De Voorzitter. – Aan de orde is het verslag (A6 0260/2006) van Nikolaos Sifunakis, namens de Commissie cultuur en onderwijs, over de bescherming van het Europese natuurlijke, architectonische en culturele erfgoed van plattelands- en eilandgebieden (2006/2050(INI)).
Nikolaos Sifunakis (PSE), rapporteur. – (EL) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, beste collega's, vandaag is een belangrijke dag, voor mij persoonlijk, maar ook voor mijn medewerkers en voor de Commissie cultuur en onderwijs, want na een jaar van hard werken heb ik vandaag het genoegen de plenaire vergadering mijn verslag te presenteren over de bescherming van het Europese natuurlijke, architectonische en culturele erfgoed in eiland- en plattelandsgemeenten.
Eeuwenlang hebben de bewoners van het platteland en van de eilanden van Europa met eenvoudige middelen en materialen op basis van de fundamentele regels van de menselijke maat en de mildheid van de natuur een eigen erfgoed van grote esthetische waarde geschapen.
Dit nederige erfgoed, waarvan de bescherming en ondersteuning niet alleen een culturele plicht is maar ook een ontwikkelingsvereiste, is in vele landen van Europa door toedoen van de regeringen ingrijpend veranderd ten gevolge van maatschappelijke en technologische ontwikkelingen, de ongebreidelde economische exploitatie en ontwikkeling, die enerzijds het erfgoed grondig hebben gewijzigd en – vooral op de kleine schaal van de eilanden – het wonderlijke evenwicht hebben vernietigd tussen natuurlijke en kunstmatige omgeving en anderzijds de teloorgang van zeer vruchtbare landbouwgronden hebben veroorzaakt.
Mijn verslag wil concrete voorstellen aanreiken voor de bescherming, de promotie en het beheer op lange termijn van dit rijke erfgoed in eiland- en plattelandsgemeenten van Europa ten gunste van de levenskwaliteit van alle Europese burgers.
De voorstellen in mijn verslag zijn bedoeld voor de Europese Unie, de lidstaten, de plaatselijke en regionale overheden maar ook voor de Europese burgers, aan wie wordt gevraagd concrete maatregelen te treffen voor het instandhouden en ondersteunen van dit erfgoed. Vanwege de beperkte tijd wil ik slechts een paar voorstellen belichten.
Allereerst moet de Unie een algemene strategie ontwikkelen voor het culturele erfgoed. Dat zal pas het geval zijn wanneer de Europese Commissie bij het formuleren van wetgevingsvoorstellen gedetailleerd gaat onderzoeken wat de effecten van de voorgestelde wetgeving zijn op cultuur, het culturele erfgoed en meer bepaald het volkse architectonische erfgoed, dat door de eeuwen heen vorm heeft gekregen door de handen van ambachtslieden. Op die manier zal elke beleidsvorm van de Unie maatregelen bevatten die gunstig zijn voor het erfgoed.
Aangezien Gemeenschapsprogramma’s voor cultuur niet voldoende kredieten kunnen verschaffen, moet extra geld voor het behoud van het erfgoed bij andere Gemeenschapsinstrumenten worden gevonden: in het kader van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid, de structuurfondsen en ook in de Gemeenschapsinitiatieven Leader, Urban en Interreg, die in de komende begrotingsperiode zullen worden opgenomen in de nieuwe financieringsinstrumenten van het cohesiebeleid en het GLB.
Wanneer de lidstaten uit Gemeenschapsfondsen putten, moeten ze ook het alternatieve, duurzame toerisme bevorderen, dat het architectonische erfgoed van gemeenschappen, die hun karakter grotendeels hebben bewaard, kan helpen te beschermen en te promoten.
Het programma “Cultuur” heeft met zijn beperkte begroting ook aanzienlijke steun gegeven aan cultuurerfgoedprojecten, waarvan restauratieprojecten echter zijn uitgesloten.
Er bestaan echter ook andere acties die zouden kunnen worden gefinancierd met het nieuwe programma “Cultuur 2007”.
Meer bepaald zou in het kader van de meerjaarlijkse samenwerkingsprogramma’s in verscheidene lidstaten een netwerk kunnen groeien van waardevolle architectonische gemeenschappen met maximaal 1000 bewoners.
Die gemeenschappen kunnen culturele activiteiten organiseren in overeenstemming met de tradities van elke regio om zo de samenwerking te versterken tussen belangrijke architectonische en culturele gemeenschappen in Europa. Zo krijgen zij de kans hun plaatselijke kenmerken, zeden, gewoonten en tradities verder te ontwikkelen.
Bovenal wordt de Europese Commissie gevraagd een nieuwe Europese instelling te creëren voor kleine waardevolle traditionele gemeenschappen, naar analogie van de Europese cultuurhoofdsteden, waardoor elk jaar een of twee gemeenschappen kunnen worden geselecteerd, waar dan restauratie- en renovatiewerkzaamheden kunnen worden uitgevoerd en waar het hele jaar door culturele evenementen kunnen worden georganiseerd.
Als we de ontwikkeling van architectonisch waardevolle gemeenschappen in Europa als criterium kiezen, stellen we ook een nieuwe prijs voor in het kader van de “Europese prijs voor cultureel erfgoed”, namelijk de prijs voor de meest geslaagde restauratie van een traditionele gemeenschap.
Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, beste collega’s, het door de mens gecreëerde milieu van Europa, dat bestaat uit lagen van diverse architectonische vormen en tijdvakken wordt zwaar aangetast door ongebreidelde ontwikkeling en het bestaan van onverenigbare entiteiten, die niet passen bij de architectonische kenmerken van hun gemeenschap.
Bijgevolg moeten de lidstaten het geheel of gedeeltelijk slopen van zulke bouwwerken bevorderen; tegelijk mogen projecten die belangrijke elementen van het cultureel erfgoed vernietigen en veranderen niet kunnen rekenen op Gemeenschapssteun.
