Christoph Konrad (PPE-DE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, wij hebben met mijn verslag een belangrijk voorstel gedaan voor de bestrijding van fraude met btw-belasting in de Europese Unie. De Europese belastingbetaler is de dupe van btw-belastingfraude voor een bedrag van jaarlijks 60 miljard euro. Mijns inziens wordt met dit verslag een belangrijke stap gezet in de strijd tegen deze fraude. Daarin wordt onder andere voorgesteld om een reversed charge-procedure in te voeren. Hiermee bewandelen wij een weg die ook de lidstaten kunnen gaan. Daarover valt te praten. Nu het Parlement eenparig heeft besloten om deze stap te zetten - waarvoor mijn dank - zijn de Raad en de Commissie aan zet.
Margie Sudre (PPE-DE), schriftelijk. – (FR) Het EU-Caribisch partnerschap voor groei, stabiliteit en ontwikkeling, een tot wederzijds voordeel strekkend samenwerkingsverband dat gebaseerd is op gemeenschappelijke waarden, is voor beide zijden een kans om samen toe te werken naar democratie en mensenrechten, maar ook om te strijden tegen armoede en tegen bedreigingen voor vrede en stabiliteit.
Ik steun de door de Europese Commissie voorgestelde aanpak om de landen in deze regio terzijde te staan, die de weg naar regionale eenwording reeds hebben ingeslagen dankzij CARICOM, CARFORUM en MEUC.
De Caribische landen, die over het algemeen klein en economisch kwetsbaar zijn, hebben wezenlijke pogingen gedaan om te komen tot economische diversificatie, herstructurering en hervormingen en moeten nu, met de hulp van Europa, in staat worden geacht te profiteren van de mogelijkheden die de mondialisering hun biedt en de ermee samenhangende valkuilen te vermijden.
Ik wil de leden van het Europees Parlement graag bedanken voor het aannemen van mijn amendement waarin wordt voorgesteld de Franse overzeese gebiedsdelen in de regio (Frans Guyana, Guadeloupe en Martinique) nauw te betrekken bij de toekomstige politieke dialoog over EU-Caribische samenwerking, aangezien ze overduidelijk als “bruggenhoofd van Europa” fungeren in dit deel van de wereld.
David Martin (PSE), schriftelijk. - (EN) Verwondingen door naalden treden op wanneer de huid per ongeluk wordt aangeprikt met een naald die mogelijkerwijs besmet is met het bloed van een patiënt. Via besmette naalden kunnen meer dan twintig gevaarlijke, door bloed overgebrachte ziekteverwekkers worden overgedragen, waaronder hepatitis B, hepatitis C en HIV. Tot de ergst getroffen categorieën behoren doorgaans verpleegkundigen, evenals artsen en ander medisch personeel. Ook niet-medisch personeel, zoals schoonmakers, wasserijpersoneel en andere, indirect betrokken medewerkers, loopt aanzienlijk gevaar.
Ik verwelkom dit verslag, waarin aangegeven wordt welke preventieve stappen in de gezondheidszorg en diergeneeskunde genomen moeten worden om het personeel te beschermen tegen verwondingen door naalden en andere scherpe medische instrumenten. Een van de maatregelen is het verstrekken van schriftelijke instructies op de werkplek en het verzorgen van opleiding voor alle werknemers, met name voor werknemers die infusen aanleggen.
In het verslag wordt ook gewezen op de noodzaak van effectieve respons en nazorg bij ongevallen en incidenten, waaronder een snelle profylactische behandeling na blootstelling. Verder moet alle werknemers die in contact kunnen komen met naalden en andere scherpe medische instrumenten vaccinatie tegen hepatitis B aangeboden worden.
Jaromír Kohlíček (GUE/NGL). - (CS) Mijnheer de Voorzitter, vertrouwen is een schone zaak, maar desalniettemin kunnen we het niet zonder controle stellen. Vandaag hebben we over meerdere pakketten financiële voorstellen gestemd, en juist dit Stabiliteitsinstrument is het minst transparant van allemaal. De complexiteit ervan blijkt reeds uit de doelen van deze maatregel. De definitie is zo breed dat deze zo goed als nietszeggend is. Zo zegt zij bijvoorbeeld niets over een beleid van afzijdigheid ingeval van een rechtse staatsgreep van het type generaal Franco. Eergisteren wees de heer Giertych erop dat volgens het tweede deel van de doelstellingen van dit instrument het zelfs mogelijk zou zijn om generaal Franco te ondersteunen met EU-middelen. Hij wees ons er namelijk op, dat het hem alleen maar ging om de hernieuwing en consolidatie van de traditionele katholieke waarden in Spanje. Het document zelf bevat geen cijfers, maar de Commissie heeft de toezegging gedaan deze snel te leveren. Vooralsnog is in ieder geval één ding wel duidelijk: het Parlement staat volledig buiten de werkelijkheid. Uiteindelijk werd hierop door de Commissie buitenlandse zaken gewezen, en wel tijdens het tripartiet overleg van Raad, Parlement en Commissie. Zij gaf hierbij aan dit te willen zien veranderen. Dit Parlement dient geen blanco cheque op te stellen. Een deel van de documenten is verdacht, onduidelijk en overduidelijk opgesteld met het oog op mogelijk misbruik. Daarom heb ik tegen de ingediende stukken gestemd.
Emanuel Jardim Fernandes (PSE), schriftelijk. – (PT) Net als de rapporteur ben ook ik heel blij met het voorstel van de Commissie om het beheer van de externe steun van de EU te vereenvoudigen door het aantal instrumenten – nu zijn dat er ongeveer dertig – terug te brengen tot zes, waaronder begrepen het Europees nabuurschap- en partnerschapinstrument (ENPI). Dat zal deze instrumenten doeltreffender maken: het "ligt voor de hand".
Ik steun een groot aantal van de in dit verslag voorgestelde amendementen, waaronder het voorstel om de rol van het Parlement bij de planning van en het toezicht op de ENPI-programma's te versterken, het voorstel om het maatschappelijk middenveld in sterkere mate bij het raadplegingproces te betrekken, en het idee om partners als lokale en regionale autoriteiten en het maatschappelijk middenveld een belangrijker rol te geven.
Ik vind het intussen wel jammer dat de kwestie van de ultraperifere regio's, zoals Kaapverdië, niet onder het toepassingsgebied van het ENPI-beleid is gebracht. Er was een Actieplan voor een uitgebreid nabuurschap voorgesteld om de samenwerking tussen de ultraperifere regio's en hun buurlanden te verbeteren. Dat plan was een onderdeel van de door de Commissie voorgestelde strategie voor duurzame ontwikkeling van de ultraperifere regio’s en daarmee een instrument voor het verwezenlijken van één haar prioritaire doelstellingen – het integreren van de ultraperifere regio's in hun omgeving.
David Martin (PSE), schriftelijk. - (EN) Voor mij als rapporteur voor advies van de Commissie internationale handel voor dit verslag over externe acties voor financiële, economische en technische bijstand aan derde landen die getroffen zijn door een crisis was het vooral van belang ervoor te zorgen dat het Stabiliteitsinstrument echt toegevoegde waarde biedt, in de vorm van een effectieve, onmiddellijke en geïntegreerde reactie.
Aanvankelijk bestond er wat ongerustheid over de rechtsgrondslag van dit instrument, maar uiteindelijk werd overeengekomen voor een dubbele rechtsgrondslag te kiezen: zowel ontwikkelingssamenwerking als economische, financiële en technische samenwerking met derde landen. Ik sluit me aan bij de zorgen van de collega's van de Commissie ontwikkelingssamenwerking, die aangegeven hebben dat de opneming van vredeshandhavingoperaties in dit instrument er niet toe mag leiden dat daarvoor middelen aan het ontwikkelingsbudget worden onttrokken.
Het belangrijkste is dat in het akkoord tussen de Raad, de Commissie en het Parlement over de verordening waarop dit verslag betrekking heeft, gevolg is gegeven aan het initiatief van het Parlement inzake een herzieningsclausule, die zorgt voor betere verslaglegging en voor de mogelijkheid later wijzigingen in de tekst aan te brengen. Dat is een belangrijk punt, gezien het feit dat het hier gaat om een nieuw instrument met een omvangrijk toepassingsgebied.
Athanasios Pafilis (GUE/NGL), schriftelijk. - (EL) Het zogenaamde Stabiliteitsinstrument maakt deel uit van een breder pakket met financiële instrumenten (ontwikkelingssamenwerking en economische samenwerking, pretoetredingssteun, nabuurschap en partnerschap) dat een geïntegreerd hulpmiddel moet zijn voor het imperialistisch EU-beleid in de toetredingslanden, de nabuurschaplanden maar ook op wereldniveau. Via de verlening van “economische hulp” aan derde landen krijgt de EU het recht om in deze landen te interveniëren, zogenaamd om het hoofd te bieden aan destabiliserende omstandigheden, aan “crises” en “opkomende crises”, aan situaties die een “gevaar” betekenen voor de rechtsstaat, de wetshandhaving, en om de “mensenrechten” te beschermen en de beginselen van het volkenrecht te bevorderen, waarbij eveneens sprake is van steun voor bijzondere nationale en internationale strafhoven!
Deze financiering zal daarnaast worden gebruikt als chantagemiddel om derde landen te dwingen zich te conformeren aan de imperialistische doeleinden van de EU, maar ook als een middel om openlijk te interveniëren in de binnenlandse aangelegenheden van onafhankelijke landen, via de ondermijning van regeringen en via de financiering van degenen die de EU uitverkoren heeft, aangezien de mogelijkheid wordt verankerd om gebruik te maken van de financiering om “de ontwikkeling en de inrichting van het maatschappelijk middenveld te steunen ….waaronder maatregelen ter bevordering van onafhankelijke, pluralistische en professionele media”.
De Communistische Partij van Griekenland heeft tegen het verslag gestemd omdat dit geheel achter het reactionair karakter van de ontwerpverordening van de Europese Commissie staat en dit in bepaalde opzichten zelfs nog aanscherpt.
Richard Corbett (PSE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, tegen mijn advies in heeft het Parlement ingestemd met het amendement op mijn verslag over comitologie dat de heer Radwan namens de PPE-DE-Fractie heeft ingediend.
