Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2005/0221(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A6-0262/2006

Ingediende teksten :

A6-0262/2006

Debatten :

PV 25/09/2006 - 17
CRE 25/09/2006 - 17

Stemmingen :

PV 26/09/2006 - 7.3
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2006)0365

Volledig verslag van de vergaderingen
Maandag 25 september 2006 - Straatsburg Uitgave PB

17. Kerncompetenties voor levenslang leren (debat)
PV
MPphoto
 
 

  Voorzitter. – Aan de orde is het verslag (A6–0262/2006) van mevrouw Trüpel, namens de Commissie cultuur en onderwijs, over het voorstel voor een aanbeveling van het Europees Parlement en de Raad over kerncompetenties voor levenslang leren (COM(2005)0548 – C6-0375/2005 – 2005/0221(COD)).

 
  
MPphoto
 
 

  Ján Figel’, lid van de Commissie.(EN) Mijnheer de Voorzitter, zoals ik tegen de heer Sifunakis zei: deze bijzondere reeks verslagen bevestigt dat cultuuronderwijs in deze discussies aan kracht wint. Om te beginnen dank ik mevrouw Trüpel van de Commissie cultuur en onderwijs, maar mijn dank gaat ook uit naar de andere commissies die bij dit verslag betrokken waren en ik dank ook de fracties voor hun constructieve discussies met het voorzitterschap en met de Commissie die hebben geresulteerd in overeenstemming over deze aanbeveling inzake kerncompetenties.

Alle instellingen hebben zich ingespannen om tot een evenwichtige tekst te komen en in eerste lezing tot overeenstemming te komen. We waren het allemaal eens over het belang van dit voorstel voor Europese burgers en voor het ontwikkelen van consequente en uitgebreide strategieën voor levenslang leren die ons moeten helpen om een Europa van kennis, een kennisvriendelijke Unie, te worden.

Deze aanbeveling heeft tot doel om de vaardigheden die iedereen nodig heeft om in een kennismaatschappij te kunnen leven, leren en werken, vast te stellen en te omschrijven. Hieronder vallen de traditionele vaardigheden zoals lezen en schrijven en informatiecommunicatietechnologie – digitale grammatica – maar het gaat verder doordat ook vaardigheden zijn opgenomen die belangrijk zijn voor burgerschap, die nodig zijn om in een steeds gevarieerdere maatschappij samen te kunnen leven. Ik ben van mening dat deze aanbeveling na goedkeuring zo snel mogelijk moet worden vertaald in concrete maatregelen om mensen bij hun studie en scholing te helpen.

Het is ons doel om burgers in de toekomst meer mogelijkheden op de arbeidsmarkt en meer kansen te bieden. Ik denk dat met name mevrouw Trüpel en haar collega’s veel hebben bereikt met het analyseren, bespreken en aanpassen van ons beginvoorstel. De geslaagde onderhandelingen hebben mijns inziens geleid tot meer helderheid en een aantal verbeteringen, terwijl de tekst beknop is gebleven. Ik denk dat de aanbevelingen nu beter zijn afgestemd op het probleem van het analfabetisme, de noodzaak van gelijke kansen en de behoefte aan procedures om vaardigheden te kunnen bekrachtigen en prestaties te kunnen evalueren.

Personen met weinig vaardigheden en specifieke groepen zoals personen die terugkeren op de arbeidsmarkt, vallen nu onder de doelgroepen. Bovendien zijn een aantal definities van competenties duidelijker geworden. Samen met enkele andere verslagen en met het programma voor levenslang leren dat op 1 januari 2007 ingaat, kan dit verslag zorgen voor veel betere voorwaarden voor de waardering van kennis en kwalificaties en voor een kennisvriendelijk Europa. Ik waardeer de grote steun in dit Parlement – zowel als het gaat om het programma als ook wat betreft de wetgevingsinstrumenten – voor onderwijs- en scholingsbeleid.

