Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2005/0183(COD)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

A6-0234/2006

Debatten :

PV 25/09/2006 - 13
CRE 25/09/2006 - 13

Stemmingen :

PV 26/09/2006 - 5.6
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2006)0362

Volledig verslag van de vergaderingen
Maandag 25 september 2006 - Straatsburg Uitgave PB

13. Luchtkwaliteit en schonere lucht voor Europa – Thematische strategie inzake luchtverontreiniging (debat)
PV
MPphoto
 
 

  Voorzitter. – Aan de orde is de gecombineerde behandeling van de volgende verslagen:

– verslag (A6–0234/2006) van de heer Krahmer, namens de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid, over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de luchtkwaliteit en schonere lucht voor Europa (COM(2005)0447 – C6–0356/2005 – 2005/0183/(COD)); en

– verslag (A6–0235/2006) van mevrouw Corbey, namens de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid, over de thematische strategie inzake luchtverontreiniging (2006/2060 (INI)).

 
  
MPphoto
 
 

  Stavros Dimas, Lid van de Commissie. – (EL) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, eerst wil ik de twee rapporteurs danken en gelukwensen met hun goed doorwrochte werkstuk: mevrouw Corbey, rapporteur van het verslag over de thematische strategie inzake luchtverontreiniging, en de heer Krahmer, rapporteur over het voorstel voor een richtlijn betreffende de luchtkwaliteit en schonere lucht voor Europa. Ook wil ik de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid hartelijk danken voor haar inspanningen tot dusver.

Luchtverontreiniging is en blijft een van de grootste problemen voor de volksgezondheid. Door die luchtvervuiling ligt de levensverwachting in de Europese Unie vandaag 8,5 maand lager. De levenskwaliteit van honderdduizenden mensen wordt elke dag aangetast en het milieu loopt gevaar, ondanks de grote vermindering van de emissies de laatste jaren.

We moeten onze inspanningen opvoeren. De strategie die wij voorstellen, legt de stappen vast die we moeten zetten in die richting. Ze bevat nieuwe, baanbrekende doelstellingen voor de volksgezondheid en het milieu. De maatregelen inzake zwevende deeltjes zullen het geraamde aantal vroegtijdige sterfgevallen verminderen van ongeveer 350.000 op dit moment tot 160.000 in 2020. Dat zal het resultaat zijn van de gecombineerde toepassing van de strategie en andere maatregelen die al zijn overeengekomen.

Wat het milieu betreft, verwachten we dat het aantal met verzuring bedreigde ecosystemen met meer dan 50 procent zal afnemen en dat het aantal ecosystemen dat wordt bedreigd door buitensporige hoeveelheden stikstof met 30 procent zal verminderen. Dat zijn ambitieuze doelstellingen die aanzienlijke milieuvoordelen zullen opleveren als ze worden gehaald.

De strategie moet natuurlijk efficiënt worden toegepast. De Commissie heeft beloofd maatregelen voor te stellen op Europees vlak ter verbetering van de luchtkwaliteit. Hierbij zal ook het probleem van de grensoverschrijdende vervuiling worden aangepakt. In de strategie betreffende de luchtkwaliteit worden een aantal van die Gemeenschapsmaatregelen nader toegelicht. De Commissie heeft al een voorstel gedaan om de emissies van personenauto's en bestelwagens te verminderen – een voorstel dat vaak het Euro V-voorstel wordt genoemd – terwijl de Commissie milieubeheer onlangs haar ontwerpverslag heeft aangenomen. Er komt ook nog een Euro VI-voorstel voor auto's en bestelwagens. Er zullen ook andere Euro VI-voorstellen worden gedaan voor vrachtwagens en bussen en ook zal de richtlijn inzake nationale emissiegrenswaarden worden herzien, zodat nieuwe emissiegrenswaarden zullen gelden voor de lidstaten. Op het gepaste moment zullen andere maatregelen volgen voor kleinschalige verbranding en de landbouw. Al die maatregelen worden nu voorbereid en uiteraard zullen zij in detail worden doorgelicht in overeenstemming met het beginsel van betere wetgeving.

Een van de hoofdelementen in de strategie is de voorgestelde herziening van de bestaande wetgeving betreffende de luchtkwaliteit. Het voorstel handhaaft de huidige grenswaarden voor de luchtkwaliteit. De officiële statistieken van Wereldgezondheidsorganisatie bevestigen dat die grenswaarden onontbeerlijk zijn. Het voorstel voert voor het eerst bindende grenswaarden in voor kleine deeltjes, bekend als PM2.5, dat zijn deeltjes met een doorsnede die kleiner is dan 2,5 miljoensten van een meter. Wetenschappers zijn het er unaniem over eens dat die deeltjes een ernstige weerslag hebben op de volksgezondheid. Voor 2010 worden maximaal toegelaten concentraties voorgesteld. Het voorstel zal de lidstaten er tegelijk toe verplichten de toestand van de fijne deeltjes in alle Europese landen op te volgen. Ook zullen maatregelen worden genomen om de gemiddelde blootstelling aan microdeeltjes te verminderen. De goedkeuring van deze voorstellen mag geen vertraging oplopen. De gevolgen voor de volksgezondheid zijn heel ernstig en de gegevens onweerlegbaar. In de Verenigde Staten bestaan al sinds 1995 doelstellingen voor de PM2.5. De statistieken in de effectbeoordeling bij het voorstel bewijzen dat een verlaging van de blootstelling aan fijne deeltjes minder zal kosten en meer mensen ten goede zal komen dan de lagere grenswaarde voor PM2.5 die het Parlement voorstelt. Het voorstel van de Commissie biedt ook meer flexibiliteit aan de lidstaten bij het naleven van de huidige grenswaarden voor de luchtkwaliteit.

Ongecontroleerde emissies van natuurlijke oorsprong worden niet meegerekend in de cijfers. Ook zal een langere termijn worden toegekend indien de lidstaten te kampen krijgen met grote toepassingsproblemen. Die termijnverlengingen moeten wel zo beperkt mogelijk blijven, willen we de gezondheid van onze medeburgers beschermen en niet die lidstaten straffen die ernstige en geloofwaardige inspanningen hebben geleverd om de regelgeving toe te passen.

Ik ga kort in op sommige van de belangrijkste amendementen die het Parlement voorstelt: wat de mogelijkheid betreft om de termijnen te verlengen stelt de Commissie vijf jaar extra voor vanaf de datum van inwerkingtreding van de grenswaarden, dus maximaal tot eind 2009 in combinatie met de mogelijkheid om vervuiling van natuurlijke oorsprong niet mee te laten tellen. Met die tegemoetkomingen zullen de lidstaten de richtlijn beslist kunnen omzetten.

De Commissie milieubeheer stelt twee perioden voor van vijf jaar vanaf de inwerkingtreding van de nieuwe richtlijn. Met dat voorstel zal de toepassing pas een feit zijn in 2018 voor grenswaarden die al zijn goedgekeurd in 1999. Dat kunnen we niet aanvaarden. Het nieuwe amendement dat vóór deze vergadering is ingediend – amendement 81 – gaat de goede kant, op maar kan evenmin worden aanvaard. Als we namelijk vier plus twee jaren accepteren vanaf de inwerkingtreding van de nieuwe richtlijn, zullen pas in 2013 grenswaarden voor de PM10 in werking treden die al zijn goedgekeurd in 1999. De lidstaten kennen die grenswaarden dus al sinds 1999.

Overeenkomstig het besluit van Raad en Parlement betreffende het Zesde Milieuactieprogramma heeft de Commissie deskundigen van de Wereldgezondheidsorganisatie gevraagd of de huidige grenswaarden voor de luchtkwaliteit gewijzigd zouden moeten worden. Hun antwoord was negatief. Bijgevolg kan de Commissie niet instemmen met een afzwakking van de dagelijkse grenswaarde voor PM10. Amendementen 46 en 81 verhogen het aantal dagen waarop overschrijding van de grenswaarde is toegelaten van 35 tot 55. Als die amendementen worden aangenomen, zullen op basis van de statistieken van 2004 geen maatregelen tegen luchtvervuiling meer nodig zijn in steden als Wenen, Frankfurt, Brno, Stuttgart en andere. De kernvraag is: hoe kunnen we de volksgezondheid het best beschermen? Door de dagelijkse grenswaarde af te zwakken of met maatregelen die de vervuiling aanpakken?

Het amendement waarmee de grenswaarden worden afgezwakt zonder dat eerst nieuwe Gemeenschapsmaatregelen zijn getroffen tegen de vervuiling, kan evenmin worden aangenomen. Het staat haaks op het initiatiefrecht van de instellingen. Het is ook niet werkbaar, omdat het onmogelijk is het resultaat te voorspellen van maatregelen die nog niet zijn voorgesteld. In dat geval zou het recht van de burger op schonere lucht worden ondermijnd.

Ik denk dat ik het hierbij houd.

 
  
MPphoto
 
 

  Holger Krahmer (ALDE), rapporteur. – (DE) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, dames en heren, in de eerste plaats wil ik de schaduwrapporteurs van de PPE-DE-Fractie en de PSE-Fractie, mevrouw Weisgerber en mevrouw Corbey, bedanken voor de samenwerking. Ik dank echter ook de Commissie en het Oostenrijkse en Finse voorzitterschap voor hun openheid en bereidheid tot overleg. Dat er zowel binnen het Parlement als tussen de instellingen over bepaalde punten verschillen van mening bestaan, zou in het Europese democratische bestel niet meer dan normaal moeten zijn. Belangrijk is dat we vanuit verschillende invalshoeken en met verschillende accenten uiteindelijk toch een gemeenschappelijk doel nastreven, namelijk het verbeteren van de luchtkwaliteit in Europa.

Het staat buiten kijf dat de sterke mate van luchtverontreiniging, vooral in de dichtbevolkte regio's en agglomeraties in de EU, verantwoordelijk is voor talrijke aandoeningen van de luchtwegen en de gevolgen ervan. Verontreinigde lucht houdt geen halt aan de grenzen. De verbetering van de luchtkwaliteit blijft daarom een grote uitdaging. De luchtvervuiling kan alleen op lange termijn en in een Europees kader worden bestreden, vooral door de intensivering van grensoverschrijdende maatregelen. Om de ambitieuze doelstellingen die wij ons hebben gesteld, te kunnen verwezenlijken, zullen in de Gemeenschap in de toekomst verdere instrumenten nodig zijn: schone lucht kan in de lidstaten alleen worden gewaarborgd wanneer geldende richtlijnen consequent worden toegepast en toekomstige maatregelen van de EU zich concentreren op beperking van de emissies bij de veroorzaker.