In de verklaring die de Commissie gisteravond tijdens het debat heeft afgelegd, heeft zij aangegeven dat dit amendement het akkoord dat we tijdens de onderhandelingen hebben bereikt in haar ogen ondermijnt en het ook echt in de weg staat. Misschien is dat ook wel de bedoeling geweest van de heer Radwan - dat weet ik niet -, maar feit is dat in het amendement verwezen wordt naar een resolutie van het Parlement waarin aangedrongen wordt op de aanneming van beëindigingclausules inzake de delegatie van wetgeving die systematisch van toepassing zouden zijn op alle wetgeving waartoe we in de financiëledienstensector overgaan.
Niettemin zou ik de Commissie met klem willen verzoeken niet al te fel te reageren. Het amendement dat nu aangenomen is - hoezeer ik dat ook betreur - is slechts één amendement op de inleiding, een aanhaling waarin we verwijzen naar een eerdere resolutie die op deze kwestie betrekking heeft. Het is niet zo dat we hier als Parlement deze resolutie nu nogmaals bekrachtigen. Ik hoop dat deze nuancering voor de Commissie volstaat om onze tekst te aanvaarden en het akkoord dat we via onderhandelingen bereikt hebben, onverminderd als geldig te beschouwen.
Ivo Strejček (PPE-DE). - (CS) Voorzitter, ik wil nog even terugkomen op het verslag van de heer Corbett. Ik neem aan dat in het rumoer dat door het vertrek van een aantal afgevaardigden uit deze zaal werd veroorzaakt, mijn verzoek om een stemverklaring verloren is gegaan. Daarom graag enkele woorden gewijd aan het fenomeen comitologie. Evenals mijn collega’s van de Tsjechische ODS-partij heb ik tegen dit verslag gestemd, en wel omdat we het stuk nogal omstreden vinden, omdat het meer bevoegdheden van de nationale staten overdraagt aan de Commissie. Het dunkt ons dat de Franse en Nederlandse kiezers de Europese instellingen een duidelijk te verstaan signaal hebben gegeven over wat zij op het vlak van de overdracht van dit soort bevoegdheden aan de Europese Commissie wel en niet wensen. En wij denken niet dat hun beslissing via de achterdeur omzeild dient te worden.
David Martin (PSE), schriftelijk. (EN) In 1993 werden aan het Parlement en de Raad volgens een nieuwe medebeslissingsprocedure wetgevingsbevoegdheden verleend op voet van (bijna volledige) gelijkheid. Het Parlement was van mening dat medebeslissingsbepalingen waarbij de Raad en het Parlement gezamenlijk uitvoeringsmaatregelen kunnen delegeren, inhield dat ze beide betrokken zouden zijn bij de bepaling van de procedures om gedelegeerde bevoegdheden uit te voeren en dat ze gelijke rechten zouden hebben in verband met intrekking of terugroeping. De Raad stelde echter dat artikel 202 van het EG-Verdrag onveranderd bleef, waardoor de Raad (alleen) het systeem voor uitvoeringsbevoegdheden kan bepalen.
De grote stap vooruit die het Parlement nu kan maken als resultaat van de onderhandelingen met de Raad en de Commissie, is dat het Parlement de aanneming van "quasi-wetgevende" uitvoeringsmaatregelen waartegen het bezwaar heeft, zal kunnen tegenhouden. Als het dat doet, kan de Commissie een nieuw voorstel of wetsontwerp opstellen.
Ik neem met voldoening kennis van dit verslag omdat het de bevoegdheden van het Europees Parlement uitbreidt en deze instelling in staat stelt nog effectiever en democratischer te werk te gaan.
Bruno Gollnisch (NI) , schriftelijk. – (FR) Moeten we blij of juist bezorgd zijn over het akkoord dat de Raad, het Parlement en de Commissie hebben bereikt over de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden?
We mogen blij zijn met het inperken, al is het maar een beetje, van de buitensporige en voor een democratie ongekende macht, die de ambtenaren in Brussel vrijwel in staat stelt wetgevende handelingen te wijzigen zonder de wetgever te raadplegen.
Er zijn echter ook talloze redenen om bezorgd te zijn. De eerste is dat we eens te meer geconfronteerd worden met het grootste manco van de Europese institutionele structuur: de instelling met de minste legitimiteit – de Commissie – heeft de meeste macht. De tweede is dat de Europese wetgeving er niet bepaald eenvoudiger op wordt. Het initiatief “beter wetgeven”, waarover het Parlement vorige maand voor de zoveelste keer heeft gedebatteerd, de stekelige kwestie van de “eurocratie”, is duidelijk niet meer dan schone schijn. De derde reden is dat dit akkoord uitvoering geeft – weliswaar gedeeltelijk maar daarom niet minder concreet – aan een bepaling uit de Europese Grondwet, een document dat, zoals we hier tot vervelens toe moeten herhalen, afgedaan heeft sinds twee Europese volken het per referendum massaal hebben verworpen.
De beste manier om de macht van de Commissie in te perken is door de Verdragen te herzien en te bouwen aan een federaal Europa, dat deze instelling in haar huidige vorm niet nodig heeft.
Alexander Alvaro (ALDE), schriftelijk. (EN) De ALDE-Fractie voelt zich helaas genoopt om bij de eindstemming over dit verslag zich van stemming te onthouden. Nu het verzoek van onze fractie tot uitstel van de stemming is afgewezen, vinden wij de aanneming van dit verslag prematuur zolang er nog vraagtekens bestaan over het recente SWIFT-schandaal. Het onderhavige wetgevingsvoorstel moet worden aangenomen op basis van een internationale overeenkomst (FATF) die zowel de EU als de VS hebben ondertekend. Alvorens de EU stappen onderneemt ter naleving van haar deel van de overeenkomst, moet eerst opheldering worden verschaft over het standpunt van de VS. Een andere voorwaarde voor aanneming is dat de ECB en de nationale centrale banken duidelijkheid moeten scheppen.
Gezien de toenemende bezorgdheid over de burgerrechten en bescherming van persoonsgegevens van EU-burgers vindt de ALDE-Fractie dat er meer garanties nodig zijn op dit gebied. Wij wijzen erop dat er in de afgelopen jaren tal van veiligheidsmaatregelen zijn getroffen terwijl maatregelen ter versterking van de burgerrechten en de privacy op de lange baan zijn geschoven. Bovendien vindt de besluitvorming dienaangaande grotendeels plaats zonder parlementaire controle van enige betekenis of juridische toetsing. De kwestie-SWIFT doet twijfels rijzen over de toereikendheid van de instrumenten voor gegevensbescherming in de EU. Er moet eerst een fundamenteel debat worden gehouden.
Carlos Coelho (PPE-DE), schriftelijk. – (PT) De afgelopen tien jaar is het aantal terroristische aanslagen over de gehele wereld sterk toegenomen. De bestrijding van deze gesel is daarom in Europa en de rest van de wereld één van de belangrijkste prioriteiten geworden.
Dit voorstel maakt deel uit van een reeks maatregelen die de Unie heeft genomen om financiële en andere economische hulpmiddelen voor terroristen moeilijker toegankelijker te maken. Het heeft ten doel de speciale aanbeveling nr. VII van de Financiële Actiegroep inzake elektronisch betalingsverkeer om te zetten in Europese wetgeving.
Dit voorstel is gericht op de autoriteiten die belast zijn met het bestrijden van het witwassen van geld en de financiering van het terrorisme. Er wordt nu een aantal regels vastgelegd met betrekking tot de verplichting om informatie te verschaffen over degene die opdracht geeft tot het overmaken van middelen.
Dit zal een nuttige en doeltreffende maatregel zijn bij de preventie van terroristische activiteiten en de opsporing en vervolging van terroristen en andere misdadigers en bij het traceren van hun financiële middelen.
Ik ben het eens met de voorgestelde uitzonderingen; op die manier kunnen we rekening houden met de specifieke eigenschappen van de betalingssystemen in de verschillende lidstaten.
Ik steun ook de stelling van de heer Brejc dat het van fundamenteel belang is dat er een sunset clause wordt goedgekeurd, waarin wordt vastgelegd dat de verordening na vijf jaar buiten werking wordt gesteld als dan blijkt dat ze niet doeltreffend is. Ook het akkoord tussen de heer Brejc en de rapporteur kan op mijn instemming rekenen.
Lena Ek (ALDE), schriftelijk. (EN) Wij onthouden ons van stemming, omdat dit verslag het Parlement opzadelt met een onoplosbaar dilemma. Enerzijds voorziet het in de implementatie van een internationaal verdrag en zou een tegenstem alleen maar het standpunt van de Commissie versterken. Anderzijds kunnen wij geen steun verlenen aan de invoering van almaar meer wetgeving die inbreuk maakt op de privacy zonder dat daar bewijs tegenover wordt gesteld dat massaal toezicht op onschuldige burgers de veiligheid vergroot of een bijdrage levert aan het voorkomen van terreurdaden. Het is gebleken dat geldstromen voor de financiering van terrorisme steeds vaker langs geheime wegen verlopen, waarbij contant geld door koeriers wordt overgebracht.
Welke stappen ook worden ondernomen ter bescherming van de privacy, de verleiding voor autoriteiten om gegevens voor andere doeleinden te gebruiken is groot en er is nog steeds geen register uitgevonden waaruit geen informatie kan lekken.
Voorts zal de bevordering van democratie en mensenrechten gericht op ondemocratische regimes gevolgen hebben voor NGO's en daar zijn wij uiterst bezorgd over. Een uitgebreid register zal hun activiteiten ongetwijfeld belemmeren, hoezeer ook wordt beweerd dat het niet voor oneigenlijke redenen zal worden gebruikt.
Daarnaast dringen wij er bij het Parlement op aan een debat te entameren over een alomvattend beleid ter bescherming van de privacy en vrijheden van de burgers. De huidige koers, waarbij deze vrijheden stap voor stap worden ingeleverd, moet worden losgelaten.