Ik dank u allen voor de samenwerking die heeft geleid tot deze basis voor een aanbeveling en ik verheug me op verdere steun bij de tenuitvoerlegging.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  Helga Trüpel (Verts/ALE), rapporteur. – (DE) Mijnheer de Voorzitter, commissaris Figel’, dames en heren, in de eerste plaats wil ik u, commissaris Figel’, hartelijk danken voor de inleidende woorden die u hebt gesproken. U hebt een goede schets gegeven van de sfeer waarin we in eerste lezing tot overeenstemming zijn gekomen en u hebt duidelijk uiteengezet tot welke tekstuele verbeteringen onze gezamenlijke inspanningen hebben geleid. De tekst bevat zeer ambitieuze doelstellingen, maar heeft nu ook meer oog voor de sociale aspecten en is evenwichtiger. Dat is een resultaat dat we gezamenlijk hebben bereikt.

Graag wil ik nog even kort terugblikken. Uitgangspunt voor de aanbeveling inzake de kerncompetenties voor levenslang leren is de veranderde situatie in de wereld. Voor Europa is er in de geglobaliseerde economie alleen een kans, wanneer we onze mensen beter onderwijs en betere opleidingen bieden. Daarom moet het onderwijsbeleid ook een integraal onderdeel vormen van de strategie van Lissabon. De kansen van een grondstofarm werelddeel als Europa in een geglobaliseerde economie liggen vooral op het terrein van onderwijs en onderzoek. Ons toekomstpotentieel is gekoppeld aan de kwaliteiten en kwalificaties van mensen. Daarom moeten de lidstaten en de Europese Unie meer investeren in onderwijs. Ze moeten duidelijker voor ogen hebben wat de noodzakelijke kwalificaties voor een kenniseconomie zijn. Met dat doel zijn de aanbevelingen met betrekking tot de acht kerncompetenties opgesteld. Ik benadruk nog eens dat het slechts om aanbevelingen gaat.

De acht kerncompetenties zijn ten eerste communicatie in de moedertaal, ten tweede communicatie in vreemde talen, ten derde wiskundige competentie en basiscompetenties op het gebied van exacte wetenschappen en technologie, ten vierde digitale competentie, ten vijfde leercompetentie, ten zesde interpersoonlijke, interculturele sociale en civiele competentie, ten zevende ondernemerschap en ten achtste cultureel bewustzijn. Al deze kerncompetenties zijn nodig voor de sociale cohesie en de inzetbaarheid op de arbeidsmarkt, maar ook voor de persoonlijke ontwikkeling. De lidstaten moeten worden gesteund in een beleid waardoor alle jongeren aan het eind van hun basisvorming beschikken over voldoende kerncompetenties die nodig zijn om aan de wereld van de volwassenen te kunnen deelnemen en waardoor volwassenen die competenties gedurende hun hele leven kunnen uitbreiden en actualiseren.

Tussen de kerncompetenties bestaat geen hiërarchische ordening. Ze zijn allemaal gelijkwaardig, maar uiteraard overlappen ze elkaar. Ze dragen allemaal bij aan een succesvol bestaan in een kennismaatschappij. De competenties worden gedefinieerd als een combinatie van kennis, vaardigheden en attitudes. Kerncompetenties zijn competenties die we allemaal nodig hebben om in een kennismaatschappij naar eigen tevredenheid te kunnen functioneren, competenties die we nodig hebben voor onze persoonlijke ontwikkeling en voor actieve participatie, sociale integratie en het vinden van werk. Aan deze definitie van kerncompetenties ligt een humanistisch mensbeeld ten grondslag. De hele aanbeveling is doortrokken van de visie dat competenties niet alleen in termen van nut moeten worden gedefinieerd, maar dat vorming ook een waarde op zichzelf is.

Kritisch denken, creativiteit, initiatief, probleemoplossend vermogen, bereidheid om risico’s te nemen, besluitvaardigheid en ondernemingsgeest – al deze attitudes maken deel uit van het begrip kerncompetenties. Naar mijn idee hebben we beleidsmatig gezien een juiste benadering gekozen door de lidstaten deze begrippen aan te reiken als richtsnoeren voor hun onderwijsbeleid, zodat ze zich beter kunnen voorbereiden op de toekomst. Ik vond het belangrijk om in de onderhandelingen met de Raad en de Commissie duidelijk te maken dat we bij al deze ambitieuze kerncompetenties – we moeten allemaal steeds meer leren om in een kennismaatschappij succesvol en gelukkig te kunnen zijn – het sociale aspect niet mogen vergeten. Niet alle mensen hebben immers dezelfde uitgangspositie en dezelfde kansen. Daarom is het heel belangrijk stimulerende maatregelen te nemen voor mensen met leerproblemen vanwege hun afkomst of sociale omstandigheden, vroegtijdige schoolverlaters, mensen die nauwelijks kunnen lezen en schrijven, langdurig werklozen of mensen die na een lange onderbreking weer aan het arbeidsproces willen deelnemen, waarbij ik vooral denk aan vrouwen die na het krijgen van een kind weer aan het werk willen. Men moet met al dit soort levensomstandigheden rekening houden om mensen in staat te stellen hun onderwijskansen te benutten.

