 2007 of 2008 alsnog zullen moeten worden toegelaten. Ook ik heb voor gestemd.

Desondanks is er brede kritiek op de binnenlandse toestand bij deze twee nieuwkomers. Nog steeds worden mensen die behoren tot de Roma-bevolkingsgroep weggejaagd en hun huisjes afgebroken. Nog steeds worden natuur en milieu er zwaarder bedreigd dan in andere delen van Europa doordat aanleg van snelwegen en de winning van delfstoffen op de goedkoopste mogelijke wijze plaatsvinden. Nog steeds is er onvoldoende zicht op de manier waarop overheden omgaan met hun geld en welke bedrijven daarvan profiteren. Nog steeds zijn er twijfels over de onafhankelijkheid en objectiviteit van justitie. Nog steeds zijn er etnische bevolkingsgroepen die vinden dat zij als tweederangsburgers worden behandeld en nog steeds verlaten vele burgers die landen.

Dat maakt de kans groot dat hun toetreding nu achteraf als een grote fout en als een mislukking zal worden beoordeeld. Die tekortkomingen veranderen dan niets meer aan hun lidmaatschap, maar het zal wel extra argumenten opleveren tegen verdere uitbreiding. Het eerste land dat daarvoor de rekening moet betalen is Kroatië. Dat land voldoet nu al beter dan Roemenië en lgarije aan die criteria en heeft veel gemeen met de huidige lidstaat Slovenië, maar zal misschien toch zeer lang moeten wachten. Dat geldt nog meer voor kandidaat-lidstaat Macedonië, voor de rest van de Balkan, voor Moldova en voor Oekraïne. Hoe kunnen we zo'n negatief resultaat voorkomen? Blijvende solidariteit is misschien beter gediend met meer actieve steun om sneller op het niveau van de Unie te komen, dan met snelle toelating of meer vrije markt.

In het Nederlandse parlement hebben zowel mijn partij, de socialistische partij, als de christen-democraten geconcludeerd dat de risico's van uitbreiding in 2007 te groot zijn.

 
  
  

VOORZITTER: GÉRARD ONESTA
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 
 

  Nils Lundgren (IND/DEM). – (SV) Het besluit over de kwestie van het EU-lidmaatschap van Bulgarije en Roemenië is de facto natuurlijk al genomen. Het enige waarover we hier formeel kunnen discussiëren is of deze landen 1 januari 2007 of 2008 zullen worden toegelaten.

De Zweedse partij Junilistan verwelkomt de uitbreiding met nieuwe leden om twee redenen. Ten eerste: hoe meer landen erbij komen, des te moeilijker wordt het om ons voor te stellen dat de ontwikkeling van de Europese Unie tot in details vanuit Brussel kan worden geregeld. Dat is een grote stap vooruit. Ten tweede is het een grote vooruitgang voor de democratie en het rechtsstaatsbeginsel en de vrede in Europa dat er nieuwe EU-leden bij komen. Wat dat betreft zijn wij aanhangers van wat wel “de zachte macht” van de EU wordt genoemd.

De EU draagt feitelijk bij tot democratie en het rechtsstaatbeginsel in de buurlanden om de eenvoudige reden dat landen rond de EU vanuit allerlei overwegingen lid willen worden van de Unie. En wij in de EU eisen als voorwaarde voor het lidmaatschap van deze landen dat ze voldoen aan belangrijke voorwaarden, de criteria van Kopenhagen. We moeten die voorwaarden dan ook serieus nemen, en het is duidelijk dat Bulgarije en Roemenië niet voldoen aan de eisen die wij van het begin af aan hebben besloten te stellen. Om dezelfde reden was het volgens ons verkeerd om reeds nu lidmaatschapsonderhandelingen met Turkije te beginnen. De behandeling van de Koerden, vrouwen, de vrijheid van meningsuiting en allerlei andere zaken laten zien dat we dat niet hadden moeten doen. Daarentegen was het juist om voorlopig nee te zeggen tegen onderhandelingen met Servië vanwege het feit dat generaal Mladic nog steeds op vrije voeten is.

Wat we nu kunnen doen inzake de onderhavige kwestie, is dat we de aansluiting van Bulgarije en Roemenië tenminste tot januari 2008 uitstellen. Dan geven we een juist signaal voor de toekomst af aan Europa, inclusief Kroatië, Servië, Turkije, Oekraïne en Wit-Rusland.

 
  
MPphoto
 
 

  Konrad Szymański (UEN). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, telkens wanneer we de kwestie van de uitbreiding bespreken, raken we aan de historische dimensie van ons werk. Elke uitbreiding betekent voor de Unie niet enkel een protocollaire plechtigheid, maar is tegelijkertijd een kans en een noodzaak.

Een belangrijk probleem in verband met de uitbreidingen is de manier waarop ze door de buitenwereld worden waargenomen. Het is immers niet moeilijk te berekenen hoeveel steun er naar de nieuwe, vaak armere lidstaten gaat. Dat beeld is echter zeer onvolledig. Het geeft niet weer welke impuls een uitbreiding aan de handel en investeringen kan geven en hoeveel mogelijkheden ze biedt voor modernisering. Zonder uitbreidingen konden we ons vandaag niet beroemen op het feit dat 450 miljoen burgers ons, het Europees Parlement, op een enkel adres kunnen bereiken. We zouden met 75 miljoen minder zijn en Europa zou een veel minder belangrijke speler zijn op het wereldtoneel, een rol die we vandaag de dag zo sterk ambiëren.

De grootste politieke leugen die vandaag de dag in Europa wordt verspreid door achterhaalde politici die in eigen land zijn mislukt, is dat alle problemen waar we op dit moment mee worden geconfronteerd, aan het uitbreidingsproces te wijten zijn. Het tegenovergestelde is waar. De gevolgen van een gebrek aan hervormingen zouden zonder uitbreiding nog veel ernstiger zijn geweest. Om die reden verwelkom ik met veel enthousiasme het vooruitzicht dat twee nieuwe landen, Bulgarije en Roemenië, zullen toetreden tot de Europese Unie. Beide landen hebben de voorbije jaren heel wat inspanningen geleverd om hun nationale politieke cultuur te hervormen.

Als Parlementslid uit Polen, een land dat de afgelopen jaren veel te danken heeft aan het communautaire steunbeleid, ben ik erg enthousiast over het perspectief op lidmaatschap van deze twee nieuwe landen, ofschoon dat impliceert dat we de steeds kleiner wordende EU-begroting binnenkort nog met anderen zullen moeten delen. Als Pools Parlementslid raad ik u eveneens aan om geen aandacht te schenken aan de waarschuwingen van de heer Cohn-Bendit. Het is moeilijk geloof te hechten aan advies over de uitbreiding van de kant van iemand die zo weinig weet over andere lidstaten, bijvoorbeeld over Polen, dat nu al twee jaar deel uitmaakt van de Europese Unie. Misschien staan politieke emoties een rationele beoordeling van de nieuwe Poolse regering in de weg. Met emoties moet men echter opletten, collega Cohn-Bendit, of men loopt het gevaar een mal figuur te slaan.

Soms krijg ik de indruk dat de deuren van de Unie zich sluiten als de deuren van een lift. Wachtenden moeten zich met veel problemen naar binnen wringen. Ik hoop dat dit of een illusie is, of een tijdelijk defect van de lift die Europese Unie heet, want ik wens niemand een verblijf in een lift waarvan de deuren zich niet openen.

 
  
MPphoto
 
 

  Ryszard Czarnecki (NI). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, ik was achttien toen ik deelnam aan een van de langste studentenstakingen in Oost-Europa. Die vond plaats in Polen ten tijde van "Solidariteit". Ik herinner me dat we affiches ophingen aan de muren van mijn universiteit. Daarop stond "Verboden te verbieden". Vandaag zou een dergelijke poster het gebouw van de Europese Commissie kunnen sieren: "Verboden de zo snel mogelijke toetreding van Roemenië en Bulgarije tot de Europese Unie te verbieden." Inderdaad, de slagzin "Verboden te verbieden" was een verwijzing naar de Parijse studentenopstand van mei 1968.

Ik was me destijds al bewust van de rol die mijn huidige collega in het Europees Parlement, de heer Cohn-Bendit, bij die protesten speelde. Velen van ons beschouwden de heer Cohn-Bendit toen als een soort moderne Robin Hood. Robin Hood mocht je niet doden. Wat ik echter niet wist, is dat Robin Hood een kwarteeuw later in staat zou zijn politieke zelfmoord te plegen door de nonsens die hij vandaag in dit halfrond heeft verkondigd. De heer Cohn-Bendit repte met geen woord over de enorme inspanningen van het Roemeense en Bulgaarse volk, die aan de voorwaarden voor toetreding tot de Europese Unie willen voldoen. Hij besteedde ook nauwelijks aandacht aan de maatregelen die de regeringen van beide landen op dat vlak hebben genomen. Hij heeft het debat als voorwendsel gebruikt om onzin te verkopen over mijn land, Polen.

In zijn plaats zou ik me eerder concentreren op het racisme en het antisemitisme in Duitsland en Frankrijk, landen die hij erg goed kent, of bijvoorbeeld op de sociale problemen in Frankrijk. Dat zijn de echte bedreigingen voor Europa, niet de political fiction waarover de heer Cohn-Bendit zo vriendelijk was hier vandaag uit te weiden. Het is een goede zaak dat Roemenië en Bulgarije in 2007 lid worden van de Europese Unie, dat hoop ik althans. We mogen voor deze landen geen nieuw IJzeren Gordijn optrekken, geen nieuwe versie van de Berlijnse muur. Dat verdienen ze niet. Laat ons hen aanmoedigen om aan de toetredingscriteria te voldoen, maar laten we hun geen onrechtvaardige hindernissen in de weg leggen. Laat ons rekening houden met de aanzienlijke inspanningen die de bevolking en de regeringen van beide landen op dit gebied hebben geleverd. Die oproep richt ik tot de Europese Commissie.

 
  
MPphoto
 
 

  Geoffrey Van Orden (PPE-DE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil commissaris Rehn bedanken voor de serieuze manier waarop de vorderingen van Bulgarije op de weg naar toetreding worden bewaakt. Volgens het Toetredingsverdrag zal Bulgarije op 1 januari 2007 toetreden, tenzij de Raad op aanbeveling van de Commissie unaniem besluit de toetreding een jaar uit te stellen. De Commissie heeft een dergelijke aanbeveling niet gedaan. Laten we daar duidelijk over zijn. Bulgarije voldoet aan de politieke criteria voor het lidmaatschap, het heeft een functionerende markteconomie, de economische vooruitgang zet zich voort, en het Bulgaarse werkloosheidscijfer is weliswaar nog steeds hoog, maar is nu lager dan dat van Duitsland. Met betrekking tot andere zaken merk ik op dat het aantal gebieden dat in oktober is aangemerkt als gebied waarvoor ernstige bezorgdheid bestaat, is gedaald van zestien naar zes. Deze mogen natuurlijk geenszins worden onderschat.

Op de eerste plaats moeten effectievere maatregelen worden genomen tegen de georganiseerde criminaliteit, fraude en corruptie. Dat is het gebied dat de mensen van Bulgarije en onze eigen burgers de meeste zorgen baart. Er is vooruitgang geboekt sinds oktober. Ik heb daarover vorige maand in dit Huis gesproken. Veel misdaadbazen lopen echter nog steeds vrij rond, en er is bezorgdheid over het bereik van hun tentakels. In de loop van de komende maanden moeten we krachtige resultaten zien, alsook verdere stappen om de effectiviteit en de middelen van de politie, het opsporingsapparaat en de rechterlijke macht te vergroten. De Commissie moet preciezer specificeren welke resultaten worden verlangd.

Op de tweede plaats, en samenhangend met het eerste punt, zijn er strengere financiële controles nodig voor het toekomstige gebruik van de structuurfondsen. Dat is van vitaal belang. Er mag geen enkele kans zijn dat geld dat in feite van onze belastingbetalers is, in verkeerde handen komt of wordt verspild. Zoals we hebben gezien aan de consistente weigering van de Rekenkamer om de EU-rekeningen goed te keuren, is dit een gebied waarop de EU ook zelf het huis op orde moet brengen. Het is aan de Commissie te waarborgen dat er effectieve financiële beheersstructuren zijn die de integriteit van het financieringsstelsel waarborgen, en, indien nodig, middelen te onthouden, totdat deze structuren er wel zijn.

Ik denk dat de Europese Raad tijdens zijn Top in juni 2006 het besluit over de toetreding van Bulgarije op 1 januari 2007 moet vaststellen, en dat hij tegelijkertijd moet bevestigen welke corrigerende maatregel in de komende maanden van Bulgarije wordt verlangd, alsook de aard van de mogelijke monitoring na de toetreding.

Met andere woorden, het is “ja… maar!” Ik denk dat dit is wat de Commissie tot op zekere hoogte probeert te zeggen. De Bulgaarse regering moet van haar kant snel actie ondernemen om tastbare resultaten te leveren, vooral in de strijd tegen de georganiseerde criminaliteit. Er is de afgelopen zes maanden veel bereikt. Het is van essentieel belang dat in de komende zes maanden nog betere resultaten worden geboekt.

 
  
MPphoto
 
 

  Jan Marinus Wiersma (PSE). – Voorzitter, ik zal proberen binnen die drie minuten te blijven. Ik sluit mij volledig aan bij de analyse die mijn fractievoorzitter net al gegeven heeft in reactie op de rapportage van de Commissie. Mijn fractie, de PSE-Fractie, is altijd consistent geweest als het ging om steun voor een lidmaatschap van Roemenië en Bulgarije, en dat zullen we blijven.

Ik kan me voorstellen dat men in Sofia en Boekarest teleurgesteld is dat de Commissie nog een slag om de arm houdt. Maar misschien is het ook van belang om het goede nieuws uit het rapport van de Commissie nog eens onder de aandacht te brengen: in de rapportage staat duidelijk dat de Commissie meent dat het wel degelijk mogelijk is om die streefdatum van 2007 te halen. En dat is ook de ambitie van onze fractie.