Pedro Guerreiro (GUE/NGL), schriftelijk. – (PT) Dit amendement op het Financieel Reglement is bedoeld om de regels voor externe contracten en subsidies te vereenvoudigen en transparanter te maken. De tekst zoals die er nu uitziet is niet goed gestructureerd en weinig doorzichtig, zodat eventuele gebruikers interpretatieproblemen zullen ondervinden.
Het gaat hier overigens om een bureaucratische verzameling regels, waarvan de precieze betekenis slechts bij een gering aantal personen binnen de DG's van de Commissie bekend is en die hoge kosten meebrengt voor de dienstverleners en organisaties die voor een subsidie in aanmerking willen komen. Veel micro-ondernemingen, KMO's en kleinere verenigingen, instellingen of NGO's zijn daarom praktisch gezien van deelname uitgesloten.
Daar komt bij dat de Commissie in dezen beslissingsbevoegdheid heeft. Er zijn maar heel weinig ondernemingen en organisaties – en dat zijn altijd dezelfde – die precies weten hoe de procedure functioneert, wat uiteindelijk tot gevolg heeft dat politieke overwegingen bepalen wie wel en wie geen steun ontvangt.
Zoals de Rekenkamer aangeeft gaat deze hervorming niet ver genoeg om de procedure te vereenvoudigen en de lasten te verlichten, noch voor de Commissie noch voor eventuele gebruikers. De voorstellen van het Europees Parlement brengen enige verbetering in de situatie, maar volstaan niet om de dringend gewenste algemene herziening van het Financieel Reglement op dit gebied te realiseren.
Frank Vanhecke (NI). – Voorzitter, ik heb in het dossier over wederzijdse informatie inzake asiel en immigratie in het verleden reeds enkele vragen gesteld aan commissaris Frattini, omdat ik me afvraag wat de reële toegevoegde waarde is van dit systeem in de strijd tegen de illegale immigratie. Ik zeg niet dat het een slechte zaak is, maar ik denk wel dat het een pleister op een houten been blijft.
Het echte probleem is immers dat de regularisatiepolitiek van Italië, van Spanje, van België, heeft geleid tot een toestroom van honderdduizenden nieuwe economische gelukszoekers die zich door onze opengrenzenpolitiek zonder problemen over heel Europa verspreiden. Indien de Europese Unie echt de intentie heeft om het probleem van de illegale immigratie aan te pakken, dan moet men beginnen bij het begin. Een volstrekte afwijzing van de nefaste regularisaties is vanzelfsprekend het enige middel om het afzuigeffect van die politiek te neutraliseren, daarna onmiddellijk gevolgd door een consequente terugkeerpolitiek voor alle illegale en criminele vreemdelingen.
Martine Roure (PSE), schriftelijk. – (FR) Wij moeten een echt gemeenschappelijk asiel- en immigratiebeleid tot stand brengen. Het is cruciaal voor de Unie om procedures in te stellen voor de uitwisseling van informatie tussen de lidstaten.
Wanneer de lidstaten elkaars wetgeving beter kennen en regelmatig hun beste praktijken uitwisselen, zullen ze namelijk beter in staat zijn te bepalen op welke terreinen Europese wetgeving noodzakelijk is en zo een voor iedereen aanvaardbaar akkoord te bereiken.
Het zou simplistisch en onjuist zijn om te zeggen dat de lidstaten met dit instrument regularisaties zouden kunnen verbieden. Regularisaties zijn in bepaalde nationale contexten noodzakelijk. Door informatie uit te wisselen over deze maatregelen zouden deze dan ook op meer begrip kunnen rekenen. Het strenger optreden tegen legale immigratie kan overigens tot gevolg hebben dat immigratiestromen omgeleid worden naar een andere lidstaat. Een dergelijk strenger optreden moet dientengevolge eveneens worden gerapporteerd.
- Wijziging van het protocol betreffende de voorrechten en immuniteiten (B6-0275/2006/rev)
Bruno Gollnisch (NI). – (FR) Mijnheer de Voorzitter, de heer Gargani heeft gelijk om te eisen dat het Parlement wordt geraadpleegd over de herziening van het Protocol betreffende de voorrechten en immuniteiten. Hij heeft ook gelijk om in zijn verslag te eisen dat het Europees Parlement het recht krijgt om bij het Hof van Justitie in beroep te gaan wanneer lidstaten zich niets gelegen laten liggen aan de immuniteiten van afgevaardigden, die werden ingesteld om de rechten van het Parlement te waarborgen en in het bijzonder om afgevaardigden te beschermen tegen rechtsvorderingen die een vijandige uitvoerende macht eventueel zou kunnen instellen via een gemachtigde aanklager. Vooral na het verraad – daarmee is niets te veel gezegd – door het Franse Hof van Cassatie in de zaak van onze oud-collega, de heer Marchiani.
Maar dan moet de Commissie juridische zaken zelf ook het fundamenteel recht eerbiedigen, en een verzoek om bescherming van parlementaire immuniteit niet beoordelen op een eenduidig verkeerde grondslag – in dit geval artikel 9 – terwijl artikel 10 van toepassing is. De commissie zou dezelfde jurisprudentie moeten hanteren om de vrijheid van meningsuiting te verdedigen wanneer er overduidelijk sprake is van fumus persecutionis, zoals in mijn geval. Tot slot zou de Juridische dienst van het Parlement niet moeten proberen te tornen aan resoluties van het Europees Parlement of regels die dit heeft opgenomen in zijn eigen Reglement terwijl er nog een procedure loopt voor het Hof van Justitie.
- Economische en sociale gevolgen van de herstructurering van ondernemingen in Europa (B6-0383/2006)
Alexander Alvaro, Wolf Klinz, Silvana Koch-Mehrin, Holger Krahmer, Alexander Lambsdorff en Willem Schuth (ALDE), schriftelijk. - (DE) Mijnheer de Voorzitter, de afgevaardigden van de FDP hebben tegen de resolutie over de economische en sociale gevolgen van herstructureringen gestemd, omdat zij ervan overtuigd zijn dat de bedrijven in de Europese markteconomieën vrij moeten zijn van politieke druk bij hun besluiten ten aanzien van de locatie van hun productievestigingen. In onze gemeenschappelijk markt speelt concurrentie - ook tussen de regio’s - een doorslaggevende rol wat betreft de verdere ontwikkeling van het Europese ondernemingslandschap en de wijze waarop het zichzelf in stand kan houden. Politieke druk verhindert uiteindelijk immers het functioneren van de markt en mag om die reden niet worden toegepast om ondernemingen ervan af te houden te handelen op basis van hun eigen beslissingen.
Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk. – (PT) Wij hebben om volgende redenen tegen gestemd:
- er wordt nergens gewag gemaakt van solidariteit met de werknemers bij Opel/GM, inzonderheid de ruim 1 700 werknemers van de Opel-fabriek in Azambuja, Portugal, en hun gezinnen. Deze werknemers lopen de kans hun baan kwijt te raken, terwijl het management van GM volstrekt onverschillig staat tegenover de economische, sociale en regionale gevolgen van dit banenverlies. Dit standpunt is ons door rechts opgelegd, met de steun van de socialistische fractie in het Europees Parlement, die deze gemeenschappelijk resolutie mede heeft ondertekend;
- de resolutie geeft ondernemingen het recht om elke mogelijk beheersbeslissing te nemen die leidt tot economische groei van de onderneming, ongeacht de sociale gevolgen van zulke beslissingen;
- er wordt niets gezegd over de economische en sociale gevolgen van bedrijfsverplaatsingen. De motieven voor zulke verplaatsingen zijn bijna altijd dezelfde: besparen op de kosten en het behalen van een zo groot mogelijke winst. Overwegingen als economische haalbaarheid en productiviteit spelen bij deze beslissingen nauwelijks een rol. Bij de bedrijfsverplaatsingen wordt door het verhuizende bedrijf vaak niet aan de contractuele verplichtingen voldaan. Toch ontvangen diezelfde bedrijven dikwijls lokale, nationale of communautaire openbare steun, terwijl ze een spoor van werkloosheid achterlaten en zo de lokale economieën enorme schade toebrengen. Door bedrijfsverplaatsingen zijn het afgelopen jaar alleen al meer dan een half miljoen mensen in de Europese Unie werkloos geworden.
- deze resolutie gaat veel minder ver dan hetgeen we bereikt hebben in de in maart aangenomen resolutie over de gevolgen van bedrijfsverplaatsingen en herstructureringen voor de werkgelegenheid en regionale ontwikkeling.
Luís Queiró (PPE-DE), schriftelijk. – (PT) Het bedrijfsleven en de ondernemingsgeest zijn voor economische groei en ontwikkeling van vitaal belang. En het is ook waar dat we nu een periode van diepgaande economische verandering doormaken, als gevolg waarvan veel ondernemingen moeten herstructureren. Er spelen op dit punt echter ook nog twee andere belangrijke overwegingen mee waar we beslist niet omheen kunnen. Om te beginnen de sociale verantwoordelijkheid van ondernemingen. Daar komt bij dat bedrijven al hetgeen ze zijn overeengekomen moeten respecteren, zeker als ze voor bepaalde doeleinden steun of subsidie hebben ontvangen. De in dit verslag opgenomen overwegingen en voorstellen kunnen derhalve op mijn steun rekenen.
Ik geloof echter wel dat we in dit voorstel om een Europees Fonds voor aanpassing aan de mondialisering op te zetten, een aanleiding moeten zien om nu reeds aandacht te schenken aan de omvang van dit probleem. Dat kan ons aanzetten tot het vinden van verreikende oplossingen. De nu lopende herstructurering van de Europese ondernemingen – en dan in de eerste plaats binnen de industriesector – zal hopelijk positieve gevolgen teweegbrengen. Deze ontwikkelingen zullen echter ook negatieve consequenties hebben, zeker in de beginfase. Europa, de verschillende nationale regeringen en de Gemeenschapsinstellingen hebben de plicht om nú voorbereidingen op de nabije toekomst te treffen. Voornoemd Fonds volstaat niet. We zullen ook andere oplossingen moeten bedenken en investeren in andere mechanismen.