We hebben na een aantal onderhandelingsronden overeenstemming bereikt met de Raad over een aanbeveling die oog heeft voor het sociale aspect, die de gelijkheid van mannen en vrouwen onderstreept en tegelijkertijd zeer ambitieus is. Ik vind het een goed compromis. Daarom adviseer ik alle afgevaardigden deze tekst goed te keuren in de versie waarover in eerste lezing overeenstemming is bereikt. Ik wil graag alle collega’s, de Commissie en de Raad bedanken voor de constructieve en boeiende besprekingen.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  Thomas Mann (PPE-DE), auteur van het advies van de raadplegende Commissie werkgelegenheid en sociale zaken.(DE) Mijnheer de Voorzitter, beste collega's, beste commissaris Figel'! Vorig jaar was 10 procent van de volwassenen in de Europese Unie betrokken bij maatregelen inzake bijscholing. Dat cijfer ligt veel te laag om in het tijdperk van de globalisering over voldoende kwalificaties te beschikken. Studeren moet in alle fasen van het leven gebeuren. Sleutelcompetenties moeten verworven en telkens opnieuw bijgewerkt worden, zoals het spreken van de moedertaal en van vreemde talen, technische en wiskundige kennis, sociale vaardigheden en intercultureel bewustzijn.

Op Europees niveau is het mogelijk deze kwalificaties uit te bouwen om elk individu meer kansen te geven op de arbeidsmarkt. De Commissie werkgelegenheid en sociale zaken heeft met eenparigheid van stemmen een advies goedgekeurd waarin we over de fractiegrenzen heen compromissen bereikt hebben. Wat voor mij van het grootste belang was, en dit thema vond ik niet voldoende terug in het ontwerp van de Commissie, is het feit dat meer rekening gehouden moet worden met benadeelde groepen, zoals personen met een handicap, langdurig werklozen en vroegtijdige schoolverlaters. Voor hen is het moeilijk om zelfstandig nieuwe kennis te verwerven. Zij hebben een programma op maat nodig om hun tekorten bij te werken. Ook jongeren in wijken met een hoge werkloosheidsgraad voelen zich in de steek gelaten en gefrustreerd. Deze jongeren hebben psychologische steun en speciale begeleiding nodig om zelfbewust te worden. Zo krijgen ze de motivatie om te werken aan betere levensomstandigheden voor zichzelf en voor hun gezin. Het levenslang leren heeft tot doel sleutelcompetenties te verwerven om zich aan veranderende omstandigheden te kunnen aanpassen, maar vooral om deze veranderingen zelf vorm te kunnen geven.

Onze Commissie stelt voor om deze competenties elke drie jaar op nationaal, regionaal en lokaal niveau te laten onderzoeken en publiceren. Pas dan kunnen we vaststellen op welke terreinen concrete vooruitgang is geboekt.

 
  
MPphoto
 
 

  Anneli Jäätteenmäki (ALDE), rapporteur voor advies van de Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid. – (FI) Mijnheer de Voorzitter, levenslang leren en onderwijs vormen een belangrijk onderdeel van de Strategie van Lissabon. Zij vormen een belangrijk onderdeel van het Europese concurrentievermogen. Onderwijs moet ook waarborgen dat onze burgers werk hebben.

Onderwijs is een zaak waar de lidstaten over beslissen, maar als de Europese Unie en haar lidstaten banen voor hun burgers en concurrentievermogen willen waarborgen, moet er rekening worden gehouden met al onze burgers en moet er tijd en geld worden geïnvesteerd in levenslang leren.