Hoewel er alle reden is tot bezorgdheid over de luchtkwaliteit in Europa, wil ik toch ook benadrukken dat de luchtkwaliteit in Europa door strenge wettelijke voorschriften en technische vooruitgang de afgelopen decennia aanzienlijk is verbeterd.

In de aanloop naar de stemming in de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid in juli en met het oog op de komende stemming in deze plenaire vergadering zijn de drie grote fracties in het Europees Parlement het eens geworden over een pakket compromisamendementen dat kort gezegd het volgende beoogt: aan de ene kant ambitieuze grens- en streefwaarden, aan de andere kant meer flexibiliteit, waarbij rekening wordt gehouden met de problemen die de lidstaten ondervinden bij het omzetten van de huidige richtlijn. Laat ik de belangrijkste punten noemen.

Allereerst over PM10: er bestaat in het Parlement een grote mate van consensus over het feit dat het voorstel om het jaargemiddelde voor PM10 voor de periode na 2010 te handhaven op 40 microgram, weinig ambitieus is. In de meeste steden in Europa wordt deze waarde nu al bereikt. De Commissie had voor de periode na 2010 oorspronkelijk een lager jaargemiddelde voor PM10 aangekondigd. Aangezien dat in het onderhavige voorstel echter niet is terug te vinden, stellen de drie grote fracties voor de grenswaarde voor PM10 vanaf 2010 te verlagen tot 33 microgram.

Commissaris, gezien de kritiek op de compromisvoorstellen vind ik het opvallend dat u juist dit punt nooit noemt. Wij stellen een duidelijke verlaging voor van de jaargrenswaarden voor PM10. Ik wil erop wijzen dat dit geen voorbeeld is van verwatering van de grenswaarden, een punt dat ook door milieuorganisaties hevig wordt bekritiseerd.

Op het voorstel dat het daggemiddelde voor PM10 van 50 microgram op maximaal 35 dagen mag worden overschreden, is door veel afgevaardigden scherpe kritiek geuit. Feit is dat er tussen het actuele daggemiddelde en het jaargemiddelde geen correlatie bestaat. Het aantal van 35 dagen is bovendien willekeurig. Niemand in het Parlement twijfelt eraan dat het belangrijk is dagelijks metingen te verrichten en risicogroepen te informeren over verhoogde concentraties van verontreinigende stoffen. Daarentegen beweert geen enkele serieuze wetenschapper dat het daggemiddelde vanuit het oogpunt van de volksgezondheid relevanter is dan het jaargemiddelde. Het is bekend dat het de steden de grootste moeite kost om zich aan de daggrenswaarden te houden. We laten de gemeenten in een soort georganiseerde hulpeloosheid aan hun lot over. Inmiddels is aangetoond dat naleving van de daggrenswaarden geheel losstaat van welke maatregelen tegen luchtverontreiniging ook, maar grotendeels onderhevig is aan meteorologische omstandigheden.

De Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid en de drie grote fracties van het Parlement steunen het compromisvoorstel dat enerzijds de jaargrenswaarde met 20 procent verlaagt en anderzijds de betrokken steden en gemeenten onder bepaalde voorwaarden wat meer flexibiliteit biedt en het aantal dagen waarop de grenswaarde mag worden overschreden, vaststelt op een maximum van 55 in plaats van 35 dagen.

Hoewel de correlatie tussen de door het Parlement voorgestelde dag- en jaargemiddelden door sommigen wordt betwijfeld, kan niemand serieus beweren dat we daarmee minder ambitieus zijn dan de Commissie en de Raad.

Dan over PM2,5, de kleinste stofdeeltjes: alle deskundigen zijn het erover eens dat de grootste risico’s voor de gezondheid door PM2,5 worden veroorzaakt. De gegevens over PM2,5 in Europa zijn echter nog niet betrouwbaar genoeg en de meeste lidstaten hebben onvoldoende ervaring met het meten van PM2,5.

Wij stellen daarom voor PM2,5 in twee fasen te regelen: in de eerste plaats een streefwaarde vanaf 2010 en in de tweede plaats een grenswaarde van circa 20 microgram vanaf 2005. Ook deze waarde is weer ambitieuzer dan wat door Raad en Commissie wordt voorgesteld.

Een meerderheid van het Parlement is het erover eens dat het door de Commissie voorgestelde jaargemiddelde van 25 microgram weinig ambitieus is en dat we die waarde dan ook moeten verlagen. De Commissie heeft in haar voorstel gekozen voor een vaste streefwaarde van 20 procent, zonder te hebben onderzocht welke concrete maatregelen en kosten de vermindering van 20 procent voor de desbetreffende lidstaten met zich meebrengt. Evenals de andere leden van de commissie ben ik ervan overtuigd dat een progressief model, waarin per lidstaat wordt gedifferentieerd en in sterkere mate rekening wordt gehouden met vroegtijdige maatregelen, hoe dan ook de voorkeur verdient boven een vaste streefwaarde.

Tot slot nog een paar woorden over artikel 20: ik heb de kritiek van de Commissie en van organisaties van buiten op de regeling 5+5 – uitstel van de termijn waarop de grenswaarden moeten zijn bereikt – ter harte genomen. We hebben een nieuw pakket samengesteld dat nu “4+2” heet. Dat komt al meer overeen met wat de Commissie wil, die zoals u weet vijf jaar voorstelt. Ik wil nog eens onderstrepen dat we de luchtkwaliteit in Europa slechts op lange termijn kunnen verbeteren en dan ook alleen met maatregelen die zich op de bron, op de veroorzaker richten. Ik zie uit naar de door de Commissie aangekondigde voorstellen inzake emissiereducties aan de bron.

 
  
MPphoto
 
 

  Voorzitter. Hartelijk dank, mijnheer Krahmer. U hebt mij echter wel een beetje in de problemen gebracht. Uw toespraak was zeer interessant – ik denk dat het hele Parlement dat kan beamen – maar u hebt uw spreektijd van twee minuten en tien seconden overschreden. Ik wil er heel duidelijk over zijn dat ik niet voor alle leden hier even gul kan zijn. Ik bied hier bij voorbaat mijn excuses voor aan en hoop dat elk lid zich aan haar of zijn spreektijd zal proberen te houden. U was bij deze vergadering de eerste spreker van het Parlement, dus we zullen dit maar beschouwen als een teken van vriendelijkheid van de kant van de Voorzitter.

 
  
MPphoto
 
 

  Dorette Corbey (PSE), Rapporteur. – Voorzitter, ik denk dat die gulheid ook nog wel de tweede spreker van het Parlement vandaag betreft, maar ik zal toch proberen het kort te houden. Collega's, Commissaris, ik zal ook beginnen met een kort dankwoord aan de schaduwrapporteurs voor dit onderwerp, Holger Krahmer, Anja Weisgerber en Anders Wijkman en alle andere schaduwrapporteurs die bijgedragen hebben tot een goed resultaat. Luchtkwaliteit is een groot gezondheidsprobleem en toen ik me ruim een half jaar geleden serieus ging verdiepen in de luchtkwaliteitsproblemen, ben ik geschrokken van de ernst daarvan.

Europeanen gaan zo'n negen maanden eerder dood vanwege de luchtkwaliteit. 350.000 mensen gaan tien jaar eerder dood vanwege de luchtkwaliteit. Miljoenen mensen worstelen met astmatische aandoeningen. Slechte luchtkwaliteit raakt niet iedereen even erg. De mensen die wonen in de grote steden, langs de snelwegen, kinderen en ouderen zijn het hardst getroffen. Luchtverontreiniging en de zure regen die eruit voortkomt, is daarnaast in grote delen van Europa, en dan vooral in Scandinavië, een groot milieuprobleem.

Commissaris, wij verwachten daarom een stevig beleid om luchtverontreiniging terug te dringen en daarom zijn we teleurgesteld in de voorstellen die u hebt ingediend. De verslagen van Krahmer en mezelf zijn allereerst een aanklacht tegen de onverschillige houding tegenover de luchtverontreiniging. Wij vragen in feite drie politieke wijzigingen. Allereerst strengere normen, ten tweede meer aandacht voor de uitvoering en ten derde bronmaatregelen om de luchtverontreiniging aan te pakken.

Ik begin met de normen. De milieucommissie dringt in beide verslagen aan op een hoger ambitieniveau en dat is hard nodig. In de thematische strategie wordt een keuze gemaakt tussen het ambitieniveau A, B en C en het maximum haalbare scenario. Alle impact assessment-studies wijzen uit dat zelfs het maximale scenario nog kosteneffectief is en dat het optimale scenario tussen B en C ligt. Toch kiest de Commissie, overigens zonder enige verdere uitleg, voor het ambitieniveau A-plus. Met het oog op de volkgezondheid is dit een onbegrijpelijke keuze. Een hoger ambitieniveau kan – dat laat ook de Verenigde Staten zien – en is ook nog zeer kosteneffectief zoals ook blijkt uit alle studies die hieraan ten grondslag liggen.

De voorstellen die in mijn verslag worden gedaan, zijn een paar miljard duurder, maar ze leveren flinke gezondheidswinst op. Zij zijn daarnaast een stevige impuls voor innovatie. In de richtlijn stelt de Commissie een nieuwe norm voor het kleinere fijn stof, de PM2.5. De kleinste deeltjes zijn het meest schadelijk voor de gezondheid en de norm is ook preciezer omdat de kleinste delen minder natuurlijke bronnen zoals zeezout en woestijnzand bevatten. PM2.5 is dus een betere maat, maar de invulling door de Commissie is wel zeer teleurstellend. Het Parlement vraagt voor PM2.5 een streef- en limietwaarde van 20 µg/m3. Dit is aanzienlijk beter dan de 25 µg die de Commissie en de Raad willen, maar het is altijd nog slechter dan de 15 µg in de Verenigde Staten en de 10 µg die de Wereldgezondheidsorganisatie aanbeveelt.