Tweede punt: geen ontkoppeling. Daarover werd zonet al gesproken door andere collega's. Roemenië en Bulgarije worden in feite op dezelfde manier behandeld. Daarmee voorkomen we ook een race tussen die twee landen. De Commissie zegt dat beide landen een hoge graad van aanpassing aan het acquis hebben bereikt, ook dat is belangrijk om vast te stellen. Het aantal rode vlaggen is in beide gevallen, zowel voor Roemenië als Bulgarije, fors verminderd. Bij de een van 16 naar 6 en bij de ander van 14 naar 4. Er is dus hard gewerkt en in korte tijd veel bereikt.

Het is ook van belang dat de Commissie in haar rapportage niet de termen gebruikt dat een van beide landen op een bepaald terrein overduidelijk onvoorbereid is. Dat is een terminologie die meteen zou leiden tot een discussie over uitstel. Ik denk dat de vooruitgang die geboekt is in beide landen ook de daadkracht van de regeringen toont en dat we daarop ons optimisme kunnen baseren dat 2007 wel degelijk mogelijk is.

Zoals ook al door mijn collega Schulz is aangegeven, vergt dat ook een inspanning van de Europese Commissie zelf. Die heeft inderdaad een zware verantwoordelijkheid om ook te preciseren wat precies verlangd wordt van de regeringen van beide landen. Met name als om het Bulgarije gaat, is mij opgevallen dat er toch wel misverstanden zijn geweest tussen de Commissie en de regering van dat land over wat er nu precies werd verwacht. Ik denk dat in Sofia zowel de regering als het parlement geen twijfel willen laten bestaan over hun bereidheid om zo snel mogelijk die dingen te doen die gevraagd zijn.

Het verschil tussen Roemenië en Bulgarije zit vooral in de implementatie. Die is in Roemenië op het gebied van de strijd tegen de corruptie eerder op gang gekomen. Ik heb er het volste vertrouwen in dat we, nu ook in Sofia de wetgeving in orde is, ook daar snel een vooruitgang zullen zien op het gebied van de aanpak van de zware misdaad en de strijd tegen de corruptie.

We stellen vast dat de Europese Commissie kiest voor een bepaalde timing en ik denk dat we ons daarbij moeten neerleggen of aansluiten. Hopelijk spoort die timing wel met de ratificatieprocessen die op dit moment in een aantal lidstaten plaatsvinden of nog moeten plaatsvinden. Uitgangspunt is en blijft het handhaven van de afgesproken toetredingsdatum. Wij hebben er vertrouwen in dat Roemenië en Bulgarije daarin zullen slagen en ik denk dat ze zowel in Sofia als in Boekarest beseffen dat dat vertrouwen ook verdiend moet worden.

 
  
MPphoto
 
 

  Alexander Lambsdorff (ALDE). – (DE) Mijnheer de Voorzitter, commissaris Rehn, dames en heren, Bulgarije en Roemenië zullen op 1 januari 2007 toetreden tot de Europese Unie, dat staat als een paal boven water. Beide landen hebben vooruitgang geboekt in het hervormingsproces, maar er is nog veel werk aan de winkel, dat weten we allemaal, en de heer Cohn-Bendit heeft in zoverre wel gelijk. Hij gooit het kind echter weg met het badwater, en dat is onverantwoordelijk. De opstelling van de Commissie is wel verantwoord, het is juist om voorlopig geen blanco cheque uit te schrijven. Het is ook juist om de landen een perspectief te bieden, de hervormingsprocessen te blijven begeleiden, eventueel ook nog in de jaren na de toetreding. Op bepaalde gebieden bestaan nog ernstige tekortkomingen, en die zijn hier ook genoemd. We moeten garanderen dat de wetten daar niet alleen worden goedgekeurd, maar ook toegepast. Ik denk daarbij vooral aan de middelen die de EU daar zou moeten besteden.

Een faire monitoring door de Commissie zou daarbij kunnen helpen, en zou door de betrokken landen ook moeten worden aanvaard. Dat heeft Pierre Moscovici gezegd. Dat is een veel minder dramatische maatregel dan bijvoorbeeld uitstel.

Ook in de toekomst zal het uitbreidingsbeleid met argusogen worden gevolgd door de burgers van de EU en van toekomstige kandidaat-landen. Daarom is het voor de EU des te belangrijker dat ze een consequent en geloofwaardig uitbreidingsbeleid voert. Uit deze uitbreiding is gebleken dat wij als Parlement er de volgende keer op moeten letten dat we pas kort voor een toetreding daarover stemmen, en niet anderhalf jaar van tevoren. Ik wil nogmaals duidelijk zeggen dat het niet de fout van de toetredingskandidaten is, maar onze fout. Het is bovendien niet zinvol om in een verdrag clausules voor uitstel op te nemen die de facto niets om het lijf hebben, zoals artikel 39. De Commissie kan helemaal niet aanbevelen om de toetreding uit te stellen. Wat zou er dan gebeuren wanneer haar aanbeveling niet wordt uitgevoerd, omdat er in de Raad een paar stemmen voor ontbreken? Dan zou de Commissie in haar hemd staan, en dan zouden twee landen aan de tafel van de Raad zitten, terwijl die eerst met een meerderheid tegen hun opname had gestemd. Nee, dat gaat niet. De volgende keer moeten we dus betere instrumenten hebben.

Het is een voldongen feit dat Bulgarije en Roemenië zullen toetreden. Beide landen hebben veel gepresteerd, maar ook wij hebben nog heel wat werk voor de boeg om ons uitbreidingsbeleid te verbeteren. Overigens ben ik van mening dat we dit debat in Brussel zouden moeten voeren, en niet in Straatsburg.

 
  
MPphoto
 
 

  Milan Horáček (Verts/ALE). – (DE) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, deze aanbeveling van de commissaris is fout. De beslissing wordt telkens weer uitgesteld. Waarom zeggen we niet eerlijk dat de twee landen niet voldoen aan de criteria? Papier is geduldig, maar de werkelijkheid ziet er helaas anders uit. Het zal ons nog opbreken dat een foute beslissing een te vroegtijdige toetreding van de twee landen mogelijk maakt. We zijn nog vorige week op bezoek geweest in Roemenië en Bulgarije, we hebben in Sofia gesprekken gevoerd met NGO’s, met politici en met vertegenwoordigers van de regering van beide landen. Mijn conclusie is dat de twee landen, ondanks alle inspanningen die ze zich hebben getroost, inderdaad nog niet rijp zijn voor de toetreding, niet in 2007, en zelfs niet in 2008!

Ik wil drie voorbeelden noemen in verband met Sofia: criminaliteit, corruptie en Kosloduj! 173 liquidaties sinds 1990 – en geen enkel geval is opgehelderd. Corruptie – overal, dwars door de samenleving. De kerncentrale Kosloduj is gevaarlijk, en is nog steeds niet buiten bedrijf gesteld. Ik heb geen tijd om in te gaan op de problemen van de minderheden zoals de Roma, op de toestanden in de gevangenissen, in tehuizen voor bejaarden en personen met een handicap, en ik zou nog veel meer kunnen noemen. Als we bij deze foute beslissing blijven zal dat negatieve gevolgen hebben voor onszelf en voor onze relaties met de buitenwereld. We verspelen het beetje geloofwaardigheid dat we nog hebben bij de burgers van de Unie. Landen als Kroatië, die hun uiterste best doen, en die volgens mij in allerlei opzichten verder zijn, staan voor een gesloten deur. De liberalen steunen de liberale minister-president in Roemenië, de socialisten steunen de socialistische minister-president in Bulgarije, maar we hoeven niet vast te houden aan deze foute beslissing, we kunnen die corrigeren. Dit is een laffe en gevaarlijke vorm van zelfbedrog!

 
  
MPphoto
 
 

  Vladimír Remek (GUE/NGL).(CS) Mijnheer de commissaris, dames en heren, er zijn redelijke toetredingsovereenkomsten gesloten met Bulgarije en Roemenië, en het was de bedoeling dat deze landen vanaf de eerste dag van het komende jaar lid zouden zijn van de Unie, maar opnieuw zijn er vraagtekens bij de streefdatum geplaatst. Staat u mij toe enkele opmerkingen te maken vanuit mijn eigen ervaring, omdat wij vóór onze toetreding tot de Unie onder eenzelfde soort druk stonden als Bulgarije en Roemenië nu staan. Ook de Tsjechische Republiek kreeg te horen dat zij niet helemaal klaar voor toetreding was, dat zij nog niet volkomen had voldaan aan vereiste zus of voorwaarde zo. Het resultaat is dat voor ons nog altijd niet dezelfde bepalingen gelden als voor de zogeheten oude lidstaten. Ik waag het bovendien te stellen dat het meer dan één van lidstaten van de oude Unie van vijftien wel eens moeite zou kunnen kosten te voldoen aan de voorwaarden die, bijvoorbeeld, zijn gesteld aan de Tsjechische Republiek.

De eisen die aan Bulgarije en Roemenië gesteld worden zijn zelfs nog zwaarder. Twijfel zaaien over de toetredingsdatum voor deze landen en het opleggen van ongelijke voorwaarden leidt tot een grotere onzekerheid en is koren op de molen van de krachten in beide landen die zich verzetten tegen toetreding tot de EU. Daarnaast creëren we op deze manier scherpe, interne tegenstellingen voor de Unie in de toekomst, waarmee ik overigens natuurlijk niet wil zeggen dat we de ogen moeten sluiten voor het feit dat Bulgarije en Roemenië er niet in slagen de corruptie aan te pakken of voor het probleem van de georganiseerde criminaliteit, net zo min als we dat moeten doen wanneer het andere lidstaten betreft. Maar het is niet goed voor nieuwe lidstaten en hun burgers als zij toetreden tot de Unie met het gevoel dat ze tweederangs en niet gelijkwaardig zijn. Het lijkt me in dit verband dat we niet moeten streven naar een herhaling van de situatie in de Tsjechische Republiek, waar een meerderheid van de burgers, volgens een enquête onder de bevolking, nu van mening is dat er geen gelijkheid en rechtvaardigheid heerst in de Unie en dat de zogenoemde oude lidstaten nog steeds profiteren van voordelen die de nieuwe lidstaten ontzegd worden, in de vorm van subsidies die niet worden verstrekt aan de nieuwe lidstaten. In het geval van Bulgarije en Roemenië gaan we op zijn minst dezelfde kant op. Ik zal u één voorbeeld geven. De kerncentrale van Kozloduj – die al verscheidene keren genoemd is – is volgens internationale deskundigen net zo veilig als vele andere in Europa. De Unie dwingt Bulgarije echter, als voorwaarde voor toetreding, een deel van zijn nucleaire capaciteit op te geven, waardoor het land verandert van een exporteur van elektriciteit in een importeur. De vraag is wie hier nu werkelijk mee gediend is. We hebben per slot van rekening verwachtingen gewekt bij de inwoners van Bulgarije en Roemenië ten aanzien van het EU-lidmaatschap en we moeten hen dus niet behandelen als gijzelaars en harrewarren over de datum waarop ze mogen toetreden. Het zou wel eens zo kunnen zijn dat wij, als lidstaten met onze eigen economische belangen, meer reden tot spijt zullen hebben dan Bulgarije en Roemenië wanneer de uitbreiding niet op 1 januari plaatsvindt.

 
  
MPphoto
 
 

  Nigel Farage (IND/DEM). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, is het niet mooi? Vrijwel iedereen (de Commissie, de fractieleiders in het Parlement) is het erover eens dat het heel goed is dat nog eens twee landen toetreden. Maar kunnen we alstublieft ophouden met te doen alsof het ook maar iets te maken heeft met de criteria met betrekking tot het gerechtelijk apparaat of de vraag of ze voldoen aan het acquis communautaire? Roemenië en Bulgarije treden op 1 januari van het komende jaar toe om politieke redenen. De toetreding moet doorgaan, omdat u een afleiding nodig hebt. De volken van Europa zijn hun vertrouwen in u en in deze instellingen kwijtgeraakt.

De verklaring van vandaag is niet meer dan een overwinning voor de politieke klassen, de klassen in de Europese Unie die willen dat de EU een supermacht in de wereld is die het opneemt tegen de Verenigde Staten van Amerika, en natuurlijk een enorme overwinning voor de politici in Roemenië en Bulgarije, die zichzelf enorm zullen verrijken en zich baantjes voor het leven zullen geven. Dus welkom, Roemenië en Bulgarije; laten we hun politici welkom heten op het pluche van de EU.

Maar hoe zit het met de gevolgen voor de rest van ons? Ik ben helemaal voor vrije handel. Ik ben helemaal voor het vrije verkeer van goederen en diensten. Ik ben er helemaal voor dat we de mogelijkheid krijgen om in elkaars land te werken, maar een open-deur-immigratiebeleid tussen landen met verschillende BBP's is waanzin. Het Verenigd Koninkrijk heeft al meer dan eenderde miljoen mensen opgenomen uit de tien landen die in 2004 zijn toegetreden. Migration Watch in het Verenigd Koninkrijk schat nu dat we, wanneer Bulgarije en Roemenië toetreden, de komende drie jaar nog eens eenderde miljoen mensen zullen opnemen. Onze overheidsdiensten zijn eenvoudigweg niet berekend op massale migratie op die schaal, en Roemenië en Bulgarije zullen bovendien veel van hun slimste en beste jonge mensen verliezen.

Commissaris, u hebt vandaag dan misschien uw afleiding, maar de EU faalt, het vertrouwen van het publiek daalt, en het zal allemaal eindigen met tranen.

(Applaus van de IND/DEM-Fractie)

 
  
MPphoto
 
 

  Hans-Peter Martin (NI). – (DE) Mijnheer de Voorzitter, daar zullen inderdaad tranen van komen, maar de vraag is wie er zal huilen. Ik denk niet dat u met het besluit dat u vandaag heeft aangekondigd de Europese Unie en stap vooruit heeft geholpen, en al helemaal niet op weg naar Europa als supermacht. Dankzij u zijn we weer een stap dichter bij de afgrond. Eerst zegt u wat uw criteria zijn, en vervolgens doet u weer het absolute tegendeel daarvan. Dat leidt toch tot een kwalijke vermenging van de cultuur van corruptie in Brussel en Straatsburg en de cultuur van corruptie in Boekarest en Sofia?

