Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2006/2031(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A6-0179/2006

Ingediende teksten :

A6-0179/2006

Debatten :

PV 31/05/2006 - 15
CRE 31/05/2006 - 15

Stemmingen :

PV 01/06/2006 - 7.15
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2006)0242

Debatten
Woensdag 31 mei 2006 - Brussel Uitgave PB

15. Handelsbeleid dat de bijdrage van de handel aan armoedebestrijding maximaliseert (debat)
PV
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Aan de orde is het verslag (A6-0179/2006) van Helmuth Markov, namens de Commissie internationale handel, over handel en armoede: naar een handelsbeleid dat de bijdrage van de handel aan armoedebestrijding maximaliseert (2006/2031(INI)).

 
  
MPphoto
 
 

  Helmuth Markov (GUE/NGL), rapporteur. - (DE) Mevrouw de Voorzitter, allereerst wil ik uiteraard al degenen hartelijk danken die met mij hebben gewerkt aan de totstandkoming van dit verslag, en mevrouw Pribaz in het bijzonder. Natuurlijk gaat mijn dank ook uit naar de collega’s in mijn commissie, naar de Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid en de Commissie ontwikkelingssamenwerking, die mij met zeer constructieve amendementen hebben geholpen dit verslag te verrijken.

Het verslag bevat ook eerste voorstellen voor hoe het handelsbeleid dient te worden ingericht om te kunnen bijdragen aan een oplossing van het armoedevraagstuk. Ik ben blij dat in deze tekst heel duidelijk wordt vastgesteld dat de handel dient te verlopen volgens bepaalde regels als het een zinvol en doeltreffend instrument wil zijn voor armoedebestrijding en ontwikkeling van de welvaart. Want handel, of het nu op regionaal, nationaal of internationaal niveau plaatsvindt, is geen doel en geen waarde op zich, maar veeleer een middel om ervoor te zorgen dat de mensen van de goederen worden voorzien die nodig zijn om aan hun behoeften te voldoen.

In de wereld van nu is de goederenvoorziening niet voor alle mensen gewaarborgd, en zijn de handelskansen niet eerlijk verdeeld, noch geografisch, tussen de landen of regio’s, noch tussen de individuele spelers op de markt. Een van de gevolgen van deze oneerlijke verdeling is armoede, armoede die zichzelf vermenigvuldigt. Dit is een probleem dat vooral in de ontwikkelingslanden bestaat, maar niet alleen daar. Kennelijk kan de spreekwoordelijke onzichtbare hand van de markt dit probleem zelfs niet oplossen in een ontwikkeld economische gebied als de Europese Unie.

Hoe sterker de politiek zich heimelijk terugtrekt uit de vormgeving van de economische orde en hoe meer zij de marktliberale krachten vrij spel geeft, hoe verder de doelstellingen van sociale samenhang uit het zicht raken, temeer daar tegelijkertijd sociale rechten, democratische participatie en milieubescherming worden genegeerd en er onvoldoende rekening wordt gehouden met regionale en plaatselijke omstandigheden en bijzonderheden. Op wereldniveau, waar de bestaande ontwikkelings- en verdelingsverschillen veel fundamenteler en ernstiger zijn, komt deze situatie nog vele malen scherper naar voren. Als het huidige beleid van urgente en snelle liberalisering onder druk wordt voortgezet, kan de millenniumdoelstelling van het tot 2015 halveren van het aantal hongerende mensen niet worden verwezenlijkt.

Het beleid moet gericht zijn op het scheppen van basisvoorwaarden voor een sociale ontwikkeling die vreedzaam is, uitsluiting vermijdt en welvaart bevordert. Een beleid dat de grenzen openstelt voor de internationale markt kan hiervan deel uitmaken. Tot op heden is dit succesvol gebleken in de landen waar de industrialisatie in eerste instantie werd beschermd door overheidsmaatregelen, waar al een institutioneel kader voor de verdeling van de sociale en economische rijkdom bestond, waar sprake was een voldoende robuuste economische sector die flexibel optreden mogelijk maakte, en waar de overheid onafhankelijk genoeg was om sommige sectoren van de economie te ondersteunen voordat de markt werd opengesteld.