Tot slot stelt het verslag de invoering voor van een “Europees jaar voor het culturele erfgoed”, met de bedoeling de burger bewuster te maken van het belang van cultureel erfgoed, ongeacht de Europese, nationale of plaatselijke dimensie daarvan.
Om af te ronden wil ik een woord van dank richten tot het secretariaat van de Commissie cultuur, tot de deskundigen die met mij hebben samengewerkt en uiteraard tot mijn collega’s in de Commissie cultuur.
Franco Frattini, vice-voorzitter van de Commissie. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil allereerst mijn dank en die van mijn collega de heer Figel' overbrengen aan de rapporteur en de Commissie cultuur en onderwijs voor hun constructieve inspanningen, die hebben geresulteerd in dit uitstekende verslag. Dit verslag belicht de zorgen over het belang dat wordt gehecht aan cultureel erfgoed. De Commissie deelt deze zorgen volledig.
Er moet nog veel gebeuren op dit gebied. De betrokkenheid van de Commissie is evenwel al gebleken uit het huidige programma Cultuur 2000 en uit andere Europese programma's en financiële instrumenten. De Commissie heeft al rekening gehouden met diverse punten die in het verslag ter sprake worden gebracht. Het is echter toch een bijzonder nuttig verslag, dat ons de gelegenheid geeft nogmaals te benadrukken dat alle bestaande mogelijkheden moeten worden gebruikt om het natuurlijke en architectonische erfgoed te beschermen.
Binnen het kader van het Verdrag moedigt de Commissie de lidstaten aan alle mogelijkheden te benutten die de Europese financiële instrumenten, zoals de structuurfondsen, bieden voor investeringen in projecten die betrekking hebben op het culturele erfgoed. Dergelijke investeringen zijn duidelijk een belangrijke manier om nieuwe werkgelegenheidskansen te scheppen en de economische groei te bevorderen. Ze dragen daardoor bij aan de regionale ontwikkeling en regeneratie.
De Europese Commissie en de diensten van met name mijn collega de heer Figel’ bewaken alle Europese programma’s en zorgen ervoor dat de financiële instrumenten culturele aspecten in hun doelstellingen opnemen. We hebben hierdoor in de afgelopen paar jaar een duidelijke verbetering gezien. Ik ben heel blij met deze ontwikkeling en zou u voorbeelden kunnen geven van lidstaten, zoals Griekenland of Portugal, die de door de ondersteunende kaders van de Gemeenschap geboden kansen hebben gegrepen en operationele programma's voor cultureel erfgoed hebben opgezet.
De Commissie moedigt door het programma Cultuur 2000 ook de samenwerking tussen de lidstaten aan op het gebied van cultuur en het culturele erfgoed. In de naaste toekomst zullen deze inspanningen worden voortgezet door het onlangs voorgestelde programma Cultuur 2007-2013.
Ik wil deze gelegenheid grijpen om, opnieuw namens de heer Figel’, de rapporteur, de heer Graça Moura, te bedanken. Dankzij de goede samenwerking tussen de drie instellingen zal dit nieuwe programma voor 2007-2013 hopelijk voor het einde van dit jaar worden vastgesteld. In dit kader zouden partnerschappen zoals die in het verslag worden voorgesteld, in de nabije toekomst in aanmerking kunnen komen voor financiering.
Zoals het verslag ook erkent, spant de Europese Commissie zich heel actief in om het bewustzijn van het belang van het cultureel erfgoed te vergroten door initiatieven zoals de Europese Prijs voor Cultureel Erfgoed en het gezamenlijke initiatief met de Raad van Europa tot Dagen van het Europees cultureel erfgoed. In de toekomst zouden we kunnen nadenken over manieren om het bereik te vergroten en om de zorgen van het Europees Parlement beter tot uiting te laten komen in deze initiatieven.
Tot slot wil ik benadrukken dat dit verslag precies op het juiste moment wordt besproken. We staan op een kruispunt: ons nieuwe cultuurprogramma staat op het punt te worden vastgesteld, de Commissie bezint zich op haar acties voor de komende jaren en veel punten staan nu ter discussie. Dit verslag zal in deze context zeker van groot belang zijn.
Vasco Graça Moura, namens de PPE-DE-Fractie. – (PT) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, dames en heren, als het erop aankomt om het belang van het Europese natuurlijke, architectonische en culturele erfgoed van plattelands- en eilandgebieden te erkennen, moeten wij de beginselverklaringen waar politici zo tuk op zijn achterwege laten en dringend een alomvattend maatregelenpakket aannemen ter bescherming, instandhouding en bevordering van dit erfgoed.
Er zij op gewezen dat hier niet alleen culturele belangen in het spel zijn, maar dat het ook vanuit humaan, sociaal en economisch oogpunt noodzakelijk is dat deze ideeën au sérieux worden genomen. In het verslag-Sifunakis wordt terecht voorzien in een reeks politieke prioriteiten die ons in de gelegenheid moeten stellen de nagestreefde doelstellingen te bereiken. Bijvoorbeeld de opstelling van een systematisch overzicht van het erfgoed, de systematische bestudering ervan. de erkenning van de verscheidenheid en de veelzijdigheid van het erfgoed, de oprichting van een wetgevingskader om de bescherming van het erfgoed te waarborgen, met daarin prikkels tot het behoud van traditionele gebouwen, de financiële steunverlening, de instandhouding van traditionele activiteiten zoals landbouw en ambachtswerk, het behoud van traditionele beroepen en lokale kennis, het herstel van de natuurlijke leefomgeving, de restauratie van gebouwen, de opleiding van ambachtslieden, de toepassing van nieuwe methoden en technieken, de bevordering van initiatieven in het kader van de communautaire programma’s die gericht zijn op de oprichting van een inventaris van het Europese erfgoed en, ten slotte, de bevordering van alle materiële en immateriële elementen die van het erfgoed deel uitmaken. Het document dat wij hier voor ons hebben liggen, behandelt een brede waaier van onderwerpen die verder reikt dan hetgeen hier door mij is genoemd.