Ik ben overigens ook heel benieuwd hoe de Commissie het door het Parlement in de strategie gekozen ambitieniveau verwerkt in toekomstige wetgeving en in de NEC-richtlijn. Kunt u daar iets over zeggen, Commissaris? Kiest u nu ook in navolging van het Parlement voor een ambitieniveau dat tussen B en C in ligt?

Betere normen zijn nodig, zei ik, maar dat is slechts één van de drie pijlers. Onze tweede pijler is aandacht voor implementatie. Tot nu toe waren de inspanningen van de lidstaten niet erg overtuigend. Slechts vier lidstaten voldoen nu volledig aan de limietwaardes zoals ze in de huidige richtlijn staan. De Commissie heeft de taak toe te zien op een goede naleving en dat is ook nodig, want luchtverontreiniging is een grensoverschrijdend probleem. De helft van de luchtverontreiniging in Nederland komt uit het buitenland aangewaaid. Nederland kan daarom niet op eigen kracht de lucht schoner maken en moet erop kunnen vertrouwen dat de regeringen in België, Engeland en Duitsland alle inspanningen doen om de luchtverontreiniging aan te pakken. Maar omgekeerd exporteert Nederland erg veel vervuiling en daarom moet de Scandinavische landen, Duitsland en ook België erop kunnen rekenen dat Nederland alles doet om de lucht schoon te maken.

Tot nu toe heeft de Commissie niet erg overtuigend gereageerd op lidstaten die de normen overschrijden. De milieucommissie wil met nieuwe bepalingen in de richtlijn de Commissie aanzetten tot een actievere opstelling. Voor de lidstaten komt er een duidelijke inspanningsverplichting. Sommige landen hebben meer tijd nodig om de grenswaarden te bereiken. Daar kan ik mee akkoord gaan zolang ze alle inspanningen doen, maar zonder inspanningen geen uitzondering. Adequate inspanningen zijn de voorwaarde voor uitzondering. Uitzonderingen zijn niet, zoals in het voorstel van de Commissie, een premie voor 'niets doen' en amendement 66 verduidelijkt dat nog eens.

De derde pijler, collega's, is een ambitieus bronbeleid. Zonder bronbeleid, zonder politiek om auto's, vrachtverkeer, scheepvaart en industrie schoner te laten draaien, is het voor de lidstaten en zeker voor de dicht bevolkte lidstaten erg moeilijk om de lucht schoner te maken. De luchtkwaliteit kan daarom alleen verbeterd worden door verkeer en industrie stil te leggen. Dat zijn draconische en tegelijkertijd weinig effectieve maatregelen. De rekening komt eenzijdig te liggen bij de lagere overheden en dat is natuurlijk onaanvaardbaar.

Een serieus bronbeleid is goed voor lucht, voor milieu en goed voor de volkgezondheid, maar uiteindelijk ook goed voor energiebesparing en voor het klimaat vanwege de verminderde CO2-uitstoot. En het is ook nog goed voor innovatie: schonere en meer zuinige auto's bijvoorbeeld verkopen beter. Daarom wil de milieucommissie in de richtlijn artikel 30A opnemen waarin wordt gevraagd om een bronbeleid voor 2010. Daarom wordt er in de strategie een interinstitutioneel akkoord voorgesteld waarin bronbeleid kan worden vastgesteld. Overigens moeten de lidstaten bij gebrek aan bronbeleid de mogelijkheid hebben zelf bronmaatregelen te treffen buiten de interne markt om.

Collega's, luchtverontreiniging is een ernstig probleem, maar het goede nieuws is dat het oplosbaar is áls we maar de politieke wil op tafel leggen. Ik denk dat de milieucommissie met deze drie pijlers een stevige basis heeft gelegd. Wij hebben in een nieuw compromis de zaken nog wat aangescherpt en verbeterd en ik bedank nogmaals iedereen die hieraan bijgedragen heeft en in het bijzonder Holger Krahmer, Anja Weisgerber en Anders Wijkman. Wij hebben met strengere normen, meer aandacht voor de implementatie en het bronbeleid een paar belangrijke politieke wijzigingen aangebracht. Deze aanpak staat voor een nieuw Europa, dicht bij de mensen, met oog voor de uitvoering van wetgeving door nationale en lokale overheden en gericht op innovatie.

 
  
MPphoto
 
 

  Anja Weisgerber, namens de PPE-DE-Fractie. – (DE) Mijnheer de Voorzitter, de constructieve besprekingen met de rapporteurs hebben geleid tot een solide compromis.

Het belangrijkste doel is een effectieve en duurzame verbetering van de luchtkwaliteit. Daarvoor is het van belang dat we grenswaarden vaststellen. Grenswaarden alleen zorgen echter nog niet voor een betere luchtkwaliteit. Die kan alleen worden bereikt door effectieve maatregelen die gericht zijn op emissies, zoals de al voorgestelde Euro-5-norm voor uitlaatgassen, die roetfilters voor nieuwe auto’s verplicht stelt. Het ligt in de eerste plaats op de weg van de Commissie om verdere maatregelen te nemen, zoals voorschriften voor kleine stookinstallaties, Euro 6 voor vrachtwagens en Europese grenswaarden voor scheepsmotoren.

We willen in het algemeen af van tijdelijke maatregelen voor de korte termijn en streven in plaats daarvan naar duurzame bronmaatregelen. Daardoor wordt de volksgezondheid op effectievere wijze beschermd. Daarom zijn wij met de jaargrenswaarden van 33 microgram ambitieuzer dan de Commissie. Bij de daggrenswaarden, die aantoonbaar door meteorologische omstandigheden worden beïnvloed, bieden we de gemeenten meer flexibiliteit. Bewezen is immers dat chronische blootstelling het meeste gevaar oplevert. Daar moet onze prioriteit liggen.

Door de jaargrenswaarden voor fijne stofdeeltjes te verlagen, stimuleren we permanente en duurzame maatregelen zoals het instellen van milieuzones of het verplicht stellen van roetfilters. Mensen hebben meer aan een strengere jaargrenswaarde en een effectieve vermindering van de langdurige verontreiniging dan aan een straat die voor 24 uur wordt afgesloten.

Ook op nationaal en lokaal niveau moeten alle proportionele en noodzakelijke maatregelen worden genomen om de luchtkwaliteit te verbeteren. Ook daarvoor bieden we de juiste stimulansen. Verlenging van de termijn voor de naleving van de voorschriften met maximaal zes jaar is voor gemeenten alleen mogelijk, wanneer ze door middel van een actieplan aantonen dat ze iedere proportionele maatregel die ze kunnen nemen om de luchtkwaliteit te verbeteren, ook hebben genomen. Bovendien wordt deze uitzondering niet voor alle gemeenten gemaakt, maar alleen voor gemeenten die aantoonbaar te maken hebben met bijzonder ongunstige meteorologische omstandigheden, bijvoorbeeld vanwege hun ingesloten ligging.

Deze heldere boodschap is precies wat men in het compromis terugvindt. Het biedt daarmee een evenwichtige en effectieve oplossing voor de noodzakelijke bescherming van de volksgezondheid.

 
  
MPphoto
 
 

  Riitta Myller, namens de PSE-Fractie. – (FI) Mijnheer de Voorzitter, ik ben het met de rapporteur eens dat deze richtlijn ons niet dichter bij het doel van een goede luchtkwaliteit brengt. Het is goed dat het kleinere fijn stof, de zeer kleine PM2,5-deeltjes, in de richtlijn zijn opgenomen en dat daarvoor bindende grenswaarden worden gesteld. De grenswaarde die de Commissie voorstelt en de Raad steunt is 25 microgram, zoals hier menigmaal is gezegd. Hier is ook al gezegd dat het Parlement dit wil aanscherpen tot 20 microgram. Dat is heel goed, maar als wij dit voorstel vergelijken met de behoeften die bijvoorbeeld de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) heeft voorgesteld en waarmee een situatie wordt bereikt waarin wij niet langer schade berokkenen aan de volksgezondheid en het weerstandvermogen van de natuur, dan is ook deze grenswaarde nog te hoog. De WHO stelt 10 microgram voor en, zoals gezegd, in de Verenigde Staten en Canada heeft men al een waarde van 15 microgram bereikt.

Luchtverontreiniging is een van de grootste milieuproblemen in Europa en ook mensen worden er aan blootgesteld. Hier zijn aantallen van 360 000 tot 400 000 voortijdige sterfgevallen genoemd. Welk aantal het ook is, het is zeer hoog. De vast te stellen grenswaarde kan een grote invloed hebben op het aantal mensenlevens dat gered kan worden. Als de aanbeveling van de WHO van kracht wordt, zou het om verscheidene tienduizenden mensenlevens gaan. Met de nu voorgestelde grenswaarden redden wij slechts enkele duizenden mensenlevens. Het Parlement roept echter op tot een scherpere grenswaarde voor deze kleinere stofdeeltjes, wat ik goed vind. Ik ben het echter niet eens met een verlenging van de termijn voor de tenuitvoerlegging. Ik hoop dat wij hierin nog verbetering kunnen aanbrengen.

Ik was in de vorige zittingsperiode rapporteur voor het zesde milieuactieprogramma. Daarin werden relatief ambitieuze doelen gesteld, ook voor de luchtkwaliteit. Het doel was dat wij de volksgezondheid niet meer zouden schaden. Nu moet ik constateren dat wij met deze eerste thematische wetgevingsstrategie, waarmee wij de doelen van het zesde milieuactieprogramma proberen te verwezenlijken, de doelen niet zullen bereiken. Door deze strategie verwateren de doelen die wij in het zesde milieuactieprogramma hebben gesteld.

 
  
MPphoto
 
 

  Jules Maaten, namens de ALDE-Fractie. – Voorzitter, over het belang van schone lucht hoeven we hier natuurlijk geen discussie te hebben en het is ook duidelijk dat de voordelen van schone lucht ruimschoots opwegen tegen de kosten. Het doel van de wetgeving – en ik concentreer me vooral op de ontwerprichtlijn – is dan ook heel goed en ik steun vooral ook de pogingen van rapporteur Holger Krahmer om de wetgeving zo werkbaar mogelijk te maken. Toch moeten we ons afvragen of we hier als Europese Unie op de goede weg zijn en of we niet bezig zijn met het maken van symboolwetgeving.