Een grote buitenlandse schuld en een grote afhankelijkheid van kredieten beperken het concurrentievermogen aanzienlijk. In de landen echter waar deze voorwaarden niet bestonden, heeft de versnelde liberalisering geresulteerd in deïndustrialisering, vernietiging van het milieu, een verhoogde afhankelijkheid en een toename van de armoede onder de bevolking.

Ik kan hier slechts verwijzen naar enkele aspecten van het verslag. De kans op zelfstandige ontwikkeling en op industrialisatie dient alle landen te worden gegeven, net als de huidige geïndustrialiseerde landen die hebben gekregen. Daartoe behoort ook het recht van een land om zelf te beslissen wanneer en in hoeverre het zijn markten wil openstellen voor goederen en diensten, en óf het dat wel wil. Dit is overigens al vastgelegd in de WTO-regels.

Sinds de ondertekening van de WTO-overeenkomsten dalen ten gevolge van de prijsontwikkelingen de winsten van de grondstofproducenten constant en dusdanig sterk dat zowel in het zuiden als in het noorden steeds meer kleine en middelgrote ondernemingen hun deuren moeten sluiten. Tegelijkertijd werken dezelfde regels monocultuur in de hand, wat weliswaar leidt tot reusachtige winsten voor de landbouwindustrie, maar verwoestende gevolgen heeft voor het milieu en de werkgelegenheid. Dit is een landbouw die uiteindelijk de basis van zijn eigen bestaan bedreigt. In plaats hiervan zou de politiek alles in het werk moeten stellen om ervoor te zorgen dat de biologische diversiteit behouden blijft door toepassing van duurzame exploitatievormen, zowel door middel van regelgeving als financiële steun.

Voorts is het hoogst twijfelachtig of essentiële publieke diensten zuiver op basis van markteconomische structuren zo uitgebreid kunnen worden geleverd dat er sprake kan zijn van vervulling van het grondrecht op een waardig leven. Dan heb ik het over eenvoudige, maar noodzakelijke voorzieningen zoals kwalitatief hoogwaardig drinkwater, gezondheid, verzorging, onderwijs en opleiding. Op de terreinen waar de omstandigheden dusdanig zijn dat bepaalde marktsegmenten kunnen worden geliberaliseerd, dient erop te worden gelet dat daarbij de internationale normen voor de bescherming van de sociale zekerheid, de werkgelegenheid en het milieu worden geëerbiedigd en bindend worden geacht.

Deze en vele andere belangrijke punten zijn opgenomen in het verslag dat voor u ligt. De Commissie en de Raad worden verzocht deze voorstellen van het Parlement te onderzoeken en hiermee rekening te houden bij het vaststellen van hun beleid.

 
  
MPphoto
 
 

  Peter Mandelson, lid van de Commissie. - (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik ben blij dat we de dialoog over handelskwesties met het Europees Parlement kunnen voortzetten. De bijdrage van de heer Markov biedt een schat aan informatie en beleidsvoorschriften voor de manier waarop de cruciale relatie tussen handel en armoede, zowel in onze bilaterale overeenkomsten als in multilaterale onderhandelingen, dient te worden benaderd.

Ik kan mij in grote mate scharen achter de strekking van het verslag. Zoals ik al diverse malen heb gezegd, wil ik handel in dienst stellen van ontwikkeling. Handel is de motor van economische groei en onder de juiste omstandigheden zorgt handel voor meer welvaart, maar handel is geen wondermiddel dat automatisch tot een vermindering van de armoede leidt. De handelsliberalisering moet geleidelijk ten uitvoer worden gelegd en moet plaatsvinden in een stabiel en ondersteunend binnenlands beleidskader. In sommige gevallen zullen flankerende maatregelen nodig zijn om het aanpassingsproces tot stand te brengen.