Een dergelijke bescherming van het erfgoed van plattelands- en eilandgebieden is ook een manier om de toenemende ontvolking van vele van deze gebieden tegen te gaan en centra te creëren die garant staan voor werkgelegenheid, welvaart en duurzame ontwikkeling. De gezagdragers van mijn land hebben onderstreept dat het beleid inzake het erfgoed van plattelandsgebieden op drie pijlers moet berusten: duurzaam evenwicht tussen bevolking en omliggend gebied; geïntegreerde acties die moeten leiden tot reële samenwerking tussen de verschillende beleidsorganen en de lokale bevolking; en permanente dialoog met de lokale bevolking die als belanghebbende partij beter dan wie ook op de hoogte is van de noden en behoeften.
De Commissie heeft sommige van de genoemde punten reeds voorgesteld voor de periode 2007-2013. Hopelijk kan een evenwichtig beleid inzake erfgoed van plattelands- en eilandgebieden de huidige negatieve tendensen helpen keren. In het Handvest van Krakau van 2000 worden beginselen verdedigd die ook hier van toepassing zijn. De bedoelde principes zijn gegrondvest op de veelheid van waarden en de verscheidenheid van belangen die aan het erfgoed verbonden zijn. Zo vormen bijvoorbeeld de historische steden en dorpen in hun context een vitaal onderdeel van ons universeel erfgoed. Het is belangrijk dat zij beschouwd worden als een geheel, met inbegrip van de structuren, de ruimten en de menselijke factoren die normaal aanwezig zijn in het niet-aflatende ontwikkelings- en veranderingsproces.
Christa Prets, namens de PSE-Fractie. – (DE) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, het behoud en de bescherming van het cultureel erfgoed in Europa spelen een grote rol en vormen een belangrijke opgave, dat staat buiten kijf. Er bestaan immers niet voor niets verschillende overeenkomsten, zoals die van de UNESCO en de Raad van Europa en zo meer, waarin de inspanningen op dit vlak zijn neergelegd en waarin wordt aangegeven hoe de situatie zich op positieve wijze verder moet ontwikkelen.
Bij de discussie over de bescherming van het cultureel erfgoed, die zich in de eerste plaats concentreert op het behoud van de culturele verworvenheden, moet men er echter rekening mee houden dat cultuur een dynamisch en veelvormig proces is. Dat betekent dat het cultuurbeleid enerzijds gericht moet zijn op het behoud en de instandhouding van het cultureel erfgoed en anderzijds ruimte moet bieden aan de vorming van culturele netwerken voor hedendaagse cultuur en kunststromingen, zodat het kan fungeren als basis voor een cultureel erfgoed van de toekomst.
Maatregelen om het publiek bewuster te maken van het belang van de culturele rijkdommen in hun land en in Europa zijn heel belangrijk, en een Jaar van het Europees cultureel erfgoed kan daar beslist een bijdrage aan leveren en een en ander voor het voetlicht brengen. De steunmiddelen die de Europese Unie via de structuurfondsen, Urban, Leader Interreg enzovoort beschikbaar stelt, kunnen en moeten in hogere mate worden ingezet voor het cultureel erfgoed, maar de verantwoordelijkheid hiervoor ligt bij de lidstaten. En daar moet het besef doordringen dat investeringen in het cultureel erfgoed een positieve invloed uitoefenen op de kwaliteit van leven in de regio's en natuurlijk ook op het toerisme. Met dit in het achterhoofd moet men aan het werk gaan.
Waar ik het niet helemaal mee eens ben, is dat wij een heel zwaar beroep doen op de begroting van het programma Cultuur 2000 of die van het daaropvolgende programma Cultuur 2007. Het is namelijk zo dat een bedrag van 400 miljoen euro voor 27 landen over zeven jaar onvoldoende mogelijkheden biedt om in de structuren te investeren en tegelijkertijd ruimte te bieden aan hedendaagse kunst. Waar we de middelen voor zouden moeten inzetten, is bewustmaking in de vorm van seminars, het uitzetten van onderzoekstaken en het vinden van een antwoord op vragen als: in hoeverre wisselt men van gedachten, hoe is de stand van zaken in de andere landen, en – inzake planningsprojecten – hoe worden regio’s beschermd? Dat is wat met dit programma kan en moet worden gedaan.
Het cultureel erfgoed kan, zoals gesteld, als een ondeelbaar geheel worden beschouwd. In de toekomst zal het echter hand in hand moeten gaan met het hedendaagse erfgoed.
Helga Trüpel, namens de Verts/ALE-Fractie. – (DE) Mijnheer de Voorzitter, geachte commissaris Frattini, waarde collega’s, ook ik begin met de vaststelling dat het Europees cultuurbeleid niet alleen moet voorzien in de bescherming van het cultureel erfgoed en de benadrukking van de culturele verscheidenheid, maar dat men ook moet opkomen – en wel op actieve wijze – voor de hedendaagse kunst. De kracht van een welbegrepen Europees cultuurbeleid schuilt in een situatie waarin deze elementen in samenhang worden beschouwd.
Niettemin vind ik dit verslag belangrijk, omdat ermee wordt beoogd het publiek bewuster te maken van het belang van verscheidenheid in de Europese cultuur en van het Europese culturele erfgoed. Eenieder die in de gelegenheid is op vakantie te gaan in Europa, hetzij naar eilanden als Madeira, de Canarische eilanden, Cyprus of Malta, hetzij naar landelijke gebieden in Toscane, Schotland, Letland, Finland, Polen of de Provence, weet hoe mooi en divers het Europese culturele erfgoed is en dat het niet moeilijk is de mensen te winnen voor de bescherming ervan.