Waarom zeg ik dat? We willen strenge eisen opleggen aan lidstaten terwijl ze al niet aan de oude luchtkwaliteitnormen kunnen voldoen. Sinds de inwerkingtreding in 2005 van de luchtkwaliteitsrichtlijn, die grenzen stelt aan de PM10 stofdeeltjes, voldoen tien lidstaten niet aan de eisen. En al in de aanloop naar 2005 zou het de Commissie duidelijk moeten zijn geweest dat lidstaten de grenswaarden niet zouden halen zonder een systematisch bronbeleid, dus het beperken van uitlaatgassen van auto's, vrachtauto's en schepen.

Tussen 2002 en 2004 overschreed ongeveer 96% van de steden de dagnormen en de jaarlijkse normen werden overschreden in verschillende gebieden in het zuiden van Europa, in de Benelux en in Duitsland, alsook in Centraal- en Oost-Europa, in totaal zowat 73% van de steden. Zonder bronmaatregelen, die vaak al jaren geleden door de Commissie zijn aangekondigd, hebben iets strengere, dan wel iets minder strengere waarden voor PM10 of PM2.5 geen enkel nut en dan heb ik het nog niet eens over stikstof.

Lidstaten zullen zonder bronmaatregelen niet aan de grenswaarden kunnen voldoen en ik hoor natuurlijk met genoegen dat de Commissaris hier ook weer zegt: ja wij komen met al die bronmaatregelen wel aanzetten, maar ze zijn er nog niet. De tegenwerking in de Commissie tegen dit beleid (trouwens ook in dit Parlement) is enorm. Lokale kortetermijnmaatregelen zijn ineffectief. Effectief beleid moet inzetten op langetermijnmaatregelen en dus ook op bronbeleid. Dat is hier niet het geval. Het doel van de wetgeving is goed, maar de gekozen route erheen is twijfelachtig.

 
  
MPphoto
 
 

  Satu Hassi, namens de Verts/ALE-Fractie. – (FI) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, zoals gezegd gaan er elk jaar meer dan 300 000 Europeanen voortijdig dood door luchtverontreiniging. Deskundigen op het gebied van milieu en gezondheid vinden het voorstel van de Commissie ontstellend zwak, maar misschien geeft het Europees Parlement nu aanleiding tot nog grotere ontsteltenis. De meerderheid in de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid stelt namelijk zelfs een afzwakking van de huidige wetgeving voor. De Milieucommissie wil de inwerkingtreding met meer dan tien jaar uitstellen en het aantal dagen waarop de grenswaarden van verontreiniging overschreden mogen worden bijna verdubbelen van 30 naar 55 dagen per jaar. Als excuus wordt aangevoerd dat in de verre toekomst de jaarlijkse grenswaarde wordt verlaagd van 40 naar 30 microgram per kubieke meter. Die verbetering is slechts schijn, want de huidige grenswaarde, als die niet meer dan 35 dagen mag worden overschreden, betekent in de praktijk al een jaarlijks gemiddelde van 30 microgram.

Het is niet waar dat een overschrijding van de dagelijkse grenswaarden geen betekenis heeft voor de gezondheid. Er komen juist altijd meer hartpatiënten in ziekenhuizen terecht wanneer de dagelijkse verontreinigingswaarden worden overschreden. De schandalige suggestie van de Milieucommissie werd gemotiveerd met de bewering dat de lidstaten niet beter kunnen. Maar de lidstaten zelf zijn in de Raad voorlopig een strikter model overeengekomen waarin sprake is van een uitstel van slechts drie jaar. Na deze voorlopige overeenkomst van de Raad kwamen de drie grootste fracties met een verbeterd compromisvoorstel, waarin de invoering van de normen echter nog steeds langer worden uitgesteld dan de Ministerraad wil.

Het is vreselijk om te zien hoe de onderhandelaars van bepaalde fracties zich door de auto-industrie hebben laten leiden. Het is schandalig als de grootste fracties in het Parlement toegeven aan de druk van de lobbyisten van de auto-industrie.

Dames en heren, ik roep u op het voorstel van de Milieucommissie of van mevrouw Weisberger en anderen om de invoering van de wetgeving uit te stellen niet aan te nemen en het recht van onze burgers om schone lucht in te ademen te verdedigen.

 
  
MPphoto
 
 

  Jonas Sjöstedt, namens de GUE/NGL-Fractie.(SV) Luchtverontreiniging veroorzaakt grote problemen voor de volksgezondheid in de Europese Unie. Volgens eigen berekeningen van de Commissie overlijden jaarlijks tot 370 000 mensen voortijdig als gevolg van de emissies in de lucht. De grootste veroorzaker van deze voortijdige sterfgevallen is de uitstoot van fijn stof. Daarnaast is fijn stof ook verantwoordelijk voor alle gezondheidsproblemen van mensen met astma of allergische aandoeningen. Daarbij vormen kinderen een extra kwetsbare groep. De luchtverontreiniging veroorzaakt ook grote milieuproblemen in de vorm van eutrofiëring, verzuring en ozon op leefniveau. Er zijn duidelijke gezondheids- en milieuredenen om aan deze emissies een strenge limiet te stellen. Sociaal-economische overwegingen leiden tot dezelfde conclusie. De samenleving zou er enorm bij gebaat zijn als we deze kosten die veroorzaakt worden door emissies kunnen voorkomen.

Het Commissievoorstel voor een thematische strategie en de ontwerprichtlijn voor betere luchtkwaliteit zijn dan ook teleurstellend. Het ambitieniveau ligt erg laag. Hiermee wordt weer eens bevestigd dat voor deze Europese Commissie een ambitieus milieubeleid geen prioriteit heeft. Helaas moeten wij constateren dat ook de ontwerpverslagen van de Commissie milieu, volksgezondheid en voedselveiligheid ontoereikende compromissen zijn. De besluiten die daarin worden voorgesteld, zijn domweg onvoldoende om de problemen werkelijk op te lossen. Daarom hebben wij als Confederale Fractie Europees Unitair Links/Noords Groen Links een aantal amendementen ingediend om de ontwerprichtlijnen aan te scherpen. Aan deze amendementen liggen verschillende doelen ten grondslag. In de eerste plaats willen wij een eind maken aan de zeer ruime uitzonderingsmogelijkheden die de lidstaten zouden krijgen en die ertoe zouden leiden dat wij een onnodig aantal jaren zouden moeten wachten voordat de richtlijn in de praktijk wordt uitgevoerd. Wat de streefwaarde inzake vermindering van de blootstelling betreft, zijn wij van mening dat die bindend moet zijn en dat hij kan worden verhoogd tot 25 procent. De bovengrens voor fijnstofconcentraties willen wij verlagen tot 10 microgram, wat overeenkomt met het niveau dat door de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) wordt aanbevolen voor de geïndustrialiseerde landen. Wij vinden ook dat de vereisten voor lage verontreinigingsniveaus overal dezelfde moeten zijn, ongeacht de natuurlijke emissiebronnen. Anders zouden wij immers verschillende milieukwaliteiten voorschrijven voor verschillende mensen, afhankelijk van waar zij toevallig wonen. Dat is ons standpunt.

Mijnheer de Voorzitter, ik wil de laatste halve minuut graag gebruiken voor een persoonlijk dankwoord. Morgen treed ik af als lid van het Europees Parlement, dus dit is mijn laatste toespraak in het Parlement. Ik dank de collega’s met wie ik de afgelopen elf jaar heb samengewerkt. Het was een genoegen hier te mogen werken. Ik wil ook de diensten van het Parlement, en vooral de tolken, bedanken. Heel hartelijk bedankt!

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  Voorzitter. – Mijnheer Sjöstedt, ik ben zeer ontroerd dat ik hier nu kan zijn. Ik kan u verzekeren – en ik spreek namens alle leden hier – dat we zeer ingenomen zijn met uw bijdrage aan al onze debatten. U bent niet alleen heel lang lid van dit Parlement geweest, maar ook een geliefd lid, niet alleen binnen uw fractie, maar ook ver daarbuiten, zoals ik kan beamen.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  Liam Aylward, namens de UEN-Fractie.(EN) Mijnheer de Voorzitter, ook ik wens de heer Sjöstedt veel geluk in de toekomst.

Als lid van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid steun ik de strategie inzake de luchtkwaliteit die de Commissie heeft opgesteld. De strategie bevat een reeks gezondheids- en milieudoeleinden en streefwaarden voor emissiereductie voor de belangrijkste verontreinigende stoffen. Er wordt een beroep op de Commissie gedaan om met een reeks sectoriële initiatieven te komen, waaronder: reductie van de uitstoot in de scheepvaartsector, reductie van de uitstoot van ammoniak door de landbouw, uitbreiding van geïntegreerde bestrijding en preventie van verontreiniging voor kleinere eenheden, strengere emissienormen voor voertuigen en de tenuitvoerlegging van een richtlijn inzake nationale emissieplafonds.

We zien allemaal in wat de belangrijke voordelen zijn van minder luchtverontreiniging en we steunen kostenbesparende geïntegreerde benaderingen die tot een verbetering van de luchtkwaliteit kunnen leiden. Meer investeringen in duurzame energie en in de biobrandstofsector dragen ongetwijfeld ook bij tot een schoner milieu.

Mijn verslag over de toekomst van de biobrandstofindustrie is onlangs overtuigend goedgekeurd door de Commissie milieubeheer. Twee belangrijke punten van dat verslag zijn dat biobrandstoffen tussen 40 en 80 procent minder broeikasgassen uitstoten dan fossiele brandstoffen en dat biobrandstoffen boeren nieuwe inkomstenbronnen kunnen bieden via het type duurzame en multifunctionele landbouw dat het gemeenschappelijk landbouwbeleid schijnt voor te staan.

De Europese Unie moet ambitieus zijn bij het nastreven van de strategieën die ze hanteert ter bevordering van het gebruik van biobrandstoffen. We moeten de vraag naar biobrandstoffen in Europa stimuleren en we moeten garanderen dat het zevende raamwerkprogramma voor onderzoek en ontwikkeling voor de periode 2007-2013 sterk gericht is op het stimuleren van de biobrandstofsector in de EU-lidstaten.