Degenen die u aansporen om dit beleid te voeren, de Britse en de Poolse regering, zullen rekenschap af moeten leggen aan hun kiezers. Het is de vraag aan wie de Commissie rekenschap af zal leggen. Ik citeer: “Het eigenlijke probleem is niet dat men ervan uitgaat dat de rechterlijke macht afhankelijk is, integendeel, het probleem is dat ze vrijwel volledig onafhankelijk is van iedere vorm van controle. Rechters en procureurs-generaal hoeven geen enkele vorm van inspectie te vrezen, want die bestaat tot nu toe niet. De rechterlijke macht geniet een grote vrijheid, ze staat vaak buiten het recht en de wet. Er bestaan talloze mogelijkheden om een vonnis te kopen.” Dat stond eergisteren in de Frankfurter Allgemeine Zeitung. De Standard schreef gisteren hoe de directeur van de Duitse vereniging van rechercheurs terugkomt en zegt: “Het is zinloos. Telkens wanneer ik probeer om in de details te treden, zeggen mijn gesprekspartners dat het nationale belang hen niet toestaat om daarop in te gaan.”

De fout die is gemaakt is dat deze landen te vroeg de toetreding is beloofd. Waarom maakt u telkens weer fouten, terwijl u ons in uw toespraken nog steeds verzekert dat u het beste wilt voor de Unie?

 
  
MPphoto
 
 

  Francisco José Millán Mon (PPE-DE). – (ES) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, ik zal het verslag waarvan u ons zojuist de contouren heeft geschetst nauwkeurig lezen, maar staat u mij toe dat ik nu al enige opmerkingen maak over Roemenië.

Om te beginnen erkent u dat er belangrijke vooruitgang is geboekt bij de hervorming van het gerechtelijk apparaat en de strijd tegen de corruptie. Hoewel u erop wijst dat er nog veel werk aan de winkel is, denk ik dat dit geen gebied van ernstige zorg meer is, zoals dat vroeger genoemd werd. Dit was een gebied met hoge prioriteit en we erkennen nu allemaal dat de vooruitgang die in Roemenië op dit gebied is gerealiseerd aanzienlijk is, en dat moeten we toejuichen.

U heeft ons erop gewezen, mijnheer Rehn, dat er vier gebieden van ernstige zorg blijven bestaan met betrekking tot het acquis, zoals bijvoorbeeld bij een aantal agrarische en veterinaire onderwerpen. Maar goed, in ieder geval zijn dat allemaal gebieden waarvan ik weet dat de Roemeense autoriteiten er serieus aan werken, zoals ik twee weken geleden zelf heb kunnen vaststellen, toen ik Boekarest heb bezocht met een delegatie van mijn fractie.

Mijnheer de commissaris, zoals ik al gezegd heb in de plenaire vergadering van 26 april jongstleden, was ik er persoonlijk voorstander van om de tijdschaal van de toetreding zo spoedig mogelijk duidelijk te maken, omdat de betrokken regeringen op die manier zo snel mogelijk van de onzekerheid af zouden zijn. Ik zie echter dat de Commissie, hoewel zij erkent dat Roemenië adequaat naar het doel van 2007 toewerkt, uit zorgvuldigheid en voorzichtigheid liever nog tot de herfst wacht met de bevestiging dat de daadwerkelijke toetreding moet plaatsvinden in januari 2007, zoals ik dat graag zou zien.

Ik ben ervan overtuigd dat de Roemeense autoriteiten zullen vasthouden aan hun engagement jegens het gemeenschappelijke doel van 2007. Zo noemde de Commissie in het verslag van oktober 2005 nog een groot aantal gebieden - u heeft ons eraan herinnerd dat dat er veertien waren - die betrekking hadden op zeven hoofdstukken van het acquis en die reden gaven voor ernstige zorg.

Maar nu begrijp ik dat het aantal gebieden van ernstige zorg is teruggebracht naar vier, zoals u ons heeft gezegd, en dat ze slechts betrekking hebben op heel weinig hoofdstukken. De vooruitgang is kortom evident. En met deze precedenten,en met de serieuze houding van de Roemeense autoriteiten ten aanzien van Europa, denk ik dat ze maximale aandacht aan uw aanbevelingen zullen schenken. En ik ben er zeker van dat u ons in de herfst zonder verdere voorwaarden de toetredingsdatum van 1 januari 2007 zult kunnen bevestigen. Ik ben daar optimistisch over.

Staat u mij tot slot ook toe dat ik de parlementen die dat nog niet gedaan hebben, oproep het ratificatieproces voor het Toetredingsverdrag zo snel mogelijk in een hogere versnelling te zetten.

 
  
MPphoto
 
 

  Alexandra Dobolyi (PSE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ook ik verwelkom het besluit van de Commissie over de datum voor de toetreding van Roemenië en Bulgarije. Ik wil ook de Commissie prijzen voor haar werk, in het bijzonder het werk van het DG Uitbreiding.

De Europese Raad heeft terecht besloten de mensen van Bulgarije en Roemenië per 1 januari 2007 te verwelkomen in onze grote Europese familie, de Europese familie waartoe ze altijd hebben behoord, aangezien ze onze historische cultuur en gemeenschappelijke waarden delen. Uw boodschap aan de mensen van Bulgarije en Roemenië is de juiste.

Beide landen hebben hard gewerkt, en ze hebben tot nu toe grote vooruitgang geboekt. De mensen van beide landen hebben hun regering krachtig gesteund in dit werk. Deze mensen zullen nu nog gemotiveerder zijn om de hervormingen te steunen die nog nodig zijn en die in het verslag van de Commissie zijn beschreven. Zoals de commissaris zeer terecht heeft aangegeven in de talloze gedachtewisselingen die we hebben gehad, hetzij in de plenaire hetzij in de Commissie buitenlandse zaken, hebben Bulgarije en Roemenië op alle relevante gebieden voortdurend vooruitgang laten zien. Beide hoofdsteden beseffen dat ze hun inspanningen op bepaalde gebieden moeten opvoeren en versterken, en ik ben er vast van overtuigd dat ze erin zullen slagen te voldoen aan de verwachtingen van de Europese Unie, zoals verwoord door haar Parlement, en aan de meeste verwachtingen van hun eigen mensen.

Als Hongaar wil ik graag ook een paar woorden zeggen over de Hongaarse minderheid in Roemenië. Op de eerste plaats wil ik het college van leden van de Commissie bedanken voor het feit dat het de situatie van de Hongaarse minderheid in het huidige verslag ter sprake heeft gebracht. Op de tweede plaats was en is, zoals ik in dit Huis zo vaak over deze kwestie heb gezegd, een van de hoofdverzuimen van de huidige Roemeense regering een wet inzake minderheden vast te stellen. Ik ben weliswaar van mening dat de toetreding van Roemenië een oplossing zal bieden voor de Hongaren die aan de andere kant van de grens wonen, en dat we vanaf 1 januari 2007 in een gemeenschappelijk Europa zonder grenzen zullen kunnen leven, maar ik wil tegenover de Roemeense regering ook benadrukken dat zij haar belofte om een wet inzake minderheden vast te stellen, niet mag vergeten; zowel het Parlement als de Commissie zullen dit nauwlettend in de gaten houden.

 
  
MPphoto
 
 

  Cecilia Malmström (ALDE). – (SV) Het debat van vandaag was natuurlijk omgeven door veel pressie, door gespeculeer over de aandachtspunten, en uiteraard door grote nervositeit in de betrokken landen. Ik ben dan ook blij met de boodschap van de Commissie van vandaag, dat we hopen onze Roemeense en Bulgaarse vrienden met de jaarwisseling in de Gemeenschap te kunnen verwelkomen. De weg daarheen was en is lang en moeilijk. Je kunt natuurlijk niet in een handomdraai afrekenen met de gevolgen van de enorme onderdrukking en misère die de communistische regimes in Roemenië en Bulgarije hebben veroorzaakt. De politici en de bevolking van deze landen hebben zich enorme inspanningen en opofferingen getroost met het duidelijke doel om hun land te hervormen en te democratiseren en om het de Europese Gemeenschap binnen te brengen.

Er is nog heel wat te doen. We zijn ons pijnlijk bewust van de problemen die er zijn: de corruptie, de georganiseerde misdaad, de moeilijkheden rond de integratie van de Roma en de situatie van de weeskinderen. We kennen ook de criteria. Die zijn gelijk voor iedereen, en we vertrouwen erop dat de Commissie tot een zakelijke en professionele beoordeling en evaluatie komt. Tevens vertrouwen wij erop dat u Bulgarije en Roemenië van ganser harte steunt in de aanpak van deze moeilijkheden, zodat we vorderingen maken in de tijd tot hun toetreding als lid bij de jaarwisseling. Wij van het Europees Parlement zullen helpen zoveel we kunnen en we zijn ervan overtuigd dat we daar in de resterende tijd in zullen slagen.

De Alliantie van Liberalen en Democraten voor Europa fractie bepleit al heel lang veiligheidsclausules voor alle lidstaten, zowel de nieuwe als de oude. We weten dat schendingen van de Verdragen en schendingen van mensenrechten ook in de huidige EU plaatsvinden en het zou goed zijn dat we duidelijke mechanismen krijgen om deze schendingen te kunnen aanpakken en onder de aandacht te brengen.

Voor de integratie in de EU geldt dat it takes two to tango. De kandidaat-lidstaten moeten hun huiswerk doen, maar wij moeten ook ons huiswerk doen. We hebben interne problemen in de EU die we moeten aanpakken, iets waarover we vanochtend met commissaris Wallström hebben gesproken. We moeten ook durven opkomen voor het belang van de uitbreiding en aan onze burgers uitleggen waarom het zo belangrijk is dat Roemenië en Bulgarije zich nu bij ons aansluiten en hier mogen zitten en vanaf hun parlementszetels mogen praten in plaats van daarboven te zitten en alleen maar te mogen luisteren.

 
  
MPphoto
 
 

  Elly de Groen-Kouwenhoven (Verts/ALE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, Bulgarije heeft een halve eeuw lang onder communistisch bewind gestaan. Toen de Berlijnse muur viel, kwam het echter onder postcommunistisch bewind te staan. Agenten van de voormalige geheime dienst, de Darzavna Sigurnost, bleven de staat beheersen. Het Westen deed zaken met hen tijdens de privatiseringen, die in veel gevallen illegaal zijn uitgevoerd. De financiële steun uit het Westen bereikte nauwelijks de werkloze Bulgaren en de tot slachtoffer gemaakte Roma. Alleen de voormalige geheim agenten ging het goed in hun rol van zakenman, rechter, bankier, politicus of leider van een NGO. Heeft de bevolking onder het postcommunistische bewind ooit een eerlijke kans gehad?

In het voortgangsverslag van 2001 heeft de rapporteur, de heer Van Orden, er bij de Bulgaarse autoriteiten op aangedrongen nadere informatie te verstrekken over de moord in 1978 in Londen op de dissidente schrijver Georgi Markov. Het was een van de vele huurmoorden die lang geleden en ook recenter onopgelost zijn gebleven.

Het verslag benadrukt de noodzaak van grotere inspanningen voor de sociale integratie van de Roma. Ik ben het ook met de Commissie eens dat verdere inspanningen nodig zijn om alle vormen van intolerantie, racisme en vreemdelingenhaat te bestrijden. Ik roep daarom mijn collega's in dit Parlement op om de in het register ingeschreven verklaring nr. 19, een initiatief van Europese afgevaardigden uit vijf verschillende fracties, over de bescherming van de mensen in Bulgarije tegen neo-totalitarisme te ondertekenen. Ontkenners van de holocaust in Bulgarije die dicht bij de voormalige geheime dienst staan, horen niet in de EU thuis. Ik ben ook dankbaar dat de Commissie zich zorgen maakt over de onaanvaardbare leefomstandigheden van de Roma. Zij zijn zondebokken, net als de joden, Turken en homoseksuelen.

Tot slot, doet het mij genoegen dat de Bulgaarse minister van Binnenlandse Zaken, de heer Petkov, de delegatie van de Verts/ALE-Fractie vorige week heeft beloofd dat alle archieven van de Darzavna Sigurnost voor 20 juli zullen worden geopend. Alleen dan zullen we weten wie Georgi Markov heeft vermoord, wie andere misdrijven heeft begaan, en wie tegenwoordig echt regeert in Bulgarije. Laten we de echte hervormers steunen, en laten we Bulgarije bevrijden van zijn verleden, in plaats van zijn toekomst uit te stellen.

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Claude Martinez (NI).(FR) Mijnheer de Voorzitter, geachte commissaris, langs de snelweg tussen Istanboel en Sofia staat een grenspost, een tolboom genaamd Kapitan Andreevo. Onthoud deze naam goed, want vanaf 1 januari 2007 zal deze in alle kranten verschijnen als Bulgarije wordt toegelaten tot de Unie. Daar namelijk arriveren ieder jaar 300 000 vrachtwagens uit Turkije. Een rij van vijf kilometer en een wachttijd van drie dagen. Deze vrachtwagens worden gebruikt voor allerlei illegale transporten: drugs uit Afghanistan, smokkel van mensen uit Pakistan, en handel in amfetaminen en vals geld. Om alles te controleren is er één douanebeambte per duizend vrachtwagens. Conclusie: alles komt erdoor.

Wat hier uiteraard nodig zou zijn, is in ieder geval één vrachtscanner. De heer Rehn vertelde ons hier op 25 oktober dat radiografische apparaten inderdaad nodig waren en we besloten hiervoor 8 miljoen euro vrij te maken. Maar die scanner is nergens te bekennen. Iedereen die Sangatte, Brindisi, Almeria of de Canarische Eilanden leuk vond, zal weg zijn van Kapitan Andreevo, de toegangspoort van Azië naar Europa en de bron van waaruit de criminaliteit ons zal overspoelen.

 
  
MPphoto
 
 

  Guido Podestà (PPE-DE).(IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik wil commissaris Rehn complimenteren met de zorgvuldige acties die hij ten aanzien van Roemenië en Bulgarije onderneemt. Uit de woorden van de commissaris blijkt dat beide landen duidelijk vooruitgang hebben geboekt. Het lijkt mij een prachtig resultaat dat men in een tijdbestek van een paar maanden erin geslaagd is het aantal onopgeloste kwesties terug te brengen van zestien naar zes en van veertien naar vier.