De politiek – zowel de Europese politiek met haar verschillende programma’s als de politiek van de lidstaten – is dan ook verplicht deze culturele rijkdommen in stand te houden. Ik vind het daarom uitgesproken belangrijk dat wij ons bij al onze inspanningen ten behoeve van de culturele verscheidenheid in Europa niet alleen richten op het programma Cultuur 2007, maar ook op het mainstreamen van het cultuurbeleid in andere beleidsgebieden, op een netwerkbeleid waarbij de middelen ook worden aangewend voor landbouwbeleid en structuurbeleid. Ook is het van groot belang gebruik te maken van programma’s als Urban, Leader en Interreg, omdat we duidelijk moeten maken dat er weliswaar een belangrijke taak ligt op het gebied van cultuurbeleid, maar dat het ook gaat om de kwalificatie van mensen – denk in dit verband aan restaurateurs – en om een nieuwe ontwikkeling op het platteland. Daarom is een veelomvattend beleid voor de verschillende Europese programma’s de beste oplossing.
Zdzisław Zbigniew Podkański, namens de UEN-Fractie. – (PL) Mijnheer de Voorzitter, het verslag van de heer Sifunakis is van zeer grote betekenis, omdat het er de aandacht op vestigt dat we maatregelen moeten treffen voor de basis van nationale cultuur, dat wil zeggen, voor traditionele cultuur die nog altijd voortleeft, vooral in plattelands- en eilandgemeenschappen.
Tot op de dag van vandaag zijn de inspanningen van de Europese Unie, met inbegrip van dit Parlement en de Europese Commissie, er hoofdzakelijk op gericht een universele Europese cultuur tot stand te brengen – een cultuur voor iedereen. Tot nu toe is niemand erin geslaagd deze doctrine te verwezenlijken, en dat zal ook niemand lukken, omdat culturen voortkomen uit het geheel van waarden dat ontwikkeld wordt door mensen die samen nationale groepen vormen. Cultuur bindt een natie samen, maar een natie onderscheidt zich ook van andere naties door de schoonheid van haar cultuur, de rijkdom ervan, door de culturele eigenheid en tradities die een volk bijeenhouden en vaak het erfgoed van dat volk genoemd worden.
Wij in de Europese Unie moeten dus de linguïstische diversiteit koesteren, omdat taal de basis van cultuur is, en ook de volkscultuur, omdat die de basis van nationale cultuur vormt. Daarnaast moeten we de verdwijnende culturele monumenten en geestelijke waarden beschermen, inclusief folklore, ambachten en beroepen die uitsterven naarmate de beschaving en de technologie voortschrijden en de massaproductie de overhand krijgt.
Het in stand houden van de rijkdom van afzonderlijke culturen, de schoonheid van het landschap en de natuurlijke omgeving van de mens geeft ruimte aan de intellectuele ontwikkeling van mensen en een beter besef van de wereld om ons heen. Het biedt de gelegenheid tot begrip, wederzijds respect en natuurlijke integratie door middel van waarden in plaats van door de invloed van de dominante economische en culturele macht.
Thomas Wise, namens de IND/DEM-Fractie. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik ben weinig mensen tegengekomen die niet voor de bescherming van het natuurlijk, architectonisch of cultureel erfgoed zijn. Een groot deel van mijn kiesdistrict, het oosten van Engeland, kan zelfs worden aangemerkt als landelijk gebied. Dat gaat natuurlijk alleen op zolang enkele misplaatste, onhoudbare ontwikkelingsplannen van de heer John Prescott, onze vice-premier, kunnen worden tegengehouden.
Groot-Brittannië is een eiland met een eigen en uitgebreid natuurlijk en architectonisch erfgoed. Op het oog lijkt dit verslag weliswaar nobele bedoelingen te hebben, maar het is een bedreiging voor het erfgoed van Groot-Brittannië. De voorstellen in het verslag hebben specifiek tot doel de geheel eigen en diverse cultuur van Groot-Brittannië onder te brengen onder het federalistische sprookje van een gemeenschappelijke Europese cultuur. Veel Europese afgevaardigden zien cultuur helaas puur als een instrument om de Europese integratie te bevorderen en om door te gaan met het misleidende project “Verenigde Staten van Europa”. Waarom begrijpen de mensen hier niet dat er niet zoiets is als een gemeenschappelijke Europese cultuur, een gemeenschappelijk verleden en een gemeenschappelijk erfgoed, net zoals er geen gemeenschappelijke architectuur of gemeenschappelijke taal is? Europa is een continent dat bestaat uit unieke natiestaten met een heel verschillend verleden en een heel verschillend erfgoed. Dat maakt Europa juist zo interessant en aantrekkelijk.
Alleen door leugens kan de verklaarde ambitie van dit verslag worden verwezenlijkt en kunnen de burgers van Europa ervan worden overtuigd dat ze dezelfde cultuur delen. Dat maakt me bang. De politieke elite van tegenwoordig lijkt niet terug te deinzen voor zulk bedrog. We hebben gezien hoe opeenvolgende Britse regeringen kennelijk opzettelijk en met succes het Britse publiek in het ongewisse hebben gelaten over het “project Europa’. We moeten beseffen dat de integratieagenda van de Europese Unie een van de grootste gevaren is die we in decennia hebben gezien voor het erfgoed van elk land in Europa. Helaas zien verslagen als dit verslag niet hoezeer ze met zichzelf in tegenspraak zijn.
Luca Romagnoli (NI). – (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, qua intenties kan ik me zeker vinden in het advies van de heer Sifunakis. Ook ik ben van mening dat wat in de eerste alinea over de Europese identiteit staat, afgestemd moet worden op het duidelijke besef van de Europese burgers dat zij deel uitmaken van hetzelfde mozaïek van culturen. Wat die burgers eventueel niet begrijpen van de Unie, zijn bepaalde omslachtige procedures bij interventies die zo vaak alleen maar de bedoeling hebben te regelen en te nivelleren.