Ik denk dat we allemaal inzien wat de mogelijkheden zijn van duurzame energie als een belangrijk middel om de werkgelegenheid te stimuleren en een toegevoegde waarde in plattelandsgebieden te creëren. De loskoppeling van inkomenssteun van de productie zoals die was opgenomen in het gemeenschappelijk landbouwbeleid voor 2003, zal het aanbod van energiegewassen bevorderen. De opkomst van biobrandstof is goed nieuws voor de landbouwsector in Europa en in Ierland en het is ook goed nieuws voor de bescherming van ons milieu voor de middellange en lange termijn.

Er moeten in de Europese Unie krachtige maatregelen worden genomen ter bevordering van de biobrandstofsector. We weten hoe belangrijk deze sector is. We weten wat de voordelen voor het milieu zijn, dus laten we die uitdaging nu met zijn allen aangaan.

 
  
MPphoto
 
 

  Johannes Blokland, namens de IND/DEM-Fractie. – Voorzitter, in geen enkele lidstaat is luchtkwaliteit zo'n onderwerp van discussie geweest als in mijn eigen land. Mijn analyse is dat de problemen die in Nederland spelen, ook aanwezig moeten zijn in vrijwel alle andere lidstaten, zeker in de stedelijke gebieden. Het akkoord dat nu tussen de politieke groepen is bereikt, geeft dan ook zeer terecht een mogelijkheid van uitstel voordat de limietwaarden voor PM10 van toepassing worden. Ik zal mijn fractie adviseren met dit akkoord in te stemmen. Bijzondere aandacht wil ik trouwens vestigen op amendement 76 omdat de positie van stikstofoxide in mijn ogen onterecht buiten het akkoord is gebleven. Graag vraag ik de leden om steun voor dat amendement.

Dan wil ik mij richten tot Commissaris Dimas. Commissaris, wij hebben tot nog toe altijd van u gehoord dat de Commissie niet akkoord kan gaan met de koppeling van mogelijk uitstel aan het voorstellen van nieuwe maatregelen door de Commissie. U zult morgen zien dat u een brede meerderheid tegenover u hebt. U hebt ook ongetwijfeld vorige week het verslag gelezen dat door het Instituut voor Europees Milieubeleid is opgesteld. Daar staat in dat zo’n koppeling een buitengewoon goede zaak is. Ziet u echt geen mogelijkheid ons tegemoet te komen?

Als laatste, natuurlijk een woord van dank voor de beide rapporteurs. Ik weet dat het heel lastig kan zijn om bij zo'n gevoelig dossier tussen de klippen door te laveren. Toch denk ik dat u dat heel handig hebt gedaan en daarvoor verdient u beiden onze dank. Jonas Sjöstedt, dank voor de goede collegiale samenwerking, het ga je goed.

 
  
MPphoto
 
 

  Irena Belohorská (NI). – (SK) Ik wil de twee rapporteurs bedanken voor hun werk in verband met dit belangrijke onderwerp. Het is bekend dat de gemiddelde levensverwachting wel negen maanden kan dalen als gevolg van luchtverontreiniging. Meer dan de helft van de Europeanen woont in omstandigheden waarin de daglimieten voor concentraties wel 35 keer per jaar worden overschreden. In de Europese Unie is de situatie het meest ernstig in de Benelux, het noorden van Italië en de nieuwe lidstaten.

Luchtverontreiniging is de oorzaak van diverse luchtwegaandoeningen en andere ziekten. Volgens artikel 152 van het EG-Verdrag valt de gezondheidszorg onder de verantwoordelijkheid van de lidstaten en de Europese Unie heeft in dit opzicht slechts beperkte bevoegdheden. Het is daarom noodzakelijk manieren te vinden waarop de Europese Unie indirect, dat wil zeggen via andere beleidsvormen, kan optreden om de volksgezondheid te verbeteren. Het verbeteren van de luchtkwaliteit is zonder twijfel een voorbeeld van dergelijke beleidsvormen.

Als van de lidstaten en met name de nieuwe lidstaten – waar het EU-recht nog een nieuw juridisch gebied is en waar men met met enorme economische problemen te maken heeft – geëist wordt dat zij in hun respectieve rechtsstelsels een kaderrichtlijn ten uitvoer leggen, samen met nog eens vier stukken wetgeving, drie dochterrichtlijnen en een beschikking van de Raad, dan mag het duidelijk zijn dat de tenuitvoerlegging allesbehalve probleemloos en foutloos zal verlopen en dat er ook aan de volledigheid wel het een en ander zal schorten. Het publiek zal moeilijk kunnen vaststellen wat de bindende EU-normen voor luchtkwaliteit zijn. Ik ben dan ook zeer verheugd dat met dit voorstel de bestaande wetgeving maar liefst tot de helft wordt teruggebracht. De Europese Unie heeft langetermijndoelstellingen nodig, evenals strenge controlemaatregelen en toezicht op de juiste tenuitvoerlegging van de richtlijn door de lidstaten.

Aan de andere kant moet de EU normen aannemen die transparant zijn en meer gericht zijn op het beperken van emissies door vervuilers. De doelen die in de wetgeving gesteld worden, hetzij PM10 hetzij PM2,5, en de datum waarop de richtlijn in werking zal treden, moeten ambitieus maar realistisch zijn. Als dat niet het geval is, lopen we het risico dat de lidstaten niet aan de regels voldoen. Het is in dit verband belangrijk te bedenken dat zelfs de meest enthousiaste activiteiten van de Europese Unie tevergeefs zullen zijn als de EU niet samenwerkt op mondiaal niveau, omdat luchtverontreiniging dan van buitenaf de EU zal binnenkomen en wij niet bij machte zullen zijn om dat te verhinderen.

 
  
MPphoto
 
 

  John Bowis (PPE-DE).(EN) Mijnheer de Voorzitter, als u wilt weten waarom we dit debat houden, moet u maar eens met mij door Oxford Street, in mijn kiesdistrict Londen, lopen. Daar ruik, proef en voel je de luchtverontreiniging die we willen aanpakken. Een vorige generatie had te kampen met smog en pakte dat probleem aan met de Clean Air Acts die een eind maakten aan het stoken van steenkool door huishoudens, de industrie en de spoorwegen.

Nu staan we voor de uitdaging van fijn stof en het effect ervan op de luchtwegen en het hart en de bloedvaten van onze kiezers: extra medicatie, miljoenen verloren werkdagen per jaar en mensen die eerder sterven. In mijn kiesdistrict sterven per jaar duizend mensen eerder als gevolg van verontreiniging en nog eens duizend mensen komen erdoor in het ziekenhuis terecht. Naar schatting verkort PM2,5-verontreiniging onze levensverwachting met ongeveer acht maanden. Dat is de uitdaging. Daarom moeten we verontreiniging bij de bron aanpakken, dat wil zeggen bij auto’s, zware voertuigen, schepen, veevoeders, energieverbruikende producten, enzovoorts. Maar we moeten het probleem ook aanpakken door middel van deze richtlijn, door de bestaande juridische instrumenten te vereenvoudigen en de nieuwe norm in te voeren voor de kleinere zwevende deeltjes, de PM2,5-deeltjes, want we weten dat die het schadelijkst zijn voor de menselijke gezondheid. We hebben een krachtige richtlijn nodig en de commissaris wijst ons er terecht op dat we niet terug moeten komen op zaken waarover we reeds een besluit hebben genomen. Mijn delegatie zal zeker vóór uitdagende, effectieve normen stemmen die zo snel mogelijk ten uitvoer kunnen worden gelegd.

Ik dank de twee rapporteurs die dit voorstel via de Commissie milieubeheer in de plenaire vergadering hebben ingebracht en ik wens de commissaris succes met zijn werk. Ik wens ook de heer Sjöstedt, onze vriend en collega van de Commissie milieubeheer het beste. Laten we hopen dat hij met zijn goede referenties op het gebied van het milieu aan de andere kant van de oceaan de Amerikanen ook zal weten te beïnvloeden en erin zal slagen ze van de noodzaak van dit soort maatregelen te doordringen.

 
  
MPphoto
 
 

  Matthias Groote (PSE).(DE) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, dames en heren, ik bedank de rapporteurs voor het werk dat ze hebben verricht en voor hun bereidheid om compromissen te sluiten, wat in de onderhavige compromisamendementen tot uiting komt. De kwaliteit van de lucht is een graadmeter voor de kwaliteit van het leven. In de Europese Unie sterven ieder jaar voortijdig meer dan 300 000 mensen als gevolg van fijne stofdeeltjes. Die situatie is ontoelaatbaar. Daaraan moet iets worden gedaan. Het is dan ook toe te juichen dat er een strategie wordt ontwikkeld en dat er wordt gewerkt aan een richtlijn betreffende de luchtkwaliteit en schonere lucht voor Europa.

Bij de verbetering van de luchtkwaliteit zijn vooral de grenswaarden voor de deeltjes PM10 en PM2,5 van belang. De Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid sprak zich op 21 juni uit voor ambitieuze jaargrenswaarden voor PM10 en PM2,5. Het is voor de lidstaten van de EU belangrijk dat niet alleen de grenswaarden voor een goede luchtkwaliteit worden vastgesteld, maar dat er ook instrumenten worden ontwikkeld om de vastgestelde grenswaarden na te leven. Ik wil als voorbeeld de Euro-5-norm voor personenauto’s noemen.

Naast de instrumenten speelt voor de naleving van de grenswaarden natuurlijk ook het tijdsaspect een belangrijke rol. Ook wanneer direct strengere grenswaarden voor personenauto’s worden vastgesteld, duurt het toch nog enige tijd voordat er sprake is van een significante toename van het aantal milieuvriendelijke auto’s op de Europese wegen. De compromisvoorstellen die ter stemming voorliggen, staan borg voor lagere grenswaarden en een realistisch tijdschema, zodat de instrumenten kunnen worden toegepast en de grenswaarden kunnen worden nageleefd. Door ambitieuze grenswaarden voor de luchtkwaliteit vast te leggen en door instrumenten te ontwikkelen waarmee de grenswaarden kunnen worden nageleefd, kan in de komende jaren de luchtkwaliteit en daarmee ook de kwaliteit van het leven in Europa worden verbeterd. Daarop moet ons handelen zijn gericht.