Ik vermoed dat wij in dit Huis allemaal beseffen dat, toen op 1 mei 2004 tien landen tot de Europese Unie toetraden, die tien landen niet volledig klaar waren voor lidmaatschap. Wij weten eveneens dat de inspanningen van die naties in de loop der tijd tot afronding komen. Zegt u het eens eerlijk: is er in één van die landen geen sprake van minderheidsproblemen? In welke van de vijfentwintig lidstaten van de Unie is er geen sprake van strijd tegen corruptie? Wat is er dan veranderd vergeleken met 1 mei 2004? Waarom is destijds het accent gelegd op de foto’s en vlaggen, terwijl wij nu een veel strenger en ook veel formeler standpunt huldigen?

Volgens mij moeten wij erkennen dat er weliswaar problemen zijn in de twee landen die op het punt staan toe te treden tot de Unie, maar dat waarschijnlijk de grootste problemen binnen de Unie zelf bestaan. En als wij ons afvragen wat er vergeleken met toen veranderd is, dan luidt het antwoord dat wij niet in staat zijn gebleken het Grondwettelijk Verdrag, dat een hoeksteen van de uitbreiding was, over de streep te trekken.

Daarvoor mogen wij echter niet deze landen en deze volken laten opdraaien, want zij hebben al zo veel inspanningen gedaan om uit de historische fase van het communisme te komen. Zo’n tol hoeven die landen niet te betalen. Kortom, mijnheer de commissaris, ik geloof dat wij de juiste richting uit gaan en ik verwacht dat in het komend najaar de datum van 1 januari 2007 voor lidmaatschap van Roemenië en Bulgarije bevestigd wordt.

 
  
MPphoto
 
 

  Hannes Swoboda (PSE). – (DE) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, dames en heren, laten we elkaar niets wijsmaken. We moeten ervan uitgaan dat deze twee landen, Bulgarije en Roemenië, op 1 januari 2007 zullen toetreden, ten eerste omdat ze hun eigen hervormingsbeleid voort zullen zetten, daarvan ben ik overtuigd, en ten tweede omdat er in de Raad de vereiste meerderheid voor bestaat.

De eigenlijke vraag is volgens mij echter hoe deze landen in 2007 zullen toetreden tot de Europese Unie. Gebeurt het met hangen en wurgen, glippen ze door een achterdeurtje naar binnen, of zullen ze met opgeheven hoofd binnenkomen, want dan kunnen we met een goed geweten instemmen met de toetreding. In zoverre heeft u volgens mij wel gelijk, mijnheer Rehn, en heeft de Commissie gelijk, dat er in deze twee landen nog een flinke achterstand moet worden ingehaald. Ik zou u echter met nadruk willen verzoeken om heel concreet te zeggen wat er nog moet gebeuren. In deze tekst staat dat u bepaalde dingen niet duidelijk vindt. U heeft het bijvoorbeeld over de ambiguity regarding the independence of the Judiciary. Er moeten toch redenen zijn waarom u dat niet duidelijk vindt? We moeten de Bulgaren en de Roemenen dan ook zeggen waar hun respectievelijke tekortkomingen liggen.

Ik denk dat de regeringen van deze twee landen bereid zijn om de nodige veranderingen te bewerkstelligen. Als we hier echter een halszaak van maken, terwijl de criteria van Kopenhagen of het acquis communautaire dat niet echt rechtvaardigen, en daar bestaan goede redenen voor, dan moeten we ook heel duidelijk zeggen welke veranderingen nodig zijn. Ik zou u willen verzoeken om vandaag en morgen, wanneer u deze landen bezoekt, heel duidelijk te zeggen welke veranderingen nog nodig zijn. U moet dat concreet zeggen, en het moeten haalbare en reële eisen zijn, want het heeft geen zin om dingen te eisen die zo snel niet kunnen worden waargemaakt. Als dat gebeurt, en als er dan nog een speciale monitoring komt voor een precies bepaalde periode ga ik ervan uit dat de twee landen de nodige stappen zullen zetten en dus op 1 januari 2007 daadwerkelijk kunnen toetreden. Ik denk dat ze dan een grote rol kunnen spelen. Sommige collega’s hebben beweerd dat de criminaliteit en de corruptie welig tieren in deze twee landen. Dat is niet waar. Beide landen hebben veel gedaan om dit te verbeteren, en ze zullen voortgaan op de ingeslagen weg. Dat is onder andere te danken aan de druk van de Europese Unie.

 
  
MPphoto
 
 

  Bronisław Geremek (ALDE). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, ik zou in de eerste plaats willen stellen dat de heer Rehn voor zijn verslag en het geleverde werk de grootste waardering verdient, vooral in de context van dit parlementaire debat. Ik zou niet willen dat de conclusies, die duidelijk naar voren komen uit het verslag, in de loop van het parlementaire debat gewijzigd zouden worden.

Roemenië en Bulgarije hebben tot dusver alles gedaan wat ze konden doen. Ze hebben bereikt wat de Europese Unie van hen verlangde. Ze hebben de spelregels op economisch, politiek en sociaal vlak in de praktijk gebracht, net als het beginsel van de rechtsstaat. Nu zullen zowel de Europese Unie als de samenleving van beide landen deze prestaties beoordelen. Naar mijn mening is het uitermate belangrijk te benadrukken welke enorme vooruitgang er in beide landen is geboekt. Op basis daarvan kunnen Roemenië en Bulgarije vol vertrouwen op de Europese Unie toestappen.

Een aantal nieuwe lidstaten, waaronder mijn eigen land, hebben sinds 1 mei 2004 laten zien hoe de toetreding tot de Europese Unie in goede banen kan worden geleid. Ik denk dat deze succesvolle overgang – zowel voor de oude als voor de nieuwe lidstaten – diegenen zal overtuigen die nu nog twijfels hebben. Het feit dat Groot-Brittannië niet enkel blijk heeft gegeven van grootmoedigheid, maar ook van gezond verstand en zijn arbeidsmarkt onmiddellijk heeft opengesteld voor werknemers uit Oost-Europa, heeft ervoor gezorgd dat nu ook vele andere Europese landen, met uitzondering van Duitsland en Oostenrijk – die de heer Brok blijkbaar vergat te vermelden –, dezelfde weg zijn ingeslagen.

Ik ben van mening dat het uiterst belangrijk is er nu op te vertrouwen dat de spelregels, die werden ingevoerd, ook zullen worden toegepast en pas daarna de situatie te beoordelen. Het voorbeeld van Polen toont aan dat de invoering van de beginselen die zijn vastgelegd in de criteria van Kopenhagen een goed voorteken kan zijn, maar dat ze natuurlijk ook ten uitvoer moeten worden gelegd, zodra de landen tot de Europese Unie zijn toegetreden.

 
  
MPphoto
 
 

  Hartmut Nassauer (PPE-DE). – (DE) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, men blijft bij de termijn van januari 2007 voor de toetreding, maar verbindt daar voorwaarden aan, die nog voor oktober moeten worden vervuld. De Commissie kiest een kronkelig pad. Je kunt bij wijze van spreken horen hoe ze zucht onder de last van de zelf begane fouten. We zijn nieuwsgierig, mijnheer de commissaris, hoe u ons in oktober uit zult leggen dat de horden genomen zijn die u vandaag heeft geplaatst. Het was een kapitale fout om 2007 als termijn te noemen toen nog helemaal niet duidelijk was of die ooit zou kunnen worden gerespecteerd. Nu probeert de Commissie met de moed der wanhoop om weer uit de doodlopende straat te komen waarin ze terecht is gekomen. Het voorstel dat u vandaag heeft gedaan heeft heel veel zwakke punten, maar het is onder de gegeven omstandigheden redelijk, en daarom steun ik het.

Ik wil alleen maar ingaan op Roemenië, want daar ben ik geweest met een delegatie van de CDU/CSU. Ik beperk me tot een paar punten. Onder leiding van de president, de heer Basescu, en van de minister-president, de heer Popescu-Tariceanu, is er een krachtig en serieus hervormingsproces op gang gebracht. Daarbij wordt er zowel naar het binnenlands beleid gekeken als naar de rechtsspraak en de bestrijding van de corruptie. Dat proces is nog niet voltooid, er is nog niet aan alle voorwaarden voldaan. De processen wegens corruptie zijn nog niet met een rechtsgeldig oordeel afgesloten, daar is tijd voor nodig, maar ze zijn begonnen en verlopen goed. Het lijkt me belangrijk dat deze regering wordt aangemoedigd om voort te gaan op de ingeslagen weg, te blijven streven naar hervormingen.

Roemenië is door en door Europees en zal een aanwinst zijn voor de Europese Unie. In dit land woont een Duitse minderheid, die de nodige rechten geniet. Andere landen kunnen iets leren van de manier waarop men daar de minderheden behandelt. Daarom zou ik zeggen, mijnheer de commissaris, moedig de regering aan om voort te gaan op de ingeslagen weg!

 
  
MPphoto
 
 

  Poul Nyrup Rasmussen (PSE). - (EN) Commissaris, ik wil graag mijn waardering uitspreken voor uw werk, maar duidelijkheid is ook nodig, zoals bij alle werk. Mijn enige probleem is vandaag het gebrek aan duidelijkheid. U zegt dat ons doel is de twee landen op 1 januari 2007 binnen de EU te halen. Dat is waar we allemaal op hopen. Ik zie geen fundamentele reden waarom we ze niet op 1 januari zouden toelaten.

We hebben het dus in feite over de manier waarop we verdere vooruitgang met deze twee landen zoveel mogelijk kunnen bevorderen. De oproep die ik aan u doe, is ook al gedaan door de voorzitter van mijn fractie, de heer Schulz, en door de heer Swoboda en andere collega's. Als we de komende drie en een halve maand, vóór uw volgende verslag in oktober, werkelijk verdere vooruitgang verwachten, wat kan er dan in die tijd worden gedaan? Wat verwachten we? Een nieuwe openbare aanklager in Bulgarije? Nee. In welke mate moet de immuniteit worden opgeheven? Hoeveel procedures moeten we aanspannen? Hoeveel vonnissen hebben we nodig? Begrijpt u wat ik bedoel, commissaris?

Als deze landen met ons moeten samenwerken, moet u heel precies zijn. Ik stel voor dat u een scorebord maakt, dat u aan elk van de twee nieuwe regeringen in Bulgarije en Roemenië geeft: een scorebord dat precies laat zien wat we in de komende drie en een half tot vier maanden op specifieke gebieden van hen willen. Het volstaat niet te zeggen dat we vorderingen verwachten. Het is heel belangrijk dat we aangeven wat we precies van hen verwachten op het gebied van justitie en binnenlandse zaken, zodat de twee regeringen precies weten wat ze moeten doen.

Het tweede dat ik wil opmerken, als u mij toestaat, commissaris, is dat er later geen extra werk mag zijn. Zoals enkele leden van de regering van Bulgarije onlangs tegen me hebben gezegd: “We kunnen onze grondwet niet om de andere week wijzigen.” Wat we nu echt moeten doen, is precies zijn in onze eisen. Mijn laatste hoop is dat de Raad van juni een duidelijk besluit zal nemen. Zoals de heer Moscovici zei, is het nu tijd dat we een duidelijk signaal afgeven, en de Raad van juni kan het duidelijke signaal afgeven dat ze op 1 januari 2007 welkom zijn, en dat we ernaar uitkijken met hen samen te werken.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  Sophia in 't Veld (ALDE). – Voorzitter, ik ben blij met het voorstel van de Commissie want het doet recht aan de inspanningen van Bulgarije en Roemenië en ook aan de zorgen over de blijvende probleemgebieden, die overigens door niemand ontkend worden.

Tegen eerdere sprekers, zoals bijvoorbeeld Daniel Cohn-Bendit, zou ik willen zeggen dat wat mij betreft dit voorstel een steun is in de rug van de hervormers en dus een teleurstelling voor misdadigers, corrupte lieden en xenofoben. Misschien moet mijnheer Cohn-Bendit daar eens over nadenken, over wie hij eigenlijk wil steunen. De bewering dat hervormingen stoppen op het moment van toetreding, is onzin. Dat werd ook al bij de vorige uitbreiding gezegd en dat bleek niet waar. Bovendien worden hervormingen toch in de eerste plaats doorgevoerd voor de mensen zelf, voor een betere kwaliteit van het bestaan en niet alleen maar om toe te treden tot de Europese Unie.

Het is natuurlijk ook waar dat we dringend een instrument nodig hebben om álle EU-leden, ook de huidige EU-leden, op de vingers te kunnen tikken als ze zich niet aan de regels houden, ook als het bijvoorbeeld gaat om de grondrechten. Ik wil pleiten voor een langeretermijnvisie, want dit is niet het eindstation van de hervormingen, dat weten we allemaal. Corruptie, misdaad, discriminatie van minderheden, et cetera… moeten worden aangepakt, ook in de toekomst. Misschien lopen deze landen, Bulgarije en Roemenië, op een dag wel voorop in de Europese Unie, net zoals ze ook op bijvoorbeeld economisch terrein blijk hebben gegeven van veel meer en grotere hervormingsbereidheid dan wij in West-Europa. Misschien zijn ze op een dag wel de kampioenen van de grondrechten en de rechtsstaat en nemen ze een leidende rol in de Europese Unie.

Tenslotte zou ik alle leden willen oproepen om thuis in onze eigen landen het volledige verhaal te vertellen en geen populistische praatjes die gebaseerd zijn op xenofobie. Ik verwelkom Bulgarije en Roemenië per 1 januari 2007.

 
  
MPphoto
 
 

  Kinga Gál (PPE-DE).(HU) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, hoewel ik waardering heb voor uw werk, wil ik u toch iets vragen. Waarom is de bevolkingsgroep van anderhalf miljoen Hongaren, een van de grootste minderheden in Europa, uit dit verslag verdwenen? In alle vorige Commissieverslagen, gevolgd door de verslagen van het Parlement, werd de aandacht gevestigd op de noden van de Hongaarse gemeenschap in Roemenië. In dit verslag komt dit nauwelijks aan bod. We zijn blij dat het verslag, in tegenstelling tot eerdere berichten, in elk geval een algemene verwijzing naar de minderhedenwet bevat.