Misschien is het beter om in plaats van ons natuurlijke, architectonische en culturele erfgoed te spreken van architectuur, landschap, historisch en dorpserfgoed, want dat verwoordt uiteindelijk beter de kruisbestuving die tussen het natuurlijke landschap en het door de mens gecreëerde landschap tot stand moet komen. Dat erfgoed is zeer zeker een fundamentele factor voor bevordering van welvaart, welzijn en milieubehoud, vooral in die gebieden van ons Europa waar het landschap, de sociaal-economische verhoudingen en de demografische structuur kwetsbaar zijn. Ik had verder graag iets meer verduidelijking gezien van het begrip “traditionele kleine gemeenschappen”: de term “traditioneel” is te algemeen en kan gemakkelijk aanleiding geven tot een ongedifferentieerd gebruik van middelen en inzet.
De plattelandsgemeenschappen vormen niet alleen een deel van ons collectieve geheugen, zij zijn de bakermat van onze normen en waarden, de oerbron van maatschappelijke verhoudingen die dikwijls veel evenwichtiger zijn dan in stadsgemeenschappen. Daarnaast zijn plattelandsgemeenschappen essentieel voor cultuur- en milieubescherming.
Dit culturele erfgoed wordt niet alleen bedreigd, zoals de collega waarschuwt, maar in vele delen van Europa komt zelfs de levensvatbaarheid ervan in gevaar. De Unie moet niet alleen voorzien in middelen voor het behoud en de bescherming van landschap en culturen, maar zij moet tevens een beleid opzetten, samen met de lidstaten, om de leegloop van het platteland en vooral van de bergen tegen te gaan. Anders lopen wij het risico geld te spenderen voor de restauratie van architectonische monumenten die niet meer gebruikt zullen worden, voor het opknappen van oude huizen die onbewoond blijven en voor de verzorging van steenweggetjes waar toch niemand meer overheen zal lopen.
Manolis Mavrommatis (PPE-DE). – (EL) Meneer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, eerst wil ik mijn landgenoot, de heer Nikos Sifunakis, bedanken voor zijn uitstekende werk. Mijnheer de commissaris, het culturele erfgoed is een belangrijk onderdeel van de identiteit en de geschiedenis van de Europese volkeren.
Bijgevolg zijn de bescherming en het behoud van dat erfgoed buitengewoon belangrijk voor het opvoeden van de nieuwe generatie en voor de eerbied voor de Europese identiteit, terwijl los van de Europese ook de plaatselijke dimensie van erfgoed een fundamentele waarde vormt voor de Europese burgers. Wij stellen allemaal vast dat de schijnwerpers gericht zijn op de grote steden, waar de meeste bekende monumenten zich bevinden.
We kunnen niet ontkennen dat het Europese platteland, 90 procent van het Europese grondgebied, wordt bedreigd door ontvolking en economische achteruitgang. Dus moet speciale zorg worden besteed aan de bescherming en ondersteuning van het natuurlijke en bouwkundige culturele erfgoed van de eilanden en de overige plattelandsregio’s van Europa, omdat zij hun authentieke karakter in grote mate hebben bewaard.
Met eerbied voor de traditionele plattelandsruimte en met het nodige evenwicht tussen bevolking en milieu moeten alle culturele actoren zorgen voor het instandhouden en ontwikkelen van het Europese culturele erfgoed en ook de burger bewust maken van het belang van zijn erfgoed.
Het restaureren en onderhouden van vergeten monumenten in afgelegen regio’s van de lidstaten zou kunnen bijdragen aan de ontwikkeling van het plattelandstoerisme en in het verlengde daarvan aan bevolkingsaanwas op het platteland.
Bijgevolg is het erkennen en instandhouden van het gemeenschappelijke culturele erfgoed een belangrijke erflating aan de toekomstige generaties.
Maria Badia i Cutchet (PSE). – (ES) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, geachte afgevaardigden, in eerste plaats wil ik de rapporteur, de heer Sifunakis, gelukwensen met zijn verslag, dat de aandacht vestigt op de specifieke aard en het grote belang van het Europese culturele, natuurlijke en artistieke erfgoed, dat tal van baten genereert, zowel op sociaal en cultureel gebied als op milieugebied en op economisch gebied.
De snelle groei van de steden, de sociale en technologische vooruitgang, de moderne methoden die gebruikt worden in de landbouw en de voortschrijdende economische exploitatie en nieuwbouwprojecten vormen belangrijke uitdagingen voor de plattelands- en eilandgemeenschappen, die, zoals hier is gezegd, het grootste deel van het grondgebied van de uitgebreide Europese Unie uitmaken.
Op een moment waarop enerzijds de leegloop van het platteland, de ontvolking en de economische crisis en anderzijds de bosbranden en de in frequentie toenemende natuurrampen duidelijk aantonen dat we dringend behoefte hebben aan professionele landbouwers die onze natuurlijke omgeving bewerken en die waken over de duurzaamheid en de toekomst van ons territorium en onze landschappen, komt dit verslag heel gelegen, want in het verslag wordt beklemtoond dat we een effectief beleid moeten ontwikkelen dat in belangrijke mate is gebaseerd op een houdbaar evenwicht tussen de bevolking en het milieu en op een geïntegreerde visie op traditionele landbouwgebieden, met name op plattelandsgebieden.
Het ontwerpen van een wettelijk kader om het culturele erfgoed te behouden, het beschikbaar stellen van voldoende financiële middelen voor restauratie, het opleiden van professionals op het gebied van natuurbehoud en het steunen van ambachtslieden en leveranciers van traditionele materialen zijn allemaal voorstellen die in de goede richting gaan.