Marco Cappato (ALDE). - (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, wij steunen dit verslag en denken dat we in deze tekst iets moeten onderkennen dat een positief gegeven kan zijn: in plaats van dat het Europees Parlement voortdurend zit te vitten op de Verenigde Staten, begint het nu te kijken in hoeverre de legaliteit in de Europese Unie en de lidstaten wordt gerespecteerd. Maar al te dikwijls hebben wij immers in situaties van illegaliteit en misbruik – bijvoorbeeld bij de overdracht van persoonsgegevens, het vervoer van vliegtuigpassagiers – onze eigen illegaliteit, dat wil zeggen ons onvermogen om de regels zelf na te leven, achter die van de Verenigde Staten verstopt.
Het wordt tijd dat wij onze verantwoordelijkheid op ons nemen. Volgens mij is het verslag-Fava een eerste stap in die richting.
Philip Claeys (NI). – Voorzitter, ik heb tegen het verslag-Fava gestemd omdat het een typisch voorbeeld is van linkse vooringenomenheid. De besluiten van de Tijdelijke Commissie stonden al bij voorbaat vast. Alleen moesten er wat bewijzen gevonden worden.
Welnu, er zijn geen bewijzen gevonden van folterpraktijken of andere illegale activiteiten van de CIA in de Europese Unie. Vermoedens en aanwijzingen worden in dit verslag dus systematisch voorgesteld als feiten. Het is intellectueel oneerlijk.
Het typeert wel een bepaalde mentaliteit die in het Europees Parlement aanwezig is. Het mag hier toch wel eens openlijk gezegd worden dat een aantal collega's eigenlijk niet wil dat het terrorisme wordt aangepakt.
Petr Duchoň (PPE-DE). - (CS) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik wil bij deze mijn diepe teleurstelling uitspreken over de goedkeuring van het verslag van de heer Fava. En wel om in totaal vier verschillende redenen. Allereerst is het verslag gebaseerd op eenzijdige algemene informatie, en geenszins op nauwkeurig beschreven en door meerdere bronnen bevestigde feiten.
Ten tweede is het verslag inhoudelijk tegenstrijdig. Indien er onweerlegbare feiten bestaan die aantonen dat de CIA Europese landen heeft gebruikt bij het vervoer en wederrechtelijk vasthouden van gevangenen, dan dient het woord “verondersteld” uit de titel van het verslag te worden geschrapt. En omgekeerd. Als de rapporteur ondanks alle inspanningen van de leden van de Tijdelijke Commissie en andere betrokkenen in de titel van het verslag het woord “verondersteld” bezigt, dan erkent hij indirect dat de commissie niet in staat is geweest onwettelijke activiteiten te bewijzen.
Ten derde is het mogelijk dat mettertijd de illegaliteit van een aantal van de genoemde gevallen en misschien ook wel van een aantal nieuwe gevallen wordt aangetoond. Indien wij ons de omvang en de complexiteit van de strijd tegen het terrorisme realiseren dan zou ons dat niet mogen verbazen. Wat hier echter relevant is, is dat het dan gaan zou om geïsoleerde gevallen en geenszins om fouten van een bepaald systeem. Mensen die het gevoel hebben dat hun rechten zijn ingeperkt, hebben de mogelijkheid om gebruik te maken van goed werkende standaardmechanismen om hun rechten af te dwingen, inclusief de mogelijkheid van schadeloosstelling.
Ten vierde en tot slot zouden we bij onszelf te rade moeten gaan hoeveel tijd het Europees Parlement besteedt aan het onderzoek naar een verondersteld probleem en hoeveel tijd aan het werkelijke probleem, terrorisme. Met de goedkeuring van het verslag van de heer Fava stellen we ons bloot aan twijfels over de vraag of we überhaupt in staat zijn individuele problemen in de juiste verhoudingen te zien, en of we wel in staat zijn er op adequaat wijze op te reageren.
Hynek Fajmon (PPE-DE). - (CS) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, de afgevaardigden van de Tsjechische ODS-partij in dit Parlement hebben vandaag tijdens deze zitting eendrachtig geweigerd het interim-verslag over het vermeende gebruik van Europese landen door de CIA voor het vervoer en wederrechtelijk vasthouden van gevangenen dat door de rapporteur Fava is ingediend, te steunen. Naar onze mening is dit verslag gebaseerd op de huidige trend van anti-Amerikanisme die geen rekening houdt met de dreigingen van het internationale terrorisme. De Verenigde Staten van Amerika en hun bondgenoten, waaronder eveneens de Tsjechische Republiek, leggen reeds vijf jaar grote inspanningen aan de dag om deze dreiging uit de weg te ruimen. Sinds 2001 zijn we getuige geweest van terroristische aanslagen in de Verenigde Staten, Groot-Brittannië, Spanje en vele andere landen. Dit is een reëel gevaar en in het verslag van de heer Fava wordt volledig voorbij gegaan aan de noodzaak hier tegen te strijden. Ook wordt in het verslag het feit genegeerd dat het juist dankzij de gezamenlijke aanpak van de Verenigde Staten en hun bondgenoten in Europa mogelijk is geweest om het internationale terrorisme in grote mate in te dammen en zo bij te dragen aan een grotere veiligheid van de burgers in Europa. In plaats daarvan richt het verslag zich op een aantal slecht gedocumenteerde gevallen van twijfelachtig handelen door de veiligheidsdiensten van de Verenigde Staten en hun bondgenoten en trekt het daaruit verregaande conclusies. De afgevaardigden van de ODS-partij uit de Tsjechische Republiek kunnen een zodanige handelswijze onmogelijk met hun stem steunen.
Jas Gawronski (PPE-DE). - (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, het verslag-Fava dat wij vandaag aangenomen hebben, ook al zijn een paar van onze amendementen niet geaccepteerd, blijft partijdig, eenzijdig en doordrenkt van vooroordelen. In dit verslag worden dingen beweerd die nergens op gegrond zijn.
Deze tekst is qua inhoud eenzijdig en is zelfs strijdig met het standpunt dat de Italiaanse regering ter zake huldigt. Premier Prodi heeft zelfs in een officieel communiqué ontkend wat de heer Fava over de kwestie Abu Omar zegt. Terwijl de heer Fava een amendement van mij verwierp waarin ik had gesteld dat er geen bewijzen zijn over de betrokkenheid van de regering en de Italiaanse geheime diensten, heeft het bureau van de premier gisterenavond bevestigd vertrouwen te hebben in onze geheime diensten.
De houding van de heer Fava toont dat de linkse partijen in Italië te kwader trouw zijn. Zij houden vast aan hun achterhaalde anti-Amerikaanse houding en blijven de Europese instellingen voor hun karretje spannen om hun tegenstanders te belagen.
James Hugh Allister (NI), schriftelijk. (EN) Ik heb tegen de uitbreiding van het mandaat gestemd die erin voorziet dat de commissie van de heer Fava het onderzoek naar de zogeheten "buitengewone uitlevering" kan voortzetten, omdat zij vooralsnog niet afdoende duidelijk heeft kunnen maken waarom voortzetting daarvan gerechtvaardigd zou zijn. Beter gezegd, deze commissie wordt gebruikt als vehikel voor het ventileren van rabiaat antiamerikanisme, toont zich bereid tot selectieve kletspraat en gaat uit van een vermoeden van schuld van de CIA.
Gerard Batten, Roger Knapman en Thomas Wise (IND/DEM), schriftelijk. (EN) De UKIP heeft vóór amendement 13 gestemd, omdat hierin wordt benadrukt dat de hoge commissaris van de EU en de hoge vertegenwoordiger van de EU niet bevoegd zijn om ter zake van deze aangelegenheid de lidstaten om informatie te verzoeken. De UKIP is tegen deze functies en het gezag uit hoofde daarvan. De partij neemt dan ook met voldoening kennis van de bevestiging dat hun bevoegdheden worden ingeperkt.
Pedro Guerreiro (GUE/NGL), schriftelijk. – (PT) Dit verslag bevat een aantal positieve elementen. Het bevestigt wat we allang wisten en wat we al geruime tijd veroordelen – dat de CIA en andere diensten in de VS "direct verantwoordelijk zijn geweest voor de illegale gevangenneming, verwijdering, kidnapping en opsluiting van burgers" (daar wordt eufemistisch naar verwezen als "buitengewone uitlevering"). Ze werken bovendien mee aan het overbrengen van burgers naar derde landen, waar deze bij hun ondervraging kunnen worden gemarteld, hetgeen een ernstige schending inhoudt van de mensenrechten en het internationaal recht.
In dit verslag wordt het – onder andere – "onwaarschijnlijk" genoemd dat Europese regeringen niet van deze criminele activiteiten op de hoogte waren en "hoogst onwaarschijnlijk" dat er in het luchtruim boven een aantal EU-landen honderden vluchten hebben plaatsgevonden zonder dat de bevoegde autoriteiten daar weet van hadden.
Dit verslag zou ertoe moeten bijdragen dat men nu inziet wat termen als "preventieve oorlog" en "strijd tegen het terrorisme" eigenlijk betekenen. Het zijn termen die door de VS en hun bondgenoten worden gebruikt om hun aanvallen op de bevolking en de soevereiniteit van landen en de daarmee gepaard gaande schendingen van de mensenrechten en het internationale recht te verhullen.
Het verslag zou er ook toe moeten bijdragen dat precies wordt uitgezocht wat er gebeurd is en wie verantwoordelijk is. Van belang is vooral dat bekend wordt wat de inhoud is van de overeenkomsten die bij de NAVO en tussen de EU en de VS over dit onderwerp zijn gesloten. We moeten verder garanderen dat de nationale parlementen zelf een onderzoek kunnen instellen.
Jean Lambert (Verts/ALE), schriftelijk. (EN) Ik heb vóór dit verslag gestemd, omdat ik het een grote en praktische stap voorwaarts vind in de manier waarop het Europees Parlement thans ernstige mensenrechtenschendingen binnen de EU-grenzen en de betrekkingen met de VS wil aanpakken. Wij kunnen niet zomaar genoegen nemen met garanties van bevriende regeringen wat betreft een verbod op foltering en wrede en vernederende behandelingen. Het is onze verantwoordelijkheid te verzekeren dat wij en onze bondgenoten de regels van het internationaal recht naleven. In politieke termen, wij moeten terstond onderzoeken of de EU en haar lidstaten beschikken over de nodige instrumenten om de waarheid te achterhalen over wat er allemaal op ons grondgebied en in onze naam gebeurt, en over de juiste middelen om onze burgers en ingezetenen te beschermen. De parlementaire meerderheid voor de voortzetting van het werk van deze Tijdelijke Commissie heeft me verheugd.