Tot slot wil ik ook Jonas Sjöstedt bedanken. We hebben samen in de slotfase de onderhandelingen over de Euro-5-norm gevoerd, waarbij Jonas Sjöstedt schaduwrapporteur was. Ik ben hier pas tien maanden, maar, Jonas, jij bent voor mij in die korte tijd een zeer dierbare collega geworden. Ik wens je veel succes en alle goeds in je verdere leven.

 
  
MPphoto
 
 

  Sarah Ludford (ALDE).(EN) Mijnheer de Voorzitter, ik ben geen lid van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid, maar evenals de heer Bowis vertegenwoordig ik Londen, de stad die van oudsher bekend staat als de “Big Smoke’. Londen heeft tegenwoordig nog steeds met veel luchtverontreiniging te kampen en behoort op dat gebied tot een van de ergste steden van Europa. Op het hoofdwegennet van Londen, in Centraal-Londen en rond de luchthaven Heathrow, waar het niveau van stikstofdioxide door een combinatie van vliegtuigen en voertuigen 50 procent boven de grenswaarde ligt, worden de luchtverontreinigingslimieten van de EU ruimschoots overschreden.

Ik verwelkom de positieve punten van het verslag-Krahmer, zoals het stroomlijnen van de wetgeving, grotere publieke toegankelijkheid van monitoringresultaten, nieuwe grenswaarden voor fijne deeltjes en strengere grenswaarden voor andere verontreinigende stoffen. Maar ik maak me grote zorgen over de gevolgen die het verlengen van de nalevingstermijnen voor hotspots, misschien wel tot 2018 in plaats van 2010, voor mijn stad kan hebben.

De Britse regering of de burgemeester van Londen zou het vertrouwen van de Londenaren moeten krijgen om de nalevingstermijnen te verlengen als 2010 werkelijk niet haalbaar is. Maar het terugdringen van weg- en luchtverkeer is toch een kwestie van politieke wil? Er is één obstakel dat het streven van de Britse regering om een derde landingsbaan op Heathrow aan te leggen in de weg staat, en dat zijn de Europese grenswaarden voor de luchtkwaliteit, met name voor stikstofdioxide. Ik vrees dat verlenging van de termijn een manier is om die grenswaarden te omzeilen.

Ik ben verbaasd en enigszins teleurgesteld dat leden van het Europees Parlement minder vooruitstrevend zijn dan de regeringen van EU-lidstaten, in ieder geval als het over nalevingstermijnen gaat. Voor het eerst in zeven jaar zie ik dat de Raad vooruitstrevender is dan het Europees Parlement. Ik hoop voor de Londenaren dat we ons zullen houden aan de strakst mogelijke nalevingstermijnen.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  Marie Anne Isler Béguin (Verts/ALE). – (FR) Mijnheer de Voorzitter, beste collega’s, als wij echt iets willen doen tegen de luchtverontreiniging en resultaten op gezondheidsterrein willen boeken, moeten we hier voorstellen aannemen die van veel meer ambitie getuigen. Het zwakke excuus van de problemen die sommige lidstaten ondervinden bij de uitvoering van de milieuwetgeving is niet langer acceptabel, want gezondheid is niet langer onderhandelbaar.

De met luchtverontreiniging samenhangende ziektekosten stijgen met de dag. Het is op dit moment de gemeenschap die de tol betaalt, want de gezondheidskosten zijn nog altijd niet verdisconteerd in onze economische berekeningen. Er zijn overigens economen die vinden dat een gallon benzine, die nu drie dollar kost, tien dollar zou moeten kosten om de gezondheids- en klimaatveranderingskosten te verdisconteren. Dat zou de situatie al heel anders maken.

Mijnheer de commissaris, het milieubeleid van de Unie mag niet verslappen, hoewel het wel die kant op dreigt te gaan als we kijken naar het verraderlijke spelletje van de versimpeling en concentratie van de Europese wetsteksten. Daarom eisen de Groenen een minder vrijblijvende aanpak, met name voor PM2,5, en het schrappen van de uitzonderingen.

Beste collega’s, de milieuramp die ons boven het hoofd hangt vergt drastische maatregelen, en het voorbeeld komt zowaar eens een keer van de overzijde van de Atlantische Oceaan, waar de staat Californië de mensen aan het denken zet door de grootste autofabrikanten aan te klagen wegens de schade die zij toebrengen aan het milieu en de volksgezondheid.

Tot slot nog een paar woorden aan het adres van onze goede vriend Jonas. Ik denk dat we jouw inzichten zullen gaan missen in de Commissie milieubeheer, maar we wensen je veel geluk aan de andere kant van de grens, aan gene zijde van de Europese Unie. Moge je ook daar de boodschap van de natuurbescherming uitdragen. Dank je!

 
  
MPphoto
 
 

  Adamos Adamou (GUE/NGL).(EL) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, hoewel vervuilende stoffen in de lucht moeilijk kunnen worden waargenomen, brengen ze toch onze gezondheid in gevaar. Ik verwijs alleen maar naar de gezondheidskosten die gepaard gaan met deze aandoeningen en die meer dan 10 procent bedragen van het bruto nationaal product. Wat de uitzonderingen betreft, is de beste oplossing er geen toe te staan.

Wij steunen amendement 73 van Jonas Sjöstedt. Mocht dat amendement worden verworpen, dan willen wij amendement 54 van mevrouw Hassi steunen, dat een zo kort mogelijke periode wil waarin uitzonderingen zijn toegestaan.

We moeten benadrukken dat een verlaging van de maximale concentratie voor PM2,5 zeker in het voordeel is van de Europese burger. Recent onderzoek heeft echter aangetoond dat een vermindering met 25 μg/m³ slechts 4500 vroegtijdige sterfgevallen zou voorkomen, terwijl een vermindering met 15 of 10 μg/m³, zoals de Wereldgezondheidsorganisatie trouwens voorstelt, het aantal voortijdige sterfgevallen met respectievelijk 13000 en 22000 zou verminderen.

Een van de sterkste elementen in de wetgeving betreffende de luchtkwaliteit is dat de grenswaarde van 50 μg/m³ voor de maximale concentratie voor PM10 niet meer dan 35 keer mag worden overschreden.

De amendementen waarmee men het aantal dagen waarop de grenswaarden mogen worden overschreden wil verhogen van 35 tot 55, verzwakken de richtlijn te zeer en komen de bescherming van de volksgezondheid beslist niet ten goede. Op dat punt ben ik het volledig eens met de commissaris.

Beste Jonas, wij danken jou van harte; ik dank je ook persoonlijk omdat je mij als nieuw Parlementslid enorm veel hebt bijgebracht. Veel geluk in je verdere leven.

 
  
MPphoto
 
 

  Urszula Krupa (IND/DEM). – (PL) Mijnheer de Voorzitter, tijdens mijn spreektijd van één minuut zou ik erop willen wijzen dat de richtlijn betreffende de luchtkwaliteit in Europa, samen met de amendementen die de normen aanzienlijk verscherpen, de lidstaten die voor kort tot de Unie zijn toegetreden op net dezelfde manier behandelt als de vijftien oude lidstaten, hoewel die al geruime tijd over strategieën beschikken om de uitstoot van verontreinigende stoffen te beperken.

Uit schattingen van het Poolse ministerie van Milieu blijkt dat er in Polen meer dan vijftig miljard zloty zou moeten worden geïnvesteerd om aan de in de richtlijn opgenomen vereisten te voldoen. Daarnaast zou dit een belangrijke stijging van de sociale en economische kosten tot gevolg hebben. Voor de armere sociale klassen zou als gevolg van deze hogere kosten van levensonderhoud elk voordeel van een betere luchtkwaliteit teniet worden gedaan. Hun levensstandaard zou verminderen door ongezonde voeding, onvoldoende toegang tot gezondheidszorg, een gebrek aan basishygiëne en andere omgevingsfactoren die bepalend zijn voor een goede gezondheid.

“Schone lucht voor Europa” – geen enkele andere aanpak zal op korte termijn een oplossing bieden voor dit probleem. Daarom zijn we voorstander van een verlenging van de periode waarin de normen moeten worden gehaald, vooral voor de nieuwe lidstaten. Om dezelfde reden verzetten we ons tegen strengere voorwaarden voor derogaties. We zullen dan ook tegen de restrictieve amendementen stemmen.

 
  
MPphoto
 
 

  Karl-Heinz Florenz (PPE-DE).(DE) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, geachte rapporteurs, beste Jonas, ik denk dat we een goed compromis hebben bereikt, waarin ambitieuze doelstellingen worden gecombineerd met flexibele instrumenten. Dat is een goede keuze, temeer daar we kunnen vaststellen dat er geen vrijbrief wordt gegeven aan degenen die – al is het onbedoeld – geen actie op dit terrein ondernemen. Zo zal bijvoorbeeld de transportsector in de komende twintig jaar met 60 procent toenemen.

Iedereen heeft vandaag al gezegd hoe belangrijk een schoon milieu is. Daarom gaat het niet alleen om autofabrikanten, maar ook om fabrikanten van verwarmingsinstallaties, om elektriciteitscentrales, om laad- en losinstallaties. Het is een zeer grote en brede sector die hierbij moet worden aangesproken. De industriesector moet inzien dat dergelijke normen haar tenslotte ook een kans bieden om wereldwijd moderne technologieën te verkopen. Daarom moeten de autofabrikanten, maar ook andere fabrikanten van industriële installaties inzien dat zij door deze normen nu ook de kans krijgen om nieuwe technologieën te ontwikkelen en aan onderzoek en innovatie te doen.

Deze richtlijn brengt ons ook bij de vraag, wie er straks onderzoek gaat doen naar betere brandstoffen. Het gaat niet alleen om het belang van hernieuwbare brandstoffen, maar ook om de vraag wat voor brandstoffen we op dit moment eigenlijk gebruiken. Als u deze vraag voorlegt aan de autofabrikanten, dan zal blijken dat het met de kwaliteit eerder gebrekkig dan goed is gesteld. In de afgelopen jaren zijn er hoge eisen gesteld aan de autofabrikanten, maar ze moesten de auto’s nog steeds laten rijden op brandstof van een relatief slechte kwaliteit. Dat moet in de komende jaren veranderen. Over tien tot vijftien jaar zullen we met een liter benzine vijf keer zo ver kunnen rijden als nu het geval is. Daarin ligt de betekenis van onderzoek en innovatie en daarom hebben we milieuvriendelijke en ambitieuze normen nodig.