Commissaris, ik kan met zekerheid zeggen dat de Hongaarse bevolking in Roemenië niet verdwenen is sinds oktober 2005. Hetzelfde geldt voor de kwesties die door het Parlement uitdrukkelijk als problematisch werden bestempeld. Deze zijn nog niet opgelost. En het wordt steeds duidelijker dat de politieke wil om ze op te lossen, ontbreekt; zo ontbreekt bijvoorbeeld de bereidheid om een op culturele autonomie gebaseerde minderhedenwet aan te nemen. Om bij het geven van hoger onderwijs het Hongaars te gebruiken. Om het beginsel van zelfbestuur te versterken. Of om de discriminerende kieswet aan te passen.

Commissaris, de Europese instellingen dragen een grote verantwoordelijkheid om de burgers in Roemenië, met inbegrip van de minderheden, te helpen de mogelijkheden te zien die de toetreding biedt. De Hongaarse gemeenschap in Roemenië moet dus ook profiteren van de EU-methoden en -technieken voor belangenbehartiging. Dit moet zowel door Boekarest als Brussel worden ondersteund.

Brussel heeft deze gemeenschap tot nu toe nauwelijks geholpen. Maar dat kan nog steeds, Brussel kan deze gemeenschap de helpende hand reiken om de mogelijkheden te onderkennen en zich de technieken eigen te maken. Dit zal een absolute voorwaarde zijn voor de concurrentiekracht van de Europese Gemeenschap.

Daarom, commissaris, overhandig ik u bij dezen de brief van een aantal leden van het Europees Parlement, evenals, bij wijze van symbool, enkele van de duizenden brieven die u zijn geschreven door individuele personen en maatschappelijke organisaties in Transsylvanië. Wij, en ik, verwachten in oktober een reactie hierop.

 
  
MPphoto
 
 

  Helmut Kuhne (PSE). – (DE) Mijnheer de Voorzitter, commissaris Rehn, ik heb veel waardering voor de nuchtere manier waarop u de resultaten voorlegt aan de plenaire vergadering. Daarom wil ik u ook heel nuchter zeggen: “dank u wel”, zonder enige franje, want in de franje zit vaak een voorbehoud verstopt. Dus: dank u wel, zonder voorbehoud.

U bent zorgvuldig tewerk gegaan. U heeft het beste gemaakt van een onbevredigende situatie, waarvoor u zelf niet primair verantwoordelijk bent. Ik kan me moeilijk voorstellen dat iemand op basis van de feiten uw resultaten en dus de basis voor uw conclusies onderuit kan halen.

Diegenen die in deze situatie eventueel in de verleiding zouden kunnen komen om zich beledigd te voelen, zou ik dus willen adviseren om dat maar niet te doen. Ze kunnen maar beter aan de slag gaan en hun huiswerk afmaken.

Als in de herfst op basis van uw verslag blijkt dat er nog steeds tekortkomingen bestaan, moet de Commissie vrijwaringsclausules voorstellen. Het Parlement moet de Commissie dan steunen, maar we moeten de twee landen apart behandelen.

Dit debat is voor mij echter ook een aanleiding om verdergaande conclusies te trekken, afgezien van wat er gebeurt met de twee landen die nu ter discussie staan. Sommige collega’s hebben het aangeduid, en ik wil het nogmaals met zoveel woorden zeggen: er mogen nooit meer toetredingsverdragen worden gesloten zolang niet aan alle voorwaarden voor de toetreding is voldaan.

Zodra Bulgarije en Roemenië zijn toegetreden is de lijst van 27 landen, die bij wijze van spreken in de catalogus van Nice stond, hoe dan ook afgewerkt. Verdere toetredingen zijn pas mogelijk als ook de Europese Unie haar huiswerk heeft gemaakt, en door de nodige interne hervormingen een fundament heeft gelegd voor een Unie met meer dan 27 leden.

 
  
  

VOORZITTER: MANUEL ANTÓNIO DOS SANTOS
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 
 

  Viktória Mohácsi (ALDE).(HU) Mijnheer de Voorzitter, ik ben blij dat beide landen zich hebben aangesloten bij het Decenniumprogramma, en ze doen alles wat in hun vermogen ligt om ervoor te zorgen dat de Roma zo snel mogelijk worden geïntegreerd. In het monitoringverslag wordt echter ook melding gemaakt van misstanden bij de politie en wetshandhavende instanties in beide landen. We moeten de genoemde probleemgebieden nauwlettend blijven volgen.

De segregatie in het onderwijs is al genoemd in het verslag over Bulgarije, maar ik zou heel graag zien dat dit onderwerp ook meer aandacht krijgt in het geval van Roemenië, waar de mate van segregatie even sterk is. Volgens rapporten van sommige maatschappelijke organisaties is 80 procent van de kinderen die te boek staan als kinderen met leerproblemen, Roma.

Nog maar net een week geleden, op 9 mei, kreeg ik een rapport over bruut politieoptreden. De verwondingen die leden van de Roma-gemeenschap hebben opgelopen door toedoen van Roemeense politieagenten, zijn zichtbaar op foto’s. Dit is het derde geval dat mij in de afgelopen zes maanden ter ore is gekomen.

Desondanks heb ik voor de toetreding van beide landen gestemd. Het belangrijke verschil tussen beide landen is echter dat Bulgarije de problematiek rond de Roma-bevolking erkent, terwijl Roemenië die liever toedekt en ontkent. Ik roep de Roemeense collega’s, de Commissie en de commissaris op om bij de bevoegde autoriteiten aan te dringen op de wijziging van dit beleid!

 
  
MPphoto
 
 

  Camiel Eurlings (PPE-DE). – Voorzitter, de uitbreiding is ontegenzeggelijk een van de grootste successen van de Europese Unie. Te weinig wordt beseft wat het voor deze landen betekent bij de waardengemeenschap te horen vaak na decennia van tirannie, maar ook wat het betekent voor de oude landen. Wij zouden er altijd slechter vanaf zijn gekomen als de uitbreiding niet zo voorspoedig was geweest. Maar juist voor de steun voor deze uitbreiding en voor het behouden van het draagvlak, is het nodig dat de uitbreiding geloofwaardig gebeurt en dat wij niet sjoemelen met criteria.

Bulgarije en Roemenië horen bij de Unie, maar voor het behouden van het draagvlak bij de burgers zijn die criteria belangrijk. Om de uitbreiding een versterking van een waardengemeenschap te laten zijn in plaats van een verzwakking, zijn die criteria belangrijk. En last but not least, het vasthouden aan criteria is belangrijk voor de burgers van Roemenië en Bulgarije zelf en daarom zeg ik aan mijnheer Watson, die daarstraks sprak, maar ook aan mijn landgenote, mevrouw in 't Veld: vasthouden aan criteria is niet tegen uitbreiding maar juist ervoor.

Dan het voorstel van de Commissie van dit moment. Als je kijkt naar wat er gebeurd is, denk ik dat de druk tot nu toe heeft gewerkt, met name in Roemenië, waar mevrouw Macovei als minister van Justitie in korte tijd meer heeft bereikt dan de regering-Nastase in de jaren ervoor. Dat is een groot compliment waard. Tegelijkertijd moeten wij beseffen dat meer druk nodig is. Er moet nog meer verandering komen in Roemenië, maar zeer zeker ook in Bulgarije, waar sommige ontwikkelingen eerder negatief dan positief blijken te zijn geweest.

In het licht van de noodzaak van aanhoudende druk is de aanpak van de Commissie de beste. Als je zegt: 'het wordt 2007', dan zou dat de druk wegnemen. Maar als je zegt: 'het wordt 2008' dan zou dat ook de druk wegnemen, want dan weet men ook dat men sowieso in 2008 kan toetreden en dat men niets meer hoeft te doen. Het voorhouden van de worst, dat het in 2007 nog kan, is belangrijk maar dan wel onder drie voorwaarden.

Allereerst dat er van de kant van de Raad niet wordt gezegd dat het te laat is om in oktober te beslissen. Ten tweede dat wij, als de landen niet in orde zijn, echt durven zeggen in oktober dat het niet kan in januari 2007. Ten derde, als we het echt over geloofwaardigheid hebben, dan moeten we ieder land ook op zijn eigen prestaties durven beoordelen en dan mag het ene land niet het slachtoffer zijn van het ander. Dat zou dus betekenen: Bulgarije en Roemenië ontkoppelen en in oktober elk land afzonderlijk beoordelen.

Ik dank u en nogmaals een compliment voor de insteek van de Commissie op dit moment.

 
  
MPphoto
 
 

  Miguel Ángel Martínez Martínez (PSE). – (ES) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, twintig jaar geleden maakten wij, zoals nu de Bulgaren en Roemenen, grote haast met de onderhandelingen over de toetreding van Spanje tot de Gemeenschappen. Ik herinner me de inspanningen om ons aan te passen aan de Verdragen en ik herinner me vernederingen, als er problemen waren, van verantwoordelijke mensen die toen minder aan het project gecommitteerd waren dan wij. Maar ik herinner me vooral de vele blijken van solidariteit, respect en begrip.

Enkele jaren later, gelouterd door deze ervaring en als voorzitter van de Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa, steunde ik met al mijn kracht de toetreding van Bulgarije en Roemenië tot die Raad, als eerste stap in een proces dat nu zal culmineren in de integratie in de Europese Unie.

De Commissie komt met een over het algemeen positief verslag, waarin wel enkele tekortkomingen worden gesignaleerd. Dat is de rol van de Commissie. De rol van het Parlement, als het politieke orgaan bij uitstek van de Unie, moet een andere zijn. Gezien het feit dat we onze volken vertegenwoordigen is het onze taak om de volken van Bulgarije en Roemenië te begrijpen en te helpen; om hun problemen te begrijpen, en om hen, door te bevestigen dat de datum van hun toetredding 1 januari 2007 zal zijn, te helpen bij het vinden van oplossingen voor de vastgestelde tekortkomingen.

Onze rol is vooral dat we moeten begrijpen dat in Bulgarije en Roemenië twee volken leven met diepgewortelde pro-Europese overtuigingen, die veel sterker zijn dan in de meerderheid van de lidstaten, en dat wij ze daarom hard nodig hebben om vooruit te komen met het project van de Europese Unie dat wordt belichaamd in de Grondwet.

Niets zou negatiever zijn dan aspiraties te frustreren, verwarring en wantrouwen te zaaien en ervoor te zorgen dat de Roemenen en Bulgaren zich slecht behandeld en gediscrimineerd voelen. Omdat wij ze nodig hebben en omdat ze de besten onder ons zullen zijn, moet het Parlement massaal hun toetreding op de daarvoor voorziene datum steunen. Dat is de opstelling van mijn socialistische fractie, solidair bij uitstek, en die van de Spaanse socialisten, in het licht van onze eigen ervaring en de hoop en het engagement dat we delen met Bulgaren en Roemenen.

 
  
MPphoto
 
 

  Charles Tannock (PPE-DE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, de uitbreiding is echt een van de grote succesverhalen van de EU. De vijfde golf, waarbij de Unie in 2004 werd uitgebreid tot 25 lidstaten, is eigenlijk een groot succes, ondanks veel onheilspellende waarschuwingen dat de Unie zonder grondwet verlamd zou raken, en dat landen zoals het mijne te maken zouden krijgen met onhoudbare immigratiestromen, waaronder immigratie van Roma. De nieuwe lidstaten zijn, grofweg gesproken, meer Atlantistisch geworden. Ze geloven in vrije markten en lage belastingen als aanpak, waar ik blij mee ben. Ik denk dat de toetreding van Roemenië en Bulgarije, die eigenlijk de vijf-en-een-halfde golf is, omdat deze landen aanvankelijk tegelijk met de andere tien nieuwe lidstaten zouden toetreden, ook een groot succes zal zijn.

Ik geloof nog steeds dat het lokmiddel van het EU-lidmaatschap de belangrijkste motor van de economische en politieke hervormingen is. Desondanks onderschat ik niet de omvang van de taken waar deze twee landen in 2007 na hun toetreding voor zullen komen te staan. Ze moeten op hun hoede blijven voor overheidscorruptie. Een paar aanklachten en veroordelingen op hoog niveau zullen zeker een krachtig voorbeeld stellen dat mensen zal afhouden van verdere corruptie.

Het probleem van de georganiseerde criminaliteit is al genoemd. Mensenhandel en drugshandel zijn nog steeds een ernstig probleem. Bulgarije lijkt minder vorderingen te hebben gemaakt, met een groot aantal gruwelijke, maffia-achtige huurmoorden, die ons allemaal grote zorgen baren. Het is redelijk te stellen dat de georganiseerde criminaliteit nog steeds een probleem is, zelfs in enkele van onze huidige lidstaten, zoals het zuiden van Italië. Dat mag op zichzelf geen reden zijn om de toetreding van Roemenië en Bulgarije verder uit te stellen, al is er iets voor te zeggen voor één jaar een beroep te doen op de vrijwaringsclausules voor bepaalde hoofdstukken, zoals justitie en binnenlandse zaken.

Ik wil twee specifieke kwesties aan de orde stellen. Ik roep Roemenië allereerst op het bestaande zeegrensconflict met Oekraïne over Slangeneiland op te lossen. Hopelijk zal ook Oekraïne ooit een lidstaat van de Europese Unie zijn. Op de tweede plaats roep ik de Roemeense regering op haar absolute verbod op internationale adopties te heroverwegen.