Veel van wat in het verslag wordt aanbevolen, doen we al. Ik zal een aantal concrete voorbeelden geven. Ten eerste respecteert de EU in de handelsonderhandelingen - en daaronder vallen ook de Doha-ontwikkelingsagenda (DDA) en de Economische Partnerschapsovereenkomsten (EPA’s) -, overeenkomstig hetgeen in het verslag wordt aanbevolen, het recht van ontwikkelingslanden om snel te liberaliseren en om voor gevoelige sectoren de nodige flexibiliteit te behouden. De EU ziet graag dat, wat de DDA betreft, de landen een bijdrage leveren op basis van hun capaciteit en ontwikkelingsniveau. Dat is de gedachte achter de speciale en gedifferentieerde behandeling. We staan positief tegenover het feit dat de minst ontwikkelde landen en ontwikkelingslanden belang hechten aan diensten, onder andere met betrekking tot modus 4 en in de door hen verzochte sectoren. In het kader van de GATT respecteren we de vrijheid die landen hebben om te besluiten of ze hun dienstensector al da niet openstellen en zo ja, tot op welke hoogte. We hebben geen verzoeken tot dienstverlening ingediend bij minst ontwikkelde landen. We hebben een programma opgezet om de suikerproducenten in de ACS-landen te helpen bij de aanpassing aan de veranderingen ten gevolge van onze suikerhervorming, en we beseffen volledig dat iets gedaan moet worden aan de preferentie-erosie. We stimuleren de regionale integratie en de zuid-zuidhandel, die in het verslag terecht als belangrijk worden genoemd voor de ontwikkeling, en met name voor gemarginaliseerde landen.

Afgezien van de handelsonderhandelingen levert de EU - dat wil zeggen de Commissie en de lidstaten samen - op het gebied van de capaciteitsopbouw meer dan 50 procent van alle handelsgerelateerde bijstand die wereldwijd wordt gefinancierd. In de periode 2001-2004 bedroeg de door de Commissie beheerde, handelsgerelateerde bijstand ongeveer 850 miljoen euro per jaar en op basis van de toezegging die voorzitter Barroso tijdens de laatste G8-top heeft gedaan, zal dit bedrag in 2007 stijgen tot één miljard euro. We zijn actief betrokken bij het “hulp voor handel”-debat dat binnen de WTO wordt gevoerd.

De Commissie is ook een pionier als het gaat om duurzaamheidseffectrapportage van handelsakkoorden, de zogenaamde SIA’s. Deze is bedoeld om het potentiële effect te meten die de handelsliberalisering heeft op de drie pijlers van duurzame ontwikkeling. Sinds 1999 zorgen wij voor deze rapportage bij alle belangrijke handelsonderhandelingen van de EU en op die manier kunnen wij vaststellen op welke gebieden flankerende maatregelen nodig zijn.

In het verslag worden ook aanbevelingen gedaan met betrekking tot arbeidsnormen en sociale rechten. Hoewel arbeid helaas geen onderdeel van de DDA is, worden in al onze meest recente handels-, bilaterale en regionale overeenkomsten de sociale rechten, waaronder gendergelijkheid, het verbod op kinderarbeid en dwangarbeid en vrijheid van vereniging, erkend en gepropageerd. Bovendien bieden we ontwikkelingslanden die de fundamentele arbeidsrechten respecteren, via GSP+ speciale impulsen. DG Handel financiert ook een project van de Internationale Arbeidsorganisatie met betrekking tot fatsoenlijke arbeidsindicatoren om het effect van de handel op fatsoenlijke arbeid te kunnen voorspellen en controleren.

Ik was ook blij om te zien dat in het verslag een aantal aanbevelingen voor andere spelers is opgenomen. Het verslag dringt er bij andere ontwikkelde landen en gevorderde ontwikkelingslanden op aan dat ze belastingvrije, quotumvrije programma’s voor de minst ontwikkelde ontwikkelingslanden ten uitvoer leggen, in navolging van ons eigen “Alles behalve wapens”-initiatief. De Verenigde Staten heeft in Hongkong nu wel ingestemd met een dekking van 97 procent, maar desalniettemin wijs ik op de noodzaak dat de VS deze toezegging ook volledig ten uitvoer leggen.