Beste Jonas: je was een goede collega en je bent een goede vriend geworden. Ik wens je voor de toekomst het allerbeste toe.

 
  
MPphoto
 
 

  Gyula Hegyi (PSE).(EN) Mijnheer de Voorzitter, iedereen heeft recht op een schoon en gezond milieu en niemand mag de gezondheid en het leven van anderen in gevaar brengen. Dit principe moet niet alleen de hoeksteen zijn van ons milieubeleid, maar ook van onze zogenaamde grondwet. Mensen hebben recht op schone lucht, en politici en de industrie hebben de verantwoordelijkheid om dat recht te garanderen.

Enkele decennia geleden waren fabrieken de voornaamste veroorzaker van luchtverontreiniging en de daaraan gerelateerde ziekten. Dankzij technologische veranderingen zijn fabrieken minder vervuilend geworden, maar door een toename van het aantal auto’s is de situatie er niet op vooruit gegaan. Tachtig procent van onze burgers woont in steden, en het verkeer is voor hen de voornaamste oorzaak van luchtverontreiniging. Dat is duidelijk gebleken tijdens de hoorzitting over luchtverontreiniging van de PSE-Fractie. Als we willen zorgen voor schonere lucht voor onze burgers, dan moeten we ons verkeersbeleid in de steden wijzigen.

In steden met luchtverontreiniging moeten we het gebruik van de auto terugdringen en het openbaar vervoer verbeteren. Alleen op die manier zijn de strenge streefwaarden voor emissiereductie die zijn voorgesteld voor zwevende deeltjes, haalbaar. Dit moet de voornaamste doelstelling zijn, maar we moeten gevaarlijke emissies afkomstig van auto’s ook terugdringen door middel van schonere motoren, brandstof en filters, zoals beschreven in de voorgestelde Euro-5- en Euro-6-normen. Als er mensenlevens op het spel staan, kunnen we niet volstaan met wishful thinking en zachte aanbevelingen. We hebben bindende grenswaarden en strenge regelgeving nodig. We hebben ook jaarlijkse en dagelijkse grenswaarden nodig. De grenswaarden moeten laag en streng zijn maar ook realistisch. We kunnen ze beter stap voor stap verlagen dan onrealistische maatregelen nemen die worden genegeerd.

Mijn laatste woorden zijn voor de heer Sjöstedt: Tack, Jonas.

 
  
MPphoto
 
 

  Hiltrud Breyer (Verts/ALE).(DE) Mijnheer de Voorzitter, de bestrijding van de luchtverontreiniging in Europa dreigt een lachertje te worden, als dit ondeugdelijke compromis van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid wordt aangenomen. Het is immers niets anders dan een uitnodiging tot nietsdoen.

Ook nu al bestaat er in veel gemeenten een ambitieus programma ter bestrijding van de luchtverontreiniging, waaronder het moderniseren van het wagenpark, het instellen van milieuzones, enzovoort. Daarom mag nietsdoen niet worden beloond, maar juist dat is wat er door het slappe compromis van de Milieucommissie zal gebeuren. Door de termijn te verlengen wordt immers iedereen beloond die zijn huiswerk niet heeft gemaakt.

Wat is de zin van Europese wetgeving wanneer we degenen belonen die gewoon niets doen? Er wordt hier steeds gesproken over de strengere norm voor PM2,5. Het is bekend dat 20 niets uithaalt en 25 ook niet. Stemt u dan voor 12! Dat is precies wat de Fractie De Groenen voorstelt. Dat is tenminste ambitieus. Het zou beschamend zijn wanneer Europa zijn voortrekkersrol op het gebied van milieu en de toekomstperspectieven voor de industrie, met name de auto-industrie, zou verspelen. Daarom hoop ik dat het morgen toch nog zal lukken om het Europees beleid ter bestrijding van de luchtverontreiniging te redden.

Als gevolg van luchtverontreiniging sterven in Europa jaarlijks meer dan 350 000 mensen, van wie 65 000 in Duitsland. Het zou dus goed zijn wanneer we meer zouden doen dan alleen gebakken lucht produceren.

 
  
  

VOORZITTER: JANUSZ ONYSZKIEWICZ
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 
 

  Ria Oomen-Ruijten (PPE-DE). – Voorzitter, ik wil eerst en vooral Anja Weisgerber bedanken. Waarom? Omdat ze zoveel begrip heeft gehad, zoveel geluisterd heeft en ook gewerkt heeft aan een goed compromis met Holger Krahmer en ook met Dorette Corbey. Ik dank hen allen. Mevrouw Corbey, u bent voorstander van een streng en nieuw bronbeleid. Om de luchtkwaliteitsnormen ook inderdaad te bereiken, mevrouw Breyer ook mevrouw Hassi, kunnen we wel strenge normen op papier zetten. Maar als we vervolgens niet de mogelijkheid krijgen om deze technisch te bereiken, dan heb je er niets aan. Neen, sterker nog, Nederland wordt veroordeeld vanwege het feit dat men de roetfilters versneld wil gaan invoeren. Nu, als dat allemaal niet mag, moeten we ook geen strenge normen stellen, want we kunnen ze niet halen.

Ik weet ook, en dat zeg ik nog eens tegen mevrouw Hassi – want collega Blokland en ook collega Jules Maaten hebben al vele zaken gezegd waar ik het volkomen mee eens ben – ik weet ook waarom Nederland voor deze wetgeving gestemd heeft. Dat hebben ze gedaan omdat het hen de mogelijkheid gaf om op een aantal punten toch wat versoepeling te krijgen. Daarom precies hebben ze vóór gestemd. Maar wat zie je als je de positie van de Raad vergelijkt met de positie van het Parlement? De milieuministers kunnen wel rustig gaan slapen, want ze hebben strenge normen vastgesteld. Maar vervolgens komen ze thuis en worden ze geconfronteerd met een onderzoek van het milieuagentschap waarin wordt gesteld dat alles wat ze op dat geduldige papier hebben vastgelegd, thuis in elk geval niet kunnen bereiken.

Aan die politiek moet een eind gemaakt worden. Ik kan dat niet meer uitleggen thuis. Dat is ook de reden waarom ik het compromis dat hier in het Parlement is gemaakt, op alle punten steun. “Streng”, ja, zeggen wij in het Parlement, maar wel op een haalbare manier.

 
  
MPphoto
 
 

  Françoise Grossetête (PPE-DE). – (FR) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, de luchtkwaliteit is een van de belangrijkste voorwaarden voor het welslagen van de duurzame ontwikkeling. Onze medeburgers weten welke gevolgen deze luchtkwaliteit kan hebben voor hun gezondheid. Zij maken zich terecht zorgen als een school vlakbij een druk kruispunt staat. Ouders eisen dat de luchtkwaliteit worden gemeten, want ze willen weten welke lucht hun kinderen inademen.

Het verslag-Krahmer is in zoverre nuttig dat het verschillende teksten samenbrengt in één richtlijn. Hierdoor zouden wij tot een betere aanpak van het probleem moeten kunnen komen.

Op het gebied van luchtkwaliteit zetten wij dus behoorlijk hoog in. Om te weten hoe het met die kwaliteit is gesteld, zullen we echter eerst metingen moeten verrichten. Daarvoor moeten we gebruikmaken van structuren die zich in de onmiddellijke nabijheid van het onderzoeksveld bevinden, die bekend zijn met de geografie van het onderzoeksterrein: de netwerken ter plekke.

We weten dat vervuiling zich door wind kan verplaatsen. We weten ook wat de rol van bergketens is. Vervuiling verplaatst zich en treft gebieden die zelf geen bron van vervuiling zijn. Anders dan overigens in de toelichting wordt gesteld, worden hoge luchtverontreinigingsniveaus niet alleen aangetroffen in dichtbevolkte stedelijke gebieden.

Wil het Europees beleid op dit gebied zichtbaar zijn, dan moet het vóór alles samenhang vertonen en passen binnen een geïntegreerde aanpak ter bestrijding van de klimaatverandering. En met het vaststellen van grenswaarden zijn we er nog niet. We moeten ook weten wat men hier in de praktijk mee denkt te gaan doen. De strijd tegen CO2 staat centraal in de voorgestelde regelingen.

Sta mij toe even een uitstapje te maken naar de verordening inzake emissies van motorvoertuigen, de Euro 5-verordening. We weten inmiddels hoe de toepassing daarvan uitpakt. Hoewel er enerzijds iets wordt gedaan aan de emissies, wordt anderzijds de CO2-uitstoot verhoogd, die zoals bekend de oorzaak is van de klimaatverandering. Er zitten dus nogal wat tegenstrijdige kanten aan dit verhaal.

Het motto is dan ook flexibiliteit. Het heeft geen enkele zin strenge maatregelen vast te stellen als die niet in de lidstaten kunnen worden toegepast. We moeten dus de nodige tijd nemen. Ik zie vooral veel in preventie via stedelijke plannen om de verkeersintensiteit in goede banen te leiden en via de ontwikkeling van schone technologieën.

Hoe dan ook bedank ik alle rapporteurs voor het in mijn ogen goede compromis dat ze hebben gevonden.

 
  
MPphoto
 
 

  María del Pilar Ayuso González (PPE-DE).(ES) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, in de eerste plaats zou ik de Commissie willen gelukwensen met haar voorstellen, en de rapporteurs met het feit dat zij eens temeer blijk hebben gegeven van hun grote betrokkenheid bij het milieu.

Het is waar dat de burgers een steeds schonere lucht en een hoog beschermingsniveau willen. Diezelfde burgers zeggen echter – zoals uit vele enquêtes blijkt – dat ze niet bereid zijn om de kosten van zo’n beschermingsniveau te betalen, en wij zijn dan ook gedwongen om evenwichtig te werk te gaan als er maatregelen moeten worden genomen.

Verbazingwekkend vind ik de ruimte die het verslag heeft vrijgemaakt voor de landbouw. Ik denk werkelijk dat die te beperkt is voor een sector waarin de problemen zich opstapelen, en die bovendien nog tal van andere functies vervult met positieve effecten voor het milieu en de sociale cohesie.