 
  
MPphoto
 
 

  Catherine Guy-Quint (PSE).(FR) Mijnheer de Voorzitter, ik wilde allereerst de commissaris bedanken voor dit nieuwe verslag. De Commissie heeft de situatie op uiterst nauwkeurige wijze in kaart gebracht. Maar juist deze nauwkeurigheid maakt dat de Commissie haar beslissing over de toetredingsdatum van Bulgarije en Roemenië opnieuw uitstelt. Ondanks de dynamiek die deze landen aan de dag leggen en ofschoon de toetreding als zodanig niet ter discussie wordt gesteld, brengt het verslag serieuze voorbehouden aan. Eens te meer adviseert u hen op tal van terreinen verder aan de weg te timmeren: landbouwbeleid, bewaking van de communautaire uitgaven en het tegengaan van misdaad, corruptie en fraude. En de sprekers in dit Parlement hebben deze lijst verder uitgebreid: integratie van minderheden, internationale adoptie, en het aanpakken van smokkel aan de grens. We moeten volgens mij goed beseffen dat Bulgarije en Roemenië niet de enige landen zijn waar dit soort problemen bestaan. Dagelijks duiken er berichten op waaruit blijkt dat Europa op al deze terreinen tekortschiet.

Waarom, mijnheer Rehn, moeten er dan telkens weer nieuwe eisen worden toegevoegd aan de toetredingscriteria? Waarom een beslissing voor zich uitschuiven die minder problematisch was voor de tien landen die als laatste zijn toegetreden? Commissaris, u bent buitengewoon terughoudend en dit zal zijn weerslag hebben op de hoop die de Roemenen en Bulgaren koesteren ten aanzien van hun toetreding. Een jaar geleden hebben we gezien hoe weinig vertrouwen de burgers hebben in de toekomst van Europa. Bij elk verslag formuleert de Commissie weer nieuwe eisen als het gaat om de toetredingscriteria waaraan moet worden voldaan, en vervolgens geeft ze niet thuis als er knopen doorgehakt moeten worden. Bij elk verslag voelen de Bulgaren en Roemenen zich vernederd, ondanks het feit dat ze vooruitgang boeken. De inwoners van deze landen vragen zich steeds meer af of voor hen wel een plaatsje is weggelegd in onze Europese democratie. Bij elk verslag wint het populisme terrein. De tijd is dan ook rijp om duidelijk en resoluut en aan te geven wanneer Bulgarije en Roemenië zullen toetreden tot de Unie. Voor ons moet dat 1 januari 2007 zijn, want deze twee landen zijn onontbeerlijk voor de totstandkoming van een echte Europese Unie.

 
  
MPphoto
 
 

  David Casa (PPE-DE)(MT) Mijnheer de Voorzitter, commissaris Rehn. In mijn laatste bijdrage over Bulgarije’s toetredingsproces tot de Europese Unie zei ik dat er nog veel werk aan de winkel was en er nog veel hervormingen doorgevoerd moesten worden. Ik heb toen de georganiseerde misdaad en de handel in baby’s naar westerse landen genoemd. Het lijkt erop dat de Bulgaarse autoriteiten deze twee problemen aanpakken, alhoewel er meer consistentie nodig is, willen we meer concrete resultaten zien. Naast de diepgewortelde corruptie heb ik vernomen dat er nog onvoldoende controle is op de drugshandel, met name de handel in Afghaanse heroïne die, zoals sommige sprekers voor me al hebben gezegd, tegen astronomische prijzen wordt verkocht aan Noord-Europese landen. De voorzitter van het Bulgaars parlement, George Pirinski, zei eerder deze week dat de Europese Unie dezelfde meetlat moet hanteren als bij de tien landen die bij de vorige uitbreiding toetraden. Ik denk dat we de heer Pirinski en de Bulgaren kunnen verzekeren dat de Europese Unie er niet alleen voor zal zorgen dat dezelfde meetlat gehanteerd wordt, maar dat ze al het mogelijke in het werk zal stellen om Bulgarije te helpen de noodzakelijke criteria te halen. We moeten daar echter aan toevoegen dat de Europese Unie nooit een kandidaat-land, of dat nu Bulgarije, Roemenië, Kroatië of Turkije is, toe zal laten treden tot de Europese Unie, als het niet voldoet aan de toetredingscriteria. Zo moet ik helaas vaststellen dat er bij de hervorming van het justitieel stelsel niet de nodige vooruitgang is geboekt en dat sommige zaken nog verduidelijkt moeten worden, zoals de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht. We hebben nog een lange weg te gaan, voordat we ons doel bereikt zullen hebben. Tot slot denk ik, Voorzitter, dat de Bulgaarse autoriteiten deze gelegenheid aan zouden moeten grijpen om de broodnodige hervormingen zo snel mogelijk door te blijven voeren. Op die manier kunnen we hen in 2007 in ons midden verwelkomen. Hartelijk dank.

 
  
MPphoto
 
 

  Józef Pinior (PSE). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, de voorbereidingen voor de toetreding van Bulgarije en Roemenië tot de Europese Unie vallen samen met een crisisperiode in Europa. Tot die crisis heeft onder andere een stijging van de populistische, tegen immigranten gerichte gevoelens bijgedragen. Uit recente studies van Eurobarometer blijkt dat ongeveer 53 procent van de Europeanen het uitbreidingsproces met onverschilligheid, angst, irritatie of frustratie bekijkt. We mogen tegelijkertijd echter niet uit het oog verliezen dat, volgens dezelfde opiniepeilingen, een meerderheid van 55 procent nog steeds positief tegenover de uitbreiding staat.

Bulgarije en Roemenië mogen niet het slachtoffer worden van de Europese crisis. We kunnen de lat voor lidmaatschap niet hoger leggen omwille van de negatieve stemming van de kiezers. We mogen van Bulgarije en Roemenië niets meer en ook niets minder verlangen dan van de andere landen die in het verleden het toetredingsproces hebben doorlopen. We moeten het evenwichtige verslag van de Commissie, hier vandaag gepresenteerd door voorzitter Barroso en commissaris Rehn, aannemen en erkennen. De Europese Unie wil haar verbintenissen nakomen wat betreft de toetreding van Bulgarije en Roemenië op 1 januari 2007. Om te vermijden dat de toetredingsdatum wordt uitgesteld, moeten beide landen er wel voor zorgen dat ze aan alle voorwaarden voor toetreding tot de Europese Unie voldoen.

Ik zou ook mijn bewondering willen uitdrukken voor de inspanningen die de Bulgaarse en Roemeense bevolking hebben geleverd op de weg naar toetreding tot de Europese Unie. Hetzelfde geldt voor het werk en de inzet van de rechters, openbare aanklagers, leerkrachten, politici, journalisten en burgeractivisten in de afgelopen maanden. Ik ben ervan overtuigd dat deze enorme inspanning Bulgarije en Roemenië volgend jaar het lidmaatschap van de Europese Unie zal opleveren.

 
  
MPphoto
 
 

  Zbigniew Zaleski (PPE-DE). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, over de criteria waaraan de twee landen moeten beantwoorden, werd alles al gezegd. Ik zou drie andere aspecten onder de aandacht willen brengen.

Ten eerste mogen we niet vergeten dat het tot stand brengen van normaliteit in West-Europa, ondanks een democratisch systeem en aanzienlijke steun van de Verenigde Staten, veel tijd heeft gevergd. Ten tweede heeft de Europese Unie de toetreding van deze twee landen goedgekeurd en een datum vastgelegd. Naar mijn mening kan een zo belangrijke politieke instelling nu niet meer om een dergelijke verbintenis heen. Ten derde stel ik me de vraag of wij als Europese Unie deze landen voldoende hebben geholpen om de opgelegde normen te bereiken.

Als Bulgarije en Roemenië in de Stille Oceaan zouden liggen, konden we afwachten tot de criteria zijn vervuld, maar omdat ze een deel zijn van Europa, mogen we geen onverschillige houding aannemen. Zowel de Commissie, als de Raad en het Parlement, moeten actief optreden. Ik zie geen andere mogelijkheid. Ik wil daaraan toevoegen dat Bulgarije en Roemenië van nature deel uitmaken van Europa, hun plaats is natuurlijkerwijze in Europa, ze zijn een deel van dit geheel. Het is onze gemeenschappelijke plicht om deze twee landen op te nemen in dit ene grote geheel.

Aangezien ik het kort heb gehouden en er mij nog wat tijd rest, wil ik tot slot nog het woord richten tot onze collega, de heer Cohn-Bendit, die zulke scherpe kritiek aan het adres van de Poolse regering heeft geuit. Ik wil hem zeggen dat hij ook van de gelegenheid gebruik had kunnen maken om te beoordelen hoe zijn eigen kanselier, die jarenlang een EU-lidstaat vertegenwoordigde, zich kort voor het einde van zijn ambtstermijn heeft gedragen.

 
  
MPphoto
 
 

  Csaba Sándor Tabajdi (PSE).(HU) Mijnheer de Voorzitter, de delegatie van de Hongaarse Socialistische Partij steunt de toetreding van Bulgarije en Roemenië tot de Europese Unie op 1 januari 2007. Dit hebben we altijd al geadviseerd, zonder voorbij te gaan aan de talrijke terechte punten van kritiek en aanbevelingen.

Het is duidelijk dat onze steun niet betekent dat de Roemeense en de Bulgaarse regering zijn ontslagen van hun verplichting om alles te doen wat in hun vermogen ligt om de tekortkomingen die zowel in eerdere als in de huidige verslagen van de Europese Commissie en het Europees Parlement zijn genoemd, te verhelpen. Hongarije zal zijn best doen om hen daarbij te helpen.

Ik begrijp echter niet het meest recente verslag van de Europese Commissie, van de heer Olli Rehn, waarin vrijwel volledig aan het minderhedenvraagstuk wordt voorbijgegaan. Zijn de problemen die eerder aan de orde zijn gesteld, wellicht verholpen in de afgelopen zes maanden?

De Europese Commissie moet Roemenië ter verantwoording roepen voor het feit dat het land, in de geest van eerdere regeringsbesluiten, heeft verzuimd de minderhedenwet aan te nemen, eigendommen aan de kerk terug te geven en een door de overheid betaalde Hongaarstalige universiteit op te richten.

Mijnheer Olli Rehn, ik vraag niet meer dan wat u in uw verslag van oktober 2005 heeft beschreven. Commissaris, u heeft onlangs gezegd dat we van Roemenië niet meer kunnen vragen dan van de huidige lidstaten, terwijl uw uitgangspunt in uw eerdere verklaringen anders was. De situatie is niet veranderd; is uw standpunt veranderd?

Deze inconsistentie kan slechts ten dele worden verklaard door het feit dat er geen Europese normen voor rechten van minderheden zijn. Daarom moet het uitgangspunt in de toekomst altijd de situatie in het betreffende land zijn. Het is niet goed om te refereren aan oude lidstaten, waarvan sommige – en het gaat echt niet alleen om Frankrijk – het bestaan van minderheden zelfs ontkennen, lidstaten die, als ze vandaag een verzoek om toetreding tot de Europese Unie zouden indienen, zeker zouden worden afgewezen.

 
  
MPphoto
 
 

  Fernand Le Rachinel (NI).(FR) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, dames en heren, de kans bestaat dat de toetreding van Bulgarije en Roemenië, die gepland staat voor januari 2007, uitgesteld wordt vanwege de corruptie die, als we de Commissie mogen geloven, in deze twee landen hoogtij viert. Deze bezorgdheid valt zonder meer te prijzen. Maar zouden sommige regeringen, waaronder de Franse, er niet goed aan doen eerst schoon schip te maken in eigen huis voordat ze anderen de les gaan lezen?

Roemenië en Bulgarije zijn authentieke en waardige Europese naties, temeer daar ze tussen de 16e en de 19e eeuw geleden hebben onder de Turkse bezetting, en van 1945 tot 1990 onder het communisme. Daarom willen wij ze waarschuwen tegen een andere vorm van onderdrukking, die minder wreed maar net zo gevaarlijk is: het Europa van Brussel, dat geen grenzen kent, dat onze nationale vrijheden en identiteiten te grabbel gooit en dat de deur openzet voor het islamitische Turkije, waardoor het de christelijke oorsprong van onze beschaving verloochent. Dat Europa heeft geen enkele democratische legitimiteit meer sinds de Fransen en de Nederlanders in 2005 tegen de Grondwet stemden. Het is tijd dat alle Europese naties de handen ineenslaan om een ander Europa te bouwen, het Europa van naties.

 
  
MPphoto
 
 

  Anna Ibrisagic (PPE-DE). – (SV) Aan Roemenië en Bulgarije is per 1 januari 2007 het lidmaatschap van de EU toegezegd. Ze hebben het Toetredingsverdrag ondertekend en wij hebben signalen afgegeven aan Roemenië en Bulgarije dat ze het goed doen en dat als ze er hard aan blijven werken, zij ook conform het tijdschema lid zullen worden.

Inmiddels is er heel wat gebeurd in Europa wat niets met Roemenië en Bulgarije te maken heeft, maar grote invloed heeft gehad op de publieke opinie, ook wat betreft het lidmaatschap van deze twee landen. Dat lidmaatschap werd aan Roemenië en Bulgarije beloofd voordat het wantrouwen jegens een verdere uitbreiding zich begon te verspreiden, voordat een aantal Europese landen tegen de Ontwerpgrondwet van de EU stemde en voordat de angst voor sociaal toerisme zich in het oude Europa begon te verspreiden. Dat deze angstgevoelens niet terecht zijn en dat de huidige politieke leiders er niet in zijn geslaagd om dit uit te leggen en de mensen een gevoel van optimisme te geven, is een duidelijk teken dat er een ernstig gebrek aan leiderschap in het huidige Europa heerst. Daar moeten Roemenië en Bulgarije echter niet de prijs voor betalen.

Ik ben zowel verbaasd als verontrust over het feit dat niemand hier vandaag heeft gewezen op het feit dat de uitbreiding eigenlijk om veiligheid draait. Een meerderheid van de Balkanlanden ondergaat de omvorming tot een nationale staat, en dat is een moeilijk hanteerbaar en hachelijk proces, dat elk moment kan mislukken en dat met gevoel en met kennis van zaken moet worden aangepakt. In een dergelijke situatie de toetreding van Roemenië en Bulgarije uitstellen zou niet verstandig zijn. Vooral niet omdat dat zeker de aandacht zou afleiden van en energie zou onttrekken aan veel gecompliceerder kwesties in de regio, zoals de status van Kosovo, het volksreferendum in Montenegro en de status van dat land, plus de grondwettelijke wijzigingen die op dit moment in Bosnië plaatsvinden. Roemenië en Bulgarije hebben goed werk verricht. Er worden grote inspanningen van ze vereist, ook in de toekomst, net als van andere landen in hun eerste tijd als EU-lidstaat. Voor de veiligheid in Europa zou het echter het beste zijn als de EU zijn verplichtingen jegens Roemenië en Bulgarije nakomt, en zijn krachten overigens concentreert op de andere, veel gevoeliger vraagstukken die in de loop van dit jaar in de Balkanlanden moeten worden opgelost.