Ik wil kort twee zaken aan de orde stellen. Wij moeten specifieke aandacht besteden aan vrouwen van middelbare leeftijd en jongens in de tienerleeftijd. Vrouwen van middelbare leeftijd bevinden zich in een ongunstige positie, omdat zij onvoldoende scholing krijgen. Dit leidt ertoe dat zij ook geen werk krijgen. De andere groep waar ik de aandacht op wil vestigen zijn tienerjongens. In heel Europa stoppen steeds meer tienerjongens direct na het voortgezet onderwijs met school en dit leidt tot werkloosheid.

 
  
MPphoto
 
 

  Nina Škottová, namens de PPE-DE-Fractie.(CS) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren. De voorliggende ontwerpaanbeveling is een Europees referentie-instrument op het gebied van de kerncompetenties voor levenslang leren. Het doel van de aanbeveling is bij te dragen aan een verbetering van de levenskwaliteit van alle Europese burgers, met andere woorden, van enkele honderden miljoenen mensen. Het is dan ook uiterst moeilijk om een optimale, uitgewogen, doeltreffende en bruikbare structuur en definitie van kerncompetenties op te stellen, die voldoen aan de verwachtingen dat zij zullen bijdragen aan zowel een betere sociale cohesie als aan de Lissabonstrategie voor groei en werkgelegenheid. Er wordt in de aanbeveling getracht een definitie te geven van de vaardigheden die leiden tot een soort modern profiel van de Europese burger, een profiel waaraan alle burgers van de Europese Unie zouden kunnen of moeten voldoen. Dat lijkt mij ietwat te hoog gegrepen, en het zal denk ik bij lange na niet worden gehaald.

Als referentie-instrument zal dit document wellicht wel zijn nut kunnen bewijzen. De grote zwakte ervan ligt echter in de pogingen een profiel te schetsen van de burger in al zijn complexe veelzijdigheid, zonder op z’n minst een indicatieve hiërarchie van competenties te geven. Net zoals er in elk wetenschappelijk project een onderscheid wordt gemaakt tussen de doelen en de methodes waarmee deze kunnen worden bereikt, zo zou hier een indicatie kunnen worden geven van aan de ene kant de beoogde competenties met een inherent maatschappelijk karakter – zoals bijvoorbeeld gevoel voor intermenselijke en interculturele betrekkingen of ondernemerskwaliteiten – en aan de andere kant de competenties die benodigd zijn voor het bereiken van de doelen. Ik trek hier expres een parallel met wetenschappelijk onderzoek, want wetenschappelijke competenties, zoals wetenschappelijke principes en methodes, vormen een van de kerncompetenties. Het belang van kerncompetenties is des te groter in verband met de informatiemaatschappij en de kennismaatschappij. Wat ik hier mis is nadruk op een op wederzijds respect en democratische waarden gebaseerde maatschappij. Dát is voor mij het leidende maatschappelijk beginsel; het vermogen van mensen om samen te leven is voor mij verreweg de belangrijkste kerncompetentie. Ik wil mevrouw Trüpel complimenteren met haar grote positieve bijdrage aan de kwaliteit van dit document.

 
  
  

VOORZITTER: MIROSLAV OUZKÝ
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 
 

  Lissy Gröner, namens de PSE-Fractie.(DE) Mijnheer de Voorzitter, beste collega's! Ik zou graag eerst mevrouw Trüpel hartelijk willen danken voor de fantastische samenwerking waardoor we reeds in eerste lezing een akkoord hebben kunnen bereiken.

De globalisering houdt grote uitdagingen in. Burgers worden verplicht zich steeds sneller en soepeler aan te passen aan nieuwe omstandigheden. Daarbij is het onderwijs, zowel op sociaal als op economisch niveau, van strategisch belang. Wie wil komen tot gelijke kansen in Europa moet ervoor zorgen dat het onderwijs voor iedereen binnen handbereik ligt. Mensen mogen niet meer op basis van persoonlijke, maatschappelijke, culturele of economische omstandigheden benadeeld worden, vooral in het kader van het “Europees jaar van gelijke kansen voor iedereen”.