Wat betreft de sector van het maritiem vervoer onderschrijf ik de doelstelling om rechtvaardige concurrentieomstandigheden te creëren, maar daarnaast denk ik dat het belangrijk is dat we ons er in de Internationale Maritieme Organisatie voor inzetten dat er nieuwe controlegebieden voor de uitstoot van zwavel worden aangewezen; zoniet, dan zal een deel van de Europese vloot in derde landen laten registreren waarin die controles praktisch niet bestaan.

Verder mis ik wat meer ambitie op het gebied van de voertuigen, die als eerste verantwoordelijk zijn voor de verontreiniging van de steden en voor onze afhankelijkheid van het buitenland op energiegebied. Ik zou graag het standpunt van de Commissie in dezen vernemen, omdat ik denk dat schone voertuigen zouden leiden tot een aanzienlijke verbetering van de luchtkwaliteit in de steden.

Ten slotte is het belangrijk dat we doorgaan met de toepassing en de ontwikkeling van de richtlijn betreffende geïntegreerde preventie en controle van de verontreiniging. Dankzij deze richtlijn zullen de industrieën innovaties kunnen blijven doorvoeren en hun uitstoot doeltreffender kunnen controleren, zonder dat het noodzakelijk zal zijn om één enkele fabriek te sluiten.

Dan rest me nu enkel nog de Commissie te verzoeken zich soepel op te stellen en blijk te geven van gezond verstand bij het toepassen van al deze voorstellen die ons vandaag gedaan worden.

 
  
MPphoto
 
 

  Péter Olajos (PPE-DE). – (HU) Mijnheer de Voorzitter, als Hongaar ben ik bijzonder geïnteresseerd in het huidige debat over luchtverontreiniging. Zowel de plaats waar ik werk, Brussel, als de plaats waar ik woon, Boedapest, behoort tot de gebieden in Europa met de grootste luchtverontreiniging. In Boedapest, bijvoorbeeld, werden de grenswaarden voor zwevende deeltjes in de eerste vier maanden van het jaar al overschreden en het is niet ongebruikelijk dat de verontreinigingsniveaus vier- tot vijfmaal zo hoog zijn als is toegestaan.

Dit is al jarenlang zo en er is niet de minste aanwijzing dat de situatie zal verbeteren. Het schadelijke effect van fijne deeltjes op de gezondheid staat echter vast. Een inwoner van Europa verliest daardoor gemiddeld acht maanden van zijn of haar leven. In het geval van de inwoners van Boedapest hebben we het echter over een verlies van wel drie jaar. Daarom ben ik ingenomen met de nieuwe thematische strategie inzake luchtverontreiniging en met de regulering van fijne deeltjes.

Regulering heeft echter geen enkel effect als het toezicht op de naleving ervan niet gewaarborgd wordt. We kunnen niet van plaatselijke gemeenschappen verwachten dat ze meer doen dan wat werkelijk in hun vermogen ligt. Maar we moeten wel van ze verwachten dat ze dát ten minste doen. Het spreekt voor zich dat luchtverontreiniging sterk beïnvloed wordt door talloze externe factoren, met inbegrip van het weer, om maar iets te noemen. Dit wil echter niet zeggen dat we geen significante verbeteringen tot stand zouden kunnen brengen door goede stadsplanning en het ontwikkelen van openbaarvervoersnetwerken. Het is bijgevolg uitermate belangrijk dat een verlenging van de termijn waarbinnen aan de grenswaarden moet worden voldaan alleen is weggelegd voor die gemeenschappen die werkelijk al het mogelijk hebben gedaan.

We moeten ervoor zorgen dat geen enkele Europese stad ervaart wat er op dit moment in Boedapest aan de hand is, namelijk dat de gemeentelijke overheid, ondanks de Europese verplichtingen in dit verband die al deze jaren van kracht zijn geweest, nog altijd geen strategie heeft voor het verbeteren van de luchtkwaliteit. Dat wil zeggen, ze hebben daar zelfs geen idee hoe ze in de buurt moeten komen van de grenswaarden die zo essentieel zijn voor de volksgezondheid. Het lijkt me dat wij de burgers van Europa een aantrekkelijker alternatief moeten bieden dan de stofmaskers die fietsers in China verplicht zijn te dragen.

 
  
MPphoto
 
 

  Stavros Dimas, lid van de Commissie.(EN) Mijnheer de Voorzitter, ten eerste wil ik alle sprekers bedanken voor hun belangrijke bijdrage aan deze discussie. Tot slot van dit debat wijs ik er nogmaals op dat we steeds weer nieuwe maatregelen ter bestrijding van de luchtverontreiniging zullen moeten nemen. De negatieve gevolgen voor de gezondheid, het verlies van de economische productiviteit en de schade aan het milieu zijn nog steeds veel te groot.

Er is vanuit verschillende invalshoeken kritiek geuit op de strategie. Sommigen vinden dat de voorgestelde flexibiliteit te ver gaat, anderen dat die te beperkt is. We zullen de strategie evalueren om te kijken hoeveel voortgang er is geboekt en hoeveel dichter we bij de doelstellingen van het Zesde Milieuactieprogramma in de buurt kunnen komen.

Ik begrijp de bezorgdheid van degenen die meer communautaire maatregelen ter bestrijding van de verontreiniging willen zien zodat we de doelstelling en de luchtkwaliteitsnorm van de strategie kunnen halen. Ik denk dat er tussen het Parlement, de Raad en de Commissie consensus bestaat over de vereiste maatregelen. De Commissie heeft reeds veel voorbereidend werk verricht en daarvan zullen de vruchten de komende maanden zichtbaar worden. Daarom geloof ik niet dat er op dit terrein een interinstitutionele overeenkomst moet komen.

Wat amendement 30 en 81 betreft: ik begrijp de bezorgdheid van degenen die meer flexibiliteit willen zien bij de tenuitvoerlegging van de bestaande wetgeving inzake de luchtkwaliteit. Die flexibiliteit is echter niet mogelijk zonder de wetgeving te verzwakken. Ik denk dat het voorstel van de Commissie, namelijk vijf jaar volgende op de inwerkingtreding van de grenswaarde, een goed compromis is. De Commissie kan een verdere afzwakking niet steunen. Ter illustratie: volgens het voorstel van de Commissie wordt de nalevingstermijn verlengd tot eind 2009, volgens de algemene benadering van de Raad tot 2010 en volgens het amendement van de rapporteurs tot 2013. Er bestaat dus verschil op dit punt. Het is vier plus twee jaar vanaf de inwerkingtreding van de richtlijn. Ik begrijp dat dit het voorstel was dat vóór de plenaire zitting was ingediend.

Wat betreft amendement 46 en 82: ik moet wat meer duidelijkheid verschaffen over de dagelijkse grenswaarde van PM10. Deze beschermt gevoelige personen tegen de gevolgen van kortdurende blootstelling aan zwevende deeltjes. Deze waarde wijkt af van de jaarlijkse grenswaarde, die iedereen bescherming biedt tegen langdurige blootstelling. Je kunt de dagelijkse grenswaarde niet gewoon vervangen door een strengere jaarlijkse grenswaarde. Dat zeggen de gezondheidsdeskundigen. Goede en tijdige luchtkwaliteitsbeoordelingen en de nodige stappen om de emissies terug te dringen zijn de sleutel tot naleving van zowel de dagelijkse als de jaarlijkse grenswaarde. Het is duidelijk dat veel autoriteiten hier nog niet aan toegekomen zijn en nu moeite met de naleving hebben.

Wat betreft amendement 49 en 50: de voorgestelde concentratiebovengrens voor PM2,5 is afgestemd op de strenge jaarlijkse grenswaarde voor PM10, die de Commissie niet wil wijzigen. We moeten ook niet uit het oog verliezen dat de Commissie twee manieren heeft voorgesteld om PM2,5 aan te pakken: de concentratiebovengrens van 25 microgram per kubieke meter en de aanpak die een vermindering van de blootstelling beoogt, waarbij gemiddelde niveaus in stedelijke gebieden over een periode van tien jaar zullen dalen. De combinatie van deze methoden zal tot gezondheidsverbeteringen leiden.

Uit de modellering, die de thematische strategie en het voorstel inzake de luchtkwaliteit ondersteunt, blijkt dat grotere gezondheidsverbeteringen mogelijk zijn als de lidstaten zelf kunnen bepalen waar ze verontreinigingsniveaus gaan terugdringen. Deze flexibiliteit is beperkt als de concentratiebovengrens lidstaten ertoe dwingt om een andere bestemming aan middelen te geven teneinde naleving in enkele hotspots, waar weinig gezondheidsverbeteringen haalbaar zijn, te kunnen garanderen. Voor de volksgezondheid is een algemene vermindering van de blootstelling wenselijker.

Samenvattend kan ik ten aanzien van het wetgevingsvoorstel inzake de luchtkwaliteit zeggen dat ik blij ben dat de Commissie 32 amendementen gedeeltelijk of in beginsel steunt. Ik zal het secretariaat van het Parlement een lijst geven waarop het standpunt van de Commissie over de amendementen staat beschreven(1).

 
  
MPphoto
 
 

  Voorzitter. Het debat is gesloten.

De stemming vindt dinsdag om 11.30 uur plaats.

 
  
  

Verslag-Krahmer (A6-0234/2006)

De amendementen 1, 2, 3, 4, 6, 8, 9, 11, 13, 14, 15, 19, 21, 23, 26, 27, 29, 31, 32, 37, 39, 40, 41, 42, 44, 45, 47, 48, 49, 50, 65 en 80 worden volledig, deels of in beginsel aanvaard door de Commissie.

De Commissie houdt haar standpunt aan over de amendementen 54, 56, 58, 61, 62, 63, 66 en 75.

De amendementen 5, 7, 10, 12, 16, 17, 18, 20, 22, 24, 25, 28, 30, 33, 34, 35, 36, 38, 43, 46, 51, 52, 53, 55, 57, 59, 60, 64, 67 tot en met 74, 76 tot en met 79 en 81 tot en met 84 worden niet aanvaard door de Commissie.

 
  

(1)Standpunt van de Commissie over amendementen van het Parlement: zie bijlage.

Juridische mededeling - Privacybeleid