 
  
MPphoto
 
 

  Arlene McCarthy (PSE). - (EN) Commissaris, ik zit met een persoonlijk dilemma: ik vertegenwoordig een land dat voor uitbreiding is, maar een regio die er bij mij op aandringt tegen toetreding van Bulgarije te stemmen. Waarom? Omdat een van mijn kiezers, de heer Michael Shields, een gevangenisstraf van tien jaar uitzit wegens een gewelddadige aanval waaraan hij blijft volhouden onschuldig te zijn.

Het Bulgaarse strafrechtsysteem heeft Michael Shields geen eerlijk proces gegeven. Zijn enige beroepsmogelijkheid is zijn zaak voor te leggen aan het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg. Toen nieuw ontlastend bewijsmateriaal naar voren kwam, werd dit door de Bulgaarse autoriteiten genegeerd. Toen een andere man uit Liverpool het misdrijf bekende, werd deze bekentenis door de Bulgaren terzijde geschoven. Ik dring er bij de Bulgaarse autoriteiten op aan ons vertrouwen in hun strafrechtsysteem te herstellen.

Ik roep de commissaris op de autoriteiten te vragen in te gaan op het aanbod van bijstand van het Verenigd Koninkrijk om getuigen te horen en het bewijsmateriaal te onderzoeken dat tijdens het vooronderzoek en na het proces is verkregen en dat in zijn hoger beroep is verworpen. Elke lidstaat van de EU, ook mijn land, kan fouten maken. De echte test voor een democratie is de bereidheid om eventuele fouten recht te zetten en te bewerkstelligen dat echt recht wordt gesproken.

Commissaris, ik zal u een kopie toesturen van deze onafhankelijke documentaire, die laat zien dat mijn kiezer geen eerlijk proces heeft gehad, en dat er een ernstig probleem was met het politieonderzoek.

 
  
MPphoto
 
 

  Olli Rehn, lid van de Commissie. - (EN) Mijnheer de Voorzitter, het is geen kwestie van mijn tijdplanning, maar van mediadeadlines in Bulgarije en Roemenië. Ik ga ervan uit dat u begrip kunt opbrengen voor dit excuus, want we moeten Bulgarije en Roemenië, waar we samen met voorzitter Barroso onmiddellijk na deze zitting heen gaan om de boodschap van aanmoediging over te brengen, vanavond de juiste boodschap geven. We zullen onze mouwen opstropen om de resterende tekortkomingen aan te pakken.

Ik wil u bedanken voor een zeer constructief en verantwoord debat, dat ook de zeer uiteenlopende meningen van het maatschappelijk middenveld van Europa weerspiegelt. Dat is natuurlijk ook de rol van het Parlement.

In dit debat bespeur ik algemene steun voor de basisaanpak van de Commissie, die inhoudt dat de geplande datum van januari 2007 voor de toetreding haalbaar zou moeten zijn, op voorwaarde dat de landen de resterende tekortkomingen aanpakken. Ja, sommigen zijn grotere voorstanders dan anderen, en de meningen over de voorwaarden verschillen. De algemene toon van het debat is evenwel heel duidelijk, en ik kan u zeggen dat de Commissie voor de geplande datum is, en dat zij strikt wil vasthouden aan de voorwaarden.

Om een echte dialoog te hebben, wil ik graag commentaar geven op enkele punten die in de verschillende toespraken naar voren zijn gebracht. Allereerst is er gezegd dat de voorwaarden die overblijven, haalbaar moeten zijn. Ik ben het daar helemaal mee eens. We zouden niet voorstellen een laatste beoordeling uit te voeren van de vraag of in oktober aan de voorwaarden is voldaan, als we niet geloofden dat het voor de landen haalbaar is om aan de nog resterende criteria te voldoen.

Tegelijkertijd is het duidelijk dat we, als hoedster van de Verdragen, niet iets kunnen aanbevelen dat niet bestaat. We moeten zien dat de voorwaarden ook echt zijn vervuld, vooral op het gebied van terrorisme en de strijd tegen corruptie en georganiseerde criminaliteit. Anders zouden we ons niet goed van onze taak kwijten.

Op de tweede plaats is er een verzoek om een concrete “wat te doen”-lijst op te stellen of een scorebord voor de landen te maken, zodat ze weten wat er van hen wordt verwacht. Ik ben het daarmee eens. Dit is opgenomen in het verslag van de Commissie, en beide landen zijn zich volledig bewust van de verwachtingen en de resterende criteria. Dat is precies de reden waarom voorzitter Barroso en ik vandaag en morgen naar Boekarest en Sofia gaan. We zullen bespreken wat er van Bulgarije en van Roemenië wordt verwacht.

We moeten ook vertrouwen hebben in de politieke volwassenheid van de regeringen, parlementen en ambtenarenapparaten van deze landen. We moeten erop vertrouwen dat ze weten wat de politieke en economische criteria van Kopenhagen en de criteria van het acquis inhouden, en dat ze hun routekaart voor de hervormingen plannen op basis van deze welbekende criteria, die de basis van ons glasheldere verslag vormen.

Ik kan u een zeer concreet voorbeeld geven van een gebied waarop wij en Bulgarije en Roemenië er belang bij hebben dat de landen voor de toetredingsdatum voldoen aan de voorwaarden: het geld van de Gemeenschap moet goed worden besteed en moet worden verantwoord. Dit moet dit Huis, denk ik, zeer na aan het hart liggen; dat lag het tenminste toen ik nog lid was van de Commissie begrotingscontrole. Bulgarije moet het geïntegreerde beheers- en controlesysteem in de landbouw opzetten om de bepalingen en de financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid ten uitvoer te leggen. Dit betekent dat het land luchtfoto's moet maken van alle percelen land. Deze moeten worden gedigitaliseerd, worden gegroepeerd en in een systeem aan de eigenaren van de percelen worden gekoppeld. Als dit niet gebeurt, vrees ik dat we directe betalingen uit hoofde van het gemeenschappelijk landbouwbeleid zullen moeten achterhouden. Dit zou een zeer sterke prikkel moeten zijn om deze tekortkoming te verhelpen. Ik hoop dat dit voorbeeld concreet genoeg is, maar ik zou u nog tientallen andere gedetailleerde voorbeelden kunnen geven van wat er op verschillende gebieden van het beleid van de Unie en het acquis nog moet gebeuren.

Tot slot heeft de heer Van Orden gezegd dat er in het verslag van de Commissie niet is verwezen naar de aanbeveling van een mogelijk uitstel, hetgeen een van de bepalingen in het Toetredingsverdrag is. Om eventuele verwarring of misverstanden te voorkomen, moet ik zeggen dat we in de conclusies van het verslag van de Commissie, dat slechts drie uur geleden is aangenomen, in feite zeggen dat we begin oktober zullen beoordelen of de twee landen erin zijn geslaagd de resterende tekortkomingen te verhelpen, en dat we op basis daarvan een standpunt zullen vaststellen over de vraag of de voorgestelde datum voor toetreding kan worden gehandhaafd. Dit betekent, in duidelijk Engels of andere taal van de Gemeenschap, dat de Commissie zich het recht voorbehoudt het gebruik van de vrijwaringsclausule van uitstel te overwegen, tenzij de tekortkomingen in de komende vijf maanden worden aangepakt, wat, zoals ik heb gezegd, voor beide landen volledig haalbaar is, als ze zich er echt toe zetten.

Ons doel is de toetreding van Bulgarije en Roemenië in 2007, en het is onze taak erop toe te zien dat beide landen pas toetreden wanneer ze voldoen aan de voorwaarden en volledig gereed zijn om tot de Europese Unie toe te treden. Ook dit is een kwestie van de bekende absorptiecapaciteit van de Europese Unie. Dat is de beste manier om de uitbreiding zowel voor Bulgarije en Roemenië als voor Europa tot een succes te maken. Ik vertrouw erop dat u de Commissie in haar doelstelling zult steunen.

 
  
MPphoto
 
 

  Árpád Duka-Zólyomi (PPE-DE).(HU) Mijnheer de Voorzitter, 1 januari 2007 komt snel dichterbij, maar aan de onzekerheid lijkt maar geen eind te komen. Ondanks de prijzenswaardige inspanningen van de huidige regering zijn er in Roemenië nog steeds tal van ernstige problemen die op een oplossing wachten. Evenals voorheen gelden de criteria van Kopenhagen in dezelfde mate voor alle kandidaat-lidstaten.

Afgezien van de noodzaak tot hervorming van het gerechtelijk apparaat en terugdringing van corruptie en de georganiseerde criminaliteit, bestaan er twijfels ten aanzien van de eerbiediging van de mensenrechten en het waarborgen van de rechtszekerheid voor minderheden. Wat het laatste punt betreft is de situatie in positieve zin veranderd, hetgeen voor een belangrijk deel te danken is aan de deelname aan het wetgevingsproces en de regering door de Democratische Unie van Hongaren in Roemenië (RMDSZ), de politieke vertegenwoordiging van de Hongaarse gemeenschap in Roemenië.

Het zou echter verkeerd zijn om te denken dat, zoals commissaris Olli Rehn heeft gezegd, de deelname van de RMDSZ aan de regeringscoalitie voldoende is om de rechtszekerheid van minderheden te garanderen. De politieke partij die de Hongaarse gemeenschap vertegenwoordigt zal nooit een meerderheid krijgen, en er kunnen alleen resultaten worden behaald met behulp van de Roemeense meerderheidspartijen, en afhankelijk van hun compromisbereidheid.

Als gevolg van het gebrek aan rationele politieke wil zijn er nog steeds een paar basale problemen die wachten op een oplossing. Waarom is het aannemen van de minderhedenwet uitgesteld? Ook de kwestie van het universitair onderwijs in de moedertaal voor de inheemse Hongaarse gemeenschap, in de vorm van een onafhankelijke Hongaarse instelling voor hoger onderwijs, is nog steeds niet opgelost. Een andere kwestie die er nog ligt, is het teruggeven van eigendommen aan de kerk. De huidige kieswet, die nationale en etnische bevolkingsgroepen discrimineert, zou ook aangepast moeten worden op basis van Europese normen.

Dames en heren, het minderhedenvraagstuk dient een zeer belangrijke plaats te krijgen in het verslag van de Commissie. Wat zou in deze situatie een wijs besluit zijn, als het zo is dat de Raad het EU-lidmaatschap al per 1 januari aanstaande aan Roemenië heeft beloofd? Gedurende drie jaar nauwgezet toezicht uitoefenen zou een verstandige oplossing ter overbrugging zijn. Uiteraard zou hierbij dan wel nauwkeurig omschreven moeten worden wat de eventuele sancties zijn en onder welke voorwaarden de vrijwaringsclausule in werking treedt.

 
  
MPphoto
 
 

  Mia De Vits (PSE). – Voorzitter, dat noch Bulgarije noch Roemenië volledig klaar zijn met hun huiswerk, dat mag niemand verwonderen want het is een zware opdracht. De twee landen mogen echter niet de dupe worden van de interne problemen binnen de Unie of van een gebrek aan solidariteit. Ik hoor de commissaris ook het woord absorptiecapaciteit gebruiken. Ik weet echt niet aan welke criteria men die zou gaan toetsen. Ik denk dat de afspraken die gemaakt zijn, moeten worden nagekomen. Wij zijn met onze parlementaire commissie in Sofia geweest. Wij hebben daar zelf gezien hoe men zich inspant om het doel te bereiken en ik vind dat wij de hervormers moeten steunen.

De commissaris zegt dat men concrete voorbeelden zal geven van wat er precies nog gevraagd wordt van die landen. We hopen echt dat dit het geval zal zijn, dat men concreet zal zijn en dat men vooral ook de politiek verantwoordelijken van deze landen met raad en daad bijstaat zodanig dat 1 januari 2007 kan worden gehaald. En de Commissie mag zich dan niet verder blijven wegstoppen achter de Raad. Zij moet met een duidelijk advies naar ons toekomen.

 
  
MPphoto
 
 

  Georgios Papastamkos (PPE-DE). - (EL) Mijnheer de Voorzitter, ik wilde bij wijze van inleiding mijn waardering uiten aan het adres van de Europese Commissie voor het waardevolle werk dat zij ons vandaag heeft gepresenteerd.

Dames en heren, door de toetreding van Bulgarije en Roemenië wordt de Europese Unie niet geconfronteerd met vraagstukken van politieke, economische en culturele geografie. Het lijdt weliswaar geen twijfel dat de institutionele en administratieve aanpassing tekort schiet, met name op de gebieden die verband houden met de Europese ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid, maar wij mogen niet vergeten dat deze aanpassing een continu proces is. Dit proces maakt deel uit van de relatie tussen de Europese Unie en elk van haar lidstaten, en bepaalt de richting van deze relatie. De cruciale vraag luidt mijns inziens veeleer wat de kosten en baten zullen zijn voor de Europese Unie, indien de toetreding wordt uitgesteld. Ik ben van mening dat er kosten zullen ontstaan voor de geloofwaardigheid van de Europese Unie. Zij zal dan namelijk moeten toegeven dat haar opnamecapaciteit tekort schiet. Slechts enkele maanden voor de toetreding mag de Europese Unie geen negatief signaal, een signaal van uitstel geven aan de volkeren van Bulgarije en Roemenië.

Door de toetreding van beide landen zal de homogenisering van de economische ruimte van Zuidoost-Europa versterkt worden en tegelijkertijd het politiek en economisch convergentieproces van de Westelijke Balkan, op de weg naar opneming in de Unie, worden aangemoedigd. Er zal, met andere woorden, ook een positieve spill-over zijn voor de Westelijke Balkan.