Het is de ambitieuze doelstelling van de Lissabon-strategie om van Europa de meest dynamische kenniseconomie ter wereld te maken. Met deze strategie in het achterhoofd, kunnen we het ons niet veroorloven dat delen van de bevolking uitgesloten worden. Daarom zijn wij als sociaaldemocratische fractie blij met het referentiekader van acht kerncompetenties, zoals mevrouw Trüpel uiteengezet heeft. Vooral de benadeelde groepen, die via hun ouders noch via lager onderwijs de kans hebben gekregen een zekere en solide beroepsopleiding te volgen, mogen niet uitgesloten worden. Mensen met leermoeilijkheden, leerlingen die hun schoolloopbaan vroegtijdig afbreken, langdurig werklozen en personen die opnieuw op de arbeidsmarkt komen na een onderbreking om voor het gezin te zorgen – dit zijn dus vooral vrouwen – maar ook oudere mensen, migranten en personen met een handicap moeten door doelgerichte beleidsmaatregelen en programma's, zoals levensbegeleiding en studiebegeleiding, gesteund worden in hun inspanningen. We weten heel goed dat onderwijssystemen grotendeels in de lidstaten georganiseerd worden en dat dit op zeer uiteenlopende manieren gebeurt. In Duitsland zijn pas onlangs via een hervorming van de federale staat onderwijskwesties van het nationale niveau teruggebracht naar het niveau van de deelstaten. Daarom pleit ik voor het snel opstellen van een Europees referentiekader. In het onderwijs en in het levenslang leren zou een beperkte visie per lidstaat gelijk zijn aan het toegeven aan de uitdagingen waar we momenteel mee geconfronteerd worden. Uiteindelijk vormen deze uitdagingen de sleutel tot succes of tot mislukking van het Europees economisch en sociaal model.

 
  
MPphoto
 
 

  Marian Harkin, namens de ALDE-Fractie. - (EN) Voorzitter, ik wil beginnen met de rapporteur te feliciteren met dit uitstekende verslag over kerncompetenties voor levenslang leren.

In het verslag worden acht competenties genoemd, maar ik geloof dat de vijfde competentie, “leercompetentie”, een van de belangrijkste is, omdat levenslang leren een proces is. Het stelt ons niet alleen in staat om ons aan veranderingen aan te passen, maar ook om veranderingen te beheersen, en ik geloof dat het ons helpt om invloed uit te oefenen op verandering. In die context draagt het niet alleen bij aan het bereiken van de doelstellingen van Lissabon en het omgaan met globalisering, maar betekent het ook in belangrijke mate een verbetering van de kwaliteit van ons leven. Onderwijs gaat niet alleen om kennis en banen; het gaat ook om het ontwikkelen van de hele persoonlijkheid. Levenslang leren is een proces dat mogelijkheden schept. Het biedt mensen vaak een tweede kans, of zelfs een derde kans, of eenvoudigweg een nieuwe kans.

Met twintig jaar onderwijservaring ben ik mij er ten volle van bewust dat formele scholing maar een deel is van onderwijs en dat levenslang leren een natuurlijke voortzetting zou moeten zijn van dat proces. Het is essentieel dat levenslang leren voor iedereen bereikbaar is en dat realistische, praktische en toegankelijke mogelijkheden worden geboden aan burgers voor het ontwikkelen van nieuwe vaardigheden en het vergroten van bestaande vaardigheden.

Binnen deze context dienen passende maatregelen te worden getroffen om bij het onderwijs in het bijzonder al die mensen te betrekken waarvoor speciale voorzieningen nodig zijn: voortijdige schoolverlaters, mensen met een handicap, langdurig werklozen en mensen met een weinig ontwikkelde taal- of rekenvaardigheid. Een recent onderzoek in mijn eigen achterland, North Leitrim, West Cavan, heeft aangetoond dat er met name op het platteland veel mannen zijn met een gering vermogen tot lezen en schrijven. Daar moet met prioriteit aandacht aan worden besteed, in het bijzonder omdat het essentieel is te beseffen dat een lage graad van alfabetisme werkt als een barrière voor politieke participatie. Ik ben het met de vorige spreker eens dat het niet alleen maar een kwestie is van onderwijs, maar een kwestie van fundamenteel democratisch belang.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  Doris Pack (PPE-DE). – (DE) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de Commissaris! Ik ben altijd blij wanneer we een debat voeren over onderwijsbeleid, omdat we dan allemaal hetzelfde nastreven en proberen vooruit te komen.