Astrid Lulling (PPE-DE) , schriftelijk. – (FR) Ik heb me onthouden van stemming over de ontwerpresolutie van de Tijdelijke Commissie over het veronderstelde gebruik van Europese landen voor gevangenenvervoer en wederrechtelijke gevangenhouding door de CIA.
Allereerst vind ik dat deze Tijdelijke Commissie helemaal niet ingesteld had hoeven te worden gezien het feit dat de Raad van Europa een onderzoek heeft uitgevoerd naar deze zaak, op grond van artikel 52 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens. Waarom dubbel werk doen? Waarom beknibbelen op de bevoegdheden en de verantwoordelijkheden van de Raad van Europa?
Waarom zouden we een premier, ook al is hij premier van een klein land, de taak geven om een uitgebreid verslag op te stellen over de samenwerking tussen het Europees Parlement en de Raad van Europa wanneer we bij de eerste de beste gelegenheid onze tijd verdoen met het opstellen van een resolutie die kennelijk alleen tot doel heeft onszelf te buiten te gaan aan radicaal antiamerikanisme?
Ik sluit me aan bij het oordeel van de minderheid die van mening is dat deze Tijdelijke Commissie, die tot op heden geen enkel bevestigend bewijs heeft kunnen aandragen voor de vermeende schendingen van het Europees en internationaal recht door de lidstaten van de Europese Unie, overbodig is en haar werkzaamheden zou moeten staken.
Erik Meijer (GUE/NGL), schriftelijk. Gisteren waren in het plenaire debat over de Amerikaanse geheime transporten en geheime gevangenenkampen twee sterk botsende visies te horen. Sommige regeringen maken de vrijheidsrechten van de mensen ondergeschikt aan de strijd tegen iedereen die afwijkt en die daarom verdacht zou kunnen worden van terrorisme. Wie zo denkt heeft de illusie dat vrijheid en democratie kunnen worden beschermd door ze in te perken of zelfs af te schaffen. Die stroming voelt zich nauw verbonden met de VS, en vooral met de huidige Amerikaanse regeringspolitiek, die heeft geleid tot het bezetten van Iran en Afghanistan en tot het gedogen van de onleefbare toestand in de door Israël bezette Palestijnse gebieden.
Die aanpak wijs ik volstrekt af. Men kan terrorisme niet bestrijden als men de voedingsbodem ervoor alleen maar vergroot, in plaats van hem zoveel mogelijk weg te nemen. Een dergelijk aanpak kweekt alleen maar steeds meer nieuwe wanhopige mensen, die kunnen gaan sympathiseren met terroristische heethoofden die zeggen dat zij de beste oplossing weten om de leefsituatie te verbeteren.
Het is een grove schending van de mensenrechten die zich hier recht voor onze ogen afspeelt. Individuele vrijheiden van mensen tellen blijkbaar niet meer in de strijd tegen terrorisme. De EU-lidstaten moeten hun medeplichtigheid erkennen.
Claude Moraes (PSE), schriftelijk. (EN) De EPLP zal vóór het verslag-Fava stemmen, omdat wij van mening zijn dat het voor het Europees Parlement belangrijk blijft om het onderzoek voort te zetten naar verondersteld gebruik door de CIA van Europese landen voor het vermeende vervoer en illegaal vasthouden van gevangenen.
Het interim-verslag is om twee redenen belangrijk. Om te beginnen worden de leden van het Parlement, in tegenstelling tot leden van de Raad van Europa, rechtstreeks gekozen en zijn zij verantwoording verschuldigd aan de kiezers. We doen namens hen onderzoek naar allerlei zaken en kunnen geen beweringen naast ons neerleggen waaruit mogelijk blijkt dat lidstaten hun verplichtingen ingevolge artikel 6 van het EU-Verdrag, waarin de basisbeginselen van de democratie, mensenrechten en eerbiediging van de rechtsstaat zijn vastgelegd, niet zijn nagekomen. Het Europees Parlement is de enige instelling die sancties kan opleggen aan lidstaten die inbreuk plegen op deze verplichtingen voortvloeiend uit het Verdrag. Voorts is het verslag van het Parlement belangrijk, omdat de Tijdelijke Commissie, in tegenstelling tot de Raad van Europa, getuigen mocht oproepen die een verklaring aflegden. De commissie heeft kennis genomen van sterke persoonlijke getuigenverklaringen, die het verslag hebben voorzien van overtuigend bewijs.
Athanasios Pafilis (GUE/NGL), schriftelijk. - (EL) Het interim-verslag over de activiteiten van de CIA, met ontvoeringen, ondervragingen en folteringen in Europese landen, bevestigt de onthullingen van bepaalde organisaties en media.
De ophef die daardoor werd veroorzaakt, dwong conservatieve, socialistische krachten om een onderzoekscommissie in te stellen en bekende feiten officieel te erkennen, zodat zij in de ogen van de mensen de onschuld zelf kunnen spelen en hen om de tuin kunnen leiden wat de rol van de EU betreft.
De Europese afgevaardigden van de Communistische Partij van Griekenland hebben zich van stemming onthouden. Zij weigeren deel te nemen aan dit absurde toneel in het Europees Parlement, omdat er in Athene een overeenkomst is ondertekend tussen de EU en de VS op grond waarvan de CIA straffeloos mag optreden. De krachten die deze overeenkomst steunden, “protesteren” nu wegens de resultaten daarvan.
De regeringen van de lidstaten, de centrumrechtse en centrumlinkse regeringen, waren op de hoogte van dit ongebreideld optreden van de CIA en hebben daaraan deelgenomen. De afgevaardigden van de partijen die deze regeringen steunden, stellen ze nu aan de kaak, maar in feite houden zij de mensen voor de gek.
Conservatieven en sociaaldemocraten hebben zich geschaard achter de “antiterreurcampagne” van de VS; zij hebben ingestemd met de “preventieve oorlog”, met de beknotting van de volksvrijheden en de democratische rechten en wassen nu als Pontius Pilatus hun handen in onschuld.
Geen enkel verslag van het Europees Parlement kan als wasmachine fungeren voor de politieke verantwoordelijkheden van de partijen die het imperialisme steunen. De mensen koesteren geen enkele illusie dat de terroristische VS-EU-acties zullen ophouden. Ze zullen veeleer toenemen naarmate de anti-imperialistische volksbeweging sterker wordt en de machtsverhouding zal veranderen.
Luís Queiró (PPE-DE), schriftelijk. – (PT) Het onderwerp van dit verslag mag zeker niet lichtvaardig worden benaderd. De mensenrechten en de bestrijding van het terrorisme – alsook de betrekkingen met onze belangrijkste bondgenoot – moeten kunnen rekenen op onze bijzondere aandacht. Uit dit interim-verslag blijkt dat er een aantal niet opgehelderde twijfels en verdenkingen bestaan en dat een aantal entiteiten tegenstrijdige verklaringen heeft afgegeven. Het is dus van belang dat de commissie haar werk voortzet, maar het is onredelijk om veronderstellingen als conclusies te presenteren.
Ernstiger is dat bepaalde amendementen zijn verworpen. Die amendementen waren erop gericht in het verslag ook een aantal relevante gegevens op te nemen die de genoemde beschuldigingen en verdachtmakingen lijken te ontkrachten. Dat wijst erop dat het verlangen een bondgenoot tegen de haren in te strijken sterker is dan het verlangen de waarheid te achterhalen. Ik weiger hieraan mee te werken: daar is het Europees Parlement niet voor. De buitenlandse betrekkingen van de EU kunnen niet op een dergelijke basis worden onderhouden. Ik erken dat de Europese landen en onze bondgenoten fouten kunnen maken en daarbij het recht schenden. Dat moet worden achterhaald en de schuldigen moeten worden gestraft. Ik weiger evenwel te beschuldigen zonder ook een onderzoek in te stellen en te veroordelen zonder eerst het bewijs te leveren.
Charles Tannock (PPE-DE), schriftelijk. (EN) Mijn Britse collega's van de Conservatieven en ik kunnen het verslag-Fava niet ondersteunen. Het verslag staat namelijk bol van de beschuldigingen maar de bewijsvoering is dun. Wij waren van meet af aan gekant tegen de TDIP-onderzoekscommissie en vinden deze exercitie een verspilling van geld, omdat het werk van senator Marty van de Raad van Europa wordt overgedaan.
Bovendien is er geen enkel bewijs voor het bestaan van CIA-detentiekampen in Roemenië of Polen, noch geloof ik dat er een systematisch beleid van de VS is voor buitengewone uitleveringen om ontvoerden te martelen in derde landen.
John Whittaker (IND/DEM), schriftelijk. (EN) De UKIP (de Britse delegatie in de IND/DEM-Fractie) heeft vóór amendement 13 gestemd, omdat hierin wordt benadrukt dat de hoge commissaris en hoge vertegenwoordiger van de EU niet bevoegd zijn om ter zake van deze aangelegenheid de regeringen van lidstaten om informatie te verzoeken.
De UKIP was gekant tegen de vaststelling van deze functies en erkent het gezag uit hoofde daarvan niet. De partij neemt dan ook met voldoening kennis van de bevestiging dat hun bevoegdheden enigszins worden ingeperkt.
- Het onderscheppen van gegevens van bankoverschrijvingen uit het SWIFT-systeem door de Amerikaanse geheime diensten (B6-0386/2006)
Marco Cappato (ALDE). - (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren. Bankoverschrijvingen in het buitenland komen in feite neer op handelstransacties en de persoonsgegevens die daaruit voortvloeien, mogen niet systematisch gebruikt worden voor veiligheidsdoeleinden.
Ik bevestig mijn steun aan deze resolutie, maar ik wil wel benadrukken dat hier niet alleen sprake is van een probleem van illegale overheveling van persoonsgegevens naar een derde land: er is ook een probleem van gebruik van gegevens die voor een commercieel oogmerk verzameld zijn, maar voor veiligheidsdoelstellingen worden ingezet.