Onze boodschap aan Bulgarije en Roemenië moet luiden dat zij in de resterende tijd het regelgevend werk moeten intensiveren. Aangezien de Europese governance - de uit vele niveaus bestaande Europese governance - invloed uitoefent op de nationale eenmaking of uiteenrafeling, hebben wij maar één keuze: te komen tot creatieve eensgezindheid, zodat wij de stap kunnen zetten van een Europese Unie van vijfentwintig naar een Unie van zevenentwintig. De politieke ontwikkelingen zijn vastgelegd; laten wij ervoor zorgen dat deze op 1 januari 2007 ook institutioneel afgerond zijn.

 
  
MPphoto
 
 

  Panagiotis Beglitis (PSE). - (EL) Mijnheer de Voorzitter, volgens mij geeft het nuttige voortgangsverslag over Bulgarije en Roemenië, dat de Commissie ons heeft voorgelegd, een objectieve en eerlijke beschrijving van de serieuze vorderingen die beide landen - Roemenië en Bulgarije - de laatste tijd hebben gemaakt bij de toepassing van het communautair acquis.

Ik ben van mening dat de Commissie met dit verslag aantoont de vorderingen van beide landen niet te onderschatten, maar evenmin hun tekortkomingen te overschatten. Ook ben ik van mening, mijnheer de Voorzitter, dat de Europese Commissie met haar evenwichtige weergave van de situatie in beide landen haar verdediging van de uitbreidingsstrategie - die wij allen moeten verdedigen - geloofwaardig maakt en tevens op opbouwende wijze bijdraagt aan de inspanningen die beide landen zich getroosten om de hervormingen te voltooien.

De huidige boodschap van de Commissie is mijn inziens helder en duidelijk. Deze bevat een stimulans maar ook een waarschuwing: de stimulans is toetreding op 1 januari 2007, overeenkomstig het tijdschema, en de waarschuwing is dat bovengenoemd doel alleen bereikt kan worden als beide landen hun inspanningen uitgaande van het door de Commissie in te dienen eindverslag opvoeren.

De verantwoordelijkheid voor het eindresultaat ligt nu, mijnheer de Voorzitter, bij de regeringen en de politieke krachten van beide landen.

 
  
MPphoto
 
 

  Ari Vatanen (PPE-DE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, het is jammer dat de commissaris moest gaan, want nu zullen onze onsterfelijke toespraken niet van invloed zijn op de toekomst van de EU. Het zij zo. We moeten hem feliciteren met het feit dat hij goed werk heeft verricht onder zeer moeilijke omstandigheden.

We moeten vandaag streng maar rechtvaardig zijn. Ik onderstreep het woord “rechtvaardig”, want het gaat hier niet om de komende drie maanden, maar om de komende drie generaties. Daar moeten we ons op richten. Ik wil de problemen waar deze twee landen voor staan, niet onderschatten, of het nu gaat om criminaliteit, om corruptie, het justitieel stelsel of minderheden, hetzij Roma of Hongaren. We mogen evenwel niet vergeten waar deze landen vandaan zijn gekomen. Ze hebben een lange weg afgelegd.

Dat is wat Finland heeft gedaan in de afgelopen vijftig jaar. Kijk naar de schitterende vooruitgang die Portugal in twintig heeft geboekt. Vandaag moeten we “nee” zeggen tegen populisme, en “ja” zeggen tegen visie. We moeten “ja” zeggen tegen leiderschap, want de vooruitgang die deze landen boeken met de afstemming op de grotere Europese familie, hangt af van politieke wil. Hij hangt af van onze wil om een stabielere wereld te bouwen. Ik herinner u eraan dat de tragedie op de Balkan niet zou hebben plaatsgevonden als deze landen twintig jaar geleden de hoop hadden gehad dat ze zich bij de EU konden aansluiten. Dit is de macht van de uitbreiding. We moeten het grotere plaatje zien en niet toegeven aan populisme.

We hebben allerlei manieren, zelfs sancties, om de vrijwaringsclausules te bewaken, om een oogje te houden op de vorderingen, maar het is van essentieel belang dat we de democratische krachten in deze landen steunen. We moeten de mensen steunen die de rechtsstaat willen handhaven. Dat is waar het om gaat, en we moeten geloven dat de democratische krachten zullen winnen. Het is vandaag onze morele plicht de mensen een horizon te bieden, geen grenzen.

 
  
MPphoto
 
 

  Pia Elda Locatelli (PSE).(IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, in dit debat is er met geen woord gerept over het acquis communautaire inzake de gelijkheid tussen mannen en vrouwen. Deze stilte spreekt boekdelen en toont spijtig genoeg hoe weinig consideratie men voor dit thema heeft. En toch hebben de vrouwen in Roemenië op het vlak van scholing grote vooruitgang geboekt: de meisjes zijn hoger geschoold dan de jongens. In 2005 bedroeg het aantal afgestudeerde vrouwen 55 procent en van de universitaire docenten is 40 procent vrouw.

Deze cijfers wijzen op het potentieel van de vrouwelijke bevolking in Roemenië, een potentieel dat in politiek opzicht echter niet uit de verf komt, omdat de mannen op alle besluitvormingsniveaus massaal in de meerderheid zijn. Een ander positief gegeven is de toezegging dat het Roemeens Bureau voor gelijke kansen meer middelen en bestuursautonomie krijgt.

Andere acties zijn in Bulgarije ondernomen. Daar is een Nationale Raad voor gelijke kansen opgericht bij het kabinet van de premier. De regering heeft het optioneel protocol van de Commissie voor afschaffing van discriminatie ten aanzien van vrouwen (CEDAW) ondertekend. Met de recente verkiezingen is Bulgarije aanzienlijk dichter bij het Europees gemiddelde gekomen qua aanwezigheid van vrouwen in parlement en regering.

Zeker, er is nog veel werk aan de winkel voordat er in beide landen sprake is van echte gelijkheid tussen mannen en vrouwen. Maar hoe eerder Roemenië en Bulgarije tot de EU toetreden, des te sneller zal het traject naar die gelijkheid afgelegd worden. Ik spreek mij dus uit voor toetreding van die landen op 1 januari 2007.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  Jacek Protasiewicz (PPE-DE). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, ik vertegenwoordig Polen, een van de nieuwe lidstaten van de Europese Unie. De herinnering aan de inspanningen die ons land heeft geleverd, aan het vele werk dat zowel de burgers als de politici en de ambtenarij hebben verzet om de veeleisende normen van de Europese Unie te bereiken, ligt in Polen nog vers in het geheugen. Ik hecht bijgevolg veel waarde aan de grote moeite die Bulgarije en Roemenië zich getroost hebben om de hervormingen ter voorbereiding van de integratie door te voeren.

Om die reden vind ik dat de Europese Commissie het besluit over de datum voor toetreding van beide landen tot de Gemeenschap niet zou mogen uitstellen. Het handhaven van 1 januari 2007 als toetredingsdatum zou een blijk van solidariteit en erkenning zijn voor het harde werk dat in de twee landen werd verricht. Het behoud van deze datum is des te belangrijker omdat een wijziging kan worden opgevat als een poging om de aanvraag tot toetreding van beide landen tegen te houden of zelfs te verwerpen, vooral omdat we de laatste tijd binnen de Europese Unie geconfronteerd worden met protectionistische neigingen of, anders gezegd, stappen om de toegang tot de voordelen van de interne markt en een werkelijk vrij verkeer van goederen en diensten te verhinderen.

Ik ben me ervan bewust dat er een aantal tekortkomingen zijn, waarop de Europese Commissie in haar verslag terecht de aandacht heeft gevestigd. De beste manier om deze tekortkomingen te verhelpen is echter naar mijn mening dat de Europese Unie en de Europese Commissie druk uitoefenen op de regeringen van Bulgarije en Roemenië om in de loop van de volgende zes maanden alle twijfels weg te werken en alle problemen op te lossen. Ik ben er stellig van overtuigd dat een duidelijk en vaststaand perspectief op toetreding tot de Unie voor Bulgarije en Roemenië de beste motivatie vormt om nog een bijkomende inspanning te leveren en aan alle toetredingscriteria te voldoen. Ik ben er eveneens van overtuigd dat de toetreding van Bulgarije en Roemenië op 1 januari 2007 succesvol zal blijken, net zoals de uitbreiding van de Europese Unie met tien nieuwe landen twee jaar geleden al bewezen heeft een politiek en economisch succes te zijn.

 
  
MPphoto
 
 

  Mairead McGuinness (PPE-DE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, vanmiddag heeft in het district Constanta in Roemenië een zeer belangrijke gebeurtenis plaatsgevonden: de officiële opening van beschermde huizen voor meer dan honderd mensen die momenteel onder onbevredigende omstandigheden wonen. Ze zijn tot stand gekomen door een partnerschap tussen de lokale districtsraad, de Roemeense regering en twee Ierse NGO's, te weten Focus on Romania en de Aurelia Trust.

Er is in dit Huis heel wat gedebatteerd, zelfs getwist, over de manier waarop Roemenië zorgt voor zijn meest kwetsbare kinderen en jonge volwassenen met een handicap. Als deze aandacht heeft geholpen om de situatie van deze mensen te verbeteren, wat het volgens mij heeft gedaan, is het allemaal de moeite waard geweest, ook al hebben de autoriteiten zich eraan gestoord.

Vorige week heeft een verslag van Mental Disability Rights International voor veel verontrusting en verontwaardiging gezorgd, omdat in het verslag werd gesproken over het ernstige misbruik waarvan in Roemeense instellingen sprake is. Vandaag wordt dit verslag door enkele mensen, misschien iets te radicaal, in twijfel getrokken.

Het probleem van de handel is door de Commissie onderkend, en alle lidstaten, met inbegrip van mijn eigen land Ierland, moeten hun aandeel leveren om een einde te maken aan deze wrede en gruwelijke handel in kwetsbare mensen.

Misschien zullen we voor oktober 2006 voor al deze problemen een oplossing vinden, zoals commissaris Rehn heeft geschetst, maar deze twee landen moeten toetreden.

 
  
MPphoto
 
 

  Panayiotis Demetriou (PPE-DE). - (EL) Mijnheer de Voorzitter, iedereen aanvaardt dat Bulgarije en Roemenië beide belangrijke stappen hebben gezet op de weg naar toetreding tot de Europese Unie. Dat verheugt mij, omdat de Europese Unie standvastig is en zich houdt aan het “ja” dat zij deze twee landen heeft gegeven.

Natuurlijk zijn er tekortkomingen. Alle landen hadden tekortkomingen voordat zij tot de Europese Unie toetraden, maar zij konden die goedmaken. Ik ben er zeker van dat Bulgarije en Roemenië de nog resterende tijd goed zullen gebruiken, dag en nacht zullen werken en zullen aantonen dat zij in staat zijn dat te nemen wat hun beloofd is: de “januari-trein” voor toetreding en opneming in de Europese familie. Dit is een historische uitdaging, en ik ben er zeker van dat deze volkeren met onze hulp, en met die van de Commissie en alle andere betrokkenen, zullen aantonen grootse volkeren te zijn en op 1 januari 2007 opgenomen zullen worden in de grote familie van de Europese Unie.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. Het debat is gesloten.

Schriftelijke verklaringen (artikel 142)

 
  
MPphoto
 
 

  Christine de Veyrac (PPE-DE).(FR) Ik wilde uw aandacht vragen voor een probleem dat veel menselijk leed veroorzaakt: de adoptie van Roemeense kinderen door Europese paren.

De Roemeense autoriteiten hebben in juni 2001 alle vormen van internationale adoptie verboden op grond van een moratorium, behalve in uitzonderlijke omstandigheden: de adoptie van broers en zussen, van kinderen ouder dan zes jaar of van gehandicapte kinderen.

Tientallen adoptieaanvragen zijn op de lange baan geschoven sinds hun behandeling in 2001, ofschoon ze behoorden tot de toegestane uitzonderingen.

Zo wachten 800 Europese gezinnen al meer dan vijf jaar op hun kinderen terwijl hun adoptiedossier vóór juni 2001 was gevalideerd door het Roemeense adoptiecomité.

Deze kinderen kennen hun adoptiefouders en zijn aan ze gehecht. Ze worden nu voor de tweede keer in de steek gelaten. Wat is er gebeurd met het belang van het kind?

In december jongstleden heeft het Europees Parlement Roemenië verzocht deze adoptieaanvragen zo snel mogelijk af te handelen, maar tot op heden zit er geen schot in de zaak.

Internationale adoptieaanvragen worden stelselmatig verworpen. In maart van dit jaar zijn verzoeken die vóór het moratorium van juni 2001 waren ingediend opnieuw verworpen.

Overweegt de Europese Commissie druk uit te oefenen op de Roemeense regering opdat snel een rechtvaardige en humane oplossing wordt gevonden in het belang van de kinderen en van de adoptiefouders?

 
  
MPphoto
 
 

  Dominique Vlasto (PPE-DE).(FR) In haar mededeling van 25 oktober 2005 wees de Commissie op “buitengewoon zorgwekkende lacunes in de kandidaat-lidstaten”.

Ik zal er twee noemen: corruptie, dat een ernstig probleem blijft voor de interne markt, en de wezenlijke problemen bij het tot stand brengen van een efficiënt systeem van financieel beheer en toezicht als het gaat om de toepassing van de structuurfondsen.

We kunnen er niet omheen dat Bulgarije en Roemenië vooruitgang hebben geboekt en graag willen toetreden tot de Unie. Ik betwijfel echter of de buitengewoon zorgwekkende lacunes waar de Europese Commissie op doelde tussen nu en de beoogde datum van hun toetreding, 1 januari 2007, kunnen worden opgeheven.

Met de komst van de tien nieuwe lidstaten zijn de sociaal-economische verschillen in het uitgebreide Europa verdubbeld, terwijl de vijftien de Europese groei niet stimuleren, aangezien ze economisch gezien nog altijd vrij matig presteren. Zouden we dan ook niet eerst moeten proberen de Unie met 25 lidstaten op de rails te zetten voordat we gaan nadenken over de toetreding van nieuwe lidstaten?

Ik denk dan ook niet dat de Europese Unie, Bulgarije of Roemenië in 2007 klaar zullen zijn. Daarom vraag ik de Raad snelheid en haast niet door elkaar te halen bij de plannen voor hun toetreding.

 
Juridische mededeling - Privacybeleid