We zijn het zelden oneens over cultuur en onderwijs. Dat is prachtig. Maar geld hebben we niet en dat is ook een probleem dat we allemaal kennen. Daarom ben ik blij dat we in het kader van het nieuwe programma “Levenslang Leren” een mobiliteitshandvest opgesteld hebben en dat we vandaag over kerncompetenties kunnen praten. Deze kerncompetenties zijn natuurlijk alleen als aanbeveling bedoeld omdat we op dit terrein geen bevoegdheid hebben, maar we kunnen wel suggesties doen. Acht dagen geleden was ik in Sarajevo op een grote bijeenkomst rond “Levenslang Leren” en op deze bijeenkomst hebben we over sleutelcompetenties gesproken. Iedereen vult dit concept op zijn eigen manier in. Ik ben van mening dat we voor stimulansen moeten zorgen in de verschillende landen die nog niet bij de Europese Unie horen. Dat is een prachtig signaal.

Ik zou een positieve opmerking willen maken door te zeggen dat hier een referentiekader voor kerncompetenties opgesteld is. Deze kerncompetenties zijn een instrument om zich aan te passen aan een arbeidsmarkt in een kennismaatschappij die steeds in beweging is. Ik ben blij dat in dit voorstel steun wordt uitgesproken voor het verder uitbouwen van nationale strategieën in verband met levenslang leren en voor het hervormen van de leerplannen. Natuurlijk stimuleert het voorstel ook een eenvormig aanbod van volwassenenonderwijs en bijscholing in de lidstaten.

Ik ben verder zeer tevreden met de aanbeveling over de integratie van mensen met speciale noden – daarover hebben we verschillende keren gesproken – en met het opnemen van een Europese dimensie in de vaardigheden voor de burger. Dit betekent dat de burger de Europese geschiedenis moet kennen en zich bewuster moet worden van zijn Europese, culturele identiteit. Ik raad iedereen aan het boek over de Duits-Franse geschiedenis aan te schaffen dat nu drie maanden op de markt is. Het is een prachtig boek en het geeft weer wat een Europese identiteit betekent.

Tot slot zou ik nog een oproep willen doen om van onze voorstellingen voor 2010 geen overdreven ambitieuze utopie te maken. Met superlatieven kunnen we uiteindelijk niet werken. Laten we zorgen voor een reële kans voor alle burgers om basisvaardigheden te verwerven en verder te ontwikkelen.

 
  
MPphoto
 
 

  Marianne Mikko (PSE).(ET) Dames en heren, als land is de Republiek Estland, die vijftien jaar geleden in ere is hersteld, een winnaar. Door middel van schoktherapie is Estland heel snel weer teruggekeerd in de Europese culturele en economische ruimte. Maar de Estse samenleving is verdeeld in winnaars en verliezers. Van de werkende bevolking zijn de jonge mensen, die in deze nieuwe situatie snel de nodige diploma’s hebben gehaald en vaardigheden hebben aangeleerd, de winnaars. De verliezers zijn degenen die de pensioengerechtigde leeftijd naderen. Zij werden beschouwd als relikwieën die niet meer omgeschoold konden worden.

De acht kerncompetenties die de commissie voorstelt zouden het voor werknemers absoluut makkelijker maken om zich aan te passen aan de veranderende eisen van de arbeidsmarkt. Amerikaanse werknemers veranderen tijdens hun leven gemiddeld drie maal van beroep. Dat zal ook in Europa spoedig heel gewoon worden. Met de toenemende levensverwachting zal een werknemer van vijfenveertig jaar pas halverwege zijn of haar loopbaan zijn. Dat betekent nieuwe initiatieven op middelbare leeftijd, hoewel leeftijdsdiscriminatie zonder enige twijfel nog steeds in de hele wereld een realiteit is voor werknemers met een baan op gemiddeld of laag niveau.