Volgens het Europees Hof van de mensenrechten is hier sprake van een allesomvattend toezicht. Dit druist in tegen de Europese richtlijnen en tegen de wetgeving van de lidstaten, en mede daarom steunen wij het SWIFT-verslag.
Gérard Deprez en Frédérique Ries (ALDE), schriftelijk. – (FR) Wij hebben vóór de resolutie van de Europese Volkspartij (Christen-democraten) en Europese Democraten gestemd, maar tegen de gezamenlijke resolutie betreffende de SWIFT-affaire vanwege onevenwichtigheid die niet kan worden rechtgezet door een reeks amendementen.
We weten allemaal hoe moeilijk het is de cruciale prioriteiten van de strijd tegen het terrorisme en de net zo wezenlijke bescherming van onze individuele vrijheden met elkaar te verzoenen. Het debat is onophoudelijk beïnvloed door berichten over de detentieomstandigheden in Guantánamo, de zaak van de geheime CIA-vluchten, de detentiecentra in Europa, en nu dan de SWIFT-affaire. Het is lastig om te weten waar de grens ligt, maar dit is een cruciaal debat in een wereld waar het terrorisme geen grenzen meer kent.
In België is een onderzoek ingesteld om na te gaan of onze wetten inzake gegevensbescherming hiaten vertonen. Wij denken niet dat deze rancuneuze resolutie – ronduit anti-Amerikaans qua vorm, kinderlijk naïef qua inhoud (4 en 13: wat een briljant idee - de geheime diensten moeten hun activiteiten openbaar maken!) en vaak onleesbaar – het beeld dat de Europese burger van ons heeft zal verbeteren. We hadden ons verzoek om opheldering over een eventuele overtreding op andere manieren kenbaar kunnen maken, zonder ook maar een millimeter toe te geven aan mensen wier ideologie indruist tegen onze waarden.
Pedro Guerreiro (GUE/NGL), schriftelijk. – (PT) We zijn het met een aantal aspecten van deze resolutie niet eens, maar ze kan er volgens ons wel toe bijdragen dat duidelijk wordt wat de "strijd tegen het terrorisme" en de ermee samenhangende overdreven veiligheidsmanie werkelijk inhouden.
In het kader van het "programma voor het opsporen van de financiering van terrorisme" is de VS er via geheime afspraken in geslaagd toegang te verkrijgen tot alle financiële gegevens die zijn opgeslagen bij de Society for Worldwide Interbank Financial Telecommunications (SWIFT), een vennootschap waarbij meer dan 8000 handelsbanken uit 200 landen alsook de Europese Centrale Bank zijn aangesloten.
De VS hebben aldus toegang tot een enorme hoeveelheid bankgegevens over transacties en overmakingen van burgers en ondernemingen over de gehele wereld. Toegang tot dit soort informatie is volgens de wettelijke procedures voor databescherming niet toegestaan. Daarvoor ontbreekt elke rechtsgrond, hetgeen betekent dat hier sprake is van een schending van de grondrechten van de burgers en de soevereine verantwoordelijkheid die landen met betrekking tot de bescherming van hun burgers hebben.
De waarheid zal dus aan het licht moeten worden gebracht. Er zal uitgezocht moeten worden wie voor deze toestand verantwoordelijk is. Daarbij zal ook moeten worden gekeken naar de rol die de Europese Centrale Bank in deze affaire heeft gespeeld.
Het gaat hier niet om een geïsoleerd incident – het is opnieuw niet meer dan het topje van de ijsberg die symbool staat voor deze veiligheidsmanie die de grondrechten en vrijheden van de burgers ondermijnt.
Athanasios Pafilis (GUE/NGL), schriftelijk. - (EL) Het feit dat de VS de rekeningen van miljoenen mensen in de gaten houden, met instemming van de EU en de regeringen van de lidstaten, toont aan hoever de zogenaamde antiterreurcampagne gaat en wat de doelstellingen daarvan zijn. Dit alles maakt deelt uit van een mondiale en geïntegreerde strategie van de imperialisten, die dossiers met persoonsgegevens aanleggen om degenen die zich tegen hen verzetten te kunnen controleren, chanteren en terroriseren.
Daarmee wordt ook de rol onthuld van allerlei banken, particuliere en staatsbedrijven van de kapitalistische landen en de ECB, die zelfs hun eigen regels overtreden als zij daarmee de meer algemene belangen van het systeem kunnen dienen.
De resoluties en oproepen tot “bescherming van het privéleven van de burgers” en “een evenwicht tussen de strijd tegen het terrorisme en de mensenrechten” van de conservatieve en Sociaaldemocratische partijen die in de EU en de regeringen de overhand hebben, zijn een uiting van monumentale hypocrisie.
Zijzelf hebben deze overeenkomsten immers ondertekend. Hun provocatie gaat zelfs zover dat zij in dezelfde vergadering een verslag en ontwerpverordening hebben goedgekeurd waarmee de bank- en financiële transacties van alle burgers in de EU in de gaten gehouden worden.
De Europese afgevaardigden van de Communistische Partij van Griekenland hebben zich onthouden van stemming. Zij weigeren deel te nemen aan de pogingen om de mensen om de tuin te leiden en om de EU en de krachten die haar steunen voor heilig te verklaren. De Communistische Partij van Griekenland zal bijdragen aan de verdere onthulling van de rol van de EU, die zich steeds meer opwerpt als een toonbeeld van gevoeligheid en democratie, maar in feite steeds hardere, volksvijandige en antidemocratische maatregelen neemt, wel wetend dat het volksverzet toeneemt.
Frank Vanhecke (NI). – Voorzitter, hoewel in het verslag-Lambrinidis wordt gesteld dat de integratie in principe een tweerichtingsproces is, merk ik daar in de goedgekeurde tekst eigenlijk weinig of niets van. Integendeel. Het was weer hetzelfde liedje van heel veel rechten en heel weinig plichten.
De Europese lidstaten worden opnieuw opgeroepen om werk te maken van positieve discriminatie voor immigranten. Dat wil dus zeggen dat de autochtone mensen worden achteruitgesteld of gediscrimineerd. De immigranten moeten bovendien alle politieke rechten krijgen zonder zelfs maar de vraag te stellen of er van enige integratiebereidheid sprake is. Er wordt zelfs verwezen naar een stelling dat bepaalde culturele en religieuze gewoonten van vreemdelingen geen beletsel mogen zijn om van rechten te genieten of in de samenleving geïntegreerd te worden verklaard. Dit terwijl we allen toch zeer goed weten dat wat men omfloerst de zogenaamde culturele en religieuze gewoonten van de islam - want daar gaat het om - noemt, in feite volstrekt haaks staan op de verworvenheden en de rechten van onze Europese democratieën.
Om al deze en nog veel meer redenen heb ik het voorliggende verslag uiteraard niet goedgekeurd.
Philip Claeys (NI). – Voorzitter, ik heb tegen het verslag-Lambrinidis gestemd omdat het geen enkele oplossing brengt voor de problemen. Het is integendeel zelf een onderdeel van het probleem. De overweging bijvoorbeeld dat de 40 miljoen vreemdelingen in de Europese Unie kunnen beschouwd worden als een 26e lidstaat zegt in feite al genoeg. Voor de zoveelste keer worden de kiezers in Europa geculpabiliseerd en wordt er in bedekte termen gepleit voor nog maar eens een beperking van het recht op vrije meningsuiting.
Het verslag pleit voor de invoering van het vreemdelingenstemrecht en voor positieve discriminatie, met andere woorden voor de discriminatie van Europeanen ten gunste van vreemdelingen. Niet alleen wijst de praktijk uit dat dergelijke wereldvreemde maatregelen niet werken, er is ook geen democratisch draagvlak voor te vinden. Een dergelijk verslag is een zoveelste voorbeeld van het democratisch deficit in Europa en van Europese bemoeizucht die het vertrouwen van de Europeanen in de Europese Unie alleen maar verminderen.
Bruno Gollnisch (NI), schriftelijk. – (FR) Voorzover we nog bewijs nodig hadden voor de ondergang van de pro-Europese politieke pseudo-elite, voor de geestelijke verwarring waaraan deze ten prooi gevallen is, voor het verlies aan houvast en het ondersteboven keren van waarden, vinden we dat in het verslag van de heer Lambridinis. Wat hij voorstelt komt neer op een algehele, geïnstitutionaliseerde voorkeur voor alles wat van buiten Europa komt, en in zekere zin discriminatie van Europeanen op hun eigen bodem. Dit gaat in financieel opzicht gepaard met een soort Marshallplan voor wat hij noemt “het 26e land van de Unie”, en in politiek opzicht met het unilateraal toekennen van rechten die eigenlijk voorbehouden zouden moeten zijn aan de onderdanen van een land.
Wakker worden, mijnheer Lambridinis! Het officieel toelaten van 40 miljoen niet-Europese immigranten is het openzetten van de sluizen. De lidstaten trekken nu al jaarlijks honderden miljarden euro uit voor zogenaamd integratiebeleid dat overduidelijk faalt, de samenleving op kosten jaagt en hun economieën remt. Denk eens terug aan de etnische conflicten in het Verenigd Koninkrijk. Denk eens terug aan waarom Theo van Gogh vermoord werd. Denk eens terug aan de rellen in Frankrijk, waarin jongeren luidkeels hun afkeer kenbaar maakten van onze instellingen, van onze waarden en van alles waar we voor staan. De multiculturele samenlevingen die u tot stand wilt brengen, zijn vaatjes buskruit.
Miljoenen Europeanen zijn gedoemd tot werkloosheid, sociale en huisvestingsproblemen. Dat zijn de mensen om wie we ons in de eerste plaats moeten bekommeren.
Timothy Kirkhope (PPE-DE), schriftelijk. (EN) Mijn Britse collega's van de Conservatieven en ik zijn te spreken over de brede aanpak die de rapporteur heeft gekozen voor zijn verslag en prijzen de vele positieve en evenwichtige aspecten die erin zijn vervat ter bevordering van de integratie van immigranten in de Europese Unie.