In het verslag worden andere WTO-leden ook opgeroepen om het besluit van de EU inzake exportsubsidies te volgen en te stoppen met alle vormen van exportsteun, waaronder uitvoerkredieten en voedselhulp. In het verslag worden aanbevelingen gedaan voor substantiële verlagingen van nationale subsidies in ontwikkelde landen, en voor een oplossing van de katoenkwestie. Ook dat zijn belangrijke terreinen waarop we resultaten van de Verenigde Staten verwachten.

Aangezien wij hier samen een open dialoog voeren, wil ik een paar punten naar voren brengen ten aanzien waarvan de Commissie het niet met het verslag eens is. Hulp voor handel is een belangrijke aanvulling op, maar in geen geval een vervanging van een ontwikkelingsvriendelijke uitkomst op de belangrijkste onderhandelingsterreinen van de DDA. In deze onderhandelingsronde kunnen de ontwikkelingslanden de meeste voordelen behalen met de component markttoegang en, met name, met de zuid-zuid-dimensie.

Er wordt gesproken over het risico dat het “Alles behalve wapens”-initiatief op frauduleuze wijze wordt gebruikt. Wij moeten natuurlijk waakzaam blijven als het gaat om driehoekshandel maar, naar wij weten, is er slechts één geval van misbruik gemeld.

Wat betreft de aanbeveling om openbare diensten van de onderhandelingen uit te sluiten, vinden wij het niet nodig om opnieuw over de GATT te onderhandelen om openbare diensten te kunnen uitsluiten. Het is geheel aan de WTO-leden om te besluiten welke sectoren ze willen openstellen. We hebben bijvoorbeeld duidelijk gemaakt dat we geen aanvullende toezeggingen willen doen op het gebied van gezondheidszorg, onderwijs en audiovisuele diensten.

Ik dank nogmaals iedereen die aan dit verslag heeft bijgedragen, voor de politieke steun en begeleiding. Ook dank ik voor de opbouwende kritiek en concrete suggesties voor optreden die in het verslag zijn opgenomen. Ik zal het Parlement regelmatig blijven informeren en blijven luisteren naar uw standpunten ten aanzien van belangrijke handels- en ontwikkelingskwesties, zoals ik dat tot nu toe heb gedaan.

 
  
MPphoto
 
 

  Danutė Budreikaitė (ALDE), rapporteur voor advies van de Commissie Ontwikkelingssamenwerking. - (LT) Het is algemeen bekend dat eerlijke handel een doeltreffend instrument kan zijn om armoede te bestrijden. De afgelopen 10 jaar is het aandeel van de armste landen, die voornamelijk handelen in producten met een lage toegevoegde waarde - basislandbouwproducten en natuurlijke grondstoffen -, in de wereldhandel afgenomen.

De bestrijding van armoede vereist in de eerste plaats een radicale ommezwaai in het beleid, zowel in de industrielanden als in de ontwikkelingslanden, om de structurele oorzaken van armoede weg te nemen.

Om dit te bereiken kunnen we niet volstaan met het in de praktijk brengen van eerlijke handelsregels en bilaterale en multilaterale handelsbetrekkingen, en het verbeteren van de WTO-regels. Dan moeten we ook de handelsbetrekkingen tussen de ontwikkelingslanden zelf, de zuid-zuid-dimensie, ontwikkelen.

In de toekomst zal economische ontwikkeling een beslissende invloed hebben op het terugdringen van armoede, in het bijzonder door investeringen in kleine en middelgrote ondernemingen, die op de lokale markt in ontwikkelingslanden goederen en diensten leveren, meer toegevoegde waarde creëren en mogelijkheden bieden voor wereldwijde handel.

 
  
MPphoto
 
 

  Zbigniew Zaleski, namens de PPE-DE-Fractie. - (PL) Mevrouw de Voorzitter, de geschiedenis van de handel in goederen laat zowel in primitieve als in ontwikkelde samenlevingen zien dat waar die handel is gebaseerd op eerlijke regels, deze de samenlevingen helpt om te overleven en zich te ontwikkelen. Daar bestaat geen twijfel over.

Onze fractie is van mening dat de vrije en eerlijke handel waar de EU naar streeft, vandaag de dag ook bijdraagt aan het verminderen van de armoede in veel regio’s van de wereld. Er zijn voorbeelden van mislukkingen, natuurlijk, maar die zijn eerder te wijten aan het niet toepassen van eerlijke regels dan aan de handel op zich.