En in dit verband wil ik graag onderstrepen dat het bevorderen van internationale bijeenkomsten voor het uitwisselen van ervaringen en goede praktijken op het gebied van landschapsbehoud en de bescherming van het erfgoed van de Europese Unie op communautair niveau een zeer positief element van dit beleid zou vormen.
Bernat Joan i Marí (Verts/ALE). – (EN) Mijnheer de Voorzitter, allereerst verwelkom ik dit uitstekende verslag en bedank ik de rapporteur voor zijn werk. Het behoud van het natuurlijk milieu is een van de hoofddoelen van de Europese Unie. Het is nu en in de toekomst onze taak ook het doel van behoud van het architectonisch en cultureel erfgoed van Europa te verwezenlijken, en dat is vooral belangrijk voor kleine eilanden.
Het is echt belangrijk het natuurlijke erfgoed te behouden, maar in kleine ecosystemen zijn het milieu, menselijke nederzettingen en cultureel erfgoed volledig met elkaar verweven. Ik kom van Ibiza, een eiland dat lijdt onder de gevolgen van de bouw van twee onevenredig grote snelwegen. Door deze werken zijn diverse belangrijke elementen van het cultureel erfgoed vernietigd. Archeologische vindplaatsen en traditionele huizen zijn verwoest om de bouw van deze snelwegen mogelijk te maken.
Organisaties uit het maatschappelijk middenveld hebben deze situatie meermaals veroordeeld. Ikzelf heb de situatie gehekeld voor de Europese Commissie en in deze Kamer. Als dit Parlement en de Europese instellingen als geheel rekening houden met de voorstellen in het verslag Sifunakis, kan dit soort schade worden voorkomen en kunnen kleine eilanden, landelijke plekken en cultureel erfgoed fatsoenlijk worden behouden. Dat is nu ons hoofddoel.
Janusz Wojciechowski (UEN). – (PL) Mijnheer de Voorzitter, ik wil mijn steun en mijn dank betuigen voor het verslag van de heer Sifunakis. Ik sluit mij aan bij alle woorden van lof die vandaag in verband met dit document gesproken zijn.
Het Europees Parlement heeft via het verslag zijn bezorgdheid geuit over het architectonisch erfgoed van het Europees platteland. Dit is een belangrijk erfgoed, maar helaas wordt het vaak vergeten en niet naar waarde geschat. We leven vandaag de dag in een snel veranderende wereld. Plattelandsgebieden die eeuwenlang vrijwel hetzelfde gebleven zijn, hebben in de afgelopen decennia een drastische transformatie ondergaan. De landbouwmethoden en -werktuigen zijn ingrijpend gewijzigd, de aard van agrarische werkzaamheden is radicaal anders geworden en ook de plattelandsarchitectuur is veranderd.
Tot de jaren zestig waren de gebouwen in Poolse plattelandsgebieden voornamelijk van hout. Toen kwam er een periode van snelle herontwikkeling. De nieuwe huizen waren weliswaar comfortabeler, maar ze waren niet altijd aantrekkelijker dan de oude. De traditionele plattelandsarchitectuur is in hoog tempo verrdwenen, en tegenwoordig is er nog maar zeer weinig van over. Reden te meer om alle zeilen bij te zetten om ervoor te zorgen dat dit erfgoed doeltreffend wordt behouden.
In zijn verslag benadrukt de heer Sifunakis het belang van deze zaken en geeft hij specifieke manieren aan waarop activiteiten om waardevolle Europese plattelandsarchitectuur in stand te houden, kunnen worden ondersteund. Het is een stap in de goede richting en een die net op tijd komt – er valt nu immers nog iets te behouden voor toekomstige generaties.
Andreas Mölzer (NI). – (DE) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, zoals bekend leven wij in tijden van zich razendsnel voltrekkende economische en maatschappelijke veranderingen die ons steeds vaker nopen tot een zoektocht naar houvast, zekerheid en richting. Zekerheid zoeken we onder meer in ons geestelijk, cultureel en architectonisch erfgoed; dat blijkt wel uit de toegenomen belangstelling en het gestegen bewustzijn en respect met betrekking tot dit erfgoed.
Juist dit respect moet ons ertoe aanzetten te verhinderen dat dit geestelijk, cultureel en architectonisch erfgoed ooit weer wordt vernietigd, bewust wordt vernietigd, zoals tijdens de verschrikkingen van de beide wereldoorlogen in de twintigste eeuw en tijdens het “reëel bestaande socialisme”, waar de vernietiging doelbewust werd gepland, zoals tijdens het stalinisme en communisme in Oost-Europa, en ook nog in onze tijd steeds weer, helaas, als gevolg van een meedogenloos modernisme, gesteund door politiek links.
Daarnaast vind ik dat het historisch en cultureel erfgoed in Europa, met name ook op het platteland, niet uitsluitend vanuit een economische invalshoek mag worden beschouwd en ook niet louter mag dienen als toeristische trekpleister.
Het is mijns inziens nuttig om projecten zoals de Europese culturele hoofdstad uit te breiden naar het platteland. Als we eens denken aan Sibiu, het voormalige Hermannstadt, in Transsylvanië, waarover gisteren een fototentoonstelling in dit Huis plaatsvond, dan vind ik dat richtinggevend voor de rol die de Europese Unie kan spelen bij de bevordering van het cultureel erfgoed.
Ljudmila Novak (PPE-DE). – (SL) Het behoud van het architectonische culturele erfgoed op het platteland en op eilanden betekent ook het behoud van de Europese culturele verscheidenheid en van de wortels van volkeren. Door de vernietiging ervan verbreekt een volk de band met zijn voorouders en scheurt het zich van zijn wortels af.
De nieuwere delen van Europese steden lijken steeds meer op elkaar door hun steeds grotere samenhang. Daarom is het des te belangrijker dat elk volk zijn typerende kenmerken behoudt.