Door het systeem van levenslang leren in te voeren moeten we de visie op de samenleving veranderen. De acht kerncompetenties moeten een inhoud krijgen waarmee werknemers vertrouwen in de toekomst krijgen; vertrouwen dat voortkomt uit het geloof in hun eigen vermogen om zich te ontwikkelen. Tegelijkertijd moeten werkgevers worden aangemoedigd om te investeren in ervaren mensen van buiten. Europa moet gewend raken aan levenslang leren als een heel normaal verschijnsel en een integraal onderdeel van het werkzame leven; anders zal de verwezenlijking van de Lissabon-doelstellingen wishful thinking blijven.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  Ján Figeľ, lid van de Commissie. (SK) Ik stel de sfeer waarin dit debat gevoerd wordt zeer op prijs en ben ook blij met de overduidelijke consensus dat er meer en beter geïnvesteerd moet worden in onderwijs. Dit verslag, deze aanbeveling over kerncompetenties, gaat over het efficiënter inzetten van dezelfde middelen om betere resultaten te boeken. Vorig jaar hebben zes miljoen studenten in de Europese Unie hun studie voortijdig afgebroken. Dit is een gigantisch aantal. Volgens mij zouden we ons alleen al vanwege dit aantal meer moeten concentreren op de vakken die worden onderwezen en de manier waarop dat gebeurt, op de inhoud van het curriculum en op het verbeteren van de aanbodkant, want onze scholen leveren maar al te vaak jonge afgestudeerden af die geen baan kunnen vinden.

Ik wil u enkele opmerkingen ter overweging voorleggen. Dit inzicht in kerncompetenties impliceert een zeker evenwicht en één enkele ruimte voor zowel economische concurrentiekracht als sociale cohesie of sociale verantwoordelijkheid. Hetzelfde argument kan worden gebruikt met betrekking tot de verhouding tussen de menswetenschappen en de natuurwetenschappen. Beide zijn noodzakelijk. Mijns inziens wordt dit door de kerncompetenties weerspiegeld. Zoals mevrouw Pack zei, dient dit voor veel landen in de Westelijke Balkan, de nieuwe lidstaten en zelfs de oude als basis voor hervormingen. Het is goed dat we dit proces kunnen stimuleren en in zekere zin gelijkschakelen en de modernisering van de inhoud van het onderwijs dichterbij kunnen brengen.

Verder wil ik onderstrepen wat mevrouw Harkin zei, namelijk dat de belangrijkste competentie niet zozeer inhoudt dat je wacht tot je encyclopedische kennis opdoet op school, maar dat je leert hoe je moet leren, dat je in staat bent om te gaan met informatie, ervaringen en een omgeving die een steeds complexer en internationaler karakter krijgen. Daarnaast zijn het culturele vermogen tot zelfreflectie en uitdrukkingsvaardigheid, evenals interpersoonlijke en maatschappelijke relaties buitengewoon belangrijke factoren in de vorming van persoonlijkheden en volwassen burgers. Ik wil mevrouw Trüpel daarom nogmaals bedanken voor haar uitstekende weergave van het standpunt van de commissie. Ik ben ervan overtuigd dat de stemming navenant zal zijn. Ik zie ernaar uit dat de tenuitvoerlegging van de kerncompetenties en vaardigheden verder zal vorderen. Dit is een proces.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  Voorzitter. Het debat is gesloten.

De stemming vindt morgen om 11.30 uur plaats.

Schriftelijke verklaringen (artikel 142)

 
  
MPphoto
 
 

  Véronique Mathieu (PPE-DE). – (FR) De huidige beroepswereld, die door de globalisering even complex als divers is geworden en bijna met de dag verandert, is een bron van onzekerheid en angst. Door de nieuwe manieren van werken, produceren, innoveren en handeldrijven moeten de werknemers van vandaag zich voortdurend afvragen of hun kennis en knowhow nog wel toereikend zijn.

Om te zorgen dat de steeds hardere economische doelstellingen en onze humanistische visie op werk elkaar niet uitsluiten, is het zaak dat er een brede consensus bestaat over levenslang leren, een concept dat in het merendeel van onze nationale rechtsstelsels is vastgelegd.

Oekazes, waaronder Europese, zijn er al genoeg. Maar met een slogan alleen zijn we er niet!

We zijn nog ver verwijderd van de concrete en systematische invulling van dit concept in de praktijk. Levenslang leren wordt te vaak gezien als een wettelijke verplichting waaraan bedrijven zich conformeren, zonder werkelijk na te denken over de meerwaarde ervan en zonder een echte langetermijnvisie, zodat het wordt gereduceerd tot een formule die alleen maar van stal wordt gehaald als het echt nodig is om maatschappelijke problemen te bezweren.

Zowel op nationaal als lokaal niveau is er dus werk aan de winkel om efficiënte leerstructuren op te zetten en te zorgen voor daadwerkelijke betrokkenheid van de kant van werkgevers en werknemers.

 
Juridische mededeling - Privacybeleid