Aanvankelijk vonden wij dat de ondertoon van het verslag van de heer Markov leek te zijn dat vrije handel de armoede verergert en niet vermindert. Onze fractie heeft dit standpunt toen afgewezen. Na de behandeling van het verslag en de daarop ingediende amendementen klinkt het nu beter, en samen met de voorgestelde amendementen, waarvan ik denk dat ze morgen zullen worden aangenomen, is het verslag nu aanvaardbaar voor onze fractie. Het is ook duidelijk dat handel weliswaar niet de enige manier is om de armoede te verminderen, maar dat het een grote bijdrage kan leveren.

Concluderend, ik wil voorstellen dat we vrije, ik herhaal, vrije handel een kans geven, zodat die kan helpen om de armoede uit te bannen.

(EN) In het Engels wordt dat als volgt gezegd: ‘let us establish free and fair trade to make poverty history’.

 
  
MPphoto
 
 

  Panagiotis Beglitis, namens de PSE-Fractie. - (EL) Mevrouw de Voorzitter, ook ik wil op mijn beurt mijn collega, de heer Helmuth Markov, van harte gelukwensen met zijn belangrijke verslag. Eveneens wil ik de commissaris, de heer Mandelson, feliciteren met zijn belangrijke redevoering van zojuist.

Niemand kan betwisten dat de ontwikkeling en liberalisatie van de internationale handel op beslissende wijze heeft bijgedragen aan de vermindering van de armoede en de beperking van de ongelijkheden tussen de ontwikkelde en de ontwikkelingslanden. Zoals de heer Mandelson evenwel terecht zei, is dit geen wondermiddel. De gegevens van internationale organisaties tonen aan dat er behoefte is aan een georganiseerde liberalisatie, aan een liberalisatie van de internationale handel aan de hand van regels en reguleringsmechanismen.

Een recente studie van de Wereldbank heeft aangetoond dat de ongeregelde liberalisatie van de internationale handel de armoede heeft vergroot en het productieweefsel in de armste landen van Afrika kapot heeft gemaakt. Hetzelfde gebeurt echter, collega’s en mijnheer Mandelson, ook in de Europese Unie: in bepaalde gebieden heerst werkloosheid, deïndustrialisering en armoede.

De Europese Unie moet mijns inziens bijdragen aan de democratisering en versterking van het multilateraal handelsstelsel via de hervorming van de Wereldhandelsorganisatie ten gunste van de armste landen. Ook moet zij consequent steun geven aan de verwezenlijking van de millenniumontwikkelingsdoelstelling tot 2015 en bijdragen aan een succesvolle afronding van de onderhandelingen in de Doha-ronde, in het kader van een evenwichtig en wederzijds nuttig compromis.

Tot slot moet de Europese Unie de uitvoering van het belangrijke “alles behalve wapens”-initiatief voortzetten.

 
  
MPphoto
 
 

  Sajjad Karim, namens de ALDE-Fractie. - (EN) Mijnheer de Voorzitter, een van de belangrijkste successen van de twintigste eeuw is dat miljoenen mensen uit de armoede zijn gehaald. De opkomst van China en India als handelsnaties op het wereldtoneel is daarbij van enorme betekenis geweest en deze landen zijn de derde wereld nog steeds tot voorbeeld. Maar de uitdaging is nog lang niet voorbij. Tot op de dag van vandaag moet 49 procent van de bevolking in de minst ontwikkelde landen rondkomen van minder dan een dollar per dag. Tegen 2015 zullen 471 miljoen van hen in extreme armoede leven. Handelsliberalisering is van groot belang als we deze mensen uit deze verschrikkelijke armoede willen halen.