Het meest intacte culturele en natuurlijke erfgoed bevindt zich ongetwijfeld op het platteland. Daar moeten we ook zorg voor dragen, anders vervalt en verdwijnt het. Juist dat is echter moeilijk, aangezien de restauratie van cultureel beschermde gebouwen en dorpskernen heel duur en tijdrovend is. Tegelijkertijd beantwoorden de levensomstandigheden in dergelijke gebouwen minder aan de huidige normen. Daarom zien vele eigenaars cultureel erfgoed eerder als een last dan als een vreugde en trots. Op dezelfde manier gaan oude ambachten verloren, omdat men daarvan niet kan leven.
Als we het culturele en natuurlijke erfgoed enkel met het oog op geld en winst bekijken, brengt het ons enkel verlies. We moeten voortdurend het evenwicht zoeken tussen behoud en verdere ontwikkeling.
Ik ben het eens met het voorstel om een jaar van het Europese culturele erfgoed uit te roepen, opdat de burgers zich bewuster worden van zijn belang. Ik steun ook het voorstel om middelen uit de structuurfondsen te besteden aan het behoud van natuurlijk en cultureel erfgoed in kleinere dorpen, zodat eigenaars en lokale gemeenschappen zich meer interesseren voor de restauratie en daarin tegelijkertijd ook kansen zien op ontwikkeling en nieuwe arbeidsplaatsen.
Parels zijn verborgen en klein, daarom moeten ook kleine gemeenschappen steun en financiële hulp kunnen krijgen.
Antonio López-Istúriz White (PPE-DE). – (ES) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, om te beginnen wil ik de rapporteur, de heer Nikolaos Sifunakis, feliciteren met zijn buitengewoon goede verslag. Dankzij dit verslag kunnen we een uitermate interessant debat houden, want het onderstreept opnieuw iets dat voor mij en voor veel van de aanwezigen hier absoluut essentieel is voor de Europese Unie, vooral in de afgelopen jaren: men is zich bewust geworden van de invloed die de status van eiland heeft op de ontwikkeling van de insulaire regio’s.
Daarom heb ik er grote waardering voor dat in het verslag van vandaag speciaal melding wordt gemaakt van het belang van de bescherming en de bevordering van het culturele, natuurlijke en architectonische erfgoed van de insulaire gebieden in Europa. De afkomst van de rapporteur – het eiland Kreta, de wieg van de Minoïsche beschaving, de oudste van Europa – of die van mij – de Balearen, waar zich het Naveta des Tudons bevindt, dat beschouwd wordt als het oudste bouwwerk van heel Europa en dat dateert van ongeveer 1500 voor Christus – heeft in dit geval tot gevolg dat wij ons extra gemotiveerd voelen als het erop aankomt de Europese Unie aan te moedigen tot het nemen van maatregelen om het Europese culturele erfgoed te beschermen en te restaureren.
In dit verband is de regering van de Balearen bezig met het uitwerken en in gang zetten van een beleid voor duurzame ontwikkeling, dat erop gericht is om enerzijds de duurzaamheid en anderzijds het concurrentievermogen van toeristische activiteiten met elkaar in overeenstemming te brengen met name waar het gaat om de bescherming en de restauratie van het natuurlijke, culturele en architectonische erfgoed. Dat is de weg die we moeten volgen, een weg die geplaveid is door een maatschappelijk middenveld met een hoog milieubewustzijn en met gevoel voor de speciale kwetsbaarheid van de insulaire gebieden.
Dat is een goed uitgangspunt om een onmiddellijke start te maken met de in het verslag bepleite deling en uitwisseling van ervaringen op het zeer belangrijke terrein van de bescherming van het Europese erfgoed. Dit is een zaak van enorm groot belang, want het gaat niet alleen over mensen, maar ook over een belangrijk element van de identiteit en de historische ontwikkeling van de Europese regio’s.
Giuseppe Castiglione (PPE-DE). – (IT) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, dames en heren, met het Verdrag van Maastricht is de Europese Unie de Unie van de volkeren geworden en heeft zij zich een eigen culturele identiteit aangemeten onder eerbiediging van regionale en plaatselijke verschillen. Anders dan de steeds meer om zich heen grijpende culturele globalisering, vormen die verschillen de ware basisrijkdom van ons gemeenschappelijke erfgoed. De bakermat van dit erfgoed zijn de eiland- en plattelandsgebieden, met hun tradities, hun architectuur, hun plaatselijk ambachtswerk, hun landschap en natuurschoon.
Het is dus van prioritair belang om dit immense erfgoed te beschermen, om een project van plaatselijke ontwikkeling op te stellen waarmee het milieu en de cultuur opgevijzeld en gestimuleerd kunnen worden, zodat zij een instrument van groei kunnen worden voor een economie die momenteel in malaise verkeert. Dit betekent in de eerste plaats een algehele verbetering van het grondgebied: niet alleen moet de architectuur – dat wil zeggen de monumenten en het landschap – hersteld en beschermd worden, ook moet rekening worden gehouden met de mensen die er wonen en de kleine dorpsgemeenschappen vormen.
In de praktijk komt dit neer op: bestrijden van de leegloop van het platteland, stimuleren van opleidingen voor jongeren, herstel van de plaatselijke ambachten en traditionele landbouwactiviteiten, oude beroepen nieuw leven inblazen, nieuwe beroepen creëren, ook door middel van financiering van onderzoek en gebruik van nieuwe technologieën. Tevens moet het behoud van het landschap gegarandeerd worden, niet alleen door groenzones te beschermen, maar vooral ook door autochtone planten en gewassen te gebruiken, om de plaatselijke culturen niet te verstoren.
De bevolkingen die in die gebieden wonen, moeten alle middelen krijgen om hun tradities in hun dorpen of eilanden voort te zetten. Bijzonder delicate programma’s moeten versterkt en uitgebouwd worden. De globale strategie voor het culturele erfgoed van de Europese Unie moet daadwerkelijk grensoverschrijdend voor de andere beleidssectoren worden, net zoals dat met duurzaam milieu het geval is. Alle beleidssectoren moeten in dit opzicht met elkaar geïntegreerd worden.