Wij hechten er evenwel aan opnieuw te wijzen op de grote aandacht die de waarborging van het subsidiariteitsbeginsel verdient, dat in elk en ieder aspect op dit belangrijke beleidsterrein volledig moet worden geëerbiedigd.
Voorts zijn wij van mening dat het asielbeleid onder de bevoegdheid van de nationale regeringen moet blijven vallen. Wij geloven niet in een pan-Europese aanpak zoals die wordt verwoord in overweging L.
Om deze redenen hebben wij besloten ons van stemming over dit verslag te onthouden.
Carl Lang (NI), schriftelijk. – (FR) Europa telt momenteel circa vijftig miljoen immigranten, voor het merendeel afkomstig uit Afrika en Azië, en elk jaar komen er een à twee miljoen bij. De explosieve toename van etnisch geweld, de islamisering van veel van onze steden, het afbrokkelen van onze sociale zekerheidsstelsels, die bezwijken onder de last van deze nieuwkomers, zijn de ernstigste gevolgen van deze immigratie, die des te moeilijker te assimileren valt doordat de immigranten afkomstig zijn uit culturen die vreemd zijn aan onze beschaving.
De integratie die onze rapporteur voorstelt lost de problemen allesbehalve op, maar verergert ze juist. In Frankrijk werden bij de drie weken durende rellen in november 2005 tientallen gebouwen in de as gelegd die in het kader van dit beleid zijn verrezen, zoals gemeentelokalen, gymzalen en scholen. Andere voorstellen, zoals “politieke participatie onder immigranten bevorderen”, met andere woorden ze stemrecht geven, hetgeen de heer Sarkozy van plan is in Frankrijk, zullen onze samenlevingen alleen maar verder ontmantelen.
In plaats van een miljardenverslindende pseudo-integratie zouden onze regeringen een echt samenwerkingsbeleid moeten ontwikkelen met de emigratielanden, gebaseerd op reciprociteit, en daarnaast een grootschalige gezinscampagne op touw moeten zetten om het voortbestaan van onze landen te garanderen.
Sérgio Marques (PPE-DE), schriftelijk. – (PT) Ik wil de heer Lambrinidis graag gelukwensen met zijn uitstekende verslag over de strategieën en middelen voor de integratie van immigranten in de Europese Unie. Ik steun dit verslag.
Het is heel belangrijk dat de communautaire richtlijnen betreffende de integratie van immigranten op een doeltreffende wijze ten uitvoer worden gelegd.
De EU moet krachtig toezicht uitoefenen op zowel de omzetting van de richtlijnen over integratie als de doeltreffendheid van bestuurlijke praktijken waarmee de desbetreffende wetgeving in het dagelijks leven van immigranten ten uitvoer wordt gelegd.
Luís Queiró (PPE-DE), schriftelijk. – (PT) Ik ben het op een aantal punten met de rapporteur eens, maar dat wil niet zeggen dat ik het eens ben met al zijn voorstellen voor het oplossen van een van de belangrijkste problemen in de context van de immigratie: integratie.
Ik noem een aantal voorbeelden. De rapporteur stelt immigratie uit de toetredingslanden (en dan hebben we het in de eerste plaats over immigratie die reeds heeft plaatsgevonden) gelijk met immigratie uit andere landen. Die misvatting blijkt uit de conclusies. De rapporteur stelt – onterecht – dat de meer dan 40 miljoen ingezetenen uit derde landen tezamen een 26e lidstaat vormen (en nog wel de op vier na grootste). Hij pleit er verder voor – en dat idee is nu door de Confederale Fractie Europees Unitair Links verlaten – dat de lidstaten immigranten burgerschap verlenen, zonder daarbij te vermelden dat er op dit gebied om verschillende redenen verschillende regelingen gelden. Dat is een wel erg simplistische benadering van een erg gecompliceerd probleem.
Het feit dat er thans problemen bestaan bij de integratie van bepaalde immigrantengemeenschappen in de EU toont aan dat er geen enkel model bestaat dat werkelijk doeltreffend functioneert. Integratie werkt in twee richtingen. Het gastland (de autoriteiten en de burgers) moeten integratie mogelijk maken, maar de immigranten moeten wel willen integreren en daar iets voor doen. Wie dat weigert te erkennen, verschaft ammunitie aan extremisten aan beide zijden.
Frédérique Ries (ALDE), schriftelijk. – (FR) Immigratie is een te serieuze zaak om gewoonweg over te laten aan opiniepeilers of alleen tijdens landelijke verkiezingen hoog op de agenda te plaatsen. Immigratie is een gegeven: meer dan 40 miljoen mensen leven op het grondgebied van de Europese Unie, die heel wat moeite lijkt te hebben om haar activiteiten te coördineren. Europa moet snel een samenhangend en doeltreffend immigratiebeleid ontwikkelen. Het Finse voorzitterschap wil deze netelige kwestie verder helpen door het afschaffen van de binnen de Raad van ministers gehanteerde unanimiteitsregel, die elke vooruitgang op het nochtans cruciale terrein van justitiële en politiesamenwerking in de weg staat, om mensenhandel en illegale immigratie tegen te gaan.
Ik hoop echt dat dit Scandinavische streven gauw in de praktijk wordt gebracht, via de tenuitvoerlegging van een humaan en gemeenschappelijk asielbeleid, of doordat de 25 lidstaten samenwerken bij het toekennen van quota per lidstaat. Een andere probleem waarvoor we een oplossing moeten vinden is de integratie van de immigranten. Zoals het verslag-Lambrinidis benadrukt, heeft het Europa van 25 lidstaten nog heel wat werk aan de winkel om van deze integratie een succes te maken, voornamelijk op het gebied van werkgelegenheid, non-discriminatie, vrouwenonderwijs, talenonderwijs en politieke participatie. Als we dit probleem het hoofd weten te bieden, is dat een stap in de richting van maatschappelijke vrede.
Martine Roure (ALDE), schriftelijk. – (FR) Het Europese immigratiebeleid mag niet als enige doel hebben illegale immigratie tegen te gaan. Het is hoog tijd dat we een Europees beleid opstellen voor de integratie van onderdanen van derde landen.
De mededeling van de Commissie over een gemeenschappelijke agenda voor integratie is dan ook een belangrijke stap voorwaarts. En ook de oprichting van een Europees Fonds voor de integratie van onderdanen van derde landen past in dit plaatje. Migranten moeten direct profiteren van dit fonds, dat een betere participatie van migranten op alle niveaus van het educatieve, culturele en politieke leven mogelijk moet maken.
Wij moeten uitwisseling van de beste praktijken inzake het integratiebeleid van de lidstaten bevorderen om de weg te effenen voor een echt Europees integratiebeleid.
Ik schaar me overigens achter het voorstel van de rapporteur om snelle en humane procedures te hanteren bij het toekennen van langdurige verblijfsvergunningen, om gezinshereniging te bevorderen en om immigranten te naturaliseren die al geruime tijd in de Unie gevestigd zijn.
Georgios Toussas (GUE/NGL), schriftelijk. - (EL) De EU pakt het immigratievraagstuk uitsluitend aan in het kader van de Strategie van Lissabon en kijkt alleen naar de verhoging van het mededingingsvermogen van haar economie, met andere woorden naar de verhoging van de winst voor het Europees kapitaal. Daarom zijn haar verklaringen over de maatschappelijke integratie van de immigranten niet meer dan vrome wensen. Ze hebben geen enkele praktische uitwerking op de oplossing van de enorme problemen waarmee immigranten te kampen hebben. Veeleer zijn ze provocerende hypocrisie, aangezien de immigranten in heel de EU op de meest meedogenloze manier worden uitgebuit door het kapitaal: zij worden slecht betaald, ze zijn niet verzekerd, zij ontberen elementaire sociale en politieke rechten en zijn als het ware permanent gegijzelden binnen het reactionaire institutionele kader van de lidstaten en de EU die miljoenen immigranten als gevangenen in de illegaliteit houdt.
De Communistische Partij van Griekenland geeft steun aan de eisen van de immigranten: regularisatie, afschaffing van zwart en onverzekerd werk, hogere lonen en daglonen, gelijke beloning voor gelijkwaardig werk, beter, gratis openbaar onderwijs en gezondheidszorg en volledige politieke rechten voor allen. Voor de oplossing van hun problemen is er maar één weg: integratie in de klassenbeweging van de arbeiders, verzet en opvoering van de strijd tegen het volksvijandige beleid van de EU en de regeringen, die verantwoordelijk zijn voor de armoede en de ellende van de lokale en de geïmmigreerde arbeiders in de EU en heel de wereld.
Nirj Deva (PPE-DE), schriftelijk. (EN) Mijn Britse collega's van de Conservatieven en ik zijn te spreken over de brede aanpak die de rapporteur heeft gekozen voor haar verslag en prijzen de vele positieve en evenwichtige aspecten die erin zijn vervat.
Wij verzetten ons echter tegen de gedachte het migratievraagstuk te integreren in externe beleidsvormen van de EU, zoals verwoord in paragraaf 6. Wij geloven niet dat deze kwestie het best kan worden aangepakt met een gemeenschappelijke strategie. Wij zijn van mening dat het beleid op dit terrein onder de bevoegdheid van de nationale regeringen moet blijven vallen en geloven niet in een pan-Europese aanpak van het immigratiebeleid.
Bruno Gollnisch (NI), schriftelijk. – (FR) De grootste fout van mevrouw Carlotti, die in alle verslagen van het Europees Parlement over dit onderwerp gemaakt wordt, is dat ze immigratie, voor de gelegenheid omgedoopt tot “mobiliteit van mensen” beschouwt als een mensenrecht. Nee, niet iedereen heeft het onvervreemdbare recht om zich permanent in een land naar keuze te vestigen: de lidstaten moeten kunnen bepalen wie wordt toegelaten tot hun grondgebied, wie er mag blijven en voor hoe lang.
Het filosofische en quasireligieuze vooroordeel van de rapporteur leidt haar dan ook tot verkeerde oplossingen. Er is uiteraard een verband tussen ontwikkeling en migratiestromen. Honderdduizenden personen worden door de ellende gedwongen te emigreren en het is duidelijk, zoals het Front National al jarenlang zegt, dat ontwikkelingsbeleid noodzakelijk is om deze mensen in staat te stellen in hun eigen land te blijven door ze de mogelijkheid te bieden daar een waardig bestaan op te bouwen.