Maar handel is geen tovermiddel. De grootste uitdaging is hoe we de armoedebestrijding in een zojuist geliberaliseerde open economie kunnen stimuleren. De meeste minst ontwikkelde landen tasten wat dat betreft nog in het duister. Vrije handel is niet hetzelfde als laissez-faire. Het moet een fundamentele prioriteit voor regeringen zijn om macro-economische strategieën ten uitvoer te leggen waardoor handel op zodanige wijze wordt geïntegreerd dat dit de armoedebestrijding ten goede komt. We moeten hen daarbij helpen door middel van meer en effectievere bijstand. Dit is geen basishulp waardoor de ontwikkelingslanden nog dieper in de schulden komen te zitten: dit is een investering, een investering in infrastructuur, technologie, menselijk kapitaal en in het wereldhandelssysteem zelf.

Uiteindelijk zullen wij er meer openheid en concurrentie voor terugkrijgen en de minst ontwikkelde landen zullen profiteren van grotere kapitaalaanwas en technologische vooruitgang. Deze zaken zijn de motor van de groei. Internationale handel is de brandstof voor die motor en zo kunnen we samen snelheid maken om de millenniumontwikkelingsdoelstellingen te halen.

 
  
MPphoto
 
 

  Peter Mandelson, lid van de Commissie. - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik ben het roerend eens met de sprekers tijdens dit korte maar belangrijke debat. De thema’s waren vrije en eerlijke handel. Dat zijn twee van de pijlers van onze beleidsdoelstellingen. Bilaterale handelsovereenkomsten zijn ook belangrijk, maar volgens ons zijn het vooral de multilaterale handelsovereenkomsten in een multilateraal kader voor het internationale handelssysteem die kunnen zorgen voor gelijkheid en evenwicht in het internationale handelssysteem.

Daarom is de Doha-ontwikkelingsagenda zo belangrijk. De kern daarvan is het ideaal van een vrije handel die de armoede in de wereld verlicht. Iemand heeft ooit gezegd dat de zegetocht van idealen moet worden georganiseerd en, zoals een van de sprekers vanavond zei, willen wij een georganiseerde liberalisering van de handel. We willen geen situatie waarin de wet van de jungle geldt ten nadele van de ontwikkelingslanden en de armen in de wereld. Daar werkt de Commissie namens de lidstaten aan, en ik ben er heilig van overtuigd dat dit verslag ons leiding kan bieden bij onze voortdurende inspanningen voor rechtvaardige handel in de wereld. Daarom juich ik dit verslag zo toe.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Het debat is gesloten.

De stemming vindt donderdag om 11.00 uur plaats.

Schriftelijke verklaring (artikel 142)

 
  
MPphoto
 
 

  Alessandro Battilocchio (NI). - (IT) Handel is een fundamenteel instrument in de huidige internationale context. Handelsovereenkomsten tussen landen kunnen borg staan voor politieke stabiliteit, en ze kunnen een solide basis zijn voor min of meer duurzame diplomatieke overeenkomsten. Daarom zijn handelsovereenkomsten steeds vaker de belangrijkste actoren in een wereld die voornamelijk stoelt op economische beginselen. Handel is dus een belangrijke kans, een uitzonderlijk middel om economische en maatschappelijke ontwikkeling tot stand te brengen. Voor hetzelfde geld echter is handel een wapen, grotendeels in handen van de ontwikkelde landen. Dit wapen moet wel met de nodige omzichtigheid gebruikt worden, want het kan de toekomst van een land of een gebied definitief bepalen.

Het is dus van cruciaal belang dat er een bewuste inspanning van de westerse landen komt. Zij moeten erop toezien dat de huidige handelspraktijken en de nieuwe handelsovereenkomsten een middel vormen om de kloof tussen Noord en Zuid te verminderen, in plaats van dat zij die kloof groter maken door geen rekening te houden met specifieke nationale situaties. Het is waar dat de liberalisering een globaal en inmiddels onomkeerbaar proces is dat welvaart en rijkdom kan brengen door nieuwe kansen in de ontwikkelingslanden te creëren. Maar die globalisering moet wel worden afgestemd op de verschillende realiteiten waarin zij tot stand komt. Ook moet de liberalisering gepaard gaan met specifieke maatregelen, zodat de economische ontwikkeling geen obstakel vormt maar juist gelijke tred houdt met ontwikkelingen die in andere speerpuntsectoren zoals volksgezondheid, onderwijs, sociale zaken, nodig zijn.

 
Juridische mededeling - Privacybeleid