Ik ben ervan overtuigd dat wij met een evenwichtig, rationeel, consequent en gecoördineerd en vooral meer doelmatig gebruik van de middelen, ook op financieel vlak, deze dubbele uitdaging kunnen winnen. Bescherming van het culturele erfgoed komt neer op bevordering van een evenwichtige sociaal-economische ontwikkeling van het plattelandsgebied.
Franco Frattini , vice-voorzitter van de Commissie. – (FR) Mijnheer de Voorzitter, ik wil allereerst iedereen oprecht bedanken die een wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan dit debat, in de vorm van ideeën en interessante suggesties, en ik zal de heer Figel’ er beslist van op de hoogte brengen. Op slechts twee punten wil ik terugkomen: de financiering van het project Cultuur 2000 en het met name door de rapporteur aangedragen voorstel om van 2009 het Europees Jaar van het Cultureel Erfgoed te maken.
Wat het eerste punt betreft, zoals u veel beter weet dan ik, gaat het budget voor het project Cultuur 2000 van 167 miljoen euro naar 400 miljoen euro. Er wordt dus aanzienlijk meer geld voor uitgetrokken, dankzij de bijdrage en de politieke steun van het Europees Parlement.
Wat het Europees Jaar betreft, neemt de Commissie het aangedragen voorstel bijzonder serieus, en wij zullen het beoordelen in het kader van onze doelstellingen en prioriteitsplannen voor de komende jaren. Dit voorstel verdient een zorgvuldige analyse. Ik wil u er overigens aan herinneren dat mijn collega de heer Figel’ onlangs een belangrijk voorstel heeft gedaan om van 2008 het jaar van de interculturele dialoog te maken, dat de Commissie heeft goedgekeurd. Ik hoop dat het oordeel van het Parlement in dezelfde richting zal gaan.
Zoals ik eerder al zei zal ik de heer Figel’ informeren over de uitkomst van dit debat, dat heeft plaatsgevonden in een sfeer van constructieve samenwerking tussen de Commissie en het Parlement.
De Voorzitter. – Het debat is gesloten.
De stemming vindt vandaag om 12.00 uur plaats.
(De vergadering wordt in afwachting van de stemmingen om 11.55 uur onderbroken en om 12.00 uur hervat)
Schriftelijke verklaringen (artikel 142)
Zita Pleštinská (PPE-DE). – (SK) Bijna 90 procent van de uitgebreide EU bestaat uit landbouwgrond, waaronder ook nationale parken met waardevolle fauna en flora gerekend worden, evenals historische overblijfselen die tot het erfgoed van Europa behoren.
Desondanks wordt in veel politieke oplossingen voor plattelandsgebieden onvoldoende rekening gehouden met hun specifieke kenmerken en werkelijke behoeften. Om een voorbeeld te geven: het grondgebied van Slowakije bestaat voor 85 procent uit platteland, dat 48 procent van de bevolking herbergt. Jongeren trekken echter steeds meer weg van het platteland, de bevolkingsdichtheid neemt er af, ons cultureel erfgoed wordt bedreigd en de hoge werkloosheid is een groot probleem.
Ik vind dit een uiterst actueel verslag, aangezien de huidige situatie erin wordt geanalyseerd en er oplossingen worden gezocht ter ondersteuning van de plattelandsgebieden en eilanden van Europa. Ook de toekomst van kleine, traditionele gemeenschappen met een bevolking van minder dan 1 000 inwoners komt in het verslag aan de orde. De nadruk ligt op hulp voor micro-ondernemingen, jonge landbouwers, traditionele ambachten en beroepen, en lokale gebruiken en tradities, waardoor de werkgelegenheid gestimuleerd zal worden en bijgedragen wordt aan een beter en aantrekkelijker leven op het platteland.
Er moet meer aandacht en vooral ook meer subsidie komen voor het cultureel erfgoed. De EU moet een alomvattende aanpak ontwikkelen voor het behoud van cultureel erfgoed, en moet er daarbij voor zorgen dat in alle beleidsvormen bepalingen over bijstand worden opgenomen. Ik ben opgetogen over het initiatief “Dagen van het Europees cultureel erfgoed” en de uitwisseling van ervaringen op dit gebied via internationale conferenties.
Het Europees Parlement heeft met zijn debat over dit verslag onderstreept dat het de duurzame ontwikkeling van de plattelandsgebieden van Europa serieus neemt.
John Attard-Montalto (PSE). – (EN) Aangezien Malta en Gozo de kleinste natie in de Europese Unie zijn, is het niet meer dan logisch dat men op een holistische manier naar hun architectonische en culturele erfgoed verwijst. Met de weinige beschikbare middelen en het enorm grote architectonische en culturele erfgoed is het voor ons onmogelijk dit erfgoed te behouden met alleen onze eigen middelen. We moeten daarom de EU wel om hulp vragen. Maar weinig mensen weten dat de eerste vrijstaande gebouwen in de wereld op Malta zijn gevonden. Die hebben echter onmiddellijk aandacht nodig. Het misschien wel meest indrukwekkende tempelcomplex Ggantija op Gozo heeft dringend professionele zorg nodig. Valletta, een van de mooiste culturele hoofdsteden in Europa, verkeert nog steeds in een rampzalige staat. Sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog zijn vijftig jaar verstreken, maar de hoofdstad draagt nog steeds de littekens van de oorlog, in het bijzonder de puinhopen van de ooit zo schitterende Opera. Ik roep de Duitse en Italiaanse regeringen op een gebaar van goodwill te maken door de Opera, die door bombardementen is verwoest, te herbouwen en zo Valletta architectonisch te verfraaien en bij te dragen aan het cultureel erfgoed van de stad.