Dit kan onder meer door de repatriëring van immigranten naar hun land van herkomst ter hand te nemen, zodat deze landen kunnen profiteren van de ervaringen en vaardigheden die de immigranten tijdens hun verblijf in de Europese Unie hebben opgedaan. Dat is de enige optie waaraan het verslag van mevrouw Carlotti geheel voorbij gaat. Daarom zullen wij tegen haar verslag stemmen.
Pedro Guerreiro (GUE/NGL), schriftelijk. – (PT) Wij hebben dit verslag gesteund, omdat het een aantal punten bevat die wij belangrijk vinden. Er wordt echter geen kritiek uitgeoefend op het immigratiebeleid van de EU, en er wordt al evenmin iets gezegd over de redenen waarom miljoenen mannen en vrouwen overal ter wereld migreren.
Het verslag verzuimt een kritisch standpunt in te nemen met betrekking tot het immigratiebeleid van de EU. Dat beleid is gericht op de exploitatie van goedkope arbeidskrachten zonder rechten, met repressieve maatregelen die immigranten criminaliseren, terwijl het hier gaat om mannen en vrouwen die alleen maar hun recht op een bestaan willen uitoefenen. Ik heb het dan over toegang tot voeding, gezondheidszorg, water, huisvesting, onderwijs en cultuur, en het recht op werk en een inkomen.
Het verslag blijft verder in gebreke de onderliggende oorzaken van migratie te vermelden: de voortdurend toenemende ongelijkheid. Die ongelijkheid is het gevolg van het neoliberale en militaristische beleid dat aan de kapitalistische mondialisering ten grondslag ligt. Het daarmee verband houdende liberalerings- en privatiseringsbeleid is erop gericht alle welvaart en eigendom te concentreren in de handen van grote economische en financiële concerns en de lidstaten te manipuleren om de belangen van deze concerns te dienen. Dat toont overigens aan dat ze geen inmenging of oorlog van node hebben om hun ideeën op te leggen.
Martine Roure (PSE), schriftelijk. – (FR) Aan de vooravond van de Conferentie van Rabat is het hoog tijd erop te wijzen dat de Europese Unie zich bij haar samenwerking met de migratielanden niet kan beperken tot hulp bij het versterken van de grenzen.
Wij moeten een dialoog tot stand brengen om de onderliggende oorzaken weg te nemen die mensen ertoe brengen met gevaar voor eigen leven oceanen over te steken op zoek naar een beter leven in Europa. We moeten co-ontwikkeling bevorderen die nauwer aansluit bij de behoeften van de bevolking en een remedie vormt voor armoede en ongelijkheid, de voornaamste oorzaken van emigratie. Door de oprichting van een Europees Fonds voor co-ontwikkeling zal dit principe ingeburgerd raken.
Tot slot moeten we niet vergeten dat migratie een kans moet zijn voor de landen van herkomst. We kunnen migranten stimuleren om in hun land te investeren, zodat ze optimaal kunnen bijdragen aan de ontwikkeling van hun land.
Carl Schlyter (Verts/ALE), schriftelijk. – (SV) Ik stem voor dit verslag omdat het niet wetgevend van aard is en omdat het met veel goede voorstellen komt. Het legt de nadruk op gendergelijkheid, rechten voor asielzoekers en hulp voor integratie en samenwerking. Ik ben echter tegen de in het verslag opgenomen voorstellen om de EU meer macht over het migratiebeleid te geven, want dat zou zowel in praktische als democratische zin negatieve gevolgen hebben. Ik ben tegen de voorgestelde nieuwe fondsen, omdat die ineffectief zijn en omdat de EU ze niet met succes zal kunnen administreren. Bovendien ben ik tegen het ineffectieve voorstel om de loonverschillen voor terugkerende veelverdieners te betalen.
Jean-Claude Fruteau (PSE), schriftelijk. – (FR) In het verslag van de heer Schmidt heeft het Europees Parlement geprobeerd zich uit te spreken over de noodzaak om eerlijke handel in een echt Europees beleidskader te plaatsen.
Dit was onontbeerlijk. De voortschrijdende liberalisering van de wereldmarkten zet de economische, ecologische en sociale levensvatbaarheid van de verschillende landbouwmodellen ter wereld namelijk zwaar onder druk: doordat boeren gedwongen worden tegen steeds lagere prijzen te produceren, loopt hun inkomen steeds verder terug; daarnaast is de liberalisering mede verantwoordelijk voor de verslechterende arbeidsomstandigheden van landbouwarbeiders en de schade aan het milieu.
Eerlijke handel kan en moet een alternatief bieden voor deze situatie die door het bevorderen van de kleinste gemene deler de Millenniumdoelen ondermijnt. In dit licht bezien moet de Commissie vandaag een krachtig signaal afgeven ten gunste van een handelssysteem dat de producenten een fatsoenlijk inkomen garandeert en elke verleiding wegneemt om sociale en ecologische verantwoordelijkheden af te wentelen. Het toenemende succes van Fair Trade-producten onder Europese consumenten kan een dergelijk initiatief alleen maar kracht bijzetten.
Ik zal derhalve vóór het verslag Schmidt stemmen, ook al betreur ik het dat het Parlement niet heeft willen pleiten voor speciale tariefmaatregelen (een gedifferentieerde aanpak van het type GSP+) ten behoeve van producten die voortkomen uit eerlijke handel.
Pedro Guerreiro (GUE/NGL), schriftelijk. – (PT) Dit verslag is met de beste bedoelingen opgesteld, maar het slaagt er toch niet in tot de werkelijke oorzaak van het probleem door te dringen.
Uiteraard dient de producent een billijk inkomen te ontvangen; hij moet de productiekosten kunnen dekken en op een duurzame wijze in zijn levensonderhoud kunnen voorzien. Verder moet hij ook betrokken zijn bij het op de markt brengen van zijn producten. En dan noem ik slechts twee van de vele positieve punten van dit verslag.
Eén en ander kan niet verhullen dat de ideeën die aan eerlijke handel ten grondslag liggen niet verenigbaar zijn met het beleid dat is gericht op de liberalisering van de wereldhandel, vooral in de context van de WTO (of de bilaterale overeenkomsten die door de EU en de VS worden aangemoedigd). Dat beleid is er op gericht het productiesysteem van de economisch zwakst ontwikkelde landen te manipuleren om het te laten aansluiten op de behoeften van de grote economische en financiële concerns van de "noordelijke" landen.
We moeten nu juist een beleid ontwerpen dat respect heeft voor het recht van volkeren om de eigen natuurlijke hulpbronnen te exploiteren en het economische en productieve potentieel van hun land te gebruiken om hun levensomstandigheden te verbeteren. Dat beleid moet het soort samenwerking dat voor alle betrokken partijen gunstig is aanmoedigen en de voedselsoevereiniteit garanderen. Natuurlijk hulpbronnen en de strategische sectoren van de economie moeten als openbaar eigendom in openbaar beheer blijven.
David Martin (PSE), schriftelijk. - (EN) Ik ben verheugd over dit evenwichtige verslag waarin wordt bekeken hoe het toenemende aantal Fair Trade-producten en hun groeiende populariteit een bijdrage kunnen leveren aan het beëindigen van de sociale onrechtvaardigheid en het verbeteren van de productienormen.
Ik schaar me achter een aantal van de conclusies in dit verslag, namelijk dat juiste consumenteninformatie, een eerlijke producentenprijs en transparantie in iedere fase van de leveringsketen noodzakelijk zijn. Ik wilde de tekst amenderen om te waarborgen dat de productievoorwaarden een volwaardige rol spelen in het concept van Fair Trade door het benadrukken van de noodzaak de acht fundamentele arbeidsnormen van de IAO na te leven.
Ik had ook een amendement ingediend waarin ik de Commissie opriep in samenwerking met de internationale Fair Trade-beweging te streven naar duidelijke en algemeen toepasbare criteria ter beoordeling van de garantiesystemen voor consumenten, zodat de consument meer vertrouwen krijgt in dergelijke regelingen. De consument is vertrouwd met de verschillende nationale regelingen die op dit moment bestaan en daarom ben ik in dit stadium niet voor een Europees Fair Trade-etiket. Desalniettemin lijkt die optie me het overwegen waard indien op een gegeven moment een wildgroei van normen en etiketten tot verwarring leidt bij de consument.
- Aids, het wordt tijd om te handelen (B6-0375/2006)
Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk. – (PT) Het is bekend dat in de hele wereld meer dan 65 miljoen mensen met HIV besmet zijn, dat meer dan 25 miljoen mensen zijn overleden, dat 15 miljoen kinderen ten gevolge van aids wees zijn geworden, en dat 95 procent van de 40 miljoen mensen die momenteel met HIV leven in de derde wereld woonachtig zijn, van wie meer dan 70 procent alleen al in Afrika ten zuiden van de Sahara.
Dat zijn schokkende gegevens, en ik wil in die context de aandacht vestigen op het lot van vrouwen: de helft van alle mensen die met aids leven, en 60 procent van de mensen die met aids leven in Afrika zijn thans vrouwen, en vrouwen maken twee- tot viermaal meer kans de ziekte op te lopen dan mannen.
De verklaring van de Bijzondere Zitting van de Algemene Vergadering van de VN van 2 juni 2006 is weliswaar belangrijk geweest, omdat erin op wordt gewezen dat geneesmiddelen voor iedereen toegankelijk moeten zijn, en dat er generische virusremmende medicijnen en andere essentiële geneesmiddelen voor met aids verband houdende infecties moeten worden geproduceerd, maar helaas zijn er geen algemene doelstellingen en tijdsschema’s in opgenomen voor behandeling, hulpbronnen en preventie. Verder wordt er geen uitvoerbaar actieplan gepresenteerd voor de verwezenlijking van de doelstelling om tegen 2010 universele toegankelijkheid te realiseren voor iedereen die met HIV besmet …
(Stemverklaring ingekort overeenkomstig artikel 163, lid 1, van het Reglement)